BLOKKER met een punt

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie

pannen setje

tegen de mevrouw van de blokker met één punt
die mij een 16 delige pannenset
(met dikke bodem maar toch geschikt voor elke warmtebron)
wilde aansmeren

fluisterde ik

heeft u geen 15 delige in de aanbieding
of desnoods ‘n zestiendelige
maar wel een met ‘n slanke bodem
anders val ik nooit af

en komt u dan bij mij bakken
of maakt u daar ook weer een punt van

pw

Share This:

ALFREDEX REBELLEN KLUP ZWAAIT UIT – zo kleurde haar jurk in het zonnelicht fabiolageel – zo schrijven we van de blauwe klomp en van de AZART – van een behouden vaart en een tot ziens.

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie

 

ALFREDEX REBELLEN KLUP ZWAAIT UIT –

op de AZART gestaan en vaarwel gezegd – zo is een zondagmiddagje in het zonnetje van amsterdam noord aan het ndsm plein vol van alle rebellen uit de klup van MC alfredex – een catelijne, een hans plomp, een merik van der torren, een erwin mulder, een julius THE JOKER, en de kapitein van het schip die de dichters onderscheidde met een klomp gebaseerd op een mare die teruggaat tot 14 honderd  en 20. en ik kreeg de blauwe klomp van de kapitein en trotser was ik eerder niet.  het vredesship de AZART zal binnen kort vertrekken – WAR IS ILLEGAL de boodschap die het zal verkondigen tot aan AUSTRALIE. en dan pas na australie zol legde de kapitein uit – na australie begint de reis.

 

 

mc alfredex opende het eerbetoon met haven & watergedichten uit het verzameld werk van hans verhagen. merik van der torren sprak over marietje- catelijne doodziek had zich laten verslepen in een taxi van oost naar noord voor 27.50 om bij het afscheid te zijn. hans plomp hield filosofische verhandelingen over de kut en de lul – ‘maar dan moest de laatste wel een beetje goed zijn werk doen.’ verder berichte hij over de batavieren in onze geschiedenisboekjes ten onrechte als helden uitgeroepen. allemaal te lezen in zijn nieuwe bundel.

 

het werd een bijzonder middagje tegen een achtergrond van wolken en water – misten we eigenlijk het vuur van fabiola die in wel  zonnekleuren hoog boven ons ons verwarmde – zo werd de zon aanbeden – het water en de witte wijn geschonken uit kartonnen vaten – zo liepen bootwerkers – vrouwen in ochtend jassen – dichters – jokers – webmasters en MC’s in en uit – zo kleurde haar jurk in het zonnelicht fabiolageel – zo schrijven we van de blauwe klomp en van de AZART – van een behouden vaart en een tot ziens.

Share This:

ALFREDEX REBELLENKLUP zwaait vanmiddag ship of fools uit – laatste dag festival of fools – poëzie in de mast

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie

pomgedichten zwaait mee –  eens kijken of noord noord nog is

 

wat er is
 
wat is er met de dagen gebeurd
ik herken ze niet meer
een vrouw schrijft een jongen
vaal van verlangen naar nodeloos licht
schrijft een gedicht
mooier dan ze eerder ooit schreef
vraagt ken jij ze nog terug
wat heb ik gemist wat zal ik nooit weten
 
en hij in zijn pantykousen met siliconenrand
een zwarte naad over zijn kuiten
mooi gesneden jasje
met een baret schuin op gewatergolfd haar
schrijft misschien is het beter
de woorden de stilte te laten
zoveel van mezelf al gegeven
 
pw

 

 

Share This:

WILFRED ALLOY – de 20ste etappe én ALLE maar dan ook alle ducrootjes en herbertjes op een rij

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie

Etappe 20 za 22-7: Tijdrit in Marseille (22,5 km)

 “Explodeert het tóch! Shit man. Bij een tijdrit moeten D&D op een andere manier gaan zwetsen, begrijpelijk. Het waaiert minder, geen wiel om in te zitten, geen springplank om te gebruiken, geen renner in de verte om op en over te gaan, geen elastiek om aan te hangen… Het is een solitair gebeuren, je maalt je eenzame strijd met een liedje van Neêrlands bard Boudewijn in je kop, jij, de renner versus de klok. Maar D&D kwaken dus anders. Waarom ik hierover begin? Nou, ahum… ik ervoer direct een terugval. Helaas en sorry. De haptonoom beschouwt het traject nu reeds als mislukt en trekt zijn handen ervan af. ‘Je bent niet meer te helpen’, zegt ie. En dat zo vlak voor Parijs. Lekker is dat. De verslagen staan weer vet op de  kaart. Vooral de signalen vanuit het commentaarhok die wijzen op een verslechterende verstandhouding zijn daar debet aan. Ik kijk met smart uit naar het moment dat Dukroot in dat hok de boel kort en klein gaat slaan. Daartoe acht ik genoemde weirdo absoluut in staat. Het kan ook zijn dat hij niet aan de verbouwing toekomt, omdat ik op een van mijn ergernismomenten, als de stoppen zijn doorgeslagen en ik inmiddels wel genoeg teiltjes erbij heb gesleept, hem met een brandspuit uit zijn hooghartige commentaarpositie via de achterdeur voorgoed het bos in heb gestraald. Om hem, en mezelf, op te frissen. Alles in virtuele zin dan, niewaar?

Hoe het ook zij, het is met de hoog opgelopen spanningen daar opeens weer interessant de heren te volgen. Het begon ermee dat de pedante krullebol Dukroot, toch al een ‘meneer de perfessor’ uit Meester Smeets’ School voor Sportjournalistiek, denigrerende opmerkingen ging maken over Herberts inderdaad sneue schaatsverleden. ‘Wat weet jij daar nou van, met je honderdsten van seconden en je zaaddodende rondetijden?’ (Meester Smeets is trouwens ook een tegelhandel. Handel in gebarsten-tegeltjeswijsheid, mag ik dat zeggen?) Ook vielen er soms licht sarcastisch bedoelde opmerkingen als ‘Jij overdrijft nooit hè?’ (Herbert), ‘Ik weet niet wie jij dan gesproken hebt, maar het zit dus net effe anders’ en ‘Nee, dat zie je weer helemaal verkeerd, je let niet op’ (Dukroot). De twee zijn in een voortdurende strijd om de ergheidstrofee verwikkeld. Du is meestal de bovenliggende partij (of: hij denkt dat van nature te zijn), maar juist als je het niet meer verwacht kan Herbert ijzersterk terugkomen en volle bak ergop zijn collega de touwen in lullen. Zo ontstaan er irritaties. En ze worden intenser. Let op: het gaat een keer gruwelijk mis. Hoogste tijd om een oplawaaieralert in te stellen.

Herbert heeft vooral goeie benen in het ellenlang doorzagen over alle mogelijke en onmogelijke ins & outs van een bepaald Touronderwerp, zoals waaiers en winden. Gisteren, in de beslissende eindfase van de langste Touretappe, ging Dijkstra’s college over Nostradamus, een gozer met een vooruitziende blik uit de Provence, waar het zich op dat moment allemaal afspeelde. ‘Wat denk jij, Maarten? Zou Nostradamus dit slagveld en deze uitslag hebben voorspeld?’ Ik weet niet meer op welk Herbertje het een reactie was, maar Dukroots ‘Laten we nou geen flauwe grappen maken’ stond bol van de frustratie over Herbert als overheersend opstandkomediant en het verloren initiatief. De plots Siberische stemming in het hok leek ondubbelzinnig Nostradamisch de nabijheid van een pijnlijk fysieke uitbarsting te voorspellen. En daar hoopte ik vandaag op: dat het knokken werd. Nu eens écht de pijngrens passeren, echt op de pijnbank liggen, echt gevierendeeld worden, echte stompen op de lever, echte knallen voor de kanis, de edele delen er echt afgedraaid om ook nooit meer opnieuw gemonteerd te worden, de vingers aan een echte ravijnrand geklauwd voor de fatale val, kortom: een werkelijke uitvoering van wederzijdse lichamelijke sloop in die knotsgekke duursport die Tourcommentaar heet.

Helaas werd die Echt-Erge-Mannenstrijd op leven en dood ook vandaag niet geleverd. Maar ‘en attendant’ kon ik tijdens de rennergevechten tegen de seconden wel genoeg kwootpareltjes noteren. Een overdosis bijna.Van elke commentator een ongeplaceerde Top 10 + (her en der zonder interpunctie om de kletssnelheid aan te geven), waaruit u het persoonlijke goud mag delven:

 

Herbs:

‘Die tijd gaan we even opschrijven dan kunnen we die straks even vergelijken bijvoorbeeld met die van Cummings.’

‘Deze man Eisel blijkt ie te heten die denkt het zal allemaal wel.’

‘Hier komt Timmer die heeft echt z’n best gedaan dat zegt wel iets over de sfeer in de ploeg.’

‘Bouhanni voelt een hete adem en die heeft daar wel de pest over in.’

‘Deze vuurtoren is eh… gebouwd in 1855.’

‘Hij moest altijd in dienst fietsen van.’

 ‘Kryienka de witrus altijd goed in tijdritten… mááár hij heeft een andere rol.’

‘Blijven draaien dat is het motto.’

‘Je moet ook kunnen sturen vandaag.’

‘Ook nu weer die prachtige ambiance in het stadion, dat doet wel iets met renners, hoor.’

‘Het zijn twee Polen, maar het zijn misschien twee tegen-Polen wie zal het zeggen?’ [opvallend lange stilte in het commentaarhok hierop volgend]

‘Dat is toch het meetpunt van hoe de verhoudingen liggen.’

‘Als je echt van je fiets af moet dan wordt het wel lastig hoor.’

‘De ontknoping van de Tour, daar gaat het toch om.’

‘Je kunt wel zeggen hij is een koele kikker en je kunt het met ijsblokjes bevestigen maar je weet maar nooit.’

‘Ik heb in deze tijdrit nog niet gezien dat je een significante achterstand weet om om te zetten in een behoorlijke voorsprong.’

‘Bardet heeft tot nu toe een vlekkeloze Tour gereden, maar gaat het kaarsje dan toch nog uit qua Franse hoop?’

‘Wat is dit een feest voor die Pool.’

 

Krwoots:

‘Ik hoop slechts dat die Teunissen gewoon de benen weer vindt en zegt ik geef er weer een klap op.’

‘Parkoerkennis is zeker een belangrijk ding zeker als je ziet hoe er hier gekoerst wordt. Parkoerkennis maakt gewoon dat je de weg weet.’

‘Het voordeel van het vlakke  ja dat weegt wel op tegen het nadeel dat ie ondervindt bij de klim.’

‘Als het hier regent – gisteren was daar een dreiging toe – dan staan daar gewoon die hekken met die pootjes, klaar.’

‘Alle ballen op Kristoff die zit in een verkeerde sfeer qua jongens.’

 ‘Die zat echt te duwen dat zag je op de klim. Je ziet dat ie dus toch iets wil, hè.’

‘Hard werken en passie, dat is toch de basis.’ [Even daarvoor greep Du weer eens naar edele delen]

‘Deze knakker die heeft veel wapens in z’n arsenaal.’

 ‘Dan zou ik die ene Pool die nu toch de rijpere leeftijd van 27 heeft bereikt doorgaans begint dan de beste periode voor een wielrenner die zou ik weleens willen zien in de strijd voor de grote koersen. In het eindklassement dan.’ [Ongeveer een minuut van dodelijk zwijgen na de mislukte woordgrap van Herbert over de ‘tegen-Polen’ uitgesproken] 

‘Dan heeft ie toch die knop weten om te zetten die knop van knecht naar overwinnaar.’

‘Hij heeft zich echt liggen verweren in het klassement.’’

‘Ikzelf ik wilde m’n benen toen voelen ik wilde geen muziek om me heen ik wilde… ‘dingen’ voelen.’

‘Er zijn een paar zaken waarover hij zich achter de oren kan blijven krabben.’

‘Die duwer die doet toch een jobje waarmee je in de bobsleeploeg zou kunnen komen.’

‘Bardet. Het was toch wel een schok om te zien hoe die bijna verkruimelde op de klim. De wanhoop op z’n kop ‘’

‘Die kan op het dressoir een plekje opschuiven.’ (Heel kordaat Cordaan! Schitterend! Mijn persoonlijke goud net na de laatste meet. Daar neem ik een advocaatje met slagroom op.)

 

Zuurstof… Ik weet niet hoe u het ervaart maar ik vind dit stuk voor stuk staatsgevaarlijke uitingen.Nu schakelen we eindelijk over naar het café waar Gezelligheid geen Tijd kent. Het meer dan terechte, tevens toevallig rijmende laatste woord aan Wilfred ‘mag ik die handjes zien?’ Alloy!”

ROEPT U MAAR
 
“Tijdrit!”
 
Je hoort soms iemand zeggen: “Wat gaat De Tijd toch snel.”
Dan denk ik bij m’n eigen: ‘Ja dat zeg je daar nou wel,
maar als je naar de toer kijkt – ik heb het niet verzonnen –
dan staat me nergens bij dat renner Tijd ooit heeft gewonnen.
Ook als ze voor zichzelf gaan , die ‘race tegen de klok’,
dan – op het eind – staat renner Tijd nooit op het hoogste blok
of tweede, derde… Nergens. Adieu Le Temps! Tabee!’
Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.
 
“De bar is geslotennn!”
“Tijdwinst dus.” [hahaha]
 
 
[Top 3 algemeen orangement:: 17. Mollema +37.43, 40. Minnaard +1.48.11, 66. Ten Dam +2.30.04]

Share This:

betrouwbare bron meldt: ANNAGRIET DIESMAN is JOLIES HEIJ

Posted on 3 CommentsPosted in Geen categorie

 

 

de kogel is door de kerk lieve lezer. nu hebben we alleen bregje zonderland nog over als grote onbekende op de pom.  van bregje beweren sommigen dat zij uit de kring rond merik van der torren is. uw webmaster weet het niet – heeft bregje naar haar ware identiteit gevraagd en kreeg als antwoord: wie ik ben is niet belangrijk.

afgelopen vrijdag kwam dan eindelijk uit zeer belangrijke bron uit het altijd weer prachtige GENT het verlossende bericht per mail binnen op de vakantie redactie van de pom: annagriet diesman is jolies heij. in ieder geval konden wij dit uit de berichtgeving opmaken:

“de grote onbekende op de pom is nog steeds ANNAGRIET DIESMAN – “ik zal mijn boezem niet meer branden aan jouw vingers…” – Pom, ik zal je een tip geven, haar voornaam begint met een J en de familienaam met een H. (zoals je al weet van bij de eerste inzending) – de groeten uit een druk Gent

 

wij van hier hebben onmiddellijk natuurlijk het paard van troje aangeschreven:

 

zeg dame heij

mij wordt uit zeer betrouwbare bron gemeld dat ene anagriet diesman in het ware leven jolies heij heet

waarom wordt dat mij – uw enige echte grote omarmende en alles adorerende grote liefde – niet medegedeeld?

 

en ja hoor daar was de ontkenning. elke verklaring telt in het strafrecht als bewijs ook de ontkennende. zie hier wat onze lieve jolies bericht:

 

zeg heer wolff

dit is volslagen uit de duim gezogen

ik heb weliswaar een alter ego maar deze heet zeer beslist niet anagriet huppelepup

ik weet niet wie die bron is maar deze heeft het falikant mis

ik ben bij deze mededeling nog verraster dan u

 

 

van de schrik bekomen plaatsen wij van de pom nog maar eens even een GRIETJE DIESMAN – genieten we griets mooie woorden!

 

 

++ 7 MEI 2017 ++

reeds warm is het krieken
– de uren van zwart
leunden net nog op de bar –

maar mijn zicht is zwaarbewolkt:
een vader legt een koekoeksjong
in eigen nest.

nachtschade

en gij die kir, noch kraai
die zuch, noch kreun,

gij zijt mijn gezette stem
en aangebroken is uw ochtendzang.

 

Annagriet Diesman

 

 

in deze vakantie tijd ( geen zondagochtendwedstrijd tot september) is uw webbie vanochtend uit schrik maar WAD gaan lopen – WAT meneer wolluf? nee bettie WAD! even dit heijtje verwerken in de frisse lucht en de vette klei. als u een vakantiegedicht heeft buiten wedstrijdverband – wij van het WAD aanvaarden het WAD graag.

 

Share This:

de grote onbekende op de pom is nog steeds ANNAGRIET DIESMAN – “ik zal mijn boezem niet meer branden aan jouw vingers…”

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie

de grote onbekende toch nog maar even in het zonnetje – vakantietijd op pomgedichten – op de vrijdag tot september – dan zal ze er weer zijn onze lisan lauvenberg – besteden we tot de tijd van weerom aandacht aan het werk van zomaar dichteressen – die diesman ken wel schrijven meneer wolluf  – roept bettie vrolijk van onder der witte schortje. zo begint een mooie dag op de pom – als volgt:

 

 

++ 12 MAART 2017 ++

…en ik,
het zout in de gaten van mijn vel, slaapdronken nog, met stramme knoken noteer:
niet eens heel ver hier vandaan sluipt sloom de winter door het huis
en klit jouw geur als al wat nog rest nog even aan mijn trui.

of misschien:
jij ging weer sneller dan verwacht, een taxi in de sneeuw na middernacht,
onrust op de stoep en verder: vierde colonnes, meer onrust en een kat.
de straat leeg als je hazenhart, de stad is koud als wij.

en ook:
ik zal niet langer schikken, ik zal mijn boezem niet meer branden aan jouw vingers
het zijn slagpinnen, kortstondig, het zijn wrede waarheden
het zijn oudbakken woorden, oudbakken woorden die komen te laat.

 

++ 5 MAART 2017 ++

Hugo in Brussel

Aan het Théâtre Français paalt nog steeds verleden grond in taal van bloed gedrenkt,
slingeren gebroken flessen rond in vuile glazen plassen. Niets gloeit:
deze stad wordt donker gewekt, door woorden en zinnen gekrenkt.

Verslagen ontwaakt dan, ginds, de dichter die roeit
met de riemen die hij schreef, wiens vers te water gaat
en volgzaam glijdt tot op een Brussels plein

waar de dichter weet waar niemand over praat.
Verdoken blaast dan, daar, de wind, zijn
letters rollen langs elkaar door doordeweeks gewoel.

Ik hoor zijn lied.
Ik ken zijn doel.
Terug naar ‘t land dat hem verried.

 

 

Share This:

VON SOLO door het leven gegrepen: over “wat je als kind voor jezelf ook gewild had”

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

 

Deel 189. Binding

Mijn dochtertje is tien jaar en mijn zoontje is zeven. Als ik een paar dagen weg ben, word ik nauwelijks merkbaar gemist. De slingers hangen niet uit bij thuiskomst. En lang niet elke keer mag ik rekenen op een spontaan onthaal met gejuich. Andere dingen zijn ook belangrijk.  Ik heb ze nochtans nooit iets aangedaan en heb altijd consciëntieus voor ze gezorgd. Zij het binnen de grenzen van wat ik betamelijk vind. Als ik vraag of ze me gemist hebben, zullen ze dat niet ontkennen. Maar dat zijn woorden. Daarna is het weer gewoon business as usual. Als mama echter een keer weg gaat, dan ligt het anders. Die kan niet weg zonder het nodige ritueel en eindeloze kus- en knuffelsessies. En als die terugkomt, dan blijkt wel uit divers verbaal en non-verbaal gedrag dat die klaarblijkelijk gemist is. Gisteren vroeg ik mij dan ook af of ik gemist zou worden als ik helemaal zou verdwijnen. Hoe snel zou ik van geen belang meer zijn

Donkere gedachten. Ik weet het. Maar ik ben zelf ook nooit zo’n familieman geweest. Ik haatte de verplichtingen die mijn grootouders mijn ouders oplegden. Mijn vader werkte veel en in ploegendienst, dus die zag ik minder dan mijn moeder. En als ik hem dan zag, verlangde hij ook naar zijn rust, of compenseerde hij zijn afwezigheid met een stukje correctieve opvoeding. Mijn moeder hield van mij zoals ze dat nog steeds doet. Alles voor de kleine Von. Een tikkeltje overbeschermend en een beetje wereldvreemd. Met als gevolg dat ik wellicht ook een beetje wereldvreemd de vreemde wereld in ging. Een zus kwam pas na acht jaar, en daar valt, zoals we intussen van kinderen weten, de eerste jaren weinig mee aan te vangen. Zeker niet als je van acht tot twaalf opgroeit. Ik heb geen innige band met mijn ouders gehad over de periode tot na mijn vijfendertigste.

Als ik streng voor mezelf ben, dan kan ik stellen dat ik van mijn vader het afwezige en compenserend correctieve heb overgenomen en van mijn moeder het overbeschermende en wereldvreemde. Fraai is dat! Mevrouw Solo heeft me weleens aangeraden meer tijd voor papa-dagen te nemen. Dat advies heb ik in de wind geslagen grotendeels. Dat soort foefjes geloof ik niet in. Het doet me mij afvragen waarom we verbondenheid voelen met iemand. Als dat louter is door lange tijden van aanwezigheid, dan is het niet meer dan een trucje. Of is het omdat we in materiele zin iets voor een anders betekenen? Ook dan zouden we vervangbaar zijn. Die verbondenheid zit hem in iets geheims waarvan ik de formule niet ken. Of zou het een keuze zijn? Dat je kiest om loyaal te zijn op basis van verstand?

Ik weet het allemaal niet. De mensen waar ik loyaal aan ben of verbinding mee voel kenmerken zich in die zin dat ik ze persoonlijk bewonder om iets. Om wie ze zijn. Dat uit zich niet altijd in wat ze voor me doen of de kwantiteit van aanwezigheid. Misschien is dat dan ook hoe ik zou willen dat mijn kinderen een verbinding met mij voelen. Mij zien als een uniek iemand die iets bijzonders voor ze betekent. Maar dat is wat ík wil. Wat de kinderen willen is strictly Maslow. Snoep, koekjes en speelgoed. En onder die laag willen ze graag veiligheid en geborgenheid. En dat tweede, daar zorgt hun moeder al voor. Papa is meestal de frequent afwezige of strenge opvoeder. Die ben je als kind liever kwijt dan rijk, dat snap ik ook wel.

Onder de streep denk ik dat ik ernaar verlang dat mijn kinderen van me houden en dat altijd zullen doen. Ik vrees dat ik daarvoor lang en gezond moet leven en geduld moet hebben. Nu en straks. Wat ik mijn kinderen kan bieden is een vader die van hen houdt zonder te weten waarom en hoopt door te zijn wie hij best is, een goede vader gevonden te gaan worden. Ik zal ook wel weer niet mijn doel daarin bereiken, zoals vele ouders. Maar laat ze van mij in iedere geval nooit zeggen dat ik ze gedwongen heb van me te houden, omdat dat zo hoort. Dan liever dat ze weinig van me houden, maar dat dat weinige tenminste wel oprecht is. Geen trucjes of conventies. Enkel het kale, onverklaarbare. Voor jezelf de verlossing. Voor je kinderen enkel het beste. Dat wat je als kind voor jezelf ook gewild had.

Nou, genoeg gezemeld. Ik ga lol hebben! Wie doet er mee? Staat geheel vrij.

 

 

VON SOLO

DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST

www.vonsolo.nl

Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!

Share This:

merik van der torren – ‘Weet je nog die oude arbeider…..’

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie
.
Hoi Pom, verblijf in mijn tuin in Buitenzorg gisteren inspireerde me tot dit gedicht. Voor de Pom op woensdag, groet, Merik
 .
Buitenzorg 11
 
Ja, zeg, onder de coniferen op die warme zomerse dag,
glas witte wijn onder handbereik,
chihuahua Sara snurkend op schoot,
laten we het dan hebben over rechtse sferen
en Nederland schuldig aan koloniale oorlog.
 
Weet je nog die oude arbeider, marathonloper op tuin 8,
die op hoge leeftijd sjekkies pafte en uit zijn mondhoek kwam:
“Simon Vinkenoog, daar is het mee begonnen,
de hasjwalmen komen je tegemoet
en al die kunstenaars die hij meeneemt, feesten,
muziek tot laat in de nacht…..”
Ik neem nog een slok droge witte wijn.
Kom, Sara, laten we gaan wandelen,
hoor, hoog in de walnotenboom
weeft de merel zijn eindeloze lied

Share This:

JOLIES HEIJ vredesmars voor Srebrenica – witte ballonnen – de heldhaftige hollandse verzetsziel – én poëzie: dit is waarvoor ik aan je stierf

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie

 

Ik ga nog even voort op de ingeslagen weg, lieve lezer. Het was een gedenkwaardige herdenking, daar op het haagse Plein. Vooraf de Vredesmars voor Srebrenica van elf kilometer door de duinen van Wassenaar, langs de scheveningse gevangenis, het Joegoslaviëtribunaal en het Vredespaleis gelopen. Daarna bliksemsnel de schoenen verwisselen en er gaan staan. Martin Aart de Jong kwam me een hart onder de riem steken. Een man van de Christen Unie condoleerde me. Er wachtte mij een zware taak. Het ging niet geheel vlekkeloos, één keer sloeg ik per ongeluk een aankondiging in het programmaboekje over en twee keer liep ik al naar de microfoon toen er nog een lied gespeeld moest worden. Ik hoop maar dat de toonzetting in ieder geval goed was. Ik was tenminste niet de enige die overmand werd door emotie.

Het mooiste moment is toch altijd weer als de witte ballonnen, met daaraan de naamkaartjes van de mannen die op diezelfde dag in Potocari worden herbegraven, worden losgelaten. De reden dat ik hierop nog even doorga, lieve lezer, is dat ik het afgelopen weekend een poëziefestival ergens in het land had, met daaraan gekoppeld een soirée bij iemand thuis. Daar droeg ik vanzelfsprekend een gedicht voor, het was eigenlijk een liefdesgedicht, maar ik had er iets over de Vredesmars en witte vlaggen erin verwerkt. Een en ander leidde tot een felle discussie. Ene van der Linden, type bejaarde Telegraaflezer, slingerde me tot drie keer toe de volgende vraag in het gezicht: wat gaat het jou eigenlijk aan? Ik was aanvankelijk met stomheid geslagen, maar later was ik deze meneer van der linden dankbaar omdat ik nu weer weet waarvoor ik het allemaal doe.

Een legitieme vraag is het natuurlijk ook. Wat gaat Srebrenica ons Nederlanders aan? Voor de meeste mensen is het een schimmig stukje geschiedenis in een achterlijk Balkanland met een kruipende kolonel voor een brute generaal. “Mladic heeft die mensen vermoord, niet wij!” schreeuwde meneer van der Linden woest. Het is het eeuwige dilemma van de schuldvraag. Ik zal u proberen uit te leggen wat Srebrenica voor mij als Nederlander betekent. Het was 1995. Op 4 en 5 mei werd herdacht dat de Tweede Wereldoorlog 50 jaar voorbij was. Ik was net terug uit Duitsland waar ik voor mijn studie mijn eindscriptie had geschreven over een duitsjoodse schrijver die de hele oorlog in een kast op zolder van een noordhollandse boerderij had doorgebracht.

In het Historisch Museum was een tentoonstelling over Amsterdam tijdens de oorlog waarmee voor het eerst krassen op de hoegenaamd heldhaftige hollandse verzetsziel werden gemaakt. Ik was met die heldhaftige verhalen opgegroeid. Nu bleek plots dat er maar een kleine groep bij het verzet zat en de meerderheid rustig op de lauweren zat te wachten tot het voorbij was. Sterker nog, dat dankzij de ijver en de Befehlsbereitschaft van de NS beduidend meer joden uit NL zijn weggevoerd dan uit andere europese landen. Dit was een schok. Mijn wereldbeeld kantelde. Maar het was goed dat de waarheid eindelijk aan het licht kwam. Toen werd het 11 juli. Mladic proostte met Karremans en de servische troepen namen de “veilige haven” Srebrenica in zonder dat Dutchbat ook maar één schot loste. Er werden zelfs mensen van de compound, waar ze bescherming hadden gezocht, weggestuurd. In de dagen erna voltrok zich de grootste naoorlogse genocide in Europa.

Wij – speciaal NL in de hoedanigheid van Dutchbat III – stonden erbij en keken ernaar, zoals we dat ook hadden gedaan toen de joden naar de concentratiekampen werden gedeporteerd. Het “Wir haben es nicht gewusst” ging toen ook al niet op. Het was opnieuw een schok. Zie je wel, was mijn reactie van toen, we zijn geen helden. Die komen alleen in mythes en sprookjes voor, maar voor velen komt het wel goed uit om daarin te geloven. Maakt niet uit of de servische overmacht te groot was en luchtsteun uitbleef, wij hebben niets gedaan, daar schaam ik me voor en daar voel ik me schuldig over. Ieder jaar op 11 juli een witte ballon oplaten is daarvoor een geringe prijs. Dat zouden meer Nederlanders moeten doen. In feite gaat het ons allemaal aan.

 

 

Ergens waar jij wacht
 
Dit is niet harden, zegt hij bij het afscheid, als
het buiten en binnen giet en hoe weet je zeker
dat je in de goede trein bent gestapt? Zeker
is alleen de loop der dingen die van ons zijn
 
en overal brokkelt kalk van het plafond, hoewel
ik ergens toch op weg ben naar jou. Je weet het
niet, ik heet geen vrouw maar treurmijniet. Wat
gaat het je aan, vraagt hij, maar dit is waarvoor
 
ik aan je stierf. Ze kan onmogelijk overleven
buiten hem en haar hoogtepunt was toen
hij het licht in haar aanknipte. Nu ligt hij
 
voor altijd in het donker en rollen wij
onnadenkend door versluierde landschappen.
Is het de goede trein? Als jij maar wacht.
 
 
Jolies Heij

Share This:

LISAN LAUVENBERG dichteres van het leven (onze columniste op de vrijdag) JARIG! van harte! – over verdwenen heren en de man die haar woorden als kristallen las.

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie
.
de dichteres van het leven lisan lauvenberg – na haar vakantie vanaf september weer onze columniste op de vrijdag – ze meldt zich wel weer – is vandaag jarig – melding van FB. tijd om dichteres een fijne en nog enorme toekomst toe te wensen én een mooie dag vandaag. over de verdwenen heren – let wel heren! – lazen we eerder op pomgedichten.  de mannen die haar wezen wilden, de mannen die haar goud toedichtten en de man die haar woorden als kristallen las:
 .
Verdwenen heren
 
Ik worstel al een leven lang met mijn gave
om te vinden wat ik zoek in elke man, die mij vindt.
 
Vrijdagavond laat de stad nog in
en dan weten wie ik niet meer zal ontmoeten
 
van de mannen die me voorgingen
en al die mannen die mijn wezen wilden
 
ze lazen, spraken, dronken en schreven veel
om hun gevoeligheden te verbergen met genot
 
waar ik talent uitplukte en helder terug gaf, zoals
een klein kindje, schelpjes geeft met waarde
 
en er is er een wiens naam ik steeds vergeet
hij sprak je bent van goud, vergeet dat nooit
 
zo drink ik om te herdenken, die mij eerden
en me lazen als hun lievelingsboek, nachtenlang.
 
Ze zijn verdwenen uit de straten, van de stad
zij die ik liefhad, om wie ik bij hun was.
 
 
 
©Lisan lauvenberg
februari 2012
 
 .
.
LEVEN
 
Vandaag wilde ik er niet zijn
omdat ik afscheid moest nemen
 
van iemand die me dierbaar was,
die mijn woorden als kristallen las
en altijd in mijn ogen woonde.
 
In mijn hoofd dans je nog
de lachwekkenste cha tja cha
en bega je flaters voor het leven.
 
Zo schaterlach ik ons verleden
de tranen hebben geen tijd gehad.
 
 
©lisan lauvenberg
27 september 2013

Share This: