Geen categorie

Merik van der Torren op de woensdag bij storm en regen en kokende hitte…. en Mirjam Al: zeg het ik moet het weten ….

Geplaatst op
afgelopen zondag zó vereerd met de aanwezigheid van merik van der torren en sara het hondje natuurlijk en mirjam al op het feestje – beide dichters droegen een gedicht aan mij op en voor –  een terugblik op deze ‘merik op de woensdag’ – dank jullie wel:
.
Voor Pom, 65 jaar
 
Bij storm en regen,
sneeuw en ijs,
kokende hitte
en piranha’s loeren,
 
Bij Rutte en Bos
in de wandelgangen,
door struikgewas,
stuitend op de oeros
en het duister valt,
virtuele spoken lichten op.
 
Dan een bed van mos
met jou en jou en jou
minnekozende eentjes
in het Amstelpark.
 
Stuur ik op naar Pomgedichten
op de woensdag
met pakkende foto
voor de week
 
van harte gefeliciteerd, Pom
en nog vele jaren,
 
 
Merik van der Torren

Share This:

Geen categorie

GEMEND DUO GERRIE (arie&gerdin) met de POMRAP aangekondigd door JOLIES HEIJ

Geplaatst op
goeiemorgen pom
het was een heel mooi feest –
sorry dat ik niks heb voorgedragen, maar ik was niet voorbereid
anderen konden dat veel beter, vooral de rap van arie en gerdin was onnavolgbaar en natuurlijk ditmars ode aan jou
wist je eigenlijk dat hij daarmee ooit bijna de uslam heeft gewonnen?
wat ik maar wilde zeggen: ik heb genoten, dank je wel
& natuurlijk nog vele jaren voor jou en je ega
ps ik heb ook heel leuk met je duitse schoonzoon gebabbeld
hij was bekend met de duitse poetry slam, dat is altijd een pré natuurlijk
hoewel ik nog nooit in berlijn heb geslamd, helaas….
DE POMRAP door een door en door gemengd duo
 
Weest op uw hoede in het bos
want een oude wolff loopt los
weeft zijn web tussen de bomen
hijgend aan de ratrace ontkomen
rijp voor pensioen en niets omhanden
geen enkel roodkapje om aan te randen.
Webmeester webmeester
weef me een web
stuur me een app
dan maak ik een rap…
 
Niet te breken is de golf
van ons aller Webbie Wolff.
Nettentrekker. Dichterspin.
Eén beweging… en erin.
 
Hit me with your laptop click.
Hit me. Hit me.
Tig miljoenen hits heb ik.
Hit me. Hit me. Hit me.
Neem een kijkje. Werp je blik.
Zwiep de highlights op een stick.
Hit me. Hit me. Hit me.
 
In de tuin dreigt geen gevaar
’t wolffje gluurt er steels naar Haar
mijmert stillekens voor zich uit
gisteren was Zij de bruid
en hij de man van tien miljoen
hits die niemand over kan doen.
Webmeester, webmeester
weef me een web
stuur me een app
dan maak ik een rap…
 
Elke Apple, elke Dell
zoekt De Column of De Rel.
Overuren maakt je mouse.
Solo Von, Heij in the house.
 
Hit me with your laptop click.
Hit me. Hit me.
Klik je suf. Riskeer een fik.
Hit me. Hit me. Hit me.
Arbouw, Hest, Ron M. en Kick
kregen hun verdiende tik.
Hit me. Hit me. Hit me.
 
Tijd kan niet anders dan verstrijken
steeds meer verleden om op terug te kijken
onder de kleine pruikenboom
droomt hij vaak dezelfde droom
naast de geurende paarse roos:
niemand is op de wolff nog boos!!
Webmeester, webmeester
weef me een web
stuur me een app
dan maak ik een rap…
 
In de metro, in de trein,
in de jungle, de woestijn,
op vakantie, op het werk,
in de nachtclub, in de kerk…
 
Hit me with your laptop click.
Hit me. Hit me.
Klik de rafels van je brik.
Hit me. Hit me. Hit me.
Confronteer me, zuig of lik.
Ik pareer je dubbeldik.
Hit me. Hit me. Hit me!
 
 
Gemengd Duo Gerrie
Amsterdam, 20 mei 2018

Share This:

Geen categorie

FRANS TERKEN: ‘onder het genot van bjorns muziek en de geur van blookers cacao…’

Geplaatst op

De jaren tellen (voor Pom)

Dat het vandaag geen wedstrijd is
het leven van zondag vroeg uit de veren
voor commentaar en onderweg je dingen doen
– laat het vallen (van opstaan) maar achterwege –

tot ver in het land je stem verheffen
zoals wij hier met de lieven doen
onder het genot van bjorns muziek
en de geur van blookers cacao

niet op afstand virtueel samenzijn
maar tastbaar met trofeeën aangedragen
langs het water van de Amstel
om 65 te vieren, en nog heel veel plus
we houden het niet bij schrijven alleen
zeggen het ook om de stilte voor te zijn
als je het woord voert, groeit het van

het jaar met watersnood tot deze mijlpaal

mag je je koning rekenen in je eigen rijk
je onderdanen door de wolf geverfd
in sprekende kleuren en schone tonen
het is de hand van de meester die je erin ziet

‘kapitein’ van de Pom die blad voor blad leest
en steeds van zich laat horen – bril achteloos
opgezet om de wereld nog scherper te zien
van wat erin leeft en vandaag feest

FT 20/05/2018 

 

 

Share This:

Geen categorie

JAKO FENNEKs wijze raad aan de 65jarige – én DITMAR BAKKER zet de puntjes op hun i

Geplaatst op

 

Bienvenu

Ik ben een oude man
en kan je zeggen hoe
hoe, hoe, hoe het verder gaat
de terugkeer naar het begin
de val in het luchtledige
in het naamloze niemandsland
ze zullen voor je opstaan
hun zitplaatsen aanbieden
ze zullen je troosten
als je je stem verheft, want
je stem zal alles zijn wat zich nog verheft
maar laat je niet kisten
zeker geen kist van zes planken
fiets, wandel door akker en veld
volg de bedding van de rivieren
ga gesprekken met koeien en vlinders aan
ze zullen je snuivend en fladderend toehoren
van vandaag af, Pinksteren 2018
ben je opgenomen in de club der Wijzen
Bienvenu mon vieux Pom

 

Jako

 

 

Pom, liefste,

We zien elkaar straks—en het wachten valt zwaar. Wat is er wachtende—dan het schrift? Ik hoop maar dat eventuele lezertjes zelf de mop in regel twaalf hebben kunnen oplossen. Giacomo, ja, kom, o…en ‘bezetter’ schijnt te betekenis te zijn van betreffende voornaam—ongeveer, in elk geval. Het stond te ver van de tekst af om de finesses na te zoeken, want van een bezetter is in de brontekst geen sprake. Waarvan dan wel?

Een belletje (Campanella) in de vorm van een squilla (belletje), die ook weer inktvis of octopus betekenen kan. Het zal aan mij liggen dat ik daarbij meteen weer denk aan de vele ledematen waar het beest mee graaien kan—het sonnet gaat nog steeds over de liefde. Alles resoneert en speelt met elkaar. Laten we het eens overdoen:

27 – TEGEN CUPIDO

Zo’n drieduizend jaar klampt dees aard zich reeds vast
aan amor met vleugels en pijlen—eerst blind,
thans doofgeraakt: ’t lijden dat mensen verslindt
negeert hij, geen zorg of gena in zijn bast; 

een vrek in het bruin die naar rijkdom slechts tast,
niet langer een naakt en rechtschapen, trouw kind,
maar ’n oude vent—leep. Gouden pijlen? Nu in ‘t
bestel men pistolen gebruikt, lijkt ’t gepast

te werken met sulfur en lood, vuur en donder
die helser verminken dan pest zelfs ontvleest;
verduist’ren en doofmaken ’t happigste brein.

Mijn klepel klinkt schallend, ja kom, o, dragonder;
“geef op, geblesseerd, doof, verdorven blind beest,
van wijslijke liefde, in zielen steeds rein.”

Kleine wijzigingen die een mondo van verschil maken en de ambiguïteit die we toch ook weer—mijns inziens—in dit werkje vinden, naar voren halen. Het maakt de tekst niet per se mákkelijker leesbaar, maar wel beter—en laat zichzelf zo bovendien lenen voor herlezing. Overigens mag die Thiefenthal, als je dat zo schrijft, de Larousse of een ander fijn naslagwerk erbij pakken voor wat betreft zijn douleur dat geen ‘verdriet’ zou kunnen behelzen: klinkklare onzin. Enfin—een andere kwestie en de l’eau sous le pont. Het vertalen van locale hypermarchéfolders is nu eenmaal andere koek dan Aragon—maar ik dwaal af. Neem regel één!

Mondo is wereld. Wil ik niets vanaf doen. U zult met mij eens zijn dat ‘aard’ in dit geval haast zo goed voldoet? Neen, zeg ik: het werkt béter: de onduidelijke precedentvorming in het origineel laat zich immers niet aan een vrouwelijke ‘wereld’ (waar Van Dale tegenwoordig kies een ‘m’ tussen haakjes bij zet—maar op die manier smokkelen willen we niet; een verkeerd soort tweeslachtigheid) koppelen met haar ‘hij’ in regel vier—enkel aan amor, die de gemiddelde lezer met wat fantasie nog wel koppelen zal aan de ongrijpbare ‘liefde’, als aan de brenger der liefde & boodschapper gods. Eigenlijk weet men pas door ‘hij’ in regel vier zeker dat eerder de laatste, Cupido, bedoeld wordt dan de ongrijpbaarheid (en vrouwelijkheid) van liefde. Maar dáár is lezer dan—en dan moet deze of gene alleen nog uitvorsen of met ‘hij’ nu Cupido bedoeld wordt, of ‘dees aard’, die naast ‘wereld’ natuurlijk ook nog verwijzen kan naar de aard van een persoon, of, ruimer: de mensheid in het algemeen! Dit terwijl toch al niet duidelijk was wie nu precies bevleugeld was en een pijlenkoker droeg—Cupido, nemen we dan maar aan, niet? Het zou allebei kunnen in die vervelende grammaticale constructie. En zo blijven we heen en weer switchen voor wat betreft de betekenis van het geheel: gaat het over die oude liefdesgod, over de mens in het algemeen…of ons aller Thomas?

Zelfs dat laatste valt te verdedigen—de bruine monnikspij (de lokale mensen van belang droegen zwart en eigenlijk alleen zwart in die tijd—een reden die ertoe leidt dat Miz Roush er ‘gewoonlijk in bruin’ van maakt en die homosuele Engelsman voor een onbestemde donkere kleur koos), het feit dat hij misschien al over de dertig moet zijn geweest toen hij het werk componeerde (toch al vrij oud, en een overdrijving is Thomas niet vreemd, hè, Thomas?), we zouden alleen die gouden pijlen metaforisch moeten behandelen—maar dubbele bodems zijn ons allang niet meer vreemd als we de sonnetten uitpluizen.

Het derde stanza is immers zo cryptisch: de bestanddelen (wat heb ik me de kop gebroken over het verschil tussen zwavel en sulfur, om tenslotte toch maar sulfur te laten staan) van een pistoolschot vinden we allemaal terug, maar die blijven zo lastig te koppelen aan Cupido (volgens Miz Roush is Cupido weleens met een kanon getekend—het zal en alles is gedaan). Het kán wel, met wat fantasie en humor, door het samen met die gouden pijlen op te lossen: weg met vleierij & naar de mond praten, enter de vechtlust! Dat Thomas die had, wist u immers al of u heeft niet goed opgelet onderweg hiernaartoe. Een stukkie weerbarstigheid, een stukkie maatschappijkritiek…Cupido die met scherp schiet? Who knows, maar we kunnen het er tenminste allemaal in lezen.

En, Pom, natuurlijk hoort Godsbesef thuis in de tekst—Thomas priegelt het er in de laatste regels in. En laat door zijn Cedi in regel dertien elk vertaler koppijn krijgen—het opgeven van alles of uitventen (‘opgeven van’) werkt tweeërlei in dit gedicht. Buigen, bekennen—we houden het maar op opgeven voor nu en laten het wringen—perfect is schaars. Of we nu zowel de liefde voor God als de mens—man of vrouw?—naar bovenhalen of het teveel laten wringen—perfect is schaars en suggesties welkom. Ook voor de squilla en de campanella overigens.

Enfin & rats met de pet, de cirkel weer rond: ‘reeds’ uit regel 1 hebben we dan maar een stukkie verplaatst en het gissende “zo’n” toegevoegd om er geen tautologie in te zetten. Oppassen blijft het. Overigens hebt u niet veel nodig bij het maken van zo’n vertaling: twee etymologische, twee rijm-, twee Italiaanse en een synoniemenwoordenboek is eigenlijk alles wat u noodt—en duiding. Soms zoek ik niet eens elk woord op in het Italiaans woordenboek en vertrouw ik voldoende op Miz Roush (die desambigueert—foei!) en die homosuele Engelsman (die rijmt, en zo nu en dan dus wel iets moet weglaten) voor wat betreft de betekenis van een woord—maar je gaat het schip in, daar zij allebei Cupido wilden knechten. Cupido knecht ons—behalve misschien wie rein is van ziels: die wijslijke liefde in God en God alleen weet: hou toch op, Cupido. Nee? We doen ons best.

Dag Pom, een zoen vanuit Leiden,

D.

 

Share This:

Geen categorie

POËZIE vrienden voor mijn 65ste – delia, ditmar, max, petra ….

Geplaatst op

deze week een keer geen wedstrijd beste lieven. wel erg  blij verrast door de vele blijken van felicitatie op FB en de poëtische woorden van delia in de nacht gestuurd. van ditmar, van max…..

 

Lieve pom,
Heerlijks gefeliciteerd met de jaren die worden geteld.. ik kan tellen maar ik voel des te liever en meer dus maakt het me niet uit hoeveel kut kaarsen er uit geblazen moeten worden het gaat om de lucht in de longen.. hoe gaan we door en laten we voelen hoe we zijn..door de woorden die we blazen om te laten weten hoe we wensen te laten weten hoe we denken en willen zijn in de dagen die komen.. ik heb je woorden lief.. lief de dagen en neem de toekomst, mijn vriend 👊🏼❤️💋

 

 

Ha Pom,

Het was een kluifje maar toch geloof ik dat het uiteindelijk weer redelijk gelukt is–en dit was er ééntje waar ik tegenop zag op de één of andere manier. Een ongrijpbaar werkje met weer zo’n rottige voetnoot die lijkt aan te geven dat e.e.a. nog cryptischer is dan je verwachten zou.

Volgens mij komt het erop neer dat de tekenen van het Einde der Tijden in Thomas’ tijd alomtegenwoordig waren–er is iets gaande met tijdperioden van zesduizend jaar voor Christus tot anno 1600 ongeveer, met eclipsen, rare wetenschap en nieuw Grieks vuur die natuurlijk flinke voortekenen zijn van een op handen zijnde Apocalyps. En daar doet ‘ie dan ook iets mee: Cupido wordt afgeschilderd als een vreselijk wezen, zeker niet dement maar absoluut zo oud als zijn tijd, een goddelijke boodschapper die in plaats van zijn ouderwetse pijl en boog met grover geschut in de weer gaat–en de mens lijdt.

Doch de zieltjes zijn rein–Thomas moet zich beter hebben gevoeld in het gevang of het werkje eerder gewrocht hebben–en zijn die niet het redden waard? I.h.k.v. apocalyptische verwijzinkjes heb ik er maar een draak in gezet, ook al is het een vrouwelijke. Misschien is het de hoer van Babylon wel–weet ik veel.

Wel weet ik, dankzij ons aller Miz Roush, dat het pseudoniem waaronder Campanella soms schreef (Settemontano Squilla – zevenbergig belletje, ongeveer–hij had zeven wratten op zijn hoofd en dat belletje zoekt u zelf maar na, het rinkelt ook in mijn hoofd) hier werkelijk op hi-la-rische wijze wordt aangewend door de engerd en een substituut moeten we hebben. Aangezien hij eigenlijk Giacomo heette (dank, Germana–mag ik Germana zeggen? Oh, het belang van Ernst (hihihihi)) voordat hij de naam Tommaso aannam, hebben we daar maar mee gespeeld–heeft de mens soms geen leut nodig? Het zit ‘m in regel twaalf maar moppen leg ik nooit uit–en sedert ik er eens een man mee uit het bed gejaagd heb vertel ik ze ook minder.

Alsnog of alvast een fijne verjaardag, Pom, hopelijk vind je het alles genietbaar. Contra Cupido!

27 – CONTRA CUPIDO
Son tremila anni omai che ‘l mondo cole
un cieco amor, c’ha la faretra e l’ale;
ch’or di più è fatto sordo, e l’altrui male,
privo di caritate, udir non vuole.
D’argento è ingordo e a brun vestirsi suole,
non più nudo fanciul schietto e leale,
ma vecchio astuto; e non usa aureo strale,
poiché fûr ritrovate le pistole,
ma carbon, solfo, vampa, tuono e piombo,
che di piaghe infernali i corpi ammorba,
e sorde e losche fa l’avide menti.
Pur dalla squilla mia sento un rimbombo:
“Cedi, bestia impiagata, sorda ed orba,
al saggio amor dell’anime innocenti.”
[T.C.]

27 – TEGEN CUPIDO
Reeds drieduizend jaar klampt de wereld zich vast
aan amor met vleugels en pijlen—eerst blind,
thans doof is hij: ’t lijden dat mensen verslindt
negeert hij, geen zorg of gena in zijn bast. 

Een vrek in het bruin die naar rijkdom slechts tast,
niet langer een naakt en rechtschapen, trouw kind,
maar ’n oude vent—leep. Gouden pijlen? Nu in ‘t
bestel men pistolen gebruikt, lijkt ’t gepast

te werken met sulfur en lood, vuur en donder
die helser verminken dan pest zelfs ontvleest;
verduist’ren en doofmaken ’t happigste brein.

Dan schalt het: “bezetter, ja kom, o, dragonder:
en buig, geblesseerd, doof, verdorven blind beest
voor wijslijke liefde: die zieltjes zijn rein.”
[D.B.]

Liefs,

D.

PS Pom, als je gedichies van een oude meester als de TC plaatst, let je dan alsjeblieft een béétje op de bladspiegel: die man heeft meer verdiend dan lukrake witregels. Kus.

 

 

 

het lot van de 65-plusser

uitgerekend op de dag van de bril
raakte hij zijn leesbril kwijt
waarschijnlijk laten liggen in de lidl
ergens bij de diepvries

daar wil hij nog wel eens diepgaand
in gesprek geraken met mevrouwen
die je aan de sojabrokken willen helpen
dat het zo goed is voor je stoelgang

en ook zoveel beter
voor het meleu en by the way
het is ook heel belangrijk
achteraf je poep te lezen

maar of je nu de bril omhoog of niet
als er geen glas inzit en je bemest
ruim zes decennia dit land
waar kan je dan als dichter nog naartoe

naar de hema natuurlijk
waar de +3 brillen net 2 centimeter
boven de grond hangen en de nulkommavijfjes
de rookieglasses nota bene, op ooghoogte

ml

ga door lieve vriend, zonder ophouden en trek je niets aan van de natuur xx

 

 

POM

dat was vroeger nog iets
65
een ommezwaai
een vrijheidsvorm in harnas

ik denk ik ken je wel
en ik ken je niet
je haalt soms uit
en haalt soms in

want de zondagochtendpoëzie
is ook een stroming

vier het maar goed
en vier het groots

alles is toch wel
op rijm
‘in the long run’

PM

xxx
(dat is hier gewoonte in den Bosch dat drie)
liefs PetraaaaaM

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG…… ‘Zeg maar dat ik effe weg ben ……’

Geplaatst op
Zeg maar dat ik effe weg ben
Zeg maar dat ik ook terug kom
Zeg maar dat het er goed is.
Zeg maar dat het zo mooi is dat ik er
Zeg maar ook mooier van wordt.
 
 
Zeg maar dat er dan weer inspiratie komt die,
Zeg maar effe weg was.
Zeg maar dat het allemaal weer goed komt.
Zeg maar dat het zonnig is en dat ik er
Zeg maar nog graag effe wil blijven. Maar ook terug kom. Echt.
 
 
Liefs van
Lisan Lauvenberg

Share This:

Geen categorie

VON SOLO aan de midlife?

Geplaatst op

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Afgelopen week was ik op Texel. Maar aan elke vakantie komt een eind. Je komt dan op een avond later dan gepland met je gezin weer thuis in een leeg huis, waar alles stil gestaan lijkt te hebben. Je pakt de auto uit. Legt de kinderen op bed. De wasmachine gaat aan. Alles krijgt zijn plek weer terug. Maar zelf voel je je misplaatst. Je wilde niet terug, je wilde door.

 

Deel 231. Spel

Het gevoel dat je hebt, als je terugkomt van vakantie. Of thuiskomt van een feest buiten de stad. Gevoel van eindigheid. Dat gevoel strookt niet met vrijwilligheid. Eerder met beklemming. Het is alsof er iets voorbij is en je terug bij af bent. Je wil door, maar niet weet hoe. Of niet weten wil hoe. Dan neem je nog een biertje. In de hoop dat dat het gevoel vervaagd. Je neemt er nog eentje en er gebeurt niets. Het smaakt nergens naar. In het gunstigste geval heeft het wat weg van een glas dat halfleeg is. Dat is één manier om ernaar te kijken. Je kan uiteraard geheel esoterisch en positief verantwoord ook redeneren dat je de vreugde van de vakantie of het feest met je meeneemt in de dag van morgen. Dat zou kunnen. Er zijn zat zelfhulpboeken die je dat zullen aanraden. Bij mij kwam echter een andere gedachte op.

Het is een gegeven dat ik ben doodsbang dat ik kanker heb. Die doodsangst is zeer matig gegrond. Met mijn arts heb ik het vaker over die hypochondrie gehad en telkens weet hij me weer gerust te stellen en loop ik de deur weer vrolijk twijfelend uit. Maar telkens komt er ook weer een moment dat het de kop op steekt. Wat als ik er voor mijn kinderen niet meer ben. Dat ik niet de waardigheid zal hebben om in rust te sterven Dat niets meer zal lukken in de dagen voor mijn verscheiden en dat alles gedompeld zal zijn in een sfeer van ongeluk. Net het beste idee ooit hebben als je het gif al genomen hebt. Heerlijke irrationele angsten der sterfelijkheid. Het zal wel een bij-effect zijn van mijn midlife crisis.

Maar stel nou dat de mensheid de dood al lang vergeten is. Er bestaan geen ziektes meer. Er zijn geen oorlogen. De mens is al lang niet meer sterfelijk. Als wezen leven we al een oneindigheid in een grenzeloze eeuwigheid. En dit alles, deze wereld om ons heen, dit leven, is niet meer dan een experiment. Een experiment waarmee de mensheid zich tracht voor te bereiden op haar grootste angst en uitdaging. Op het (wederom) afscheid (moeten) nemen van oneindigheid. Dat dit alles niet meer is dan een oefening voor een hernieuwde stap die sterfelijkheid heet. Doodgaan is dan niet meer dan het eindwerk van een opleiding. We keren terug naar de veiligheid van onze onsterfelijkheid met een diploma of moeten voor een herkansing. En is reïncarnatie de herkansing voor de onsterfelijke ziel om sterfelijkheid te doorgronden of zich ermee te kunnen verzoenen. Een onsterfelijke die zich verzoent met sterfelijkheid.

Dat zou een hoop grondslagen van geloofsovertuigingen verklaren en deze ook een waarachtig karakter verlenen. Of is het juist dat? Dat we zo onsterfelijk zijn, dat we dat nauwelijks kunnen geloven. Is dat waarom het spel des levens gespeeld moet worden. Om in sterfelijkheid de rust te vinden die nodig is om met onsterfelijkheid om te kunnen gaan. De rechtvaardiging van een onsterfelijke ziel. Dat dit spel een straf is voor ons ongeloof en gebrek aan vertrouwen in de oneindigheid. Een leerweg die we moeten gaan voor we mogen ervaren?

Intussen zit ik weer achter mijn klavier. Niet wetend of wat ik elke dag doe enig verschil maakt. Niet wetend of ik morgen sterven zal of over vijftig jaar. Bang voor de dood en zwalkend door het gebrek aan idee waar het leven toe dient. Werken, eten, slapen liefhebben, op reis gaan en terugkomen. Een reis naar het einde van de dag, of naar het einde van de nacht? Of een herhaling van zetten, op zoek naar een opening?

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN – ‘van de seringen en je haar en de zon…’

Geplaatst op
De dichter 2
 
Weet je wat het met hem is ?
 
Gebeurt er iets,
waait een seringenboom om misschien,
zegt ie niks.
Hij kropt alles op.
 
Dagen later pakt hij pen en papier
en schrijft een gedicht,
 
van liefde en die dingen
van de seringen en je haar en de zon.
 
Wat heb je daar nou aan ?
Merik van der Torren

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ over het SLAMWEZEN – “eens Slammer, altijd Slammer”

Geplaatst op

Dit wordt hopelijk een iets beknoptere column dan anders, lieve lezer. Ik hoor wel eens dat mijn columns te lang zijn. Daar houdt u in deze snelle tijden niet van, vandaar ook dat u poëzie prefereert boven proza. Vooral als men het gehoor moet activeren is een kort gedicht wel zo aangenaam. Ik kan me van mijn studie Duits Dichterlesungen heugen waar een (meestal stokoude) schrijver een uur lang doodsaai proza voorlas. En Duitsers – zeker die van een bepaalde generatie, de achtundsechziger dus – kunnen bepaald lang van stof zijn. Maar ook in Duitsland is het tij gekeerd, al krijg je daar nog gerieflijke zes minuten per Slamronde, ik ken een Slam in Karlsruhe waar iedere deelnemer zelfs tien minuten wordt toebedeeld.

Tien minuten poëzie? zult u verbaasd vragen. Welnee, ook ik heb moeite om één dichter tien minuten lang aan te horen. In Duitsland draagt men geen gedichten voor, maar “teksten”. Dat kan van alles zijn, zo lang het maar binnen de gestelde tijdslimiet van vijf tot zeven minuten is. Het kan storytelling zijn, cabaret, stand up comedy, column, maar ook een episch gedicht op rijm. Ook zit er een zeker ritme in de teksten, hoewel spoken word daar nog een tamelijk onbekend fenomeen is. En er moet een lijn in zitten, een rode draad, die het gehoor kan volgen. Dit zorgt voor veel diversiteit op de duitse podia, hoewel stand up comedy aan een opmars is begonnen. Vooral bij de grote Slams (dan heb je het al gauw over een paar honderd man publiek) wil men vermaakt worden door het aapje op het podium.

Humor is daarbij gewild, zo lang het niet bijtend wordt, of omslaat in cynisme. Vandaar dat ik een voorkeur voor de kleine Slams in het café heb, waar toch ook gemiddeld nog vijftig man op afkomt. Dat is het voordeel als het deelnemersveld zo breed is: het trekt meer publiek dat er nog voor wil betalen ook! Poëzie is moeilijk, hoor ik hier zo vaak, maar door de begrijpelijkheid van juist langere, meanderende teksten heeft het publiek er geen moeite mee. Moet het uit het hoofd? Dat is natuurlijk een stuk lastiger met een tekst van zes minuten, alhoewel een verhaal zich gemakkelijker laat “vertellen” dan een gedicht. Nee, het hoeft niet, al zijn er geroutineerden en/of jongeren die dat wel doen. Je ziet daar overigens ook wel dat Slam steeds meer een jongerending wordt, maar aan de andere kant geldt: eens Slammer, altijd Slammer.

Ik tref geregeld mensen aan die het, net als ik, al tien jaar doen. Het is niet zo dat ze na een gewonnen Meisterschaft van de bühne verdwijnen en de overstap naar de gevestigde literatuur maken. Slam is een apart genre met een eigen scene. Sterker nog, op de oergezellige Rängtengtengslam in Freiburg – waar de eerste prijs Kopfschmerzschnaps en de tweede prijs het Knuscheltier was – trof ik de 73-jarige Ulla aan, die ook nog eens een aardig mondje NL sprak omdat ze tien jaar in Sint Annaparochie heeft gewoond. Ze had kinderboeken geschreven die door het gerenommeerde Suhrkamp waren uitgegeven, maar ook in Duitsland wordt er door de uitgeverijen fors bezuinigd. Daarom is ze maar Slam gaan doen, want ze wilde haar schrijfsels niet in de la laten verstoffen. En bracht ze een scherpe, maatschappijkritische tekst over het keulse carnaval ten gehore. Wat mijzelf betreft: ik hou van het Duits, van verhalende teksten en van het podium. Daarom doe ik het. Het geeft me net iets meer voldoening om een geslaagde tekst in het Duits te schrijven en voor te dragen. In oktober doe ik zelfs mee aan een erotische Slam. Ik heb er nu al zin in.

 

 

Dan ben ik weg
 
Ik blijf maar sporen en kom niet los. Altijd
was ik degene die trossen wierp naar de man
overboord, de matroos op het witte vliegdekschip
die de liefde door woeste arbeid heeft verdiend.
 
Een glazen zon wiegelt op het lege scherm, al wat
er staat is geluchtspiegeld in geestgrond, glijdende schollen
waarover onze voeten wegrollen. Het enige vaste
je rug, je gezicht kan ik opnieuw delven en
 
inkerven, maar of ik je dan nog herken? Mijn hart
was uitgedijd als het heelal, het jouwe een erwt
groot genoeg om de twijfel te laten kloppen. Ik duik
 
onder in de ruimte, jij leeft clandestien op het bord. Ik wil
vastgespijkerd, maar moet gaan. Jij blijft, maar door stil
te staan leg je verwoed vliedende sporen voor me aan.
 
 
Jolies Heij

 

Share This:

Geen categorie

DITMAR BAKKER: Opium, Religie, Poëzie?

Geplaatst op

33 – DELLA PLEBE
Il popolo è una bestia varia e grossa,
ch’ignora le sue forze; e però stassi
a pesi e botte di legni e di sassi,
guidato da un fanciul che non ha possa,
ch’egli potria disfar con una scossa:
ma lo teme e lo serve a tutti spassi.

Né sa quanto è temuto, ché i bombassi
fanno un incanto, che i sensi gli ingrossa.

Cosa stupenda! e’ s’appicca e imprigiona
con le man proprie, e si dà morte e guerra
per un carlin di quanti egli al re dona.

Tutto è suo quanto sta fra cielo e terra,
ma nol conosce; e, se qualche persona
di ciò l’avvisa, e’ l’uccide ed atterra.


33 – OP HET VOLK
Het volk: een veelzijdig, gigantisch groot beest,
zijn kracht onbewust, dit terwijl het toch staat
gewichtig met takken en stenen belaad,
beteugeld door ’n kracht’loze knul (er geweest 
zo ’t hem met één schop van zijn leiding geneest)
maar nee, ’t blijft geknecht en serviel en beaat.
Zo, doof, blind, en stom, door zwaarwegend gepraat
en leugens betoverd—weet ’t slecht zich bevreesd.

Onkenbaar! Het ketent zichzelf en het legt
elk lot in rex’ handen—sticht oorlog in ’t oord
voor ’n fooi: vergelijk waar een koning voor vecht!

Wijl al tussen Hemel en Aarde behoort
’t onwetend beest toe, maar zo ’t aan werd gezegd,
dan werd wie het zei door het beest vlot vermoord.

Share This: