JOLIES HEIJ: “Als ik met mijn man in een café of eetgelegenheid kom waar een TV aanstaat, gebied ik hem om er met zijn rug naartoe te gaan zitten, anders kan ik nog zo naakt voor hem paaldansen, de blik blijft als een navelstreng met het kijkkastje verkleefd.”

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie


Als columniste krijg ik geregeld de vraag: komt dit nu in je column? Dat “dit” duidt meestal op een happening, een ontboezeming of een vrijage. Het wordt altijd gevraagd met een mengeling van vrees en gretigheid, waardoor het voor columniste moeilijk uit te maken is of de persoon in kwestie solliciteert naar een plekje voor de eeuwigheid op papier, of naar verassing en een opgaan in het niets. Het opmerkelijke is dat ik zelden iets op mijn columns terughoor, hoe doordacht diepzinnig of geslepen maatschappijkritisch ze ook mogen zijn – behalve wanneer men erin figureert. Op de oude site, toen nog keurig het aantal hits bovenaan de column werd weergegeven, gold steevast: hoe meer dichters erin figureerden, hoe meer hits. Nu kan ik er slechts naar gissen. Heb ik eigenlijk nog lieve lezers, of is het slechts loos geroep in de ruimte? Of zijn we collectief overvoerd door tekst?

Dat gebeurt mij tenminste regelmatig, dat begint al kort na het opstaan met de krant, vervolgens de mail en FB en tegen de tijd dat ik door de startpagina
begin te scrollen ben ik al helemaal murw gebeukt met tekst dat ik niks meer in me kan opnemen. En dan heb ik niet eens een smartphone. “Tja, die mensen heb je,” zei Mischa van Huistee meewarig toen ik na ronddwalingen door De Wijk eindelijk het weiland bereikte waar het Smaakmakersfestival met de Dropslam werd gehouden. Maar ik liep twee vriendelijke Wijkers tegen het lijf die me in onvervalst Drents de weg wezen. De goedheid van de medemens vind ik nog altijd betrouwbaarder dan dat apparaatje. Zoals ik, toen ik na de boekpresentatie van Peter Brouwer moeilijk uit kasteel Geldrop geraakte en de jongeman die ik de weg vroeg niet wijs uit zijn routeplanner werd, spontaan een lift naar station Eindhoven kreeg aangeboden.

Al had ik een smartphone, ik zou er niet eens gebruik van maken. Ja, maar als je eenmaal zo’n ding hebt, kijk je er ieder vrij moment op, zeggen mensen dan. Tsja, daar zul je dan wel beeldschermverslavingsgevoelig voor moeten zijn. Ik ben ook nooit zo’n TV-kijker geweest, maar ik ken mensen bij wie de TV aangaat als ze uit het werk komen en pas uit als ze naar bed gaan. Het schijnt overigens wel een mannending te zijn, vanwege dat bewegende beeld, in verband met jachtinstinct enzo. Als ik met mijn man in een café of eetgelegenheid kom waar een TV aanstaat, gebied ik hem om er met zijn rug naartoe te gaan zitten, anders kan ik nog zo naakt voor hem paaldansen, de blik blijft als een navelstreng met het kijkkastje verkleefd.

Wat doe jij dan als je op de bus wacht? vragen mensen mij ook. Ik kijk om me heen. Ik maak mijn hoofd leeg. Ik mijmer over God en de wereld. Ik denk aan de liefde. Ik fantaseer een roman bij elkaar. En op lange treinreizen en in de nacht lees ik het liefste een boek, bij voorkeur een vuistdikke, 19e eeuwse roman, waarin het verhaal zich ontrolt als een tractor op een landweg. Of een historisch werk over de Balkan van 640 pagina’s. Of de Balkanreisbeschrijvingen van Rebecca West van 1200 pagina’s. Iedere nacht weer een stukje meegevoerd te worden over die landweg vind ik een stuk rustgevender dan de ADHD-hapsnap-van-de-hak-op-de-tak berichtgeving in het digitale. Of zelfs mindfullness – dat zo’n gestructureerd “rustmoment” zijn intrede in deze maatschappij heeft gedaan is al veelzeggend. Ik hoor liever één dichter zijn hele oevre een half uur lang voordragen dan veertig dichters in vier uur. Om over festivals nog maar te zwijgen, waar je dan weer wordt gedwongen te kiezen omdat je onmogelijk iedereen kunt horen. En mag het ook eens stil zijn? Het kan zijn dat u deze column al veel te lang vindt, lieve lezer, ook dat is een vaak gehoorde klacht. Maar wie niet de tijd neemt om iets uit te leggen kan beter zwijgen en wie niet de aandacht heeft om het te lezen hoeft niet op mijn tractor mee.

Het is niet altijd blond wat er blinkt

Diep van binnen bent u een grote zwarte neger
die papieren hoedjes vouwt van de nacht.
Al het licht dat niet verdraagt zuigt
u in u op en speelt dan voor hoogtezon.

Een zomer lang was ik in de ban van
uw lichte lokken en het hart dat u
kloppend voor u uitdroeg maar in wezen als
kroon op het hoofd. In uw ogen het

blauw van uw Azorenzee. Zelfs het grauwe
polderchagrijn werd bij u dauwfijn en
druppelgrijs. Dat was uw idee van integratie.

Een bruid voor een leven lang de huid duur
verkocht als zonnebrand. Met de zelfkant scheen
ook uw land door uw blondgepenseelde haar.

Jolies Heij

Share This:

we willen het hele verhaal de waarheid en niets anders dan de waarheid over die godefrooij meneer wolluf anders spuiten we u plat hoor – hier in de VU op 8 hoog – krijst (penoza)Bettie opgewekt

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie

Merik met hondje Sara aan zijn zijde vatte de zondagmiddag perfect samen – Merik van der Torren: Het was een leuke middag. Het weer werkte mee. Goede blues gehoord en poëzie. Wijntje en bitterballen na, it was a perfect day.

we bespreken de voorleessessies bij de boekenpaal in het amstelpark in de buitenlucht – gerdi wind heeft het geheel opgezet bij de boekenpaal van saskia van de ree. en inderdaad het geluk aan de zijde van de organisatie: het prachtige weer. merik voor een keer uitgeroepen tot ‘pomkanon’ deed de sarah 5 en de sarah 6 – poëzie over het hondje dat hem zo aan het hart gaat. op fb schreef ik over mijn ontmoeting met lennert ras:

‘Lennert Ras spuugt zijn gal op het redactiebeleid van kees godefrooij (“al die spleenboekjes die hij de markt op pleurt”) : ‘hij laat alles staan, hij kan geen d van een t onderscheiden.’ laat ie tegenwoordig alles lopen die godefrooij, meneer wolluf?’, krijst bettie hier op acht hoog in de VU. morgen de hele story op de pomsite.’

en morgen is vandaag lieve lezer. meneer lennert zwakt zijn woorden wel een beetje af op FB meneer wolluf: “….wat meer eindredactie kunnen de boekjes van Kees wel gebruiken…”
hahahaha ‘wat meer eindredactie’ – hahahaha bettie – het understatement van het jaar hoor. witheet was ie onze LENNERT.
we willen het hele verhaal de waarheid en niets anders dan de waarheid over die godefrooij meneer wolluf anders spuiten we u plat hoor – hier in de VU op 8 hoog – krijst Bettie opgewekt in de gang bij haar ochtendronde.

nou het zat zo bettie. toen ik arriveerde bij de boekenpaal – hoorde ik een man – LENNERT – over het redactiewerk van een zekere kees godefrooij praten met onze erika uit gent – godefrooij die allemaal ranzige erotische verzamelbundelboekjes aan de man – zeg maar aan de eijldersdichters – tracht te brengen tegen woekerprijzen – LENNERT was niet te spreken over het redactiewerk van die zekere godefrooij. en dat hij LENNERT – godefrooij daar op had aangesproken– en dat godefrooij daar niet aan kon beginnen naar zijn zeggen – aan het verbeteren van de dees en de tees en de deetees. dan zouden de dichters allemaal nog veel meer moeten betalen – volgens die godefrooij – dan keesie ze nu al aftroggelde.
voor de zekerheid vroeg ik aan LENNERT bettie – gisteren – over wie spreken jullie eigenlijk LENNERT – over GODEFROOIJ brulde een withete lennert. o zei ik – jaja godefrooij oja die – sprak ik wat laconiek voor mij uit – godefrooij waar arie van egmond nog zo mooi over schreef:

Vrouwenpoëzie

De damesbedwelmer der roerige jaren
doet stram door geruchten – wie maakte hem mee? –
van hoe hij ooit vlamde, verwilderde haren,
nog eenmaal bewonderd zijn Eijldersrentree,

al doder dan wat in zijn oerpul verstilde,
op zoek naar ‘t voorbije, naar niets op de tast,
met woorden waaraan hij zich vaker vertilde,
de prijzen die telden verstoft in hun kast.

Het staartje, het shawltje, details en accenten
(zijn lyrisch tekort onder moederlijk mom):
ooit werkte dat circus, hij had zijn momenten.

Te harder daarom ook het slot van de som:
een sixties-vermoeden van eeuwige lente
geplet door een vers van een eelt-tenen-krom.

Arie van Egmond

Share This:

PETRA MARIA wint de enige echte virtuele – vrij naar een regel van lisan lauvenberg – met zijn blonde haar, lieve lach en een gouden zon in zijn ogen, bracht hij zomer in de stad in haar leven – trofee op pomgedichten – max lerou zilver – frans terken en jolies heij brons

Geplaatst op 8 reactiesGeplaatst in Geen categorie



petra maria van den eerenbeemt goud

prachtige inzendingen deze week – dank jullie wel – het ozo nodige positieve gevoel is helemaal terug – iedereen blij. zo zien we het graag op de pom. dankzij de zonnige woorden. dank ook aan ons BREGJE – verantwoord commentaar en opbouwend zeker ook – ik ben blij dat ze me toestaat op mijn eigen site de winnaar aan te wijzen. als het haar niet bevalt gaat ze voor me liggen – lijkt me heerlijk – max lerou zonder meer genoeg voor eremetaal – en had petra maria niet de sterren deze week uit de hemel geschreven het was goud geweest voor max – zilver dus. petra maria goud – cartouche brandde zichzelf af in zijn eigen eerste strofe – ditmar is buiten categorie eigen een bijzonderheid – hebben we brons voor de duodichters frans terken & jolies heij – een prachtig – onbedoeld samenspel. gefeliciteerd petra maria, max, frans en jolies. en ja vandaag is het louter liefde – waarom ook niet:

louter liefde

samen jij en ik
voor dat grote raam waarachter zoveel geurend wit verried dat het daar stilstond en alles veilig leek
soms lijkt het dat we daar nog zijn.
en als je zingt dan spreekt mijn hart
dat jij – echt dat is voor mij het best –
de rest van je zo aandoenlijk snel gekomen volwassen leven
met liefde en geluk de koude wereld bevliegt

PM

MAX LEROU loopt over van….
PETRA MARIA uit louter liefde
MAJA COLIJN met een kind in haar ogen
DITMAR BAKKER aan de Tsé Na Na
MARC TIEFENTHAL van het dak af
CARTOUCHE over een jonge blonde god
FRANS TERKEN op een vleug van zon
JOLIES HEIJ aan de zonnebrand
wedstrijd gesloten – dank jullie wel – bregje is binnen – uitslag in een paar minuten – cartouche zet je schrap!

en bregje van de jury bewaakt dit weekend het gebeuren: “oké pom, deze keer bepaal jij de uitslag. Alleen als je keuze bar en boos is dan ga ik ervoor liggen. Morgen om en nabij kwart over 11 heb je mijn commentaren. Fijne dag. BZ”

wie wint de enige echte virtuele – vrij naar een regel van lisan lauvenberg – met zijn blonde haar, lieve lach en een gouden zon in zijn ogen, bracht hij zomer – in de stad – in haar leven – trofee op pomgedichten?

een vrije opdracht in geloof hoop of liefde – liefde mag altijd op de pom – jonge zomer groene sla of andere positiviteit deze week – het wordt weer mooi op de pom – zondag de laatste zomerse dag van het jaar – laten we genieten nu het nog kan – lisan ging ons voor met haar prachtcolumn – nu uw gedichten nog –
als het positief is dan is het goed!

u kent de belangrijkste regels: gedichten niet te lang tenzij ze over de top zijn – stuur in voor zondag 1100 uur onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar is verzekerd.

.
laat het kind
de taal toch spreken
die zij niet meer verstaan

laat het vragen naar de vrede

laat het onbekommerd gaan
laat het spelen laat het vrede
laat de vrede nog bestaan

pw

lemniscaat

we lopen samen op de mensen
blijven staan en zeggen kijk
daar gaat liefde hand in hand

zo te lopen en vergeten en dan
kijken naar elkaar heel even
als in even duurt het langst in liefde

ml

pom: ‘we lopen samen op de mensen’ – een martin aart het jongetje om mee te beginnen – heerlijke satire max – ik geloof dat joop komen de jong nog net voor zijn dood uitriep tot de meest valse vredesgoeroe die leiden ooit heeft gekend – hoe dan ook – je kunt ook zeggen een wijtgaardje – als je er maar een beetje raar bij rijmt dan denken de mensen wel dat je aan de poëzie bent –zoek de overeenkomsten tussen 2x laf&karakterloos – zo niet onze max lerou.
de mensen blijven staan bij max – hehe eindelijk een echte dichter denken de mensen – niet zo een uit zijn krachten gegroeid homp vlees of zo een krullenbol die met verknipt proza de wereld rondfietst – MAX blijft positief en geheel binnen het thema.
de mensen zijn geintroduceerd en dan is er liefde van die twee in hun prachtige rondgang hand in hand als kamaraden maar dan wel zonder de doelman jones op de achtergrond. max beschrijft een moment van liefde – dat voor altijd is en van alle tijden in eeuwigheid verder bloeiende. prachtig!

bregje: Goedemorgen pom, vanmorgen op mijn gemak de beoordelingen geschreven, alleen die van Ditmar niet want ik krijg het niet voor mekaar. jammer maar gelukkig heb ik deze week toch het eindoordeel niet dus Ditmar loopt er niks door mis. Mocht je advies nodig hebben dan hoor ik het wel, verder wacht ik het nog even af, misschien komt er nog iets binnen. Liefs, Bregje

ml – Eerst las ik, we lopen samen op de mensen, een soort van op eieren lopen schoot het door me heen en lang leve de interpunctie. Al snel blijkt het een gedicht dat zich in al zijn eenvoud leent voor herlezen. Ik vind het een prachtig gedicht met als enig storend element de woorden ‘in liefde’ . Dat had er voor mij niet achter hoeven staan, het haalde me terug uit mijn mijmeren en dat wilde ik helemaal niet. er staat toch al dat de liefde hand in hand gaat!

louter liefde

samen jij en ik
voor dat grote raam waarachter zoveel geurend wit verried dat het daar stilstond en alles veilig leek

soms lijkt het dat we daar nog zijn.

en als je zingt dan spreekt mijn hart
dat jij – echt dat is voor mij het best –
de rest van je zo aandoenlijk snel gekomen volwassen leven

met liefde en geluk de koude wereld bevliegt

PM

pom: ik dacht dat we er al waren – zo positief en zoveel liefde bij max hierboven – wie kan daar nog overheen. petra maria komt een heel eind. over wie uitvliegt – de koude wereld in – uitgevlogen is – echte dichters staan soms stil bij echt en waar. we weten niet wie het betreft en welke grenzen zijn overschreden – een tijdloos gedicht – op de woorden een glans van eeuwigheid – zo landen de woorden overal en in iedereen – zo geef je aan wie je lief hebt woorden mee.

bregje: PM
Gaat dit gedicht over al losgelaten? Ik denk van wel, een moeder die haar liefde voor haar kind beschrijft, een zus die liefdevolle herinneringen overpeinst. Mooi hoor Petra, met liefde en geluk de koude wereld bevliegen. Ik ga dat vandaag eens doen en zal aan je denken.

ZONNESTRAALTJE

onder `t strooien hoedje
een neusje van zomersproetjes
en zacht wiegt blauw de zee
het kind in haar ogen
al wat ze liefhad
op schuimkopjes mee

Maja Colijn

pom: een zoet tafereel – zijn we niet allemaal toe aan de vrede en het kind in ons – of in woorden – van voor naar achter en van achter naar voren – met schuimkopjes – met liefhebben – met het kind in haar ogen – de zacht wiegende zee en de sproetjes onder een hoedje van stro – ach was de hele wereld maar zo maja – ik zou er zo een schilderij bij tekenen – zo moeten toch ook zo een de jong en zo een wijtgaard erbij gelegen hebben ooit – en zie hoeveel kim jong en oen uit die twee schuimkopjes is gegroeid.

bregje: Maja Colijn – Wat een lief gedichtje, ik zie dat strooien hoedje, een schattig snuitje. Ik raak ook in verwarring en denk ineens, het kindje is er niet meer. Is het verdronken? Is het allang groot en het huis uit? Ik durf me er niet goed over uit te laten maar ik las het met liefde. Zelf zou ik achter zomersproetjes een witregel doen en dan ‘en’ weglaten. Ook denk ik dat de taal wat aandacht verdient in de laatste vier regels al komt het binnen, zeker! De zee nam al wat ze liefhad op schuimkopjes mee.


pom: onze ditmar is weer stevig aan de sinaspril geweest vannacht en de uitwerking mag er zijn. bregje kon de link niet openen en heeft daarom vermoed ik de hele nacht wakker gelegen – ik kon wel openen en vatte de slaap niet meer. ditmar bakker voor al uw slapeloze nachten. roedels wolven gaan zomaar aan u voorbij maar daar blijft het niet bij. we hebben een wonderkind in ons midden – al het positieve in ditmar heeft hij voor ons bijeengeschraapt – het is een werk geworden buiten elke categorie – was het niet zo kort ik zou van een levenswerk spreken. is het de tse-nana horen en dan sterven in geluk – of is het eerst sterven in geluk en dan voor altijd aan de tse-nana. ik ben er nog niet uit. er was leven voor de tse-nana – zo zullen ze op de aarde terug kijken.

bregje: Ditmar – Kan ik helaas niet beluisteren, het zal aan mijn computers instellingen liggen. Jammer.

Un supplément d’

Het is het vleugje frisse wind
waar we uren liggen op wachten
en ons heel even vluchtig streelt,
dat ons doet glimlachen en inslapen.

Een gezapige regenbui wekt ons
heel even vluchtig.

Wanneer de regen uiteindelijk
ons genadeloos voltreft,
nemen we de benen
en komen van dat dak af.

Marc Tiefenthal

pom: tiefenthal heeft ook altijd pech. na het geweld van ditmar hierboven – een windje, een buitje – we lezen het woord ‘gezapig’ – zo kan het leven ook zijn. we sturen de tekst door aan ditmar. als ie er aan toe is kan ie een dagje het gedicht van de tief in – ik denk dat bregje dit wel een soort van aangenaam toeven vindt – bregje is niet van de sinaspril.

bregje: Marc Tiefenthal – Waar we uren op liggen wachten – Vlaams denk ik. Twee maal heel even vluchtig, doe je dat expres of heb je echt niet in de gaten dat vluchtig nu eenmaal heel even is. De genadeloze voltreffer doet het wel hier al vind ik voltreft een erg apart woord. De benen nemen en van het dak af komen. Gratis advies: ik zou de volgende keer eerst van het dak afkomen en dan pas de benen nemen, dat voorkomt misschien een hoop ellende.

Oog in oog

Zij was meer dan ooit zichzelf
doodgeboren zondagmorgen
verloren kost een kussensloop
die druk bevolkt en uitgewoond
kakelbont gestikt elke gedachte
aan zonde bedekt, een blik
in lange leegte, steen
probeert te ontleden
om rots te worden

tot het breekt

in een mondvol krullen
die samensmelten tot straat
– beeldtaal op de blinde muur
die voor haar opduikt uit de mist
van poëzie “eeuwigheid is niets
dan het oplichten van de zomer”
staat hij bol de jonge blonde god
oog in oog zingt hij springt
en grijpt haar bij de keel

23-09-2017
Cartouche

pom: van wie het citaat is vernemen we graag van cartouche. de tweede strofe springt enorm uit het gedicht. maakt de eerste volkomen overbodig – was die eerste strofe maar niet geschreven of afgedrukt – het goud zou voor cartouche zijn geweest. typisch voorbeeld van net teveel. zie hier een lesje voor de beginnende dichter. schrijven kunnen we na verloop van tijd allemaal – dan komt de inrichting.
na strofe een zeggen de meeste angela merkel stemmers – das schaffen wir nicht – laat alle vluchtelingen binnen stromen maar cartouche met deze eerste strofe NEIN! de lange leegte? zitten we in friesland weer? gelukkig hebben we de tweede strofe nog – kijk beginnende dichter zo een tweede strofe schrijven behoort tot een hoog en goddelijk goed. daar zijn dichters voor uitgevonden. niet om er nog even snel een strofe bij te frommelen – zo laat een dichter poëzie krullen:

tot het breekt

in een mondvol krullen
die samensmelten tot straat
– beeldtaal op de blinde muur
die voor haar opduikt uit de mist
van poëzie “eeuwigheid is niets
dan het oplichten van de zomer”
staat hij bol de jonge blonde god
oog in oog zingt hij springt
en grijpt haar bij de keel

23-09-2017
Cartouche

bregje: Cartouche –
O Cartouche toch, dit gedicht laat zich zo lastig lezen. Prachtig vind ik: steen probeert te ontleden om rots te worden. Zat ik tijdens het lezen in een opera? Een drama? Je gedicht grijpt me naar de keel maar ik weet niet waarom. Moeilijk vind ik het, er is vaart, er zijn beelden maar ik vind geen reddingslijn om me aan vast te grijpen. Op zich heel knap want ik kan me aan een strohalm al vastklampen normaliter. Je hoeft niet boos op me te worden, ik snap er gewoon niks van, je hebt daarin alvast gelijk.

Een veer van zijn mond

Hoe hij uit de hoogte
neerdaalt schuin van boven op
een vleug zon en tegenwind

het licht in haar ogen brengt
als een glasblazer van heldere momenten
heropent hij voor haar verloren uitzicht

zij knijpt de ogen tot kijkdichtheid
die ene handbeweging over haar hart
om het kloppen te meten

ziet hij dat het goed is
haar borst hijgt van stijgen en dalen
op de stralen die hij stuurt

FT 23092017

pom: het lijkt er toch echt op of onze helden met elkaar in gesprek zijn frans terken met jolies heij – lees hierboven en lees hieronder en hoe de woorden vloeiend in elkaar overgaan– hoe lucebert ook in de verte wordt aangeraakt – met die grote zwarte neger die hij liet neerdalen in de poëzie – frans houdt het bij het dalen – jolies heij gooit die neger er tegenaan –hoe dan ook deze poëzie sluit naadloos op elkaar aan. een prachtige tweede strofe van frans helder als kristal – de borsten van heij – we zien ze voor ons in de laatste regels – en dan…
kan zij van wal – het hart van frans krijgt een grondige beurt dat het weer glanst – in haar tweede strofe – heij zou heij niet zijn als er toch nog een onverwachte wending aan de woorden wordt toegevoegd – het thema integratie vindt bij heij een warmmenselijke en biologisch ingekleurde uitwerking. na de zonnige liefdesverklaring van frans, na het stijgen en het dalen. ik zeg beeldend!

bregje: FT 23092017 –
Als een glasblazer van heldere momenten, prachtig Frans, alleen al voor een regel als deze is jureren steeds opnieuw een genot. Van mij mag dit de regel van de dag worden.

Het is niet altijd blond wat er blinkt

Diep van binnen bent u een grote zwarte neger
die papieren hoedjes vouwt van de nacht.
Al het licht dat niet verdraagt zuigt
u in u op en speelt dan voor hoogtezon.

Een zomer lang was ik in de ban van
uw lichte lokken en het hart dat u
kloppend voor u uitdroeg maar in wezen als
kroon op het hoofd. In uw ogen het

blauw van uw Azorenzee. Zelfs het grauwe
polderchagrijn werd bij u dauwfijn en
druppelgrijs. Dat was uw idee van integratie.

Een bruid voor een leven lang de huid duur
verkocht als zonnebrand. Met de zelfkant scheen
ook uw land door uw blondgepenseelde haar.

Jolies Heij

pom: het lijkt er toch echt op of onze helden met elkaar in gesprek zijn frans terken met jolies heij – lees hierboven en hoe de woorden vloeiend in elkaar overgaan– hoe lucebert ook in de verte wordt aangeraakt – met die grote zwarte neger die hij liet neerdalen in de poëzie – frans houdt het bij het dalen – jolies heij gooit die neger er tegenaan –hoe dan ook deze poëzie sluit naadloos op elkaar aan. een prachtige tweede strofe van frans helder als kristal – de borsten van heij – we zien ze voor ons in frans’ laatste regels – en dan…
kan zij van wal – het hart van frans krijgt een grondige beurt dat het weer glanst – in haar tweede strofe – heij zou heij niet zijn als er toch nog een onverwachte wending aan de woorden wordt toegevoegd – het thema integratie vindt bij heij een warmmenselijke en biologisch ingekleurde uitwerking. na de zonnige liefdesverklaring van frans, na het stijgen en het dalen. ik zeg beeldend allemaal!

bregje: Jolies Heij – Een verhaspeld spreekwoord, Lucebert komt even kijken en die hoedjes, waar ken ik ze van?
Wat een mooie tweede strofe Jolies en ook de derde strofe bevalt me wel al mag het van mij wat minder; polderchagrijn, druppelgrijs … het zal allemaal wel denk ik dan en ga even achterover hangen om aan de rijke taal de denken. Ik heb niks op bedachte woorden tegen hoor maar ze moeten een doel dienen, het mag geen zwaktebod lijken. Zo van ik ga lekker los want dat zijn de momenten waarop de poëzie vergeten wordt en dat is altijd jammer. Maar smaken verschillen, ik weet het.

Share This:

zondagmiddag vanaf half 1 & zonnetje – AMSTELPARK BOEKENPAAL – verhalen en ook poëzie van oa merik van der torren, mirjam al, erika destercke, lennert ras en pom wolff

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie

Locatie:

Boekenpaal in het Amstelpark (Europaboulevard) tegenover parkcafé De Hop bij de vijver.

Route: hoofdingang, doorlopen tot T-kruising en rechtsaf.

met oa ‘pomkanon’ de dichter merik van der torren:

Dichter

Weet je wat het met hem is?
Hij zegt iets en bedoelt iets anders.
Als hij zegt: het regent,
Is het verdrietig voor hem.
Als hij zegt: fris windje
Heeft hij een angstaanjagend
probleem.
Je weet niet wat je aan hem hebt,
Alsof je loopt op ijs
En ieder moment kan vallen.
Hij is een dichter.

Merik van der Torren

Share This:

LISAN LAUVENBERG over ‘de herfst de tijd van doodgaan, opruimen en nog genieten van een paar straaltjes zon, omdat we dat nodig hebben voor de koude winter ons tot binnen zijn dwingt.’

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie

Zonnetje in de Herfst

In de tuin is het ook herfst nu. Helaas wel. Terwijl de zomer eigenlijk nooit goed begonnen is, is het wachten op warme dagen nu al afgelopen. Ik ben deze zomer maar twee keer naar zee geweest, terwijl ik zo graag aan zee ben, maar steeds weer was er raar weer en een keer ben ik keihard moeten vluchten voor een donderend onweer. Met hagel, bliksem en enorme knallen.
Gelukkig kon ik wel vaak naar de tuin, waar het tussen de maïs, de stokbonen en de dahlia’s soms op een stukje Frankrijk leek. Ik heb vele buurtbewoners leren kennen en ook eindelijk geleerd een praatje klets te houden. Het nergens over hebben terwijl je wel kletst. Groente en bloemen doen het goed in een praatje klets.

.

Maar vanmiddag heb ik een heel serieus gesprek gevoerd met een 8 jarige jongen, die veel van tuinieren bleek te weten, omdat hij zijn Kroatische grootvader elke zomer een paar weken helpt in zijn tuin. Logeren kan hij er niet omdat opa in een soort schuur woont, maar het is er fijn. En oma heeft een lekker groot huis, dus heeft hij twee fijne plekken om naartoe te gaan. Hij mist zijn grootvaders tuin en vindt het fijn dat er vlak bij zijn school onze mooie tuin is. Hij zei dat hij me vaak had zien werken, maar me  nooit wilde storen, omdat ik er altijd zo blij en geconcentreerd uit zie. Net als zijn opa en daarom zat hij vaak op het muurtje een beetje naar me te kijken. Maar vanmiddag durfde hij me aan te spreken, omdat ik al met andere mensen had staan praten over de zonnebloemen. Die hij ook prachtig vindt, waardoor hij het erg vond dat ze zo omgewaaid waren en zo woest vernietigd. En of hij me een beetje mocht helpen en dan misschien wat framboosjes mocht proeven. Die hij, zo bekende hij me, ook wel eens gejat had, maar alleen de heel rijpe, die anders toch waren gaan rotten of eraf gevallen zouden zijn.

.

Ik was bijzonder verrast door zijn opmerkelijke woordkeuze en observaties en liet hem door het hekje de tuin in komen. Hij pakte meteen de afgesneden bladeren op en bracht ze naar de composthoop, ondertussen rustig door babbelend over thuis, opa en oma en zijn vriendjes. Over van welke soep hij hield en welke groentes hij niet lustte. Hij vond ook een aantal weggegooide lachgaspatronen en vroeg om een plastic zak zodat hij me kon helpen die op te ruimen. Er lagen cola-whiskey blikjes, bierflesjes, lege chipszakken, servetten en nog meer troep, tussen de rabarber en de zeekool, tussen de net aangeplante aardbeien en de snijbiet. Luka had geen begrip voor de jongeren die dit tussen de planten geslingerd hadden, volgens hem zijn het ongelukkige 18-jarigen die het niet gezellig hebben thuis en daarom het werk van anderen bevuilen. Als hij ouder wordt wil hij die jongeren graag gaan helpen. Ik hoop zelf dat de jongeren nog tijdig leren om hun rotzooi  niet zo achteloos in onze prachtige tuin of op straat te laten slingeren, ook al lijkt het zo een grote schreeuw om aandacht, voor het hebben van geen plek.

Luka, Italiaanse naam voor een zonnig kind van een Kroatische moeder en een Nederlandse vader. Hij spreekt niet alleen Kroatisch, maar spreekt ook een prachtig poëtisch Nederlands. Volgens hem is de herfst de tijd van doodgaan, opruimen en nog genieten van een paar straaltjes zon, omdat we dat nodig hebben voor de koude winter ons tot binnen zijn dwingt. Met zijn blonde haar, lieve lach en zon in zijn ogen, bracht hij de zomer even naar de tuin. Voor mij is hij een belofte voor deze lieve stad, waar onze Eberhardt het over had in zijn afscheidsbrief als burgemeester. Een mengelmoes kind, vol plezier en hoop en een scherp oog voor wat schoonheid is.

©Lisan Lauvenberg
21 september 2017

.
Herbsttag

Herr: es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren laß die Winde los.

Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gieb ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

Aus: Das Buch der Bilder

Share This:

VON SOLO over rotterdam rotzooi

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie

POMgedichten presenteert de donderdag column:
VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Zaterdag heb ik op de Schepenstraat in Blijdorp een vrouw aangereden. Dat was nadat ik een spiegel van een geparkeerde auto afgeschopt had. Mijn zoontje zat achterop de fiets. Ik had wel netjes gewacht voor het rode stoplicht bij de Schieweg.

Deel 198. Schepenstraat

We waren onderweg naar Blijdorp. Mijn zoontje had daar een kinderfeestje. Blanke middenklasse kinderen hebben dat. Omdat het kan en je uit ellende als ouder op een gegeven moment ook niet meer weet wat je moet. Het was zaterdag en we waren op tijd met de fiets vertrokken. Ik aan het stuur en de kleine achterop. Het was een zaterdag als alle andere in Rotterdam. Hordes mensen die in hun auto door de stad razen op weg naar sportclubjes of mensen van buiten de stad die moeten kopen ergens midden in de stad. Allemaal voortrazend in hun koekblikken.

We reden de Rozenbrug af en op de rotonde met de Gordelweg werden we bijna geschept door een Volvo V70. Een zeer veilige auto met onder andere airbags voor botsingen voor als je langs de zijkant wordt aangereden. Side impact protection system, SIPS, noemt men dat. Dat systeem heb ik niet op mijn fiets zitten. Remmen gelukkig wel. We hadden nochtans voorrang. Maar ja, aan de sticks in de auto te oordelen wist de hockeywedstrijd niet van wachten. Ik zweeg en stak alsnog over. We reden rustig langs de Bergsingel, Berkelselaan in, Insulindestraat, Bergselaan over, honderd meter en afslaan rechts. Zo de Schieweg over en hop, de Schepenstraat in. Ter hoogte van de Statensingel staken twee jonge voetgangers schuin over in de bocht. Niet omkijkend. De rug toegekeerd naar het verkeer dat van achteren kwam. Want wat je niet ziet bestaat niet. Wat je niet ziet, daar hoef je niets mee. Ik zeilde met de kleine achterop met een grote boog om hen heen en werd bijna frontaal aangereden door een auto die half op de verkeerde weghelft uit tegenovergestelde richting kwam.

De reden dat deze auto half op de verkeerde weghelft reed was een Range Rover die tegen het verkeer in dubbel geparkeerd stond met zijn gevarenlichten aan. Dat klopt dan weer wel. Het leverde gevaar op. Ik week uit en fietste dicht langs de Range Rover waar niemand in zat en schopte er de spiegel af. Er ging een alarm af, maar niemand reageerde. Ieder ging zijn weg. Mijn zoontje vroeg nog wat er gebeurde. Ik zei dat er niets gebeurde. Even verderop op de Schepenstraat zag ik een vrouw lopen. Eerst over de stoep. Daarna maakte ze aanstalten om over te steken in de richting waarvan ik vermoed dat haar auto er stond. Ze keek ik mijn richting. Holle ogen, hangende mondhoeken, bruine leren jas met bontvoering. Handtas in bijpassende kleur met hengsel. Naar schatting tweeënvijftig jaar. Maar de overdadige make-up maakte dat lastig te bepalen. Mijn snelheid was achttien kilometer per uur. De afstand was nog zo’n twintig meter. Ze keek door me heen. Ik was er niet.

Toen raakte ik haar vol met mijn fiets. Ik wist mij net staande te houden. Ik had niet geremd. De vrouw buitelde op haar kont op de straatstenen en begon te tieren. Ik stapte niet af maar hield mijn fiets recht met mijn benen. Met één hand trok ik haar aan haar bontkraag omhoog terwijl ze maar bleef roepen. Mijn ander hand hield ik even voor de ogen van mijn zoontje. Toen liet ik haar kraag los en gaf ze terwijl ze wankelde nog een fikse linkse hoek mee. Ik voelde het kraken en ze pleurde achterover. Er rolde een gouden kroon over het plaveisel. Ze was stil en aan de stand van haar been te zien zat haar heup ook niet meer geheel op de goede plek nu. Mijn zoontje vroeg wat er met die mevrouw was gebeurd. Ik zei dat ze gevallen was met oversteken. Waarschijnlijk een TIA of zo. Dat hebben die hersenlozen vaker. Bij dat laatste moest mijn zoontje hardop gniffelen. Hij is acht.

In opperbeste stemming fietsten we als vader en zoon de Bentincklaan af op weg naar een feestje. Ik zette de kleine af bij Blijdorp en fietste terug over de Bentincklaan, zo de Walenburgerweg op. Een ambulance reed net de Schepenstraat in. Ik zag een speurende politieauto rijden. Vermoedelijk zochten ze een man op een fiets met een jongetje achterop. Maar die bestond niet. Of ze keken er gewoon doorheen.

rotzooi in rotterdam

ze rijden zomaar
meisjes van hun fiets in rotterdam

ik wil het niet goed praten
rotterdamse meisjes zijn geen amsterdamse meisjes
dat scheelt wel natuurlijk

niemand lijkt er mee te zitten
al die rotzooi daar
nee mijn stad is het niet

pw

Share This:

MERIK VAN DER TORREN over de teloorgang in Café Eijlders – ‘nooit meer Eijlders’ – kees godefrooij en loes essen onder vuur

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie


.
Welkom in Eijlders

Bij het betreden van café Eijlders,
groette ik Loes Essen en vroeg,
wijzend naar vijf lege plaatsen:
Kan ik hier gaan zitten?

Nee, zei Loes, hier komt Aachenende zitten,
wie weet neemt ie gasten mee,
die moeten ook plaats hebben.”
“Ik ga hier ook niet zitten,” zei Kees Godefrooij.

De literaire middag duurde vier uur.
Thuisgekomen ontdekte ik dat flut-boekje
van Aachenende in mijn jaszak,
wilde nooit meer naar Eijlders

Merik van der Torren

.

Share This:

JOLIES HEIJ bij EIJLDERS en dinsdagavond in DE VONDELKERK 020 om 19 uur 30

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie

Weer eens een zondag bij Eijlders, met een eerbetoon voor Antoinette Sisto. Dit wordt andermaal een iets andere column dan u van mij gewend bent, lieve lezer. Er moet me iets van het hart. Het heeft met Antoinette, gezondheidszorg, ziekte en de dood te maken. Dichters werd gevraagd om een eerbetoon voor Antoinette te schrijven. Ik kon dat niet opbrengen. Daar kende ik haar niet goed genoeg voor en ik zag na Derrels dood te veel mensen opduiken die hun zegje wilden doen terwijl ik ze bij zijn leven nooit in de Gouden Bal had gezien. Maar de voornaamste reden was: ik heb het helemaal gehad met de dood. Ik kan het gewoonweg niet meer opbrengen om me nog met de dood te moeten bezighouden. Zelf word ik al ruim twee jaar gekweld door een virus dat bijnieruitputting en een burn out heeft veroorzaakt, met jeuk-, maag-, darm- en moeheidsklachten tot gevolg. Dus ik verdraag geen ziektes meer, laat staan de dood.

Mijn ziekte is tot nu toe niet dodelijk gebleken, maar ik wil er toch liever niet aan denken. Daarbij hadden de ergernissen en frustraties met het artsenaille zeker de helft van mijn burn out gescheeld. Tja, wat wilt u nou, mevrouwtje, u bent 50plus, ’t zal de overgang wel wezen, hè? Precies wat ook tegen Antoinette werd gezegd, alsmede een erfelijke bloedarmoede, zo vertelde Katelijne Brouwer mij. Na haar eerste hersenbloeding had men niet eens door dat het om een hersenbloeding ging! Zoals Derrels slokdarmkanker pas drie weken voor zijn dood werd ontdekt en echt niet omdat hij niet naar de dokter was gegaan. Dat brengt mij overigens op die andere beroepsgroep die tegenwoordig zo succesvol in ziektes in de vorm van depressies en persoonlijkheidsstoornissen grossiert en waar ik al eerder in mijn leven veel mee te stellen heb gehad. Niet voor niets duikt op deze plek herhaaldelijk een natuurgenezer (want die zijn me nog het liefst), maar van origine psychiater, op.

Columniste werd al op jonge leeftijd naar zo’n zielenwringer gestuurd die naar de inrichting doorverwees – psychotherapeutische kliniek, zoals dat toen nog netjes werd genoemd. Niet dat er met mij iets mis was, er was iets mis met ons gezin, met ouders die elkaar in een loopgravenoorlog naar het leven stonden, ik was slechts de radar als de overgevoelige nerd die ik altijd geweest ben. Bovendien zat ik altijd met mijn neus in de boeken, dat hoorde niet voor een meisje, een meisje dient haar vriendinnen te vlooien en door de mannelijke troepen achterna te worden gezeten. Op vakantie in Italië las ik Kafka op het strand terwijl mijn zussen met de mannelijke couleur locale aan het flikflooien waren en mijn moeder slapeloze nachten bezorgden als ze weer eens “zoek” waren in donkere hoekjes langs strand en boulevard. Ik was het braafste meisje van de klas. Toch moest ik naar de kliniek, waar psychiaters er als de kippen bij zijn om een recept uit het DSM-keuzemenu samen te stellen, meestal een mix van allerlei vage persoonlijkheidsstoornissen. Of erger.

Een psycholoog vertelde mij ooit over een psychiater in opleiding die een patiënt als “schizofreen” aanmerkte omdat dat goed op zijn CV stond. Maar de pest voor de patiënt in kwestie is dat hij nooit meer van dat stigma afkomt. Bij ieder artsenbezoek en ziekenhuisopname staat dat “schizofreen” als een jodenster op zijn voorhoofd gedrukt. Degenen met een psychiatrisch keurmerk zijn de nieuwe leprozen, vaak zonder een echte stoornis te hebben en alleen dankzij de willekeur van psychiaters.
Dus jij bent een indiaan, concludeerde Katelijne. Die werden ook doodziek toen ze met allerlei virussen en bacterieën van de blanken in aanraking kwamen. Zo is het maar net. En deze medicijnvrouw gaat voortaan haar eigen kruidentuintje aanleggen.


.
Diner voor poëten

Rijen tafels strekken zich op hoge poten uit
opgemaakt als voor een picknick

Eindeloze planken vloeren op stelten
oogwit bolt in het spiegelende oppervlak

Een ontijdig decorum, luisterrijk wil het zijn
ronkend in ruimtes als balzalen

Terwijl elders de schalen worden gevuld
vingerdiepe troggen vol met kleuren

De elementen zich smedend tot geheel
een orgastische bombarie van stoffelijkheid

De heksensoep, vooraf, het boze oog
getrokken uit zomerrozige wangen

Het uitpuilende varken, mild geslacht
leven krijsend in onmin

Trouwblank en luchtig als papier
wordt op die manier het dessert verteerd

Dit is alles organisch en niet waar
afgedekt in kolenmijnachtige erkers

Intussen, in de zaal, blijft de geest leeg
hooguit woorden drinken zich naar binnen

Jolies Heij

Share This:

over pepermuntjes

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie

.

nooit meer alleen

ik had me voorgenomen
om het niemand te vertellen
we zouden heimelijk kunnen kijken
naar alles wat we samen nog

we zouden samen lachen
om de lege plaats naast me in de auto
het hele land door samen
naast die lege plaats

en als ik water drink omdat je dorst hebt
of een pepermuntje neem
zou ik steeds weer
de oneindigheid proeven waarin we ooit

toen je nog naast me zat
op die zelfde plaats
waar jij mij pepermuntjes gaf
soms het water reikte

pw

Share This:

in de serie literaire ontmoetingen: arie van egmond en pom wolff ontmoeten jeanine hoedemakers in dat altijd weer mooie rosmalen

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie

in de serie literaire ontmoetingen: arie van egmond en pom wolff ontmoeten jeanine hoedemakers in dat altijd weer mooie rosmalen

de afdeling bouw en woning toezicht op weg naar rosmalen – de voorbereiding
de tweede ontmoeting zo anders als de eerste op tessel met ROOP
de Bossche bol of sjekladebol (chocoladebol) is een gebakspecialiteit uit ‘s-Hertogenbosch die wordt gebakken van soezenbeslag
een college haiku door jeanine
het schrijvershuisje
het afscheid

.


.
1 de afdeling bouw en woning toezicht op weg naar rosmalen – de voorbereiding
.

de heer van egmond van de gemeentelijke afdeling bouw en woningtoezicht heeft hedenochtend laten weten nog niet in staat te zijn tot een schriftelijke eindconclusie anders dan ‘laten we het huisje maar laten staan’ hebben ze daar ook wat in rosmalen. dan maar zo – dan maar webmaster op zijn weer functionerende site. een reisverslag. we gingen op weg naar rosmalen – vooraf een zogenaamd leuke tekst geplaatst op FB:
‘de afdeling bouw en woning toezicht uit amsterdam zal in de persoon (personen) van PW & AvE het nieuwe literaire huisje van dichteres Jeanine Hoedemakers aan een grondige inspectie onderwerpen. zitten er wel genoeg strofen in de fundering, zijn de jambes wel verantwoord en glijden de regels niet weg waar je bij staat. en welke haiku’s heeft ze te grazen rond haar huisje. en is het huisje wel noord-korea proof – allemaal vragen die morgen moeten worden beantwoord. je zal het stelletje maar op bezoek krijgen. op sint maarten zijn ze beter af. hoe dan ook: 17 september is de dag dat haar lichtje branden mag. we gaan het licht zien in haar huisje van gedichten gemaakt.’

voor de goede orde arie weet jij wat van haiku’s arie vroeg ik aan arie in de auto. nors bromde arie voor zich uit 5-7-5: indachtig “36-24-36” alsof de laatste shadow overleden was. ambtenaar van egmond heeft er niet veel zin in was mijn korte conclusie. meer dan 100 km in de auto en dat voor een paulus de boskabouter huisje. bromde arie van zich af. paula de boskabouter herstelde arie!

.


.

2 de tweede ontmoeting zo anders als de eerste op tessel met ROOP

.
deze aanstaande tweede literaire ontmoeting bracht de eerste weer helemaal in het literaire bewustzijn van arie terug. onze reis naar tessel, naar ROOP. de traumatische ervaring die arie nog steeds niet te boven is gekomen. we kunnen er een boek over schrijven arie. voor de lieve lezer hier een korte samenvatting: hoe zeg ik het u? er hing meteen al als een lood zware wolkenregen een donker spanningsveld in de huiskamer van ROOP – laat ik het zo formuleren. de botsende karakters arie en roop zorgden voor enorme bliksemschichten en dat allemaal in een minder opgeruimd huis – op het toilet ontdekte arie beesten die zich jaren eerder op die plaats al hadden genesteld. hier laat ik het bij. de invloed op het humeur van ROOP veroorzaakt door een gebrek aan bepaalde middelen – slechts verkrijgbaar in den helder – hoeft in dit kader niet besproken. maar die invloed was wel degelijk voelbaar.
hoe anders het hartelijke welkom in rosmalen!

.


.

3 de Bossche bol of sjekladebol (chocoladebol) is een gebakspecialiteit uit ‘s-Hertogenbosch die wordt gebakken van soezenbeslag
.

ambtenaar van toezicht arie van egmond ontdooide al bij de voordeur. een warm welkom. een omhelzing. de Bossche bol geserveerd bij de koffie – het leven is mooi. arie schudde het rooptrauma in een beweging van zich af. zo kan het ook – sprak arie in het altijd weer zo zachtaardige brabant met lieve jeanine in haar huiskamer die dat woord huiskamer ook recht deed. je voelde je als bezoeker meteen thuis.
eigenlijk werden we meteen ontwapend. het levensverhaal van jeanine bij de koffie haalde alle vooroordelen weg. we wisten ons in een kamer met een bijzondere zachte een innemende vrouw. al had ik er wel de tering over in – daar gaat mijn verhaal dacht ik. over lieve goedaardige mensen is het nu eenmaal slechter schrijven dan over kwaadaardige. jeanine is de liefde zelve – de (haar) poëzie toegenegen – zeg maar zoals je als dichter ooit hoopt te kunnen worden. ZO IS ZIJ!

.

.

4 een college haiku door jeanine
.
ik haakte even af. jeanine doceerde over haiku’s – over de essentie – geen ego erin en alleen maar pure beschrijving daar kwam het op neer. 5-7-5 hoefde helemaal niet – dat deden de jappen ook niet – jappen hebben geen lettergrepen begreep ik – vergrepen zich wel aan troostmeisjes probeerde ik nog – jeanine en arie keken verstoord mijn kant op – zoveel domheid in een literaire ontmoeting hadden zij nog nooit meegemaakt – las ik op hun gezichten. hebben we het wel over hetzelfde kalmeerde jeanine de boel – van schrik had arie zijn bossche bol laten vallen op het nieuwe tot dan toe onbevlekte perzische vloerkleed. we kwamen hier toch voor het schrijvershuisje jeanine trachtte ik – gelukkig kreeg ik met deze opmerking alle aanwezigen weer op één lijn. (noord korea zorgt voor de rest)

.

.

5 het schrijvershuisje
.
het huisje was prachtig. zie de foto’s. dat ambtenaar van egmond niet helemaal binnen het bestek van de ARBO richtlijnen bleef tijdens zijn onderzoek laten we hier onbesproken. overal zat ie aan. onze arie.

.


.

6 het afscheid

we laten nog meer onbesproken lieve lezer. slotconclusie van beide ambtenaren van bouw en woning toezicht luidt: jeanine hoedemakers is van de liefde en van het leven – zonder ego kan zij schrijven – ook over de dood – in haiku’s die de essentie raken: uit haar bundel PAUWENVEREN EN JUDASPENNING – dachten we toch nog even terug in het brabantse land aan derrel – maar dan in oprechte en rake woorden:

.

eenzame dode

de mooie woorden
uitgestort over zijn kist
een leven te laat

alle aandacht
gaat naar de dichter
eenzame dode

ze houden van u
meneer, kijk maar eens hoeveel
bloemen op uw graf

Jeanine Hoedemakers

Share This: