Merik van der Torren in alle staten: ‘Dan zeg ik weer hoeveel ik van je hou,…’



Morgen

Morgen als de zon ons verwarmt,
reis ik af naar de groene landerijen
die glooien tot aan witte nevels,
doorsneden door blauwe rivieren
waarin ik me zal baden en als
ik droog ben, heb ik je lief,
kijken we diep in de bokalen,
luisteren naar het tokkelen van
gitaren van passerende muzikanten.
 
Dan zeg ik weer hoeveel ik van je hou,
dat ik zal blijven, me begraven in de heuvels
onder jouw hemel.
( en de honden ook rennen en blaffen om ons heen ).

Merik van der Torren

Share This:

IEN VERRIPS aan de poëzie: ‘en kom je langs dan helpt het niet hoe hard je kruipt of rent…je bent mijn buit’


Uil
 
och was ik toch een uil
verheven als een koning op mijn troon getooid in vederpracht
in stilte op mijn tak beschut door blad en schors
een waardig ton sur ton
 
een uiltje knappen zou ik veinzen
de zintuigen op scherp
en kom je langs dan helpt het niet hoe hard
je kruipt of vliegt of rent
gedetecteerd als bout
ben je  mijn buit
 ik vreet je op
met huid en haar
 
uil zijn wil ik vooral
als de schemering gaat schijnen
de avond valt
het donker wordt
in antwoord op mijn roepen
belofte van de nacht

Ien Verrips
 

Share This:

PETER BERGER: ‘Het ene moment loop je over. Bruisend van energie. Alsof een vuurdraak de regenboog in je hoofd doet kloppen. Ready to create. Een instant later ben je niks. Nakko zero nul…’

Ze is nog niet bleek vertrokken en ik mis haar nu al. Huilebalk! Fok Eva. Fok her! Fok Eva. Fok. Fok. Fok! Ik wil het wel uitschreeuwen. Ik wil krijsen en brullen tegelijk. Ik wil mijn pijn gorgelend uitbraken zodat mijn lijden door hele wereld gehoord wordt. Maar je weet hoe dat gaat. Het ene moment loop je over. Bruisend van energie. Alsof een vuurdraak de regenboog in je hoofd doet kloppen. Ready to create. Een instant later ben je niks. Nakko zero nul. Ontdaan van alles wat je menselijk maakt. Sucked. Drained. Dried out. Leeggezogen. Geketend door schaduwmonsters uit het gitzwarte donker.

Je wilt niet eens meer brullen, krijsen of het uitschreeuwen, ook al zouden de goden het je toestaan. Laat staan je ellende uitkotsen. Powerless ben je. Maar zelfs als je het wel zou kunnen, jezelf verzetten, zelfs dan, dan wil je het nog niet. Zelfs niet heel stilletjes. Of stiekem. Want je wil nog maar een ding: je in haar schoot laven aan haar liefde. Tegen elke prijs. Koste wat het kost. Ook al moet je voor eeuwig door het stof om haar te mogen aanbidden. Dat is wat godinnen met je doen. Je onderwerpen. Fok them! Die godinnen in hun slangenkuil. Beware! Niets daarvan is Eva vreemd.

Let’s face it. That’s what godesses do. Maar Eva is meedogenloos als de liefde zelf. Grenzeloos vrij is ze. Ze voelt! In de kleurloze leegte van het niks heeft ze in een onbewaakt ogenblik haar hart voor mij geopend. Voor altijd roodheet is het. En geel. En blauw. Alle kleuren heeft het. Haar hart. Gebrandschilderd door het drakenvuur waarin de goden het ooit gesmeed hebben. Haar hart. Mijn hart. Nooit meer huilen zal ik. Nooit meer janken. Ik ga lachen, brullen, krijsen en schreeuwen. There’s a rainbow beating in my heart.

Peter Berger

Share This:

Gerben de Ruiter wint de enige echte virtuele – kom nog een keer bij me zitten – trofee op pomgedichten punt nl – u weet wel voor u zelf wie – zilver voor Cartouche – brons voor Frans Terken.

een dank je wel voor alle dichters die instuurden. het thema nodigt uit om hele persoonlijke zaken in poëzie uit te schrijven. en dan is er altijd het gevaar van teveel. niet dat een teveel altijd slecht is – een teveel is ook aangenaam om je in te wentelen – om het vele te koesteren. maar bij een thema als dit – waarin een persoonlijk verlies in wezen aan de orde is – is het wat mij betreft de kaalheid die de meeste poëtische zeggingskracht genereert. Gerben de Ruiter weet aan de kaal vorm gegeven poëtische zeggingskracht van zijn gedicht nog een iets van een kinderlijke klank toe te voegen in de eenvoudige conclusie in de laatste regel – in een gedicht over moeder en zoon. goud! van harte! zilver voor Cartouche – brons voor Frans Terken.

moeder op zorgvlied

de zon scheen op de kist
alle bloemen zonnebloemen
jij zo dood als je maar kon

als kind zat ik niet graag op schoot
maar nu

nu ben je dood

Gerben de Ruiter


–>
leuk Gerben weer eens te ontmoeten op de site. de titel geeft meteen alle duidelijkheid. het is moeder en moeder is dood. en moeder is zo dood als ze maar kon – prachtige regel – heel erg dood dus. en dan in een enkele regel – in een enkel woord – de gedachten van de dichter bij het wegbrengen van moeder. zo was het vroeger – mogelijk iets van lichte spijt aan de wit regels gegeven – en zo is het nu – een onherstelbaar nu. de leegte in alle regels gegeven en de witregels weer wit.






Het stond – zo vast als een huis , wij
zouden voor altijd wees de twijg
in je hand die het zand betekende
in de vorm van een hart
 
uitgelijnd – de helle horizon
die me in bijslaap dompelde, langzaam
weer overeind en bij zinnen, zij aan zij
het hoogtij, de golven, hoe ze
 
naderden, haar aanraakten
overspoelden tot contour gesneden
dia-beeld van kom nog een keer
bij me, naast me, mijn lieve
 
wees mijn bijzit, bezit me – laat me
zien hoe stille beweging de pijn weet
van de pijl te ontkrachten, verzachten
tot één gewillig zandlichaam
 
opdat ik me andermaal vinden kan
in jouw hand zoals toen die keer
ik gedwee en jij de zee
 
zo staat het mij – voor ogen
 
22-01-’22 / Cartouche



–>
we draaien met de dichter in dichters woorden mee in een heftig verlangen en in en met een prachtige woordenstroom. tot aan die laatste regel – die mooie regel: ‘zo staat het mij – voor ogen’
 
hoe het met die twee zou gaan – het was volstrekt duidelijk – maar het leven loopt anders dan mensen het leven voorzien. in het midden van gedicht wordt de geliefde aangeroepen – kom nog een keer… dat onmogelijke pijnlijke verzoek getekend in een hart van zand. geef de dichter dan desnoods maar  een hand – één hand –  maar ook die ene hand wordt niet meer – kan niet meer gegeven.

zo dit is de positieve kant van het verhaal – het gedicht had natuurlijk ook zo gekund – voor het zelfde geld – hetzelfde gevoel- de zelfde schoonheid – zonder alle overbodige cartouchjes:


Het stond – zo vast als een huis , wij
zouden voor altijd wees de twijg
in je hand die het zand betekende
in de vorm van een hart
 
kom nog een keer
bij me, naast me, mijn lieve
bezit me – laat me
zien hoe stille beweging de pijn weet

en ik me andermaal vinden kan
in jouw hand zoals toen die keer
ik gedwee en jij de zee
 zo staat het mij – voor ogen



Voorbij het paradijs

Dat mijn arm een ruggensteun
een kussensloop zonder bijbedoeling
ik kan het je niet meer zeggen

wij op zoek naar een paradijs
het was als rondtasten in dichte mist
en dan dat gat in het wolkendek zien

een straal die het landschap
in vlammen zette en ons warmde
de brand stak in vruchten van het kwaad

schatten we in de rust om ons heen
zonder de minste verleiding of meer nog gif
dat als op sociale media op ons af spuit

zo met elkaar dromend daarbuiten gedacht
de idylle genadeloos uiteengeslagen
jij tot op het bot gesloopt in die hel van ziek

© FT 21.01.2022



->
toch maar weer eens de meer – voor mijn gevoel – bij het thema direct passende regels uitgelicht. het teveel – de weg van het kwaad beschreven – hoeft voor mij niet om de pijn zichtbaar te maken – de reden waarom… hoeft niet altijd in de poëzie – kom nog een keer bij me zitten en de onmogelijkheid – we lezen het en we voelen mee en weten ook in twee regels strofen van de pijn:
 
Voorbij het paradijs

Dat mijn arm een ruggensteun
ik kan het je niet meer zeggen

wij op zoek naar een paradijs
dat gat in het wolkendek zien

een straal die het landschap
in vlammen zette en ons warmde

de rust om ons heen
zo met elkaar dromend daarbuiten

de idylle genadeloos uiteengeslagen
en jij tot op het bot gesloopt  – zo ziek

  • FRANS TERKEN – ik kan het je niet meer zeggen
  • MAX LEROU – tot we snakten naar een eitje
  • ERIKA DE STERCKE – in de duinen waar regenvlagen vertragen 
  • GERBEN DE RUITER – jij zo dood als je maar kon
  • CARTOUCHE – zo staat het mij – voor ogen
  • RIK VAN BOECKEL – de week krimpt langzaam ineen
  • ANKE LABRIE – het klavertje heb ik altijd bewaard
  • IEN VERRIPS – om te kunnen zwijgen samen


donker
 
kom nog een keer
zitten bij me in het gras
wat niet meer zal
 
zoals het was
blijft in zich zelf

hetzelfde mooi

die donkere ogen
ook in het groen
van de moeite moe


pomwolff

 

wie wint de enige echte virtuele – kom nog een keer bij me zitten – trofee op pomgedichten punt nl – u weet wel voor u zelf wie – en u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

licht

zoals je kwam met de zon
zo bleef je
onverwacht droeg je
ons kind door de regen

en of het ooit drogen wilde
wat wisten wij van seizoenen
het was elke dag kreeft
tot we snakten naar een eitje

drie minuten hardop geteld
en het zout van je huid
geschraapt en gesopt
in het geel van ongeboren

ml



–>
tot de laatste strofe is het duidelijk  – maar of er in de laatste strofe over verlies wordt geschreven – ik weet het niet – ik zie het niet. voor mij is het gedicht tot en met  het ‘eitje’ een wereld gedicht. de laatste vier regels maken het gedicht net te ongemakkelijk voor mij. de eerste 8 regels geven de lezer een relatie, een leven, een inzicht, het verhaal van hoe het was en een niet herhaalbaar verhaal van twee mensen – en een mensje.
 
avond

hoe de zee een melodie draagt
van gedempt naar stuitend 
ruis rolt naar krijtrotsen 

we waden door slingers wieren 
de geur kraakt bij elke stap
schelpen tellen af  

in de duinen waar regenvlagen 
vertragen valt een ziltigheid 
op onze lippen 

verwaand 
door mossige kleuren schenkt 
een zitbank haar warmte 


Erika De Stercke 


–>
ja die verwaande zitbank vind ik wel mooi – heel mooi zelfs – maar daar gaat het gedicht niet over. in de eerste drie strofen is er echt sprake van een overvloed aan beelden en woorden. dempen, stuiten, rollend ruis, waden, kraken en regenvlagen om dan eindelijk bij de zilte zachtheid van die lippen te belanden – maar op dat punt aangekomen  is de lezer dolgedraaid door alles wat dichter zo nodig kwijt wilde. nee. Erika kan beter, mooier, rustiger.


De zitader van de jaren

De dag verklaart zich nader
in de zitader worstelt de vader
begeeft zich op de houten stoel
rust en vriendelijkheid is zijn doel

de week krimpt langzaam ineen
aan het ontbijt begint de ochtend alleen
dit geeft de zoon een bestemd gevoel
warmte wuift hem gemeenschapszin toe

door de jaren heen dansen herinneringen
dochters willen zinnen in de tuin zingen
zitten in het gras zoals het immer was

moeders geheugen geniet van het lied
als zussen en broer touwtje springen
tijdens de dag dat vader dit filmend ziet.

Rik van Boeckel
22 januari 2022



hoe ik het gedicht ook lees, nu voor de tweede keer – het gedicht komt niet binnen. voor mij: in de tijd verloren woorden. een familiegebeuren wordt geschetst – vader zit te worstelen, moeder zit te genieten, dochters zonen vroeger en nu. nee ik kom niet verder in de geschetste tijd. en er zijn wat mij betreft net teveel woorden gebruikt zonder poëtische waarde – zeg maar proza woorden voor een zakelijk betoog: vriendelijkheid – gemeenschapszin – herinneringen – zinnen – geheugen – filmend.

jullie zijn veel te vroeg vandaag
maai voortaan een uurtje later
oordoppen heb ík niet in en
mijn droom was nog niet af
 
maar die geur maakt alles goed
 
jij zit weer naast me in het gras
het klavertje heb ik altijd bewaard
dat jij ineens zomaar zag staan
en mij grappend plechtig gaf
 
anke labrie
23-01-2022



weer eens wat anders – ipv een verrassend einde nu een verrassend begin van het gedicht. een licht verwijt – zo zijn de woorden in de eerste strofe te lezen – maar dan toch snel de overgave – de geur van toen en de associaties die daar bij horen. van nu en toen – toen toen nog van de gelukklavertjes was.


sprakeloos geslagen wil ik nu graag bij je zijn
verhalen van een komend afscheid
onafwendbaar en als altijd onverwachts
nu het er op aankomt wil ik even bij je zitten
om te kunnen zwijgen samen


Ien Verrips




hoe krijg je het stil – nou door in vijf regels ‘sprakeloos’ te zijn en ook nog  door ‘samen te zwijgen’. toch gooien die verhalen in de tweede regel wel wat roet in het eten – wat roet in de stilte. zeker als ze ‘onafwendbaar’ zijn. ik zeur natuurlijk een beetje – dat weet ik ook wel – maar als de dichter met 5 regels komt dan moet de inhoud tot op het bot van de regels kloppen. nou ja dat vind ik.

Share This:

MARTIN WIJTGAARD – ‘ Over het latere werk van Vasalis wordt vaak meewarig gedaan, maar als ze op haar 46e was gecrepeerd was ze onaantastbaar geweest.’ – met de originele me-too reactie van good-old BETTIE

martinw1

Live Fast, Die Old

Het is een prachtcliché: wanneer een kunstenaar te jong aan z’n einde komt, wordt vroeg of laat gevraagd welke meesterwerken ons door de neus zijn geboord. Niemand betwijfelt dat ieder nieuw album van Jeff Buckley fenomenaal zou zijn geweest. Marilyn Monroe zou zijn uitgegroeid tot de grand old lady van de Amerikaanse cinema. En hoe lang zou de verbouwing van het Van Goghmuseum hebben geduurd als Vincent de tachtig had gehaald?

Je kunt de vraag ook omkeren. Gek genoeg gebeurt dat zelden. Zou Rimbaud, als hij na z’n negentiende nog een letter op papier had gezet, niet stomweg zijn vergeten? Zouden Hendrix’ gitaarstormen zijn geluwd tot Santana-achtige windjes? Zou Keith Haring zijn ontmaskerd als een neurotische, zichzelf herhalende kriebelaar? Geen hond vraagt het zich af. Er wordt achteloos aangenomen dat ze hun hele leven jong & geniaal zouden zijn gebleven.

Te vroeg gestorven artiesten worden bij overlijden gecanoniseerd en blijven vanaf dat moment bevroren onder een stolp. Buiten loopt de tijd gewoon verder. We worden ouder, krijgen kinderen, maken vergissingen, lezen boeken en vechten oorlogen waar we twintig jaar geleden niet eens van droomden. Maar John Lennon blijft ons wollig aanstaren vanachter dat brilletje. Sylvia Plath, voorgoed opgesloten in haar rol van bedrogen, depressieve huismoeder, is al een halve eeuw een feministische martelares. John Keats zal voor eeuwig een thing of beauty blijven.

Niemand wil geloven dat Jim Morrison, op zijn veertigste, strontvervelende prog-rock zou zijn gaan maken. (Twee woorden, mensen: Ray Manzarek.) Niemand kan zich James Dean op z’n vijftigste voorstellen – als een soort vette Marlon Brando. The horror! The horror!

Dan hebben we het nog niet gehad over de middelmatigheid die we van jong gestorven helden tolereren. Sid Vicious, een van de beroemdste bassisten van de jaren ’70, kon zijn instrument amper vasthouden. Jotie T’Hooft heeft heel mooie gedichten geschreven, maar veel van zijn werk zou bij elke consciëntieuze uitgever in de papierversnipperaar zijn beland. Nick Drake zou zijn afgeserveerd als een saaie neuzelaar, als ‘ie zich niet op zeker ogenblik had volgeduwd met pillen.

Voor kunstenaars met wat meer, euh, zitvlees moet het wel eens frustrerend zijn. Die arme Tolstoj heeft zich tot z’n 82e het lazarus moeten schrijven, terwijl Emily Brontë op een voetstuk staat, allemaal op het krediet van één enkele roman. Over het latere werk van Vasalis wordt vaak meewarig gedaan, maar als ze op haar 46e was gecrepeerd was ze onaantastbaar geweest. Als David Bowie een keertje een zwakke plaat maakt vallen de critici over hem heen, terwijl Kurt Cobain al na 27 jaar en drieënhalve plaat van het gezeik af was. Wie heeft hier nou de wereld verkocht?

Al met al kun je maar het beste een laatbloeier zijn. Het heeft een hoop voordelen. Niemand zet je onder druk om je vroege werk te evenaren. Je kunt tientallen jaren blijven dagdromen over een schitterend debuut. Je kunt je jeugdzonden zelf in de open haard mikken, voor ze in handen vallen van geldzuchtige uitgevers of platenbonzen. En je wordt nog lekker oud op de koop toe.

eij154

Meubilair

Het achteloze savoir-faire
waarmee een man van zestig jaar
een opdracht op het schutblad krast
gaat hem nog niet zo lekker af,

nu plotseling, zoals dat heet,
‘een nieuw publiek zijn werk ontdekt’
en hij na jaren lauw applaus
probleemloos volle zalen trekt,

nu vier decennia te laat
zijn jongensdroom bevredigd wordt
door een gehoor van jonge vrouwen
dat Stimorols zit bloot te kauwen

en in de leuke startersflat
zijn bundel op het plankje schikt
tussen de ansicht van Doisneau
en het cd’tje van Piaf.

Nu enkel nog de Rietveldstoel
en het is af.

Martin Wijtgaard

Amsterdam

Share This:

VON SOLO in coma


 Vier jaar geleden was ik bezig het plafond uit onze te renoveren woning te slopen. Om onduidelijke redenen viel ik van een steiger en sindsdien lig ik in coma. Daar ben ik deze week achter gekomen. Het is een hele toer geweest, maar kleine en subtiele details hebben me nu toch met de realiteit van de situatie geconfronteerd. Het is een beetje onwerkelijk allemaal, maar ik zal het moeten accepteren, dat niemand dit werkelijk leest. Het zijn mijn spinsels in mijn hoofd. Hersengolven die me doen geloven dat ik werkelijk rondloop, terwijl ik al tijden met mijn ogen dicht in een bed lig.
 
Ik meen me nog van alles te herinneren. Dat ik bijkwam op de vloer en de trap op kroop om hulp te vinden. En dat ik toen wegviel. Vervolgens strompelden we naar huis, ondersteund door mevrouw Solo. Thuis ben ik gaan liggen op het gras. Daar werd de pijn zo intens dat ik vroeg om een ambulance. Ik herinner me nog hoe ik ingeladen werd. En het magische moment van de morfine. En dat ik wegzweefde en alles me niets meer kon schelen. De dood, die mocht komen. Maar dat niet deed. Lichtjes die in mijn ogen schenen en het bijkomen in een bed op een witte kamer. Ergens tijdens dit proces is de stekker van de werkelijkheid eruit gegaan. Vraag me niet meer wanneer.
 
In het begin leek het erop, dat alles zich weer langzaam naar normaal bewoog. In mijn hoofd tenminste. Er bouwde zich weer logica op in mijn hersenen en dit machtige orgaan paste zich aan, aan de gegeven situatie. Een levende geest in een slapend lichaam. De eerste stap was me te doen dromen. Me te doen geloven dat alles weer normaal zou worden. Een soort overlevingsmechanisme. Een slaap waakritme met het op en ondergaan van de zon. Gedachten reconstrueren als daarvoor. Niet te veel rare dingen. Een beetje extra ontspanning en daarna het zoeken naar een balans, die me zou kunnen doen geloven dat alles goed was, tot alles ook echt weer goed zou zijn. En dat is jarenlang bijna feilloos gelukt.
 
Tot onlangs. Het is me op gaan vallen, dat bepaalde patronen zich steeds matter herhalen. De gedachten worden sleets. De omgang met mensen wordt steeds voorspelbaarder. Het lijkt soms wel of ik dingen eerder heb meegemaakt. Of de film zich herhaalt op basis van ervaringen uit mijn eerdere, echte leven. En dan het kader waarin zich alles afspeelt. Ook hier vindt steeds slordigere herhaling van patronen plaats. Verkiezingsuitslagen en kabinetten zijn steeds slechtere kopieën van de eerdere werkelijkheid. Daarnaast produceert mijn brein puzzels. Zo heeft het een pandemie verzonnen, waar ook de keuzepatronen zich meer en meer in afgetakelde versies van een zelfde escape room voordoen.
 
En dat is het moment, dat ik het ineens door had. Mijn wezen heeft er geen zin meer in. De grijze massa wacht al vier jaar, tot het lichaam weer een teken van leven vertoont. Tot de geest het vlees weer kan verheffen en sturen. Maar het geheel wil niet meer. Alles is langzaam tot stilstand gekomen. Het blijven proberen heeft het geheel uitgeput. Er vormt zich een soort uitzichtloosheid, waar ik geen vat meer op heb. Zelfs geen keuze in heb.
 
Mijn zorgeloze coma is voorbij. Alles is nu overgeleverd aan de wereld die rond mijn bed staat. Monitoren houden me continu in de gaten. Met medicijnen en kuren word ik onderhouden. Zou het moment komen, dat zij snappen, dat ik het nu ook snap. En zij dan een beslissing zullen maken, die ik zelf niet kan maken. Misschien wel tegen mijn zin. Of er überhaupt nog sprake van zin kan zijn.

Een korte parabel over vreemde tijden en (on)mogelijkheden.
XV

VON SOLO

DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nlLees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Mirjam Al met een vooruitziende blik: ‘Doe de gordijnen open en kijk in de verte…’

foto: ten huize van dichter Vera van der Horst, afgelopen zomer 2021. fotograaf: pom wolff. ik beschouw deze foto als een hoogtepunt uit mijn fotografische carriere. de belangrijkheid van de foto zit m met name in wat niet is afgebeeld. dichter ditmar bakker viel als een vallende ster uit de hemel het huis in van dichter van der Horst. je ziet Mirjam Al denken – hee hoor ik iets en ze pakt haar luisterapparaat erbij. dichter van der torren laat zich door niets en niemand afleiden en zet met gesloten lippen zijn voordracht voort. even later verschijnt er op de houten schutting een poes die nooit meer is weggegaan.


Hoi Pom,
 
de inzending voor woensdag, deze keer van de hand van Mirjam Al, groet, Merik.


Oase

De zon ging onder, de maan lichtte op.
Sterren twinkelen in het universum.
Al slapende ging je op reis;
een koffer met herinneringen en een lege tas
liet je achter op de laatste halte voor het hemels blauw
zich openbaarde.
Zo helder en doodnormaal.
Doe de gordijnen open en kijk in de verte.
Er is geen weg terug
en in zekere zin is dat maar goed ook;
we zijn op weg naar de Oase, die
misschien een fata morgana is,
we weten het niet, al diegenen die in Vrede rusten,
die weten het en berusten.
 
 
Mirjam Al, december 2021, januari 2022

Share This:

Peter Posthumus over wegdrijven met het leven zelf…


Om te schrijven
kijk ik rond
zie ik alles
in een spiegel
waarin m’n oren
langs m’n wangen druipen
m’n mondhoeken tot op m’n enkels
en grauwe wolken
die wegdrijven met het leven zelf


sla ik die spiegeling aan stukken
dan is er die schittering
opeens die helderheid
die oproept, en dan
goed en gratis
weer zo’n dag
die niet op kan

Peter Posthumus

Share This:

Peter Berger vandaag over het Binnenhof: ‘Een waterval aan leugens wordt moeiteloos door slijmerige lippen uitgekotst. Waarheid prevelend met een wervelwind aan woorden; maar de boodschap gaat verloren in een nietszeggende fluisterbries…’

Karin Beumkes heeft laten weten pomgedichten 1x per maand te willen verrijken met haar poëzie. haar aanbod graag aanvaard natuurlijk na de afgelopen drie jaar haar wekelijkse poëtische bijdragen geadoreerd te hebben. steeds tegen de eerste van de maand een nieuwe Beum – we zien er naar uit. Peter Berger heb ik bereid gevonden 3x in de maand de vaste maandagcolumnist te zijn – trots als ik ben met zijn poëtische columns.


Het is stil op het binnenhof. En grauwgrijs als altijd. Even de wonden likken en meteen weer het gas erop. Broekpoepers op links. Doordravers op rechts. Met in het midden de schriftgeleerden en de ongenaakbaren. Vooruit met de geit! Uiteraard. Zo gaat niets veranderen. Blijft het donker. Een waterval aan leugens wordt moeiteloos door slijmerige lippen uitgekotst. Waarheid prevelend met een wervelwind aan woorden; maar de boodschap gaat verloren in een nietszeggende fluisterbries.

Als een wazige neon crucifix die passieloos pulseert tussen de plastic borsten van een pornoblond popje. Contraction. Explosion. An endless fashion. Q-marks. Q-marks. Q-marks. Commercials? Mode accessoire? Er zullen altijd vragen zijn. Want er is een groot gat in mijn leven dat niet gevuld kan worden met plezier. Ja, er is magie in passie en jouw schoonheid zit diep in de huid maar je stem zit boordevol geld.

It is in every glimpse. Je bent een gevangene van keuzes. Jouw keuzes. Ze drukken de aard van je intenties uit. Pas op voor de beveiligingscowboys. Ze bewegen zich als gedegenereerde tienermodellen. Beheer van de menigte. Sanitair onderhoud. Verminderde capaciteit. Hoeveel toekomst heb ik? Mijn enige zorg is dat ik morgen wakker word.

Peter Berger

Share This:

ARIE ARRIVEERT – met oa een liedje van The Ronettes. ‘You came, you saw, you conquered’.  (Die volgorde, ja. Het is niet The Voice, zeg. Geen dubbele Rietbergen hier.)





[Arie Arriveert 16.01.2022]
 
 
Diedemie
 
 
Een hele – geen halve – goeie morgen, beste Pomsitebezoeker. Lang niet meer gearriveerd zijnde dacht ik: kom, uit de schulp. ‘Naar buiten, jongmensch!’ (J.J.L. ten Kate). En wel met een licht bewerkt mailbericht (Jantje van Leiden een beetje, toegegeven). Al jaren, moet je weten, ben ik op mailafstand van meer dan 1,5 meter de drijvende kracht achter een cryptogramclubje. Elke zaterdag stuur ik de medepuzzelaars de digitale versie van het NRC-scrypto. De mailteksten worden steeds langer en hebben inmiddels – geheel los van het cryptogebeuren – het karakter van een overdenking gekregen, over actuele zaken bijvoorbeeld of een opvallend taalverschijnsel (stokpaardje).
 
 
15.01.22
 
Novax Chocofiets die redt het niet
 

Hoi. De kripmail die krijgen jullie wat vroeger dan gebruikelijk toegestuurd. De zaterdagochtend die ziet er nu namelijk voor mij wat anders uit. Straks dan ga ik per fiets, trein en bus naar mijn goede vrienden Rinus en Christine in Utrecht. De fiets die zal vast nog wel in de box staan. In Utrecht daar wonen ze al decennia. Maar goed, volgende week dan is alles wel weer volgens het oude normaal. De trein die moet ik gewoon halen. Op Amsterdam Centraal daar is misschien qua NS weer van alles (spoor)loos. Maar n.i.w. de koffie die zal wel smaken daar in de Goethelaan. Elke ontmoeting die is these days al een feest. De maatregelen die zijn dan wel versoepeld (Ernst Kuipers die kwam bovendien een stuk to-the-pointer uit zijn woorden dan Huug), maar moeilijk dat blijft het nog even. Ik bedoel, vorige week toen was het puntje bij paaltje niet dat je zegt anders.
 
De actualiteiten, het nieuwe kripmailitempje, die krijgen jullie nog van me.
 
Welnu, genoemde tennisser Novax Showcovids die blijft geweigerd worden daar in het open Australië. Novax die stapt nu naar de hoogste rechter (de lift die schijnt buiten werking daar in dat gerechtsgebouw). We gaan het meemaken. Interessant dat is het niet echt.
 
Ronnie Spector dan. Wie? Ronnie Spector die zong bij de Ronettes. Overleden. De naam die is officieel Veronica Bennett, maar ze was een paar jaar getrouwd met muziekproducer Phil Spector. Phil dat was de man van de Wall of Sound. Die is twee jaar terug ook overleden. In de  bak daar had ie jaren gezeten. De man die had een actrice vermoord. Zijn gun die smookte nog na toen ze hem in de kraag grepen. Compleet gestoord. Maar gek dat was ie altijd al. Veronica die had het zwaar onder zijn regime. Ook zij had zijn pistool tegen haar slaap gehad. En het huis verlaten dat mocht ze vaak ook niet. Haar schoenen die pikte hij in. En naast die Wall of Sound legde hij ook een Wall of Barbed Wire om het huis. Dat soort dingen die deed Phil. The Beatles die hebben nog met hem samengewerkt. Op ‘The long and winding road’ daar is het bijvoorbeeld goed te horen. Niet te geloven.
 
Deze mail die moet maar eens afgerond. 
 
Eén ding nog. Mijn veelvuldig gebruik van met name ‘die’ dat moet jullie zijn opgevallen. Dat gebruik dat was om stoom af te blazen. Die. Dat. Daar. Dan. Om het zelf eens lekker overdreven te doen. Die spraakafwijking die moest met een overdose maar eens flink aangepakt. Dat jullie het ook eens hélemaal zat worden. Ja, in het zand daar staan mijn hakken dan. Want het is erg: naast de pandemie, die hopelijk en waarschijnlijk in een endemie overgaat, hebben we qua taalgebruik te maken met een… ja, wie sag’ ich das jetzt… een ‘diedemie’, de ook besmettelijke varianten dat, dan, daar en toen erbij ingesloten. Zelfs nieuwslezers en de jongens van ‘Even tot hier’ die bezondigen zich eraan. Niet alleen tekstdichter Pierre Kartner (‘De mensen die zijn daar gelukkig gewoon’) en weerman Taper Puiker Nummerkes (‘Morgen dan houdt de storm aan’), nee, IEDEREEN DIE doet dat. Je moet eens opletten.
 
Laturrr, Hagraerix
 
 
PS bijgewallofsound een liedje van The Ronettes. ‘You came, you saw, you conquered’.  (Die volgorde, ja. Het is niet The Voice, zeg. Geen dubbele Rietbergen hier.)

Share This: