wie wint de enige echte virtuele – ja ook de dingen worden ouder – trofee op pomgedichten?

  • Antony Oomen: ‘Iets joeg mij voort in ‘t koortsachtig jachtige pad’
  • Elbert Gonggrijp: ‘dit zijn wij, wij zijn dit altijd geweest’
  • Frans Terken over ‘de bloem van toen’


wie wint de enige echte virtuele – ja ook de dingen worden ouder – trofee op pomgedichten?
 
een eenvoudig thema deze week op pomgedichten punt nl – gelukkig reist alles mee in de tijd – wordt niets of niemand jonger terwijl wij ons leven aan de jaren geven. – een gedichtje vergankelijkheid meneer wolluf? ach nee kind neem het niet zo zwaar – maar dat we ouder worden dat is waar. over die dingen dus – met de jaren – lezen we de dichters graag deze week. wie kent de regels – u kent de regels:
de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.


over
 
over de tijd is veel geschreven
over wat overgaat en waarin
over wat meegenomen wordt
en dat zij nooit te laat is
 
en wat nog over de liefde?
zij komt zoals ze komt
 
soms moet je ergens vanaf blijven
om het mooi te laten zijn
of alleen maar zeggen
jij zit waar ik zit
 
 
pom wolff

Het Park

 
Met haast en spoed vertrok ik naar het park
 
Onzalig uur waarop ik niets te zoeken had
Iets joeg mij voort in ‘t koortsachtig jachtige pad
dat ik lang geleden schoorvoetend prat betrad
 
Toegegeven, ik had behoefte aan natuur
 
Natuur, maar wel op loopafstand
Stadsnatuur met mogelijk een weiland
bloeiende bomen en struiken – aanplant
 
Geen wildernis, maar door de mens bedacht
 
landschappelijk ontwerp, aangelegd kunstwerk
van plant en dier geknecht door paal en perk
Hollandse olm, haagbeuk, gladde iep en berk
 
Zo fraai staan ze daar ruwweg in gelid
 
op de hun toegemeten plek
langs ‘t water, met het oeverloze gekwek
van eenden – en mijn eeuwig zelfgesprek
 
In de bosschages echter waarden schimmen rond
 
Daar werd geen anderhalve meter meer betracht
maar hé wat had je dan verwacht:
in het struweel immers zijn natuurwetten van kracht
 
Maar wat zegt u nou toch weer Frau Doktor?
 
Waarom ze hét niet doen met Zoom?
Zoem welzeker maar dan het soort gezoem
dat je aantreft bij bij en bloem
 
Ik wil worden gestreeld zoemen de mannen
 
Ik wil bandeloos worden vermaakt
Zoenen, strelen, naakt worden aangeraakt
Opdat mijn liefde weer naar wilde bijslaap smaakt
 
 
Antony Oomen
04.VI/2020
Amsterdam


Horen zeggen
 
Dit huis ruikt naar doodgewaande ideeën, naar verschraalde liefde.
Regen ruikt altijd naar buiten, naar vers gemaaid gras. Om te horen
zeggen – dit zijn wij, wij zijn dit altijd geweest – zie ons handschrift,
zie onze wanhopige woorden – een aanklacht tegen het vergeten,
een zoveelste uitroepteken. Heeft het een stem dan is zij vergeefs
gebleken. Vergissen wij ons niet dagelijks in het achterom kijken? –


Elbert Gonggrijp,
Egmond aan den Hoef,
vrijdag 5 juni 2020


 
Dichter bij de dingen

Noem het bij naam
al raken we soms woorden kwijt
we weten nog hoe en waar het begon

dat je van het station gehaald
bij mij achterop een oude fiets
die vlot ingeruild voor een vierwieler
zo liepen we op de dingen vooruit

pontificaal het bruidsboeket
daarboven een verwachtingsvolle blik
om te zien wat er van ons werd
de bloem van toen nimmer verwelkt

nog gaan we de perken te buiten
maar dat slijten onderhuids kruipt
en knaagt aan de gewrichten
daar valt niet tegenop te dansen

dingen we naar tijd die wonden heelt
dag na dag een nieuwe kans


© FT 05.06.2020

Share This:

VON SOLO op stap in ZWOLLE – bij Jonnie en Therèse



Elk jaar gaan we met een viertal uit eten in een Michelinsterren-restaurant. We zijn oud-collega’s met een passie voor lekker eten. Voor het gemak te noemen de Ouwe, de Lange en de Baard. De Kleine, dat ben ik uiteraard. We hebben in Nederland de meeste toppers wel gehad. Oud Sluis, Inter Scaldes, Beluga en Parkheuvel om er maar een paar te noemen. Vorig jaar waren we naar The Jane in Antwerpen geweest en dat was absoluut de top. Er was echter één restaurant in Nederland dat we al jaren meden als de pest. De Librije in Zwolle…
De reden was dat één van de tafelgenoten Jonnie Boer maar een rare kwast vond. Maar na The Jane waren de opties een beetje opgedroogd. Uiteindelijk viel het besluit dus toch op de Librije. Het bleek een jaar tevoren niet mogelijk om de vrijdag voor Kerst te reserveren. Het gehele jaar zat al stampvol toen we tien januari probeerden te reserveren. Achttien januari van dit jaar kon echter nog wel. Dat was de keuze.

De dag van het diner vertrok ik voor de troepen uit met de trein naar Zwolle. Dat is een soort mentale voorbereiding die een dergelijk diner vereist. Even helemaal weg uit het dagelijks tumult. Inkwartieren in een luxehotel en een kilometer of tien hardlopen. Toen ik na mijn rondje door het bos terug kwam zag ik, dat mijn disgenoten met de auto ook gearriveerd waren en met bier aan de bar zaten. Nog zwetend in mijn sportkleding begroette ik ze en bestelde een halve liter mineraalwater. Terwijl ik de smalende opmerkingen in ontvangst nam, over mijn uitdossing, liet ik me het water smaken en bracht mijn ademhaling weer terug naar een beschaafde zes keer per uur en mijn hartslag naar een aangename vijftig slagen per minuut. We hadden immers nog de hele avond voor ons.

Na opgefrist te hebben wandelden we gevieren naar het centrum van Zwolle. Voor de deur van de Librije troffen we Maserati’s en Ferrari’s aan met Belgische kentekens. We werden onthaald door een vriendelijke dienster, die onze jassen in ontvangst nam. In mijn nieuwe Lacoste trainingsjack betrad ik de borrelruimte die gevuld was met dure vrouwen en vrijetijdspakken. De champagne smaakte heerlijk en de hapjes voldeden aan de hoge verwachtingen. Vervolgens werden we gevraagd de eetzaal te betreden. Een overdekte binnenplaats met bomen eilanden van tapijt. Heerlijke banken langs de muren en een prachtig vlammend zwaard voor de ingang van de keuken. Vervolgens werd ons mede gedeeld dat Jonnie en Therèse helaas nog op Bonaire zaten voor de opstart van hun nieuwe concept en we het dus maar met de groeten van de vervangend chef moesten doen.

De eerste gerechten maakten geen goede en geen slechte indruk. Bijzonder ambachtelijke werkstukjes van streekproducten met vooral heel mooie verhalen. De wijnen bouwden langzaam op. Uit voorzorg had ik een ‘BOB’-arrangement genomen. Ik wilde me de volgende dag ook nog herinneren wat ik zou eten deze avond. Bij het derde gerecht werd mijn gevoelige snaar geraakt. Krab vormgegeven als foie gras en omgekeerd. De lever smolt in mijn mond en bepaalde zenuwuiteinden in mijn hersenen zonden elkaar signalen, die enkel op zo’n moment tot stand kunnen komen. De hemel daalde langzaam neder.

Voor het volgende gerecht werden we naar de keuken gebracht, alwaar in een antichambre een barbecue stond opgesteld waar gelakte IJsselmeerpaling werd geroosterd. Daarnaast stond een installatie die het laboratorium van een alchemist waardig zou zijn, waarin een infusie werd bereid met een keur aan kruiden en specerijen en gin. Hierop werd ons een broodje paling van grill en een tovercocktail aangeboden. Op zo’n moment weet je dat je voor de gek gehouden wordt. Maar dat is niet erg. Het is het gevoel dat een oude man met een jonge minnares moet hebben.
We zweefden. Het kon niet meer stuk. Terug aan tafel werd een groene curry met langoustine geserveerd. Alle ingrediënten waren te herleiden en vormden een explosie van smaak. De weg naar boven was onmiskenbaar. Het gevoel dat je in een achtbaan bent beland en je enkel nog over kunt geven aan de zwaartekracht die je de chicanes en loopings doorvoert. Hierna volgde nog mooi aan tafel klaargemaakte snoekbaars en daarna heerlijk zware vette zwezerik met ananas en pindasaus. De smaken en het gevoel van voldoening palmden me in en ik wist dat dit de top was. De ontdekking na de klim, het uitzicht van de berg Parnassus. Het enige pad verder vanaf hier leidde langzaam naar het dal. Maar dat was een reis die op dat moment te aanvaarden leek.

Er volgde nog haas, kaas en een parade van drie zoete nagerechten. Bij het laatste daarvan werd koffie geserveerd. Gewoontegetrouw en tegen beter weten in knikte ik bevestigend. De koffie klopte me meteen wakker. Pittig, krachtig en smakelijk. Iedereen leek te ontwaken uit een droomtoestand. Een digestief liet ik aan me voorbijgaan. In plaats daarvan liet ik me een gemberdrankje met citroengras bereiden. Zonder twijfel de lekkerste thee die ik ooit op heb.
Het middernachtelijk uur had al geslagen en de eetzaal was intussen bijna leeg. Het was tijd om langzaam op te stappen. Nadat de Lange nog even naar het toilet was gelopen, keek ik naar de Ouwe. Die zat met zijn hoofd in zijn handen. Even keek ik de baard aan en die keek licht ongerust terug. De Ouwe wiegde met zijn hoofd en ik vroeg hem of het goed ging. Hij schudde voorzichtig van niet en prevelde wat onverstaanbaars. Ik stond op en liep om de tafel heen. Ook Baard stond op. Ineens verhief de Ouwe zich van zijn fauteuil en stortte nog voor de Baard hem op kon vangen prompt in elkaar.

Het reageerde niet meer en het volgende ogenblik zag ik hem stuiptrekken en kotste hij een halve vierkante meter tapijt onder. Baard en ik knielden neer en voelden de pols. Baard legde Ouwe in de stabiele zijligging. De lucht was het best te omschrijven als zoet, zwaar, chocolade, zware witte dessertwijn en dan dat alles verzuurd. Het personeel kwam bezorgd aangelopen en in legde ze uit wat er gebeurd was en verzocht om 112 te bellen. De Lange kwam van het toilet terug en sloeg het schouwspel een moment gade en bestelde terstond nog een glas cognac. Hoe lang het duurde tot de ambulance kwam, de test werden afgenomen, de Ouwe na twee meter strompelen ook de rest van zijn maaginhoud eruit braakte, hij met gekleurde draden op zijn borst afgevoerd werd in de ambulance, ik zou het niet meer weten.

Wel dat we aankwamen met de taxi in het ziekenhuis. Als een lazarus zat de Ouwe weer rechtop in bed met zijn eeuwige, felle arendsblik. Hij was nog steeds volgeplakt met stickers, draden en infuus. ‘Dit heb ik twintig jaar geleden ook weleens gehad. Nou heb ik gewoon zin in een biertje…’ Na een uurtje observatie en wat bloedtests vertelde de dokter, dat er niets aan de hand was. Schommeling in de suikerspiegel door het vele eten, de vermoeidheid en de drank. Perplex verlieten we wandelend gevieren het ziekenhuis. Tot onze grote vreugde bleek het ziekenhuis aan de overkant van de weg bij ons hotel te liggen.
Bij de receptie vroeg ik de nachtwaker of hij de bar nog even wilde openmaken. Gezien er verder niets te doen was rond een uur of drie in een hotel in Zwolle, stemde hij toe. Een biertje voor de Ouwe, een Affligem voor de Baard, een gin-tonic voor de lange en ik trakteerde me dan toch eindelijk op een Glenmorangie. Na nog een rondje drank, bedenkingen, branie en luchtige contemplatie gingen we ter ruste.

De volgende ochtend werd ik op een net te warme kamer na net te weinig slaap wakker rond acht uur in de wetenschap dat ik die afsluitende Smirnoff niet had moeten nemen. De Lange was ook wakker en al aangekleed en zei dat hij ging ontbijten. Ik draaide me nog om met de mededeling dat ik tot he limit zou blijven liggen, op de valreep zou douchen en dan het laatste half uurtje ontbijt zou meepikken. Aan de ontbijttafel zat de Ouwe er weer bij als de koning van Rotterdam. De Lange wat bedremmeld in een boek te lezen. Ik plunderde in vier rondes de restjes van het ontbijtbuffet en voelde me overeten, maar tevreden. Even later stapten we met zijn vieren in de Mercedes van de Ouwe en gooiden de wagen op de baan naar Rotterdam.

Bij Strand Nulde vroeg de Lange of de wagen even aan de kant mocht. Baard en ik die achterin zaten gniffelden. Daar gaat er wéér één. Maar de Lange hield het binnen. Intussen piepte mijn telefoon. Mevrouw Solo vroeg zich af waar ik bleef. Ik pingde terug dat ik onderweg was. De Lange stapte weer in. Toen we de ring Utrecht op reden ging het echter al weer fout. De weg af. Lange weer de wagen uit. IJsberen en na een klein half uurtje weer de wagen in. Hij zag wat bleekjes. En weer de baan op. Maar voordat we De Meern bereikten, was het foute boel. De Lange vroeg of we 112 wilden bellen en de wagen langs de kant zetten. Het ging niet goed met zijn hartritme.
We reden de parking bij de Burger King op en stapten uit. Het ritueel herhaalde zich. De Lange ijsbeerde, maar ging steeds bleker zien en begon onsamenhangend te praten. Ik belde nogmaals 112 om te melden dat de toestand verslechterde. Er werd geadviseerd hem neer te leggen en bij hem te blijven. Even later kwam de ambulance. De Ouwe moest kostelijk lachen toen de Lange al dezelfde plakkers en draden op kreeg als hij de avond ervoor had ontvangen. Na een serie controles, een hartfilmpje en een diagnostisch interview, velde de ambulancier zijn oordeel.
Meneer, het is oververmoeidheid van het slaapgebrek, gecombineerd met overmatig drankgebruik. Daar raakt de suikerspiegel van in de war en de geest gaat u voor de gek houden. Doordat het lichaam de alcohol in hoog tempo probeert te metaboliseren, ontstaat er een soort overgevoeligheid, waardoor je je normale hartritme wat beter voelt, waardoor het lijkt of het overslaat. Dan volgt de paniek en raak je in een spiraal. Het enige dat dan helpt is beweging…of een dikke joint. Besmuikt keek de lange naar de verpleger die de draden weer verwijderde. Hij sputterde nog dat dat de verklaring niet kon zijn. De ambulance medewerker antwoordde slechts met een blik van ‘dan geloof je het toch lekker niet’. Hij had dit duidelijk vaker meegemaakt.
Zonder noemenswaardige verdere bijzonderheden kwamen we thuis. Ik werd voor de deur afgezet door de Ouwe. Toen ik binnenkwam vroeg mevrouw Solo geïrriteerd, waar ik zo lang bleef. Ik nam de tijd om adem te halen. Mijn beste glimlach op te zetten en te wachten op het perfecte moment van stilte om te zeggen: ‘Ga even zitten, ik heb je wat te vertellen.’

Afgelopen weekend was ik uitgenodigd bij de Baard om met de Lange en de Ouwe een groot stuk koe te komen eten van de barbecue. De dag voor het feest appte de Baard, dat hij liep te hoesten, maar dat het geen Corona was. Ik bedankte voor de uitnodiging. De Ouwe en de Lange zijn uiteraard wel gegaan. Sindsdien heb ik niets meer van hen vernomen

Share This:

Merik van der Torren droomt


Droom 9

De dichter, actief in de psychiatrische zorg,
die regelmatig poëziepodia presenteerde voor patiënten,
 
had zijn uitkering stopgezet en
zich aangemeld voor een eenmalige klus op
het Centraal Station;
 
hoerenjongens van de baan afhalen,
hen op positieve gedachten brengen,
een regelmatig leven onderhouden.
 
Hij was naar de kapper geweest en geschoren.
 
Zijn appartement op de begane grond in
het centrum van de stad stond op
antieke klinkers, was schoon en opgeruimd.
 
Alleen werd er niet bediend, al was
de toegang vrij naar het café.
 
Daar zag ik Thea in haar roze jurk.
 
Gelukkig !

Merik van der Torren

Share This:

Peter Posthumus staat stil bij de actuele situatie van dit land

Laat die woorden
dat is drijfzand
dat is een stolp
dat is een wereld zonder mij
dat is de dood als drijfveer


laat die woorden
laat dat gedoe
dat wegebt
met de golven
terug in zee


laat ook die verhalen
want een verhaal
dat maak ik zelf wel


Peter Posthumus

Share This:

Anne van Walraven over verlangen

jij beveelt,
ik schreeuw

maar het geluid
besluit
te zwijgen

zodat het verlangen
in mijn lichaam
kan blijven


Anne van Walraven
Instagram: @annexwalraven

Share This:

Karin Beumkes: ‘mijn mamma gaat de dikke bramen zoeken noemt de krekeltjes cicaden olijfgroen is haar hoed…’

lieve Karin, en mooiere tweede pinksterdag had je me niet kunnen geven. dank je wel. moeders, nou ja de meeste verdienen een eerbetoon voor al het verrichte onbaatzuchtige moederwerk in stilte. dat jouw moeder bekroond is met dit gedicht maakt haar onsterfelijk. ik heb jouw moeder een keer mee mogen maken op hoge leeftijd in de negentig. en ze heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt. zoals zij in het leven stond maakt het natuurlijk voor de dichter wel makkelijker om een prachtig gedicht te schrijven. maar je schreef geen prachtig gedicht je schreef een eerbetoon in poëzie dat uitstijgt boven termen als  – ‘wat goeddd…’ – of ‘prachtig’. je schreef een gedicht waarin je haar terug brengt in het leven dat zij leefde – dikke bramen gaat zij voor haar dochters zoeken in haar olijfgroene hoed. zo zie jij haar weer staan, zo zien wij haar ook staan. zo zie jij jouw moeder en wij als lezers de onze. en zo is die laatste strofe in dit gedicht dan ook geschreven voor alle moeders – een eerbetoon.

Ik dacht iets moois uit te kiezen voor tweede pinksterdag en ik heb iets genomen, waarvan ik weet dat jij dit mooi vindt,

Belofte

`t Wordt buiten kouder
en de ballerina`s van de zomer
maken plaats voor de diva`s van de herfst.

De bolle spinnen walsen op het rag
en ergens op de wereld begint Maria Callas
een herderslied te zingen.

Het geluid van onze radio`s draagt ver
de stem zingt van haar bladwerk uit ledergebonden boeken
mijn mamma gaat de dikke bramen zoeken
noemt de krekeltjes cicaden
olijfgroen is haar hoed.

En als mijn mamma sterft
hoef ik niets van haar te erven
ik zal haar lippen verven
omdat de engelen in de hemel
zo dol op mooie doden zijn.

Karin Beumkes

Muziek: Sigrid – Home to you https://youtu.be/fvUmrVnqLV0

Maak er een mooie tweede pinksterdag van!

Karin

Share This:

Anne Borsboom en Rik van Boeckel winnen de enige echte virtuele – in die mooie staat van achteloosheid verglijden de dagen, de uren, momenten van geluk – trofee op pomgedichten

Dichters dank jullie wel voor de mooie ingestuurde werken. onder de gedichten van Anne Borsboom en Rik van Boeckel leest u waarom zij vandaag met goud worden bekroond – van harte!
Vergetelheid

Die tijd aan zee in stilte van liefde
het schuimend sop achter de branding
hangt in vergetelheid

geruisloos gaat ‘t Zijpe
voorbij aan paden langs Burgerbrug
langs ‘t romantisch zand
de vergeten zee van toen

het leven met jou een brug terug
voorbij de tweesprong van onze harten
de tuin van de dood
verbergt het voorbije leven
de dagen tellen niet meer
de jaren zijn verlaten in vergetelheid.

Rik van Boeckel
30 mei 2020
–>
een mooie en zachtaardige ook weemoedige weg terug langs ’t zijpe, zoals het Zijpe altijd zal zijn en aan het leven voorbij gaat. aan de liefde beschreven voorbij zal gaan, de voorbije  liefde,  het voorbije leven waarin niets meer telt en ook later niets meer telt, omdat alles voorbij gaat omdat alles voorbij is gegaan, in vergetelheid is opgegaan –  ’t Zijpe de stille getuige, de dichter nog aanwezig om van het voorbije te schrijven. mooi in alle eenvoud. indrukwekkend mooi.
 

Ik ruilde het balkontafeltje in voor Frankrijk nu het nog kon
de beurzen stonden hoog het rentepercentage laag
In dit oude land gaf niemand een gulden voor het leem dat droop,
de fundering die zakte

De dorpskapel deed al lang niet meer aan blaasmuziek
Het kerkhof lag er armzalig bij
En ik, ik dacht nieuw leven te blazen
en zocht om het leem te stutten, in de kapel blies ik mee

Tot een virus en failliet ging nog meer failliet
De tafelpoten braken
onder de stoelen een weggegooid masker,
haar dienst gedaan niet en nog eens om de mond gesnoerd

Maar U bevuilt Uw stad, zei de burgemeester,
let op Uw eigendommen
U kunt Uw stad niet nog meer bevuilen.
Geef U toch over aan een nieuwe tijd

Maar de bewoners wilden houden wat er was
en aten opnieuw van overtolligheid
Zij groeiden en groeiden en droegen niet bij
aan waar een virus voor had willen waarschuwen

Ik zag het en overwon
een stap die over alle bitterballen en moules et frites heen
zal leiden naar rust, ruimte en regelmaat.

Anne Borsboom

–>
de opdracht deze week – geef de lezer iets van dat achteloze geluksmoment – zoals de dagen ooit voorbij gingen aan geliefden, de dagen, de uren, de momenten van geluk – om te delen om op terug te kijken met iets van weemoed, maar niet te veel – zo prachtig ingevuld door de dichters deze week. zo vurig verlicht was pinksteren nog niet, zo mooi ook beschreven door anne borsboom. over het oude land, over leem en de kapel – de mensen die maar niet willen weten van de rust en de ruimte. door anne in haar poëzie gevonden. het oude en het nieuwe in woorden weergegeven om te genieten van het nieuwe oude – het jachten en jagen voorbij – daaraan voorbij gaan, gaat anne. ik zie haar staan, ik zie haar lopen.
 
 
  • Anne Borsboom – Ik ruilde het balkontafeltje in voor Frankrijk
  • Elbert Gonggrijp – Kijk het aan, blijf bij mij.
  • Petra Maria – misschien zijn wolken wind en blauw vandaag genoeg
  • Frans Terken – zoals woorden hier wortelen
  • Anke Labrie – zoiets te zien zoiets altijd te blijven zien
  • Rik van Boeckel – geruisloos gaat ‘t Zijpe
  • Cartouche – wij tweeën voet aan voet
  • Ien Verrips – hem op te knopen aan zijn zijden das
  • Lisan Lauvenberg – Dan vergeten we de dagen van pijn

wie wint de enige echte virtuele – in die mooie staat van achteloosheid verglijden de dagen, de uren, momenten van geluk – trofee op pomgedichten? deze week is het aan de dichter om aandacht te besteden aan wat zomaar gegeven is, zomaar voorbij kan gaan, zomaar voor geluk kan zorgen. geef de lezer asjeblieft zo een achteloos geluksmoment mee om te bewaren lieve dichter, een moment om bij stil te staan – in alle achteloosheid die ons zo eigen is. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.


ik was die bloem weet je en altijd bereid tot bloeien
in die tuin met een heg tegen de buren
het plastic tafeltje voor als het weer op frankrijk leek

de dagen die achteloos voorbij gingen
oplosten in diezelfde achteloosheid
waarin ook wij bestonden
 
in de mooiste woorden die te vinden zijn
ze had ze graag gelezen
ze wist dat hij ze schrijven zou
 
pom wolff

vergeet niet de uitnodiging om mee te doen aan die schrijfwedstrijd ‘puur natuur


Kleinschalig gedicht
 
Niet verder dan hier. Aanwezig tot en met. Ik
bedoel dit – deze ruimte een tuin aan de kant
van het geluk, dierbaarder dan wat ik ooit zag,
een doodstille plek – niets te verliezen en
ook daarom – bomen bijna verlegen,

bloesem bijna in bloei. Kijk het aan, blijf bij mij.
Je verhaal gaat eens voorbij. Verdrietige vreugde,
het geluk van het gelijk tot het ophoudt daar
waar ik sta, stond, heb gestaan –
 
Elbert Gonggrijp,
Egmond aan den Hoef,
vrijdag 29 mei 2020

–>
blijf bij mij – dat tedere moment, die ene overweging, elbert en de tuin aan de kant van het geluk – mooi gezegd. klein gehouden – alles staat nog te gebeuren. een romantische natuurobservatie en alles doet mee. de bomen verlegen, de doodstille plek. tot het ophoudt, gezien door een dichter, door elbert.
 
ONSCHULD

er zit iets in het ritme
van de dingen
hoe het gonst en zweeft

waarom volgen wij
de groeven van de rivier

met de wereld
als een verdwaald
bijenvolk
om ons heen

misschien zijn
wolken wind en blauw
vandaag genoeg
onschuld

zijn wij
vandaag genoeg

petra maria

–>
ik houd niet van vragen in een gedicht gesteld die de dichter zelf dient te beantwoorden. ik weet ook niet waarom wij de groeven van een rivier moeten  volgen. wellicht kun je de vraag voorleggen petra maria aan arjan peters. dan is je lunch vandaag verzekerd. hoe dan ook. dit gedicht behoeft geen vraag – een antwoord wordt in de laatste twee strofen geopperd – de lezer verzint er zelf wel een vraag bij. en peters zijn eigen onschuld.
 

misschien zijn
wolken wind en blauw
vandaag genoeg
onschuld

zijn wij
vandaag genoeg
 
met de wereld
als een verdwaald
bijenvolk
om ons heen


zo is mooi en genoeg geschreven petra, zo is het gedicht volkomen.
 
Dichter bij de tuin

In de tuin meer dan ruimte
genoeg om de zon te vinden
aan het houten schrijftafeltje
torent de klimroos boven het hoofd

groeien en laten groeien
zoals woorden hier wortelen
en volmondig bloeien
legt de dichter de hand erop

niet die van schuttingtaal
maar de zacht geurende
uit de bloemschermen
stijgen ze weldadig op

als bijen zoekend naar nectar
zoemen ze onverdroten rond
om later behoedzaam te landen
de lading met liefde toegedekt

© FT 30.05.2020

–>
in zacht geurende woorden gaat de dichter ons hier voor. in een natuurlijk verhaal van de liefde met een zachte landing op een bloemenbed op het eind. de observatie in de tuin in strakke strofen gegoten. frans terken laat geen poëtisch moment zomaar voorbij gaan daar is ie teveel dichter voor.

Dit gedichtje is opgenomen in de bundel ‘De geest van 2020’, een bloemlezing die begin 2020
al uitkwam (Stichting Spleen), nog niet echt iets vermoedend van de huidige situatie.
De afgelopen maanden, waarin ik thuisbleef, kwam dit gedichtje nogal eens in beeld.

Met hartelijke groet,
Anke


Amsterdam 2020 (III)
 
 
hoe de schaduw van een boom
die iets verder staat
in de smalle straat waarin ik woon
onzichtbaar vanuit mijn raam
door de storm beweegt
op de hoge muren aan de overkant
even beschenen door de zon
 
dan weer ineens verdwenen
door voorbij zeilende wolken
donker met daartussen flarden blauw
wel zichtbaar in het kader
van mijn kleine raam
 
zoiets te zien
zoiets altijd te blijven zien
 
anke labrie

–>
de laatste twee regels maken het gedicht, geven aan de nauwkeurig beschreven observatie  poëzie mee. was eerlijk gezegd ook wel nodig omdat we – ‘in het kader van …’ – ik weet niet wat – bijna in een vergadering waren beland van ik stel me voor gemeenteambtenaren die in het kader van stadsherstel en straatinrichting en in het kader van natuurlijke aanleg  met duurzame aspecten  een vergadering hadden belegd om …. en toen brak gelukkig de dichter in op de woorden met die twee laatste prachtige regels van poëzie. en vielen de monden van ambtenaren open – viel de vergadering stil.
 
Een loopje
 
van achteren een halve maan
in strakblauw gestoken
boven een bomenrij
 
langszij een kleine stuw
waar voorbij water licht
langs boorden strijkt
 
een loopje neemt als run*
golfjes van lijzige haast
spiegelschrijft
 
tussen scheerklaar gras
en een mat van biezen
wij tweeën
 
voet aan voet
argeloos voor de draad
door het prikkelgroen
 
hakend
aan een zo goed
als tastbare einder
 
Cartouche
300520
 
 
* de Run, een mooie waterloop in Kempenland.

–>
de herinnering van die twee is me veel  liever dan de loopjes die de dichter met de taal neemt. (spiegelschrijft/scheerklaar gras/strakblauw gestoken) de laatste 7 regels maken dit gedicht. maar meneer wolluf krijst bettie hier in de VU op de IC – dichter Cartouche heeft toch een aan loopje nodig om die laatste 7 regels zo mooi te laten uitkomen. rozen komen uit bettie – gedichten niet. meneer cartouche heeft geen spitsvondigheden nodig om mooi te schrijven. gaan we vanmiddag lunchen bettie?

De duurste stropdas ter wereld is de Suashish Necktie die werd gemaakt door Satya Paul Design Studio en een prijs heeft van €189.190. Om dit meesterwerk, dat onovertroffen is op het gebied van luxe en buitensporigheid, te kunnen maken heeft Satya Paul Design Studio samengewerkt met Suashish Diamond Group. De stropdas is gemaakt van pure zijde van de hoogste kwaliteit en is verfraaid met 150 gram goud en 271 diamanten, waardoor het een prachtige en dure accessoire is.


voor ons bestaat er geen gewoon
voor ons alleen bijzonder en apart
zijn wij ook zeer markant
 
de dingen die wij zeggen zijn nooit ordinair
maar diep doordacht  voortreffelijk verwoord
 
ons huis design de meubels en de schilderijen
kunst met een grote K exquise o zo fijn
 
op een doordeweekse dag leek het heel normaal
hem op te knopen aan zijn zijden das 
the suashish necktie

Ien Verrips

–>
Ien had er graag een plaatje bij – had ze ook opgestuurd – maar ik ken de rechten niet Ien van de bijgevoegde foto. met dit soort jongens moet je oppassen. als ze voor een sjaaltje al twee ton vragen dan ben je zomaar een ton kwijt voor een fotootje. ik probeer te bedenken wat deze tekst te maken heeft met het thema = wat zomaar gegeven is, zomaar voorbij kan gaan, zomaar voor geluk kan zorgen. Ientje beschrijft haar moordlustige neigingen tegenover een uit de hand gelopen consumptiemaatschappij en knoopt er lustig op los – de woorden bedoel ik – best wel geestig. ach moordlustige dames op een mooie pinksterdag – wie kan er op tegen  zijn. ik niet. we weten zonder handschoenen aan is het met Ien slecht lunchen.

Vandaag weer eens genoten van een fietstocht door de stad. Dit komt nooit meer terug, dit blauw boven de de huizen, en de lege straten. Onwezenlijk, maar mooi, de stenen staan er, maar de mensen zijn het leven in de stad. Die komen terug. Liefdevol hoop ik.

De stad is intens blauw en groen 
in mij rijst het verlangen 
om ook Intens blauw en groen
en zo helder en weerspiegelend.

Dan vergeten we de dagen van pijn 
en wanhoop van langs de kant staan 
en geen houvast voelen in de engte
van het bed waartoe veroordeeld

Ik vang de zon voor je en de wind
mijn  kind en dan omhels ik je
en vergeten we het missen. 

© Lisan Lauvenberg
30 mei 2020
–>
de introductie bijna een gedicht en bijna mooier dan het zo  liefdevolle gedicht zelf. ze vangt de zon en de wind om het lelijke te vergeten en het mooie warm te koesteren. soms wil ik ook in lisannes armen in het zonnetje en in die zwoele wind. dat ze de zon voor me vangt. om de dagen van pijn te vergeten. dat ik er later over schrijven zal –
 
vandaag weer eens genoten
dit komt nooit meer terug

dit blauw boven de  huizen
de lege straten

onwezenlijk, mooi
jij en de stad

en toch
zo liefdevol veel


Share This:

met VON SOLO de nacht in GENT – ‘Grote namen als ACG Vianen, Philip Meersman, Jan Bucquoy en Christophe Vekeman moesten noodgedwongen gewoon binnen optreden…’


De hittegolf van 2019. Niet eerder was het op de Gentse Feesten zo stil geweest overdag. Lege pleinen, lege stegen. De avond maakte maar een weinig goed voor wat overdag verdampt was. De laatste zondag van de Gentse Feesten was ik gewoontegetrouw onderweg naar Dichters in het Raam van Frank Aesaert om mijn opwachting te maken. Ik stapte uit de trein en het regende…
Dat was weken wel anders geweest. En het resulteerde in de eerste keer Dichters NIET in het Raam. Grote namen als ACG Vianen, Philip Meersman, Jan Bucquoy en Christophe Vekeman moesten noodgedwongen gewoon binnen optreden. Mij maakte het niet uit. Ik was blij dat Akim Willems er al was om me te verwelkomen en bestelde een Orval om dat te vieren. Het enige dat me vanavond nog te doen stond was schminken en optreden en de dichter René van Densen vinden, alwaar ik had afgesproken te zullen overnachten.


De avond vertoonde een goede lijn. Met eerst kindertjes en lokale helden, gevolgd door een opbouwend vuurwerk. Een paar uur later, terwijl de laatste tonen van Dwangbuizerdeffect nog nagalmden, daalde er een weldadige rust neer. Na nog een aantal pinten gedegusteerd te hebben met de aangename dichteres Lyndah Nyirenda, was het tijd om afscheid te nemen. Frank bedankte me weer met zijn altijd innemende hartelijkheid en stopte me nog een envelop toe met gage en tussen de regels door dat de begroting gunstig was uitgevallen. Vervuld stapte ik de Gentse avond in.


Mijn Google maps leidde me richting Brugsepoort alwaar René me zat op te wachten in zijn lokale estaminet. Het was een vrolijk wederzien en we pintelierden nog rustig een tijdje door. We spraken over het leven en hoe alles was. En over de verliezen die hij dat jaar op persoonlijk vlak geleden had. Het drukte me met mijn neus op het feit, dat ik een heel makkelijk leven heb. Tegen sluiten wandelden we verder de wijk in. Op een hoek van de straat was een gezin met kleine kinderen het grofvuil aan het doorzoeken. ‘Moeten die kinderen niet op bed liggen?’, vroeg ik. ‘Roma’, antwoordde René.


We bleven nog even hangen op een pleintje met kunstig mozaïekwerk. René vertelde me nog over zijn vriend Jack, die hier voor zijn dood ook aan had bijgedragen. Vervolgens gingen we een poortje door en kwamen in een straatje met arbeidershuisjes uit eind van de negentiende eeuw. René deed de voordeur open en ik werd overvallen door een onbestemd gevoel. Hij leidde me rond en wees me mijn bedstede. Op mijn vraag waarom de blinden op de eerste verdieping tijdens deze hittegolf gesloten waren, antwoordde hij dat de kat anders zou ontsnappen. Slapen doe ik echter altijd met de ramen open.


We dronken nog een bak thee en praatten wat na. Toen toog ik naar boven en ging zitten op het bed. Ik begon me druk te maken, terwijl er iets vanaf mijn schouder tegen me fluisterde. Denk je eens in, half de nacht wakker worden met een volle neus van de kattenallergie, gevolgd door insomnia van het bier en onrust van de ziel. Ik stond weer op van het matras. Liep naar beneden en deelde mede dat ik weer ging. René stond uiteraard perplex. Ik kwam niet verder dan dat het niet uit te leggen was. Even later stonden we voor zijn deur op een lege straat in de nacht onder het spookachtige lantaarnlicht en keken elkaar schaapachtig en wederzijds verontschuldigend aan. Beiden wisten we niet waarvoor. We namen ongemakkelijk afscheid en ik liep de weg terug naar de stad. Onderweg uitwijkend voor wat ruziënde buurtbewoners. Het was halfdrie in de nacht.
Er viel een last van me af door de vreemde beslissing die ik gemaakt had. Want het was natuurlijk helemaal tegen alle logica in. Er reden geen treinen meer. Geen dak meer boven mijn hoofd. Maar vervuld van een weldadige rust, van iemand die ineens vrij van alle zorg is, liep ik via de Sint-Michielsbrug langzaam weer het nachtelijk feestgedruis in op de Korenmarkt. Verderop lag het Ibis hotel, dat wel vaker mijn plek voor de nacht was geweest. Daar aangekomen, informeerde ik of er nog kamers waren. Het jonge stel achter de receptie keek me meewarig aan en de jongen knikte nee. Het meisje keek nog even in het grote boek. Ik draaide me al half om, toen ze zei: ‘Wacht, deze is niet komen opdagen…’. Er bleek dus toch nog een kamer te zijn. Welke ik tegen de dagprijs kon huren. De moed zakte me in de schoenen, toen ik vernam wat die bedroeg en ik vroeg of ik even mocht gaan zitten in een fauteuil om na te denken. Daar liet ik het bedrag bezinken. Gedachteloos in mijn achterzak woelend, voelde ik opeens de envelop die ik van Frank had gekregen. Ik opende hem en het leek of er een licht uit straalde. Op dat moment hoorde ik de jongen achter de receptie zeggen: ‘Oké, we doen er tien procent van af en ontbijt erbij.’ Even dacht ik wat ik allemaal met dat geld had kunnen doen. Toen dacht ik hoe gemakkelijk dingen kunnen komen en hoe gemakkelijk ze soms gaan. ‘Ja, doet u de kamer maar’, klonk mijn stem.


Na op het gemak ingekwartierd te hebben, was er een gevoel van berusting in me gevaren. Op de rand van het bed dronk ik een koel flesje plat water. Na me in de badkamer opgefrist te hebben, liep ik tegen kwart voor vier het hotel weer uit, de nacht in. De Botermarkt, de Belfortstraat tot aan Bij Sint-Jacobs. Ergens bij avondwinkel kocht ik nog een ijskoud blik Stella. Het was druk en iedereen was aan het fuiven. Daartussendoor zweefde ik als een geest, voedend op sereen geluk. Net of alles niet meer was dan een film, het leven van anderen, een prentenboek, waarvan je over de bladzijden loopt. Tegen vijven raakte ik mijn kussen en sliep terstond.
Het ontbijt op hotel was heerlijk. De treinen hadden niet meer vertraging dan normaal. Rotterdam was er nog toen ik terug keerde.


René heb ik weken later nog een halfdronken brief van vijf kantjes verzonden met de beste uitleg die eruit kwam. Onnodig wellicht, maar wel gewaardeerd.
Frank ben ik ook eeuwig dankbaar. Maar dat weet hij niet.

Share This:

Laatste nieuws: Merik van der Torren buitengesloten!!!


Hoi Pom, Deze keer stuur ik je een beschrijving van een hachelijk avontuur in Tuinpark Buitenzorg; dus wel een stukje proza deze keer, groet, Merik

Uitkomst
(Avontuur op Tuinpark Buitenzorg)



Het slot klemt, omdat het scheef zit.
Buurman brengt uitkomst:
hij demonteert het en zet het meer waterpas vast;
het slot past veel beter.
 
En buurman sluit het slot
en de sleutels liggen binnen.
Wij zijn buitengesloten.
 
Met een breekijzer probeert hij het te forceren,
met een ijzerzaag open te zagen.
Hij belt een andere buurman voor een betonschaar.
Die zegt: die en die heeft een betonschaar.
Die en die zegt: zus of zo heeft een paar dagen geleden
van een insluiper een betonschaar afgepakt, ga daar maar naar toe.
Buurman komt terug met een betonschaar;
wel een klein model.
Ook die is te zwak voor het geharde staal van het slot.
 
De deur moet uit zijn hengsels;
de palletjes met drijver en hamer weggetimmerd.
Het lukt.
Ik heb de sleutels.
Het hangslot kan ik openen.
De deur kan teruggeplaatst.
 
Even later sluit ik mijn huisje af ( nu met de sleutels in mijn zak )
en verlaat Tuinpark Buitenzorg
 
Het slot is gerepareerd.
 

20 mei 2020

Share This:

Anne van Walraven met tekst en uitleg op de dinsdag

probeer maar eens
iets te schrijven
wat je alleen begrijpt
als je stil bent

schrijf dan maar
eens op
wat het is
wat wordt herkend

Anne van Walraven
Instag
ram: @annexwalraven

Share This: