
ROB BOUDESTEIN – BETER INKT VERSPILD DAN BLOED – een recensie
het was zo een winterse diep donkere middag – een eijldersmiddag, een eijldersdichtmiddag, maar wel een hele speciale die toch ook weer heel gewoon was. het café die middag warm dampend stampend vol – de presentatie van de bundel THUIS – 85 jaar Café Eijlders. we kwamen iets te laat – de bar afgeladen, de eijlders ‘inhammen’ tot aan het dichterstrappetje naar de toiletten – van hoek tot hoek vol dichters – achterin het café alle tafeltjes ook bezet – maar helemaal achterin – achter de bar – onder een kunstwerk – naast één man nog twee vrije plaatsen – zeg maar anderhalf – als je dicht tegen elkaar aankroop.
het was een heidense tour om die 2 plaatsen naast die ene man te bereiken – langs benen en armen van de vast gezetenen aan de ronde tafeltjes achterin het café met kaarsen belicht – het is alsof ie corona heeft of melaats is – dacht ik. en bijna versprak ik mij bij het aanspreken/ aanfluisteren van de man
‘zijn die plaatsen nog vrij of heeft u cor..’-
“vrij” hoorde ik de man kortaf en afgepast.
we ploften naast de man neer. voorin was de dichter Michiel van Rooij aan het woord – niet dat je hem zag vanaf de plaats naast de man – je hoorde de dichter ergens voorin – we keken tegen de ruggen aan van de mensen die aan de bar de dichter wel konden zien. later na aanschaf van de eijldersbundel las ik dat Michiel het gedicht DOWN AND OUT IN EIJLDERS uit die bundel voorlas – ik hoorde:
“Dat is het mooie aan Eijlders/Er zit altijd wel een meisje,/ gezicht omlijst met krullend haar/ ..”
Ja ja dacht ik stevig geklemd tussen de man en mijn geliefde. dichter na dichter passeerden de revue. en na verloop van tijd – zeg maar rustig na een uur of zo – kwam er een beetje ruimte en lucht achterin de tent. ik zwaaide naar bevriende dichters en zowaar in een pauze kwam er een stoel vrij en kon ik mij prinsheerlijk zetelen achter een tafeltje met kaars. “de solipsist” sprak al die tijd geen woord. tegen mij niet, tegen niemand niet, niks, niets. ik vroeg mij af: zou het dichter zijn of een toehoorder of iemand die toevallig aanwezig overweldigd door een invasie dichters ingesloten werd op de toevallige plaats waar hij zich bevond.
Na een pauze noemde presentator Paul Lokkerbol een naam. de solipsist verrees, baande zich een weg naar het dichterstrappetje en HIJ SPRAK! toen hij weerkeerde vroeg ik hem waar ik meer poëzie van hem kon lezen – hij pakte een bundel – die nu voor mij ligt. BETER INKT VERSPILD DAN BLOED de titel – Rob Boudestein gedichten – iets meer dan 50 werkelijk prachtige gedichten – pareltjes – waarin héél héél veel stil en verstild verlangen is verwerkt – oa – in deze prachtregels uit het gedicht ‘codicil’:
Mijn lief,
Als je dit leest dan is het feest met jou gedaan,
dan ben ik dood ….
(…)
… (voor) mijn ogen geldt een uitgesteld ontbinden.
Mijn lief, die mogen ze verkassen naar een blinde
mits hij belooft dat beide ogen dan nadien
zo af en toe, nee elke dag jou zullen zien.
(…)
mits hij belooft dat beide ogen dan nadien
iedere dag nee ieder uur jou zullen zien
(…)
mits hij belooft dat beide ogen dan nadien
elk uur, of nee, nee almaardoor jou zullen zien.

