Geen categorie

LISAN LAUVENBERG over BOB DYLAN – mens&melodie –

Geplaatst op
.
Bob Dylan
 
Voor mij was er geen ander
geen leven en geen dood.
Voor de zomer voorbij was
had je een teken en steken
laten vallen van het einde.
 
Lissabon, Parijs, Berlijn
verdroegen onze stappen.
Hete stappen haalden dat jaar
Venetië niet en nooit dwaalden
we meer verloren dan verlost
een hartslag voor de ander uit.
 
‘s Nachts vind ik je in vreemden,
in dagen van heengaan en verlies.
Je laat me trappenhuizen zien
maar biedt geen verlossing,
geen verdriet, geen waardigheid
aan je handelen en geen begin.
 
Alle kleuren die jij
in je geest niet ziet
wilde ik je laten zien
zodat ze voor altijd
van jou zijn.
Je ging maar verliet me niet.
 
© Lisan Lauvenberg 1995-2015
 
Melodie en emotie uit Lay Lady Lay van Bob Dylan een van mijn favoriete liedjes en het gedicht is nooit afgekomen omdat ik een droom over trappenhuizen die nergens naar toe gaan in dit gedicht wilde verwerken, maar het beeld is niet helder omdat ik alleen de dromen ken met al die verschillende trappenhuizen erin. Maar nooit kwam ik in een kamer of huis aan. Dus als er hulp is om het woord trappenhuizen te vervangen, maar wel het beeld behoudt dat iemand me iets laat zien, of beter gezegd niets laat zien, maar alleen nog meer raadsels toevoegt. Of me wegen toont die nergens naar toe leiden.
En het ritme behouden blijft.
Misschien snapt niemand waar het over gaat, maar ik weet het, ik ken het verhaal.
En vertelt ieder gedicht niet steeds weer een verhaal, dat de dichter ziet, zag toen die het opschreef. En toch, en toch leest iedere lezer zijn eigen verhaal.
En zelfs als ik mijn eigen gedicht herlees na 8 jaar, lees Ik een ander verhaal dan ik toen zag, voelde en schreef. En zelfs het lied verandert van betekenis door het leven van mijn leven. Door te leven.
.
.
Lay lady lay
Lay across my big brass bed
Lay lady lay
Lay across my big brass bed
 
Whatever colors you have in your mind
I show them to you and you see them shine
 
Lay lady lay
Lay across my big brass bed
Stay lady stay
Stay with your man a while
Until the break of day
Let me see you make him smile
 
His clothes are dirty but his, his hands are clean
And you are the best thing that he’s ever seen
 
Stay lady stay
Stay with your man a while
 
Why wait any longer for the world to begin
You can have your cake and eat it too
Why wait any longer for the one you love
When he’s standing in front of you
 
Lay lady lay
Lay across my big brass bed
Stay lady stay
Stay while the night is still ahead
 
I long to see you in the morning light
I long to reach for you in the night
 
Stay lady stay
Stay while the night is still ahead
 
Writers: BOB DYLAN
Lyrics © Sony/ATV Music Publishing LLC

Share This:

Geen categorie

ABRAHAM VON SOLO crucify yourself!

Geplaatst op

 

Wat ziet een mens als hij een ander mens ziet? Wat zorgt ervoor dat de iemand over een drempel stapt en contact maakt? Hoe ziet de één de ander in relatie tot zichzelf en vice versa? Als in een film? Aan verschillende kanten van het zilveren scherm, dat de spiegel tussen werelden vormt.

 

Deel 304. Middag Cowboy

 

Afgelopen zaterdag was een dag die zeer naar mijn genoegen verliep. Fietsen, lekker wakker worden, krantje, gezin, klusjes. Dat wat een goed huisvader op zaterdag zo doet. Om halfvijf in de middag had ik ondertussen wel zin in een frisse pint. En wel specifiek een Duvel van de tap. Slechts één kroeg in Rotterdam serveert dat. Sijf op de Oude Binnenweg. Het terras zat ramvol. Toen ik mijn fiets na de laatste stadse boodschappenronde stalde, zag ik nog één lege barkruk aan een statafel net in de zon. Ik ging zitten, bestelde en een moment later kwam de dienster mijn schuimende en petillante verlangen brengen. Het bier was net iets kouder dan thuis. De bitterheid kwam goed tot zijn recht. Het glas was schoon en besloeg aan de buitenkant. De belletjes stegen gestaag op uit het centrum van de bodem van het glas. In de caféruit zag ik mezelf ontspannen onderuit zitten. Die buik viel wel mee. De glimlach rond mijn lippen vertelde me dat alles goed was. Perfect. Een moment, als sneeuw in de zon.

 

In mijn dode hoek was een personage opgedoken. Net dichtbij genoeg om de aanwezigheid op te merken. Net buiten mijn zichtlijn. Statisch, als een slecht geplaatste vluchtheuvel midden op de weg. In mijn gelukzaligheid schonk ik er geen aandacht aan. Maar de man bewoog zich naar binnen de periferie van mijn blikveld. Ik hield mijn Duvel omhoog en ving het licht van de zon dat de Binnenweg kliefde als een golf een ravijn. Schitterend. ‘Mooi, echt mooi’, hoorde ik naast me zeggen. Daar stond hij. De cowboy. Een man van mijn lengte. Cowboyhoed op, bijpassende laarzen, leren jack en gestileerde baard. Naar accent en oogopslag te oordelen Turkse achtergrond.

 

Ik zweeg even en hij opende: ‘Je ziet er echt gelukkig uit.’ Met een blik die van vriendelijk verschoof naar een spectrum van bittere ernst keek ik hem strak, maar open aan. Ik  antwoordde hem, dat hij er erg gespannen uit zag en niet erg gelukkig. Ik deelde hem mede dat ik op café was gegaan om even in alle rust een biertje te nuttigen na een vruchtvolle dag, waarna ik naar huis zou gaan om te koken voor mijn gezin en niet in was voor een langdradig ellendig verhaal. Hij keek me beduusd aan. De blik van een verslagen man. Waar dan net dat kleine beetje uit drupt, dat je dan uit erbarmen doet zeggen: ‘Vertel.’ Mijn Duvel was de zandloper.

 

Hij was al twee weken op de dool van kroeg naar kroeg. Aan de zuip. Het was de liefde. Hij was verliefd op een getrouwde vrouw met kinderen uit Canada. En de liefde verscheurde hem. Op de vraag waar ze elkaar hadden leren kennen antwoordde hij ‘Facebook’. En hij had haar nog nooit in levenden lijve gezien. En dacht dat het door de tijd wel minder zou worden, maar dat bleek allerminst waar. Ik vertelde hem dat hij moest stoppen met zuipen en zijn geld opzij moest zetten om haar op te zoeken. Dan zou de toekomst de rest wel uitwijzen. Hij keek me beteuterd aan met waterige ogen. Vervolgens vertelde ik over mijn dag en hoe ik dan wel content was. Hij begon te snikken en de waterlanders kwamen. Een kort moment voelde ik de aandrang zijn arm aan te raken in bemoediging, maar mijn innerlijke rust weerhield me ervan. Ik zag het aan. Hij vertelde dat hij de afgelopen twee weken honderd flessen Jack Daniels op had. En dat hij twee dagen daarvoor in de gay bar twintig shots Jack had besteld en in een uur had opgezopen. Mijn bier was op en ik stond op van mijn kruk. Gaf hem een boks en vertelde hem na te denken over wat ik gezegd had. Hij keek me niet begrijpend aan. Ik draaide me om, liep naar de overkant van de straat, haalde mijn stalen ros van slot en gaf het de sporen. Onderweg moest ik lachen. Thuis vertelde ik dat ik een cowboy had ontmoet. Een trieste cowboy. Iets fluisterde: ‘Brokeback Mountain’.

 

De volgende dag liet ik mijn gedachten er nog eens over gaan. Waarom spreekt zo’n figuur mij aan.  Mijn conclusie is droevig. De cowboy was zonder dat hij deed of hij het wist gay. De vrouw van zijn dromen was een spinsel of een leugen. Misschien was ze wel echt, maar hield hij zichzelf ermee voor de gek, door de liefde voor een vrouw onbereikbaar te maken. Hij zoop om zo diep mogelijk in de put te komen. Zo diep dat enkel een deus ex machina hem nog zou redden. Hem in de armen zou nemen en troosten. Een gelukkig iemand. Een andere man. Iets dat geheel tegen zijn opvoeding en cultuur in ging. Hij walgde van zichzelf, maar zou dan wel moeten toegeven. En zijn losgemaakte gevoelens zouden veilig zijn, ook al waren ze fout. Hij zou dan eindelijk aan zichzelf durven of moeten toegeven wat zijn ware aard was. Enkel een engel zou daarvoor goed genoeg zijn. Iets zo puur dat het de goedkeuring van god zou kunnen wegdragen. Of hij zag een onschuldig cherubijntje dat hij met een roofzuchtig lulpraatje er wel in zou kunnen laten tuinen. De zondaar. Maar zo werkt het niet. Niemand kan een engel voor een ander zijn. Soms moet je eenvoudigweg eerst aan de andere kant van de spiegel zijn geweest.

 

Al schrijvende moest ik nog denken aan een quote uit de film ‘The Crow’. Uit erbarmen voor de zoekenden, speciaal voor mijn Middag Cowboy: ‘Ya know, my daddy used to say every man’s got a devil. And you can’t rest ‘til you find him… but if it’s any consolation to you, you have put a smile on my face.’

 

VON SOLO schrijft hier elke week elke donderdag VOOR U!

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN loflied op HUMUS: “Lang leve humus!”

Geplaatst op

Hoi Pom, al een tijdje speelde ik met het idee om over het mediterrane gerecht “humus” iets te schrijven. In mijn tuin in Buitenzorg kwam het ervan. Bij deze, in de bijlage, groet, Merik

Loflied op humus
 
Humus wordt gemaakt van kikkererwten en olijfolie.
Men kookt kikkererwten tot een papje,
gooit er olijfolie bij en een snufje zout en
klaar is de humus.
 
Je kan er geroosterde groente door doen.
Je kan er gestoofde tomaten door doen.
Je kan er avocado door doen,
maar humus blijft humus.
 
Voor vegetariërs of veganisten: humus.
Voor mensen die gruwen van dierlijke eiwitten: humus.
In plaats van angstige dieren: humus.
In plaats van door hormonen opgezwollen vlees: humus.
 
Koeien, schapen en kippen kunnen
rustig grazen op de weiden,
hebben een ongestoorde oude dag,
want mensen eten humus.
 
Humus bij de sla,
humus op stokbrood,
humus zomaar humus.
 
Turkse humus
Griekse humus
Libanese humus
Israëlische humus.
 
Humus slaat de brug naar alle landen.
de Internationale van de smaak.
 
Geen bommen maar humus.
 
Lang leve humus!

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ – mit, nach, bei, seit, von, zu, aus, ausser, gegenüber ook

Geplaatst op

Over naamvallen & aanvoegende wijzen

Eindelijk heb ik eens de juiste naamval gebruikt, zei mijn reisgenoot blij toen hij naast mij op het terras in Kleve neerplofte. De serveerster vroeg: wo sitzen Sie? en ik antwoordde: auf der Terrasse, gegen der Mauer. Mijn reisgenoot, die er op onze reizen door het Duitse altijd op voorstaat om zich steevast van de eerste naamval te bedienen, was er nu trots op dat hij er tenminste over had nagedacht welke naamval te gebruiken en wel de derde, want na gegen volgt een plaatsbepaling en geen beweging ergens naartoe, anders zou het vierde zijn geweest, zo redeneerde hij. Helaas was ik de spelbederver van zijn euforie. Gegen gaat namelijk altijd met de vierde naamval, plaatsbepaling of niet. Dus het is gegen die Mauer – , samen met dat rijtje van für en um en nog een paar van die voorzetsels, die me even niet te binnen schieten, want de rijtjes nooit van buiten geleerd, maar als ik ze zie staan weet ik feilloos welke naamval erop volgt.

Als je zoiets op je dertiende leert, vergeet je dat niet meer. Toch wordt Duits een moeilijke taal gevonden en was in de klas het hersengeknars hoorbaar bij het invullen van de oefenrijtjes. Dat verklaart misschien de populariteit van het Engels, hoewel ik me eens door een taalkundige heb laten vertellen dat aan het Engels een uiterst gecompliceerde keltische grammatica ten grondslag ligt. Ook het Spaans – de tweede wereldtaal – heeft een ingewikkeld systeem van verleden tijden en de aanvoegende wijzen tieren weliger dan de imperatieven. Het is dus heel simpel om olé, adios en vamos a la playa te zeggen, maar ik heb graag dat u met me meegaat, meneer al een stuk moeilijker, want er wordt een wens geuit waarop een aanvoegende wijs moet volgen. Persoonlijk vind ik dit een stuk gecompliceerder dan naamvallen.

Duits is een duidelijke, gestructureerde taal waarbij tenminste onderwerp en lijdend voorwerp in de zin goed te herkennen zijn, wat in het Nederlands een stuk lastiger is. Sinds ik me overigens met Servokroatisch bezighou, vind ik Duits al helemaal een makkie. Geen wonder, want de slavische talen hebben zeven naamvallen waarbij letterlijk alles vervoegd wordt, ook namen van personen en plaatsen. En de naamvalsvormen achter de voorzetsels komen ook nog eens niet met het Duits overeen. Zo gaan veel voorzetsels die een plaatsbepaling weergeven met de tweede naamval. Ik had vroeger op school Russisch kunnen kiezen, maar in de tijd van de Koude Oorlog dacht ik dat ik aan Spaans meer zou hebben.

Nu heb ik spijt dat ik dat niet gedaan heb, het zou mijn moeizame adaptatie van het Servokroatisch ongetwijfeld hebben vergemakkelijkt. Want jonggeleerd is voor altijd opgeslagen. Zeker bij taal is dat van essentiëel belang. Daarom verontrust het mij dat het vak Nederlands steeds slechter wordt onderwezen omdat er steeds minder neerlandici worden opgeleid. Dat schijnt aan de aantrekkelijkheid van technische, veelal engelstalige studies te liggen. Nu al komt het mij voor dat vooral jongeren een kreupel Nederlands doorspekt met engels slang in een marokkaanse tongval grommen. Het lidwoord “het” is aan het verdwijnen. Ik vraag me opeens af in hoeverre de toename van allochtonen en vluchtelingen het naamvalsgebruik in het Duits zal beïnvloeden. Zullen de naamvallen uiteindelijk helemaal verdwijnen?

Ik geloof er niets van, want de Duitsers zijn veel strenger op hun taal en op correct taalgebruik. Dat moeten wij ook worden, wij hebben een Marshallplan voor de taal nodig. En laat alle scholieren Latijn leren, da’s pas een moeilijke taal, als je dat beheerst, kun je iedere taal de baas en klaag je nooit meer over naamvallen. Maar in Elten net over de grens, dat van 1949 tot 1963 Nederlands was en waar Nederlanders nog een derde van de populatie uitmaken, heb je dat niet nodig. In de plaatselijke Konditorei doe je gewoon je bestelling in het Nederlands en krijg je in het Duits antwoord terug.

Grenzen van vilt en veren

Hier zijn geen naamvallen vereist op de reizende
grens. Ik weet niet eens wie du heisst, maar je kunt
nog zo met je rug gegen die Wand staan en niet
gegen der Wand als je het land hebt. De zwaan van

Lohengrin is een plastic mythe voor toeristen.
De buschauffeur laat ze er in een weiland
uit en je voelt je als Frederik de Grote in een
koets op weg naar Moyland. Geen Beuysiaanse

haas te zien en voor vilt is het nog altijd te
warm. De zomer duurde al te lang, de feesttuin
staat te huur. Wanneer wordt de eerste pek met veren
aangevoerd? We willen iets om attracties mee

te besmeuren, de hemel met leisteen bedekken. Waar
is het grote verdriet dat niemand ziet? We verschuilen
ons onder parasollen, vouwen hoedjes van papier.
De toon is vederlicht, bombast is voor de Teutoon

het verleden voor het museum. Grenzen zijn er om
te meanderen, hier verstaat iedereen elkander.
Voor een dag, voor het vertier. De beroemde zoon had
er zijn atelier. Het slot nog voorbij waar koren golft.

Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

KARIN BEUMKES – Mens&Melodie op de maandag – the sky was made for us tonight

Geplaatst op
.
het is weer maandag – onze enige echte eilander heeft haar bijdrage afgeleverd per vliegende mailmeeuw in iggy couleuren. karin beumkes. elke maandag iets van mens en melodie op pomgedichten vanaf het eiland texel. de zware wintermaanden voor de boeg zijn nog niet  te lezen in de bijdrage – eilanders weten van de nacht van overleven – en dat is allemaal van ons – vrij naar eus zingt iggy voor deze dichteres. zij weet waarover ze schrijft.
.
Tieners in de nacht.
 
Glazen en breekbaar
Hasj en vrijen
Geestverwanten Ademgebouwen
Rampscenario`s
 
Glazen en gekwetter op de radio
Geluidjes uit de ether
Wolvenjongen
Gisteren geslapen in het brak
 
Moeders troostgebak
Vaders boze bonenletters
Graffiti
Muurvlek zonder fruit
 
Breekbaar doodsbericht
Meissie met de oogies dicht:
Ze had er wel wat op.
 
 
 

Share This:

Geen categorie

ANKE LABRIE wint de enige echte virtuele – nog een keer uit te reiken – PETER LE NOBEL trofee op pomgedichten – FRANS TERKEN de zilveren beker en LISAN LAUVENBERG brons

Geplaatst op

het jury rapport

Sta je mens – Marc Tiefenthal

‘Je zou voor minder uitbreken / in zweet’ vind ik de mooiste zin van het gedicht. ‘Uitbarsten in ander vocht’ geeft daar in mijn ogen een erotisch-dierlijke toevoeging aan. Het doet me denken aan een wat schuchtere vrouw die bij het drukken op het juiste knopje opeens helemaal los gaat. De laatste strofe doet dan echter een wat te groot beroep op het brein, want wat moet ik met ‘hoge omes met hoge holle ogen’? Is dat de veroordeling van deze vrouw? Het is gevaarlijk om me meteen aan de interpretatie van een gedicht te wagen: de beelden die opgeroepen worden zijn hoogstpersoonlijk. Heb ik hem wel goed begrepen? Ik denk diep na, sta stil, terwijl het vocht opdroogt. – 10

 

Teer – Lisan Lauvenberg

In dit gedicht komen fraaie elementen bij elkaar: op basis van het woord ‘teer’ wordt de metafoor van het herfstbriesje, de sneeuw en de ‘spinne-rag’ uitgewerkt. En de verbindingen van de hersenen, die in verband worden gebracht met dat spinnenweb is in dat opzicht een mooie uitwerking in een uitwerking. Mooiste zin: ‘teder als de eerste sneeuw’ met in de laatste strofe een heel concreet beeld van een man achter de piano. Een echt juweeltje. -18

 

de gedachte – Petra Maria

Voor ‘de gedachte’ moet ik er even voor zitten. Hier is geen sprake van een rechttoe rechtaan liefde. Er is iets aan de hand geweest, zoals te lezen is in de laatste strofe. ‘Hoe snijdend ook bedoeld / ben je dan / aandoenlijk dichtbij’. Een uitspraak van genegenheid met een rafelrandje.

De eerste strofe is in dat opzicht iets saaier. ‘Wegstervende dromen’ zijn de core business van de dichter; het beeld is net iets clichématiger, maar de toevoeging ‘niet de wanhoop/ van wat het was’ maakt alles goed.

En hoewel het gedicht zo even als een stoomlocomotiefje op gang moet komen, raak ik uiteindelijk geïntrigeerd door het samenzijn. Is het een afscheid? Een latere ontmoeting waarin de ex-geliefden terugblikken op hun relatie? Uiteindelijk houdt het gedicht je gedachten vast, of blijven je gedachten bij het gedicht, kortom: blijf je erover nadenken. -16

 

Y hasta la vista amigos mios – Cartouche

Vooral de eerste helft van dit gedicht komt bij mij binnen. Zeer fraai vind ik het onderdeel van het huis met de kandelaar en ‘een kruis van twee / geesten…’ Het is modieus om een versregel af te breken en door te laten lopen, maar sta stil bij de zin ervan. Ik gebruik dit commentaar ook maar meteen als een waarschuwing voor eenieder: sommigen breken maar wat in het wilde weg af, waardoor de lezer eerder het idee heeft dat hij een rommelig wordbestand heeft geopend dan dat-ie ontdekt dat met die afbreking een nieuwe betekenis wordt opgeroepen. Hier is sprake van een geslaagde afbreking, die het hele gedicht extra kracht geeft.

Maar dan de tweede helft, daar kan ik de vinger niet op leggen. Want wat moet ik met een ding als een kunstglasoog? – 11

 

Herfst – Anke Labrie

Eenvoud, daar ben ik helemaal van. Ik zal het eerlijk moeten bekennen, want uiteindelijk speelt bij gedichten persoonlijke voorkeur van stijlen nu eenmaal een onmiskenbare rol. De reden dat je niet eeuwig juryvoorzitter kan zijn.

Het allersterkste punt van dit gedicht is dat in de tweede strofe in heel alledaagse, onschuldige zinnetjes een dag uit het leven van een oude vrouw wordt beschreven met als uitsmijter de begrafenis van een bekende. Daarmee is perfect het leven beschreven van oude mensen. De een na de ander om je heen valt om en begrafenissen en crematies zijn inmiddels net zo vanzelfsprekend als bingo, of voor de moderne oudere, een nieuwe aflevering op Netflix.

Maar het knaagt, het knaagt. De oude vrouw probeert in het hier en nu te leven. Morgen pas is de begrafenis. En zo wordt het verdriet in deze eenvoudige zinnen samengevat.

En dan een metafoor die er doorheen dwarrelt: de blaadjes in de eerste strofe en in de tweede strofe de voorspelling van een storm met windkracht acht. Zo zet Labrie alles keurig klaar voor het verdriet van morgen. – 25

 

Op het duin – Frans Terken

Een jeugdherinnering, met aan het begin direct een beeldend ongemak. Hier komt het thema vrijheid duidelijk naar voren, terwijl het ging om een vrij thema. Uiteindelijk komt de personage op de zee uit, voorbij de opkamers en de kerktorens. En juist bij die zee herinnert de hoofdpersoon zich de beelden van vader en moeder. Hier staat alles op z’n plaats. Een fraaie kleinood. – 20

Eenhapscrackers zijn er niet aangetroffen, om daarmee te beginnen. Soms een mooi voorgerechtje, af en toe een licht diner. Al met al ben ik voldaan en verzadigd. En dan de winnaar: gekozen is voor Herfst, van Anke Labrie. En wat betreft de 100 punten, die ik gewoon nog steeds hanteer, is de verdeling bij het commentaar aangegeven. Zilver: Op het duin, van Frans Terken. Brons: Teer, van Lisan Lauvenberg

 

 

MARC TIEFENTHAL haast een wonder

LISAN LAUVENBERG met ogen vol zeer

PETRA MARIA over aandoenlijk dichtbij

CARTOUCHE over de onzegbaarheid der dingen

een welverdiende vakantie voor Cartouche
 
nu de dingen om hem heen spoken
werden – verworden zijn
zoals ze waren zijn ze losgezongen van de wereld
waarin ze ontstonden
 
neen het dichterspad is niet bezaaid met rozen
voor je het weet vreet een hond je dichtbundel op
resteert de onzegbaarheid der dingen
 
pw

 

ANKE LABRIE morgen pas

FRANS TERKEN op het duin

wedstrijd gesloten – we wachten op het commentaar van Peter – die rond 11.00 uur weer als kok in de keuken staat om voorbereidingen te treffen. de grote vraag was: begint onze kok zondag met een voedselvergiftiging of is hij voldaan en verzadigd na de UW inzendingen? we wachten af.

 

 

Peter le Nobel aan de spruitjes

Wie wint de enige echte virtuele – nog een keer uit te reiken – PETER LE NOBEL trofee op pomgedichten?

we mogen nog een keer genieten van onze voormalige en door velen op handen gedragen juryvoorzitter PETER LE NOBEL – van zijn commentaar bedoel ik natuurlijk – momenteel als KOK werkzaam in een vooraanstaand restaurant in het Utrechtse – het past hem deze week – gelet op de werkroosters onze gast te zijn – tot zondag rond 10 uur in de ochtend. begint onze kok zondag met een voedselvergiftiging of is hij voldaan en verzadigd na de UW inzendingen? THEMA VRIJ –  lieve dichters zendt in en geniet van zijn commentaren! u kent de regels:  commentaar is verzekerd – insturen voor zondag 10.00 uur.
stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.
oja het mag ook over de liefde gaan of zo – peter zit nergens mee.

ik heb je naam nooit geweten
 
de fiets, tenger
je regenjas van rode lak
hangt in een museum nu
 
ik denk dat je nog steeds mooi bent
gek is dat
 
pw

Sta je mens
 
Er lijkt zich haast een wonder voor te doen.
Haasje over tot uit de hoed.
 
Je zou voor minder uitbreken
in zweet. Uitbarsten in ander vocht.
Geen angsten uitstaan.
 
Waar we heden eerst
wat rommel op de markt zagen gooien,
hoge omes met hoge holle ogen
vallen er niet te zien.
.

Marc Tiefenthal

Pom: gedicht met licht absurdistische trekken. de betekenis van de woorden wonderlijk  losgezongen van de wereld waarin ze ontstonden.

Peter:

Sta je mens – Marc Tiefenthal

‘Je zou voor minder uitbreken / in zweet’ vind ik de mooiste zin van het gedicht. ‘Uitbarsten in ander vocht’ geeft daar in mijn ogen een erotisch-dierlijke toevoeging aan. Het doet me denken aan een wat schuchtere vrouw die bij het drukken op het juiste knopje opeens helemaal los gaat. De laatste strofe doet dan echter een wat te groot beroep op het brein, want wat moet ik met ‘hoge omes met hoge holle ogen’? Is dat de veroordeling van deze vrouw? Het is gevaarlijk om me meteen aan de interpretatie van een gedicht te wagen: de beelden die opgeroepen worden zijn hoogstpersoonlijk. Heb ik hem wel goed begrepen? Ik denk diep na, sta stil, terwijl het vocht opdroogt. – 10

Teer

Zacht als een herfst bries
in een brein vol spinne-rag
dunne verbindingen

teder als de eerste sneeuw
in een hoofd vol zinnige
zonnige herinneringen

zo herinner ik me
jouw zingen
met je ogen vol zeer
en je handen pianozacht.

© Lisan Lauvenberg
5 oktober 2013

Bij het heengaan van Maarten van Roozendaal
Al bijna vijf jaar geleden en het went maar niet.

Pom: ‘jouw zingen met je ogen vol zeer’ maarten op zijn roozendaals bezongen als eerbetoon met een prachtige regel van poëzie.

Peter:

Teer – Lisan Lauvenberg

In dit gedicht komen fraaie elementen bij elkaar: op basis van het woord ‘teer’ wordt de metafoor van het herfstbriesje, de sneeuw en de ‘spinne-rag’ uitgewerkt. En de verbindingen van de hersenen, die in verband worden gebracht met dat spinnenweb is in dat opzicht een mooie uitwerking in een uitwerking. Mooiste zin: ‘teder als de eerste sneeuw’ met in de laatste strofe een heel concreet beeld van een man achter de piano. Een echt juweeltje. -18

de gedachte

dat ik naast je zou zitten
kijkend
naar de wegstervende
dromen

niet de wanhoop
van wat het was

je versmalde lijf
dat mij vasthoudt
om dan een moment
te ontspringen in vrolijkheid

hoe snijdend ook bedoeld
ben je dan
aandoenlijk dichtbij

PetraMaria

Pom: Petra Maria gevangen in de gedachte van het eeuwige voortwoekerende verlangen dat elke week weer in een andere vorm de wanhoop van ‘het snijden en het afgesneden zijn’ zo na bij haar brengt.

Peter:

de gedachte – Petra Maria

Voor ‘de gedachte’ moet ik er even voor zitten. Hier is geen sprake van een rechttoe rechtaan liefde. Er is iets aan de hand geweest, zoals te lezen is in de laatste strofe. ‘Hoe snijdend ook bedoeld / ben je dan / aandoenlijk dichtbij’. Een uitspraak van genegenheid met een rafelrandje.

De eerste strofe is in dat opzicht iets saaier. ‘Wegstervende dromen’ zijn de core business van de dichter; het beeld is net iets clichématiger, maar de toevoeging ‘niet de wanhoop/ van wat het was’ maakt alles goed.

En hoewel het gedicht zo even als een stoomlocomotiefje op gang moet komen, raak ik uiteindelijk geïntrigeerd door het samenzijn. Is het een afscheid? Een latere ontmoeting waarin de ex-geliefden terugblikken op hun relatie? Uiteindelijk houdt het gedicht je gedachten vast, of blijven je gedachten bij het gedicht, kortom: blijf je erover nadenken. -16

 

Hallo Pom,
In de loop van vandaag vlieg ik
er even tussenuit, de benauwenis hier
ontlopen, op adem komen, naar de zon
een Plaza Nueva, de kathedraal van
Sevilla in ogenschouw nemen
.
Y hasta la vista amigos mios
.
De alledaagse vreemdheid der dingen
de verdinging in en om me heende man de vrouw, de hoer de hond
.
rots, planten, bos en boomstaan als een huis waarin een
kandelaar met vier armen
.
en een kruis van tweegeesten die rondwaren
niet uit te vlakken zijnals nul en generlei – waarde
je legt er de hand niet opvoor je het weet
.
ben je vergeten hoe je heet
van de naald je uit de naad werkt

om te geraken tot iets dat drijft
op onzegbaarheid
alleen

zichtbaar
vatbaar in verdichting

van een kunstglasoog

Cartouche
16-09-2018

Pom: Cartouche is duidelijk aan een welverdiende vakantie toe, precies op tijd nu de dingen om hem heen spoken en zijn verworden – is hij – vergeten hoe hij heet – van de naald gewerkt nu de dingen in hem een eigen leven zijn gaan leiden.  het dichterspad is niet bezaaid met rozen. voor je het weet vreet je hond je dichtbundel op en resteert de onzegbaarheid der dingen.

Peter:

Y hasta la vista amigos mios – Cartouche

Vooral de eerste helft van dit gedicht komt bij mij binnen. Zeer fraai vind ik het onderdeel van het huis met de kandelaar en ‘een kruis van twee / geesten…’ Het is modieus om een versregel af te breken en door te laten lopen, maar sta stil bij de zin ervan. Ik gebruik dit commentaar ook maar meteen als een waarschuwing voor eenieder: sommigen breken maar wat in het wilde weg af, waardoor de lezer eerder het idee heeft dat hij een rommelig wordbestand heeft geopend dan dat-ie ontdekt dat met die afbreking een nieuwe betekenis wordt opgeroepen. Hier is sprake van een geslaagde afbreking, die het hele gedicht extra kracht geeft.

Maar dan de tweede helft, daar kan ik de vinger niet op leggen. Want wat moet ik met een ding als een kunstglasoog? – 11

herfst
 
 
het blad klemt zich nog aan de tak
al wat wankel weliswaar
hier en daar verschrompeld
de levenssappen bijna opgedroogd
straks danst het dartel door de straten
maakt uitgelaten pirouettes
speelt tikkertje met andere bladeren
viert feest zolang het kan
 
zij duwt haar rollator sneller voort
schuifelend op weg naar huis
door de nu nog gouden straten
windkracht acht voorspeld
straks kaarten met de meiden
koffie met een lekker taartje
en daarna vast nog een glaasje
morgen pas wordt An begraven
 
 
anke labrie

Pom: een gedicht dat het leven tot en met  de laatste dag deelt met de inmiddels overleden an, tot en met de laatste regel, de uren nog met wat het leven boven de grond te bieden heeft. pas met het laatste woord is de kern van het gedicht uit handen gegeven,  het verhaaltje uit.

Peter:

Herfst – Anke Labrie

Eenvoud, daar ben ik helemaal van. Ik zal het eerlijk moeten bekennen, want uiteindelijk speelt bij gedichten persoonlijke voorkeur van stijlen nu eenmaal een onmiskenbare rol. De reden dat je niet eeuwig juryvoorzitter kan zijn.

Het allersterkste punt van dit gedicht is dat in de tweede strofe in heel alledaagse, onschuldige zinnetjes een dag uit het leven van een oude vrouw wordt beschreven met als uitsmijter de begrafenis van een bekende. Daarmee is perfect het leven beschreven van oude mensen. De een na de ander om je heen valt om en begrafenissen en crematies zijn inmiddels net zo vanzelfsprekend als bingo, of voor de moderne oudere, een nieuwe aflevering op Netflix.

Maar het knaagt, het knaagt. De oude vrouw probeert in het hier en nu te leven. Morgen pas is de begrafenis. En zo wordt het verdriet in deze eenvoudige zinnen samengevat.

En dan een metafoor die er doorheen dwarrelt: de blaadjes in de eerste strofe en in de tweede strofe de voorspelling van een storm met windkracht acht. Zo zet Labrie alles keurig klaar voor het verdriet van morgen. – 25

 

Op het duin
 
Aan deze tocht komt maar geen einde
hoe klam ook het achterwerk dat nat
van het zweet aan het zitje plakt
 
ogen gericht op de verte zien kerktorens
boerderijen met een schone opkamer
om enkel op zondag in te geloven
 
daarachter het zand dat opgehoopt
een andere wereld dichterbij brengt
zo ver is het niet meer naar zee
 
eerst de fiets aan de ketting geklonken
moet je op blote voeten het rulle zand door
zak je weg in wat je van vroeger ziet
 
de hand van moeder die ons nazwaait
vaders hete adem weer vertrouwen blazend
op een uitzicht dat voorbij de einder gaat
 
 

Frans Terken hz 2018Pom: Frans Terken mengt herinneringen met het rulle zand van nu – toen en nu gepresenteerd in een gedicht met vader en moeder – hoe de wereld verandert, de mensen ook en hoe alles opgaat in de tijd – maar de duinen niet – zoals ze waren zijn ze om er niet zonder meer  aan voorbij te gaan.

Peter:

Op het duin – Frans Terken

Een jeugdherinnering, met aan het begin direct een beeldend ongemak. Hier komt het thema vrijheid duidelijk naar voren, terwijl het ging om een vrij thema. Uiteindelijk komt de personage op de zee uit, voorbij de opkamers en de kerktorens. En juist bij die zee herinnert de hoofdpersoon zich de beelden van vader en moeder. Hier staat alles op z’n plaats. Een fraaie kleinood. – 20

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG: Wie je kent, liefhebt en vergeet.

Geplaatst op

Wie je kent, liefhebt en vergeet.

Op 12-02-2000 schreef J.P. een gedicht aan mij. Op papier van Kerk en Wereld een conferentiecentrum, waarvan ik me ook niet herinner dat ik daar ooit geweest ben.

Het gedicht herbergt al  kenmerken van mijn latere stijl. En is na al die jaren mooi van raadselachtigheid. Vooral omdat het vriend betreft die ik toen blijkbaar liefhad, maar me nu totaal niet meer herinner. En dat ik vaak rijm op zijn is dwingend doch noodzakelijk in deze tekst. De verlossing is bereikt, er is alleen nog maar Zijn.
Maar zíjn tekst is de aanleiding geweest om zo te schrijven. Het is een raadsel waar we waren en wie we waren in die tijd. Ik deed een heleboel dingen tegelijkertijd in die jaren en was onder andere bezig met gestalte geven aan de dichters middagen in cafe Helmers. Daarvoor was ik zelf hier en daar gaan optreden om de sfeer van andere podia te proeven en aan den lijve te ondervinden hoe het is om op een podium te staan met vaak persoonlijke en gevoelige gedichten. In die jaren ontmoette ik vele en vaak erg leuke mensen, waarvan een deel nog in mijn huidige vriendenkring ronddartelt. Maar wie J.P is, was en of hij niet de te jong gestorven dichter, schrijver, schilder Jean Paul Franssens is, het is de enige J.P.die ik me herinner uit die jaren, maar nee, we waren graag samen op pad, maar nooit amoureus of hecht bevriend. Misschien is het een boem, boem close vriend voor een week, de duur van een workshop, een boottrip of een acteur waar ik de productie voor deed. Het was in elk geval een bijzondere ontmoeting. Ik heb zijn interpunctie aangehouden. Ik denk plots, dat het ook een vrouw kan zijn. Maar ook nu na het lezen en herlezen van het gedicht komt er geen enkele herinnering boven van de ontmoeting of de dag dat we dit schreven. Maar het gedicht is mooi genoeg om te willen delen.

Vriendschap
 
Waar ik met jou ook ga
of nog zal gaan
zal mij een raadsel blijven
en in het onopgeloste vraagstuk
 
ligt het antwoord van ons samen zijn.
De lach die ik van te voren
niet kende of niet erkennen wilde
is er steeds als een verrassing
 
de vreugde ongewild en ongezocht
de omhelzing, deels troost en deels verlossing
wat mij dreef op deze tocht
door nacht en ontij teruggekomen.
 
Jij bent mijn schepper niet
noch mijn geliefde waar ik
rust zocht en niet vond.
Zonder medelijden maar met mededogen
 
nam ik uw hand of jij de mijne
en waar we ook het moede hoofd neervlijden
in de wijn of onderweg.
Ik zag je aan en jij schreide.
 
In alle rust werd ik verlost.
 
J.P.

 

12-02-2002
In antwoord op het gedicht vriendschap van J.P.

In alle rust werd ik verlost
van wat mij scheidde van de wereld
een verlangen dat groter is dan,
is dan groter dan jij en ik.

Iets dat wij beiden moesten leren
erkennen als het leven met de last
dat wat wij zagen als het ware
het ware niet kon zijn.

Het bracht verleden groter nog
dan ooit beleden met meer pijn
dan toen we klein waren
en konden zijn.

Pas in het erkennen van hoe groots
we samen kunnen zijn
versmolt ik met alle oude geliefden
en kon ik in vrede met deze vriendschap zijn.

Ik hoor de vogels eindelijk zingen
Ik zie de ruimte bij de zee
Ik rijd door landschappen van lang geleden
Ik herken de liefde van ooit en lang geleden.

Nog een paar woorden
en nog wat wijn.
De bloemen bloeien als nooit tevoren
we lachen veel en erkennen pijn.
Ik hou je vast.
En jij, jou en mijn zijn.

 

© Lisan Lauvenberg

15 september 2018

 

Share This:

Geen categorie

VON SOLO GOES ON!

Geplaatst op

Het was een warme nacht in augustus. Foeterend en tierend, zonder shirt, fietste ik door het donker richting Goes langs het kanaal vanaf het Goese Sas. Waar we vandaan kwamen was er niets meer dan het ruisen van de Oosterschelde, het duister, en vooral geen feest. Geen groot feest zoals beloofd.

Deel 303. Vierkante meter

Charlie was een vage gast. Ik kende hem enkel van naam. Hij bezwoer, voor iedereen die het wilde horen, dat er bij het Goese Sas nog een groot feest bezig was. Het was één uur in de nacht. In de kroegen en discotheken was al niets meer te beleven. Een groot feest in de wildernis was als een droom. De grote ogen van Charlie blonken als die van een maniak. Hij had mijn aandacht getrokken en die van nog een drietal jongelingen. We wilden hem geloven. Dat feest moest er zijn. We besloten te volgen. Onderweg bleef hij maar razen. Dat wisselde hij af met bezeten lachbuien. Het feest, het feest, het megalomane feest! Ondertussen waren ook de T-shirts uitgegaan, want het fietstempo dat onze haas aanhield was moordend en het was een drukkende zomernacht. Ik keek de andere jongens aan en las bij elke kilometer meer ongeloof in de ogen. Mijn wens was echter nog steeds sterker dan mijn ongeloof. Onverlicht kliefden we de nacht, richting onze roeping.

Aangekomen bij het Goese Sas, gooiden we die fietsen neer en renden de dijk over. Aan de andere kant was er niets. Charlie rende vooruit de pier op. Wij renden er achteraan. In het gras speurde ik in het fletse maanlicht naar sporen van een feest, dat geweest had kunnen zijn. Zelfs naar sporen die zouden aantonen dat er werkelijk nog ergens een feest was. Charlie gierde het intussen uit. De anderen vroegen waar het feest was. En hij declameerde: ‘Dit is het feest!!!’ Hij had ons allemaal bij de neus genomen. En dat was zijn feest. Ik liep naar hem toe en gaf hem een stomp in zijn maag. Hij klapte dubbel, maar bleef in zijn slappe lach. Hij had gelijk. Een glimlach probeerde mijn gezicht. Maar ik moest in mijn rol blijven.

Boos tierde ik dat we bier moesten! Charlie ging rechtop staan en zei dat hij dat wel zou regelen. We moesten er alleen terug voor naar Goes fietsen. De rit naar Goes verliep niet veel anders dan de rit heen naar de Schelde. Een gierende gek, met nu drie zwijgende gestalten en een vloekende vijfde. Dat was ik. Aangekomen in Goes, waren intussen alle kroegen dicht. De discotheken lieten niemand meer binnen. De drie zwijgers taaiden af. Ik keek Charlie aan en snauwde zo dreigend mogelijk dat er iets geregeld moest worden. Hij was uiteraard niet onder de indruk, maar speelde goed mee en voerde ons naar de shoarmatent op de Magdalenastraat. Daar stortten we ons met nog steeds ontbloot bovenlijf binnen en zetten ons aan de lege bar. ‘Twee shoarma en bier!!!’, riep Charlie. De Levantijnen keken hem aan of hij gek was, maar bedienden. Alles was goed. Nu mocht ik van mezelf wel voorzichtig lachen.

Afgelopen zomer moest ik nog aan Charlie denken toen ik in Berlijn was. Hij woonde, wist ik via Facebook, tegenwoordig in Berlijn. En werkt daar als obscure party organisator en DJ. Zwevend tussen euforie en depressie. Een heel kort moment kwam de gedacht in me op hem een berichtje te sturen. Maar dat heb ik niet gedaan. Ik was op vakantie met mijn gezin.

In Zeeland bestonden diagnoses nog niet toen ik zo jong was. Ook werden afwijkende dingen niet op waarde geschat, maar liever gemarginaliseerd. Zo was toen Zeeland. Zo is nu alles. Het is me wel duidelijk, dat we allemaal leven op een vierkante meter. Daar, waar we lopen. Waar we staan. Waar we dicht genoeg bij elkaar komen ontstaan dingen. Het is een plekje dat reist. Op zoek naar het feest. En ik ben blij dat ik soms stom genoeg ben om mee te fietsen met gekken. Het leert je je plaats kennen. En de vervulling die je zoekt op die vierkante meter. Waar ook ter wereld.

Share This:

Geen categorie

Merik van der Torren introduceert de bezigheid HERBRONNEN – Windenergie en stront verbranden

Geplaatst op

 

Hoi Pom, gisteren deed ik weer mee met Schrijfgroep de Klus. Ik kreeg aanvankelijk het thema “Met Ria naar de pizzeria”. Ik wist niet zo goed wat ik er mee aan moest maar kreeg toch een idee.  Toen vroeg de dame naast mij of ze haar thema mocht ruilen met de mijne. Ik stemde toe maar begreep toen ik las wat het thema was, waarom ze zo graag had willen ruilen. Het thema was: “herbronnen”. Ik zat letterlijk met mijn handen in het haar, maar schreef toch deze tekst, een dialoogje, in de bijlage, groet, Merik

 

Herbronnen
 
 
Wat zegt u, meneer ?
Het is tijd om te herbronnen.
Wat ?? Moet u brommen ?
Vijf jaar.
Tsjonge.
Windenergie en stront verbranden.
Wattuh ??
Weg stinkbenzine, weg gasbel !
Ik kan er geen chocola van maken. Ober, één bier !
Herbronnen.
Vijf jaar moet u brommen, dat is veel.
Heel veel als je bedenkt….
Dat u niets gedaan heeft, natuurlijk.
Corruptie en despotisme aan de top.
Een goede mop.
Dat Rutte overal lachend mee wegkomt
U moet brommen, vijf jaar, een zware last, biertje ?

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ: ik ben er weer ik heb heel wat doorstaan en gold op fb al als vermist – Het eerder verdorde gras stond kontjeshoog en de bruine bladeren van de beuk waren weer mals groen.

Geplaatst op
goeiemorgen pom
ik ben er weer
ik heb heel wat doorstaan en gold op fb al als vermist
maar nu weer veilig terug op de pom

 

Over pech & blazoen

Het tuinhuis lag er blakend bij. Een vroege herfst was erop neergedaald die de muren in zachte tinten doopte. Het eerder verdorde gras stond kontjeshoog en de bruine bladeren van de beuk waren weer mals groen. Ik stapte naar binnen waar de natuurgenezer als vanouds in de feauteuil zetelde met de bulldog aan zijn bepantoffelde voeten. Toen hij mij ontwaarde schoot hij verschrikt de hoogte in. Neen, ga weg! riep hij uit. Dit guis is niet meer voor vrouwen toegankelijk! Vrouwen maken mij kapot! Vrouwen zijn slecht voor ’s mans blazoen, kijk maar naar get kereltje Pechtold, wat een pech toch!

Ten eerste, startte ik van wal, hangt pech tegenwoordig in de lucht. Je wilt niet weten hoe veel pech ik heb gehad op mijn reizen door Midden-Europa en de Balkan. Ten tweede is de bulldog net zo vrouwelijk als ik, maar ik lig dan ook niet aan je voeten. Ten derde… Neen, ik wil get niet goren! riep hij uit. Niemand geeft zo veel pech als ik. Ik ben al veroordeeld tot veertig jaar en nu geeft een patiënte mij ook nog van onzedelijkgeden beticht! Zij was schijnzwanger van mij en beweert nu dat ik gaar onder gypnose tot een abortus geb gedwongen. Doe jij tegenwoordig ook al aan hypnose, Radovan? vroeg ik verbaasd. Ja, wat wil je, ik ben toch een kwakzalver, maar in de tijd van Sigmund werd dat ook al gedaan, goor. Echter, get is een flutmethode, wat die vrouwtjes zich al niet in get goofd galen! Ik zou gaar gebben bezwangerd met mijn fictieve zaad, maar goe kan dat nou aangezien mijn vlag altijd galfstok gangt.

Tja, de fantasieën van vrouwen zijn ondoorgrondelijk, zei ik, en sowieso ongelimiteerd. Ik fantaseer ook wel eens dat ik je aan de beuk vastbind en je gesel met mijn rijzweep tot je roede van puur genot omhoog stuitert en een zeemeeuw bevlekt, maar ja, het zou te ver voeren om je wegens openbare masturbatie aan te klagen. Bovendien betwijfel ik of je zelfs van mijn zweepje zou kunnen ejaculeren. Die vrouw moet zich niets in het hoofd halen, ik kan voor je getuigen. Dat zei get kereltje Pechtold ook toen ik gem gier in Scheveningen in zijn penthouse opzocht, maar wat moet ik met een besmeurde getuige? Bovendien nodigde gij mij uit voor een wedstrijdje verejaculeren en jij weet als geen ander dat ik dat gegeid verlies. Toen geb ik gem in zijn naakte piemel laten staan. Ik zei: jij gebt tenminste als vooraanstaand politicus een geuse neukflat tot je beschikking waar get plebs moet volstaan met een rukbunker in de duinen. Vlij jezelf maar niet, Radovan, gaf ik, alsof jij zo veel rukt.

À propos, waar hangt de geilsoldate eigenlijk uit? Dat is get gem juist, jammerde hij, zij geeft mij vanwege deze onverkwikkelijke kwestie verlaten. Ik zei gaar nog zo dat get maar fictief zaad was, maar ook fictief zaad was voor gaar overspel. Zij zei: ik ga nog liever met Pechtold aan de gaal, want gij ejaculeert tenminste echt! Daar zit wat in, zei ik. Het geeft geen pas om in een patiënte fictief te ejaculeren en in je bloedeigen geilsoldate niet. Je hebt deze ellende over jezelf afgeroepen, pech in de lucht of niet. Maar vooruit, laat ik met mijn tong over je eikel strijken en voor je getuigen. Als je een week lang met al je bezittingen in één boodschappentasje leeft leer je te relativeren en te vergeven.

Ik zat twee weken vast in Bratislava, met al mijn spullen in de hermetisch vergrendelde huurauto waarvan mijn reisgenoot de sleutels was verloren. Na meer dan een week werd er eindelijk toestemming verleend om een ruitje in te tikken. Toen hadden we onze spullen terug, maar nog geen vervangende auto. Ik moest met het openbaar vervoer verder naar Bosnië en mijn reisgenoot met de ICE terug naar huis, die bij Keulen zo veel mankementen vertoonde dat de machinist het hele systeem opnieuw moest opstarten. Tot overmaat van ramp kreeg mijn Flixbus terug naar Utrecht bij Zagreb ook nog eens panne. Het zou me niks verbazen, Radovan, als jouw defecte roede ook aan de in de lucht hangende pech ligt. Misschien moet je ‘m ook maar uitschakelen en weer opnieuw opstarten. En ik gaf hem een hengst opdat hij het bewustzijn verloor. Toen hij weer bijkwam zag hij sterretjes. Ah je bent de mooiste vrouw die ik ooit heb gezien, klem je lipjes om mijn roede, stamelde hij.

 

.

Wat ik ben, wat hij wil zijn

Je mag van mij graag de idioot in het bad
zijn, dat weet je, dan zal ik je schubben
insmeren met scheerschuim en ze behoedzaam
fileren op de snijdende toon waarmee ik duitse

Pfeffermühleliedjes voor je zing. Je mag van
mij de weg kwijt zijn, lantaarnpalen opzij
schuiven die niet willen wijken, onder een
regenpijp ontwaken waaruit het sterke water

nadrupt. Ik zal je kater koesteren, hem
doen ontbranden met de brandy uit mijn
ontvlambare keel en ik hou je vast terwijl we naar
de eeuwige wijnkruiken drijven, tot we vloeibaar

uit onze lijven drinken en slurpend in het bad
onderduiken. Maar nee, je hebt een vrouw
en een kantoor dat een pennenlikker behoeft.
Je hijst je in het grijze boord dat slobbert om je

nek, maar je weet overal een mouw aan te
passen, handig als je bent met naald en draad
om alles aan elkaar te naaien. Het enige
wat ontvlamt is de open haard en alleen

rook is een reden voor tranentrekkend verdriet.
Je hebt de idioot afgelegd, de tafel van tien
opgezegd. Ik ben fantoompijn, een lijdend kunstwerk
om op te zetten, maar ongeschikt om mee te leven.

Jolies Heij

Share This: