Hoi Pom, : Die paar woorden hier zijn nieuw, nog nooit zo gezegd of opgeschreven
te weinig om boeken, bibliotheken mee te vullen te weinig om mensen bij welke les dan ook te houden ongeschikt om mee te betalen of ook maar één enkele broodtrommel mee te vullen
maar wel woorden waar algoritmes nauwelijks greep op krijgen en genoeg om iets te zeggen voor het te laat is woorden die er niet om hoeven te liegen kunnen aanzetten en oproepen, inspireren, genoeg woorden, genoeg redenen om dat ook eens of nog eens te proberen.
wij van de pom kregen vandaag op blue monday een aanbod dat we niet konden weigeren. het aanbod: ‘maandelijkse column voor pomgedichten’ – de voorwaarde: ‘een pseudoniem als het maar niet naar mij is te herleiden’ – in wezen een geweldig eerbetoon aan de pomsite – een maandelijkse bijdrage van een literaire grootheid – en ik overdrijf niet – u zult de kwaliteit van de tekst aflezen – tsja welk niet herleidbaar pseudoniem zullen we kiezen? we kiezen BLUE MONDAY – elke maand dus op een maandag BLUE MONDAY op uw pom – vandaag de eerste! nu nog een foto van Blue – even zoeken. gevonden: én zie daar de eerste column voor U!
Red de kleine miljonair!
De BVMKM, de belangenvereniging voor de midden- en kleine miljonair, luidt de noodklok over de toestand van de kleine miljonair. Met name in de vermogensklasse tot 50 miljoen bereiken de vereniging steeds vaker alarmerende signalen.
Energieprijzen, de kosten van hun toch al bescheiden wagenparkjes, musicaltickets… Het groeit deze groep miljonairs in toenemende mate boven het hoofd. Er zijn de vereniging schrijnende gevallen ter ore gekomen: over miljonairskinderen in het openbaar onderwijs, in Aerdenhout werd een verwarde miljonair van straat geplukt, op zoek naar een sterrengaarkeuken, en het aantal door schuldeisers in beslag genomen Ferrari’s en Lamborghini’s was in 2023 nu al groter dan het aantal verkochte exemplaren.
De BVMKM roept daarom burgers in het hele land op, gul te geven voor de kleine miljonair, zodat deze onmisbare schakel in de economische voedselketen zich kan blijven concentreren op zijn kerntaken: belastingontduiking, golf en sloeponderhoud. Tevens maakt de vereniging zich sterk voor het zgn. “villamiljoen”, een eenmalige aankoopsubsidie voor onroerend goed in het topsegment, om leegstand in bestaande miljonairskernen tegen te gaan.
het was wederom zo een winterse diep donkere januari middag – een eijldersmiddag, een eijldersdichtmiddag, wederom een hele speciale die toch ook weer heel gewoon was. het café deze zondag middag warm dampend stampend vol – en achterin weer plaatsen. we namen plaats – bestelden bier – mannenliefde van de tap en bitterballen. de inhammen van het café gevuld met dichters –
de vertrouwde presentatie in handen van Seraphina en Paul – elke dichter drie gedichten – en de beurt was na verloop van dichters aan Bart Top. op de plaatsen achterin kun je de dichters op het trappetje voorin niet zien. Bart Top aan het woord en ik dacht – hee een echte dichter – effe kijken. hele sterke gedichten. het gesprekje in de pauze ging over het schrijven van gedichten – zijn vormvaste gedichten en zijn vrije gedichten – zit heel veel werk in de vormvaste begreep ik – maar ook in de vrije – toch niet zo als kopland zei ik – die een half jaar aan het schaven was aan één gedicht?
ik vroeg Bart waar ik meer poëzie van hem kon lezen – hij pakte zijn bundel – Papieren schepen, gedempte stemmen – die nu voor mij ligt. De bundel (2025) maakt deel uit van ‘de vloeibare stad’ in het kader van 020 – 750 jaar uitgegeven door ’t Bruggehuisje onder redactie van Mark van Duijn. zo langzamerhand begint een serie ‘bijzondere ontmoetingen in café Eijlders’ hier op pomgedichten vorm te krijgen – je bezoekt de dichtmiddag – de derde zondag in de maand – en je maakt kennis met bijzondere dichters die ook nog eens bijzondere uitgaven verzorgd hebben – de vorige maand was het Rob Boudestein – https://www.pomgedichten.nl/index.php/2026/01/14/rob-boudestein-beter-inkt-verspild-dan-bloed-een-recensie/
en deze maand Bart Top – een bijzondere dichter die rondleidingen/wandelingen – oa in mijn geboortestad Amsterdam verzorgt voor kleine en grote groepen – van 2 tot 7 personen – en die dan op bijzondere in de bundel beschreven plekken gedichten voordraagt van en uit eigen hand en van andere grote dichters. waar vind je dat nog? ja in 020 – door BART TOP!
Ik las trouwens vanochtend de TOP-bundel in een ruk uit – niet alleen geschreven voor Amsterdammers – ik las over zwanen, over voorspel en Pfas, over de quaggamossel en de krul, over plassen in grachten met namen van bloemen en over de vrijheid van een stad:
Zoals de stad je vrijheid bracht brengt zij besef en pijn van wat gesmoord is weggemoffeld in de loop der eeuwen, vermoord of ondergronds gegaan.
Ik schrok wel even toen ik het kleine bordje zag hangen ‘Homedrinking is killing de Kroegbaas’ toch zeker niet de mijne alarmbellen in mijn hoofd en in mijn maag ik zag het toch goed … en alles sloeg op het hol het enige juiste was binnenstappen, zonder schroom een oproep van mijn kroegie bij mij om de hoek drinken deed ik tot ik niet meer kon totdat ik niet meer wist wie naast me zat en hij me vroeg … ik ken jou niet … kom jij hier vaker hij moest eens weten, alles voor mijn kroegbaas die van thuis bedoel ik dan, want thuis was ook mijn kroeg vooralsnog geen voornemens de kroegbaas te vermoorden integendeel … hart onder de riem … ik ga vaker komen want kroegbazen mogen niet uitsterven … never nooit niet redders in nood … bazen met het hart op de juiste plek onverbiddelijk zacht … immer dorstig … naar lieve klandizie
Frans bericht: Goedemorgen allemaal, ik kan melden dat ik sinds gistermiddag weer thuis ben uit het LUMC; met 5 stents totaal, in 3 kransslagaders; daarbij is een ICD geplaatst; ik ga de tijd nemen om te herstellen, en rustig aante doen. Dank voor alle bemoedigende en lieve woorden, en goede wensen.
wij wensen Frans een goed herstel toe – morgen gezond weer op! hieronder zijn gedicht bij het lied – heb het leven lief….
Kind aan huis
Deze stad past als een maatpak zeg je als je de glazen schuift jij kind aan huis in elke kroeg
diep in de nacht nog zuig je het vertier op als zand op de vloer ruimhartig glijdt het vocht over tafel
zo ging je ook om met geluk niet vragen hoe en waar het te vinden maar doen wat van pas kwam
het schuim van de verzen happen als het naar de rand van het glas kruipt met je vingers tikkend op het tafelblad
in de spiegel zie je een hand op de borst de hand die bij lamplicht woorden weegt een mond gekust van niet vergeten
van het nachtbed dat onverwarmd wachtte op in elkaar verdrinken leven als een bruistablet in liefde opgelost
–> ‘doen wat van pas kwam’ _ (geen zoektocht naar het hoe!) een pragmatisch advies van de dichter Frans Terken bij het zo LUDIQUE aangedragen thema – heb het leven lief. we lezen een universeel slot in dit levensgedicht. wees maar niet bang zingt ludique – frans schrijft over ‘een mond gekust van niet vergeten’ – mooi – het leven als een bruistablet en dan in liefde opgelost. prachtig beeld. ja zo moet het leven. zijn. zo moet het zijn. het zijn zijn.
het juryrapport: nou we hebben alles wel binnen wat we binnen hadden gewenst – om de zondag mooi en met ruim gemoed aan te kunnen – dank aan alle inzenders. waren het de vorige week de vrouwen die het goud en ander eerbetoon binnen sleepten – deze week zijn het de heeren! en wat voor een heeren! het zijn de toppers in dichtersland. ik ga geen onderscheid maken – het is zonder meer drie keer goud. onder de gedichten leest u van mijn euforie. MartinB, Max Lerou en Ditmar Bakker van harte!
het is geen pretje
dichter zijn is kut geen romantiek
alleen kou koffie jezelf te serieus nemen voor iemand die niks verdient
je schrijft omdat je niet kunt zwijgen niet omdat iemand zit te wachten
je noemt het noodzaak maar het is vooral onvermogen om normaal te leven
je zit in cafés alsof dat iets betekent
alsof ellende automatisch diepgang wordt als er alcohol bij staat
je noemt het eerlijkheid maar het is zelfbeklag met regeleinden
en elke keer denk je dit is raak dit is waar dit ben ik
tot niemand reageert en je weer snapt dat zelfs je pijn te weinig voorstelt
dichter zijn is geen pretje het is jezelf blijven terwijl je allang had moeten stoppen
MartinB
haha – het is zoals heel veel mensen denken en heel weinig mensen durven op te schrijven – en dichters schrijven dit al helemaal niet op – dichters zijn mensen met diepgang zei ooit een vrouw tegen mij die een nacht met een dichter had doorgebracht. dat moet B geweest zijn dacht ik – ze had nog rode wangen van het avond -uur. hoe dan ook – B schrijft een heerlijk medicijn bij elkaar tegen mensen die zichzelf TE serieus nemen – als ze B’s gedicht zouden lezen zouden ze er een einde aan maken. en dat laatste zou helemaal niet zo erg zijn voor de mensheid. want hoeveel kwelling kan een mens aan als een bezoeker van een open podium?
de kwetsbare ziel
het is weer tijd voor spierballen rollen in de etalage van magazijn ad rem
poëten smeren daar eerst hun uitgedroogde kelen dan openen ze luidruchtig hun torsende torso u kent dat wel – waar dichters drinken zwelt elk vertrek tot gelachkamer
al snel draaien zij om de as van hun wereld en maken zo een pirouette van trots in het voorportaal naar ruimte die zich nog eens lekker onbeschaamd uitrekt
en aan het eind van de avond altijd weer de aangeschoten dichter die met oeverloze metaforen het ellenlang verhalen hermetisch wil dichten en zo
het publiek een beetje meewerkt promoveren ponden naar kilo’s per kubieke centimeter de ontwikkeling enorm en anders is daar altijd nog de deur naar een onherstelbaar niets
ml
haha een lekker soort cynisme om in te happen als in een schuimend biertje – ik denk dat hier beschreven wordt wat ik vanavond zal aanschouwen. een betere samenvatting kan ik niet geven. prachtig werkelijk prachtige laatste regel:
en anders is daar altijd nog de deur naar een onherstelbaar niets
De Dichter
Des avonds kijkt hij in zijn glazen bol gevuld met oude dromen en kristal, verwarmt de kleinste kloot in het heelal en schenkt het dan heus laatste glas weer vol met afgeprijsde, wrange alcohol waardoor zijn ziel zo zuiver slapen zal, geplaagd door nieuwe dromen: carnaval van drank, en plastic zak, en tramadol…
…bezwaren, wetten—die zijn géén bedrog; des ochtends, bij de spiegel aanbeland, ziet hij een steeds meer overjarig joch niet tegen dood of eeuwigheid bestand, en God blijft stil—ontzield, terwijl hij nog een greintje zout als korrel zand ontbrandt.
***[D.B.]
tsja hebben we toch de absolute top te pakken hier – the one and only DeeBee. barre tijden voor de dichters breken aan – alle ingrediënten aanwezig in de tekst van Dit: alcohol, dromen en ouderdom, carnaval en tramadol. én van de Heer moet je het niet hebben – zo hebben we het graag hier op de site.
Frans Terken – (gelukkig weer terug van even aan de overkant)
Ditmar Bakker – met afgeprijsde, wrange alcohol
Rob Mientjes – dichter bij jezelf
Luk Paard – ik schreef nooit eerder zo van liefde
Conny Lahnstein – omdat alles beter kan dan vandaag,
Rik van Boeckel – niet uit wanhoop maar vol verwachting
Ien verrips – om te wennen vast…
Anke labrie – Het goede blijft gelukkig…
Max Lerou -anders is daar altijd nog de deur naar een onherstelbaar niets
Cartouche – waar anders nog
Vera van der Horst – om ergens te blijven.
MartinB – je noemt het eerlijkheid
foto: Conny Lahnstein
wie wint de enige echte virtuele zo-een-pretje-is-het-nou-ook-weer-niet om dichter te zijn trofee op pomgedichten.nl? een barre tijden trofee – deze week het thema deze week behoeft geen toelichting lijkt me – kijk naar het journaal en u weet genoeg – dichters zoals altijd hier op de pom voor de verjaagden uit de wanhoop – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
brandmerk Dichter nu we niet meer zijn toegestaan
dichters het dichten is vergaan
drones zijn voorgeprogrammeerd in een dodentaal
dood aan de dichters ja dood ze allemaal
nu wij de D van dichter moeten dragen
gebrandmerkt zijn en morgen opgehangen
hoor ze hoor ze loeien in de straten
pom wolff
Dichter bij de strop
Met touwen zitten ze je achterna jagen op je als je ze tegenspreekt
en jij op je hoede voor wat je dan zegt één verkeerd woord en je hangt
zijn er altijd een paar schreeuwers in zoetgevooisde bewondering voor wie de macht heeft ze houden jou in de gaten
de hielenlikkers als taallakei ze kussen de aars van despoten en brandstichters staan jou naar het leven
roep dat dat verboden moet worden en verf hun woorden zwart
fijn dat Frans en ook weer strijdbaar terug is aan het poëziefront – dichters voor de verjaagden uit de wanhoop – het woord een wapen – wij weten dat ze het niet goed met de dichters ophebben – hoe verschillend dichters ook kracht aan de woorden geven. verf hun bruine woorden zwart – met hart en ziel!
Liever dichter zijn dan schrijver
Toegegeven, toegeschreven hartstikke toe, dicht gesloten dus, potdicht verstopt achter zinnen woorden letters omhuld en ingegeven door abc dichter bij de waarheid dichter bij de mens dichter bij jezelf
liever dichter zijn dan schrijver wat is een schrijver nu lineair verhalend, saai hij schrijft geeneens hij tikt, compleet van lotje getikt betoeterd, bezopen, magistraal schrijfsels spatten van scherm blinken uit in taalgebruik maar toch schaamteloos gezichtsverlies dichter komen bij wat werkelijk telt brengt ons in verlegenheid
Rob Mientjes
dichter heeft duidelijk plezier in het ronddraaien van en in de taal – bijna als een vlucht uit de werkelijkheid – in de laatste twee regels de boodschap: de verlegenheid
hoi pom, ik heb’et nieuws gezien en al’et onheil…hoe de mens ’n wereld en de wereld ’n mens…deze wereld de echte wereld en hoe mense kunne zijn…echt en dan ben je’n schim ja slechts’n peulschil in’et bestaan van de tijd…de wereld…as’n mens ben je tevens nog dichter/schrijver en blijf je mens ’n schim peulschil echt
en zie je hoe de wereld…en schrijf je dat ik’et zo doe
de bijdrage en groetjes luk paard
(de rockdichter): sjonge de tijd vliegt en vliegt snel…en toch ben ik genoopt en volgzaam tot rust de altijd onbetaalbare rust ja de helende rust…kortom zalig! en zo is’et nu zondag en ter pom de zondagwedstrijd die geen…u kent’et intusse al wel ….terwijl’et nieuws van de wereld in onheil baadt en’et ook voor’n dichter nie elke dag’n feest is…en dus doe ik zo:
“ omdat ik dichter ben “
al die brieve die ik reeds in letters zacht en tastbaar zovele drome uit’n wens
de dagenlang met jou enkel en alleen maar zingenot ik schreef nooit eerder zo van liefde
toch glijde met elke tijd de zinne verder weg en valt de nacht ied’re keer opnieuw
klopt’n hart gedrenkt in letters bet ik trane met zovele woorde nergens in’et echt geschreve
Luk geeft op zijn zo eigen manier woorden aan de titel van het programma dat wij bjorn van rozen en ik ook in 2026 op diverse locaties zullen brengen – laat het van de liefde zijn – het enige juiste antwoord op de alles verwoestende werkelijkheid om de dichter heen. luk beheerst de taal der liefde als geen ander.
Noodlottige roeping
Oh dat hoofd, dat nooit aflatende brakende hoofd, waar klanken woelen om geboren te worden, omdat het moet, onvermijdelijk en blind het witste licht tastend – de navelstreng wurgend om de nek – hakkelend en stamelend de woorden verwoorden wat in de ziel ligt verborgen, ritmisch of ontgoocheld de werkelijkheid verhullen of onthullen wat wereldkundig moet worden gemaakt, op te kalken, te gummen en krassen, desnoods het mes erdoorheen te jassen en dan het lef hebben om het een gezicht te geven, het venijn te trotseren, omdat alles beter kan dan vandaag, het vege lijf desnoods te verliezen of te blijven baren als een glorende dageraad, omdat het moet, niet anders kan
Conny Lahnstein 17 januari 2026
het is niet helemaal direct duidelijk wat Conny aangeeft – beschrijft – de geboorte van het verzet – lees ik – maar misschien beschrijft dichter hele andere zaken. dat we geboren zijn en worden om het kwaad te lijf te gaan – en dat het zo door zal gaan omdat het niet anders kan met de mensheid met het menszijn.
mijn droom vannacht ging over oorlog een andere oorlog dan mijn droom als kind die van die andere oorlog de oorlog van mijn ouders die was geweest en afgelopen ‘nie wieder’
mijn droom vannacht als om te wennen vast een nieuwe werkelijkheid oorlog weliswaar niet gegarandeerd maar zeker ook niet uitgesloten
jan 2026 IEN VERRIPS
hoe we van oorlog naar oorlog leven – van generatie naar generatie en dat nie wieder – wieder zal zijn – dat dat denkbaar is en wellicht mogelijk. dat de boemers nog net het geluk hebben een oorlogsvrij leven gekend te hebben. of net niet.
Hallo Pom: Ik vind dit een aparte wedstrijd. Maar ik sta als dichter op mijn manier in de poëzie wereld. Zo wordt over mijn poëzie regelmatig vermeld dat die tegen liedkunst aan ligt. Dat komt omdat ik mijn gedichten vaak met muziek combineer. Dat weet jij natuurlijk.Maar ik schrijf ze meestal zonder aan muziek te denken. Begin jaren tachtig kwam ik op het idee mijn poëzie voordracht met slagwerk te combineren bij optredens en dat werd later uitgebreider door de bijdragen van andere muzikanten. En werd ik bekend als popdichter. Maar dat werd niet door iedereen gewaardeerd en dat is nog steeds zo. De term popdichter is nu veranderd in spoken word artiest. Jij kent mijn poëziebundel met cd Beweeg als een strateeg die jij gerecenseerd hebt en ook de cd De dromende dansers.Mijn gedichten voor de zondagochtend wedstrijden schrijf ik niet met de bedoeling die met muziek te combineren. Maar omdat ik behalve dichter ook muzikant ben, lijkt het er soms misschien wel op. Het beinvloedt mijn eigen stijl. Maar iedere dichter en dichteres heeft een eigen stijl die wel of niet gewaardeerd wordt.’ Dit is nu mijn bijdrage:
In het poëtische licht
Dichter laat het woord gaan niet uit wanhoop maar vol verwachting
voeg er zo nu en dan een ritme aan toe en blijf zo in het poëtische licht staan
dichters zijn mensen met zinvolle woorden dat komt iedereen ooit tegemoet
al is poëzie niet altijd goed de verzen staan vaak vol moed of weemoed
wie de dichters vreemd verjaagt begrijpt niets van zijn of haar betekenis
laat de tijd rusten in woorden en zinnen en het loeien in de straten over gaan.
Rik van Boeckel 17 januari 2026
prachtige wens van Rik in de laatste strofe – mogelijk naïef – maar dat het wel geschreven wordt – zo kennen we Rik – de optimist onder alle dichters. laat de tijd rusten in woorden en zinnen en het loeien in de straten over gaan.
Het ware, het schone en het goede Plato wist het wel…
Maar wat is nog waarheid nu het in deze tijd zo vaak geweld wordt aangedaan?
Schoonheid wordt gefotoshopt de natuur met gif bespoten.
Het goede blijft gelukkig in de ogen van de dichter die, vaak noodgedwongen, minstens in zijn woorden, het liefst die droom behoudt.
Anke Labrie 2026
van plato de oude filosoof naar de dichter – behoeder van de droom – van het goede. bij Anke is die reis in de tijd in een tijdspanne van drie strofen geregeld. we moeten anke maar vragen het ministerie van cultuur voor haar rekening te nemen – dan schiet het tenminste op – de waardering voor de kunsten en de dichtkunst in het bijzonder.
in deze tijden van droogte en roeptoeters krimpende bossen, oorlog en landjepik overschot aan mest, gebrek aan waarde en taal die met het jaar achteruitholt
klagen we wat af met elkaar in ongehoord immense woningnood en stromen we tegelijkertijd over van geluk op de index lezen we zwart op wit
hoe bar en broos
de dichter houdt bij dit alles zijn hart vast vraagt zich waar en hoe te blijven, bij de voor- of keerzijde, dan wel te putten uit de rand van de munt welke kant hij ook op rolt
met droeve ogen en vaste hand vermant vervrouwt hij zich, vouwt zich dubbel om voorbij de grenzen van het mogelijke te komen tot een plek van liefdevolle troost om in te wonen
waar anders nog dan in een gedichte werkelijkheid?
17-01-2026 / Cartouche
tsja waar anders nog vraagt Cartouche. ik weet het ook niet. de dichtkunst schuift de dichter hier voorzichtig naar voren als eiland voor de verjaagden uit de wanhoop die wereld heet. mooi gedaan Cartouche. zacht en broos gedicht.
Dichter in barre tijd
Buiten oefent de wereld op breken en volhouden, vol haast en harde stemmen.
Iets in mij blijft langzaam spreken, met een wat misplaatste hoop dat een zin iets vertragen kan.
Soms voelt schrijven als zacht spreken in een storm, niet om gehoord te worden, maar om ergens te blijven.
Vera van der Horst Vera
Vera geeft aan dat ze net te lang geknutseld heeft aan het gedicht. ik zou zeggen – doe alleen de laatste koplandsiaanse strofe – die is mooi genoeg voor vandaag – te mooi zelfs voor de bizarre wereld om ons heen:
Soms voelt schrijven als zacht spreken in een storm, niet om gehoord te worden, maar om ergens te blijven.
Aan het einde van de wereld bij Cathelijne ontdekte ik een lied. ‘Ik ontmoette haar op Ithaka’. Pom Wolff kiest de songs die we spelen en hij koos ‘Ithaka’. Een gouden pick. We doken er in. Een couplet, een gedicht, een refrein. Kort gedicht als solo. Tederheid, verbetenheid, een klodder roze en een klodder rood. Misschien raar een lied te ontdekken dat je zelf schreef. Mooi is het wel. Dank je, Pom Wolff. Dank je, Cathelijne. Voor het moment
Eerst geven we het de juiste kleur dan geven we het speelgoed passend bij de kleur dan vragen we wat het wil worden dan sturen we het naar de juiste school we vragen wat het wil worden dan zeggen we dat het hard moet werken we zijn teleurgesteld als het niet hard werkt dan vragen we wat het wil worden we sturen het naar de volgende school dan zeggen we dat het hard moet werken we worden boos als het niet hard werkt dan vragen we wat het wil worden als het een diploma haalt zijn we erg blij dan vragen we wat het wil worden
Onlangs moest ik voor een werkbezoek Kortrijk zijn. Omdat de ring rond Antwerpen in de ochtend niet te ronden is, hadden we besloten de avond tevoren in Antwerpen neer te strijken en de volgende dag in alle vroegte voor de files de baan op te gaan. Mijn reisgenotes hadden een appartement geboekt voor de nacht en waren met de trein vooruit gereisd. Ik volgde hen aan het einde van de werkdag na het avondeten met de auto. Het appartement lag in Sint-Andries. Voor de beste uitvalsweg in de morgen koos ik ervoor de wagen op de Vlaamsekaai in een ondergrondse parking te zetten. En ik was gearriveerd.
Bovengekomen op de kaai, wist ik wat me te doen stond. Een Koninck bij de Congo alvorens mij aan te melden bij mijn reisgenoten. Bij de Congo zat ik aan een tafeltje met een marmeren blad. Een Bolleke was er nog steeds betaalbaar en smaakt als vroeger. Toen ik mijn eerste dorst gelaafd had, ging ik op kot aan om in te kwartieren en de animo te peilen voor kroegbezoek. Eén van de dames moest nog een stuk aftypen, maar de andere had nog wel zin om voor een drankje op café te gaan. En zo liepen we door het eeuwenoude stratenplan van het centrum van Antwerpen richting kathedraal. Daar aangekomen liepen we langs de achterkant richting café de Pelikaan. We stapten via de achterdeur binnen. Stamgasten zaten de Croky cup te kijken. Antwerp-Sint Truiden. We zetten ons aan een tafeltje bij de verwarming met uitzicht op de Melkmarkt.
Mijn bewuste voerde een gezellig kroeggesprek. Mijn geest gleed langzaam door het venster naar buiten. Ik trad er een paar panden mee binnen en zweefde door enkel steegjes. Er waren dingen die al lang niet meer bestonden. Zelf was ik er ook niet meer zoals ik er ooit was geweest. Toch was er een deel van me dat nooit weg was geweest. Dat deel van mijn wezen, dat altijd terugkomt om de stukjes van mijn ziel te vinden die zoek zijn geraakt in de mist der tijden. Een plek ouder dan het leven dat ik leef. Ouder dan mijn vorige levens. De plekken die in dromen terugkomen als vervormingen van de huidige werkelijkheid. Een samenstel vormen van geografische coördinaten en dingen die ooit gebeurd zijn. Waar de restjes kosmische energie nog van aan de straatstenen kleven. Niet afslijten, hoeveel voeten er ook overheen gelopen zijn. Parallelle werkelijkheid die bijna onzichtbaar onder de oppervlakte van de waarneembare werkelijkheid sluimert. Het leven van eeuwen. Het allemaal weer even samenkomt op één plek in tijd en ruimte.
Ze vroeg me of ik nog een Bolleke bliefde. En alles vervaagde weer terug naar een tastbare werkelijkheid. Het zachte licht, de bruine lambrisering, de tegelvloer, de natte, glimmende straatstenen buiten, dauw op mijn verse glas. En vreugde bij het volk, want Antwerp had gewonnen. Toen we de kroeg uitstapten was ik voldaan en gerust. Alles wat ik ooit ergens achtergelaten had, was niet verloren. En ook in dit leven zal ik weer nieuwe kruimels strooien.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
En ik zag dat de Antistresspoweet u ook weer heeft weten te vinden. XVon
ROB BOUDESTEIN – BETER INKT VERSPILD DAN BLOED – een recensie
het was zo een winterse diep donkere middag – een eijldersmiddag, een eijldersdichtmiddag, maar wel een hele speciale die toch ook weer heel gewoon was. het café die middag warm dampend stampend vol – de presentatie van de bundel THUIS – 85 jaar Café Eijlders. we kwamen iets te laat – de bar afgeladen, de eijlders ‘inhammen’ tot aan het dichterstrappetje naar de toiletten – van hoek tot hoek vol dichters – achterin het café alle tafeltjes ook bezet – maar helemaal achterin – achter de bar – onder een kunstwerk – naast één man nog twee vrije plaatsen – zeg maar anderhalf – als je dicht tegen elkaar aankroop.
het was een heidense tour om die 2 plaatsen naast die ene man te bereiken – langs benen en armen van de vast gezetenen aan de ronde tafeltjes achterin het café met kaarsen belicht – het is alsof ie corona heeft of melaats is – dacht ik. en bijna versprak ik mij bij het aanspreken/ aanfluisteren van de man
‘zijn die plaatsen nog vrij of heeft u cor..’- “vrij” hoorde ik de man kortaf en afgepast.
we ploften naast de man neer. voorin was de dichter Michiel van Rooij aan het woord – niet dat je hem zag vanaf de plaats naast de man – je hoorde de dichter ergens voorin – we keken tegen de ruggen aan van de mensen die aan de bar de dichter wel konden zien. later na aanschaf van de eijldersbundel las ik dat Michiel het gedicht DOWN AND OUT IN EIJLDERS uit die bundel voorlas – ik hoorde:
“Dat is het mooie aan Eijlders/Er zit altijd wel een meisje,/ gezicht omlijst met krullend haar/ ..”
Ja ja dacht ik stevig geklemd tussen de man en mijn geliefde. dichter na dichter passeerden de revue. en na verloop van tijd – zeg maar rustig na een uur of zo – kwam er een beetje ruimte en lucht achterin de tent. ik zwaaide naar bevriende dichters en zowaar in een pauze kwam er een stoel vrij en kon ik mij prinsheerlijk zetelen achter een tafeltje met kaars. “de solipsist” sprak al die tijd geen woord. tegen mij niet, tegen niemand niet, niks, niets. ik vroeg mij af: zou het dichter zijn of een toehoorder of iemand die toevallig aanwezig overweldigd door een invasie dichters ingesloten werd op de toevallige plaats waar hij zich bevond.
Na een pauze noemde presentator Paul Lokkerbol een naam. de solipsist verrees, baande zich een weg naar het dichterstrappetje en HIJ SPRAK! toen hij weerkeerde vroeg ik hem waar ik meer poëzie van hem kon lezen – hij pakte een bundel – die nu voor mij ligt. BETER INKT VERSPILD DAN BLOED de titel – Rob Boudestein gedichten – iets meer dan 50 werkelijk prachtige gedichten – pareltjes – waarin héél héél veel stil en verstild verlangen is verwerkt – oa – in deze prachtregels uit het gedicht ‘codicil’:
Mijn lief, Als je dit leest dan is het feest met jou gedaan, dan ben ik dood ….
(…) … (voor) mijn ogen geldt een uitgesteld ontbinden. Mijn lief, die mogen ze verkassen naar een blinde mits hij belooft dat beide ogen dan nadien zo af en toe, nee elke dag jou zullen zien. (…)
mits hij belooft dat beide ogen dan nadien iedere dag nee ieder uur jou zullen zien
(…) mits hij belooft dat beide ogen dan nadien elk uur, of nee, nee almaardoor jou zullen zien.
Rob Boudestein – contact: rob_boudestein@yahoo.com /Oemtata vzw/ OEKKAF 2024