wie wint de enige echte virtuele ‘de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen’ trofee op pomgedichten?

  • max lerou: ik blijf altijd nog haar kind
  • ditmar bakker: zij baarde mij, en ik baarde u kunst.
  • frans terken: zie ik mijn moeder weer bij de voordeur vragend
  • petra maria: het zonlicht door de grijzende haren
  • erika de stercke: vind ik jou niet meer terug
  • anke labrie: vleugels maken nog geen moeder
  • cartouche: moeder met recht en reden + NASCHRIFT
  • marc tiefenthal: Zie hoe moeder hem omhelst.

wie wint de enige echte virtuele – naar een regel van webmaster –  ‘de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen’ trofee op pomgedichten?

moeders –  thema boekenweek ach ja – iedereen heeft er een – een mooie een lieve een dooie een boze een kwaadaardige – een aardige – ik zeg schrijven maar – we lezen graag van haar – van haar bijzonderheden deze week het liefst. ‘de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen’ – mijn god wat een verhaal was dat. u kent de regels:
de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. Jeanine Hoedemakers deze week onze eigen hoeder de vrouw als juryvoorzitster.

me moeder

de eerste klap
meteen een daalder
de echo ontsnapt uit het portiek

haar stem die sist wel honderd keer
heb ik gezegd je mag je longen
teren as je veertien bent niet eerder

drong het tot me door
ze heeft me lief het is instinct
ik blijf altijd nog haar kind


ml
23 03 2019

M.I.O.

Moedermoord in Ollekebollekes
(een ziekelijke tirade in 13 ollekebollekes…op steroïden)

Moeder! Medea! Mijn
medicamentenroes
doet u bezingen uit
droevige keel.

Mijn psychiater meent
oedipusrexcomplex
oorzaak van dit
onverkwik’lijk geheel.

Hij, onderworpen aan
misdaaddeductiedrang
der rechercheurs
(lange armen der wet!)

vindt mijn gekwebbel nu
preperturberender:
er wordt opeens op
mijn woorden gelet.

Dat zij alleen zou zijn,
moeder, dat wist ik,
daar dinsdag sinds jaar & dag
vloerendag was.

Toen zij ontwaarde de
schizofrenielijder
rolde een schreeuw
over ’t gifgroene gras.

Zij werd zijn slachtoffer:
kinderontwikkeling
leidend tot moedermoord,
boete & schuld!

Zoonlief, per trein in de
Haarlemmermeerpolder,
toont haar zijn wapen–een sjaal.
Dan: tumult!

Drama–in tranen, zij
smeekt ‘wees toch redelijk!’
Rood reeds haar ogen,
de wol oh zo zacht

definitief leidt tot
noodlotsverordening:
zij ligt als lijk. Hij
ontbloot haar geslacht,

geeft dan zijn oorsprong een
dildobehandeling:
wil zo voorkomen
een daderprofiel

waarin omschreven een
machiavellistische
zoon (daar verkrachting
hoort niet bij zijn stiel).

Enkel dat moordwapen…
culterlumbaalpunctie
was masculiener–dus
beter–geweest:

scalpel of mes even
onderinstekelijk…
Echter was hij voor
een bloedbad bevreesd,

dus ’t werd verwurging, met
scheerwol-cum-zijdeblend,
snel, op een dinsdag,
onzichtbaar gewrocht,

hij had textiel daartoe
matricidaliter
’s anderendaags bij
Miss Etam gekocht.

Cash, hij had cash betaald:
“don’t leave a paper trail!”
Thuis liggen chipkaart
alsook telefoon

werkloos te wachten. Het
amfetaminegruis
bittert zijn keel.
Ongenadige zoon,

die, al indachtig de
celamplitudetests
(handzaam bij zoeken
naar vreemd DNA),

moeder bevlekt met wat
soakliniekbezoek
hem kon verstrekken–
urine, van… tja…

Zo is begonnen een
diepnihilistische
zoektocht naar rust en
een sluitend geheel.

Waar ligt het eind? In het
advocatuurbedrijf–
hij werd gepakt,
dus Justitie zijn deel.

Thans zoekt men heil in het
criminologische:
recidivistische
wenken bestraft

dokter-geneesheer met
farmacologische
giften, waarop je soms
urenlang maft…

Was moeder hier, zou ik…
godverdegodverde…
dit soort gezwets kwam
mij nimmer ten gunst.

Nee, ter finale het
moraliserende:
zij baarde mij, en
ik baarde u kunst.

Ditmar Bakker

Moederzwoegen II

Denkend aan M. onder het kruis
die geloofde in wederopstanding
van haar geliefde godenzoon
de mantel die zij met zorg
voor hem klaar hield

zie ik mijn moeder weer
bij de voordeur vragend
‘jongen heb je wel aan
een schone zakdoek gedacht
en doe je jas dicht het is nog fris’

‘moeder het komt allemaal goed’
vertrouwde ik haar toe en
begaf me naar het zwembad
waar ik mijn lichaam liet aanbidden
door glanzende lentezon

moeder en zoon
ieder een eigen passie
tot diep in de vastentijd volgehouden
de hoop dat het ooit wat wordt
met ons op deze wereld

FT 23.03.2019

mijn moeder

alleen als de zon laag staat
zoals nu
het groene poortje het grind
het oude huis
dat zij in de keuken staat
met een schort om
het zonlicht door de grijzende haren nog niemand thuis
ik dek de tafel en ik leg alles
alles bij haar neer

dat was ik vergeten
zij wist waarom
en nu weet ik het ook
verdomme

Petra Maria

wat een moeder is

mijn toekomst
legde je vast
in jouw handpalm

met duwtjes
in de rug
wanneer het mis ging

op zijwegen
en in bomen
heb ik me verstopt

mijn plan
van eeuwige vrijheid
lukte

nu ik omkijk
er is zoveel ruis
in de stilte

vind ik jou
niet meer terug

Erika De Stercke

hoewel van koninklijken bloede
kon zij de ranke hals toch buigen

een schuilplaats had zij niet te bieden
want vleugels maken nog geen moeder

de kleine grauwe pluizenbollen
keken haar na
toen zij het luchtruim koos

voor alle beelden later
kwam dit beeld te staan

hun moeder was een zwarte zwaan

anke labrie

Klimaatprobleem

Er wordt veel gesproken
over loskomen van feromonen en
dat het niet gewoon zomeren wil
in deze dagen van CO2 klimaat-
neutraal en bijplanten van bomen

over haar hoor je niemand, iemand
die haar hand in zwartbruine aarde
tussen oud blad en onkruid wroette
naar wortelgeel en groen – zij taalde
niet naar zon maar bekommerde zich

om baat en lichte kost – in haar tuin
geen dwalen of gepraat met bomen
nog heb ik, houd ik haar voor ogen
hoe zij – moeder met recht en reden
niet meer zocht dan vrucht en vrede

en werken als een koelie in het hart
een planter stichtte zij uit de wind
een eigen hoek, een bed van krulsla
koolraab, bataat en pastinaak in een
gematigd klimaat op goede grond

Cartouche
23-03-2019

NASCHRIFT:

Ja, we hebben een probleem
van binnen en van buiten
met ons aller tijdsklimaat
zolang we niet luisteren
naar onze moeder – aarde
gegroeid op goede grond
van bestaan begint nu pas
het besef te dagen dat –
Minerva’s uil in een hoek
en bij het grof vuil gezet –
zij alleen uitgesproken
irene is en was

(Ειρήνη / Irene is Grieks voor vrede)

Recht voor raap, praat

De duifel daar druipt
niet langer, ziet robijn.
Zelf zie ik karmozijn.

Verderop in de bocht kruipt
een slang weg als zwijn,
verspreidt een geur van azijn.

Wind speelt geniepig vals.
Moeder loert nog nauwelijks om de hoek.
Bij de geboorte was ik andere koek.

Frans heet mijn broer de onnozele hals.
Zie hoe moeder hem omhelst.
De rest is een zomergekwel.

Liever dat nog dan een kankergezwel
in de borst
zolang het hart klopt en bonst.

marc tiefenthal

Share This:

Lisan Lauvenberg: ‘Alleen dit aardse van onkruid bevrijde bericht.’

onze lisan in oplichtend nagellak treedt de lente tegemoet met losse heupen en elastieke benen!

Laag bij de aarde

Voorjaar
Op mijn knieën, die knielen willen.
Dicht bij de aarde.
Het onkruid tussen de aardbeienplantjes weghalen.
Verwondering over de schoonheid van de schillende soorten onkruid.
Hoe het de aarde bij elkaar houdt.
Hoe mooi de bloempjes zijn.
Hoe stevig de kleine wortels verankerd zijn in de aarde.
Hoe koud deze aarde is en hoe nat.
Hoe vies mijn schoenen en handen worden.
Hoe blij ik hier van word.
En hoe moe, heel moe, maar anders moe.
Van praten wordt mijn hoofd moe en dan mijn lijf.
Van graven, wieden en wroeten wordt alleen mijn lichaam moe.
Fijn moe, goed doorbloed moe, honger moe, zin- in-een-warm-bad moe.

Hoe mooi het aardbeienbed er nu bij ligt, de dag na de volle maan.
Schoon en tot groeien bereid niet meer gehinderd door het onkruid.
Het onkruid ligt nu op de composthoop aarde-voeding te worden.
Zo is alles goed en er is orde en rust voor de regenwormen.
Hoe mooi toch, geen dag voor een gebed, geen tijd voor een gedicht.
Alleen dit aardse, van onkruid bevrijde bericht.

©Lisan Lauvenberg
21 maart 2019

Share This:

ABRAHAM VON SOLO razend

Deel 329. Blanken

Enige tijd geleden schreef ik een column die enigszins kritisch was aangaande ‘yoga-snuivers’. Mensen die heel mindful en vol in het leven staan. Blank zijn, hard werken, sporten, succesvol zijn, goede vaders en moeders en in het weekend ook gewoon recht hebben op coke in hun neus. Ik kende toen de hippe term ‘yoga-snuivers’ nog niet, maar daar bleek het dus over te gaan. In mijn stukje hierover verweet ik deze clan het gebrek aan contact met de samenleving, waardoor ze zich soms in de nesten werken en dan anderen de schuld geven, zonder eerst tussen de lijntjes door in de spiegel te kijken.

Maar welbeschouwd zijn dat dan misschien de excessen. De jeugdzonden, die nog een tijdje in de midlevens doorlopen. Maar blanken zijn veel erger dan dat. Vorige week stond ik in de Bruna naar de tijdschriften te kijken. Daartussen zag ik een exemplaar van de ‘Elle Reizen’ staan. De koptekst las: ‘Heerlijk! Roadtrip met het gezin. Ontdek…’ één of andere nog niet verklote, prachtige, subtropische bestemming. Op de cover waadde een glanzende open top Jeep door azuurblauw water. In de wagen zaten twee kinderen te lachen. Op de passagiersstoel zat een blonde blanke vrouw te lachten met een dure zonnebril. Daarnaast zat quasi nonchalant een dude-man achter het stuur, de verantwoorde, allerleukste vader op de wereld te zijn.

Het liefst was ik in dit plaatje opgedoken. Met een Kalasjnikov. Dan had ik eerst de banden lek geschoten. Vervolgens een aantal schoten in de lucht gelost en daarna de brommende V8 onder de motorkap tot zwijgen gebracht met een laatste salvo. Hierop volgend zou ik een gesprek aangaan met de inzittenden. Ik zou ze vertellen dat de wereld naar de kloten gaat door al dat ongebreidelde toerisme. En dat ze als rijke blanken het goede voorbeeld zouden moeten geven. En niet net als op de cover van de Elle een veel te dure vliegreis boeken om vervolgens net als thuis in de auto te stappen en de omgeving verder te vergallen. En waarvoor? Nog meer kloteselfies en lege loze ervaringen waar je toch geen tijd voor hebt om van te genieten, omdat je zo’n heerlijk druk leven hebt met je super succesvolle teringbaan, al je gekopieerde ‘vrienden’ die allemaal dezelfde dooie rondjes fietsen op hun racefietsjes, terwijl hun vrouwelijke lifecoach zich met een matje onder de arm naar de yoga haast op haar elektrische bakfiets van vierduizend euro of in de Tesla SUV in het compoundleven van hun tyfusvinexofjarendertigkutklotehypoteekaftrekselhuismetkinderopvangnettoeslagcomplex. Als ik uitgeraasd ben, krijg ik van hen als repliek een politiek correct pisverhaal en word ik bedreigd middels juridische maatregelen. De kinderen huilen niet eens. Die zitten stilletjes verveeld op hun iPad.

Oh god, wat haat ik blanken!!!

Dan word ik wakker en loop naar de badkamer. In de spiegel zie ik een enge man. Hij is niet zwart, maar ook niet blank. In zijn ogen twinkelt iets, maar het is geen LED verlichting. Hij heeft groeven in zijn gelaat en een raar kapsel. Hij is niet blank. Hij draagt wél zwart. Gelukkig maar.

Share This:

MERIK groet de dingen in de ochtend

Hoi Pom,
  In de bijlage voor pomgedichten het tekstje genaamd “Groeten”, dat ik vorige week bij Schrijfgroep de Klus schreef, groet, Merik

Groeten

De groeten staken uit mijn fietstas
en morsten liefjes op straat;
voor het muurbloempje aan de overkant,
voor het vergeet-mij-nietje op zolder.

Groeten naar de bewolkte hemel,
waaruit het misère hagelt en regent.

Groeten naar de engelen boven.
Er valt een liefje voor mijn voeten,
bloeit op met geel hart
en witte krans.

Merik van der Torren

Share This:

jolies heij – Het is het familie-uurtje in de literatuur, lieve lezer. Moeders paraderen al geruime tijd door de kolommen ….

Over pistool & rozen

Het is het familie-uurtje in de literatuur, lieve lezer. In aanloop naar de boekenweek paraderen al geruime tijd moeders door de kolommen en over de podia, want vrouwen die geen moeder zijn hebben toch een minder aureool, volgens de heren bedenkers van dit thema. Wist u overigens dat weduwes supersexy zijn? Of dit omgekeerd ook voor weduwnaren geldt zou ik niet weten, ik heb het nooit aangelegd met een weduwnaar. Mijn moeder wel, maar dat was geen onverdeeld genoegen, aangezien hij zijn vrouw wel ten grave had gedragen, maar de darling niet gekilled. Maar dit terzijde.

Over moeders spreken in de literatuur voornamelijk zoons zich uit, over vaders trouwens ook. Over moeders en dochters spreken de vele vrouwenbladen en zelfhulpboeken zich uit. De vader-dochterrelatie is het meest onderschat in de literatuur, stelde het servokroatische leraresje die zelf geregeld autoritaire mannen als vaders, veldwachters en directeuren in haar werk laat opdraven. Trouwens, vervolgde ze, is het je nooit opgevallen hoeveel verknipte families er wel niet zijn als mensen eenmaal over hun vaders en moeders uitweiden? Ik zou het niet weten, gaf ik. In mijn directe omgeving maak ik niet anders mee, maar ik ken alleen kunstenaars, die zijn verknipt. Ik heb niet zoveel met familie op.

Familie is erger dan dictatuur, daar kun je nog een revolutie beginnen, maar je plaats in de familie ligt vanaf je geboorte vast. Iedere familie heeft een vaste hierarchie van succesvolle dwingeland tot onderspitdelvende loser of zelfs outcast. Familie is macht zonder dat daar ooit aan getornd kan worden. Ik dacht trouwens dat jullie Bosniërs zulke hechte families hebben? Des te erger, verzuchtte ze. Waarom denk je dat we oorlog voeren? Zo dicht op elkaars lip zitten kan niet goed zijn. Jullie Nederlanders kunnen tenminste afstand van de familie nemen met het excuus dat de tram niet rijdt vanwege een aanslag als je bij je petemoei op bezoek moet. Onze families wonen bij elkaar in hetzelfde dorp, vaak in hetzelfde huis. Waarom denk je dat ik een andere identiteit heb aangenomen?

Als ik wist dat mijn familie mij zou lezen, zou ik niet meer rustig slapen, laat staan überhaupt schrijven. Jullie hebben alleen vaders, moeders, gemene zusjes en pesterige broertjes, maar wij ook nog eens opa’s, oma’s, ooms, tantes, neven, nichten, achterneven… Jaja, ik snap het, onderbrak ik haar, jullie hebben in de taal een aparte benaming voor ieder familielid. À propos, ga jij eigenlijk nog wel eens bij de natuurgenezer langs, zoals het een goede adoptief dochter betaamt? Neen, hij is mijn familie niet en bovendien heeft hij me verstoten, wat mijn eigen familie nog niet heeft gepresteerd. Wel, dan zal ik zorgen dat hij je weer aanneemt, zei ik beslist. Kom mee. En we struinden naar het tuinhuis dat er verdacht verlaten bij lag. De deur knalde tegen een stapel dozen die met veel geraas omdonderde. De natuurgenezer rees met de haren te berge vanachter de divan op. Niet schieten! gilde hij. Waarom zouden we dat willen, Radovan? gaf ik. Wij zijn dames, wij brengen enkel rozen.

En wat hebben die verhuisdozen te betekenen? Ik zat vanochtend in de tram naar Nieuwegein, begon hij buiten adem te vertellen, toen zo’n Turk ineens z’n pistool trok. Gij gad get op mij gemunt, ik zweer get je! Dus ik zei tegen gem, toe maar, schiet me maar verrot, want ik word binnenkort in mijn goger beroep tot levenslang veroordeeld en dan verdwijn ik in een cel met een gat in de grond, dus dan kan ik maar beter nu voor get vaderland sterven. En weet je wat de snotaap antwoordde? Jouw Servenbloed is Allag niet waardig en toen begon gij als een dolle om zich geen te schieten, echter zonder mij te raken. Vandaar deze verguisdozen, vanwege mijn nakende veroordeling. Get is niet eerlijk, Mladic mag binnenkort naar guis omdat gij te ziek is, ik zei nog tegen die Turk, schiet me dan tenminste in de voet, maar nee goor. Het servokroatische leraresje nam de bibberende natuurgenezer bij de hand en liet hem naast haar op de divan plaatsnemen. Het geeft niet, Radovan, zei ze sussend, het is je allemaal vergeven. Je zult met een zuiver geweten in dat gat in de grond verdwijnen.

zinneloos zonder zeil

hij was al in 1980 melancholiek naar het stemmige
sonneveldse dorpsmuseum, zeg niet melancholisch

waar hij als man van de taal de teutonentongval
uit melktanden sloeg, hele dorpen naar zijn hand zette

met grenspalen voor alles wat zich uitheems in nesten
probeerde te wringen toen er een enkele neger werd gezien

en ruzies nog op het schoolplein werden uitgevochten, tanden door
lippen geslagen en dat je wist wie je knikkers roofde

maar het niet durfde te zeggen, het land naar zijn voorbeeld ontgonnen, de bodem van de fles niet troosteloos genoeg

en de bom een hypothese, de vijand een rus uit de strip
met opgezette kraag of de minkukelige helpers van sneeuwwitje

het paradijs bij god in 1955, toen nog niet ontmanteld
als vieze ouwe man met openwaaiende regenjas

toen hij groter was dan hem en de hemel nog niet bevolkt met
virtuele pestkoppen, hij beloofde me melancholie, maar op

zinneloosheid en varen zonder zeil was ik niet voorbereid, je hebt
het me in 1980 al verteld, toen ik nog geen oren had

Jolies Heij

Share This:

Karin Beumkes baldadig vandaag: …en ik eet heel graag duif met prei…

Hoi Pom, in een baldadige bui proefde ik van de lente.

Sollicitatievoer

Kan heel goed tijpen ook
verder ben ik snel in liegen
mijn rijbewijs heb ik in twee rondes gehaald
en ik eet heel graag duif met prei
mijn kat heet Jansje Afwasteiltje
enne enne ze is al drie

ik ben gevallen op mijn knie
toen mijn tante net een drieling had
maar in dat jaar haalde ik ook dat diplomaatje
waar U op te wachten zat. Hij heette Bart
Hij werkte op de ambassade van stil nou moeder
Ik wacht op Uw toegenegen antwoord
verder heb ik geen plannen. Die pushup behaas
van Honkenmuller lijken me wel wat.


Muziek: The Gun Club-John Hardy https://youtu.be/YC7B8eeJILk
Groetjes en liefs, Karin

Share This:

PETRA MARIA wint de enige echte virtuele trofee der zinloosheid op pomgedichten- Cartouche zilver en Frans Terken brons – deze week – (naar een gedicht van peter posthumus)



met de eerste drie bijdragen waren de metalen wat mij betreft verdeeld vandaag – ‘niets is me liever dan eenvoudig mooi’: voor petra maria het goud vandaag –  een gewone dag daar ligt ons verlangen – een gewone dag met uren – van harte gefeliciteerd – lees mijn recensie. cartouche huppelt met het zilver weg. hij biedt onze romantische harten ondanks alle zinloosheid een nieuwe zon: een nieuwe zon, een bestaan om in ongehoorde schoonheid te vergaan. en brons voor de vijf gouden regels van frans terken: over de zoete strijd van de dichter om een broos bestaan. en dan hebben we nog het verzamelgedicht – dank aan alle dichters die hebben ingezonden – het was mooi deze week:

een lichte dag waarop het regent – ik weet er vandaag geen woorden voor – klaar voor de sprong naar een nieuwe zon – Gewonnen, verloren, verloren gewonnen – De spiegel wijst het hoofd op denken – oh boot van de liefde oh boot van de dood – Wat is de boodschap van auto’s in de vangrails ? Laat mijn schaduw los – je hebt het me ooit eens verteld toen ik nog geen oren had.


snak jij ook


naar een gewone dag
met uren
vol lege gedachten
terwijl de zilvermeeuw
haar vleugels vouwt


naar een lichte dag
waarop het regent
zodat wij ongestoord
langs het water lopen
en met zware natte jassen
terugkomen


gewoon een dag
waar ik naar verlang


PetraMaria


dat we de zinloosheid van het bestaan toch nog enige zin geven – daar zijn dichters voor. troost bieden, troost en nog eens troost – dichterslot! meteen al prachtig verwoord door petra maria. in een grenzeloze eenvoud het verlangen naar een gewone dag beschreven – een lichte dag waarop het regent.  hier bereikt deze romantica die prachtige eenvoud waar dichters elke dag naar streven echter door de zinloosheid van het bestaan ook bijna elke dag van af gehouden worden. onze petra vandaag niet. zie hier haar gewone dag met uren! het lijkt erop of de zinloosheid alleen bestreden kan met de eenvoud.
  • petra maria – een lichte dag waarop het regent
  • frans terken – ik weet er vandaag geen woorden voor
  • cartouche – klaar voor de sprong naar een nieuwe zon
  • marc tiefenthal – Gewonnen, verloren, verloren gewonnen.
  • aratrios – De spiegel wijst het hoofd op denken
  • rik van boeckel – oh boot van de liefde oh boot van de dood
  • marten janse – Wat is de boodschap van auto’s in de vangrails
  • erika de stercke – Laat mijn schaduw los
  • jolies heij – je hebt het me ooit eens verteld toen ik nog geen oren had.

en van de gezamenlijke dichters dit prachtige zinloze regelgedicht:

een lichte dag waarop het regent – ik weet er vandaag geen woorden voor – klaar voor de sprong naar een nieuwe zon – Gewonnen, verloren, verloren gewonnen – De spiegel wijst het hoofd op denken – oh boot van de liefde oh boot van de dood – Wat is de boodschap van auto’s in de vangrails ? Laat mijn schaduw los – je hebt het me ooit eens verteld toen ik nog geen oren had.

wie wint de enige echte virtuele trofee der zinloosheid op pomgedichten? – deze week – (naar een gedicht van peter posthumus)

in zijn tweewekelijkse bijdrage die hij elke week instuurt behandelt peter de zinloosheid van het bestaan op een eigen en aangename maar wel genadeloze wijze. inspirerend voor onze zondagochtendwedstrijd – dat we de zinloosheid van het bestaan toch nog enige zin geven – daar zijn dichters voor. troost bieden, troost en nog eens troost – dichterslot! u kent de regels –
de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

al dat genadeloos gesodemieter
gejakker en gesjagger
die hele helse bende
die drijft op oude angsten
op gestolde stress
op zinloosheid , op leegte
op verpletterende overbodigheid
bestemd voor de vergetelheid

zoiets als

golven die ontraceerbaar
beuken op de kust
onstuimig, zonder ballast
ongrijpbaar, zonder houvast

golven zonder zin
zonder verveling
tegen ieder tijdsbesef in

      peter posthumus

de zinloosheid der dingen

of het kamers heeft of muren
waar we koffie drinken
wonen we

geef me een huis
het maakt niet uit welk huis
een karkas met brokkelmuren
is genoeg

kom oude keuken kom
we koken samen om te praten
ik ben in veel bedreven
alleen in sterven niet

pomwolff

snak jij ook

naar een gewone dag
met uren
vol lege gedachten
terwijl de zilvermeeuw
haar vleugels vouwt

naar een lichte dag
waarop het regent
zodat wij ongestoord
langs het water lopen
en met zware natte jassen
terugkomen

gewoon een dag
waar ik naar verlang

PetraMaria

dat we de zinloosheid van het bestaan toch nog enige zin geven – daar zijn dichters voor. troost bieden, troost en nog eens troost – dichterslot! meteen al prachtig verwoord door petra maria. in een grenzeloze eenvoud het verlangen naar een gewone dag beschreven – een lichte dag waarop het regent.  hier bereikt deze romantica die prachtige eenvoud waar dichters elke dag naar streven echter door de zinloosheid van het bestaan ook bijna elke dag van af gehouden worden. onze petra vandaag niet. zie hier haar gewone dag met uren! het lijkt erop of de zinloosheid alleen bestreden kan met de eenvoud.

Dit is een zinloos gedicht

Zou ik een boodschap hebben
ik weet er vandaag geen woorden voor
alsof ik verdwaald in de taal van een stad
maar niet de omgeving kan lezen

vensters voorbijgangers
ze geven geen teken van leven
geen ander contact dan kortsluiting
de vonk uit handen geslagen

dat ik de woorden wil bewaren
voor betere dagen boetseer ik ze
op een stevig vel dat ertoe doet

houtgesneden neergezet
met rug tegen rug in strak gelid
om te staan waarvoor ze staan

dat ik weer weet waarvoor ik het doe
verzet tegen mateloos gemekker
zoete strijd in een broos bestaan

FT 16.03.2019

Zou ik een boodschap hebben
ik weet er vandaag geen woorden voor

(tot)dat ik weer weet waarvoor ik het doe
verzet tegen mateloos gemekker
zoete strijd in een broos bestaan

die mooie tweede regel dicteert bijna deze selectie. dan kies ik voor de laatste drie regels met die ook weer werkelijk prachtig laatste regel. dat de dichters weten zich op deze site te vinden in een waar romantisch nest – 5 onvergankelijke regels in romantisch opzicht schreef frans terken.

Ongehoord

Mens, een tot koord gevlochten woord
uit zovele mogelijke zoals een stukje
vlees dat op lippen te besterven ligt

ze springen en breken uit zinnen
brokken van een nooit af gedicht
redeloze sterren in lange leegte
super nova eens, nooit weer

een glimp, een flinter hoop op leven
rode reus tot witte dwerg vervallen
licht in een zwart gat gevangen

terwijl aan de oeverloze overkant
stof in gekromde holte van
ruimtetijd zich bijeen-
hoopt als parelzaad

klaar voor de sprong naar
een nieuwe zon, een bestaan om
in ongehoorde schoonheid te vergaan

© Cartouche
16-03-2019

dat we de zinloosheid van het bestaan toch nog enige zin geven – daar zijn dichters voor. troost bieden, troost en nog eens troost – dichterslot!

ik wilde al schrijven voor dat ik de laatste strofe las – is dat nou de troost waarop we zo lang moesten wachten – maar gelukkig cartouche presenteert die laatste strofe met die nieuwe zon waarin het vergaan in schoonheid wordt beschreven en de schoonheid ongehoord mag vergaan – ook van mij.

een nieuwe zon, een bestaan om
in ongehoorde schoonheid te vergaan

hij flikt het elke week weer, cartouche – zinloos? het bestaan? ok – krijg je en nieuwe zon – kun je weer door. cartouche de therapeut van een verloren generatie. de therapeut voor de echte zwarte romanticus. doctor cartouche plukt een nieuwe zon voor u.

Op een berg

Hij stond op berg “Verloren hoop”,
alleen, elke morgen klokslag negen.

Om tien uur liet hij
de verloren hoop varen.
Het werd niets met zijn dochter.

Hij stond op berg “Verloren hoop”,
alleen, het was half tien,
toen je eindelijk aan de einder
nog een stip,
tegen kwart voor tien heel hip,
verscheen.

Gewonnen, verloren,
verloren gewonnen.

marc tiefenthal

de laatste vier woorden daar verlaat de poëzie het voorafgaande proza. het gedicht mag wat mij betreft uit deze laatste vier woorden bestaan. eind goed al goed.

In een omzien

Scherven prettige waanzin, achter het bed,
onder in de kast waar je nooit kwam. Piaspak.
Meegenomen van een verhuizing, het bestaat,
een volgende zinloze verplaatsing naar wat beter
leek of op z’n minst niet slechter.

De spiegel wijst het hoofd op denken, gewoon
denken. Is dat dan zo moeilijk? Dat het leven
één richting maar weet, één onthouden vergeten
enkel achter de rug, waar omzien toe pijnigt.

Dus je houdt het op een simpel tijdverdrijf, alsof
die zich opjagen laat, anders dan in slinkstuip
weer dichter bij, weer verder van.
Een duwen en trekken dat tot niets leidt.

In een omzien heb je het huis toch aan kant,
zand en glas met flinke vegen heen,
voor even de blik lichter. Zo flitst het.
En dat pak staat je fantastisch.

Aratrios

dat we de zinloosheid van het bestaan toch nog enige zin geven – daar zijn dichters voor. troost bieden, troost en nog eens troost – dichterslot!

te ingewikkeld – het verhaal. we moeten met de dichter mee en dat werkt hier vermoeiend. het is niet de lezer die iets moet het is de dichter die de lezer mee moet nemen. maar dan zijn particuliere verhalen niet het juiste ingredient. zeker niet als de dichter iets van logica tracht aan te brengen in de opeenvolgendheid der dingen.

De spiegel wijst het hoofd op denken…

die gouden regel houden we vandaag toch maar mooi over – nooit meer kunnen we onbevangen voor een spiegel staan – dank u wel meneer van egmond – u heeft ons denken te grazen.

Pom, hier mijn bijdrage aan de virtuele zinloosheid.
Goed weekend, Rik

Uit de knoop van de knal

Het leven een dodelijk sprookje
drink je of rook je
het is even zinloos
net als Pandora’s doos
net als ieders dood

oh boot van de liefde
waar laat je ons staan
oh boot van de dood
waar breng je ons heen
langs wateren van het universum
langs sluizen van het heelal
geboren uit de knoop van de knal

daar gonsde het ritme van Al
van leven tot dood
van morgenland tot verwonderd schemerig romantisch avondrood.

Rik van Boeckel
16 maart 2019

dat we de zinloosheid van het bestaan toch nog enige zin geven – daar zijn dichters voor. troost bieden, troost en nog eens troost – dichterslot!

ook rik brengt ons weg naar schemerig romantisch avondrood. iets minder overtuigend deze week na al die beschreven  doodsbedreiging in eerdere strofen – die prachtige romantische uitroepen nemen we graag over – zo willen we sterven – zo wil iedereen wel sterven:

oh boot van de liefde
waar laat je ons staan
oh boot van de dood
waar breng je ons heen

ja hoor ik hoor het  mij zelf met de passie van een ank van de moer uitroepen op mijn sterfbed. wat een mooie en gedragen laatste woorden zullen ze zeggen  om het bed heen.

Grijs dat geen grauw is

Grijs dat geen grauw is
wegen zonder einde
en wind die waast

Of ik kom of ga
jij vult mijn gedichten
troebleert mijn hart

Wat is de boodschap
van auto’s in de vangrails
Feestelijk blauwe lichten

Grijns dat geen grauw is
Het antwoord op mijn
vragen krijg ik niet

Marten Janse

dat we de zinloosheid van het bestaan toch nog enige zin geven – daar zijn dichters voor. troost bieden, troost en nog eens troost – dichterslot! op FB lezen we midden in de nacht de recensie van jolies heij op dit gedicht – goud roept onze jolies. het goud van jolies heeft marten al binnen.

op dit moment zit ik max verstappen te bekijken – u begrijpt de lichte glimlach op de lippen na het lezen van de derde strofe. hij haalt net vettel in.

terug naar het gedicht: de romantische pijn lijkt in de tweede strofe beschreven – met een romantisch oplichtend blauw dodelijk gevolg in de derde strofe. zo blijven we achter als lezer in de vierde strofe – zonder een woord van troost – het vanghek in.

Er is geen reden
om het huis te verlaten.
De temperatuur is goed geregeld
het eten staat klaar.

Aanschuiven en toetasten
over koetjes praten, zoals het hoort.
Plannen maken voor de vakantie.

Met een smoesje verdwijn ik. Laat
mijn schaduw los in de dekselputstraat
die doodloopt wanneer het avonduur valt.

Nooit
keer ik
op mijn zinvolle stappen
terug.

Erika De Stercke

erika laat haar schaduw los – een prachtige regel – de weg uit de werkelijkheid heeft zij  betreden en een weerom is er niet meer bij. bij marten gingen we de vanghekken in – bij erika doemt de put op.

Gedachtegoed

Vader was in 1980 al melancholiek
bij hem was het melancholiek en niet melancholisch
wat voor hem als man van de taal voor foeilelijk verguisd
vader verfoeide alles wat uitheems
zich in nesten probeerde te wringen
het dorp naar zijn hand gezet
het land naar zijn evenbeeld ontgonnen
de bodem van de fles was niet troosteloos genoeg
in 1980 was de bom al geplaatst
de rus de vijand in het radio-actieve struikgewas
in plaats van de vader die zich uitgaf voor leenman
voor de foute man op de foute plek, geworteld in 1955
ontworteld sindsdien, ook de plek zweeft
tussen gedachtegoed en herinnering, in 1980 waren zijn spoken
niet de mijne die ik nu koester
hij beloofde me melancholie, maar op zinneloosheid
en varen zonder zeil was ik niet voorbereid, je hebt
het me ooit eens verteld toen ik nog geen oren had.

Jolies Heij

tsja ik weet het niet. ik houd niet van romans waarin het familieleed centraal wordt gesteld.

Share This:

LIEVE LISAN – ik zou wel eens willen weten… (de nieuwe rubriek)

UW vragen voor onze LISAN kunt u inzenden, dag en nacht, bij elke stemming, uit een eenzaam bedje of uit een gezellige volle kroeg, vandaag of morgen of later nog – als het maar voor de volgende column op vrijdag is – naar:
het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter

Lieve Lisan,

Vanochtend dacht ik ineens dat ik het leuk zou vinden om een lieve Lita site te hebben, een plek waar mensen de meest onzinnige vragen mogen stellen over hun leven over wat wel en niet mag qua etiquette en ook over de liefde, het verlangen en afscheid nemen. Nu ik toch al wekelijks de moeite neem om mijn vragen en observaties op schrift te stellen is het een klein stapje naar vragen van lezers beantwoorden. Ik ben fan van de pagina’s in de Volkskrant waarin lezers elkaar raad geven bij delicate kwesties en ook in de Trouw is een oude gediende al jaren bezig met “hoe het hoort” uit te leggen. Met een stevige dosis humor zou het nog leuker zijn.

Bij het ouder worden, wordt men wijzer zogezegd, als je geluk hebt gehad met het behouden van je geestelijke vermogens. Nou ik heb geluk gehad, meer dan dat. Telkens als ik uit een narcose ontwaakte was ik zoooo blij dat ik nog kon denken en spreken vooral. De laatste keer was ik zo blij dat ik nog een stem had, dat ik in luid zingen ben uitgebarsten op de IC De verpleegkundigen vonden het grappig, vooral omdat ik van een Maria danklied, moeiteloos overschakelde naar een Iers dranklied. En een kinderliedje aanhief toen ik een kindje hoorde huilen. Het was een heel troostrijk gebeuren, voor mij en iedereen die mij bij het ontwaken zag, want ik lééfde en zong.  

En troostrijk wil ik ook zijn en blijven.

In leven blijven betekent vooral nog zoveel kunnen meemaken en delen, en in dat delen wil ik wat guller zijn. Centen heb ik niet, wat ik nodig heb is er, maar ik bezit een grote kennis van het leven en ben graag behulpzaam, maar heb ook heel goed geleerd omdat alleen behulpzaam te zijn als het me gevraagd wordt. Ongevraagde hulp wordt niet op prijs gesteld en kan zelfs tot grote misverstanden en ruzies leiden, heb ik ervaren. Ook vaak gezien wat het kapot maakt als anderen het wel doen. De helper weet vaak niet wat hij of zij verkeerd deed, want wilde alleen helpen. De hulpontvanger kan meerdere redenen hebben tot boosheid, omdat hij het bijvoorbeeld zelf wilde oplossen, of er nog niet over wilde praten, er niet aan toe was, of belangrijker nog, de verkeerde hulp kreeg. en dat gebeurt vaker dan we denken, want we denken vanuit onszelf als we een ander ongevraagd helpen en zelden bedenken we eerst wat het voor de ander betekent als je ingrijpt met jouw hulp.

Als iemand naast je van zijn fiets klapt, dan help je natuurlijk meteen, als je de vaardigheden bezit. Zo niet dan bel of roep je zo spoedig om hulp.

In alle andere gevallen, eerst zorgvuldig (be)vragen of de ander jouw aandacht en oplossingen wel wil.

Zo dit was een antwoord op een vraag van een jonge meid, die maar niet snapte waarom haar hlp altijd verkeerd wordt uitgelegd en ik dacht ik deel het met de Pom lezers, zodat meerdere mensen er iets aan hebben.

Maar om met al die opgepotte antwoorden op al die onbeantwoorde vragen te blijven zitten is een verkwisting van kennis en kunde, van de kunst van het leven.

Als ik dan ook nog een beetje commercieel ga denken en voor ieder juist antwoord een kleine vergoeding krijg, dan word ik misschien ook nog eens rijk, met wat ik met liefste doe. In alle rust de tijd nemen voor mensen en ze verder helpen, met grapjes, levenswijsheden en vooral laten weten dat je jezelf niet steeds zo serieus moet nemen. Wel het genieten, altijd het genieten,serieus nemen Voor elke tegenslag is er er een moment dat het meezit, we tellen alleen zo verkeerd.

Tijd voor een nieuwe rubriek?

Nog vragen?

©Liefs Lisan Lauvenberg

15 maart 2019

Share This:

het tweewekelijks gedicht van PETER POSTHUMUS: ‘al dat genadeloos gesodemieter gejakker en gesjagger’

ik hoop echt dat ie zijn tweewekelijks gedicht elke week aan ons schenkt om de donderdagavond en de nacht naar de vrijdag vol contemplatie te gieten – peter posthumus – zijn heerlijk hard realisme lezen we meteen al in de eerste regels – dank je wel peter:

al dat genadeloos gesodemieter
gejakker en gesjagg
er

Hoi Pom.

al dat genadeloos gesodemieter
gejakker en gesjagger
die hele helse bende
die drijft op oude angsten
op gestolde stress
op zinloosheid , op leegte
op verpletterende overbodigheid
bestemd voor de vergetelheid

zoiets als

golven die ontraceerbaar
beuken op de kust
onstuimig, zonder ballast
ongrijpbaar, zonder houvast

golven zonder zin
zonder verveling
tegen ieder tijdsbesef in

          peter posthumus

Share This:

Abraham von Solo 40! – ‘Voor het eerst voelde geluk niet zwaar en broos, maar veilig….’



VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 

Deel 328. Veertig

Een aluminium, stervormig constructieprofiel. De koelte die het gaf als ik er met mijn wang tegenaan stond, terwijl ik naar de spelende kinderen keek. De paaltjes, die vlekken maakten op mijn broek, in de zomer als het teer smolt. Het smalle gootje van zand tussen diezelfde paaltje bij het knikkerkuiltje, waarvan ik altijd dacht wel te weten hoe het balletje zou rollen en een ander het altijd beter bleek te weten. De angst voor grote pestkoppen, die ik niet snapte, omdat ik pesten niet begreep. En de verdovingsspuit midden in de wond en het uitschreeuwen van de pijn onder het TL licht bij de huisarts, nadat mijn moeder tijdens het middageten ontdekte dat ik een gat in mijn been had. Ik had bij het oversteken een fiets niet gezien, omdat mijn capuchon te ruim was. Het regende hard. De meester die zei dat toen hij jong was, ze vochten met messen, terwijl hij het jongetje dat brutaal was geweest het liefst op zijn donder zou geven, maar niet verder ging dan het ventje aan zijn arm de klas uit sleuren. Dat zijn mijn herinneringen aan de lagere school. Een paar maanden geleden werd ik op het dorp van mijn ouders gewaar dat het gebouw er niet meer stond. Dat deel van mijn jeugd was nu ook voorgoed verdwenen.

Wat vaag overblijft zijn de gedachten zoals ik ze op kan schrijven. Daaruit kan ik enkel concluderen dat het geen vrolijke gedachten zijn. Er zijn ook niet veel herinneringen uit die tijd die ik koester. Voor mij is er niets herkenbaarder dan wanneer ik mijn zoontje langzaam in een ongeremde extase zie vervallen, die onvermijdelijk moet eindigen in een huilbui. Geluk is vanaf mijn jongste herinnering iets breekbaars geweest. Iets waar de vloek van een zelf vervullende profetie van neergang aan verbonden moest zijn. Geen voorspoed zonder de altijd aanwezige dreiging van verval. Tot de onbewuste wetenschap dat gelukkige momenten altijd hetzelfde slot kennen. Hoe ik de wereld door mijn kleine ogen heb leren kennen heeft mij niet tot een vrolijk kind gemaakt. Vaak vervloekte ik in mijn vroege tienerjaren mijn denken en wilde ik niets anders dan al mijn gedachten stilzetten, zodat ik rust zou hebben. Of wat ik dacht te kunnen noemen, gewoon gelukkig zijn. Zelfmedicatie met alcohol domineerde de decennia daarna. Maar ook dat kan niet aanhouden. Je maakt nieuwe mensjes. Waar jij niet de last voor mag vormen. De voorspoed die me ten deel viel, voelde lang als schuld. Toch is er nooit zoiets als een depressie geweest. Nooit dat gevoel dat er geen uitweg meer was. Het was meer een gemis. Een ongeleden verlies. De altijd aanwezige dreiging van het moment van inlossen van het onzichtbare krediet.

Tot ik op mijn veertigste met mijn gezin bij Brasserie Wepler zat op de Place de Clichy. We waren net bij de Sacre Coeur geweest en mijn kinderen aten zeebaars, wat ze anders nooit zouden doen. Voor het eerst voelde geluk niet zwaar en broos, maar veilig. Op dat moment hield het verleden op zich te vormen zoals het altijd had gedaan. Waarom dat zo lang heeft geduurd weet ik niet. In de buik van mijn moeder duurde het negen maanden om verder te komen. Eenmaal op eigen benen veertig. Je hebt het ook niet door tot het gebeurt. En het enige dat je dan ineens weet, is dat je nog niks weet. En dat lucht gigantisch op. Zonder dat je er direct voor hoeft te sterven.

Share This: