Bij deze een tekstje dat ik gisteren schreef op Schrijfgroep de Klus. Iemand heeft ook een foto van mij en Betty gemaakt; ik heb die geprobeerd te delen, maar weet niet of hij bij jou aangekomen is, groet, Merik
Ontmoeting
Zij was drie meter breed, gooide schaduw over mijn krant, die ik verfrommelde in de vuilnisemmer. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt.
Haar zwarte boezem wiegelde. Ze zei: “Lekker weertje.” Wat moest ik nu nog zeggen ? Voor ze de klapstoel onder me wegschopte.
“Weet u de plek van het gevoeg ?” vroeg ze. En: “Speelt U ook piano, ik zing, “Summertime blues.”
Ze was drie meter breed. Ik stond met mijn bek vol tanden, smolt in de hete zomerzon en ze dweilde me lachend op
het verslagje van de CAFÉ EIJLDERS zondagdichtmiddag moet er nog even uit – opening van het seizoen – coronaproof – poëzie, bokbier en bitterballen. paul lokkerbol die losjes presenteert – af en toe de dichter op de eijlderstrap bijlicht – een opening met een eerbetoon aan LISAN LAUVENBERG – paul lokkerbol en seraphina hassels openden met een gedicht van Lisan – die in het verleden een belangrijke bijdrage leverde aan de maandelijkse dichtmiddagen in Eijlders. 60 jaar zei ik tegen seraphina beetje jong toch – seraphina bevestigde mijn opmerking. nou verder op de middag aardige optredens – oa opmerkelijk aardig optreden van Pieter Stroop van Renen. (weliswaar met opsommingen) en twee debuten – een meisje en een jongen.
‘Nieuw talent in Eijlders Ties Tulp – morgen meer schreef ik gisteren. Ties vertelde voor de eerste keer op te treden met poëzie. 21 jaar – prachtig wit smetteloos pak – in het bruine café eijlders – wat wil een mens nog meer. laat mij het eerste interview doen met jou voor pomgedichten. ik schreef wat kreten op een bierviltje dat ik vergat bij mijn vertrek. wat ik me herinner is 21 jaar – bachelor rechten, bachelor filosofie – met Ties bijzondere voorkeur voor filosofie. Huizen – jongen uit het gooi. trots op zijn eerste teksten en zijn open houding naar mij toe – wilde graag commentaar op zijn teksten. na zijn optreden.
we bespraken een paar zaken – mannen sommen graag op – wees je daar bewust van als dichter als je opsommingen opneemt in je gedicht. we hoorden opsommingen bij veel optredende dichters – een opsomming is wel aardig maar niets bijzonders. filosofie en poëzie liggen wel in elkaars buurt maar gooi ze niet door elkaar. zware filosofische begrippen als ‘werkelijkheid’- ‘projectie’, ‘objectiviteit’, ‘relativiteit’ horen niet meteen thuis in een gedicht – die passen wellicht beter in een filosofisch geörienteerd essay. bij de poëzie is de dichter toch op zoek naar de zeggingskracht van de woorden zelf van de regels van de taal. en pas op voor leuk zijn, voor cabaretteksten – cabaretiers zijn veel beter dan dichters in teksten die mikken op de lach. doe dat als dichter liever niet. of met mate. zo bespraken we zijn debuut – een goed en interessant debuut- ben benieuwd naar Ties volgende optreden.
floor voerman – eijlderskorrievee – de hand gedrukt – zag hem zaterdag van zijn fiets vallen bij de presentatie van ‘OP WEG’ een exclusieve en zeer bijzondere kroniek van een jeugd door GERDIN LINTHORST – ik kom daar op terug. Floor dacht eenvoudig de spaarndammerdijk op te kunnen fietsen maar die is hoger dan zijn e-bike kon vermoeden. ik schreef een naar ik hoop bemoedigend gedichtje voor floor:
ontvelt (voor Floor Voerman)
gisteren viel er een dichter van zijn fiets hij draagt vandaag zijn schaafwonden met verve
alsof ze van de poëzie zijn poëzie ontvelt
daar wil ik het bij laten
pom wolff verder een indrukwekkend optreden van seraphina hassels. die mij vertelde over haar vader die ook gedichten schreef – zijn dochter van kritiek voor zag – niet alleen maar gevoel in je gedichten leggen. ik kan vader gerust stellen – ze schrijft heel mooi en evenwichtig. mag ook wel natuurlijk – zoals ooit de overleden dichter F. Starik tegen mij sprak over de 80- jarige dichter Aachenende die aan een slamwedstrijd deelnam: als ie het nou nog niet kan dat weet ik het ook niet meer. 20 dichters zondag bij eijlders – veel komende activiteiten – elke maand ook weer de dichtmiddag. ook zonder lauvenberg en offerman hebben we eijlders. de koning is dood leve de koning. de dichters zijn dood leve de dichters in Eijlders.
natuurlijk doet pomgedichten ook mee. wij van het platte lage land feliciteren ROOP, levenspartner van de Beum daar boven in op Texel met zijn verjaren. de eilanddichter had gisteren van zijn eiland af moeten komen en de dichtmiddag van café eijlders moeten bezoeken – dan ben je pas echt jarig – maar dat terzijde.
we zullen hier vanmiddag kort verslag van doen. genieten we eerst de maandag van Karin Beumkes – onovertroffen als altijd. mijn god wat een dichter!
Dear Pom Een beetje aan de late kant, er was er een jarig en dan weet je het wel. Een feestje gehad voor twee personen met een uitmuntend eindresultaat: een rondje door Den Burg in het donker, hij pakt mijn hand en geeft me een kus. De rest laat zich raden. Liefs Karin
Soms
Maandagen. Dag van volstrekte onschuld. Boodschappen, het hart vol op de linkerplek
Dinsdagen en ergens mist wat hagelslag. Deuren open, de venter bezoekt dit dorp.
Woensdag. Gehaktvlees van onreine dieren tevens biduur voor het vee.
Donderdag zal ik je komen halen op een schip van zure appelen en klokgelui.
Vrijdag. Een pas gewassen dekbed wacht je op. Ik begin een geheel te vormen van dit uur.
Zaterdag. Na grabbelvingeren in tweedehands. Ik voel in tule, oud katoen, je zocht ook blauw.
Zondag. Waarom zou iets worden verzwegen. Ik wil een naam van jou waar nog geen dag voor is.
P {margin-top:0;margin-bottom:0;} Prof. Dr. Yra van Dijk deed vrijdagmiddag middels een mail via de onderwijsadministratie aan alle studenten Nederlandse Taal & Cultuur aan de universiteit Leiden kond te vertrekken als hoogleraar moderne letterkunde.
Beste Yra,
Zojuist las ik de e-mail die je gestuurd hebt aan alle studenten Nederlands. Ondanks het aspect van relatieve geriatrie dat aan mij kleeft vergeleken bij de overigen, behoor ik hen nog steeds toe. Daarnaast ben ik in emplooi geraakt bij een lokale middelbare school—het adagium ‘zij die kunnen, doen, zij die níet kunnen, doceren’ schalt zo nu & dan nog door mijn hoofd, maar gezien mijn conditie kunnen dat ook gewoon de stemmen zijn; zoals je je vast nog mijn wat demonstratieve houding in door jou gegeven colleges herinnert voor wat betreft het dichterschap dat ik zo nastreef, herinneren zij mij eraan dat ik wel dichter wezen moet zijn—futiel of fou, blijft dan een vraag. Hoewel de dichter in mij zich altijd verzette tegen wat die ervoer als Derridaëske indoctrinatie en ontmanteling van het ambacht, heeft de student het nodige van je opgestoken. Daar bedank ik je bij dezen voor; ik wil niet pretenderen dat ik de gang van je gedachten altijd kon volgen, ook niet toen ik je proefschrift over het WIT in de poëzie doorwerkte, noch vermoed ik ooit te kunnen tippen aan de encyclopedische literaire kennis die je bezit—ik heb je altijd gezien als één der kanonnen van de vakgroep en het spijt me afscheid te moeten nemen van de persoon, al heeft je literaire politiek, of politieke literatuur, me zelden gezind. Echter, misschien valt de moderne letterkunde door mijn persoon eenvoudigweg niet te doorgronden en had ik een deemoediger pad moeten kiezen—ik weet nog hoe mijn brutaliteit in één van onze eerste colleges, over die dommelse brug (“Waar haalt u die kruisen vandaan?!”), je een lach ontlokte. Dichters worden vreselijke wezens wanneer ze geconfronteerd worden met letterkundigen; toch wil ik ooit afstuderen in de richting Oudere Letterkunde en zet daar kleine stapjes toe, wat een punt zuigt aan een toch al schizoïde staat. Ik wens je goeds op je pad. Weet dat je emancipatoire signatuur mijn visie heeft veranderd en ik die betrachten zal door te geven aan de jongste generatie lezers, schrijvers, studenten die door mij als in haast nog embryonale staat in onderbouwklassen wordt gemunt en geslepen tot zij misselijk zijn van kofschiptaxi’s en Komrij’s ‘lesbisch negerinnencollectief’. Walgen zullen ze als probate primaten. Bedankt voor je colleges. Bedankt dat je me niet de collegezaal uitgemept hebt. Bedankt dat je te verstandig was om de ruzie die ik steeds opzocht te beantwoorden. Bedankt voor je goedhartigheid. Bedankt voor je introductie van liminale ruimtelijkheid en grijze gebieden. Bedankt voor je scherpzinnigheid. De reden laat je ongemoeid en mij zegt dit genoeg; het is de dichter in mij die je, deels apologetisch maar vooral om je een hart onder de riem te steken, twee vertalingen opdist: één vanuit Robert Frosts “Acquaintence With The Night”; het andere vanuit het gedicht dat Mary Stuart schreef in de nacht voor haar executie.
KENNIS VAN DE NACHT Ik ben bekend met nacht en duisternis. ‘k Ben regen ín, en er doorheen gegaan. ‘k Weet vanaf waar de stad elk baken mist.
Zo zag ‘k de meest ellendig zaken aan, en zag mij een bewaker, in zo’n nacht, zou ‘k niets verklaren, maar mijn blik neerslaan.
Soms stond ik stil, stopte mijn tred, want zacht klonk ergens uit een straat, een huis, een kreet die stokte in een halve jammerklacht,
want niet ter afscheid, noch die welkom heet; iets verder nóg, onwerelds hoog, gewis stelde één klok, die lichtend lucht doorsneed:
de tijd is fout noch goed, geschieden is. Ik ben bekend met nacht en duisternis. ***[R.F.]
O God Allemachtig, mijn hoop rust op u; O goedhartig Christus, verlos mij toch nu; zwaarmoedig geketend, geen uitweg meer wetend verlang ik naar u. Mijn ogen op ’t Hoge, mijn knieën gebogen… Erberme, hoort kermen dit individu. ***[M.S.]
Ik denk dat we deze week toch de eer – de gouden eer moeten gunnen aan de enige echte ware poppenbespeler in ons midden: Rik Van Boeckel. GOUD! heel weinig verschil in kwaliteit bij de ingezonden gedichten – dichters dank voor het inzenden – het is meer de smaak en de gemoedsgesteldheid van het moment die de doorslag geven voor eremetaal deze week. we kunnen wel wat van Riks levendige opgewektheid gebruiken. laten we mengele mengele, de kluwen touw de kluwen touw, het vuur het vuur, de brakende kat de brakende kat – kiezen we voor de aanstekende vrolijkheid – de blijmoedigheid en levenslust die Rik aan de poppen meegeeft, aan de kids en aan ons. van harte!
Pom nog wat aanvullende info bij mijn gedicht. Dat weet je niet van mij maar ik ben in kindervoorstellingen ook poppenspeler. Deze voorstelling heet De boerderij van oom Arie en we beelden alle dieren uit met poppen! Hier een ruzie tussen geit en schaap. De haan uit mijn gedicht hangt links aan de zijkant van de tractor!
Groeten, Rik
Levend tableau
Hij is uit Odense vertrokken dansend over bruggen en zeeën
Hans Christian tekent de voeten zijn lach als hij haar ogen ziet
zij trekken door het ganse land duiken dorpen in met frivole tred
ze worden getekend door de tijd de poppenspeler slaat ze aan
kinderen kijken naar de man met de haan koekeloeren vrolijk in de morgen
zij zingen met de hand op ‘t hart zwervend door dagen en jaren
als de tijd stil zou staan wordt de dans een levend tableau.
Rik van Boeckel 18 september 2021
–> thema de poppen aan het dansen en ja hoor we kregen de poppen aan het dansen. de lieve poppetjes van onze corrie brengen van alles en nog wat – ook mengele – boven – in dichters. mengele en rotterdam – wat een toestanden allemaal op de zo gewijde zondagochtend in dit gereformeerde kikkerlandje vol van politici die elkaar tot op het bot haten. maar wel heerlijk al die tegenstellingen – de lieflijke poppetjes en de keiharde woorden. ik heb maaike ouboter op staan – kijk me niet aan kijk door me heen – zingt ze. vang me niet op als ik naar beneden val – zo is ook het vaak met dichters. geef ze een poppetje en de hele wereld stort in. daar zijn dichters ook voor. Rik van Boeckel schetst het leven van de poppenspeler door de landen en de jaren heen. na de levenslust, vandaag een prachtige plaats en tijd fixatie – een pas op de plaats door Rik – maar wel levendig.
Rik van Boeckel: ze worden getekend door de tijd de poppenspeler slaat ze aan
Ditmar Bakker: opdat wij niet vergeten
Frans Terken: marionetten aan een kluwen van touw
Cartouche: een soort van mensen maar dan heel hart en ziel
Anke Labrie: waar ze haar verloren had
de zondagochtendwedstrijd !!! wie wint de enige echte virtuele – voor je het weet heb je poppen aan het dansen – trofee op pomgedichten punt nl? of je alles nog mag zeggen in dit land? of dat je meteen poppen aan het dansen hebt – op de foto’s de prachtpoppen van Corrie – ook bij haar te bestellen voor minder dan een tientje geloof ik – stuk voor stuk handwerk – maar dat terzijde – de voor je het weet heb je de poppen aan het dansen trofee – een ruim thema voor de zondagochtendwedstrijd deze week – dichters willen heel vaak heel veel zeggen – met zeggingskracht – laat de poppen dan maar dansen! u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
rotzooi in rotterdam
er ligt hier van alles op straat moeders en dochters met een pop nog in hun armen geamputeerden
je kunt het zo gek niet bedenken of het ligt er
en ook dichters heel veel dichters – overal dichters vooral bij tramhaltes allemaal dichters maar laten we over dichters zwijgen
voor je het weet heb je de poppen aan het dansen nee – mijn stad is het niet
pom wolff
OPDAT WIJ NIET VERGETEN
Arm Anne Frank ligt op een schrank, want zij is krank in ’t kamp.
Zuster Margot vindt het zo-zo. Dan, irgendwo, gestamp:
’t is dr. Mengele! Meisjes verstrengelen, spoedig slechts engelen en damp…
Joodse plus nazi leidt–aberratie! Tot de crematie der vamp.
***[Ditmar Bakker]
–> in een goed gevormd dichtwerk danst Ditmar nog even door de geschiedenis heen – dat we niet vergeten. ditmar houdt elke herinnering levend – hoe dood ze ook zijn. geef ditmar een pen en ja hoor je hebt de poppen aan het dansen.
Het spel gespeeld
Soms raakt een naam je weer een oude vlam die vroeg gedoofd al kwam er geen water aan te pas
van naar en uit elkaar gedreven alsof iemand er een hand in had marionetten aan een kluwen van touw
en hoe daar gedonder van kwam alle strengen aan en in elkaar geknoopt luidruchtig zwaaiend met armen en benen
dat je zo een flinke schop kon krijgen alsof met handen praten niet genoeg was nog achter een scherm was je niet beschut
met een mes sneed ze de lijnen door het was maar spel zoals ze zei ze zou mij wel in de touwen hangen de regels bedacht ik er zelf maar bij
–> eerst dacht ik even dat hier een inhoudelijk lijnenspel van mevrouw kaag beschreven werd –
‘alle strengen aan en in elkaar geknoopt luidruchtig zwaaiend met armen en benen…’
maar ik moet toch bijstellen. uit de verwarde kluwen doemt het door maaike ouboter bezongen beeld van een dichter op. (lees hierboven) – kijk me niet aan kijk door me heen – zingt ze. vang me niet op als ik naar beneden val – de dichter frans terken kiest de poëzie als vangnet.
An und für sich
houden Ad en Eefje niet van iets als teefjes- bits of reuen-bars
zij zijn zot op hebben-dingen als houten klazen en poppenspel
bitcherige speeltjes nee en toys voor boys niets daarvan voor hen veel te slappe kost
liever spelen zij met vuur als ware het echt
een droomleven, niet verkleind, maar eigen zinnig als wind
zaken zijn zaken, speeltjes van grote mensen onverbeterlijk in hun poppenkast
poppen daarentegen zijn een soort van mensen maar dan heel hart en ziel
dat is nu eenmaal-god gegeven – categorisch leven óns ding
dansen, niet met janssen maar alles uit de kast
19-09-2021 Cartouche
Cartouche leest als een trein – maar waarover hij schrijft. zijn het zijn honden, zijn het de kinderjaren, zijn het de poppen van neefjes en nichtjes, leeft hij zich in in poppen ik weet het echt niet — in ieder geval
‘een droomleven, niet verkleind, maar eigen zinnig als wind..’ centraal gesteld door de dichter. mooi! zou ik poëzieles geven ik dit gedicht kiezen om uit te leggen dat een dichter met hele gewone woorden een volkomen niet te begrijpen geheel tot stand kan brengen waaruit je weer regel voor regel het gewone leven kan destilleren. ik wacht op het mailtje waarin Gérard mij altijd achteraf uitlegt wat ik nu weer heb gemist in zijn gedicht.
de poppen aan het dansen
die dure pop met rare gaatjes in haar buik een eng geluid als ze bewogen werd alsof de kat moest braken
die buik keihard of het mes te bot
ze wist echt niet meer waar ze haar verloren had
anke labrie (19-09-2021)
een herinnering in woorden van poëzie gegoten. de pop, de harde buik, een kat een mes een eng geluid. ja die lieflijke popjes die weten wat. de kinderen nemen haar een leven mee. in het gunstigste geval maken ze poëzie van haar. de kindergeheimen kun je wel aan haar kwijt. veel terug zei ze niet. niet meer dan de kat – mogen we begrijpen uit ankes woorden.
De poëzie is dood, en wij beminnen niet meer, maar neuken ons te pletter,…
Nee we meanderen niet meer zeker niet na gisteren. We meanderen niet door bochten maar slingeren, waarschijnlijk van het rijkelijk vloeiende spraakwater, wat natuurlijk ook gewoon alcohol is De poëzie is dood, en wij beminnen niet meer, maar neuken ons te pletter, krijgen geen vlinders meer maar zijn gewoon geil tot in het diepst van onze ziel Liefhebben, vogelen… we gooien het overboord en rampetampen, palen pezen of poepen zelfs zoals onze zuiderburen dat noemen, hoewel ik die benaming aan mij voorbij laat gaan. De poëzie is dood wat overblijft is het rauwe, grove, ruwe woeste leven, en ach…. dat is zo slecht nog niet.
Als ‘weinig succesvol amateurdichter’ ben je wel gewend voor lege zalen te staan. Ook ben je gewend op te draven voor twee consumptiebonnen. De reiskosten die je maakt, dek je door de schaarse betaalde optredens, waarvan je de opbrengst opzij zet. De vergoedingen die je wel krijgt zijn vaak afkomstig uit de subsidiepotjes die, terwijl de rechtse bestuurders een oogje dicht knijpen, door linkse cultuurambtenaren gecreëerd worden. Voor de dichter is commercieel succes een utopie. Daarvoor interesseert het de massa gewoon niet genoeg. Er is geen ‘positieve business case’ op te schrijven. En dat is helemaal niet erg. Want waarom groter maken wat klein al helemaal in orde is?
Het is eigenlijk raar, dat er met een schuin oog naar je gekeken wordt, als je er ‘niet je werk van gemaakt hebt’. En dat terwijl er in Nederland geen enkele dichter financieel rond kan komen van de poëzie. Kort door de bocht geldt dat overigens ook voor kunstenaars, schrijvers, modellen, gamers, muzikanten, sporters en influencers. Er zijn er altijd wel een paar, die in de spotlights staan en die altijd en overal op elke affiche staan. Daar tegenover staat 99,9% die daar ergens op afstand onder zweeft. In de ene scene zijn de verschillen wat groter dan in de andere, maar de 99,9% regel gaat zeker op. Het is interessant daar eens dieper in te duiken. Het is namelijk heel simpel uit te leggen waar de drang vandaan komt, om toch te proberen bij die 0,1% te horen.
Alles in de huidige kapitalistische economie is er op gericht de ongelijkheid zo groot mogelijk te maken, middels zogenaamde competitie. Wat je daar voor nodig hebt zijn succesverhalen en sterren. Die creëer je met geld. Je koopt een ster en exploiteert deze. En je streeft er naar je investering te vermenigvuldigen. Het is een simpele rekensom. Wat er vooral voor nodig is zijn twee dingen. Een als uniek gestempeld product en veel consumenten. Een goed voorbeeld hiervan is de band Kensington. Op zich een goede band, zoals er nog honderd zijn. De muziekindustrie koopt zo’n band en maakt er een ‘uniek product’ van, dat opgedrongen wordt aan de menigte, door andere muzikanten aan de kant te schuiven. Ineens hoor je op radio 3 niet anders. Op alle festivals komt het voorbij. Het ligt om maar zo te zeggen voor in het schap van de grote muzieksupermarkt. En zo levert het zijn geld op. Ongetwijfeld heeft dat succes zijn prijs, maar daar zal je nooit iemand over horen. Het is een Faustiaans pact, waar men zich gedwee aan de regels houdt.
We zouden allemaal wel een ambachtelijke bakker om de hoek willen, maar kopen brood bij de Albert Heijn. Vinden het prachtig als een meubelmaker een kunstige kast maakt, maar kopen spullen bij de Ikea. Een festival in de wijk is echt een super initiatief, maar helaas zijn we die dag al met duizenden op een megafestijn met sterren voor de massa. Dat komt omdat we het collectief wel best vinden zo. Nou, ik niet. Ik kots en kak er op. Het is de manier om de wereld naar de kloten te helpen. De management uitspraak, ‘dat het bedrijfsmodel wel op te schalen moet zijn’, is tekenend voor deze tijden. We hebben de mond vol van lokaal en ambachtelijk, maar tegelijkertijd zijn we slaven van de megasystemen die ons gedoseerd en gecontroleerd voorzien van brood en spelen. We hebben het niet eens door.
Binnenkort wil ik gewoon weer eens voor een bijna lege zaal staan. En dan hoop ik dat enkele van de weinige toehoorders de zaal verlaten uit puur degout. En dat er dan een iemand blijft zitten en aan het einde van de rit hard zit te lachen. Dan weet ik dat er nog hoop is.P {margin-top:0;margin-
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Hierbij weer een tekstje geschreven op Schrijfgroep de Klus. Het thema was “Geluid”. Betty liep rondjes onder de tafel. Je hoorde haar nagels tikken op het parket, groet, Merik
Geluid
Hoor je nagels tikken op het parket en het ruisen van pennen op papier.
Wie weet wat voor ontboezemingen, verklaringen en hartenkreten.
De tap-dans van Betty duurt, meer inkt voor woorden vult het wit,
muziek, tonen van piano en trompet klinken onhoorbaar
bij de dans van Betty op het parket als in de avond de zangeres invalt.
ik heb het niet en ‘t heeft geen zin ‘t is niet de moeite waard zei je regelmatig steeds vaker
oud nog niet maar nooit meer jong kniesoor op de loer
totdat voor jou de leerling werd geworpen de wijzers van de klok gericht op jouw eindigheid vanitas niet oud nooit jong maar eeuwig met het laatste woord