Geen categorie

PIERRE MARECHAL in 2011 op pomgedichten te midden van willem adriaans, de dames De Clercq (Helena) en Malinka (Amanda, Westerhuis (Ria) en Heij (Jolies), Miranda Mei, Reisig en de heren roop, kok, de jong, terken en fennek, veen en lerou

Geplaatst op
Gedichten : WILLEM ADRIAANS wint de enig echte virtuele ja/neelouzie trofee op pomgedichten
Gepost door Pom Wolff op 2011/3/6 6:00:00 (1115 keer gelezen)


zie hier links de dichter willem adriaans. de winnaar en zijn vreugdedans,
geïnspireerd door residentiedanser tom zinger – op de voorgrond erwin troost

ook deze week zien we af van de cijfers tussen de 10 en de 100. twee gedichten sprongen eruit. twee juwelen. die van helena de clercq (zilver) en die van willem adriaans (goud). willem en helena gefeliciteerd. alle dichters mijn diepe dank. in het commentaar ligt de waardering verscholen en de verantwoording waarom uw gedicht vandaag niet werd gekozen tot gedicht van de week. als goede derde kies ik EVA LIBRA. eveneens mijn felicitaties.

ROOP en MIRANDA MEI schreven prachtige gedichten maar raakten een ander thema aan – de geile slotstrofen van Amber-Helena Reisig staan als een huis. ik verkies het gedicht van willem boven het gedicht van helena de clercq omdat het thema jalouzie niet schrijnender en zwarter ook niet korter kan worden verwoord. willem houdt het bij zichzelf waar helena nog nageniet. uiteindelijk smaakt het haar wel.

LE SACRE DU PRINTEMPS
(een medicijn tegen jaloezie)

Mannen
Allen wervelend om haar
Allen hopend op dat ene gebaar
Dat de pijn van hun verlangen weg zal nemen

Mannen
Zich wentelend om en om
Zich badend in de zon
Van haar begeerde tederheid
Verterend in het vuur
Van hun eigen passie

Allen
Rollend
De steen als Sisyphus
Allen
Reikend naar de druiven
Als Tantallus
Allen gedwongen
Te dansen
Op het onblusbaar ritme van
Het lenteseizoen

Als straf
Voor de misdaad
Van het geboren worden

Als man

Willem Adriaans

alles en allen leidend naar die genadeloze laatste vier regels. mooier kan het thema niet gevangen, bitter is het woord niet eens, het is bitterder maar dan opgelost en voor eeuwig onaanvaardbaar. hier geen steentje in het water – vier zweepslagen aan het einde van een gedicht. getekend deze willem adriaans. een meester in de weergave van een gevoel waarover veel boeken vol geschreven zijn. willem heeft 11 woorden nodig, vier regels. het is moeilijk om dit gedicht niet te laten winnen.

nu al inzendingen van de dames De Clercq (Helena) en Malinka (Amanda), Pierre Maréchal na het carneval, Frans Terken ook niet mis, Miranda Mei legt de liefde uit, inzendingen van de kanonnen Roop, Josse Kok en Martin M.A. de Jong, Willem Adriaans wijzigt inzending – het is tijd voor een medicijn, Eva Libra met haar ‘dit was het dus’, Max Lerou op de fiets, voorts nacht inzendingen van de dames Westerhuis (Ria) en Heij (Jolies) – ze hoeft hem geen meneer meer te noemen -, Jako Fennek haalt nog even genadeloos uit, op de valreep Robin Veen, Amber-Helena Reisig. de wedstrijd is gesloten.

is het van de llllliefde de jalouzie zoals de zangeres zingt. waar zal ze vanavond zijn, wie zal haar veroveren, door wie laat zij zich? ligt ze straks in het bed waar je ook in gelegen hebt of ligt ze nu in zijn bed – met wie – u kent het gevoel wel – of anders maar toch hetzelfde – waar is hij? denkt hij dan helemaal niet meer aan mij. hoe zeer de stilte. laten we deze week elkaar tot troost zijn. die kruipende alles beheersende buikpijn met elkaar delen. dat het ook weer over gaat. dat we daarin niet alleen zijn. het zal vast weleens tot poezie hebben geleid. de verwerking – de ontkenning, de woede, de berusting. ja/nee louzie het thema. insturen tot zondagmiddag 12.00 uur. geen lappen.

we zeiden gewoon ik houd van je
we luisterden hans verhagen
we zaten op een kleedje en stopten doekjes terug
in opengelegde schedels

mijn god ik heb gedaan
laat me sterven laat me gaan
maak genadeloos mijn einde aan
zoveel gedragen maar jou verliezen

pw

Vrolijk

een roos, ik kocht ze
maar thuisgekomen bij mezelf
was ze geknakt

Gepeinzen

dit is een vruchtbare nacht
zwaar hangen mispels
maar de bomen lossen ze nog niet

eerst moet het verlangen komen
naar verrotting
naar vergaan
naar de smaak daarvan

Helena de Clercq

in het zogeheten ‘gepeinzen’ hier in een paar eenvoudige regels het hele pijnlijke proces van loslaten neergelegd. het is werkelijk prachtig – een spoorboekje voor ons allen – zo deed deze helena dat dus met der lovers. een opwekkend verlangen naar verrotting en vergaan en dan maar proeven. een wijze levensles. en het is allemaal van de natuur – ik houd van dat diepe doordenken als het er niet te dik bovenop wordt gelegd. een bijna volmaakt gedicht. de vileinheid goed gedoceerd en neergelegd in de laatste woorden ‘de smaak daarvan’. herkenbare beelden ook, bomen, welja meervoud – de een na de ander – mispels – en vruchtbaarheid. nee leven van dichteres is niet voor niets geweest – er werd wat afgeleefd om tot dit gedicht te kunnen geraken. is ze ook nog vrolijk. een zeer manonvriendelijk gedicht de slotconclusie.

de ballen

jij bent zo lapjeskat
waar je jezelf mee blijft openhalen
genoeg poezen loeren

de dierendokter is onderweg
zij mag op mijn lege stoel gaan zitten
het mes ligt al klaar

ik snij me er niet meer aan

© Amanda Malinka
http://www.youtube.com/watch?v=-RWEseP-ouk

een beeld waar ik moeite mee heb. (lapjeskat – openhalen) . ‘de ballen’ denk ik betekent hier gegroet en wegwezen. misschien is het een misverstand om een afrekening in een enkelvoudig rammelend beeld te promoveren tot poezie. voor een poëzielesje op de 85ste montessorischool hebben we met deze eerste twee gedichten prachtig lesmateriaal. waar helena passend en geraffineerd een gelaagde afrekening opbouwt aan de hand van natuurbeelden eindigt dit tekstje in een volkomen oninteressante vaststelling – een pijnlijk getroffen ik-persoon laat ons iets weten waarin we helemaal niet geïnteresseerd zijn. zie daar de laagste trede op de trap van de poezie en bij helena bijna de hoogste. ja je moet inderdaad een heel slecht mens zijn amanda om goede poezie te schrijven. je moet nog even voort.

Stratumseind 16 november 2009

Maandagochtend,
halftien
Eindhoven, stratumseind
Het miezert
het sombert ’s lands
bekendste uitgaansstraat
De straat opgesierd:
Etenswaren, braaksel, glasscherven
…..voorbijkomende slaapdronken
jongeren, duf of verdoofd,
hardop
zichzelf toesprekend, schreeuwend
niet te stuiten…
Tussendoor enkele mannen
in plasticregenpakken
snel doorfietsend
Zoef, zoef…

Veel bouwvallige vunzige
gevels langs het eindeloos lijkend eind
Uitwerpselen van foeragerende;
nu kan ‘t en koerende
stadsduivenfamilie naar de aard
van deze straat
Kroegdeuren gesloten, wegstappend
voor doorkomend vrachtvervoer
of andersoortige weekendresten
Een gekleurd, waarschijnlijk
onderbetaald team maakte zich klaar
om de straat schoon te spuiten.
Het geld is binnen, de onkosten
minimaliseren
de gang van zaken
’s maandagsmorgens uitgaansstraat
stratumseind
onaantrekkelijk om er te vertoeven.

Pierre Maréchal 16-11-2009

een typisch mannengedicht zou Maria van Dalen concluderen. mannen houden van opsommingen. het thema jaloezie is ver te zoeken en hoe ver je ook zoekt je vindt het niet. resteert die maandagochtend in die afgeleefde straat die vanavond vol karnaval zal zijn. nogal uitgeschreven de beelden. een gedicht van een stadsdichter die ons de andere kant toont van disko glitter en jong rumoer. je moet ook in de nacht dansen pierre met mooie meisjes dat is poezie. haar braaksel en het maandagochtendcondoom zijn van de wereld. op stratumsend ga je aan de wereld voorbij. daarom was ik er zo graag met haar. buiten het thema geen punten.

Mannen van leeftijd
(voor j.h.)

Het is de groene waas over de bomen
eerste stralende voorjaarszon wippend over de dakrand
dat hij om haar hand komt vragen
maar het is afwachten blazen – hoor het de dichter zeggen –

zij weet nog niet met wie ze haar hand
haar ganse lijf wil delen zoveel mannen – zoveel leeftijd –
belagen haar met aandacht bedelen in rotten van
drie (steeds meer dan een teveel) draaien zij

om haar heen hunkeren naar een liefde-
volle blik hopen het vocht van haar glinsterende
ogen te mogen drogen de zilte tranen van alle jaren

niet die gelooide rimpels in elk aangezicht
nee de strakke huid van de jongeling onder haar
washand een jong lid dat zij van binnen begeert

Frans Terken 05032011

een beschouwing. dat mag gezegd. geraffineerd opgezet – van het verhevene tot aan het washandje. een lekker ordi washandje. waarom moet ik hier toch aan jolies heij denken? toch klinkt de weemoed van de dichter door in het gedicht, in de beschrijving – ‘zoveel leeftijd’ – hier spreekt het inlevingsvermogen een handje mee. er wordt in stilte wat afgehunkerd als de lammetjes weer huppelen in de wei. het is van alle leeftijden, van alle tijden, van alle leven. alleen helena is zo ver dat zij nog slechts verlangt naar de smaak van vergaan en de verrotting. dat de hoofdpersoon er in dit gedicht een handje van heeft om haar aanvankelijke onwetendheid snel van zich af te spoelen is wel duidelijk. het gedicht is nog niet afgelopen of ze ‘legt’ alweer te neuken. wie is j.h. toch? ik las eerst Jn.

alles wat ik wens

ik gooi met woorden
keil ze over het water
waar ze vier keer opspatten
in het ritme van
ik hou van jou

ik voel je schrik
in kringen wegebben
je begrijpt niet wat ik zeg
maar het is dat
of een naam noemen

in de stilte na het zinken
zien wij op de bodem
de stenen in een ster
hoe anders kun je
liefde uitleggen

Miranda Mei
http://mirandamei.web-log.nl

betoverende eenvoud. miranda aan het water – het steentje spat vier keer op. ze houdt van hem. het thema moet hier wel ingelezen worden. eigenlijk is het meer van het verlangen dan van de jalouzie. ja ik wil – een vrouw die zo voor MIJ schrijft. kristalhelder. het moet wel een boer zijn miranda die het niet begrijpt. dat heb je daar in Friesland. laat die boeren hun vrouw zoeken tussen het roodbont. laten ons dichters het water. soms leek het op leven, soms zelfs meer. een heel verhaal om duidelijk te maken dat ik van deze eenvoud houd maar dat het thema hier niet door mij gevonden werd.

het is soms zo druk in mijn hoofd

kijk haar daar met dat
korte rokje ze belt
en zegt dat ze denkt
dat leiden nadert
en zij er bijna is
we zullen wel zien

of dat meisje
met die navel
zachte buik en
hoge borsten
ik heb het
op haar heupen
ze lacht
nog

kijk ze lopen
allemaal zo mooi
en mij zien ze niet staan
toch zal ik ze krijgen

ik ken ze toch
hun huizen hun dagen
het zijn de mijne

en er komt een nacht
met een maan als deze
dan breng ik hun vlees
en de zonde tot zwijgen

Roop

ook hier hebben we een liedje van verlangen weliswaar in roopse bewoordingen. de ‘hoge borsten ‘ verdienen een eervolle vermelding. meneer heeft stevig geobserveerd dat mag geconcludeerd. het ik – mooi getransformeerd tot een ik die in ons allen huist. dat hij het op haar heupen heeft – weer een eervolle vermelding – is hem gegund.
van het ene naar het vele in strofe drie heeft iets van veel zaadophoping leidend tot de kiloknaller in de laatste strofe. had de dichter het thema nog getroffen het gedicht zou zeker in de top drie zijn geëindigd. ga ook eens aan het water zitten met miranda mei – het advies.

Vervangen

de overbuurman voor een huis
van nimmer uitgewoonde Polen
een vale herdershond voor
een wat jongere, vertoonbaar

de rammelende banken voor
karakterloze zetels
overvolle uitgaansnachten
voor een afgesleten ochtend

de deuken in mijn kussens
voor een onbeslapen ruimte
waar de as zich langzaam stapelt
tussen uitgedrukte peuken

jouw ogen voor de lange droom
die ik me niet herinner
warrig hangen nog wat kleren
ongedragen staan ze killer

hoor het bulderen op straat
van alle opgepimpte versies
die zich niet beseffen dat ze
binnen maanden zijn vergaan

maar liefde kolkt langer
in de hoofden van geliefden
dan het wrange kan verdoven

vervangbaar is zij niet

Josse Kok

hier is wel heel veel ‘voor’ gezet voordat de boodschap doorgegeven wordt. de eerste drie strofen kunnen me gestolen worden. het gedicht neemt met strofe vier een aanvang. en dan blijft er toch te weinig over.
strofe vier veruit de sterkste, veelbelovend – maar dan lezen we een veel te snelle en gezochte overgang van het ene naar het te vele in strofe vijf, – en waarom zou wat opgepimpt is al na enige maanden vergaan – welnee dat kan nog jaren mee.
de te plotselinge stelling in de zesde strofe sluit een niet uitgebalanceerd geheel af. en de jalouzie is nauwelijks zichtbaar of niet aanwezig. in de jalouzie herinner je haar ogen in elke ’opgepimte versie’.

Finita la Commedia

Met wie ze het doet, hoe vaak en hoe, dat vraag ik vrijwel
iedere dag aan mijzelf en onze Vader. Het lijkt hier nondeju
de hemel wel waar iedereen met iedereen op wolken ligt.
Stil zal het er in ieder geval niet zijn. Ze heeft een kind

gedragen al. Een kind uit een ander deel van de wereld.
Een ongeluk dat haar overkwam, ze had er niet over na
gedacht, het was zoiets als tussen ons, ineens lig je tussen
de lakens door te denken aan de toekomst en dan blijkt

het nu alweer verleden tijd. Ze blijft maar zwijgen als
ik schrijf. Wanneer ik sonnetten post in flessen, haar
geest ontkurk en proost op haar gezondheid. Troost?

Vertel mij niet dat er iets beters is dan deze zieke hel.
Ik mis haar handen in mijn haar, haar hart dat klopt
zoals het mijne doet. Dat is het goed: ik mis haar.

Martin M.A. de Jong

hmm. ook hier moeten veel eervolle vermeldingen de deur uit. ‘een kind uit een ander deel van de wereld’ een prachtig metafoor zomaar op ons bordje. de koppeling in EEN regel van de toekomst aan de verleden tijd is zonder meer een staaltje dichtkunst om stil van te worden. dat ze zwijgen blijft in zijn zieke hel en dat er toch niets beter is dan dat raakt het thema in de kern.
hoe hij haar handen mist in zijn haar. laat me wenen heer. maar toch mijn vingers jeuken. in strofen 2,3, en 4 moet veel geschrapt wil de schoonheid niet verzuipen in waar we net niet op zaten te wachten. en het mag nog wel iets geraffineerder. als de heer wordt aangeroepen in strofe een mag hij nog wel een functie hebben verder in het gedicht – anders is het zo een losse flodder – die Hij toch al is.

Dit wás het dus

Ik omarm je met mijn ogen,
ik omhels je met een kus.
Verder lijkt er niets te mogen.
Dit wás het dus?

Woorden die er niet om logen,
zinnen uit een andere tijd.
Alle liefde weggevlogen?
Ik ben je kwijt!

Niemand valt wat te verwijten?
Alles komt zoals het komt?
Bijlen doen een houtblok splijten
en gevoel wordt afgestompt.

Ik omarm je met mijn ogen,
ik omhels je met een kus.
Verder lijkt er niets te mogen.
Dit wás het dus!

Eva Libra

Eva’s eerste inzending voor de zondagochtend wedstrijd. en wat voor een. de woorden klinken als een liedje. de eerste en de vierde strofe van vraagteken naar uitroepteken. normaal houd ik niet van rijm maar hier wel. dit is een liedje. de bijlen net iets te geforceerd het gedicht ingetrokken voor het rijm maar verder is alles rond. dit was het dus – het onmogeljke bestreden met eenvoudige woorden die de pijn laten voelen. in liefde verlaten. het hele proces in eenvoud geschilderd – de ontkenning, de woede en de berusting. en door alles heen schreeuwt het gedicht de lezer tegemoet. mooi.

piet pelle en zijn gazelle – gedicht voor een rijwielhersteller

de band is nu echt
onherstelbaar naar de kloten
plakken gaat niet meer
daar kan ze ook niet tegen
met haar allergie voor lijm

ze kan veel uit blik verdragen
en lijm is dan wel vluchtig
maar je zit al snel met de restanten

het doet haar denken aan gestolde tijd
daaraan heeft ze sowieso een broertje dood
er is toch al geen beweging in te krijgen

©ml

strofe een is helemaal goed. het blikje kan ook nog net maar dan glijdt het gedicht weg. de openingsstrofe verdraagt geen invoelend vermogen verderop. hier moet worden afgerekend. de band is naar de kloten dan gaan we ons niet inleven ja – zou dichteres groet krijsen – en ik heb haar wat horen krijsen. elke week moest ik weer over een lijk stappen op de stoep beneden voordat ik voor koffie aanbelde in de tweede jan van der hel straat 44 B drie hoog voor. op een gegeven moment houdt het echt op max. allergie voor lijm – we kunnen niet steeds maar begrip op blijven brengen voor de medemens. als er een gat in zit en ze het plakken ook al niet meer toestaat dan is het echt tijd voor een nieuwe binnenband.

meedogenloos

tot over mijn schouder kijk je
naar wat er achter me ligt

als ik me argeloos omdraai
treft je vuist mijn gezicht

bij het vallen
zie ik nog haar vormen
die jij niet wilde afstaan

ik had voor minder kunnen gaan
haar navelpiercing schittert nog

als je knie mijn ballen beukt
weet ik dat ook zij
je dit zal kwalijk nemen

jako fennek

ingewikkeld tafereeltje met drie personen. er worden ballen gebeukt. alles net te nadrukkelijk in beeld gebracht tot en met de titel. ik weet niet of deze tekst op de lach mikt – de poezie is in ieder geval ver te zoeken. minder geslaagd en nogal pijnlijk lijkt me.

Als groupie was ik niet
in de wieg
lag jij nog
toen ik er de leeftijd
voor had
maar later op je bed
gezeten
had ik moeten
toeslaan

maar hij was erbij
hij, die een week
daarna verjaarde
me naar boven
droeg als cadeautje
waar jij met
donkere dame
wit weg snoof,
een wijle later
mijn lippen
op de jouwe
ijs smolten

maar zij
altijd zij erbij
slaan wilde ik
haar
volle vuist
op mijn gezicht

Ria Westerhuis

ook een ingewikkeld tafereeltje, een vier of vijfhoeksverhouding. en er wordt ook stevig gemept. het is dat zij geen ‘ballen’ heeft zoals Jako zo zorgvuldig de zijne formuleerde. ik houd het bij de formulering die ik ook bij Jako gebruikte: ik weet niet of deze tekst op de lach mikt – de poezie is in ieder geval ver te zoeken. minder geslaagd en nogal pijnlijk lijkt me. kan er geen uitwisseling drenthe – Zwitserland tot stand worden gebracht. probeer het samen eens. en vergeet de boksbeugels niet.

zondags pension

we zijn aangekomen in het stof
dit hemelbed voor parasieten
alle sporen zijn uitgewist
en de muren worden almaar dikker

liefste we knippen harten als plakplaatjes uit
en spelden ze op luchten van crèpepapier
we prikken gaatjes in onze handen
likken het bloed van onze geslagen voetzolen

we zwerven door uitgewoonde kamers
schrijven onze ademhaling op de ruit
reiken naar vreemde handen
tekenen een kruis op het voorhoofd

de portier zwijgt in alle talen
nooit was mond meer op mond en huid aan huid
en ik hoefde je geen meneer te noemen
er was niets om voor te blijven

niets om van te houden alleen
steen tot dons te strelen
hooguit in barsten in de tijd
kunnen we elkaar soms vinden

Jolies Heij

ergens iets van de lust bespeur ik, mooi gezegd mond-mond huid-huid en dat ze hem geen meneer meer hoefde te noemen – nee dat hoeft dan niet meer he. waarom Jezus christus zo nodig van stal moet worden gehaald om een titel te rechtvaardigen – is toch een beetje te ver gezocht allemaal. typisch een gevalletje van oppimpen. ik las het liever zo:

zondags pension

we zijn aangekomen in het stof
dit hemelbed voor parasieten
de portier zwijgt in alle talen
nooit was mond meer op mond en huid aan huid
en ik hoefde je geen meneer te noemen

er was niets om voor te blijven
niets om van te houden alleen
steen tot dons te strelen

Jolies Heij

PRUIMENBOOM

Hoe de bloesem ons verraste,
het zonlicht door de schaduw drupte.
Hoe wij de vruchten plukten.
Hier waren wij geworteld.
Deze boomgaard.
Deze boom.

Hoe jij het tuinpad veegde.
De laatste bladeren in je haar.
Hoe je naar de takken keek
toen hij gewetenloos de jaarringen doorkliefde.

Robin Veen

een gedicht met meerdere interpretatiemogelijkheden. op een mooie manier zeggen dat ze er vandoor is met een ander – is er een van lijkt me. zelf had ik haar mooi in die tuin gelaten met der schoonmaakwoede en al dat gebladerte op der hoofd. (voor de jordanezen onder ons: op der harsus)

de vervanging

het is zoals het feest waar je bent
en denkt onder dezelfde hemel
hetzelfde geraas het gelal
ben ik alleen en wacht

er is een terrasstoel
in de winter alleen voor mij
en om me heen de mensen
waarvan ik denk
ga je met haar mee

ik heb je verboden
te praten met haar te kijken
naar haar of anderen
ieder meisje is een eenling
voor mij de vervanging

soms wil ik naar je toe
waar je bent

soms wil ik kijken hoe je
haar verleidt soms wil ik
je ogen omdraaien je oren
dempen – je zaad deppen

soms wil ik je verliezen
in een menigte en je terugvinden
op dat feest alleen om je
gevonden te hebben keer op keer

Amber-Helena Reisig
http://amber-helena.blogspot.com

een erg verleidelijk gedicht. je stelt je een jonge dichteres voor die dit gedicht op een afgelegen plek in je oor fluistert. doe die laatste strofe nog maar een keer lezen. zeg je dan. ik verstond je niet zo goed. en doe die voorlaatste ook nog maar een keer. en die daarvoor – die 2 regels ook – heel mooi. het woord vervanging mag wel vervangen worden. de laatste drie strofen werken heel goed. de eerste drie zijn overbodig. zowel in poetisch opzicht als waar het de verleiding betreft.

Share This:

Geen categorie

vannacht is Pierre Maréchal overleden – dichter – organisator – inspirator – eindhoven rouwt

Geplaatst op

vannacht is Pierre Maréchal overleden – cartouche spreekt over droevig nieuws uit eindhoven.  ik ken pierre als een gedreven man – altijd op weg in de poëzie – ik geloof dat  ik hem het eerst in kraaij en balder HET poëziecafé in eindhoven in het strijpse heb ontmoet. een zachtaardige man. hij dronk wel veel ooit – later minder. pomgedichten wenst de familie veel sterkte – eindhoven heeft vandaag poëzie verloren.

 

 

 

Share This:

Geen categorie

VON SOLO – ‘Noem het liefde’ van Daan Heerma van Voss. Een tenenkrommend boek – het voorbeeld van de generatie ‘Amsterdamse jeugdclique met zilveren lepeltjes in de muil, die nooit hoeven werken, eindeloos sabbaticals en tussenjaren nemen, leven op geld van paps en mans, allemaal DJ, columnist of presentator zijn en in een soap spelen en die vooral ook de rangen en verduisterende gordijnen van hun eigen Grachtengordel-Oud-Zuid-droom gesloten houden’

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Meer dan twintig jaar geleden bezocht ik voor het eerst Mallorca. Mijn enige reden om dat te doen was dat een oude vriendin van me er woonde. Seks was de achterliggende drijfveer. Of tenminste de hoop daarop. Die hoop werd gedeeltelijk, maar niet duurzaam ingevuld. En wat doe je dan als je op zo’n eiland zit? Je gaat op zoek naar drugs…

 

Deel 298. Onverschil

In die tijd was dat voor mij hasjiesj. En laat het nou zo geweest zijn dat me tijdens een rondrit door de stad door mijn vriendin en haar nieuwe vriend de ‘barrio chino’ was getoond. De ‘dievenwijk’. Een oud vervallen stadsdeel dat intussen naar schijnt niet meer bestaat. Uiteraard met het dringende advies hier geen heil te gaan zoeken voor wat dan ook. Ik zou daar niet levend vandaan komen als ik me daar onbegeleid begaf. Maar gezien ik overdag alleen doorbracht, gezien mijn gastvrouw uit werken was, zag ik mijn kans schoon toch wat te gaan ‘scoren’.

Die kans zag een ander jonge man vorige week ook. Hij had om vier uur in de nacht na het uitgaan nog de behoefte aan cocaine. En zo gewoon als dat is, laat je je dan door een wildvreemde naar de zigeunerwijk rijden voor drugs, met je zakken vol geld. Vervolgens heb je de pech dat je een klap moet vangen en je fysiek net een afwijking heeft, waardoor dit je dood wordt. En niet gescoord, en geld weg, en einde leven. Game over. Wel RTL shownieuws, want de jongen bleek iets met films te doen in het Amsterdamse circuit, Incrowd dus. Dan wordt je betreurd. Vooral veel getreurd, veel onbegrip en yoga op het einde. En coke waarschijnlijk.

Mijn scoringsdrift daarentegen bracht louter slecht versneden hasjiesj die de delicate smaak van autobanden droeg. Dat had me toen ter tijd vijfentwintig gulden gekost. Verder weinig strubbelingen. Het was wel spannend. Op de fiets naar de ‘barrio chino’. De fiets op een veilige plek op slot zetten. Een ongure kroeg zoeken op een pleintje. In steenkolen Spaans een loopjongen aanspreken. Niet meer geld bijhebben dan je wel uitgeven aan dope. Niet meelopen de kroeg in. No comprende. Geld meegeven. Wachten op een hoekje met uitzicht. Binnen een transactie zien. Je loopjongen zien terugkomen. En adem blijven halen. Rustig weglopen en als je de hoek om bent een luchtsprong dat het gelukt is. And he scores! Levend en kickend. Mijn vriendin was woest, omdat ze mijn actie als zeer driest beoordeelde.

Beide situaties zijn uiteraard niet zonder meer vergelijkbaar. Andere tijden, andere omstandigheden. Wel beiden aspiraties in de filmwereld. Hij monteerde toen hij stierf. Ik droomde nog slechts toen ik scoorde. En toch ben ik van mening dat het verschil in uitkomst zich bevindt in details. En vooral in een stukje onverschilligheid dat het verschil kan zijn tussen leven en dood.

Onlangs las ik het boek ‘Noem het liefde’ van Daan Heerma van Voss. Een tenenkrommend boek over een filmregisseur met een quarterlife crisis, die zich verliest in de liefde voor een bakvisje, om zo zijn eigen manier het trauma van het verlies van zijn ouders te verwerken. Wat me mateloos ergerde aan het boek was de opeenstapeling van stommiteiten die de hoofdpersoon zichzelf quasi bewust liet ondergaan. Het was voor mij het voorbeeld van de generatie ‘Amsterdamse jeugdclique met zilveren lepeltjes in de muil, die nooit hoeven werken, eindeloos sabbaticals en tussenjaren nemen, leven op geld van paps en mans, allemaal DJ, columnist of presentator zijn en in een soap spelen en die vooral ook de rangen en verduisterende gordijnen van hun eigen Grachtengordel-Oud-Zuid-droom gesloten houden’ Een beetje als de zoon van Isa Hoes. Maar ja, kun je die dat kwalijk nemen met zulke ouders? Kortom, een voorbeeldsoort mens dat leeft in een maakbare realiteit. Waar succes een keuze is en ga zo nog maar even voort. In mijn optiek mensen die erg ver weg staan van zaken als zowel leven en dood. Vermoeiend navelstaarderig hedonisme. Maar het kwalijkste is, dat het een voorbeeld lijkt te zijn voor een hele generatie en zichzelf.

Maar soms kost het je dus soms wel je kop. Ik durf zelfs te beweren dat als die jonge man wat voorzichter en realistischer was geweest, hij nog geleefd had. Om vier uur in de nacht met veel geld en een dikke huurauto en de flair van een doorgesnoven sprookjesprins die het toverpoeder als bijna ziet komen op de zilveren schalen, jezelf begeven in de realiteit van een armoede en misdaad en dan hopen op vervulling, dat is bijna een scenario van Tim Burton te noemen.

Mijn eerste literaire mentor was Hemingway. Een hopeloos depressieve alcoholist. Maar met een strakke schrijfstijl en goede levenslessen, opgedaan tijdens trektochten en oorlogstijd. In één van zijn verhalen vertelt hij bijvoorbeeld aan Gertrude Stein dat het belangrijk was om als jongeman op de veerboten over de grote meren altijd een mes bij te hebben en de bereidheid om het te gebruiken in geval van poging tot verkrachting door sluwe pederasten. Gertrude Stein deed dit af als primitief. Maar toch zijn dit lessen die je, wanneer je geconfronteerd wordt met een ongewenste realiteit, van meer nut zijn dan onverschilligheid, gevoed door arrogante zelfgenoegzaamheid. Risico’s moet je inschatten en serieus nemen.

En dat is misschien wel de belangrijkste les. Leven doe je door voorzichtig te zijn en realistisch. Een risico is een risico. Een risico laat zich niet bepalen door hoe jij vindt dat het hoort of hoe jij vindt dat het zou moeten zijn. De wereld daarbuiten heeft niets weg van alle schitteringen aan de binnenwand van je veilige maakbare bubbel.

Op de achtergrond spelen de openingsakkoorden van ‘Welcome to the jungle’ van Guns n’ Roses.

Ik denk dat sommige mensen gewoon beter naar Ibiza kunnen gaan.

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN in de kleine uurtjes

Geplaatst op

Hoi Pom, hierbij het pantoum dat ik je een paar weken vergeefs probeerde op te sturen als inzending voor de woensdag. Bij deze alsnog. Inspiratie voor dit  versje kreeg ik van een verhaal van Hein Heijnen getiteld “Geuren” over een man die dol is op dames gehuld in wolken parfum, Groet, Merik

In de kleine uurtjes
 
Dame, wat heeft U een lekker geurtje !
En uw rode schoenen passen perfect.
O, la, la, blieft U een likeurtje ?
Pas op dat die tegel U niet nekt!
 
Ja, uw rode schoenen passen perfect,
en dan die strakke, rode rok,
pas op dat die tegel U niet nekt,
en voor die dronken, oude bok.
 
Geweldig, die mooie strakke rok !
U bent als een rode roos in de wind,
feest voor die dronken oude bok.
Hij gaat straks nog door het lint !
 
U bent als een rode roos in de wind
en u verspreidt een heerlijk geurtje,
die oude gaat straks door het lint !
O, la, la, alstublieft, een likeurtje !

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ: Hier wordt schuld in minieme stapjes bekend, wat in de regel ook nog eens niet wordt aangemoedigd door staat en overheid. We moeten het zelf doen. Zoals Dean Bowen met zijn indrukwekkende manifest over slavernij

Geplaatst op

Over voetbal & collectief geheugen

Het was een goede herdenking van de Srebrenicatragedie op het haagse Plein. Columniste mocht ceremoniemeesteren, dat viel nog niet mee, want hoe leid je zoiets triests en zwaars in goede banen? Door alert te blijven en het gevoel uit te schakelen, wat ik ergens wel een gemis vind, want je wilt toch ook samen met de aanwezigen rouwen, maar daar was nu niet echt gelegenheid voor. Ook niet tijdens de twee minuten stilte die ik verzuimde aan te kondigen omdat ik niet wist wanneer het islamitisch gebed ten einde was. Er waren dit jaar erg weinig Nederlanders en al helemaal geen hoogwaardigheidsbekleders, alleen Pronk was er, zoals ieder jaar. En de Pleinschreeuwer die tijdens het gebed met verontwaardigd opgeheven middelvinger “We zijn in Nederland!” riep.

Opvallend was ook dat ik kennelijk als aanspreekpunt voor argeloze passanten fungeerde, waarbij de meest gestelde vraag was: Wat doen jullie hier? Waar demonstreren jullie tegen? En als je vertelt over de genocide in Srebrenica waarbij duizenden moslimmannen door de Serviërs zijn vermoord, luidt onherroepelijk de volgende vraag: Maar wat heeft dat met NL te maken? Alsof de beelden van de proostende Karremans met Mladic alweer diep in het collectieve geheugen zijn weggezakt. Een oude man vroeg: Is Srebrenica dan door de Duitsers bezet? Terwijl het toch basisstof in de geschiedenisles zou moeten zijn dat Mladic en zijn helpers die mannen over de kling joegen waarbij wij toekeken.

Waarbij overigens de hele wereld toekeek, maar NL was lijfelijk aanwezig in de gedaante van Dutchbat. Dat maakt ons moreel verantwoordelijk, ook al bleef luchtsteun uit en hadden de soldaten nauwelijks iets om op een tank te richten – het blijft evengoed beschamend. Hopelijk hoeven we met de erkenning van dit schuldbesef niet zo lang te wachten als de nazaten van de slavernij. NL is als klein land ronduit slecht in het bekennen van schuld. Er wordt al moeilijk gedaan als de rotterdamse Witte de Withstraat moet worden ombenoemd. In Duitsland is zoiets in het kader van de Vergangenheitsbewältigung heel gebruikelijk.

Hier wordt schuld in minieme stapjes bekend, wat in de regel ook nog eens niet wordt aangemoedigd door staat en overheid. We moeten het zelf doen. Zoals Dean Bowen met zijn indrukwekkende manifest over slavernij ter afsluiting van Dichters in de Prinsentuin. Bewustwording groeit stukje bij beetje, het zijn zaadjes die geplant moeten worden. Om dan weer over te gaan tot de orde van de dag. Want er was ook nog voetbal in de haagse kroeg waar ik na afloop van de herdenking met de Balkanmannenbroeders én Peter Posthumus neerstreek. Hoe kun jij nou met je rug naar de TV toe zitten als het WK wordt gespeeld? werd mij nijdig te verstaan gegeven. O sorry, hoor, mompelde ik en draaide me braaf naar het scherm toe.

Nu geef ik geen zier om voetbal en ik kan me geen saaiere en tijdverkwistender bezigheid indenken dan het kijken naar een voetbalwedstrijd, zeker als er zo veel vanaf hangt als op een EK of WK, waarbij alle partijen eindeloos op safe spelen, wat ontaardt in sloom, tandeloos en ongeïnspireerd heen en weer gedribbel van het ene doel naar het andere. Maar waarachtig, deze wedstrijd was echt spannend en zelfs voor mij aardig te pruimen. Toen Kroatië won, stond de kroeg op zijn kop. De Kosovaar onder ons juichte om het hardst. Want Joegoslavië mag dan door de oorlogen bloedig uiteengevallen zijn en Servo’s en Kroaten kunnen elkaar nog steeds niet uitstaan, in het geval van voetbal én het songfestival vallen ze elkaar altijd bij. Ik moet toch mijn mening over voetbal maar eens herzien. Voetbal verbroedert kennelijk. Maar poëzie doet dat uiteindelijk ook.

gedenk stil te staan bij

het is weer de tijd van het grote gedenken
de demonstranten lopen met hun verdriet te koop

zo veel gewonde zielen onder de arm, de stokslagen
van het woord, de knallende zweep van zinnen

het is als hagel, met ons heeft het niets te maken
als je er niet middenin staat, wat gebeurd

is een trein die nergens stopt, prop die krop
maar terug in de keel en geef het op, geef alles op

wat ongewenst door uw brandschone straten spoelt
wat de huid besmeurt wordt weggepoetst

en niet getoetst aan verleden tijd, slavernij of srebrenica
wij liggen buiten de geschiedenis, het inferno

beroet enkel ons geweten, wij willen een meneer de uil
met de snavel toe, want wat was er ook weer aan de hand?

waar het rookt is veenbrand, maar de hemel is telfortblauw
er is voetbal op tv en de mensen hebben een koutje gevat

Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

pomgedichten feliciteert CARTOUCHE met zijn verjaardag: een prachtdichter met hele bijzondere poëzie

Geplaatst op

wij van pomgedichten feliciteren onze CARTOUCHE met zijn verjaardag – weliswaar een dag te laat maar dat is op zijn leeftijd niet erg. want zoals de echte brabander weet –  een kwartiertje (‘kwartierke’) te laat is precies op tijd. wij van hier hebben CARTOUCHE de hand geschud in mei in 020. en 020 viel hem mee. maar antwerpen is hem liever. en we weten van CARTOUCHE dat hij het liefst verblijft in brabantland met de likeur onder de ene arm en de hondenriem aan de andere hand. de poëzie in het hoofd. niemand sleepte het afgelopen dichtseizoen zoveel goud binnen uit de zondagochtendwedstrijden als Cartouche – een gefortuneerd mens. laat het gezegd zijn cartouche is een prachtdichter met hele bijzondere poëzie. in goud belegd wensen wij hem nog vele jaren. over antwerpen lezen we Cartouche hieronder:

 

E=mc2, nee tijd vertraagt en massa krimpt

de zeilen gehesen, de deur haast gesloten
zie ik ze nog steeds voorbij de kaai komen
haar mond, lange benen en diamanten ogen
van het steen naar de groenplaats, waar ik
ze op staminee Bon Vivant naast me nood

één grote frites met pickles en twee bollekes
gebaar ik als lambiek vol zwier naar de garçon
terwijl haar rechterhand aan mijn lippen hangt
en mijn andere nog in de lucht van het parfum
van Stef Bos‘ chanson d’amour in de Arenberg
alwaar ik gezocht had naar een nieuw geluid

jou van mij af dacht te spoelen maar je zit
op mijn huid als zuiveringszout voor elkaar
in elkaar verward ging de onschuld verloren
maar ik houd te veel van haar, verleden stad
van toekomst, tijdloze rivier, ik heb je haven
nooit verlaten, ik schooi zo graag, weet je

je staat in een hand- geworpen in de Schelde
stroom – die mij omkadert, aardt en kleurt

23-12-2017
Cartouche
https://www.youtube.com/watch?v=QCYwFhfaspc
(Mijn stad – Stef Bos)

 

een juweeltje van Gérard deze week – hier valt alles op zijn plaats – (h)antwerpen zijn stad zijn hart- zijn geliefde – zo hoort een hommage geschreven – bijna op en naast  de opzwepende klanken van stef bos. de arenberg het mooie kleine theater waar alles mogelijk is – waar uw webmaster ook optrad – waarin   de prachtregels van Cartouche eigenlijk moeten worden uitgesproken en worden gehoord – te mooi om niet te herhalen – als ze ooi nog eens een stadsdichter zoeken dan vinden ze geen betere, PRACHTIG!:

de onschuld verloren
maar ik houd te veel van haar, verleden stad
van toekomst, tijdloze rivier, ik heb je haven
nooit verlaten, ik schooi zo graag, weet je

je staat in een hand- geworpen in de Schelde
stroom – die mij omkadert, aardt en kleurt

Share This:

Geen categorie

wat geven wij de ruimtevaarder mee op zijn of haar reis – op pomgedichten? we geven de ruimtevaarder de gedichten van Frans Terken, Cartouche en Anke labrie mee!

Geplaatst op

MERIK VAN DER TORREN Het welkomstcomité zwaait met vlaggetjes

PETRA MARIA slaap zacht

RIK VAN BOECKEL geeft de sterren mee

FRANS TERKEN een hemels blauw bereiken

CARTOUCHE hier is het bar, broos en koud

ANKE LABRIE nooit meer verdwalen

 

wedstrijd gesloten – ik dank de deelnemende dichters voor de aangeleverde werken bij het o zo tere thema. even kijken hoe we het doen met de metalen. we doen het als volgt. merik is me net te vrolijk en te levendig vandaag met dat gepelde eitje. petra maria klinkt oprecht maar heel veel poezie zit er niet in de woorden. rik van boeckel geeft natuurkunde les. daar is het te warm voor. voor hoeveel verkoeling die zwarte gaten ook kunnen zorgen. houden we frans, gérard en anke over. die gedichten geven we de ruimtevaarder mee.  mooie gedichten voor onderweg. Van harte!

 

wie wint de enige echte virtuele – wat geven we de ruimtevaarder mee  op zijn of haar reis – op pomgedichten?

meester frank vertel – dichters schrijf – wat geven we mee? soms lezen we de aankondiging en weten we niet precies wat we daarmee aan moeten – maar laten we het serieus nemen – laten we in ieder geval wat meegeven – hoe lang de reis ook zal zijn of hoe kort de reis ook  – hoe lang de weg tot aan het vertrek nog is …  of hoe kort nog.  wat geven we de ruimtevaarder mee – u kent de regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

toen
 
vandaag reed de tram langs het balkon
waarop we ooit samen stonden
 
ik weet nog dat ik naar een tram keek toen
toen jij het over poëzie had
 
niets is veranderd maar in wezen alles
een tram, een leeg balkon
 
pw

Vakantie

Een ruimtereisje boeken,
astronautenopleiding volgen,
werken aan je conditie,
zwevend een kaart kunnen lezen,
een eitje pellen.

Buiten de capsule wandelen,
een maanstofmonster meenemen.
Is er leven op de maan?
Een zachte landing op de Oceaan.

Het welkomstcomité zwaait
met vlaggetjes in de hoofdstad,
over de rode loper naar de koningin.
Handenschudden.
Zoenen.

De eerste krant lezen.
Zelf koffie zetten.
Waar ga je volgend jaar naar toe?

 

Merik van der Torren

 

een prachtig liedje, een zwaar thema. de dichter en de romanticus in me weten er wel raad mee – een heerlijk zwelgen –  de rationele in me denkt er anders over: verafschuwt het gekokketeer met de dood dat pathologische trekken aanneemt – het is maar goed dat er poëzie is – zo zal ik ook beoordelen deze week – slaagt de dichter erin om nog wat leven en lucht  te krijgen in die loodzwarte wereld van een zelfverkozen dood. een zware taak – de liedjesmaker heeft het makkelijker. die heeft tenminste nog een liedje. de dichter alleen maar zichzelf en wat woorden. daarom ook weinig inzendingen deze week. dit thema is vele dichters TE moeilijk.

merik houdt het wel heel luchtig – te luchtig –  neemt het thema zo letterlijk dat er een vakantiereisje overblijft – dan maar de lucht in zal ie gedacht hebben. de passage ‘een eitje pellen’ werkt op mijn lachspieren. dan zie ik merik voor me – met de pen in de hand ‘een eitje pellen’ schrijven – en ik hoor hem ook ‘een eitje pellen’. nooit eerder pelde een dichter in een gedicht een eitje. volgens mij. merik wel. zo kun je elk thema aan.

 

 

 

ga nu maar

ja natuurlijk
ik houd je vast
als nooit tevoren

stil nu maar
slaap zacht
ik zal je kussen

zon maan wolken
en zee
alles is voor jou bedoeld

ga nu maar
want echt
er is nog niets verloren

PetraMaria

 

de laatste regel begrijp ik niet goed. er gaat toch een leven verloren? of lezen we hier woorden van troost gesproken aan een euthanasiebed? ja zo lees ik dit gedicht – met een petra maria in de kamer – ga nu maar je mag – rustgevende woorden – het leven is gestreden.

 

Verkenning

Als we de ruimte hebben
brokkelen de dagen af

het zal afscheid zijn
van de woorden van de pijn

we schieten er niets mee op
tot de raket met stille trom vertrekt

eenzaam de nacht verkent
we geven de sterren mee

een aapje dat in de maan logeert
in een boom aan de hemel klimt

een slinger aan de Melkweg geeft
tot de tijd in golven verdwijnt.

Rik van Boeckel
14 juli 2018

 

dat rik de natuurkunde erbij haalt – de te meten golven van de zwarte gaten waarin we allemaal uiteindelijk verdwijnen – dat ze bestaan de zwarte gaten waarin wij allen ondergaan –  waarin tijd en ruimte en mensen overbodig zijn en worden ontkend.

 

 

Buitenaards

Niet de noten op de zang
van wereldleiders
te vals om vocaal
de bandbreedte te doen trillen

nee de zuivere stemmen
van zwoele zangeressen
die in hun hoogste regionen
al een hemels blauw bereiken

in elke melodie een liefdesverklaring
die weerspiegelt in hun ogen
alsof er een wereld gedicht

hoe wij daar onze oren naar hangen
bij elke zucht adem tekort komen
in ijlen opgaan

FT 14072018

 

frans haalt de wereldleiders erbij – maar we kunnen best zonder strofe een hier – de eenheid verstorende wereldleiders verstoren ook  de eenheid in dit gedicht waarin de zangeres centraal gesteld is door de dichter. ik haal nog een regeltje weg – dan hebben we echt een plaatje:

 de zuivere stemmen van zwoele zangeressen
die in hun hoogste regionen een hemels blauw bereiken

in elke melodie een liefdesverklaring
die weerspiegelt in hun ogen

hoe wij daar onze oren naar hangen
bij elke zucht adem tekort komen – in ijlen opgaan

 

 

 

Ruimtevucht

Eén dag, vooruit
een maand vrouw zijn
als een onbemande planeet
door de ruimte dartelen, zweven
als ster in een stoffig firmament

tot aan, doorheen het zwarte gat
om als maansteen terug te keren
als levende laika, wakkere herder
landen om ons als hoogpolige
schoten aan elkaar te warmen

hier is het bar, broos en koud
dus ik neem een eind mezelf
mee op droomreis weet je
pas wat je tegenkomt buiten
zand, kalk en kunstgras

en de bal is rond

14-07-2018
Cartouche

 

hij zal toch wel vlucht bedoelen in de titel? ik lees in dit gedicht 5 regels poëzie en voor de rest een paar leuke gedachten die me te particulier zijn – dat cartouche ook graag in vrouwenkleuren door de ruimte wil zweven – ik vind het prima hoor. van mij mag ie. het zal hem goed staan. zijn puntige sikje ook wel gezellig. maar hier dienen we de poëzie. 5 regels halen we uit gedicht en koesteren we:

 

hier is het bar, broos en koud
dus ik neem een eind mezelf
mee op droomreis weet je
pas wat je tegenkomt buiten
zand, kalk en kunstgras

 

daar hoeft geen verhaaltje bij.

 

maan
verlicht kompas
 
wassend in het donker
de naald zien trillen
in de albasten kom
 
nooit meer verdwalen
in dit vreemde land
 
 
anke labrie
anke zoekt het vandaag in laten we zeggen iets van  symbolisme  – waarin ze het thema oplost – nooit meer verdwalen – donker maan  en een vreemd land – we lezen op internet : ‘De innerlijke, irrationele ervaringen worden belangrijk, met de nadruk op droombeelden en de dood. Vormen van machteloosheid, loomheid en decadentie roepen een sfeer op van onheilsverwachting en dreiging. ‘ nou iets van dat heeft dit gedicht wel.

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG – ‘….dan heb je míj en in dit geval de statige bomenlaan van de Bosboom Touissantstraat erbij..’

Geplaatst op

 

Onvolmaakt gedicht – Onze buurt

Soms als je moet optreden dan doet zich de gelegenheid voor om een op maat gemaakt gedicht te maken, creëren of in elkaar te flansen.

Pom hoorde in dit gedicht de rebelse actievoerder die hij nog nooit eerder in mij had gehoord. Ik toon jullie bij deze het maakproces. Als ik ooit zin krijg, of dit gedicht over een jaar of zo eens uit mijn la vis, dan vervolmaak ik het.

Nu weet ik wat niet loopt, niet prettig klinkt of ronduit een slechte beeldspraak is, maar mis ik de swung om het zo te veranderen dat het in mijn kritische optiek wel poëzie is en niet zomaar een gelegenheids ding. Dat ik, als ik dat wil, zo uit mijn losse kleurige mouw schud.

Vrolijk ronkende woorden als ik het voordraag. Maar ja dan heb je míj en in dit geval de statige bomenlaan van de Bosboom Touissantstraat erbij.

Vaak hebben goede dichters redacteuren, die dan precies weten waar je moet sleutelen en schrappen ( Oooooh hoooor mij Huiveren) om van een bijna goed taalgebeuren poëzie te bakken. Vaker zag ik echter het tegenovergestelde gebeuren. Een door mij bewonderde podium dichter viel in de klauwen van een poëzie redacteur en plots was alle frisheid, ruwheid en die brood noodzakelijke onvolmaaktheid verdwenen en was er een eenheidsworst gedichtenbundel ontstaan, ontdaan van de ziel van de dichter.

Of herkennen jullie dit niet ?

Wie wil helpen dit onderstaande poëtische tekstding tot een gedicht te smeden, dat onze buurt roemt, noemt en met zichzelve en de herrie verzoent.

 

Onze buurt lijdt aan verbouw zucht
de huizen en straten kreunen
onder sloophamers, jekkerhamers,
voorhamers, krijsende cirkelzagen
en Radio Holland op volle kracht.
De stoepen zijn bezaaid met Dixies en
de straat bezet door enorme vrachtauto`s
bestelbusjes en afzethekken.
 
Ondertussen sterven de oudjes uit
en de bemoeizuchtige wijven
die het cement zijn van een buurt
worden weggehoond of uitgekocht.
Groot geld zwaait hier de scepter
Waar eens de zeurderige, klagende buurvrouw
de straat in het gareel hield
we elkaar hielpen om de rotzooi
op te ruimen,
heerst nu Groot geld
Die de tuinen onderkelderd
en de etages aan buitenlanders least.
 
Op het balkon heerst nu altijd herrie, altijd lawaai,
Bomen worden weggehaald en er is steeds kabaal.
 
Redt de oude buurvrouw, luister naar haar verhaal
Over samen zorgen, er zijn voor elkaar.
Want oud worden we uiteindelijk allemaal.
 
@ Lisan Lauvenberg
7 juli 2018

 

Share This:

Geen categorie

VON SOLO Bevrijd! van de sociale media: ‘Dat ogen meer tonen dan schermen.’

Geplaatst op

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Afgelopen weekend was is ik op sport retraite in Düsseldorf. Zonder gezin of vrienden in een vreemde stad. Lopen, zwemmen en fietsen en verder vooral nietsen. Na drie dagen viel me iets op toen ik mijn telefoon uit mijn zak te pakken om op Google-maps de weg weer eens te zoeken. Al drie dagen had ik niet op Facebook of Messenger gekeken.

 

Deel 297. Social medium

Iets meer dan een half jaar geleden was het idee ontstaan om op retraite te gaan. Eén van mijn doelen naast het sporten was was om volledig vrij te zijn in doen en laten. Geen overleg te hoeven plegen een aantal dagen. Helemaal afgesneden te zijn van normale sociale omgang. Dat kan uiteraard in een klooster, maar de eenzaamheid van de grote stad leek me net zo wel geschikt. De reden dat ik er voor koos naar Düsseldorf te gaan was dat het dicht genoeg bij was met de trein, mogelijk saai genoeg, en genoeg ruimte bood om ongebreideld te rennen en fietsen. Mijn onderdak bestond uit een AirBNB kamer bij een jong gezin in huis. Een ruime kamer met ruim bed op de vijfde verdieping van een vooroorlogse woonkazerne. Mijn gastheer en gastvrouw waren erg vriendelijk en gunden me de rust en ruimte zonder enige vragen te stellen.

In de ochtend verliet ik het pand in hardloopkleren. Wanneer ik terugkwam om mijn zwemkleding te halen, na ontbijt buiten de deur, was er meestal al niemand meer thuis. Na het zwemmen was het heerlijk in een park wat koels te drinken en te beslissen of er gewandeld of gefietst zou worden. Nou ja, beslissen. Het gewoon laten lopen zoals het loopt. Volledige vrijheid. Niets hoeft, alles mag. En dat voelde heerlijk. De tijd verdween, tot later op de avond een natuurlijke vermoeidheid zich deed gelden. Met het raam wijd open, zonder gordijn, het geruis van de bomen in het achter oor, in de omhelzing van een vrije nacht inslapen. Om wakker te worden in het aanschijns van de glimlach van een zonnige morgen. Om de dag opnieuw te beginnen. En dat vier dagen lang.

En zo kwam ik er na drie dagen achter dat ik helemaal geen behoefte meer had aan sociale media. Een stuk papier, een dag als onbeschreven blad en een boek waren genoeg. Het geheel ontbreken van de bestaande sociale structuur van werk, gezin, familie en netwerk deed ook de behoefte aan sociale media helemaal verdwijnen. In de ‘echte grote wereld’ lijkt het of de virtuele contacten nodig zijn om de structuur intact te houden. In mijn kleine korte nieuwe wereld was er geen enkele behoefte aan. Het voelde als bevrijding.

Zo snel ik thuis was keek ik in de avond weer op Facebook. Dat voelde verdrietig. Weer terug te zijn in een structuur. Ik klikte weg. Hier had ik geen zin meer in. Morgen wilde ik weer opstaan als een vrij man. Slechts gebonden door dat wat niet te digitaliseren is. Mijn verstand zegt dat ik gelukkiger ben op de bank in mijn leeshoek met een boek of een schijfblok. Gelukkiger ben met een boek voorlezend op de rand van een kinderbed, of luisterend naar de kleine ervaringen aldaar. Dat ogen meer tonen dan schermen. Er kan me verweten worden dat ik niet ‘met de tijd mee wil’. Na dit weekend weet ik dat dat het niet is. Het is het ontkoppelen van iets veel groters. Een daad van verzet. Tot de wederopstanding van het zuivere individu.

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN voor MAGDA

Geplaatst op

Hoi Pom, bij deze een tekstje over Magda die ik ruim vijftig jaar ken, de moeder van een klasgenootje van me op de Lagere School, voor pomgedichten op woensdag, groet, Merik

Voor Magda
(overleden 3 juli 2018, 98 jaar )
 
 
Voor ik het weet, zie ik je, zestig jaar later.
 
Je kent de verhalen,
de troebelen van de klassen,
kinderen op school.
 
En later de uitbundige feesten,
met muziek en altijd mooi weer.
 
Als een tante was je,
die je schoenen strikt,
je bal opraapt uit het gras.
 
Magda, waar ben je nu ?
Dwaal je daar ergens
en groet je wie lang niet gezien.
 
 
Merik van der Torren, 5 juli 2018

Share This: