Geen categorie

VERA VD HORST wint de enige echte virtuele – vrij naar de regels van merik vd torren – waar de bananen rood kleuren en de paradijsvogel jubelt – DAAR ga ik je ontmoeten-trofee op pomgedichten – JAKO FENNEK zilver en FRANS TERKEN brons

Geplaatst op

Goedemorgen pom,

het is hier heerlijk zonnig nu en daar ga ik dadelijk van genieten, wat morgen komt zien we dan wel weer. Ik stuur je nu de beoordelingen en alvast de edelmetalen want een eventuele volgende inzending zal mijn bevindingen niet gemakkelijk meer kunnen veranderen.

Liefs en bedankt,

Bregje

Goud Vera van der Horst – oprecht blij verrast!
Zilver Jako Fennik – eveneens blij verrast
Brons Frans Terken  –  geknecht

Het brons was nipt, ook de andere inzenders  zaten vlakbij dat brons waarin al heel wat antieke sculpturen werden gegoten. Kijk bijvoorbeeld  maar eens naar die Fraaie Art Deco dames

 

 

Waar ik ben
(wil ik je ontmoeten)
 
In mijn huis zonder stemmen, dichtslaande deuren
en stampende voeten.
 
Waar een gedachte nog uitgedacht kan worden en ik
ineens aan jou (of een ander) kan vragen: kan jij één wenkbrauw,
onafhankelijk van de ander bewegen, of je neusvleugel, of oren,
zonder handen?
 
Of, wanneer ik mijn dronken dochter thuis afzet,
nadat ze zich tot 3x toe in de armen van, ja…., dubieuze mannen heeft gestort,
omdat ik het geweldige idee had dat ze er eens uit moest, omdat ze alleen
nog maar in de taal van een zesjarige sprak.
Dat jij dan mij een halve seconde aankijkt en we lachen
om niet te huilen en dan weer lachen
om dat cliché.
 
Dat die andere helft van die seconde mij over de toegestane snelheid doet rijden,
want ik wil die blik weer zien, van tussen mijn benen uit naar boven, recht boven me,
onder me, naast me, elke keer als we elkaar ontmoeten.
.
Vera van der Horst

 

 

PETRA MARIA in liefde

FRANS TERKEN niet langer dorsten

MARC TIEFENTHAL hoe anders kon ik

ERIKA DE STERCKE in de ochtend

JAKO FENNEK de toekomst wankel

JOLIES HEIJ in de bloesemsneeuw

VERA VAN DER HORST wil die blik weer zien, van tussen mijn benen uit naar boven, recht boven me, onder me, naast me…..

RIK VAN BOECKEL in de duinen

foto: babs witteman

wie wint de enige echte virtuele  – vrij naar de regels van de dichter merik vd torren – waar de bananen rood kleuren en de paradijsvogel jubelt – DAAR ga ik je ontmoeten-trofee op pomgedichten?

nou we zijn benieuwd waar u ONTMOETEN gaat beste dichter en WIE en HOE maar vooral WAAR – deze week de ware ontmoetingstrofee op pomgedicht – en is die voor U deze week?

u kent de regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. en we hebben BREGJE!

(…)

waar de bananen rood kleuren
en de paradijsvogel jubelt:
kom naar boven,
 
waar de zee strak staat met witte zeilen
aan de andere kant van de bergen,
daar ga ik je ontmoeten
 .
Merik van der Torren

MORGEN SCHRIJF IK

dat ik je verlang
de dunne huid
het in jezelf gekeerde lijf
de stilte
die tussen de boeken stoft
de gesprekken van onze ogen

dat mijn ledematen
haast de jouwe zijn
en ik mijn handen
in de jouwe
wens als zekerheid
dat alles klopt

dat ik jou je lijf
als het mijne ontmoet
en hier en nu
niet meer dan dat
met jou gekaderd ben
in liefde

Petra Maria vdE

 

we gaan elkaar ontmoeten in de jubelsneeuw van bloesem – waar dan ook de euforie – het thema – daar waar de bananen rood kleuren – iets uitbundigs heeft het thema deze  week wel – dichters zijn erg bekwaam om eventuele uitbundigheid met wortel en banaan uit te bannen uit het bloemperkje dat poëzie heet. zo niet onze PETRA deze week – heerlijk gewoon. in de taal der liefde nadert en nadert zij haar ultieme doel. ze moet wel moeite doen hoor – de kader-autist in haar gedicht werkt niet echt lekker van harte mee. maar het lukt petra uiteindelijk wel. nou ja dat mogen we hopen. want aan het einde van het gedicht lezen we de titel nog een keer. ze gaat het allemaal morgen schrijven. dat WIJ vandaag de primeur hebben – mooi dank je wel petra!

Bregje:

Petra Maria vdE

Heel mooi vind ik de regels:

en ik mijn handen

in de jouwe

wens als zekerheid

 

Niet dat de rest niet mooi is maar met die drie eenvoudige regels zeg je iets heel herkenbaars net even anders en daar hou ik van. In zijn geheel zeker geen onaardig gedicht; dat mijn ledematen haast de jouwe zijn, ja, ook fraai.

 

 

 

Pech voor je

Zoals een kater zich neerlegt bij
wegwieken van merel of roodborst
het is gedaan, wat je ook zegt
ik knecht niet voor ontmoeting

leg je liever in de stroming van de Vecht
je mag spartelen drijven met het hoofd
boven water best flink kijven
ik onderga het gesnater

je woorden zijn als van een sater
het blazen dat je erin legt
ik hoor het, lees het, het staat er
heb gedregd naar de inhoud

proef ik toch een licht verzuurd gerecht
maar zal er niet meer van verstijven
ik die aan vriendschap hecht
dorst niet naar langer bij jou blijven

FT 21042018

 

‘leg je liever in de stroming van de Vecht’- we lezen hieronder jolies heij – ook al over DE VECHT. het wordt gevaarlijk vandaag! ergens lees ik toch hier over een zwanenmeer. een zwanendans en uiteindelijk de teloorgang. het rijm geeft het gedicht net te veel gekunsteldheid mee – verstijven/blijven – sater/staat er. nog al wat vogeltjes tovert frans tevoorschijn. of deze liefdesverklaring aan bregje – de jury voorzitter van deze week in goede vaste aarde valt?

Bregje:

FT 21042018

Zware woorden, ik knecht niet voor ontmoeting, ik vat dat ook niet helemaal maar in zijn geheel is het me volledig duidelijk. Al is het zo dat je het op het laatst ook letterlijk zegt. Kater en Vecht zitten consequent in het gedicht verborgen, dat bevalt me.

 

Hoog bloeien hier bloesems
 
Wat liepen we bekoorlijk samen
elkaar tegen het lijf.
Onvergetelijke dagen
zonder nachten
lagen in ons verschiet.
 
Veel leggen wij niet uit
wisten wij. Veel
bleef ongedocumenteerd.
 
Ik stuurde je wandelen.
Hoe kon ik anders handelen?
 
Soms denk ik dat we elkaar
behoorlijk terugzien
onder bloeiende
Japanse kerselaars.
.
Marc Tiefenthal

in tiefen-taal de woorden gelegd: ik stuurde je wandelen – behoorlijk terugzien – een bekoorlijke samenloop – bij dergelijke wendingen verliest tiefenthal mij. misschien springt bregje achterop.

Bregje:

Marc Tiefenthal

Wat liepen we bekoorlijk samen / elkaar tegen het lijf….. dat is me al teveel hoe doe je dat? Elkaar bekoorlijk tegen het lijf lopen? Ben je dan onbewust al uit op een ontmoeting en kijk je in winkelruiten en naar je schaduw of het er goed uitziet?

En dan, na de opvulling van niet veel uitleggen en wandelen, handelen en ongedocumenteerd, is er de regel ; elkaar behoorlijk terugzien. Was dat onbekoorlijke dus toch fout, onbehoorlijk zelfs?
Mijn programma zet een dikke rode streep onder ongedocumenteerd. Een heuse medestander deze meelezer.

Japanse kerselaars die bloeien. Mooie gedachte over een nieuwe ontmoeting, hoop biedt kans op meer en anders.

 

Etmaal

We verbergen de leugens onder
het dons van misgelopen afspraken.
Toeval drijft onze hoofden samen.

Vastgeroeste nagels doorgroeven
de opgehitste blik. Jij hier, ik naar
waar. Verwijten kwijlen naar adem.

Een stilte bijt zich vast. Wijkt niet.
We tonen onze tanden. Scherp in
het steekspel voor de brandstapel.

Dat we in liefkozing spreken nu
de ochtend onze doodlopende lippen
in zijn armen neemt en opwarmt.

Erika De Stercke

 

ja dat verbaast mij nou ook – dat spreken in liefkozing zo aan het einde van dit gedicht. na die kwijlende verwijten, leugens en misgelopen afspraken. het botert weer eens niet in huize De Stercke – het liefdessausje in de laatste strofe stroomt ietwat ongeloofwaardig mijn huiskamer in.

bregje:

Erika De Stercke

Toeval drijft onze hoofden samen. Jaja, je mag de ochtend wel dankbaar zijn.
Bijna grappig vind ik de regels waar de stilte zich vastbijt en de personages in het gedicht hun tanden tonen en dan ook nog die vastgeroeste nagels. Waar haal je het vandaan, waar haal je het vandaan?   Ik zit hier waarachtig te hoofdschudden.

 

 

onzeker

we praten over bechterew en lyme
hoe je in warm zwavelwater zwemmend
zo goed aan spieren doet
in onze blikken ligt de spiegeling
van ons kent ons
we vragen wanneer kom je weer
boven onze hoofden speelt
driftig draaiend een kraaienpaar
het park ligt onder bloesem van april
de toekomst schijnt ons wankel

jako fennek

 

in een vlaag en met een accent van wankel evenwicht de woorden. waar dan ook. mooi gedaan jako.

Bregje:

jako fennek

In één adem geschreven als je het mij vraagt. Prachtig Jako en je bent zo mooi op tijd met inzenden.

 

 

 

 

vleugellam kattenbelletje
 
zo uitbottend wulps wilde ik je eindelijk ontmoeten
in het park met uitzicht op de lucht
 
in mijn slaapkamerraam, de vecht niet ver
weg vecht ik me door treurende seringen
 
en overwoekerd naakt, onveranderd dromend van bloeiende
bloembedden, ons kleed uitgespreid
 
met heerlijkheden, de voeten bungelend
de tenen in elkaar gehaakt wachtend
 
tot het gaat sneeuwen en ik die de blaadjes
voor je opraap, zelfs het gesnater valt hier mee
 
als je je verstaanbaar weet te maken
ook als het schuim je op de lippen staat
 
en je onder iedere vleugel beperkingen ziet
als excuus om te blijven dobberen, ik hoopte in weerwil
 
ik dacht aan jou als lief, vergaf je je streken
doe jij alles teniet door een vriendschap te beginnen
 
en ons park in de hens te steken
 
 
Jolies Heij

lukt het NET NIET – jammer toch – thema prima neergelegd in bijna alle strofen – een frans terken veroverd – maar de boel gaat uiteindelijk toch de fik in – en dat is geen liefdesvuur.  heij heeft er wel zin aan zo te lezen – voor terken hoeft het niet zo nodig deze heij. waar DE VECHT niet allemaal goed voor is. een heerlijk opgeklopt gedicht deze van Heij.

bregje:

Jolies Heij

Heerlijk, een park met uitzicht op de lucht, ik denk meteen aan Ramses en Sammie maar zie dan de lucht in het slaapkamerraam en dat vind ik best apart. De vecht niet ver weg enzovoort vind ik op het randje van flauw woordspel. Hoe ga je dat doen, tijdens het sneeuwen de blaadjes oprapen? Er zitten wat onlogische beelden en/of handelingen in het gedicht. Ik vermoed dat ze misbruik van de vaart waarin het gedicht geschreven werd maakten. Ik las het graag maar het mag van mij iets zorgvuldiger. De woorden en beelden lopen niet weg, echt niet.
Liefde kan ook zo vreselijk ongemakkelijk in en om je heen kruipen, heb je het voor jezelf duidelijk begint die ander over vriendschap. Hèhè.

 

 

 

Waar ik ben
(wil ik je ontmoeten)
 
In mijn huis zonder stemmen, dichtslaande deuren
en stampende voeten.
 
Waar een gedachte nog uitgedacht kan worden en ik
ineens aan jou (of een ander) kan vragen: kan jij één wenkbrauw,
onafhankelijk van de ander bewegen, of je neusvleugel, of oren,
zonder handen?
 
Of, wanneer ik mijn dronken dochter thuis afzet,
nadat ze zich tot 3x toe in de armen van, ja…., dubieuze mannen heeft gestort,
omdat ik het geweldige idee had dat ze er eens uit moest, omdat ze alleen
nog maar in de taal van een zesjarige sprak.
Dat jij dan mij een halve seconde aankijkt en we lachen
om niet te huilen en dan weer lachen
om dat cliché.
 
Dat die andere helft van die seconde mij over de toegestane snelheid doet rijden,
want ik wil die blik weer zien, van tussen mijn benen uit naar boven, recht boven me,
onder me, naast me, elke keer als we elkaar ontmoeten.
.
Vera van der Horst
.
 heftige emoties zo op de vroege zondagmorgen, de dag des heren. best wel leuk hoor. lachen om niet te huilen – en dan die blikken in der bed – ze houdt alles in der gaten hoor hahaha. nee een ontmoeting met vera van der horst gaat niet ongemerkt voorbij. ik houd wel van deze woorden – en van haar. maar dat laatste terzijde.

bregje:

.Vera van der Horst

.

Een vurig Vera gedicht, vol herkenbare beelden en situaties en een te vatten wens. Wenkbrauw met een a haalt de rode streep van mijn meedenker weg.
Ik heb genoten Vera …. Omdat ze alleen nog maar in de taal van (een) zesjarige sprak of, in de taal van zesjarigeN sprak. De keuze is aan jou. Ik vind dat je een prachtig gedicht hebt neergezet. Voor haastige taalfouten e.d. zijn er redacteuren. Dankjewel.

Het canvas van de duinen

Zij zet het canvas recht
kleuren zien wij schuiven

zo zie ik bewegend fruit
van mand naar mond

zij tikt het penseel in lijnen
van duin zand en tafelkleed

zij legt het neer in picknick stijl
tot meeuwen vruchten stelen

wij schilderen de vlucht uit ‘t paradijs
met strelend slaande handen.

Rik van Boeckel
22 april 2018

bregje is al op weg naar zandvoort rik – ze wil zonnen riep ze vrolijk in het wilde weg – nu het nog kan – bij het kopje van bloemendaal zal ze jouw mooie gedicht genieten – scheveningen – de haag – de duinen – een panorama van mesdag – nog net voor het onweer vanmiddag – de vlucht uit het paradijs – jouw gedicht als de brief van willink – dat zijn de associaties hier in 020. dank je voor insturen – we hadden net te vroeg ingepakt. met excuses rik.

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG: ‘Wie steelt er nou mijn fiets? Met zijn gele mandje en vrolijke kleuren was ie duidelijk van mij, niet van iemand anders.’

Geplaatst op
Vertraging vanwege het missen van mijn fiets alles gaat trager deze week omdat alles langer duurt. Of eigenlijk duurt het langer om er te komen. Excuses.

 

Mijn fiets is gestolen.

Niet zomaar een fiets, maar mijn fiets.

Vorige week zondag al, toen stond ie ineens niet meer op haar vertrouwde plekje. Het was een zij. Mijn vorige fiets was een hij. Stoer was die, betrouwbaar,sterk totdat ie door zijn frame zakte van ouderdom, ja van ouderdom, 13 jaar gezond op rondgecrosst. Toen kwam deze, na een paar goedkope mislukte aankopen. Deze laatste was zachtaardiger, zachter, ronder. Fietste als een tiet. Duurde even voor ze op gang kwam, maar dan zat je als een koningin en ging het hard, stevig, als een locomotief.

Wie steelt er nou mijn fiets? Met zijn gele mandje en vrolijke kleuren was ie duidelijk van mij, niet van iemand anders.

Na een week van zoeken en hopen dat ie nog terug zou komen bij mij, hoorde ik van onze aardige wijkagent dat er een hele serie fietsen van het merk Cortina in stadsdeel West was verdwenen. Helaas waren er weer bendes fietsendieven op pad geweest.

Er zijn dus van die dieven, die besluiten op jacht te gaan in de nacht en alle goede fietsen van het merk Cortina los te snijden met een slijper om er rijker van te worden.

Oja zo werken dieven. Ze stelen ze niet omdat ze iets aan arme mensen willen geven. En het was dus ook geen gelegenheidsdief die perse met zijn dronken harses op een fiets met een geel mandje dronken capriolen wilde uithalen, neeeee het was een gerichte daad.

En ja je kunt een fiets missen, niet alleen het gemak dat ze er is, maar vooral het gevoel dat jij en die fiets bij elkaar horen. Je kent haar nukken en haar trapkracht, je weet hoe ze het liefst de bochten neemt, je kent het remvermogen, je weet hoe ze een heuvel het makkelijkst neemt en je weet wanneer ze onderhoud nodig heeft,

Nu moet ik opnieuw op zoek naar eentje die lekker rijdt, goed zit, remt, trapt en qua uiterlijk bij me past. Dat is een heel gedoe, want je ontmoet daardoor ook heel veel fietsverkopers, de liefhebbers en de onverschilligen, de lompe en de aardige. Tot nu toe was er één verkoper die me goed begreep en bij hem mocht ik een paar fietsen uitproberen, waaronder een nieuwe Cortina. Een zacht grijze met een gouden randje.

Die was het bijna, maar lag helaas een beetje boven mijn budget en je kunt er ook maar beter een verzekering bij nemen, want zo’n pracht exemplaar is natuurlijk meteen een uitdaging voor de bende fietsendieven.

Dus ik zoek verder en ik loop nu door de stad. Terwijl ik zo graag zoef zoef in de nacht door de straten glijd, maar nu iemand anders op míjn mooie fiets rijdt.

Heb je er eentje hebt staan, de jijzelf niet meer gebruikt, maar waarvan je denkt dat ik daarvan kan houden, laat het me weten. Wie weet schrijven we samen nog fietsplezier en poëzie over het rijwiel.

 

©Lisan Lauvenberg

20 april 2018

 

Share This:

Geen categorie

de laatste brief van ANDREA toen

Geplaatst op

 

LAATSTE BRIEF AAN EEN VOORMALIG GELIEFDE. OF. NOU JA. DAT DUS.

Lieve broer van,

Afgelopen week, dinsdagmiddag om precies te zijn, deed ik een middagdutje. Nou ja, to be honest, ik heb bijna de hele dag geslapen. Soms heeft een mens dat nodig. Tijdens mijn slaap hoorde ik in de verte een liedje. De glazenwassers verrichten hun periodieke wonder op tien hoog toen het deuntje mijn gehoor bereikte. Het deed me denken aan jou, de dvd die je me gaf. En dat je de laatste bent aan wie ik een brief schrijf. Soms, is het beter om het verleden te laten rusten. Ik heb geschreven wie ik wilde schrijven, ben waar ik wil zijn. En dat is precies hier. Thuis. Het zijn geen gemakkelijke tijden geweest. Voor jou ook niet. Dat weet ik. Het spijt me, hoe ik je destijds behandeld heb. Je zag iets in mij dat ik zelf nog niet zag. Niet wilde zien. Ik weet dat je bent gaan reizen. Daar iemand hebt ontmoet. Ik hoop dat je gelukkig bent. Misschien al wel vader bent. Het is je gegund. Ik ben ook gaan reizen. Schrijven. Veel gaan schrijven. Het is de bedoeling dat volgend jaar mijn boek verschijnt. Misschien lees je het wel ooit. Weet dat ik je dvd veel heb gedraaid. Met name dit nummer. En dat ik denk dat ik het aandurf. To take the heat now. And…a fake cool image should be over. Is over.

Heel veel liefs,
Andrea

What’s worth nothing else but love
Take a walk down any street now
Every one of us in our own little world
Looking for a heart with whom to beat now

What’s worth nothing else but love
I’m prepared to take the heat now
What’s worth more than anything else at all
To keep you firmly on your feet now

So fake cool image should be over
?Cause I long for a feeling of home
Real life, depicted in song
A loving memory
After long, home is a place where I yearn to belong

Where the land meets the sea
She’ll be smiling so sweetly now
I hope that she’ll be here much longer than I will
My heart loves her with every beat now

So fake cool image should be over
Cause I long for a feeling of home
Real life, depicted in song
A loving memory
After long, home is a place where I yearn to belong

 

 

Share This:

Geen categorie

VON SOLO: ‘Maar ze slikte het.’

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

In de communicatiewereld worden de lakens uitgedeeld door vrouwen. En zij was één van die vrouwen. Als je altijd gelijk hebt kun je een eind komen. En nu had ze net weer een mooie campagne voor de Rotterdamse overheid opgeleverd. Vooral de originele pakkende invalshoeken qua naamgeving oogstten lof.

 

Deel 227. Pikpraat

Het betrof een campagne tegen seksuele intimidatie op straat. In navolging van Brussel kon Rotterdam niet achter blijven. Er moest natuurlijk ook een naam voor die seksuele intimidatie worden bedacht die ‘catchy’ zou zijn. Tijdens een vergadering met de opdrachtgever had ze bijna onbewust in een katerige bui de term ‘pikpraat’ geopperd. Daar schrok ze zelfs een beetje van. Maar het werd direct aangegrepen. En toen de vraag werd gesteld hoe dan de app zou moeten heten om pikpraat te melden kon ze niets anders meer murmelen dan: ‘stop app’. Dat was wederom een voltreffer. De terminologie was bepaald en men kon weer aan de slag. Ze wilde niets liever dan direct de vergaderruimte verlaten.

De avond ervoor was ze met drie vriendinnen naar The Suicide Club op het dak van het Groothandelsgebouw gegaan. Champagne, cocktails, gin tonics en uiteindelijk aan de shooters. Geen eten uiteraard. Want als je net de veertig gepasseerd bent, dan gaat het tellen. Ook al is je lichaam niet geruïneerd door zwangerschappen en bevallingen. Een geluk dat ze dan nog had. Zij deelde de lakens uit. Zij deelde altijd de lakens uit. En naarmate het later werd deelden de vrouwen vooral samen dat wat tussen de lakens. ‘Pikpraat’ noemden ze dat onderdeel van de avond altijd.

Grootte was belangrijk. En vorm. En of hij schoon was. En wat hij er mee deed. En wat zij er mee deden. Of al lang niet meer deden. Maar zij spande altijd de kroon. Want zij hàd geen gezin. Geen vaste partner. Zij was de succesvolle seks-in-the-city-single. Dikke baan in de communicatie en dito pik via de Tinder any time of day. Maar deze keer had ze niet zoveel te vertellen. Deze week waren er geen pikken geweest bij haar. Ze sloeg nog een shooter achterover en dicht terwijl ze haar ogen vochtig en haar vagina droog voelde worden. Ze dacht aan twee weken eerder.

Hij was een lot in de loterij. Half de veertig. Knap maar doorleefd koppie. En kwajongen in de verpakking van een man. Creative industry. Self supporting. Twee kinderen uit een eerdere relatie. Beiden in de pubertijd. Dus daar geen last van. Ze had hem ontmoet via Tinder en was dubbel verrast toen hij ook nog eens de baas bleek van het vormgeversbureau, dat was ingehuurd voor haar campagne. Ze had de afgelopen weken droog gestaan. En verlangde als een krolse poes naar het lichaam van een man. Toen hij haar uitnodigde voor een drankje wisten beiden genoeg. En ondanks dat ze geen fan was van orale seks had ze zich er op zijn verzoek toch aan overgegeven tot op zijn hoogtepunt andere reflexen het bijna bij haar hadden overgenomen. Maar ze slikte het. Ze dacht hem in haar zak. Ze zouden weer afspraken. Hij was die volgende vrijdag bij de Suicide Club het hoogtepunt tijdens de pikpraat.

Maar van hem hoorde ze niets meer. Niet na één dag. Niet na twee dagen. Niet na drie. Via Tinder pingde ze hem op donderdag. En hij gaf aan die middag wel af te willen spreken voor koffie. Bij de Hopper op de Schiedamse Vest ontmoetten ze elkaar. Zij een dubbele espresso, want powervrouw en hij een triple, want man. Na wat plezanterijen en platitudes uitgewisseld te hebben liep hij naar het toilet en liet zijn telefoon achteloos op tafel liggen. Ze kon zich niet bedwingen om erin te kijken. Alles is uiteindelijk communicatie. Als was ze een geleideprojectiel tikte ze het haar zo bekende Tinder-symbool aan. En rij met zeven chats flitste op. Alle de vrouwen leken op haar. Sommige wat jonger. De woorden leken op die van haar, zoals ze begonnen waren. Toen hij terugkwam was ze vertrokken. De rekening was betaald.

Afgelopen Poetsclub was ik bij café De Schouw in gesprek geraakt met een grafisch vormgever. Hij vertelde me dat hij de week ervoor in één week door vier vrouwen gepijpt was. Hij kon het met goed fatsoen niet meer bijbenen wie nou wie was. Het waren er zoveel. En ze waren allemaal lekker. Lekker genoeg in ieder geval. Hij was er met acht tegelijk bezig. En snapte het ook niet. Zo nu en dan haakte er ééntje af, maar dan Tinderde hij er zo weer een nieuwe. En toch zou hij liever een relatie hebben zoals ik, zei hij. Ik zei dat hij niet wist waar hij het over had. En op mijn beurt had ik geen idee waar hij het over had. Maar we hadden een gezellig gesprek. De volgende dag viel me een poster op waarop stond dat ‘Lekkere billen verboden waren’ en dat dat ‘pikpraat’ was, die je kon melden via een stop-app. Betuttelende communicatie rotzooi. Ik kon me precies voorstel wat voor type zoiets zou verzinnen. Pikpraat…

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN – waar de bananen rood kleuren daar misschien

Geplaatst op
Misschien
 
Voorbij de steenwoestijn,
langs desolate terreinen,
 
voorbij de laatste grassen
en die ene gehavende boom,
 
waar de wind licht is
en de servetten laat wapperen
op ons zuidelijk terras,
 
waar men voor de regen bidt
in langdurige dansen
bij laaiend vuur,
 
waar de bananen rood kleuren
en de paradijsvogel jubelt:
kom naar boven,
 
waar de zee strak staat met witte zeilen
aan de andere kant van de bergen,
daar ga ik je ontmoeten
misschien

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ met een pleidooi voor FACEBOOK – “ARJEN LUBACH is een eikel”

Geplaatst op

 

Moeten we het echt over Facebook hebben, waarde lezer? Van alle kanten besprong het Grote Nieuws mij afgelopen week. De Nationale Paniek was uitgebroken. Ik werd met diverse uitroeptekens gewezen op de gevaren van het sociale medium waarvoor de Held en Roerganger ons waarschuwde. Die in deze Bange Dagen een soort ik-ben-woedend-op-Mark actie had opgezet – naar het voorbeeld uit de tijd dat we het opgeheven vingertje nog heel ouderwets in de vorm van briefkaarten naar de Duitsers opstuurden – de woedende presentator dus die zijn volgers maande de Grote Misbruiker de rug toe te keren. De collectieve pleuris was een feit. Ik heb maar half begrepen wat adverteerders allemaal met mijn gegevens op FB uithalen, maar fraai klonk het niet. Iets met intieme informatie laten lekken naar onfrisse instellingen. Maar wisten we dit niet allang?

Overigens heb ik de uitzending niet bekeken, niet eens op uitzending gemist, want ik kijk bijna geen TV, alleen aan series op netflix wil ik me nog wel eens bezondigen, en ik vind Arjen Lubach een eikel. En om lekken te voorkomen is mijn boodschap simpel: zet niets op FB wat u schaadt. De hele wereld hoeft het tenslotte niet te weten als u aan de race bent of dronken in de goot ligt. Ik heb zelfs mensen horen zeggen: mijn FB heb ik verwijderd, maar Twitter zal ik nooit opgeven. Daar heb je nou precies een medium voor proletenpolitici, heetgebakerde presidenten en iedereen die de ramen op de wereld wil besmeuren met vogelpoep van jewelste. Iets anders kun je ook niet met die 140 tekens. Maar pas op, in dichtersland is het tegenwoordig hip om houtjetouwtjeteksten zonder kop of staart met van begin tot einde een opeenstapeling van twitterige oneliners te schrijven.

De jonge Slammeisjes hebben er volop succes mee. Ze brengen alleen maar statements, klaagde Melvin van Eldik tegen mij. Ze vertellen geen verhaal meer, meende Elbert Gonggrijp. Ze hebben de aandachtsspanne van een ADHD-kip. Toegegeven, niet voor niets heet FB tegenwoordig het medium voor ouwe knarren te zijn. Want FB is er voor het verhaal, voor wie de aandacht kan opbrengen om langer dan twee tellen op tekst te focussen. Trouwens, wat moeten al die onfrisse instanties nou met mijn op FB geposte teksten? Alsof die rechercheurs het zouden kunnen opbrengen om alles te lezen. Neem nou deze column. Ik weet zeker dat u, als u hier nog niet bent afgehaakt, lieve lezer, tot een trouwe lezer behoort en u bent met weinigen, dat kan ik u verzekeren. Bovendien is het allemaal fictie, dus niet interessant voor de echtheidsgetrouwe omstanders die er alleen op uit zijn om mede-omstanders op fouten te betrappen, te bashen en ten val te brengen.

Niets bevredigender dan continu aan de poten van andermans stoel te zagen. Als ik op FB de opmerking plaats dat ik dronken in de goot lig, kunt u ervan op aan dat het niet waar is. Zelfs met een getructe foto van mijn bont en blauw gedeukte kop tegen het bordkartonnen décor van een goot. Natuurlijk vertel ik de wereld niet de waarheid! Ik sta er immers om bekend dat ik lieg, zoals wij dichters allen doen. Overigens zijn er onrustbarender zaken als het om het lekken van betrouwbare informatie gaat, zoals bijvoorbeeld patiëntendossiers. Kreeg je vroeger, als je van huisarts veranderde, je papieren dossier mee waarop je compromitterende informatie geruisloos kon laten verdwijnen, tegenwoordig staat alles in het virtuele gebeiteld. Wat te denken als je met een delirium in het ziekenhuis wordt afgeleverd, of door de witte jassen afgevoerd als je je huiskamer verbouwt nadat je vrouw je heeft verlaten en wordt gediagnosticeerd met een psychotische depressie? Zo’n aantekening reist je hele verdere leven met je mee en iedere arts die het dossier openslaat weet meteen: dit is een gevaarlijke psychoot, of een liederlijke dronkelap, ook al was het een misstap die je maar één keer in je leven hebt gemaakt. Dus nee, al dat lekken op FB heeft werkelijk niets om het lijf. Laten we gewoon genieten van elkaars vermakelijke verhalen en poëzie blijven delen. Het is tenslotte een podium en ik laat op het levende podium ook nooit mijn broek zakken.

 

 

lente met schwung

hoe alles buiten tikt net als van binnen
de bermbommen op springen, de te ontginnen madelievenstroken

alles danst beter op het scherp van de schede
de stengels worden ingevet, zie ze wenken

de narcissen met hun trompetten naar de schone anemonen
het meloenboompje dat de vroeggeilste bijen lokt

de narcismariekes het spiegelbeeld van de mooiste
in egoland waar alles woelt en wuift en kruipt

voor het nageslacht, trots en ijdel en vol verlangen
laten ze hun bladlingerie zakken om het leucospermum

te ontvangen, zie de seringen swingen met de ranonkels
de irissen naar de hyacinten grissen

alles bloesemt schaamteloos popt uit de knop
danst op de adem van de hijgerige lentebries

ik ben een wijnrank, ik sta aan de wand, ik gist
en rijp alleen voor jou, opdat je me naakt naar binnen giet

 

Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

we doen het weer en we hebben meteen EEN REL! JOLIES HEIJ min-acht de prachtwerken van de winnaar CARTOUCHE – ‘Cartouche dat is allemaal GERAASKAL’ volgens heij.

Geplaatst op

 

Jolies Heij: Een Cartouchje? Mijn gedicht is toch veel begrijpelijker dan het geraaskal van Cartouche met al die onbegrijpelijke woorden. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Mijn gedicht houdt het tenminste sec bij de flora & fauna.’

 

de winnaar van de zondagochtendwedstrijd CARTOUCHE met zijn prachtgedicht BLOEM VAN VLEES valt zelf en zijn werken vallen nog minder in goede aarde bij JOLIES HEIJ. Cartouche dat is allemaal en alleen maar moeilijke woorden volgens Heij – en bovendien een hoop geraaskal luidt het collegiale oordeel van jolies. lees het gedicht van cartouche nog een keer en vorm uw oordeel. heeft heij gelijk of was het toch de voltallige jury op pomgedichten die het gedicht van Cartouche met goud bekroonde:

 

 

Bloem van vlees

wat wij dachten, te weten, van het eeuwige
warmen van zon en wisselen van maat en kleur
ons wervelbogend richten naar het ritme van

het almaar groeiend beginsel, de ongekende schat
van dansende woorden, steeds meer in zicht dat ene
– tepeltippende dat alle andere overbodig maakt –

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

de hang naar een staak, een stempel en een helm-
knop van goud gevlochten. het rafelen van de streng

in onontwarbare draden, onspinbaar garen en
de klos van verwaaid dwarrelhout uit eindeloos
herhaald bloeden van een amazonewoud

krijgen we – metterdaad – weet van vloeien en
smeulen in een bed van fiolen – van teer en een
sigaret een leven lang omzien naar het ongehoorde

wervelwoord dat door het rad geschept
uit de stroom even oplicht en in deemster daalt

13 april 2018
© Cartouche

 

 

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

een heerlijke wending – hahaha – twee strofen geheel over the top en dan gaat onze cartouche er even voor zitten. en? is het dorren van vruchten en het schiften van melluk hem genoeg – WELNEE! cartouche zet nog even een tandje bij: het smeult het vloeit het teert dat we er vrolijk bij worden. ja als cartouche het dichten op zijn heupen heeft trek dan je harnas maar aan.

 

Share This:

Geen categorie

CARTOUCHE wint de enige echte bloem-ende-dans of dans-ende-bloemtrofee op pomgedichten – MARTEN JANSE zilver

Geplaatst op

we zijn weer terug – en naar ik vermoed voor velen bereikbaar. de winnaars waren marten janse – zilver deze week en onze cartouche voor het goud. toevallig ook de eerste twee inzendingen. wonderlijk toch en knap hoe een min of meer vrij thema toch zo inspirerend kan werken dat we zulke prachtige teksten aan poëzie kunnen presenteren.

nouja presenteren als je niet bereikbaar bent presenteer je niks. alleen god weet waar het aan gelegen heeft. in de digitale wereld liggen dood en leven net zo dicht bij elkaar als in het werkelijke leven. hij doet het of hij doet het niet.

we doen het weer. dank voor het inzenden.

 

 

wie wint de enige echte bloemendedans of dansendebloemtrofee op pomgedichten? ja we hebben weer een mooi thema te pakken lieve lezer, lieve dichter. kijkt toch eens hoe wonderschoon de natuur in alle bloesem de mensheid tot dansen brengt! dat zijn de thema’s

 

Schoenen

Dat je danser moet zijn
om te lopen op van die
duizelende schoenen

Laat het straat zijn, parket
of hoogpolig tapijt, blauw
van verzopen liefde

Dat je dronken was
om te kopen en ik
allang verloren

Geen bloem die hierbij
past, geen toverspiegel
en geen Gorters Mei

Marten Janse

 

‘en ik allang verloren’ de regel waaraan het hele gedicht werd opgehangen – in een soort dramatiek die mij heel erg bevalt – dit is nou eens een IK die ons allen raakt – de allang verloren geraakte IK die we allemaal in ons mee dragen om de wereld om ons heen met lede ogen aan te zien. dronken om te kopen – die regel plaats ik even niet.

 

 

Bloem van vlees

wat wij dachten, te weten, van het eeuwige
warmen van zon en wisselen van maat en kleur
ons wervelbogend richten naar het ritme van

het almaar groeiend beginsel, de ongekende schat
van dansende woorden, steeds meer in zicht dat ene
– tepeltippende dat alle andere overbodig maakt –

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

de hang naar een staak, een stempel en een helm-
knop van goud gevlochten. het rafelen van de streng

in onontwarbare draden, onspinbaar garen en
de klos van verwaaid dwarrelhout uit eindeloos
herhaald bloeden van een amazonewoud

krijgen we – metterdaad – weet van vloeien en
smeulen in een bed van fiolen – van teer en een
sigaret een leven lang omzien naar het ongehoorde

wervelwoord dat door het rad geschept
uit de stroom even oplicht en in deemster daalt

13 april 2018
© Cartouche

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

een heerlijke wending – hahaha – twee strofen geheel over the top en dan gaat onze cartouche er even voor zitten. en? is het dorren van vruchten en het schiften van melluk hem genoeg – WELNEE! cartouche zet nog even een tandje bij: het smeult het vloeit het teert dat we er vrolijk bij worden. ja als cartouche het dichten op zijn heupen heeft trek dan je harnas maar aan.

 

 

Bloesemregen

Zie de bloesempracht verwaaien
bloemblaadjes draaien om hun as
een witte bui valt op en in de fietstas
op zoek naar beschutting
tegen te wild vertier

dat je behoedzaam op je tenen loopt
om wat neervalt niet te schaden
geen ruwe voet op een teer lijf

zoals je een schouderduw vermijdt
in een overvolle straat
je stuurt je fiets als een danser
behendig door de massa
naar een bank in het park

wacht er tot de bloesem neerdaalt
hoe je taalt naar een regendans
die het voorjaar zegent

 

FT 14042018

 

heel voorzichtig opgezet deze tekst. bijna te teer om aan te raken. om te recenseren. frans ik ga vandaag  liever voor iets pittigers.

 

 

de lente is bruut
barstende knoppen
de scherpe snavel van de fuut
een duif in de dakgoot
een kleverige kastanjeloot
kan het stoppen

de lente is bruut
met zijn vleugels van staal

 

PetraMaria

 

ja dit soort hoi koe achtige waarnemingen kunnen mij niet verschalken op de zondagochtend. er is van alles aan de hand in de natuur – maar de natuur hoeft niet beschreven – dat zou dubbellop zijn.

 

Lentekind

Laat de regen dansen in sleets gewaad
tot de zon als straal van bloemen dwaalt
in geuren en kleuren de aarde omhelst
de lippen van tulpenvrouwen kust

de reiger langs oevers van groen goud
glimt in dansante spiegel van dromen
de zwaanwitte hals duikt zichtbaar op
rimpeling neemt eenden en futen mee

over de brug springen fietsers
in pantomimische beweging
trappers slaken een zucht van verlichting
als bloemen wuiven naar lentekind.

 

Rik van Boeckel
14 april 2018

 

ha tulpenvrouwen – dan heb je wat – rik weet weer een wereld van dansers fietsers dieren  vrouwen en kinderen  te laten opleven in iets wat we toch wel lente achtig mogen noemen.

 

Stront geen fecaliën aan de knikker

 

We klimmen de kaats-

heuvel op, keuvelen

niet meer.

Stilaan laden we

onze stilte op.

 

Naaktpaaldansen, daar

gaan we voor.

Struiken en bomen knoppen

aan met het jaargetij.

Griep en winter gaan voorbij.

 

Dat leggen we niet uit,

we liggen dra neer,

zien nog even de bloesems,

horen nog de bijen,

 

gaan dan op

in sterrenhemel.

 

 

 

 

marc tiefenthal

dichter essayist / poète essayiste

Sint-Niklaas

blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

 

van de bloesemblaadjes de stront in – we worden op deze ochtend alle kanten opgeslingerd. tiefenthal legt niets uit. en dat is maar goed ook – we hebben al genoeg werk te verrichten om deze hoop woorden te ontlopen. te ontstijgen.

 

 

 

van lente is zijn jas geweven, hij draagt hem
lang om het grillen te verdagen.
trekt hij hem uit, zij slaan hem
om de oren met bloesems, botten en vrolijkheid.

ligt in zijn blik nog honger naar de winter
of kijkt hij alweer herfstig vooruit?
hij sluit de ogen, hij hoort de ruis, het hagelt
in zijn gemoed.

 

Annagriet Diesman

 

 

de eerste regel is prachtig maar daarna hoeft het voor mij niet echt meer. weer die beschrijvingen. zo breng je jonge mensen nog  van het pad der poëzie af. twintigers en dertigers denken toch al dat een of ander verhaaltje poëzie genoemd mag worden.

hier is menno wigman niet voor gestorven. zeg ik altijd maar.

 

dag Pom – ik geraak niet op jouw site vandaar via deze weg
groeten Erika

 

Podiumdier

Hoe hij daar staat, een half geplukte kalkoen,
de lellen onder de schoudervulling geschoven.

Hij kent de overgang van donker naar het licht,
van het pikken naar een hogere plaats.

Succes wacht niet in een bescheten hoek.

Al eisen de rivalen zijn pluimen op de planken,
hij rukt ze uit met een gekir dat zelfs de strafste
slapers maanden wakker houdt.

Zijn handen, geolied in baltsen laten de veren
rollen. De massa graait. Hij zo goed als naakt.

De outfit vervangen door eetbare bloemen, hij
glundert, lanceert door een vliegende nacht.

Erika De Stercke

 

waar een foto niet toe kan leiden – en erika toe leidt. nou ik geloof wel dat ze hier een podiumdier neerzet. in taal. het podiumdier zelf koos voor een woordenloze performance in de witte de withstraat in 010 vorige week vrijdagavond. hoe Erika haar best ook doet hoe ook de performer is beschreven de woorden blijven op enige afstand van de performer en vandaag  toch ook van mij.

 

goedenacht pom

het lukt me vandaag maar niet om op de site te komen
is er weer iets mis?
gelukkig had ik via fb nog wel het thema meegekregen, dus vandaar mijn gedicht

lente met schwung

hoe alles buiten tikt net als van binnen
de bermbommen op springen, de te ontginnen madelievenstroken

alles danst beter op het scherp van de schede
de stengels worden ingevet, zie ze wenken

de narcissen met hun trompetten naar de schone anemonen
het meloenboompje dat de vroeggeilste bijen lokt

de narcismariekes het spiegelbeeld van de mooiste
in egoland waar alles woelt en wuift en kruipt

voor het nageslacht, trots en ijdel en vol verlangen
laten ze hun bladlingerie zakken om het leucospermum

te ontvangen, zie de seringen swingen met de ranonkels
de irissen naar de hyacinten grissen

alles bloesemt schaamteloos popt uit de knop
danst op de adem van de hijgerige lentebries

ik ben een wijnrank, ik sta aan de wand, ik gist
en rijp alleen voor jou, opdat je me naakt naar binnen giet

 

Jolies Heij

ik zou zeggen hier hebben we een cartouchje te pakken – totaal over the top regels en ze hamert maar door onze jolies tot de wending – in de laatste twee regels – de verstilling – maar zie en vergelijk toch eens hoe sluw en professioneel cartouche dergelijke wendingen aanpakt – na een twee strofen bouwt hij de wending in – niet nadat elke normale lezer allang is afgehaakt zoals bij deze tekst van lieve jolies. ze zal wel weer boos op me worden.

 

Schoenen

Dat je danser moet zijn
om te lopen op van die
duizelende schoenen

Laat het straat zijn, parket
of hoogpolig tapijt, blauw
van verzopen liefde

Dat je dronken was
om te kopen en ik
allang verloren

Geen bloem die hierbij
past, geen toverspiegel
en geen Gorters Mei

Marten Janse

 

 

Bloem van vlees

wat wij dachten, te weten, van het eeuwige
warmen van zon en wisselen van maat en kleur
ons wervelbogend richten naar het ritme van

het almaar groeiend beginsel, de ongekende schat
van dansende woorden, steeds meer in zicht dat ene
– tepeltippende dat alle andere overbodig maakt –

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

de hang naar een staak, een stempel en een helm-
knop van goud gevlochten. het rafelen van de streng

in onontwarbare draden, onspinbaar garen en
de klos van verwaaid dwarrelhout uit eindeloos
herhaald bloeden van een amazonewoud

krijgen we – metterdaad – weet van vloeien en
smeulen in een bed van fiolen – van teer en een
sigaret een leven lang omzien naar het ongehoorde

wervelwoord dat door het rad geschept
uit de stroom even oplicht en in deemster daalt

13 april 2018
© Cartouche

 

Bloesemregen

Zie de bloesempracht verwaaien
bloemblaadjes draaien om hun as
een witte bui valt op en in de fietstas
op zoek naar beschutting
tegen te wild vertier

dat je behoedzaam op je tenen loopt
om wat neervalt niet te schaden
geen ruwe voet op een teer lijf

zoals je een schouderduw vermijdt
in een overvolle straat
je stuurt je fiets als een danser
behendig door de massa
naar een bank in het park

wacht er tot de bloesem neerdaalt
hoe je taalt naar een regendans
die het voorjaar zegent

 

FT 14042018

 

 

de lente is bruut
barstende knoppen
de scherpe snavel van de fuut
een duif in de dakgoot
een kleverige kastanjeloot
kan het stoppen

de lente is bruut
met zijn vleugels van staal

 

PetraMaria

 

 

Lentekind

Laat de regen dansen in sleets gewaad
tot de zon als straal van bloemen dwaalt
in geuren en kleuren de aarde omhelst
de lippen van tulpenvrouwen kust

de reiger langs oevers van groen goud
glimt in dansante spiegel van dromen
de zwaanwitte hals duikt zichtbaar op
rimpeling neemt eenden en futen mee

over de brug springen fietsers
in pantomimische beweging
trappers slaken een zucht van verlichting
als bloemen wuiven naar lentekind.

 

Rik van Boeckel
14 april 2018

 

 

Stront geen fecaliën aan de knikker
 
We klimmen de kaats-
heuvel op, keuvelen
niet meer.
Stilaan laden we
onze stilte op.
 
Naaktpaaldansen, daar
gaan we voor.
Struiken en bomen knoppen
aan met het jaargetij.
Griep en winter gaan voorbij.
 
Dat leggen we niet uit,
we liggen dra neer,
zien nog even de bloesems,
horen nog de bijen,
 
gaan dan op
in sterrenhemel.
 
 
 
 
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)
 
 
 
van lente is zijn jas geweven, hij draagt hem
lang om het grillen te verdagen.
trekt hij hem uit, zij slaan hem
om de oren met bloesems, botten en vrolijkheid.
ligt in zijn blik nog honger naar de winter
of kijkt hij alweer herfstig vooruit?
hij sluit de ogen, hij hoort de ruis, het hagelt
in zijn gemoed.
 
Annagriet Diesman
 
 
 

dag Pom – ik geraak niet op jouw site vandaar via deze weg
groeten Erika

 

Podiumdier

Hoe hij daar staat, een half geplukte kalkoen,
de lellen onder de schoudervulling geschoven.

Hij kent de overgang van donker naar het licht,
van het pikken naar een hogere plaats.

Succes wacht niet in een bescheten hoek.

Al eisen de rivalen zijn pluimen op de planken,
hij rukt ze uit met een gekir dat zelfs de strafste
slapers maanden wakker houdt.

Zijn handen, geolied in baltsen laten de veren
rollen. De massa graait. Hij zo goed als naakt.

De outfit vervangen door eetbare bloemen, hij
glundert, lanceert zich door een vliegende nacht.

Erika De Stercke

 

 

goedenacht pom

het lukt me vandaag maar niet om op de site te komen
is er weer iets mis?
gelukkig had ik via fb nog wel het thema meegekregen, dus vandaar mijn gedicht

lente met schwung

hoe alles buiten tikt net als van binnen
de bermbommen op springen, de te ontginnen madelievenstroken

alles danst beter op het scherp van de schede
de stengels worden ingevet, zie ze wenken

de narcissen met hun trompetten naar de schone anemonen
het meloenboompje dat de vroeggeilste bijen lokt

de narcismariekes het spiegelbeeld van de mooiste
in egoland waar alles woelt en wuift en kruipt

voor het nageslacht, trots en ijdel en vol verlangen
laten ze hun bladlingerie zakken om het leucospermum

te ontvangen, zie de seringen swingen met de ranonkels
de irissen naar de hyacinten grissen

alles bloesemt schaamteloos popt uit de knop
danst op de adem van de hijgerige lentebries

ik ben een wijnrank, ik sta aan de wand, ik gist
en rijp alleen voor jou, opdat je me naakt naar binnen giet

 

Jolies Heij

 

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG en de afrikaantjes

Geplaatst op

 

Afrikaantjes

Gisteren zei ik:

Morgen ga ik afrikaantjes planten in het aardappelbed.

Vandaag kon ik zeggen:

Ik heb afrikaantjes geplant in het aardappelbed.

 

Steeds als ik het zei, vond ik dat het leuk klonk. Voor mensen die niet weten wat afrikaantjes zijn, is het een hele vreemde zin, waar dan voor hun ook totaal geen betekenis aan zit. En als je niet weet hoe aardappels groeien, dan weet je waarschijnlijk ook niet goed raad met de term aardappelbed.

Door iemand die niet goed had geluisterd, werd ik bestraffend toegesproken en die gebruikte de term : Racistische kletspraat, ook bezigde hij de term “trut” een daar bedoelde hij mij waarschijnlijk mee. Ik weet niet wat ie gehoord had, want de rest om hem heen moest vreselijk hard lachen en daarop liep hij beledigd weg, waarschijnlijk denkend dat ik en de anderen vuile racisten zijn, die iets doen met Afrikanen in bedden of zo. We hebben onze innerlijke zoektermen er op losgelaten om er achter te komen wat hij gehoord dácht te hebben. Kom je natuurlijk nooit meer achter.

Terwijl het zo onschuldig en liefdevol is. Een aardappelbed van 10 meter waarin tien afrikaantjes staan, waardoor de wormen weten : Hier moeten we niet zijn. Althans dat hopen we, dat ze dat denken.

 

©Lisan Lauvenberg – 13 april 2018

 

 

Tuin

Ik zit voor het raam en zie
hoe de tuin niet is veranderd
voor haar ben ik niet weggeweest

de tuin kijkt mij recht in mijn gezicht
het is vreemd te bedenken dat zij mij
niet kent, zich mij niet herinnert

na al die tijd dat ik hier niet was
ik de tuin was vergeten, zij voor mij
niet bestond, is zij nog helemaal als toen

hoezeer ik ook van haar houd, voor mij
is zij niet gebleven, niet omdat ze op mij
wachtte is zij er, zij is er zoals ook ik er is

Uit: Toen ik dit Zag, Rutger Kopland | Van Oorschot 2008

.

Share This:

Geen categorie

VON SOLO: ‘Nog één tip. Koop en lees de bundel ‘Bokman’ van Dean Bowen. Het beste dat ik in jaren aan poëzie gelezen heb.’

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Als ik aan vluchtelingen denk, dan heb ik nog steeds sterk het idee dat alle Oost- en Noordafrikanen economische motieven hebben. Als ik aan criminele straatjeugd denk, dan associeer ik dat toch altijd eerst met Marokkanen. Iemand met Afrikaanse roots noem ik voor het gemak toch meestal een neger. Over mijn vooroordelen aangaande de Islam zal ik het niet hebben. Ik kan op basis van bovenstaande niet anders concluderen dat ik een racist ben. Terwijl mijn verstand en gevoel toch anders zouden zeggen als je het me vraagt.

 

Deel 226. Racist

Ooit liep ik met mijn moeder over de Henegouwerlaan. Vanuit tegenovergestelde richting kwamen twee mannen van Afrikaanse afkomst ons tegemoet. Mijn moeder kroop dicht tegen mee aan. Ik lachte en grapte dat ze dat niet moest doen. Ze kunnen het namelijk ruiken als je bang bent. Ze rilde en ik lachte. Er was natuurlijk niets aan de hand. Als je mijn moeder vraagt of ze racist is, dan zal ze dat beamen. Volgens mij heeft ze niet eens door hoe vreemd en kwalijk dat is. In het Zeeland waar zij opgroeide en nog steeds woont, zag ze de eerste ‘buitenlander’ toen ze al tegen de veertig liep.

Mijn vader beleed geenszins racisme. Hij stond open voor andere culturen. Vooral voor alle goede dingen uit die andere culturen. Hij haalde uit zijn werkpraktijk ook altijd de voorbeelden aan van ‘goede buitenlanders’. Alsof dat uitzonderingen waren op een regel. De gevallen die het meest aansluiting hadden bij ‘onze’ waren de beste. Mijn vader was op zijn eigen manier ook een soort racist. Ook al had hij dat zelf niet door. Ook al wilde hij nog zo graag géén racist zijn. Ik weet dat hij boos zal zijn als hij dit leest. Want hij is het hier zeker niet mee eens.

Maar dat is nu juist het lastige met ons racisten. Het is niet hoe we ons zelf willen zien. Onze vooroordelen zijn grapjes. Het zijn vluchtige gedachten, waarvan we weten dat ze fout zijn, maar we ze niet menen. We bedoelen het zo goed. Zo lang het goed gaat. Wij zijn blanke middenklasse. We hebben het goed en willen dat graag zou houden. Onze ouders hadden het wat minder, maar niet slecht. En wij hebben het net weer een beetje beter. Maar ellende en armoede, hebben we nooit hoeven kennen. Beschermd door onze tradities en ons verleden.

Ik dacht dat ik kon beslissen geen racist te zijn. Maar het is geen knopje dat je om kunt zetten. Er was in de Verenigde Staten een burgeroorlog voor nodig om slavernij af te schaffen. Er was ruim honderd jaar later nog segregatie. En als je als Afro-Amerikaan aangehouden wordt door de politie, dan is de kans groot dat je dood eindigt met een kogel in je lijf. Ook al is er niets aan de hand. Racisme uitbannen is geen knopje omzetten. Het is een cultuurverandering die over eeuwen loopt. Wij konden slavernij afschaffen in Europa, omdat de winsten binnen waren en de welvaart verzekerd. Het volk, het blanke volk heeft in zijn geheel mogen profiteren. Zolang het gedachtengoed maar gedragen werd. Dat gedachtengoed is gemeenschappelijk onderbewustzijn geworden. Zo zelfs dat als je zegt dat je geen racist bent, je verdomd sterk in je schoenen moet staan om dat dan ook eerlijk naar jezelf toe te kunnen beweren als blanke.

Afgelopen week was ik getuige van een twist tussen een blanke man van middelbare leeftijd met provinciale achtergrond en een in Nederland opgegroeide man met Marokkaanse achtergrond van mijn leeftijd. Het ging er heftig aan toe. Beiden hadden steekhoudende argumenten en beiden sloegen op momenten ook keihard de plank mis. Dat het uiteindelijk weinig zin had wie het gelijk had was me wel duidelijk. Het zou hoogstens een druppel op een gloeiende plaat zijn. Ergens hoog in een wolkenkrabber zag ik iemand diabolisch grijnzen van genoegen. De ‘eindbaas’.

De reden dat racisme bestaat is omdat de ‘eindbaas’ er belang bij heeft. De ‘eindbaas’ is geen racist, maar wel blank. Voor hem is alles onder hem minderwaardig. Maar sommigen zijn wat minder waard dan de rest. Dat wat naar zijn evenbeeld geschapen is, of wat hij naar zijn evenbeeld schept, houdt hij net wat dichterbij. Als het uitkomt. Dus maak je geen illusie dat het een keuze vereist. Kiezen helpt niet. Je bent cultureel geïndoctrineerd. Eeuwenlang. Het vereist strijd. Altijd strijd. Dus laten we vooral niet te veel doen of we allemaal vrienden zijn. Hoe graag we dat wel willen zijn. Maar we kunnen wel onze slagen kiezen. En ons niet laten verlagen door het zoeken van twist in de onderlagen. Want daar is de ‘eindbaas’ niet. De grote man die bepaalt. De bankier. De minister-president. De CEO. Hij lacht zich rot, verdeelt en heerst. Ver weg van het gepeupel. Het zo comfortabele landschap van christen of moslim, man of vrouw, homo of hetero, zwart of wit.

Ik snap sinds kort dat ik, hoe onbewust ook, een racist ben. Zo ben ik geboren. Maar ik ga het er niet bij laten zitten. En of ik er ooit helemaal vanaf kom, weet ik niet. Maar ik ga me er niet bij neerleggen omdat mijn geschiedenis, traditie of cultuur me dat ingeprent heeft. Daarvoor haat ik het systeem te veel, ook al voedt het me haar verraderlijke zoete melk. Ook ik zoek mijn vrijheid. Ook al is dat enkel binnen in mijn hoofd.

Nog één tip. Koop en lees de bundel ‘Bokman’ van Dean Bowen. Het beste dat ik in jaren aan poëzie gelezen heb.

 

 

Share This: