
Het regent oneindigheid. Het stroompje dat meestal onvoldoende kabbelt om zich beek te mogen noemen stort zich woest kolkend de heuvel af; bij het pad beneden een woelende waterval vormend. Zo te horen tenminste want het klotst er luidkeels tussen het groen. Daar waar de klei drassig is tot aan de enkels klatert het lente. Het grote groene ontluiken is en blijft een fascinerend schouwspel. Eva strooit zoveel liefde dat alle knoppen tegelijk lijken te ontploffen in een orgie van alle tinten groen. Boem! De pasgeboren wereld ontwaakt in haar groene belofte. Alles is nieuw. De eiken zijn nieuw. De bosrand aan de overkant: nieuw. De koeien in het weiland. Zoemende horzels. Meikevers. Hélicoptères de l’armée. En het groene glanzen van de nog slome nieuwe vliegen. Zelfs de rit naar de super is nieuw. Ik laat mij er verleiden door mosselschelpen groot als in paella. Vers uit het koelschap bij de visafdeling: élevée en Espagne. Nieuw? Ik word er hebberig van. Van die grote schelpen. Maar de mosselbeessies blijken miniscuul. Voortaan beter weer Zeeuwse.
Peter Berger



















