ik geloof dat de trouwe lezers van de site het mij niet kwalijk nemen dat we vandaag de morgen jarige ANKE LABRIE het goud toedichten – dank ook voor de inspiratie deze week – het doolhof van de kinderjaren – we kregen mooie inkijkjes in de jeugdjaren van de dichters die inzonden – dank daarvoor – het is altijd toch een beetje kwetsbaarheid die we lezen in de beschreven kinderjaren – van leiden tot limburg – een speciale vermelding voor Merelstraat 4 van André Heinekamp die de min of meer universele jeugdliefde een plaats gaf in zijn gedicht. dank aan alle inzenders – voor Anke een mooie dag morgen.

Jeugdliefde
De koplampen en de grill
van de Volvo uit de polder
zaten onder de muggen
en aan de rubber bumpers
hingen mistlampen van Hella.
Op het kentekenbewijs
dat achter het raam zat
kon je het adres lezen.
Merelstraat 4
daar woonde je
veel meer is het niet geworden.
André Heijnekamp
Dichter memoreert naar ik aanneem zijn – onze – jeugdliefde(s) – je wist niet waar of wat of hoe je moest kijken – die jeugdliefdes die een leven in een mensenhoofd meegaan, zo af en toe nog rondspoken, in ieder geval tot enorme proporties buitenproportioneel vergroot zijn – veel is het niet geworden schrijft de dichter – veel zal er ook niet van over zijn is het grote realistische vermoeden – het is maar goed dat we niet weten waar zij zich ophouden – in de grond, in de oven, wellicht in de omaschappen of de opaschappen in het warenhuis van het leven. of heel misschien als lezer van deze site der sites uw pomgedichten. een mooie impressie André.
- André Heijnekamp – Merelstraat 4
- Rob Mientjes – Blacky de zwarte poedel hij is niet meer
- Frans Terken – hangen in de kruisbessen
- Rik van Boeckel – aan tafels vol nasi goreng en gado gado
- Magda Haan – …. het zuiden. (Schaesberg)Landgraaf.
- Cartouche – onbezonnen
- Luk Paard – elke ochtend voor de spiegel


dode kip
ze zijn allemaal dood mijn helden
ome joep met zijn schilferhanden
dode huid op de grond
die verwoestende blik
als hij even niet kon krabben
en met 140 kilometer per uur
richting zee naar het zoute water
en dan had je tante stannie nog
die woonde in het dorp van oma
ga maar kip halen bij tante stannie
als ik aanbelde was de kip al dood
je kreeg een poot met een spier
om mee te spelen
en dode kip mee in een krant
pom wolff

Stille getuige
getuigen
van een blije jeugd
die helaas niet beklijven
foto’s laten los
zo ook de plastic hoekjes
vergeeld en verteerd
zelfs de bladen geven niet langer mee
dubbelgevouwen het tussenblad
op weg naar de laatste foto
wederom niemand in beeld
of toch
Blacky de zwarte poedel
hij is niet meer
nooit geweest
illusies in gedachten
achter het behang geplakt
conform de verwachting
getuigen
van een blije jeugd
Rob Mientjes
ach ja blacky – en wie zong ook alweer dat liedje met daarin die regel – getuigen van een blijde jeugd – oja boudewijn de groot – dat je altijd al zo enorm graag een hondje wilde maar dat het hondje nooit gegeven is of dat het hondje weg moest omdat hondje niet zindelijk te krijgen was of dat de hamster – nou ja het eerste verlies en het verdriet in een mooi kader geplaatst.

Even terug in het doolhof van de jeugdjaren, komt deze beleving boven, zo rond de Paasdagen.
Warme weekendgroet, en alvast de felicitaties voor Anke!
Frans
Zwerven vanuit de achtertuin
Je weg zoeken door de struiken
tussen notenboom perenboom
en stiekem van de kersen snoepen
bleven we hangen in de kruisbessen
die thuis ‘kroesjele’ heetten
dat we die voor de vlaaien plukten
om op het rechte pad te blijven
zo in een lijn over de stoep
naar de kerk net op tijd
voor de hoogmis in het latijn
liep ik daar met het missaal te struikelen
het kostte een draai om de oren
van eerwaarde meneer de deken
mochten we als pleister op de wond
met Pasen eieren ophalen in de parochie
voorzichtig neergelegd in de mand vol stro
hadden we toch nog een roomse vangst
om de grijze dagen kleur te geven
© FT 28.03.2026
ja het mij niet onbekende limburg van de dichter – land waar ik de zomervakanties doorbracht in de dorpen rond heerlen – bij oma en opa – nieuwenhagen en nieuwenhagen heide – de mannen in de mijnen, de vrouwen verzorgden kippen en kinderen – de löss vloog om je oren als je de berg op moest fietsen – naar beneden was je zo.
frans memoreert de kruisbes. inderdaad heel soms vond je ze ook in het bos – als ze dik waren kon je ze plukken – uitkijken voor de stekels – een heerlijk zoet. de onvermijdelijke kerk op zondag – het dorp liep uit – en na de mis nog even naar het kerkhof om de doden te groeten. je zondagse pak. en dan inderdaad met pasen de eieren. frans beschrijft hoe het was.

Hier is mijn bijdrage aan het doolhof van de kinderjaren. Toen noemde mijn moeder mij een bazuin engel wegens de krullen in mijn haren.
Lees mijn gedicht maar als een verwijzing naar
hoe mijn jeugd toen in Den Haag was. En wat mijn ouders deden. De jaren vijftig van de vorige eeuw zijn nu zo lang geleden. Ik heb er echter een door mijn vader gemaakte film van.
De stille bazuin engel
De stille bazuin engel laat mijn gezicht zien
in het labyrint van de kinderjaren
de krullen in de haren vertellen mamma
dat ik op een bazuin engel lijk
die rustig naar de toekomst kijkt
de tijd gaat langzaam voorbij
aan de Haagse Laan van Meerdervoort
de straten in de Vruchtenbuurt
vragen om wandelingen met de hond
net als de Bosjes van Pex en Kijkduin
opa introduceert Nederlands Indië
tijdens het verre jeugdige verleden
mamma laat de rijsttafel zo lekker eten
aan tafels vol nasi goreng en gado gado
de smaakmakers worden er gelukkig door
het gezin reist naar campings
in Frankrijk, Zwitserland en Italië
pappa handelt in textiel met de wereld
ik kijk in films naar zijn gezicht
via het zwart-witte beeld van de jaren vijftig.
.
Rik van Boeckel
28 maart 2026
ja een mooi relaas – hoe het was in het haagse – een andere wereld hier geserveerd vol van nasi goreng en gado gado – het jongetje met de krullen – moeder blij en trots om en op het kleine goed.

…. het zuiden. (Schaesberg)Landgraaf. Een kleine terugblik van mijn schooltijd daar.
Leven in een opgelegd stramien
Het heeft zo zijn voordelen
elke dag begon en eindigde op vaste tijden
de meeste vaders waren onder in de Mijnen
moeders druk met het runnen van het gezin
we waren braaf en beducht
voor Meneer pastoor en zijn aanwijsstok
een speelkwartier kinderlijke vrijheid
wel onder toezicht gelucht
de bel beierde dan over het schoolplein
links de jongens rechts de meisjes
alles om later met een rein
kinderzieltje te kunnen belijden
Het heeft zo zijn voordelen
leven onder de hoede van God
de grote Kerk stond naast de school
zo kon je meteen je zonden opbiechten
op de knietjes en gevouwen handjes
kinderzieltjes van geen kwaad bewust
als je geluk had werd je door Hogerhand
liefdevol gesust
Magda Haan
ook magda beschrijft het land van de zachte G – het schoolpleintje bij de kerk van meneer pastoor – inderdaad alles onder gods hoede. de mijnen, de stoflongen, de ongelukken in de ‘sjagt’, de mijnsluitingen en het sociale verval – de pijnen. op zondag zong een koor in de kerk alle pijntjes weg – de kroeg tegenover de kerk een plek om het leed iets te verzachten – als je dood ging daar ook de koffietafel. yess i remember.
de witte kaaskop zoals ze mij noemden kende daar gelukkige zomer vakantie maanden.

komen mij woorden aangevlogen:
zon, storm en plots vallende regen
hoe een leven in elkaar kan steken
GV
Onbezonnen
zoals wij waren
wisten we nog van geen
god verbod en tijd bestond nog niet
in onontgonnen onszelf genoeg
om te verkennen, een en al
verwondering
in natuur en al die dingen vliegen
salamanders vangen graven
proeven ogen rode konen
kuilen in zilverzand
de godganse dag
de pure smaak van
ongebitterd op lippen
ongekende, ongehoorde noten
en melkmuilen waren we maar
hongerig, onverschrokken
als in het rond dollende wolven
welpen in elk weer tot de zon
de val van man zijn al te gauw
aan de leiband van later
28-03-2026 / Cartouche
ja een poëtische terugblik deze herinnering. het is het verhaal van de jonge puber Cartouche vermoed ik zo – geen zee ging hem te hoog. waar je keek was ie al weer weg. we leen helaas niet waar het jonge leven van dit doldrieste en onbezonnen boefje plaats heeft gevonden. iets in het zuidhollandse zal het zijn? de dichter cartouche is natuurlijk wel in staat om de jeugdjaren mooier te maken en weer te geven dan ze in werkelijkheid waren.

” jongensdroom ” luk paard
(ondertitel: rambo)
zwarte vege op de smoel
arme met spiere getooid
(stierenarme zegde boer claes zaliger)
en met ‘n doekje om’et hoofd
voor’et bloede
strong as horse
a rock
a rockin’horse
rambo
en neerhakke wat moet
moeiteloos
dag na dag
elke ochtend voor de spiegel
’n killersblik
verder de oeverloze fantasie
om rond te drage
as’n stoute jongensdroom
© luk paard
en’n hapje PAARD-art
” STALLONE ” by myself
prachtig kunstwerk ook – met daarin alles wat beschreven staat – we zien een bijna op hol geslagen jongeling op weg naar het latere dichterschap waarin alle daden – wat zeg ik het gehele leven van de jonge Luk paard – tot kunst verheven en gecomprimeerd worden/wordt beschreven. stoer, recht door zee, uiteen spattend en enorm.
