in augustus geen zondagochtendwedstrijd – vandaag wel VON SOLO

bij jou
 
ik kan me niet voorstellen
dat mensen van me houden
was wat je zei
 
ik zal eerlijk zijn
ik vind het moeilijk
om niet van je te houden
 
om niet van alles met je te kunnen
vrijen en vloeken, de a’s tellen
in het woord granaatappel sap
 
van je houden is echt niet moeilijk
weet je – alleen is de weg zo lang
die je van binnen uit holt
 
pom wolff



in de maand van augustus houden we een lichte vakantie – kleinkids op bezoek – witte wijnen in de tuin – uitstapjes – ach u kent het leven van een opa wel – de site draait door maar de zondagochtendwedstrijd tot september even niet – het staat u vrij in augustus om een weekendgedichtje in te sturen ter publicatie – en we herhalen in het weekend gewoon mooie wedstrijden uit het verleden. wij van hier wensen ook U een fijne vakantie – we hebben nog een VON voor u – VON SOLO the column! de enige echte virtuele VON SOLO:

Op mijn werk zijn er dagen dat ik er niet aan ontkom. Groepsoverleggen. Deze sessies kosten me veel energie. De onderwerpen zijn uiteenlopend, maar de rode draad is, dat er telkens weer een ‘creatieve werkvorm’ wordt gebruikt om  in een bepaald stramien samen ideeën te co-creëren. Soms werkt het. Het is vaak een rijtje met ‘prikkelende’ stellingen of vragen aan de hand waarvan dat quasi gestuurd naar een oplossing toegewerkt moet worden. Dat aandragen van ideeën vind dan plaats op briefjes die op een grote rol bruin papier geplakt moeten worden of op een flipover.
Afgelopen dinsdag was ik weer aan de beurt. We hadden een soort ‘evaluatie’. Op een lange papieren strook stonden alle daden van de ‘werkgroep’ afgebeeld in een tijdlijn. Wij mochten daar plakkerige papiertjes op kleven met ‘tip en tops’. Ik doe dan echt mijn best, maar weet ook, dat het niet gaat over wat je opschrijft, maar over de ‘consensus’ en ‘het goede gevoel’. Op een gegeven moment zie ik een briefje waarop staat: ‘Grote diversiteit aan doelen’. Daar plakte ik een briefje aan vast met de woorden: ‘Minder grote diversiteit binnen de werkgroep’. De meeste gremia waar ik mij in begeef zijn namelijk overwegend blank en man. Soms wat blanke vrouwen. Ene een enkele uitzondering op de regel.

Een collega van me moest daar erg om lachen. Hij wist zeker, dat dit onderwerp van gesprek zou gaan zijn bij het ‘plenair toetsen’ van de briefjes. Hij zei, dat als het ter sprake kwam ik gewoon niets moest zeggen. Dat zou hilarisch zijn. Ik begon al bijna spijt te krijgen van mijn uitspatting. Mijn collega kreeg vijf minuten later gelijk. ‘Wie heeft die opmerking over diversiteit gemaakt?’ Ik wachtte even. Er hing een voelbare spanning in de lucht. Als ik nu niets zou zeggen, hadden we de poppen aan het dansen. Ik stak mijn hand op en gaf te kennen, dat ik die opmerking had neergehangen.

Daarop kreeg ik meteen een aantal kritische, bijna rethorische vragen om de oren. Waarom ik die opmerking er tussen gehangen had. Daarop antwoordde ik, dat het een constatering was. Maar we hebben toch drie vrouwen en twee Aziaten in de groep. Of ik dat niet divers vond. Daarop repliceerde ik, dat dat nog geen afspiegeling van de Rotterdamse bevolking is. Toen nog de vraag of dat goed of slecht zou was. Waarop ik herhaalde, dat het puur een constatering was. Ik zou niet in die val gaan lopen om vervolgens geslachtofferd te worden op het hakblok van politieke correctheid. Gelukkig was de gespreksleider zo wijs naar het volgende briefje door te gaan. In mijn ooghoek zag ik mijn collega bijna stukgaan van zijn ingehouden lachen.

Naderhand hadden we het er met zijn tweeën nog even over. Hoe er bepaalde woorden of opmerkingen zijn, die werken als een toverspreuk. Ze kunnen ervoor zorgen dat mensen ineens, als bij een hypnose in een rol vallen. Een soort woord, dat iemand in een trance brengt. ‘Diversiteit’ is op het juiste moment blijkbaar zo’n woord. Iedereen kent het. Vreest het, verafschuwd het en gaat zich ongemakkelijk en geforceerd gedragen. En niemand heeft echt een idee hoe ermee om te gaan. Het vereist enorme context en politieke correctheid om het te kunnen hanteren. Het is een machtig wapen, dat zich net zo makkelijk tegen haar drager keert. Het is de mores van een absurd, totalitair regime, slinks verpakt in één woord. Beangstigend en ongemakkelijk makend. Gij zult zich voegen!


VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Laat een reactie achter