Geen categorie

pomgedichten verliest een van zijn trouwste medewerkers: BREGJE geeft er de brui aan – verklaring BREGJE ZONDERLAND slaat in als een bom

Geplaatst op

 

pomgedichten verliest een van zijn trouwste medewerkers: BREGJE geeft er de brui aan – verklaring BREGJE ZONDERLAND slaat in als een bom

zo mooi het weekend, zo mooi de dagen ervoor.  de negentien eeuwse dichter en snelheidsmaniak johan andreas  der mouw zou schreeuwen ‘Maar we zitten zonder meid’. en vrij naar brahman:  haar vingertoppen gespleten – o o bregje hoe zeer vereerde ik jouw weten  en hoeveel adoratie voel ik nog branden als ik denk aan je vereelte handen …. o o bregje mijn lieve bregje.  hebben we nou onze zin? joop komen? Cartouche?

 

J.A. dèr Mouw

‘k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid

‘k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.
Ik doe in huis het een’ge dat ik kan:
‘K gooi mijn vuilwater weg en vul de kan;
Maar ‘k heb geen droogdoek; en ik mors altijd.

Zij zegt, dat dat geen werk is voor een man.
En ‘k voel me hulp’loos en vol zelfverwijt,
Als zij mijn lang verwende onpraktischheid
Verwent met wat ze toverde in de pan.

En steeds vereerde ik Hem, die zich ontvouwt
Tot feeërie van wereld, kunst en weten:

Als zij me geeft mijn bordje havermout,
En ‘k zie, haar vingertoppen zijn gespleten,

Dan voel ik éénzelfde adoratie branden
Voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen.

 

 

géén bregje meer op pomgedichten géén havermout! in een verklaring aan pomgedichten geeft bregje er de brui aan:

 

 

ha pom,

het heeft me even tijd gekost om  wat negatieve bijklanken die ik rond bregje ervoer van me af te schudden.
Je  denkt dat ik niet op je feest was maar ik was er wel, ik heb me op de achtergrond gehouden en serieus overwogen om  mijn identiteit bekend te maken.  Ik voelde me daar echter niet helemaal oké bij, bregje is niet erg geliefd begreep ik uit je speech en dat heeft me er dan ook van weerhouden.
Liever blijf ik een mythe. Een onbekende die een poos mee heeft gejureerd op de zondagochtendwedstrijdjes.
Nu is bij mij de spontaniteit wel weg, het voelt niet helemaal goed meer om nog door te gaan daarom heb ik besloten om er mee te stoppen.
Het heeft me vanaf het begin verbaasd dat er zo ingewikkeld werd gedaan over mijn identiteit. Wat maakt dat nou uit?!   Ik heb niemand beledigd en naar eer en geweten de inzendingen gelezen en beoordeeld, ondanks allerlei protesten en niet altijd even vleiende opmerkingen en commentaren was ik om de veertien dagen aanwezig. 
Niet inzenden om op die manier mij mijn identiteit bloot te laten geven kan ik niet zo goed waarderen, ik begrijp dat niet.

Je hebt mooie dochters en kleurrijke vrienden om je heen.
Tante had meer bitterballen willen bemachtigen, dat is haar niet gelukt.

Ik heb het graag voor je gedaan dat jureren, het was ook leerzaam voor mezelf,  misschien dat ik nu en dan iets instuur  om op die manier de mythe Bregje Zonderland te koesteren .

Liefs uw aller bregje zonderland

 

 

wij verliezen met bregje een van de trouwste medewerkers, een evenwichtig jurylid dat om de 14 dagen stipt op tijd de commentaren verzorgde bij de gedichten en de winnaars van de week aanwees. haar commentaren – zo heel anders dan vaak uw webmaster – zonder ironie, recht door zee, oprecht en met die onnavolgbare touch van bregje. onbaatzuchtig ook.

en ze heeft de bitterballen gemist schrijft ze op mijn feestje. die opmerking geeft aan dat ze inderdaad aanwezig is geweest  een week geleden. een prachtig feestje maar we zaten wel zonder bitterbal. ik miste ze ook.

we gaan bregje missen. wij van de pom zijn haar bijzonder dankbaar voor de bijdragen die zij leverde aan de site der sites. bregje neemt haar plaats in in de geschiedenis van pomgedichten tussen juryvoorzitters als de roops, de lenobels, de deckwitzen, de de rooijs, en nog veel meer grootheden der poëzie en van de slam. een heel groot DANK JE WEL BREGJE past mij  aan bregje. meer dan  twee jaar bijdragen leveren aan pomgedichten – het zijn tropenjaren geweest. bregje kan haar normale leven weer herpakken.

de laatste woorden van bregje in functie op pomgedichten betroffen de liebermann in het haagse gemeentemuseum zondagochtend wedstrijd drie weken geleden: “Goud Jako Fennek, een schilderij las ik, zo is het gewoon, alleen die gele lammeren, die zijn verkeerd gewassen dacht ik even. Zilver Marc Tiefenthal omdat hij me aan janis Joplin deed denken en omdat het een gedicht is dat ik snapte en dat is niet altijd het geval bij Marc. Brons Anke Labrie, die beklemming, die twijfelachtige vreugde, de rug….ja, ik kan niet anders dan haar meenemen in de edelmetalen. Voor de anderen allemaal een eervolle vermelding. Ik heb met plezier gelezen.”

‘ik heb met plezier gelezen’ – schrijft ze. zo zullen we BREGJE herinneren – ‘ik heb met plezier gelezen’. we tekenen 14 maart 2016 – toen joop komen nog leefde stuurde bregje voor het eerst hier een gedicht in:

 

 

een buik als een maan
 
je slaapt slecht
eet verkeerde dingen en drinkt
de mogelijkheden leeg
 
je bent bijna vol
zegt de weegschaal, even nog
dan huilen ze voor je
 
 
© Bregje Zonderland (pseudoniem van …)

 

 

 

Share This:

Geen categorie

ALTONICE RIEDING wint de enig echte maar toch ook virtuele ‘kom we nemen er nog eentje’ trofee op pomgedichten – JOLIES HEIJ zilver en VERA vd HORST brons

Geplaatst op

 

de dichters maken het me niet makkelijk deze week – ditmar bakker hors categorie – ver voorbij wat toegestaan is aan regels – het eenvoudige eremetaal zou hem ook te min zijn – je hebt god en de overheid – dan pomgedichten maar daar bovenuit ver daarbovenuit is onze ditmar bakker gestegen – deze eervolle vermelding is hem genoeg.

weer terug op aarde moeten de prijzen verdeeld tussen vera lijkt me en frans, de drie strofen van erika en de totale altonice. maar toch ook heij, cartouche en petra maria en jako schreven dezeweek niet verkeerd. ga er maar aanstaan. dan maar arbitrair:

de god van altonice, de lelystad van heij en de zon tussen de benen van vera – in die volgorde het goud het zilver en het benenbrons – van harte!

 

VERA VD HORST met de zon nog in de benen

JOLIES HEIJ jij bent mijn wijn

ALTONICE RIEDING Wij wilden bij den overtoom van kroeg tot kroeg gaan stappen.

DITMAR BAKKER en met die holle frasen brengt hij me in extase…

PETRA MARIA en dan mateloos liefste

FRANS TERKEN dat zij en wij van geluk blijven drinken

CARTOUCHE  een kempisch kwartierke lang  drink ik pure waanzin van geborgenheid

ERIKA DE STERCKE Totdat de ene adem met een hemels gemak de andere inhaalt.

JAKO FENNEK we zitten op een dakterras hoger dan de ondergaande zon

MARC TIEFENTHAL de afgrond gewaar

 

wie wint de enig echte maar toch ook virtuele ‘kom we nemen er nog eentje’ trofee op pomgedichten? heerlijke avondjes zwoele temperaturen warmte en  leven het leven  en natuurlijk de  barbieknoeigeuren om ons heen – dan hoor je altijd wel ergens – metoo of geen metoo – kom we nemen er nog eentje. ik zelf houd wel van die eendjes. dichters in het algemeen gesproken vermoed ik ook. waartoe waarheen – mieke telkamp, bonnie sint claire en héél véél dichters weten in dit weer de weg. we gaan genieten! waar brengt dit thema u?  u kent de regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

empathie voor een geliefde
 
lieve ditmar de laatste tijd
hoor ik je alleen nog over
palliatief dit en palliatief dat
ik heb je dertig jaar getroost
& te drinken gegeven
was het witte wijn wilde je champagne
deed ik champagne vroeg je pomerol
maar wél grand cru
wie zich vroeg opknoopt hoeft niet oud te worden
lezen we op een tegeltje
én
niets mooier is als woorden groeien
van verlaten liefde tijdloos stil
 
pw

 

Etmalen
 
Zelfs voor vrijdagavond is het laat, al mijmerend
het krieken van de zaterdag doorstaan.
Zittend, met de zon nog in de benen, zowaar
nadat de maan over ons heen is gegaan.
 
Alles binnen bereik
van onze handen, onze monden,
het onze, alleen van ons, de taal
slentert, we nemen niet, we geven
elkaar.
 
Vera vd Horst
 

 ha heerlijk zo in de vroege ochtendtuin, maagdelijke lucht vol met zuurstof nog, wat vogeltjes. merels zijn dat – daar moeten we zuinig op zijn sprak evert gisteren. merels vroeg ik merels zuinig? het vliegt evert – ik heb er nooit een gevangen of afgeschoten – zo bespraken we de natuur en plunderden de koelkast – en vanochtend zie ik dat alle biertjes vertrokken zijn. we zijn nergens meer zuinig mee of op. maar ik wel op VERA. ze schreef me vannacht een liefdesbrief nouja een liefdevolle aantekening: ‘Je weet me altijd weer een warm gevoel te geven, fijn te weten dat dit blijkbaar wederzijds is. Misschien hoort dat dan in elkaars leven. Heb ik je al geschreven dat het een heel fijn feest was, ik heb met volle teugen genoten, dank je nog hiervoor. Overigens wat een leuke foto van Jeanine en mij. Ik zie je weer en hier je omhelzing, jij 65 jarige jongeling. Vtje’ –

en nou ‘ns kijke wat ze heb geschreve. of het over drank gaat. met de zon tussen der benen lees ik en alles binnen bereik van handen – onee in der benen die zon. mooi gezegd – maar waar is de drank toch? vera. bij elkaar in twee lieve zonnige strofen neemt vera het weekend met ons door. en strofe een is nog niet af of het is al feest in eindhoven – in strofe twee – drank voor later eerst elkaar met een heftigheid die vera eigen is.   lees strofe twee nog een keer en kijk dan naar de foto van vera. zo ziet poëzie eruit.

jij bent mijn wijn bij vapiano
 
… en toch troffen we elkaar weer keer op keer
het hart in gruzelementen, jij liep over van geluk
 
want het oosterdok was mooi in de zon
je stopte het in je oksel, dit was ooit jouw stad
 
je vroeg of ik de weg wist, de wijn koud achter de kiezen
ik zei, met jou kan ik eeuwig dronken zijn
 
bij vapiano, wat een ander woord voor onthaasting is
je vertelde over de tijd dat je nog op ruigoord sliep
 
met die grootse liefde die je lang hebt uitgezweet
toen je ook dat vergat, leven is een verjaardagsfeest
 
waar we niet ouder worden, enkel dronken
hij was hoogsensitief en wilde nooit zo verliefd
 
alles gaat kapot, maar jij roemde het antiquariaat in de damstraat
en wg van der hulst, die refosuikerbollenbakker
 
nee, dronken werden we niet, daarvoor is het nog te vers
maar ik weet dat je morgen op me wacht in lelystad
 
Jolies Heij
 

keurig binnen de 20-20 regel gebleven. onze lieve jolies heij doet aan lelystad. dodelijk die laatste regel dat laatste woord. in lelystad wil een dichter niet dood gevonden worden. hij kan lang wachten in dat uit-oord.  een prachtig verhaal van geliefden die elkaar weer eens ontmoeten en onthaasten begrijp ik. ruigoord, oosterdok, damstraat amsterdam dat waren nog eens tijden geeft heij haar geliefde en ons  mee – en dan woon je nu in lelystad. deze heij leest lekker weg. ongewild waarschijnlijk en licht naief zonder enige opzet een dodelijke afrekening dit gedicht. dat zijn de beste! dit was ooit jouw stad smeert heij hem nog even in hahahaha. en liefde uitzweten dat lees je niet vaak. prachtig!

Beste Pom, het thema is drank? Als vanzelf vielen in je intro de namen Mieke Telkamp en Bonnie St. Claire (Connie St. Blèr, maakte iemand er ooit van). Het werk van de een en het leven van de ander roepen samen inderdaad één belangrijke vraag op. Waarheen leidt de weg die de kwade dronkaard moet gaan? Ik zou zeggen, Jur – sorry: Pom – rechtstreeks naar de verdoemenis! ‘Meneer Visser’s hellevaart’ van Simon Vestdijk, maar dan anders. Toevallig heb ik afgelopen vrijdag in herberg De Bonte Os aan de Sloterkade een sonnet over een door drank gedreven hellevaart gemaakt. Ik hoop dat je het aardig vindt.

Warme groet, Altonice

 

Bonte avond in het Aalsmeerder Veerhuis
 
Wij wilden bij den overtoom van kroeg tot kroeg gaan stappen.
Het waterwegennet bracht immers roering en vertier.
De scheepslui dromden samen rond de nodigende tappen
Om moed zich in te drinken voor den arbeid aan ’t plankier.
 
We landden ergens. Koek gebaarde: ‘Eén Chileen, drie bier’,
Waarna een bende schippers flink blasfemisch rond ging grappen
(Zij stond berucht als Bonte Os bij gast en herbergier).
Het hield niet op. De kastelein verzocht de club te lappen.
 
Met horten, stooten, mitsen, maren zou ‘t gelag betaald.
Toen moesten de gevaarten over ’t hellinghout gehaald.
We zagen hen er zonder bijstand veele uren zweten.
 
Den drempel over dreven zij in ‘t nat der Heil’gen Vaart.
Die duvels gleden uit ons zicht, verdwenen ‘van de kaart’.
Aan welke reê de lieden meerden? Wel, God mocht het weten.
 
 
Altonice Rieding

 

het is of we de jonge ditmar bakker lezen – een sonnet – de jaren twintig wellicht amsterdam – toen er nog bootjes over de overtoom voeren – 1880 – mogelijk – ik weet het niet. de overtoom is voor mij café helmers – lisan lauvenberg en de tai die er nog steeds is. en de jeugdtheaterschool – en helemaal aan de andere kant bij het tafeltenniscentrum een klassiek huis ingericht voor klassieke concertjes en zangkunst – de toegang tot het vondelpark en veel winkeltjes. voor altonice is het: ‘Waarheen leidt de weg die de kwade dronkaard moet gaan?”- erg erg aardig verslag van een reis  door velen gemaakt in vroeger tijden. een echt drankgedicht met kroegbaas en al – toen er nog echte kasteleins waren – dat is andere koek dan slecht binnen rijmende barmannen die dan weer afscheid nemen en  dan weer knorrig achter de bar plaats moeten nemen om moeders toch maar weer aan zuur verdiende centen te helpen. zwendelpraktijken zijn niet altijd lonend blijkbaar hoe erg je ook rijmt. hoe dan ook onze altonice schept een heerlijk sfeerbeeld van een mannenwereld uit vroeger tijden.toen mannen nog mannen waren, god nog god, barmannen kasteleins.

 
De Duivel in de Fles
.

Na wijn- of and’re glazen
zie ik een duivel razen
niet groter dan een daas, en
zo zwart als schoppenazen;
zijn stem, gemaakt voor dwazen
hoor ‘k in mijn oren blazen
en met die holle frasen
brengt hij me in extase…

Verklaart mij heerseres
van dit ontzag’lijk rijk
waar ‘k met een lege fles
in dronkenschap naar kijk.

Als gidsen krijg ik drie
notab’len, niettemin:
dat zijn markies Drambuie,
dame tonic & lord gin!

En als mijn volk mij prijst in de vergrootste trap
geloof ik hen als ze mij zeggen: “Je bent knap!”

Maar ik moet van hen scheiden,
en schaduwen terzijde
wacht na beschonken slaap
juf Château-Neuf-du-Pape…

Na wijn- of and’re glazen
zie ik een duivel razen
niet groter dan een daas, en
zo zwart als schoppenazen;
zijn stem, gemaakt voor dwazen
hoor ‘k in mijn oren blazen
en met die holle frasen
brengt hij me in extase…

Hij schenkt vergetelheid,
van aards en eigen beeld—
vervloekt vermetel tijd
aan kruis en beul verspeeld.

Vergeten, zodra ik
voor ’t consumeren wurg:
eerst killer cola-tic
dan weeuwtje Beerenburg!

En zetten onderdanen dan mijn lijf in brand
geloof ik ieder die nog zegt: “Niets aan de hand!”

Aan scherven dan het glas,
weerspieg’lend wie ik was,
en troost in dit tableau
brengt slechts monsieur Pernod.

Na wijn- of and’re glazen
zie ik een duivel razen
niet groter dan een daas, en
zo zwart als schoppenazen;
zijn stem, gemaakt voor dwazen
hoor ‘k in mijn oren blazen
en met die holle frasen
brengt hij me in extase…

Die satan lokt je dra
met alcoholica,
maar zwiert je schimpend—ha!
De wanhoop achterna.

Bezopen duivel, ga
met al je mooi bla-bla
ter helle, want je raad
brengt immer erger kwaad.

Of ik geloven ging
in droes’ betovering
al hoor ‘k bij nieuwe glazen
die duivel toch weer razen…

Ach, kleine Beëlzebub,
met stilt jouw exposé
gewoon met nóg een drup…
Santé!

-x-

D.

een echte ditmar bakker, op zijn ditmars een rondgang door de wereld – de focus voor deze gelegenheid gericht op alcoholische versnaperingen en wat er dan allemaal gebeurt is te lezen. een draaikolk aan gedachten en woorden en ritmisch verantwoord taalgedrag waarin iedere lezer wel ten onder moet gaan en ondergaat: ingezogen worden in de zwarte kolkende duivelse gaten van ditmar bakker – en dat is linksom én rechtsom een duivels pretje. de 20 regels regel is niet voor ditmar geschreven vindt ditmar en zo hoort dat ook. wie zo kan schrijven en zo zijn medemens bedient is aan god noch gebod gebonden. en dan nog die zo menselijke passage steeds maar herhaald met een duivels genoegen. ditmar is een briljant – de duivel waardig van repliek gediend – hier heeft geen enkele duivel van terug. zoveel liefde in zo weinig woorden:

‘en met die holle frasen
brengt hij me in extase…’

liefste,
geheelonthouder van de dans
hoor je de muziek
over mijn duinen
mijn verre buur met dichtbij hart

gaan we op reis,
met lege bagage
volle ogen
om het leven te drinken
en dan mateloos

liefste,
blijven we zacht
gaan we

.

PetraMaria

 

in de laatste 2 woorden het verlangen, de wens, een opdracht, een vraag – alles uitgedrukt dat is de kracht van dit gedicht – en de licht romantische ietsje weemoedige aanzet om vervolgens  in een onmetelijke mateloosheid de levensreis te aanvaarden  – hoe geraak je in weinig woorden van leeg tot mateloos – onze petra brengt elke geheelonthouder aan haar drank. dat is in ieder geval met zekerheid te concluderen – proost!

Pom, gisteren een geweldige dag gehad, het huwelijk van jongste zoon met zijn lief, in het Schellingwouderkerkje.
Nu weer thuis, ik kom niet verder dan:

Bijtanken

Met de benen op tafel
terugzien op de ultieme dag
van wild kloppende harten
gevierd onder een hemel van zon

met zovelen gejuicht
bij het klinken van het ja-woord
de ringen aan de vingers geschoven
het water in de mond bij de kus

en na de ceremonie de toost
een dronk op het bruidspaar
en altijddurende liefde van
en voor elkaar en het leven

dat zij en wij van geluk blijven
drinken tot in de late uurtjes
steeds de fles onder handbereik
om bruisend bij te schenken

FT 26052018

 

‘ ..liefde van en voor elkaar en het leven…’ het gedicht en de gebeurtenis en de vreugde en het dichterschap van frans terken samengevat in zijn eigen woorden – de kronikeur van zijn eigen leven in zijn eigen tijd zijn eigen wereld frans terken en het bijzondere blijft dat die wereld veel gemeen heeft met de wereld van de lezer – alleen de lezer zal nooit zoveel poëzie kunnen leggen op de gebeurtenissen, zoveel poëtische taal kunnen toevoegen aan de alledaagsheid die ons omringt. en frans presteert dat gedicht na gedicht.

Laat me nog een laatste

In de plooien en kloven van je hof
waar de zon zich verborgen houdt
zoete onvervalste geur de lucht
– gaten van mijn wezen vult

maak ik mij jou eigen ik
lik me binnen tot het mij
begint te duizelen – een
kempisch kwartierke

lang – drink ik pure waanzin
van geborgenheid, druppel
voor druppel neem ik
van borst en van vagijn

nog snel een laatste slok
voordat de hemel breekt
– in weergang van venijn –
tot melkweg zonder licht

25-05-2018
Cartouche

 

de fles moet nog open – maar als ik aan het kempisch kwartierke ga dan zal ik het cartouche  laten weten –  de  fles ongeschonden uit het brabantse naar 020 gebracht vorige week als kado – met de bijbehorende glaasjes. cartouche de hand kunnen schudden – een bijzondere man – nuchter ook – een bijzondere dichter – en we waren op zoek naar bregje zonderland – we zagen merik, we zagen mirjam al en geen lucienne kohler – de in brede kring vermoede bregje. in en om de kringen van merik moet bregje zich schuilhouden. er was op het feestje maar een mens die ik nooit eerder had gezien – de liefde die ditmar vergezelde – maar die liefde kon toch bregje niet zijn – zo blijft bregje een raadsel – en kan cartouche zijn ergernis niet kwijt. want cartouche en bregje dat is water en vuur.

minder nuchter is het gedicht dat cartouche ons voorschotelt – hij likt zich binnen lezen we van vagijn en van de pure waanzin van geborgenheid – nou ja dat maak ik er van – brilletje af en laat cartouche zijn goddelijke gang maar gaan dames.

 

Bestemming bereikt

Dat de zwoelte van deze avond
met ons mee gaat. Naar ergens.

Het praten verdampt op de weg
van aanrakingen.

De handen houden het onweer
tegen. Bliksem parelt blozend.

De reis voorbij het eindpunt loopt
ononderbroken door.

In de roes van de nacht drinken we
ons lazarus zonder glazen, zonder
schaamte.

Totdat de ene adem met een hemels
gemak de andere inhaalt.

Erika De Stercke

 

de volgende drie strofen zijn prachtig en deze drie hebben de eerste drie niet nodig. prachtig prachtig prachtig – alles wat poëzie moet hebben heeft erika laten neerdalen in de woorden van de laatste drie strofen. de eerste drie dragen net teveel gewichtigheid – laat ze gewoon weg lieve eika – poëzie dat doe je zo:

 

De reis voorbij het eindpunt loopt
ononderbroken door.

In de roes van de nacht drinken we
ons lazarus zonder glazen, zonder
schaamte.

Totdat de ene adem met een hemels
gemak de andere inhaalt.

 

Mijn waarde Pom,
Even leek de dag van je vijfenzestigste op het stilstaan van de tijd, maar daar gaan we dan weer. Meedogenloos, niemand stoort zich eraan, alles gaat gewoon verder, alsof er niets aan de hand is. Jammer eigenlijk. Aan zo’n dag zou je je eigenlijk drie weken moeten kunnen vasthouden. Lekker doordrinken. We nemen er nog eentje.
Fijne dag, morgen. Hier is het weer geweldig. Groet van Jako

 

stuk

we zitten op een dakterras
hoger dan de ondergaande zon
dieper dan de kerktorens
we drinken merlot uit een fles
die van mond tot mond zijn ronde doet
we hebben er nog drie zegt hij
waarop zij maar zeurt over een stuk
dat in haar kraag de ruimte vult
we strekken onze vingers uit
voelen in haar kraag waar niets
aan een stuk doet denken
we drinken voort
haar trek slaat grommend toe
het stuk geleidelijk zichtbaar
we zingen luid, we schreeuwen boos
de trappen naar beneden
voor onze toestand eindeloos

jako fennek

 

elke gedicht van jako lijkt te ontaarden – in groepseks. en zo ook vandaag weer. wat een toestanden toch weet jako elke week weer op te roepen – met die zoetgevoisdheid die steeds en alsmaar sappiger wordt gebracht in zijn gedichten – een heel klein scheutje venijn vaak voor de kruidigheid – en ja hoor dan heb je een echte jako fennek. heel vaak na alle ellende die een erika de stercke aan liefdesverdriet over je heen weet te gieten zijn er gelukkig altijd weer die tot bulderlach aanstekende woorden van ons jakootje. lustig is het woord.

 

Vooruit met de neus
Laat ons spontaan
uit de nek zwalpen,
uit de heup lullen
en ten voeten uit huppelen.
 
Spontaan? Mijn reet, ja.
 
We hebben met de neus
diep in het glas gekeken
en worden nu de afgrond gewaar.
 
En ja, wat zou het?
En nee, dat mag best.
En dus ja, nog een rondje.
 
 
 
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

 

 

een vrolijke schets volgegoten met ook wel  iets van waarheid – al klinken de woorden best wel streng deze week een ervaringsdeskundige lijkt  aan het woord.

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG is weer thuis in haar stad! “Na het feestje van Pom ben ik lopend naar huis gegaan, langs de Weesperzijde, een feestje van groen, bloeiende bomen en het glanzende water van de Amstel. De bruggen en de huizen in het late zomerse zonlicht.”

Geplaatst op

onze Lisan is weer thuis – afgelopen zondag kon ze net nog op mn feestje zijn – heel erg blij haar te zien – zij die mij in amsterdam in het zo roemruchte café helmers op haar podium uitnodigde en mijn prille dichterschap bevestigde – ze heeft een neusje voor dichters – jammer toch dat er nu niet meer zo een podium is – hoe dan ook deze vrijdag weer een prachtige column van haar hand – over haar stad amsterdam;

 

Thuis zijn

Ik ben er weer. Beetje zee in de benen, beetje zon in het hart, beetje Grieks in de keel, beetje zand tussen mijn tenen en een glans van zachte zonsondergangen op de huid.

En dan thuis, waar het huis gewoon is blijven staan, alles staat nog op dezelfde plek, niets is verplaatst, terwijl mijn innerlijk nog door de bochten rijdt en vol uitzichten over zee zit.

Zelfs de mensen op de terrasjes zijn niet verplaatst, misschien hier en daar een stoel opgeschoven en soms is een vaste klant er even niet, maar die plek blijft dan ook leeg. Duizenden toeristen krioelen door mijn stad, verplaatsen lucht, maar de stenen blijven hetzelfde, mijn plek op het terrasje is weer door mij gevuld alsof weggaan niets teweegbrengt. Hoe graag  ik ook wegga ik kom steeds weer terug.

Op mijn veertiende zag ik de stad voor het eerst. Dé stad, want er is geen andere, die mijn hart zo stal. Ik was een langbenige Limburgse en die eerste stappen door de straten zijn bepalend geweest voor mijn levensloop. Ik spaarde en verlangde. Ik had de idiootste bijbaantjes en heb wel honderden petticoats genaaid voor de rock en rollers in Eindhoven en omstreken om steeds maar weer naar de stad te kunnen. Tot er in 1983 daadwerkelijk een eind kwam aan verlangen en ik mijn eerste zolderkamer betrok. Wat moet ik vaak lachen om studenten die met een complete Ikea inrichting op kamers gaan, alles moet er zijn, net als thuis. Ik kookte stookte op butagas en de flessen sjouwde ik naar 4 hoog. De bank was nog van mijn oma geweest en het bed twee  pallets en een matras. Wasmachine en douche bezaten we niet. Dat loste ik op door badhuis en wasserette te bezoeken. Wel had ik een tv, lekker groot en mijn Amsterdamse huisgenote en ik keken in het donker van mijn kamertje, samen op het bed, naar het weinige wat toen te zien was. Als we een lamp aan wilden doen, moest de tv uit, omdat anders de stoppen doorsloegen. Waxine lichtjes waren toentertijd nog een luxe verschijnsel, maar wel al onze noodverlichting.

Stukje voor stukje ontleedde ik de stad, in steeds grotere cirkels fietste ik en nam alles gretig in mij op. En nog doe ik dat. Na het feestje van Pom ben ik lopend naar huis gegaan, langs de Weesperzijde, een feestje van groen, bloeiende bomen en het glanzende water van de Amstel. De bruggen en de huizen in het late zomerse zonlicht. Ik adem de slechte lucht in en denk :  Fijn om weggeweest te zijn. Maar thuiskomen is nog steeds een feestje. Ik ben een lopend feestje in deze stad.

 

©Lisan Lauvenberg – Mei 2018

 

Share This:

Geen categorie

oproep door CARTOUCHE – (gérard vromen) – op pom65: ‘blijf mijn jongen blijf mijn liefste buitenbeen – want alleen buitenbeens raak je binnenboord…’

Geplaatst op
door gérard zijn liefste buitenbeen genoemd te zijn – daar ga ik heel graag voor.
cartouche schreef een gedicht voor mij en droeg het voor in 020 afgelopen zondag.
erg dankbaar voor zijn komst – mooie man bijzondere dichter.
hebben we nóg die bregje niet te pakken kunnen nemen gérard –
Buitenbeens
 
Naar buiten naar velden en plassen wilde hij als vént
varen en vissen naar de oost, de natuur van olla vogala-
genade spotten blauwe regen sterappel en pomelo telen
fokken in het wilde weg – bloemen, bos- en kruisbessen
proeven, schatvergarend ongevraagd en zonder schaam
– of weet van leven in kleine letters en tussen de regels –
moest het wel komen tot ongedachte concordantie van
samen leven met haar is draaien, om je as en om elkaar
 
– aanmaak-en vurenhout voor tong en strot –
hoe pijnvol ze dichtschroeiden van alle pijp- en beesterij
de putlucht van bioland – moeras alleen om te bezeilen
mijlenver geen knuppelbrug – een aanhoudend knagen
naar onderkomen, een mansarde, die strenge hospita
in zuid met haar netkous, bontjas en lakhandschoen
en ah die zwarte kuitnaad alsmaar hangende lippen
ja, honden moet je houden en wolven laten huilen
niet verplaatsen, maar aarden met prikkeldraad
 
– die dien je naast je, uit de grond in het hart –
 
doen verblijven, meer hoeft het niet te zijn
een pand, de stad in schrijft de vrouw de man
die hij verjaarde, met stift terug in een cartouche
de dag aaneen in – tegenwoordig en verleden –
delen van woorden, zinnen als ‘je bent erg mens’
en ‘zolang je stilte stuurt’ : blijf mijn jongen
blijf mijn liefste buitenbeen – want alleen
buitenbeens raak je binnenboord
 
– tot in het ongerijmde –
 
nultwintig
(mei 2018, Cartouche)

Share This:

Geen categorie

ABRAHAM VON SOLO over de eerste keer

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

De eerste keer. Het is me wat. De spanning, de stress. De verwachtingen en alles dat erbij komt kijken. Waar begin je aan zo in je jonge tienerjaren? Het grote avontuur. Het is jouw tijd. En je gaat dat allemaal meemaken. En hoe…

 

Deel 232. Revisie

Er kwam een dag dat het ook voor mij zo ver zou zijn. Verkrampt door diverse dwangneuroses en angsten uiteraard iets later dan de gemiddelde jongeman, maar toch nog redelijk op tijd en ruimschoots voor het huwelijk. Zoals bij lastige dingen had ik me er alle mogelijke voorstellingen van gemaakt, om in nadering van het moment dit uiteindelijk weer alles los te laten. De eerste keer kun je uiteraard maar één keer doen, dus dan wil je wel dat het wat wordt. En mijn eerste keer is het memoreren waard gebleken.

Het meisje waarmee ik het voor de eerste keer zou gaan doen had ik bijtijds op de avond opgehaald. Ik had verzonnen dat we naar een vriend van me thuis konden gaan en daar vast wel ‘het’ konden doen terwijl de andere jongens beneden zopen en blowden. Weinig romantisch wellicht, maar als je zeventien bent en de rest van je vriendenkring loopt er al over op te scheppen, dan moet je ook wel. Denk je dan, of dat vertellen je hormonen je dan wel. Het had een zeer middelmatige, weinig memorabele, eerste keer kunnen worden.

Ware het niet dat plan A niet doorging. De vriend waar ik alles gepland had was niet thuis. Als milde autist kun je dan twee dingen doen. Dat is opgeven, alles laten varen en vastlopen, of als een stormram van vlees en bloed een weg vinden die zich niet gebaand weet door vanzelfsprekendheid. De chemie in mijn hersenen noopten me tot het tweede. Het verbaast me achteraf nog steeds dat het vijftienjarige meisje dat mijn vriendinnetje was, me in mijn blinde dadendrang gevolgd is. Het beste plan B dat ik in vijf minuten kon verzinnen was een huis dat onder aan de dijk stond. Een oude pastorie. Daar woonden hippies had ik gehoord. En zoals we allemaal weten zijn die van de vrije liefde. Dus leek het me gepast aan te bellen, alles heel simpel en feitelijk uit te leggen en vervolgens mijn maagdelijkheid eraan op te geven. Lang leve de innerlijke aspergerheid.

In mijn ene hand de hand van mijn vriendinnetje en aan mijn andere vinger de bel. Ik belde aan. Maar er werd niet opengedaan. Nogmaals belde ik aan. En nog een keer. En nog een keer. Tot ik me realiseerde dat ook dit plan B niet van de grond zou komen. Maar de koers waar ik op lag stond niet toe dat ik zou versagen. Samen met mijn meisje slopen we door het steegje naast het huis de tuin in. Ik controleerde of de achterdeur op slot was. Dat was ze. De openslaande tuindeuren waren ook gesloten, maar niet op slot. Met een brute kracht die een dwaas eigen kan zijn rukte ik de deur uit zijn vergrendeling. Ik had zin. En nu ook een opening. We slopen het donkere pand door en belandden op de eerste verdieping. Daar vleiden we ons op de grond en wist ik, na wat onhandig gefoefel, voor het eerst mijn piemel in een echt levend meisje te stoppen. Missie geslaagd. Dat feest duurde een uurtje en toen schrokken we op van een voordeur die dichtsloeg en stemmen beneden. Hoe onwaarschijnlijk het ook moge klinken, de bewoners van het pand hadden alle begrip voor onze daden en nodigden ons uit gerust nog een keer langs te komen. Hippies.

Als ik hier nu over nadenk, is een van de eerste gedachten dat iets dergelijks in deze tijd schier onmogelijk zou zijn. Toen hingen nog nergens camera’s. Meisjes van vijftien hadden nog geen volgsoftware op hun smartphones. Ze hadden sowieso nog geen telefoons. En mensen deden de deur nog niet goed op slot wegens Bulgaarse roverbenden. Daarenbij zijn er natuurlijk ook helemaal geen mensen meer die begrip zouden hebben voor dergelijk buitenissig gedrag. Als ik nu jong zou zijn, dan zou dit allemaal onvoorstelbaar zijn. Het was vast heel saai geweest, want vroeger was alles veel gaver. Mijn dochtertje of zoontje zullen nooit zulke avonturen beleven.

Maar was het vroeger wel gaver? Mijn ouders hun eerste keer was op zolder bij mijn tante waar ze logeerden. Dat is vast heel bijzonder en romantisch, maar leent zich meer voor een gedicht, dan voor een avonturenroman. Mijn opa en oma deden het een keer en konden daarna meteen verplicht trouwen wegens ongeplande zwangerschap. Dat leent zich ook weer voor een gedicht, maar dan een tikkie dramatischer.

Kortom, dan was de tijd waarin mijn eerste keer de kans kreeg, een gouden tijd. De beste tijd ooit. Mijn kinderen zullen dit nooit zo mee gaan maken. Het kan zo niet meer. Die kans is ze ontnomen door onze moderne virtualiteitsmaatschappij. Dat denk je dan. Maar stel nou dat de lijn der generaties zich gewoon voortzet. En wij ons slechts kunnen voorstellen wat onze generatie nieuw is. Dit verheffen tot standaard en referentiekader en daarna op een gegeven moment stoppen met dromen en durven. Bijvoorbeeld als we de nieuwe generatie lanceren. Ja, dan wordt het inderdaad nooit meer beter. Als mijn kinderen dit verhaal ooit onder ogen krijgen, dan zullen ze het misschien wel heel gewoontjes en knullig vinden. Dan denken zij dat ze iets veel gersers gedaan hebben. Iets wat zo gaaf is, dat hun kinderen die kans nooit zullen hebben in de toekomst. Realiseer je dat maar eens, als je morgen weer de broodtrommels staat klaar te maken, je smartphone checkt of naar je suffe kantoorbaan in de file staat.

Eens was ooit. Ooit dat wat nog komen gaat.

Share This:

Geen categorie

pomgedichten feliciteert fotograaf Cees Glastra van Loon: “Passed my exam at Photoacademy Amsterdam”

Geplaatst op

foto: Cees Glastra van Loon

Share This:

Geen categorie

Merik van der Torren op de woensdag bij storm en regen en kokende hitte…. en Mirjam Al: zeg het ik moet het weten ….

Geplaatst op
afgelopen zondag zó vereerd met de aanwezigheid van merik van der torren en sara het hondje natuurlijk en mirjam al op het feestje – beide dichters droegen een gedicht aan mij op en voor –  een terugblik op deze ‘merik op de woensdag’ – dank jullie wel:
.
Voor Pom, 65 jaar
 
Bij storm en regen,
sneeuw en ijs,
kokende hitte
en piranha’s loeren,
 
Bij Rutte en Bos
in de wandelgangen,
door struikgewas,
stuitend op de oeros
en het duister valt,
virtuele spoken lichten op.
 
Dan een bed van mos
met jou en jou en jou
minnekozende eentjes
in het Amstelpark.
 
Stuur ik op naar Pomgedichten
op de woensdag
met pakkende foto
voor de week
 
van harte gefeliciteerd, Pom
en nog vele jaren,
 
 
Merik van der Torren

Share This:

Geen categorie

GEMEND DUO GERRIE (arie&gerdin) met de POMRAP aangekondigd door JOLIES HEIJ

Geplaatst op
goeiemorgen pom
het was een heel mooi feest –
sorry dat ik niks heb voorgedragen, maar ik was niet voorbereid
anderen konden dat veel beter, vooral de rap van arie en gerdin was onnavolgbaar en natuurlijk ditmars ode aan jou
wist je eigenlijk dat hij daarmee ooit bijna de uslam heeft gewonnen?
wat ik maar wilde zeggen: ik heb genoten, dank je wel
& natuurlijk nog vele jaren voor jou en je ega
ps ik heb ook heel leuk met je duitse schoonzoon gebabbeld
hij was bekend met de duitse poetry slam, dat is altijd een pré natuurlijk
hoewel ik nog nooit in berlijn heb geslamd, helaas….
DE POMRAP door een door en door gemengd duo
 
Weest op uw hoede in het bos
want een oude wolff loopt los
weeft zijn web tussen de bomen
hijgend aan de ratrace ontkomen
rijp voor pensioen en niets omhanden
geen enkel roodkapje om aan te randen.
Webmeester webmeester
weef me een web
stuur me een app
dan maak ik een rap…
 
Niet te breken is de golf
van ons aller Webbie Wolff.
Nettentrekker. Dichterspin.
Eén beweging… en erin.
 
Hit me with your laptop click.
Hit me. Hit me.
Tig miljoenen hits heb ik.
Hit me. Hit me. Hit me.
Neem een kijkje. Werp je blik.
Zwiep de highlights op een stick.
Hit me. Hit me. Hit me.
 
In de tuin dreigt geen gevaar
’t wolffje gluurt er steels naar Haar
mijmert stillekens voor zich uit
gisteren was Zij de bruid
en hij de man van tien miljoen
hits die niemand over kan doen.
Webmeester, webmeester
weef me een web
stuur me een app
dan maak ik een rap…
 
Elke Apple, elke Dell
zoekt De Column of De Rel.
Overuren maakt je mouse.
Solo Von, Heij in the house.
 
Hit me with your laptop click.
Hit me. Hit me.
Klik je suf. Riskeer een fik.
Hit me. Hit me. Hit me.
Arbouw, Hest, Ron M. en Kick
kregen hun verdiende tik.
Hit me. Hit me. Hit me.
 
Tijd kan niet anders dan verstrijken
steeds meer verleden om op terug te kijken
onder de kleine pruikenboom
droomt hij vaak dezelfde droom
naast de geurende paarse roos:
niemand is op de wolff nog boos!!
Webmeester, webmeester
weef me een web
stuur me een app
dan maak ik een rap…
 
In de metro, in de trein,
in de jungle, de woestijn,
op vakantie, op het werk,
in de nachtclub, in de kerk…
 
Hit me with your laptop click.
Hit me. Hit me.
Klik de rafels van je brik.
Hit me. Hit me. Hit me.
Confronteer me, zuig of lik.
Ik pareer je dubbeldik.
Hit me. Hit me. Hit me!
 
 
Gemengd Duo Gerrie
Amsterdam, 20 mei 2018

Share This:

Geen categorie

FRANS TERKEN: ‘onder het genot van bjorns muziek en de geur van blookers cacao…’

Geplaatst op

De jaren tellen (voor Pom)

Dat het vandaag geen wedstrijd is
het leven van zondag vroeg uit de veren
voor commentaar en onderweg je dingen doen
– laat het vallen (van opstaan) maar achterwege –

tot ver in het land je stem verheffen
zoals wij hier met de lieven doen
onder het genot van bjorns muziek
en de geur van blookers cacao

niet op afstand virtueel samenzijn
maar tastbaar met trofeeën aangedragen
langs het water van de Amstel
om 65 te vieren, en nog heel veel plus
we houden het niet bij schrijven alleen
zeggen het ook om de stilte voor te zijn
als je het woord voert, groeit het van

het jaar met watersnood tot deze mijlpaal

mag je je koning rekenen in je eigen rijk
je onderdanen door de wolf geverfd
in sprekende kleuren en schone tonen
het is de hand van de meester die je erin ziet

‘kapitein’ van de Pom die blad voor blad leest
en steeds van zich laat horen – bril achteloos
opgezet om de wereld nog scherper te zien
van wat erin leeft en vandaag feest

FT 20/05/2018 

 

 

Share This:

Geen categorie

JAKO FENNEKs wijze raad aan de 65jarige – én DITMAR BAKKER zet de puntjes op hun i

Geplaatst op

 

Bienvenu

Ik ben een oude man
en kan je zeggen hoe
hoe, hoe, hoe het verder gaat
de terugkeer naar het begin
de val in het luchtledige
in het naamloze niemandsland
ze zullen voor je opstaan
hun zitplaatsen aanbieden
ze zullen je troosten
als je je stem verheft, want
je stem zal alles zijn wat zich nog verheft
maar laat je niet kisten
zeker geen kist van zes planken
fiets, wandel door akker en veld
volg de bedding van de rivieren
ga gesprekken met koeien en vlinders aan
ze zullen je snuivend en fladderend toehoren
van vandaag af, Pinksteren 2018
ben je opgenomen in de club der Wijzen
Bienvenu mon vieux Pom

 

Jako

 

 

Pom, liefste,

We zien elkaar straks—en het wachten valt zwaar. Wat is er wachtende—dan het schrift? Ik hoop maar dat eventuele lezertjes zelf de mop in regel twaalf hebben kunnen oplossen. Giacomo, ja, kom, o…en ‘bezetter’ schijnt te betekenis te zijn van betreffende voornaam—ongeveer, in elk geval. Het stond te ver van de tekst af om de finesses na te zoeken, want van een bezetter is in de brontekst geen sprake. Waarvan dan wel?

Een belletje (Campanella) in de vorm van een squilla (belletje), die ook weer inktvis of octopus betekenen kan. Het zal aan mij liggen dat ik daarbij meteen weer denk aan de vele ledematen waar het beest mee graaien kan—het sonnet gaat nog steeds over de liefde. Alles resoneert en speelt met elkaar. Laten we het eens overdoen:

27 – TEGEN CUPIDO

Zo’n drieduizend jaar klampt dees aard zich reeds vast
aan amor met vleugels en pijlen—eerst blind,
thans doofgeraakt: ’t lijden dat mensen verslindt
negeert hij, geen zorg of gena in zijn bast; 

een vrek in het bruin die naar rijkdom slechts tast,
niet langer een naakt en rechtschapen, trouw kind,
maar ’n oude vent—leep. Gouden pijlen? Nu in ‘t
bestel men pistolen gebruikt, lijkt ’t gepast

te werken met sulfur en lood, vuur en donder
die helser verminken dan pest zelfs ontvleest;
verduist’ren en doofmaken ’t happigste brein.

Mijn klepel klinkt schallend, ja kom, o, dragonder;
“geef op, geblesseerd, doof, verdorven blind beest,
van wijslijke liefde, in zielen steeds rein.”

Kleine wijzigingen die een mondo van verschil maken en de ambiguïteit die we toch ook weer—mijns inziens—in dit werkje vinden, naar voren halen. Het maakt de tekst niet per se mákkelijker leesbaar, maar wel beter—en laat zichzelf zo bovendien lenen voor herlezing. Overigens mag die Thiefenthal, als je dat zo schrijft, de Larousse of een ander fijn naslagwerk erbij pakken voor wat betreft zijn douleur dat geen ‘verdriet’ zou kunnen behelzen: klinkklare onzin. Enfin—een andere kwestie en de l’eau sous le pont. Het vertalen van locale hypermarchéfolders is nu eenmaal andere koek dan Aragon—maar ik dwaal af. Neem regel één!

Mondo is wereld. Wil ik niets vanaf doen. U zult met mij eens zijn dat ‘aard’ in dit geval haast zo goed voldoet? Neen, zeg ik: het werkt béter: de onduidelijke precedentvorming in het origineel laat zich immers niet aan een vrouwelijke ‘wereld’ (waar Van Dale tegenwoordig kies een ‘m’ tussen haakjes bij zet—maar op die manier smokkelen willen we niet; een verkeerd soort tweeslachtigheid) koppelen met haar ‘hij’ in regel vier—enkel aan amor, die de gemiddelde lezer met wat fantasie nog wel koppelen zal aan de ongrijpbare ‘liefde’, als aan de brenger der liefde & boodschapper gods. Eigenlijk weet men pas door ‘hij’ in regel vier zeker dat eerder de laatste, Cupido, bedoeld wordt dan de ongrijpbaarheid (en vrouwelijkheid) van liefde. Maar dáár is lezer dan—en dan moet deze of gene alleen nog uitvorsen of met ‘hij’ nu Cupido bedoeld wordt, of ‘dees aard’, die naast ‘wereld’ natuurlijk ook nog verwijzen kan naar de aard van een persoon, of, ruimer: de mensheid in het algemeen! Dit terwijl toch al niet duidelijk was wie nu precies bevleugeld was en een pijlenkoker droeg—Cupido, nemen we dan maar aan, niet? Het zou allebei kunnen in die vervelende grammaticale constructie. En zo blijven we heen en weer switchen voor wat betreft de betekenis van het geheel: gaat het over die oude liefdesgod, over de mens in het algemeen…of ons aller Thomas?

Zelfs dat laatste valt te verdedigen—de bruine monnikspij (de lokale mensen van belang droegen zwart en eigenlijk alleen zwart in die tijd—een reden die ertoe leidt dat Miz Roush er ‘gewoonlijk in bruin’ van maakt en die homosuele Engelsman voor een onbestemde donkere kleur koos), het feit dat hij misschien al over de dertig moet zijn geweest toen hij het werk componeerde (toch al vrij oud, en een overdrijving is Thomas niet vreemd, hè, Thomas?), we zouden alleen die gouden pijlen metaforisch moeten behandelen—maar dubbele bodems zijn ons allang niet meer vreemd als we de sonnetten uitpluizen.

Het derde stanza is immers zo cryptisch: de bestanddelen (wat heb ik me de kop gebroken over het verschil tussen zwavel en sulfur, om tenslotte toch maar sulfur te laten staan) van een pistoolschot vinden we allemaal terug, maar die blijven zo lastig te koppelen aan Cupido (volgens Miz Roush is Cupido weleens met een kanon getekend—het zal en alles is gedaan). Het kán wel, met wat fantasie en humor, door het samen met die gouden pijlen op te lossen: weg met vleierij & naar de mond praten, enter de vechtlust! Dat Thomas die had, wist u immers al of u heeft niet goed opgelet onderweg hiernaartoe. Een stukkie weerbarstigheid, een stukkie maatschappijkritiek…Cupido die met scherp schiet? Who knows, maar we kunnen het er tenminste allemaal in lezen.

En, Pom, natuurlijk hoort Godsbesef thuis in de tekst—Thomas priegelt het er in de laatste regels in. En laat door zijn Cedi in regel dertien elk vertaler koppijn krijgen—het opgeven van alles of uitventen (‘opgeven van’) werkt tweeërlei in dit gedicht. Buigen, bekennen—we houden het maar op opgeven voor nu en laten het wringen—perfect is schaars. Of we nu zowel de liefde voor God als de mens—man of vrouw?—naar bovenhalen of het teveel laten wringen—perfect is schaars en suggesties welkom. Ook voor de squilla en de campanella overigens.

Enfin & rats met de pet, de cirkel weer rond: ‘reeds’ uit regel 1 hebben we dan maar een stukkie verplaatst en het gissende “zo’n” toegevoegd om er geen tautologie in te zetten. Oppassen blijft het. Overigens hebt u niet veel nodig bij het maken van zo’n vertaling: twee etymologische, twee rijm-, twee Italiaanse en een synoniemenwoordenboek is eigenlijk alles wat u noodt—en duiding. Soms zoek ik niet eens elk woord op in het Italiaans woordenboek en vertrouw ik voldoende op Miz Roush (die desambigueert—foei!) en die homosuele Engelsman (die rijmt, en zo nu en dan dus wel iets moet weglaten) voor wat betreft de betekenis van een woord—maar je gaat het schip in, daar zij allebei Cupido wilden knechten. Cupido knecht ons—behalve misschien wie rein is van ziels: die wijslijke liefde in God en God alleen weet: hou toch op, Cupido. Nee? We doen ons best.

Dag Pom, een zoen vanuit Leiden,

D.

 

Share This: