Geen categorie

VON SOLO: ‘Maar ze slikte het.’

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

In de communicatiewereld worden de lakens uitgedeeld door vrouwen. En zij was één van die vrouwen. Als je altijd gelijk hebt kun je een eind komen. En nu had ze net weer een mooie campagne voor de Rotterdamse overheid opgeleverd. Vooral de originele pakkende invalshoeken qua naamgeving oogstten lof.

 

Deel 227. Pikpraat

Het betrof een campagne tegen seksuele intimidatie op straat. In navolging van Brussel kon Rotterdam niet achter blijven. Er moest natuurlijk ook een naam voor die seksuele intimidatie worden bedacht die ‘catchy’ zou zijn. Tijdens een vergadering met de opdrachtgever had ze bijna onbewust in een katerige bui de term ‘pikpraat’ geopperd. Daar schrok ze zelfs een beetje van. Maar het werd direct aangegrepen. En toen de vraag werd gesteld hoe dan de app zou moeten heten om pikpraat te melden kon ze niets anders meer murmelen dan: ‘stop app’. Dat was wederom een voltreffer. De terminologie was bepaald en men kon weer aan de slag. Ze wilde niets liever dan direct de vergaderruimte verlaten.

De avond ervoor was ze met drie vriendinnen naar The Suicide Club op het dak van het Groothandelsgebouw gegaan. Champagne, cocktails, gin tonics en uiteindelijk aan de shooters. Geen eten uiteraard. Want als je net de veertig gepasseerd bent, dan gaat het tellen. Ook al is je lichaam niet geruïneerd door zwangerschappen en bevallingen. Een geluk dat ze dan nog had. Zij deelde de lakens uit. Zij deelde altijd de lakens uit. En naarmate het later werd deelden de vrouwen vooral samen dat wat tussen de lakens. ‘Pikpraat’ noemden ze dat onderdeel van de avond altijd.

Grootte was belangrijk. En vorm. En of hij schoon was. En wat hij er mee deed. En wat zij er mee deden. Of al lang niet meer deden. Maar zij spande altijd de kroon. Want zij hàd geen gezin. Geen vaste partner. Zij was de succesvolle seks-in-the-city-single. Dikke baan in de communicatie en dito pik via de Tinder any time of day. Maar deze keer had ze niet zoveel te vertellen. Deze week waren er geen pikken geweest bij haar. Ze sloeg nog een shooter achterover en dicht terwijl ze haar ogen vochtig en haar vagina droog voelde worden. Ze dacht aan twee weken eerder.

Hij was een lot in de loterij. Half de veertig. Knap maar doorleefd koppie. En kwajongen in de verpakking van een man. Creative industry. Self supporting. Twee kinderen uit een eerdere relatie. Beiden in de pubertijd. Dus daar geen last van. Ze had hem ontmoet via Tinder en was dubbel verrast toen hij ook nog eens de baas bleek van het vormgeversbureau, dat was ingehuurd voor haar campagne. Ze had de afgelopen weken droog gestaan. En verlangde als een krolse poes naar het lichaam van een man. Toen hij haar uitnodigde voor een drankje wisten beiden genoeg. En ondanks dat ze geen fan was van orale seks had ze zich er op zijn verzoek toch aan overgegeven tot op zijn hoogtepunt andere reflexen het bijna bij haar hadden overgenomen. Maar ze slikte het. Ze dacht hem in haar zak. Ze zouden weer afspraken. Hij was die volgende vrijdag bij de Suicide Club het hoogtepunt tijdens de pikpraat.

Maar van hem hoorde ze niets meer. Niet na één dag. Niet na twee dagen. Niet na drie. Via Tinder pingde ze hem op donderdag. En hij gaf aan die middag wel af te willen spreken voor koffie. Bij de Hopper op de Schiedamse Vest ontmoetten ze elkaar. Zij een dubbele espresso, want powervrouw en hij een triple, want man. Na wat plezanterijen en platitudes uitgewisseld te hebben liep hij naar het toilet en liet zijn telefoon achteloos op tafel liggen. Ze kon zich niet bedwingen om erin te kijken. Alles is uiteindelijk communicatie. Als was ze een geleideprojectiel tikte ze het haar zo bekende Tinder-symbool aan. En rij met zeven chats flitste op. Alle de vrouwen leken op haar. Sommige wat jonger. De woorden leken op die van haar, zoals ze begonnen waren. Toen hij terugkwam was ze vertrokken. De rekening was betaald.

Afgelopen Poetsclub was ik bij café De Schouw in gesprek geraakt met een grafisch vormgever. Hij vertelde me dat hij de week ervoor in één week door vier vrouwen gepijpt was. Hij kon het met goed fatsoen niet meer bijbenen wie nou wie was. Het waren er zoveel. En ze waren allemaal lekker. Lekker genoeg in ieder geval. Hij was er met acht tegelijk bezig. En snapte het ook niet. Zo nu en dan haakte er ééntje af, maar dan Tinderde hij er zo weer een nieuwe. En toch zou hij liever een relatie hebben zoals ik, zei hij. Ik zei dat hij niet wist waar hij het over had. En op mijn beurt had ik geen idee waar hij het over had. Maar we hadden een gezellig gesprek. De volgende dag viel me een poster op waarop stond dat ‘Lekkere billen verboden waren’ en dat dat ‘pikpraat’ was, die je kon melden via een stop-app. Betuttelende communicatie rotzooi. Ik kon me precies voorstel wat voor type zoiets zou verzinnen. Pikpraat…

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN – waar de bananen rood kleuren daar misschien

Geplaatst op
Misschien
 
Voorbij de steenwoestijn,
langs desolate terreinen,
 
voorbij de laatste grassen
en die ene gehavende boom,
 
waar de wind licht is
en de servetten laat wapperen
op ons zuidelijk terras,
 
waar men voor de regen bidt
in langdurige dansen
bij laaiend vuur,
 
waar de bananen rood kleuren
en de paradijsvogel jubelt:
kom naar boven,
 
waar de zee strak staat met witte zeilen
aan de andere kant van de bergen,
daar ga ik je ontmoeten
misschien

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ met een pleidooi voor FACEBOOK – “ARJEN LUBACH is een eikel”

Geplaatst op

 

Moeten we het echt over Facebook hebben, waarde lezer? Van alle kanten besprong het Grote Nieuws mij afgelopen week. De Nationale Paniek was uitgebroken. Ik werd met diverse uitroeptekens gewezen op de gevaren van het sociale medium waarvoor de Held en Roerganger ons waarschuwde. Die in deze Bange Dagen een soort ik-ben-woedend-op-Mark actie had opgezet – naar het voorbeeld uit de tijd dat we het opgeheven vingertje nog heel ouderwets in de vorm van briefkaarten naar de Duitsers opstuurden – de woedende presentator dus die zijn volgers maande de Grote Misbruiker de rug toe te keren. De collectieve pleuris was een feit. Ik heb maar half begrepen wat adverteerders allemaal met mijn gegevens op FB uithalen, maar fraai klonk het niet. Iets met intieme informatie laten lekken naar onfrisse instellingen. Maar wisten we dit niet allang?

Overigens heb ik de uitzending niet bekeken, niet eens op uitzending gemist, want ik kijk bijna geen TV, alleen aan series op netflix wil ik me nog wel eens bezondigen, en ik vind Arjen Lubach een eikel. En om lekken te voorkomen is mijn boodschap simpel: zet niets op FB wat u schaadt. De hele wereld hoeft het tenslotte niet te weten als u aan de race bent of dronken in de goot ligt. Ik heb zelfs mensen horen zeggen: mijn FB heb ik verwijderd, maar Twitter zal ik nooit opgeven. Daar heb je nou precies een medium voor proletenpolitici, heetgebakerde presidenten en iedereen die de ramen op de wereld wil besmeuren met vogelpoep van jewelste. Iets anders kun je ook niet met die 140 tekens. Maar pas op, in dichtersland is het tegenwoordig hip om houtjetouwtjeteksten zonder kop of staart met van begin tot einde een opeenstapeling van twitterige oneliners te schrijven.

De jonge Slammeisjes hebben er volop succes mee. Ze brengen alleen maar statements, klaagde Melvin van Eldik tegen mij. Ze vertellen geen verhaal meer, meende Elbert Gonggrijp. Ze hebben de aandachtsspanne van een ADHD-kip. Toegegeven, niet voor niets heet FB tegenwoordig het medium voor ouwe knarren te zijn. Want FB is er voor het verhaal, voor wie de aandacht kan opbrengen om langer dan twee tellen op tekst te focussen. Trouwens, wat moeten al die onfrisse instanties nou met mijn op FB geposte teksten? Alsof die rechercheurs het zouden kunnen opbrengen om alles te lezen. Neem nou deze column. Ik weet zeker dat u, als u hier nog niet bent afgehaakt, lieve lezer, tot een trouwe lezer behoort en u bent met weinigen, dat kan ik u verzekeren. Bovendien is het allemaal fictie, dus niet interessant voor de echtheidsgetrouwe omstanders die er alleen op uit zijn om mede-omstanders op fouten te betrappen, te bashen en ten val te brengen.

Niets bevredigender dan continu aan de poten van andermans stoel te zagen. Als ik op FB de opmerking plaats dat ik dronken in de goot lig, kunt u ervan op aan dat het niet waar is. Zelfs met een getructe foto van mijn bont en blauw gedeukte kop tegen het bordkartonnen décor van een goot. Natuurlijk vertel ik de wereld niet de waarheid! Ik sta er immers om bekend dat ik lieg, zoals wij dichters allen doen. Overigens zijn er onrustbarender zaken als het om het lekken van betrouwbare informatie gaat, zoals bijvoorbeeld patiëntendossiers. Kreeg je vroeger, als je van huisarts veranderde, je papieren dossier mee waarop je compromitterende informatie geruisloos kon laten verdwijnen, tegenwoordig staat alles in het virtuele gebeiteld. Wat te denken als je met een delirium in het ziekenhuis wordt afgeleverd, of door de witte jassen afgevoerd als je je huiskamer verbouwt nadat je vrouw je heeft verlaten en wordt gediagnosticeerd met een psychotische depressie? Zo’n aantekening reist je hele verdere leven met je mee en iedere arts die het dossier openslaat weet meteen: dit is een gevaarlijke psychoot, of een liederlijke dronkelap, ook al was het een misstap die je maar één keer in je leven hebt gemaakt. Dus nee, al dat lekken op FB heeft werkelijk niets om het lijf. Laten we gewoon genieten van elkaars vermakelijke verhalen en poëzie blijven delen. Het is tenslotte een podium en ik laat op het levende podium ook nooit mijn broek zakken.

 

 

lente met schwung

hoe alles buiten tikt net als van binnen
de bermbommen op springen, de te ontginnen madelievenstroken

alles danst beter op het scherp van de schede
de stengels worden ingevet, zie ze wenken

de narcissen met hun trompetten naar de schone anemonen
het meloenboompje dat de vroeggeilste bijen lokt

de narcismariekes het spiegelbeeld van de mooiste
in egoland waar alles woelt en wuift en kruipt

voor het nageslacht, trots en ijdel en vol verlangen
laten ze hun bladlingerie zakken om het leucospermum

te ontvangen, zie de seringen swingen met de ranonkels
de irissen naar de hyacinten grissen

alles bloesemt schaamteloos popt uit de knop
danst op de adem van de hijgerige lentebries

ik ben een wijnrank, ik sta aan de wand, ik gist
en rijp alleen voor jou, opdat je me naakt naar binnen giet

 

Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

we doen het weer en we hebben meteen EEN REL! JOLIES HEIJ min-acht de prachtwerken van de winnaar CARTOUCHE – ‘Cartouche dat is allemaal GERAASKAL’ volgens heij.

Geplaatst op

 

Jolies Heij: Een Cartouchje? Mijn gedicht is toch veel begrijpelijker dan het geraaskal van Cartouche met al die onbegrijpelijke woorden. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Mijn gedicht houdt het tenminste sec bij de flora & fauna.’

 

de winnaar van de zondagochtendwedstrijd CARTOUCHE met zijn prachtgedicht BLOEM VAN VLEES valt zelf en zijn werken vallen nog minder in goede aarde bij JOLIES HEIJ. Cartouche dat is allemaal en alleen maar moeilijke woorden volgens Heij – en bovendien een hoop geraaskal luidt het collegiale oordeel van jolies. lees het gedicht van cartouche nog een keer en vorm uw oordeel. heeft heij gelijk of was het toch de voltallige jury op pomgedichten die het gedicht van Cartouche met goud bekroonde:

 

 

Bloem van vlees

wat wij dachten, te weten, van het eeuwige
warmen van zon en wisselen van maat en kleur
ons wervelbogend richten naar het ritme van

het almaar groeiend beginsel, de ongekende schat
van dansende woorden, steeds meer in zicht dat ene
– tepeltippende dat alle andere overbodig maakt –

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

de hang naar een staak, een stempel en een helm-
knop van goud gevlochten. het rafelen van de streng

in onontwarbare draden, onspinbaar garen en
de klos van verwaaid dwarrelhout uit eindeloos
herhaald bloeden van een amazonewoud

krijgen we – metterdaad – weet van vloeien en
smeulen in een bed van fiolen – van teer en een
sigaret een leven lang omzien naar het ongehoorde

wervelwoord dat door het rad geschept
uit de stroom even oplicht en in deemster daalt

13 april 2018
© Cartouche

 

 

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

een heerlijke wending – hahaha – twee strofen geheel over the top en dan gaat onze cartouche er even voor zitten. en? is het dorren van vruchten en het schiften van melluk hem genoeg – WELNEE! cartouche zet nog even een tandje bij: het smeult het vloeit het teert dat we er vrolijk bij worden. ja als cartouche het dichten op zijn heupen heeft trek dan je harnas maar aan.

 

Share This:

Geen categorie

CARTOUCHE wint de enige echte bloem-ende-dans of dans-ende-bloemtrofee op pomgedichten – MARTEN JANSE zilver

Geplaatst op

we zijn weer terug – en naar ik vermoed voor velen bereikbaar. de winnaars waren marten janse – zilver deze week en onze cartouche voor het goud. toevallig ook de eerste twee inzendingen. wonderlijk toch en knap hoe een min of meer vrij thema toch zo inspirerend kan werken dat we zulke prachtige teksten aan poëzie kunnen presenteren.

nouja presenteren als je niet bereikbaar bent presenteer je niks. alleen god weet waar het aan gelegen heeft. in de digitale wereld liggen dood en leven net zo dicht bij elkaar als in het werkelijke leven. hij doet het of hij doet het niet.

we doen het weer. dank voor het inzenden.

 

 

wie wint de enige echte bloemendedans of dansendebloemtrofee op pomgedichten? ja we hebben weer een mooi thema te pakken lieve lezer, lieve dichter. kijkt toch eens hoe wonderschoon de natuur in alle bloesem de mensheid tot dansen brengt! dat zijn de thema’s

 

Schoenen

Dat je danser moet zijn
om te lopen op van die
duizelende schoenen

Laat het straat zijn, parket
of hoogpolig tapijt, blauw
van verzopen liefde

Dat je dronken was
om te kopen en ik
allang verloren

Geen bloem die hierbij
past, geen toverspiegel
en geen Gorters Mei

Marten Janse

 

‘en ik allang verloren’ de regel waaraan het hele gedicht werd opgehangen – in een soort dramatiek die mij heel erg bevalt – dit is nou eens een IK die ons allen raakt – de allang verloren geraakte IK die we allemaal in ons mee dragen om de wereld om ons heen met lede ogen aan te zien. dronken om te kopen – die regel plaats ik even niet.

 

 

Bloem van vlees

wat wij dachten, te weten, van het eeuwige
warmen van zon en wisselen van maat en kleur
ons wervelbogend richten naar het ritme van

het almaar groeiend beginsel, de ongekende schat
van dansende woorden, steeds meer in zicht dat ene
– tepeltippende dat alle andere overbodig maakt –

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

de hang naar een staak, een stempel en een helm-
knop van goud gevlochten. het rafelen van de streng

in onontwarbare draden, onspinbaar garen en
de klos van verwaaid dwarrelhout uit eindeloos
herhaald bloeden van een amazonewoud

krijgen we – metterdaad – weet van vloeien en
smeulen in een bed van fiolen – van teer en een
sigaret een leven lang omzien naar het ongehoorde

wervelwoord dat door het rad geschept
uit de stroom even oplicht en in deemster daalt

13 april 2018
© Cartouche

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

een heerlijke wending – hahaha – twee strofen geheel over the top en dan gaat onze cartouche er even voor zitten. en? is het dorren van vruchten en het schiften van melluk hem genoeg – WELNEE! cartouche zet nog even een tandje bij: het smeult het vloeit het teert dat we er vrolijk bij worden. ja als cartouche het dichten op zijn heupen heeft trek dan je harnas maar aan.

 

 

Bloesemregen

Zie de bloesempracht verwaaien
bloemblaadjes draaien om hun as
een witte bui valt op en in de fietstas
op zoek naar beschutting
tegen te wild vertier

dat je behoedzaam op je tenen loopt
om wat neervalt niet te schaden
geen ruwe voet op een teer lijf

zoals je een schouderduw vermijdt
in een overvolle straat
je stuurt je fiets als een danser
behendig door de massa
naar een bank in het park

wacht er tot de bloesem neerdaalt
hoe je taalt naar een regendans
die het voorjaar zegent

 

FT 14042018

 

heel voorzichtig opgezet deze tekst. bijna te teer om aan te raken. om te recenseren. frans ik ga vandaag  liever voor iets pittigers.

 

 

de lente is bruut
barstende knoppen
de scherpe snavel van de fuut
een duif in de dakgoot
een kleverige kastanjeloot
kan het stoppen

de lente is bruut
met zijn vleugels van staal

 

PetraMaria

 

ja dit soort hoi koe achtige waarnemingen kunnen mij niet verschalken op de zondagochtend. er is van alles aan de hand in de natuur – maar de natuur hoeft niet beschreven – dat zou dubbellop zijn.

 

Lentekind

Laat de regen dansen in sleets gewaad
tot de zon als straal van bloemen dwaalt
in geuren en kleuren de aarde omhelst
de lippen van tulpenvrouwen kust

de reiger langs oevers van groen goud
glimt in dansante spiegel van dromen
de zwaanwitte hals duikt zichtbaar op
rimpeling neemt eenden en futen mee

over de brug springen fietsers
in pantomimische beweging
trappers slaken een zucht van verlichting
als bloemen wuiven naar lentekind.

 

Rik van Boeckel
14 april 2018

 

ha tulpenvrouwen – dan heb je wat – rik weet weer een wereld van dansers fietsers dieren  vrouwen en kinderen  te laten opleven in iets wat we toch wel lente achtig mogen noemen.

 

Stront geen fecaliën aan de knikker

 

We klimmen de kaats-

heuvel op, keuvelen

niet meer.

Stilaan laden we

onze stilte op.

 

Naaktpaaldansen, daar

gaan we voor.

Struiken en bomen knoppen

aan met het jaargetij.

Griep en winter gaan voorbij.

 

Dat leggen we niet uit,

we liggen dra neer,

zien nog even de bloesems,

horen nog de bijen,

 

gaan dan op

in sterrenhemel.

 

 

 

 

marc tiefenthal

dichter essayist / poète essayiste

Sint-Niklaas

blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

 

van de bloesemblaadjes de stront in – we worden op deze ochtend alle kanten opgeslingerd. tiefenthal legt niets uit. en dat is maar goed ook – we hebben al genoeg werk te verrichten om deze hoop woorden te ontlopen. te ontstijgen.

 

 

 

van lente is zijn jas geweven, hij draagt hem
lang om het grillen te verdagen.
trekt hij hem uit, zij slaan hem
om de oren met bloesems, botten en vrolijkheid.

ligt in zijn blik nog honger naar de winter
of kijkt hij alweer herfstig vooruit?
hij sluit de ogen, hij hoort de ruis, het hagelt
in zijn gemoed.

 

Annagriet Diesman

 

 

de eerste regel is prachtig maar daarna hoeft het voor mij niet echt meer. weer die beschrijvingen. zo breng je jonge mensen nog  van het pad der poëzie af. twintigers en dertigers denken toch al dat een of ander verhaaltje poëzie genoemd mag worden.

hier is menno wigman niet voor gestorven. zeg ik altijd maar.

 

dag Pom – ik geraak niet op jouw site vandaar via deze weg
groeten Erika

 

Podiumdier

Hoe hij daar staat, een half geplukte kalkoen,
de lellen onder de schoudervulling geschoven.

Hij kent de overgang van donker naar het licht,
van het pikken naar een hogere plaats.

Succes wacht niet in een bescheten hoek.

Al eisen de rivalen zijn pluimen op de planken,
hij rukt ze uit met een gekir dat zelfs de strafste
slapers maanden wakker houdt.

Zijn handen, geolied in baltsen laten de veren
rollen. De massa graait. Hij zo goed als naakt.

De outfit vervangen door eetbare bloemen, hij
glundert, lanceert door een vliegende nacht.

Erika De Stercke

 

waar een foto niet toe kan leiden – en erika toe leidt. nou ik geloof wel dat ze hier een podiumdier neerzet. in taal. het podiumdier zelf koos voor een woordenloze performance in de witte de withstraat in 010 vorige week vrijdagavond. hoe Erika haar best ook doet hoe ook de performer is beschreven de woorden blijven op enige afstand van de performer en vandaag  toch ook van mij.

 

goedenacht pom

het lukt me vandaag maar niet om op de site te komen
is er weer iets mis?
gelukkig had ik via fb nog wel het thema meegekregen, dus vandaar mijn gedicht

lente met schwung

hoe alles buiten tikt net als van binnen
de bermbommen op springen, de te ontginnen madelievenstroken

alles danst beter op het scherp van de schede
de stengels worden ingevet, zie ze wenken

de narcissen met hun trompetten naar de schone anemonen
het meloenboompje dat de vroeggeilste bijen lokt

de narcismariekes het spiegelbeeld van de mooiste
in egoland waar alles woelt en wuift en kruipt

voor het nageslacht, trots en ijdel en vol verlangen
laten ze hun bladlingerie zakken om het leucospermum

te ontvangen, zie de seringen swingen met de ranonkels
de irissen naar de hyacinten grissen

alles bloesemt schaamteloos popt uit de knop
danst op de adem van de hijgerige lentebries

ik ben een wijnrank, ik sta aan de wand, ik gist
en rijp alleen voor jou, opdat je me naakt naar binnen giet

 

Jolies Heij

ik zou zeggen hier hebben we een cartouchje te pakken – totaal over the top regels en ze hamert maar door onze jolies tot de wending – in de laatste twee regels – de verstilling – maar zie en vergelijk toch eens hoe sluw en professioneel cartouche dergelijke wendingen aanpakt – na een twee strofen bouwt hij de wending in – niet nadat elke normale lezer allang is afgehaakt zoals bij deze tekst van lieve jolies. ze zal wel weer boos op me worden.

 

Schoenen

Dat je danser moet zijn
om te lopen op van die
duizelende schoenen

Laat het straat zijn, parket
of hoogpolig tapijt, blauw
van verzopen liefde

Dat je dronken was
om te kopen en ik
allang verloren

Geen bloem die hierbij
past, geen toverspiegel
en geen Gorters Mei

Marten Janse

 

 

Bloem van vlees

wat wij dachten, te weten, van het eeuwige
warmen van zon en wisselen van maat en kleur
ons wervelbogend richten naar het ritme van

het almaar groeiend beginsel, de ongekende schat
van dansende woorden, steeds meer in zicht dat ene
– tepeltippende dat alle andere overbodig maakt –

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

de hang naar een staak, een stempel en een helm-
knop van goud gevlochten. het rafelen van de streng

in onontwarbare draden, onspinbaar garen en
de klos van verwaaid dwarrelhout uit eindeloos
herhaald bloeden van een amazonewoud

krijgen we – metterdaad – weet van vloeien en
smeulen in een bed van fiolen – van teer en een
sigaret een leven lang omzien naar het ongehoorde

wervelwoord dat door het rad geschept
uit de stroom even oplicht en in deemster daalt

13 april 2018
© Cartouche

 

Bloesemregen

Zie de bloesempracht verwaaien
bloemblaadjes draaien om hun as
een witte bui valt op en in de fietstas
op zoek naar beschutting
tegen te wild vertier

dat je behoedzaam op je tenen loopt
om wat neervalt niet te schaden
geen ruwe voet op een teer lijf

zoals je een schouderduw vermijdt
in een overvolle straat
je stuurt je fiets als een danser
behendig door de massa
naar een bank in het park

wacht er tot de bloesem neerdaalt
hoe je taalt naar een regendans
die het voorjaar zegent

 

FT 14042018

 

 

de lente is bruut
barstende knoppen
de scherpe snavel van de fuut
een duif in de dakgoot
een kleverige kastanjeloot
kan het stoppen

de lente is bruut
met zijn vleugels van staal

 

PetraMaria

 

 

Lentekind

Laat de regen dansen in sleets gewaad
tot de zon als straal van bloemen dwaalt
in geuren en kleuren de aarde omhelst
de lippen van tulpenvrouwen kust

de reiger langs oevers van groen goud
glimt in dansante spiegel van dromen
de zwaanwitte hals duikt zichtbaar op
rimpeling neemt eenden en futen mee

over de brug springen fietsers
in pantomimische beweging
trappers slaken een zucht van verlichting
als bloemen wuiven naar lentekind.

 

Rik van Boeckel
14 april 2018

 

 

Stront geen fecaliën aan de knikker
 
We klimmen de kaats-
heuvel op, keuvelen
niet meer.
Stilaan laden we
onze stilte op.
 
Naaktpaaldansen, daar
gaan we voor.
Struiken en bomen knoppen
aan met het jaargetij.
Griep en winter gaan voorbij.
 
Dat leggen we niet uit,
we liggen dra neer,
zien nog even de bloesems,
horen nog de bijen,
 
gaan dan op
in sterrenhemel.
 
 
 
 
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)
 
 
 
van lente is zijn jas geweven, hij draagt hem
lang om het grillen te verdagen.
trekt hij hem uit, zij slaan hem
om de oren met bloesems, botten en vrolijkheid.
ligt in zijn blik nog honger naar de winter
of kijkt hij alweer herfstig vooruit?
hij sluit de ogen, hij hoort de ruis, het hagelt
in zijn gemoed.
 
Annagriet Diesman
 
 
 

dag Pom – ik geraak niet op jouw site vandaar via deze weg
groeten Erika

 

Podiumdier

Hoe hij daar staat, een half geplukte kalkoen,
de lellen onder de schoudervulling geschoven.

Hij kent de overgang van donker naar het licht,
van het pikken naar een hogere plaats.

Succes wacht niet in een bescheten hoek.

Al eisen de rivalen zijn pluimen op de planken,
hij rukt ze uit met een gekir dat zelfs de strafste
slapers maanden wakker houdt.

Zijn handen, geolied in baltsen laten de veren
rollen. De massa graait. Hij zo goed als naakt.

De outfit vervangen door eetbare bloemen, hij
glundert, lanceert zich door een vliegende nacht.

Erika De Stercke

 

 

goedenacht pom

het lukt me vandaag maar niet om op de site te komen
is er weer iets mis?
gelukkig had ik via fb nog wel het thema meegekregen, dus vandaar mijn gedicht

lente met schwung

hoe alles buiten tikt net als van binnen
de bermbommen op springen, de te ontginnen madelievenstroken

alles danst beter op het scherp van de schede
de stengels worden ingevet, zie ze wenken

de narcissen met hun trompetten naar de schone anemonen
het meloenboompje dat de vroeggeilste bijen lokt

de narcismariekes het spiegelbeeld van de mooiste
in egoland waar alles woelt en wuift en kruipt

voor het nageslacht, trots en ijdel en vol verlangen
laten ze hun bladlingerie zakken om het leucospermum

te ontvangen, zie de seringen swingen met de ranonkels
de irissen naar de hyacinten grissen

alles bloesemt schaamteloos popt uit de knop
danst op de adem van de hijgerige lentebries

ik ben een wijnrank, ik sta aan de wand, ik gist
en rijp alleen voor jou, opdat je me naakt naar binnen giet

 

Jolies Heij

 

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG en de afrikaantjes

Geplaatst op

 

Afrikaantjes

Gisteren zei ik:

Morgen ga ik afrikaantjes planten in het aardappelbed.

Vandaag kon ik zeggen:

Ik heb afrikaantjes geplant in het aardappelbed.

 

Steeds als ik het zei, vond ik dat het leuk klonk. Voor mensen die niet weten wat afrikaantjes zijn, is het een hele vreemde zin, waar dan voor hun ook totaal geen betekenis aan zit. En als je niet weet hoe aardappels groeien, dan weet je waarschijnlijk ook niet goed raad met de term aardappelbed.

Door iemand die niet goed had geluisterd, werd ik bestraffend toegesproken en die gebruikte de term : Racistische kletspraat, ook bezigde hij de term “trut” een daar bedoelde hij mij waarschijnlijk mee. Ik weet niet wat ie gehoord had, want de rest om hem heen moest vreselijk hard lachen en daarop liep hij beledigd weg, waarschijnlijk denkend dat ik en de anderen vuile racisten zijn, die iets doen met Afrikanen in bedden of zo. We hebben onze innerlijke zoektermen er op losgelaten om er achter te komen wat hij gehoord dácht te hebben. Kom je natuurlijk nooit meer achter.

Terwijl het zo onschuldig en liefdevol is. Een aardappelbed van 10 meter waarin tien afrikaantjes staan, waardoor de wormen weten : Hier moeten we niet zijn. Althans dat hopen we, dat ze dat denken.

 

©Lisan Lauvenberg – 13 april 2018

 

 

Tuin

Ik zit voor het raam en zie
hoe de tuin niet is veranderd
voor haar ben ik niet weggeweest

de tuin kijkt mij recht in mijn gezicht
het is vreemd te bedenken dat zij mij
niet kent, zich mij niet herinnert

na al die tijd dat ik hier niet was
ik de tuin was vergeten, zij voor mij
niet bestond, is zij nog helemaal als toen

hoezeer ik ook van haar houd, voor mij
is zij niet gebleven, niet omdat ze op mij
wachtte is zij er, zij is er zoals ook ik er is

Uit: Toen ik dit Zag, Rutger Kopland | Van Oorschot 2008

.

Share This:

Geen categorie

VON SOLO: ‘Nog één tip. Koop en lees de bundel ‘Bokman’ van Dean Bowen. Het beste dat ik in jaren aan poëzie gelezen heb.’

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Als ik aan vluchtelingen denk, dan heb ik nog steeds sterk het idee dat alle Oost- en Noordafrikanen economische motieven hebben. Als ik aan criminele straatjeugd denk, dan associeer ik dat toch altijd eerst met Marokkanen. Iemand met Afrikaanse roots noem ik voor het gemak toch meestal een neger. Over mijn vooroordelen aangaande de Islam zal ik het niet hebben. Ik kan op basis van bovenstaande niet anders concluderen dat ik een racist ben. Terwijl mijn verstand en gevoel toch anders zouden zeggen als je het me vraagt.

 

Deel 226. Racist

Ooit liep ik met mijn moeder over de Henegouwerlaan. Vanuit tegenovergestelde richting kwamen twee mannen van Afrikaanse afkomst ons tegemoet. Mijn moeder kroop dicht tegen mee aan. Ik lachte en grapte dat ze dat niet moest doen. Ze kunnen het namelijk ruiken als je bang bent. Ze rilde en ik lachte. Er was natuurlijk niets aan de hand. Als je mijn moeder vraagt of ze racist is, dan zal ze dat beamen. Volgens mij heeft ze niet eens door hoe vreemd en kwalijk dat is. In het Zeeland waar zij opgroeide en nog steeds woont, zag ze de eerste ‘buitenlander’ toen ze al tegen de veertig liep.

Mijn vader beleed geenszins racisme. Hij stond open voor andere culturen. Vooral voor alle goede dingen uit die andere culturen. Hij haalde uit zijn werkpraktijk ook altijd de voorbeelden aan van ‘goede buitenlanders’. Alsof dat uitzonderingen waren op een regel. De gevallen die het meest aansluiting hadden bij ‘onze’ waren de beste. Mijn vader was op zijn eigen manier ook een soort racist. Ook al had hij dat zelf niet door. Ook al wilde hij nog zo graag géén racist zijn. Ik weet dat hij boos zal zijn als hij dit leest. Want hij is het hier zeker niet mee eens.

Maar dat is nu juist het lastige met ons racisten. Het is niet hoe we ons zelf willen zien. Onze vooroordelen zijn grapjes. Het zijn vluchtige gedachten, waarvan we weten dat ze fout zijn, maar we ze niet menen. We bedoelen het zo goed. Zo lang het goed gaat. Wij zijn blanke middenklasse. We hebben het goed en willen dat graag zou houden. Onze ouders hadden het wat minder, maar niet slecht. En wij hebben het net weer een beetje beter. Maar ellende en armoede, hebben we nooit hoeven kennen. Beschermd door onze tradities en ons verleden.

Ik dacht dat ik kon beslissen geen racist te zijn. Maar het is geen knopje dat je om kunt zetten. Er was in de Verenigde Staten een burgeroorlog voor nodig om slavernij af te schaffen. Er was ruim honderd jaar later nog segregatie. En als je als Afro-Amerikaan aangehouden wordt door de politie, dan is de kans groot dat je dood eindigt met een kogel in je lijf. Ook al is er niets aan de hand. Racisme uitbannen is geen knopje omzetten. Het is een cultuurverandering die over eeuwen loopt. Wij konden slavernij afschaffen in Europa, omdat de winsten binnen waren en de welvaart verzekerd. Het volk, het blanke volk heeft in zijn geheel mogen profiteren. Zolang het gedachtengoed maar gedragen werd. Dat gedachtengoed is gemeenschappelijk onderbewustzijn geworden. Zo zelfs dat als je zegt dat je geen racist bent, je verdomd sterk in je schoenen moet staan om dat dan ook eerlijk naar jezelf toe te kunnen beweren als blanke.

Afgelopen week was ik getuige van een twist tussen een blanke man van middelbare leeftijd met provinciale achtergrond en een in Nederland opgegroeide man met Marokkaanse achtergrond van mijn leeftijd. Het ging er heftig aan toe. Beiden hadden steekhoudende argumenten en beiden sloegen op momenten ook keihard de plank mis. Dat het uiteindelijk weinig zin had wie het gelijk had was me wel duidelijk. Het zou hoogstens een druppel op een gloeiende plaat zijn. Ergens hoog in een wolkenkrabber zag ik iemand diabolisch grijnzen van genoegen. De ‘eindbaas’.

De reden dat racisme bestaat is omdat de ‘eindbaas’ er belang bij heeft. De ‘eindbaas’ is geen racist, maar wel blank. Voor hem is alles onder hem minderwaardig. Maar sommigen zijn wat minder waard dan de rest. Dat wat naar zijn evenbeeld geschapen is, of wat hij naar zijn evenbeeld schept, houdt hij net wat dichterbij. Als het uitkomt. Dus maak je geen illusie dat het een keuze vereist. Kiezen helpt niet. Je bent cultureel geïndoctrineerd. Eeuwenlang. Het vereist strijd. Altijd strijd. Dus laten we vooral niet te veel doen of we allemaal vrienden zijn. Hoe graag we dat wel willen zijn. Maar we kunnen wel onze slagen kiezen. En ons niet laten verlagen door het zoeken van twist in de onderlagen. Want daar is de ‘eindbaas’ niet. De grote man die bepaalt. De bankier. De minister-president. De CEO. Hij lacht zich rot, verdeelt en heerst. Ver weg van het gepeupel. Het zo comfortabele landschap van christen of moslim, man of vrouw, homo of hetero, zwart of wit.

Ik snap sinds kort dat ik, hoe onbewust ook, een racist ben. Zo ben ik geboren. Maar ik ga het er niet bij laten zitten. En of ik er ooit helemaal vanaf kom, weet ik niet. Maar ik ga me er niet bij neerleggen omdat mijn geschiedenis, traditie of cultuur me dat ingeprent heeft. Daarvoor haat ik het systeem te veel, ook al voedt het me haar verraderlijke zoete melk. Ook ik zoek mijn vrijheid. Ook al is dat enkel binnen in mijn hoofd.

Nog één tip. Koop en lees de bundel ‘Bokman’ van Dean Bowen. Het beste dat ik in jaren aan poëzie gelezen heb.

 

 

Share This:

Geen categorie

VON SOLO meets KOBUS CARBON (in de herhaling)

Geplaatst op

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Vrijdagavond, 20:00. De kinderen liggen net op bed. Mijn vriendin is uit eten met een andere vriendin. Kortom, alle ingrediënten voor een avondje Solo. Het zoveelste blik Jupiler gaat open. Dan stopt er een scooter voor de deur. Terwijl er toch geen pizza was besteld?! Nee, dat niet. Maar wel hét moment om de quatro stagioni van de liefde eens door te gaan in het kader van de nu al gevreesde interview reeks ´Dichter onder de oppervlakte´.

Dichter onder de oppervlakte, deel 2 : Kobus Carbon

´Het maakt niet uit of ik lieg of dat ik de waarheid spreek, de waarheid ligt toch in het midden. De waarheid is relatief.´
En zo zaten we daar twee minuten later. Kobus Carbon en Von Solo, vredig in de achtertuin, met een fles bubbels in de koeler. Dat ijs moest verder gebroken.

Von: ‘Daar zitten we dan Kobus. Beiden een Ikea tuinstoel, drankje erbij. Maar stel je nu eens voor. We zitten er nog steeds zo bij. Maar dan in leren Chesterfields. En naakt. In een hotelkamer van het Bilderberg Parkhotel. En voor onze neus spelen twee in latex geklede dames een geil spel. Wat zou je daar van vinden?’
Kobus: ‘Tsjah, dat lijkt me wel wat. Moeten we doen. Dat doet me trouwens denken aan de tijd dat ik eens met zeven heren van mijn jaarclub in Thailand was, en we overwogen om twee hoertjes in te huren voor een live show op de hotelkamer…’
Von: ‘Ja, ga door…’
Kobus: ‘Geen happy ending.’
Von: ‘Goed, dan gaan we nu echt beginnen.’

Von: ‘Wat vind je van Frank Boeijen? Je weet wel, die zanger van vroeger.’
Kobus: ‘Mooie vraag, boeiend (gniffelt). Wat zong die ook al weer. Oh ja, zeikerige prutmuziek. En toch wel catchy. Het pakt je wel, tot schaamte van jezelf.’
Von: ‘Zou je het erop kunnen?’
Kobus: ‘Nee. Niet op Frank.’
Von: ‘Op zijn muziek bedoel ik.’
Kobus: ‘Nee, krijg er geen stijve van. Garantie voor een slappe lul. Die muziek moet ver van de liefde vandaan blijven.
Von: ‘Wist jij trouwens dat Frank een closet-racist was? Check zijn kledingstijl bijvoorbeeld maar eens. Dat nummer Zwart-Wit lijkt heel kies, maar eigenlijk is het zo polariserend als de pest. Wist je trouwens dat hij ooit verliefd was op een Indonesisch meisje en dat hij zich daar zo voor schaamde dat hij het nummer wat hij voor haar geschreven had geen ‘Pinda’ maar ‘Linda’ heeft genoemd? In dat nummer zingt hij bijvoorbeeld ‘gaan we naar Parijs, de Moulin Rouge, of naar New York, Broadway lights…we slapen 1001 nachten, in 1001 hotels’, kortom, mee naar huis of naar zijn rechtse vrienden durfde hij er niet mee.’
Kobus: ‘Oh.’

Von: ‘Maar nu weer even waar we hier voor zijn. Jij staat natuurlijk bekend als de liefdes poweet pur sang. Hoe sta jij vanuit die hoedanigheid tegenover bijvoorbeeld monogamie?’
Kobus: ‘Monogamie het meest achterlijke en tegennatuurlijke dat er bestaat. Het klopt evolutionair ook niet. Volgens de evolutie neuk je gewoon. En een goeie match is snel zwanger. Verliefdheid is na 7 jaar weer over.’
Von: ‘Na 7 jaar pas?’
Kobus: ‘Wetenschappelijk gezien wel. Na een jaar of 7 is de man overbodig. Ach, mensen zijn intelligenter dan ze zelf aankunnen. En omdat ze het niet aankunnen bedenken ze opperwezens en religies. Op de keper beschouwd is monogamie ook nog eens slecht voor de mens als soort.’
Von: ‘Zou het te ver gaan om te zeggen dat monogamie ook de reden is van de huidige economische crisis?’
Kobus: ‘Absoluut niet. Mensen blijven bij hetzelfde omdat dat veilig is. De beurs en de economie zijn ook gebaseerd op emotie. Niet op ratio. En daar gaat het mis. Als het anders moet, en dat doe je niet, omdat je niet durft af te stappen van het huidige, dan gaat het mis.’
Von: ‘Dus eigenlijk is de economie failliet, omdat iedereen bang is voor het grote failliet?’
Kobus: ‘Als de emotie komt, gaan we irrationeel handelen. Mensen zijn heel arrogant wat dat betreft, ik ook.’

Von: ‘Publiek geheim is dat u naast dichter ook nog dokter bent. Daarbij wordt van de vrouwelijke co-assistenten bijna een kwart sexueel geïntimideerd. Wat heb je daarop te zeggen?’
Kobus: ‘Geen commentaar…..ik word overigens zelf wel eens geïntimideerd. Want ook in de geneeskunde kun je je omhoogpijpen. Dat gebeurt ook wel eens. Van die types die geen injectie te ver gaat en die wel houden van invasief beleid. Je moet ze de kost geven.’

Von: ‘Stel dat jij een andere dichter zou mogen zijn, wie zou jij dan willen zijn? En je mag geen Josse Kok zeggen.’
Kobus: ‘Wat een kutvraag. Nasty! Zouden er lekkere dichtwijven zijn?
Von: ‘Shit, daar zeg je me wat. Het loopt niet over. Ik kan er zo geen 10 noemen.’
Kobus: ‘Misschien zou ik Anne van Winkelhof wel willen zijn. Volgens mij heeft die wel interessante seks.’
Von: ‘…’
Kobus: ‘Wel, misschien Sylvia Plath, een Amerikaanse dichters.’ http://en.wikipedia.org/wiki/Sylvia_Plath
Von: ‘Waarom?’
Kobus: ‘Omdat ze zelfmoord heeft gepleegd.’
Von: ‘Hoe?’
Kobus: ‘Weet ik eigenlijk niet. Met pillen denk ik. Echt zo’n wijvending.’
Von: ‘Tsjah, zelfs over het graf heen maken ze zich nog zorgen over schoonmaken.’
Kobus: ‘Ik vind het knap als mensen zelfmoord plegen vanuit een rationele gedachte. Kijk naar Herman Brood. Herman heeft het mooi gedaan. Zo gezegd, zo gegaan. Eigen verantwoordelijkheid nemen. Ik heb er minder respect voor als het niet weloverwogen is.’

Von: ‘Ik proef door het hele interview heen een voorkeur bij je van ratio boven emotie. Neuk jij nou met je hoofd of met je hart?’
Kobus: ‘Met mijn lul.’

Kobus: ‘Ratio, daar draait het toch om. Emoties hebben we nodig omdat we onze intelligentie niet aankunnen. Als de hele wereld uit autisten zou bestaan, dan zou dat in theorie nog best eens een werkend geheel kunnen zijn. Binnen drie jaar zou het hele universum gekoloniseerd zijn en zou de mens de vijfde dimensie kennen. De aarde is plat, zolang je dat gelooft. Wij zijn niet de enige intelligente levensvorm. Je moet alleen iets anders doen, om echt ergens anders uit te komen en niet als een aap het rijtje nootjes pakken. Maar ja, iemand met een IQ van 70 zal zich hier toch niet druk om maken. Toch?’
Von: ‘…’
Kobus: ‘Wat ik je zeg.’

Von: ‘Waren je ouders eigenlijk monogaam?’
Kobus: ‘Ja. Dan bedoel ik uiteraard mijn moeder en de melkboer.
Von: ‘En Kobus Carbon en de liefde hoe zit dat?’
Kobus: ‘Wist ik het zelf maar. Liefde, daar zijn we te dom voor om het te begrijpen. Terwijl het eigenlijk te simpel is. Het is pure voortplantingsdrang. En we labelen dat als liefde. En dat is doorgeevalueerd tot een merk of ‘brand’. Liefde is toch eigenlijk…ja, wat eigenlijk? Het gaat toch om voortplanten. Onze genen laten overleven. Nut is er verder niet. Verliefdheid is een moleculaire reactie. In The Matrix
Zei iemand het ook al. Verliefdheid is niet meer dan het eten van een grote dosis chocolade.’

Kobus: ‘Weet je, Von, dat we veel te danken hebben aan Ginsberg?’
Von: ‘Nee, vertel.’
Kobus: ‘Nou, dat we in de tijd waarin we leven kunnen dichten over neuken, tieten, penissen en ga zo maar voort.’
Von: ‘Zo had ik het eigenlijk nog nooit bewust bekeken.’
Kobus: ‘Nee, dat dacht ik al.’
Kobus: ‘Weet je wat ik denk? Dat de kinderen van de komende generaties erger worden dan wij, maar dan in de zin van kuisheid. Wat we nu doen mag dan allemaal niet meer. Als je kleinkind dan zegt mijn opa was dichter, dan houden gesprekken op. Als ze dat al durven zeggen. Denk daar maar eens over na met al je perverse gedichten’
Von: ‘Mmmmh. Fraaie tijd gaan we tegemoet, ouwe.’

Intussen ging de deur open. Mevrouw Solo was terug van haar uitje, en de vaart van het interview werd langzamerhand overgenomen door de snelheid van vertrouwen. Gedriëen gezeten onder een langzaam ontluikende sterrenhemel keuvelden we nog wat door over het leven. Nog een liedje in gedachten dokter?

Ik sluit m’n ogen, en denk na
En alles gaat dan door me heen
Dan zie ik heel m’n leven
Ik heb veel genoten, maar ook heel veel gehuild
Maar dat zal me echt nooit spijten
Het was altijd drank, en vrienden om me heen
Er waren altijd feesten
Maar het was leven, zoals ik dat toen wou
Daar had ik voor gekozen
We gingen wel eens door
De nachten waren lang, dan viel je zo je bed in
Geen cent op zak, geen kruimel meer in huis
Maar toch bleef je maar lachen

Ik kijk nu terug, en toch heb ik geen spijt
Het waren mooie jaren
Want wat ik deed, nooit deed ik iemand kwaad ermee
Het is mijn eigen leven
Ik begrijp ook niet waar een ander zich zo druk om maakt
Het is mijn leven, zoals ik het wil leven
Ik maak nooit ruzie, laat mij nu toch met rust

Ik leef m’n leven, zoals ik dat wil
Ik bemoei me toch ook niet met een ander
Ik leef m’n leven, zoals ik dat wil
Laat me gaan voordat ik nu toch verander
Laat mij nu gaan, laat mij nu gaan

(Andre Hazes, 1994)

Het vervolg van deze rickety, tickety roller coaster ride, waar iemand vergeten is de slotbouten vast te draaien elke donderdag op POMgedichten in VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Share This:

Geen categorie

DITMAR BAKKER – Ach wat den donder, hier hèjje het sonnet – Vreselijk, vreselijk, vreselijk en Thomas (C) laat me maar niet los.

Geplaatst op

 

 

Pom, liefste,

Di se stesso! Je verwacht een heel sonnet maar daar zijn we nog lang niet. We moeten het eerst doen met een pover di se stesso…en waarom? Ach wat den donder, hier hèjje het sonnet, het is tijd het ècht volledig te trachten te ontsluiten en -sleutelen:

61 – DI SE STESSO
Sciolto e legato, accompagnato e solo,
gridando, cheto, il fiero stuol confondo:
folle all’occhio mortal del basso mondo,
saggio al Senno divin dell’alto polo. 
Con vanni in terra oppressi al ciel men volo,
in mesta carne d’animo giocondo;
e, se talor m’abbassa il grave pondo,
l’ale pur m’alzan sopra il duro suolo.
La dubbia guerra fa le virtù cónte.
Breve è verso l’eterno ogn’altro tempo,
e nulla è più leggier ch’un grato peso.
Porto dell’amor mio l’imago in fronte,
sicuro d’arrivar lieto, per tempo,
ove io senza parlar sia sempre inteso.
[T.C.]

Vreselijk, vreselijk, vreselijk en Thomas laat me maar niet los. “Ik ben vrij, en gebonden, tesamen alleen…” welk een woorden! Het is zo ongeveer hoe ik me voel momenteel, nog afgezien van God en het eeuwig begrip. Di se stesso! De vierendertig compartimentjes voor alleen het woordje di die het Italiaans woordenboek ons al geeft en ons wanhopig heen en weer naar Google Translate laten schieten om in elk geval de concepten helder te krijgen (spoiler: di doet van alles, net als van) laten we even los en we kijken vol verwachting naar de tweetalige editie van ons aller Miz Roush: “On Himself”. Tja—Google Translate peurde er ook als vanzelf “Van zichzelf” uit, dus daar moesten we dan maar voor gaan, nietwaar? Doch het knauwt in diverse categorieën: waarom maakte die gekke homosuele Engelsman er “The Sage on Earth” van—nogal een wijziging, kwestie van ‘die oude romantici’? En waarom geeft het Italiaans woordenboek aan dat se in archaïsche zin (vijftienhonderdzoveel—me dunkt archaïsch genoeg) ook een bijwoord kan zijn met een werkwoord in aanvoegende wijs die een wens uitdrukt en lijkt het werkwoord stare (zijn, blijven, bevinden (tot), persisteren) in de subjonctief (of, pardon: ‘aanvoegende wijs’)—inmiddels veranderd tot stessi als het vreselijk onregelmatige werkwoord dat het is en voor zover iemand in sound state of mind de eerste of tweede persoon van het werkwoord in de verleden tijdsvorm(!) van de subjonctief zou willen gebruiken—zich nu in precies die optatieve staat te bevinden met zijn abjecte vervoeging?

Opdat Maria de Moeder Gods weent?! En dan hebben we het werk zelf nog niet eens ter hand genomen—alle vlijtige nonnen zijn reeds gevlucht. U weet—die krankzinnig-briljante paljas laat soms vingerwijzingen achter in zijn titels maar daar kom je meest pas achter als je eerste vertaling gelukt mislukt is omdat je de dubbele bodem van de goochelaar niet opgemerkt had en hóp! Opnieuw gaan we maar weer. En er lag toch zo’n fijn gelukte redelijk getrouwe eerste versie klaar—Facebook jubelde—we hadden alleen die amfibrachen losgelaten en er fijne anapesten neergezet, waarschijnlijk omdat we de opmaat van ‘ik ben’ die het scala aan tegenstellingen inluidt (stoute Thomas zegt dat zelfs in zijn voetnoot bij het werkje) anders niet kwijt dachten te kunnen. Prestó et voilá!

61 – OP ZICHZELF
Ik ben vrij, en gebonden, tesamen alleen,
mijn stilzwijgend gegil maakt driest meuten verward:
in hun plat-werelds ogen is gekte mijn part,
maar Gods hemels Verstand weet er wijsheid doorheen.

Aards gekortwiekt vlieg ik toch ter heilige meen
wijl uit zwak-droevig vlees juicht een ziel zonder smart
en indien door ’t gewicht weer terneder gestart
lichten vleugels mij op boven mortel en steen.

Dubieus deze oorlog—doet deugd waarlijk tellen,
elk moment duurt maar kort naast volmaakt’ eeuwigheid,
ook weegt niets vederlichter dan welkom gewicht.

Mijn gezichtsveld voert liefdes portret, vaart voorts wel en
zo verzekerd van zegening, aankomst op tijd
waar tot mij zich een woordloos begrip immer richt.
[D.B.]

Het lijkt allemaal zo netjes te passen (wiens is dat Verstand?), een zuivere anapest dan maar in godsnaam—die extra lettergreep tellen we als winst en boekstaven we níet als verkrachting. En wiewatwaar gáát het eigenlijk over? Stichtelijks natuurlijk! En is het niet bijzonder grappig hoe de beste man—in adequate vertaling met ‘op zichzelf’—nee, terug naar het Italiaans, prutser. Goed, goed: “Over zichzelf” als eerste vertaling dan, anders wordt het wel een heel rare mix van conditionele woorden: “Zó, indien als zodanig”? Vreemder dan het misschien lijkt, als u zich realiseert dat stessissimo als overtreffende trap van ‘stesso’ (ècht als zodanig; precíes hetzelfde) toch ook bestaat. Rare jongens, die Italianen? Campanella wendde gekte vóór, is de consensus.

Ik wil maar zeggen dat er misschien méér dan één betekenis resoneert in de titel. Daar zijn we alvast. Met de driedeling waarin anima en spiritus zich begeven zullen we ons niet bezig houden—wat dell’alto polo ook gebeurt. We hebben er bovendien geen rúimte voor, dergelijke laat-renaissancistische metafysica maar aan de andere kant is God—het moet zo zijn, het was altijd zo geweest en de mens is daar onderdeel van, niet? Behoed ons stervelingen—de man was in elk geval katholiek. Godgodgod en ‘nuff said voor nu.

Daarmee valt het eerste kwatrijn tweeërlei te lezen—al zijn de verwijzingen misschien van een flinke peso vergeleken met andere werkjes (Onsterfelijke Ziel!), zo’n ‘welkom gewicht’ kan toch ook van wereldse wege komen? Hij moet wassen en wij maar minder worden. Zelfs Thomas mocht twijfelen na een kwatrijn in geheiligde gekte rondgesprongen te zijn: het gevecht van de vroom-belijdende man met de heidense buitenwereld, die hem immers nooit begrijpt, wordt innerlijk bekeken en metaforisch ingevuld. Wellicht stijgt de spiritus hem zelfs naar het hoofd en daarboven. In het sextet wordt deze innerlijke geloofsstrijd verder ingevuld en opgelost: God wacht met eeuwig begrip. “Op zichzelf”. Basta!

No bene! Ik schimpte eens over de Vigil waar hij in gehouden was—niet wetende dat het wakkerhouden vergezeld ging van het bekneld gezeten houden worden op een soort gympaard met stekels erop die pijn veroorzaken zodra je beweegt. Zesendertig uur werd hij, moest hij zich, in deze positie (ge)houden—ongeacht wat de Heeren verder van hem wilden: de wet zei daarna dat hij voor een waanzinnige moest worden gehouden: wie zulks doorstaat is dood of kwartgaar. En mogen we ook eindelijk het schimmige ‘welkome gewicht’ interpreteren? Tijdens lugubere praktijken werd meer, meer en meer gewicht toegevoegd tot slachtoffers tenslotte konden bezwijken—hij moet het hebben ondergaan. Thans zijn we er—in de kerker, en ons blijmoedige interne gestrubbel voldoet ineens niet meer. Enter versie twee:

61 – ZO ZIJ HIJ (“Op Zichzelf”)

Lichtvaardig gevat, saamgevangen alleen,
ik schreeuw—wees toch stil, trots zo’n heerschap piqûeert,
gemorteld in ’t oog ’s werelds manie, en zweer ‘t
meer hemels verstand dan ‘k weet wijs erdoorheen.

Arm vlucht aards gekortwiekt, vlieg ‘k ter heil’ge meen,
wijl ’t afgemat vlees laat de ziel ongedeerd
getrokken terneer door ’t gewicht dan gekeerd,
gevleugeld mijzelf boven mortel en steen.

Dees twist—dubieus, zij doet deugden pas tellen
zo kort elk moment naast vergaan voor altijd
en ons weegt niets lichter dan welkom gewicht.

’t Gezichtsveld voert liefdes portret, vaart voorts wel en
verzekerd van zegening, aankomst op tijd
waar tot mij een woordloos begrip zich steeds richt.
[D.B.]

De hendecasyllaben hebben we als vanzelf maar weer hersteld (als vanzelf…gloeiende gloeiende…wie begint over de laatste voeten van regel vijf bijt ik zijn tong af)—Frans van Dooren zou trots op ons zijn geweest (hoewel, hij maakte in zijn enige vertaling van een ander sonnet “De Mens Als Acteur” weer tien lettergrepen van het geheel—we raken in de war)—en alle zaken trachten we in vertaling terug te laten komen, te hertalen of te substitueren zonder daarbij nog obscuurder te worden dan we al genoodzaakt zijn te eh…zijn, bijvoorbeeld in die gruwelijke eerste regel. De man wendt immers waanzin voor—het zij zo! De ‘drieste meuten’ vervangen we door een daadwerkelijke kerkerwacht met aanhangige sentimenten en zelfs een pook in het werkwoord. Een niet geheel onprettige woordherhaling gebruikend laten we paragrammatisch ‘martelen’ terugkomen in de tekst, respectievelijk zwaar en licht meetrillend met de stenen die Thomas later op zich gestapeld krijgt. Het wat ál te letterlijke ‘zwak-droevige’ vlees maken we ‘afgemat’ en daarbij hebben we een daadwerkelijke strijd tussen gemartelde (of sound mind!) en martelwerker naar de voorgrond laten bloeden en zijn we beland bij het sextet. En wat was er nu met die titel aan de hand en waarom zitten we zo rap in het sextet? Het is toch nog steeds “Op zichzelf”? Fócus, mensen!

Het zit ‘m in regel twaalf—een enigmatische regel waarvan die gekke homosuele Engelsman in zijn noten aangeeft dattie niet goed weet wat er nu precies bedoeld wordt. Miz Roush—het spijt me, professor—lijkt er werkelijk iets mals van te maken door Thomas een bid-of-ander-prentje op zijn voorhoofd te laten plakken(!)<!–[if !supportFootnotes]–>[1]<!–[endif]–>. Hier komen we aan de optatieve wijs van in de titel van het werk en een—mijns inziens—correcter interpretatie: de gemartelde Thomas houdt zich vanzelfsprekend God, God en alléén God (en wellicht een maîtresse die eventueel mannelijk is gezien de aantijgingen van homoseksualiteit die hem o.a. met de zware aanklacht van ketterij belastten) voor tijdens de vreselijke praktijken. De ‘twist’ waar hij over spreekt is niet zozeer de innerlijke die hij voert (natuurlijk kent elk mens zwakten, maar welk kan zoiets uiteindelijk bekennen ten voorstaan van God?) als wel de twist die hij met zijn beulen voert. Het is de eeuwige, alomvattende liefde van God die hem in staat stelt eenzelfde, hoewel mindere, liefde te voelen voor de mens die zich als altijd in zijn gezichtsveld beweegt: zijn beul. De ware, wellicht godsvruchtige, mens bemint zelfs zijn beul—en hier springt de titel ons weer in gedachten: “Opdat hij toch zó zijn zou!” Wel, zo zij hij. En over de mogelijke focalisatiewisseling in het eerste kwatrijn met alle consequenties van dien—die zijn immers bijeengeraapt en erin verwerkt—zwijgen we decent; gratis is het nooit, lezer. “Zei hij zo?” Het zij zo, beul.
<!–[if !supportLineBreakNewLine]–>
<!–[endif]–>

-x-

D.

<!–[if !supportLineBreakNewLine]–>
<!–[endif]–>

<!–[if !supportFootnotes]–>
<!–[endif]–>

<!–[if !supportFootnotes]–>[1]<!–[endif]–> Mens, kijk dan zelf. Roush vindt u op https://the-eye.eu/public/Books/Poetry/Tommaso%20Campanella%20%20-%20Selected%20Philosophical%20Poems%20of%20Tommaso%20Campanella%20A%20Bilingual%20Edition.pdf, die homosuele Engelsman op http://www.jstor.org/stable/10.1086/664130. Flink bladeren hoor! Nummer 61. Dat is LXI volgens de Engelsman. You’re welcome.

Share This:

Geen categorie

Merik met een lied als een toverdrankje

Geplaatst op
 
Dozen met volgeschreven paperassen,
getuigen van een roerig leven,
schilderijen en snuisterijen
van een zozeer geliefde
verlaten door het zolderraam
het krakkemikkig huis.
 
Hij zit op de grond
en speelt het lied
op zijn gebarsten fluit.
 
Een late zonnestraal
verlicht zijn glas pils
 
en op het dakkapel
aan de overkant
antwoordt de merel
euforisch.
.
Merik van der Torren

Share This: