Geen categorie

VON SOLO op de donderdag over seks die werkt en over seks die niet werkt – en doet er verder het schrijven toe.

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

If I practised sex out of moral conviction, that was one thing; but to enjoy it … seemed a defeat. I accompanied men and was accompanied in action, in the extrovert part of life; I plunged into that … but not sex; that seemed to be their delight, and all I got was a pleasure of being wanted, I suppose, and the tenderness (not nearly enough) that a man gives when he is satisfied. I daresay I was the worst bed partner in five continents.’(Martha Gellhorn)

On her relationship with Hemingway, she said ‘I provided sex only after all excuses failed and with the hope that it would be over quickly.’[

 

Deel 294.

Vreemd om te lezen. Zeker in deze tijden dat een vrouw weer lustvol mag zijn. Nou, beter eigenlijk, lustvol MOET zijn. Het voelt uiteraard goed, gezien het conform de algemeen geaccepteerde normen plaatsvindt. Deze worden per doelgroep voorgeschreven door boegbeelden zoals Beyoncé en Stella Bergsma, magazines als de Elle en televisieprogramma’s in de range van Spuiten en Slikken. De vrouw mag weer geil zijn, omdat het moet, voor zichzelf. Het is niet chic als je koudbloedig bent, want alles moet! Maar stel nou dat dat er toch nog vrouwen bestaan als Martha Gellhorn. Dat het niet afhankelijk is van maatschappelijke tendensen. Dat het soms gewoon niet werkt. En misschien wel vaker dan we zouden willen erkennen in enquêtes en onderzoeken.

In mijn liefdesleven ben ik meerdere relaties door geweest. En ik heb seks meegemaakt die werkte en seks die niet werkte. Het komt figuurlijk heel nauw. Het is echter zeker een taboe om te stellen dat je huidige levenspartner niet degene is waar je de beste seks mee hebt gehad in je leven. Daarnaast kun je tevoren uiteraard, buiten de keuzes om die je zelf maakt, nooit zeker weten of je levenspartner ook je levenspartner zal blijven en het is ook fatalistisch te stellen dat dingen nooit hoger dan een bepaald niveau zullen komen. Verder kun je het begrip levenspartner ook onder een vergrootglas leggen en verder ontleden. Dan loop je automatisch enkel verder het moeras in, om te concluderen dat de keuze van een partner een woud is van logisch overdachte en totaal irrationele keuzes en alles daartussen, om zo te komen tot een acceptabel, aangenaam en comfortabel compromis, waar altijd wel wat te wensen overblijft.

Wat hierin het meest verontrustend is, is de wetenschap dat er altijd meer potentiële, passende sekspartners zullen rond (hebben) (ge)lopen in de omgeving, dan dat je als levenspartner erop na kan houden. Want daarvan kun je er maar één tegelijk hebben. Zo romantisch is het dan ook wel weer, vindt men. We leven in een droomwereld waar we ons richten op de maakbaarheid en inclusiviteit van de heilige mono-relatie. Alles om chaos te vermijden. Ik zou kunnen pleiten voor het loslaten van het monogame paradigma. Maar die keuze laat ik liever eenieder zelve. Voor mij blijven sinds mijn eerste schreden op de paden der liefde dezelfde vragen telkens in andere vorm terug. Zal ik me conformeren aan de opgelegde uitgangspunten tot de dood me neerbliksemt? Of heb ik de moed een keuze te maken, los van wat de wereld daar voor mening over heeft?

Makkelijk zijn die overwegingen niet altijd. Het spijt zaagt nooit aan één stoelpoot tegelijk. Maar is ook geen reden om niet te gaan zitten. Het is wel raadzaam tijdig weer op te staan. De verlichting komt ongetwijfeld met het verstrijken van de tijd. Als ik lang genoeg wacht, dan haalt ze me in. De grote genotsknots blijft natuurlijk ook niet altijd steigeren als in de jeugdigheid en de bron, diepgelegen in de grot der genot, zal ook ooit opdrogen. In de liefde gaat het me gelukkig al heel lang goed. Ik doe er verder het schrijven toe.

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN – Als een duinroos was je

Geplaatst op
Verandering
 
Als een duinroos was je,
als het regentje na een hittegolf,
als de kat die ervandoor gaat met een pond kaas.
 
Niet als die beroemde olifant in die kast,
niet als de bliksem,
niet als de val van de trap en je sleutels kwijt.
 
Als de reddende hand van de dokter,
de engel van het goede verhaal,
met dieren, bloemen en kinderen,
 
zo ben je.

Share This:

Geen categorie

DITMAR BAKKER duikt op cristo: ‘A CRISTO, NOSTRO SIGNORE…’

Geplaatst op

 

Ah, Pom,

Je roetsjt er soms zo doorheen en komt er halverwege achter dat je jezelf in de klauwen snijdt door niet vier, maar drie rijmklanken te gebruiken–opvullen maar, mogen we het een doorvloeien noemen? Wellicht zal ik nog eens iets toepasselijkers bedenken dan ‘in ’t daag’lijks verkeer’ voor de schoften, maar toepasselijk (en gelijkend!) genoeg is het, mij dunkt. Overigens is dit het sonnet, en niet het andere, waar ik ons aller Miz Roush voor op het schavot zette, waarbij Thomas opmerkte “Dit is duidelijk op zichzelf, en men ziet dat de volgelingen van Christus op Zijn aanklagers lijken. ’t Zij God die verschaffe.” Dat God mij vergeve en de braven zal lonen. Thomas doet overigens iets leuks met vorm en volta waar ik de vinger niet helemaal op leggen kan, maar godlof hoef ik alleen te transponeren, kopiëren, bidden en herschrijven, waarvan akte. Nachtwerk, dat wel.

18 – A CRISTO, NOSTRO SIGNORE
I tuo’ seguaci, a chi ti crocifisse
più che a te crocifisso, simiglianti,
son oggi, o buon Giesù, del tutto erranti
da’ costumi, che ‘l tuo senno prescrisse.

Lussurie, ingiurie, tradimenti e risse
van procacciando i più stimati santi;
tormenti inusitati, orrori e pianti
(tante piaghe non ha l’Apocalisse),
armi contra tuoi mal cogniti amici,
come son io. Tu il sai, se vedi il cuore:
mia vita e passïon son pur tuo segno.

Se torni in terra, armato vien’, Signore,
ch’altre croci apparécchianti i nemici,
non Turchi, non Giudei: que’ del tuo regno.

18 – AAN CHRISTUS, ONZE HEER
Uw volgers, die kruisigers Uwer thans meer
dan U aan het kruis wel gelijkende zijn,
o goedhartig Jezus, vermijden ’t terrein
der regels die Uw verstand hen voorschreef, eer.

Want vechtlust en ontrouw in ’t daag’lijks verkeer 
omarmen zij, staand in hun heiligste schijn:
bizarre bezoeking en gruwel en pijn
(zelfs ’t einde der tijden verwondt niet zozeer)
zijn ’t wapen dat vrienden, miskend, steeds kastijdt,
als mij ook. U weet dit—beziend mijn hart weer;
uw teken het mijne, mijn leven doorkrijt. 

Komt U terug op aarde, bewapen U, Heer,
voor andere kruisen door vijand bereid
niet Turks en niet Joods maar door U geregeerd.

Amen. De Turken en de Joden passen niet helegaar in ons huidig milieu maar ze staan nu eenmaal in het origineel en muzelmannen, Baudettesken of Wilders-aanhang past niet in het metrum–maar er gebeuren nare dingen in Gaza en ook de Koerden zijn nog lang niet verlost. Hoe zat het eigenlijk met de Armeense kwestie? Jezus Christus.

-x-

D.

Share This:

Geen categorie

ARIE VAN EGMOND – over hem – over haar – over heij en over Jeroen Grueter. Je zou hem het liefste in een tropisch hardhouten doosje willen doen. Niet bewaren, nee, dichtspijkeren dat doosje. Vervolgens de bus parkeren en hem vergeten.

Geplaatst op

NU met een reactie van onze JOLIES HEIJ:

Ach Arie, beter een e in bepaald dan onbepaald. Ga jij maar fijn snoeien in het allochtonen/steenkolenengelse taalgebruik van de hedendaagse taalbarbaren die te pas en te onpas de toevoegings -e in het onzijdig gebruikte bijvoegelijk naamwoord toevoegen (een fijne weekend, een grote huis) of consequent alle hetten door de vervangen.

Dat lijkt mij een grotere ergernis, me dunkt. Groet Jolies

 

 

[Arie Fileert, 19.06.2018]

 DE E IN JE LEESETEN

Wat een e’s in de titel! Jammer dat die ene i het verpest voor de rest…

Ter zaak. Een hele goede morgen iedereen! Een HELE? Wens je met hálve maatregelen de lieve lezer niet genoeg goeds toe qua ochtendhumeur?

Dat begint lekker. Opnieuw dan. Een HEEL goede morgen iedereen! Tja, over die raar – rare? – toegevoegde E steeds in je luister- en leeseten wilde ik het eindelijk eens hebben (eventjes maar, hoor). Waar heb die E te veel nou voor nodig?! Of is het hier spatieloos: teveel? Hm. Ik heb er kennelijk nog teweinig over nagedacht. Een teveel aan e’s in het bijwoordelijke taalverkeer, hè hè, we zijn eruit.

Die vermaledijde E dus. Zelfs schrijfster Annie M.G Schmidt bezondigde zich eraan:

‘Ik zou je HET LIEFSTE in een doosje willen doen’.

Een voor die tijd beste – sorry: best – ondeugend regeltje trouwens, als je er goed over nadenkt (ook als je dat niet doet). Welke tijd? Donald Jones zong het in 1959 voor het eerste in de televisieserie Pension Hommeles. Jaren vijftig al! Een eeuwigheid voor het nog directere ‘fuch- fuch- fuchsia’. Maar het gaat me natuurlijk om ‘het liefste’ i.p.v. ‘het liefst’ van schrijfster Annie M.G. Je vraagt of het belangrijk is te vermelden dat de liedregel van een vrouwelijke en niet van een mannelijke schrijfster is? Ik weet het niet, maar ik heb de indruk dat het op de hoogste tree van de adverbiaal overtreffende trap vooral vrouwen zijn die het vaakste een -e laten vallen. Het overtreffendste-trappenhuis ligt met die foute klinkers bezaaid: het beste, het meeste, het mooiste, het opmerkelijkste. En – uiteraard – het liefste. Tot in het liefste gedicht.

Ik geef toe – dit is het laatst wat ik erover kwijt wil – dat op het bijvoeglijkste niveau het meeste bovenaan de steil trap best goed gaat. Je kunt wel op allen slakkenzout leggen.

 

Maar toch, tevens ter samenvatting: vrouwen houden ervan boven aan de taaltrap van alles te roepen en malen al doende niet om een E’tje meer of mindere. Mannen zie of hoor je daar zelden. Ja, later op de avond. Ander verhaal. Mannen onder elkaar met hier en daar een vrouw, dat idee. Dat ze op hun overtreffendste indruk op de ladies willen maken. Dan wel. En hoe. Met een flinke slok op uiteraard. Dan roepen ze dingen waarbij het bovenstaandste een peulen- of bananenschil is (ik neem alles terug).  Nee, dan gaan de mannen los, hoor.

Dat ze puntje bij paaltje op z’n pijnlijkst de diepte in lazeren, dat is dan wel weer het mooiste.

Klaar. Ach, zo erge is het allemaal samen bij elkaar opgeteld niet, dames, heren, beste tekstreizigers. Waar hebben we het over?

Erger is Jeroen Grueter (Utrecht 1969), een mannelijk sportverslaggeefster van de meest bovene irritatieplank. Jeroen ‘bepaald niet’ Grueter, kent u die? Frank Snoeks moet voor zijn positie vrezen. Gisterenavond mocht hij Tunesië-Engeland becommentariëren. Snel nog een paar…

‘Dit is bepaald niet het gezicht van een tevreden trainer.’

‘Twee jaar geleden had Engeland een enorme teleurstelling weg te slikken. Vier jaar geleden was de teleurstelling bepaald niet minder.’

‘Dit mag de verdediging van Engeland, die er bepaald niet goed uitzag, zichzelf aanrekenen.’

Bepaald niet. Ik eindig met de meest schrijnendste:

‘Engeland wordt bepaald niet GEREKEND TOT EEN VAN DE favorieten…’

Au. Het had nog erger gekund. Hij had eraan kunnen toevoegen: ‘…die aan het toernooi MEEDOET.’

Dat zei-d-i gelukkig net niet. Jeroen Grueter. Je zou hem het liefste in een tropisch hardhouten doosje willen doen. Niet bewaren, nee, dichtspijkeren dat doosje. Vervolgens de bus parkeren en hem vergeten.

 

 

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ onder mannen – vrouwen winnen jaarfinale festina lente

Geplaatst op

Heeft u dat nou ook, lieve lezer, dat u zich anders voelt en gedraagt, afhankelijk van het gezelschap waarin u verkeert? En helemaal als dat gezelschap seksegekleurd is? Zelf ben ik het beste thuis in mannengezelschappen, simpelweg omdat ik daar het meeste verkeer, aangezien poëzie nog altijd een overwegend mannenbedrijf is, ondanks de successen onlangs van de jongedames Bowie en Stella op de jaarfinale van Festina Lente. Niets ten nadele van deze uitstekende dichteressen/performsters waarbij de jury wel degelijk blijk heeft gegeven dat ze verstand heeft van poëzie en performance. Toch zijn op de meeste podia de mannen nog altijd in de meerderheid en dat is niet erg.

Voordat ik het podium beklom heb ik acht jaar in een eetcafé pal onder de Dom gewerkt, waar de mannen (de beste koks zijn man!) eveneens in de meerderheid waren. Misschien ben ik daardoor ook enigszins “vermand”, ik ben in ieder geval zo’n meisje dat het liefste met de jongens over wetenschappelijke onderwerpen uit de Kijk discussiëert. Ik voel me dan ook het meeste in mannengezelschappen thuis, het liefste wel met een paar vrouwen erbij, voor het broodnodige tegengas. Maar ik kan prima een lange dag op stap naar het Teutoburgerwald met manlief en de historicus zonder me te vervelen. Nu zoek ik veelal die mannen op die iets met geschiedenis hebben, zo weet manlief alles van de Romeinen en de historicus alles van de Teutonen. Zal wel komen doordat ik mijzelf, behalve troubadouresse, ook een tijdreizigster voel. Zo had ik graag in het Berlijn van begin 20ste eeuw geleefd, maar dit terzijde.

Nu maakte ik echter in de afgelopen week tijdens een etentje voor het eerst in 25 jaar weer eens deel van een vrouwengezelschap uit. Dat is te zeggen, we waren met zes vrouwen en één (jonge)man. Die de vrouwen voornamelijk vragen stelde, in de hoop op een wetenschappelijk onderbouwd antwoord, wat natuurlijk uitbleef. Want waar hebben vrouwen het onder elkaar over? Over gevoelens, over hun meisjesellende, is de veelgehoorde klacht van mannen. Of ze roddelen over elkaar, maar dat doen mannen net zo goed. Dit zijn allemaal cliché’s, maar vrouwen praten inderdaad wel over hun persoonlijke ervaringen op allerlei vlak, vooral inzake liefde en relaties, hoewel ik mannen hierover ook geregeld hoor klagen, maar dan meestal pas met een grote slok op als de zon weer boven de kim dreigt uit te stijgen. Vrouwen hebben het natuurlijk ook over hun kinderen, met speciale aandacht voor hun innerlijke groei en persoonlijke ontwikkeling.

Of over hun eigen innerlijke groei. Zo vertelde één dame over haar weekendje Londen, waar ze 1500 euro had neergeteld om de séances van de amerikaanse goeroe Tony Robbins bij te wonen. Die had haar leven volledig veranderd: zo stond ze nu iedere dag om half zes op en ging zes keer in de week naar de sportschool. Het opmerkelijkste was dat ook haar man ook was aangeraakt door de Grote Goeroe, die stond zelfs iedere dag om half zes ’s ochtends in de sportschool. Is er dan überhaupt een sportschool te vinden die op dat onzalige tijdstip open is? Die hele Tony Robbins zei me niks, ik verkeer niet in dat soort zweverige kringen, maar nieuwsgierig geworden googelde ik hem thuis meteen op.

Ik zag een uitzinnig ravende menigte ten overstaan van een bouwvakker met het postuur van Bruce Springsteen en de stem van Joe Cocker die iets brulde over hoop en verlossing en vragen de zaal inslingerde waar geen antwoord op was, maar waarop het publiek met een instemmend “yeah!” diende te reageren. De performance had ook al niet veel om het lijf, er was nauwelijks spanningsopbouw, alleen een hoop wol en geschreeuw. De volgende dag zat ik aan het jachtbitter met de eindhovense mannenbroeders Pierre Maréchal en Cartouche. We discussiëerden over de invloed van de katholieke kerk op de brabantse poëzie en hieven daarbij meermaals het glas. Want pimpelen, dat konden de dames ook al niet.

Dan laten we onze veren staan
 
Ze poetsen hun veren op, strijken de huid glad
om op de slankste catwalk te passen. Man is
een grensland, iets voor in de ring met een hoop
geworstel en plasjes zweet die zij minzaam opvegen.
 
Achter de gesloten rits hun kroonjuweel. Ze schikken
zich naar zijn eer en geweten, spelen het liefste
met poppen die ze als schatten toedekken om te
oefenen voor later. Ze zijn een harem zonder heer
 
een verzameling stelten, monden op poten
fijnbesnaarde wimpers, ze glimlachen van
geslacht tot geslacht. Maagdelijk tot de volgende
hoge gast. Zie het toch met droge ogen aan
 
deze flora en fauna van de vrouw. Zoals je kijkt
zo verschijn ik aan jou: als bruid, heks, feniks
giftige jachtgodin. Of als het meisje dat uit bomen
viel, indiaan die zich samen met de jongens verveelde.
 
 
Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

SARA 3 hou nu even je bek

Geplaatst op

foto genomen in het atelier van Vera Jongejan na een sessie met de Amsterdamse Voorleesclub

 

Voor Sara 3
 
Ja, blaf maar tegen de onverlaten,
poezige monsters uit het groen.
Je bent een weergaloze waakhond,
ik tel de haren op de rug van de vijand
die vlucht bij jouw geblaf.
Wijdbeens en breed heers je over het erf,
iedere inbreker zou er bang van worden.
 
Hier heb je een kluif, chihuahua van me,
een heerlijk snoepje en hou nu even je bek,
 
baasje wil de krant lezen.
 
 
Merik van der Torren

Share This:

Geen categorie

frans terken, rik van boeckel en cartouche winnen de enig echte virtuele zondagochtend trofee op pomgedichten – naar een regel van de brunaprijswinnaar en festina lente finalist abdul broekema ‘deze wond is mijn huis geworden’

Geplaatst op

dank je wel aan de inzenders. geen makkelijk thema deze week en de jury niet barmhartig.  soms heb je dat – als je de commentaren leest blijven er drie winnaars over – ik maak geen verschil – frans terken, rik van boeckel en cartouche mijn felicitaties.  het is toch van een grote bijzonderheid dat in nauwelijks 24 uur zoveel poëzie te voorschijn wordt getoverd – elke week kijk ik er weer met bewondering naar. zie de commentaren dan ook alleen maar als opbouwend – en leg ze naast je neer als ze niet passen.

 

PETRA MARIA helemaal tiny

FRANS TERKEN ze breken de muren om je heen af

CARTOUCHE in het lidteken bezig

JOLIES HEIJ behandel mij met veren

RIK VAN BOECKEL er is zoveel

MAJA COLIJN met pijn

JAKO FENNEK bijt

 

wie wint de enig echte virtuele  zondagochtend trofee op pomgedichten – naar een regel van de brunaprijswinnaar en festina lente finalist  abdul broekema ‘deze wond is mijn huis geworden’ ?

welke wond is uw huis? lieve dichter – een mooie regel van abdul – iets met iets van pijn erin deze week het thema – een open wond nog? wellicht – waarin is het goed wonen of wentelt de dichter zich nog graag?  – waar zouden we zijn zonder pijn? rijmt sinterklaas – ach we lezen graag van de pijn en hoe de dichter met pijn omgaat – zodat er toch nog in te wonen valt. u kent de regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

dat nooit weer morgen is in ander licht

de zon verbloemt
heelt alsof er niet gebroken is
ontdekt de oude tekens van thuis
besta in mij – ik draag je
langer dan een vrouw
kan dragen bij me
ben alle maanden bang

ze vieren feest yasmin
ze vieren mens
om wie zich zelf genot bereidt
in vrouwen snijdt
je vertelt me van teveel
van vroeger
je vraagt wat doe je met teveel
te vroeg vertrekken om te laat te zijn

ga met me mee
ik wil je adem halen
omdat ik de talen ken
die we samen spreken
zuurstof nodig heb
.
pw

alles is zo groot

geef mij ook maar een tiny huis
met een tiny leven en tiny
zorgen aan de tiny waslijn

waar ik met jou mijn tiny liefde
kan delen als jij met je tiny lijf
op bezoek komt

dan wil ik later tiny
sterven en tiny verdriet verspreiden
door de tiny leegte die we achterlaten

geef mij ook maar zo’n tiny
leven
want alles is zo groot

 

PetraMaria

 

prachtige regel van abdul, prachtig thema, prachtige inzendingen – eens lezen in welke wond de dichter nog wel wil wonen – zijn te huis kan vinden. moeilijk thema ook. volgens mij houdt petra maria het klein vandaag. zonder nadruk weet ze toch zeker 10X het woord tiny te verbergen in haar gedicht zonder dat het woord er ergens uit springt – mis het woord wel in de titel. maar was de regel niet dat dichters als ze wat willen zeggen het woord op zich niet gebruiken. in een gedicht over eenzaamheid gebruik je het woord eenzaam of eenzaamheid niet. dat laat je aan de wetenschapper of de verhalenverteller. petra vergat even dat er ook nog  lezers zijn. dat zal het wezen. dat ze voor zichzelf de repeteerwekker aanzet is een goed recht – voor dementen in een bejaardeninrichting werkt deze tekst ook. er is niet mis met de regels – als we alle herhaling weghalen – mager de taal als jan svp:

geef mij ook maar een huis met een  leven en zorgen aan de waslijn waar ik met jou mijn  liefde kan delen als jij met je lijf op bezoek komt dan wil ik later sterven en verdriet verspreiden door de leegte die we achterlaten

 

 

Hofkapel

Deze binnenplaats vult zich met ongehoorde muziek
grandioos harmonisch zijn de stellingen betrokken
de hof ziet geel en blauw van hawaïhemden
als roepen ze zo zomer op

bereikt mij een onzalige tijding
die ijskoud op ribben en hart slaat
van muziek naar ziekte
evenveel letters maar met heel andere waarde

weer en opnieuw een lichaam een
mens aangetast door atypische insluipers
dissonanten die wrang de klank verkleuren
ze breken de muren om je heen af

het uitgewoonde te lijf gaan
tot op de draad doorleven
hoe het me de dagen niet verziekt
hoop zwelt tot orkestrale sterkten aan

FT 16062018

 

‘evenveel letters maar met heel andere waarde’ – hoe de eenheden samen te klinken door een dichter – zo.  mooie op en aanzet frans. voor mij zit er nog net teveel verhalend proza in – als bij die twintigers die geen poëzie meer schrijven – in zoverre een zeer zeer modern gedicht – maar laat je niet aansteken – hier lezen we liever poëzie dan proza. en nantuurlijk zit er muziek – uhh sorry  al poëzie in –

 

van muziek naar ziekte
evenveel letters
maar met heel andere waarde
weer en opnieuw een lichaam
ze breken
de muren
om je heen af
het uitgewoonde te lijf gaan
tot op de draad
doorleven

 

Hechting

Het is tijd voor dagopname onderhand
vanwege een en ander niet helemaal haaks

ontschroeven geboden nu de windingen
in de war, de kop begint te tollen en te hellen
naar links en rechts het niet meer bij kan benen

doldraaien dreigt, een aan de wandel gaan
en zich repeterende breuk – fractuur

die botweg ruimte wil , tot groei geraken
in schroef verankerd hangen in pijlers van pijn

vastbesloten mij over te geven aan de snee
zweer ik bij bondage als beste kameraad – waarbij
haar zuigmond als trekker werkt voor tanend bloed

en verzonken kloppen – aan het licht gebracht –
kan winnen aan gewicht, verbinding vinden

in de holte van het gewricht – mijn midden –
hands- en wortelbeen tegen haar schaamstreek

in het openleggen van- haar mond, mijn pols
alleen in het lidteken van de wonde
weet ik wat wonen is

16-06-2018
Cartouche

 

tsja – enige seksuele lading valt niet te ontkennen – als  ik het goed lees – in haar wond – laten we het zomaar noemen valt er nog wel lekker te wonen. het is of we jan arends zelf aan de lijn  hebben.  cartouche heeft meer woorden nodig – maar ach eenmaal opgenomen vallen de woorden er wel vanaf – keren we terug tot de kern – we komen je allemaal opzoeken beste cartouche – toestanden toch altijd weer toestanden daar achter in braband – wel fijn dat we cartouche nog hebben anders zouden we helemaal niet meer weten wat daar in al die schuren plaatsvindt. een opmerkelijk gedicht – zo in deze preutse tijden.

 

na de kwetsuur
.
in mijn wonden ben ik thuisgekomen
dus kwets mij niet verder, in de ontluistering
.
graaf ik mijn diepste grachten, dus kruisboog mij niet
in scherven zie ik de zon, dus brandmerk mij niet
.
in études hoor ik pijn, dus speel niet met mij
in water zie ik het bleekmiddel, niet het aquamarijn
.
dus schilder me niet te fijn, prent me in
opdat ik jou ook enige schade toebreng
.
in het krassen van pennen hoor ik de waanzin
dus tatoeëer me niet, behandel me met veren
.
in zonsondergangen proef ik het bloed, dus laat
mijn dagen grijs zijn als kauwgum
.
in de feestelijkheden bespeur ik verdriet, dus zet
geen puntmuts op en slik de confetti in
.
in jouw liefde voel ik pijn, dus hou het hart
onder de tong en laat regen gewoon regen zijn
.
de wolk die op mijn schedel drukt, het litteken
op de plek die geen zwachtels behoeft
.
Jolies Heij
.

een ronduit mannelijk gedicht – gekozen is hier voor de opsomming. en ze is taalvaardig genoeg – zo kan ze nog wel uren doorgaan. maar het mechanisme zit de ware poëzie in de weg – op enkele momenten na: ‘behandel me met veren’ is een hele aardige en ‘slik de confetti in’ ook. bovendien is het me allemaal te veel IK. en mijn IK is het niet. ik voel geen wolken op mijn schedel drukken. ik wil  in zonsondergangen geen bloed proeven – het is me allemaal veel te much en bij elkaar gezocht – onecht en gemaakt –zo een gijs ter haar heeft daar ook een handje van – op den duur heb je het zelf niet meer door dan wordt het zielig dus oppassen jolies – jan arends is het ware – was het ware authentiek en kaal.

 

De zwaan van Amsterdam
.
Zo hij passeert in één oogopslag
de zwaan kiest eieren voor haar geld
likt de zonden af die zij niet kent
.
wie de boot heeft gemist
zag haven en natuur niet samengaan
zij maalt er nimmer om
.
kijkt niet om naar het voorbijgaand mensdom
voor haar zijn het buitenstaanders
zij hebben de zwanenhals niet eens gezien
.
want er is zoveel
want er is zoveel
om te beleven
zonder te ontdekken
wat een hoofdstad te bieden heeft.
.
Rik van Boeckel
15 juni 2018
.

de stervende zwaan in een ander licht geplaatst in het licht van rik van boeckel. opgewekt, troostrijk en optimistisch licht gehouden. mooi!

ZIEL
.
door bochten van krochten
schreeuwt: moord brand
trek de pleister er af
oh zwaluwstaartje, toe
laat me voelen..
.
het krochtvocht
zich tot korst gevormd
legt met één ruk bij prikkelarm
oud zeer weer open en bloot
laat haar wentelen keer op keer
in veilige schoot van
.
pijn pijn pijn
.
Maja Colijn

wil ik dit lezen op mn eigen zondagochtendje van de wondvocht en de korsten – vandaag even niet – ik ben nog even culinair bepaald  na mijn bezoek aan le restaurant gisteren in de frans halsstraat in de pijp. en ik wil nog even nagenieten. maja denk asjeblieft aan de maag van de lezer.

hallo die pom,

hier een mooie zondagmorgen. net een lekker vers meergranenbroodje gehaald. dat is ook beter, want anders bijt ik haar weer, en dan komen we niet van de blauwe plekken af. zo zie je maar, het is altijd oppassen geblazen.
heb het fijn, beste pom, geniet de dag en laat de bomen praten.
groet van jako

sporen

zeg mij waar ik je bijten mag
of liever nog
wijs mij de plekken die je dierbaar zijn
waar ik een wond mag maken
waarvan de sporen als een tatoo
voor altijd zullen blijven

verlegen wijst ze mij de weg
en laat me doen
opdat geen mens zal wissen
dat ik daar was
bewezen door een teken van bezoek
gezet als een trofee op de mount everest

jako fennek

.

dit tafereeltje zouden we graag en liever live meemaken. poëzie is het niet. sorry jako.

Share This:

Geen categorie

late zon

Geplaatst op

 


late zon

het moet wel begonnen zijn
met een aarzeling
ik weet nog hoe ik haar
voor het eerst

misschien hield jij
een hand tegen je hoofd
of leunde je op een tafeltje
ik keek toen naar het gras

in de kamer die uiteindelijk
je had zoveel geschilderd al
ik weet dat ik opstond
en langzaam met een hand

zo langzaam heb jij ook
de donkere geploegde akker
met de rode zon

 

pom wolff

Share This:

Geen categorie

VON SOLO eindigt deze week in parijs in poëzie in bier met belletjes én in ‘noem het liefde’

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Op een terras in de volle zon. Voor me op tafel staat een Kronenbourg 1664. Halve liter. Bedauwd glas. Ik neem een grote slok en het smaakt naar water, belletjes en een weinig mout. Net een lichtbittere Spa rood. Mijn leesboek zet ik zo tegen het glas aan dat het de directe zonnestralen uit het bier houdt. Toch geen zin om te lezen. Ik wil nu even de hemel beschermen tegen de hel.

 

Deel 293. La Chope du Château Rouge

Er stopt een toeristentreintje. De ‘machinist’ moet uitstappen en zet een bord opzij dat automobilisten vertelt dat de doorgang belet is in verband met straatactiviteiten. Maar de trein kan geen vertraging hebben. Het bord wordt niet meer teruggezet. Zo dat gaat. In mijn blikveld staat een grote man. Zijn leeftijd schat ik op half de dertig. Hij is erg groot. En oogt nonchalant en onsympathiek. Ik hou niet van grote onsympathieke mensen. Hij rookt ongeduldig. Voorbij zijn gezicht zie ik een jonge vrouw haar kleine, met struiken gevulde balkon op de vierde verdieping van een vervallen appartementsgebouw op bewegen. Ze knielt en doet yoga-achtig. Iets dat ik als het afschudden van energie zou kunnen interpreteren. Dan gaat ze mediteren. Tussen ons het lawaai van de Rue de Clignancourt.

Ik vraag me af hoe het zou zijn een relatie te hebben met zo’n type. Zou het onvoorstelbaar zijn. Of onvoorstelbaar voorspelbaar. De grote man is weggelopen. Maar keert weer terug en eet nu een stuk cheesecake. Ik kijk wederom over zijn schouder. De yoga mevrouw schudt haar haar los en kijkt de wereld in. Ze ziet mij. Dan verdwijnt ze naar binnen. Haar schuld is ze kwijt aan mij. En de grote man verdwijnt onopgemerkt. De barman die op Derrel Niemeijer lijkt, komt naar buiten. Hij loopt hetzelfde. Heeft hetzelfde weerbarstige haar en dezelfde soort bril. Hij doet of hij me half hoort. Als hij wegloopt zie ik de slimheid in zijn ogen flitsen. Mijn Perrier komt niet, de bestelde koffie wel. Het treintje ook weer en ik zou graag Allah Akbar roepen en het ding opblazen, maar er is ook één kind in, en dat doet me denken aan mijn eigen kinderen, hetgeen me sentimenteel maakt en daardoor weinig semtextueel.

Net aangekomen, weer weggaan, treintjes, mensen die gaan en verschijnen en alles heeft een verhaal. Dit is zo’n moment dat er iets blijft zitten, terwijl ik opsta. Een klein stukje onderbewuste valt uit mijn ‘ziel’ en rolt op de grond naast de stoel waar ik ooit zat. Dat stukje zal ik weer gaan zoeken een keer. En het zal zich niet laten herkennen. Maar het weet meer dan ik, wat ik doen zal. Wat ik denken zal. En waarom, toen en daar. Op een stoffige stoep, een kunststof geweven polypropyleen terrasstoel. Met als een golf het groen van de heuvel af door een steile straat in de verte. De code, die we bewust niet ontcijferen, ons verbergend achter ons best doend. Heimelijk ontkennend dat we gokken op een herkansing.

 

Dit is zo’n moment dat er iets blijft zitten, terwijl ik opsta.
Dat stukje zal ik weer gaan zoeken een keer.
En het zal zich niet laten herkennen.
Maar het weet meer dan ik, wat ik doen zal. Wat ik denken zal.
En waarom, toen en daar.
De code, die we bewust niet ontcijferen, ons verbergend achter ons best doend.
Heimelijk ontkennend dat we gokken op een herkansing.
 
VON SOLO

 

Share This:

Geen categorie

MIRJAM AL legt bijna fataal ongeluk vast – hondje sarah ontspringt de dans

Geplaatst op

Hoi Pom, voor deze woensdag stuur ik een kort verhaal van Mirjam Al in, dat handelt over een voorval bij haar thuis een tijdje geleden, nl. dat ik door een stoel heen zakte, in de bijlage, groet, Merik

 

Zondagmorgen

Ze keek naar Vrije geluiden, dronk koffie, rookte een sigaret, toen kwamen de Boeken. Weer koffie, roken, op naar Buitenhof. Ze begon al rondlopend voorbereidingen te treffen voor het avondeten met Rik van der Meer en zijn Deense dog, Zacharias genaamd.

Het is vaste prik, Rik neemt plaats in de grote fauteuil, Zach ploft in een hoek neer en zucht diep. Ze drinken thee, eten koekjes en gaan dan wandelen in het park. Bij terugkeer gaat de fles die Rik meenam open en serveert ze hartige hapjes. Dan komt het avondprogramma in zicht, de oven staat aan, ze genieten van Podium Witteman, ze eten, drinken wijn, heerlijke momenten zijn dat.

Vandaag kwam na het Podium een natuurfilm over de Galapagoseilanden, 1 van de zeldzame ongerepte gebieden, hoewel met al die filmploegen op visite vraag je je toch af……………..

Het ging over schildpadden en jemig wat hebben die lieve brave dieren soms een bete uitdrukking op hun gezicht en hoe ze moeten zwoegen om hun nest te creëren. Het is fenomenaal.

Terwijl ze zo zit weg te dromen op de Galapagoseilanden hoort ze opeens een flinke klap. Ze kijkt opzij en ziet dat de fauteuil is omgevallen met Rik eronder. Hij lag daar letterlijk als een gigantische schildpad, zijn kop aan de voorkant eronderuit, handen en benen op de desbetreffende plaatsen. De stoel was afgebroken en lag als een enorm schild over hem heen.

“Rik !”  riep ze, “is het goed met je ?”    “Ja…..,” kreunde Rik terug, “maar haal die stoel even van mijn rug af wil je ?”

Ze antwoordde door te handelen. De zitkuip naar de tuin gebracht en toen ze even later weer geïnstalleerd waren, zij het op andere stoelen en Rik nog maar eens inschonk, schoot ze eindelijk in de lach en zei: “Dat was nog eens doorzakken, hè vriend.”

 

Mirjam Al

Share This: