wie wint de enig echte virtuele welk liefdesgedicht mag nooit maar dan ook nooit meer ongelezen blijven? – die trofee dus op pomgedichten punt nl – svp onvoorwaardelijk, ontwapenend en met volle overgave geschreven

  • Petra Maria: alsof Sinatra zingt met orkest
  • Frans Terken: alsof we dat al niet op de lippen lazen
  • Anke Labrie: die ene speciale die tot aan het einde toe


Als kado mocht ik gisteren ontvangen – de bundel ALLERLIEFSTE van Breyten Breytenbach – uitgeverij Podium – 25 liefdesgedichten die iedereen gelezen moet hebben – als ondertitel – dank je wel Peter. die ondertitel is deze week de bron voor de zondagochtendwedstrijd op pomgedichten punt nl – en zoals het de liefde in een liefdesgedicht betaamt – onvoorwaardelijk, geheel ontwapenend en met volle overgave geschreven:  wie wint de enig echte virtuele welk liefdesgedicht mag nooit maar dan ook nooit meer ongelezen blijven? – die trofee dus op pomgedichten punt nl. we gaan het lezen, we zullen het lezen, we zullen het wel moeten lezen. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 
 
is er nog iemand die van mij houden wil

iemand die zegt:
je was lief voor me, die avond
je hielp me in het weten
hoe het was om naast je te zijn
in zo heel veel

in hoe je deed en altijd doet, die kleine gebaren
waarin je me voor laat gaan bij een deur
in hoe je naast me zat en keek
zo mooi, meer dan mooi

iemand die zegt:
dat er een liefde in mijn leven was en is
die bijzonderder is dan alle liefdes die ik kende
bijzonderder dan liefdes die ik in boeken lees

steeds dieper voel ik dat
door alles wat we mee maakten
door alles heen om bij elkaar uit te kunnen komen
om elke keer weer te kunnen kijken zoals die eerste keer

iemand die zegt:
dat de stilte in mij waarop ik altijd kan terug vallen
daar waar verder niemand is
waar ik ooit alleen met me zelf sprak

iemand die dan zegt:
dáár ben jij en ga je niet
én dieper kan niet
dieper bestaat niet, lief


pomwolff
alles in balans

dat moment
komt niet
dat is wat je zei

maar nu je terug bent
stroomt het water
weer rivierendiep

ben ik nog wel
dezelfde
droomt het leven

als vandaag
alsof Sinatra zingt
met orkest voorste rij

alles overhoop
dat is wat liefde beweegt
en meer nog

waarom ik van je hou

petra maria
Ach de liefde

We zouden een park kunnen vullen
bloemperken met tal van klaprozen
elk voor ieder uitzinnig moment
dat we elkaar bekenden

hoe veel de liefde ons bracht
alsof we dat al niet op de lippen lazen
zelfs een gesloten oog zei genoeg
als we elkaar de dag in kusten

altijd de hand dichtbij te voelen
schouder waarop het vertrouwd rusten is
een overgave zonder voorbehoud

het is de diepste kleur in ons bestaan
de grondtoon die er stem aan geeft
om geen liefdeslied verlegen

© FT 19.06.2021


een hart heeft meerdere kamers
ontdekten we in de loop der jaren
stevige sloten waren overbodig
een hart is geen gevangenis
 
elk ervan kan ik beschrijven
behalve juist die ene speciale
die tot aan het einde toe
altijd alleen ons toebehoorde
 
anke labrie
19-06-2021

Share This:

Yvonne Koenderman: ‘geniet van een California dreamin op een bijna zomerdag…’

Zelfs nu je jaren weg bent, vind ik steun in jouw positieve zijn en ben je de eerste waar ik aan denk als ik de Mama’s en Papa’s over bruine herfstbladeren hoor zingen.
Dat hoofd swingend boven het kerkorgel uit om even scheurend de akoestische solo eruit te halen.
De verhalen over de krakers in je lijf. Je blog over de SM dame wat een verholen term voor het bestralingsapparaat was, wat met sarcasme humor en zelfs een beetje liefde beschreven werd, maar vooral je dromen en dingen die je bleef doen met hoop op betere tijden, zoals het opknappen van je boot, wat je toch maar lukte en waar je van genoot.

Nu na al die jaren bind naast een muzikaal verleden ons de gemene deler die er helaas voor zorgde dat jouw krakers zich niet uit lieten zetten. Hier kan ik ze helaas niet uit huis zetten en probeer ik dus samen met ze te leven, iets wat aardig lijkt te lukken nu ze hun plaats weten. Het blijft natuurlijk zaak dat ze zich ook bewust daarvan blijven, dus wordt er binnenkort ook even voor een eerste keer gecontroleerd of de grenzen in huize Koenderman nog steeds gerespecteerd worden. Niets lijkt er eigenlijk op dat dat niet het geval zou zijn, hooguit verliezen we wat veel gewicht. Het lijkt er zomaar op dat ik weer die slanke den wordt die ik in een erg grijs verleden ooit was na een zoveelste afvalpoging. Ik hoor je bijna denken…niet teveel doorzagen Yvon, dat stammetje is niet zo groot meer, ik pas er nog maar net op en die dunne plankjes branden snel op…geniet van het nu en denk niet aan die krakers, maar geniet van een California dreamin op een bijna zomerdag.


Yvonne Koenderman

Share This:

Joop Komen over boer sjors, over het inleveren van maagdelijkheid en over nellie

JOOP KOMEN – over boer sjors, over het inleveren van maagdelijkheid en over nellie



joop komen met herinneringen aan het vroeger van de vorige eeuw in en om amsterdam, met cursiefjes uit zijn leven in gendringen van de afgelopen 25 jaar en met bizarre verhalen opgediept uit zijn fantasie.




Maanzaad

Eind 1944 begin 1945 heerste er honger in Amsterdam. Slechts de gaarkeuken aan de Haarlemmerweg verschafte ons de dagelijkse maaltijd, meestal een waterige soep van uien, kool, aardappelschillen en andere ongerechtigheden. Soms ook gortenpap van de meest waterige melk die maar te bedenken was.
Mijn vriend Evert Wester en ik hadden ontdekt dat bij de Coenhaven, op een afgelegen stukje bouwland achter een boerderij, maanzaad werd verbouwd. Boer Sjors was de eigenaar van het stukje land en hij bewaakte het alsof het zijn kind was.
Ik was toen 14 jaar en Evert een jaar jonger.
De vader van Evert was in die tijd door de bezetter te werk gesteld in Duitsland. Aan Everts moeder bewaar ik vooral de herinnering dat zij er de oorzaak van was dat ik op vrij jonge leeftijd mijn maagdelijkheid bij haar heb ingeleverd.
Tot vandaag weet ik niet hoe het kwam, dat ik als veertienjarig jochie een bepaalde aantrekkingskracht had op dames tussen de achttien en vijfendertig jaar.
Wél weet ik dat Nellie Reinders, die boven ons op tweehoog woonde, mij in het trapportaal eens toevoegde dat kleintje een lekkere brutale blonde kop had. Terwijl ze dat zei, kneep ze me pijnlijk in het kruis, hetgeen mij een kreet van pijn ontlokte. Ik was toen nog geen veertien en Nellie was al negentien.
Met drie treden tegelijk ben ik de trap op gevlogen, achtervolgd door het geile lachen van Nellie.

Evert en ik besloten dus die dag dat we ’s avonds na spertijd, in het donker, een bezoek zouden brengen aan het door boer Sjors gekoesterde stukje land. Om een uur of negen gingen we op pad.
Via Haarlemmerweg, Westerpark, Zaanstraat en Spaarndammerdijk kwamen we in de polder, af en toe een portiek induikend als we onraad vermoedden. De Grüne Polizei patrouilleerde na spertijd namelijk intensief op overtreders, en ze waren niet te beroerd om onmiddellijk te schieten. We kwamen echter zonder ongelukken aan bij het boerderijtje en het aanlokkelijke perceel maanzaad.
Het was inmiddels aardedonker en we slopen om de boerderij heen, sprongen over een slootje en kwamen zo op de akkers. Na een meter of twintig langs de sloot geslopen te hebben, hoorden we achter ons de deur van de boerderij open gaan. Een paar meter bij ons vandaan stond een klein houten schuurtje van ongeveer 3 x 6 meter.
Bliksemsnel maar zonder lawaai te maken openden we de deur van het schuurtje en sloten die direct weer achter ons.
Het was er pikdonker en we gingen zitten op een stapeltje jutezakken dat we op de tast naast de deur vonden. Zeker een kwartier ging voorbij, en roerloos, af en toe fluisterend, zaten we daar in het donker op die stapel zakken, alert op elk geluid en elke beweging.
“Ben jij niet een zoon van ouwe Bram?”
We schrokken ons wezenloos. De zware stem daverde door het zwartdonkere schuurtje. We waren dus niet alleen op maanzaadjacht. Met een ruk opende ik het deurtje en we renden door de late donkere avond naar huis. Minstens vier keer zijn we tijdens die spurt van een dikke drie kwartier portieken ingedoken, om ons voor de “Grünen” te verbergen. Ongedeerd maar hijgend en met kloppend hart zijn we tenslotte thuisgekomen.
De volgende dag hebben Evert en ik het avontuur nog lacherig doorgesproken.
Nooit hebben we echter geweten wie de eigenaar van die zware stem in het schuurtje was, net zo min als we te weten zijn gekomen aan wie van ons beiden die stem nu vroeg wie een zoon van ouwe Bram was. Tenslotte heette mijn vader “Cor” en de vader van Evert heette “Anton.” Het meest voor de hand liggend was, dat de stem behoorde aan een zwerver, die de nacht in dat schuurtje wilde doorbrengen, of iemand die net als wij, op maanzaadroof was.
Wat wél zeker was is het gegeven dat geen van ons beiden de zoon van oude Bram was.
Een paar dagen later zijn we ’s avonds toch thuisgekomen met ieder een zakje maanzaadbollen van het land van boer Sjors. Veilig en wel.


===
Na de oorlog is er in de polder erg gesaneerd t.b.v. uitbreiding van de Coenhaven. Boer Sjors moest er ook aan geloven, maar hij heeft pertinent geweigerd zijn land op te geven.
Toen tenslotte zijn boerderij ten offer viel aan de saneringshamer, heeft hij nog jarenlang in een oude caravan, zonder gas, licht, en water, gewoond.
Eén keer per week ging hij op de Lindenmarkt zijn eieren verkopen.
Naar mijn weten heeft hij zijn land nooit levend opgegeven.
Mensen die in de jaren vijftig en zestig in de Spaarndammerbuurt hebben gewoond , zullen zich zeker nog die zonderlinge “Boer Sjors” herinneren, die af en toe uit zijn caravan kwam om zijn kippen te voeren of om een stukje land van 20 x 20 meter te bewerken.



Joop Komen

Share This:

VON SOLO – Alsof ze een zondige overtreding begaan heeft, kijkt de jonge twintiger in mijn richting…


Op kantoor staat de radio aan. Radio 10 Gold. Hij lijkt altijd wel aan te staan. Niemand zet hem ooit uit. De laatste die de deur uit gaat denkt altijd, dat er nog iemand blijft, die het apparaat wel uit zal zetten. Het is rustig op de afdeling en de weinige aanwezigen werken en zwijgen. Ineens verzucht een jonge collega: ‘Wat een vreselijk nummer.’ Ik kijk op van mijn scherm en moet lachen. ‘Dat is grappig, dat je dat zegt. Het zal het leeftijdsverschil wel zijn.  Ik heb heel dierbare herinneringen bij het album waar dit liedje op staat.’
 
Alsof ze een zondige overtreding begaan heeft, kijkt de jonge twintiger in mijn richting. Ze ziet een kalende man met lang haar die hard richting de vijftig gaat. Wat zou ze denken? Ik snij haar gedachten de pas af, want ik zit daar als een schone onervaren jongeling van tweeëntwintig jaar met een nog volle bos lang haar en geen grammetje lichaamsvet. Een onbeschreven blad. Ik vertel van mijn eerste bezoek aan mijn eerste Duitse vriendinnetje. Hoe ik een touw en handschoenen heb meegenomen, omdat ik niet weet of ik bij haar zou mogen slapen, omdat ze begeleid op kamers woont. En ik misschien in de nacht als een koene ridder door haar raam binnen zal moeten klimmen. Ze vraagt of ik het touw ook gebruikt heb? Ik zeg: ‘Ja, maar enkel voor kinky bondage spelletjes. Klimmen was niet nodig, want de begeleiding van de kamerbewoonsters kwam slechts twee keer per week een uurtje polshoogte nemen. En dat was niet op vrijdagavond.’
 
Verder in gedachten verzinkend, zie op de salontafel de CD van de Crash Test Dummies nog liggen, daar in Aken. Op die avond vol belofte. Hoe de volgende dag bij het ontbijt met een nek vol zuigvlekken de muziek speelt. ‘Afternoons and coffeespoons’. Op dat moment klinkt het gewoon als een schattig liedje na een wilde nacht vol liefdevolle vervulling. Het liedje gaat eigenlijk over een bejaarde man als je naar de tekst luistert. Maar dat is dan een onvoorstelbaar onderwerp. Het geeft je op dat moment enkel het romantische gevoel dat dat een ander leven is. Je kunt je wat dat betreft nog decennia voor de gek houden. Mijn geest zweeft intussen weer naar kantoor en langzaam verander ik terug. Mijn collega wil beloven toch eens muziek van de Crash Test Dummies te gaan luisteren. Waarschijnlijk uit misplaatst schuldgevoel. Dat raad ik haar ten zeerste af.
 
Niet omdat het heel slecht is, maar omdat het zinloos is. En omdat ze gelijk heeft. Dat nummer ‘Mmm Mmm Mmm Mmm’ is eigenlijk ook wel klote, als je het nu zo hoort.

VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

JOOP KOMEN: ‘Op het oude Kerkpleintje in Gendringen zag ik hem voor de eerste keer…’

Mestoverschot

Op het oude Kerkpleintje in Gendringen zag ik hem voor de eerste keer.
Een jongeman van een jaar of vijfentwintig, in een beetje te ruime, blauwe ribfluwelen broek, blauwe sportschoenen, een fel rood poloshirt en een zeer klein brilletje op een spitse neus.
Hij groette mij verlegen en vroeg me waar een gelegenheid was om zijn behoefte te kunnen doen.
“Een grote of een kleine?”
“Een grote, mijnheer, ik heb een enorm hoge nood”, en zenuwachtig draaide hij met zijn linkervoet door de kiezelsteentjes van het plein.
“Nou, café De Waggel hier aan de overkant is open. Het zal je een consumptie kosten, maar dan ben je ook weer van alles verlost.”
“Eh… mijnheer, ik kom uit Den Haag en ben hier voor het eerst.
Is het teveel gevraagd als ik u vraag om met mij mee te gaan?”
Ik kreeg een beetje medelijden met hem, en om het ijs te breken zei ik: “Stop eerst nou eens met dat gemijnheer, Joop is mijn naam”, en ik stak mijn hand naar hem uit.
“Bart”, sprak hij, al minder verlegen, en ik kreeg een slap handje.
“Ach, er zijn ergere dingen”, deed ik voor mijn doen komisch, maar hij zag daar de humor niet van in en knikte maar wat.
“Zie je Joop, ik moet voor een sollicitatiegesprek naar het Gemeentehuis, maar ik was een beetje te vroeg zodat ik nog wat door het dorp wandelde.
En plotseling kreeg ik kramp in mijn buik en daarna een enorme aandrang. Zenuwen voor de sollicitatie, denk ik.”
“Nou, vlug dan maar naar De Waggel, dan praten we daar nog even verder.”
Binnen twee minuten zat ik aan de bar bij Rick terwijl Bart als een speer meteen was doorgelopen naar het toilet.
“Al zo vroeg aan de drank Joop”, vroeg Rick toen ik twee pilsjes had besteld.
Ik rekende er maar op dat Bart ook wel een pilsje zou lusten.
“Nou vroeg, zo vroeg is het nu ook weer niet. Het is al weer half drie”, en gretig hapte ik het eerste kwart van de inhoud van mijn glas.
“Wie is die knaap die je daar bij je hebt?”, vroeg Rick nieuwsgierig. “Hij is niet van hier want ik heb hem nooit eerder gezien.”
“Nee, hij komt uit Den Haag en is voor een sollicitatiegesprek bij de Gemeente uitgenodigd. Hij had echter hoge nood vandaar dat we op dit uur komen binnenvallen.”
“Dus hij sprak jou aan omdat hij hoge nood had. Dat kan hij zelf toch wel regelen, daar heeft hij jou toch niet voor nodig?”
“Ach Rick, een beetje verlegen, hij is hier voor het eerst in die verre Achterhoek denk ik. Dan heb je een beetje houvast nodig”, vergoelijkte ik.
Inmiddels was Bart opgelucht en wel naast mij komen zitten. “Ik heb vast een pilsje voor je besteld Bart. Geen bezwaar toch zeker?”
“Een…. een pilsje”, stotterde Bart. “Maar over een uurtje heb ik mijn sollicitatiegesprek. Zullen ze dat niet ruiken?”
“Natuurlijk zullen ze dat ruiken jongen”, sprak Rick. Hier in de Achterhoek is dat een aanbeveling voor een geslaagde sollicitatie. Neem de geur van drank en mest met je mee bij zo’n gesprek en gegarandeerd, je wordt aangenomen.”
“Naar welke functie solliciteer je eigenlijk Bart?”, vroeg ik geïnteresseerd.

“Afdeling Milieuzaken”, was het antwoord. “Speciaal belast met de controle op het illegaal uitrijden en storten van mest.”
“Dan zal je hier wel niet veel vrienden maken”, deden Rick en ik bijna gelijktijdig. “Jouw voorganger is hier na vier maanden al weggepest.”
“Gelul, denken jullie dat ik me hier laat wegpesten? Door zo’n stelletje boeren uit de Achterhoek?
Wij uit de Randstad hebben wel voor heter vuren gestaan. Als je immuun wilt worden voor pesten dan moet je maar een jaartje in Den Haag komen wonen.”
Tot onze verbazing wond Bart zich zienderogen hoe langer hoe meer op.
“En nu moet ik weg anders kom ik te laat.”
Nadat hij de rest van het glas bier achterover had geslagen, beende hij driftig het café uit.
Rick en ik keken elkaar aan en barstten in lachen uit.
“Wat een figuur”, sprak Rick. Is iedereen in Den Haag zo gauw aangebrand?
Het zullen de zenuwen voor die sollicitatie wel zijn.
Weet je wat Joop, we nemen nog een pilsje op mijn rekening, dan betaal jij die ene van Bart, want hij heeft zijn pilsje niet betaald.”
“Verrek Rick, dat is inderdaad waar. En zo’n figuur moet controle gaan houden op de illegale meststort.”
“Ja, en het ergste is dat hij de eerste is in mijn lange loopbaan die hier illegaal mest heeft gestort. Schijten en niet betalen, het is me wat.”
Toen ik een uur of twee later weer buiten stond zag ik Bart in de verte bij de bushalte staan.
Ik zwaaide naar hem en hij zwaaide vrolijk terug.
“Aangenomen?” riep ik naar hem.
Hij knikte opgetogen.
Toen ik door wilde lopen riep hij me echter. “Zeg Joop, ik moet dat pilsje nog betalen. Hoeveel was het?”
“Laat maar zitten Bart. Rick en ik vinden het veel te leuk dat jij de eerste illegale meststorter in zijn café bent geweest.”
Hij keek mij eerst vragend aan, toen begon hij te lachen en vrolijk schudde hij mij de hand ten afscheid.
Toch een aardige jongen die Bart. Een beetje heetgebakerd, maar dat zal de leeftijd zijn.
Ik ben echter benieuwd hoe lang hij het als controleur bij Milieuzaken zal uithouden.
Ik vermoed dat heimwee naar Den Haag hem de das om zal doen.



Joop Komen

Share This:

vandaag de hand van MIRJAM AL: ‘“Kappen nou, Nero, af !!”…’


Hoi Pom,
 
Omdat ik het morgen druk heb, nu alvast de inzending voor pomgedichten op woensdag
Dit keer zend ik weer een stukje van de hand van Mirjam Al in.
Zij beschreef een belevenis op de herdenkingsavond van 4 mei. Voor pomgedichten. In de bijlage, groet, Merik



Nero

Comfortabel zit ik die avond in mijn tuinstoel.
Het is  zo tegen achten. Deze avond is de herdenkingsavond.
Op de Dam, op de Waalsdorpervlakte, op tal van plaatsen waar aan de gruweldaden wordt teruggedacht. Er worden gedichten gezegd en men musiceert.
De merel houdt op met zingen en in de verte klinkt een trompet.
Dan is het volkomen stil, roerloos.
Slechts enkele seconden, want plotseling verheft zich achter de schutting een groot en dreigend blaffen. Dit is een groot exemplaar hond, denk ik nog.
Dan een zware mannenstem die zegt: “Kappen nou, Nero, af !!”
Het blaffen wordt wat dunner en komt tenslotte na een zacht gejammer tot stilstand.
Ach was er zo’n tachtig jaar geleden maar iemand geweest die op luide toon geroepen had:
“ Kappen nou, Nero, af !! “
Maar het heeft niet zo mogen zijn.
 
 
Mirjam Al

Share This:

Peter Posthumus: wat is er niet bezweken onder het eigen gewicht?

wat is er niet bezweken
onder het eigen gewicht

Wat is er over van de weg spattende bubbels
de imploderende illusies
wat is er niet overhoop gehaald
aangejaagd en opgeblazen
weggezakt en afgebrokkeld
afgevoerd en weg gestort

wat is er zichtbaar, tastbaar
en nog bruikbaar
nu het stof in de mist 
is verdwenen
nu de nevels zijn verwaaid
wat is er niet bezweken 
onder het eigen gewicht


precies, dat is dat éne
onbeschrijflijke
allesomvattende gedicht

Peter Posthumus

Share This:

Karin Beumkes: ‘donker wordt de nacht die mij kent. …’

Dear Pom


Ooit beleefde ik deze dagen in het echt. De tijd van afschuwelijke katers en verloren dagen, daar ga ik verder maar niet al te veel over zeuren, want het is nu en het is mooi. Het leven is mooi.


Liefs


Karin


Smirnoff days


Kassameisje kijk naar mij je hebt misschien teveel gekeken
jij hebt je lipstick
ik de fles
jij verkoopt cola
ik verkoop opnieuw mijn ziel
dwaas is de nar die mij kent.


Ik ben de dronkaard
tien borrels passen precies in een vogelhuisje
ik hou van mijn tuin.
 
Over een kwartier zwerft de laatste fles
toch geschonden naar huis
en donker wordt de nacht die mij kent.


Muziek: Liesbeth List – Heb het leven lief https://youtu.be/YMUc8WrxPss

Share This:

FRANS TERKEN wint de enig echte virtuele – naar een regel van Karel Wasch – ‘Het stond er echt’ trofee op pomgedichten punt nl – gouden woorden in een gouden gedicht

uw webmaster kan kort zijn deze week – Vera van der Horst gaf het hieronder al aan “Tegen dat moois van FTerken kan het niet op..” schreef ze – en zo is het ook – het stond er echt – prachtige woorden van Frans in een prachtig gedicht – een eerbetoon aan Karel Wasch – de nieuwe bundel het lezen zo waard nu met bijpassend eerbetoon – Frans gefeliciteerd – dichters dank voor de mooie inzendingen. en tegen de wappies roepen we :LIEFDE VRIJHEID POËZIE!
Klein vergrijp

Zo’n dag dat je woorden leent
van een dichter die je dierbaar is
maar ze eigenlijk niet terug wilt geven

dat het een soort van stelen lijkt
je wast je handen in taal
om je onschuld vol te houden

hoe het bijna bekennen is als je zegt
het stond er echt : “een zeker echoënde
zachtheid van toon in mijn werk” *

je weet blind op welke bladzijde
gedrukt staat wat hij schrijft
het is te mooi om niet dicht bij je te houden

al weet je diep in jezelf
er zijn er voor minder opgeknoopt
toch houd je vol en deelt het

je drukt aan je hart wat je koestert
en doet er in stilte het zwijgen toe
hoogstens een zucht over de lippen


© FT 12.06.2021
*Karel Wasch, ‘Een zuchtje in de lucht’,
in Het geluid van denken


–>
een waar en prachtig eerbetoon aan de woorden van Karel Wasch. een mooi een-tweetje in voetbaltermen. en het stond er echt. in Het geluid van denken. het is heel moeilijk om een raak eerbetoon te schrijven. wat wel wat niet, met welke woorden schilder je de verwondering en de bewondering. zelden zag ik een lofbetuiging mooier.
 
  • Petra Maria: of dit alles niet bedoeld is niet voor mij
  • Frans Terken: het stond er echt : “een zeker echoënde zachtheid van toon in mijn werk”
  • Rik van Boeckel: het leven een korte dooddoener
  • Cartouche: een kruis een hart een blaf
  • Peter Posthumus : zoals het klinkt
  • Anke Labrie: haar mond voorbij gezwegen
  • Ien Verrips met de wind die aan haar woorden knaagt

wie wint de enig echte virtuele – naar een regel van  Karel Wasch – ‘Het stond er echt’ trofee op pomgedichten punt nl?

deze week schreef ik een recensie bij de nieuwe prachtbundel van Karel Wasch “toen dichters over engelen droomden”– aan het slot van mijn recensie verwees ik naar blz. 35 van de bundel waar het gedicht ‘Het stond er echt’ te lezen is. deze regel van Karel nemen we deze week als uitgangspunt van de zondagochtend wedstrijd op de pom. wat stond er echt? waarover verbaasde u zich ooit en waarover kwam u eigenlijk niet uitgesproken – over die glorieuze of hemeltergende verbazing lezen we u graag terug deze week – u mag natuurlijk ook over uw eigen engel dromen en die droom delen met ons – dat mag altijd – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.



zij antwoordt wel
 
 
nee verder kon ik niet
snoof tegen de sterren op en voelde
het bloedt uit mij
 
en waar ik kroop
kon zwarter bloed niet zijn
ik was langzaam aan het sterven jongen
                      
ik rook de meeuwen niet
niet meer het huis waarin ik woonde
en ook de dagen niet daarna
 
ik leef nog na


pom wolff
 
vandaag nog leek het

zoals de theekopjes
het versleten dienblad
verdragen

het gordijn
een streepje ochtendlicht
op het tafelblad neervleit

ik met jou door hoog gras
en krakend zonlicht
andere tijden bewandel

of dit alles niet bedoeld is
niet voor mij

ligt daarin dan misschien
het geluk van mijn
verbazing

petra maria


–>
Ha mooi werk van de dichters bij de inspiratieregel van Karel Wasch – HET STOND ER ECHT! toch elke week weer een onbegrijpelijke hoeveelheid moois op de vroege zondagochtend op de pom. kleinzoon uit berlijn in the house – dus ik moet voor het eerste ochtendgekraai de commentaren doen – op schieten dus: petra zo kan het ook:
 
vandaag nog leek het
of dit alles niet bedoeld is
niet voor mij

ligt daarin dan misschien
het geluk van mijn
verbazing

dat ik met jou door hoog gras
en krakend zonlicht
andere tijden bewandel
In de tijd

Ligt de wereld aan de tenen
trillen de handen met verdenking
likken tongen beeldspraak in

de natuur reset de levenden
begraaft de doden in de tijd
filosofen lijken op te staan

je gaat maar een keer dood
soms keer je sneller terug
als het hart eens gebroken is

het leven een korte dooddoener
het duurt lang om honderd te worden
in miljoenen verzonken herinneringen

deze engelen van de eeuwigheid
dromen en dansen zonder dralen
langs het universum van elk millennium.


Rik van Boeckel
12 juni 2021


–>
‘het duurt lang om honderd te worden…’ hahaha laat rik maar los op de tijd en er vliegen poëzie-engelen voorbij. een fraaie optekening in zeer originele beelden door Rik vandaag op de engelen – die uit zijn leven – die zijn hart brak –  die voor ons allemaal – die uit de mooie laatste strofe van dit gedicht –

die ene gekke engel die enge engel die zich willem noemt, die afgekeurde dansleraar – die niet – die kan de covid krijgen.

Wonderlijk
 
De zon dook een ogenblik onder achter een wolk
schaduw viel over een dode hoek, een stuk aarde
een vlaag kwam fluisterzacht langszij, een gezicht
al wat binnen een tuin te vinden hield zijn adem
de droogbloemen binnen de kring van stenen
beschut door een opgeschoten bamboehaag
hoe ze waarlijk tot leven kwamen, het bosje
en de geciseleerde ovalen houten schijf
– in de vorm van een koningscartouche –
waarop in viltstift tast- en zichtbaar
werd een kruis een hart een blaf
22-06-2020 💓 Cartouche
het stond er, jij was het
levensecht
 
12-06-2021
Cartouche


–>
een totaal onleesbaar gedicht met een ultiem verrassend geestig slot – een hondje. ja zelfs als cartouche onleesbaar schrijft is ie goed te pruimen. cartouche houdt van decor – ik minder – daarom leven wij ook in een permanente staat van poëzieoorlog – wat cartouche aankleedt wil ik uitkleden – om met de taal te beginnen – dan volgt het meisje later wel.
 
,nooit meer toen het nooit iets


zoals het klinkt
voor wat het is
geen woorden
ieder woord een oproep
nu alles kan
en gaat gebeuren

Peter Posthumus


–>
mysterieuze taal bij een mysterieuze opmerking – het lijkt me een interessant tiepje dat de woorden schreef – een omgekeerde Heij –

Zeij zoekt het onbegrijpelijke ene en niet zoals jolies het onbegrijpelijke vele.


 


zo
vaak
haar mond
voorbij
gezwegen


op weg
naar goud


in ivoren torens
gewoond


de koningskroon
voor zilverlingen
ingeruild


het bleek slechts
wisselgeld


anke labrie


(uit ‘Aan de oevers van de droom’ 2002
galerie/uitgeverij ‘De Roos van Tudor’ Leeuwarden)



–>
die bijna jan arends karigheid in taal werkt heel goed in dit gedicht met die prachtige eerste strofe. ik zelf zou kiezen voor het evenwicht om die eerste strofe als derde strofe te plaatsen – want na zo een briljantje is het moeilijk de andere woorden net zo mooi  te laten schitteren.

dolend zocht ik naar een wijze
die mij leiden zou
de wind die aan mijn woorden knaagt
vermaalt en waait waar ik niet
heen kan gaan
totdat de stilte wakker werd
mijn spreken brak

Ien Verrips

Ien wentelt zich in stilte, laat de stilte ontwaken , in de wereld en in haar – ze wordt er stil van. ik ook een beetje. Karel Wasch de dichter van de stilte heeft er een poëziezusje bij. ‘toen je stilte stuurde’ lijkt me hier een toepasselijk schrijven.
Was ik het toch gisteravond vergeten, nu dan maar een vluggertje op de valreep. Tegen dat moois van FTerken kan het niet op, maar met plezier geschreven.


Xxx


Opnieuw verbaasd


Ben ik misschien een mens
gedirigeerd door de natuur,
of is het dat ik als zomerkind
ben geboren. Want altijd weer
smeulen mijn zorgen weg
bij het eerste zonnegloren
waarna de middagzon
mijn vuur en vlam ontsteekt
en de zwoele avond
elke weerstand in me breekt.

vera van der Horst

ja helemaal mee eens Vera – dank je voor inzenden, mooie afsluiting van de wedstrijd met die prachtige regel van je.

‘of is het dat ik als zomerkind
ben geboren…’ FT gaat vandaag glorieus winnen. prachtige woorden in een prachtig gedicht.

Share This:

Yvonne Koenderman: ‘Ik koester zoals ik koesteren kon…’

Ik koester
zoals ik koesteren kon
in de palm van
schrijf woorden
nooit geschreven
ook niet over lippen
kussen stil bewaard
het glas nog halfvol
voorzichtig opgeborgen
in  die lade boven het  rif
achter rib
om kloppend
te wachten
tot het stil
gevonden wordt.

Yvonne Koenderman

Share This: