Geen categorie

wie wint de enig echte virtuele – naar de woorden van elbert gonggrijp – ‘uiteindelijk vertaalt poëzie zich in stilte’ – trofee op pomgedichten?

Geplaatst op

FRANS TERKEN hoe het met haperen begint

MARC TIEFENTHAL u kunt de meting starten

KOOS KOMBUIS Onthou ek hoe ons was

PETRA MARIA in ons verzonnen leven weet ik pas wat stil is

wie wint de enig echte virtuele – naar de woorden van elbert gonggrijp – ‘uiteindelijk vertaalt poëzie zich in stilte’ – trofee op pomgedichten?

we kennen hem als druk baasje – zijn nieuwe bundel – bespreken we hier binnenkort – maar hij kan ook in mooie regels spreken over poëzie – dat we hem een plaats geven in onze eregalerij van de zondagochtendwedstrijd – elbert gonggrijp met die allesomvattende regel waar we het deze week mee doen ‘uiteindelijk vertaalt poëzie zich in stilte’ – doet u mee? – jeanine hoedemakers juryvoorzitster – u kent de regels – lees ze in stilte. de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

naast de gunner leigh

doden woelen niet, waaien ook niet op
het scherp gesneden gras
wie onderscheidt zich hier
w. hardman niet en niet de gunner leigh
de vierde van de vierde rij, age 19

als dood gewoon de stilte is
of ondergronds
hoe kunnen hier dan stiller nog
wit uitgeslagen stenen staan

pom wolff

Achterhoofd

Het is niet de stem niet de adem
het is het beeld nee meer nog
de woorden die je niet meteen vindt
als je ze voor op de tong wilt leggen

of neem de naam van wie je kent
je begroet met open mond
schudt de uitgestoken hand
verliest langzaam de greep

hoe het met haperen begint
woord voor woord drijft weg
door een gat in het achterhoofd
alsof je op de tocht leeft

voor je bij steen stilvalt
alle taal uit het lijf gesneden

FT 17112018

De storm vervolmaken
 
Buiten bereidt men een storm voor
en ook binnen is het stil.
Het apparaat is klaar voor gebruik,
u kunt de meting starten.
 
Van de weeromstuit de dichter
ligt er sprakeloos bij met halfglazen blik.
De pax poetica heeft hem te pakken.
Hij mompelt zelfs niet meer.
 
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste

 

Onder in mij…

.
Onder in my whiskey glas sien ek jou weer
Onthou ek hoe ons was, maar nou’s my hart so seer
Die kroeg se deur is toe, wasem hang in donker lug
Ek lig my glas op om te proe, maar voor my sien ek jou gesig
 
Ek het jou verruil vir die droom van ’n duisend kontinente
Maar nou sien ek my glas se boom en ek tel my laaste sente
Jy’s orals in my hier vannag, ek voel jou in my lewe
Whiskey is hard en jy is sag, jy is bo drank verhewe
 
Onder in my, onder in my
onder in my whiskey glas is jy nog aan my vas
Drie skepe moes my wegvoer, na lande ver van hier
Maar daar is skimme op die vloer en visioene in my bier
.
Ek weet ek was verkeerd gewees
My oe traan, my maag wil draai en draai
My toekoms is nog vis nog vlees
Drie skepen het my hart verraai
 
Onder in my, onder in my
Onder in my whiskeyglas is jy nog aan my vas
 

Koos Kombuis
(pseudoniem van André le Roux du Toit)
http://www.nummervandedag.nl/post/5517715236/onder-whiskeyglas-van-koos-kombuis/#.W-9X3eIiE2x
https://www.youtube.com/watch?v=16GkoFOPIZg

blootvoets en woordeloos

in zijn ogen
rolt de stilte
alle steile uren
van de duinen

woordeloos
rennen we de zee in
met haar golven
van begrip

als uren later
de zon zakt
in ons verzonnen leven
weet ik pas wat stil is

PetraMaria

Share This:

Geen categorie

Rik van Boeckel presenteert 2 december poëziebundel en cd ‘Beweeg als een strateeg’ – 010 – van 3 tot 5 met oa Max Lerou en Jaap Montagne en Diana Ozon

Geplaatst op

Rik van Boeckel presenteert 2 december poëziebundel en cd ‘Beweeg als een strateeg’ in Dizzy, Rotterdam

De Leidse dichter/ percussionist Rik van Boeckel presenteert op zondagmiddag 2 december a.s zijn poëziebundel en cd ‘Beweeg als een strateeg’ in café Dizzy in Rotterdam. Bundel en cd worden uitgegeven door de Rotterdamse uitgeverij Bunker, die zich specifiek richt op de podiumpoëzie.

Rik van Boeckel staat bekend als een dichter die zijn poëzie voordraagt met live percussie. Zijn poëzie ligt dicht tegen rap en liedkunst aan. In de jaren 80 genoot bij bekendheid als popdichter.

Daarom heeft hij er tevens voor gekozen een aantal muziekgedichten op cd te zetten; de eerste opname (Parijs een zonderlinge reis) dateert uit 1983, de laatste (Ochtendjazz) is van dit jaar. De muziek varieert van hiphop tot rock, jazz en West-Afrikaanse percussie op de djembé. Opnames zijn gemaakt met Rob Smit (Kubus Cassettes), Jan van der Plas (Les Zazous), MB Ghetto Flow, Ron Baggerman (Galactic Music Centre) en Nicko Christiansen (Living Blues Experience).

Van Boeckel bracht in 1998 de bundel De Witte Makedonika uit en legde zijn passie voor reizen vast in de reisboeken Het loslaten van Atlas (2005) en De zingende palmen van Cuba (2007). In deze bundel zijn een aantal reisgedichten opgenomen die een poëtische impressie geven van Ibiza, Cuba, Portugal, Santo Antão (Kaapverdië) en Berlijn.

Uitgeverij Bunker is een jonge Rotterdamse uitgeverij voor podiumpoëzie; dichters die met opvallend, kwalitatief werk en dito optredens indruk maken. Haar boeken worden via podia gedistribueerd.  

 

Tijdens de presentatie zal Rik van Boeckel solo optreden en met Ron Baggerman en Nicko Christiansen. Gastdichters zijn Diana Ozon, Joz Knoop, Jaap Montagne en Max Lerou.

Bundel en cd zijn tijdens de presentatie te koop voor € 17,50 en zullen door Rik worden gesigneerd!

Foto’s: Theo Huijgens

Tijd presentatie: 15.00-17.00

Toegang: gratis.

Adres: café Dizzy. Gravendijkwal 127a, Rotterdam

www.dizzy.nl

Share This:

Geen categorie

VON SOLO: ‘Nu nog iets met me-too-misbruik aantonen en de Sint is exit. Dan heeft Santa zijn doel bereikt en zullen enkel de Coca Cola trucks nog onthaald worden in Dokkum…’

Geplaatst op

Dochter: ‘Ik heb een verhaal geschreven waarin Sinterklaas vermoord wordt.

Vader: ’Door wie dan? De Kerstman?’

Deel 208. Hohoho

Dit lijkt een doodnormaal gesprek tussen een dochter en een vader aan de keukentafel. Maar wat het bijzonder maakt is dat er meer waarheid in zit dan men op het eerste oog zou vermoeden. Want onder de streep klopt het. De Kerstman heeft Sinterklaas al bijna vermoord. Alleen de Sint weet dat nog niet. Dat komt door al het nepnieuws tegenwoordig.

Welk nepnieuws, zult u vragen. Laat mij u vertellen dat dat de Zwarte-Piet-discussie is. De aanval op het fenomeen Zwarte Piet is zeer geraffineerd in elkaar gezet achter de schermen door slimme marketeers. Het leidt af van het echte doel. Het afschaffen van Sinterklaas. De Sint was tot voor kort untouchable. Met de Sint solde je niet. De Heiligman was goed. Hij had echter één zwakke plek: negerslaven! En laten we nou net in een samenleving verkeren waar we toch zo onderhand tot het besef gekomen zijn dat bepaalde geschiedkundige feiten niet meer stroken met de hedendaagse algemene normen. En waar er voldoende mediocrate actiebereidheid is om er een punt van te maken.

Maar wie spint hier dan garen bij, zult u vragen. De Kerstman uiteraard! Of beter gezegd Santa Claus. Santa haalt nog steeds jaarlijks niet de geraamde recordomzet rond de Kerstdagen omdat er op 5 december ook zo nodig nog een typisch archaïsch nationaal lokaal kinderfeest gevierd moet worden in Nederland. De aandeelhouders van Santa beginnen te morren. En dat futiele kinderfeest zit in de weg van de winst. Het is al gelukt Valentijnsdag in te voeren. Dat ging er met de paplepel in. Ook Halloween wint het intussen bij ons in de straat van Sint Maarten. Alleen die vervelende Sint. Echter een paar jaar geleden vonden de trollen van Santa toch een zwakke plek in Sint zijn defensie. Het eerste stadium van de afbraak van de macht van de Sint is intussen bijna geslaagd. Nu nog iets met me-too-misbruik aantonen en de Sint is exit. Dan heeft Santa zijn doel bereikt en zullen enkel de Coca Cola trucks nog onthaald worden in Dokkum op Black Friday.

En daar zit hem de crux. Dit gaat niet enkel om feiten en beelden. Het gaat niet eens enkel om het geld. Het gaat om het slopen van de oude Europese multi cultuur gebaseerd op verschillende bevolkingsgroepen en een doorlopende stroom nieuwkomers en verhuizers. De grote sloper heet de Angelsaksische cultuur. Een cultuur die wel vaart bij eenvormigheid, schaapachtig gedrag en ongebreidelde consumptiezucht. Een cultuur die geen andere culturen naast zich tolereert. Een cultuur die gedijt bij eenvoudig herkenbare en vooral uniforme symbolen. Zoals de nazi’s het hakenkruis hebben, heeft de Angelsaksische cultuur de gouden bogen van McDonalds. Duidelijkheid. With us or against us. Capitalism first! Er is geen plek voor twee symbolen. Er is geen plek voor meerdere goden. Er is geen plek voor Santa én Sint. Dus degene die in de weg staat van altijd groeiende honger naar rendement en shareholder value, moet uit gefaseerd worden. Het is tijd voor een cultuurverandering. En zoals u wellicht weet is cultuurverandering altijd de voorbode van ‘de grote reorganisatie’. Hebt u er zin in? Bent u er klaar voor? Laat u zich voor dat karretje spannen? Kiest u vooral zelf. Nu er misschien nog keuze is.

VON SOLO

DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl

Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Geen categorie

MIRJAM AL … niemand ziet hoezeer ik ween

Geplaatst op

Hoi Pom, voor deze week stuur ik een lichtvoetig versje van Mirjam Al in.  groet, Merik

 

Verzuchting

 “Kom,” sprak de goudvis in het kommetje,

“ik maak nog maar eens een ommetje.”

En hij sloeg zijn vinnen uit,

gleed eindeloos langs de glazen ruit.

“O,” riep hij, “ dit is de zee, een oceaan

voor mij alleen, alleen……

Mirjam Al

Share This:

Geen categorie

Liesje Heij 2 weken vakantie – Ditmar Bakker – ollekebolleke – leest ons de les: ‘Wolff, Van der Torren En dekselse Wijtgaard ook, Roop, Jolies Heij en Natuurlijk mijzelf…”

Geplaatst op

Pom, liefste,
Er is nogal wat te doen geweest over het ollekebolleke op deze site–aangezien we het over rijm of onrijm (laten wij schrikkelrijm even buiten beschouwing) meestal eens kunnen zijn, gaat de discussie over ‘goed of niet’ dus eerst en vooral over het metrum, dat sommige schrijvers lastiger te bepalen lijken te vinden. Voor de lezers van Pomgedichten heb ik een (hopelijk leesbaar) informatief stukje tekst geschreven dat het zijn of niet-zijn van het metrum en haar ontstaan behandelt, in het bijzonder waar dat het ollekebolleke betreft. Wandel met mij mee in het woud dat scanderen heet: ik weet de weg.

-x- D.

METRISCHE VRIJHEDEN
Reflecties op het ollekebolleke

Citeren wij allereerst het welbekende exemplaar van Drs. P, dat een vertaling betreft van een zelf-omschrijvend vers van Roger L. Robison:

Dactylus! Dactylus!
Ollekebolleke
Tweemaal vier regels
Die rijmen aan ’t slot

Kreet, thema, één woord met
Zeslettergrepigheid
Moeilijk te maken
Maar wat een genot

De bekende karakteristieken van ons onderwerp benoemen we kort. Het ollekebolleke of de olbol: achtregelig; mannelijk rijm is verplicht want noodzakelijk en siert regels 4 en 8. Een zeslettergrepig woord vormt de zesde regel.
Ons metrum is de dubbele dactylus: PAMpampam PAMpampam. Werd door uitvinder Anthony Hecht een dactylische dimeter, afgesloten met een choriambe–PAMpampamPAM–gedicteerd, onze grootmeester liet ‘lossere’ enjambementen zoals in bovenstaand ook toe (“TWEEmaal vier REgels” vormt één regel, zodat het metrum met het onbeklemtoonde ‘die’ overloopt in de volgende regel).
Maar hoe hanteren we dit metrum in lastiger zinsconstructies waarbij interpunctie–taboe volgens de Drs.–ook een rol gaat spelen? En wanneer kunnen we spreken van ‘correct’ metrum?

Een voorbeeld:

Wolff, Van der Torren
En dekselse Wijtgaard ook,
Roop, Jolies Heij en
Natuurlijk mijzelf…

Allen hierboven in
Zeslettergrepigheid?
Dat is ondoenlijk!
(Zij zuchten: spuit elf!)

In een opsomming krijgen de zelfstandig naamwoorden de meeste nadruk in een zin, gevolgd door de bijvoeglijk naamwoorden. Bijwoorden en voegwoorden sluiten de rij. Bij eigennamen is dit niet anders: in bovenstaand voorbeeld krijgt Wolff de hoofdklemtoon van de eerste zin toegewezen. De voorvoegsels ‘van der’ in Van der Torren blijven onbeklemtoond: zij vormen immers de opmaat naar Torren (zelf beklemtoond). Wijtgaard wordt met ‘dekselse’ bestempeld omdat het zo’n makkelijk dactylisch bijvoeglijk naamwoord is, zodat ‘dekselse Wijtgaard’ met een enkele (informatief haast zinledige) bijwoordelijke toevoeging een volledige dubbele dactylus vormt, waarbij bijvoeglijk en naamwoordelijk deel de dactyli (en daarmee de klemtonen) kunnen verdelen. De etymologie van “Wijtgaard” laten wij voor wat het is–haar klemtoon ligt op WIJT.

WOLFF, van der TOR-ren
en DEK-sel-se WIJT-gaard ook,
ROOP, jo-LIES HEIJ en
na-TUUR-lijk mij-ZELF…

Lastiger wordt het in het volgende onderdeel van de opsomming: “Roop, Jolies Heij”. Ai. Volgens de wetten der zinsbouw krijgen beide onderdelen van een gelijkwaardige vergelijking of opsomming eenzelfde nadruk. En we willen Roop en Jolies Heij toch als gelijkwaardig beschouwen. ‘Roop’ vormt weinig lastigs en krijgt onmiddelijk een klemtoon toegewezen. De wetten van de olbol dicteren dat de volgende klemtoon nu op “Heij” dient te dreunen. Dat doen wij dus, en hupsen zo over “Jolies” heen. Kunnen wij de voornaam als ondergeschikt aan de achternaam beschouwen? Mogen wij dat? Of lezen wij “Jolíes Héij”, oftewel jo-LIES-HEIJ in regel 3?*

We nemen aan dat onze constructie correct is, omdat Drs. P metrische vrijheden als deze op beperkte schaal toepaste (accentuering van mijn hand):

INgewandsNArigheid:
POLSuurwerk INgeslikt

en

KREET, thema, ÉÉN woord met
ZESletterGREpigheid

en, verrassender:

KIJter, gulk, SNOTolf, poer,
WIMber en GRIET**
(citaten: Drs P., ZESLETTERGREPIGHEID, Nijgh & Van Ditmar, 2009)

We vinden een dergelijk construct ook bij Frank van Pamelen:

A73
BEUningen NIJmegen
HEUmen cuijk BEUgem
boxMEER venray-ZUID

HORST venlo TEgelen
HAARlemmerMEERpolder
(citaat: Frank van Pamelen, IKEA EN ANDERE VERZEN, Nijgh & Van Ditmar, 2008)

Een aperte fout is een dergelijke verschuiving van het metrum dus niet. Blijkbaar verdraagt onze dactylus een sporadische klemtoon met beklemtoonde buurman, zolang deze buurman geen hogere plaats in de tonische rangschikking van de grammatica inneemt. Na het onbeklemtoonde voegwoord ‘en’ sluit strofe 1 af met ‘natuurlijk mijzelf’. Natúúrlijk mijzèlf, wat ook geen problemen oplevert.

AL-len hier-BO-ven in
ZES-let-ter-GRE-pig-heid?
DAT is on-DOEN-lijk!

‘Allen’ vormt voorts ons onderwerp in de 2e strofe en wordt met klemtoon beloond, net als ‘hierBOven’, waarna het correcte (ons voorgeschoteld door de Drs.) ‘zeslettergrepigheid’ ons ollekebolleke-woord vormt. “DAT is onDOENlijk” geeft ons een nevengeschikte zinsgrammatica–met naamwoordelijk gezegde–wat door evenredige belangrijkheid ook al een dubbele dactylus vormt (overigens zijn er lieden die de neiging hebben om, wanneer zij enkel het woord ‘ondoenlijk’ op papier voorgeschoteld krijgen, dit uit te spreken als ONdoenlijk, om dat onderdeel van het woord, dat nu juist de negatie weergeeft (wellicht het belangrijkste onderdeel van het woord, omdat dit hoofdzakelijk bepalend is voor de uiteindelijke semantische ‘waarde’ die overgedragen wordt aan de lezer: immers, wat belangrijk is, is dat de omschreven actie *niet* is–dat is waar het in dit woord om draait, niet om de bereikbaarheid of ‘doenlijkheid’ van datgeen de bepaling omschrijft) extra nadruk te geven).
Van Dale dicteert onDOENlijk. We mogen bovenstaande argumentatie dus van tafel schuiven en “DAT is onDOENlijk” hanteren. Onderwerp eerst, nevenschikking daarbij, het werkwoord komt daarmee op een tweede plaats en krijgt blijft onbeklemtoond.

DAT is on-DOEN-lijk
zij ZUCH-ten: spuit ELF!”

“Zij ZUCHten”. Ho even; een onbeklemtoond onderwerp? Ja: aangezien ‘zij’ verwijst naar het onderwerp van deze strofe, en dit onderwerp in regel één al beklemtoond werd, hoeven wij dit niet nogmaals te doen. Dat is wel het geval met wat ik de persoonsvorm van de tweede strofe zou willen noemen: ‘zuchten’, in ‘allen zuchten’. Onderwerp + persoonsvorm: twee beklemtoonde woorden in een zin, immers voor geen woordsoorten in belangrijkheid onderdoend, waarbij onderwerp (in onze strofe ‘allen’) de eerste plek inneemt (zodat het, in een zin enkel bestaand uit onderwerp + persoonsvorm mogelijk lijkt het onderwerp een klemtoon mee te geven, en de persoonsvorm onbeklemtoond te laten).
“Spuit elf” krijgt als lijdend voorwerp in strofe twee een klemtoon in een versvoet toebedeeld, waarbij we ons afvragen, of het het bijvoeglijke of naamwoordelijke ten deel mag vallen. Gelukkig kunnen wij in het lijdend voorwerp de nadruk op het bepalende onderdeel ervan drukken, dat hier ‘elf’ is. Hiermee wordt eenzelfde moeilijkheid als bij “JoLIES HEIJ” vermeden.***

 

En zo hebben wij ons door een ollekebolleke heengeworsteld en een doorlopende dubbele dactylus gecreëerd. Het metrum loopt als een trein. Alleen de pointe, de ‘grappigheid’ van de olbol, lijkt het hier( door aperte flauwheid of uitholling door het fileermes der scanderen) aan kracht te mankeren.

Bovenstaand wordt verder geillustreerd in de volgende strofe:

Komt naar dit eiland die
Geperverteerdenkliek,
Wat nacht, gewetens, en
zondagsrust kost!

De dubbele dactylus heerst, en geeft ons hoe bovenstaande olbol scanderen móet. Problematisch is de laatste zin: gewijzigd in “Wat ons gewetens-, en zondagsrust kost” lijkt deze ons een beter lopend ollekebolleke op te leveren. Het betreft een vrijheid van een forsheid die de Drs. zich niet toeliet. Bezien wij ons lijdend voorwerp: ‘nacht-, gewetens-, en zondagsrust’. Het mag, nadat elk van de rusten een klemtoon hebben gekregen, klemtonen en daarmee versvoeten verdelen. Dat wordt echter NACHT-, geWEtens-, en ZONdagsrust (Van Dale). “NACHT” ontsiert onze dubbele dactylus. WAT NACHT-, geWEtens-, en ZONdagsrust KOST. De grammatica dicteert onze beklemtoning: we kunnen niet onder een nadruk op ‘NACHT’ uit. De rust is van de nacht, het geweten en de zondag alledrie gelijk: een opsomming, nevengeschikt. We hebben van doen met een imperfect metrum**** en daarmee een falende olbol!
Schrijver hanteert zijn strofe. We begeven ons in een magisch woud van tonale schikking wanneer wij spreken over de nadruk in een opsomming als één, twéé, DRÍÉ! Waarbij pragmatiek om de hoek komt kijken en daarmee wellicht ons ‘gevoel’.

Wij dichters hanteren ons metrum, maar mogen niet vergeten haar wetmatigheden in consideratie te nemen.

Nootjes:
* Maken wij het geleuter even technisch, nu we de plaats van de klemtonen bepaald hebben: door jo-LIES HEIJ verandert onze volmaakte dubbele dactylus in een amfimacer: door 1 onbeklemtoonde en twee beklemtoonde klanken. LIES-HEIJ lijkt in onze heptameter wel een spondee met zijn twee lange lettergrepen. Sommigen zouden het, naar het Latijn, wellicht onder de secundus epitritus (trochee, spondee) scharen, die dan gevolgd wordt door een phyrrische versvoet (dibrachys), indien we uitgaan van een ongeschonden heptameter. De laatste–beklemtoonde–lettergreep van de beide olbol-strofen is problematisch bij het scanderen: één strofe bestaat altijd uit zeven dactyli, gevolgd door een beklemtoonde extra lettergreep: te verdedigen valt een verdeling in zeven versvoeten, waarbij de eerste zes dactyli zijn, en een choriambe als laatste versvoet de strofe besluit (in dit voorbeeld: trochee, spondee, dibrachys, choriambe–en dat in een dactylisch vers!). Eenvoudiger is het, het vers catalectisch te noemen (kenmerkend door het wegvallen van syllaben in de laatste versvoet) en er zo klaar mee te zijn, maar waarom zouden we dit doen, als dit oorspronkelijk níet het geval was, en de ‘pure’ scandering der dactylische dimeter verloren raakt in de ‘losse’ enjambementen die de Drs. toelaat? De uitgeschreven strofen vormen dactylische heptameters, die afgesloten worden met een laatste choriambe. Hoe dan ook is de discussie tussen zes dactyli gevolgd door choriambe, of 8 dactyli in een catalectisch vers, geen praktische.

** Vissoorten. In dit voorbeeld van Drs. P zouden alle elementen in de opsomming, in ‘belangrijkheid’ niet voor elkaar onderdoend, eenzelfde nadruk moeten krijgen. ‘Gulk’ en ‘poer’ dienen grammaticaal gezien net zo goed
beklemtoond te zijn vanwege de nevenschikking.

*** Iets dergelijks valt niet uit te halen bij bijvoorbeeld ‘polshorloge’ of POLShorLOge: een endocentrisch woord waarbij we geen van haar onderdelen, grammaticaal gezien, klemtoon mogen ontzeggen. In ‘spuit elf’ wordt de aanwezigheid van meerdere spuiten, door de suggestie van rangschikking, geimpliceerd. In onze AP is ‘elfde’ daardoor hoofdzakelijk bepalend. Althans, ik meen dat het een AP of ‘adverbial phrase’ betreft in “Zij zuchten: spuit elf!” dat attribueert (waarde toekent) aan het onderwerp ‘zij’ (lezers die hier wel degelijk een NP in herkennen: corrigeer mij a.u.b. via ditmar@ditmarbakt.nl). Een onmogelijkheid in ‘polshorloge’: waarbij beide elementen eenzelfde waarde (N) dragen en dus gelijkelijk beklemtoond moeten worden. (Zou u toch denken, ware het niet dat de Drs. in de frasen “Ingewandsnarigheid / Polsuurwerk doorgeslikt” de horlogerie wel degelijk vervangt door het, volgens van Dale correcte, ‘UURwerk’. Hier is de nevenschikking met extra klemtoon (of niet? vgl. “joLIES HEIJ” en “KIJTer, GULF, SNOTolf, POER”) weer aan de gang. Het is tekenend dat de Drs. “polsuurwerk” toelaat waar hij “polshorloge” als definitief onbruikbaar zou hebben bestempeld.)

**** Regel 7 & 8: antibacchius, dactylus, choriambe, waarbij de antibacchius ‘misstaat’ in het vers zoals de amfimacer ook doet.

Ditmar Bakker

Share This:

Geen categorie

KARIN BEUMKES – ‘kijk, hij werkt op het land met de dweil in traag tempo poetst hij de uien.’

Geplaatst op
de koningin van texel predikt de maandagochtendwereldvrede vandaag voor ons allen – pomgedichten doet niet aan religie –  onze karin beumkes heeft zo haar eigen visie – vanaf dat inspirerende eiland hoog boven de nederlanden verheven – eigenlijk is het god zelf die ons toespreekt – en dan nog wel in poëzie – beumkes waakt over ons – over alle laaggeletterden – zo is het!
.

Ali

Is goed bezig vandaag
kijk, hij werkt op het land
met de dweil in traag tempo
poetst hij de uien.

Geen tijd om te huilen
de kleine stad onder de bom
was ons nest.

Geen tijd om te slapen
alles is zo begonnen
waar de geit en de kameelspin sliepen
is niet langer van ons.

Allah bedien mij met morfine
dompel de druiven
bet de olie
het is allemaal aan Jou.

Been voor been ga ik de warmte uit
hand voor hand verlies ik mijn vloer.

Karin beumkes

Share This:

Geen categorie

Petra Maria & Max Lerou winnen de enige echte virtuele het duurt nu echt te lang trofee op pomgedichten

Geplaatst op

het goud en zilver  gaat deze week richting petra maria en richting max lerou. wie krijgt wat dat is wel nog even een dingetje. het duurt te lang wolluf!!! duurt echt te lang – die beslissing – jaja kind – alles aan jou duurt me ook veel te lang – leg je kleren asjeblieft terug in de kast – elke dag hier met jou hetzelfde liedje – dat duurt me echt te lang – we moeten door het spijt me – door met max en door met petra maria – goud en zilver naar max én petra vandaag – voor beiden al het eremetaal – dat is de oplossing vandaag. alle dichters bedankt!

het tijdelijke door max vorm gegeven waarin alle woorden verloren gingen én de oneindigheid van de liefde voor petra maria – en dat wij ons als lezers ergens daarbinnen bevinden – in al onze armoede een weg trachten te vinden in de tijd én de prachtwerken van petra maria & max mochten lezen. van harte en dank jullie wel!

 

Petra Maria die plek waar jij me vroeg

Marc Tiefenthal op wacht

Frans Terken diep in de ogen

Rik van Boeckel laat het hart bloeden

Erica de Stercke wacht het lege perron op mijn oude huid

Cartouche om tot elkaar te komen

Aratrios zacht was het zeker alles

Max Lerou weet nu meer dan ik bedenken kan

met een groet van jako fennek in de regen:

Groet uit de bergen

Hier eindelijk regen Pom. Het duurde lang, heel lang dit jaar. Dan begin te beseffen, dat water
één van de belangrijkste en noodzakelijkste levenselementen is. Ik sta in miin schoenen, ga de
natuur in. Een wandeling in het vocht, geen gedicht vandaag. Had een drukke zaterdag. Maar ik
lees wat jullie doen. Er zijn prachtige bijdragen bij. Verheug me op de uitslag.

Heb het goed vandaag, pas op jezelf.

Groet van Jako

 

 

wie wint de enige echte virtuele het duurt nu echt te lang trofee op pomgedichten? onze davina verovert de lage landen met het – duurt te lang – liedje van glen en morien:

Het duurt te lang
We staan hier al een tijdje en we moeten door dus voor de laatste keer het spijt me
Het duurt te lang
Het duurt te lang
We staan stil
Wat jij wil, wat ik wil
Het duurt te lang
.

maar wat duurt de dichter te lang? dat is de vraag op pomgedichten punt en el. dat gaan we hieronder lezen – u kent de regels – de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

terug naar de plaats
waar heftiger werd gezoend
dan god het ons leerde
de tuin!
.
god keek weg
het was teveel
engelen vlogen niet meer
mensen bleven staan
.
er werd gegild
er was vrede
wij deden waarvoor we bedoeld waren
en het zou nooit meer nee nooit meer zo
 .
pomwolff

HET PLEIN

als ik dichterbij kom
waar jij verder weg
een tijd terug
met lange benen
naast mij zat

je handen
koel rustend op mijn arm

de plek
waar jij me vroeg
verlaat me niet
en ik je zei
wat er ook gebeurt

weet ik
dat tijd in onze liefde
niet bestaat

PetraMaria

de hele wereld duurt te lang, haast, ongeduld, kloppend rijmen, ze rijdt te lang in deze tunnel zingt ze –  veel te lang natuurlijk – tijdje –  het spijt me – ja hoor wat zal je kloppend rijmen – duurt te lang – boeiend! –  iets van verwendheid heeft het allemaal wel – een heerlijk beeld van een generatie – en daarnaast die vreemde hang naar verhalen vertellen – story telling –  als tegenhanger – dat vloerkleed van moralisme dat in veelal onbeduidende levens wordt gelegd  gaat langer mee dan een mens zich zou wensen –  die onverslijtbare moderne tegenhanger – verhalen over verveeld leven – ze krijgen er geen genoeg van. heerlijk allemaal – dat we het nog mogen meemaken.

HET thema op pomgedichten vandaag opgepakt door dichters – vloggers en de moralistische verhalenvertellers let op – zo gaan dichters om met hun tijd. petra maria als eerste hierboven en de tekst zonder enig moralisme. we lezen over een arm, een plein, lange benen en over de tijd die niet heeft bestaan – een verademing deze tekst in een wereld waar 9 minuten  herhaald wordt dat het allemaal te lang duurt. dank je wel petra maria – in alle eenvoud de oneindigheid in een paar streken kleur gegeven.

Nul n’est d’or autre
que la patience accorde.

Onder dit opschrift
staan we
in de rij

te wachten.

Niemand is verguld dan
door het geduld geschonken.

wachten

en reiken onze hals uit
naar zalen
vol zaalwachters

zij waken over doeken
van Frans Hals
of over de Burgerwacht
of over doeken
van Mark Rothko
die niet kon wachten
of over doeken
van Willem de Kooning
die heel lang kon wachten

wachten we

Marc Tiefenthal

tiefenthal verplaatst het thema naar de wachters in een museum – hoe zij de uren van de dag doorkomen – met wachten – geduld over wint alles stond er op het bordje van oma – de wachters weten het – zelfs de tijd. duurt wel lang dit gedicht – hij staat er al een tijdje tief. gun de suppoost ook iets van een leven. ik zou zeggen – opdoeken allemaal!  hier. als titel dan – kan dit gedicht wel gebruiken. beetje leven in de brouwerij.

‘Wachten duurt lang’

Zoals je wacht op de wijnoogst
je ziet onder zon de druiven groeien
knipt weg wat te klein blijft
en blaast er warmte overheen

hoe het na stampen rijpt op het vat
je staat erbij te kijken hoe het gist
klaart het dat het in de fles mag
dan nog moet mond en keel wachten

het is voor geduld een neus hebben
laat ook die ruiken en genieten
van het walsen in het glas en
kijk intussen je lief diep in de ogen

goed dat er nog plat water is
om even de mond te spoelen

(‘Wachten duurt lang’, titel geleend van Bert en Ernie)

FT 10112018

langzaam werkt frans toe naar de geliefde van dienst maar ik geloof toch niet dat deze liefde een lang leven tegemoet gaat – de mond moet meteen al gespoeld. zowel letterlijk als figuurlijk – dit gaat niet lukken. zoveel is zeker. liefde moet als goede wijn … vermoed ik dat de dichter hier duidelijk maakt.

Vers van verandering

Niets blijft zoals het is
dagen wonen in herinnering
in huizen met vleugels van zilver

wolken leven als zotten boven daken
de wind neemt alles mee en af

dagen kruipen tergend langzaam voort
langs aders van leven en liefde
smeken hen zacht te worden

de zegen van verandering
laat het hart bloeden

en stralen met het gemak
van de dromer die ontwaakt.

Rik van Boeckel
10 november 2018

rik combineert wat te combineren is maar ook het onmogelijke – de wolken als zotten –  de dagen tergend langzaam – mooie tweede regel:  de herinnering en toch ook het verlangen naar wat de dromer droomt – dat het zacht mag zijn – de liefde – de verandering –  het leven.

het is één chaos – en rik maakt er al altijd het beste van in zijn kosmisch universum waarin hij mensen situeert die overal achteraan gaan maar nooit weten waar ze uitkomen –  waar de wolken en de wind de mensheid heen drijven – het is drijven en gedreven worden in de gedichten van rik van boeckel

Linie

Dat succes zich voedt als een slang
weggemoffeld op het podium.

Het publiek houdt zich stil. Zelfs
geen zuchtje gevaar aanwezig.

Druipend van geduld slaat onder
slinkse ogen de muil toe.

Hoe mijn waterkans wordt opgeslokt
bij de minste vreemde werveling.

Aan tafel zitten de koppensnellers
kurkdroog met punten te prutsen.

Ik stond er bij, zag gebroken tanden
in de overwinningsbeker bijten.

Vervelde verklaringen dimmen het licht
naar een gladde nacht.

Met grensoverschrijdend geduld wacht
het lege perron op mijn oude huid.

Erika De Stercke

wat ‘waterkans’ is – een vlaams woord vermoed ik – of een gerecht waterzooi altijd lekker – wat is hier aan de hand. ik vermoed dat onze erika verhaalt van een slamwedstrijdje en dat ze kijkt naar een veelkoppig monster – de drie juryleden achter een goedkoop tafeltje. want wie zich als jurylid uitgeeft is niet goed bij het hoofd – die pretenteert te weten wat er in een dichter gevaren is – lijkt erika hier in vlagen van toenemende woede op te schrijven. en dan is er nog dat beeld van een eenzaam perron – de slamdichteres moet gent nog halen – de valse muilen van de juryleden wat zou ze ze graag. lieve erika het leven is niet eerlijk – niet altijd – bijna nooit. en die juryleden je zou ze inderdaad. mee eens!

Lang

van november tot diep in mei
hebben ze gezwegen, zij lagen
te roesten in hun schedes, bloedeloos
de dagen verzadigde loopgraven

tot het krieken, de roep van de spriet
hem vermande, wakker riep
ontvlamde, hij zijn open graf verliet
en in het veld trad om haar
te tarten en te dagen

tot drank en nageslacht
geen lieve vrede maar tweestrijd
om te leven, te overleven
op het slagveld van zachtheid
delf je enkel onderspit

als man, als heilsoldaat
kun je niet te lang zonder strijd
blijven staan, spieden, draaien
wapens dienen – ingezet
om tot elkaar te komen

11-11-2018
Cartouche

wat cartouche toch allemaal weer aan elkaar rijgt? de loopkuilen van de 1e wereldoorlog als decor – lekker modern vandaag – en dan al die vogeltjes in mei – die kunnen er nog wel bij  – soldaten vogeltjes slagvelden – het is duidelijk cartouche wil in en met dit gedicht ergens heen – maar waar cartouche heen wil weet cartouche alleen.

Te lang voorbij
 
Er was die dijk
die geen dijk bleek,
die poort die geen poort bleek,
 
land dat geen land kon heten,
 
maar er stond bereid een
trein op een
terrein op een
klontering van palen.
 
Ik kon hiervan heen.
Hij was nog te halen.
 
Aan zee wachtte honkvast
de vogel in zilver
of leek het goud.
Zacht was het zeker alles
een warme jas. Toch
haar klapwieken
zinloos begonnen.
 
Aratrios

onze pseudoniem haalt de dichter van de chrysanten en de roeiers in huis – het is er allemaal maar het is er ook allemaal niet – petra maria beperkt dit gegeven tot de liefde die zij tijdloos verklaart in poëtische termen – bij arie van egmond bestaat er van alles en nog wat – (niet). als je zegt wie je niet bent houd je jezelf over – schreef ik eerder – maar haar houdt ie niet over  – ooit vloog ze weg en weg was ze – wat rest is de poëzie – egmond aan zee – het geluid van klapwieken in de verte. hoe alles toch ook weer samenvalt en samenkomt in de teksten van zangeresje. het duurt allemaal te lang man. hahaha. voor je het weet bestaat er niets meer.

vandaag bestaat niet

je ging al net zo vlug weg als toen
je voor het eerst met het paard
ook mijn leven binnen galoppeerde

je zei verdomme nog ik val niet zo snel
doe maar rustig aan time is on your side
dat klopte dan weer wel ik ben er nog

de klok was van ons de kosmos wist beter
tijd draagt het mombakkes van de dageraad
schoppenaas schuilt in de boezem van het licht

denk niet dat ik je nog een keer zal schrijven
jij weet nu meer dan ik bedenken kan
en ook de woorden zijn op

ml

zo goede morgen nederland – max lerou neemt eventjes de gelegenheid te baat om afscheid te nemen – het duurde net, net, net te lang – moet je net max lerou hebben – dichter is er klaar mee – er kunnen nog 12 regels vanaf maar dan ook geen woord meer. hahaha! heerlijk. de tijd wel even nog op haar ‘side’ gelegd, aan haar toegeschreven.  de ogen geopend & gapende kloven –  smeren maar dames! –  nee de meisjes van plezier hebben vandaag geen goede morgen.

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG: Onze oude stamkroeg is ingrijpend verbouwd. Dianne Ozon en ik hebben geprobeerd te omschrijven wat we precies zagen en voelden toen we er zaten….Eén muur ziet eruit alsof je in een slagerij bent, De andere alsof we in een crematorium zijn….

Geplaatst op

 

Wekelijks een column schrijven

is zoiets als de liefde bedrijven

Soms heb je zin

En rijgt zich zin na zin.

En soms heb je er geen zin in.

 

Dus vandaag een wat zie ik in mijn omgeving en wil ik delen. De gewone dagelijkse dingen en de veranderingen.

Ton Lebbbink kon dat als geen ander. Zijn omschrijvingen van zijn omgeving waren weergaloos. En hij deed dat bijna dagelijks.

Afgelopen zondag is, in cafe Helmers, zijn sterfdag herdacht met een mooie uitgave van zijn best hits en zijn laatste schrijfsels. Mooi boekje dat Pappen en Nathouden heet, met tekeningen, teksten een wonderlijke cd met sterke ritmische muziek, die hij bij zijn optredens gebruikte en zijn stem. Oude vrienden kwamen samen om hem te gedenken en een glaasje te drinken. Het was een vreemd gezicht om de oude punkdichters en rockers in de nieuwe Helmers te zien.

Onze oude stamkroeg is ingrijpend verbouwd. Dianne Ozon en ik hebben geprobeerd te omschrijven wat we precies zagen en voelden toen we er zaten. Op de plek waar vroeger de ronde tafel stond, die kaart- en jurytafel was en waar eindeloos veel kranten zijn gelezen, is een soort boudoirachtig setje meubels neergezet. Eén muur ziet eruit alsof je in een slagerij  bent, De andere alsof we in een crematorium zijn, met een licht ornament in de vorm van twee kruisen. In een andere hoek zit je in een wellness hotel en de hoek waar vroeger de helder verlichte keuken was, zit de ingang van de toiletten beneden, maar het lijkt eerder alsof je naar de sauna gaat. De krukken zijn zwaar en niet zitbaar. Alleen als je zulke smalle billen hebt als de gepensioneerde verpleger kun je blijven zitten. De rest van de mensheid glijdt er met gemak voortdurend vanaf. En misschien wil je er ook niet lang blijven zitten, of willen de nieuwe eigenaren niet, dat er mensen lang blijven zitten.

Nergens een herinnering aan de stoere, warme en oude plek. Ik ben gauw weer weggegaan.

Ik mis Ton. En meer. Die Poëzie komt nooit meer terug.

Dan nog:

In mijn straat is er geen licht. Kapot? De winkelstraat om de hoek is daarentegen dubbel verlicht met kerstversiering en hier en daar al kerstboompjes met lichtballetjes, maar bij ons is het donker. Zo donker dat ik gisteravond wel mensen hoorde die een fikse ruzie hadden, maar ik kon ze niet zien. Bijzonder onwerkelijk midden in de stad. De man wilde dat de vrouw met hem meeging, omdat hij haar had gefêteerd op drankjes en eten en zij wilde niet met hem naar huis, maar werd tegengehouden door hem. Dat hoorde ik, maar ik zag niet wat er gebeurde. Aangezien ik niet wist of het voor de vrouw gevaarlijk werd, heb ik een zaklantaarn met sterke straal gezocht en gericht op het schreeuwende tweetal. De man stak zijn handen meteen in de lucht, alsof ik een pistool op hem richtte. Waardoor ik in de lach schoot en de keurige mevrouw ook. De heer zag er dronken maar zeer gesoigneerd uit, de vrouw tipsy, giechelend in mijn lichtstraal. Gelukkig besloot mijn buurman ook het balkon op te stappen, eveneens met zaklantaarn. Met zijn diepe basstem verzocht hij om uitleg. De vrouw wilde graag naar huis, maar was bang dat de vent haar achterna zou lopen en ze wilde niet dat hij wist waar ze woonde. Logische gedachte, maar waarom dan stilstaan in een donkere straat?

Het waarom is nooit beantwoord. Maar de man is in onze lichtstraal blijven staan, aldoor sorry, sorry, sorry zeggend, of kutwijf, kutwijf, kutwijf roepend. Na vijf minuten was ik het zat en ben ik naar binnen gegaan. Hij is nog eens vijf minuten blijven staan, genoeg tijd voor de dame om een flink eind bij hem vandaan te komen.

Maar waarom is het zo donker in onze straat? En mevrouw als u dit ooit leest, laat me weten hoe het u is vergaan.

 

En verder:

Het is huispaktijd

Onder een dekentje op de bank tijd

Kaarsen aan en hutspot tijd.

Het is Mathijs, Jeroen en Twan tijd.

 

Ik zoek het licht in het donker.

Al schrijvend kreeg ik daar weer zin in.

 

© Lisan Lauvenberg

9 november 2018

 

Share This:

Geen categorie

TOCH NOG EEN VERSE VON SOLO OP DE DONDERDAG – en wat voor een! over Billen die net een broekmaat te groot zijn. Wel hakjes erbij. Wapperende handjes, luchtkusjes en hip. De geur van yoga en ZZP-succes wervelt als een cycloon om ze heen.

Geplaatst op

 

Deel 311. Afdankertjes

Op het schoolplein van de kinderen zie ik ze soms. Zo in de verf gezet, dat het lijkt of het net niet opvalt. Billen die net een broekmaat te groot zijn. Wel hakjes erbij. Wapperende handjes, luchtkusjes en hip. De geur van yoga en ZZP-succes wervelt als een cycloon om ze heen. Zo creatief. Ze mogen ervan zichzelf zijn. En soort zoekt soort. Het vormt een kliekje waar graag bijgehoord wordt. Ze hebben nooit een man bij. Navraag leert ook dat die verdwenen is. Niet verder vragen. Mannen dwarrelen er echter zat omheen. Maar die zijn gelukkig getrouwd met een midlife crisis of het zijn gescheiden exemplaren. Beiden heb je er weinig aan. Het zijn als darren in de bijenwereld. Hun geslachtsorgaan verliest zijn functie na de paring.

En paren doen die vrouwtjes nog wel, sporadisch. Omdat de opiniebladen en de media ze vertellen dat dat hoort, ook al is de alimentatie al binnen voor het resterend anderhalf decennium. Of gewoon omdat ze à la Heleen van Rooijen ‘geil en stout’ zijn. Maar dat is meer een imago dingetje. Het geeft ze namelijk die schwung die nog begeerlijk voelt. En die heb je nodig om de darren om je heen te laten bewegen, die voor de extraatjes zorgen en je sociaal aanzien geven. Ook bij de vrouwen. En gespreksstof in de wijnbar. Alles het einde van de veertigjarige stuiptrekking van het nooit volwassen hebben willen spelen tot de overgang. De ontkenning van levensfase tot levensfase. Als tiener te volwassen willen. Als twintiger te speels spelen. Als dertiger de veertigste wijsheid veinzen en dan scheiden. En als veertiger de eindelijk verstandige volwassen jeugd spelen terwijl het stilletjes in de schoot allemaal verschrompelt. Dan is het klaar. Want wat volgt was onmogelijk voor te stellen en valt niet meer om te acteren.

Toch worden ze nu nog net op regelmatige basis geneukt. En wel door mijn vriend Herman. Hij stuurt me soms tietenselfies en onhandige foto’s van zichzelf bevingerende afdankertjes. Die heeft hij dan van hen gehad in aanloop tot stomende schemeravonturen en stuurt hij om me jaloers te maken. Hij fladdert wat heen en weer. Gisteren vroeg ik hem of hij het ook weleens met getrouwde vrouwen deed. Hij antwoordde dat zeker de helft getrouwd was. Toen ik hem vroeg of die vrouwen dan met hem sliepen om hun huwelijkse twijfels in beton te gieten, beaamde hij dat. Daarna volgde altijd een scheiding. De beste beslissing in hun leven. Hij verdween dan weer. En dook in het volgende stadium van een ander afdankertje op, de happy single periode. En op die manier bedienen in Rotterdam ongeveer honderd viriele mannen de tienduizend blanke succesvolle vrouwen tellende afdankertjesmarkt. Zij zijn de anonieme piemels, die zorgen voor het kloppende plaatje. Zij zijn de stof voor de Viva verhalen. En op hun beurt zijn ook zij weer afdankertjes. Zo houdt het systeem zichzelf in stand.

Een paar weken geleden zag ik op zaterdagochtend een vrouw fietsen waar ik sporadisch heimelijk naar loer op school. Stevige billen, vaak in een leren rokje of dito broek. Ze haastte zich op de fiets met haar kinderen naar de zaterdagse clubjes. Ze zag er gestressd uit. Toen ze voorbij was sprak ik hardop in mezelf: ‘Ook zo één waar dus niet mee samen te leven viel.’ Bij die woorden kreeg ik het koud. Misschien veronderstel ik te veel. Misschien zegt het meer over mijn angsten dan over de levens van anderen. Dat het de spiegel van de zwarte plekken op mijn ziel is. Ik wil niet afgedankt worden. Maar blijf liever voor altijd samen met degenen van wie ik houd. En wil vooral niet worden zoals zij allemaal.

VON SOLO

DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST

www.vonsolo.nl

Share This:

Geen categorie

de VON SOLO uit 2014 – “Eerst mijn gezin. Dan de poëzie. Dan mijn nachtrust. En dan mijn werk.”

Geplaatst op
Gepost door Pom Wolff op 2014/11/13 6:30:00 (485 keer gelezen)

POMgedichten presenteert de donderdag column:
VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Soms heb je wel eens geen tijd. Hoezo geen tijd? Dan maak je toch tijd!
Soms vind je andere dingen belangrijker. Hoezo belangrijker?
Het is toch allemaal gewoon een kwestie van prioriteiten stellen?


Deel 67. Prioriteiten stellen

Deze week was ik in gesprek met een dame waarvoor ik een klein congres ga begeleiden. Het bedrijf waar ze werkt is aan het reorganiseren. Er vallen fors wat ontslagen. Er moet meer met minder.
Het congres dat ik ga begeleiden heeft geen duidelijk doel. Het gaat over synergie en dromen. Deelname door het personeel is gewenst. Het is echter niet verplicht. De organisatie was een beetje teleurgesteld in het aantal deelnemers. Ze vroegen zich af waarom dat aantal zo laag was.
Ik antwoordde dat ik dat in het licht van de krimpende organisatie en de toenemende werkbelasting wel kon begrijpen. Dat bleek echter tegen het verkeerde been. Dat was simpel gezegd onzin. Als mensen iets als werkbelasting aanhalen, dan doen ze iets fout. Het is een keuze. Time management. En wat vind je nou belangrijk?

Dat is een vraag die ik thuis ook wel eens gesteld krijg. Ik zal uitleggen hoe mijn tijd besteed wordt.
Een jaar heeft rond de 8.700 uur. Daarvan besteed ik er 2.000 aan mijn betaalde baan. Aan poëzie besteed ik 700 uur. Ik slaap gemiddeld 2.900 uur per jaar. Drie weken per jaar ben ik met mijn gezin op vakantie en ook de weekends staan in het teken van mijn gezinsleven. Daar zit dus gemiddeld 2.900 uur in. Net zo veel als ik slaap. Dat betekent dat er op jaarbasis 200 uur overschiet voor andere invulling. Dat is per dag dus gemiddeld een half uur. Op basis van deze berekening kunnen we dus eigenlijk wel stellen dat ik doorlopend vol zit.

En dan voel je hem al komen. ‘Maar dan is het toch gewoon een kwestie van prioriteiten stellen’.
En weet u. Dat doe ik ook. Eerst mijn gezin. Dan de poëzie. Dan mijn nachtrust. En dan mijn werk.
Al het andere volgt daarna op basis van de prioriteiten die ik stel. Elke loze opmerking daarover is in mijn optiek een gebrek aan respect. Én een indicatie dat die persoon genoeg tijd te vergeven heeft om géén prioriteiten te hoeven stellen.

I come out of the bathroom
And my wife says,
‘Don’t worry, all you need
Is a little
Rest.’

“I’ve been thinking about going
Into coaching,’ I tell
Her.

‘Sure’, she says, ‘and after
That I’ll bet you’ll be a
Good manager.’

‘Hell yes,’ I say, ‘anything
On TV?’

(Charles Bukowski, fragment uit ‘Finished’)

Het vervolg van de sessie bedrijfsbegeleiding voor eenmanszaken, gezinnen, happy singles en multinationals elke donderdag op POMgedichten in VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Eerdere afleveringen van FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND leest u nog eens rustig na via de volgende links:

zie HIER voor alle eerdere bijdragen
én
Deel 35. Fear and Loathing in Eindhoven
Deel 36. No more heroes
Deel 37. Toppertjes
Deel 38. Judge and jury
Deel 39. IKEA
Deel 40. Anaïs
Deel 41. Fertig
Deel 42. Bodhisattva
Deel 43. Vanilla Sky
Deel 44. Don’t ask. Don’t tell.
Deel 45. Als je niks meer kan.
Deel 46. Grand départ.
Deel 47. Om te kotsen
Deel 48. For a few dollars more
Deel 49. Once you go black
Deel 50. Het grote gelijk
Deel 51. Als het regent
Deel 52. Soldier boy
Deel 53. Irgendwie, irgendwo, irgendwann
Deel 54. Veertig
Deel 55. Too big to fail
Deel 56. Ik geloof niet meer
Deel 57. WK
Deel 58. The Geordie Shore
Deel 59. Papadag
Deel 60. Buiten de pot.
Deel 61. Paul Verhoeven
Deel 62. De zin der dingen
Deel 63. Spelletje spelen
Deel 64. Fear and Loathing in Belgium
Deel 65. Down met Von Solo
Deel 66. Seksismewet? Tieft op!

Interviews:
Dichter onder de oppervlakte, deel 1 : Akim AJ Willems
Dichter onder de oppervlakte, deel 2 : Kobus Carbon
Dichter onder de oppervlakte, deel 3 : Josse Kok
Dichter onder de oppervlakte, deel 4 : Philip Meersman
Dichter onder de oppervlakte, deel 5 : Miquel Santos
Dichter onder de oppervlakte, deel 6 : Stella Bergsma
Dichter onder de oppervlakte, deel 7 : Jeroen Olyslaegers
Dichter onder de oppervlakte, deel 8 : Von Solo
Dichter onder de oppervlakte, deel 9 : Dominique, het kaasmeisje

Addendum 17. Breezer sletje
Addendum 18. Kerst
Addendum 19. Burger King
Addendum 20. Scheiss Egal
Addendum 21. Sletvrees
Addendum 22. Vrede in onze tijd
Addendum 23.Romantiek
Addendum 24.Op Texel
Addendum 25.Uit eten, alleen…
Addendum 26. Luchtig
Addendum 27. Camp
Addendum 28. Hokjesgeest

VON SOLO
www.vonsolo.nl

Share This: