zo schreven we in 2015 – toen we Ronald Offerman I.M. nog hadden en Joop Komen I.M.
UW JURYVERSLAG:
de edele metalen moeten nog uitgereikt deze week. dank aan alle inzenders. hoog nivo deze week. het uitreiken kunnen we niet aan bettie overlaten. ze heeft het al zo druk met al die dichters. Maja Colijn verdient een eervolle vermelding. heel vaak wordt de film niet teruggespoeld op een manier waarbij de vaart erin gehouden wordt. ook het muiderpoortstation van jako fennek verdient vermelding. een meer troosteloze plaats is niet goed denkbaar. door jako nu vereeuwigd. de mooiste regels kwamen deze week van joop komen, jolies heij en martin wijtgaard. deze dichters verdelen goud, zilver en brons.
zilver voor het gedicht met de regel: ‘Neem een maagd als je geen verleden wilt…’
brons voor het gedicht met de regels: ‘zij voelt de tachtig jaren scherven in haar ziel…’
Martin Wijtgaard wint goud deze week – ‘het laatste restje toekomst tegemoet…’
Nazorg
Er is een spreekgestoelte neergepoot,
een microfoon voor roerende betogen,
er zijn wat tissues voor betraande ogen
(al houden we ons liever dapper groot).
Hij heeft, nog voor z’n laatste ademstoot
de platenkeus zorgvuldig overwogen,
er is gebak en voor een godsvermogen
aan sterke drank voor bij het middagbrood.
We nemen zichtbaar opgelucht een glas
en doen ons aan de sandwiches tegoed.
Terwijl we onze dorst en honger stillen
rolt hij, alleen met z’n geklede jas,
het laatste restje toekomst tegemoet
waar wij nog even niks van weten willen.
Martin Wijtgaard
MARTEN JANSE kocht een jas met haar – RIK VAN BOECKEL geboren om te sterven – MAJA COLIJN berust niet – JOOP KOMEN hoe zij het einde wacht – DITMAR BAKKER past naar eigen zeggen binnen literaire perken – JOLIES HEIJ adviseert: neem een maagd als je geen verleden wilt – MAX LEROU voorbij de derde – RONALD M OFFERMAN over opruimen – MARTIN WIJTGAARD met een gedicht voor robin – JAKO FENNEK op het muiderpoortstation – ROBIN VEEN over een einde dat maar niet voorbij ging
wie wint de enige echte virtuele ‘verbrand mijn kleren als ik dood ben opdat niemand zich de toekomst zal herinneren’ trofee op pomgedichten – naar een dichtregel van robin veen.
belangrijke thema’s als de dood, de toekomst – het verleden – u heeft het voor het uitkiezen deze week in de wedstrijd der wedstrijden – de inleiding op de mogelijke thema’s verzorgd door robin veen met een prachtig gedicht vastgelegd op youtube. de dood zit weer in de maand lieve lezer – martin m aart de jong maakt er grapjes over – dat mag ook natuurlijk: ‘Martin Max Aart de Jong: “Die Wolff hecht op een ziekelijke wijze aan zijn aardse bestaan. En maar verwijten maken aan Joop Komen. Dat het allemaal zo vreselijk lang duurt en dat we niet eeuwig kunnen blijven wachten op de koffie en het gebak. Dat de toespraken al geschreven zijn, alles geregeld, de dragers, de kisten. Alsof dat niet voor Meneer Wolff zelf geldt. Dat voortdurende boven de partijen willen staan maar nooit de confrontatie met het zelf aangaan.” –
we verwachten van mneer de jong deze week wel een inzending natuurlijk. nu het nog kan.
hoe dan ook. de regels als vanouds. u kunt uw gedicht als reactie plaatsen – leave a comment – (even registreren, dan inloggen en dan uw reactie) – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaren verzekerd natuurlijk. insturen tot zondagochtend 1100 uur. de gedichten niet te lang, tenzij noodzaak.
dichten is een sprint geworden
het is de tijd er niet meer naar
je nog te schrijven
als ik in een gedicht voor de jij vorm kies
heeft de crematie vaak al plaatsgevonden
ik leg het af
je met mijn woorden af
pw
Ik kocht een jas Zij zei
Hij staat je goed Ik dacht
Leve de engelen! Mijn
verblijf op aarde is met
een jaslengte verlengd
Ik weet nog dat ze weg
was en terugkwam en dat
mijn handen in haar kleren
grepen en ik voelde haar liefde
slechts een neuslengte ver weg
[…]
Ik kocht een jas met haar
Marten janse
de creme de la creme hebben we weer te gast deze week. het gerijmel voorbij van de sint. het echte werruk mneer wolluf – zo fluit bettie door de gangen hier op 8 hoog in de VU. inmiddels is ze aan dichters gewend. meneer lerou op bezoek deze week – dat wordt genieten kind. maar ik heb eerst ome marten af te werken hoor mneer wolluf – die ligt op negen en uhh meneer janse schrijft nogal – hoe zeg je het – hemels Bettie? lichamelijk geinspireerd mneer wolluf! hij grijpt niet helemaal lukraak in mijn schortje en dan zegt ie liefde te voelen. meneer janse heeft bijzondere gaven mneer wolluf.
een prachtig gedicht bettie. een gedicht met een verhaal. en zelfs zonder de regels van robin veen komen de woorden dichtbij, dichtbij de liefde die heel subtiel is aangegeven in strofe twee terwijl de lust toch ook gewoon uitgeschreven staat op een wijze die we allemaal op de pom herkennen. in die tweede strofe is alles wat mooi is samengevat, naderen werkelijkheid en dichtung elkaar tot op de millimeter nauwkeurig door de dichter bepaald.
Tranen op mijn jas
Ik heb tranen op mijn jas
ze zijn van as
het is de Vesuvius
die ze in mijn adem blaast
nu de dood over de wereld raast
ik ben geboren om te sterven
het Pompei van geluk te erven
wie zal mij begraven
als den Hein plots op komt draven
mijn kleren lege hulsels zijn
verstoken van die aardse pijn.
Rik van Boeckel
5 december 2015
ja mneer van boeckel is zojuist ook binnengebracht mneer wolluf! is het waar kind. wat heb ie? mneer van boeckel laat zijn emoties weer eens de vrije loop – een te vrije loop zeggen de doktors mneer wolluf en daar komen brokken van. dan krijg je vragen waar de zelfs de skrifgeleerden geen antwoord op weten.
misschien moet je het anders zien bettie. in de eerste twee strofen vinden we de antwoorden waar we een heel leven mee voort kunnen. nouja zeg maar in de tweede strofe. daar drukt dichter van boeckel ons met onze neus op de feiten – zijn we niet allemaal geboren om te sterven? en dan die beelden erbij van as en lava en van hoe alles naar beneden rolt als tranen – nee bettie daar kunnen ze hier in dat gereformeerde bolwerk van wouterje bos met zijn wateroverlast een puntje zuigen. meneer van boeckel houdt het droog in de VU. in zijn gedicht loopt de temperatuur wel op maar mneer van boeckel stelt precies op tijd de vraag die ook gesteld moet worden. wie zal mij begraven. er kan maar een antwoord mogelijk zijn toch bettie? bettie!
En dan duw je de steen weg en springt
met hakken en sprongen achteruit
over verdorde violen aan het voeteneind, naar
daar waar de stekker er weer in gaat, en tanden
op scherp verleden tijd terug bijten
.
dieper, dieper en verder heen
het ouderlijk schudden voelen, je naam heten
en weten dat zij de liefde om jouw ziel bedreven
.
waardoor je op de wereld kwam
het liefst niet als `motje`
want je knalt er alszo ook weer af
dit grafschrift
hier blijft de dode op qui vive
het achteruit leven lief
rust nooit
Maja Colijn
mevrouw colijn is in een wel heel bedenkelijke toestand binnen gebracht op de eerste hullup mneer wolluf – misschien kunt u daar effe een kijkje nemen. ze hebben wel wat in der gestopt maar het is nog wachten op de uitwerking. ze moet weer vooruit he. nu ze zo achteruit is gegaan de laatste tijd.
nou bettie juffer colijn heeft zich ingeleefd in hoe het zou zijn als ze terug kon leven. en wat of wie ze op haar reis dan allemaal tegen zou komen. van neeltje maria min tot aan de violen van die siebelink. schreef reve op weg naar het einde juffrouw colijn schrijft zich hier een weg naar het begin. knap gedaan hoor. bij een rondje om de wereld maakt het in wezen ook niet uit welke kant je opgaat.
door de kamer
peter de bie
of zoiets
zij voelt de tachtig jaren
scherven in haar ziel
regendruppels
spannen tralies
voor het raam
zijn nieuwe wollen vest
een slaapplaats
voor de kat
kinderstemmen slaan
de klok van twaalf
de nieuwslezer spreekt voetbal
en afghanistan
terwijl zij denkt aan niets
en aan het slapengaan
tien jaar geleden stierf zij
en wacht nog steeds
op het einde
joop komen
die ouwe komen legt op twee meneer wolluf. dan hoeft niet zoveel trap te lopen als ie wil roken. maar het is een boefje hoor. mneer weet heel goed de poezie te scheiden van het gewone leven en alles waar de verpleegsters in de VU vaak zo heftig naar snakken. snacken bettie? daar draait meneer zijn hand niet voor om – om nog maar even bij de handjes, de beelden van mneer janse te blijven mneer wolluf.
ik kan me dat niet voorstellen bettie. mneer komen heeft een indringend gedicht geschreven. met een wereldregel: zij voelt de tachtig jaren – scherven in haar ziel
na zo een regel is het rustig de wedstrijd uitrijden bettie – geen brokken meer maken – handjes omhoog en de gele trui aantrekken. en dat doet mneer komen dan ook. misschien is de vierde stofe er een voor net na de finish van het gedicht. die kunnen we missen.
De Vondst
Ik ben uitgegeven. Word ik ontdekt
Pas over vijftig jaar of zullen horden
Recensenten (die bij veel and’ren morden)
Mij nu betitelen als Kunstobject?
Was het wellicht de kas die hen zo trekt?
Neen—‘101 sonnetten’ zou op borden
In Bruna® of Kiosk™ slechts afgang worden;
Het lijkt geen economisch groeiprospect.
Moet ik aan schrijverscarrière werken?
Ik vier! & voer vanuit het raam de vlag!
Ik pas binnen de literaire perken—
Dat ik dees leest nu dan bedrijven mag?
Misschien moest mijn techniekampère sterken…
Misschien had de typist een goede dag.
Ditmar Bakker
kijk meneer ditmar beantwoordt zelf tenminste de vragen die hij stelt. dan hebben wij weer minder werruk mneer wolluf. dan kunnen we ons beperken. tot de essentie bettie? ja tot de essentie mneer wolluf. mneer bakker komt elke week even langs voor onderzoek en tot nu toe was het altijd veilig. zo heeft god het ook gewild. je doet maar raak en je springt er maar bovenop – als het van de liefde is is alles geoorloofd maar we doen het wel veilig ja! en zo kennen we mneer ditmar ook en dan toch elke week even na-controleren.
ja of de typist een goede dag had he bettie? nou de typist had zeker een goede dag want mneer ditmar heeft de boel vandaag weer eens afgeraffeld. zijn hele dichterschap kan hem gestolen worden vandaag – de typist wacht – je leest het hem denken. inhoudelijk gesproken dan natuurlijk. wat de vorm betreft blijft het een puzzle zo een sonnet. de laatste twee strofen moet je overdrachtelijk lezen bettie. ‘Moet ik aan schrijverscarrière werken?’ vraagt ditmar aan de typist. welnee, daar zit die jongen van schroevers helemaal niet op te wachten. nog 5 regeltjes erachter aan en de dichter bakker is weer eens klaar met het dichtwerk voor vandaag. je snapt wel waar de heren belanden na zo een sonnetje van onze ditmar.
Drinkebroers sterven niet uit
Nu ik aan de bar met enige liefde
voor de lapjeskat vecht tegen ongenaakbaarheid
spijt welt in de kelen op die we blussen
met de weemoed op de bodem van het
glas Wermuth. Alle stoeptegels zijn toch
dezelfde, zegt de barman bij wijze van
troost, alleen in de volle zon beginnen
ze te schijnen. Neem een maagd als je
geen verleden wilt, het drama op de
koop toe. Op dinsdag worden kinderen
afgedreven, tot Sint Juttemis huwelijken
afgezegd. Aan de bar is het goed navelstaren
en de kat gaat bij een andere drinkebroer
op de versiertoer. Er gebeurt zo veel dat er
niets gebeurt. Ik heb je jas verbrand
en zelfs dat was niet genoeg.
Jolies Heij
‘Neem een maagd als je geen verleden wilt…’ die komt wel binnen bij de heren hoor – net als de laatste regel – ‘Ik heb je jas verbrand en zelfs dat was niet genoeg.’ ik laat juffer heij graag aan uwes over mneer wolluf? u bent al jaren goed met haar. u kent haar van binnen en van buiten.
ja juffrouw heij is altijd heel direct bettie. en woensdag zien we elkaar weer op de boot van catelijne aan het einde van de wereld. in het wild valt ze reuze mee hoor. dan is ze bescheiden – maar op het toneel is ze een beest. dan geeft ze wijze raad. over het barleven. over het barre leven en over de liefde en hoe je de dingen en de mensen moet aanpakken. als dichteres is het een wonderkind. ze schrijft en schrijft en ze blijft schrijven. en de laatste jaren is elk gedicht bovengemiddeld goed. vaak ook met twee briljante regels – zo ook deze.
dodennis
-TING- hoort hij al niet meer
de mensen stappen in
gaat u omhoog
ik moet naar drie
gynaecologie
hoort hij nog wel
zijn vrouw komt even
in hem op tien
soorten kanker overleefd
nog een trekje dan
houdt hij zijn adem in
dit gat in de muur
ml
mneer lerou is voor mij vandaag mneer wolluf. mneer lerou voelt de vrouwen zo goed aan. de hele zondag is een hele andere zondag met mneer lerou in the house. ja bettie – volgende week is meneer lerou op ruigoord in een prachtig oudejaarsprogramma met belangwekkende dichters als hagar peters, bij hans plomp en yvonne van doorn. waar mneer lerou is wordt het feest. laten we maar van mneer lerou genieten. meneer lerou is gewoon de liefde zelf. het leven laat hij in zijn poezie uit. en altijd even genadeloos zoals het leven is. ‘de mensen stappen in – gaat u omhoog – ik moet naar drie – gynaecologie…’
uiteindelijk gaan we in de VU allemaal omhoog mneer wolluf. ja bettie ik hoor het mneer lerou zo zeggen: dan maar de lucht in.
Een houten jas
Jij was het enige wat we nog moesten verbranden
De rest had jezelf al weg gedaan
Een opruimwoede die weken duurde
Was met jouw dood tot een eind gekomen
Alsof je naakt wilde vertrekken
Zonder sporen achter te laten
Geen ballast voor de overlevenden
In de ochtend draaide ze de deksel van de kist dicht
Ik poetste met mijn zakdoek de vette vingers van de lak
Zoals ik soms met nattevingerwerk
Lipstick van je wang had geveegd
Als iemand je gezoend had op een verjaardag
Ronald M.Offerman
Amsterdam 6-12-2015
mneer offerman schrijft altijd precies zoals het is he mneer wolluf. nou bettie dan ligt er al weer een juffrouw in het trapportaal van mneer offerman. nee mneer offerman houdt zich aan het thema en is in de tweede strofe daar goed in geslaagd. heel goed. de laatste 5 regels zijn een gedicht op zich. de eerste strofe had mevrouw in haar opruimzucht wel mee mogen ruimen. je kunt niet elke week een goed gedicht schrijven bettie. met die laatste 5 regels mag mneer offerman best tevreden zijn daar kan ie een heel goed gedicht mee maken.
Geen ballast voor de overlevenden
In de ochtend draaide ze de deksel van de kist dicht
Ik poetste met mijn zakdoek de vette vingers van de lak
Zoals ik soms met nattevingerwerk
Lipstick van je wang had geveegd
Als iemand je gezoend had op een verjaardag
klaar!
Speciaal voor Robin een sonnet:
Nazorg
Er is een spreekgestoelte neergepoot,
een microfoon voor roerende betogen,
er zijn wat tissues voor betraande ogen
(al houden we ons liever dapper groot).
Hij heeft, nog voor z’n laatste ademstoot
de platenkeus zorgvuldig overwogen,
er is gebak en voor een godsvermogen
aan sterke drank voor bij het middagbrood.
We nemen zichtbaar opgelucht een glas
en doen ons aan de sandwiches tegoed.
Terwijl we onze dorst en honger stillen
rolt hij, alleen met z’n geklede jas,
het laatste restje toekomst tegemoet
waar wij nog even niks van weten willen.
Martin Wijtgaard
de jongens van de sonnetten – mneer wolluf – meneer komen meneer bakker zeker ook en mneer wijtgaard helemaal weten mijn inhoud en mijn vormen echt goed te verenigen. je voelt je weer helemaal compleet als ze langs zijn geweest. en nooit moeite met het textiel zeker bettie? vroeg ik bettie. bettie knikte met de wangen nog rood – van meneer wijtgaard wees ze.
martin wijtgaard kijkt niet op een stukje textiel, niet op een drankje bettie. ‘er is gebak en voor een godsvermogen aan sterke drank..’ het feestje kan beginnen ‘het laatste restje toekomst tegemoet’– prachtige regels.
op de trek
uitgerekt tot aan de horizon
akkers onder vorst
gekrijs van kraaien
ik ontdoe mijn hoofd van hoed
trek mijn kloffie uit
bedek er stukken grond mee
opdat de aarde
weer los voor later wordt
want liever sterf ik hier ter plekke
dan op de tocht te moeten staan
op’t muiderpoortstation
jako fennek
met wie had mneer fennek afgesproken meneer wolluf? tis hem niet erg goed bevallen he het muiderpoortstation. ik heb echt met hem te doen – als ie maar geen verkoudheid heeft opgelopen – ik zal hem vannacht eens goed onder stoppen.
kijk je wel uit bettie. mneer fennek is een dichter. geen vrouw is veilig in zijn buurt hoor en je hebt al zoveel dichters over je heen gehad vandaag. laat mneer fennek maar gewoon blauwbekken op het muiderpoortstation – daar komen mooie regels van. het zal mevrouw essen wel weer zijn geweest. die kan nooit de locatie vinden waar ze heeft afgesproken. vertel mij wat.
Mooie nieuwe site, Pom. Ik was lang niet langs geweest, maar voel me nu bijna verplicht ook een gedicht in te sturen. Door tijdgebrek niet helemaal uitgewerkt, maar toch. Hartelijke groet, Robin.
HET EIND GAAT NOOIT VOORBIJ
Het stootblok van een kopstation en dan
te voet naar waar het water gulzig wacht.
Alleen je schoenen staan nog op het strand.
Op de aftiteling lees ik je naam.
Ik volg de geur van je parfum, de kleur van je jas.
In het café staat nog je laatste rekening.
Je naam gaat zwijgend rond. Ik zit en drink.
Nog altijd speel jij hier de hoofdrol.
Op de bodem van elk glas kijk je me aan.
Robin Veen – 06-12-2015
Mooie woorden van de dichter die ons het weekend meevoerde met zijn onvergankelijke woorden ‘verbrand mijn kleren als ik dood ben opdat niemand zich de toekomst zal herinneren’. voor die regels natuurlijk buiten mededinging de hoofdprijs. een mooi droef einde ook zo met de bodem van het glas in zicht hier. het zonnetje begint te schijnen. de dichters langzaam wakker. eens kijken wat die wolluf nou weer bij elkaar gekletst heeft, sigaretje erbij en wachten op de uitslag. alles is liefde spelen ze in het kijkkastje – in de wereld van robin veen is alles van de drank. er wordt nog wat om de fles heen geleefd. de vergeefsheid van het leven bestreden. tevergeefs.



Ik kocht een jas Zij zei
Hij staat je goed Ik dacht
Leve de engelen! Mijn
verblijf op aarde is met
een jaslengte verlengd
Ik weet nog dat ze weg
was en terugkwam en dat
mijn handen in haar kleren
grepen en ik voelde haar liefde
slechts een neuslengte ver weg
[…]
Ik kocht een jas met haar
Hoi marten de regels –
Verbrand mijn kleren als ik
dood ben opdat niemand zich
de toekomst zal herinneren
zijn van robin veen toch? Of waren ze van jou?
Als ze van robin zijn kun je ze niet opnemen in jouw gedicht
Ik lees je – grt. pom
Marten: i.d.d. Zijn van Robin, dacht dat ik die juist moest gebruiken…
Sorry, reglement niet bestudeerd
groet, Marten
door de kamer
peter de bie
of zoiets
zij voelt de tachtig jaren
scherven in haar ziel
regendruppels
spannen tralies
voor het raam
zijn nieuwe wollen vest
een slaapplaats
voor de kat
kinderstemmen slaan
de klok van twaalf
de nieuwslezer spreekt voetbal
en afghanistan
terwijl zij denkt aan niets
en aan het slapengaan
tien jaar geleden stierf zij
en wacht nog steeds
op het einde
joop komen
De Vondst
Ik ben uitgegeven. Word ik ontdekt
Pas over vijftig jaar of zullen horden
Recensenten (die bij veel and’ren morden)
Mij nu betitelen als Kunstobject?
Was het wellicht de kas die hen zo trekt?
Neen—‘101 sonnetten’ zou op borden
In Bruna® of Kiosk™ slechts afgang worden;
Het lijkt geen economisch groeiprospect.
Moet ik aan schrijverscarrière werken?
Ik vier! & voer vanuit het raam de vlag!
Ik pas binnen de literaire perken—
Dat ik dees leest nu dan bedrijven mag?
Misschien moest mijn techniekampère sterken…
Misschien had de typist een goede dag.
dodennis
-TING- hoort hij al niet meer
de mensen stappen in
gaat u omhoog
ik moet naar drie
gynaecologie
hoort hij nog wel
zijn vrouw komt even
in hem op tien
soorten kanker overleefd
nog een trekje dan
houdt hij zijn adem in
dit gat in de muur
ml
Een houten jas
Jij was het enige wat we nog moesten verbranden
De rest had jezelf al weg gedaan
Een opruimwoede die weken duurde
Was met jouw dood tot een eind gekomen
Alsof je naakt wilde vertrekken
Zonder sporen achter te laten
Geen ballast voor de overlevenden
In de ochtend draaide ze de deksel van de kist dicht
Ik poetste met mijn zakdoek de vette vingers van de lak
Zoals ik soms met nattevingerwerk
Lipstick van je wang had geveegd
Als iemand je gezoend had op een verjaardag
Ronald M.Offerman
Amsterdam 6-12-2015
Speciaal voor Robin een sonnet:
Nazorg
Er is een spreekgestoelte neergepoot,
een microfoon voor roerende betogen,
er zijn wat tissues voor betraande ogen
(al houden we ons liever dapper groot).
Hij heeft, nog voor z’n laatste ademstoot
de platenkeus zorgvuldig overwogen,
er is gebak en voor een godsvermogen
aan sterke drank voor bij het middagbrood.
We nemen zichtbaar opgelucht een glas
en doen ons aan de sandwiches tegoed.
Terwijl we onze dorst en honger stillen
rolt hij, alleen met z’n geklede jas,
het laatste restje toekomst tegemoet
waar wij nog even niks van weten willen.