Om te schrijven kijk ik rond zie ik alles in een spiegel waarin m’n oren langs m’n wangen druipen m’n mondhoeken tot op m’n enkels en grauwe wolken die wegdrijven met het leven zelf
sla ik die spiegeling aan stukken dan is er die schittering opeens die helderheid die oproept, en dan goed en gratis weer zo’n dag die niet op kan
Karin Beumkes heeft laten weten pomgedichten 1x per maand te willen verrijken met haar poëzie. haar aanbod graag aanvaard natuurlijk na de afgelopen drie jaar haar wekelijkse poëtische bijdragen geadoreerd te hebben. steeds tegen de eerste van de maand een nieuwe Beum – we zien er naar uit. Peter Berger heb ik bereid gevonden 3x in de maand de vaste maandagcolumnist te zijn – trots als ik ben met zijn poëtische columns.
Het is stil op het binnenhof. En grauwgrijs als altijd. Even de wonden likken en meteen weer het gas erop. Broekpoepers op links. Doordravers op rechts. Met in het midden de schriftgeleerden en de ongenaakbaren. Vooruit met de geit! Uiteraard. Zo gaat niets veranderen. Blijft het donker. Een waterval aan leugens wordt moeiteloos door slijmerige lippen uitgekotst. Waarheid prevelend met een wervelwind aan woorden; maar de boodschap gaat verloren in een nietszeggende fluisterbries.
Als een wazige neon crucifix die passieloos pulseert tussen de plastic borsten van een pornoblond popje. Contraction. Explosion. An endless fashion. Q-marks. Q-marks. Q-marks. Commercials? Mode accessoire? Er zullen altijd vragen zijn. Want er is een groot gat in mijn leven dat niet gevuld kan worden met plezier. Ja, er is magie in passie en jouw schoonheid zit diep in de huid maar je stem zit boordevol geld.
It is in every glimpse. Je bent een gevangene van keuzes. Jouw keuzes. Ze drukken de aard van je intenties uit. Pas op voor de beveiligingscowboys. Ze bewegen zich als gedegenereerde tienermodellen. Beheer van de menigte. Sanitair onderhoud. Verminderde capaciteit. Hoeveel toekomst heb ik? Mijn enige zorg is dat ik morgen wakker word.
Een hele – geen halve – goeie morgen, beste Pomsitebezoeker. Lang niet meer gearriveerd zijnde dacht ik: kom, uit de schulp. ‘Naar buiten, jongmensch!’ (J.J.L. ten Kate). En wel met een licht bewerkt mailbericht (Jantje van Leiden een beetje, toegegeven). Al jaren, moet je weten, ben ik op mailafstand van meer dan 1,5 meter de drijvende kracht achter een cryptogramclubje. Elke zaterdag stuur ik de medepuzzelaars de digitale versie van het NRC-scrypto. De mailteksten worden steeds langer en hebben inmiddels – geheel los van het cryptogebeuren – het karakter van een overdenking gekregen, over actuele zaken bijvoorbeeld of een opvallend taalverschijnsel (stokpaardje).
15.01.22 Novax Chocofiets die redt het niet
Hoi. De kripmail die krijgen jullie wat vroeger dan gebruikelijk toegestuurd. De zaterdagochtend die ziet er nu namelijk voor mij wat anders uit. Straks dan ga ik per fiets, trein en bus naar mijn goede vrienden Rinus en Christine in Utrecht. De fiets die zal vast nog wel in de box staan. In Utrecht daar wonen ze al decennia. Maar goed, volgende week dan is alles wel weer volgens het oude normaal. De trein die moet ik gewoon halen. Op Amsterdam Centraal daar is misschien qua NS weer van alles (spoor)loos. Maar n.i.w. de koffie die zal wel smaken daar in de Goethelaan. Elke ontmoeting die is these days al een feest. De maatregelen die zijn dan wel versoepeld (Ernst Kuipers die kwam bovendien een stuk to-the-pointer uit zijn woorden dan Huug), maar moeilijk dat blijft het nog even. Ik bedoel, vorige week toen was het puntje bij paaltje niet dat je zegt anders.
De actualiteiten, het nieuwe kripmailitempje, die krijgen jullie nog van me.
Welnu, genoemde tennisser Novax Showcovids die blijft geweigerd worden daar in het open Australië. Novax die stapt nu naar de hoogste rechter (de lift die schijnt buiten werking daar in dat gerechtsgebouw). We gaan het meemaken. Interessant dat is het niet echt.
Ronnie Spector dan. Wie? Ronnie Spector die zong bij de Ronettes. Overleden. De naam die is officieel Veronica Bennett, maar ze was een paar jaar getrouwd met muziekproducer Phil Spector. Phil dat was de man van de Wall of Sound. Die is twee jaar terug ook overleden. In de bak daar had ie jaren gezeten. De man die had een actrice vermoord. Zijn gun die smookte nog na toen ze hem in de kraag grepen. Compleet gestoord. Maar gek dat was ie altijd al. Veronica die had het zwaar onder zijn regime. Ook zij had zijn pistool tegen haar slaap gehad. En het huis verlaten dat mocht ze vaak ook niet. Haar schoenen die pikte hij in. En naast die Wall of Sound legde hij ook een Wall of Barbed Wire om het huis. Dat soort dingen die deed Phil. The Beatles die hebben nog met hem samengewerkt. Op ‘The long and winding road’ daar is het bijvoorbeeld goed te horen. Niet te geloven.
Deze mail die moet maar eens afgerond.
Eén ding nog. Mijn veelvuldig gebruik van met name ‘die’ dat moet jullie zijn opgevallen. Dat gebruik dat was om stoom af te blazen. Die. Dat. Daar. Dan. Om het zelf eens lekker overdreven te doen. Die spraakafwijking die moest met een overdose maar eens flink aangepakt. Dat jullie het ook eens hélemaal zat worden. Ja, in het zand daar staan mijn hakken dan. Want het is erg: naast de pandemie, die hopelijk en waarschijnlijk in een endemie overgaat, hebben we qua taalgebruik te maken met een… ja, wie sag’ ich das jetzt… een ‘diedemie’, de ook besmettelijke varianten dat, dan, daar en toen erbij ingesloten. Zelfs nieuwslezers en de jongens van ‘Even tot hier’ die bezondigen zich eraan. Niet alleen tekstdichter Pierre Kartner (‘De mensen die zijn daar gelukkig gewoon’) en weerman Taper Puiker Nummerkes (‘Morgen dan houdt de storm aan’), nee, IEDEREEN DIE doet dat. Je moet eens opletten.
Laturrr, Hagraerix
PS bijgewallofsound een liedje van The Ronettes. ‘You came, you saw, you conquered’. (Die volgorde, ja. Het is niet The Voice, zeg. Geen dubbele Rietbergen hier.)
we moeten echt deze week DITMAR BAKKER feliciteren met een prachtig gedicht waarin de gelatenheid en de berusting in een ultieme krachtsinspanning aan de poëzie wordt meegegeven ter troost van vele lezers en uiteindelijk ter troost van alle mensen – de mensheid in zijn geheel niet uitgezonderd – die vroeger of later zullen weten wat verliezen is. een soort zelfde schoonheid mochten we lezen bij Cartouche maar door hem is het thema wel op enige afstand gezet- zie het commentaar onder zijn gedicht met een zilveren rand. van harte!
Zolang als deze sigaret nog duurt, één kort moment -al is ’t al aan zijn end- waarin de as stil valt op ’t vloercement terwijl wat afgestoken bij het vuur rook werpt in wolken schaduw op de muur waar vreemd doorheen men jazzmuziek herkent, haal ik het beeld omhoog dat jij nog bent, waartoe mijn dromen dienden tot dit uur. En dan vaarwel, adieu! De droom: finis. Ik kan ’t vergeten, dat gezicht van jou, je trekken raken langzaam uitgewist, je woorden nooit, je lachen nog niet gauw: je schijnt net als de zon die onder is, het laatste licht laat wolken donkerblauw.
***[D.B.]
–> in een mooie vorm van gelatenheid – de fasen van ontkenning en de woede voorbij – het afscheid beschreven in vlagen van ja van wat – eerst verdwijnt langzaam het gezicht en dan de rest beetje bij beetje – de entourage zoals de entourage moet zijn wat as op een cementen vloer – maar niet de woorden – blijkbaar. en dan die ik-vorm – die bijna onmogelijk te hanteren én toch hier gehanteerde vorm – zo dat elk woord in pijn is uitgesneden – prachtig:
het is de pijn die in de as van wat ooit van de liefde was wordt neergelegd
over hoe de liefde op gaat in de mist en een geliefde de mist in drijft
Niet alles geeft zich uit zichzelf bloot
verwijt een dag nooit wat er kan gebeuren bijvoorbeeld: je liefje bloedt jou dood op zondag – vergun mij deze quote er blijven dagen zat om te treuren en geuren
waar ook die ene steevast wederkeert het duurt een leven voor dat is verteerd
hoe men bij het einde blikt naar voor zijn zegeningen wegwist van zijn handen – maar toe, vertel me nu voor al toch muze – van de man die de dagen terugtelt om te landen bij de branding waar hij zich in jou verloor
die avond toen – zonder taal en dralen tezamen jij je als lijfelijke deken spreidde voor zijn ogen – saudade heeft nog niemand ooit bedrogen – de zomer die jíj hem deed beamen
in hem rond bleef zingen als kringelende waterdingen
15-01-2022 / Cartouche
–> het is – de woorden zijn – net als bij dichter ditmar bakker van een zeldzaam schone gelatenheid – de dichter heeft de afstand kunnen vinden in de gebiedende wijs én in de tweede en derde persoonsvorm – jij – hem en men. en toch bij dit soort zo persoonlijke dingen hoort de ik-vorm. die bijna onmogelijke vorm in dit soort situaties. dat maakt het verschil deze week tussen goud en zilver. dat de titel precies aangeeft wat de lezer kan verwachten doet daar niet aan af. én hoe onovertroffen een strofe als deze ook is:
hoe men bij het einde blikt naar voor zijn zegeningen wegwist van zijn handen – maar toe, vertel me nu voor al toch muze – van de man die de dagen terugtelt om te landen bij de branding waar hij zich in jou verloor
RIK VAN BOECKEL – de zomerfontein een dansend gezicht
DITMAR BAKKER – je schijnt net als de zon die onder is, het laatste licht
FRANS TERKEN – het vroege licht op de hielen
ANKE LABRIE – doezelig door de witte wijn
CARTOUCHE – het duurt een leven voor dat is verteerd
BIER!
wie wint de enige echte virtuele – heerlijke zomeravond trofee – op pomgedichten punt nl?
de dichters brengen ons – al is het voor even – terug in en bij die heerlijke zomeravond die we allemaal ooit mochten meemaken – die heerlijke zomeravond die we weer willen meemaken – geniet de gedachten, geniet de gedichten alvast – we zijn op weg! u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
laat alles los en eenmaal los van alles het gedicht weer aan de poëzie
om op te gaan in de onaantastbare eeuwigheid van die ene zomeravond die maar niet wil overgaan
pom wolff
Pom, hier mijn zomerse bijdrage. Om zo de winter even te vergeten. Groetjes Rik
De zomerfontein
Stralen strelen een zachte wind strekken zich uit in een bocht de val in de vijver gezocht nu de zomer haar glorie zoekt
de vijver herbergt herinneringen het zinderend groen daalt neer de opmaat naar de zomer weerklinkt in het tjirpend ritme van vogels
ze vliegen van de hak op de tak met een vrolijk speels gemak koesteren de levensblije lucht de zomerfontein een dansend gezicht
vredige stiltes doorzoeken ‘t groene licht lonken naar de onsterfelijke liefde van de zonnig zingende geest zij is in winter en lente geweest.
Rik van Boeckel 15 januari 2022
–> de opdracht was duidelijk: “de dichters brengen ons – al is het voor even – terug in en bij die heerlijke zomeravond die we allemaal ooit mochten meemaken…” – het is maar goed dat ik dichters uitnodigde voor deze zondagochtend en niet zangers als aliB of marcoB. hoe dan ook de dichter rik van boeckel verhaalt over de vijver, de fontein met vogeltjes en het lukt rik inderdaad om dat blije zomerse gevoel in woorden door onze winterse natte dagen te jagen. blij twinkelerend op weg naar die altijd aanwezige zomerse liefde. een mooi relaas.
Zomeravond
Als op voeten die je niet bij kunt houden zo hol je door dit dorre seizoen het vroege licht op de hielen
je wrijft de winter van je botten werpt je wolvenvacht af om haar niet af te schrikken
dagen van diepe slaap overbrugd haar gewekt als een lentebloem een kus van vlinders in de buik
dat je haar weer bij de hand neemt zoals op die laatste zomeravond belofte alsnog waargemaakt
van ‘s ochtends liggen in het gras dauwdruppels als parels op haar huid in de ogen een zon die nooit nog dooft
–> Frans brengt die ene zomeravond wel heel dichtbij – die avond die in de ochtend al begon getuige de laatste strofe – in de eerste twee – drie strofen schrijft de dichter de barre zaken van de winter af. in de laatste twee drie strofen vertoeft dichter met zijn lezers in een dolce far niente van de ooit beloofde lezen wij en nu dan toch nagekomen liefdevolle zomerdag. de derde strofe als scharnierpunt gegeven ook van de jaargetijden.
zo’n zwoele zomeravond de zee was kalm die dag de zon had alle tijd genomen lang was het zand nog warm
doezelig door de witte wijn zachte muziek wat verderop te loom de liefde te bedrijven het strand een kinderbed
de liefste kus die zij ooit kreeg zachtjes midden op haar neus zij wist zijn naam niet eens die kus weet ze nog steeds
anke labrie 15-01-2022
–> anke beschrijft het prachtige einde van die zomerdag die een leven mee gaat of ging. dat ultieme gevoel boven alles te zweven met wat wijn, in de armen van een geliefde, het zachte genieten in de lome zwoelheid van zo een avond en dan ja dan die zoen voor het leven.
We droomden de dag voorbij adoreerden de gestolen momenten verzonken in suikerzoete roze wolken en verdronken in elkaars virtuele ogenblikken.
We droomden de dag voorbij adoreerden de gestolen momenten verzonken in suikerzoete roze wolken en verdronken in elkaars virtuele ogenblikken.
Tussendoor werden er truffels gemaakt romige vulling in bitter pure omlijsting seconden die uren duurden tijd gaven aan ontdekkingsreizen binnen de kronkels van ons hoofd daar schreven we boekwerken vol openbaringen en legden ons te ruste in vertrouwen.
maakten stommiteiten goed of misschien zelfs dommer dan ooit. Er gebeurde ogenschijnlijk niets maar het valt niet weg te kneden in het bruine brood wat nu ligt te rijzen…het neemt eerder toe.
Er is weer een Kerstvakantie voorbij. Weer een Kerstfeest achter de rug en weer een nieuw jaar ingeluid. Dan volgt de leegte. Dat, wat je na doet denken over wat daar achter ligt. En doet nadenken over alles, dat niet meer is. De gedachten over morsige dagen in het Zeeuwsche. Net zo druilerig en grijs als vandaag. Met als enig geluid de wind door de polder, terwijl je op je fiets het niets doorkruist. Op zoek, naar iets, dat het verschil zou kunnen maken. Wat de monotonie zou doorbreken. Dit vacuüm roept geesten op. Voor mijn geestesoog verschijnt Candy weer.
Jaren geleden had ik me Candy voorgesteld als een meisje, waar ik een wereld in mijn hoofd rond opgebouwd had. Deze wereld kon echter niet materialiseren, omdat fantasieën in het hoofd van de één bijna onmogelijk leiden tot realiteit in het hoofd van een ander. Maar de hoop was er wel. En zelfs jaren later blijven er als een heel kleine veenbrand nog sporen achter. De omgang met Candy toen ik zestien was. Het hernieuwde contact, dat we onderhielden toen we rond de veertig waren. En de onvermijdelijke nieuwe breuk niet lang daarna. Een uitgemaakte zaak, maar een verhaal, dat zich nooit echt heeft af laten maken.
Bij mijn dochter zie ik de puberale worstelingen, die me zo herkenbaar voorkomen. Maar oude mensen gaan er anders mee om. Mijn dochter doorkruist de leegte van de stad Rotterdam, met het monotone gebrom van alle stadsgeluiden. Ze zoekt iets, maar weet niet wat. Zoeken zonder doel en wachten op een wonder, maken haar onrustig. Maar laten haar ook dromen. Misschien bouwt ook zij in haar hoofd aan een illusie, die alles goed zal maken. Een verpersoonlijking, van een droom. Van het containerbegrip ‘liefde’. Of eenvoudigweg, het vluchten van de leegte.
En ik? Denk ik dan werkelijk, dat het zin heeft oude geesten te bezweren? Of is het slechts verlangen, naar een vervlogen jeugd, waar ik me in retrospectief zoveel meer kansen had toegedicht? Nee. Het is een onbedwingbare drang om open eindes te creëren en te houden. Het is het verbergen van gemiste kansen in de hoop ze ooit weer te kunnen vinden als broodkruimeltjes in het bos, als je verdwaald bent. We falen niet per definitie, omdat we iets niet kunnen. We doen het, opdat we onszelf nog een keer de kans willen geven. Om zo de oneindigheid van de jeugd in leven te houden.
het zou een heel gedicht geworden zijn noodzaak zou je vroeger zeggen urgentie nu! een leuze bijna alsof je een nieuwe partij begint
maar je hebt het nieuwe jaar niet gehaald en het is al weken weer dat ik met een bloemetje jij maakt niet altijd je regels af zie ik je nog glimlachend zeggen
nee ik maak niet altijd mijn regels af jij je leven niet – mag ik dat nog en hoe mooi je was – dat ook zeggen
…
schrijf nou eens een gedicht zonder dat verlangen zonder het onopgelost zijn van wat je in de verste verte nog toe zou willen dichten
zonder die machteloosheid die absurde poging tot communicatie zonder alles zonder alles alles te noemen schrijf nou eens zo een gedicht
zonder afstand
….
ga je nou in dit derde gedicht ook weer voor loodzware vragen en een ondoenlijk heden
of denk je na die twee hoekige gedichten van van de week een afronding is nu wel passend
en laat ik alles los en eenmaal los van alles dit gedicht weer aan de poëzie
om op te gaan in de onaantastbare eeuwigheid van die ene zomeravond die maar niet wil overgaan
Deze keer voor pomgedichten een hommage aan Hiltje Hettema, die ik sinds lang ken van de Amsterdamse Voorleesclub en Schrijfgroep de Klus en van diverse andere podia.
Voor Hiltje
Uit de verte kenden we elkaar ergens van. Er klonk een trompet en een roffel.
Je maan betoverde je, dacht ik. Dus zwierf je in je tentje langs stad en land tot in Polen.
Af en toe een liefdesbrief aan een viooltje, schreef je, aan een zwaan, een hond, iemand die ik als je zoon herkende.
Waar blijf je ? Je danst je volksdans, je muziek, je gedichten.
ik ben best tevreden meestal ook wel blij zoals ze tegenwoordig zeggen ‘ik hou van mij’ alleen zijn er momenten, gelukkig niet zo vaak dan voel ik me onrustig, maak me zorgen over mij alleen
stel dat het licht uitvalt of dat ik struikel op de keldertrap of dat ik wakker word met hoge koorts in bed
alleen ben ik soms bang steeds vaker dan voorheen kan ik de slaap niet vatten door de angst van wat er komen kan
twee jaar geleden – net voordat de corona wereldpandemie uitbrak – veroorzaakt zoals wij allen weten door de overdracht van het virus op Texel van dier op mens – hoe vaak riepen wij niet hier in 020 – hou op met al die lammetjes dat gaat een keer fout – maar nee hoor luisteren is er niet bij op texel – men fokt en fokt en als ze uitgefokt zijn fokken ze nog door – twee jaar geleden dus werd ik ontvangen op texel – de discussie vandaag met eilanddichter ROOP – rechts op de foto maakt genoeg duidelijk. ik kwam – toen het nog kon – met een boodschap – nu zitten we met een wereldpandemie die nooit meer weggaat:
POM: dit is al weer bijna twee jaar geleden. uit 020 is het een eind rijden richting naar boven. dan moet je nog uren wachten op een boot naar dat eiland. overal meeuwen. gure winden. schrijven ze de boot vertrekt om 1300 uur vertrekt de boot om 1500 uur. en of je nog even wil bijbetalen voor de zielige kindertjes en de zielige zeeleeuwtjes en andere dolfijnen. op het eiland aangekomen kun je nergens parkeren. ja aan het strand. maar je moet naar het dorp – weer een uur lopen door de regen. ben je eindelijk aangekomen na je wereldreis denk je een warmhartelijk welkom te kunnen gaan genieten. aan mijn gezicht op de foto kunt u aflezen hoe hartelijk het welkom geweest moet zijn.
ROOP: jankerd. Ze hebben je uit de Kastanjeboom moeten trappen, op weg naar de uitgang probeerde je nog wat gratis bitterballen te snaaien. Tot het moment dat je hoorde dat de consumpties gratis waren dronk je leidingwater, daarna werden dat opeens single malts en exclusieve likeurtjes. Nee, Texel heeft nog lang betaald aan jouw bezoek, ook slachtofferhulp had er de handen vol aan.
POM: nou ik kan me niet herinneren dat er ook maar iets gratis was op dat eiland. na afloop van mijn emotionele en eloquente optreden presteerde de organisatie het nog om te vragen of ik een aanzienlijk bedrag zou willen overmaken op een eilandgirorekening ten gunste van de misvormden op het eiland. en ik maar uitleggen dat inteelt toch echt een probleem van de eilanders zelf is – dat wij van 020 dat er echt ook niet nog eens bij kunnen hebben.
ROOP: Met het ontbreken van een actieve herinnering had je wel een plekje in het nieuwe kabinet verdiend.