Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN over een oudere man en een blondine in leer hevig zoenend en vrijend

Geplaatst op

Hoi Pom, op 1 van deze mooie herfstdagen wandelde ik over het Marineterrein naast het Scheepvaartmuseum en herkende mijn oude psychiater. Ik schreef het tekstje in de  bijlage, groet, Merik

Feest der herkenning
 
Laatst wandelde ik over het Marineterrein,
geen exercities vonden plaats, geen appel,
maar tafels met drinkende jongelui, spelende kinderen en
een oudere man en een blondine in leer
hevig zoenend en vrijend.
 
Ik liep langs het stel en verdomd,
hij was mijn oude psychiater met wie
ik ruim tien jaar lange gesprekken voerde over
excessief drankgebruik,
de vreselijke marihuana en
impulsbeheersing.
 
De zon zette bladeren in een rode gloed,
een fris briesje stak op

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ heeft een stil weekend zonder powezie doorstaan

Geplaatst op

Over verzetsstrijders & dijkwachters

Kom jij nu alweer aanzetten? sprak de natuurgenezer verontwaardigd toen columniste haar hoofd om het hoekje stak. Als ik je niet beter kende, zou ik denken dat je mij aan het stalken bent. En dat goort niet. Ik goor jou te stalken, dan goor jij je onbereikbaar op te stellen door jouw telefoon uit te schakelen en mijn appjes niet te beantwoorden tot ik gorendol word van verlangen en jou naar mijn gol sleep waar jij mij als een geduchte meesteres tuchtigt tot mijn peniskoker ervan overstroomt. Zo goort dat tussen een man en een vrouw. Geb jij je kunstpenis eigenlijk wel omgedaan? Eindelijk kreeg ik er een speld tussen.

Sjonge, gaf ik aldus, jullie Balkanezen zijn wel tuk op ellenlange monologen. Tijdenlang is het radiostil, alsof jullie broeden op de juiste zinsnede en dan ineens die woorddiarree waar ik op mag antwoorden. Om bij het laatste te beginnen: ik dacht dat je je tot het homodom had bekeerd, dus wat zou je dan jacht op mij maken? Ik heb weliswaar mijn kunstpenis voor, maar da’s enkel een placebo. Dan zou jij wel de laatste zijn die ik wil stalken, want ik weet heus wel hoe dat bij jullie kerels werkt. À propos, die kunstpenis heeft wel dermate het testosteron losgewoeld dat ik prompt zin heb gekregen in de jacht. Ik denk dat ik straks maar een paar jongetjes met stalen staanders boven schaamhaarjungles ga scoren, maar eerst wilde ik even bij jou langs omdat we het laatst zo genoeglijk hadden en vanwege het gebrek aan inspiratie natuurlijk. Als een columnist geen inspiratie heeft, moet hij teruggrijpen op zijn vaste personages.

Zie je, ik heb alweer een stil weekend zonder powezie doorstaan en dat is ongehoord rustig, maar niet bevorderlijk voor de column omdat ik dan verstoken blijf van de incestueuze roddels in dichtersland. Ik heb namelijk het weekend in retraite en zonder wifi in ’s Heer Arendskerke doorgebracht. De natuurgenezer sloeg enthousiast met vlakke hand op de zitplaats naast hem op de divan. Kom jij eens genoeglijk zitten. Waar ligt ’s Geer Arendskerke en wat geb jij daar uitgespookt? Get klinkt als een klooster waar jongensmonniken de pij lichten om brandend wijwater op gun aarsjes te druppen. Geenszins, zei ik terwijl ik plaatsnam en de penis tegen de binnenkant van mijn dijbeen vlijde. Ik was bij verzetsstrijders aldaar. En ’s Heer Arendskerke ligt op Zuid-Beveland in het Zeeuwse. Waartegen gebben zij zich verzet? Tegen de dijkwachter die gun aarsjes wilde striemen nadat ze gun vinger in de dijkspleet gadden gestoken? Niets van dat al, antwoordde ik, hij is een naar Zeeland geëxporteerde Utrechter en zij een authentiek zeeuws meisje dat in haar jonge jaren door een Servokroaat naar zijn hol op het eiland Krk – spreek uit als kurk, maar dat hoef ik jou natuurlijk niet te vertellen – is gesleept vanwaar zij de oorlog heeft meegemaakt. Ondanks dat haar zwager bij de geheime dienst zat verstopte ze een dienstweigeraar in haar huis om zijn mooie blauwe ogen. Daar kun jij nog een puntje aan zuigen, Radovan.

Zou jij mij in jouw tuinhuis verstoppen als ik onder de wapenen werd geroepen voor als de Russen komen? Met die kunstpenis voor is de kans daarop groot, maar misschien wordt tegen die tijd de dienstplicht voor vrouwen wel ingevoerd. Da’s niet eerlijk, sprak hij op klagerige toon, jij gebt immers geen blauwe ogen en voor een Servokroaat is dat get ultieme schoonheidsideaal, goor. Wat?! riep ik uit. Jij bent dus niet verliefd op mij omdat ik geen blauwe ogen heb?! Maar goed, je zou in ieder geval dispensatie van die veertig jaar kunnen krijgen als je mij als een koene ridder tegen de gevaren des levens zou beschermen. Gou nou eens op over die rotoorlog! schreeuwde hij ineens overstuur. Ik ben geus wel een goed mens! Ik geb geen moslims eigengandig doodgeknepen, alleen gun aarsjes een beetje gekieteld! Daar gaan we weer, verzuchtte ik, het was ook te mooi om waar te zijn. Altijd als het over de oorlog gaat draait het op ruzie uit. Zal ik het zweepje en het tuigje maar vast ontvetten?


bevelandblues

de apocalyptische zomer duurt het langst aan de randen
van dit lege bord, schapen staan al in winterkleed

ganzen gereed om te vertrekken, bomen met het blad nog aan
zich behoedzaam ontkledend, de hoeve op slot gedaan

het traant met open ogen, druilerig rekt de middag zich uit
we draaien rondjes in de ruimte zonder elkaar tegen te komen

ik heb je weer eens aan de vergetelheid ontrukt, de dichter
spreekt mij in het zeeuws toe onder een maagdelijke treurwilg

die nog niet is bekrast met noodkreten en liefdesharten
men waant zich veilig voor het water, de tijd van bommenwerpers

allang voorbij, alleen gods volrijpe vruchten zijn gebleven
zij verstopte hem op zolder vanwege zijn aquamarijnen ogen

de enige donkere plek hier is het hart, de enige eclips
van een overvliegende lepelaar, het huis is intact

ondanks de littekens op de muren, het raam spot de einder
oosterschelde vindt oever en ik vraag me af of ik je ooit

.

Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

MENS&MELODIE op de MAANDAG – KARIN BEUMKES: ‘ergens huilde een oud kasteel…’

Geplaatst op

eilandvrouw karin beumkes heeft de maand september op een bijzondere wijze achter zich gelaten en tot poézie verwerkt. wij leunen hier in 020 met het door haar aangedrafen muziekje rustig achter over. het bijzondere weekend voorbij – haarlem – ooit schreef ik bij de konijnen rechtsaf dat is haarlem – nu is het anders daar – in de cel ben je veilig – op straat in haarlem je leven niet meer zeker – terug naar eilandrust en de konijnen aldaar:

 

.

September
 
Ik wil vrijen weet je
hij zegt dat wens ik ook
we hebben bakstenen gestolen
en earl grey gerookt
mijn ogen zaten potdicht van al die rare kruiden
en ergens huilde een oud kasteel
ruk niet aan ons
september is los
alles wordt zichtbaar
kun je er tegen
beweeg je als ons
als ons
als ons
ons als
ons als
met alle
wilde
spinnen
mee.
.
Karin Beumkes

Share This:

Geen categorie

FRANS TERKEN wint de enige echte virtuele – vrij naar Karel Wasch in zijn nieuwe bundel Het geluid van denken: …nee – herstellen zal ik nooit meer in dit witte lijf met deze weke handen- in deze cel – trofee op pomgedichten?

Geplaatst op

 

IMG_3229

de prachtige bijdrage hierboven door Rik van Boeckel gestuurd aan pomgedichten verdient in ieder geval deze eervolle vermelding – dank je wel Rik. hoe laten we jako zijn haren behouden dat was zijn vraag – we denken er over na jako – volgende week in de zondagochtendwedstrijd een mogelijk antwoord. lieve Anne uit douce fnce maakte me blij met haar bijdrage – dank aan alle inzenders natuurlijk – een winnaar moet gekozen vrij naar Karel Wasch in zijn nieuwe bundel Het geluid van denkennee – herstellen zal ik nooit meer in dit witte lijf met deze weke handen- in deze cel  –en die winnaar heet deze week FRANS TERKEN – van harte – het gedicht is vanmiddag in cel 15 live te horen in de koepel in haarlem. als je een situatie beschreven wil hebben dan heb je aan frans terken een goede – zo niet de beste. schreef ik onder zijn winnende gedicht – en zo is het ook.

 

ai ai zie ik de bijdrage van CARTOUCHE net te laat – na het uitreiken van de prijzen. en ik weet nu al welke toorn mij zal treffen daarom in ieder geval alle eer en dank  voor CARTOUCHE – hier afgedrukt zijn gedicht;

Santa Anna

Door me te vergrijpen aan het leven
kwam ik hier terecht, blank gepoetst en wit
richten de spijlen van dit spijkerbed de blik
naar wat zolang onzichtbaar was, de straf
voor onblusbaar verlangen, de lust van
grijpen naar al wat je voor ogen komt
graaien naar dat wat van een ander

ja ook ik – ik ging me te buiten en stortte
zaad van eigen pluimage waar geen koren
kon groeien, geen klaproos zich ontplooien
tot de donder zich ontrolde, voeten stuksloeg
voerde naar hier en zie mij nu liggen, hoe bleek
en gebroken de belofte van geboorte – herstel
onmogelijk – betalingen tot in lengte van jaren

op voorhand verloren, de oorlog, aangeblazen
door de hoge stem van een vrouw, dezelfde alt
als die van de ziekezuster, haar vochtig warme
hand die mijn hoofdverband verwisselen wil

13-10-2018
Cartouche

 

een koortsdroom – deze koortsdroom verdringt frans terken in ieder geval niet van zijn gouden zetel in de gouden cel. Cartouche is duidelijk aan een pilletje toe. mooi persoonlijk gehouden en toch met afstand – ik adviseer CARTOUCHE zijn vakanties dichter bij huis te houden. al die confidenties en dan op zijn leeftijd ze zijn te waarderen – maar moet je dat jezelf wel aandoen. JA zuster gooi er maar wat bloedwijn in – het is een dichter dan weet u het wel.

 

 

 

FRANS TERKEN ik kijk strepen op de muur

PETRA MARIA bij de halte van mijn angst

ANNE BORSBOOM het licht van de lucht dat is wat ik wil…

MARC TIEFENTHAL doemde op het paradijs

JAKO FENNEK de vloedlijn als een celmuur

MAJA COLIJN over ontzielde lijfjes

RIK VAN BOECKEL gevangene 277

CARTOUCHE in SANTA ANNA

nee – herstellen zal ik nooit meer in dit witte lijf met deze weke handen- in deze cel –

wie wint de enige echte virtuele – vrij naar Karel Wasch in zijn nieuwe bundel Het geluid van denkennee – herstellen zal ik nooit meer in dit witte lijf met deze weke handen- in deze cel  – trofee op pomgedichten?

en de winnaar van de zondagochtendwedstrijd is uitgenodigd om aanstaande zondag tussen 1500 uur en 1800 uur de nieuwe bundel van Karel – HET GOUD van deze week – in ontvangst te komen nemen in de koepel van Haarlem in cel 41 – de koepel waar mmv De Haarlemse Dichtlijn een culturele manifestatie met dichters en muziek wordt gehouden en waar oa  uw webmaster tussen 3 en 6 zal huishouden. (Met oa Jan Kal cel 14, Sylvia Hubers cel 10 , Frans Terken cel 15 , Marten Janse cel 58 , Paul Roelofsen cel 60, Willemien Spook cel 55, Maarten Willems cel 13).

u kent de regels: commentaar is verzekerd – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

unterwelt
 
likbaar koud verkild een liedje
totdat het over is voorbij
een houtje nog om op te bijten
kun je daarmee leven
je zal wel moeten
 
ik heb het over unterwelt
een onbestaanbaar niets
zo onbestaanbaar kan het liefste zijn
de vrouw die je net een hand gaf
dat was je moeder jongen
 
pom wolff
1.
Achter de deur
 
Holle stappen in een kleine ruimte en
toch wachten op de vrijheid van bewegen
geboeid kijk ik naar stalen staven boven mij
daar schrijven licht en lucht de tijd
 
beneden stroomt water door het Spaarne
een schipper gooit moeiteloos trossen los
en stuurt zijn sloep de vaart op
 
en ik hierbinnen zie nog een leven gaan
had ik niet tot tranen toe de hand eraan
ik zat niet aan deze muren gebonden
met tijdslot op de dichte deur
 
de schipper vaart weg alsof er nooit iets
gebeurd is niets dat hem tegenhoudt
de sloep trekt sporen in het sop
 
ik kijk strepen op de muur
tekens met kracht in steen gekrast
een aftelvers van dagen nog te slijten
nachten gekluisterd aan een krakend bed
 
 
FT 17092018

de dichter Terken nam al een voorproefje cel – is bezig aan een vierluik  – zal de cyclus vandaag voltooien in de cel die hem is toegewezen in dat haarlem en in het door boeven verlaten  koepelgevang – de boeven die nu op straat daar  het leven van de burgemeester onveilig maken. in de cel zit je veilig op straat je leven niet zeker. dat is haarlem. hoe dan ook de dichter plaatst de holle kleine veilige  ruimte tegenover het weidse water in een onzekere wereld en een schipper die uitvaart. als je een situatie beschreven wil hebben dan heb je aan frans terken een goede – zo niet de beste.

de stad

bekleed met jong geluid
niemand woont
in dit dekor
van bruisend leven

de bus stopt
bij de halte van mijn angst
de woorden op jouw lippen
vervagen zacht

alles om jou heen sterft
zei je mij
ik dacht alleen

dat dit toch liefde is
waarom ik blijf

PetraMaria

eerst dacht ik petra uit de provincie doet een dagje 020. met een geliefde een dagje amsterdam en de geliefde valt stil in de herrie. dat zijn de eerste twee strofen. dan komen die raadselachtige laatste twee strofen in dialoogvorm. er wordt gestorven – zo wordt dat gevoeld. er is liefde en ook dat wordt zo gevoeld. en gedacht – vrij naar Het geluid van denken van karel wasch. vermoed ik zomaar. niet het vele heerst in de liefde maar het ene. ‘alles om jou heen sterft’ de regel waar dit gedicht om draait. de lezer heeft het nakijken. zijn laatste uurtje heeft geslagen.

 

La couleur locale
 
klamme dekens warmen mij
aan deze zondag zonder vuur
katten slapen, geiten herkauwen
 
kippen vinden een bed in opstuifzand
links een vervallen schuur
rechts hoge populieren
 
daarboven het licht van de lucht
dat is wat ik wil…
 
het gekraai van een hitsige haan
af en toe een tractor
uit de radio La triomphe de la Jeunesse
 
<>Anne Borsboom

anne borsboom, lieve anne heeft op verzoek wat regels bij elkaar gesprokkeld – ze schreef op FB dat ze graag in haarlem zou zijn deze zondag  – maar ze zit zelfverkozen ver in douce france – waar ze haar leven voortzet tussen lavendel en de roodbruine koeien. heel af toe waait de wind nog naar holland, naar haar haagse kunstkring, naar de dichters die ze liefheeft, richting nazomer op het lage land.

 

‘daarboven het licht van de lucht

dat is wat ik wil…’

 

huilen haar woorden.

 

Lichtend pad

Het zal nooit meer zijn
als de eerste keer.
Onbevangen lieten we ons
van kop tot staart vangen.

We koesterden onze ketens.
In de verste verte doemde op
het paradijs. Met beide voeten
stonden we vast in ijs.

Pas toen het slijk werd
en de stank te harden
vonden we het hazenpad.
Het was moeilijk kiezen.

Marc Tiefenthal

 

tsja hoe het mensen kan vergaan. beetje gezocht allemaal. ijs – stank – slijk. het is waar je voor kiest.

Dag Pom,

vanuit een heel zonnig Zwitserland stuur ik je mijn gedicht vandaag. De regen blijft uit, mijn tuin is
verschrompeld, de aarde zowel als de planten. Nu begint ook mijn hoofdhaar te lijden. Want doen we
hiermee, Pom. Geef me een middel, ook al is het voor de afwas of schoensmeer, als het maar tot
groei bijdraagt.
Heb het fijn vandaag, het zal bij jullie ook wel mooi zijn.

Groet van Jako

terugblik

bewust dat hij een toevalskind is
dat tussen liederlijk feestgedrag en eisprong
nog net met licht bedeeld werd
draagt hij op dagen van de heer de stoven
naar de kerk
voor zijn vader, ouderling
omdat met het toch al dunne haar en
warme voeten beter bidden is

na de dienst loopt hij, gegijzeld
in de kamer van zijn geest, naar zee
waar hij ziet hoe in de verte zeilen
losbandig naar hun vrijheid streven
hoe de vloedlijn
als een celmuur lijkt op te staan
tussen het bekrompen denken van zijn dorp
en het tomeloze rollen van de golven

jako fennek

.

ook hier de heer weer centraal. nee, neen, neen. de hoofdpersoon in het gedicht doet maar wat ie niet laten kan. dit thema past pomgedichten niet. de omgeving past pomgedichten niet. je haar valt er van uit. wij wensen hier de vileine dichter jako fennek. niet de prozapoëtische kronikeur.

ik lag op mijn buik in het gras
en keek naar jouw bedrijvigheid
fladderend van bloem naar struik
streek je heel even neer op mijn hand
ik hield mijn adem in je bezorgde kleine kriebeltjes
op mijn huid, mijn hart
sloeg over van geluk
‘k wilde je strelen
maar durfde het niet
zo keek je mij een seconde aan
frèle vlinder,ik was op slag verliefd
en jij
jouw vleugeltjes bewogen
als zwaaide je even naar mij
ik kuste je in gedachten
daarmee vloog je heen

de volgende dag vond ik jou
onder de buddleja davidii
sereen gevouwen vleugeltjes
als vroeg je aan de heer
vergeef me mijn zonden

je voelde lichter dan de dag hiervoor

ik legde jouw ontzielde lijfje
op een bedje van  rozenblaadjes
onder  een lijstje achter glas 

rust zacht kleine vlinder
ik ben nog hier en jij  ver weg
maar  weet je zo toch  dichtbij

want kus nu (wat bij leven niet kon)
glazen koelte met warme lippen

.
Maja Colijn
.

echt te weinig afstand, gedicht ligt ook te ver buiten het thema en de 20 regels regel maximaal is ook niet in acht genomen – bij elkaar een tranentrekker. en wat de heer er nou weer bij moet. nee dit gedicht is niet aan mij besteed.

Goedemorgen Pom

Ik was al eens in de Koepel, april dit jaar. Met de muziektheatergroep Het Ondergronds Genoegen. Wij maakten in één dag een voorstelling op locatie. Ik schreef toen al een gedicht voor de voorstelling die ik nu maanden later heb bewerkt. Ik was Gevangene 277 in de voorstelling.

Gevangene 277

Ik ben gevangene 277
los van mijn lot verblijf ik

de cel raad ik je niet aan
de sluier van het bestaan

de zucht van de Koepelduinen
zingt met de wind door tralies

ik laat het nu los
het nummer en het lot
word reiziger naar de toekomst
van een nieuw bestaan

de cel mijn thuis van toen
droomt de weg naar de vrijheid
door woorden te schrijven
op een canvas van beton.

Rik van Boeckel
Koepelgevangenis Haarlem/Leiden
21 april/14 oktober 2018

.

hoe de cel heden, verleden en vooral ook de toekomst doet oplichten – droom van de vrijheid benadrukt – gevangene 277 laat ons enig optimisme te midden van het harde beton – rik houdt een pleidooi voor een nieuw bestaan. mooi.

IMG_3229

Share This:

Geen categorie

KAREL WASCH – Het geluid van denken – De onontkoombare poëzie van Karel Wasch ligt wonderlijk zacht in de hand. Een recensie.

Geplaatst op

 

KAREL WASCH – Het geluid van denken – De onontkoombare poëzie van Karel Wasch ligt wonderlijk zacht in de hand. Een recensie.

Je gelooft er niet in, maar soms gebeurt het én ook nog waar je bij staat. Een Wonder. De bundel “Het geluid van denken” van Karel Wasch, mooi en zachtaardig softcoverig uitgegeven door uitgeverij In De Knipscheer wil ik niet meer loslaten. Laat me niet meer los.  Ik heb een wonder in mijn hand, denk ik terwijl ik tiep. Ik wil lezen – alleen maar lezen. En bladeren – 74 pagina’s, 11 hoofdstukken, 34 gedichten zachtromig neergelegd in deze bundel. Dit voelt zo goed!

En zo moet het ook  – de woorden van Karel Wasch, de thema’s, de regels, zijn gedichten verdienen een voor een,  deze prachtplaats. Dichter Wasch schrijft niet zomaar op wat in hem opkomt. Deze dichter heeft de geschreven woorden doorleefd, deze dichter beleeft de regels. En de woorden die we lezen mochten blijven. Het zijn eenvoudige woorden maar heel vaak zo alleszeggend.  

En steeds maar weer als ik Karel Wasch lees moet ik denken aan de grote dichter Kouwenaar – aan zijn adagium ‘het zacht maken van stenen’ – dat was  wat Kouwenaar trachtte – naar eigen zeggen. Waar Kouwenaar trachtte is het Karel Wasch  gelukt:  in zijn nieuwe bundel de stenen zacht.  Als we de poëzie van  Wasch recenseren spreken we over een zeldzaam hoog niveau poëzie. En ik overdrijf geen letter. Het is adembenemende poëzie met die wonderlijke zeggingskracht die alleen hele grote dichters achteloos weten te leggen in hun gedichten. Zo lezen we bijvoorbeeld  in de slotregel van het gedicht ‘Dansen in de nacht’:  ‘Vlak voor de abortus, die jouw schuld zou zijn, zoals alles.’

‘zoals alles’ – begrijpt u wel zoals alles – grote dichters weten met twee woorden meer dan een hele wereld op te roepen. ‘echt’ is ook zo een woordje, zo’n waschwoordje:  ‘…dat ze eindelijk echt was en niet meer, wat ik van haar had gemaakt.’

Zo worden de stenen zacht gemaakt door Karel Wasch, soms tederzacht als hij over zijn moeder schrijft: “Ik heb zelden geprobeerd een gedicht over haar te maken. Niet tijdens haar leven, ook niet daarna. Wel is er een zeker echoënde zachtheid  van toon in mijn werk,….”

Zo worden ook andere soms zware onderwerpen  zacht gemaakt, zacht gepresenteerd aan de lezer, de tragische vriendschap – de jeugdvriend Erik kreeg een naam – ‘We dronken ons door een woud van leugens en wisten niet welke leugens en tot welke prijs.’ ‘…en God wat hebben we gehuild die dag zonder uitzicht, aan zee….’ . Karel Wasch schrijft over Leven, liefde en hoe het (ons) allemaal  kan vergaan –  allemaal en alles,  tot voorbij de dood, ook over dode dichters, over de stad, over  wildernis en over het jonge jongetje Wasch – en dan toch nog in drie regels nog heel even moeder:

 

Hoe alles waarvoor ze

me waarschuwde,

is uitgekomen.

 

we lezen het allemaal in 34 onontkoombare gedichten –  en we lezen als het ware over ons zelf. Als je Karel Wasch leest krijg je zin om poëzie te schrijven – Karel Wasch inspireert. Zin om je eigen stenen zacht te maken en zin om poëzie aan te raken. De onontkoombare poëzie van Karel Wasch ligt wonderlijk zacht in de hand.

 

 

http://www.indeknipscheer.com/tag/karel-wasch/

Karel Wasch
Het geluid van denken

gedichten
gebrocheerd in omslag met flappen,
76 blz., € 17,50
ISBN 978-90-6265-507-6
eerste druk oktober 2018

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG over iemand ‘die mijn woorden als kristallen las en altijd in mijn ogen woonde.’

Geplaatst op

LEVEN

Vandaag wilde ik er niet zijn
omdat ik afscheid moest nemen

van iemand die me dierbaar was,
die mijn woorden als kristallen las
en altijd in mijn ogen woonde.

In mijn hoofd dans je nog
de lachwekkenste cha tja cha
en bega je flaters voor het leven.

Zo schaterlach ik ons verleden
de tranen hebben geen tijd gehad.

©lisan lauvenberg
27 september 2013

roop –
of het gedicht oprecht is of niet, doet er niet zo veel toe: oprechtheid kan een gedicht net zo goed helpen als vernietigen. het lijkt oprecht en voor poëzie is dat genoeg, want het maakt dat het gedicht niet te lijden heeft onder woorden als afscheid, dierbaar en verleden. mooi ritme in een mooi gedicht, waarin subtiel rijm het melodieuze karakter nog eens extra versterkt.

Share This:

Geen categorie

VON SOLO: over tevreden momenten – geen verfilmbare pieken misschien, maar ook geen psychiatrische dalen.

Geplaatst op

Deel 307. Zorgeloos

Afgelopen week zat ik ergens met een kopje koffie voor mijn neus en een pen in mijn hand. Voor me een leeg blad dat ik vulde met mijn gevoelens. Toen het blad vol was, bekeek ik mijn pen. Een Waterman vulpen die ik heb gekregen van een stel dat ik in Toscane in de echt verbonden had. Hij schrijft lekker. Tevreden met mijn schrijfsels en mijn pen stapte ik op de fiets. Het leven is tegenwoordig overwegend een aaneenschakeling van tevreden momenten. Geen verfilmbare pieken misschien, maar ook geen psychiatrische dalen. Zorgeloos. In gedachten lette ik even niet op en werd bijna geschept door een auto van links die geen voorrang verleende. Tijdig trapte ik op mijn rem en er was niets aan de hand. En ineens moest ik aan mijn zoontje denken. Dat is een klein wildemannetje dat soms zijn omgeving helemaal vergeet, als hij opgaat in zijn gedreven bezigheden. Mijn zorg is dat hij door zijn onoplettendheid zichzelf nog eens letsel of verdriet bezorgt. En ineens zag ik mezelf terug.

Toen ik op de lagere school zat, kreeg ik van mijn ouders een doos met schrijfspullen. Enveloppen, briefpapier en een pen. Een ranke balpen. Lichtgroen met chroom. Dat waren de schrijfspullen die mijn vader gebruikte om brieven naar mijn moeder te schrijven in de tijd dat hij in den verre verkeerde. Spullen met een verhaal. In die tijd had zich op mijn lagere school een weelderige ruilhandel in kantoorartikelen, knikkers en aanverwant klein speelgoed ontwikkeld. Dat ging van kwaad tot erger. Net als op de aandelenmarkt werd het steeds gekker. Op een goede dag ruilde ik een volle etui met pennen voor twee oude muntjes uit 1905. In de bibliotheek zocht ik in het muntenboek de waarde na. Dat bleek bijkans driehonderd gulden te zijn. Ik had financieel een gigantische slag geslagen. Blij zoals een kind dat kan zijn.

De eerste golf van geluk rolde terug de zee in. Een paar dagen daarna wilde ik wat schrijven. In de schrijfdoos was echter de pen waarmee mijn vader zijn brieven schreef verdwenen. Na wat rommelen in laatjes drong het langzaam tot me door dat de pen misschien wel per ongeluk in de geruilde etui beland had kunnen zijn. Tegelijk met dat besef spoelde er iets over me heen dat ik nog nooit eerder zo had gevoeld. Een gevoel van verlies. Schuld. Dat ik iets had gedaan in een bui van onachtzaamheid en daarmee iets had kwijtgespeeld dat niet van mij was. En niet te vervangen was. Die avond kon ik de slaap niet vatten en lag huilend in bed. Mijn moeder trachtte me te troosten en zei me dat we de volgende dag wel zouden kijken of we de pen nog terug konden krijgen. Maar ik wist dat dat niet zou lukken. Hij zou verdwenen blijven. Natuurlijk maakte het voor mijn ouders niets uit. Maar ik was iets verloren, voorgoed.

De schuld is intussen door de decennia gesleten. En toch, toen mijn vader laatst met een zak muntjes aan kwam van zolder en ik er feilloos de muntjes uit 1905 uit viste. Het herinnerde aan een moment. Het besef zorgeloosheid eindig is. En sommige daden, hoe onschuldig ook, gevoelens onomkeerbaar maken.

 

VON SOLO

DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN over onze ontmoeting tussen cervelaat en olijfolie in het gangpad

Geplaatst op

 

Op de veranda van mijn tuinhuis in Buitenzorg schreef ik het volgende tekstje, een herinnering aan twee ontmoetingen na elkaar in Albert Heijn, groet, Merik

Twee ontmoetingen
 
Op die late nazomerdag,
de Zuidoostenwind verdrijft nog even de kou en
de bomen schitteren uitbundig in overvloedig licht,
toortsen voor de nacht te gaan,
denk ik aan onze ontmoeting
tussen cervelaat en olijfolie
in het gangpad van Albert Heijn,
ons gesprek over alles en niets,
psychotherapeuten, schrijversvakschooldocenten,
afgebroken door de verschijning van S.,
met een kar vol snoep,
net uit de Valeriuskliniek,
haar zoen, jouw gedag en de knipoog.
Ja, het was een dolle boel bij de Mensenvriend,
zoals de Volkschrijver Gerard Reve hem ooit noemde en
 
de bomen zwaaien kleurig welkom
op deze prachtige nazomerdag.
Merik van der Torren

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ op de dinsdag: ‘laat stil verdriet tot schaduwen bloeien, laat het hart een schuilplaats zijn, een opslagruimte vol betere tijden’

Geplaatst op

Over spaarpotten & zuurstokken

Des natuurgenezers tuin stond in volle herfstpracht, het terras glansde in het zonnetje en de stoelen stonden er verzopen bij. Gelukkig, de slagregens zijn begonnen, dacht ik, hoewel er komende week nog een indische zomer in het verschiet schijnt te liggen, als je de schreeuwende koppen moet geloven. De zomer van 2018 weet van geen ophouden! De natuurgenezer had de partytent afgebroken en de lijken uit zijn servische verleden weer terug in de kast gezet – dan is de zomer definitief voorbij. Dus gooide ik vreugdevol de deur van het tuinhuis open bij het vooruitzicht van een babbeltje rond de open haard met koek en zopie en een slivootje.

In plaats daarvan kreeg ik een zuurstokroze kunstpenis naar mijn hoofd geslingerd. Neen, jij vrouw, jij moet weg! Vrouwen zijn niet toegestaan is dit guis! Als jij wilt worden toegelaten moet jij een penis ombinden en jouw okselgaar laten staan! Ik keek met een schuin oog naar de bulldog die net ging verliggen waarbij een roze kunstpenisje zichtbaar werd dat voor haar gleufje was gebonden. Wel alle…, begon ik, maar mij wilde even geen servische vloek te binnen schieten. Wat is dit nu weer voor gril, Radovan? Sinds wanneer geil jij op penissen? En is dit niet de kunstpenis waarmee wijlen Derrel Niemeijer in von Solo’s Adventures of Gershwin Cock zwaait? Die film ken ik niet, antwoordde hij, en ik val niet op penissen, maar ik ben bereid om get te leren. Dit is een experiment. Ik geb besloten dat ik gomo wil worden.

Lekkere ouwejongenskrentebrood met zwiepende zwepen, knuppelende pikken, worstelende torso’s en kletsende billen. Ik geb genoeg van spleetjes, lipjes en tepeltjes, vooral als ze gesloten blijven als een spaarpot. Ik wil met mijn roede lekker in golletjes kunnen woelen en die gomo’s zijn daar niet kinderachtig in, gun aars staat altijd open. Ze zijn niet van get ouwegoeren maar van get rammen. Die wijven kletsen altijd zo lang dat je pik alweer slap gangt tegen de tijd dat ze gun spleetje op een kiertje gebben gezet. Ik mag ook al niet meer aan mijn patiëntjes zitten van de me too inquisitie. En gomo’s worden in dit land doodgeknuffeld, dat komt ook vast mijn aaibaargeid in de column ten goede. In Servokroatië zou ik gestenigd worden, maar ik moet toch eens met de geersende mode meegaan. Mijn nieuwe gomozijn is get ultieme bewijs van een geslaagde integratie, aangezien ik nog wel veertig jaar in dit oord vastzit.

Wel wel, gaf ik verbijsterd, dat is me nogal een omslag! Maar ik bewonder je lef. Het is voor een Balkanman geen sinecure om uit de kast te komen, het kan je reputatie danig aantasten. Mijn reputatie is toch al naar de maan door Srebrenica, glimlachte hij. Had me even ingefluisterd, zei ik, dan had ik een paar travo’s voor je meegeplukt uit de Mannheimse SM-scene, waar ik vorige week op hun erotische Slam heb opgetreden. Of heb je liever onvervalste zeebonken in zeemleer en matroosjes in kilten van stijfsel? Ik stel geen eisen, glimlachte hij weer, ik wil gewoon een opening. Ik bond de rechtopstaande zuurstok voor. Goed, wat wil je dan van mij? Want ik ga echt mijn aars niet voor je openzetten. Ach, dat ziet er veel beter uit, gaf hij blij, nu goef ik niet meer bang voor jou te zijn. Nu kunnen wij als kerels praten bij de open gaard. Is dat het, Radovan? riep ik uit. Is het gewoon uit hysterische baarmoederangst dat je homo bent geworden en niet uit overtuiging?!

Ik had het kunnen weten, altijd weer die vermijdingsdwang van jou. Nooit eens kun je ergens voor gaan stáán. Daar zit wat in, gaf hij toe, maar mijn roede staat nog steeds niet na al get pornogeweld van petsende zwepen, peniskokers met prikkeldraad en stalen tepelklemmen. Misschien moet ik nog wat meer oefenen. Maar kom eerst gezellig bij me zitten. Nu jij bent ontdaan van jouw vrouwzijn en genderneutraal bent kunnen wij eindelijk eens vertrouwelijk met elkaar praten. Nu kan ik mijn gart bij jou uitstorten en je de dingen in get oor fluisteren die ik al zo lang tegen je wil zeggen. Ik geb de koek en zopie en de slivo al klaargezet. En de rest, lieve lezer, is niet voor uw rode oortjes bestemd. Ik kan u slechts verklappen dat we een genoeglijke avond beleefden. De zon ging onder in het kleurenpalet van de beuk voor het raam en de nacht daalde op onze warme, knusse cocon neer. De herfst was begonnen.

gietende terrassen en verwaaide parasols

welkom duisternis van zotte appels en gistende druiven
treurige nachttreinen die uitgebluste feestgangers vervoeren

dubbelgevouwen over stoelen, te dronken van colatics
de zomer was groots en vooral te luid, al dat licht

uit schreeuwende zonnekelen, de flirtende minstrelen
gelukkig aan regenende dijken gezet

rest alleen het nafluisteren, laat het smoren
in stoofpotten van niet ingeloste verwachtingen

van meeslepend leven dat hooguit slepend bleek
van de ene attractie tot de andere, tot het beleving werd

eeuwige plichtfeesten, gedicteerd door Ra, maar wij
hebben geen vlam gevat, wij trokken ons tijdig terug

laat de terrassen aan de zondvloed, de parasols aan de wind
onze lachende gezichten aan de achterkant van de maan

laat stil verdriet tot schaduwen bloeien, laat het hart
een schuilplaats zijn, een opslagruimte vol betere tijden

Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

die bezeten blik

Geplaatst op

en ik, ik wil de amstel zien

zwanen zwemmen witheet weg
dat noem ik geen natuur

afgesloten vrouwen fietsen me voorbij
de een de hel, de ander rood
een derde kijkt nog even om
zich heen en opgebroken weg

maar toch om één keer nog
in die bezeten blik
van de stuurvrouw van de laga acht
het meisje zien zoals ze was

wil ik de amstel weer

.

pw

Share This: