MartinB vertelt over Arjen – Later vertelde hij over vrouwen… Veel vrouwen… twee van hen, hadden zichzelf van het leven beroofd. 



Magnetronkoffie en treinen


Mijn studio lag recht tegenover het station van Bussum. Elke trein die voorbijreed liet de vloer trillen. Niet een beetje. Echt trillen. Het soort trillen waardoor je bord 
rammelt en je denkt: misschien wil dit gebouw gewoon ergens anders wonen. 


Boven mij woonde een Marokkaan die de hele dag blowde en gesprekken 
voerde met zijn kanarie. Geen kleine praatjes. Echte gesprekken. 
Soms hoorde ik hem lachen en daarna de kanarie terug schelden. 


Naast mij woonde Arjen. Arjen had staalblauwe ogen en een gezicht dat eruitzag 
alsof het al een paar levens achter de rug had. Hij was gepensioneerd. 
Had een tijd bij Artsen zonder Grenzen gewerkt. Daarna een café gehad. En een boot. 


Zijn kamer was een soort archief van halve plannen. Overal hingen overhemden. 
Aan deuren, aan stoelen, soms gewoon aan een spijker in de muur. Op kasten 
en tafels stonden handgeschreven nummers. Waar ze voor waren heb ik nooit begrepen. 


Arjen rookte zware B-merk shag. Hij had altijd een hele slof liggen. Voor een chaoot 
zoals ik was dat handig. Als mijn shag weer eens op was, kon ik bij hem lenen.
Hij warmde zijn koffie op in de magnetron en at magnetronrommel. 
Niet uit overtuiging. Meer omdat koken hem teveel moeite kostte. 


Als ik had gekookt nodigde ik hem uit. Dan zaten we aan mijn kleine tafel, dronken wijn 
en keken naar First Dates. Arjen vond de meeste gasten zielloze interviewers. 
‘Ze luisteren niet eens,’ zei hij dan. Hij kon zich ook enorm opwinden over de politiek. 
Vanuit mijn kamer hoorde ik hem soms tegen de televisie praten. Niet echt boos. 
Meer teleurgesteld. 


We huurden allebei van een man met een lijstenmakerij. ‘Een pfenningvrek,’
noemde Arjen hem. Ik kende dat woord niet. ‘Mooi woord voor mensen die slissen.’


Arjen noemde zichzelf een non-conformist. Dat klonk bij hem niet stoer. 
Meer als een simpele constatering. Zoals die ene keer dat hij mij om een vuurtje vroeg. 
Hij stak zijn sjekkie aan en gooide mijn aansteker zo pardoes uit het raam.
 ‘Is toch een wegwerpaansteker.’


Omdat zijn koelkast niet goed sloot had hij een blik bruine bonen tegen de deur gezet. 
‘Werkt prima.’ Soms vroeg hij of ik medicijnen voor hem wilde halen. Dan schreef hij 
een briefje voor de dokter dat het goed was. Hij had een opvallend mooi handschrift.
In ruil hielp hij mij met mijn belastingaangifte. Ik was daar een ramp in. 


Door Arjen leerde ik ook andere muziek kennen. Op een avond zette hij Southern Cross 
op van Crosby, Stills & Nash. Er zat zee in dat nummer. We dronken veel wijn samen. 
Arjen schilderde ook. En hij schreef gedichten. Die raakte hij meestal kwijt. 
Of ze werden gejat, zei hij. In Apeldoorn had iemand ooit een gedicht van hem voorgedragen 
alsof het van hemzelf was. ‘Serieus?’ zei ik. ‘Dat klinkt als een Bukowski-verhaal.’ 
Arjen glimlachte. ‘Ja,’ zei hij. ‘Alleen schrijf ik beter dan Bukowski.’ 
Hij nam een slok wijn en haalde zijn schouders op. 


Later vertelde hij over vrouwen. Veel vrouwen. ‘Minstens driehonderd,’ zei hij. 
Ik knikte. Maar twee van hen, vertelde hij later, hadden zichzelf van het leven beroofd. 
Daarna zwegen we een tijd. 


Kort voordat ik naar Spanje vertrok hoorde ik dat Arjen longkanker had. 
Hij zei het alsof hij het over het weer had. ‘We hebben allemaal een eindhalte.’ 
We dronken nog een glas.


Buiten reed een trein voorbij en de vloer begon weer te trillen. 
Arjen zat daar met zijn magnetronkoffie, zware shag op tafel en een blik 
bruine bonen tegen de koelkastdeur. Alsof hij allang wist 
dat sommige deuren alleen dicht blijven met een blik bruine bonen.


MartinB

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Laat een reactie achter