Geen categorie

SARA 3 hou nu even je bek

Geplaatst op

foto genomen in het atelier van Vera Jongejan na een sessie met de Amsterdamse Voorleesclub

 

Voor Sara 3
 
Ja, blaf maar tegen de onverlaten,
poezige monsters uit het groen.
Je bent een weergaloze waakhond,
ik tel de haren op de rug van de vijand
die vlucht bij jouw geblaf.
Wijdbeens en breed heers je over het erf,
iedere inbreker zou er bang van worden.
 
Hier heb je een kluif, chihuahua van me,
een heerlijk snoepje en hou nu even je bek,
 
baasje wil de krant lezen.
 
 
Merik van der Torren

Share This:

Geen categorie

frans terken, rik van boeckel en cartouche winnen de enig echte virtuele zondagochtend trofee op pomgedichten – naar een regel van de brunaprijswinnaar en festina lente finalist abdul broekema ‘deze wond is mijn huis geworden’

Geplaatst op

dank je wel aan de inzenders. geen makkelijk thema deze week en de jury niet barmhartig.  soms heb je dat – als je de commentaren leest blijven er drie winnaars over – ik maak geen verschil – frans terken, rik van boeckel en cartouche mijn felicitaties.  het is toch van een grote bijzonderheid dat in nauwelijks 24 uur zoveel poëzie te voorschijn wordt getoverd – elke week kijk ik er weer met bewondering naar. zie de commentaren dan ook alleen maar als opbouwend – en leg ze naast je neer als ze niet passen.

 

PETRA MARIA helemaal tiny

FRANS TERKEN ze breken de muren om je heen af

CARTOUCHE in het lidteken bezig

JOLIES HEIJ behandel mij met veren

RIK VAN BOECKEL er is zoveel

MAJA COLIJN met pijn

JAKO FENNEK bijt

 

wie wint de enig echte virtuele  zondagochtend trofee op pomgedichten – naar een regel van de brunaprijswinnaar en festina lente finalist  abdul broekema ‘deze wond is mijn huis geworden’ ?

welke wond is uw huis? lieve dichter – een mooie regel van abdul – iets met iets van pijn erin deze week het thema – een open wond nog? wellicht – waarin is het goed wonen of wentelt de dichter zich nog graag?  – waar zouden we zijn zonder pijn? rijmt sinterklaas – ach we lezen graag van de pijn en hoe de dichter met pijn omgaat – zodat er toch nog in te wonen valt. u kent de regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

dat nooit weer morgen is in ander licht

de zon verbloemt
heelt alsof er niet gebroken is
ontdekt de oude tekens van thuis
besta in mij – ik draag je
langer dan een vrouw
kan dragen bij me
ben alle maanden bang

ze vieren feest yasmin
ze vieren mens
om wie zich zelf genot bereidt
in vrouwen snijdt
je vertelt me van teveel
van vroeger
je vraagt wat doe je met teveel
te vroeg vertrekken om te laat te zijn

ga met me mee
ik wil je adem halen
omdat ik de talen ken
die we samen spreken
zuurstof nodig heb
.
pw

alles is zo groot

geef mij ook maar een tiny huis
met een tiny leven en tiny
zorgen aan de tiny waslijn

waar ik met jou mijn tiny liefde
kan delen als jij met je tiny lijf
op bezoek komt

dan wil ik later tiny
sterven en tiny verdriet verspreiden
door de tiny leegte die we achterlaten

geef mij ook maar zo’n tiny
leven
want alles is zo groot

 

PetraMaria

 

prachtige regel van abdul, prachtig thema, prachtige inzendingen – eens lezen in welke wond de dichter nog wel wil wonen – zijn te huis kan vinden. moeilijk thema ook. volgens mij houdt petra maria het klein vandaag. zonder nadruk weet ze toch zeker 10X het woord tiny te verbergen in haar gedicht zonder dat het woord er ergens uit springt – mis het woord wel in de titel. maar was de regel niet dat dichters als ze wat willen zeggen het woord op zich niet gebruiken. in een gedicht over eenzaamheid gebruik je het woord eenzaam of eenzaamheid niet. dat laat je aan de wetenschapper of de verhalenverteller. petra vergat even dat er ook nog  lezers zijn. dat zal het wezen. dat ze voor zichzelf de repeteerwekker aanzet is een goed recht – voor dementen in een bejaardeninrichting werkt deze tekst ook. er is niet mis met de regels – als we alle herhaling weghalen – mager de taal als jan svp:

geef mij ook maar een huis met een  leven en zorgen aan de waslijn waar ik met jou mijn  liefde kan delen als jij met je lijf op bezoek komt dan wil ik later sterven en verdriet verspreiden door de leegte die we achterlaten

 

 

Hofkapel

Deze binnenplaats vult zich met ongehoorde muziek
grandioos harmonisch zijn de stellingen betrokken
de hof ziet geel en blauw van hawaïhemden
als roepen ze zo zomer op

bereikt mij een onzalige tijding
die ijskoud op ribben en hart slaat
van muziek naar ziekte
evenveel letters maar met heel andere waarde

weer en opnieuw een lichaam een
mens aangetast door atypische insluipers
dissonanten die wrang de klank verkleuren
ze breken de muren om je heen af

het uitgewoonde te lijf gaan
tot op de draad doorleven
hoe het me de dagen niet verziekt
hoop zwelt tot orkestrale sterkten aan

FT 16062018

 

‘evenveel letters maar met heel andere waarde’ – hoe de eenheden samen te klinken door een dichter – zo.  mooie op en aanzet frans. voor mij zit er nog net teveel verhalend proza in – als bij die twintigers die geen poëzie meer schrijven – in zoverre een zeer zeer modern gedicht – maar laat je niet aansteken – hier lezen we liever poëzie dan proza. en nantuurlijk zit er muziek – uhh sorry  al poëzie in –

 

van muziek naar ziekte
evenveel letters
maar met heel andere waarde
weer en opnieuw een lichaam
ze breken
de muren
om je heen af
het uitgewoonde te lijf gaan
tot op de draad
doorleven

 

Hechting

Het is tijd voor dagopname onderhand
vanwege een en ander niet helemaal haaks

ontschroeven geboden nu de windingen
in de war, de kop begint te tollen en te hellen
naar links en rechts het niet meer bij kan benen

doldraaien dreigt, een aan de wandel gaan
en zich repeterende breuk – fractuur

die botweg ruimte wil , tot groei geraken
in schroef verankerd hangen in pijlers van pijn

vastbesloten mij over te geven aan de snee
zweer ik bij bondage als beste kameraad – waarbij
haar zuigmond als trekker werkt voor tanend bloed

en verzonken kloppen – aan het licht gebracht –
kan winnen aan gewicht, verbinding vinden

in de holte van het gewricht – mijn midden –
hands- en wortelbeen tegen haar schaamstreek

in het openleggen van- haar mond, mijn pols
alleen in het lidteken van de wonde
weet ik wat wonen is

16-06-2018
Cartouche

 

tsja – enige seksuele lading valt niet te ontkennen – als  ik het goed lees – in haar wond – laten we het zomaar noemen valt er nog wel lekker te wonen. het is of we jan arends zelf aan de lijn  hebben.  cartouche heeft meer woorden nodig – maar ach eenmaal opgenomen vallen de woorden er wel vanaf – keren we terug tot de kern – we komen je allemaal opzoeken beste cartouche – toestanden toch altijd weer toestanden daar achter in braband – wel fijn dat we cartouche nog hebben anders zouden we helemaal niet meer weten wat daar in al die schuren plaatsvindt. een opmerkelijk gedicht – zo in deze preutse tijden.

 

na de kwetsuur
.
in mijn wonden ben ik thuisgekomen
dus kwets mij niet verder, in de ontluistering
.
graaf ik mijn diepste grachten, dus kruisboog mij niet
in scherven zie ik de zon, dus brandmerk mij niet
.
in études hoor ik pijn, dus speel niet met mij
in water zie ik het bleekmiddel, niet het aquamarijn
.
dus schilder me niet te fijn, prent me in
opdat ik jou ook enige schade toebreng
.
in het krassen van pennen hoor ik de waanzin
dus tatoeëer me niet, behandel me met veren
.
in zonsondergangen proef ik het bloed, dus laat
mijn dagen grijs zijn als kauwgum
.
in de feestelijkheden bespeur ik verdriet, dus zet
geen puntmuts op en slik de confetti in
.
in jouw liefde voel ik pijn, dus hou het hart
onder de tong en laat regen gewoon regen zijn
.
de wolk die op mijn schedel drukt, het litteken
op de plek die geen zwachtels behoeft
.
Jolies Heij
.

een ronduit mannelijk gedicht – gekozen is hier voor de opsomming. en ze is taalvaardig genoeg – zo kan ze nog wel uren doorgaan. maar het mechanisme zit de ware poëzie in de weg – op enkele momenten na: ‘behandel me met veren’ is een hele aardige en ‘slik de confetti in’ ook. bovendien is het me allemaal te veel IK. en mijn IK is het niet. ik voel geen wolken op mijn schedel drukken. ik wil  in zonsondergangen geen bloed proeven – het is me allemaal veel te much en bij elkaar gezocht – onecht en gemaakt –zo een gijs ter haar heeft daar ook een handje van – op den duur heb je het zelf niet meer door dan wordt het zielig dus oppassen jolies – jan arends is het ware – was het ware authentiek en kaal.

 

De zwaan van Amsterdam
.
Zo hij passeert in één oogopslag
de zwaan kiest eieren voor haar geld
likt de zonden af die zij niet kent
.
wie de boot heeft gemist
zag haven en natuur niet samengaan
zij maalt er nimmer om
.
kijkt niet om naar het voorbijgaand mensdom
voor haar zijn het buitenstaanders
zij hebben de zwanenhals niet eens gezien
.
want er is zoveel
want er is zoveel
om te beleven
zonder te ontdekken
wat een hoofdstad te bieden heeft.
.
Rik van Boeckel
15 juni 2018
.

de stervende zwaan in een ander licht geplaatst in het licht van rik van boeckel. opgewekt, troostrijk en optimistisch licht gehouden. mooi!

ZIEL
.
door bochten van krochten
schreeuwt: moord brand
trek de pleister er af
oh zwaluwstaartje, toe
laat me voelen..
.
het krochtvocht
zich tot korst gevormd
legt met één ruk bij prikkelarm
oud zeer weer open en bloot
laat haar wentelen keer op keer
in veilige schoot van
.
pijn pijn pijn
.
Maja Colijn

wil ik dit lezen op mn eigen zondagochtendje van de wondvocht en de korsten – vandaag even niet – ik ben nog even culinair bepaald  na mijn bezoek aan le restaurant gisteren in de frans halsstraat in de pijp. en ik wil nog even nagenieten. maja denk asjeblieft aan de maag van de lezer.

hallo die pom,

hier een mooie zondagmorgen. net een lekker vers meergranenbroodje gehaald. dat is ook beter, want anders bijt ik haar weer, en dan komen we niet van de blauwe plekken af. zo zie je maar, het is altijd oppassen geblazen.
heb het fijn, beste pom, geniet de dag en laat de bomen praten.
groet van jako

sporen

zeg mij waar ik je bijten mag
of liever nog
wijs mij de plekken die je dierbaar zijn
waar ik een wond mag maken
waarvan de sporen als een tatoo
voor altijd zullen blijven

verlegen wijst ze mij de weg
en laat me doen
opdat geen mens zal wissen
dat ik daar was
bewezen door een teken van bezoek
gezet als een trofee op de mount everest

jako fennek

.

dit tafereeltje zouden we graag en liever live meemaken. poëzie is het niet. sorry jako.

Share This:

Geen categorie

late zon

Geplaatst op

 


late zon

het moet wel begonnen zijn
met een aarzeling
ik weet nog hoe ik haar
voor het eerst

misschien hield jij
een hand tegen je hoofd
of leunde je op een tafeltje
ik keek toen naar het gras

in de kamer die uiteindelijk
je had zoveel geschilderd al
ik weet dat ik opstond
en langzaam met een hand

zo langzaam heb jij ook
de donkere geploegde akker
met de rode zon

 

pom wolff

Share This:

Geen categorie

VON SOLO eindigt deze week in parijs in poëzie in bier met belletjes én in ‘noem het liefde’

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Op een terras in de volle zon. Voor me op tafel staat een Kronenbourg 1664. Halve liter. Bedauwd glas. Ik neem een grote slok en het smaakt naar water, belletjes en een weinig mout. Net een lichtbittere Spa rood. Mijn leesboek zet ik zo tegen het glas aan dat het de directe zonnestralen uit het bier houdt. Toch geen zin om te lezen. Ik wil nu even de hemel beschermen tegen de hel.

 

Deel 293. La Chope du Château Rouge

Er stopt een toeristentreintje. De ‘machinist’ moet uitstappen en zet een bord opzij dat automobilisten vertelt dat de doorgang belet is in verband met straatactiviteiten. Maar de trein kan geen vertraging hebben. Het bord wordt niet meer teruggezet. Zo dat gaat. In mijn blikveld staat een grote man. Zijn leeftijd schat ik op half de dertig. Hij is erg groot. En oogt nonchalant en onsympathiek. Ik hou niet van grote onsympathieke mensen. Hij rookt ongeduldig. Voorbij zijn gezicht zie ik een jonge vrouw haar kleine, met struiken gevulde balkon op de vierde verdieping van een vervallen appartementsgebouw op bewegen. Ze knielt en doet yoga-achtig. Iets dat ik als het afschudden van energie zou kunnen interpreteren. Dan gaat ze mediteren. Tussen ons het lawaai van de Rue de Clignancourt.

Ik vraag me af hoe het zou zijn een relatie te hebben met zo’n type. Zou het onvoorstelbaar zijn. Of onvoorstelbaar voorspelbaar. De grote man is weggelopen. Maar keert weer terug en eet nu een stuk cheesecake. Ik kijk wederom over zijn schouder. De yoga mevrouw schudt haar haar los en kijkt de wereld in. Ze ziet mij. Dan verdwijnt ze naar binnen. Haar schuld is ze kwijt aan mij. En de grote man verdwijnt onopgemerkt. De barman die op Derrel Niemeijer lijkt, komt naar buiten. Hij loopt hetzelfde. Heeft hetzelfde weerbarstige haar en dezelfde soort bril. Hij doet of hij me half hoort. Als hij wegloopt zie ik de slimheid in zijn ogen flitsen. Mijn Perrier komt niet, de bestelde koffie wel. Het treintje ook weer en ik zou graag Allah Akbar roepen en het ding opblazen, maar er is ook één kind in, en dat doet me denken aan mijn eigen kinderen, hetgeen me sentimenteel maakt en daardoor weinig semtextueel.

Net aangekomen, weer weggaan, treintjes, mensen die gaan en verschijnen en alles heeft een verhaal. Dit is zo’n moment dat er iets blijft zitten, terwijl ik opsta. Een klein stukje onderbewuste valt uit mijn ‘ziel’ en rolt op de grond naast de stoel waar ik ooit zat. Dat stukje zal ik weer gaan zoeken een keer. En het zal zich niet laten herkennen. Maar het weet meer dan ik, wat ik doen zal. Wat ik denken zal. En waarom, toen en daar. Op een stoffige stoep, een kunststof geweven polypropyleen terrasstoel. Met als een golf het groen van de heuvel af door een steile straat in de verte. De code, die we bewust niet ontcijferen, ons verbergend achter ons best doend. Heimelijk ontkennend dat we gokken op een herkansing.

 

Dit is zo’n moment dat er iets blijft zitten, terwijl ik opsta.
Dat stukje zal ik weer gaan zoeken een keer.
En het zal zich niet laten herkennen.
Maar het weet meer dan ik, wat ik doen zal. Wat ik denken zal.
En waarom, toen en daar.
De code, die we bewust niet ontcijferen, ons verbergend achter ons best doend.
Heimelijk ontkennend dat we gokken op een herkansing.
 
VON SOLO

 

Share This:

Geen categorie

MIRJAM AL legt bijna fataal ongeluk vast – hondje sarah ontspringt de dans

Geplaatst op

Hoi Pom, voor deze woensdag stuur ik een kort verhaal van Mirjam Al in, dat handelt over een voorval bij haar thuis een tijdje geleden, nl. dat ik door een stoel heen zakte, in de bijlage, groet, Merik

 

Zondagmorgen

Ze keek naar Vrije geluiden, dronk koffie, rookte een sigaret, toen kwamen de Boeken. Weer koffie, roken, op naar Buitenhof. Ze begon al rondlopend voorbereidingen te treffen voor het avondeten met Rik van der Meer en zijn Deense dog, Zacharias genaamd.

Het is vaste prik, Rik neemt plaats in de grote fauteuil, Zach ploft in een hoek neer en zucht diep. Ze drinken thee, eten koekjes en gaan dan wandelen in het park. Bij terugkeer gaat de fles die Rik meenam open en serveert ze hartige hapjes. Dan komt het avondprogramma in zicht, de oven staat aan, ze genieten van Podium Witteman, ze eten, drinken wijn, heerlijke momenten zijn dat.

Vandaag kwam na het Podium een natuurfilm over de Galapagoseilanden, 1 van de zeldzame ongerepte gebieden, hoewel met al die filmploegen op visite vraag je je toch af……………..

Het ging over schildpadden en jemig wat hebben die lieve brave dieren soms een bete uitdrukking op hun gezicht en hoe ze moeten zwoegen om hun nest te creëren. Het is fenomenaal.

Terwijl ze zo zit weg te dromen op de Galapagoseilanden hoort ze opeens een flinke klap. Ze kijkt opzij en ziet dat de fauteuil is omgevallen met Rik eronder. Hij lag daar letterlijk als een gigantische schildpad, zijn kop aan de voorkant eronderuit, handen en benen op de desbetreffende plaatsen. De stoel was afgebroken en lag als een enorm schild over hem heen.

“Rik !”  riep ze, “is het goed met je ?”    “Ja…..,” kreunde Rik terug, “maar haal die stoel even van mijn rug af wil je ?”

Ze antwoordde door te handelen. De zitkuip naar de tuin gebracht en toen ze even later weer geïnstalleerd waren, zij het op andere stoelen en Rik nog maar eens inschonk, schoot ze eindelijk in de lach en zei: “Dat was nog eens doorzakken, hè vriend.”

 

Mirjam Al

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ beklom de Externsteine

Geplaatst op

Zo nu en dan moet columniste ook weer eens bij het tuinhuis poolshoogte nemen, alhoewel ik de natuurgenezer heb bezworen om niets onoirbaars meer over hem te vermelden. Zo is hij heus heel begaan met de mensheid, voert actie voor meer democratie op de Balkan en is – niet onbelangrijk – trouw aan zijn geilsoldate. Die parade van lipjes, foezeltjes, kokertjes, clitorale zuignapjes en ander werktuig had ik natuurlijk alleen maar opgevoerd ten behoeve van de literaire overdrijving, dat snapt u zeker wel, lieve lezer. Een vuige geest is een pleziertje voor altijd. Dus stapte ik opgewekt de tuin binnen met poëzie voor de natuurgenezer en een doosje mon chérie voor de geilsoldate bij wijze van verzoeningsoffer. De tuin lag er patent bij in de schaduw van de moerbeiboom. Ik verwachtte zomerse taferelen van tuinfeesten met vuurkorven en prosecco, maar het gras was weliswaar kortgeschoren, maar evengoed verlaten en het tuinhuis geblindeerd.

Op de veranda zat het servokroatische leraresje sip te kijken. Doe geen moeite, sprak ze met een dun stemmetje, hij wil ons niet meer zien. Alweer niet? riep ik uit. Niets zo wispelturig als een natuurgenezer. Dat waait wel weer over. Hij heeft gezegd dat ik hem stalk, snifte ze, maar hoe kan ik hem gedegen stalken als hij de deur op slot houdt en de ramen geblindeerd? Radovan houdt er zo zijn eigen logica op na, stelde ik, en die verschilt van dag tot dag. Kennelijk kan ik mijn poëzie vandaag niet bij hem kwijt, dus laten we maar samen dronken worden van de mon chérie’s. Kom kind, we zoeken een tuin waar wel poëzie in zit. We maakten eerst nog een omweg langs de Groene Fee voor een absinthje en togen vervolgens naar de bossche taaltuin, waar niet alleen poëzie in zat, maar ook verhalen en epische lyriek.

Ik koppelde het servokroatische leraresje aan Johan Meesters en ze verbleekte toen ze vernam dat hij schooldirecteur was. O nee, ik hou niet van directeuren, stamelde ze, ik hou niet eens van de circusdirecteur in Pipo de clown. Ons leraresje heeft een autoriteitsprobleempje, moet u weten, daarom is ze ook lerares, zodat ze anderen onder de duim kan houden. Zie ik eruit als een directeur? gaf Johan Meesters daarop. Sinds ik ben afgezwaaid heb ik haar en baard ongeremd laten groeien. Verhip, zei het leraresje, je ziet eruit als de natuurgenezer in vermomming! Ik geloof dat ik terstond op je verliefd wordt… En Meesters betoverde haar met een lang episch gedicht – 28 minuten uit het hoofd, zo klokte Emiel Bootsma. Ze kon zich maar nauwelijks losrukken, maar we moesten verder, we hadden de historicus beloofd zijn voetsporen te volgen diep Germania in, naar het Teutoburger Wald, waar Arminius niet eens op de plek van zijn standbeeld de Romeinen in de pan heeft gehakt en de germaanse stammen ook niet verenigd.

Het liep zelfs slecht met hem af, want hij werd vergiftigd door een familielid, zoals iedereen van betekenis in die tijd. We beklommen de Externsteine waar ook Himmler heeft rondgestapt om ze in te lijven bij het Nazidom. Het beeld van Arminius zegt trouwens meer over de tijd waarin het is opgericht, toen Pruisen Frankrijk net had verslagen (Arminius houdt de woeste blik op het zuidwesten gericht) en dit een bedevaartsoord voor o.a. nationalistische en antisemitische groeperingen was. Dit legde de historicus allemaal geduldig uit toen het servokroatische leraresje ontzet de hand voor de mond sloeg. O nee, daar bungelt Radovan aan het zwaard van Arminius! Niet doen, mijn lieve Radovan, spring toch niet, denk aan je geilsoldate, denk aan mij! Maar het was Johan Meesters die zich aan een touw behendig langs Arminius naar beneden liet glijden, aan haar voeten landde, een serenade bracht en haar verliefd in zijn armen sloot.

Dezelfde kant op bij het Hermannsmonument
 
Eindelijk ben je in jezelf aangekomen
in het woud van Teutonen. Dat de grote Hermann
in het eigen zwaard is gevallen door de hand van
een gifmengster telt niet, enkel de in de pan gehakte
 
Romeinen. Dat HH over deze mythische rotsblokken
klom kan je niet schelen, de plekken zijn heidentempels
en Drudenhöhlen als in een jongensboek met grotten
om in te verdwijnen als je haar niet meer kunt velen.
 
Je kunt uit het net ontsnappen naar de zwarte gaten
van de geschiedenis. Jij ziet de heroïek, ik haperende
wieken, zure regen, giftig groen, de kogelgaten in
 
stalen mantels. Het zwaard als fallus, liefde verraderlijk
nabij. Alleen toen de blikkeren zon op het water onze
aandacht trok keken we even dezelfde kan op.
 
 
Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

innige beelden van alja spaan en jan kal opgedoken in de wijngaardtuin in haarlem

Geplaatst op

 

Zondag poëzie en muziek van De Haarlemse Dichtlijn, in de goed verscholen Wijngaardtuin met Jarl van Maltha, PM Delèfre & Koek, Alja Spaan, Jan Kal, Pom Wolff, Azar Tishe en Anneruth Wibaut en Stuifzand met Marten Janse

en we kregen waarvoor we kwamen. haarlem altijd moeilijk parkeren – en de ideale locatie voor een uniek evenement met kunstenaars (beeldend) en kunstenaars (dichtend en zingend). en jawel hoor ook nog publiek. ondanks de renate D herdenking in dat zelfde haarlem en de grote fanfare op de groote markt met een of twee oos. lekker weer ook. witte wijn uit pakken nootjes op de tafel. Maltha en Delèfre de hand geschud, een weerzien – vroeger waren het dichters nu liedjesmakers – en het klonk verdienstelijk op de laatste meezinger na. net een te hoog EO gehalte – daar moeten de jongens nog effe aan schaven. iets met vrede zongen ze. maak er vrete van – altijd goed.

De Haarlemse Dichtlijn organiseerde het gedeelte met de dichters – net niet te veel net niet te weinig de beminnelijke alja spaan nog even mee gesproken – over het leven en hoe we graag aan het leven hangen – over dorpen en steden – over twintigers en dertigers – marten janse voor de gelegenheid ook al aan de singersongwriting – presentatie ook door hem en organisatie. anneruth wibaut lid van de dichtlijn trad op met stevige verzen – zelf woonachtig in haarlem – geheel verdwaald voor aanvang van de manifestatie. pom riep ze – wijs mij de wijntuin – kind riep ik jij bent mijn op straat gevallen roos – ik reikte haar de hand – sleurde der mee het hek door – langs de kunstwerken – ja die ga je later maar bekijken kind – nu is het tijd voor jouw poëzie! en zo geschiedde.

jan kal de keizer van de sonnetten deed er zes. alle zes goed. de aanmoedigende knikjes na mijn optredens deden me goed. jan kal houdt ook van minder in een vorm gestampte woorden. gelukkig maar. hoewel zijn poëzie in sonnetten nog altijd zo natuurlijk en onnadrukkelijk klinkt – dat de rederijkersvorm in zijn werk verscholen lijkt als de wijngaardtuin in haarlem – mooi werk jan – dank je wel.

wat nog meer allemaal. de vrij willige juffrouw in de koffie tent was zo aardig dat ik haar uit haar tent wenste te lokken – maar het bleef bij aardige woorden. azar tishe met perzische woorden en veel natuur erin. martin janse deed liedjes in een combinatie met muzikanten tot slot – prachtige klarinetklanken klonken door de tuin – ik ga nog een wit wijntje halen hoor sprak ik poëtisch bij die vrij willige mevrouw in de koffietent. en zo weer terug naar amsterdam. haarlem is mij meer dan lief.

Share This:

Geen categorie

DITMAR BAKKER in zijn toespraak tot de hoofden van lepom – Streng zijn, Pom, je bent nu 65 jaar.

Geplaatst op

Pom,
hou de liefste maar in je zák! Produceren en produceren, gelijk Colette aan de tekentafel heurs mans vastgeketend zat om er maar premature Chéri’s uit te persen. Aan de leiband zit ik en jij, ooit zo trouw lezer, rechter en littérair machtswellusteling tegelijk, laat de klad erin komen & het beeldscherm elks lezer oplichten met wat dees of gene nu weer gepend heeft (voort, we moeten vóórt) en in licht euforische waan van smidse & kenner-zijn, connoisseur- & makerschap voorts fluks naar dat letterkundig limbo gestuurd heeft. Het verstand van de wijzen en de kracht van de zotten, indeed.  Weg met dat gedrocht.

Waar ging het mis. Het begon allemaal met die vreselijk verkrachte vierde regel en dan gaat het rollen—wat wichelaars? Hij heeft het over astrologen, magiërs, gelijk hij zelf ook was. En waarom mogen die sterren eigenlijk niet gewoon constelleren, zoals in het origineel? Herschrijf, herschrijf, herschrijf. Herhaal.

HET VERSTAND VAN DE WIJZEN EN DE KRACHT VAN DE ZOTTEN


De tekenlezers van een oord voorzagen

sterren zó constelleren dat elk man
zot werd. Hun devies was te vluchten, dan
retour de nonsens uit de volksgeest jagen.

Teruggekeerd, om heersend te behagen,
gaf men ’t advies, mooisprekend als maar kan,
de nieuwe zotternij weer in de ban
te doen. Als antwoord werden zij geslagen.

Voortaan zouden de wijzen moeten leven
als vroeger dwazen—duikend voor de dood:
de opperzot kon iedereen doen sneven.

’t Verstand bleef binnenskamers enkel groot,
want en public werd naam en daad bedreven
van dees of gene gek of die zeloot. 

Waarom zouden we immers niet gewoon ‘astrologen’ neerzetten om die vermaledijde wichelaars—en als we die sterren nou eens laten constelleren in regel twee, gewoon zoals ze doen, onafwendbaar en altijd? Dan hebben we een dubbel astrant begin (hihi). Geen sterrenwichelaars, geen astronomen—tekenlezers, die net dat vleugje natuurlijke magie met zich meedragen als die wetenschappers uit vroeger tijden.

En natuurlijk zijn de bruten dwazen geworden—zo staan ze immers in de tekst. Wat heb ik mijn elfde lettergreep gemist (het gekkengetal!) en wat voegde dit werkje zich in transitie goed naar de jambe. Ten bate van de informatieoverdracht is de ‘koning der zotten’ gesneuveld. Ten bate van de begrijpelijkheid is de vierde regel maar helemaal herschreven—maar st. Jezus te paard, wat heeft dat een koppijn gevergd en een onsubtiele dans met de zusjes moxy en keta. Zotternij!

Die hebben we immers ook nog in de tekst en ik was bang dat ik klachten zou krijgen. Mooisprekend wordt immers geadviseerd weer met een zekere standing te leven, met een zekere dracht, een zeker palet…Soms verwordt exacte transpositie (natie?) echter tot een monster. Haast alles vertaalt zich, maar zou u een stanza als volgend accepteren?

Teruggekeerd, om heersend te behagen,
gaf men ’t advies (welsprekend als maar kan):
teneur in dracht en hapjespan
Herzien. Als antwoord werden zij geslagen.

Afgezien van de tegenwoordige alomwezigheid der hapjespan—Campanella had zulks vast niet en ik ben geen fan van modernisering (atie?) als zulks het leesbegrip niet ten goede komt. Het had vast op de lachspieren gewerkt—dat doet het bij mij nog. Bovendien—van de interpunctie, goede, oude vriend, raak je al dol.

Streng zijn, Pom, je bent nu 65 jaar.

-x-

D.

Share This:

Geen categorie

DE ROMANTIEK wint de enige echte virtuele – dit joetjoepfilmpje komt wel bij me binnen ja – trofee op pomgedichten?

Geplaatst op

geen enkel youtubefilmpje
haalt het
bij de filmpjes in mijn hoofd
 
Wende op het Tuinfeest
geen greintje podiumvrees
Wende lijkt nooit bang
 
haar moed
draag ik nog bij me
 
een jonge Joost
samen voor de etalage
waar Gimmick, dat net uit was, lag
zomaar een praatje en hij lachte
 
geen enkel filmpje
haalt het
bij de filmpjes in mijn hart
 
anke labrie

 

Met Anke sluiten we de wedstrijd. hoe echt en waarachtig altijd boven een registratie van  echt en waarachtig gaan. en dat echt en waarachtig zich in onze hoofden nestelen als filmpjes in het hart van Anke. mooi gezegd mooi samengevat de boodschap aan ons meegegeven – het thema van deze week rood gemaakt. ik kom deze week niet aan winnaars toe – elke dichter zijn eigen filmpje – zijn eigen emotie. zoals er geen rangorde in leed bestaat – in oprecht gevoeld leed – zo is er geen rangorde aan te brengen in oprecht weergegeven emoties. zij gelden altijd en overal voor de persoon – hier voor de dichters – dank jullie wel.

dat we nog kunnen voelen  en dat we het kunnen waarderen 

 

 

PETRA MARIA met Nina Simone – I wish i knew how it feels to be free

FRANS TERKEN met dank voor de geluiden

MARC TIEFENTHAL met de bonzo dog band

CARTOUCHE met Mariken van maasakkers

JAKO FENNEK dance me van leonard

ANKE LABRIE met wende en de jonge joost

wie wint de enige echte virtuele – dit joetjoepfilmpje komt wel bij me  binnen ja – trofee op pomgedichten?

er moet wel iets van poëzie bij graag – een kreet een verlangen een uitroep een gedicht –  zie maar! – zing maar! – en doe de link of de verwijzing naar het filmpie graag ook erbij. we gaan genieten. u kent de regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

 

feilloos

het heeft iets ultiems
iets gaafs dat aan de perfectie
van een kunstenaar grenst
een zaal vol getuigen
zij zo mooi
zo licht in mijn armen
onze bewegingen vloeiend
de dansvloer een doek
waarop we op de maat van een tango
met gebroken hoeken
strepen trekken
het einde van een liefde nabij

jako fennek

 

ach ja een waardige slotinzending – jako en leonard – en de liefde –  of aan de liefde – over voorbij en nooit voorbij. ultiem is inderdaad  het woord. een item om van te genieten – toch wel romanties ingekleurd – hoe het deze week met wende begon in die zwarte romantiek van zwagerman – via nina en gerard – naar de laatste dans die we vandaag dankzij jako mogen maken. op naar haarlem straks – de wijngaardtuin – een verscholen tuintje waarin we marten janse zullen horen zingen – steeds maar weer die heerlijke ladingen romantiek waarin we ons kunnen dompelen. blijkbaar heeft de tijd dit nodig. deze tijd – we groeten zwitserland vanuit haarlem. dansen we met je mee jako.

 

 

 

Ik neem je mee

Je speelt geen bombardon, geen fluit, geen hij of zij, maar slaat
een brug tussen pompompom en brekebeen, je zingt leven in
een lichtbeeld op de stenen van een plein, tekent een kanaal en
grift een boezemkamer naar het midden van mijn stad, goddank

Gerard, geen geldersman en toch over stuwwallen heb je het
brabançonne pur sang, zonder hertog, god of graaf in je geslacht
ooit schreef je me een zin, een regel die het allemaal in zich heeft
bolling van akkers, maas die meandert naar de kaai van mijn waal

waarboven – een wenkboog ver – als een steven een beeld verrijst
mijn boeg opvrijt met zon en al was het ook niet altijd even hendig
– Gij en Ik – wij bewaren de droom, ik weet en ben al lang en breed
de hang naar duivelse bezoekingen en schroomvalligheid te boven

ooit was stilte niet te harden, maar de jaren die verzachten, wij
hoeven niet meer op de vlucht, ik neem je mee, overal waar ik ga
als ik opsta, door de middag en de avond heen, als ik de trap opga
het licht uitdoe en uit mijn kleren ga, ik leg jou onder mijn kussen

alles heb ik opgeslagen, dit klein melodieke Mariken en as ge ooit
– een hart van spijt – ooit terug bij mij, moette weten, mij raakte
nie meer kwijt, dit lieke vur altijd, hier heur ik thuis

09-06-2018
Cartouche

https://www.youtube.com/watch?v=seMtszrOoHY (Lieke vur Mariken)
https://www.youtube.com/watch?v=iL6k_khs_NM (Ik neem je mee)
https://www.youtube.com/watch?v=eI3q9DymoDk (Gij en ik)
https://www.youtube.com/watch?v=BrC9MRK1A54 (As ge ooit)
https://www.youtube.com/watch?v=p8U7EC8XfU0 (Hier heur ik thuis)

 

het cumt goed –  zeggen we hier in het westen – met die maasakkers – heerlijke romanticus –die door elke boter glijdende roomstem, vleugje van dit en vleugje van dat – maar altijd ook wisselvallig – het ene liedje is niet om aan te horen – stuitend pateties – het volgende liedje net binnen de rand en waarlijk een topsong – een  liedje van het jaar, ver uitstijgend boven het gemiddelde rampnivo in nederland en belgenland. gerard van die maasakker geliefd in braband, wisselvallig als altijd –cartouche is gek op hem – en brengt een waardig eerbetoon. zie je wel bregje  dat cartouche er een romantiese inborst erop na houdt – zo moet je zijn werken ook begrijpen – elke dag draagt hij het hele oeuvre maasakkers met hem mee – en we weten allemaal hoeveel marikens in dat oeuvre zitten. daar ga je echt wel schrijven van – dan ga je echt wel aan de poëziue – zo ook onze lieve cartouche.

het gedicht  met de titel van een lied – en ook meteen het mooiste liedje kiest ie  – en hoe mooi de echte mariken ook geweest mag zijn het mariken liedje is voor een westerling niet om aan te horen – dat liedje cumt niet goed, zoveel is zeker. cartouche bouwt een waardig eerbetoon op met de regels uit de liedjes. en we weten hoeveel romantiek in hem schuilt. zo cumt alles goed.

 

 

De stad is een ruimte groot
 
Hoera, het is weer morgen, ik sta op,
lachend voorwaar en betreed dra
de stad in mijn kosmonautenpak.
 
Het Amsterdam van Pom en
het Rotterdam van Pim
allemaal goed allemaal wel
kunnen niet op tegen de stad
die mijn ruimte vormt.
 
Het koetert, het foetert, het toetert
het is het verkeer
Het bochelt, het rochelt, het hoppelt,
het is de mens.
 
Daar vlieg ik zo over, man,
dat is zo voorbij
en voor je mij ziet:
je ziet mij niet, ik besta toch niet.
 
 
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas / Béni Mellal
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

 

020 ‘hoppelt’ in ieder geval niet – over rochelen en bochelen wil ik me op de vroege ochtend niet uitlaten. uitlaten wel in 020 – als er maar schone lucht uitkomt dan is alles goed. een gedicht over stad en de ruimte die de tief inneemt. de bonzo dog band kan me gestolen worden. sterker nog is me gestolen. nam iets teveel ruimte in. wel een leuk deuntje. hij werd wakker met een smile op zijn fees hoor ik  – elke ochtend. hoop voor hem dat het nog steeds zo is. in huize tiefenthal lopen ze in ieder geval met een glimlach in  ruimtepakjes rond als deze muziek aangaat.

 

 

net nu

het tafelkleed
als lucht zo blauw
met zachte wind
de tafel bedekt

jouw vergeten
geur
de bloeiende jasmijn
verregent

en de kamer
zonder gedachten
onze
leegte vult

komt het liedje
voorbij

PetraMaria

 

de jonge nina simone mooi – zingt alsof ze – het is nog altijd hetzelfde liedje – heeft uitgevonden – op haar jazzy manier – tegen het onmogelijke aan – petra weet het verlangen het gemis de overwinning mooi te verwoorden – hoe het bijna weg was en dan toch weer helemaal open ligt – ineens. professor scherder zou kunnen uitleggen hoe in het in onze hersens werkt allemaal. licht er weer een gedeelte rood –  dieprood op en horen we hem verrukt zeggen – prachtig toch!

 

Dag Pom,
Vandaag naar DuneArt, klaar voor de poëzie;
dank ook aan Wende, voor de inspiratie!

Voor de geluiden

Aanzuigend werkt de golfslag
hier aan de Scheveningse kust
je staat er niet bij stil wat het doet
met je oren je pupillen
met de haren in je nek

en je hart dat aanvoelt hoe het bloed
op hol slaat als je tegen de branding
je hoofd verheft en het kolkende water
benauwd in de ogen kijkt

het schuim dat je optilt tot
de hoogte van de watertoren
bovenop zie je paniek in de diepte

de klap als je aan vallen denkt
dan is er altijd jouw hand

FT 09062018

 

 

frans schreef me dat de clip van wende genoeg inspiratie had gegeven in samenhang met zijn optreden in de duinen – hoe het kolkt en aanzwelt in de eerste strofen – hoe je opgetild wordt om te ver boven in door het plafond te gaan de diepte in – en dan toch nog net een hand van troost te vinden – maar misschien was de klap al te horen voordat de hand werd uitgestoken. zo vergaat het velen. en wat rest.

en wat rest

had hier ook als titel gekund.

 

 

wie wint de enige echte virtuele – dit joetjoepfilmpje komt wel bij me  binnen ja – trofee op pomgedichten?

er moet wel iets van poëzie bij graag – een kreet een verlangen een uitroep een gedicht –  zie maar! – zing maar! – en doe de link of de verwijzing naar het filmpie graag ook erbij. we gaan genieten. u kent de regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

 

 

het menu heet welkom
 
je hebt een wachtwoord nodig
voor de gangen
om de letters heen alleen maar vrede
lieflijkbleek een laatste maal
 
er zullen circulaires zijn
papieren meisjes zonder borsten
en één afgerond dossier
 
een generatie
vindt opnieuw het wiel uit
dat orgasme heet
 
en de dood begint aardig
door te werken
om daarmee af te sluiten
 
 
pw

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG: In de ochtend word ik begroet alsof ik de liefste persoon op de wereld ben. Wat ik ook ben.

Geplaatst op

 

Hondjes

Hoe begroet je een BN’er die jou ook goed kent, maar pretendeert jou niet te (her)kennen? Je groet vrolijk aait hem of haar even en zegt je naam en zijn of haar naam luid. Hij of zij schrikt op uit haar of zijn houding en pretendeert diep in gedachten verzonken te zijn geweest,   terwijl jij weet dat hij of zij haar of zijn bril niet op heeft uit ijdeltuiterij.

Wat een onzin.

Honden hebben daar geen last van. Als ze elkaar van eerdere ontmoetingen kennen, ruiken ze onbeschaamd aan elkaars kont en doen een dansje. En rennen daarna vrolijk de wei op.

Ik loop nu al twee weken met een hond door de stad en het leven wordt zo simpel. En je ontmoet voortdurend nieuwe mensen.  Die je hond willen aaien. Jou gelukkig niet.

In de avond leest ze de krant. Zoals haar baas dat noemt.  Ze blijft overal stilstaan en ruikt. Ruikt de lucht, de honden, de mensen die er er liepen, het eten dat er viel, de regen die komt. Er is niks rust gevender voor het slapen gaan dan in de stilte van de nacht achter de kwispelende staart van een hond te sjokken en stil te staan bij je dag. Hier en daar een spoortje van jezelf achter te laten en dan naar bed.

In de ochtend word ik begroet alsof ik de liefste persoon op de wereld ben. Wat ik ook ben. Want ik breng hare majesteit eten, drinken en knuffels.  Als dank krijg ik de mooiste verliefde honden ogen, die je ooit gezien hebt. Zucht zucht. Wat zal ik haar missen. Maandag. Al.

 

¤Lisan Lauvenberg

8 juni 2018

 

Share This: