JOLIES HEIJ komkommert

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie

heijboot4

de komkommertijd is vroeg dit jaar. in des natuurgenezers tuin groeien ze tot in den hemel, liefdevol begieterd door het servokroatiese leraresje. komkommers zijn belangrijk voor radovan, verzuchtte ze, daarmee ken ie zunne geilsoldate penetreren sinds zunne eigenste komkommer deur uitgebloeid bij hangt. heppie jou al bekomkommerd? vroeg ik. neen, antwoordde ze bedroefd, hij bekommert zich niet om mij. eerst was ik zijn oogappeltje, zijn beloftevolle dichteresje voor de toekomst, maar sinds zijn dochter over de rode loper in cannes heeft geschreden tel ik niet meer mee. niets zo veranderlijk as een serf, verzuchtte ik. je weet toch dat die lui elkaar het ene moment de liefde verklaren en elkaar het volgende moment de harses inslaan? ben ik even blij dat mijn man een standvastige ambtenaar is. enfin, je mot maar zo denken dat het weer kan omslaan nog voor jij die komkommers gerooid hebt. en ik stapte met fiere passen het tuinhuis in waar de natuurgenezer verschrikt boven de krant met een enorme komkommer als knuppel in zijn hand van de feauteuil opsprong. wat ben jij met die komkommer van plan? vroeg ik streng. jouw edele deeltjes ermee bewerken, grijnslachte ie. in de krant is get komkommertijd, de serven gouden zich gedeisd, de beurzen zijn gekelderd door de brexit, wat erg remmend op get libido werkt, mijn geilsoldate geeft alleen nog oog voor get kleinkroost, mijn patiëntjes zijn op vakantie waar ze zich door aangebrande italiaantjes laten bevingeren en ik verveel mij dood as een serf in een gansop zonder plasklep. waarom zonder plasklep? vroeg ik verwonderd. niet eens meer een ouderwets wedstrijdje ver plassen kan ik nog! brulde ie, dus laat mij jou asjeblief met de komkommer orgasmeren. geen sprake van, zei ik, dat kan ik altijd nog het beste zelf. bovendien, waarom zo’n achterhaald werktuig als een komkommer? nog nooit van de vibrator gehoord? die is al uitgevonden in 1880 door de psychiater joseph mortimer granville omdat hij lamme handjes kreeg van het orgasmeren van zunne patiëntjes waardoor hij arbeidsongeschikt dreigde te geraken.

de vrouwen van toen leden aan hysterie door een verkeerde ligging van de baarmoeder die met behulp van het orgasme weer werd rechtgezet. de natuurgenezer staarde even naar de knoeperd in zijn hand en gooide die toen het raam uit waarop het servokroatiese leraresje met een geil gilletje knock out ging. je gebt weer eens gelijk, sprak hij, wat moet ik met al die komkommers. nu geb ik tenminste mijn ganden vrij voor geerlijke lediggeid zonder de vrouw aan mijn goofd, alleen jij, maar jij bent geen vrouw, jij bent een dolle mina. altijd word jij maar toornig op mij en zet mij in een kwaad daglicht in jouw column. jij maakt de komkommers altijd maar groter dan in werkelijkgeid en doet mij geil en oorlogszuchtig lijken om de lieve lezertjes te begagen. waarom schrijf jij altijd zo extremisties? waarom ben jij zo excentriek? get is de fictie in jouw ziekelijke brein die ik weer moet begandelen en rechtbreien opdat de lezertjes naar get tuinguis terugkeren. vroeger bevochten ze mekaar op de stoep en moet je nu zien en intussen weet jij niets beters dan mij een knoeperd van een komkommer as lustorgaan in mijn knuisten te drukken waarmee ik jou nog moet orgasmeren ook. das zelfs voor get verlichte gollandsche publiek te geftig.

inmiddels was ik des natuurgenezers gelamenteer zat en snakte naar de frisse tegenwind in de duinen alvorens aan te schuiven bij het powetiese staatsbanket ten burele van de burgemeester van bunnik. ach radovan, verzuchtte ik met de deurknop in mijn hand, projecteer toch niet je eigen gekte op mij, alleen omdat je als psychiater het voorbeeld van normaliteit voor je patiënten moet stellen. à propos, vroeg hij toen ik mijn ene voet al over de drempel had, weet jij wie er achter bregje zonderland schuilt? vast en zeker een man, zei ik, een vrouw weet dat een man niet zijn vrouw kan verliezen en zijn gezicht behouden. misschien ben jij bregje wel. o nee, zei hij resoluut, als rechtgeaarde serf weet ik alles van gezichtsverlies. mijn geilsoldate verlaat mij nooit opdat mijn gezicht begouden blijft. en anders schiet ik get gare aan flarden.

heijboot4

.

Spelregels maken de man
 
Je breekt met alle spelregels, zei hij
zo zit een man niet in elkaar, de autist
in hem wil naar wolken staren en alles
wat ontluikt in een getallenmatrix
 
vergaren. Deze vrouwenfluisteraar is niet zo
want hij heeft haar kampverhalen overleefd
en ontduikt de belasting op haar vergelende
kranteberichten die ze nu aan een virtuele
 
schare kwijt kan. Ze spreekt een andere taal
niet meer van totempalen en kruisbogen terwijl
hij een krijgsheer in vol ornaat is gebleven
in Hengelo of Sarajevo. Sluipschutteren is
 
topsport maar woorden weet hij niet te
hanteren. Woorden zijn als parels, hij vergist
zich maar al te vaak in de schittering en ze
 
worden veelvuldig afgestoft. Hij houdt het liever
bij ongeschreven wetten en de regels van het spel
opdat hij haar maar niet zijn gezicht verliest.
 
 
Jolies Heij

Share This:

JOOP KOMEN uit Gendringen nog even terug op het terrein van de gasfabriek aan de Haarlemmerweg

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie
joop komen
In een melancholieke bui wil ik tussen de weilanden en de bossen in de Achterhoek nog wel eens wegdromen naar een jaar of zeventig geleden, toen ik nog in de van Beuningenstraat woonde.
Een leuke tijd, gek genoeg om middenin de oorlogsjaren van een leuke tijd te spreken, maar voor jochies van een jaar of 12 was het echt een tijd van avontuur, spanning en belevenissen.
En juist de knapen van mijn leeftijd werden door de volwassenen gebruikt om dingen te doen waarvoor volwassenen door de moffen streng werden gestraft, maar wij broekies van 10 tot 12 jaar kwamen er met een berisping af als we gesnapt werden.
Kolen jatten op het terrein van de gasfabriek aan de Haarlemmerweg of bij de Waterleiding aan de van Hallstraat.
Houten tramblokjes tussen de rails van de tramlijn 10, die vroeger dienden als geluiddemping voor de tram, uit het wegdek slopen om de kookbus (klein kacheltje van 20 x 40 cm) te laten branden, waarop dan de suikerbieten urenlang stonden te koken om tenslotte het zoete sap te scheiden van de pulp.
Ik herinner me nog de wee-zoete geur die door het gehele huis hing na een dagje suikerbieten koken.
Ook gingen wij naar boer Sjors bij de Coenhaven om maanzaad te scoren en zelfs na de oorlog bezochten we vaak nog boer Sjors, maar dan niet meer om te roven maar om heerlijk te zwemmen in zijkanaal F.
We wisten dat achter het Westerpark, voorbij het hek dat de spoordijk scheidde van het park, een fruitboomgaard met appelen, peren en pruimen op ons wachtte.
Nou, die boomgaard wachtte op het spoorwegpersoneel dat die boomgaard exploiteerde, maar hij wachtte zeker niet op ons.
Maar aan bomen zo volgeladen missen de spoorweglui een enkel peertje, appeltje of pruimpje niet.
En in de oorlog was fruit gelijk aan goud, maar wel veel lekkerder.
Als ik dan nog verder mijmer, dan herinner me ik weer de slagcrème, een smerig brouwsel van opgeklopte waterstofperoxyde met surrogaat vruchtensap en sacharine.
Sommige banketbakkers verkochten die troep in een kartonnen bekertje en de chique banketbakkers verkochten de rotzooi tussen wafels, maar dat was uiteraard een stuk duurder. Zo kwamen de slagroomautomaten van voor de oorlog nog goed van pas.
Met de fietspomp werd de nodige spanning op het apparaat gezet.
De vuile smaak van die vieze smeerboel zal ik nooit vergeten.
Maar ja, men had honger en honger maakt de smerigste troep zoet en er waren zelfs mensen die tulpenbollen aten.
Zo ver is het bij ons thuis gelukkig nooit gekomen.
Ook moest men in die tijd goed op de kat letten, want menig loslopende kat is in de hongerwinter in de braadpan verdwenen en ik verdenk mijn vader ook sterk van kattenmepperij.
Ja, die verdomde honger knaagde dagelijks in onze magen.
Maar zoals ik deze herinnering al begon, het was een leuke tijd voor de kleine jochies, ondanks de honger en de bezetting.
En natuurlijk waren er buiten de honger nog zaken die mij erg hebben aangegrepen, maar daarover schreef ik hier reeds eerder als ik mij niet vergis.

joop komen

Joop Komen

Share This:

OOK PETRA VAN DEN EERENBEEMT uit zware kritiek op handelen BREGJE ZONDERLAND – JOOP KOMEN ergert zich groen en geel en bruin aan ‘tantecomplex’ BREGJE. webmaster ontspringt voorlopig nog de dans

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie
petra vde
Petra Van Den Eerenbeemt uit hevige kritiek op onbezoldigd juryvoorzitster bregje zonderland – ook joop komen laat zich niet onbetuigd. bregje zonderland heeft het in zich om dichters te irriteren.  en joop komen in het bijzonder.  het was meteen mis tussen joop en bregje. nu is het ook al mis tussen jolies en bregje. en het is ook mis met debutante petra van den – het is een heel end lopen die naam –  en ons aller bregje. BREGJE analyseert onbewogen en volstrekt eerlijk als een scheidsrechter van de fifa. tweewekelijks heeft zij het juryvoorzitterschap van de zondagochtendwedstrijd aanvaard.  petra says:
Mijn eerste inzending voor de wekelijkse virtuele wedstrijd – met prachtige en ook minder aangename bijdrages van dichters alom – op de site van Pom Wolff –  Pomgedichten werd genadeloos neergesabeld door ene Bregje Zonderland, waar ik nu intussen al van begrijp dat onbekend is wie of wat zij is. Zelfs haar geslacht wordt betwijfeld in het circuit.

Toegeven dat mijn gedicht wat impulsief – mijn niet te verstoppen aard tot overdrijven – boetekleedprekend uit mijn digitale pen rolde – vind ik zelf herhaling en overdrijven een machtig wapen. En blijkbaar maak ik toch iets los bij de lezer die zoals zij zelf zegt “in de verdediging schiet”.
Maar dat ik mijzelf aantref als dame met vrolijke dracht in een trein en ononderbroken moralistisch monoloog dat doet mijn meerminhart toch wat pijn. En dat alleen door mijn gedicht. Beoordeel de mens dus zelfs op gefantaseerde uiterlijkheden, wordt hier gezegd.
Maar de kurk is van de fles en dat is een aangenaam gevoel. Mijn gedicht werd gelezen en beoordeeld.
Benieuwd wat mijn eigenwijze dichteresgeestje de volgende keer voortbrengt en laat ik ook dan maar bij mezelf blijven, misschien evolueer ik zelfs wel. Proficiat aan de winnaars en tot een volgende keer 😊.

 

De zondvloed

Laat de zondvloed maar komen
ongenaakbaar
Stroom over onze laffe oevers
De droge tranen van de stoet
die onze grenzen passeert
bereiken ons niet meer

Laat de zondvloed in godsnaam
(die niet bestaat)
maar komen
Spoel ons naar de reine waarheid
Want dit is ondraaglijk
Dit knelt mijn tevergeefs pompende rode hart

Laat de zondvloed ons wijzen
op wat ons niet toebehoort
Wij bevoorrechten
gevangen in onze naïviteit
Hoor de oproep o de oproep
Steek genadeloos door de dijken van onze blinde onwil

Laat komen de openbaring
dat woord van geboorte
Ik ruk aan de wimpers van mijn grijsblauwe blik
om mij en ons en jullie de ogen te lichten
Zodat de schrik van onze schuld
ons overspoelt en verheft

Laat de zondvloed naar komen

 

PM 2016 altijd meer(min)

 

BREGJE:

In tegenstelling tot Pom val ik niet over het te veel aan regels. Een gedicht heeft nu eenmaal soms net iets meer nodig en dan valt het vaak niet eens op. Echter, ik lees je gedicht als een stortvloed. Een en al verwijt en oordeel over hoe wij bevoorrechten denken en dan schiet ik in een verdedigingsmodus.

Spoel ons naar de reine waarheid. Liever niet, om heel eerlijk te zijn. Alleen al vanwege het feit dat het nog maar de vraag is wat die waarheid dan is. Excuses Petra, ik ervaar je gedicht als een monoloog. Misschien ken je dat wel, je zit in de trein en tegenover je zit een dame in quasi jeugdige kleding en maakt je deelgenoot van haar visie over de vluchtelingenstroom. Nu en dan wil je iets zeggen maar je krijgt de kans niet, ze gaat maar door en als ze eindelijk stil is zeg je: ik twijfel of bereiken in de eerste strofe niet beter bereikt kan zijn. Ook al zie je best dat het gekoppeld dient te worden aan de droge tranen is dat voor een moment de enige ingang om het gevoel te hebben iets zinnigs toe te voegen.

Dank voor je inzending Petra, de volgende keer lees ik graag een wat beter verstopte visie van je. Wat strakker, minder beschuldigend, voeding.

 

joop komen

 

pom heeft er nu al een paar keer op gehamerd dat juffrouw zonderland het vrouwelijk geslacht bij zich draagt, ofschoon hij net als de lezers niets, maar dan ook helemaal niets weet van bregje zonderland.
hoe dat rijmt met zijn kennis dat bregje een vrouw is blijft een raadsel.
ik ga er dus maar van uit dat bregje een man is, temeer daar tot nu toe alle vrouwen onder de lezeressen mijn gedichten, verhalen, cursiefjes en anekdotes verslinden als waren het achttienjarige fallussen.
dit in tegenstelling met de kritieken op mijn werk van bregje zonderland, waarvan ik zeker ben dat zij ze ongelezen recenseert en voorziet van domme reacties waarmee hij de webmeester naar de kroon steekt.
daarbij trekt bregje de godganse dag met zijn tante op, iets dat ik een vrouw niet zie doen.
de z.g. ‘tantecomplexen’ doen zich uitsluitend voor bij mannen.
zie hiervoor ook de levensloop van de landverrader anton mussert (1894-1946) die getrouwd was met zijn tante rie, een zuster van zijn moeder, die 18 jaar ouder was dan hij.
tenslotte wil ik zeggen dat ik na enig speurwerk er achter gekomen ben wie de persoon is die zich lafhartig verschuilt achter de naam bregje zonderland.
let hierbij op de overeenkomst tussen de namen bregje en epke.

joop komen

Share This:

JOLIES HEIJ twjfelt aan het vrouwelijk kunnen van BREGJE ZONDERLAND: “nieuwe ster aan het pommadefirmament… kan niet lezen”

Posted on 2 CommentsPosted in Geen categorie

jol2

 

Het zondagwedstrijdje op Pomgedichten. Dat verhaaltjes niet zijn toegestaan was mij al genoegzaam bekend, hoewel Ditmar Bakker zich er keer op keer aan bezondigt. Er is een juryvoorzitster, ene Bregje Zonderland, die zich profileert als nieuwe ster aan het pommadefirmament, maar niet fatsoenlijk kan lezen. Gesteld dat zij een vrouw is, want bij het misverstaan van de volgende regel legt zij een pijnlijk mannelijk onbegrip aan de dag. “Opdat hij haar maar niet zijn gezicht verliest.” Mejuffer Bregje opteert voor “bij haar” of “voor haar”, daarbij over het woordje maar heenlezend en verder weet iedere vrouw dat een man die een vrouw verliest sowieso gezichtsverlies lijdt en dat dat nu juist de crux van deze regel is. Oordeelt u zelf, mannen & vrouwen!

 

jol2

.

Spelregels maken de man

Je breekt met alle spelregels, zei hij
zo zit een man niet in elkaar, de autist
in hem wil naar wolken staren en alles
wat ontluikt in een getallenmatrix

vergaren. Deze vrouwenfluisteraar is niet zo
want hij heeft haar kampverhalen overleefd
en ontduikt de belasting op haar vergelende
kranteberichten die ze nu aan een virtuele

schare kwijt kan. Ze spreekt een andere taal
niet meer van totempalen en kruisbogen terwijl
hij een krijgsheer in vol ornaat is gebleven
in Hengelo of Sarajevo. Sluipschutteren is

topsport maar woorden weet hij niet te
hanteren. Woorden zijn als parels, hij vergist
zich maar al te vaak in de schittering en ze

worden veelvuldig afgestoft. Hij houdt het liever
bij ongeschreven wetten en de regels van het spel
opdat hij haar maar niet zijn gezicht verliest.

 

bril

en lees hier de commentaren:

POM: heij weer eens gezellig tussen de mannen en nog steeds mankeert er van alles aan het mannenvolk. ja volgens heij dan natuurlijk. de parel uit hengelo krijgt nog een veeg uit de pan. ja reinier heij is soms net een hete pan. hoe dan ook – jolies verhaalt teveel in deze tekst en zoals we allemaal weten hier eisen we poëzie van de melsen. verhaaltjes houdt u maar in uw eigen tijd. die vertrouwen we niet. zie toch eens hoe we boven alles uit kunnen zweven op de woorden hierboven van erika de stercke en hoe we hier dan weer prozaisch de klei in worden gezogen door de heijmachine waarop jolies koningin kraait. neen! zo zijn we niet getrouwd liefde.
.

BREGJE:  Een portret van een sluipmoordenaar? Jajaja, ik lees als eerder ook een soort eeuwige strijd met de man, hier uiteindelijk omgezet in een bepaald type man, een waartoe Reinier ook wel de aanzet gaf met zijn gedicht en wat, naar ik meen te hebben begrepen, ook wel de bedoeling is. Ik kan het niet precies zeggen maar ik lees iets particuliers in dit vers. Dat is overigens helemaal niet erg maar zou een sluipschutter of zelfmoordenaar per definitie een eenling zijn? Ik vraag me dat af en dit is iets wat je gedicht in me oproept. Of maak je hier een vergelijk met de mannen in je leven?  Ik kauw er nog op en lees het best graag. De laatste regel: bij haar of voor haar maar niet zijn gezicht verliest. Denk ik.

 

Share This:

MAX LEROU wint de enige echte virtuele – en tot waar zal de parel van hengelo ons dit weekend brengen? tot de ware liefde? of tot bommen en granaten? BREGJE ZONDERLAND zet mAX LEROU in het gouden zonnetje, cartouche zilver en ditmar mijn eigen ditmar in het brons – joop komen grijpt wederom naast de prijzen

Posted on 8 CommentsPosted in Geen categorie

bril

BREGJE ZONDERLAND velt het vonnis:

hier dan mijn bevindingen en uitslag.

Dank weer voor de inzendingen, ik heb ervan genoten!

Tot over 2 weken.

Goud max lerou

Zilver Cartouche

Brons Ditmar Bakker

 

JOOP KOMEN platonisch – PETRA VAN DEN WIE? PETRA VAN DEN EERENBEEMT!- CARTOUCHE zet dichters aan het werk –  DITMAR BAKKER wraakzuchtig voor het zingen de kerk uit – MAJA COLIJN neemt het ervan –  MAX LEROU en de bomen – ERIKA DE STERCKE met een boeketje lelies – JOLIES HEIJ ook even in hengelo – FRANS TERKEN over hoe het altijd al was – RIK VAN BOECKEL wil nog even niet aan de ochtend – ANKE LABRIE en het weekdier

de wedstrijd is gesloten – dank jullie wel aan de dichters – vrouwen en mannen hier verenigd – het thema van reinier “dit zijn de dagen dat dichters wapens dragen” op een fijnzinnige wijze vorm gegeven. we wachten het oordeel van bregje zonderland af. altijd weer verrassend haar mening.  joop komen is gek op haar.

 

 

reinierdR

wie wint de enige echte virtuele  – en tot waar zal  de parel van hengelo ons dit weekend brengen? tot liefde? of  tot bommen en granaten? uw juryvoorzitter deze week BREGJE ZONDERLAND

reinier de rooie – DE parel van hengelo – wil de krijger in u op papier en op het schermpie: “dit zijn de dagen dat dichters wapens dragen” –  of u effe tekeer wil gaan.  maar het mag ook over rozen gaan hoor – zie zijn laatste regel: “en een hartslag voor tien duizenden jaren en een roos bovendien” – hoe dan ook u kunt onder bregjes ogen alle kanten uit dit weekend. we zijn benieuwd –  welk onheil u te lijf gaat. met liefde of met bommen en granaten.

u kent de regels: de gedichten niet te lang tenzij noodzaak – (of als u er een einde aan wil maken.) 20 regels is wel genoeg wapen of liefdesgekletter. de andere regels als vanouds: u kunt uw gedicht als reactie plaatsen – onder ‘leave a comment’ – (even registreren, dan inloggen en dan uw reactie) – of stuur in onder ‘contact’. (zie rechtsboven) – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaren verzekerd natuurlijk. deadline zondagochtend 1100 uur.

 

heng1

 

oproep o

dit zijn de dagen dat dichters wapens dragen
vlijmscherpe messen lichtgewicht geweren
en een bijl om met wortel en tak
het onheil te keren dat de kinderen pakt

wie zich nu vlijt aan de boezem van gezag
thee drinkt aan het hof of (eigen ego eerst)
de lof zingt die machthebbers eert
verliest zijn faam en zijn naam
zal in bloed gebeiteld staan

de bloedelozen staan stram aan het roer
laverend het schip naar een doelbewust klip
om de bonus te strijken op eigen belang
en het sterven van massa is hun toonloos gezang

ik roep de dichters met oren en een oog
om de nacht te doorboren het feit te bezien
met de kilte van krijger en een hartslag voor tien
duizenden jaren en een roos bovendien

Reinier de Rooie

 

dit zijn de dagen dat dichters wapens dragen!!! de parel van Hengelo doet zelf niet mee aan de wedstrijd op zijn lijf geschreven. prachtig gedicht trouwens. alsof reinier de rooie de brexit voelde aankomen en het oeverloze veilige geleuter daarna van de koendertjes.  de pen in de aanslag en weg met de bloedelozen, de wijtgaardjes  – of moeten we arbouwtjes zeggen – én de hestjes.  hier is een de dichter aan het woord, strijdlust hoog in het vaandel. zo kennen we de rooie weer. de nieuwe van randwijk uit het oosten. een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht. (Hendrik Mattheus van Randwijk, 1906-1966, dichter)

 

zwarteroos

 

het mozzle

het mozzle nietig en verspind
liep op een dag door weer en wind
de weg op naar athene
zijn spirodant hing op zijn rug
zodoende ging het niet zo vlug
het knoertte in zijn benen

maar eindelijk zag hij in ’t verschiet
de torens en hij zong een lied
van rompels en rabatzen
nu kan ik sprak hij binnensmonds
mijn spirodant al is het honds
bij plato gaan verpatsen.

 

joop komen

 

POM: zijn we bij jopie aangeland uit gendringen. ik ben benieuwd wat ons aller bregje op joop komens experiment te zeggen heeft. tsja eerlijk gezegd ik heb er moeite mee. het is het soort humor waar mensen om lachen die ik niet leuk vind joop. en daar zijn er nogal wat van – dus succes gegarandeerd – ze zullen met je weglopen en je op handen dragen. maar ik pas vandaag. als bregje jou aan eremetaal helpt weet dan dat je het geheel op eigen kracht hebt behaald.  hoe haal je die onzin uit je knoertige benen?

BREGJE:

Ik heb werkelijk geen idee waar je het over hebt, al kan ik een zekere strekking uiteraard wel volgen, en twijfel of ik er een woordenboek bij moet halen of het beste maar gewoon kan aanvaarden dat ik me vrijwel zeker de toorn van Komen op de hals zal halen. De vaart van het gedicht vind ik plezierig, het huppelt lekker weg maar daar is wat mij betreft alles mee gezegd. Het spijt me jongen. Schotel me gerust een sonnet voor, een vrij vers, een rondeel of ollekebolleke, wat kan mij het schelen, als er maar iets in staat waar ik mijn vinger op kan leggen of waar ik van kan denken, dit klopt niet, dan kan ik schrijven, dit klopt niet. Heerlijk, die eenvoud van iets kunnen zeggen.

 

 

zwarteroos

 

De zondvloed
 
Laat de zondvloed maar komen
ongenaakbaar
Stroom over onze laffe oevers
De droge tranen van de stoet
die onze grenzen passeert
bereiken ons niet meer
 
Laat de zondvloed in godsnaam
(die niet bestaat)
maar komen
Spoel ons naar de reine waarheid
Want dit is ondraaglijk
Dit knelt mijn tevergeefs pompende rode hart
 
Laat de zondvloed ons wijzen
op wat ons niet toebehoort
Wij bevoorrechten
gevangen in onze naïviteit
Hoor de oproep o de oproep
Steek genadeloos door de dijken van onze blinde onwil
 
Laat komen de openbaring
dat woord van geboorte
Ik ruk aan de wimpers van mijn grijsblauwe blik
om mij en ons en jullie de ogen te lichten
Zodat de schrik van onze schuld
ons overspoelt en verheft
 
Laat de zondvloed naar komen
 
PM 2016 altijd meer(min)
(Petra van den Eerenbeemt)
.

POM: onze nieuwe petra kan niet zo goed tellen vermoed ik. en niet zo goed lezen. ik tel 25 regels terwijl 20 toch echt de limiet is hier. zoals aangegeven in de aankondiging. natuurlijk tenzij noodzaak. maar die noodzaak ontgaat mij volledig. als die zondvloed nou eens een regeltje of vijf minder had gekund dan paste petra nog net in het mandje poezie dat we hier zo graag becommentarieren. ik vind het erg knap. 1x meedoen en dan meteen gediskwalificeerd. dat belooft veel voor de toekomst. lekker brutaal.

wel veel schuld en boete op een rijtje als ik het zo lees. maar bregje mag het dit weekend zeggen – als zij de diskwalificatie opheft dan valt petra niet uit de poezieboot die bij dit gedicht op nogal wat overbodige regels drijft.

BREGJE:

In tegenstelling tot Pom val ik niet over het te veel aan regels. Een gedicht heeft nu eenmaal soms net iets meer nodig en dan valt het vaak niet eens op. Echter, ik lees je gedicht als een stortvloed. Een en al verwijt en oordeel over hoe wij bevoorrechten denken en dan schiet ik in een verdedigingsmodus.

Spoel ons naar de reine waarheid. Liever niet, om heel eerlijk te zijn. Alleen al vanwege het feit dat het nog maar de vraag is wat die waarheid dan is. Excuses Petra, ik ervaar je gedicht als een monoloog. Misschien ken je dat wel, je zit in de trein en tegenover je zit een dame in quasi jeugdige kleding en maakt je deelgenoot van haar visie over de vluchtelingenstroom. Nu en dan wil je iets zeggen maar je krijgt de kans niet, ze gaat maar door en als ze eindelijk stil is zeg je: ik twijfel of bereiken in de eerste strofe niet beter bereikt kan zijn. Ook al zie je best dat het gekoppeld dient te worden aan de droge tranen is dat voor een moment de enige ingang om het gevoel te hebben iets zinnigs toe te voegen.

Dank voor je inzending Petra, de volgende keer lees ik graag een wat beter verstopte visie van je. Wat strakker, minder beschuldigend, voeding.

 

 

zwarteroos

Dichters moeten
 
Stel, ze hadden enkel bloed
rode borsten als gereedschap en
paardenlullen tot beschikking
in plaats van zuignappen
en boren om zinnen van
stampbeton te storten
 
in werkelijkheid
 
sjorren en sjouwen zij
noeste werkers, ferme soldaten
– rozen kunnen hen niet bommen –
zakken korrelzware mortelspecie
alleen met behulp van hun lijf-
geur en antenne in kronkelspoor
 
op weg
 
naar vereniging met de hoop
om opgelucht daar aangekomen
draaglastlust te vieren als toppunt
van procreatie dan pas zouden ze
als rechtgeaarde mierenneukers
zich echt verneukt voelen
 
25-06-2016
Cartouche
.
POM: kijk onze cartouche hebben we dan eindelijk toch in het gareel gekregen – 20 regels – keurig. hij mag blijven. en wat voor regels. in de eerste strofe meteen de paardenlullen van stal gehaald – zo zien we het graag. ‘rozen kunnen hen niet bommen’ – het thema in de tweede strofe en passant ook nog even belachelijk gemaakt – cartouche schrijft ze waar je bij staat. met frans terken is hij werkelijk een fenomeen – en ditmar natuurlijk. zou ie ze niet schrijven zijn gedichten ik zou ze uit hem slaan.  een inkijkje in het wezen van de dichter en het inkijkje lijkt zo uit zijn mouw geschud. nou ok laat ik het dan maar zeggen – met bewondering gelezen.
 .

BREGJE:Ik geniet tot het woord kronkelspoor nadat ik al wat haperde bij korrelzware. Het zijn woorden die de energie uit het gedicht doen wegsijpelen, althans voor mij . De Nederlandse taal is rijk genoeg aan woorden en ik denk dat ook jij rijk genoeg bent aan een vocabulaire om uit te putten. Om misverstanden te voorkomen, ik heb geen enkel bezwaar tegen samengevoegde woorden of zelf bedachte omschrijvingen, ik voer bezwaar aan tegen het te veel daar aan. Hou je in Cartouche, er komen nog zoveel gedichten.

 

sjorren en sjouwen zij

noeste werkers, ferme soldaten

– rozen kunnen hen niet bommen –

zakken mortelspecie

alleen met behulp van hun lijf-

geur en antenne

 

op weg

 

naar vereniging


 zwarteroos

 

De Wraak

In het hel-verlicht kantoor
zenuwachtig handenwringen
en haar ogen, boven kringen
laaiend als een gaskomfoor
 
duidden dat de vrouw op springen
stond. “’t Is onze Isidoor…”,
dat hij nu zijn spraak verloor,
pijn kreeg, uitval, tintelingen…
 
“Neen,” aldus meneer pastoor:
“pijn leidt slechts tot loutering, en
’t is aan God.” De vrouw bevroor,
 
repliceerde haar gehoor:
“Ik houd op met ’s woensdag zingen
in het St. Reinildiskoor.”
 
 
Voor het onbegrepene: het stukje behandelt de kwestie euthanasie & kerk. St. Reinildis wordt aangeroepen bij etterende wonden en oogziekten. Xoxo.
Ditmar Bakker
.
POM: haar ogen als een gaskomfoor – als ik het goed lees – en waar lees je nou zoiets nog – en dan ook nog de aanwezigheid van een pastoor met zijn goedkope praatjes – je hebt ze nog  – maar zij is ferm en cordaan bovendien zij houdt op met zingen – kind gelijk heb je. wat een toestanden weer in die 14 regels – het lijkt wel of ditmar het erom doet.  ‘gekkenhuis’ roepen ze hier in de kamer. ditmar voert altijd wel een gestoorde medemens op in zijn gedichten. het resultaat is onvoorspelbaar – ontploft het gaskomfoor of staat de pastoor op springen?  nee zij weigert dit keer koor. bregje kent mijn voorkeuren. wie zo de woorden kan laten zingen die wil ik in mijn eigen koor.  eens kijken of meneer zelf ook een gouden keeltje heeft.
 
.

 BREGJE:Voor mij had je toevoeging er niet bij gehoeven hoor. Ik las je gedicht met plezier vraag me alleen af of ze er God mee zal hebben door niet meer te gaan zingen maar ze zal de pastoor willen treffen terwijl die misschien wel blij is 😉

Eenvoudige lol maar wel lekker ritmisch beschreven en plezierige rijm.


zwarteroos

Een  soldatenhart  is  niet  van  steen

met  kleurpotlood   achter het  linker oor  geboren
werd Boris schrijver en schreef als  de  lieve  lust
dat hij door  Doortje in zijn dromen  werd  gekust
en nog  veel meer gedoe want  Door  kon  hem bekoren

op  goede  dag sleep Door  zijn caran d` ache (niet  hij)
zo puntig , Boris  voelde `t   bovenaardse  branden
jawel, zijn  heetste  fantasie  lag  in  haar  handen
de  krijger Boris trok  zijn  lans  rechtop en  zei

ga  door  Door jezus christus oh da`s echt genieten
op  dit  moment  is  geen  godin  mooier  dan  gij
al  komt  wel  het  moment  dat ik op u  ga  schieten

`t  is  immers  slagveld in  het  leger waarbij  wij
jij adelborst, ik  Boris sterf  tussen  jouw  tieten
en  bliksems shoot als doodskreet roep, daarop kom jij

Maja Colijn

.

POM: de firma caran d` ache moet dit opzwepende gedicht maar op de blikjes afdrukken – dan hebben vader en moeder ook nog wat. alle delen worden hier gebruikt en stevig ingekleurd – als er kindertjes van komen kunnen die weer aan de caran d` ache. het puntige verhaal van doortje dartel kan zo een van de ‘geile dop’ bundels van godefrooij in.

.

BREGJE: 

Vertel, wat krijg je van Caran d ‘ache voor deze sluikreclame? Met glimlach gelezen.

zwarteroos

nachtzicht

ons huis kent rust
zoals rust wel wordt geëerd
sereen omhangen

de straat is solidair – gerucht noch wind
alleen de bomen zijn wat saai vanavond
ze staan daar maar een beetje

als een man op leeftijd
flink kaal al en ook de huid…
je ziet de ringen eer hij is doorkliefd

ml

.

POM: een max lerou in contemplatie. het is even wennen. een bijzondere tweede strofe draagt het gedicht. ‘saaie bomen’– ik moet toch  even om ze glimlachen. een max lerou in deze bui is uitkijken geblazen. na zo een avondje overal explosiegevaar op alle hoeken van de straten en de pleinen tot in de kruinen van het struikgewas.

.

BREGJE:

Kijk, eenvoudig, kort maar krachtig. Geen overvloed aan vondsten en toch een vers waarin je kunt gaan wandelen. Zo lees ik ze graag.

 

 

zwarteroos

Tegen de sterren op
 
Het zijn nachten waarin we alles weten,
waar onder de straatstenen gisteren zit
en boven een bed van onderschatte
lichtgewichten de morgen hangt.
 
Met een paar zuchten verplaatsen we
dit huis naar zoet water waar libellen
van plezier hoge noten zingen,
waar het suikergehalte op onze lippen
een onschadelijke spiegel van genot is.
 
Het zijn nachten waar we op een boeket
van lelies in vurige kringen drijven.
 
Erika De Stercke
.
POM: hoe de eenvoud het toch altijd weer van het geknede het gekunstelde, de poezie van het proza wint. lichtvoetig zweven we met erika mee – zo willen we allemaal wel aan de  suikerziekte. de nacht in op de witte lelie drijven van onze onschuld.
.

BREGJE:

Het zijn fijne nachten die je hier beschrijft. Romantisch, een beetje Renoir.

Moet het in de laatste strofe niet waarin zijn? Bijvoorbeeld:

 

Het zijn nachten waarin we op een boeket

van lelies en vurige kringen drijven.

 

Libellen van plezier.

 

Dankjewel Erika.


 
 zwarteroos
Spelregels maken de man
 
Je breekt met alle spelregels, zei hij
zo zit een man niet in elkaar, de autist
in hem wil naar wolken staren en alles
wat ontluikt in een getallenmatrix
 
vergaren. Deze vrouwenfluisteraar is niet zo
want hij heeft haar kampverhalen overleefd
en ontduikt de belasting op haar vergelende
kranteberichten die ze nu aan een virtuele
 
schare kwijt kan. Ze spreekt een andere taal
niet meer van totempalen en kruisbogen terwijl
hij een krijgsheer in vol ornaat is gebleven
in Hengelo of Sarajevo. Sluipschutteren is
 
topsport maar woorden weet hij niet te
hanteren. Woorden zijn als parels, hij vergist
zich maar al te vaak in de schittering en ze
 
worden veelvuldig afgestoft. Hij houdt het liever
bij ongeschreven wetten en de regels van het spel
opdat hij haar maar niet zijn gezicht verliest.
 
 .
Jolies Heij
 .
POM: heij weer eens gezellig tussen de mannen en nog steeds mankeert er van alles aan het mannenvolk. ja volgens heij dan natuurlijk. de parel uit hengelo krijgt nog een veeg uit de pan. ja reinier heij is soms net een hete pan. hoe dan ook – jolies verhaalt teveel in deze tekst en zoals we allemaal weten hier eisen we poëzie van de melsen. verhaaltjes houdt u maar in uw eigen tijd. die vertrouwen we niet. zie toch eens hoe we boven alles uit kunnen zweven op de woorden hierboven van erika de stercke en hoe we hier dan weer prozaisch de klei in worden gezogen door de heijmachine waarop jolies koningin kraait. neen! zo zijn we niet getrouwd liefde.
.

BREGJE: 

Een portret van een sluipmoordenaar? Jajaja, ik lees als eerder ook een soort eeuwige strijd met de man, hier uiteindelijk omgezet in een bepaald type man, een waartoe Reinier ook wel de aanzet gaf met zijn gedicht en wat, naar ik meen te hebben begrepen, ook wel de bedoeling is. Ik kan het niet precies zeggen maar ik lees iets particuliers in dit vers. Dat is overigens helemaal niet erg maar zou een sluipschutter of zelfmoordenaar per definitie een eenling zijn? Ik vraag me dat af en dit is iets wat je gedicht in me oproept. Of maak je hier een vergelijk met de mannen in je leven?  Ik kauw er nog op en lees het best graag. De laatste regel: bij haar of voor haar maar niet zijn gezicht verliest. Denk ik.

 
zwarteroos
 

 Van alle tijden

 
Hoeveel tekens voor de tong gekrenkt
laten we woorden schieten als een rifle
in repeteerstand die het tegenspreken
tot voor in de mond brengt
 
dichters vallen van eerste schrik niet om
– wee de eenling die ons wil doodzwijgen –
wij staan met woord en daad paraat
stellen onverschrokken het eigen verhaal
 
en weg wie ons onschadelijk wil maken
wie ons naar het leven staat
hij krijgt de pen uit de zwarte zwaan getrokken
weet de knots in de vuist
 
wie ons een leeg geweten wil aanmeten
merken wij als met een brandwijzer
werken wij met een schep uit het nest
 
FT 26062016
.

POM: de eerste strofe wordt bij elkaar net teveel terken – strofe 2,3,4 de oorlogsverklaring die we graag lazen en die ook binnenkomt alsof een speciale eenheid een door terroristen bezet pand ontzet.

.

dichters vallen van eerste schrik niet om
– wee de eenling die ons wil doodzwijgen –
wij staan met woord en daad paraat
stellen onverschrokken het eigen verhaal
 
en weg wie ons onschadelijk wil maken
wie ons naar het leven staat
hij krijgt de pen uit de zwarte zwaan getrokken
weet de knots in de vuist
 
wie ons een leeg geweten wil aanmeten
merken wij als met een brandwijzer
werken wij met een schep uit het nest
.
dat we het weer weten!!!  – “dit zijn de dagen dat dichters wapens dragen”  – ‘de knots in de vuist’!!!
.

BREGJE:

Dichters vallen niet om van schrik

Wee de eenling die ons dood wil zwijgen

Wij stellen onverschrokken het eigen verhaal

Wee wie ons onschadelijk wil maken

 

 

Dit til ik uit je gedicht omdat dit voor mij de essentie is van je inzending met als titel: weet de knots in de vuist.

 

Dankjewel Frans.


zwarteroos
Duivelse ochtend
 
De ochtend kleurt rood
met het bloed van tranen
er zijn geen wegen naar de zon
er zijn slechts steegjes naar de hel
 
de duivel loert op elke hoek
bij zeven ramen naar de zonde
naar de zone van verboden vruchten
naar de zone van vergeten levens
 
daar waar ik niet wil zijn
in de leegte van verlaten stegen
daar wil ik niet verloren
met de doden spreken.
 
Rik van Boeckel
 .
POM: rik legt op fraaie wijze een particulier gevoel vast. maar met deze inhoud ligt het commentaar naast de duivel op de loer – tsja het is wat met hem he – hij zal martin aart de jong wel tegen gekomen zijn vannacht – daar wordt niemand vrolijk van – zoveel jaar schrijven voor je uit schrijven en van je af  en dan nog verbaasd staan dat niemand je wil lezen. dit is het echte leiden rik. we missen jouw ritme.  jij bent meer van de wereld laat de jong – de wereldverbeteraar –  het leed.
 .
BREGJE: 

er zijn geen wegen naar de zon

er zijn slechts steegjes naar de hel

Mooi maar ik hoop zo dat het anders is. De huidige tijd roept niet veel plezierigs op bij ons dichters, dat is duidelijk. Dankjewel Rik dat ook jij je steentje bijdraagt.

zwarteroos
weekdier
 
een korreltje zand
en jij trekt al te wapen
 
bederft het je uitzicht
 
hoe krijg je het
voor elkaar
een kogel zo hard
gebaard uit dat
lillende lijf
 
zijn hand voor mijn hals
vangt hem op
 
zacht glanzend
gevangen in goud
 
anke labrie
.
POM: ik weet het ook niet anke.  vragen stellen is voor in de wereld – in de poëzie worden punten gezet die vragen oproepen. zoals halen op een doek. en dat het ervan af spat. waarom een brexit ik weet het ook niet, waarom portugal naar de volgende ronde – we zullen het nooit weten. misschien omdat er geen waarom is.  of omdat we ingrid hadden – daarom is er  een korreltje zand of sand:

Korreltjie sand

Korreltje korreltje zand
steentje gerold in mijn hand
steentje gestopt in mijn zak
wordt korreltje klein en plat

 
 BREGJE:

Zou het doodordinaire afgunst zijn? Soms zou ik willen dat het dat gewoon is, dan geef ik gewoon de helft van wat me blij maakt aan die wapentrekker, bommengooier, zelfmoordenaar en is het opgelost. Ach, was het maar eenvoudig maar het is wat Pom zegt, je weet het niet met mensen, nu niet, nooit. Lillend vind ik een griezelig woord, ik heb dat altijd al gevonden, het doet me aan pudding denken, van die Engelse op een schaal met een saus er omheen. Heel lekker overigens maar wel heel erg lillend. Dat komt van de gelatine als ik het goed heb. Misschien bedoel je iets heel anders met je gedicht  en denk je nu, hoe komt ze nu ineens aan die pudding maar zo gaat dat soms. Dankjewel Anke.

Share This:

VON SOLO twijfelt

Posted on 1 CommentPosted in Geen categorie

burka

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Momenteel ben ik bezig met de productie van mijn tweede speelfilm. Dat wordt weer een absurde en satirische rolprent waarin normen en waarden op de hak genomen gaan worden zoals enkel de Jeff Koons van de poëzie dat zo eigen is. Maar ook deze Jeff Koons heeft wel eens zijn twijfels….

 

Deel 136. Burka

In de film staat namelijk een scene gepland waarin een meisje gekleed als moslima seks heeft met de hoofdrolspeler. Alle registers worden opengetrokken qua flauwe grappen. Seks is natuurlijk nog altijd een westers taboe. En seks met een moslima, dat is natuurlijk waar oost west ontmoet op taboevlak. Het is vergelijkbaar met het gevoel dat je kan hebben bij de seks die je ouders (natuurlijk niet) hebben. Het is algemeen bekend dat moslim jongens ook alleen seks hebben met ‘ongelovige’ meisjes. Of ga ik nu weer te ver? Of is dat weer geen humor? Want ja, wat is nou tegenwoordig nog humor. Je kan niet voorzichtig genoeg meer zijn.

De oplossing heb ik intussen al gevonden. Of we maken een schone en een ongecensureerde versie. Of we laten de scene tout court achterwege. Kortom, ik heb mijzelf reeds gecensureerd, nog voor ik iets op film heb vastgelegd. En waarom? Omdat suggestie tegenwoordig genoeg is, om werkelijke daden bij anderen teweeg te brengen bij schijnbaar heel normale mensen. Ze slaan je je hok wel terug in als kleinkunstenaartje.

De cineast suggereert. De man op de straat ageert. De film toont. De man op de staat slaat. Ik ben de vrouw met de Burka. De maatschappij is IS. Ik ben de satiricus. De man op de straat is IS. We zijn allemaal zo vrij. Vrij om te oordelen in’s aanschijns Gods. De meerderheid veroordeelt. Omdat veroordelen belangrijker is dan niet oordelen. En zo brengt de dag des oordeels voor de meerderheid

altijd het voordeel van de zekerheid. We buigen als maatschappij voor het recht van de scherpste. Niet qua zinnigheid, maar wel qua mes. De maatschappij trekt haar burka aan, opdat ze geen slaag krijgt als ze onder de mensen komt. Geheel vrijwillig overigens. Zo ben ik dus ook.

There comes a time
When we heed a certain call
When the world must come together as one
There are people dying
And it’s time to lend a hand to life
The greatest gift of all

We can’t go on pretending day by day
That someone, somehow can soon make a change
We’re all a part of God’s great big family
And the truth, you know,love is all we need

We are the world
We are the children
We are the ones who make a brighter day
So let’s start giving
There is a choice we’re making
Were saving our own lives
It’s true we’ll make a better day, just you and me

Share This:

MERIK VAN DER TORREN geveld door de liefde

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie
merik4
.
Hoi Pom, deze keer stuur ik voor pomgedichten op woensdag een pantoum naar je, die ik een tijd geleden heb geschreven; eigenlijk een behoorlijk heftig liefdesgedicht, groet, Merik
.
Begin
 
We kwamen aan het einde van de nacht,
het begin kondigde zich aan, het licht.
Te lang hadden we op elkaar gewacht,
toen voor de hartstocht gezwicht.
 
Het begin kondigde zich aan, het licht.
Langzaam kleurden rood, de rozen.
We waren voor de hartstocht gezwicht,
een potje ongeremd minnekozen.
 
Langzaam kleurden rood, de rozen
en de vogels jubelden het hoogste lied.
Een potje ongeremd minnekozen
en verdampt was het groot verdriet.
 
De vogels jubelden het hoogste lied.
Ik zei in de schemer: ik hou van jou.
Verdampt was het groot verdriet;
jij was op aarde de mooiste vrouw.
 
Ik zei in de schemer: ik hou van jou.
We kwamen aan het eind van de nacht.
Jij was op aarde de mooiste vrouw.
Lang hadden we op elkaar gewacht.
 
.
Merik van der Torren

Share This:

DITMAR BAKKER – over “Sonnet for the End of a Sequence” van Dorothy Parker – Ach Pom (liefste), ik heb me vergrepen aan Annie M.G. Schmidt –

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie
dit5
Ach Pom (liefste),
 
Bijgevoegd vind je er nog één. Lastig in deze is het “Engels dubbelrijm” te vertalen dat onze Dottie hanteert in tweede strofe en distichon. Dat dient terug te komen, anders is het grapje weg–maar we willen toch ook niet teveel van de betekenis verliezen.
In het distichon is dat aardig genoeg gelukt, maar wat te doen met het lastige tweede kwatrijn? Het origineel is dermate etherisch (‘silly female dust, cluttered & bound’, ‘a soul built behind a slanted gaze’) dat het lastig verdietsen is. En dan ook nog Engels dubbelrijm.
Om dat op te proberen lossen heb ik me vergrepen aan Annie M.G. Schmidt. Het beeld van de ‘zes heelallen’ die vermoed worden (en ook een akelig klemtoonprobleem in regel 6 oplossen) komt uit haar “De Mysterieuze”.
Problematisch blijft het. Het merkteken is weliswaar wit in de borst geblest (wit?!), maar dat dit nu juist de gaafheid van de huid markeert, dat zijn we kwijt, bijvoorbeeld.
 
Dag Pom, je bent in mijn gedachten.
 
-x-
 
Dorothy-Parker
 
Sonnet for the End of a Sequence
 
So take my vows and scatter them to sea;
Who swears the sweetest is no more than human.
And say no kinder words than these of me:
“Ever she longed for peace, but was a woman!
And thus they are, whose silly female dust
Needs little enough to clutter it and bind it,
Who meet a slanted gaze, and ever must
Go build themselves a soul to dwell behind it.”
 
For now I am my own again, my friend!
This scar but points the whiteness of my breast;
This frenzy, like its betters, spins an end,
And now I am my own. And that is best.
Therefore, I am immeasurably grateful
To you, for proving shallow, false, and hateful.
 .
[Dorothy Parker]
 
dit5
 
Sonnet aan het Eind van het Liedje
 
Neem mijn geloften; strooi ze uit in zee,
Slechts mens is wie zegt ‘ik houd zo van jou’.
Zeg dan van mij, niets vriendelijkers, nee:
“Zij zocht wel rust, maar zij was ook een vrouw!
 
Zo zijn ze immers, dwaze vrouwen laten
zich inpakken en doen zo ten deel vallen
ziel, zaligheid. Kijk zwoel naar zulke schapen–
Daarachter zoeken zij wel zes heelallen.”
 
Maar nu, mijn vriend, heb ik mijzelf hervonden!
Een merkteken wit in mijn borst geblest,
Die gekte als zovele afgewonden,
Behoor ik slechts mijzelf–en da’s het best.
 
Dus blijf ik, slechts de beste wensen latend,
daar jij je toonde: laag, voos, mensenhatend.
 .
Ditmar Bakker

Share This:

JOLIES HEIJ: Zomer in Amen

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie

IMG00788-20110904-1442

 

plots brak de apocalyps boven des natuurgenezers tuinhuis los in de vorm van een stortbui waarop het gazonnetje binnen de kortste keren blank stond en de rozen ontmoedigd hun kopjes lieten hangen. ik rukte de heggenschaar uit des leraresjes tengeltjes en duwde het doorweekte kind het tuinhuis in. radovan, ontsteek de kachel en geef het arme kind een warme deken, gebood ik. tis afgelopen met die slavenarbeid, dit verdient ze niet. wist je niet dat ze wereldberoemd is in eindhoven? gisteren bij de plaatselijke poëzieclub vroeg iedereen naar haar, cartouche incluis. en derrel. en een verdwaalde vlaming. en een grunningsche toondichter terwijl zij hier maar stond te zwoegen. en ik kwam zelf uit amen, maar bij zwolle gaf het salamander, om met nina h. te spreken, omdat er weer zo’n zelfdodenaar voor de trein was gesprongen waar ik net furore had gevierd op den hei, een vorstelijk gage opgestreken en als een vorstin verzorgd in ut nabije pensionnetje en we stonden tot onze knieën in de blubber op zomerzinnen, maar het verbale sperma spatte van het podium tot een hagepreker ons verjoeg omdat derrel de boxen tot ontploffing bracht waarop de hagepreker een preek begon onder het mom mindfullness is goed, enige leegte is beter en dat kwam goed uit, want we bevonden ons toch op de hei in een dorp van amper tachtig zielen met drie straten, een schapekooi en een kroeg maar geen kerk en ik naarstig op zoek naar enige zwarte kousen die in het prikkeldraad waren blijven steken waarop beversluis ze maar as bivakmuts over zunne kale kop trok om een powezieguerilla te beginnen…

 

en hier stokte mijn woordenstroom, aangezien de natuurgenezer onbedaarlijk zat te snikken. wat is er, radovan? vroeg ik bezorgd. welke luis is er nu weer over je lever gekropen? is je geilsoldate deur vandoor? hep ut schoonzoontje zunne porsche in de prak gereden? de trofeeënkast van je dochter aan barrels geslagen? jullie zijn zo geweldig en beroemd en fantasievol en ik ben maar een geel gewone balkanman, snifte ie. ik ben get niet waard om jouw vader, broer en partner te zijn. en ik dacht dat je een dichter was? riep ik onthutst. maar dat is get gem juist, brulde ie, ik deed altijd maar alsof om indruk op jou te maken! jij goudt toch immers zo van dichters en dromerige jongetjes…intussen was het servokroatiese dichteresje begonnen deur natte boeltje uit te trekken waarbij deur tepeltjes hard als dennenappels te voorschijn sprongen, maar de natuurgenezer werd te zeer door zijn verdriet in beslag genomen om hiervan door romige borstjes te worden afgeleid. voor de zekerheid sloeg ik snel de plaid om haar heen en schoof een stoel bij het haardvuur. nou mot je es goed naar me luisteren, radovan, zei ik streng. ik heb al een vader die nog glorieus in leven is, al verstopt ie zich in ut verre zeeuwsche. een broer heb ik niet, maar broertjes zijn alleen maar stomvervelend en een partner heb ik ook al en jij hebt immers je geilsoldate. mijn partner is de doodgewoonste man van de wereld, een stereotiepe grijzemuismodelambtenaar die niets met powezie heeft. zelf ben ik nl. ook doodnormaal, op mijn genachtbraak na misschien, en dermate structopaties dat ik op vaste tijden eet, drink, schijt en schrijf en alleen in mijn fantasie wilde avonturen beleef. denk jij nou echt dat ik op een dichter zit te wachten?

de grote baas zei het al: kind, haal geen dichters in huis. in mijn huishouden ben ik de enige dichter. ik zoek bewonderaars, geen concurrenten. twee dichters op één kussen, daar slaapt de duivel tussen. ted hughes en sylvia plath vochten elkaar de deur uit omdat zij stiekem beter wilde schrijven dan hij en geen genoegen nam met haar ondergeschikte positie. dus blijf jij maar fijn je gewone, fantasieloze en onvoorspelbare zelf, want dat zal bij jullie balkanezen nooit veranderen: het gemak waarmee jullie van richting veranderen doet zelfs de draaiende bladeren aan den boom duizelen. munne lief is as de zwitserse bank, maar jullie zijn als een altijd veranderend cijferslot en in die zin nooit saai. en als je niet mijn vader, broer of partner wilt zijn, wees dan mijn vriend. en ik hief het glas slivo dat intussen in mijn handen was gedrukt. nog voordat de glazen elkaar raakten zag ik de natuurgenezer schalks naar de tietjes van het leraresje loeren.

 
IMG00788-20110904-1442
.
Zomer in Amen
 
Het is pas zomer als onmensen naar festivals
komen wanneer ze in de blubber en niet
op het virtuele tronen. Alles wil naar buiten
om het ongedierte naar het vege lijf af te laten
 
dalen. Tuinen vol hangend ongemak, een
verdwaalde zelfmoordenaar tussen de regels
waarvoor je zo veel blokken om moet en denken
dat het er niet toe doet want we zijn
 
samen uit en komen nooit meer thuis na
de zoveelste twist over de te volgen richting.
Een late zon neemt zijn plaats in als een schijnwerper
op het lege podium en niemand meer
 
om de blues te vertolken in het kijkdooscafé
waar dichters bijeen hokken en kruidenbitter op
kleden als tapijten vermorsen. Een laatste ronde in
de Amer die als hoeve zonder vee plots
 
weldadig aandoet. Ik denk aan het godsvruchtige
Amen van vader en de dichter trekt een zwarte
kous over zijn kale hoofd. Dit is het uur voor
hagepreken, in het woord hebben we steevast geloofd.
 
 
Jolies Heij

Share This:

JOOP KOMEN even terug in de Staatsliedenbuurt, waar de grote schrijver Gerard Kornelis van het Reve op 14 december 1923 in de van Hallstraat nummer 25 hoek Joan Melchior Kemperstraat werd geboren, een dikke tweehonderd meter van mijn ouderlijk huis in de van Beuningenstraat.

Posted on Leave a commentPosted in Geen categorie
gerardr
Mijn jeugd omstreeks 1945
 
Vandaag  kreeg ik zin om voor Pomgedichten weer een paar herinneringen over mijn geliefde Amsterdam te schrijven.
Ik bedoel dan Amsterdam van de jaren vijfenveertig tot vijftig.
Het begint in de Staatsliedenbuurt, waar de grote schrijver Gerard Kornelis van het Reve op 14 december 1923 in de van Hallstraat nummer 25 hoek Joan Melchior Kemperstraat werd geboren, een dikke tweehonderd meter van mijn ouderlijk huis in de van Beuningenstraat.
Hoe vaak zal de kleine Gerard in zijn bedje wakker zijn gemaakt door het piepen en gieren van tramlijn 10 die, op enkele meters van huize van het Reve, vanuit de Joan Melchior Kemperstraat gierend en piepend de van Hallstraat indraaide, vlak langs het huis van de familie van het Reve, om voor de deur van nummer 33 met piepende remmen zijn eindhalte te bereiken.
Was het door dat piepen en gieren dat de familie een jaar na Gerards geboorte besloot om te verhuizen naar de rustige tramvrije Ploegstraat in Betondorp?
Dat de familie drie verschillende adressen in de Ploegstraat heeft versleten, om zich tenslotte te vestigen op de Jozef Israëlskade in Amsterdam Zuid, komt zeker niet vanwege lawaai van trams of ander verkeer.
Als schoffies van een jaar of veertien liepen wij langs het geboortehuis van Gerard als we naar de kermis gingen op het braakliggende stuk land tegenover de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat.
Wisten wij veel van ene Gerard Kornelis van het Reve die geboren was in dat huis op nummer 25 tweehoog, boven die vage winkel, of was het een woonhuis met de altijd gesloten papieren rolgordijnen voor het etalageraam.
Nee, wij verheugden ons op de kermis.
joop komen
Einde van Hallstraat rechtsaf, aan het einde van de Buyskade nog een voorpretje, het pontje dat ons over het 20 meter brede kanaal bracht naar de Jan van Galenstraat, waar de kermisklanken ons al in verrukking brachten. Ja, wat wil je als je pas 5 jaar bezetting achter de kiezen hebt.
Vijf cent kostte dat pontje, maar soms mochten we zelf aan de hefboom het pontje via een staalkabel naar de overkant trekken en dan rekende de veerbaas geen overzettarief.
Nu is het braakliggende kermisterrein een wirwar van straten geworden met, vreemd genoeg één naam, de Marcantilaan, genoemd naar de feestzaal Marcanti, die momenteel als poptempel staat te verkommeren naast de ingang van Food Center Amsterdam.
En dan de bioscopen in de tijd tijdens en vlak na vlak na WO-II.
Ik zag ze allemaal van buiten en van binnen, van west naar oost en van noord naar zuid. Van de Hollandia tot de Nögerath en van de Astoria tot de Bio. Het zullen er in die tijd een stuk of 40 à 45 zijn geweest.
Duitse propagandafilm met Kristina Söderbaum, Marika Rökk, Heinz Rühmann, Theo Lingen en andere nazi’s, goedkope Amerikaanse cowboyfilms met John Wayne en detectivefilms met James Mason, biografische films van klassieke componisten, sombere Italiaanse films, opgetogen Franse films en knullige Nederlandstalige films.
Bittere rijst met Silvana Mangano, Don Camillo met Fernandel, we genoten van Doris Day, Brigitte Bardot en Claudia Cardinale en we leefden mee met Erol Flynn, Gary Cooper en Douglas Fairbanks, we verveelden ons bij de zogenaamd spannende Nederlandstalige film “De Spooktrein.”
In de Royal speelde Bernard Drukker in de pauze op het beroemde theaterorgel tijdens de reclame van Cloeck en Moedigh, de voorganger van Loeki de leeuw.
Hetzelfde deed Pierre Palla in Tuschinski en Cor Steyn in de City.
Ook zongen Leo Fuld, Max van Praag, Eddy Christiani en andere in die tijd bekende zangers in de pauze van het Tuschinskitheater.
joop komen
Bioscoop Royal is helaas afgebrand en City en Tuschinski zijn niet meer de statige filmtempels van voor 1970.
Ik rookte mijn eerste sjekkie (in de vensterbanken gekweekte, daarna gedroogd en tot shag geknipte rookwaar) op 12-jarige leeftijd in 1943 en stopte met roken (Caballero) in 2002 te Nijmegen in het Sint Radboudziekenhuis, een dag vóór mijn open hartoperatie toen ik 71 jaar was.
Ik dronk mijn eerste pilsje in 1947 bij Ruteck’s op de Nieuwendijk en dronk sindsdien stevig door, de laatste jaren echter is de pils i.v.m. prostaattechnische problemen vervangen door Drambuie en Chivas Regal.
Ik probeerde mijn eerste wip in 1945 op het gras van het Marnixplantsoen aan de Nassaukade, enigszins tot mijn eigen tevredenheid, maar ik vrees dat Rosie de Wijn daar anders over dacht.
Ik heb het daarna echter vele malen met de dames meer dan goedgemaakt.
Als jochies van 10 klommen we op de krullen (pisbakken) om met ontzag van bovenaf te kijken naar de, in onze kinderogen, enorme tampeloerissen die de heren met hoge nood tevoorschijn haalden om hun nood te lenigen.
Ja, de jaren ’40 tot ’55 vlogen snel om en toen ik in 1955 trouwde had zich een schat aan herinneringen in mijn hersenen genesteld.
Herinneringen die ik nu, als oude man probeer op te tekenen, met de gedachte dat ik de periode ’45 tot ’55 graag nog vele malen over zou willen doen.
Ik besef ook dat mijn Amsterdam mijn Amsterdam niet meer is.
Waar in mijn jeugd Chinezen, Surinamers en Antillianen bezienswaardigheden waren en Joden tot geboren Amsterdammers waren bekeerd, daar wordt Amsterdam thans bezet door honderden nationaliteiten in alle vormen, kleuren en maten.
“En de Amsterdammers?” zult u vragen.
“Die wonen nu voor een groot deel in rijtjeshuizen in Almere, Lelystad en Purmerend”, zal ik antwoorden.
“En what about de bewoners van Gendringen?” is uw volgende vraag.
“Een schuilplaats voor mislukte Amsterdamse verhalenschrijvers”, beste mensen.
“Mijd die plaats als de pest.”
 
joop komen
Joop Komen
 

Share This: