Frans Terken wint de enige echte virtuele – ‘en dan valt opeens de dood in huis’ – trofee op pomgedichten – Ditmar Bakker zilver en Anke Labrie brons.

wie wint de enige echte virtuele – ‘en dan valt opeens de dood in huis’ – trofee op pomgedichten punt nl? de keuze deze week wel heel moeilijk. eigenlijk was het ook geen thema om prijzen uit te reiken. dat komt goed uit – wij van hier reiken geen prijzen uit. wel elke week een dankjewel aan alle dichters die insturen en een eerbetoon aan de dichters die ‘binnenkwamen’. Frans Terken, Ditmar Bakker en Anke Labrie verdelen het eremetaal. goud voor Frans, zilver voor Ditmar en brons voor Anke. van harte!

Druppel

Hoe de emmer
plots vol loopt

bovenop de spiegel
een uitdovende blik
zoekend naar troost

nog een keer
de vermoeide stem
voordat ze wegdrijft

stilte op de cirkel
tekent de noten
van het laatste lied


 © FT 27.03.2020

–>
we zijn op zoek naar de overrompeling – naar de variant die plotseling daar is. die variant die een afscheid niet toestond. omdat een beetje dood nu eenmaal niet bestaat – in een beetje dood zit het leven nog – de genadeloze is van een andere orde – ontdaan van het leven. een dichter kan er in wezen ook niets mee en zoekt er beelden bij. zo ook frans. de emmer vol – de stem die wegdrijft – een laatste lied. de wedstrijd werd ingezet voor het bekend worden van het heengaan van de zangeres – hoe ze in het interview met pauw  cees nooteboom ontluisterend tekende. als een huistiran die jarenlang zijn handen niet thuis hield. 1933 het geboortejaar van deze schrijver nooteboom. je moet blijkbaar heel wat verzinnen om de werkelijkheid te verbloemen. terug naar frans. 12 korte regels voor een groot thema. wegdrijven een mooi beeld. dichters hebben geen boeken vol nodig – dichters verhullen niet – dichters horen een vermoeide stem. horen de ander nog. en het zware ademen. 
  • FRANS TERKEN – de vermoeide stem voordat ze wegdrijft
  • RIK VAN BOECKEL – op zijn laatste adem
  • CARTOUCHE – die duizend en de dood in één klap
  • PETRA MARIA – omdat ik je in mijn armen hield
  • ERIKA DE STERCKE – Verdwijn, monster van ongeluk
  • ELBERT GONGGRIJP – Een dood vogeltje
  • IEN VERRIPS – je bent een rare gast
  • DITMAR BAKKER – De borders bloeien geurig.
  • ANKE LABRIE – papieren en steeds meer papieren

wie wint de enige echte virtuele – ‘en dan valt opeens de dood in huis’ – trofee op pomgedichten?
 
het door zo velen door de eeuwen heen – het door madonna tot aan professor scherder toe gevreesde maar ook het door dichters zo gevreesde – het meest genadeloze – denkbare thema in de enige echte virtuele zondagochtendwedstrijd op pomgedichten. DE DOOD. maar dan in de variant die plotseling daar is. die variant die een afscheid niet toestond, de variant met die toch weer alles en een ieder overrompelende uitkomst. wie wint de enige echte virtuele – en dan valt opeens de dood in huis – trofee op pomgedichten? het zijn barre tijden dichters maar het kan altijd erger nog. wij weten het en schrijven. u kent de regels. u kent ook de regels voor deze wedstrijd: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 

had

en dan valt opeens de dood in huis
goede morgen

zelfs de koffie dronk ze zoals jij
je had hetzelfde leren jasje kunnen dragen

ik had op haar verliefd kunnen worden
op haar had ik verliefd kunnen zijn

– Pom Wolff
Pom, de dood is slechts een schim die ons nadert. Ook virtueel. Hou je taai. Rik

Een schim

Hij gedijt niet meer
op zijn laatste adem
hij zucht dieper
zijn keel is zieker

de appel valt dichtbij de boom
hij verwacht nog een gedachte
de dag van vervulling
is verder weg dan nooit

het is stil van binnen
er komen geen woorden voor
in zijn uitgestrekt heelal
sterren fonkelen slechts

hij ligt thuis in zijn eigen bubbel
het zonlicht de enige vreugde
dood is slechts een schim
van de gedachte die hem overvalt.


Rik van Boeckel
27 maart 2020

–>
wat rik de lezer duidelijk tracht te maken ik weet het niet. de dood een schim (van de gedachte die hem overvalt). het lijkt op een ontkenning –  de gedachtesprong op dit schaakbord van het leven is mij net te verrassend. de dood vanuit het leven beschreven, als een soort dagboekaantekening in strofen weergegeven. rik blijft net te ver van de essentie vandaan zoals het in een mensenleven meestal ook is. en zie daar – daar heb je proza voor – door rik hier ingezet.

In heel zuid en noord
 
alleen de droom kent nog het rond
rafelig het sleep-touw waarmee
het daagse is omwonden
die duizend en de dood
in één klap, zoveel, zo vaak
een long die hapert, ademnood
 
til haar over de dorpel, weeg
ons op tegen de evenaar, breek
de ketting, laat de deurpost los
hoeken en holle lijnen vlakken
want onverholen willen we
leven met wind in het gezicht

roeien met eigen riemen een eind
aan alle heen en weer zodat
beide kanten kunnen eten van
één wal en het schip geëvenaard
zo dadelijk weer kan keren in
het wiegend ritme van het kind
 
27-03-2020
Cartouche

–>
in een adembenemende vaart laat de cartouche de dichter in hem los op het thema. de lezer zal het weten. de dood hier met het leven bestreden nog in een stormvloed aan woorden – ja zo kan het ook natuurlijk. en alles om die ene haperende long heen beschreven. rik van boeckel zocht het in proza, cartouche in de poëzie. alsof je de dood kunt keren door poëtische levenslust. helaas,  door het leven en de lust heen slaat de genadeloze soms toch overrompelend toe.

lieve vriend

in jouw ogen zag ik ooit
de glimlach van de dood
versterven
alleen omdat ik je
in mijn armen hield

ook wanneer je eigenlijk
wilt blijven
moet je gaan
en terugkomen

op onze berg
cirkelen vandaag de gieren

Petra Maria

–>
niet mijn gevoel maar mijn hersens haken af bij de geladen woorden. blijven – gaan en  terugkomen – het is navoelbaar – invoelbaar – maar de dood – in welke vorm ook – keert niet weerom. het gebruikte woord ‘alleen’ in de eerste strofe is ook verwarrend. net als de titel tegen de gieren afgezet in de laatste regel. petra maria laat deze lieve vriend niet de lieve vriend van de lezer zijn. poëzie is er ook voor de lezer.
de groeten vanuit een uiterst kalm gent – alles ligt plat – het beste voor jou en familie

Indringer

Ik verafschuw je
Jij die komt als een dief
Zich nestelt op vitale plaatsen

Niet gedacht dat een angst van weken
De wereld verlamt, nu de narcissen 
Hun kelken ontbloten

Verdwijn, monster van ongeluk
Loze woorden in vreemde tijden
Het stuk zeep wacht op handen

Erika De Stercke

–>
verdwijn monster van ongeluk – de hartenkreet van  Erika – corona – de vijand die dood en verderf zaait te midden van de krokussen en de lente narcissen. ja zo is het – het gedicht als vaccin ingezet. werkzaam nee. helaas. de poëzie legt het tegen een virus af.


Rigor mortis
 
Een dood vogeltje, maar wat wist
je daarvan. Hoe het kroop en zich
verschool in het struikgewas,
zijn laatste adem uitblies.

Wat wist je ervan.

Hij had deze dood zelf verkozen,
heel anoniem, heel afwezig, zonder
bombarie, zonder afscheidslied.

Sterven kon hij zelf wel.

( De veertjes nog geschikt,
 de oogjes nog wijd open. )
 
Elbert Gonggrijp,
uit de dichtbundel
“Ontvreemd domein “
( 2004 )

–>
tsja. een dood vogeltje. op je pad – ik vind het verschrikkelijk. als op je pad plotseling een dood wezen dood ligt te liggen. dat er verschillend met de dood kan worden omgegaan bewijst elbert. een liefde vol beschreven dood vogeltje zijn gedicht ingedragen. ik ken nog een andere dichter – een met een vreemde hobby:


kapotte vogeltjes

3 vogeltjes zonder linkerpoot, linkeroog eruit
1 vogeltje gebroken zonder rechterpoot, rechteroog eruit
1 vogeltje geheel zonder poten, ogen er nog in
1 met beide ogen eruit
1 half vogeltje (andere helft nergens te vinden)
2 vogeltjes totaal geplet
2 losse linkerogen, 2 losse rechter – hoe houd je ze uit elkaar gvd
4 losse linkerpoten, een halve rechterpoot en nog een halve, jezus en nog 2 halve

pomwolff

je bent een rare gast
de niemandsvriend die doodleuk verschijnt
vrijwel altijd ongenood
meestal ongewenst
bij tijd en wijle aangezegd
en af en toe
aan het eind van ons latijn
begeerd
maar dat brutaalweg binnenvallen
daar is geen wennen aan
 
Ien Verrips m
maart 2020

–>
ik ga voor IEN als filosofe des vaderlands. zij weet in enkele woorden samen te vatten waar anderen gedichtenbundels, romans of andere boeken vol over schrijven. het is die noordhollandse nuchterheid die elk thema en deze week dit beladen thema terugbrengt tot behapbare brokken van  ‘ja zo bez(ien) is het zo’. IEN maakt hier van poëzie – net als de dood trouwens – een kwestie van gelijk krijgen en gelijk hebben. maar dat is nou net de kwestie in de poëzie IEN. de poëzie krijgt nooit gelijk.

DE TUINMAN INDACHTIG DE DOOD


De borders bloeien geurig. Ik ga stuk,
laat haren los en schilfer brokken cellen;
mijn kraaienpoten zijn niet meer te tellen,
verwilderend als slaapkamergeluk.

Natuurlijk kan de tuinman dat herstellen,
maar zo ik zevenblad de grond uit ruk
merk ik dat lichte steken als ik buk
de voortgang van verval ook al voorspellen.

Twee planten zijn te kruisen met elkaar,
zo expliceerde men de wet van Mendel,
aldus ontstaat een sterker exemplaar.

De dood huist in mijn handen. Wat een zwendel,
alsof er somtijds, lukraak hier en daar
gewied wordt: straatgras eender als lavendel.

[D.B.]

–>
tot aan de laatste strofe ga ik met de dichter mee – in een volkomen bewondering – tot en met de wetten van mendel zeg maar – daarna geurt de lavendel mij net te sterk naar dichtkunst in de laatste strofe. o dat mooie stukgaan en die prachtige schilferende cellen en ook het lichte steken als ik buk die ‘de voortgang van verval ook al voorspellen..’ – ja zo op deze woorden mag een dichter mij de dood in dragen – hoe onwelriekend het rijm mijn droom even later ook verstoort. een sonnet met net drie regels teveel. die bestaan ook.


dodenrit
 
toen hij haar die morgen riep
had zijn stem een vreemde klank
ze zag zijn krachteloze arm   
 
een snelle rit per ambulance
een eindeloze gang
artsen die hun pas versnelden   

papieren en steeds meer papieren
hoewel zij ze niet echt begreep
tekende zij voor het leven
 
opnieuw een ambulance
nu nog sneller met sirene aan
  weer een eindeloze gang

hier geen papieren meer
ze kreeg een klapstoel en
een koffie uit de automaat
 
na uren of het leken uren
hoorde ze zacht een deur dichtgaan
twee artsen met een trage pas
 

anke labrie


–>
ik begrijp het uitgeschreven verhaal – ook hier in modern beeldend proza – de dubbele betekenis van ‘de eindeloze gang’ en ‘de papieren en steeds meer papieren’ bijna realistisch beschreven. De poëzie komt echt op gang in de laatste 5 regels van het gedicht – (op de gang met het klapstoeltje) – beklemmend ook –  geraas leidt af:
 
toen hij haar die morgen riep
had zijn stem een vreemde klank
 
ze kreeg een klapstoel en
een koffie uit de automaat
 na uren of het leken uren
hoorde ze zacht een deur dichtgaan
twee artsen met een trage pas
 

anke labrie

Share This:

HAD


HAD

en dan valt opeens de dood in huis
goede morgen

zelfs de koffie dronk ze zoals jij
je had hetzelfde leren jasje kunnen dragen

ik had op haar verliefd kunnen worden
op haar had ik verliefd kunnen zijn


– Pom Wolff

Share This:

VON SOLO over een jonge Zeeuwse meid. De bouw van een pony die haar spieren nodig heeft om een klein ploegje door de vruchtbare klei te trekken.



Deel 373. Triviaal
 

Achter een computerscherm eet ik drie boterhammen met pindakaas uit mijn broodtrommel. Daarna een bakje koffie uit de automaat. Een goede anderhalf uur later fiets ik naar Rotterdam Centraal. De trein naar Zeeland vertrekt rond halfdrie in de middag. Hij zal er iets meer dan een uur over doen om Kruiningen-Yerseke te bereiken. Een stationnetje dat zich bevindt in het niemandsland tussen de dorpen, waar het naar genoemd is. Het is daar sinds mijn jeugd langzaam veranderd in een wat verspreid industrieterrein.
 
Tegen vieren houdt de trein stil op het troosteloze grijze station. Er stappen hoofdzakelijk oude tieners en jonge twintigers uit met grote tassen, die wasgoed bevatten. Wat instapt zijn werkers in overalls. Schoonmakers en ander volk van de frietfabriek van Meijer. Lamb-Weston heet dat tegenwoordig. Zeeuwse klei, Zeeuwse aardappels, ook dat is intussen Amerikaans geworden. De lucht is echter als vanouds voor dit seizoen. Alle kleuren grijs die je kan verzinnen. Ik ga op zoek naar de ov-fietsenstalling.
 
Na wat zoekwerk kan ik concluderen dat die er niet is in Kruiningen-Yerseke. Dat houdt in dat ik dus zal moeten lopen naar Yerseke. Een kilometer of vier over vlak terrein. Een klein uurtje. Vanuit de grijze hemel begint het langzaam te regenen. Mijn waterdichte laarzen heb ik standaard aan en uit mijn tas tover ik een regenbroek. Met rugzak op en geheel gehuld in regenkleding sjok ik gestaag onderlangs de Molendijk, over het modderige asfalt, richting de mosselhoofdstad van de Benelux. Ik denk aan de roadie van de metalband Gorefest, die zich hier net als zovelen te pletter heeft gereden ooit. Bomen, dijken en doorgaan.
 
Na een uur loop ik Yerseke binnen. De dijk op klauterend, zie ik in de verte de oesterputten al liggen. De oude, wrakkige, bakstenen sorteerhuisjes met de bassins van gewapend beton, waar het betonrot rustig oprukt. Sommige zijn herbouwd met paviljoens er bovenop, waar Belgische toeristen oesters en kreeften komen eten. Druipend van de regen met mijn capuchon nog op, struin ik de bijna lege Oesterij binnen. Nadat ik me van mijn broek heb ontdaan, mijn rugzak neergezet heb en ga zitten, komt er een serveerster naar mijn campingtafel.
 
Ze kijkt me schuchter en schattend aan. Een jonge Zeeuwse meid. De bouw van een pony die haar spieren nodig heeft om een klein ploegje door de vruchtbare klei te trekken. Ze vraagt me wat ik wil. Met een Zeeuws accent vraag ik of ze champagne hebben. Er trekt bij het horen van mijn stem een glimlach van onbewuste herkenning over haar gezicht en ze schudt ‘ja’. ‘Doe dan maar champagne en twee van elk soort creuses, die je op dit moment hebt’. Het is aangenaam achter de plastic ramen die, tussen de druppels door uitzicht bieden over de oesterputten in de invallende duisternis.
 
Vierentwintig oesters en een paar glazen champagne later, betaal ik de rekening. Ik stap naar buiten, de regen in, alwaar de auto van mijn vader precies op tijd komt aanrijden. Hij ziet me, stopt en opent van binnenuit de deur. ‘Je moeder is visjes aan het bakken.’
 
Het lijkt allemaal zo triviaal. Maar dat is het niet. Het is alleen zo verdomd lastig om dat te zien soms.



VON SOLO
DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST
www.vonsolo.nl

Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 
En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!

Share This:

nachtzuster IBUNDA helpt alle de door ziektes getroffenen

nachtzuster ik heb niks, alleen maar een beetje guigelton, ja hier en hier ook ja en hier nog een beetje en kunt u daar ook nog – oja ojaaaa ojaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!



nachtzuster IBUNDA laat via FB weten
Ik zal met alle liefde een thermometertje bij u hanteren….rectaal maar doen dan? 😘


nachtzuster IBUNDA dicht in haar spaarzame vrije tijd:

Zou het dan toch (Nachtzuster)

Ach zuster
uw handen, ze zijn zacht
en koud tegelijk
uw lippen vochtig
en rozerood

Ik heb niet veel zuster
enkel wat pijntjes hier
en daar
waar u zojuist
de thermometer hanteerde

Zou het dan toch…
geen Corona maar
die vermaledijde guigelton
of is het toch uw lieve stem
die zachtjes lispelt

“Trekt u de broek maar weer aan
en gebruikt u een volgende keer
graag de natte billendoekjes”!

Ibunda

Share This:

Merik van der Torren doet vandaag of er niets aan de hand is en legt een ‘lul’ op zijn bord

heerlijk de woensdag op pomgedichten punt nl is merikdag – merik sjokt al jaren door amsterdam en waar hij komt is poëzie – soms samen met mirjam al soms is merik met merik. en alles wat in de stad waarneembaar is loopt het gevaar poëzie te worden. alles!


Hoi Pom,
  Deze tekst of dagboekaantekening, “alsof er niets aan de hand is”, voor pomgedichten, groet, Merik



Euforie 2020

De zon schijnt in de heldere blauwe lucht.
 
We missen de wolkenvegen van Schiphol als kiespijn.
 
Uit paars blad breekt roze kersenbloesem los
en schattige witte prunus.
 
De wijn antichambreert in de zilveren koeler.
 
En ik kan het woord “LUL” plaatsen op het scrabblebord.
  

Merik van der Torren

Share This:

Peter Posthumus houdt zijn naam nog even aan

de dichter peter posthumus schrijft op pomgedichten punt nl – elke veertien dagen een persoonlijk bericht maar dan in de vorm van een gedicht. de werken posthumus zijn zo bijzonder – van een bijzonderheid die je in wezen pas waardeert als je ze niet meer kan lezen – dan denk je – ach die posthumus ja inderdaad hadden we die posthumus nog maar – MAAR wij hebben die posthumus!!! nu voor U!!!

Hoi pom,

onder een open hemel
in helder sterrenlicht
sloeg ik weer aan ’t verhuizen
de chaos groot, het noodlot
redelijk totaal

aan woorden geen gebrek
dozen vol
alles maakt me gek
m’n pen is terug
maar helaas nog geen papier

ik weet niet
hoe ik moet beginnen
zelfs het einde
is nu zoek

nog even en
ik ben er weer
verder alles ok
hou de naam 
nog even aan:

peter p

Share This:

Anne van Walraven over vandaag – (bundelpresentatie uitgesteld)

Beste Pom, 
Weinig woorden, maar niet minder toepasselijk.
Be safe! 
Hartelijke groet, 
Anne 





vandaag 
gaat heel traag 
voorzichtig 
kruipt de tijd 
alsof zij 
aan ouderdom lijdt 



Anne van Walraven
Instagram: @annexwalraven
Een brief aan jou is een ode aan de liefde. Sterker nog, een ode aan liefdesverdriet. Iedereen kent het wel. Je bent verliefd. Je bent gekozen en dat voel je in elk deeltje van je lichaam. Maar wat nou als de liefde steeds een beetje uit je vingers lijkt te ontsnappen? Anne van Walraven probeert in woorden te grijpen hoe het voelt als de liefde en de lust plaatsmaken voor onzekerheid, verwarring en angst. In openhartige brieven schrijft zij over haar gedachtes en gevoelens die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. In de romantische en melancholische gedichten zal je even kunnen verdwalen. Tastend in het donker, maar niet alleen, nooit alleen.

Genre: Gedichten
Omvang: A5
ISBN: 978-94-640-3033-4
Aantal pagina’s: 112
Prijs: € 17,99
incl. verwerk- en verzendkosten naar Nederland en België
https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=10344&utm_source=Promotiemailing&utm_medium=email&utm_campaign=10344&utm_content=Bestelknop

Share This:

Karin Beumkes – mens en melodie op de maandag: ‘Gele bloem werd dahlia…’

Hoi Pom


Hierbij het maandag gedicht. Hou je taai en geniet van het leven.


Liefs!
Karin


Dahlia


Een zondagmiddag
die zich praten laat.

Wij gaven de dingen een naam.

Gele bloem werd dahlia
in een boerenhof,
waar de zondag nog
ontvangen wordt
in het geharkte grint
van zaterdag.


Muziek: Stevie Wonder- Come back as a flower https://youtu.be/ZMjE8jJGJ0A

Share This:

TON HUIZER wint de enige echte virtuele – herinneringen zijn mooie dingen – trofee op pomgedichten – CARTOUCHE en ELBERT GONGGRIJP zilver


–>
uit de lofbetuigingen zal het duidelijk zijn geworden – de webmaster van pomgedichten punt nl is geraakt door de eenvoud en het vakwerk van Ton Huizer.  in zijn gedicht komt alles bij elkaar, de herinnering, het kind, de foto, de wijze waarop, het papier: oud als het leven dat is afgebeeld en het leven dat uiteindelijk het leven zelf inhaalt en in de dood vertaalt. goud voor ALBUM van Ton Huizer.
voorts tweemaal zilver voor de uitgelichte en himmelhochjauchzend geprezen strofen 2 en 3  van Cartouche en de wereldstrofe 2 van Elbert Gonggrijp – mijn god laat mij ook zo kunnen dichten. alle dichters een dankjewel – een welgemeende felicitatie voor de drie dichthelden van deze zondagochtend.


te midden van de persoonlijke en vaak kwetsbare herinneringen de vroege ochtend aanvaarden  in een verstilde kamer in een verlaten stad in een opgehoest land – het kan slechter. dank aan de dichters voor de zachte en  soms  zo harde beschreven landing in een opgegraven verleden. het is een eer daarbij een paar woorden te mogen schrijven. in de – enige echte virtuele – wint iedereen omdat de onbaatzuchtigheid hier een hoog in het vaandel gehesen deugd is –  week in week uit – pomgedichten heeft geen virus nodig om het mooiste uit de mens, uit de mensheid te halen. om het mooiste uit de taal te halen. dank u wel. onder de gedichten steeds de woorden op deze door U zo mooi gemaakte zondagochtend. om half 11 het goud, zilver en brons.

Album

Ik woon nog in zwart-wit
tussen kartelrandjes
ik lach, dus het gaat goed
 
iedereen is er nog
en ik weet alles al
maar de hoekjes laten los
 
mijn bladzij is gescheurd
straks ben ik oud papier
is er niemand meer
 
die nog weet hoe ik heet
en toch, ik lach
ik lach nog steeds
 
het leven is soms wreed
 
Ton Huizer
–>
een pareltje-  in alle eenvoud gevonden in een fotoboek. de kartelrandjes niet te zien hier op de foto –  maar inderdaad zo werden de foto’s afgedrukt – met die gekartelde  randjes. en ik herinner me de doosjes met plakhoekjes om de hoeken van de foto’s in te schuiven en te plakken in een fotoboek. er moest nog gelikt. in dit gedicht komt alles bij elkaar, het kind, de foto, de wijze waarop, het papier, oud als het leven dat is afgebeeld en het leven dat uiteindelijk het leven zelf inhaalt en in de dood vertaalt.
 
  • Frans Terken – De jonge god gekomen op de zevende dag
  • Petra Maria – alles wat ik herinner met jou gedeeld
  • Rik van Boeckel – Zo zag ik jou een leven geleden
  • Ditmar Bakker – Zij stamde uit een dorpje nabij Goes/Laat ieder zich Fien herinneren
  • Ton Huizer – straks ben ik oud papier
  • Cartouche – hoe wonderlijk mooi dat was
  • Magda Haan – we schreven…
  • Anke Labrie – grote mensen wisten overal de weg
  • Conny Lahnstein – op die verboden plek waar ik me vergaapte aan een immens rode gloed
  • Elbert Gonggrijp – Sterven heeft geen toekomst meer, …
  • Ien Verrips – mijn ogen huilen spijkers


de wonderlijke man gezongen door herman van veen – 75 jaar –  in die prachtige docu te zien –

Hij is een kind, een heel oud kind.
Zo eentje zoals je ze alleen in oude versleten boeken vindt.


herinneringen, herinneringen wie heeft ze niet. met je vader of moeder naar een concert, een verjaardag, het strand of naar de efteling, met je geliefde naar herman van veen in carré. ach ja. de herinnering aan die ene prachtige danseres in het kwakgeel gekleed. of aan ‘de sporen van een fel verleden’ in hermans Liefde van Later bezongen – herinneringen gaan alle kanten op – aan wie? aan wat? en waar ook al weer? mogen we ze lezen van U? wie wint de enige echte virtuele – herinneringen zijn mooie dingen – trofee op pomgedichten? u kent de regels:
de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 
 
wat nog
 
vreemd is het om te gaan               
naar een herinnering, die plek
waar jij met mij bent geweest

hetzelfde huis, gesloopt wellicht al
iets van een afgebroken zijn
en dat het er niet meer toe doet wat nog

ik mij voor het eerst in woorden
echt verplaatsen kan, de ware betekenis voel van
jij bent er geweest
 
pom wolff
Dag Pom,
een herinnering, in een beeld gevat, 39 jaar geleden;
dat weer in een gedicht gevat, eveneens een tijd geleden.
Goed en veilig weekend!



Jonge god

De jonge god
gekomen op de zevende dag
liggend op zijn rug
in het kinderbed

ziet zijn omhoog gestoken hand
met de vingers die het
licht grijpen

de zon in zijn ogen
brengen
zijn dag is begonnen

onder een hemel
van helden
met een corona
om het hoofd


© FT 2002

–>
de limburgse roots van de dichter op subtiele wijze in het gedicht gebracht – limburg het land van god in al zijn verschijningsvormen – hier wordt een zoon van god,  zoon van de zon,  een goddelijk geschenk beschreven. vanuit het kind, de kinderhand gevuld met licht. het leven kan een aanvang nemen, neemt een aanvang – de kinderlijke onschuld in het omhoog graaiende handje getekend.
Ha Pom, Mooi thema, daar ben ik wel van, 
herinneringen.
Groetjes en je een fijn weekend wensend, 
Petra Maria xxx



als wij lange tijd

op de aardbol toeven
en de nevel
waait onze voetstappen
langs niet ontdekte plekken

gedachten delen
als wapperende rokken
van een boterbloem
in de zachte lentezon

de mondhoeken krullen
zoals zusjes dat doen
met wat voorbij komt
en verbaast

dan is alles wat ik herinner
met jou gedeeld


petra maria
20 maart 2020
(voor Nathalie)

–>
voetstappen die waaien door de nevel is niet een echt  makkelijk beeld voor de buitenstaander. maar daarna zijn de woorden glashelder. een invoelbaar soort eerbetoon aan een zusjessamenzijn – in hele kleine en subtiele momenten  teruggehaald dat we van teder boterbloemzacht mogen spreken.
Hier mijn vroegste herinnering aan Herman van Veen. Groeten, Rik



Ode aan de dichterclown

Zo zag ik jou een leven geleden
met de trommel op de rug
keek met moeder’s ogen
in het theater achter de duinen

naar jouw tred door het gangpad
met een puberaal en fris hart
voelde onbewust de drang
de inspiratie in de ziel te laden

meer wist ik niet in de jaren zestig
poëzie was nog een mijl te ver
ritme een slag die slechts mijn hart sloeg
moeders droeg me schouwburg in en uit

achter de Haagse duinen
verwees ik tijdens haar laatste reis
naar het moment dat hij Suzanne
in mijn oren fluisterde als maître tambour

de herinnering zoekt geen uitweg
uit het labyrint van kwieke momenten
zoekt haar nest in de geheugenboom
zingt ‘t levenslied van de dichterclown.


Rik van Boeckel
20 maart 2020


–>
mooi eerbetoon aan moeder – ‘achter de Haagse duinen verwees ik tijdens haar laatste reis’ – de wees aan het woord – hoe ook herman van veen en zijn liedjes een leven lang  (‘een leven geleden’) meegaan – meegingen met rik – rik brachten  tot de klankkunstenaar die hij geworden is. de herinnering als nestje in de levensboom ( de geheugenboom) een plaats gegeven. moeder, herman, clown en dichter achter de haagse duinen én de rik van toen in het nu.


(naar de topos van E. Coenen, die deze vast van Quevedo gejat heeft)

Laat ieder zich Fien herinneren
IN MEMORIAM



“Fien” duidt de zerk. Dat was me een pieuze!
Zij stamde uit een dorpje nabij Goes
en was daar lesbisch. Het was niet háár keuze
dat heel het lijf soms schreeuwde om flamoes,

“’t was Godes werk”; dus niet van dat potteuze,
maar slechts een samenwonen met haar poes 
en dromen -haars ondanks- van amoureuze
betrekkingen met Angélique of Loes.

Een leven zonder tasten in de blouse,
een smachten naar bloemiste of coupeuse,
een treurnis, ingegeven door taboes.

Ironisch, want zij kreeg van de serveuse
pas ècht een foute mossel, en pardoes
zweeg zij voortaan als elke Zeeuwse creuse.

[Ditmar B.]

–>
Rijmwoordenboek PIEUZE: 149 rijmwoorden in het Van Dale Rijmwoordenboek. Rijmen op PIEUZE. Wat rijmt er op PIEUZE: Rijmscore ★★★★★
 
baveuse
gazeuse
poreuze
berceuse
gracieuze
potteuze
chanteuse
joyeuze
precieuze
chartreuse
kwestieuze
scabreuze
coiffeuse
lepreuze
serveuse
coupeuse
nerveuze
soigneuze
couveuse
nitreuze
spatieuze
fameuze
ouvreuse
tondeuse
fibreuze
pasteuze
veneuze
flatteuze
pieuze
viskeuze
friteuse
pompeuze
vitreuze

maar pas op! Rijmscore ★★★★
creuse
                               
 
 
FLAMOES heeft 71 rijmwoorden in het Van Dale Rijmwoordenboek – De beste rijmwoorden voor flamoes
Rijmscore ★★★★★
bijous
Marloes
taboes
couscous
pardoes
tambu’s
kardoes
ragouts
 
alle andere woorden met een lagere rijmscore!


Stil de tijd*

hoe het hangen blijft in het verband
de gipskap van een neus, het bloed
als prop gestold je de adem beneemt
als een filter voor alle fluisterwoorden
 
hoe we keken en lachten naar de maan
de straal van zon die niet ten onder wilde
en hoe bezeten van een nog niet eerder
ervaren virus, dat zo ongekend licht maakte
in het hoofd dat het lijf niet achterblijven kon
 
we niet anders konden dan het bed houden
al die tijd, in het bos, op sofa of visgraatgrond
we hielden stand, stille afstand tot de wereld
– hoe wonderlijk mooi dat was – creëerden een
eigen waar we aan elkaars beademing lagen
 
tot een dag de klok.- half twee in de nacht –
tijd in tweeën brak , kairos chronos*werd
op rode tegels in spetters viel, ongenadig
aan het licht kwam in een nieuw gezicht
 
20-03-2020 / Cartouche

(“Stil de tijd” 2010 Joke J. Hermsen
en “Kairos” 2015 Joke J. Hermsen)

–>
we lezen: Joke J. Hermsen (1961) is net verhuisd. ‘Het is vreemd om vijfentwintig jaar aan herinneringen in dozen te stoppen’, vertelt de schrijfster en filosofe. Een van de dingen die ze in een verhuisdoos stopte was een schriftje met aantekeningen. ‘De tijd’, stond er voorop, en een jaartal: 1999. Nu, tien jaar later, ligt het boek in de winkel dat in dat schrift zijn aanvang vond: Stil de tijd.

maar het is hier geen filosofie punt nl natuurlijk. dichters en filosofen raken elkaar wel ergens maar het zou een misverstand zijn om ze in elkaar op te laten gaan. we zetten daarom hier een dikke streep door strofe een en door strofe vier. en zie daar – daar verschijnt ineens de POËZIE in optima forma:

hoe we keken en lachten naar de maan
de straal van zon die niet ten onder wilde
en hoe bezeten van een nog niet eerder
ervaren virus, dat zo ongekend licht maakte
in het hoofd dat het lijf niet achterblijven kon
 
we niet anders konden dan het bed houden
al die tijd, in het bos, op sofa of visgraatgrond
we hielden stand, stille afstand tot de wereld
– hoe wonderlijk mooi dat was – creëerden een
eigen waar we aan elkaars beademing lagen
 
zo –  en niks meer – (ook niks minder! ) mogen we ervaren hoe ‘wonderlijk mooi’ de poëzie kan zijn in een verleden tijd beschreven door Cartouche – ‘op stille afstand’ook tot de wereld van de filosofie!

Dag Pom
Mooi thema herinneringen



loslaten

wij schreven
dezelfde datum
dezelfde ogen
dezelfde moeder
gestrengeld
het warme water
tot je me losliet


© Magda Haan

(herinnering aan mijn broer)
Groet
Magda Haan 


–>
ook hier in alle prachtige eenvoud de herinnering getekend – poëzie is inderdaad – twee baby’s een onbestaand  vermogen toedichten: ‘we schreven dezelfde datum’ – mooi.

Behoedzaamheid gewenst; dat  vind ik ineens weer zo’n mooi woord.  
Een goed weekend verder,
  Met hartelijke groet, Anke



gekrompen landschap
uit mijn kinderjaren
vertekend beeld
voor altijd opgeslagen
 
mijn blik was ruim
de wereld wijd
en grote mensen
wisten overal de weg
 
anke labrie
 

–>
hoe een herinnering in poëzie te vangen – anke weet dat als geen ander: van die grote mensen die overal de weg wisten. een waarneming/herinnering  die eerst een leven mee moet gaan om haar te kunnen beschrijven. mooie tegenstelling ook in de strofen – van klein en gekrompen (de volwassen terugblik)  naar ruim en wijd (het uitzicht van een kind).


Motief
 
 
Zoals ik daar stond op die verboden plek waar ik me
vergaapte aan een immens rode gloed – terwijl het
gevaar elk moment voorbij kon razen. Daar waar mijn
 
kinderlijk brein zich opende voor de eeuwigheid, voorbij
geboorte en verwekking, voorbij de goddelijke vonk en
mij deed beseffen dat niet het leven maar de angst ervoor
 
vleugels gaf. Dat zij de dood net voor was en mij
wegtrok, terugbracht naar mijn speelplaats waar
ik voortaan voor eigen bestwil werd gezekerd
 
en ik mijn fantasie de vrije loop gaf.
 
 
Conny Lahnstein
21 maart 2020
–>
de tweede strofe is net even meer van het proza dan van de poëzie – een traumatische ervaring die in een kinderhoofdje een goede wending nam en een leven lang mee ging. de gedachte is prachtig. zo kan de mens heel veel aan – en kinderen zoveel meer nog. ik lees dit gedicht zonder de proza-uitleg in de tweede strofe – over een rode gloed, over een onbekend gevaar, het speelplaatsje en de weg vrij gemaakt – daar en toen – voor wat we fantasie noemen.
 

ARCHIEF
 
Je bladert door je geheugen, gaat de trappen op en af.
Wie was je gisteren tot op de dag van vandaag, wie wist
het huis van voren af aan, herkende een geur, een luide
lach? Wie had de tuin al eerder zo dikwijls aanschouwd?
Een bekende, een vreemdeling misschien?

Ingelijst staat de tijd altijd stil, blijft zij altijd nu, wordt
niemand oud. Sterven heeft geen toekomst meer, de jaren
hebben afgedaan. Zo sta je dan oog in oog, kent
een verhaal dat telkens anders klinkt naarmate je
zelf grijzer wordt –

Elbert Gonggrijp,
Egmond aan den Hoef,
zaterdag 21 maart 2020

–>
die tweede strofe is van wereldklasse. over de tijd die ingelijst stil staat – niemand die ouder wordt – dat het zo mag zijn – had mogen zijn in het leven – dat sterven zo gezien geen toekomst heeft, de jaren afgedaan hebben  – ik maak er maar even proza van. maar dat het zó niet kan zijn: de dichter in de laatste twee drie regels geplaatst tegenover wat hij zelf net daarvoor in woorden heeft ingelijst – ouder en grijzer. mooi mooi mooi. het gedicht een vraag en antwoordspel – het antwoord nog even hoopvol verwoord in de laatste strofe tot dat ook het antwoord door de tijd wordt ingehaald – en uiteindelijk door de dood ingehaald – door de dood ingehaalde dichters blijven heel soms op hun troon – zeker als ze dichten zoals hier werd gedicht.



herinnering is zoet noch biedt het troost
het is een grauw accent
van wat voorbij ging, niet meer is
 
jouw naam te noemen is niet zoet
maar komt als horzels uit mijn mond
mijn ogen huilen spijkers
ontnemen mij het zicht
 
het zet mijn leven stil
kansloos sta ik op de rem
 
 
 
Ien Verrips

–>
o o o het is geen feestje in huize verrips – als die ene allesoverheersende herinnering wordt opgehaald – alle wonden in een beweging weer open gereten  – hard en meedogenloos de herinnering – zo dat de ogen spijkers regenen, het leven stilgezet – nee, dit is net te persoonlijk voor een kritiek. ik blijf hier vanaf. de poëzie wordt ook meteen in de eerste vier regels vermorzeld door de barheid van de herinnering. Ien kom op! we drinken een wijntje op het leven en op wat beter is te vergeten.

Share This:

RIK VAN BOECKEL neemt afstand van jolies heij – maakt van de nood een deugd – beweeg als een strateeg maar wel van binnen!

over de merkwaardige en egocentrische stelingname van jolies heij in de CORONA crisis – kort samengevat: ikke ikke ikke en de rest kan stikke – las u hier – rik van boeckel maakt van de nood een deugd.



Goedemiddag Pom
Vanuit Leiden mijn gedachten rond de Corona crisis. Wij dichters kunnen itt wat Jolies Heij beweert ook baat hebben bij deze crisis. Want door thuis te blijven en niet meer op pad te gaan om voordrachten te houden, kunnen we de alleenstilte benutten om te dichten en te schrijven. 
Ik hou ervan om voor te dragen, met percussie erbij. Dat weet je. Maar nu is het daar niet de tijd voor. Dus ‘Beweeg als een strateeg’ niet naar buiten maar naar binnen.


Groetjes en blijf gezond!
Rik 


Alleenstilte


Alleenstilte is een goed medicijn
dat woorden laat rollen
uit de diepte van zijn 


dichters dicht in stilte
breng uw zinnen
op afstand van ‘t venijn 


dichters zijn geen hamsters
al moeten wij ons ontdoen
van het onverteerbare goed 


dichters in alleenstilte
vinden wij de toon
die besmetting ontsmet.


Rik van Boeckel
19 maart 2020

Share This: