Ien heeft in de maand augustus de dinsdagen hier verzorgd en de vakantiedinsdagen met Ien voorzien – dank je wel – hopen we dat peterposthumus vanaf volgende week weer om en om met Ien ons lezers door de dinsdagen heen zal kunnen brengen.
ze ging zitten toen het lente was het nieuwgeboren licht op haar gezicht haar benen haar tasje naast zich op de bank tot in de zomer zit ze daar haar armen bloot met toegeknepen ogen zoekend in de verte alsof het daar gelegen was
ook in het najaar zit ze er het groen vergeelt verdort vol ongeduld wacht zij ze weet de winter komt de kale kou die haar de zin ontneemt de vorst die haar omarmt omhelst de sneeuw die haar bekleedt onzichtbaar tot zij in het nieuwe jaar gevonden wordt
DITMAR BAKKER – Stilistisch Alfabet, of: Lollige Figuren – een wonderschoon stilistisch, typografisch, poëtisch, ditmariaans wondertje uit de poëzie zoals ze niet vaak – zeg maar nog nooit geschreven zijn – een kleinood.
voor de prijs hoeft u het niet te laten: 25 euro voor de nieuwe bundel van DITMAR BAKKER – een alfabet maar dan licht stichtelijk – een stilistisch alfabet – STILISTISCH ALFABET getiteld met als ondertitel: LOLLIGE FIGUREN – 26 letters grafisch zeldzaam mooi weergegeven en 26 gedichten – met om en nabij 26 stijlfiguren voor de lezer samengesteld. (U mag ze zelf aanvullen maar daarover meer hieronder) – en dat dan weer op zijn ditmars. (een wonderdichter, dit zeldzaam taaltalent, een mengeling van bouwkunst en vormgelei, kortom dichtkunst – kortom de god in mijn gedachten. alleen god is er niks bij. laat ik niet overdrijven. maar de mensheid is na vandaag in twee-en te splitsen – zij die deze bijzondere uitgave van Ditmar Bakker wisten te bemachtigen – er bestaan van de bundel 50 gesigneerde en genummerde exemplaren – en zij die deze bundel niet in hun bezit wisten te krijgen. mijn exemplaar nummer 23 zal ik na mijn heengaan schenken aan het Letterkundig Museum – als u nog even wacht – het wordt wel na 2023 – is nummer 23 op aanvraag een dag te bestuderen – heb u wel mijn oa vingerafdrukken erbij – en die zijn ook niet mis. maar u gaat niet wachten gaan – u gaat naar ditmar bakt en bestelt – voor zover ze nog ter beschikking van de mensheid worden gesteld door de dichter – een van de laatste beschikbare exemplaren zonder mijn vingerafdrukken. veel frisser ook.
en u verovert een wonderschoon stilistisch, typografisch, poëtisch, ditmariaans wondertje uit de poëzie zoals ze niet vaak – zeg maar nog nooit geschreven zijn – waarin dichter de hoeren en de snoeren zeker niet uit de weg is gegaan – het wordt wel lezen als de kinderen al naar bed zijn gegaan en liefst ook als loeder de vrouw haar vrijwillige kookcursus of yogales aan het afwerken is. lezen als het huis vrij is van smetten, een zachte poëtische wind door tuin of huiskamer waait en u zacht gezeten het stilistisch alfabet op u laat inwerken – en u aangeraakt zal zijn door ditmars woorden en wenst dat het nooit meer anders zal zijn – een hemelse glimlach op uw gezicht omdat u nageniet van de inleiding door de dichter hoogstpersoonlijk toegevoegd aan de bundel waarin hij u uitnodigt op zijn zo eigen wijze de pen ook eens ter hand te nemen: “Zo lieve lezer meent figuren te missen die er dan toch echt ten minste in hadden moeten staan: het staat lezers vrij ze erbij te schrijven – waarbij ze hopelijk hun pols verrekken.”
I HAVE A DREAM in een kleine 4 uur waren we van amsterdam in eindhoven – maar in een kleine 4 uur zijn we ook in La Chaussée de la Capelle – de picardie waar “onze” Peter Berger verblijft – ik zie een uitgestrekt landgoed, een zwoele zachte noordfranse augustus zomeravond – iets van haard en iets van vuur – ik zie een tiental aan dichters – een juryvoorzitter Le Nobel – ik zie singer songwriter Bjorn van Rozen die ook samen met een Ditmar Bakker het franse land in woorden nog mooier maken – ach ik zie lichte romantiek met zwarte zware randen en ochtenlicht – die zomeravond daar – een lang weekend daar – ik zie een frans restaurantje – een hotelletje – ach er is zoveel poëzie en overal poëzie. toch eens aan Peter Berger vragen of ergens in augustus volgend jaar de enige echte zondagochtendwedstrijd op een lieve zaterdagavond in het noorden van douce france zou kunnen plaatsvinden. maar eerst zijn geweldige maandagochtend column!
Het is zo´n Chinees met de kaart van vroeger. De porties ook nog maar de prijzen zijn wel van vandaag. Rommelig druk als een vestiging van Gorillas want afhalen is niet meer van deze tijd. Uit Chinezen ook niet blijkbaar. De tafeltjes zijn leeg. Ik bestel een ouderwetse Babi Pangang en een biertje. En daarna nog eentje. Fris koud vers getapt. Zo lekker als het alleen bij de Chinees om de spreekwoordelijke hoek smaakt. Nog maar eentje dan.
Het meisje heeft zojuist de verplichte warmhouder midden op tafel geposteerd en inmiddels ook aangestoken. Spiritus? Maximus. I´m obsessed with her eyeliner. Nee, het is niet zo´n ordinair potloodstreepje dat ze vanochtend na het douchen snel, doch met vaste hand, op beide oogleden heeft aangebracht. Neen. Twee messcherpe diepzwarte driehoeken zijn het. Kunstig vanuit de buitenooghoek schuin omhoog getrokken bovenlangs het jukbeen tot halverwege beide slapen. Met krullende contouren. Langgerekt en donker als een vers gezette tattoo. Zwart als het duister dat geen naam heeft.
Het meisje is een Samurai. Nou weet ook wel dat ik hier niet bij de Japanner zit en dat het meisje, waarschijnlijk de dochter van de uitbater, voor de volle honderd procent Chinees is. En dat ze gewoon een Hollandse trien is die patat met mayonaise eet. Maar toch is ze een Samurai. Zo uit een manga gekropen. In zwart wit. Zelfs de kleren kloppen. En haar ogen spugen vuur en haar lippen zijn onverbiddelijk vriendelijk. Zo iemand. Heroïsch is ze. Eet smakelijk! Ik wel. Alleen die saus. Ruikt ver weg naar Del Monte met kaneel. Nee. Die saus snap ik nog steeds niet. Ik vraag er sambal bij. Van die zwarte die in olie drijft. Straks de auto in. La France attends.
Nou hieronder maar mijn zeer persoonlijke verslag van een prachtige middag en avond bij Vera van der Horst -de zondagochtendwedstrijd eenmalig op de zaterdag met als juryvoorzittter Peter le Nobel – op de site pomgedichten leest u de inzendingen – 7 gedichten ingezonden door dichters en aanwezig op locatie en beoordeeld door Peter – en andere gedichten vandaag met een commentaar voorzien van mijn hand nog. vera meldde mij zojuist dat haar filmopnamen allemaal mislukt zijn en dat ze in een diepe droefheid daarover de nacht heeft doorgebracht. maar wat was het mooi – de gedichten voor de wedstrijd voorgedragen te zien door de dichters – kon zelf ook een keer meedoen met het gevaar te winnen – maar Ditmar Bakker werd terecht uitgeroepen tot winnaar – hij had niet ingestuurd maar was wel aanwezig op locatie – de filmbeelden op FB geven een indruk van zijn kunnen. een liefdesgedicht voor Vera -de zo lieve gastvrouwe – uitgesproken later op de avond met begeleidende klanken van Bjorn van Rozen –
zo kregen we een heel intiem poëziefeestje voor 10 personen met dranken en spijzen met woorden over geliefden en verloren geliefden en waren we elkaar tot steun – wij poëten en zangers toch altijd als de verjaagden uit wanhoop aan de drank. ja wat was het mooi de voordracht van Hans F. Marijnissen – de lokale held in eindhoven – met prachtige en helende poëzie – tot troost van de toehoorders. wat was het mooi arie van egmond met kritische blik amsterdam gedichten te zien doen. na elk wedstrijd gedicht besprak Peter le Nobel in gewijde woorden de kunstuiting en wist in elk gedicht wel een bijzondere twist. we kregen bloederige maar zeer aanschouwelijke poëzie te verwerken van Ien Verrips – ien weet altijd heel indringend te beschrijven waar de individuele mens niet toe in staat is – en dat dan doet ze heel overtuigend. Ditmar deed en passant een gedicht uit het hoofd – Ditman kwam zag en overwon – de primus inter pares meneer wolluf krijste Bettie – hoorde ik in goed eindhovens naast mij brommen. onee dat was Abraham Von Solo die met een gedicht de show stal en daarna nog enige van zijn befaamde spermagedichten de wereld inspoot. René Brandhoff die uit groningen eindhoven als enige zonder file wist te bereiken – was blij weer met een begin van POËZIE inspiratie en overtuigde met zijn observatiepoëzie – een bijzonder persoonlijk geluid – waarin eigenaardigheden van de mensheid worden opgetekend. onder tussen zong Bjorn van Rozen nieuwe romantische liedjes met en zonder lieflijke rafelranden. Ditmar won en gaf zijn gewonnen trofee aan vera van der horst – om haar later in het poëtische zonnetje te zette op FB nog net op filmbeelden vastgelegd. het was mooi en indrukwekkend. en dat was het. dank jullie wel.
ergens op de zondag mijn verslag. van deze bijzondere middag/avond in eindhoven – lekker beginnetje de A2 dicht – even omrijden via breda antwerpen eindhoven – maar toen – maar toen ontplofte de schoonheid aan alle kanten om stil van te worden met poëzie René Brandhoff – de tot in haar puntjes – tot in het gaatje zoals ze zelf sprak – voorbereide poëzie van gastvrouwe Vera van der Horst – van de immer strenge doch rechtvaardige Ien Verrips die in de tweede strofe van haar tweestrofelige gedicht zoveel bloed wist te openbaren dat de eindhovense ambulance-brothers en sisters er geen herman brood meer in zagen – Hans F. Marijnissen las Evelien gedichten en een bijzonder gedicht voor zijn zusje van wie afscheid werd genomen – we kregen een zeldzaam optreden van Bjorn van Rozen met o zo fragiele nieuwe liedjes en daarbij ook een bjorn van rozen/ Ditmar Bakker duo optreden zo fijngesnaard dat er gehuild werd en zonder schaamte gehuild werd – het was zo wonderschoon dat schoonheid voor heel even in een oneindig geluk veranderde in iets van oneindige gelukzaligheid opging. en toen moest Arie van Egmond nog met amsterdamse gedichten – gedichten over AM – STER – DAM!!!. en kregen we de aktiepoëzie van Abraham Von Solo als hoofdgerecht – stonden wij toehoorders weer met beide benen op de grond. waarop von solo hier en daar iets van sperma had gedeponeerd – morgen meer verslag – het was zo mooi – zo mooi. een middag / avond om dankbaar te zijn.
Peter Le Nobel spreekt het juryrapport uit – hieronder te lezen – woorden van waardering over de werken van de aanwezige dichters – iets later roept de juryvoorzitter dichter DITMAR BAKKER uit tot winnaar van deze zondagochtendwedstrijd –
Een meetbaar niets – Hans Marijnissen Met als kop ‘Een meetbaar niets’ maakt het gedicht van Hans Marijnissen eigenlijk een valse start. Komt een ‘meetbaar niets’ mijn niets meer of minder over als een woordspelletje, een ‘aangelengde herinnering’ roept dan juist weer wel bijzondere beelden in mij op, mede dankzij dat ‘verstrooide as’. Marijnissen komt dan ook op dreef in het gedicht met kudden wolken die elkaar opzoeken en verstrengelende wortels. En er speelt zich een verhaal af: via de afslag ontsnapt hij als al die verbroedering wel erg klef wordt.
Een zaterdag – Arie van Egmond
Het moet een enerverende zaterdag zijn geweest, maar uiteindelijk komt alles toch nog goed. Van Egmond weet deze alledaagse situaties zo te verwoorden dat je de adem inhoudt: komt het ook nog recht? Er wordt wel twijfel gezaaid: “We hebben geen grond, bouwen is zinloos.” En dan een welhaast opgewekte uitsmijter: “Maar vliegen tegen de laatste slok / voldoet.” De verwikkelingen zijn te groots, te meeslepend en te veranderlijk om van een eenhapscracker te mogen spreken.
Zonnewende – Vera van der Horst
Eerst kreeg ik even een allergische reactie toen de maan en de sterren ten tonele werden gevoerd, maar gezegd moet worden: de dichteres moest wel iets doen nu zij stelde: “Alleen de zon kan ons nog aan.” De stijlmiddel was nodig voor het laten binnenkomen van de derde strofe, waar de metafoor wordt gedragen door krachtige beelden en schijnbare intenties, met als uitsmijter: “in de glazen die wij zo gulzig leegden.”
Iets in de verte – Pom Wolff
Wolff houdt van metaforen met verontrustende rafelranden, zoals een bloesem als graftak of meer van beelden met een prozaïsche kant: ‘halte liefde’. De grote woorden wanhoop en troost weet Wolff te tackelen met de eenvoudige zin: ‘Dan heb ik wat voor onderweg’. Door het grote en kleine te combineren, blijf je geboeid doorlezen. De derde en vierde strofe zou je bijna fluisterend moeten voordragen, en in het laatste onderdeel weliswaar een ster, de zon, wat onmiddellijk weer wordt gerelativeerd met ‘iets in de verte’. ‘Brak en ontdaan’ werd ik zeker niet van dit gedicht.
Hans brak – René Brandhoff
Enige relatie met Hans berust op zuiver toeval, waarschuwt de dichter. Er zijn namelijk vele personen die in hun doorzonwoning simpele oplossingen voor grote problemen hebben. In hele eenvoudige, parlando bewoordingen wordt de onmacht van een doorsnee man geschetst om het leed door oorlogen, klimaten en mislukte relaties onder woorden te brengen, te temmen desnoods. Het is een gedicht dankzij de uitsmijter: ‘Hij brak’.
Zonder titel – Abraham von Solo
De eerste helft van het gedicht heeft een wat lange aanloop: dat de personage volop aan het drinken is, weten wij zo langzamerhand wel. Maar in de tweede helft volgt een grappige wending, als de wijsheid zodanig in de kan is, dat zijn partner wel op sterk water gezet moet worden. De laatste twee strofen maken uiteindelijk veel goed als daarin afgevraagd wordt waar het fout gelopen was: “De keel in / Of de gootsteen.” De poëzie komt aan het eind naar voren, met juist zo min mogelijk woorden: “Je stralen verwarmen me / Breken / In het glas / Op tafel.”
Zonlicht brak de glazen – Ien Verrips
Verrips houdt het bij een eenvoudig beeld, maar wel als lijdensweg dat de hele nacht duurt. Toen ik in de keuken werkte, was de paniek altijd groot als er splinters vielen in het eten of een stuk van een mes verdwenen was in het diepgevroren vlees. Alles kon altijd meteen worden weggegooid. Verrips maakt duidelijk waarom.
de zondagochtendwedstrijd op de pom eenmalig op de zaterdagmiddag – OP LOCATIE EINDHOVEN – onder en met de heerlijke klanken van singersongwriter BJORN VAN ROZEN!! juryrapport door de enige echte en een keer niet virtuele PETER LE NOBEL!!
wie wint de enige echte virtuele maar ook echte ‘het zonlicht brak in de glazen…’ – trofee op pomgedichtendag? (naar een dichtregel van de gastvrouw) – nu al inzendingen van:
Hans F. Marijnissen – het zonlicht brak
Arie van Egmond – het zacht met liefde te spreken woord
Vera van der Horst – in alle kleuren van de regenboog
Pom Wolff – dan gaan we in ons zelf op
René Brandhoff – Hij brak.
Ien Verrips – de zon was al lang onder
Abraham Von Solo – Je stralen verwarmen me
…………………………………………………………………………………….
Rik van Boeckel – van harte met je 70ste verjaardag
Erika de Stercke – hoe een glas in stukken kan spatten
Cartouche – het zonlicht dat de glazen brak
Anke Labrie – weerkaatste het in jouw ogen
Frans Terken – zo gebroken als we zijn
Een meetbaar niets
Er was een ochtend voor nodig, een slordig ontwaken en een hernieuwd afscheid voor deze vlucht. Ik kwam bijeen.
Bossen drongen aan, tegenliggers naderden, een kudde wolken zocht elkaar op, het zonlicht brak.
In de glazen pui en verstrooide as hervond ik een aangelengde herinnering aan wat had kunnen zijn. Ik kwam weg.
Bomen streelden elkaar en verstrengelden wortels. Tussen de stammen werd het niets weer nu en dan meetbaar.
Een afslag bracht opluchting, ik zag weer een zon en wat op een uitweg leek, even maar, lang genoeg. Ik sloeg af.
Jou in het hoofd, jou en je roesglas. Jou in het hart en wat waar al niet. Barst de strijd los, vallen er scherven, als log de zon bezig is te zakken.
Ik sleep een foto van een uithoek, een jaar met nauwelijks nog woonrecht in herinnering. Die staat. Dan meld je je.
Ik schenk bij en het herneemt de positie, het zacht met liefde te spreken woord in de bewogenheid, uit de kooi van het kader.
Je bent terug, je laat je horen, kromt of danst als ik verder in de gloed je hier al weet. We hebben geen grond, bouwen is zinloos.
Maar vliegen tegen de laatste slok voldoet.
Arie van Egmond Amsterdam, 2013
Zonnewende
We hebben alles zelf gedaan de maan en sterren in de hemel geprikt de goden verzonnen
We hebben de geur uit de bloemen gehaald en alles wat zwak was weggeveegd alleen de zon kan ons nog aan
Zie hoe hij met enig leedvermaak moeiteloos zijn licht breekt in alle kleuren van de regenboog
in de glazen die we zo gulzig leegden
Vera van der Horst
iets in de verte natuur is mooi er loopt van alles uit de bloesem van nu is je graftak morgen ergens – vallen we uit elkaar
chauffeur doe mij halte liefde maar voorbij de wanhoop en de troost dan heb ik wat voor onderweg
iets moet er zijn misschien te teer om te benoemen een onontkoombaar niemandsland nog zo onaf
zo onontgonnen dat niemand daar ooit leven kon of taal een weg heeft kunnen vinden maar wij wel
mijn laatste woorden zijn voor jou nog een maal licht – de zon – iets in de verte dan gaan we in ons zelf op – brak en ontdaan van wie we waren
pom wolff
BJORN: ‘de zon komt op…”
Pom,
Dit moet het dan maar zijn. Voor een herbeginnende dichter. Enige relatie met welke Hans dan ook berust op zuiver toeval.
Hans brak
Zijn huis en doorzontuin; bloedjeheet van voor tot achter de geraniums. “Dubbele beglazing helpt niet veel, twee bier is beter”. Hans vond zichzelf tóch even leuk.
Hans dacht altijd dat het zijn tijd nog wel zou duren, dat het met die zeespiegel wel goed zou komen. En die oorlog, die verrekte oorlog, die houwe ze maar bij hun eigen.
Hans hield al nooit zo van die moeilijke dingen, zoals oorlogen, klimaten en mislukte relaties. Liever zag hij het zonlicht door een biertje schijnen. Dáár werd Hans emotioneel van. Hij brak.
René Brandhoff
Zonlicht brak de glazen zonder licht te maken begon ze de scherven op te ruimen dat had ze beter niet kunnen doen de zon was al lang onder
ze likt het bloed van haar vingers glas kleurt haar mond rood de splinter trekt voren in haar keel rijt haar slokdarm open boort zich in haar maagwand
zij was al dood lang voor de zon opkwam
aug. 2022 – IEN VERRIPS
Ik neem nog een slok En blijf drinken Tot je weer verschijnt Vanaf het moment dat je verdween, heb ik dorst
Ik drink bier Drink wijn Drink whiskey En water met paracetamol Maar jij komt niet terug Nog niet
De dorst wel En ik drink En blijf drinken In de morgen aan de keukentafel Na twee scotch met ijs is de depressie verdwenen Verlaat ik me op logica Neem nog een borrel Nullen en enen En weet hoe het zit
Jij bent ontstaan uit sterk water Staat nu ergens in een weckpot Ik kijk rond me Maar durf niet naar de kelder Waar de jampotten staan Beter er nog één achterover te slaan
Het daalt Ineens voel ik het anders Het is duidelijk waarom ik drink Dat is omdat je dan weer terug komt Je kan elk moment de kamer binnenstappen Of ik de kamer uit En dan zul je daar zijn
Maar ik kom de kamer niet uit Ook jij verschijnt nog niet Nog één dan en nog één in het verschiet Tot de morgen
Wanneer je verschijnt na de nacht Lig ik allang met mijn kop op het hout Me dromend afvragend Waar het fout gelopen was De keel in Of de gootsteen
Je stralen verwarmen me Breken In het glas Op tafel Abraham Von Solo
pomgedichten feliciteert RIK met zijn 70ste rondje – van harte RIK
Universeel inzicht
Het licht verdwijnt nimmer uit zicht sterren geven universeel inzicht
glazen blinken uit op terrassen wij dagen elkaar vaak uit
zonsondergang koelt ze af breekbare inhoud licht geduldig op
na zon volgt liggend maanlicht wij dansen door de nachtschaduw
tot het ochtendrood verschijnt zien wij dromende glazen in duisternis
zij breken de dag langzaam open in de keel wordt het licht geproefd.
Rik van Boeckel 26 augustus 2022 de jarige rik van boeckel die helaas niet aanwezig kon zijn – wij van pomgedichten – ik en de majesteit feliciteren rik van harte met een nieuw levensjaar vol van hart en ritme en poëzie – ongetwijfeld – dansen tot aan het ochtendrood – dat is het optimisme van rik van boeckel – heerlijke energie – bijna in elk gedicht over de lezer gegoten en in volle teugen genoten.
meezinger
hoe een afstand ons wegduwt in stilzwijgen bloesems zijn de bloemen van fruitbomen ze maken sprongen naar het gras
vochtigheid aan mijn voeten in een ochtend waar de slaap niet wil opstaan, ik gaap mee en door de wolken heen zoek ik jou
hoe een glas in stukken kan spatten zelfs zonder dat een ruzie de aanleiding geeft scherven dansen op de mat
een zonnige dag betekent veel bij een kilte van het alleen zijn, ik draai aan de radioknop en zing bij de hits als een opgeladen batterij
Erika De Stercke
erika – schoonheid levenslust maar ook de pijn verwoord in dit gedicht – een gedicht dat eigenlijk een peter le nobel behandeling behoeft voor een gepast commentaar -peter zou het wellicht als volgt verwoorden: erika weet in opgeladen woorden de taal die kracht mee te geven dat hierbij niet meer gesproken kan worden van een eenhapscracker. neen hier is het leven en de eenzaamheid van het leven in volle glorie beschreven – maar door alles heen weet de dichter de zon te laten schijnen – door alle strofen heen het zonlicht waaraan de lezer – ook de lezer zich kan warmen. dank je wel erika.
Voor jou
ik heb jou – C. – alleen gelaten’ of was jij het veeleer die mij, wij die elkaar al zo lang hebben vergeven het zonlicht dat de glazen brak
jij als enige – sirene – die een boot omzingt, uitkijkt op mijn spiegelschip, vannacht nog toen ik je droomlach in het water zag je hoge zang me ervan langs gaf
haast heel voorbij leek te komen in een golf van zuchten voer voor vreemde vissen
varend op lokroep van verlangen hang je aan een draad van zij en ik vastgebonden aan mijn pijnboommast de oren vol was voel ik dat je erbij bent het bauwgroen in je blik die me volgt
–als ik na je eilandrots gerond je landengte achter me gelaten de doorsteek naar spuigat maak–
mij na zingt zoals nooit tevoren – jij weet mijn stem zal je achterhalen, vangen en overstromen in je aren, niet als lood of oudrood ijzer maar als klare taal het aabbcc van een Lodeizen
in lengte van dagen *kun je me niet verlaten – nu morgen overmorgen ooit
gaan we samen onder zeil
Cartouche , 26-08-2022
*geïnspireerd door en geënt op het gedicht “je hebt me alleen gelaten” Hans Lodeizen
je hebt me alleen gelaten maar ik heb het je allang vergeven want ik weet dat je nog ergens bent vannacht nog, toen ik door de stad dwaalde, zag ik je silhouet in het glas van een badkamer en gisteren hoorde ik je in het bos lachen zie je, ik weet dat je er nog bent laatst reed je me voorbij met vier andere mensen in een oude auto en ofschoon jij de enige was die niet omkeek, wist ik toch dat jij de enige was die mij herkende de enige die zonder mij niet kan leven en ik heb geglimlacht ik was zeker dat je me niet verlaten zou morgen misschien zul je terugkomen of anders overmorgen of wie weet wel nooit maar je kunt me niet verlaten
Hans Lodeizen Uit Verzamelde gedichten Amsterdam, Van Oorschot 1996 Zie ook de uitleg van Lambert Wierenga
een adembenemende lodeizen inspiratie door Cartouche – buiten mededinging – wat hadden we hem en deze graag voorgelezen gehoord in veraas tuintje – ooit gaan we Cartouche horen – deze toch wel erg goed geslaagd – ik hoor de woorden zelfs met begeleiding van bjorn van rozen op de achtergrond – deze overgave in woorden zou zo erg gepast hebben gisteren avond – cartouche dank je wel.
het zonlicht nam de tijd verdween achter de bomen speelde daarna nog tikkertje met de golven in de baai
pas bij de laatste stralen brak het in onze glazen weerkaatste het in jouw ogen waarin ik voor het eerst mezelf nu eindelijk weer zag zoals ik ooit bedoeld was
anke labrie in twee simpele strofen weet anke – maar eerst die prachtige eerste regel over het zonlicht en de tijd – door naar de tweede strofe – het leven te schetsen zoals het bedoeld is. in twee strofen 4 ogen op de kaart. om het leven te 4en.
Scherven
Zoals alles breekt lege glazen na beschonken de scherven na de dronk na de nacht de ochtend
ik bood je een bed koos jij het strand waar we de roes van de wijn met de sterren deelden
dat je de zon als troost hoopt niet de stralen kleuren het hoofd het is schaamrood dat uit de glazen op de wangen trekt
zo gebroken als we zijn de stoet van lege flessen wij temidden van de scherven die als kaarsenhouders om een baar
Met Joop Scholten maakte ik kennis bij de Haarlemse Dichtlijn in mei 2008. Wij droegen voor in hetzelfde blok, 10 dichters, hij raakte mij meteen met zijn gedichten, ze riepen bij mij een zekere herkenning op; wij spraken elkaar later die dag over het gevoel van verwantschap, de onderwerpen die ons raakten. Zijn gedicht ‘Vijftien’ (opgenomen in zijn bundel “Ook dit is een vorm van geluk”, De Witte Uitgeverij 2011) inspireerde mij tot ‘Wij kwamen’. Joop antwoordde daarop met ‘Pinksteren in Haarlem’.
Het idee om elkaar bij wisseling een gedicht te sturen, waarbij de woorden van de een door de ander op eigen wijze gebruikt mochten worden, sprak ons zeer aan. Het bracht een veelheid aan poëzie als ook een warme vriendschap, waaraan helaas door het overlijden van Joop in 2018 een einde kwam. Ik schreef hier afgelopen weekend al over op de Pom, in ‘We zeggen dat missen mag’.
In die 10 jaar zijn er in onze wisseling 165 gedichten geschreven, traden op diverse podia samen op (altijd vergezeld door Meta Boldingh, de partner van Joop) o.m. bij Eijlders, bij Dichters in de Prinsentuin in 2012, bij de Haarlemse Dichtlijn jaarlijks, en o.m. op tournee bij Beeckestijn in Velzen, bij de OBA Amsterdam en op de pont bij Sail Amsterdam in 2015.
In de serie Dichter bij Eijlders is een deel van de reeks gepubliceerd: “Voor de dag van morgen” (2016).
Een korte beschrijving van een ontmoeting met buurvrouw Daisy en haar hondje Teuntje, voor pomgedichten, groet, Merik
Dagboekaantekening Hoe de hond… Teuntje met drie poten keek me droevig maar zelfverzekerd aan, ik aaide hem over zijn kop en we zeiden: “ Veel beter zo, bij vrouwtje Daisy, niet meer in het asiel. “ “ Fijne dag, “ zei Daisy en liep weg met hinkende Teuntje.
Warm is het hier wel. In Benicàssim. Benicasim mag ook. In het Valenciaans. En dat is dan weer Catalaans maar dan anders. Het is zo´n stadje waar je niet zo snel komt. Benicasim. Zo Spaans dat men er nauwelijks Engels spreekt en waar de obers, onaangetast door het onbeschofte gedrag van buitenlandse toeristen, nog beleefd en vriendelijk zijn. De menukaart is Spaans. De gerechten zijn Spaans. Alles is Spaans betaalbaar. Of kan ik maar beter Catalaans zeggen? Valenciaans? Whatever. Twee euro voor een biertje. Toeristen zijn er wel. Zeker wel. Best veel ook. Goed boerende Madrilenen die vanuit hun vakantievilla zo het zandstrand op lopen. Het grindstrand echter, even verderop, is nagenoeg verlaten. Ik hou ervan. Warm grind. Zon in steen gevangen. Op de rug. Zonder handdoek. Totdat je je vel uit zweet. Totdat het grind je in het lijf gegrieft staat.
Huppa. De zee is lauw. Het water helder. Blauw met van die bescheiden kabbelgolfjes. Muziek is er ook. Tot diep in de nacht. Tot de morgenstond. Reggae all over. Het festival is op loopafstand. Richting bergen. Een half uurtje vanaf het strand. Straks ga ik weer. Je moet ervan houden. De diepte. De bas. Het ritme. De rust. Ze spelen hier graag. Al mijn oude helden. Rastafari. Dikke zeventigers inmiddels. Still going strong. Plus een nieuwe generatie muzikanten die het roer langzaamaan over begint te nemen. Hedendaags. Met dezelfde intensiteit. De message steeds even krachtig. Het festival is buitengewoon chill.
Haast bestaat er niet. Men staat er vrolijk in de rij voor hapje of nog een drankje en voor de heren is er nog gewoon een ouderwetse plasgoot. Bier wordt nog per glas met de hand getapt en men doet er ook niet aan van die stupide plastic muntjes. Hoewel een van de meest bezochte muziekfestivals in Europa is er van drukte geen sprake. En van drukdoenerij al helemaal niet. Druktemakers bestaan hier niet. Kortom, een paar dagen genieten nog. Gracias Rototom!
de commentaren stonden toch een beetje in het teken van het algemeen zo vaak geldende in de poëzie: met minder meer. maar dan moet dat mindere ook wel de kracht hebben van heel veel meer. de 11 woorden van dichter grootscholten dreunen na. dreunen door. het zijn stuk voor stuk mokerslagen passend bij het genadeloze thema van vandaag.
hier lezen we arends, schierbeek en grootscholten in één adem – ademloos. goud. ademloos goud voor Etwin.
een punt
op een gegeven moment moet ergens gewoon
op een moment ergens
Etwin Grootscholten
waar een klein land groot in kan zijn: dichters die hele grote dingen klein kunnen houden. het is bij deze grootscholten ook een beetje of we jan arends lezen – jan arends in een sausje van schierbeek – het ‘herhalingsgestotter’* van schierbeek in zijn bundel ‘de deur’ geschreven na het dodelijk verkeersongeluk van zijn vrouw. het gedicht als een kale dunne boom. hoe kan een mens – een grootscholten – zoveel herhaling in zo weinig woorden krijgen? op een gegeven moment lees je het. ergens. hier.
* ik ik zal ik zal je ik zal je nooit ik zal je nooit vergeten ik zal je nooit meer ik zal je nooit ik zal je ik zal nooit zal ik je meer
Bert schierbeek
Etwin Grootscholten: moet
Frans terken: er hangt slechts wit in de lucht
Rik van Boeckel: seizoenen van stilte
Cartouche: dat ogenblik dat ik mysterie zag
Geraldine Bank: Ik zocht je in de zomer
Anke Labrie: Zorgvlied heeft geen straatnaambordjes
Erika de Stercke: een stipje aan de hemel
Ien Verrips: jouw naam wordt niet vergeten
Ton Huizer: naast zoveel overmacht
het verlies van wie of wat je lief was gaat als een vorm van verdriet onder je huid zitten – we kennen het gevoel van machteloosheid allemaal wel. een huisdier, een geliefde, een familielid, een kind, een samenzijn. ik lees op dit moment ‘Want de avond’ van Anna Enquist over de verschillen in de verwerking van ellende door de hoofdpersonen in haar roman. het thema van deze week is verwerking: wie wint de enige echte virtuele – vertel vertel maar – van de stille avonden die schreeuwend stille – trofee op pomgedichten punt nl? u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
liefste laten we terug gaan naar waar alles alles was zacht en voeten waar alles rook naar wat er was
en wij niet wisten waarom niets meer wisten het was zo een avond zo een avond was het
we waren nergens we hielden op het was een bos het was geen bos het was van ons
pw
‘We zeggen dat missen mag’
Hoe ‘je mist meer dan je meemaakt’ van een onweerlegbare waarheid is ik mis meer het meemaken met jou
alsof er op het podium een lege stoel de knop van de microfoon uitgezet er rest slechts ruis uit de boxen
of dat mijn inbox tevergeefs wacht geen bericht dat het scherm vult er hangt slechts wit in de lucht
zoals het wit dat tussen de regels rust dat ik daar even inhoud en stilsta bij wat er niet meer komt
waar ik eerder naar uitkeek hoe het dan toch het laatste gedicht waarin je schreef voor een pasgeborene
iemand die nog beginnen moet leven vanaf de eerste dag leren wat missen is
prachtige titel het citaat van Katelijne Brouwer – frans schreef als begeleidende tekst: ‘gedicht, (…) dat ik eind 2018 schreef, kort nadat Joop Scholten overleden was. Of het helemaal past in het thema? Anders maar buiten mededinging (..) “- Joop Scholten de duo-dichter en vriend van Frans Terken over wie Frans aankomende donderdag of een donderdag later op pomgedichten punt nl een column zal schrijven. het gedicht past natuurlijk in het thema. de woorden hier gaan inderdaad onder je huid zitten. de herinnering aan een bijzondere man als joop scholten en de pijn van het verlies en dan die bittere laatste algemeen geldende strofe – we plaatsen het gedicht uit respect voor Frans en Joop buiten de wedstrijd. ook al omdat ik niet onbevangen kan oordelen in dit geval.
Het afscheidsseizoen
Missen in de seizoenen van stilte het gehechte samenzijn en praten
jouw stem in mij roept herinnering op het afscheidsseizoen ligt achter ons
het verdrijft de tijd met zwijgen lijden laat overlijden niet los
jij kijkt mij aan zonder gebaar zegt: doe wat je zelf wilt
blijf dichter bij jou als symbool voor de jaren van saamhorigheid.
Rik van Boeckel 19 augustus 2022
mooi hoe degene die achterbleef toegesproken wordt door de degene die verloren ging. mooi ook hoe rik van boeckel de dood transformeert tot een seizoen van stilte, tot tijd zonder gebaar. deze ronduit dichterlijke en troostrijke constateringen maken de woorden die ik minder poëtisch vind als ‘samenzijn, symbool en saamhorigheid’ acceptabel. die woorden zijn mij te veel uit de wereld van het proza gelicht.
Huidig
licht ontstoken rood als een spaanse peper gloei je als toen dat ogenblik dat ik mysterie zag, het oog dat mij als hand te doorboren wist, de vonk die aan ritme van het hart dimensie gaf
elke keer ik je nu herlees vleugelwoorden op vloeipapier – schreeuwt het stilte om me heen een gezicht, onbezonken blik hoe jij de wereld – een slinger gaf waar geen Foucault zelfs toe bij machte was
glijdt een vinger huiver over mijn huid voel ik mijn liefste – zoete pijn van al verterend samenzijn hoe jij als een gezwollen ader op mijn netvlies en aan mijn lippen ligt – de graal mijn huidige staat van zijn
Cartouche / 20-08-22
eerlijk gezegd vind ik het gedicht – hoe zeer de woorden ook gekozen en ook hoe zeer de lezer het beschreven leed kan navoelen – dat wekken de woorden wel op in me – over de top.
bij de eerste strofe haak ik al af. teveel teveel en nog eens teveel vergelijking voor zoveel pijn – het teveel schuift de pijn achter het dichterschap en maakt het beschrevene in zekere zin niet geloofwaardig. hij is met dichten bezig denk je en niet met verdriet. het had ook over een broodje gehakt kunnen gaan. o nee in gehakt stop je geen spaanse peper.
Ik zocht je in de zomer Achter oude struiken Smeekte ik je stem
Zomertafel met lege glazen.
In de winter keek ik naar buiten Dat je ineens voor het raam stond Sneeuwvlokken op je wimpers.
Nu heb ik een wereld ontdekt Waar buiten de tijd wordt geleefd Het vage verdriet blijft bij me
Het vage verdriet Dat om de blueszanger hangt.
Geraldine Bank
de woorden geven me het gevoel bijna een gedicht te zijn. de aantekeningen moeten net nog tot een geheel gevormd. er zitten mooie beelden in – die blueszanger prachtig. het is wat hooghartig om het te doen maar ik wil met iets minder meer hier – ik doe het toch:
Ik zocht je Achter oude struiken Zomertafel met lege glazen.
In de winter keek ik naar buiten Dat je ineens voor het raam stond Sneeuwvlokken op je wimpers.
Het vage verdriet blijft bij me Het vage verdriet Dat om een blueszanger hangt.
geboortedag van een vriendin met drie witte rozen richting Zorgvlied
je zit nu tegenover me ‘even een lunchje doen’ bij ons vaste restaurant waar de Amstel nog steeds stroomt steeds maar weer voorbij blijft stromen ook deze drie jaren
je moet lachen als ik zeg Zorgvlied heeft geen straatnaambordjes en dan ik en plattegronden…
doodmoe van het dwalen heeft die lieve jongen die bij zijn vader op bezoek ging ze hopelijk bij je graf gelegd
ons lunchje wordt een lunch we lachen om het leven proosten als vanouds dwars door het missen heen
anke labrie (21-08-2022)
misschien is die lieve jongen er toch teveel aan. ik houd van eenheid van tijd en plaats en personen in een gedicht. in de werkelijkheid natuurlijk niet maar het gedicht wél – kan zonder die zoon. twee vriendinnen die in staccato taal met elkaar praten is genoeg voor het drama. voor het overwonnen drama. voor het verwerkte drama. voor het te verwerken drama. mooi tafereel aan de amstel.
overtocht
hoe kan ik jou vergeten zelfs al is het snikheet een stipje aan de hemel zegt zoveel
we reisden naar steden legden contacten, namen vriendschappen mee beloofden terug te keren
onze drang naar verder droogde langzaam op en herinneringen vulden het bed met zottigheden
hoe mooi een leven kan zijn in de geur van liefde het strelen van de tijd was je maar gebleven
Erika De Stercke
Erika heeft ‘de Cartouche in haar’ gelukkig even weggelegd. de woorden ontsporen en ontploffen nog weleens in haar poëzie waar je bij staat – maar hier niet! en daarom pleit ik ervoor om de eerste en de laatste regel te schrappen – het zijn gevoelsregels die wat mij betreft niet hoeven – cartouchiaans teveel zijn. als we het gedicht zonder die twee regels lezen hebben we de inhoud van die twee regels al helemaal tot ons genomen. dat ze niet geschreven hoeven. ook hier is minder meer:
zelfs al is het snikheet een stipje aan de hemel zegt zoveel
we reisden naar steden legden contacten, namen vriendschappen mee
beloofden terug te keren onze drang naar verder droogde langzaam op
hoe mooi een leven kan zijn in de geur van liefde het strelen van de tijd
we drinken op jou delen onze herinneringen jouw naam wordt niet vergeten we noemen je bij wat we doen alsof je er nog was bij ons en als het monster grauwt en klauwt het gemis ondraaglijk wordt dan zal ik huilen zachtjes in mijn eentje
aug. 2022 Ien Verrips
huilen we mee hoor Ien – en we drinken mee dat ook hoor – doe maar twee witte wijn. erg goed medicijn tegen grauwe monsters – haha mooi beeld – zo kunnen ze zijn inderdaad zo monsterlijk die monsters – de pijn en de gedachten aan wat of wie ooit – ik zou de tweede regel hier schrappen – die is wel duidelijk genoeg in het gedicht verwerkt. en hoeft niet gezegd of eigenlijk voor de herhaling heeft plaatsgevonden herhaald.
Naast het bed
Vele malen afscheid genomen in de pauzes van je diepe dromen gebogen
als het rietje in het lege glas verkreukeld als de zakdoek in je hand van was beneveld
na een zoveelste doorwaakte nacht klein naast zoveel overmacht
Ton Huizer
het lijkt op waken en op het wachten tot de dood zal intreden – die moeilijke momenten – in ieder geval hier moeilijke momenten gevangen in hele kleine aanduidingen – een rietje, een leeg glas. en samengevat in het grootste woord dat te vinden is: de overmacht.