FRANS TERKEN wint de enige echte virtuele – naar een dichtregel van antony oomen – ‘hoe alles vanzelf spreekt, en wij…’ trofee op pomgedichten

voor frans het goud vandaag – zo vanzelf licht een gezicht op van wie wij missen – mooier kan het niet geschreven.

Als vanzelf

Hoe wij elkaar in het voorbijgaan toeknikken
het is een welgemeende groet
die als vanzelf het hoofd doet buigen

het schept intens contact tussen ogen
je duikt in een diepblauwe zee
waar het raden is naar de ondergrond

met wezens die er nageslacht baren
zoals ze angstvallig waken over hun kroost
het zorgzame van moeders en vaders

of laten ze begaan – het vrije van de vis
die elke richting op instinct verkent
tersluiks omkijkt naar wie hem voortbracht

of er nog een glimp van herkenning is
zo vanzelf licht een gezicht op
van wie wij missen

altijddurend beeld op het netvlies
gezien nog met de ogen dicht

FT 06.07.2019



zo vanzelf licht een gezicht op van wie wij missen …. schrijft frans terken – de foto waarop hij met joop scholten – toen nog deze twee dichters en hun tweedichten – zo mooi vaak ook – ieder kent zijn eigen verdriet natuurlijk maar dit gedicht en deze woorden brachten mij tot deze foto, deze herinnering, tot deze dichters van wie er een niet meer is maar min of meer als vanzelf toch altijd ook. dank je wel frans.
  • FRANS TERKEN gezien nog met de ogen dicht
  • PETRA MARIA je ademt elke dag belofte
  • MARC TIEFENTHAL Ontmasker valsspelers
  • CARTOUCHE wat wil dat zeggen over ons
  • JOLIES HEIJ met sluimerverdriet
  • RIK VAN BOECKEL de kaaskop met Indisch bloed

wie wint de enige echte virtuele – naar een dichtregel van antony oomen – ‘hoe alles vanzelf spreekt, en wij…’ trofee op pomgedichten?
 

we wilden te pom de tour de france dit weekend voorrang geven boven andere onderwerpen totdat antony zijn ‘ hoe alles vanzelf spreekt, en wij‘ aanbood. een onontkoombaar prachtig gedicht – dat we ook in de zondagochtendwedstrijd als inspiratie willen  gebruiken – ‘hoe alles vanzelf spreekt, en wij‘ – een prachtig thema voor de zondag. aangrijpende regels intens mooi geschreven.

wat spreekt voor u vanzelf – en hoe staat u daarin met wie u lief is? dat is de opdracht deze week. in wezen natuurlijk geen wedstrijd – we waarderen hier de schoonheid van de woorden – maar dat weet u wel. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.


hoe alles vanzelf spreekt, en wij
 
je weet hoe graag ik tegen de wind praat
de bomen langs de rivier, de rivier
dat ik vogels toezing en met vreemde mannen meega
 
verder spreekt eigenlijk alles vanzelf, je doorgrondt elkaar weliswaar
nooit heel diepgaand, de ene keer toch grondiger dan anders
herken je elkaar tegenkomend op de gang of anders in de keuken
 
je groet, steevast joviaal maar even welgemeend
ietwat argwanend, jij wendt dan zo triestig melancholiek je blik af
je blik prompt aangetrokken naar de doden
 
de krakende gangen hangen er vol mee, foto’s van gestorvenen
verbrand of bedorven, te oud, te jong, te vroeg, ze raken je nog aan
alleen op de foto, samen met de restanten op de foto
 
neem dan de bloeiende fresia’s in een breekbare amfoor
welriekend, tenger, verfijnd beide
hunkerend naar behoedzame aanruiking
 
een vlinder met een doornenkroon, steeds schaarser en verder weg
optornend tegen de stormwind, naar de liefde
trotseer je hunkerend regenvlagen, onweer, hagel
 
je kent deze buien, de wind en de storm
de seizoenen, talrijke jaargetijden gingen reeds voorbij
zoveel jaar ken je elkaar en de klok tikt maar
 
je draagt de sleutel tot hetzelfde huis
je houdt elkaar de deur open
ik voor jou, jij voor mij, alles aandachtig, zoals het hoort
 
 
Antony Oomen
4.VI/2019
Amsterdam


BELOFTE

als er een briesje staat
en het is zomer
hoor je de boom
haar adem ritselen

zij fluistert de zin
niet van het leven
maar van het
wakker worden

besef toch dat alles
duiven roeken
een verre brommer
scheurt de straten

het zou een belofte
kunnen zijn
zoals een kind ontwaakt
gretig naar de dag

ik heb hem zelf geplant
die boom
dit is mijn reis
en jij bent zo ver weg

het spreekt vanzelf
je ademt elke dag
belofte

Petra Maria



hoor je de boom haar adem ritselen – vraagt petra maria ons.  ja de lezer hoort de boom ook even – in indirecte zin, in indirecte woorden brengt petra maria ons bij haar terug. en zichzelf levenslang, zolang de boom zal ademen. gedicht tegen het particuliere aan blijft net aan de goede kant van de streep voor de lezer. op de streep. het is die onzichtbare lijn die een gedicht niet alleen voor de schrijver/dichter  laat zijn maar ook voor de lezer en de wereld van de lezer.
Woorden dan maar 

Laat dan nu de grotewoordenstroom
uitblijven, de kramerij
opstappen.
 
Laat wie met alle geweld
het woord wil voeren
de mond gesnoerd worden.
 
Het microsnoer!
Gevonden.
 
Ontmasker valsspelers,
vooral valse blondjes.
Spoel ze de mond en het haar.
 
Ontraad een tandarts.
Het woord zoekt de rand van de tand
om er af te vallen.

marc tiefenthal


de aktivist in de tief leeft op. een protestsong tegen de valsspelers – laten we het in dit gegeven kader invullen – en zeggen we politici – de een nog meer dan de ander. merkel als vals blondje? hahaha. ach gossie ze trilt al vanzelf van het podium af. erdogan, poetin, baudet, de winter:  ze passen hier allemaal.

 
Hoe iets niet voor zichzelf spreken kan
 
Een schaduw overhangt mijn dagen
leeg de handen, gebogen over eigen jammeren
wat wil dat zeggen over ons, schat
de uren zetten zich
 
De seconden tollen in hun jacht op ons
zoals de diepte van de afgrond
die mij trekt, het wezen als ook de stem
niets meer is dan een in smart vergane klacht
 
Ogen dwalen rond, blind gaan ze
de ronde vormen die zich willen
vormen tot een stem die ik ontken
wat, schat, zegt dat over ons
 
Alles is verhuld en verengt in ons
de rand van schuld zoals
de schaduw waaraan ik me overgaf
niet meer is dan een vraag, een wrede wee
 
Cartouche
06-07-2019


onze cartouche meteen in de contramine. niets spreekt vanzelf! leren we van hem. cartouche spreekt louter en alleen voor zichzelf. zo is het. nou en het is meer pais en wee in plaats van pais en vree in huize cartouche. mag het gedicht zo samengevat? een reis naar het land van treurnis, schuld en schaduw. en de schat is niet meer de schat die zij ooit voor hem was. het is net of cartouche en bregje zonderland een avond in de kroeg stevig op elkaar in hebben gesproken. zonderland ziet de wereld op haar afkomen en niet meer zitten – cartouche ziet nog slechts de contouren van bregje zonderland. nee het wordt er niet vrolijker op zo in het brabantse.
goeiemorgen pom,
 
en toch en toch moet me van het hart dat er voor de herdenking van de MH17 nog een andere herdenking plaatsvindt, nl. die van de genocide van 11 juli in Srebrenica.
Helaas moet die hiermee concurreren, hoe mooi ik het gedicht van Antony Oomen ook vind.
Vandaar dat ik in mijn gedicht eea heb proberen samen te voegen.

 
 
sluimerverdriet
 
mijn stille echo kan je verder helpen
waar taal hulpeloze bressen slaat
bewegend op de paukslagen van sprakeloos
in de donkere nissen van jouw bijzijn
 
zo lang het slechts ademtocht is wat ik voel
en de fanfare door blijft spelen
verf de deuren naar mijn binnenste zwart
dat ik ze niet meer als valluik herken
 
de zappende passant die onbewogen toekeek
de jager die op kleiduiven schoot
die vliegtuigen bleken, de soldaat
in de enclave die jammerlijk de aftocht blies
 
zo vanzelfsprekend dat ik je voor lief nam
vergat waarvoor ik gekomen was
tot ik je jonggestorven gezicht terugzag
je graf in de lucht, ik trok de herinnering dicht
 
 
Jolies Heij



hoe mooi persoonlijk ze wordt in de laatste strofe – maar dan persoonlijk op een dichterlijke manier – open ook naar de lezer toe – die ook zijn geliefde vanzelfsprekend voor lief kan nemen om te vergeten waarvoor hij/zij gekomen is…mooie regels. ik denk dat die laatste strof op zich zelf kan staan – hooguit met vier inleidende regels waarin de fanfare kan opgevoerd.
 
waar taal hulpeloze bressen slaat
bewegend op de paukslagen van sprakeloos
en de fanfare door blijft spelen
zo vanzelfsprekend dat ik je voor lief nam
vergat waarvoor ik gekomen was
tot ik je jonggestorven gezicht terugzag

 
kijk wat een kracht en schoonheid de weinige woorden 


 
Van zomerslag tot stralendans

Langs kassen van bloeiende dagen
rijdt de kaaskop met Indisch bloed
om zwoele Afrikaanse ritmes te slaan
een tuinderswals een rockende beat

vijftien maten zomerslag
zo vanzelfsprekend het ritme voorbij
de stralendans op de jazz
van de ingenomen zomerdag

de saxofoon luidt het leven in
met een kwinkslag van vreugde
de taal van klankrijke bezinning
speelt met zinnen van poëzie

snaren tikken de tijd weg
melancholie tilt de wereld op
stokken dromen galmende bekkens
tom tom twinking het weekend in.

Rik van Boeckel
7 juli 2019



wat vanzelfsprekend is laat rik van boeckel zich maar een keer zeggen – en zoefffffff weg is ie. de zomerdag met zomerslag de afrikaanse ritmes – met een heel orkest zet rik de wereld in vuur en vlam, stijgt dansend op om de tijd te ontstijgen. en inderdaad het weekend in tom tom twinking. de kaaskop met indisch bloed zit nooit stil – dat kan ie niet.

Share This:

DE TOUR VAN…WILFRED ALLOY – Etappe 1 : Brussel (Bel) – Brussel (Bel) (194,5 km, vlak)

WILFRED ALLOY is van start gegaan – en nu al gekweld – lees elke dag zijn etappe – én… tappen maar – verslag – nog voor de finish vandaag nu al een verslag van de gehele etappe – met tal van figuren uit café eijlders sorry – café De Kantelaar – u herkent ze zeker! elke etappe RECHTSBOVEN aan te klikken op zijn naam. vandaag even hier – elke dag verder – rechtsboven




[DÉTOUR DE FRANCE – mettant en vedette: Wilfred Alloy – 6 t/m 28 juli 2019]
 
 
Etappe 1 za 6-7: Brussel (Bel) – Brussel (Bel) (194,5 km, vlak)
 
De (Duh) Tour de France is weer begonnen. Zonder Dumoulin (Du), Froome, Cavendish, Meintjes, Slagter, Breukink, Rooks, Zoetemelk, Kuiper, Smeets, Janssen. Slechts elf orange mannen dit jaar. Het laagste aantal sinds 2011. Soit. Circus Wielerknie gaat sowieso door. En zal die hele tour u verder worst en klein bier wezen, dan heeft – tromgeroffel graag – café De Kantelaar ook nog wel een hapje en drankje klaar staan (oh, op díe fiets), al is via Google Maps de toegang tot het café versleuteld (dat zeg ik, buuf: wij zijn van het échte leven).
 
Hier alles onder controle, zou je dus denken. Toch schieten we niet soepel uit de startslokken – mag ik dat zo zeggen, terwijl u reeds met de eerste kantelcontouren wordt geconfronteerd? – qua verslaglegging van zaken die voor je geestelijke balans soms beter verzwegen kunnen worden. We moeten het vandaag even met niemand meer dan Wilfred Alloy doen. Met mij dus, de snelverzer. Boodschapper en presentator Josse Ketting namelijk, zelf een verwoed roestrosrenner, tot op zeker nog veilig niveau dan (tijdens het biken niet op je mobiel klooien of eikenprocessierupsenjeuk in al dan niet verafgelegen lijfstreken averechts trachten weg te krabben, wel stoppen voor rood en mensen aan een zebrapad, hand uitsteken voor het afslaan, ook overdag lampjes, dat brave werk), heeft vanmiddag tijdens zijn eigen ‘Tour de Beauleau’ (Bos & Lommer) na een iets te krachtig accelereren zijn toch al sinds enige tijd zorgwekkend slap om het rad hangende ketting onherstelbaar moeten zien lossen (what’s nearly in a name?) en heeft, plots dramatisch immobiel en van alle hete lijnen verstoken, niets van de etappe van vandaag en haar verbale omwegen kunnen volgen. Hij reed zijn persoonsgebonden rit vanaf Beauleau helemaal tot in het net nog Nederlandse Aalten, moet u weten, vraag me niet waarom. O, u vraagt het wél? Een zilveren bruiloft was het. Omweg uitgesloten. Hij moest er zijn. Ja, Aalten. Op doping uiteraard (van ene Maarten D. gekregen), anders red je zoiets niet.
 
Alle gekheid op een circusfiets, toute la folie à vélo de cirque: Ketting was er gewoon niet. Vandaag geen Herbertje van de Dag derhalve, geen Ducrootkwoot, zelfs geen top drie van het algemeen orangement. Overigens, omwegen zullen in verschillende vormen de rode draad blijven. Details van het feitelijke parcours en de avonturen der rapwielers worden u immers van alle kanten reeds toegeschreeuwd. Wat valt eraan toe te voegen? P’cies, buuf. Dat zeg ik, ik bedoel, dat bedoel ik. Vandaar de naam van deze serie: Détour de France.
 
‘t Is de poëzie… De noëzie…
 
Wie zullen er nog meer passeren? Good old barman Nelis natuurlijk, door vrinden in een vrolijke bui Ranke Nelis geheten. Of passeren? Hij staat. En hij is heus een gratenpakhuis. Nu ja, gewoon gezond slank. Geen Ducrot. Drinkt ook geen druppel alcohol. Op papier. In functie. Dus: geen gezellige dikkerd en drinkerd. Niks eufemistisch aan dat ranke. Maar ja, net zoals de Manke en tante Leen in haar Nieuwendijktent destijds deden, heft Nelis soms een lied aan. Een enkele keer wordt hij kort gehouden, zoals de bard Assurancetourix in de stripreeks Asterix. Hoe dan ook, gezellig is het wel met Nelis. Verder kunnen er dranklocaal Bekende Nederlanders langskomen. Daarover is nog niets bekend.
 
Iets over de te hanteren spelling in de snelversomwegen. Mijn eerlijk vals platte Amsterdams in de voordrachten zal niet meer in de stukken terug te vinden zijn (zuiver plat ging trouwens ook de etappe van vandaag, begreep ik, van en naar Brussel vanwege de 50e verjaardag van Eddy Merckx` eerste tourzege). Geen ‘toer de frans’ en ‘sjas petat’. Men dwingt me voor vrijwel niets, zeg twee niet-geregistreerde dus waardeloze consumptiebonnen, een bundel uit te brengen – nou, zelfs de straatstenen weigeren mijn producten, en wat ze gelijk hebben, die straatstenen! – dus de dikke vandalen kijken intimiderend mee bij het dagelijks zwart-op-witwassen van causerie en voordracht. Wilde bijdragen van het publiek die de geluidsopnamen vertaalbaar hebben gehaald zullen ook direct worden gedeletet. Saai hoor. Maar goed, dan staan de dingen wel gelijk bebundelbaar op papier, er zit wat in. Dat gelal tussendoor leidt ook alleen maar af van de poëzie. Dichteres en krakende-kroegloopster Altonice Rieding (kantelkoningin Altoos) heeft me dit alles tijdens een knus nat gehouden samenzijn – volle glasbak – imperatief ingefluisterd en de gek heeft ja gezegd. Zij heeft ook deze inleiding geredigeerd (misschien wel geheel zelf geschreven, de houten katerknar weet het niet meer terug te halen). Vreemd lang-en-breedtalig is ’t wel. Ach, ik kan eigenlijk enkel sneldichten. By the way, bij de omweg, er was in de aanloop naar de Détour al enige spellingsdiscussie over ‘Ducrootkwoot’. Die journalistieke levensvorm heet namelijk Maarten Ducrot. ‘Ducrotquote’ zou op z’n françoos correct zijn, maar het ingebakken rijm is heilig: de tandklank T dient doorgetrokken. ‘Ducrotquo’ (spreek uit: duh crookwoo) is helemaal niks. We houden het bij het oude, met ‘Krootkwoot’ als vrolijk alternatieve crootnoot. Oké. Morgen onze bondige Josse weer.
 
Afronden nu. Om het gemis van HvdD en DK draaglijk te maken herhaal ik het eerste Herbertje van de Dag dat Josse twee jaar terug als zodanig noteerde en de ergste Ducrotwoorden diezelfde dag (Andere Tijden Sportverslag, 07.07.17):
 
HvdD: ‘De wind is grotendeels in de rug, dat betekent doorgaans makkelijk fietsen.’
DK: ‘Dat is óók wielrennen: dat je die afstand moet overbruggen.’

Het blijven doordenkertjes, mensen. Tot slot, waar het uit-eigenlijk om gaat… Maar niet voordat… Nu ja… bedankt, Altoos. Zijn we d’r klaar voor, Kantelaars?
 
ROEPT U MAAR

“Aan het elastiek hangen!”

Maar net op de pedalen, pas wakker het publiek,
een arme ziel hangt nu al eenzaam aan het elastiek.
Hij voelt dat als de fietsclub een ietsje harder trapt
het elastiek waaraan ie hangt bij ’t minste zuchtje knapt.
Dan zakt ‘m in de schoenen veel meer nog dan de moed.
Daar staat ie uitgeteld, als ’t ware in zijn ondergoed.
Van alles neergevallen en om hem heen verspreid.
Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]
DE TOUR VAN…WILFRED ALLOY – Etappe 1 : Brussel (Bel) – Brussel (Bel) (194,5 km, vlak)

Share This:

ANTONY OOMEN: ‘ik voor jou, jij voor mij, alles aandachtig, zoals het hoort’

Binnenkort herdenken we dat vijf jaar geleden de MH17 werd neergehaald. Een deel van mijn gevoelens dienomtrent is dit gedicht binnengeslopen.

Hartelijke groeten
Anthony


we wilden te pom de tour de france dit weekend voorrang geven boven andere onderwerpen totdat antony zijn ‘
hoe alles vanzelf spreekt, en wij‘ aanbood. een onontkoombaar prachtig gedicht – dat we ook in de zondagochtendwedstrijd als inspiratie zullen gebruiken – ‘hoe alles vanzelf spreekt, en wij‘ – een prachtig thema voor de zondag. aangrijpende regels intens mooi geschreven. dank je wel antony. vanaf morgen natuurlijk wel ook hier DE TOUR VAN…WILFRED ALLOY – rechtsboven op de site aan te klikken.


hoe alles vanzelf spreekt, en wij
 
je weet hoe graag ik tegen de wind praat
de bomen langs de rivier, de rivier
dat ik vogels toezing en met vreemde mannen meega
 
verder spreekt eigenlijk alles vanzelf, je doorgrondt elkaar weliswaar
nooit heel diepgaand, de ene keer toch grondiger dan anders
herken je elkaar tegenkomend op de gang of anders in de keuken
 
je groet, steevast joviaal maar even welgemeend
ietwat argwanend, jij wendt dan zo triestig melancholiek je blik af
je blik prompt aangetrokken naar de doden
 
de krakende gangen hangen er vol mee, foto’s van gestorvenen
verbrand of bedorven, te oud, te jong, te vroeg, ze raken je nog aan
alleen op de foto, samen met de restanten op de foto
 
neem dan de bloeiende fresia’s in een breekbare amfoor
welriekend, tenger, verfijnd beide
hunkerend naar behoedzame aanruiking
 
een vlinder met een doornenkroon, steeds schaarser en verder weg
optornend tegen de stormwind, naar de liefde
trotseer je hunkerend regenvlagen, onweer, hagel
 
je kent deze buien, de wind en de storm
de seizoenen, talrijke jaargetijden gingen reeds voorbij
zoveel jaar ken je elkaar en de klok tikt maar
 
je draagt de sleutel tot hetzelfde huis
je houdt elkaar de deur open
ik voor jou, jij voor mij, alles aandachtig, zoals het hoort
 
 
Antony Oomen
4.VI/2019
Amsterdam
 
 

Share This:

LISAN LAUVENBERG: “in je mooie gezicht weerspiegelt mijn verdriet – maar de liefde, de liefde is gebleven – die verdwijnt gelukkig niet….”


Jij werd zo hard bij mij weggerukt
in de nacht, vlak nadat je kwam
dat ik jaren later nog, als je hand me loslaat
in een diep verdriet schiet omdat ik
niet op een weerzien durf te hopen.

Jij groeide groter met de jaren
en verliet me nooit, al woonde je in barakken
overleefde op bier, wijn en heel veel chips,
ons blije weerzien is gebleven
maar de angst verkleint maar niet.

Dat je op een dag zo zult verdwijnen
als je in mijn leven kwam, in het donker
met geweld en al op de wereld gezet.

Hoe gekoesterd je ook en hoe geliefd
je al die jaren bent geweest en gebleven
in je mooie gezicht weerspiegelt mijn verdriet.

Maar de liefde, de liefde is gebleven.
Die verdwijnt gelukkig niet.

©Lisan Lauvenberg
16 juni 2019

Share This:

VON SOLO: We hebben als maatschappij onze ziel verkocht voor een beetje gemak en berusting.




Deel 343. Faust

Afgelopen vrijdag ging ik met mijn zoontje naar de friettent. Eigenlijk wilde hij niet mee. Hij was moe van de week en had net een uur computerspelletjes zitten spelen. Ik vond dat hij naar buiten mee moest. Onder een niet aflaten weeklagen, liepen we naar het Bergpolderpleintje. We liepen de frietzaak binnen. De drie mensen die bezig waren friet te bakken sloegen geen acht op ons. Dat ergerde me. Mijn zoontje was op een barkruk gaan zitten. Hij zag eruit als het toonbeeld van mismoedigheid. De andere klanten van de friettent zagen er ook niet al te florissant uit. We waren in een soort docudrama beland. Na wat vijf minuten leek overwoog ik weg te lopen. Net op dat moment beet een frietbakster me toe wat ik wilde. Ik wilde friet.

Terwijl we wachtten, kwam er een etnische vrouw met haar dochtertje, die mooi lang krulhaar had, binnen. Het was duidelijk dat ze een ijsje kwamen halen. Ook zij werden genegeerd. Pas toen de vrouw na een tijdje vroeg of ze een ijsje mochten, werden ze met tegenzin opgemerkt. Bijna kwam een gevoel van plaatsvervangende schaamte op. Het soort mensen dat achter de toonbank stond, staan bij mij vaak ook ingedeeld in het hokje ‘racist’. Vervolgens kwam ook de eigenaar binnen. Een man met een bierpens, die zijn Audi station altijd op de stoep parkeert, alsof dat normaal is. De borsten van zijn tweede vrouw heeft hij voor haar verjaardag ook laten vullen. Hij maakte met veel bravoure wat ‘foute’ denigrerende grappen met zijn personeel. Zijn blik vermeed ik zo veel mogelijk. Het heeft er altijd de schijn van, dat dat soort mensen feilloos aanvoelt, dat je een hekel aan ze hebt.

Even later liepen we met een pak friet terug naar huis. Dit was de laatste keer dat ik daar geweest was. Dat had ik mezelf al één keer eerder beloofd. De friet was niet altijd even goed afgebakken geweest. Zo ook deze keer. Toch had ik ze nog een kans gegeven. Maar meer uit eigenbelang. Het is zo lekker dichtbij. Maar dit was écht de laatste keer. Bij het Muizengaatje zit op de brug ook een friettent. Daar is het personeel vriendelijk. De zaak is schoon en de friet vers gesneden en altijd goed gefrituurd.

Waarom benzine kopen bij een bedrijf dat zijn medewerkers in kampen met bewapende beveiligers moet laten wonen, wegens onvrede van de lokale bevolking? Waarom nog appels kopen bij een winkel die ze in laat vliegen uit Nieuw-Zeeland? Waarom nog kleding kopen bij een winkel die het laat maken met kinderarbeid? Nog koffiedrinken bij een bedrijf dat arme boertjes de vernieling in helpt? Nog burgers eten bij een bedrijf dat regenwouden kapt? Het is het gemak waarmee dingen ons in de schoot geworpen worden. Waarom een half uur fietsen als we het ook in twintig minuten in de auto zouden kunnen? Waarom enkel keuze uit twee soorten appels als we ook keuze kunnen hebben uit tien soorten? Waarom zouden we een jaar in dezelfde broek lopen, als we elke maand een nieuwe kunnen kopen? Waarom met de trein als je ook met het vliegtuig kan? Zou ik niet beter af zijn als ik enkel nog zaken zou doen met partijen die dezelfde idealen nastreven als ik? Mijn spullen kopen bij mensen die verstand hebben van zaken en hart voor de zaak. Spullen laten repareren door mensen die daar plezier in hebben. Geld verdienen bij een werkgever, die mijn idealen deelt. Handelen met integere mensen met oog voor de wereld om zich heen. En niet enkel voor de centen, macht of andere egoïstische belangen.

We hebben als maatschappij onze ziel verkocht voor een beetje gemak en berusting. We hebben een wurgcontract getekend waar we akkoord gaan met een vaste afname per week die een gestage opgaande lijn moet vertonen. Wij hebben onze ziel verkocht aan de Mefistofeles van de huidige economie in ruil voor rustig slapen zonder moe te hoeven zijn. De prijs die we betalen is, dat voor elke euro gemaakte winst op consumptieartikelen, er weer een paar bomen voor altijd verdwijnen, een kind in een fabriek werkt onder erbarmelijke omstandigheden en er weer een diersoort uitsterft, de aarde weer een graad opwarmt, de rijken nog een euro rijker, de armen nog miserabeler. Dat is de keerzijde van de medaille. De Judaspenning die we via ons Faustiaans verbond in de hand gedrukt hebben gekregen, om uit te geven aan spullen die we niet nodig hebben, bij mensen die ons belazeren.

Nooit zal ik meer friet halen op het pleintje. Dat is beslist nu. Dat lijkt van uiterst marginale proporties. Maar stel dat ik voortaan elke maand zo’n beslissing maak. En elke maand gaat een buurman, vriend of collega van mij dat ook gaat doen. En dan nog iemand. En nog iemand. En nog….
 

Share This:

Merik van der Torren met DE SAARTJE NEGEN




Voor Sara 9

 
Vandaag leest Sara poëzie;
over rode kattenbeesten
over heerlijke brokjes van de lieve buurvrouw.
 
Vandaag leest Sara poëzie;
over wilde geraniums
op de berm van de grote weg,
over lila wiegen in de ochtendbries.
 
Vandaag leest Sara poëzie;
over grote kerels die ze afsnauwt,
over muizen die haar restjes opsmikkelen,
over Mirjam die ze kusjes geeft.
 
De poëzie van Saartje
door alle tijden heen
vertelt over haar reizen
haar verloren zonen
en haar mand.
 
Saartje, stil, even niet blaffen

Share This:

JOLIES HEIJ: “Je raakt bij een man ook altijd vroeg of laat uit de gratie. Als ie je eenmaal uit z’n ooghoek heeft geveegd, is alras het hart aan de beurt voor de grote schoonmaak.”

Over paardekop & reiskit

Columniste wordt aan het werk gezet. Ik mag maar liefst twee poëziemiddagen hosten. Leo Lamb van Dichtwerk Amersfoort stopt ermee en er werd vorige week op het podium geworven voor een opvolger. Moet die in Amersfoort wonen? vroeg ik, het debacle met het dorpsdichterschap Utrechtse Heuvelrug indachtig. Nee, dat hoeft niet, luidde het antwoord. Ik verhuis binnenkort van Rotterdam naar Amersfoort, kwam Jan Bulsink enthousiast, als wij dat podium nou eens samen organiseerden… En zo zal het geschieden. Eerder al had Coosje van het amsterdamse Huize Lydia mij gevraagd om “mee te denken”. Jij bent immers nog zo jong, was het argument en alle Ruigoordbejaarden knikten instemmend. Het wilde evenwel afgelopen vrijdag maar geen storm lopen. Toen Gerdi het nog deed, was er veel meer aanloop, mopperde Bentsion. Dus gingen we maar boven ons glas witte wijn wat zitten brainstormen over hoe die kip en halve paardekop waar vandaan te plukken.

Gerdi kwam gewoon overal, meende Coosje. Ik kom op Facebook, da’s tegenwoordig veel belangrijker, zei ik. À propos, waar hangt Posthumus uit? Ik dacht dat ie ook nog zou komen buurten. Die is alweer terug naar Denemarken. Da’s fraai, gaf ik, ik dacht dat we wat met elkaar hadden, maar hij heeft me niet eens hallo gezoend, laat staan een handkus vanuit de verte toegeworpen. Je raakt bij een man ook altijd vroeg of laat uit de gratie. Als ie je eenmaal uit z’n ooghoek heeft geveegd, is alras het hart aan de beurt voor de grote schoonmaak. Ooit zou ik samen met Radovan een multiculti nederlandsbosnisch podium organiseren, maar die komt het tuinhuis niet meer uit, dus moet ik het met jullie, niet eens kippenveer of paardenbek, stellen. Zeg eens, wie het kleine niet eert, kwam Bentsion verontwaardigd, ik ben wel jouw beroepsluisteraar, dus ik tel voor tien paardenkoppen. Laten we een workshop organiseren, kwam Coosje, in het kader van de publieksparticipatie.

Laten we meer witte wijn drinken, zei Bentsion, dat lijkt me een betere participatie. En zo eindigde het dichtersavondje op de gebruikelijke wijze, in liederlijke en laveloze staat. Fris en zonder kater, maar met een voorraadje witte wijn op zak zat ik de volgende dag alweer in de trein naar Antwerpen. Bijna was ik nog in Tilburg gestrand waar het verhitte volk de trein uit werd gedreven en drie kwartier op het perron stond te dampen. Dan maar een dorstig gedicht geschreven en gelukkig, toen was de wisselstoring verholpen. De tram in Antwerpen is een waar avontuur door de krochten onder het station. Mijn plattegrond van de Bolivarplaats bleek niets waard, dus dan maar vragen naar de Brusselstraat aan die twee dames boven de witte wijn op het terras. Heb je zelf niet zo’n apparaat? vroeg de ene terwijl de andere haar telefoon in alle standen draaide om de plattegrond te lezen. Neen, dat bezorgt mijn toch al overprikkelde aspergerhersentjes te veel onrust, gaf ik. Eindelijk had de andere de juiste stand gevonden en gaf met een knalroze gelakte nagel de looprichting aan.

In het stomende café aan de Brusselstraat zaten we drieëneenhalf uur naar poëzie te luisteren, maar wat voor poëzie. Verrassing van de avond was Gust Peeters die iedere tekst subliem en op geheel andere wijze dan de vorige voordroeg. Daar kan columniste nog een puntje aan zuigen. In de pauze verdrongen we ons op de stoep voor dat zuchtje schroeihete buitenlucht. Onbegrijpelijk dat jij niet veel bekender bent, kwam de psychiatrisch verpleegkundige uit Blankenbergen, jij zou toch wereldberoemd moeten zijn! Hoe goed bedoeld ook, ik voel me altijd wat ongemakkelijk als mensen dat tegen me zeggen. Alsof ze eigenlijk willen zeggen: zet eens een tandje bij, doe er wat aan, of interesseert het je soms niet?

Ik ben niet zo’n dichter die koketteert met miskenning, ik wil gewoon een boterham, liefst met beleg. Ik weet gewoon niet goed wat ik eraan moet doen. Ik weet wat het is, kwam Gust, mijn gedichten worden steevast door literaire tijdschriften geweigerd. Binnenkort doe ik een gooi op de antwerpse Slam, al weet ik dat het vruchteloos is nu ik heb gezien wie er in de jury zit. Je kunt er gewoon niets aan doen, het is zo willekeurig allemaal… En we staarden in ons glas dat ook al leeg was. Later, op de achterbank bij Ingo Audenaerd in de auto, slorpte ik van het laatste restje witte wijn in mijn reiskit. Als troost. Soms is de poëzie even niet meer genoeg.

dorst

je woorden zijn als kiezels
geen ontsnappen aan het schrijnende wit
hemelsplinters plenzen neer

op de torens van brugge en gent
de onvoorwaardelijke geliefden
op de slurpende antwerpse terrassen

scherven op de schelde
alles volgt blindelings al wat oplicht
wat wordt uitgerold over vlammende kasseien

de sintels van de hartstocht
hier voor het oprapen
voor wie vuurvaste vingers heeft

ik wacht op schaduw
het zwarte doek van de tijd
dat verkoelt en verdooft

we drinken de rivier leeg
en doen alsof het witte wijn is
het vloeibare doet ons licht verglijden

Jolies Heij

Share This:

Karin Beumkes: ‘ik wil een naam van jou waar nog geen dag voor is.’ dat is fantistig toch

Soms


Maandagen. volstrekte dag van onschuld.
Boodschappen, het hart vol op de linkerplek

Dinsdagen en ergens mist wat hagelslag
deuren open, de venter bezoekt dit dorp

Woensdag. gehaktvlees van onreine dieren
tevens biduur voor het vee

Donderdag zal ik je komen halen
onder een schip van zure appelen en klokgelui

Vrijdag. een pasgewassen dekbed wacht je op
ik begin een geheel te vormen van dit uur

Zaterdag. na grabbelvingeren in tweedehands
ik voel in tule, oud katoen, je zocht ook blauw

Zondag. Waarom zou iets worden verzwegen
ik wil een naam van jou waar nog geen dag voor is.




Muziek: Eva de Roovere – Fantastig toch https://youtu.be/Y6zwt7TvXBY


Liefs en groetjes
Karin
voor karin

ook ik was ooit te texel
en zag de schapen
kon van de wol geen poëzie maken
 
dronk grandmarnier
de vlakten steeds meer uitdijend
overal  beesten
 
enorme beesten enorm veel wol
het land geworden
wat het land altijd al wilde

in de verte zag ik haar
gebogen over papier
én heel het eiland glom

als de wang die ik zoende
 

pom wolff

Share This:

JOLIES HEIJ wint de enige echte virtuele – en tot wie of waar brengt de witte wijn jou dit weekend – zilver Tiefenthal – verder is het de iedereen in de prijzen – trofee op pomgedichten

de juryvoorzitster op weg naar het dichtershuisje. waar zij haar finale oordelen velt en prijs geeft aan pomgedichten. vandaag heeft ze het moeilijk – de inzendingen der dichters waren mooier dan waar kan zijn en gelijkertijd waarachtiger dan een mens verdragen kan. het wordt spannend!

jeanine bericht: ”
Ik heb de inzendingen met veel plezier gelezen, in elk gedicht zat de hitte en  de koelte van een witte wijn.  Leuk en knap gedaan. Het maakt het toekennen van de edelmetalen tot een lastig iets want ik wil niemand teleurstellen. Wat heb je aan teleurstelling hè, het is al zo warm. Vandaar dat ik me beperk tot goud en zilver want daar ontkom ik niet aan.
 
Goud Jolies
Zilver Tiefenthal
Brons  de overige inzendingen



  • FRANS TERKEN een droge witte aan deze tafel met liefde geserveerd
  • PETRA MARIA doet herinneren aan zoveel storm en moed
  • RIK VAN BOECKEL met ‘t glas in de hand de lippen troost dronken
  • MARC TIEFENTHAL Om niet ten onder te gaan aan witte wijn.
  • CARTOUCHE sauvignon – zo wild en wit wil ik je
  • JOLIES HEIJ we drinken de rivier leeg en doen alsof het witte wijn is
  • ANKE LABRIE ik neem een slok en proost op jou

wie wint de enige echte virtuele – en tot wie of waar brengt de witte wijn jou dit weekend? trofee op pomgedichten? wedstrijdje witte wijn nooit weg in dit weer. u kent de juryvoorzitster onze jeanine hoedemakers – u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.


de boulevard of broken dreams
nu tussenpad afdeling groenten
ter hoogte van de kerstomaten

de witte wijn alvast geladen
lood voor vader om te vissen
sporen van herinnering

zo’n dag was het
kassa meisje lege vulling
een langzaam brokkelend geheel en kale muren


pomwolff
Rupsje Ooitgenoeg

We houden het loof aan banden
dat de hitte onder dit blauwe dek
niet meedogenloos toeslaat
zoals ver beneden de rivieren

ik zou met de noordwestenwind mee
kunnen waaien om daar te landen
maar hier zit ik gebeiteld in middagrust
die me plakt aan leuning en glas

dat in de zon haast doorzichtig lijkt
het voordeel van een droge witte
aan deze tafel met liefde geserveerd –
wij klinken op de koelte die ons toevalt

en geen angst voor teken of rupsen
krioelend op de stammen van eiken
al die harigen hoe ze aan irritatie doen
in één veeg strijk ik het voorhoofd glad

FT 26.06.2019


pom: frans op de plaats rust. frans beschrijft alles wat professor scherder tot waanzin drijft. we moeten bewegen frans zegt de professor. niet zitten in tevredenheid – niet aan de verkoelende witte wijn – schenk mij ook maar in – dank je wel – de profesor doen we van de week wel weer met 20 graden. vandaag de koelte, de geserveerde liefde en de middagrust met frans terken in poëzie.

jeanine:
FT 26.06.2019
 
Ja dat is goed toeven, lekker wijntje, liefde en rust. En dan toch stiekem even de wens om weg te waaien. Rupsen en teken, ellende is het en dan vergeet je nog de andere steekbeestjes.
Droge witte wijn.  Dit gedicht is ook een beetje droog en dat is prima. Moge het rupsje snel genoeg hebben.

 

storm en moed

ik drink wijn
en maak foto’s

jij in dat hoge bed
het tafeltje
met de bloemen

ze leggen vast
wat ik niet kan bevatten
en verwacht

dat later
iets van deze vreemde tijd
mij doet herinneren

aan zoveel storm
en moed
aan eigenlijk
zoveel geluk

Petra Maria


pom: moed en storm en die foto dan voor later. petra kleurt later in met vreemde tijd. het zijn net teveel grote woorden voor een mager gedicht. dit moeten we aan jan arends overlaten. die snijdt in dunne gedichten door de lezer heen. dat de woorden stormen. bij petra waait vandaag nauwelijks een briesje. ik bedoel als het vreemd is dan willen we ook vreemd. daar zijn dichters voor. en we willen het niet benoemd we willen het vreemd!

Jeanine:
Petra Maria
 
Ja, zo gaat dat soms met foto’s denk ik. Je maakt ze en later, als het misschien wel voorbij is, dan zie je iets wat je toen niet zag, of onvoldoende. Ik zie tussen de regels een bescheiden verwijzing naar Storm und drang staan maar dat zal aan mij zijn, uit de tekst maak ik de verwijzing verder niet op; het komt door dat storm en moed, daar denk ik even, hé.  Jaja en dat op een zondagochtend. Fijn slank gedicht.
Het eenzame eiland

Het eenzame eiland is een plek
om stil te verblijven in reflectie
op de eigen woorden de andere ritmes
>
ze kwetsbaar te zingen
met een wijntje in de hand
het wit slurpend de tong in
>
eenzaam is een lange letter
wordt door wijn gemeenzaam
>
een woord van stille betekenis
>
een symbool dat de tijd verdraagt
>
eiland is de getuige van ‘t hart
waar de bomen samen en alleen zijn
een heuvel trots en trotseerbaar is
>
met ‘t glas in de hand de lippen troost
dronken tijd naar de horizon drijft
waar de roes verleden en toekomst wacht.
>
Rik van Boeckel
29 juni 2019


pom: een verstilde van Boeckel mogen we in alle rust met een wijntje in de hand genieten vandaag. bij mij komt ie wel binnen – ja een soort portugeze contemplatie op een berg uitkijkend over lisboa – verkoeling onder een boom en dan enige romantische gedachten – een kwetsbaar gedicht.

Jeanine:
Mooi gedicht Rik, als ik er mezelf op loslaat zie ik hier en daar wel iets waarvan ik denk, ik mis een lidwoord of, dit zei je al maar ik doe het niet. Ik laat het gedicht rustig tot me komen en geniet een wijntje mee maar dan net iets anders.
Waar de heuvel trots en te trotseren is, dat vind ik mooi, je schrijft hier wel trotseerbaar maar dat woord zet mijn brein automatisch om naar trotseren. Zo gaat dat wel vaker als ik een gedicht lees.
Luister ontluister
 
Paardebloemen fluisteren
voor zich uit.
Een paard steekt zelden een bloem
achter zijn oor.
 
We wapenen ons voortdurend
met kennis. Om niet
ten onder te gaan
aan witte wijn.
 
Kijk maar naar de maan. 



marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas


pom: een lekkere korte tiefenthal en zeer leesbaar ook. goed zo, vooral doorgaan. een beetje van de hak op de tak maar dat is tiefenthal. zo staat er een paard in de gang zo vlieg je naar de maan.

jeanine:
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas

 
 
Een vette duim! Heerlijk kort maar krachtig, beeldend en best wel relativerend, als laat je de lezer even fijntjes weten dat sommige kennis compleet nutteloos is. Het geeft niet als ik er naast zit ik wordt blij van deze Tiefenthal
Tegenwoordig is het denk ik paardenbloemen met die n.


Van Taal en Tong – Terra Pura*
 
Gisternacht zong ik dwaas – die ik ben
over een zonnevrucht, sommigen zeggen
het is een vlucht, anderen hebben het
over een mes, dat langs de keel glijdt
en je tot bloedens toe doorweekt
 
Ik zeg het is meer – verlangen –
dan een vloek, een stok, een glas
bang om te breken, maar de moed
om te danse n, de droom die waagt
te ontwaken en zich te laten smaken
 
als vita eterna**een gelofte zoals jij
alleen vol afgelaten -wijn- kunt zijn
sauvignon – zo wild en wit wil ik je
tot me nemen, in mij dragen
deze avond en alle dagen
 
klaar-en rond


30-06-2019 / Cartouche
 
*Terra Pura = Zuiver- niet Zonderland !
terwijl ** Vita Eterna staat voor Eeuwig Leven


pom: cartouche serveert een wijntje, dank u wel Cartouche en zingt er een prachtig liedje van verlangen bij. zo erg wil hij haar deze avond én alle dagen. dat zijn heel veel dagen cartouche! of je bent een dronkenlap of je bent van de liefde geheel ondersteboven – de dichter combineert. ergens lees ik er ook een liefdesbetuiging in aan bregje zonderland. onze jeanine zal straks zich over je buigen.

Jeanine:
30-06-2019 / Cartouche
 
*Terra Pura = Zuiver- niet Zonderland !
terwijl ** Vita Eterna staat voor Eeuwig Leven

De toevoeging dat Terra Pura = Zuiver niet Zonderland!  die begrijp ik niet, ik zou daar nooit aan Zonderland denken, pura, puur, zuiver, lijkt me helder maar misschien mis ik iets. BZ is heel zuiver, dus misschien wil de dichter misverstanden voorkomen. Aan een verkeerde naam gekoppeld worden kan je reputatie flink schaden in het literaire sirkwie, Brekje, fluistert tante me in het oor en iets over de hitte.  Het zal wel, tante.
Het doet me deugd om in de eerste strofe iets van een tante te ontmoeten, we schijnen de gekte van tantes te erven, werd mij laatst verteld.
Mooi gedicht, het thema is er keurig – klaar en rond – in verwerkt. Bang om te dansen, staat die n bewust iets verderop? Het heeft namelijk wel iets.
dorst
 
je woorden zijn als kiezels
geen ontsnappen aan het schrijnende wit
hemelsplinters plenzen neer
 
op de torens van brugge en gent
de onvoorwaardelijke geliefden
op de slurpende antwerpse terrassen
 
scherven op de schelde
alles volgt blindelings al wat oplicht
wat wordt uitgerold over vlammende kasseien
 
de sintels van de hartstocht
hier voor het oprapen
voor wie vuurvaste vingers heeft
 
ik wacht op schaduw
het zwarte doek van de tijd
dat verkoelt en verdooft
 
we drinken de rivier leeg
en doen alsof het witte wijn is
het vloeibare doet ons licht verglijden
 
 
Jolies Heij


pom: dit is een goeie heij – dat voorop gesteld, een heerlijk tempo, een heerlijke inhoud, heerlijke witte wijn een rivier vol, een prachtig licht verglijden -ik merk dat ik niet veel verder kom dan het ene na het andere beeld citeren. heerlijk gedicht kortom!

Jeanine:
Jolies Heij
 
Yep, hier is er weer een; vaart, doorlezen, verwondering, beeldend en een zekere logica opbouwen en tegelijkertijd wat rammelen. Zo lees ik deze dichter graag.  Ze hebben me geleerd dat namen van steden e.d. toch echt met een hoofdletter moeten dus zelf doe ik dat altijd maar ja…
    


het sneeuwt weer lente in de scheldstraat
ik vis een bloesemblaadje uit m’n glas
 
de rode wijn die mij verwarmde
in de lange winter
is vervangen door een witte
die nu dartelt met de eerste zonnestralen
 
geen fles meer als vanouds
die ik bijna in mijn eentje leegdronk
omdat jij rijden moest
 
ik neem een slok
en proost op jou
 
anke labrie



pom: rood in de winter wit voor later – met anke de lente in en de zomer – de woorden luchtig gehouden bij een koele afdronk, de herinnering mooi geplaatst zo tussen de woorden

Jeanine:
anke labrie
 
Mooi, lief gedicht, die wisseling van rood naar wit, dat dartelen met de zonnestralen, erg leuke beelden en herkenbaar dat alleen drinken omdat de ander moet rijden. Zelf ben ik geen witte wijn drinker, ik ga het eens proberen. Na al die witte wijn wil ik ook wel eens proeven.

Share This:

Peter Posthumus… de woorden hebben de dingen verlaten


ontstaan uit
zwarte inkt
op wit papier


hebben de woorden
de dingen verlaten


woorden op zoek naar
wegebbende echo’s
en aanzwellende suggesties
tollende en kantelende fuiken
in een platgeslagen aquarium
woorden die voortaan 
hun spoor trekken
in de tijdloze flikkering
van een voor altijd
voortvluchtig
universum


                     peter posthumus

Share This: