“Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.”
Dit zijn de – voor een oudere generatie – overbekende slotwoorden uit het magistrale gedicht ‘Vrede’ (1954) van Leo Vroman. Volgens zijn biograaf Atte Jongstra had Vroman daar uiteindelijk zelf een hekel aan, omdat hij nooit huilde. In 2006, hij is dan 91, schrijft Vroman: “Ik vind het natuurlijk om niet te schrijven: ‘O wee, de lucht wordt zwart!’ Ik schrijf: ‘De lucht wordt zwart’ en laat het aan de lezers over. Het is waar dat ik 67 jaar niet heb gehuild. (…) In plaats van te huilen schrijf ik versjes.”’
Waarom 67 jaar? Dat is nauwelijks gissen. In 1939 begon zijn relatie met Tineke, zijn levenslange gezellin vorm te krijgen. Stopte het huilen daardoor? Dat lijkt me niet waarschijnlijk. Als je de bijna twee stoeptegels dikke biografie ‘Inkt, bloed & liefde’ van Jongstra gelezen hebt, blijft er maar een conclusie over. Vromans stopte met huilen toen de verschrikkingen van het nazisme zichtbaar werden. Bloedstollend is het relaas van zijn vlucht voor de nazi’s uit Nederland, het verlies van vrienden en familie; zijn kampjaren in Indonesië en in Japan. Wat hij toen ondervonden heeft, aan zijn lichaam, aan zijn ziel; wat hij toen gezien, geroken en gehoord moet hebben, is letterlijk te vreselijk, te vleselijk voor woorden.
Na zijn overleving heeft Vroman naar eigen zeggen 3000 gedichten geschreven, waaronder zeer lange. Wat iedereen treft in deze gedichten is de lichte toon, tot meligheid toe. Jongstra, zijn biograaf zoekt niet naar verklaringen, probeert het niet uit te leggen. De paradox tussen de helletocht van de oorlog en het ogenschijnlijk vreedzaam kabbelend bestaan met zijn muze en evenknie Tineke (zij dichtte ook) laat Jongstra onbenoemd. Maar voor mij als lezer is het duidelijk. Vromans zegt het zelf: “In plaats van te huilen schrijf ik versjes.” Let wel, geen ‘gedichten’. Om verder te kunnen leven moest Vroman altijd aan de lichte kant van het bestaan blijven. Omdat hij alleen zo leven kon. Omdat de zware kant onbenaderbaar was, te zwaar voor tranen, te zwaar voor woorden – omdat hij alleen zo uit de klauwen van de dood kon blijven, tot z’n 99 ! De taal der lichtheid was zijn reddingsboei en heeft ons een vloed aan heerlijk lichte gedichten gebracht.
————————————- Wie via topolino@xs4all.nl de beste reden opschrijft, mag mijn nu al uit de band hangende exemplaar van ‘Inkt, bloed & liefde’ drie maanden lenen.
Bart Top
Share This:
Gepubliceerd door Pom Wolff
Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman.
In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes.
Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'.
Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.)
'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.
Bekijk meer berichten