Het was een grijze dag eind twintigste eeuw. Mijn werk bestond uit het opmeten en bouwkundig beoordelen van agrarische bedrijven voor de onroerend zaak belasting. In mijn Fiat Punto reed ik door de polders van boerderij naar boerderij. Een graag geziene gast was ik niet. Ook al werkte ik niet bij de Gemeente, ik werkte wel vóór de Gemeente. En daar hadden boeren niet zo veel mee. Het kostte me vaak enige moeite en wat tact om toch het terrein op te komen en mijn werk te doen. Dan nog werd ik met argusogen bekeken. En terecht natuurlijk. Ik deed ook maar mijn werk. Maar wel voor de vijand.
Die middag stopte ik bij een klein boerenerf. Het was afgesloten met een groot hek. Op mijn hoede liep ik erheen. Toen begonnen een aantal honden te blaffen. Even later kwam de boer aangelopen. Het was een man van gemiddeld postuur met een grove zwarte baard. Ik legde hem uit wat ik kwam doen. Hij keek me door het hek uitdagend aan. Ik beantwoordde zijn blik met berusting. Daarop opende hij het slot en zei dat ik mijn gang kon gaan. Hij ging terug het huis in en ik ging mijn ronde doen. Vanuit de kennel blaften drie Mechelse herders me vals toe. Alles op het erf zag er wat verlopen uit. Ik hoopte dat de deur van de kennel het zou houden. Het beeld van mezelf in stukken gescheurd, trok aan mijn geestesoog voorbij. Ik liep door de lege koeienstallen over de betonnen roosters. De koeien stonden in de wei. Toen ik klaar was ging ik me afmelden bij de boer. Ik vertelde hem, dat ik blij was, dat de honden niet uitgebroken waren. Daarop zei hij me droogjes, dat als iets hem niet bevallen was, hij die honden niet nodig had gehad. Dan had hij wel een ijzeren pijp in mijn nek gelegd en me in de mestkelder geflikkerd. Ze zouden me nooit vinden. We keken elkaar even aan. Ik gaf hem een hand en vertrok.
Mijn laatste adres die dag, was een afgelegen, afgeknotte molen langs de vaart. Daar aangekomen deed een kwezel open. Ik deed mijn verhaal en hij vertelde me, dat er niet veel te zien was, maar dat hij me wel even rond zou leiden. In de schuur zag ik een buks staan. Om het ijs te breken merkte ik op, dat dat eruit zag als een 5.5 millimeter. Dat beaamde hij. Die was om op asielzoekers te schieten vertelde hij me. Daarop vroeg ik hem of hij daar last van had, zo afgelegen op het platteland. Toen volgde een heel verhaal over hoe ‘dit land naar de kloten ging’. Hij keek me doordringend aan en zei dat de burgeroorlog op het platteland zou beginnen. Op dat moment had ik nog vooral het idee te maken te hebben met een verwarde man.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Share This:
Gepubliceerd door Pom Wolff
Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman.
In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes.
Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'.
Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.)
'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.
Bekijk meer berichten