Geen categorie

LOES ESSEN wint de enig echte virtuele – vrij naar een regel van de dichteres – alsof hij je vóór ging om voor eeuwig uit het zicht te verdwijnen – trofee op pomgedichten?

Geplaatst op

ik denk dat we deze week de eer en honneurs Loes essen moeten laten – met haar prachtige gedicht BUTTERFLY. de dichters zonden mooie werken in op het thema van de week – dank jullie wel. heel soms hoeven we niet aan goud en zilver en brons. laten we gewoon de poëzie aan de poëzie. deze week aan Loes Essen.  geniet de woorden een voor een. jako kwam tot prachtige woorden, cartouche ook en frans. lees de commentaren lees mijn lezersvoorkeur. dank je wel loes dank je wel dichters. voor zoveel poëzie.

 

Butterfly

Jij, in een kuipstoel
in de zon, waardoor
je schaduw op de grond
een zwarte vlinder leek

we lachten droevig naar elkaar
wisten wat de ander dacht
toen de ober aan je vroeg
wat je poison was

zwak, maar gretig, steeds
naar alles wat je lijf
nog aan leven op kon nemen,
nam je afscheid van New York

ik keek naar jou
vertraagde film in kleur
te midden van gehaast zwart-wit

het was geen hersenschim,
we stonden stil, we zagen hem allebei:
een grote witte vlinder
boven een veld van yellow cabs

alsof hij opvloog
uit een bloemenzee
en je vóór ging
– steeds hoger

waar hij voor eeuwig
uit het zicht
verdween.

Loes Essen

 

 

CARTOUCHE mocht leven met jou poëzie zijn

PETRA MARIA in zoete onrust

RIK VAN BOECKEL in de bergen van Santiago

MARC TIEFENTHAL tot we haar ogen sloten

ERIKA DE STERCKE op vrijdagavond knipte ik jouw haar

FRANS TERKEN alsof er nog muziek

JAKO FENNEK tot in verste verte

JOLIES HEIJ ze stuurde hem het bos in om haar te redden

 

Butterfly

Jij, in een kuipstoel
in de zon, waardoor
je schaduw op de grond
een zwarte vlinder leek

we lachten droevig naar elkaar
wisten wat de ander dacht
toen de ober aan je vroeg
wat je poison was

zwak, maar gretig, steeds
naar alles wat je lijf
nog aan leven op kon nemen,
nam je afscheid van New York

ik keek naar jou
vertraagde film in kleur
te midden van gehaast zwart-wit

het was geen hersenschim,
we stonden stil, we zagen hem allebei:
een grote witte vlinder
boven een veld van yellow cabs

alsof hij opvloog
uit een bloemenzee
en je vóór ging
– steeds hoger

waar hij voor eeuwig
uit het zicht
verdween.

Loes Essen

  

wie wint de enig echte virtuele – vrij naar een regel van de dichteres  LOES ESSEN – alsof hij je vóór ging om voor eeuwig uit het zicht te verdwijnen – trofee op pomgedichten?

in haar prachtgedicht “Butterfly” reikt loes essen ons deze week het thema aan – over verlies – over loslaten – over voorbij gaan en ook over uit het zicht geraken –  maar dan toch zijn er nog altijd de herinneringen aan de momenten van hoe het was en hoe het  nooit meer. wij maken het mee allemaal op onze eigen manier in een leven. zoveel is zeker. deze week een min of meer vrij thema over wat – over wie – uiteindelijk uit het zicht  zal geraken –  maar toch nog een leven lang mee gaat. u kent de regels: commentaar natuurlijk verzekerd –  inzenden voor zondag 10 uur 30 – stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

 

tijd om te gaan

dan komt het moment
dat je zegt dat ben ik
niets meer en niets minder

er hoeven geen beelden bij
op dat ene beeld na
van een in een vacuüm getrokken blik

waaraan niemand ontkomt

 

pw

 

 

Hallo Pom,
Ik ben al dagenlang in de sfeer van Brel,
(Quaund on n’a que l’amour, Le chanson des deux amants
Ne me quitte pas, etcetera)
in het kader van een poëziemiddag in Kunst- n Poëziecafé Malle Abbe
in Eindhoven morgenmiddag vanaf 14 uur,
doende met een tweetal gedichten, een kort Frans en een langer Nederlands,
Waarin verschillende titels van zijn chansons zijn verwerkt.
 
Tussen de bedrijven door hierbij mijn kleine bijdrage aan het thema
 
Als kraaien vliegen
 
Hoe beducht voor de dood was ik
deed niets dan dagen aaneen schrijven
om – na heengaan – te onthemelen
 
Mocht leven met jou poëzie zijn
Ze konden me gestolen worden
 
Al die prinsessen met hun ene
armzalig heiligbeen
 
Om nog een keer
op mijn dooie akker
samen, hemelsbreed
 
21-01-2018
Cartouche
 
Quitter quelqu’un comme toi
Ce n’est pas impossible
Quand on n’a que lámour
 

 

ach in elke dichter schuilt wel iets van brel, van zijn absoluutheid, zijn gekte, zijn passie, de totale overgave aan de lamoer en verder reikend – en toch behandelde brel vrouwen niet altijd zoals hij over ze zong. de elementen absoluutheid, gekte, passie en overgave lezen we veelal ook terug in de werken cartouche en zo hier ook – daarom houden we  van hem. de inkijkjes in die verborgen duistere wereld die hij met andere dichters deelt, bijvoorbeeld ook met frans terken – ergens vermoeden we in alle werken van cartouche en frans iets van het streven – zo mooi door Loes Essen beschreven – dat HET GROTE GOED door het schrijven niet uit het zicht zal verdwijnen, zolang de dichter woorden heeft en er woorden aan geeft. het streven kan op zoveel manieren –  in woede, kan met passie, kan in volledige overgave of in een schildering zoals hier door cartouche in ferme paarse streken op een wit doek. …om nog een keer …. ja daarom.

 

voor haar

hij vlijt zijn hoofd op haar schoot
waar zijn gedachten voortbestaan
in zoete onrust

de handen verstrengeld
met de dagen van zucht en zon
een eeuwigheid geleden

herinnering is niet genoeg
hoe hij ook verlangt te vallen
hij draait zijn smalle rug naar het leven

voor haar

 

PetraMaria

 

het thema in een soort lichamelijkheid gevangen – van zucht en zon en onrust – mooie dubbele betekenis van ‘een eeuwigheid geleden’ – zo lang lijkt het te duren, zo lang is het al weer voorbij. om zich te herpakken. moedig voorwaarts zou Reve zeggen. in dit gedicht lijkt  de moed hem toch nog te vaak in de schoenen te zakken. leg je hoofd niet neer lieve jongen. doe het niet te vaak  – je haalt ‘de onrust’ binnen – en die onrust vreet energie.

 

Nieuw gemis

Zolang ik er ben
zal jij er niet meer zijn

jullie brachten mij hier
was de embryo
die niet verloren mocht gaan

in de bergen van Santiago
was het gejammer te horen
van een nieuw gemis

het klonk door tot in mijn aorta
tranen vlogen uit mijn ogen
de rietzanger van Rui Vaz
legde ze te ruste
in de grillig groene diepte.

 

Rik van Boeckel
20 januari 2018

 

rik kan voor elke gemoedstoestand een register openen waar wij muziek analfabeten niet bij kunnen. daar verschijnt dan toch ineens een rietzanger. nou die kunnen wij – ook op bestelling – niet verzinnen. hoe rik in alle vormen van muziek in alle landen waar hij de troostrijke klanken vermoedt, deze ook weet te vinden. waar de dichter slechts peilloze diepten weet kent rik doorleefde muzikale bronnen waarin al eeuwenlang de smart van het gemis werd verwerkt en immer troostrijk galmt en klinkt.

 

 

 

Ze zweefde boven onze hoofden
omhoog van geluk.
Wij die in haar geloofden,
wisten daarop is ze tuk.
Ineens viel ze stuk.

We hebben haar samengeraapt.
Ze heeft ons daarbij aangegaapt
tot we haar ogen sloten.

In mijn dromen heb ik besloten,
zwart op wit en omgekeerd,
dat ze kleurloos terugkeert.

 

Marc Tiefenthal

 

de eerste strofe heeft teveel rijmelarij in zich. stuk-tuk- geluk – ik zie andré hazes met zijn prisma woordenboekje voor me. maar tiefenthal kan niet zingen. niet doen dus. de laatste twee strofen zijn keurig binnen het thema uitgeschreven. net zo bloedeloos als kleurloos. ik bedoel van alles ontdaan maar ook van de noodzakelijke spanning of woordkunst.

 

 

Haarlengte

Op vrijdagavond knipte ik jouw haar.
Koppige pluimpjes sierden de grond.

We traanden om de schaar die één been
met vingervlugge handigheid spreidde.
Net of ze op deze beurt had gewacht.

Mijn pen maakte een nieuwe afspraak.
De schaar viel voor een paar maanden
in slaap.

Achter het licht van lawaai ligt jouw
lach opgebaard.

 

Erika De Stercke

 

veel te veel persoonswisselingen in dit korte stukje tekst – van ik (strofe 1) naar wij (strofe 2) naar mijn pen (strofe 3 – pennen die afspraken maken – het is een wonder)  – dan weer een schaar die iets doet – in slaap valt welja –  om bij jouw lach in (strofe 4)  uit te komen. en dat allemaal op vrijdagavond – had het ook een andere avond kunnen zijn?– dan voegt de vrijdagavond op zich niets toe. geen touw aan vast te knopen kortom.

 

 

Alsof er nog muziek

Had ik de vingers
snaren van een cello
het haar aan de strijkstok
licht zou het je optillen
je dragen op hoge toon

dat wegsterven van geluid
hoe vertrek nadert
de onrust in een laatste blik
zie ik hoe je hier wil blijven
dat het niet meer kan

de knop gaat om zeg je
het is het moment om uit te vliegen
een botsing met de tijd

je stem bewaard
als een platina plaat
hoor ik je nog elke dag

 

FT 20012018

 

frans zojuist nog even genoemd bij cartouche – kiest hier voor een wegstervend geluid ter invulling van het thema – om het vast te leggen op de gevoelige plaat van terken. om het licht te maken dat het weg zou kunnen vliegen – in die ondraaglijke lichtheid weg.

om het licht te maken – het element duisternis zou nog kunnen worden toegevoegd. dat het ook nog opgaat in de dag, in dat ondraaglijke ochtendlicht,  bedoel ik.

 

Hoi Pom,
Morgenochtend 6.06 h. pik ik de trein naar Mokum. Hoop dat ik op tijd bij Eijlders binnenrol.
Misschien tot morgen.
Groet van Jako

 

tot in verste verte

zij leest in woorden subtiele kracht
ziet zwaluwen nesten
onder goten van haar buitenhuis
hij ziet in weiden
uitgediende paarden staan, en zucht
bij de gedachte zo te worden

het duister kleedt dit slechts
in het grauwe pantser van de schijn
maar door het glinster
van de dauw
breekt steeds verlangen uit
dat afstand overbrugt

ondertussen slaat hij
de vellen van zijn trommels kaal
die tot in verste verte
zijn kreet van treurnis begeleiden

 

jako fennek

 

hier bereikt het symbolisme wel een hoogtepunt – hoe de elementen tijd, vergankelijkheid in een bedje van duisternis en ochtenddauw worden geplaatst en opgaan in die ijselijke ochtendkreet van treurnis.  een  uitloper van de romantiek, met een sterke gerichtheid op het verleden, fantasie, intuïtie, het onderbewuste en het onverklaarbare. alle ingrediënten om het uit te schreeuwen – en er wordt dan ook geschreeuwd.  op poëtische wijze. én natuurlijk het gedicht met de romantische natuurelementen zoals het in het goed jakogedicht betaamt.

 

 

verdwijnen in hars
 
ze stuurde hem het bos in om haar te redden
maar hij zag nergens een glimp
 
alleen de scherpslijpers in de naaldbomen
de woeste klavertjesvier in de wildgroei
 
tussen haar tenen, de donkere grotten
in oude beuken, de vondevogel om de boswachter
 
te verleiden, de tipi’s als een lijf
van vergeelde, volgeschreven vellen waarvan de lellen
 
functioneel menen te zijn maar nergens een schacht
om een goed bewaard geheim in weg te leggen
 
hij verdwaalde zoals iedere inboorling
van goede zeden, zijn boetekleed was niet aan haar besteed
 
zij bleef hopen dat hij als een yeti met
zevenmijlslaarzen uit haar schaduw kwam gekropen
 
maar hij nestelde zich in de bosschages van het hart
en bleef daar, als een afdruk in hars
 
 
Jolies Heij

jolies benadert het thema van een geheel andere kant. hoe de zoektocht wordt ingezet maar nooit voltooid wordt. hoe hij in zich zelf steken blijft en zij niet anders kan dan blijven hopen – een vergeefs verlangen. tsja het is toch weer een verhaal geworden waar de poëzie in wezen een meer directe en indringende zeggingskracht zou hebben. ik houd niet van verhaaltjes – dat is iets voor (slam)twintigers en dertigers – die moeten nog zoveel vertellen. ik houd van symboliek, van juist van de verhalenwereld weg zwevende, weg zoemende teksten. daarom is het themagedicht van loes ook zo mooi.

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG… Wat ik zie, wat ik zag, wie ik zie, wie ik zag

Geplaatst op

Wat ik zie,  wat ik zag, wie ik zie, wie ik zag

Ik zag een man op de brug tegenover het Anna Frank huis en die zong Jiddische liederen.

In de zon, in de kou, zong hij en ik werd blij en weemoedig tegelijkertijd.

De lange rij bij het museum stond naar hem te luisteren.

Ik heb hem niet gevraagd waarom hij daar stond te zingen, maar het was mooi en droevig en goed.

 

Ik zie het nieuwe fietspad in de eerste Helmerstraat en genoot ervan. Totdat ik zag dat het lange roze lint voor de helft in beslag genomen wordt door veel te brede SUV en patsers auto’s. Ik zie in mijn verbeeldingshoofd een vergadering van stinkend rijke dames die, in een door en door verbouwd huis, aan de witte wijn zitten onderwijl kakelende geluiden maken in hun veel te nauwe rokjes en knellende pumps. Geloof me ik heb ze ontmoet en maat 34 is nog te groot voor die kapstokken van luxe en weelde. Ze zijn zich er  niet van bewust zijn dat hun auto’s teveel plek in nemen omdat ze zelf geen plek innemen. En mijn rijke fantasie verzorgt een nieuwe belastingmaatregel of verkeersovertredingswet die de gemeente veel geld kan opleveren. Een BMW maakte het wel erg bont door behalve het fietspad ook nog een deel van de bocht in beslag te nemen. In gedachten trapte ik er een flinke deuk in, maar mijn keurige opvoeding in het katholieke zuiden van het land zorgt er altijd voor dat ik de slechtigheid en slordigheden wel zie, maar zelf mooi niet tot vandalisme kan overgaan.

Ik zag een vrouw een man een knal voor zijn kop geven. Met haar blauwe tas, omdat hij op de markt te dicht tegen haar aangekropen was. Iedereen er om heen lachen, de man droop af. Je kon zijn staart bijna zien.  De vrouw met de blauwe tas, bleek een man te zijn, in vrouwenkleren, slecht opgemaakt, maar heel gelukkig zo te zien. Daar word ik dan weer blij en droef van. Dat ik dat zie.

Ik zie de wortels van de populieren het wegdek in de Bilderdijkstraat omhoog duwen, de tegels van het fietspad liggen los en scheef, Erbij een bordje: gevaarlijk wegdek. Hier heb je een vierwielaandrijving nodig om veilig te blijven op deze tegels, deze betonjungle.

Ik zag  jaren geleden de demonstraties om de bomen te behouden en dat was toen een goed streven, maar nu vernielen de te grote bomen het veilige fietspad. Wie was er toen kortzichtig?

Ik zie een oplossing. Met het extra belastinggeld op te brede auto’s of hinderend parkeren van die rijkeluis bakken, kunnen we de kapotte en te smalle fietspaden herstellen en blijven onze kinderen veilig omdat de wijn slurpende SVU rijders in hun enclaves blijven.

En de rest van het geld gaat naar zangers en koren, die droeve en melancholieke liederen zingen voor de wachtrijen van het Anna Frank huis.

Ik zie dat dat goed is.

 

Share This:

Geen categorie

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!! – Oesters zijn pure poëzie. Zo proef ik ze het liefst. Stiekem hopend, op ooit een pareltje.

Geplaatst op

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Daar liep ik door de polder. Over een modderige weg, langs een dijk. Het regende en waaide. Een decemberdag zonder één enkele zonnestraal. Rechts van me vlakke velden vol klei. Vanaf station Kruiningen-Yerseke blijken geen bussen te rijden naar het dorp Yerseke. Taxi’s staan er ook niet. Alleen tram elf. En die pak je dan. Ik was onderweg naar Yerseke om daar de oesterputten te bezoeken. Sporadisch moet ik daar naartoe. Om oesters te eten. Het liefst als het koud is. Maar in het voorjaar kan ook. En als het echt zo uitkomt ook in de zomer. Soms met een maand ertussen, soms met een half jaar. Eigenlijk is er geen peil op te trekken.

 

Deel 213. Oester

Na een klein uur wandelen kwam de dijk in zicht waaraan zich de oesterputten bevinden. Uit gewoonte ging ik naar ‘De Oesterij’. Ik bestelde bij een bevallige jonge Zeeuwse meid een glas Chablis en zes Zeeuwse creuses. Trok mijn regenbroek uit en de rest van mijn gelegenheidskleding en zette me om de omgeving in me op te nemen. Toen ik voor de eerste keer oesters ging eten hier aan de dijk, stonden we op een zaterdagochtend te blauwbekken in een donker, rood metselstenen hokje met een sorteerband en een statafel. Ik was met een toenmalig directeur van een Bilderberg hotel. Eerst overheerste de twijfel, maar toen er een man in kokskleding binnen rende en een mand oesters mee griste die klaarblijkelijk voor hem klaarstond, keken we elkaar met voldane verbazing aan. We herkende hem allebei. Yannis Brevet, Inter Scaldes. Twee Michelinsterren*). Die haalt hier ook zijn oesters. ‘Meneer, doet u ons nog een dozijn voor nu en vier dozijn om mee te nemen. Het is feest vanavond’ Dat was het begin van het oestertoerisme, dat ons intussen links en rechts heeft ingehaald. Nu zat ik in een aangenaam verwarmd, overdekt en winddicht gemaakt terras met uitzicht over de putten. Om me heen hoorde ik gemoedelijk Vlaams klappen. De wijn werd met op tafel gezet en ik liet me de oester smaken.

Een oester is een tweekleppig weekdiertje dat zich het best levend laat opeten. Mijn voorkeur heeft geheel naturel, of met een beetje citroensap en peper. Het mooiste is als je de oester bij het druppelen van het citroensap nog een klein ziet bewegen. Dan weet je zeker dat het goed zit. Sommigen slobberen de oester naar binnen. Ik geef er de voorkeur aan ze op te prikken met een vorkje. Een oester slik je niet in één keer door. Je laat hem in je mond glijden en met je tong voel je de oester. Dan kauw je rustig en beheerst, terwijl je met je tong en tanden de textuur geniet. De smaak is zo subtiel dat het opperste concentratie vereist de diepte ervan te benaderen. Uiteindelijk slik je door.

Ooit legde een mevrouw me uit dat er niet zoiets bestaat als de lekkerste oester. Soms is een Zeeuwse creuse lekker. Soms een Zeeuwse platte. Soms zijn de Franse Gillardeau oesters erg lekker. Maar de kwaliteit, als je het al zo mag noemen, is van nature nooit constant. Een oester is een levend product. De smaak hangt af van de hele natuur eromheen. Je kunt een oester geen eikeltjes voeren zoals je een Iberico varken dat zou doen. Een oester is de optelsom van de zee, het seizoen, de zon, de maan en de hele schepping. Maar een oester is vooral op dat moment, wat ze op dat moment is. En dat maakt oesters eten elke keer weer nieuw. En een ontdekking. Je weet nooit van tevoren hoe het zal zijn.

Verder kan het eten van een oester aangemerkt worden als een voedzame mix van tongzoenen en beffen tegelijk. Natuurlijk moet je daarvoor wel een beetje een fantast zijn om er zulke ideeën op na te houden, want het is natuurlijk gewoon een schelpdier eten. Of niet? Waarom worden oesters dan toch altijd het predicaat van afrodisiacum toegedicht? Is een zoen altijd hetzelfde? Smaakt een poes altijd hetzelfde? Zijn ook die zaken niet afhankelijk van het moment van de dag, de stand van de maan, de bui van de proever en de oester? Is die beleving niet ook een mix van fantasie en zinnelijkheid? Die kwesties zijn te persoonlijk om te veralgemeniseren. Een oester is niet te uniformeren. Net zomin als het leven en de liefde. De oester staat symbool voor veel meer dan een stukje luxe alleen. Ze staat voor alles dat in deze tijden dreigt te verdwijnen in de oneindige drang naar zekerheid, alles hetzelfde, snelle bevrediging, alles een merkje, duidelijkheid, geen risico’s en geen fantasie. De oester daarentegen is verbonden met alles dat de mens niet kan maken, maar wel kan vernachelen. Oesters zijn pure poëzie. Zo proef ik ze het liefst. Stiekem hopend, op ooit een pareltje.

*)sedert 2017 drie sterren

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN: ‘Koeien met gouden horens graasden op paradijselijke weiden.’

Geplaatst op
Hoi Pom,  gisteren heette het “blauwe maandag”. Dit inspireerde tot deze tekst voor pomgedichten op woensdag, groet, Merik
.
Blauwe maandag
 
Hij vroeg de dokter om een gesprek
over de levenseindekliniek ,
over geen perspectief.
“Ik zie het niet meer zitten.”
 
En de vogels jubelden in de telefoondraden.
Zijn chihuahua gaf hem kwispelend een wasbeurt.
 
Koeien met gouden horens graasden op
paradijselijke weiden.
 
“Zo had ik het nog niet bekeken.”

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ over FRAU HAI, over DITMAR BAKKER en over SEBASTIAN 23

Geplaatst op

Een heel goed, mooi en poëtisch nieuwjaar, lieve lezers. Hoewel dat in het Duits veel mooier klinkt: einen guten Rutsch ins neue Jahr. Maar laat ik Ditmar niet ontrieven door me veelvuldig van deze schone, echter door de Nazis verpeste taal van Goethe, Schiller en Annette von Droste Hülshoff te bedienen. De laatste wist Ditmar overigens wel te waarderen. Slampoëte uit Münster, maar al een paar honderd jaar dood. Toch blijf ik nog even in het Duitse, waar ik mij de afgelopen tijd weer een slag in de rondte geslamd heb. Zo was ik in Bochum bij Duitslands beroemdste Slammer Sebastian dreiundzwanzig die zichzelf zo noemt omdat hij een van de velen is. Duitsland kent duizenden Slammers en in ieder Kaff wordt wel een Slam georganiseerd, zelfs in Kleve. Daar is Poetry Slam een volwaardige podiumscene en niet, zoals hier in NL, een opstapje voor beginnende poëten om hun probeerseltjes stamelend voor te dragen, of leuk voor op het CV van Schrijversvakschoolstudenten op weg naar een literaire, liefst betaalde carrière waarop ze vervolgens van het podium en uit het blikveld verdwijnen, een uitzondering daargelaten. Neen, Poetry Slam is in Duitsland een ware industrie, je bent Poetry Slammer voor het leven en wie weet door te dringen tot de top wordt veelgevraagd en ook nog eens betaald en brengt de jonge garde als aanvulling op het gage middels workshops in zijn eigen stad of dorp de fijne kneepjes van het vak bij.

Duitse Slammers kunnen daadwerkelijk van pen en podium leven. En ze publiceren de teksten die ze op de Bühne hebben voorgedragen in boekvorm. Het is niet zo dat er zoals hier verschil is tussen voordracht en papier en dat teksten voor het papier volledig “omgeschreven” worden. Duitse Slammers brengen over het algemeen één langere tekst van vijf à zes minuten en het is een mengeling van genres: storytelling, cabaret, stand up comedy, column, dagboek, epische lyriek, spoken word – alles is toegestaan, of nou ja, bijna alles. Ik ontmoette ooit een duitse sonnettenbakker die zich erover beklaagde dat hij zijn métier niet op het podium kon uitoefenen. En voor proza en korte verhalen zijn er de Lesebühnen, waar ik ooit eens gewonnen heb met mijn erotische verhalen, de enige keer dat ik in Duitsland gewonnen heb. Want ik blijf toch de exotische Holländerin, ofschoon ik mijn naam inmiddels wel verduitst heb tot Frau Hai.

Ik doe dan ook niet mee om te winnen, maar omdat ik er lol in heb, omdat ik het een uitdaging vind om teksten in het Duits te schrijven en mijzelf in verschillende genres te oefenen. Want een duitse Slammer is in alle bovengenoemde genres thuis. Ik vind het geweldig om me te laten inspireren door al die goede podiumschrijvers en –dichters. Ik vind het een eer om te mogen uitmaken van “die grosse Slamfamilie”, zoals ze dat daar vertederd noemen. Sebastian ondertekende na mijn voordracht mijn exemplaar van zijn boek met: Frau Hai, ich bin dein Fan! Een mooiere toegift had ik me niet kunnen wensen. Zodat ik morgen met opgeheven hoofd naar de halve finale van het NK kan. Om acht uur in Hofman Café aan het Janskerkhof te Utrecht, waar ik veel lieve lezers hoop aan te treffen om op mij te stemmen. Waar het dan toch weer een beetje om het winnen gaat.

Leeuwengebrul
 
Wie ons liet gaan heeft het geweten.
Over toppen en dalen reikt onze stem
bergen ver. Van de smidsen aan de rivier
tot de winkelallee hogerop. De gezellen
 
en lijfwachten van de graaf van Berg
en later de pruisische keizer zijn wij
met velen. Kijk ons paraderen door de hoofdstraat
als kunstwerk voor we onze eigen standplaats
 
vinden. Ingekleurd zijn we met vaste hand, maar
kunst willen we niet zijn. Van staal en ijzer
geen pluchen dier. We willen brullen en zitten
 
elkaar in de weg. Het is eten of gegeten
worden. Het liefste bezit gaat door de maag.
We spinnen ongevaarlijk als waren we voldaan.
 
(Over de leeuwen van Remscheid, kunstwerken die her en der in de stad staan.)
 
 
Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

GERDIN L: ‘”You’re a beautiful woman” mompel ik, verward over de vaststelling dat haar mysterieuze aantrekkingskracht lag in het zijn dat ze niet was.’

Geplaatst op

wat er is

wat is er met de dagen gebeurd
ik herken ze niet meer
een vrouw schrijft een jongen
vaal van verlangen naar nodeloos licht
schrijft een gedicht
mooier dan ze eerder ooit schreef
vraagt ken jij ze nog terug
wat heb ik gemist wat zal ik nooit weten

en hij in zijn pantykousen met siliconenrand
een zwarte naad over zijn kuiten
mooi gesneden jasje
met een baret schuin op gewatergolfd haar
schrijft misschien is het beter
de woorden de stilte te laten
zoveel van mezelf al gegeven

pw

Sardinische Angelique

Eerst speelt zij gitaar. Ik heb zelden zo subtiel de snaren horen beroeren. Daarna laat zij de microfoon trillen, daar in Hoogeveen. Een lange, statige gestalte, licht gebogen. En die stem… Hees, bijna onwillig klanken stamelend. Eerst Engels, daarna Italiaans. Een lang onbegrijpelijk gedicht.
Later komt ze naar mij toe, nadat ik mijn kunstje heb gemaakt. “Ik kon niets verstaan”, meldt ze in het Engels, “maar ik begreep alles”.
Ze is van een intrigerend soort mooi, Sardinische Angelique met haar Slavische gezicht. En ze vertelt gretig. Over Sardinië, waar ze opgroeide in het besef dat er eilanden bestaan waar men anders spreekt en anders doet dan in omringende landen. Over hoe ze er weg moest, naar grotere werelden. Ze kwam terecht in Colombia – wie wil daar nu terecht komen. Angelique ook niet, maar ze was er en raakte er gewond.
Onverhoeds trekt ze haar trui omhoog en – hopelijk onbewogen – staar ik naar een doormidden gekliefd torso. Netjes geheeld dat wel, maar een lijf dat ooit onmiskenbaar om welke reden dan ook in tweeën was gehouwd.
Op dit moment wendt De Pom zich tot mij. “Tell her I love him”.
Angelique knikte weemoedig. En vertelt over haar verblijf in Cuba, waar ze na jaren van hunkering haar operatie onderging. “I’m a transgender”.
“You’re a beautiful woman” mompel ik, verward over de vaststelling dat haar mysterieuze aantrekkingskracht lag in het zijn dat ze niet was. Maar toch wel.

Angelique speelde gitaar op Cuba. Maar er spelen velen gitaar op Cuba. Dus Angelique verliet ook dit eiland en kwam in de Nederlandse Randstad terecht. Te druk, niet genoeg eiland. Ze vertrok naar Friesland, waar ze nu woont. Een oord waar ze ook anders praten dan alle anderen om hen heen. Terug op een eiland. Waar ze melancholiek maar vastbesloten haar identiteit koestert. Prachtige Sardinische Angelique uit Friesland. Unieke engel.
“Be happy”, roep ik haar na als ze met haar gitaar verdwijnt in de immense, lege nieuwbouwruimten van het veel te grote Hoogeveense kunstencentrum.

Gerdin L

Share This:

Geen categorie

NIEMAND wint de enige echte virtuele – niet voor de poes trofee – op pomgedichten – allemaal brons én liefdevolle toenadering bregje richting cartouche: “Ach honnepon, love you too, Best regards, uw Bregje.”

Geplaatst op
FRANS TERKEN en juultje
PETRA MARIA met een staartmees
MARC TIEFENTHAL tussen de kopjes
RIK VAN BOECKEL ture-ture-ture- ture-ture-ture-luurs cul-ture-ture-ture- ture-ture-luurs
CARTOUCHE met Boeboesje
 MAJA COLIJN in de nacht
JAKO FENNEK tegendraads
wedstrijd gesloten

Goedemorgen Pom,

hier alvast wat beoordelingen. Ik ben  niet achterover van mijn stoel gevallen tot nu toe, behalve misschien van Cartouche maar dat komt dit jaar wel goed met die man en zijn geliefde B

Nog de beste wensen voor 2018, dat het een vreugdevol poëtisch jaar mag worden, het jaar van het eenvoudige, wat u niet wilt dat u geschiedt enzovoort.

Liefs en kus en ik wacht nog even af

Ook  Jako zijn inzending is niet geweldig, dat is lastig edelmetalen uitdelen zo –  en ik  overweeg dan ook om ze allemaal brons toe te kennen, voor de moeite zeg maar.
Als je het daar niet mee eens bent, ehm, tja. Ik heb geprobeerd goud en zilver toe te kennen maar mijn arme gevoelige ziel staat het me vandaag oprecht niet toe. Als het echt moet:
Jako goud, Petra zilver De rest dus brons

Al wezen fietsen, toe maar!  Goed bezig Pom, ik waag me dadelijk aan een wandeling. Liefs, x

.
.
de liefhebber voelde het wedstrijdthema al aankomen – deze week – met bregje – na het lezen van de column van onze lieve lisan lauvenberg is er nog maar één thema – de niet voor de poes trofee – welke poes we ook bedoelen – dat maakt niet uit. de kroegpoes van lisan, de liefde voor de poes van een eva jinek – de eigen zinnnigheid – de eigen gereid heid – de eigen aardigheid – alles wat we bij het beestje kunnen bedenken – het mag.
wie wint de enige echte virtuele – niet voor de poes trofee – op pomgedichten? kat in het bakkie toch? u kent de regels:
 commentaar natuurlijk verzekerd – (turingtophonderdbregje weer in town) inzenden voor zondag 10 uur 30 – stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.
.
en wij
 
en wij, wij bibberden wat
bij –deden aan avond mooi
 
en elkaar
een mens is nooit af
gelukkig maar
 
met zon en zo, de tuin wat wit
met poezen die lopen
alsof ze door de slagroom moeten
 
mét mij
en schrijf mezelf in jou
 
 
pw
een van de laatste foto’s van Juultje, naast Pluk

Goedemorgen Pom,
straks weer opabezigheden, als ook het onlangs verscheiden van onze geliefde Juultje, Britse korthaar van 15,5 (dat best oud is voor een poes van haar ras), maken dat nieuw werk er even niet van komt. Daarom een oud gedicht:

 

brief aan oeps en trut

in het begin woonde hier kater kropotkin
hij legde tijdens het schrijven van een gedicht
zijn poot op het laatste woord en vroeg
wat is het dat je geschreven hebt
wat staat er

hij wachtte het antwoord niet af rende weg
over mijn rechterbeen en mepte naar mijn kruis
een kruis op de muis van mijn hand en
hij spinde ‘mijn poot gaat voor je balpen’

helaas oeps en trut hij is vertrokken
soms zat hij zoals jij nu trut
op mijn schouder
of op die van p. of die van h.

of klom hij in m’n blinde kamer
in het gordijn
dat ik voor hem opgehangen had

maar alleen
kunnen jullie wel met z’n tweeën

© FT, Heerlen 1970

 

pom: bregje weer in town naar wij allen hopen . is ze het nieuwe jaar ingegleden zonder brokken – fris aan de start – misschien wordt het dit jaar wat met cartouche – de liefde tussen die 2 we wachten af. was sich liebt neckt sich. als het waar is en bregje is wie ik denk dat bregje is dan zit ze in de turingtophonderd. we wachten af ik zei het al. alle dichters een goed 2018 toegewenst. de poes in de poezie was het thema. op welke wijze u uw poes verwerkt is geheel aan u. met zout en/of peper? – we lazen al wat inzendingen. nu weten we ook waar frans zijn inspiratie vandaan heeft. een leven lang met poezen brengt hem in een leven vol poezie. hoe generatie na generatie de poes de scepter zwaait in huize terken. kropotkin gaf het voorbeeld en schudde de kropotkin in elke nakomeling wakker.

 bregje:© FT, Heerlen 1970 – Volgens mij las ik dit gedicht al eens. Tja, die katten, het zijn persoonlijkheden, dat leer je al jong inzien.

 

 

De kat voor het raam

De boom is te groot voor de kleine tuin. April, zachtwitte bloesem. Knoppen van groen naar karmijn. De sneeuw is ook mooier met een boom. Er hangt een rietgedakt vogelhuisje in. Vandaag zag ik een staartmees. We kijken naar buiten, jij en ik. Naar de boom. Bakkeleien over de klimop langs de stam. Niet over wat nadert. Wij gaan nog niet weg. De boom gaat niet weg. Hij wordt geknecht. In het voorjaar. Dan valt er meer licht op tafel. Tussen ons zit een gedachte. We zien de kat voor het raam. Aan de overkant.

Alles is te groot, voor deze kleine tuin.

PetraMaria

 

pom: 2018 lijkt nu al weer  te lijden aan het -we schrijven op wat we zien- syndroom. inzenders weten mij op de kast na een poging de werkelijkheid te vatten in woorden van proza. het lukt niet en nooit. en poëzie wordt het ook niet. we zien een kat voor het raam. nou ik zie helemaal geen kat voor een raam. tussen petra maria en mij zit een gedachte. lees ik. ook onzin petra maria. tussen ons ligt deze aan alle kanten schurende tekst.

bregje;  PetraMaria – Alles is te groot voor deze kleine tuin, kijk, dat is poëzie. Het is april en de sneeuw is mooier met een boom, ook dat is mooi gezien.   Als gedicht blijft het verder wat steken bij de dichter die wel toont maar toch te ehm … wat te gezapig, ja, gezapig is denk ik het woord en te uigespind. Desalniettemin twee bijzonder aardige regels om mee opnieuw te beginnen en dat is dan weer te danken aan het opschrijven hiervan.

 

Prachtig zwerk

Wat een mooi werk,
wat een hemels zwerk:
de gordijnen hangen netjes uitgerafeld,
kopjes en schotels liggen uitgetafeld,
in scherven op de grond.

De vaas, ik wou dat het een Chinese was,
aan diggelen daar, de luchter, lichter haast,
heeft zijn bekomst met een hoek af.

Nu kan ik gaan, stoot met mijn kop
het deurtje open en ga liggen spinnen in de zon.
Als ze straks thuiskomen moeten ze maar denken
aan inbrekers, niet aan kattenkwaad.

 

Marc Tiefenthal

 

pom:  tiefenthal als een baldadig vierpotig monster. al het antiek in brokken. het is me allemaal te helder uitgebeeld. te direct ook – de petra maria van eerenbeemt trofee voor tiefenthal als er een petr maria van eerenbeemt trofee zou bestaan. lees over het waarom hierboven.

bregje: Marc Tiefenthal – Die vaas, waarom zou het een Chinese vaas moeten zijn? dat vraag ik me af en even glijden mijn gedachten af naar Uriah Heep, een rood katje dat ik eens had, het was een kleine sloper, ik zag het zowaar door dit gedicht huppelen, de ondeugd..
De luchter lichter haast, dat vind ik mooi gezegd. Een aardige omschrijving van de schade die zij aan kunnen richten, geschreven vanuit de kat zelf echter nogal op het wat gebruikelijke Tiefenthals. Snel neergezet, alsof de dichter dacht, het zal allemaal wel, het is toch maar voer voor een of andere weet ik veel wie…..
Een lezer Marc en elke geduldige lezer verdient tegenwoordig een strikje, zo zou je het ook kunnen zien!

Pom, het is niet voor de poes om van de tropenzon in de winterkou te geraken. Hoewel deze rappoëzie veel te lang is, stuur ik ‘m toch in. Als je me diskwalificeert, begrijp ik dat volkomen. Rik

Een droom van een rap

Ik heb een rap in mijn bed
de koffie nog niet gezet
pruttelt in mijn schorseneren
‘t matras wil zo ritmisch veren

bed bed bed droom droom droom
ras ras ras ben ‘t weer vergeten
m’n kussen laat het weten
‘t was mijn laatste reis reis reis

van tropen naar kou palmsgewijs
naar winterijs raakt me zo
maakt me zo au au au
miauw miauw niet voor de poes

ik heb een rap in mijn bed
een cultuurbarbaar met weinig haar
een arti-shock zo vreemd gemixt
contrasten zijn niet snel gefikst

ture-ture-ture- ture-ture-ture-luurs
cul-ture-ture-ture- ture-ture-luurs
de ‘culture shock’ maakt amok
droom ervan ja in Leiden dan

ik had een rap in mijn bed
die is er uit gezet met dolle pret
in m’n ochtendkloffie aan de koffie
springt de poes op mijn schoot

ga de deur niet uit vind ‘t veel te koud
stook de kachel op met wat warm hout
sla het ritme snel op het djembé vel
tot de buurman belt of het zachter kan

ik had een droom in mijn bed
en die kwam snel uit
of ik bedrogen ben tja dat weet ik niet
met een happy end of toch veel verdriet.

 

Rik van Boeckel
13 januari 2018

 

pom: tsja – ik vermoed dat ditmar bakker hier wel wat over te zeggen/brommen heeft – mocht mijn ditmar deze zondag zijn bed nog uitkomen. ik ben blij dat bregje voorzitter is. ondanks het verdriet in de laatste strofe toch een vrolijk geheel. van de tropenzon de kolder meegenomen naar een nat en vochtig leiden rik?

bregje: Rik van Boeckel – 13 januari 2018 – Hmm, tja, ik had een rap in mijn bed. Ik weet niet goed wat ik eens schrijven zal. Het lijkt wel of er enige opstand in het gedicht verborgen zit maar waartegen?

 

 

 

 

Spek voor de bek

Ik houd niet van je, Boeboesje
je onbesnaarde mond, je ogen
waarin je je nooit kijken laat
je lijf niet aan te zien, zo lang

en ver weg met je tong-
brekende geluiden, je naam-
loze kittekatbrokjes, ik zou ze
mijn hond niet durven voeren

lust je nog een spekkie? Nee
dank je Brekkie, geef mijn portie
maar aan kater Pommie en zie
gauw naar een ander kosthuis om

daar ben je vast beter af
schat, honnepon, because
you’re no food for me

‘yours sincerely’
Cartouche

13-01-2018

 

pom: dit is niet mijn cup of tea lijkt cartouche ons in te schenken en dat in drie en vierregelige hondenbrokken. de hondenliefhebber aan het woord – cartouche de kattenhater – is het bregje niet die het kwaad in onze cartouche naar boven haalt dan is het lisan lauvenberg wel met haar thematiek.

 

bregje: Cartouche – Lees ik hier nu een liefdevolle sneer ? Maar, maar toch, Cartouche en ik dag in dag uit maar aan je denken. Hoe, overpeins ik dan, kan ik Cartouche nou eens duidelijk maken dat poëzie best gewoon wat mag vloeien, dat het niet altijd bedachte of ‘originele’ taal hoeft te zijn met van die woorden als ‘onbesnaarde’. Vilein zijn zit niet in een dergelijk woord lieve schat. Ga eens een cursusje volgen. Spreken in het openbaar bijvoorbeeld, of, hoe geef ik mijn vijand een hand zonder het gevoel te hebben dat ik het afleg. Ach honnepon, love you too, Best regards, uw Bregje.

 

SNOEZEPOES

groene kijkers keken
dwars door zijn gebeente
alsof het zeggen wou
jij speelt graag floep de kater

loes toverde hem poeslief, met
lipstick op zijn bierkraag
me too rond zijn maagstreek
een geklauwde landkaart op z`n rug

terug naar daar waar de  nacht
hem insteken omslaan doorhalen
en af laten glijden wacht

Maja Colijn
.
pom: breiwerkjes zijn niet mijn cup of tea maja. mogelijk drinkt bregej met je op. breit zij er een punt aan – we gaan het lezen.
bregje: Maja Colijn –
Groene kijkers kekendwars door zijn gebeenteDaar ga je al in de fout hè, want vervolgens schrijf je, alsof het zeggen wou … waar komt dan ineens dat ‘het’ vandaan? Of ga je me nu vertellen dat ik het anders moet lezen? Dat het niet die kijkers zijn die zeggen wilden….
Ik lees wat gemopper maar wie er moppert en op wie en waarom is me niet helder. Wie is Loes?

ach ja, ik zie natuurlijk wel wie Loes is in het gedicht van Maja

Tot straks.

Mogge Pom,
Het spijt me ten zeerste dat ik altijd zo laat ben met mijn inzending, maar het was weer vechten vanmorgen tegen dat smeltwater dat de Rijn afloopt, naar jullie toe! Ik probeer het tegen te houden, maar wat wil je in je eentje. Zinloos!
Heb een fijne dag vandaag en doe maar net of je van geen water wat weet, Jako.

.

tegendraads

als hij vis eet
moet ik niks van hem hebben
dat felle
dat roofdierachtige

als hij daarna
op mijn knieën kruipt
is hij weer als jij
wanneer ik je tegendraads streel
je net zo
katachtig loert
tot je begint te spinnen

jako fennek

 

pom: de vrouw in de poes is jako niet geheel vreemd daarachter in die zwitserse vallei-en. er wordt op knie-en gekropen. er wordt gestreeld – en maar klagen – over het smeltwater. toestanden. even kijken of bregje het droog houdt.

 

bregje: jako fennek – Een kat is een roofdier, jawel maar of een roofdier zich leent voor een vergelijk met een lief?   Of lees ik het verkeerd?  Och.

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG over loes de poes

Geplaatst op

 

 

De poes in de kroeg

Zoals roken bij een kroeg  hoorde, zo hoorde er ook een goede kroegpoes bij. Liefst zo’n groot uitgedijd monster dat ongevraagd boven op je krant gaat liggen, omdat ie dat de lekkerste plek vind, of omdat ie aanvoelt dat verstokte krantenlezers ook aandacht behoeven en eigenlijk niet nog meer wereldleed tot zich moeten nemen.

Ze dienen de kroeg, door muizen te vangen die een te goed leven hebben in de keukens van kroegen waar haastig tussen de bedrijven door tosti’s en broodjes worden gemaakt. Onderwijl zit de clientèle te smachten op de terugkeer van hun barkeeper die de glazen weer moet vullen. En zat onze kroegpoes Loes te wachten op haar glaasje water bij de wasbak. Want ander water dronk ze niet en als je haar niet op haar wenken bediende dan krijste ze erbarmelijke klanken.

Grappig is dat de inwoners van het café er allemaal prat op gaan dat Loes alléén bij hun op schoot wilde. Wat ik altijd vreemd vond want ze verhuisde, al wandelend over de verzameling benen aan de bar om telkens een tussenstop te maken, kopjes te geven en zich te laten kroelen door mensen die van Loesjes gediend zijn. Loes had haar voorkeuren en ze bedreef de liefde slim door nooit te lang bij iemand te blijven zitten en jaloezie op te wekken bij de andere lege schoten én ze zou nooit bij een naar mens gaan zitten.

Als ze een nieuwkomer in het etablissement begroette en ze niet dichtbij kwam dan wisten we dat die gast er snel niet meer zou zijn, omdat hij ook aan de kroeg mensen weldra zijn onuitstaanbare onhebbelijkheden zou vertonen, die poes Loes op dag 1 al feilloos had opgesnoven. Als zo’n gast dan toch terug bleef komen werd ie door Loes genegeerd en zagen we haar ook blazen, met hoge rug als die gast haar wilde aaien of oppakken. Hoe erg moet zo’n afwijzing door Loes geweest zijn voor diegene die een plekje zocht in onze kroeg. Sommige mensen blijven hun leven lang aan dezelfde bar hangen en anderen raken op drift, door een verhuizing of door een eerder genoemd onuitstaanbaar karakter en moeten dan moeizaam een plek zien te veroveren tussen de vaste gasten van een bestaande kroeg met zijn eigen kroegcultuur.

 

Althans zo was het toen je nog goede kroegen had, waar eten een bijzaak was en je haarfijn door de gelijkgestemden werd herkend of meteen als buitenstaander werd behandeld. De hippe nieuwe tenten en nieuwe formules hebben ook veel en veel wisselend en haastig personeel. De vaste klanten en hun eigenaardigheden kennen en het creëren van een “thuis” voor je klanten levert een mooi stabiel inkomen. Want liefhebbers van poes Loes en een biertje komen elke dag. En elke dag tikt hun klokje in hun thuis, zoals het nergens anders tikt. En is barkruk een betere plek dan luie stoel in een huis, zonder poes en zonder gabbers.

En op je begrafenis is het in elk geval gezellig, want als poes Loes van je hield dan heb je meer dan alleen een plek in haar poezenhart, dan ben je een goed mens. Dat is zeker.

In memoriam voor alle poezen en kroegtijgers die zijn gaan hemelen en gemist worden.

 

© Lisan Lauvenberg

12  januari 2018

 

Share This:

Geen categorie

het is aan!!! JOLIES HEIJ en DITMAR BAKKER schelden elkaar voor rotte vis: “de poëzie sterft in uw slip…”

Geplaatst op
.
Je schrijft gedateerde verzen je enjambementen
zijn alleen goed om uit het hoofd te leren
en voor op de kersenvlaai. Je doet de schorseneren
in de bakboter dansen laat de vla naar
 
hopjes klinken en broccoli naar jongensdons
geuren. Je draait je hand niet om voor
schunnigheden en je vuist maar al te graag
in zijn kont. Ook al heb je een voorliefde
 
voor oudere mannen van twijfelachtig allooi
met grijze borstmatten tot aan de kin
(dat hebben we dan gemeen al heb ik
het grijs liever bovenkins en schorseneren
 
niet tot prei). Je koketteert met het sletje
van Hemingway, die van de serpenterige
rijmsels en die snor kun je maar beter laten.
Met jou hebben we geen Bregje nodig want jij
 
bent de ware nogablokkenprinses wars van
alle mode en alles wat de hipster maakt. Was je
geen dichter mocht je in je roze tanga
mijn kamer en mijn leven komen stofzuigen.
 
– Jolies Heij
 
 
 
 
HOE JIJ LEEFT
 
Je schrijft en schreeuwt van baarmoeders en sokken
en Duits en Duits en Duits en Dautzen Kroes
maalt er niet om. Joan Haanappel der slam,
Jij Gellhorn van de balkan jij jij bril
 
die roze maakt wat Swart was als de nacht
en nooit als zij (als zij!) verlelijkte met
straf en zwart en kut. Que-tu souviens, te
te te teveel gedoe maakt moe en ook
 
gezondheidszorg kent heus een taks. Gerrits
gravad lax verzuurt zoals de poëzie sterft
in uw slip. Uw lagen hakken bruut en glühwein
houdt ons warm zoals geen metagoor dat kan:
 
begerend niets is alles hoepelrok, cadavre
exquis qui laisse köstliche Leiche lijk
uw vers fiorituur. Bij mij wordt niet gestofzuigd
miep maar jij mag hier altijd frituren met het vet
 
oogopslaan dat elke rotmof kent van
jou op bühnes met je bril en bril en Duits.
Eonen kon ik preken; niets raakte vergrijmd:
ook Koleko was slechts een del met bit.
 
Ditmar Bakker

Share This:

Geen categorie

VON SOLO – Het idee van een sluipende dreiging waartegen verzet zinloos is, laat een mens niet makkelijk los.

Geplaatst op

POMgedichten presenteert de donderdag column:
VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Bijna twintig jaar geleden tilde ik een plafondtegel op in het kraakpand op de Henegouwerlaan waar ik woonde. Ik was op zoek naar een stopcontact onder het systeemplafond. Er kwam een stofwolk vanonder het plafond gezeild die zijn weerga niet kende. Ik moet hoesten en niezen zoals ik zelden eerder had gedaan. Rochelen en alles. Uiteindelijk ben ik niet verder naar stopcontacten gaan zoeken. In mijn achterhoofd dacht ik even aan asbest. Maar als je drieëntwintig bent, heb je wel wat anders aan je hoofd. Dat soort dingen stop je gewoon weer terug onder het plafond en dan verdwijnen ze.

Deel 212. Da’s best

Afgelopen voorjaar was ik bezig met de voorbereidingen van de sloop van ons inmiddels nieuwe huis. In het oude winkelgedeelte bevond zich nog een ingemetselde koelcel uit 1949. Boze tongen beweerden dat daar asbest in zat. Dat ben ik via het bouwarchief gaan onderzoeken. Uiteindelijk bleek na wat recherche en een praktijktest de koelcel asbestvrij. Maar intussen was er een andere geest ook weer uit de fles gekropen. Deze eiste dat ik me eindelijk zekerheid zou gaan verschaffen over mijn incidentje van twintig jaar eerder. De dood van Derrel Niemeijer lag me nog vers in het geheugen en het spook van kanker loerde.

Ik stuurde dus een mail naar het de afdeling vergunningen van de gemeente, waarin ik mijn verhaal deed en vroeg of er uit de sloop- of bouwvergunningen van het pand op de Henegouwerlaan op te maken was of er sprake was geweest van asbest. Het werd een spelletje van het kastje naar de muur. Uiteindelijk heb ik nog ontelbare ambtenaren aan de lijn gehad en moeten dreigen met de ombudsman om beweging in de zaak te krijgen. Uiteindelijk was ik zover dat ik verwezen werd naar het bouwarchief om het lekker zelf uit te zoeken. Met die wetenschap spoedde ik me erheen en ontving daar binnen tien minuten netjes de stukken op de leestafel. Eindelijk. Ik opende de map en vond een asbestinventarisatie. Deze sloeg ik open en ik trok na drie pagina’s wit weg. Legde mijn hoofd in mijn handen en probeerde mijn ademhaling terug onder controle te brengen. Dat lukte. Spuitasbest isolatie onder de plafonds in het betreffende bouwdeel waar ik een paar maanden had gewoond. Foute boel.

Die nacht heb ik héél slecht geslapen. En de volgende dag ben ik meteen naar de dokter gegaan. Deze keek me meewarig aan toen ik mijn verhaal gedaan had en de stukken had laten zien. Hij gaf aan dat hij niets kon doen. Er was geen enkele indicatie van (lichamelijke) ziekte bij mij. Ik gaf aan dat ik toch minstens een psycholoog nodig had om me tenminste weer rustig te slapen. Die opmerking negeerde hij wijselijk. Uiteindelijk gaf hij een doorverwijzing voor longfoto’s. De dokter had aangegeven dat de kans op asbestkanker een tombola is. Eén vezeltje is bij een ongelukkige al genoeg voor een gruwelijk einde, terwijl sommige mensen die er jaren in gewerkt hebben nooit ergens last van hebben gekregen. Met mijn verwijzing stapte ik de deur uit. Ik had ineens zin in een bak koffie. Die nacht was ik al duizend doden gestorven. Nu wist ik dat er vandaag niet gestorven zou worden, voelde ik me goed. Als herboren.

En toch. Het idee van een sluipende dreiging waartegen verzet zinloos is, laat een mens niet makkelijk los. Zeker als deze zich op elk willekeurig moment kan openbaren. Het werkt gewoon veel beter als je de dreiging veronachtzaamd. Dan kun je weer door met leven. Ik heb ook nooit meer gebeld voor de uitslag van de röntgenfoto’s. Als er wat was, had de dokter vast wel gebeld. Als je drieënveertig bent heb je wel wat anders aan je hoofd. Toch?

Share This: