Geen categorie

MENS&MELODIE op de MAANDAG – KARIN BEUMKES: ‘ergens huilde een oud kasteel…’

Geplaatst op

eilandvrouw karin beumkes heeft de maand september op een bijzondere wijze achter zich gelaten en tot poézie verwerkt. wij leunen hier in 020 met het door haar aangedrafen muziekje rustig achter over. het bijzondere weekend voorbij – haarlem – ooit schreef ik bij de konijnen rechtsaf dat is haarlem – nu is het anders daar – in de cel ben je veilig – op straat in haarlem je leven niet meer zeker – terug naar eilandrust en de konijnen aldaar:

 

.

September
 
Ik wil vrijen weet je
hij zegt dat wens ik ook
we hebben bakstenen gestolen
en earl grey gerookt
mijn ogen zaten potdicht van al die rare kruiden
en ergens huilde een oud kasteel
ruk niet aan ons
september is los
alles wordt zichtbaar
kun je er tegen
beweeg je als ons
als ons
als ons
ons als
ons als
met alle
wilde
spinnen
mee.
.
Karin Beumkes

Share This:

Geen categorie

FRANS TERKEN wint de enige echte virtuele – vrij naar Karel Wasch in zijn nieuwe bundel Het geluid van denken: …nee – herstellen zal ik nooit meer in dit witte lijf met deze weke handen- in deze cel – trofee op pomgedichten?

Geplaatst op

 

IMG_3229

de prachtige bijdrage hierboven door Rik van Boeckel gestuurd aan pomgedichten verdient in ieder geval deze eervolle vermelding – dank je wel Rik. hoe laten we jako zijn haren behouden dat was zijn vraag – we denken er over na jako – volgende week in de zondagochtendwedstrijd een mogelijk antwoord. lieve Anne uit douce fnce maakte me blij met haar bijdrage – dank aan alle inzenders natuurlijk – een winnaar moet gekozen vrij naar Karel Wasch in zijn nieuwe bundel Het geluid van denkennee – herstellen zal ik nooit meer in dit witte lijf met deze weke handen- in deze cel  –en die winnaar heet deze week FRANS TERKEN – van harte – het gedicht is vanmiddag in cel 15 live te horen in de koepel in haarlem. als je een situatie beschreven wil hebben dan heb je aan frans terken een goede – zo niet de beste. schreef ik onder zijn winnende gedicht – en zo is het ook.

 

ai ai zie ik de bijdrage van CARTOUCHE net te laat – na het uitreiken van de prijzen. en ik weet nu al welke toorn mij zal treffen daarom in ieder geval alle eer en dank  voor CARTOUCHE – hier afgedrukt zijn gedicht;

Santa Anna

Door me te vergrijpen aan het leven
kwam ik hier terecht, blank gepoetst en wit
richten de spijlen van dit spijkerbed de blik
naar wat zolang onzichtbaar was, de straf
voor onblusbaar verlangen, de lust van
grijpen naar al wat je voor ogen komt
graaien naar dat wat van een ander

ja ook ik – ik ging me te buiten en stortte
zaad van eigen pluimage waar geen koren
kon groeien, geen klaproos zich ontplooien
tot de donder zich ontrolde, voeten stuksloeg
voerde naar hier en zie mij nu liggen, hoe bleek
en gebroken de belofte van geboorte – herstel
onmogelijk – betalingen tot in lengte van jaren

op voorhand verloren, de oorlog, aangeblazen
door de hoge stem van een vrouw, dezelfde alt
als die van de ziekezuster, haar vochtig warme
hand die mijn hoofdverband verwisselen wil

13-10-2018
Cartouche

 

een koortsdroom – deze koortsdroom verdringt frans terken in ieder geval niet van zijn gouden zetel in de gouden cel. Cartouche is duidelijk aan een pilletje toe. mooi persoonlijk gehouden en toch met afstand – ik adviseer CARTOUCHE zijn vakanties dichter bij huis te houden. al die confidenties en dan op zijn leeftijd ze zijn te waarderen – maar moet je dat jezelf wel aandoen. JA zuster gooi er maar wat bloedwijn in – het is een dichter dan weet u het wel.

 

 

 

FRANS TERKEN ik kijk strepen op de muur

PETRA MARIA bij de halte van mijn angst

ANNE BORSBOOM het licht van de lucht dat is wat ik wil…

MARC TIEFENTHAL doemde op het paradijs

JAKO FENNEK de vloedlijn als een celmuur

MAJA COLIJN over ontzielde lijfjes

RIK VAN BOECKEL gevangene 277

CARTOUCHE in SANTA ANNA

nee – herstellen zal ik nooit meer in dit witte lijf met deze weke handen- in deze cel –

wie wint de enige echte virtuele – vrij naar Karel Wasch in zijn nieuwe bundel Het geluid van denkennee – herstellen zal ik nooit meer in dit witte lijf met deze weke handen- in deze cel  – trofee op pomgedichten?

en de winnaar van de zondagochtendwedstrijd is uitgenodigd om aanstaande zondag tussen 1500 uur en 1800 uur de nieuwe bundel van Karel – HET GOUD van deze week – in ontvangst te komen nemen in de koepel van Haarlem in cel 41 – de koepel waar mmv De Haarlemse Dichtlijn een culturele manifestatie met dichters en muziek wordt gehouden en waar oa  uw webmaster tussen 3 en 6 zal huishouden. (Met oa Jan Kal cel 14, Sylvia Hubers cel 10 , Frans Terken cel 15 , Marten Janse cel 58 , Paul Roelofsen cel 60, Willemien Spook cel 55, Maarten Willems cel 13).

u kent de regels: commentaar is verzekerd – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

unterwelt
 
likbaar koud verkild een liedje
totdat het over is voorbij
een houtje nog om op te bijten
kun je daarmee leven
je zal wel moeten
 
ik heb het over unterwelt
een onbestaanbaar niets
zo onbestaanbaar kan het liefste zijn
de vrouw die je net een hand gaf
dat was je moeder jongen
 
pom wolff
1.
Achter de deur
 
Holle stappen in een kleine ruimte en
toch wachten op de vrijheid van bewegen
geboeid kijk ik naar stalen staven boven mij
daar schrijven licht en lucht de tijd
 
beneden stroomt water door het Spaarne
een schipper gooit moeiteloos trossen los
en stuurt zijn sloep de vaart op
 
en ik hierbinnen zie nog een leven gaan
had ik niet tot tranen toe de hand eraan
ik zat niet aan deze muren gebonden
met tijdslot op de dichte deur
 
de schipper vaart weg alsof er nooit iets
gebeurd is niets dat hem tegenhoudt
de sloep trekt sporen in het sop
 
ik kijk strepen op de muur
tekens met kracht in steen gekrast
een aftelvers van dagen nog te slijten
nachten gekluisterd aan een krakend bed
 
 
FT 17092018

de dichter Terken nam al een voorproefje cel – is bezig aan een vierluik  – zal de cyclus vandaag voltooien in de cel die hem is toegewezen in dat haarlem en in het door boeven verlaten  koepelgevang – de boeven die nu op straat daar  het leven van de burgemeester onveilig maken. in de cel zit je veilig op straat je leven niet zeker. dat is haarlem. hoe dan ook de dichter plaatst de holle kleine veilige  ruimte tegenover het weidse water in een onzekere wereld en een schipper die uitvaart. als je een situatie beschreven wil hebben dan heb je aan frans terken een goede – zo niet de beste.

de stad

bekleed met jong geluid
niemand woont
in dit dekor
van bruisend leven

de bus stopt
bij de halte van mijn angst
de woorden op jouw lippen
vervagen zacht

alles om jou heen sterft
zei je mij
ik dacht alleen

dat dit toch liefde is
waarom ik blijf

PetraMaria

eerst dacht ik petra uit de provincie doet een dagje 020. met een geliefde een dagje amsterdam en de geliefde valt stil in de herrie. dat zijn de eerste twee strofen. dan komen die raadselachtige laatste twee strofen in dialoogvorm. er wordt gestorven – zo wordt dat gevoeld. er is liefde en ook dat wordt zo gevoeld. en gedacht – vrij naar Het geluid van denken van karel wasch. vermoed ik zomaar. niet het vele heerst in de liefde maar het ene. ‘alles om jou heen sterft’ de regel waar dit gedicht om draait. de lezer heeft het nakijken. zijn laatste uurtje heeft geslagen.

 

La couleur locale
 
klamme dekens warmen mij
aan deze zondag zonder vuur
katten slapen, geiten herkauwen
 
kippen vinden een bed in opstuifzand
links een vervallen schuur
rechts hoge populieren
 
daarboven het licht van de lucht
dat is wat ik wil…
 
het gekraai van een hitsige haan
af en toe een tractor
uit de radio La triomphe de la Jeunesse
 
<>Anne Borsboom

anne borsboom, lieve anne heeft op verzoek wat regels bij elkaar gesprokkeld – ze schreef op FB dat ze graag in haarlem zou zijn deze zondag  – maar ze zit zelfverkozen ver in douce france – waar ze haar leven voortzet tussen lavendel en de roodbruine koeien. heel af toe waait de wind nog naar holland, naar haar haagse kunstkring, naar de dichters die ze liefheeft, richting nazomer op het lage land.

 

‘daarboven het licht van de lucht

dat is wat ik wil…’

 

huilen haar woorden.

 

Lichtend pad

Het zal nooit meer zijn
als de eerste keer.
Onbevangen lieten we ons
van kop tot staart vangen.

We koesterden onze ketens.
In de verste verte doemde op
het paradijs. Met beide voeten
stonden we vast in ijs.

Pas toen het slijk werd
en de stank te harden
vonden we het hazenpad.
Het was moeilijk kiezen.

Marc Tiefenthal

 

tsja hoe het mensen kan vergaan. beetje gezocht allemaal. ijs – stank – slijk. het is waar je voor kiest.

Dag Pom,

vanuit een heel zonnig Zwitserland stuur ik je mijn gedicht vandaag. De regen blijft uit, mijn tuin is
verschrompeld, de aarde zowel als de planten. Nu begint ook mijn hoofdhaar te lijden. Want doen we
hiermee, Pom. Geef me een middel, ook al is het voor de afwas of schoensmeer, als het maar tot
groei bijdraagt.
Heb het fijn vandaag, het zal bij jullie ook wel mooi zijn.

Groet van Jako

terugblik

bewust dat hij een toevalskind is
dat tussen liederlijk feestgedrag en eisprong
nog net met licht bedeeld werd
draagt hij op dagen van de heer de stoven
naar de kerk
voor zijn vader, ouderling
omdat met het toch al dunne haar en
warme voeten beter bidden is

na de dienst loopt hij, gegijzeld
in de kamer van zijn geest, naar zee
waar hij ziet hoe in de verte zeilen
losbandig naar hun vrijheid streven
hoe de vloedlijn
als een celmuur lijkt op te staan
tussen het bekrompen denken van zijn dorp
en het tomeloze rollen van de golven

jako fennek

.

ook hier de heer weer centraal. nee, neen, neen. de hoofdpersoon in het gedicht doet maar wat ie niet laten kan. dit thema past pomgedichten niet. de omgeving past pomgedichten niet. je haar valt er van uit. wij wensen hier de vileine dichter jako fennek. niet de prozapoëtische kronikeur.

ik lag op mijn buik in het gras
en keek naar jouw bedrijvigheid
fladderend van bloem naar struik
streek je heel even neer op mijn hand
ik hield mijn adem in je bezorgde kleine kriebeltjes
op mijn huid, mijn hart
sloeg over van geluk
‘k wilde je strelen
maar durfde het niet
zo keek je mij een seconde aan
frèle vlinder,ik was op slag verliefd
en jij
jouw vleugeltjes bewogen
als zwaaide je even naar mij
ik kuste je in gedachten
daarmee vloog je heen

de volgende dag vond ik jou
onder de buddleja davidii
sereen gevouwen vleugeltjes
als vroeg je aan de heer
vergeef me mijn zonden

je voelde lichter dan de dag hiervoor

ik legde jouw ontzielde lijfje
op een bedje van  rozenblaadjes
onder  een lijstje achter glas 

rust zacht kleine vlinder
ik ben nog hier en jij  ver weg
maar  weet je zo toch  dichtbij

want kus nu (wat bij leven niet kon)
glazen koelte met warme lippen

.
Maja Colijn
.

echt te weinig afstand, gedicht ligt ook te ver buiten het thema en de 20 regels regel maximaal is ook niet in acht genomen – bij elkaar een tranentrekker. en wat de heer er nou weer bij moet. nee dit gedicht is niet aan mij besteed.

Goedemorgen Pom

Ik was al eens in de Koepel, april dit jaar. Met de muziektheatergroep Het Ondergronds Genoegen. Wij maakten in één dag een voorstelling op locatie. Ik schreef toen al een gedicht voor de voorstelling die ik nu maanden later heb bewerkt. Ik was Gevangene 277 in de voorstelling.

Gevangene 277

Ik ben gevangene 277
los van mijn lot verblijf ik

de cel raad ik je niet aan
de sluier van het bestaan

de zucht van de Koepelduinen
zingt met de wind door tralies

ik laat het nu los
het nummer en het lot
word reiziger naar de toekomst
van een nieuw bestaan

de cel mijn thuis van toen
droomt de weg naar de vrijheid
door woorden te schrijven
op een canvas van beton.

Rik van Boeckel
Koepelgevangenis Haarlem/Leiden
21 april/14 oktober 2018

.

hoe de cel heden, verleden en vooral ook de toekomst doet oplichten – droom van de vrijheid benadrukt – gevangene 277 laat ons enig optimisme te midden van het harde beton – rik houdt een pleidooi voor een nieuw bestaan. mooi.

IMG_3229

Share This:

Geen categorie

KAREL WASCH – Het geluid van denken – De onontkoombare poëzie van Karel Wasch ligt wonderlijk zacht in de hand. Een recensie.

Geplaatst op

 

KAREL WASCH – Het geluid van denken – De onontkoombare poëzie van Karel Wasch ligt wonderlijk zacht in de hand. Een recensie.

Je gelooft er niet in, maar soms gebeurt het én ook nog waar je bij staat. Een Wonder. De bundel “Het geluid van denken” van Karel Wasch, mooi en zachtaardig softcoverig uitgegeven door uitgeverij In De Knipscheer wil ik niet meer loslaten. Laat me niet meer los.  Ik heb een wonder in mijn hand, denk ik terwijl ik tiep. Ik wil lezen – alleen maar lezen. En bladeren – 74 pagina’s, 11 hoofdstukken, 34 gedichten zachtromig neergelegd in deze bundel. Dit voelt zo goed!

En zo moet het ook  – de woorden van Karel Wasch, de thema’s, de regels, zijn gedichten verdienen een voor een,  deze prachtplaats. Dichter Wasch schrijft niet zomaar op wat in hem opkomt. Deze dichter heeft de geschreven woorden doorleefd, deze dichter beleeft de regels. En de woorden die we lezen mochten blijven. Het zijn eenvoudige woorden maar heel vaak zo alleszeggend.  

En steeds maar weer als ik Karel Wasch lees moet ik denken aan de grote dichter Kouwenaar – aan zijn adagium ‘het zacht maken van stenen’ – dat was  wat Kouwenaar trachtte – naar eigen zeggen. Waar Kouwenaar trachtte is het Karel Wasch  gelukt:  in zijn nieuwe bundel de stenen zacht.  Als we de poëzie van  Wasch recenseren spreken we over een zeldzaam hoog niveau poëzie. En ik overdrijf geen letter. Het is adembenemende poëzie met die wonderlijke zeggingskracht die alleen hele grote dichters achteloos weten te leggen in hun gedichten. Zo lezen we bijvoorbeeld  in de slotregel van het gedicht ‘Dansen in de nacht’:  ‘Vlak voor de abortus, die jouw schuld zou zijn, zoals alles.’

‘zoals alles’ – begrijpt u wel zoals alles – grote dichters weten met twee woorden meer dan een hele wereld op te roepen. ‘echt’ is ook zo een woordje, zo’n waschwoordje:  ‘…dat ze eindelijk echt was en niet meer, wat ik van haar had gemaakt.’

Zo worden de stenen zacht gemaakt door Karel Wasch, soms tederzacht als hij over zijn moeder schrijft: “Ik heb zelden geprobeerd een gedicht over haar te maken. Niet tijdens haar leven, ook niet daarna. Wel is er een zeker echoënde zachtheid  van toon in mijn werk,….”

Zo worden ook andere soms zware onderwerpen  zacht gemaakt, zacht gepresenteerd aan de lezer, de tragische vriendschap – de jeugdvriend Erik kreeg een naam – ‘We dronken ons door een woud van leugens en wisten niet welke leugens en tot welke prijs.’ ‘…en God wat hebben we gehuild die dag zonder uitzicht, aan zee….’ . Karel Wasch schrijft over Leven, liefde en hoe het (ons) allemaal  kan vergaan –  allemaal en alles,  tot voorbij de dood, ook over dode dichters, over de stad, over  wildernis en over het jonge jongetje Wasch – en dan toch nog in drie regels nog heel even moeder:

 

Hoe alles waarvoor ze

me waarschuwde,

is uitgekomen.

 

we lezen het allemaal in 34 onontkoombare gedichten –  en we lezen als het ware over ons zelf. Als je Karel Wasch leest krijg je zin om poëzie te schrijven – Karel Wasch inspireert. Zin om je eigen stenen zacht te maken en zin om poëzie aan te raken. De onontkoombare poëzie van Karel Wasch ligt wonderlijk zacht in de hand.

 

 

http://www.indeknipscheer.com/tag/karel-wasch/

Karel Wasch
Het geluid van denken

gedichten
gebrocheerd in omslag met flappen,
76 blz., € 17,50
ISBN 978-90-6265-507-6
eerste druk oktober 2018

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG over iemand ‘die mijn woorden als kristallen las en altijd in mijn ogen woonde.’

Geplaatst op

LEVEN

Vandaag wilde ik er niet zijn
omdat ik afscheid moest nemen

van iemand die me dierbaar was,
die mijn woorden als kristallen las
en altijd in mijn ogen woonde.

In mijn hoofd dans je nog
de lachwekkenste cha tja cha
en bega je flaters voor het leven.

Zo schaterlach ik ons verleden
de tranen hebben geen tijd gehad.

©lisan lauvenberg
27 september 2013

roop –
of het gedicht oprecht is of niet, doet er niet zo veel toe: oprechtheid kan een gedicht net zo goed helpen als vernietigen. het lijkt oprecht en voor poëzie is dat genoeg, want het maakt dat het gedicht niet te lijden heeft onder woorden als afscheid, dierbaar en verleden. mooi ritme in een mooi gedicht, waarin subtiel rijm het melodieuze karakter nog eens extra versterkt.

Share This:

Geen categorie

VON SOLO: over tevreden momenten – geen verfilmbare pieken misschien, maar ook geen psychiatrische dalen.

Geplaatst op

Deel 307. Zorgeloos

Afgelopen week zat ik ergens met een kopje koffie voor mijn neus en een pen in mijn hand. Voor me een leeg blad dat ik vulde met mijn gevoelens. Toen het blad vol was, bekeek ik mijn pen. Een Waterman vulpen die ik heb gekregen van een stel dat ik in Toscane in de echt verbonden had. Hij schrijft lekker. Tevreden met mijn schrijfsels en mijn pen stapte ik op de fiets. Het leven is tegenwoordig overwegend een aaneenschakeling van tevreden momenten. Geen verfilmbare pieken misschien, maar ook geen psychiatrische dalen. Zorgeloos. In gedachten lette ik even niet op en werd bijna geschept door een auto van links die geen voorrang verleende. Tijdig trapte ik op mijn rem en er was niets aan de hand. En ineens moest ik aan mijn zoontje denken. Dat is een klein wildemannetje dat soms zijn omgeving helemaal vergeet, als hij opgaat in zijn gedreven bezigheden. Mijn zorg is dat hij door zijn onoplettendheid zichzelf nog eens letsel of verdriet bezorgt. En ineens zag ik mezelf terug.

Toen ik op de lagere school zat, kreeg ik van mijn ouders een doos met schrijfspullen. Enveloppen, briefpapier en een pen. Een ranke balpen. Lichtgroen met chroom. Dat waren de schrijfspullen die mijn vader gebruikte om brieven naar mijn moeder te schrijven in de tijd dat hij in den verre verkeerde. Spullen met een verhaal. In die tijd had zich op mijn lagere school een weelderige ruilhandel in kantoorartikelen, knikkers en aanverwant klein speelgoed ontwikkeld. Dat ging van kwaad tot erger. Net als op de aandelenmarkt werd het steeds gekker. Op een goede dag ruilde ik een volle etui met pennen voor twee oude muntjes uit 1905. In de bibliotheek zocht ik in het muntenboek de waarde na. Dat bleek bijkans driehonderd gulden te zijn. Ik had financieel een gigantische slag geslagen. Blij zoals een kind dat kan zijn.

De eerste golf van geluk rolde terug de zee in. Een paar dagen daarna wilde ik wat schrijven. In de schrijfdoos was echter de pen waarmee mijn vader zijn brieven schreef verdwenen. Na wat rommelen in laatjes drong het langzaam tot me door dat de pen misschien wel per ongeluk in de geruilde etui beland had kunnen zijn. Tegelijk met dat besef spoelde er iets over me heen dat ik nog nooit eerder zo had gevoeld. Een gevoel van verlies. Schuld. Dat ik iets had gedaan in een bui van onachtzaamheid en daarmee iets had kwijtgespeeld dat niet van mij was. En niet te vervangen was. Die avond kon ik de slaap niet vatten en lag huilend in bed. Mijn moeder trachtte me te troosten en zei me dat we de volgende dag wel zouden kijken of we de pen nog terug konden krijgen. Maar ik wist dat dat niet zou lukken. Hij zou verdwenen blijven. Natuurlijk maakte het voor mijn ouders niets uit. Maar ik was iets verloren, voorgoed.

De schuld is intussen door de decennia gesleten. En toch, toen mijn vader laatst met een zak muntjes aan kwam van zolder en ik er feilloos de muntjes uit 1905 uit viste. Het herinnerde aan een moment. Het besef zorgeloosheid eindig is. En sommige daden, hoe onschuldig ook, gevoelens onomkeerbaar maken.

 

VON SOLO

DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN over onze ontmoeting tussen cervelaat en olijfolie in het gangpad

Geplaatst op

 

Op de veranda van mijn tuinhuis in Buitenzorg schreef ik het volgende tekstje, een herinnering aan twee ontmoetingen na elkaar in Albert Heijn, groet, Merik

Twee ontmoetingen
 
Op die late nazomerdag,
de Zuidoostenwind verdrijft nog even de kou en
de bomen schitteren uitbundig in overvloedig licht,
toortsen voor de nacht te gaan,
denk ik aan onze ontmoeting
tussen cervelaat en olijfolie
in het gangpad van Albert Heijn,
ons gesprek over alles en niets,
psychotherapeuten, schrijversvakschooldocenten,
afgebroken door de verschijning van S.,
met een kar vol snoep,
net uit de Valeriuskliniek,
haar zoen, jouw gedag en de knipoog.
Ja, het was een dolle boel bij de Mensenvriend,
zoals de Volkschrijver Gerard Reve hem ooit noemde en
 
de bomen zwaaien kleurig welkom
op deze prachtige nazomerdag.
Merik van der Torren

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ op de dinsdag: ‘laat stil verdriet tot schaduwen bloeien, laat het hart een schuilplaats zijn, een opslagruimte vol betere tijden’

Geplaatst op

Over spaarpotten & zuurstokken

Des natuurgenezers tuin stond in volle herfstpracht, het terras glansde in het zonnetje en de stoelen stonden er verzopen bij. Gelukkig, de slagregens zijn begonnen, dacht ik, hoewel er komende week nog een indische zomer in het verschiet schijnt te liggen, als je de schreeuwende koppen moet geloven. De zomer van 2018 weet van geen ophouden! De natuurgenezer had de partytent afgebroken en de lijken uit zijn servische verleden weer terug in de kast gezet – dan is de zomer definitief voorbij. Dus gooide ik vreugdevol de deur van het tuinhuis open bij het vooruitzicht van een babbeltje rond de open haard met koek en zopie en een slivootje.

In plaats daarvan kreeg ik een zuurstokroze kunstpenis naar mijn hoofd geslingerd. Neen, jij vrouw, jij moet weg! Vrouwen zijn niet toegestaan is dit guis! Als jij wilt worden toegelaten moet jij een penis ombinden en jouw okselgaar laten staan! Ik keek met een schuin oog naar de bulldog die net ging verliggen waarbij een roze kunstpenisje zichtbaar werd dat voor haar gleufje was gebonden. Wel alle…, begon ik, maar mij wilde even geen servische vloek te binnen schieten. Wat is dit nu weer voor gril, Radovan? Sinds wanneer geil jij op penissen? En is dit niet de kunstpenis waarmee wijlen Derrel Niemeijer in von Solo’s Adventures of Gershwin Cock zwaait? Die film ken ik niet, antwoordde hij, en ik val niet op penissen, maar ik ben bereid om get te leren. Dit is een experiment. Ik geb besloten dat ik gomo wil worden.

Lekkere ouwejongenskrentebrood met zwiepende zwepen, knuppelende pikken, worstelende torso’s en kletsende billen. Ik geb genoeg van spleetjes, lipjes en tepeltjes, vooral als ze gesloten blijven als een spaarpot. Ik wil met mijn roede lekker in golletjes kunnen woelen en die gomo’s zijn daar niet kinderachtig in, gun aars staat altijd open. Ze zijn niet van get ouwegoeren maar van get rammen. Die wijven kletsen altijd zo lang dat je pik alweer slap gangt tegen de tijd dat ze gun spleetje op een kiertje gebben gezet. Ik mag ook al niet meer aan mijn patiëntjes zitten van de me too inquisitie. En gomo’s worden in dit land doodgeknuffeld, dat komt ook vast mijn aaibaargeid in de column ten goede. In Servokroatië zou ik gestenigd worden, maar ik moet toch eens met de geersende mode meegaan. Mijn nieuwe gomozijn is get ultieme bewijs van een geslaagde integratie, aangezien ik nog wel veertig jaar in dit oord vastzit.

Wel wel, gaf ik verbijsterd, dat is me nogal een omslag! Maar ik bewonder je lef. Het is voor een Balkanman geen sinecure om uit de kast te komen, het kan je reputatie danig aantasten. Mijn reputatie is toch al naar de maan door Srebrenica, glimlachte hij. Had me even ingefluisterd, zei ik, dan had ik een paar travo’s voor je meegeplukt uit de Mannheimse SM-scene, waar ik vorige week op hun erotische Slam heb opgetreden. Of heb je liever onvervalste zeebonken in zeemleer en matroosjes in kilten van stijfsel? Ik stel geen eisen, glimlachte hij weer, ik wil gewoon een opening. Ik bond de rechtopstaande zuurstok voor. Goed, wat wil je dan van mij? Want ik ga echt mijn aars niet voor je openzetten. Ach, dat ziet er veel beter uit, gaf hij blij, nu goef ik niet meer bang voor jou te zijn. Nu kunnen wij als kerels praten bij de open gaard. Is dat het, Radovan? riep ik uit. Is het gewoon uit hysterische baarmoederangst dat je homo bent geworden en niet uit overtuiging?!

Ik had het kunnen weten, altijd weer die vermijdingsdwang van jou. Nooit eens kun je ergens voor gaan stáán. Daar zit wat in, gaf hij toe, maar mijn roede staat nog steeds niet na al get pornogeweld van petsende zwepen, peniskokers met prikkeldraad en stalen tepelklemmen. Misschien moet ik nog wat meer oefenen. Maar kom eerst gezellig bij me zitten. Nu jij bent ontdaan van jouw vrouwzijn en genderneutraal bent kunnen wij eindelijk eens vertrouwelijk met elkaar praten. Nu kan ik mijn gart bij jou uitstorten en je de dingen in get oor fluisteren die ik al zo lang tegen je wil zeggen. Ik geb de koek en zopie en de slivo al klaargezet. En de rest, lieve lezer, is niet voor uw rode oortjes bestemd. Ik kan u slechts verklappen dat we een genoeglijke avond beleefden. De zon ging onder in het kleurenpalet van de beuk voor het raam en de nacht daalde op onze warme, knusse cocon neer. De herfst was begonnen.

gietende terrassen en verwaaide parasols

welkom duisternis van zotte appels en gistende druiven
treurige nachttreinen die uitgebluste feestgangers vervoeren

dubbelgevouwen over stoelen, te dronken van colatics
de zomer was groots en vooral te luid, al dat licht

uit schreeuwende zonnekelen, de flirtende minstrelen
gelukkig aan regenende dijken gezet

rest alleen het nafluisteren, laat het smoren
in stoofpotten van niet ingeloste verwachtingen

van meeslepend leven dat hooguit slepend bleek
van de ene attractie tot de andere, tot het beleving werd

eeuwige plichtfeesten, gedicteerd door Ra, maar wij
hebben geen vlam gevat, wij trokken ons tijdig terug

laat de terrassen aan de zondvloed, de parasols aan de wind
onze lachende gezichten aan de achterkant van de maan

laat stil verdriet tot schaduwen bloeien, laat het hart
een schuilplaats zijn, een opslagruimte vol betere tijden

Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

die bezeten blik

Geplaatst op

en ik, ik wil de amstel zien

zwanen zwemmen witheet weg
dat noem ik geen natuur

afgesloten vrouwen fietsen me voorbij
de een de hel, de ander rood
een derde kijkt nog even om
zich heen en opgebroken weg

maar toch om één keer nog
in die bezeten blik
van de stuurvrouw van de laga acht
het meisje zien zoals ze was

wil ik de amstel weer

.

pw

Share This:

Geen categorie

KARIN BEUMKES….hoeveel van jouw alledaagse lachjes waren vals?

Geplaatst op
de beum, eilander in hart en nieren,  doet aan niet alledaagse poëzie maar stelt wel alledaagse vragen. in haar poëzie en verder overal waar zij verblijft. een leven in dienst van de poëzie hier op pomgedichten in de serie MENS&MELODIE op de maandag. op verzoek van de dichteres bij haar poëzie een link naar de door dichteres gewenste melodie bij de woorden – ziehier de maandag op pomgedichten voor U!
.
.
Virus

Je noemde me
jouw wilde vrijdagavondmeisje
gelijk een hert dat in zijn spiegels las
de eeuwige ontkenning van een steppeborder
waarvan de ziel nog bottig was

het moest gaan rijpen zoals katoenzaad rijst
op een aangename plaats onder de zon
waar franje nog moet worden uitgevonden
omdat de sierlijkheid nooit echt begon

treur ik niet meer verder opdat het niet meer heerst
dat kleine beetje zuigzoen op een vrouwenhals
hoeveel dagen hadden een schuimkraag als een lollig biertje
hoeveel van jouw alledaagse lachjes waren vals.

.
Karin Beumkes

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ wint de enige echte virtuele naar paul simon – hallo duisternis oude vriend – trofee op pomgedichten – FRANS TERKEN zilver, ANNAGRIET DIESMAN brons

Geplaatst op

FRANS TERKEN in een duistere haven

CARTOUCHE van stilte die blijft kloppen in je hoofd

ANNAGRIET DIESMAN  bij het blauwe schemerlicht

RIK VAN BOECKEL de stilte luistert niet

JOLIES HEIJ al dat licht

PETRA MARIA duizend dagen zullen we verliezen
.
wedstrijd gesloten! lees de commentaren onder de gedichten van juryvoorzitter jeanine hoedemakers en uw webmaster! en zie hier de uitslag van onze zondagochtend wedstrijd – als altijd, oprecht, eerlijk, recht door zee en duisternis, door alles heen schitterend  goud –  zilver en brons voor:\ – Jeanine meldt:

Goud Jolies

Zilver  Frans Terken
Brons Annagriet

Bedankt voor de inzendingen, ik heb me geen moment verveeld tijdens het lezen want ik las veel mooie regels, wel hoop  ik snel een woord op mijn pad te krijgen dat het vermaledijde goddomme in mijn hoofd weet te vervangen. Ah, kijk nou!  daar is het al, het woord zonnig.

Fijne zondag!

.

 

 

Hallo duisternis, mijn oude vriend
Ik kom weer met je praten
(…)

wie wint de enige echte virtuele naar paul simon – hallo duisternis oude vriend – trofee op pomgedichten? steeds opnieuw en nog steeds weergaloos vertolkt door paul simon – waar brengt dit nummer u – tot wie, hoe ver – JEANINE HOEDEMAKERS verwelkomen we deze week als juryvoorzitter. ze houdt van bijzonder. u kent de regels toch? commentaar is verzekerd – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

alsof we samen even schuilden
op een plaats waar niemand komt
waar niemand nog een naam heeft

alleen is de weg zo lang
die je van binnen uit holt

pomwolff

 

Nachtgeluid

Zwijgen zal ik als het donker invalt
de nacht een toevluchtsoord
voor de sprakeloze

een heenkomen gezocht
in een duistere haven
om niet te hoeven praten

dat er geen woordenstroom
hoogstens een binnensmonds bidden
om nog wat schemer te vragen

zoals je in een achterafsteeg
een sprankje van een schijnsel zoekt
waarin je elkaar in de ogen kunt kijken

zonder zelfs een fluistertoon
hoe je enkel maar luistert
naar wat er niet wordt gezegd

FT 06102018

pom: de eerste drie woorden al – ‘zwijgen zal ik… ‘ zo krachtig geschreven, gesproken –  die eerste drie woorden verraden de dichter aan het werk in de taal – in de taal heerst geen stilte in de taal heerst de taal – de sprakeloze aan het woord gelaten in de eerste strofe – gelaten is het goede woord – want een sprakeloze heeft nu eenmaal niet het hoogste woord – moet het doen met de woorden die de dichter hem toedicht – en die hem is hier de dichter zelf in strofe een en twee en drie: gelaten en bescheiden.

er moet een reden zijn en die reden wordt geopenbaard in de laatste twee strofen: daarin gaat het over onvermogen en hoe onvermogen wordt neergelegd en plaats vindt in de stilte – die bijna onaanraakbare stilte die nog stiller is als je luistert. zo keren we met frans terken terug naar het thema gezongen door paul simon.

 

jeanine: FT 06102018 – Erg mooie eerste strofe en bij de tweede strofe denk ik dan meteen dat de laatste regel ervan niet had gehoeven maar verder lezend snap ik wel dat hij niet zomaar geschrapt kan worden.
Dat luisteren naar wat er niet gezegd wordt hè, het tussen de regels lezen.

Goddomme

Thuis was aanpoten het devies
veel werd er niet gesproken
woorden dienden doel

wanneer stilte zich keerde
in een aangehouden zucht
wist je van de vlag, de hang en de hoek

bij wind van voren
sloeg die dag om van niets in blitz
operatie barbapapa barstte los

in twee
uren durende minuten
botvieren, het gaat nooit over

dromen
en uitgesproken visioenen
van stilte die blijft kloppen in je hoofd

ja, het mag een naam hebben
knijpkatten in het donker
zon nabootsen – goddomme

goddomme

06-08-2018
Cartouche

pom: cartouche komt er voorlopig niet uit – de bij thema opgelegde verplichting die stilte gebiedt levert een half vloekenboek op – de elementen krijgen allemaal wel een plaats – er wordt aangepoot, er vliegt een flinke storm door het gedicht visioenen achterna maar het geheel eindigt zoals het begon. cartouche is aan een rustgevend pilletje toe – na zijn vacantie – mogelijk weet hij jeanine hoedemakers te raken met al het gevloek – want zij houdt van bijzonder – in amsterdam zijn we pittiger gewend. finaal oordeel deze week: hoe schrijft cartouche een gedicht over niets? zo!

Jeanine:

06-08-2018
Cartouche – Goddomme Cartouche, wat een ellende, was er niet een momentje van stilte, even geen kloppen, geen barbapapa , of lees ik het verkeerd. Enfin, stilte is soms om te snijden, zo is het nu eenmaal en wanneer de stilte om te snijden is zal een woord hard kunnen vallen. Goddomme. Pfft Cartouche, ik begin ook al.

 

ik geloofde nauwelijks dat ik wakker was,
door een nachtwoud sloop. bij het blauwe schemerlicht
ging mijn blik naar de wiegende kruinen
boven mijn hoofd, er leek storm op komst.

boven de bomen wist ik de vette wolken van een zomeravond,
gleden jachtig langs, moesten eigenlijk voor het donker thuis zijn.
langs het bospad vluchtten hazen, herten, wolven. ik zag
de sporen van dagen heen en vergat het weer.

Annagriet Diesman

pom: annagriet blijft nog lekker in haar bedje – zoveel wordt hier wel duidelijk – ook hier vliegt van alles en nog wat door de lucht – maar we  leven 8 regeltjes mee in een kleine woeste droomwereld – toestanden allemaal – veel beesten ook – de dichter rein bloem hield erg van het werk van de dichter faverey – in het werk van faverey liet hij bootjes varen met roeiers en na en in  een paar regels poëzie verdwenen de bootjes, daarna de roeiers weer en tenslotte ook  de dichtregels uit het zicht. bij annagriet verdwijnt er ook van alles en nog wat waar je bij staat. maar ja je stond er niet.

jeanine:

Annagriet Diesman –Dit gedicht begint lekker helder maar al vrijwel meteen moet ik er mijn aandacht goed bijhouden. Dat moet natuurlijk altijd maar vaak gaat dat als vanzelf. Gelukkig staat er hier en daar een komma. De eerste regel van de tweede strofe ervaar ik hetzelfde als de eerste regel van de eerste strofe. De sporen van dagen heen, dit is dan weer een van de regels die ik moet zien te rijmen in mijn brein met hoe ik het gedicht denk op te vatten. Mooie beelden zie ik, dus wakker ben ik wel.

 

Stil in het bos

Het is stil in het bos
voorbij de verwelkte tulpen

het rood hangt slap
op het canvas van de aarde

de hemel mijn vriend
kleurt de dagen in straffe strepen

de stilte luistert niet
naar de stem tot zij haar ziet.

Rik van Boeckel
6 oktober 2018

pom: veel mysterie deze week bij rik. tulpen in een bos. waar ligt dat bos? of bevinden we ons op een begraafplaats. echt duidelijk wordt het niet – de sleutel tot het gedicht ligt in de woorden: ‘tot zij haar ziet.’ maar wie  is zij en wie ziet zij – onze jeanine hoedemakers zal het vast wel weten want de juryvoorzitter houdt van bijzonder en weet precies altijd wat de dichters bedoelen – ik knoop er geen touw aan vast vandaag – aan de woorden van rik. we lazen prachtige reisbeschrijvingen deze week van rik hier op de pom – rik behoeft ruimte en ritme in zijn poëzie. hier hangen wat verlepte tulpenkopjes er treurig bij  en een vaas is ver te zoeken. dat krijg je er van rik als je ze geen water geeft.

jeanine:

Rik van Boeckel
6 oktober 2018 –Kort maar krachtig met als meest opvallende strofe; de hemel mijn vriend/ kleurt de dagen in straffe strepen.  Waarna de regel de stilte luistert niet. Die drie regels zo bij mekaar zijn werkelijk schitterend. Ik heb de rest dan niet meer zo nodig.

 

gietende terrassen en verwaaide parasollen
 
welkom duisternis van zotte appels en gistende druiven
treurige nachttreinen die uitgebluste feestgangers vervoeren
 
dubbelgevouwen over stoelen, te dronken van colatics
de zomer was groots en vooral te luid, al dat licht
 
uit schreeuwende zonnekelen, de flirtende minstrelen
gelukkig aan regenende dijken gezet
 
rest alleen het nafluisteren, laat het smoren
in stoofpotten van niet ingeloste verwachtingen
 
van meeslepend leven dat hooguit slepend bleek
van de ene attractie tot de andere, tot het beleving werd
 
eeuwige plichtfeesten, gedicteerd door ra, maar wij
hebben geen vlam gevat, wij trokken ons tijdig terug
 
laat de terrassen aan de zondvloed, de parasollen aan de wind
onze lachende gezichten aan de achterkant van de maan
 
laat stil verdriet tot schaduwen bloeien, laat het hart
een schuilplaats zijn, een opslagruimte vol betere tijden
 
Jolies Heij

pom: eindelijk eindelijk ze heeft de poëzie te pakken – JOLIES HEIJ – ik schrijf vandaag haar naam in hoofdletters – wat een wereldgedicht – alles klopt, alles past – in dit gedicht komt het gehele dichterschap van de veelvraat jolies heij samen – het zijn die voor haar  kenmerkende 2 regel strofen waarin een wereld wordt opgeroepen – meestal verzanden we na een regeltje of 10 – omdat de regels te dicht geschreven zijn op de echte wereld – omdat ze altijd TEVEEL wil in één gedicht maar hier in dit gedicht lezen we ademloos door tot het laatste woord je kamertje in valt – o heerlijke romantiek – lees lezer de laatste 6 regels – ze trokken zich tijdig terug en lees vervolgens hoe jolies heij de poëzie laat inslaan als een kernbom aan een drone die het hart van de lezer tot in elke kamer weet te vinden en te  raken – deze wedstrijd levert in ieder geval schaduwen om nooit meer te vergeten:

laat stil verdriet tot schaduwen bloeien, laat het hart
een schuilplaats zijn, een opslagruimte vol betere tijden

.

jeanine:

Jolies Heij – Het is parasols denk ik hè, niet parasollen, al lees ik hier als extra ook nog snel even para sollen, een soort sollen vanaf een afstand. Echter dit met knipoog.  Het gedicht heeft een heerlijke vaart. Ra  moet volgens mij met een hoofdletter maar ik denk niet dat ook maar iemand er over zal vallen. Je stapt al in het begin in de sneltrein en bij aankomst stel je als leesreiziger vast dat je jezelf geen moment hebt verveeld.

 

bewaar jezelf

voor het zout van de zee
dat op onze lijven plakt
als we bij duisternis
met verbazing
de branding overwinnen

als de golven wijken
blijft ons alleen
de geur van drogend wier
en het zachte bottenloze lijf
van de zeester in mijn hand

duizend dagen
zullen we verliezen
voor de lucht zo blauw is
als het ceruleum
waar ik zo van houd

bewaar jezelf
voor het zout van de zee

PetraMaria

 

pom: doe de laatste twee regels maar weg – die hadden we al gehad – puur symbolisme hier geschilderd door petra maria van den eerenbeemt – ik houd ervan om lange namen helemaal uit te schrijven – het lijkt op heel lang zoenen – zee – golven – branding – bottenloze zeesterren en dan nog  al die dagen die ze verliezen voor dat de lucht weer blauw is – al die dagen die opgaan in een einder van zee lucht land en ledig in woorden bijeen geschilderd  om bij weg te dromen. wel een beetje zout allemaal.

jeanine:

PetraMaria -Bewaar jezelf voor het zout van de zee, dat is een regel die me meteen vasthoudt.  De branding overwinnen met verbazing….en  Ja, er staan meerdere mooie regels in dit gedicht. Duizend dagen zullen we verliezen, je leest het vaker in gedichten, het getal duizend, het klinkt ook goed, toch denk ik dat hier hoeveel dagen zullen we verliezen … enzovoort  net iets pakkender was geweest omdat je dan als lezer iets meer het gedicht in wordt getrokken zonder eerst even het gevoel te hebben dat getal te moeten bestrijden.  Want hoe weet je nu van te voren hoeveel dagen het gaan worden?

 

Share This: