Frank van der Lecq – Waarom we niet zonder Kittens kunnen, al wist bijna niemand dat – Ziedaar een Kitten. 6 regels, AAB CCB.


Xander Jongejan wees ons van hier op de bedenker van de “Kitten” – Frank van der Lecq. Frans bood pomgedichten een inspirerende beschouwing aan over deze nieuwe door hem bedachte versvorm – en wij van hier verwelkomen graag deze dichter – altijd welkom ook met nieuwe Kittens.


Waarom we niet zonder Kittens kunnen, al wist bijna niemand dat

We kennen het Sonnet, de Limerick, Haiku, Rondeel
Als je al die vormen optelt, zijn het er welhaast te veel
In het woud van de poëzie staan al zoveel bomen

Waar een pianist ontroert met begin- en slotakkoorden
raken dichters de ziel met hun welgekozen woorden – 
soms in statig maatpak gevat, de taille strak ingenomen 


Ziedaar een Kitten. 6 regels, AAB CCB. Meer is het niet. Meer hoeft ook niet. Genoeg ruimte om een waarneming in te vatten en beknopt genoeg om impact te hebben. Maar rijmschema’s hebben wel een beetje de tijdgeest tegen. En dat is jammer want rijm, zeker eindrijm, betrekt de lezer sneller door de voorspelbaarheid van de vorm, maakt de tekst toegankelijker en beklijft beter.

Vaste-vorm gedichten liggen door de dwang van het schema op het snijvlak van kunst en ambacht. En in creatieve hoeken leveren regels weerstand op. Enerzijds uit dat zich in uitspraken als ‘in een vaste vorm kan ik mij niet vrij uitdrukken en dan word ik gehinderd in mijn expressie’. En anderzijds hoor je de woordsmeden: ‘een vrije vorm kan iedereen, maar de ware dichter kan óók hoogwaardige poëzie leveren in een vaste vorm’. Nou ja, je ziet de discussie al voor je. Zet er een paar flessen wijn tussen en je hebt een gedenkwaardige avond. Feit is dat het schrijven van een goedlopend sonnet andere vaardigheden vergt dan het schrijven van een slamgedicht.

Maar ik hoor de criticasters al bedenken, hoe zij de dichter het best kunnen krenken

Het Sinterklaasrijm ligt op de loer. Rijm kan te makkelijk aandoen en een verstoring van metrum, of een te clichématig rijmpaar trekt de aandacht naar de vorm en weg van de inhoud. Uiteraard ligt daar de taak voor de dichter om zich te onderscheiden van het kaf en nét die wending te vinden die het gedicht boven het grauw uit laat stijgen door vorm en inhoud elkaar te laten versterken. Als het makkelijk was, kon iedereen het.

Het is sowieso voor iedere dichter de moeite waard om af en toe eens ‘ambachtelijk’ te dichten. Tijdens een poëziecursus die ik een jaar geleden volgde, was er een huiswerkopdracht om een sonnet te produceren. Met kwatrijnen, terzines en volta en al. De troepen morden; dat is niet het soort poëzie waar we mee bezig wilden zijn. Maar toch, een week later bleken er puike sonnetten geproduceerd. De vorm ondersteunde duidelijk de inhoud, en het bleek dat de meesten van onze groep het ambacht best aardig beheersten. Met voor mij persoonlijk als onverwachte bijvangst dat het ook hielp bij het verbeteren van mijn vrije gedichten. Je wordt gedwongen langer te schaven en elk woord kritisch te benaderen en niet te snel genoegen te nemen met wat er voor je ligt. Als je dat als grondhouding gebruikt wordt je werk daar beter van, ook in een vrije vorm.

Maar waarom dan nu een nieuwe vorm als er al zoveel bestaan? Wat voegt de Kitten toe?

Welnu, soms heb je als dichter een idee. Een losse waarneming. Niet genoeg om een heel uitgebreid bouwwerk omheen te dichten, maar wel interessant genoeg om vast te leggen. De Kitten is daar een goed vehikel voor. De vorm werd geboren uit een bijeenkomst van het kleine maar dappere dichterscollectief de Poëziepoezen waarin we lang spraken over de vraag ‘te rijmen of niet te rijmen’. Hoe houd je het klein, speels, nieuwsgierig? De naam Kitten lag voor ons Poëziepoezen toen voor de hand.

De kunst ligt bij het spaarzaam gebruik van de taal. De Haiku is daar natuurlijk het meest populaire voorbeeld van. De Kitten geeft iets meer ruimte om een lijn op te bouwen, maar eist veel zorgvuldigheid. Je moet keuzes maken en op het metrum letten want anders heeft het geen kracht. En als je eigenlijk niets te zeggen hebt, komt er ook niets waardevols uit. Met zo weinig ruimte kun je er niet wollig omheen ‘dichteren’. Het filtert je ideeën genadeloos maar het laat een goed idee ook heel krachtig tot uiting komen en het rijm leidt bijna automatisch tot een melancholisch of filosoferend eindresultaat. Mits goed uitgevoerd natuurlijk, maar dat spreekt voor zich. Ik kan iedereen die vastzit in haar of zijn werk alleen maar aanraden om een nestje Kittens te gaan schrijven. Je hebt 6 regels, benut ze goed en neem geen genoegen met de eerste versie.

In mijn hoofd was dit bos veel groener
We moeten het vandaag met bruintinten doen, er
liggen bladeren op hopen waarin merels wroeten

Zwammen klampen zich vast aan vermolmde bast
Een hert vlucht weg door onze komst, verrast
zwijgend luisteren we naar de ritsel onder onze voeten



Frank van der Lecq

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Laat een reactie achter