Geen categorie

LISAN LAUVENBERG wacht en wacht maar waarop?

Geplaatst op
onze lisan heeft een paar weken vrij genomen en vanzelfsprekend gekregen. over het waarom liet ze niets los. nu weten we meer. het is wachten en nog meer wachten. maar kind waarop?
.
Wachten.
 
En eindeloos de tijd stuk slaan
Vertrekken wil je en door en actie,
maar ondertussen gebeurt er niets,
althans niets iets dat je al op de plek
van bestemming laat zijn.
Wat je ziet is dat er heel veel en wel
duizenden mensen wachten.
In de rij
Bij de wc
Voor de koffie
Op hun tickets
Bij de bagage check
Voor de paspoortcontrole
In de slurf naar het vliegtuig.
In het vliegtuig voor je kunt zitten.
 
Wachten en eindeloos de tijd stuk slaan.
 
Mag ik weer naar huis.
Tussen mijn eigen boeken en planten en gedachten
gaat de  tijd vanzelf en vanzelfsprekend.
Wat me te wachten staat aan de andere kant van de reis
is nog onbestemd en de verwachting is hoog.
Die wordt pas ingewisseld
Als ik weet wat me te wachten stond.
 
©Lisan Lauvenberg

 

 

 

 

Share This:

Geen categorie

RIK VAN BOECKEL wint de enige echte virtuele ‘heimwee is een weerzinwekkend woord – gemis wil dat ik zwijg’ trofee, naar twee regels van anneke wasscher op pomgedichten – JAKO FENNEK zilver en MARC TIEFENTHAL brons

Geplaatst op

Fijne zondag!

Ik ga nu mijn tanden maar eens poetsen.

Dank aan alle inzenders,

uw aller Bregje.

Goud Jako – Zilver Rik -Brons marc Tiefenthal  (als aanmoediging om er ook een volgende keer eens goed voor te gaan zitten)

 

nagekomen bericht bregje: “Rik goud en Jako zilver wilde ik nog mailen maar je deed het zelf al. Helemaal goed! Leg het me de volgende keer even voor, je weet niet half hoe plooibaar ik ben.”

nagekomen bericht Tiefenthal: Ha dat Bregje.Vindt dat ik de lezer recht doe en meteen goed voor brons. Vraag: wie is die lezer? In eerste aanleg pom de wolf hemzelf. Met die lezer heb ik inderdaad de laatste tijd nauwelijks nog rekening gehouden. Vandaag dacht ik toch maar: oké, goede vriend, die pom, laat ik hem een pleziertje doen en naar hem toe schrijven. Wat betekent dat het onderwerp de eeuwige terugkeer van het wijfelijke is, hoewel die terugkeer ook van de weeromstuit de weggang kan zijn. Ik heb er bij wijze van wolf de hond bij betrokken.

Alsof er geen andere lezers zijn. En alsof die lezer altijd op zijn of haar wenken dient te worden bediend. Nou ja, brons mooi meegenomen. 

 

Dans van de Noordzee

De Pier zei zie ze liggen
Scheveningen en Noordzee
tegen de avond deint de vloed
ebt de middag weg
dansen wolken in een lucht
boven dalen vol zand
hoor ze het noordelijk zout trotseren
schuimbekkend naar ‘t zuigend
buigend avondrood

de Pier zei zie die tijd
dat zij wandelden langs de branding
kinderen waren zij toen
met schepjes vol zand
luchtkastelen bouwend
de toekomstvloed trotserend
met de heim en de wee
de dagen weggeëbd
langs de eeuwenduistere Noordzee
hoor hoe zij nimmer zwijgt.

Rik van Boeckel
18/19 november 2017

 

pom: eigenlijk een prachtig gedicht – de tijd in levensfasen verwoord en gekoppeld aan natuurgeweld – hoe uiteindelijk alles opgeslokt wordt door het water van deze zee. de inhoud met gepast bombast vereeuwigd. mooi ja. ik houd niet van natuurgedichten – maar die van Rik wel omdat ze altijd uitstijgen boven wat ons samen bindt.

bregje:

Mooi Rik, een hele andere invalshoek en dat lees ik graag. Ik heb de zee gezien, ik heb herkenning gevoeld. Dankjewel! Dat je het de pier het laat vertellen is een manier die ik ken en mede daarom plaats ik er een kanttekening bij. In zijn geheel een prima en overtuigend gedicht!

 

ELBERT GONGGRIJP – je was het einde van het begin

CONNY LAHNSTEIN – ik volg je, in elke komma

MARC TIEFENTHAL –  en de hond is gek geworden

FRANS TERKEN – gemis is de zwarte rand op een kaart

ERIKA DE STERCKE – afstand is een stille killer

CARTOUCHE – zwartgeschuurde steen polijst geen pijn

MAX LEROU – om je hondje heb ik nog gehuild

PETRA MARIA –  ik wil weer zijn wie ik was

JOLIES HEIJ – doelloos verblijven in elkaar

RIK VAN BOECKEL – langs de eeuwenduistere Noordzee hoor hoe zij nimmer zwijgt

JAKO FENNEK huilt

 

wedstrijd gesloten – dank jullie wel voor zo veel. anneke wasschers regels inspireerden –  mogelijk is bregje een beetje minder streng dan uw webmaster deze week. zij bepaalt.  als altijd het is allemaal uit een goed hart – maar we bakken geen zoete koekjes. bregje het is aan jou!

 

wie wint de enige echte virtuele ‘heimwee is een weerzinwekkend woord – gemis wil dat ik zwijg’ trofee,  naar twee regels van anneke wasscher op pomgedichten?

deze week las u HIER de recensie op de nieuwe bundel verfijnde poëzie van anneke wasscher ATLAS VAN DE TIJD. uit 2 regels van het gedicht ‘de dag dat ik je mis’  halen we  de thema’s  voor deze week bij de zondagochtendwedstrijd op pomgedichten – het gemis, het zwijgen en de heimwee – aan u de keuze – prachtige thema’s. bregje is er ook bij. u kent de regels. gedichten niet te lang tenzij ze over de top zijn of tenzij noodzaak – stuur in voor zondag 10.30 uur onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. het commentaar is verzekerd.

we vertrokken om te houden van
hielden vast aan wat we vonden
lieten los wie we waren
spel de letters van je naam niet
val niet voor me uit elkaar
 
pw
 

 

HEIMWEE NAAR NU

Zou ik je hebben vergeten als ik niet eerder
had geweten hoe dichtbij je naast mij stond? Je
toonde beter dan een foto, je kleurde jezelf
zoveel mooier het heden in. Je was het einde
van het begin dat ik je nog leerde zoeken.

Een gestalte die mij slechts in boeken en
gedichten een werkelijker gezicht uit de doeken,
een mogelijke vluchtige kus, een ergens
ver weg gedaante. Er bij stil staan een
gerucht, een stem.

Je gaat voorbij dat toen, een verlangd weleer,
een vaag destijds. Je bent zo dagelijks eigenwijs,
een deuntje om de dag mee aan te vangen. Je
bent zoveel heimwee naar nu, je bent mijn
vertederende toekomstige tijd.

Ik raak nooit meer kwijt wat ik ooit niet
kon geloven. Je bedrijft de liefde, je streelt
mij tot leven. Hoe ik voor altijd wakker
word en de foto kan worden weggestopt
zover jij mijn huidig moment –

Elbert Gonggrijp

 

pom:  een volle bak – deze week – en welkom elbert en conny hieronder. even nog de 20 regels regel uitleggen. de inzendingen graag kort houden – een inzending svp hooguit 20 regels. hele oorlogen hebben hier gewoed beste elbert. beste conny – 20 regels én een titel betekent normaal gesproken diskwalificatie – als de jury het op haar heupen heeft. we nemen het jullie niet kwalijk. deze week. in het gedicht van elbert draait het om haar – vermoed ik zo maar. draaien alle woorden om haar. kolken is misschien een beter woord. er wordt wel heel vaak hetzelfde gezegd in dit draaikolk gedicht.

mag dat wel? ja dat mag bij dit thema. (het gemis, het zwijgen en de heimwee) –  als we dan toch moeten zwijgen – dan maar alle remmen los – dan maar zo. nee grapje. hier is het heimwee uitgeschreven. maar het gedicht zou met minder kunnen – prachtige regels lezen we die een beetje ten onder gaan in het geweld van de woorden: ‘Ik raak nooit meer kwijt wat ik ooit niet kon geloven.’ een wereldregel!  verdient meer rust om zich heen.

 

bregje:

Een gedicht over heimwee, de heimwee naar nu. Een gedicht waarin de dichter ontdekt dat hij geen heimwee meer hoeft te hebben want hij vond het geluk.   Een heus liefdesgedicht maar het kan echt korter. Een gedicht waar de dichter zelf nog eens goed naar moet kijken. Zijn lief kan tevreden zijn, dat wel.

Neem nu de beginregel. Zou ik je hebben vergeten als ik niet eerder had geweten ….   Dit kan echt sterker en dan; ik raak nooit meer kwijt wat ik ooit niet kon geloven. Dit gedicht zou het goed doen in dat programma Candlelight van Jan Veen en volgens mij kun je dat overstijgen als je de rijkdom van de taal nog eens onder de loep neemt. Wel tof dat je instuurde, dank daarvoor!

 

 

Verteren

Je vleugelt langs gesloten
deuren en geblindeerde ramen,
waant jezelf tot schim. Het kluister
maant tot ontluistering, angst en
wantrouwen. Ze omlijsten je holle
oogkassen, tot aangeschoten wild.
Ik sus je, wieg je in mijn verlamde,
onmachtige armen.
Ik mis je.

Je koestert de vogels in de
hermetische tuin, mijmert in
gezetelde wakers van verweerd
hout. Het gras, de gladgeschoren
getuigen van twijfel en wanhoop. Van
gevederde onschuld en sigaar. De
as getikt tot achterhaalde klok
van bevroren tijd.
Ik mis je.

Verteerde symbolen op verschoten
muren, je tast ze tot mystieke
woorden, ontrafelt ze dolend tot
schijngeboorte. Je eigen goden
struikelend over inkt op verfomfaaide
vellen papier. Je voeten dronken zwalkend,
je hoofd verdampend. Ik volg je,
in elke komma en adempauze.
Ik mis je.

Conny Lahnstein

 

pom:  conny gebruikt woorden die ik niet graag zie in een gedicht. wil melkerachtige wollige woorden. (vleugelen NEEN NEEN NEEN!) misschien dat bregje – de juryvoorzitster deze week deze woorden wel kan waarderen. ‘vleugelen- kluister – manen – sussen – omarmen’. en dan lezen we ook nog eens de grote woorden die we nou net niet moeten hebben in een gedicht: angst, wantrouwen, twijfel, wanhoop. begrippen uit de psychologie laten we liever in het psychologieboek – de poëzie benadert maar benoemt niet conny. met ‘ik mis je’ is alles hier verwoord. de herhaling is van de poëzie – ‘schijngeboorten, bevroren tijden en dan ook nog die gevederde onschuld’ – het is allemaal even dodelijk en niet te verteren – ik mis je, ik mis je, ik mis je – is in alle eenvoud mooi genoeg.

bregje:

Conny Lahnstein

Je vleugelt ….ai Conny toch, je begint al helemaal fout. Candlelight meisje en dat is niet als belediging bedoeld, integendeel, echter het is niet wat ik van poëzie verwacht. Het kan soberder, overtuigender en minder expliciet. Niet zeggen maar tonen. Beelden neerzetten. Je gedicht is te lang en als dat nodig was stap ik er overheen, dit gedicht kan echt korten, pregnanter.

 

 

 

Klein beschrijf
 
Straks valt ook nog
het klein beschrijf weg.
Ik had je al lang opgegeven,
met het huis erbij.
 
Het staat al zo lang leeg, ook.
En de hond is daags nadien gek geworden.
Niet van jou, dus.
 
Daar denk ik maar best niet meer aan.
 .
Marc Tiefenthal
.

pom: tiefenthal begint het langzaam maar zeker te leren. een prachtige hond hier. het kan echt nog beter hoor. met een beetje schrappen nog komt werkelijk een prachtig pareltje tevoorschijn:

Ik had je al lang opgegeven,

met het huis erbij.

Het staat al zo lang leeg, ook.

En de hond is daags nadien gek geworden.

Niet van jou, dus.

.

bregje:Hier word ik blij van. Eindelijk een inzending van Tiefenthal waarbij ik niet het gevoel krijg dat de dichter lak heeft aan de lezer. Hij is, of lijkt, er voor te zijn gaan zitten en er kwam ook iets, dit bijvoorbeeld:

Ik had je al lang opgegeven,

met het huis erbij.

 

Het staat al zo lang leeg, ook.

En de hond is daags nadien gek geworden.

 

Daar denk ik maar best niet meer aan.

 

Zo is het ook meteen genoeg Marc, je titel er boven en die laatste regel nog even controleren op ritme, ‘best en meer’   schrappen bijv. en klaar.

Zwarte rand

Voor wie onheil spelt zijn het rauwe tijden
elke dag elk uur de schoonheid bevuild
met een onverteerbaar bericht

hoe het onverhoopt wachten is
op wie de mond gesnoerd
het hoofd in de schoot

tegen de zaligheid van een zoete droom
het waken voor wegzinken
in een helse slaap

een woord dat oren verdooft
om van gedachten erachter
maar te zwijgen

gemis is de zwarte rand op een kaart
hoe je hunkert naar weerkomst
het gezicht blijft een gestolen blik

FT 18112017

 

pom: ik weet niet precies wie of wat frans hier op het oog heeft – de tekst lijkt ook ge-infecteerd door conny lahnstein. de woorden te groot gekozen. maar bij frans blijft het gedicht wel binnen boord natuurlijk. op die ene onvergankelijke regel na  die nadreunt en prachtig is – maar een beter gedicht om zich heen verdient: ‘gemis is de zwarte rand op een kaart’

 

.
bregje:

Tja, misschien is dit wat ontstaat als je steeds die rouwberichten in de krant gaat zitten lezen. Je observeert als het ware al die onbekende, achtergebleven dierbaren van de evenzo onbekende doden.   Dat zijn wel een soort gestolen blikken inderdaad. Ik vind het jammer dat het gedicht wat blijft steken in benoemen. Ik mis het suggestieve, het opnieuw leren kijken naar een rouwkaart.

 

 

 

 

Reis

Dat je sporen van leegte nalaat
in de kamer
die me niet meer toebehoort,
ik zie het in flutfilms
lees het in opgeraapte stationsromans
hoe woorden
met het achtergelaten vuil mee huilen.

Afstand is een stille killer weet jij en
jouw stem verdrijft twijfels in draden
van verwachtingen.

Nog één keer.

Hoe we heimwee omarmen, er lucht in
blazen, net of dit het geheim naar
onze hemel is.

Erika De Stercke

 

pom: he nee – ‘draden van verwachtingen’ – weer een conny lahnsteintje – niet doen! ook de logika is hier aan renovatie toe. we zijn allemaal wel eens in de war maar de dichter liever niet. de dichter heeft lezers lieve erika. woorden huilen in het achtergelaten vuil in de eerste strofe. dat lijkt me geen pretje. maar de woede dient uit te woeden. zo verwerken mensen het leed en dat is goed. de hel! maar de hel is toch geen hemel?  drie regels!!! verder.  ‘Afstand is een stille killer’  ja erg leuk gevonden en zo vreselijk waar dat een normaal mens het niet zal opschrijven – deze week is de wedstrijd de wedstrijd van de mooie regels. erika heeft er ook een.

bregje:

Wat een gek enjambement, de overgang van regel twee naar regel drie, bij ‘hoe woorden’ is dat ook. Vaak werkt een regelafbreking, als lezer proef je de noodzaak, echter hier ervaar ik het als storend. Afstand is een stille killer, dat is mooi! Ook de laatste strofe kan ik zeer waarderen. Verder is het gedicht wat te opgevuld. Misschien onvoldoende inspiratie of wat te haastig geweest?

 

 

 

Kruisverband

Genageld aan de grond, de
blik omlaag waar ik moeder
– ziel alleen voor even
bloeiend tot de dood
mij naar jou richt

in save and soul

mis ik steeds meer tuin
heem en krijg weer zin
in begrip als samenspraak
in alle talen sluit ik ogen
schend en stoot mijn neus

– zwartgeschuurde
steen polijst geen pijn –

in een woordenloos
verlies van aangezicht
– geklonken punten
kruisgewijze
aan elkaar gebonden-

is het beter dat ik zwijg

18-11-2017
11.11 P.M.
Cartouche

 

pom: Cartouche kadert meteen maar zelf zijn mooiste regel in: ‘ – zwartgeschuurde
steen polijst geen pijn –‘ mooi!  maar ook hier verder weer conny lahnsteintjes hoor. hoe is toch mogelijk. ‘samenspraak in alle talen’ welja mag het een onsje minder cartouche? ‘woordenloos verlies van aangezicht’  ik zeg: neem een asperientje.- en voor ‘even bloeiend tot de dood’ neen zo was u niet met moeders getrouwd. ze zou zeggen – jongen doe een beetje normaal – luister naar de dichter wolff – van hem leer je hoe de eenvoud te verwoorden: ‘spel de letters van je naam niet – val niet voor me uit elkaar’- nu moeder cartouche is ontvallen lijken alle remmen los. in de laatste regel van zijn gedicht vindt hij gelukkig nog zichzelf weer terug.

.

bregje:

Is het beter dat ik zwijg… Had hier een vraagteken achter gestaan dan had ik gezegd, nee maar leg nu eens uit wat je dwars zit. Je moeder is gestorven maar ik leef. Een smeekbede aan het graf?   Ik denk het, we doen het immers allemaal wel eens. Je moet toch ergens jezelf kunnen ontladen. Zo lees ik je gedicht en ik ga nu de hele dag proberen om in alle talen mijn ogen te sluiten.

 

.

 

 

stikstof

om je hondje heb ik nog gehuild
zo dierbaar ook je ratten
ze waren tammer dan wij

en heb ik toen dat pompje niet
gekocht voor de kom waarin
die gup zijn rondjes

hoe de pest niet voldoende
bulten in het water
je weet het vast nog wel

alles groeide en bloeide
(ik hield mijn adem in)
behalve je hondje ja

zijn koppie hing al voordat ik
dat was van voor de zuurstof
die ik met me meedroeg

nu geef ik alleen nog aan de bomen
langdurig uitademen een tweede natuur
zie je de blaadjes, hoe ze groeien?

ml

 

pom: ik had het alleen bij het hondje gelaten max – die guppies geloof ik wel. het thema fijn verwoord met die blaadjes, in de tweede natuur, de bomen aan wie alleen nog maar gegeven wordt. ja – een heerlijk soort melancholie maar wel gekruid en geladen. je voelt aan alles dat hier straks nog een gedicht achteraan komt waar de derde wereld oorlog kinderspel bij is vergeleken.

bregje:

Hondjes en guppies die ademloos door het brein van de dichter spartelen en een dankbare prooi hopen te vinden in de lezer. Nee, bij mij deze zondagochtend niet. Ik moest bij pompje even aan pom in het klein denken. Zelfs je slotregels, die op zich heel waardevol zijn, overtuigen me niet. Helaas maar dat neemt niet weg dat je meedeed en je weer lekker uitgeleefd heb met hulpeloze diertjes. De dierenbescherming zit denk ik al klaar om uit te rukken.

 

 

 

gewone man

met je groene regenjas
je reisde per trein
papieren krant, bibliotheekpas
alles was zo klein

wat mis ik jou
de aardappelen in de kelder
trouwfoto op de schouw
het was zo helder

ik was nog verborgen bang
de toekomst die ik was
ik ruik je adem op mijn wang
als vers gesneden gras

gewone man
Ik wil weer zijn wie ik was
toen jij er nog niet was

PM

 

pom:  ook hier is de logika weer eens ver te zoeken.  een gedicht mag toch hoop ik nog wel kloppen toch? wat mist ze hem – ok ok – we leven mee – maar nog geen 10 woorden verder wil ze al weer zijn wie ze was zonder hem. nou dan zal het wel los lopen met dat missen he?  denk ik dan. (papieren krant wel grappig gevonden ja – zo zal er over 10 jaar tegenaan gekeken worden als je je krantje van papier leest.)

bregje:

Nu ben ik wel heel benieuwd geworden hoe je was? Een en al onrust misschien, levendig, sprankelend en ingedut bij die gewone lieverd met zijn bibliotheekpas. Ik vraag me oprecht af hoe je dat pasje erbij gesleept krijgt. Is dat klein, een dergelijk pasje bezitten? Bedoel je, voorspelbaar?

.

 

 

van heimwee tot vloek
 
ooit zei je dat heimwee het mooiste woord is
van daar naar heimat, het thuis van ons allen
 
waar je niet bent voel je je thuis
waar je wel bent wil je niet zijn
 
zo ben je op vleugels altijd onderweg
en de reis is onze bestemming
 
de bestemming is zoals wij zij aan zij gaan
heimwee is voor eeuwig bewegen, doelloos verblijven
 
in elkaar, de laatste trein missen
en op luchtige stations in elkaar haken
 
ook al is jouw heimwee een andere dan de mijne
ik opteerde reizen terug in de tijd
 
zo lang we in beweging waren was jij de mijne
maar jij verkoos de plek tot stilstand
 
het mooiste woord dat ooit tussen ons was
nu een vloek die we samen delen
.
Jolies Heij
.

pom: heij heb er een handje van om mee te jureren. elke week lezen we weer of madam het eens is met de keuzes van de jury. bijna nooit. en dat is grappig. cartouche – erika de stercke haar lievelingetjes en ze houdt ook van zichzelf. eens kijken of het thema wordt gehaald.

nou het valt allemaal niet mee. deze week. er wordt veel bewogen maar enig doel dient het allemaal niet. een onrustig gedicht. en dat is het. ‘ik opteerde reizen terug in de tijd’ bij zo een regel haak ik helemaal af. mijn god heeft ze nou alles weer verleerd:

 

zo lang we in beweging waren was jij de mijne

maar jij verkoos de plek tot stilstand

 

we hebben hier te maken met het slechtste gedicht dat heij ooit heeft geschreven. de lelijkste regels uit haar oeuvre achter elkaar geplakt. een onrustig gekrakeel – stilstand, beweging – luchtige stations – in elkaar – uit elkaar – vloeken – hier is een touw lieve jolies knoop er alsjeblieft wat woorden aan vast. ze vliegen nu alle kanten uit. iemand moet het zeggen.

.

bregje:

Ik weet het niet Jolies, er staan regels in je gedicht waar ik het mee eens ben, zoals bijvoorbeeld waar je niet bent voel je je thuis / waar je wel bent wil je niet zijn. Heimwee is voor eeuwig bewegen, doelloos verblijven, dat vind ik mooi gezegd maar ook wat dubieus. Laat ik het als volgt samenvatten: ik heb gedichten van je gelezen waar ik meer in vond om op te kauwen en dat vind ik prettig. Bij dit gedicht vorm ik me een mening over heimwee en dat is lastig want je bent niet hier, anders konden we er heerlijk over van mening verschillen.

 

 

 

 

Dans van de Noordzee

De Pier zei zie ze liggen
Scheveningen en Noordzee
tegen de avond deint de vloed
ebt de middag weg
dansen wolken in een lucht
boven dalen vol zand
hoor ze het noordelijk zout trotseren
schuimbekkend naar ‘t zuigend
buigend avondrood

de Pier zei zie die tijd
dat zij wandelden langs de branding
kinderen waren zij toen
met schepjes vol zand
luchtkastelen bouwend
de toekomstvloed trotserend
met de heim en de wee
de dagen weggeëbd
langs de eeuwenduistere Noordzee
hoor hoe zij nimmer zwijgt.

Rik van Boeckel
18/19 november 2017

 

pom: eigenlijk een prachtig gedicht – de tijd in levensfasen verwoord en gekoppeld aan natuurgeweld – hoe uiteindelijk alles opgeslokt wordt door het water van deze zee. de inhoud met gepast bombast vereeuwigd. mooi ja. ik houd niet van natuurgedichten – maar die van Rik wel omdat ze altijd uitstijgen boven wat ons samen bindt.

bregje:

Mooi Rik, een hele andere invalshoek en dat lees ik graag. Ik heb de zee gezien, ik heb herkenning gevoeld. Dankjewel! Dat je het de pier het laat vertellen is een manier die ik ken en mede daarom plaats ik er een kanttekening bij. In zijn geheel een prima en overtuigend gedicht!

 

 

Ha die Pom,
Ik zag vorige week je vraag hoe het met jako in zwitserland zal zijn? Ik zal er op antwoorden, want zat in een puinhoop van dagelijkse aanvallen op ons tijdschema. Hoe ouder je wordt, hoe erger. Nu even meedoen met ‘heimwee’.
Heb het fijn vandaag, de wereld draait toch wel rond. Jako

 

verlies

je geeft me geen troost
landschap van verlangen
noch compassie
met mijn eenzaamheid

maar steeds
sla je je arm om me heen
hou je me vast aan mijn broekriem
fluit je me terug als een schaap
naar de kudde

en ik huil hier
als lindentakken, druipend
in een herfstregen

jako fennek

 

pom: toestanden daar in der schweiz. begrijp ik jakoos woorden goed – hij heeft het druk – een drukke agenda. of was er toch iets met gezondheid. blij dat ie weer tijd vond en inspiratie – al is het wel huilen geblazen deze week. niet heel sterk het gedicht – ik heb ze vileiner gezien van jako – natuur mijmeringen is meer voor oude dames .

 

bregje: Hoera, wederom een andere invalshoek. Wat heerlijk om te lezen, fraai geregisseerd, emotie die niet opgedrongen wordt maar subtiel onder de regels is gelegd. Goed gedaan!

 

Share This:

Geen categorie

DITMAR BAKKER nog steeds aan de CAMPANELLA: “De mensen rookten onverstoorbaar door maar waren geraakt. Een diep gevoelen.”

Geplaatst op

Ditmar lief

had ik 14 regels
om te schrijven
jij zou ze alle 14

maar ik heb er 9
god is spaarzaam tegenwoordig
en jij slurpt toch al teveel – zegt ie

nog 3
2 pff
likje

pw

 

Oh, Pom.

Grammatica blijft een gut Ding gut, en het is zo fijn dat je het als moedertaalspreker eigenlijk nooit fout kunt doen. Een lezer wees mij echter op het gebruik van een modern woord in een oud gedicht. Soms kan dat, weet je het nog, Pom, hoe we onze onsterfelijke ziel een oordeel lieten eten?

D’un gran mondo Aristarco, e Metrodoro
di più cibommi, e più di fame abbondo;


Zo’n Oort’s al, met Frisius’ leefruim, waarin ‘t
weldadig vertoeven is, ’n oordeel bekome—
Waarin natuurlijk:

1. Zo’n Oorts Al, met Frisius’ leefruim, waarin ’t weldadig vertoeven is, ’n oordeel bekome.

2. Zo’n Oort zal, met Frisius’ leefruim, waarin ’t weldadig vertoeven is, ‘n oordeel bekome(n).

Om maar twee lezingen te noemen. Hier worden ‘antieke geleerden’ (oh, gruwel) getransponeerd naar onze tijden ook Metrodorus en Aristarchus leefden niet tegelijkertijd, als we tenminste de juiste hebben gevonden(!)

Maar wat als je een motel in een vertaling van een zestiende-eeuws (waarschijnlijk) gedicht propt? Mag dat, Tjeempie?

Aangezien die bril van een Rembo (de talig prutser Theo Wesselo—red.) tegenwoordig pretendeert in hetzelfde veld te werken als ik(!) roep ik hem maar aan; mijn reactie over de vleeschgeworden psychose die tegen je aan begint te lullen en wat daarbij dan een probate reactie zou zijn (stil blijven staan en hopen dat de koplampen je voorbijrazen) schijnt te zijn verwijderd. Enfinwat uit mijn reet komt is ook puur.

Over wormen gesproken, wat vind je van het volgende?

4 – DE WERELD EN ZIJN DELEN
Dees aard, zo groots-dierlijk, dees wereld, perfect
verbeelding van God, prijst den Heere gelijk
ons walgelijk wurmengeslacht in Zijn rijk

inwandigheid waar Hij het levende dekt.

 

Ondachtig Zijn liefde en Zijn intellect, 
zo ’n wurm niets onthoudt om te weten van mij; ‘k
word vaster gebeten steeds: pijnlijk praktijk,

dus strekt onze voortgang tot eer en respect.

 

Een groots dier gelijk staat de mensheid op aarde
in ’t binnenst der Grootste—als luis in de pels

van ’t lichaam onszelver; welk pijnlijke haarden!

 

Kijk óp, gij fantastische wormenmotels,
stel dan vast welk schepsel om eigene waarde

en vat wat aan jou is, en wat jou omhelst.

Het is een vertaling van, hoe kan het ook anders, ons inmiddels vertrouwder geraakte Thomas:

4 – DEL MONDO E SUE PARTI
Il mondo è un animal grande e perfetto,
statua di Dio, che Dio lauda e simiglia:
noi siam vermi imperfetti e vil famiglia,
ch’intra il suo ventre abbiam vita e ricetto.
Se ignoriamo il suo amor e ‘l suo intelletto,
né il verme del mio ventre s’assottiglia
a saper me, ma a farmi mal s’appiglia:
dunque bisogna andar con gran rispetto.
Siam poi alla terra, ch’è un grande animale
dentro al massimo, noi come pidocchi
al corpo nostro, e però ci fan male.
Superba gente, meco alzate gli occhi
e misurate quanto ogn’ente vale:
quinci imparate che parte a voi tocchi.

Maar ik werd op mijn vingers getikt: “WAT MOETEN DIE WORMENMOTELS DAAR!?” En zoals zovaak gebeurt heeft de argeloze consument der poëzie volledig gelijk: de wormen komen niet alleen niet terug in de tekst (dus waarom zouden wij ze ten derden male ten tonele voeren), maar het motel waarover ik zo in mijn nopjes was het gevonden te hebben om Grindr uit te kunnen zetten en gespreid ik bedoel om de vergelijking te kunnen maken met de mens als passant ter aarde, is immers een uitvinding die niet alleen Campanella ongehoord zou zijn, maar bovendien nergens, ik zeg nergens, in de oorspronkelijke regel aanknopingspunten vindt ter verdediging gebruike. Overnieuw, prutser!

Enfin. Zoek- en sleutelwerk verder en wat hoofdbrekens rondom de grammatica zijn we er dan, wormen die we zijn, Pom:

4 – DE WERELD EN ZIJN DELEN
Dees aard, zo groots-dierlijk, dees wereld, perfect
verbeelding van God, prijst den Heere gelijk
ons walgelijk wurmengeslacht in Zijn rijk
inwandigheid waar Hij het levende dekt.
 
Ondachtig Zijn liefde en Zijn intellect, 
zo ’n wurm niets onthoudt om te weten van mij; ‘k
word vaster gebeten steeds: pijnlijk praktijk,
dus strekt onze voortgang tot eer en respect.
 
Een groots dier gelijk staat de mensheid op aarde
in ’t binnenst der Grootste—als luis in de pels
van ’t lichaam onszelver; welk pijnlijke haarden!
 
Richt met mij uw ogen op ’t hoogst naturels,
stel dan vast welk schepsel om eigene waarde
en vat wat aan jou is, en wat jou omhelst.

Lees het maar een paar keer door, schreeuw in ontzetting ontwricht, en zet komma’s waar je belieft, Pom, dat doe ik ook. Ik heb het idee dat de amphibrachys door mij gehanteerd niet alleen de hendecasyllaben van de oorspronkelijk auteur recht doet (de geleerde Claes zette mij op dit spoor, de praktische Erik Oppedijk, ooit op jouw website gepubliceerd, Pom, op datgeen wegleidend van het heerlijk-ranzige motel—ik reis immer per trein) maar tevens wicht biedt jegens de hegemonie van de jambe die langzamerhand terug te keren lijkt in Nederlandsch versland. Ik hoop haar weer te kunnen treffen als Thomas en ik uitgestoeid zijnsoms anapest ik hem, bijvoorbeeld in dat heerlijke sonnet over Liefde, Ware Liefde, weet je nog, Pom? Ware Liefde? Eens was er een Pool–maar ik werd gek, schreeuwde mensen toe in dactyli vanaf de balustrade van een coffeeshop in Amsterdam en hij wil me nooit meer zien, zo ongeveer zoals mensen die Theo Wesselo ‘pure poëzie’ hortend horen oplezen. Ik heb nog een koelkastmagneet van hem—de Pool, niet de prutser—die hij voor me meenamKopernik staart me aan vanaf mijn GEMS-koelkast. Het is ironisch dat ik tijdens mijn ziekenhuisopname kort daarna achter het bestaan van een heliocentrisch model vóór Kopernik kwam: Aristarchus maakte er éénzou dat de reden zijn geweest dat ik hem uit mijn Onsterfelijke Ziel verwijderde? Hoogmoed komt voor de val, en liefde delft het onderspit bij vleesgeworden psychosen—al wist ik er toch poëzie uit te persen. De mensen rookten onverstoorbaar door maar waren geraakt. Een diep gevoelen.Dag Pom, het beste voor nu.

-x-

D.

 

Share This:

Geen categorie

BARNEY AGERBEEK – EEN WARME OOSTENWIND – dat het niet weg waait in de tijd en warm aanvoelt. zo ook waait een warme oostenwind in deze bundel tussen de gedichten en de beeldende kunst.

Geplaatst op

BARNEY AGERBEEK – EEN WARME OOSTENWIND – dat het niet weg waait in de tijd en warm aanvoelt. zo ook waait een warme oostenwind in deze bundel tussen de gedichten en de beeldende kunst.

“Dit gedicht kan ook alleen maar geschreven zijn door een man op leeftijd (1948 Surabaya). zo doorleefd. en dat maakt de bundel meteen ook tot een document humaine. De bundel is werkelijk prachtig uitgegeven met foto’s van kunstwerken in kleurendruk – prachtige vormgeving – indo’s in holland opnieuw is een standbeeld voor u opgericht. ik zwijg over de andere gedichten – het is niet aan mij om zoveel moois te recenseren. ik voel dat ik daar niet aan mag komen. we lezen de hoofdpersoon later in de bundel gesitueerd in de buurt van 010 en in de polders: …..” – over: ‘rood en wit met blauw’ gedichten van Barney Agerbeek – monumentaal en doorleefd

 

Ik schreef dus al eerder over de poëzie van Barney Agerbeek. De Rotterdammer te Surabaya geboren. In EEN WARME OOSTENWIND – Barney Agerbeeks nieuwe dichtbundel  waait de poëtische wind uit het oosten  (in 28 gedichten) – uit het verre oosten en ook uit Oost-Europa, (Polen met name)  richting Rotterdam zullen we maar zeggen. Richting C.B. Vaandrager.

Een man op leeftijd – een leven lang bankier geweest – (VON SOLO even opletten svp!) uit een wereld waarin alleen de prestaties tellen  –  die,  nu de zaken – nou ja zaken – zeg maar de wereld  en het leven – meditatief en op een afstand beschouwt. Barney Agerbeek noemt die ontwikkeling in zijn leven in een radio interview ‘een zegening’.  (Er is nog hoop VON SOLO! al gaan er wel wat jaren overheen.)

Waarom Polen?  –  Waarom het land ( weliswaar een nog totale ‘witte wereld’)  van de  Zwarte Madonna? Het is het land land waar hij zijn vrouw 47 jaar geleden leerde kennen –  47 jaar – een meditatie waard:

 

(…)
 
jij en de jaren
zijn als het ware
een stroom van ooit naar nu
en in de tijd terug
 
ik pluk strofen uit de lucht
en lees ze hardop voor
‘we zijn samen,’
fluister je, ‘kom tot rust.’

 

 

Deze bundel gaat over zoveel meer dan deze enkele meditatie op pagina 67.  Barney Agerbeek schrijft zo precies, zo invoelend, zo dicht onder lezers huid, dat ik  net als toen ik “rood en wit met blauw’ las bijna niet durf te bewegen, bij het omslaan van die prachtig vormgegeven bladzijden in deze bundel,  mijn adem inhoud. Wat is dat toch dat deze dichter met zijn lezers doet?

Zo maken we een reis door de tijd. Beschrijft de dichter in momenten, in reisverhalen, beter gezegd in reisgedichten, associatief  (ook) de (politieke) ontwikkelingen in de landen die hem lief zijn: “je leert naar alle kanten kijken”.  Dat heeft hij geleerd,  dat leert hij je – dat geeft hij mee aan zijn lezers.

 

Er waait een warme oostenwind
Thuis op aarde in de landen
waar ik zonder te reizen kan zijn
om rond te lopen met open mond

 

 

Rotterdam in alle talen, van bombardement tot markthal, met C.B. Vaandrager, het hondje van Hanlo,  de loepzuivere poëzie van Rogi Wieg – alles, alles komt voorbij.  Indonesië, Polen, Rusland, berken, berken berken, absoluut en volkomen neergelegd in poëzie. Als het ware om de abstractie van een halve eeuw tijd te comprimeren tot iets tastbaars – een bundel poëzie om bij weg te dromen – zoals de dichter door de tijd heen zijn weg heeft gedroomd. steeds weer die plaatsen die hem lief zijn – steeds weer wijsheid en de verworvenheden, steeds weer de veranderingen overal waar je komt, waar je was.  wat je beleefde. beleefde: waar je je leven aan gaf.  dat het niet weg waait. en warm aanvoelt. zo ook waait een warme oostenwind in deze bundel tussen de gedichten en de beeldende kunst.

 

Barney Agerbeek – Een warme oostenwind

 

Share This:

Geen categorie

VON SOLO SLAAT PIKET PAALTJES – Japke-D kop van Jut

Geplaatst op

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

‘We moeten synergie bereiken door binnen het gremium van de stuurgroep consensus te bereiken over het uitzetten van de piketpaaltjes om te komen tot een stip op de horizon.’ Ik zou het de lezer niet kwalijk nemen als hij nu direct ‘bullshit-bingo!’ zou roepen. Dat deden wij tenminste tien jaar geleden ook. Nee, tegenwoordig hebben we mensen van stand nodig om ons te leiden in dat soort uitspraken.

 

Deel 206. Duidelijk

Ik werk bij een groot ambtelijk concern. Daar wordt een hoop bullshit–bingo gespeeld. Ik zal u de voorbeelden besparen want die paden zijn al lang platgetreden. Het went, en dan valt het allengs best wel mee. Maar zoals bij elk groot ambtelijk concern hebben we ook een grote afdeling communicatie, en zoals we allemaal weten, werken daar niet de grootste sterren aan het firmament. Zo zat er onlangs ééntje bij die een artikeltje gelezen had in het NRC, waar een, ongetwijfeld crypto-feministische, columniste zich negatief uitlaat over het hedendaagse taalgebruik op kantoor. De communicatie medewerkster dacht makkelijk te scoren en plaatste het artikel uit het NRC op het bedrijfsintranet. Dat sloeg bij gelijkgestemden aan en veroorzaakte een hype. Er volgde een digitaal samenscholingsgroepje, dat binnen no time duizend volgers had. ‘Duidelijke taal’ heette dat gedrocht. Een heerlijk stukje mongoloïde hobbyisme in de ‘baas zijn tijd’. En deze week werd de hype zelf geroemd door de schrijfster van al die tenenkrommende open-deur-stukjes. De schrijfster van deze stukjes heet Japke-d. Bouma.

En dat is eigenlijk waar het bij mij in het verkeerde keelgat schoot. Alle clichés die ze aanhaalt begrijp ik wel. Maar sommige grappen zijn maar één keer leuk. Haar naam echter deed iets doorslaan bij me. Ik ging op zoek naar de wortel van mijn onmin. Japke? Zou haar opa in een kamp gezeten hebben in de oorlog. En had ze als pasgeboren spruit met dichte oogjes doen denken aan een Aziatisch mensje? Dat ze daarom zo was genoemd? Tot daaraantoe, maar dan die ‘d.’ Voor iemand die prat gaat op duidelijke taal en simpelheid is die voornaam wel erg mystificerend. De vragen borrelden op. Is het nou Japke D. Bouma? Of Japke-Doutzen Bouma, dat het een afkorting is, maar dat zou de kleine letter weer tegenspreken. Of Japke de Bouma? Of is Japke-d. gewoon de voornaam, of is het een artiestennaam? Al met al maar onduidelijk. Ik stelde deze vragen op ons intranet en kreeg terstond van een, het was te verwachten, communicatie medewerkster het volgende antwoord: ‘Het is de voorletter van haar grootmoeder, die ze wil eren door die letter aan haar eigen voornaam te plakken. Dat vertelde ze bij de Slimste Mens vorig jaar.’ Nu kijk ik geen TV, zo slim ben ik dan ook wel weer. Wat ik wel meteen wist was, dat op die manier je naam vernachelen pure ijdele aandachttrekkerij is. Kortom, bullshit-bingo!

Wat me aan de ene kant amuseert en aan de andere kant mateloos ergert aan de hele zaak is, dat de patronen zo dodelijk voorspelbaar zijn. Zorg dat er een futiele steen des aanstoots is, waar iedereen die er te dom voor is een beetje om pruttelt. Ga dat subtiel benadrukken. Zoek een geaccepteerde autoriteit die politiek correct en comfortabel veilig de zaken op de hak neemt. En start een hype. Om te kotsen! Het is humor op Jandino-niveau. Humor voor debielen. Power to the poeplul. Ook goed. Het is maar waar je voor kiest. Ik pas. Het leuke met alles, of het nou taal, cijfers, leven, liefde of wat dan ook is, is dat simpel niet altijd beter of leuker is. En simpel is zeker ook niet altijd duidelijker. Sommige zaken laten zich nu eenmaal niet in Jip-en-Janneke-taal, of voor mijn part debieltjestaal, uitleggen. Die vereisen meer dan instant pop-up begrip voor tussendoor de latte macchiato, yoga en de speltkoekjes. Soms is moeilijk doen gewoon leuker. Misschien doe ik daarom ook wel zo graag moeilijk en ben ik zo hopeloos slecht in communicatie. Zoveel is dan weer wel duidelijk.

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN MET SARA te Tuinpark Buitenzorg, de koude wind laat de gouden bladeren dansen …..

Geplaatst op

Voor Sara 7
 
Op deze zonnige novembermiddag
te Tuinpark Buitenzorg,
de koude wind laat
de gouden bladeren dansen,
 
blafte jij je schor
tegen boomstronken
spoken en paddenstoelen,
tegen de zwaarte,
het zompig moeras,
op naar het licht,
de kleine adem.
 
“Kom maar op schoot, Saartje, “ zei ik,
“de monsters zullen vast niet komen
Op deze mooie novembermiddag.”
.

Merik van der Torren

Share This:

Geen categorie

ANNEKE WASSCHER haar bundel ATLAS VAN DE TIJD: het is daar stil, er wordt gezwegen. het is alsof de woorden zichzelf afleggen. over het verfijnde dichterschap van anneke wasscher.

Geplaatst op

ANNEKE WASSCHER in haar bundel  ATLAS VAN DE TIJD: het is daar stil, er wordt gezwegen. het is  alsof de woorden zichzelf afleggen. over  het verfijnde dichterschap van anneke wasscher.

deel 1 – 13 gedichten – ‘we leggen nieuwe woorden op een lege plek’ – nieuwe woorden dus op die lege plek, legt ze, ANNEKE WASSCHER in haar ATLAS VAN DE TIJD –  de verwijzing naar kopland  kan geen toeval zijn – anneke laat niets aan het toeval over – als persoon niet –  en niet als dichter. in het eerste deel staat een relatie centraal – over hoe die voorbij ging – hoe een leven dan getekend wordt? – en hoe de dood?  het is het werk van een dichter om daar vorm aan te geven. de woorden héél zorgvuldig gekozen in elk gedicht weer. de woorden schreeuwen stilte, de stilte uit in alle toonaarden.  maar hoe anders dan in woorden leg je dodelijke stilte, het dodelijk gemis. het is natuurlijk onbegonnen werk.  toch openbaart zich in twee gedichten het wonder van de poëzie. het is het wonder van de eenvoud dat stiller maakt dan stil kan zijn in een gedicht: in:  “het sprak vanzelf”

soms zet ze toch twee borden neer
of legt zijn leesbril naast een boek
het sprak vanzelf dat hij er was

 

en in: “onze herfsttuin”

 

er is niets jong gebleven op ons erf
de verf laat los en bladdert af en ik
ben niet in staat iets vast te houden
 zo weten we in het eerste deel van annekes ATLAS VAN DE TIJD de nieuwe woorden op de lege plekken die kopland ons achter liet. in wezen is het eerste deel van annekes bundel een eerbetoon aan kopland:
.
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

 

bij anneke – lezen we nauwelijks hoofdletters, bijna geen leestekens, in de hele bundel welgeteld één vraagteken. we moeten het van de woorden hebben – niet meer en niet minder. behalve in deel 2 – 8 gedichten met 8 namen – met hoofdletters van mensen in de titels van de gedichten. we zitten in een gekkenhuis – de wereld  – lijkt het wel – of op de terminale afdeling van het onze lieve vrouwen gasthuis of gewoon op drie achter in de jordaan, in ieder geval in een wereld zonder houvast waar verloren jaren samen gaan met verloren idealen. heb je een naam – het kan kort duren of het kan lang duren – na verloop van tijd leg je die naam ook weer af. op de plaatsen die anneke in haar atlas beschrijft.

relaties, mensen die we hebben gekend met namen – we gaan er allemaal aan in deel 1 en 2 van deze bundel – anneke laat ons geen ruimte – de neus op de feiten. en een naam hebben we allemaal. het is tijd voor de eeuwigheid – en inderdaad in deel 3 maakt anneke tijd vrij voor de eeuwigheid in 9 gedichten bij nacht en ontij in een winters geheel.

In deel 4 is het stil, wordt er gezwegen. er hoeven geen woorden meer gelegd te worden op de lege plekken.  het is alsof de woorden zichzelf afleggen. hier toont zich het verfijnde dichterschap van anneke wasscher – alsof ze er de hele bundel over heeft moeten doen om aan te raken  wat je  verstilde weemoed zou kunnen noemen. de oude beelden – als iedereen is weggegaan, als niemand meer een naam draagt.  tot aan het slotgedicht “symbool”  in deel 5: met  de aanklacht, de verbijstering en iets van hoop nog?

(…)
de taal is hier zichzelf niet meer
 
een woord misvormt de Davidster
het spelt de smaad die tergend is
onbeschaamde koorts van haat
 
het virus is besmettelijk
bizar dat juist dit stukje stof
het lef van overleven heeft

 

http://www.uitgeverijkontrast.nl/archive/products/atlas-van-de-tijd/

 

 

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ weer eens gemangeld tussen goed en kwaad – over ‘blond haar en regenachtige ogen’

Geplaatst op

Ik ga het vandaag over een niet alledaags thema hebben, lieve lezer. Het is ook geen vrolijk thema, maar enfin, dat is Srebrenica ook niet en dat is genocide nooit. Met de natuurgenezer veilig opgeborgen in het tuinhuis in afwachting van de uitspraak van het Tribunaal in het proces tegen Mladic op 22 november. Hij laat weten dat hij het goed maakt, maar dat hij absolute rust behoeft en dat het enige bloed, dat hij nog kan zien, dat van de rode zonsondergang in het westen is. Eventueel het rode sap van een bloedsinaasappel. Verder hoopt hij op levenslang voor Mladic, aangezien hij die dan de dikke middelvinger kan geven omdat hij zelf maar veertig jaar heeft.

En dan was er ook nog de herdenking van de Kristallnacht op 9 november in Perdu, waarvoor ik van het Platform tegen racisme en uitsluiting een uitnodiging kreeg. Je moest je aanmelden om op “de lijst” te komen, maar een paar dagen van tevoren berichtte men dat “de lijst” aan de kant was gegooid en mensen zouden worden toegelaten volgens het principe wie-het-eerst-komt-die-het-eerst-maalt. Dus columniste zorgde ervoor vroeg ter plekke te zijn. En ik ga er voor het gemak – gezien de gemiddelde leeftijd van de lieve lezertjes – maar vanuit dat u weet wat de Kristallnacht was en ook waar die voor staat en anders zoekt u het maar op wikipedia op. Ik kwam dus bij Perdu, waar een stelletje vrouwen voor de deur leuzen stond te roepen als: dit is uitsluiting! En: welkom bij het Kristallnachtcircus! In de deuropening een marokkaans uitziende jongeman die met een overduidelijk accent sprak. Die andere bezoekers wel binnenliet. De vrouwen namen driftig selfies en spraken geagiteerd tegen hun schermpjes. Eentje rolde een israëlische vlag uit. Let wel, het waren allen hoogblonde kaasvrouwen. Staat u op “de lijst”? vroegen ze aan iedere bezoeker. Ja, knikten diverse mensen waarop ze naar binnen werden gelaten. Maar wacht eens even, die “lijst” was toch weggegooid?

 

Nu kwam ik ook in beweging en stapte op het Marokkaantje af. Nee, u mag niet naar binnen, sprak deze onverbiddelijk. Wat krijgen we nu? Ligt het soms aan mijn bril? vroeg ik verontwaardigd. Mevrouw, ik heb ook een bril, gaf hij (dat was waar), maar toch mag u niet naar binnen. Zij hoort niet bij ons, hoor! riepen de activistes. Bedankt dat jullie dat voor de duidelijkheid even laten weten, dacht ik, maar de Maroc week geen duimbreed. Ineens had ik genoeg van deze schertsvertoning. Ach, ga jezelf toch neuken, rukker, sprak ik en liep onder grote hilariteit van de actievoersters weg. Of ze er nog hebben gestaan tot ze platvoeten kregen weet ik niet. De ervaring heeft mij al eens eerder geleerd dat ik me maar beter niet in het israëlisch-palestijnse kruidvat kan mengen.

Ooit nam ik het op FB voor de belgische Dichter des Vaderlands Charles Ducal op, die een reeks mooie, genuanceerde gedichten over de palestijnse nederzettingen had geschreven. De vuilstort die ik toen over me heen kreeg! Van (zelfverklaarde) joden die mij heel origineel voor antisemiet uitmaakten en mij geringschattend “dichtertje” noemden. Nee, Israël ligt ver weg en van mij mag dat vooral zo blijven. Waarmee ik niets wil afdoen aan de genocide op de joden tijdens WO II en ook niet aan het feit dat uit NL buitensporig veel joden zijn afgevoerd door de gulzige coöperatie van de NS met de Nazis. Maar de politieke situatie in het huidige Israël kan me gestolen worden. Daarbij waren mijn argumenten ter verdediging van Charles Ducal niet eens politiek, maar zuiver literair.

Daarbij heb ik al genoeg te stellen met Bosnië, waar genoeg lonten voor het ontsteken liggen. Met de Ratko’s, Radovans, Slobodans, Franjo’s en Alija’s aldaar die geen gelegenheid onbenut laten om grenzen langs etnischreligieusculturele scheidslijnen te trekken. Dat is mij al tweedeling, of liever gezegd driedeling genoeg. In Srebrenica wonen de Serven aan de ene kant en de moslims aan de andere. In Mostar wonen de Kroaten op de ene oever en de moslims op de andere. Dan hoef je er waarlijk geen nieuwe kolonies meer bij.

Op 9 november
 
In een stad waarvan de ruiten nog spiegelen
de scherven allang opgeveegd
het gerinkel houdt de honden niet langer uit de slaap
ze kruipen ouderwets weg
met de staart tussen de benen en volgen kan altijd nog.
 
Ergens is een aanzet tot een opstootje
er wordt een israëlische vlag uitgerold
mensen praten tegen zichzelf in hun schermpjes
en hebben het over uitsluiting
van nog voordat vader van de fiets werd getrokken.
 
Ze hebben blond haar en regenachtige ogen
blauw als de ster op hun vlag
het zijn katten op witte sloffen
die de keel schrapen in deze spooknacht
het enige wat dampt zijn de kleverige blaren.
 
Een jongeman met marokkaans uiterlijk en accent
vraagt me of ik op de lijst sta.
Ik weet van geen lijst – voor gratie of voor deportatie?
Zo wordt de datum wrang in ere gehouden.
Hij weigert me de toegang.
 
Was mijn haar te kazig of mijn neus te wit?
Dit is pure parodie, ze hoort niet bij ons
maar ik stond per ongeluk aan de verkeerde kant.
Zo begon het in het duizendjarige rijk ook
waar menigeen het lachen aan het gas verging.
 
 
Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

DITMAR BAKKER schaaft CAMPANELLA nog even bij: “En oh, Pom, waar is onze optatieve wijs toch gebleven.”

Geplaatst op
Ha Pom,
Inmiddels heb ik een—zo vermoed ik—definitieve versie aan dichters/boer(d)en gericht. Die Campanella is me er ééntje zeg. Je zal zelf ook wel hebben gezien dat er nog wat aan dat andere monster schortte. Zo schijnt ‘accredituur’ ècht geen woord te zijn, hoe mijn taalgevoeligheid ook anderszins schreeuwde en ik heb gespeurd naar de oorsprong van suffixen—maar dat bood wel een opening om de favola te vangen. De dieren zijn we kwijt, maar Campanella heeft het verder ook nergens over diertjes, wel over mensen (‘nephelden’ heb ik ze genoemd), wat ons nog zekerder kan maken van het feit dat hij de tweede vergeten betekenis van ‘favola’ eerder bedoelde dan de eerste. En oh, Pom, waar is onze optatieve wijs toch gebleven. Ik heb mij verzoend met het verlies van een eind-n. Wel blijf ik ferm tegen het verlies van dat versus die (wat echt aan de gang is, we maken het mee, otemporaomores!) omdat zulks ons dichters nu eenmaal ruimte geeft. De tweeslachtigheid in regel elf (het gekkengetal!) is mij zó lief. Hier, vangen!
AAN DICHTERS; BOERDEN?
Hoogmoedige moed, vanuit heiligheid—schijn!
Goedhartigheid pleegt men verplichting te maken
’t verstand dan verwart (en ’t zal schraler geraken)
de liefde met ijver—fraai? Opdofferij,
 
dankzij uwe ‘boerden’ bezingend ’t terrein
van ’t walgwerk dien nephelden; zinneloos kwaken,
nee, dan ’t magnifieke mysterie—ons baken,
valeur die de oudheid bezong: Gods domein.
 
Natuurlijke grootsheid doet vruchten verstrekken;
zingt strijdig uw jokken—het handwerk is zuur,
laat geen der gegevens, waar, onwaar, bedekken.
 
Keur goed enkel dichtsel, als vroeger scriptuur,
dat zaken die mantels der leugens onttrekke;
bewapene mensen: verkoop de deugd duur.

Share This:

Geen categorie

DITMAR BAKKER over de Campanella meisjes – ‘Oh Sherry, ottusa fica seconda—jij valse vriendin! Sherry je bent lief maar wel simpel’ én over vertaalster Jenny van den Berg: “iedereen kan immers bagger maken zoals zij, gelijk een koningin Midas in negatief—raak het aan en het gaat mis…” –

Geplaatst op

ditmar vertaalt tomasso campanella

 

Pom, liefste,

De vertaalster van de Italiaans-Engelse editie der Thomassonnetten is een kreng—je merkt je valse vrienden op een gegeven moment gewoon kennen. Nee hoor Sherry je bent lief maar wel simpel voor een PhD vind ik. Of ik heb het kritieke punt overschreden dat Rita Rudner omschreef als “when you’re intelligent, at a certain point you go 360 and you’re stupid again.”

Thomas schrijft voortdurend over God en toch weer niet (maar wel). Hij heeft het over zichzelf vliegend naar God en hup—twee weken nadien kom je erachter dat je vertaling er zo raar gemangeld uit is gekomen omdat het een vlucht naar God is vanuit de kerker waarin hij gemarteld wordt en dát wat hij tevens beschrijft is. Hush hush natuurlijk want we zitten in de 16e eeuw en schrijven over een katholieke kerk die je martelt was niet bon ton, schijnt. Enfin, overnieuw maar weer en waarom heb je in godsnaam ooit voor amphibrachen gekozen en je daarmee een lettergreep ontnomen, ottusa fica!

Maar daar zijn we nog niet en bovendien is “Di Se Stesso” één van de sonnetten die ik niet verspreiden mag maar over de andere vijftigplus heeft ze niets gezegd dus puh. We zijn maar begonnen met nummer 1 en praten in koninklijk meervoud.

Dat werkje heeft hij A’ Poeti genoemd. Toepasselijk, niet? Aan alle dichters. Zoals ik je eerder zei: sommige werkjes laten zich vrij gemakkelijk overzetten en dat was, enkele strubbelingen ten spijt, hier ook het geval, leek het. Hoei! We rammen in een paar uur het octaaf erdoor, nemen een simpel vrouwelijk en mannelijk rijm zodat we werk- en zelfstandig naamwoorden te over hebben, roken tussendoor een sigaret en het leven is feest! Moraal van het verhaal: ‘dichters, schrijf weer zoals vroeger en vooral over de Natuur en God en geen rare fabels of verhalen met seks enzo. Foei!’ Easy!

Dan lees je weer deze of gene vertaling van zelfverklaard dichteres Jenny van den Berg op Facebook en bedenk je je dat voorzichtigheid geboden is: iedereen kan immers bagger maken zoals zij, gelijk een koningin Midas in negatief—raak het aan en het gaat mis—en ben je dat eigenlijk niet aan het doen? Nee, het gaat prachtig! Ironischerwijs begint het sonnet met “Moed tot hoogmoed” of iets dergelijks.

En dan het sextet. Het terribel, terribel sextet waarin je opeens ‘finger’ tegenkomt. Wasda? Zal wel iets leugenachtigs zijn, toch? Wel, dat dacht Sherry blijkbaar ook die er dadelijk ‘fib’ in moet hebben herkend (al wordt ‘fable’ ook genoemd, men weet het niet zeker, Sherry moet in haar handjes geklapt hebben) en ergens heeft dat bij mij ook geklikt—dat en ‘fingeren’, natuurlijk—maar Google translate, dat er middels input van duizenden toch echt voor geleerd heeft, maakt hardnekkig ‘vinger’ van de stam van fingere (liegen). Het Italiaans woordenboek wijst andere vertalingen ferm van de hand (hihi) en wijst op de betekenis ‘aanwijzen’ als werkwoord. Húh?

Oh Sherry, ottusa fica seconda—jij valse vriendin! Of je het niet weet of niet wil weten, Thomas laat soms vingerwijzingen achter in zijn titels. Die amper te doorzien zijn zonder het sonnet doorwrocht te hebben en dan is het te laat (de grappenmaker heeft 20 jaar in kerkers gezeten—dat was zijn straf blijkbaar), maar ik vraag me af of ik, geen Grieks in mijn pakket hebbend, ooit dit mopje begrepen had zonder etymologisch Internet. A’ Poeti! Aan de verzenschrijvers, no?

Bene e no bene! Campanella leefde in de tijd dat Italië grotendeels onder bewind van Spaanse Habsburgers stond—onthoud dat, het is van belang. Ging in de jaren ’90 de kerker ín, en moet voordien zijn eerste (ongedateerde—gloeiendegloeiende) sonnetten hebben geschreven. Poeti, enkelvoud poeta, is uiteindelijk gederiveerd uit ποιέω, wat een poeta maakt tot “colui che produce”. Zou de Dominicaner monnik wellicht wèl Grieks in zijn pakket hebben gehad? Fica!

Want plots vallen de schellen van de ogen en hoor je Thomas in een hoekje lachen met God. De paljas die het over scabreuze, ondeugdelijke fabels heeft ging er ongetwijfeld vanuit dat men het (post?)feodale favola wel herkennen zou als wat het eigenlijk zijn zou: namelijk, in het middeleeuwse recht, een hechte overeenkomst met leden van een burengemeenschap om relaties van gemeenschappelijk belang te reguleren, meestal om de landcultuur en de vrijheden en verplichtingen van de gebruikers te bepalen. Werken der Natuur? Vruchten des lands?! Thomas!

Enfin, Dr. Sherry heeft nog wat huiswerk te doen. Ik ook, we hebben in elk geval een eerste versie waarover ik nog in gesprek moet met Mensen. Hier Pom, voor je site. Misschien lust Raster het t.z.t. ook wel. Maar zonder noten als deze blijft het—in oorsprong en in vertaling—haast onleesbaar als je de ambiguïteit vatten wil. “Jokken” is een leuke vondst. De grammatica ook—of mijn Nederlands is inderdaad stuk. Misschien hebben sommige sonnetten twee vertalingen nodig in plaats van één—of een uitgebreid notenapparaat. Enfin—alsjeblieft.

-x-

D.

 

A’ poeti

In superbia il valor, la santitate
passò in ipocrisia, le gentilezze
in cerimonie, e ‘l senno in sottigliezze,
l’amor in zelo, e ‘n liscio la beltate,
mercé vostra, poeti, che cantate
finti eroi, infami ardor, bugie e sciocchezze,
non le virtù, gli arcani e le grandezze
di Dio, come facea la prisca etate.

Son più stupende di Natura l’opre
che ‘l finger vostro, e più dolci a cantarsi,
onde ogni inganno e verità si scuopre.
Quella favola sol dèe approvarsi,
che di menzogne l’istoria non cuopre
e fa le genti contra i vizi armarsi.

[T.C.]
<!–[if !supportLineBreakNewLine]–>
<!–[endif]–>

 

AAN DICHTERS; BOERDEN?
Hoogmoedige moed, vanuit heiligheid—schijn!
Goedhartigheid pleegt men verplichting te maken
’t verstand raakt verward met veel ijlere zaken
de liefde met ijver—mooi? Glad zal het zijn,

dank uwe ‘boerden’ bezingend ’t terrein
van walgwerk ten nephelden’ onzin te naken,
in plaats van ’t mysterie der grootsheid te raken,
valeur die de oudheid bezong: Gods domein.

’t werk der Natuur doet meer grootsheid verstrekken;
zingt strijdig uw jokken—het handwerk is zuur,
doet geen der gegevens, waar, onwaar, bedekken.

Verschaf enkel díe fabels accredituur,
die zaken hun mantels der leugens onttrekken,
En mensen bewapent: verkoop uw deugd duur.
[D.B.]

 

Share This: