VON SOLO over wie nog fietst in 010


Deel 358. Over wie nog fietst in 010
 
Fietsend over de Zwartjanstraat is het een komen en gaan van rijdende, stoppende en dubbel parkerende auto’s. In deze winkelstraat ‘oude stijl’ ben je als fietser je leven niet zeker. Het is een jungle waar je moet beschikken over een zesde zintuig voor openslaande deuren en stalen zenuwen als achter je een Golfje in die drukte probeert van nul tot honderd op te trekken in vier seconden. Het is een jungle op de Zwartjanstraat. Het doet denken een straat in het centrum van Casablanca of Istanbul. De bestuurders zijn dan ook in negen van de tien gevallen van Turkse of Marokkaanse afkomst. Het valt zo op dat je bijna zou denken dat moslims niet mogen fietsen van de Koran.
 
Natuurlijk weet ik wel beter. In de Koran staat niets over fietsen. In de tijd dat die geschreven is, waren er zelfs in Arabië nog geen fietsen. En ik weet ook wel, dat als ik beter zou kijken, ik ook gewoon uitgezakte arme blanken zou zien die in hun rottige koekblikjes de Zwartjanstraat maken tot een verkeersinfarct dat overeenkomsten vertoont met hun eigen vaatstelsel. Maar het valt me als fervent fietser in Rotterdam toch op dat de meeste automobilisten in het dicht verstedelijkt gebied van een bepaalde afkomst zijn. Waaronder juist ook veel jonge mensen, vaak in mooie nieuwe wagens.
Veel Golfjes, Mercedes-Benzen en BMW’s. Auto’s waar ik zelf de centen nooit voor zal neertellen. Mijn vader legde me altijd uit, dat die jongens lang bij hun ouders wonen, zodat ze geld overhouden om een auto te kopen. Maar waarom je geld dan uitgeven aan een auto, als je midden in Rotterdam woont?
 
Vroeger kochten Turken en Marokkanen altijd busjes en oude Mercedes diesels. In dat soort voertuigen kon je veel mensen en spullen meenemen op de jaarlijkse exodus naar de Levant. De aanschaf van dergelijke voertuigen, zeker de Mercedes-Benzen, verschafte een zekere status, Maar ze dienden toch primair een heel praktisch doel. De huidige generatie vliegt gewoon naar de vakantiebestemming. Die laten hun blinkende bolides veelal gewoon thuis in Rotterdam.
 
Toen mijn vader jong was, woonden er nog bijna geen Turken en Marokkanen in Nederland. Er waren ook nog niet zoveel auto’s als nu. Mijn vader maakte het in zijn jeugdjaren nog mee, dat de eerste auto gekocht werd in de straat bij hen. Het betreffende gezin ging met vier kinderen in dat autootje naar de Veluwe een week kamperen. Dat was heel wat. Toen mijn vader ging werken en genoeg had gespaard, wist hij het wel. Hij kocht van zijn zuurverdiende centen een klein sportautootje, een Ford Cortina. En woonde nog bij zijn ouders.
 
Of het nou komt omdat ik zoveel fiets, dat ik zo’n hekel aan auto’s heb. Of omdat het uiteindelijk niets toevoegt, behalve die eerste smaak, die snel vergaat en vraagt om meer. Zoals met alles, kleding, televisies, horloges, auto’s, vakanties, alles, dat héél even dat gevoel van vervulling geeft. De eeuwige belofte, zonder vervulling. Deze valse religie van onstilbare honger naar materiele overvloed in de leegte van het zijn. Op zich denk ik dat daarover in de Koran vast wel iets te vinden zal zijn. In de Bijbel ook trouwens. Ik heb ze allebei niet gelezen en heb ook nooit armoede gekend.
 
Mijn fiets is mijn ezel.



VON SOLO
DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST
www.vonsolo.nl
 
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 
En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!

Share This:

PLOOS – Hier is een antwoord op jouw ‘Ochtendlicht’; een zusje of broertje ervan, zeg maar.


ochendlicht


ik vermoed dat het zo een ochtend wordt
waarin ik blij ben met wat ochtendlicht
waarin de nacht is opgegaan
een beker koffie vasthoud alsof het de laatste koffie is
en mijn lippen langzaam naar mijn handen breng

ik mijn voeten niet verplaats
het natte gras weer voel
met ogen dicht de koffie proef
zo een ochtend waarin het lijkt
alsof het licht de dood heeft ingehaald


pomwolff



Lieve Pom,
Hier is een antwoord op jouw ‘Ochtendlicht’; een zusje of broertje ervan, zeg maar.
Kus
Ploos




nazomers avondlicht


dat het bestaat
een straat een wijk een hele stad en al mijn ramen urenlang zo goud te kleuren
dat je denkt waar is de brand

het is nog net te vroeg voor haardvuurgeuren en
de blanke voegen van de muren voegen zich naar draaglijk
en behoud

van ochtenden met handen voeten wassen beelden
en van gras



Ploos, 07/09/12

Share This:

MIRJAM AL – IM VICTOR VOS (achter de piano in een klein café…)


Hoi Pom,  
In de bijlage herdenkt Mirjam Al de dichter en muzikant Victor Vos, die begin september van dit jaar overleden is. Hij was een vaste stamgast van Schrijfgroep de Klus en trad de laatste jaren vaak op in Zaal 100. Voor pomgedichten, groet, Merik


Voor Victor Vos

 
Victor Vos zit achter de piano in een klein café.
Ik betreed de ruimte en hij speelt een oud Jiddisch liedje;
“ Bei mir bist du scheijn,
bei mir hos du Geijn,
bei mir bist du einer auf der Welt.”
Ik zal het nooit vergeten.
 
Later gaf ik hem een turquoise leren broek
en hij droeg hem ook.
 
Victor, beeldschoon en briljant,
in zijn teksten, in zijn muziek,
de man met het gezicht van een vos
die mens geworden is
en eindelijk in de hemel is,
met de engelen mag spelen.
 
 
Mirjam Al

Share This:

PLOOS – IM Theo Driever – zijn grootste angst was altijd water en erin verdrinken later zocht zijn vrouw de plek waar hij.

Lieverd, Wat een fijne reeks is dat geworden, dat ‘canto’, zie ik nu. Als ik het goed heb, was de elfde bijdrage de laatste. Mag ik een twaalfde en een dertiende plaatsen? Het is verhalend. Vereist grimmig voortlezen. Als je ze plaatst, zou “Nog altijd de vaart” het eerste moeten. Dat tweede is een terug(film)blik en het is misschien een beter idee om dat later te plaatsen. Theo, de hoofdpersoon in deze gedichten, wees me geduldig…

nog altijd de vaart, het voor je zien, dat zinken

 
na onverhoeds novembers eerste glad
van niet naar willekeur door weergoden
gestrooid
ijzel op uitgezocht vals plat
van plaatselijke wegen

in slip geraakt
een tegenligger
slow-motion-haast beland
wat zeg ik!
in niet eens zo eng diep water
een sloot was het
niet meer dan dat

Kockengen lag voor de hand en op de kaart
hij reed erlangs
er in
de vaart

verdronken
god geve zo gekraakt vooraf zijn hoofd dat hij
het ondergaan niet meer.

oh god wat hopen we dat hij dat
niet heeft ondergaan
zijn grootste angst was altijd water
en erin verdrinken

later zocht zijn vrouw de plek waar hij.

terwijl ze keek
doken zomaar
het was een week erna
zijn dingen op
ontdekte ze een koffertje
een boek

dat hij en ik toen samen lazen
we lazen ons
een onontkoombaar ongeluk
zorgvuldig opgezet
geen willekeur van weet ik wat voor goden

hij werd met vaart opnieuw een engel
die lang verslag uitbracht
en soms nog brengt

mijn boek is droog
het zijne maanden nat gebleven

de engelregisseur
die van het boek
bezorgde zich voet
aan wal tussen de mensen
wat kon die meer en liever wensen
dan tegenvoet ontmoet
 


Ploos
I.m. Theo Driever, de middelste, de engel

Share This:

JOLIES HEIJ verwacht bommen op Utrecht – ‘Als er morgen bommen op Utrecht vallen, ben ik weg. Na jaren kom ik nog eens terug om erover te schrijven…’


Columniste is altijd en overal te laat. Vroeger was ik daardoor regelmatig met de papierprikker op het schoolplein te vinden, tegenwoordig valt het met het lijfelijke te laat komen wel mee, ben ik liever te vroeg voor een optreden en vreet me op als het openbaar vervoer weer eens tegenwerkt. Waar ik eigenlijk op doel is dat ik te laat kom bij de belangrijke gebeurtenissen in de wereld. Voor de Tweede Wereldoorlog ben ik te laat geboren, voor de moord op JFK eveneens, bij de maanlanding kon ik dat woord nog niet uitspreken, bij de val van de Muur zat ik in het gekkenhuis, bij de val van Srebrenica kwam ik net met een gebroken hart uit Duitsland terug en ongetwijfeld zullen er tegenwoordig in Syrië belangwekkende dingen gebeuren die me ontgaan omdat ik deze column moet schrijven.

Goed, 9/11 met die inzakkende torens heb ik op TV gezien, de moord op Pim Fortuyn live op de radio gehoord – dat was wel speculair, het ene moment werd hij nog door de deejay geïnterviewd en het volgende moment klonk het schot – , Theo van Goghs ontzielde lichaam onder een wit laken zag ik in de krant. Ook van de aanslag op de tram in het utrechtse Kanaleneiland kreeg ik niets mee, behalve dat ik me de hele tijd geïrriteerd afvroeg of die ellendige helikopters niet eens hun wieken konden houden. Was de oorlog uitgebroken ofzo? Over de oorlog gesproken, ik had altijd wel het gevoel dat ik een avontuurlijk heldinnenbestaan in het verzet à la Hannie Schaft was misgelopen. In de oorlog, toen gebeurde hét – een uitgesproken opwindendromantische gedachte voor een pubermeisje dat opgroeit in een bosrijk kakdorp waar buiten de rituele autobandenverbranding met nieuwjaar niets gebeurde. Wat in Duitsland “die Gnade der späten Geburt” heette te zijn werd hier in bitse bewoordingen gestraft: daar kun jij niet over meepraten, want jij hebt de oorlog niet meegemaakt.

Een heilig ontzag had ik voor mijn oma, die tijdens de hongerwinter met een baby op de arm door een haag van vals loerende Duitsers de Veluwe afstruinde op zoek naar eten. Mijn eigen slagveld bestond uit een hart, lekgestoken door de dolk van een gemene Duitser, maar dat telde niet, je weet toch dat er van de moffen niets goeds te verwachten is. Ook bij al die andere belangrijke gebeurtenissen was ik, hoewel al in leven, “afwezig”. Misschien past dat wel bij mij. Als u, lieve lezer, een onvriendelijke opmerking tegen mij maakt omdat deze column u niet bevalt, of ongezouten kritiek op mijn poëzie levert, zeg ik u dat ik er nu niets mee kan. Ik sta op, trek de deur achter me dicht en ga wandelen om uw woorden te laten indalen.

Als ik na een paar uur weer naar u terugkeer, zal ik zeggen: ik heb nagedacht over wat u zei en heb hierop het volgende te zeggen. Verwacht van mij dus geen spontane reactie, want ik sta er letterlijk met mijn mond vol tanden naar te kijken, zeker bij heftige gebeurtenissen. Als er morgen bommen op Utrecht vallen, ben ik weg. Na jaren kom ik nog eens terug om erover te schrijven. Het voordeel in deze is dat je niet wordt verblind door de waan van het moment, de hijgerigheid van de actualiteit. Het nieuws reist tegenwoordig steeds sneller. Maar ik wacht liever tot er een dikke laag stof op ligt om die dan minutieus weg te schrapen en de werkelijke gang van zaken te ontrafelen.

Misschien ben ik meer een geschiedschrijver dan een verslaggever of journalist. Van de Tweede Wereldoorlog weet ik inmiddels meer dan mijn oma of mijn moeder, ook al was ik er niet bij. En weet dat wat voor hen zonder uitzondering moffenschoften waren, ook nog vijftig jaar na dato, niet allemaal Nazi’s waren. Dat Duitsers hele normale mensen als u en ik zijn. De geschiedenis heeft juist nazaten, kleinkinderen nodig die haar objectief kunnen waarnemen. Daarom ben ik gaan schrijven.


Sluitertijd


Je was thuis in ingerichte kamers
in een geleende jas die je gehaast had aangeschoten
die er na sluitingstijd weer afschilferde.
Al pratend gaf je een zeker gewicht
aan je ontwortelde status.
De woonboten schurkten aan het raam,
de roerloze reigers in ons gewetensvolle lied.


Ik had moeten zwijgen
maar stilte is zoveel luider dan woorden.
Ik liet ze uit de borst, jij wierp ze uit het raam.
Het was uit liefde
dat ik je wenste naar waar je vandaan kwam
ons naar een andere tijd en ruimte
voordat alle klokken in galop
naar een teruggedraaide allereerste werkelijkheid.


Jolies Heij

Share This:

PLOOS: ‘Ze pakt haar eigen vroeger bang er soms nog wel eens bij ter vergelijking…’

Wat droef

Gelukkig weet ze lang niet meer wat droevig zelf is
Ze huilt nog wel eens wat
Wie doet dat niet om nagespeeld verdriet
met echte snot en tranen
van soaps en allengs terloops geworden dingen
hebben en houden
haard en man en muis met zich slepende modderstromen en
andere voor verre anderen vernietiging
waaraan geen ontkomen is

Ze pakt haar eigen vroeger bang er soms nog wel eens bij
ter vergelijking
Voorziet die van een kist die keldert of liever van een schip
op klippen in net niet zoete kreken
en de opluchting daarvan daarna
als alles toch nog goedgekomen en alles herkenbaar is
De zeppelin zegt ze
De sigaar

Baksteen was weer eens op tv
zag ze en keek weg
Want waar marineschepen haar vertrouwen hebben
is alleen maar zand


Ploos

pom: ‘Ze pakt haar eigen vroeger bang er soms nog wel eens bij ter vergelijking’ – uhh ja dan ben ik wel ongeveer verloren als ik zoiets lees. poezie maakt soms leven stil.


Share This:

M&M op de M – BEUMKES, WAITS & MARTHA – ‘ik zet de roos in knop op je lentejurk dan doop ik de kwast in groen…’

Lieve Pom


The Netherlands douze points


Gedicht:


Sprookje

Ik verf jou mijn vroegervrouw
op ons boerenerf met het rood wit blauw
van een lichte dag met de vlag in top
ik zet de roos in knop op je lentejurk
dan doop ik de kwast in groen
en laat je bloeien
waar de vislijn hangt
staat jouw schaduw
die er niet meer is
maar die ik maken kan
van een natte bloem
en wat materiaal
naast mijn elfenpop
en de liniaal.


Muziek: Tom Waits-Martha https://youtu.be/y9Mse62NFl4


Lieve groeten
Karin Beumkes

Share This:

De enige echte virtuele… (zondagochendwedstrijd op pomgedichten) in de herhaling – deze week die van 2 mei 2015 – winnaar max lerou, met oa joop komen nog, miranda de haan en Cartouche op eierkolen

tot januari 2020 vindt u hier enige herhalingen van de enige echte virtuele zondagochtendwedstrijd op pomgedichten. een decennium lang of langer al doen we elke week hier de zondagochtendwedstrijd – in de herhaling vele verrassingen, voor de webmaster zeker, wellicht voor de dichters zelf ook, mede een eerbetoon aan de reeds overleden dichters – we gaan genieten! we doen het kris kras en volkomen willekeurig.

DER HAMMER MAX (lerou) wint de enige echte virtuele ‘STAND BY ME” trofee op pomgedichten – JOLIES HEIJ zilver – MIRANDA DE HAAN brons
Gepost op 2015/5/2 0:10:00 (459 keer gelezen)






de soldeerbout stond altijd warm

er wilde wel eens wat ontploffen
was het mijn semtexpoppetje niet

waren het de speakers wel
het geluid kon niet
droog genoeg we kozen

philips en hoe dat schuurt
alles als het maar niet gladjes
we dronken zure wijn en dansten op de kjoe
waren overwinnaars van het leven

ik was de man de lepel altijd vol
bracht ik je thuis en jij bracht mij


ml
02 05 2015


Een mooi eerbetoon zo aan ben e king – de onbekende king van wereldberoemde liedjes. Zo doken we af en toe het verleden in met warme soldeerbouten, de lattenzolder op, het getoupeerde haar door de war. De dames blijven liever in de tegenwoordige tijd – frans terken in de toekomstige. Waar cartouche vertoeft weet cartouche alleen. Ga er maar aan staan. Ik vond de uitnodiging van jolies heij aan martin m aart de jong erg aardig – sta op mij!– het ego van de dichter goed neergezet – ‘altijd neem je een te veel aan jou mee – daarbij ben je ook nog eens dichter’- in tijden dat martin aart heel nepals leed annexeert en meetorst op zijn schouder de beste relativering. Heer de jong treedt niet meer op met hongerlief, levert een toegezegde column niet af hier te pom – we hebben allemaal straf! – dat we het weten – omdat er leed heerst in nepal. Daarom.

Prachtig zilver voor jolies heij. De zilveren prijswinnaar sprak als volgt: ‘het gedicht van lerou was voor mij der hammer’. Voor HAMMER MAX het goud vandaag. Van harte. Rest ons nog brons. Joop komen valt af – die was deze week te mokkig. Die estetiese overbodigheid neergelegd door miranda de haan in de laatste strofe van haar gedicht verdient wel brons deze week.






MAX LEROU soldeerde
JOOP KOMEN reflecteerde
FRANS TERKEN bezeerde zich
RONALD M OFFERMAN probeerde
MIRANDA DE HAAN ontredderd
MARC TIEFENTHAL van de vos
ERIKA DE STERCKE een avondje uit
CARTOUCHE loopt op eierkolen
JOLIES HEIJ op lerou
MAJA COLIJN en een halve film







laten we zanger eren, of zijn lied – stand by me – of haar of hem die in ieder geval stand by moet blijven – omdat het allemaal van de liefde is – dat is het thema van de week omdat het allemaal van de liefde is. De regels zijn bekend. U kent de regels: Gedichten niet te lang, tenzij noodzaak. Als u er een eind aan wil maken, ook prima!, dan mag het een regeltje meer zijn. (hooguit 20 regels). de commentaren als altijd verzekerd. Insturen voor zondag 11.00 uur –



het is voor wie de zanger
het hoofd buigt
aan het einde van zijn lied

en dat hij haar weer ziet
mooier dan ze ooit geweest is
in wegstervende klanken van muziek

een eenvoudig lied
twee mensen die vertrokken
ze leefden van de wind

zij droomde van een kind
hij bouwde haar een huis
van leem en klei en brokken


pw









de soldeerbout stond altijd warm

er wilde wel eens wat ontploffen
was het mijn semtexpoppetje niet

waren het de speakers wel
het geluid kon niet
droog genoeg we kozen

philips en hoe dat schuurt
alles als het maar niet gladjes
we dronken zure wijn en dansten op de kjoe
waren overwinnaars van het leven

ik was de man de lepel altijd vol
bracht ik je thuis en jij bracht mij


ml
02 05 2015


mijn tuintje opgezocht, zonnetje, plantjes van het tuincentrum osdorp gisteren de grond in gehakt – ook 6 planten kattenschrik – de beestjes vinden het zo gezellig mijn tuintje dat ze collectief besloten hebben – schijten doe je bij wolluf – maar wel keurig de een na de ander – die onnavolgbare hooghartige waggelloop ken ik inmiddels uit mn hoofd net voor ze op moeten – vanaf vandaag dus langs de kattenschrik – gaan jullie effe lekker thuis graag op de donkere tegels en het zwarte grint – want ‘schijten bij wolluf’ komt natuurlijk niet uit de lucht vallen – meneer wolluf onderhoudt nog als enige in de buurt een tuin met plantjes en met groen en met zaden – vrij ouderwets – bijna onnatuurlijk staren ze mijn tuin in – die verfpoppetjes – zoals max lerou ze graag omschrijft. de moderne vrouwen met hun zwarte tegels en het zwarte anti kattengrint. Hoe dan ook een lange inleiding om bij max uit te komen. Een heerlijk gedicht. Even terug in de tijd – zou joost den draaier zeggen – de radio het vertrouwde geluid, meisjes achterop – een heerlijk tijdsbeeld met op de achtergrond de klanken van stand by me – oooh darling. Ze wilde wel en max wilde ook wel. Soldeerde wat af toen al.







reflectie

avondstilte
nog wat geruis
tikken van regen
krakend blad

murengeluiden…..|…….burengeluiden

verledendenkend
repulsief papier
vergeten toekomst
was jij maar hier

verre klokken……>……verrekte klokken…>…….kerkklokken

wordt het koffie
of nog een glas
verdomde
eenzaamheid


joop komen



zo tussen de betties in komt joop komen tot nieuw leven. Wilde ik bijna schrijven. Een nieuwe vorm een nieuw geluid! Even opzoeken wat repulsief papier ook al weer is. Lezen we op google dat joop een 10 jaar oud gedicht heeft ingestuurd dat hij toen onder de titel ‘gebroken takken’ publiceerde. Ja was zij maar hier. Zit ze toch zeker al een decennium in joops hoofd. Tenminste als het gedicht niet over gebroken takken gaat maar over het takkenwijf dat onze joop zo lang geleden al weer troosteloos achterliet met zijn glas verdomde eenzaamheid.
http://nl.kunst.literatuur.podium.narkive.com/i37hm8Kl/gebroken-takken
hier komen we ook nog meer komen tegen maar dan wel weer in de vertrouwde sonnetvorm:


Min 108.

Het zijn zeshonderdachttien stappen lopen.
Zo heb ik leren tellen, aan mijn vaders hand
drie straten door, en daarna op het strand.
Soms koud en guur, maar soms een ijsje kopen.

Mijn vader sprak van windkracht en van knopen.
Ik zag de golven, duinen in het stille land,
en proefde zout mijn lippen, zag het zand
dat sneed en stoof, en mij naar huis deed hopen.

Als oude man ben ik terug gekeerd
naar daar, waar ik met vader was gegaan,
daar waar ik eens het tellen had geleerd.

Ik ben er aan de vloedlijn blijven staan.
Gedaan wat ik nog eens had willen doen.
Vijfhonderdtien, maar langzamer dan toen.









Mannenlast

Is het weer in het lijf geslagen
spring jij meteen bij
koel met een doek
dep je het ergste zweet

mannen voelen ze ook eens wat
kloppen in het klamme voorhoofd
liggen ze al kermend languit

niet dat de hand moet vastgehouden
de kussens in de rug geschud
een stoombad is genoeg
om tot jezelf te komen
zeg je nog
droog ik je met liefde af


Frans Terken 02052015



ik droog je met liefde – af. Frans loopt een beetje vooruit op wat nog komen zal – fraai verwoord door maarten:



stand by me – geen ontkomen aan na verloop van tijd. In de natuur is het geregeld zoals het geregeld is tot dat we de ogen sluiten en ook als we ze zelf niet meer kunnen sluiten, dat ze gesloten worden








Ben E King is ook al dood

Ik probeerde je te zoenen op die lattenzolder
Toen, toen feestjes nog om zeven uur begonnen
En je dan om elf uur al weer thuis moest zijn
Met haar oppassende ouders op de derde etage
En je meisjes zolderkamertje op de vierde

Nat wasgoed van de buren op de gang
En jij die toen mijn grote liefde was
Maar hoe was je naam nou ook alweer
Ik weet nog wel hoe je toen keek
En ook hoe je niets wilde


Ronald M.Offerman
Amsterdam 2-05 -2015



Op het bellamyplein had je zolders op vier hoog die je op kousen kon bereiken zonder dat de deuren van 1 hoog 2 hoog of 3 hoog open hoefden hoor. (ja als buurvrouw zich niet opgehangen had) Waar de ouders en de buren woonden. Maar ja wat al die moeite ook als ze niks wilde. Natte lappen lakens op de gang die te drogen hingen – hihi – geen veranda’s? de titel hangt er een beetje bij maar is toch wel functioneel – ronald schetst het verleden en hoe alles uiteindelijk over gaat – jongens hadden het niet makkelijk vroeger – voor een zoen naar een lattenzolder – en maar trappen lopen achter haar pettie coating aan.







Ontreddering

droomde van een huis vol torren
schildjes krakten onder zolen
toen ik wakker schrok, was jouw kussen koud
en ik dacht dat ik je hoorde roepen
(jij gruwt al van een langpootmug)

je was niet in de keuken
de koelkast bromde aangeslagen
o-of er soms iets was
de lamp knipperde bleekjes op de overloop
het kleed krulde op in de gang

na lang aandringen pas
maakte mijn bed weer plaats voor mij
mijn deken bleef nog uren kriegelig.

Vergat vannacht
dat jij me bent vergeten
mijn redderen nooit nodig hebt gehad.


MdH



standby is ie niet gebleven ‘in the night’ bij miranda – zoveel is wel duidelijk. ‘jouw kussen koud’ – dat zelfs de koelkast aangeslagen is – goed gedaan zo. Mooie laatste strofe. Was wel al duidelijk maar in deze schoonheid mag ie wel blijven als heerlijk voorbeeld van estetische overbodigheid.






Een klein dorpslied

Reynaerd, hij was rein van aard en grootmoedig,
groot zijn moed, klein zijn hoed.

Hem verging het goed, dank u zeer,
toen hij zijn rein Katrijn trouwde.

Hij trok van stad naar stee,
steeds trok hij zich terug in eigen bedstee.

Een ander echter, meer muntgericht en minder rein,
ontvouwde zich bij het late ontpoppen tot schaatsrijder.

Het ijs begaf het niet, daar niet van,
de wind was het die het spel brak.
Hij blies zijn hoedje af en schaatste het achterna.

In een ver dorp beland,
golvend op de koude oostenwind,
vond hij het deksel terug
dat op zijn hoofd diende te passen.

Daar werd hij uitgeroepen
en verblijft hij sindsdien in het klein.


marc tiefenthal


Hoe het kan vergaan. Van een scheve schaats tot aan of in de eigen bedstee. Was het niet altijd al kop of munt?







Avondje uit

Dat we als lucifers aanstekelijk
ontvlambaar tegen elkaar staan,
blijkt uit het vuur in de ogen.

De tent slokt een beginnende
hitsigheid op, zwiert ze naar
de gitaarsnaren die er het genot
uitpersen.

Zweetgeuren blijven achter op
mijn t-shirt, twee maten te klein
en de stof, bij een bruuske draai,
scheurt vooraan.


Erika De Stercke


je ziet het niet vaak in de disco dat twee maten te klein uit een blousje scheuren. Als erika het op haar heupen heeft is alles mogelijk. Hier wordt gedanst – zoveel is duidelijk. Tot scheurens toe.







Stavast


Altijd stond ik achter jou
jij bij mij – hetzij voor-
overleunend in het raam
hetzij op handen en voeten
zoekend naar hoogste staat

of liggend op de linker-
zij, de blik op oneindig
de warmte die opstoof
naar voren toteierkolen

opgestookt
alleen nog rook en as
het oog de spiegel vond
jou voor het eerst
voor mij zag staan

o god, o vrouw
sta mij bij


Cartouche 02-05-2015


cartouche weet uit elke scene wel iets religieus te persen. Als een sinasappeltje op de zondagochtend het gedicht. De eierkolen tot leven gebracht, gerold. Zo lijkt alles op te gaan in vuur en vlam – het jongetje cartouche kijkt zijn ogen uit. bij elkaar toch een merkwaardig geheel. Alles rolt door elkaar in het hoofd van cartouche en dat alles op de maten van vrolijke muziek. wel graag gelezen.





de ledige dagen zonder columniste goed doorstaan?
ik vind het een waardeloos thema, daarbij zag ik ook nog een of ander suf sonnet langskomen, maar het gedicht van lerou was voor mij der hammer




sta op mij

je brengt muziek in alle toonaarden
ik geef je een bed

ook al snurk je als een drilboor
hebt niks te makken voor arme nepalese kindertjes

dat je no ordinary love op de autokjoe hebt gezet
iets voor mij opkrabbelt bij de afhaalchinees

je laat me wachten tot ik uitgewoond ben
en zegt dan dat je me nooit meer vergeet

altijd neem je een te veel aan jou mee
daarbij ben je ook nog eens dichter


Jolies Heij


De ledige dagen zeker goed doorgekomen – dank u wel knedige frau – en U? De paaseitjes weer veilig opgeborgen? Nepal ook keurig bijgehouden bij onze oosterburen zie ik. En aldaar een eerbetoon geschreven op martin aart de jong, mogen we lezen. De weldoener ingehaald door vijf vijf vijf. Dat ie je laat wachten totdat je uitgewoond bent – tsja dat zijn die merkwaardige kantjes van dichters he – wel mooi opgeschreven zo. en lekker afgemaakt in de laatste twee regels. u bent geen varkentje om zonder handschoentjes aan te pakken. hoe lang wacht ik eigenlijk nu al niet op U? en dan heb jij het over nepalese kindertjes. dit doet me ergens toch ook denken aan het duet willy en willeke alberti – uit de jantjes – je bent geen knappe vrouw, je nagels zijn altijd in de rouw etc. maar dat terzijde.






meisjes met getoupeerd haar
en jongens
in baretta t shirts

op de achterste rij dreef
een halve film voorbij

wie maalde daarom

jij wilde toch ook niet weten
wat je ouders zaterdags
onder het gouden maanlicht deden


Maja Colijn



geschreven met griep onder de leden schrijft maja. We hebben haar beterschap gewenst. De griep levert enige leuke flarden en vlagen op die elkaar in ijltempo afwisselen. Wie zich geroepen voelt om de vraag in de laatste strofe te beantwoorden reageer zonder schroom. Een tijdsbeeld drijft hier voorbij – de liedjes blijkbaar voor de lust. of het de koorts doet afnemen?





Share This:

ajaxpiet


ajaxpiet

voor mij is ajax koetjes repen
tien voor een gulden
natuurlijk gras

de tram lijn negen middenweg
de begraafplaats waar ze liggen nu
de meer met houten hokjes

voor de kaartjes
en piet keizer die de bal
concreet in een abstract deed vloeien


pomwolff

Share This:

LISAN LAUVENBERG: ‘Geef me dan die heerlijk eerlijke amsterdamse straatjongen die bekende dat hij in de ochtend mediteert terwijl hij zich aftrekt en scheldt terwijl hij zich scheert…’

foto: Gennaro Pepe

Gibberish schrijven, oftewel onzin uitkramen oftewel kijken waar de tekst strandt. 
……………..Woorden……..meer woorden…….welke woorden…….


Weemoed, somber, afkeer, verrukkelijk, drukte, weerzin, regen, hagel, herfstsfeer, winterkou, of natte hondenweer, als het maar donker en somber klinkt is het al gauw interessant voor de zwartkijkers onder ons.
Poëzie zoekt naar verrotting, niet naar vertrutting of zachtheid in ons hart.
Poëzie moet raken, vervullen, onthullen wat nog niet zichtbaar was. 
Platitudes…wat platitudes….platgetreden woorden…hoeveel kun je nog verzinnen. 

Gisteren een geweldig feest gehad, met wel honderd nieuwe mensen.
En vandaag? 
Bij het ontwaken al moe, van je nieuwe kennissen.
Want wat waren er weer eens veel domme vragen en waar leidt het allemaal toe?
Van hoe heet je en hoe kom je hier, tot wat doe je en wie ken je hier allemaal? 
We kunnen ons beter samen en zwijgend een versuffing neuken dan te doen alsof het ons interesseert wat een ander doet, hoe die ergens vandaan komt of waar hij/zij naar toe gaat. 
Je hoopt bij honderd mensen tenminste één zielsverwant te vinden, één mens die je weerspiegelt, die je inzichten in ‘’het systeem’’ begrijpt. 
Maar nee hoor : Saaie afgekloven, nergens naar neigende vragen en stompzinnige opmerkingen, zoals dat ik er voor mijn leeftijd nog goed uitzie en rood mij mooi staat. 

Geef me dan die heerlijk eerlijke amsterdamse straatjongen die bekende dat hij in de ochtend mediteert terwijl hij zich aftrekt en scheldt terwijl hij zich scheert en dan weer klaar is voor de dag. Maar die was er niet, helaas. 

Ga ik mijn inzichten met de wereld delen en/of deelt de wereld wel genoeg met mij, Noodzakelijk is het niet. 
Opstaan, koffie drinken, poepen en je kont afvegen, dan je kleren aan en de straat opgaan, terwijl je nergens hoeft te zijn. 
Hoe fijn is dat als je nergens hoeft te zijn? 

Zo’n lege dag
Zo’n dag zonder verwachtingen of hoop op iets spannends.
Zo’n dag dat je alle nieuws kijkt om te voelen dat het spannend in de wereld is.
Zo’n dag is waardevol.
Zo’n dag is zeldzaam omdat we meestal te veel willen en teveel doen.
Zo’n dag dat ik eindelijk weer eens kan schrijven en niks hoef te zeggen.
Zo’n dag 

Voorbijgevlogen en alles bij elkaar gelogen.
hehe, zo’n dag. 

©Lisan Lauvenberg
14 november 2019

Share This: