Lieve Pom Laat me je eens trakteren op een van mijn nieuwere gedichten. Als het je bevalt mag je me in de toekomst nog wel een keer kussen. Leve de Marie Johanna, als altijd mijn liefs Karin
Habitat
ik kan je blokkeren weet je dat dat ze je praatjes niet meer kopen dat je niet meer in de aanbiedingen bent dat ze je.
ik kan je blokkeren weet je dat ze hebben je gezien bij de Blokker je was zo en je was zo en je was zo er aan toe zeg maar en je was zo verschrikkelijk zo enne.
de trofee van de afscheid en de pijn gaat naar het subtiele werk van Anke Labrie deze week. in de bespreking leest u de verantwoording voor het virtuele goud dat we met trots uitreiken aan Anke. wat een prachtgedicht, van harte!
de Von Solo trofee (VON SOLO: “Maar voor nu moet ik even een andere weg in. Een onbekende.”) haalt onze Ditmar met het ingezonden gedicht aan een nieuwe geliefde glansrijk binnen. Niet dat de trofee beschikbaar was gesteld op de site. maar soms dwingen dichters als Ditmar een trofee af: van harte! de nieuwe geliefde krijgt wel wat te stellen (stillen) met de dichter in zijn euforische staat waarin hij de dichter heeft weten te brengen.
ineens je lach nog net een zwaai voordat je op je oude racefiets snel om een hoek verdween
altijd wel ergens naar op weg vol van weer een nieuw idee
gisteren is het gebeurd
vandaag al loop ik anders door de stad
anke labrie
een bijna bang om door te ademen het weg te blazen-gedicht van Anke Labrie – het grote thema teruggebracht tot een kleinood, een situatie in de stad waarbij hetzelfde beeld nooit meer hetzelfde beeld kan zijn. zonder. en zonder teruggebracht tot anders. zo wordt ook de beweging van de beschreven hoofdpersoon teruggebracht tot een ogenblik van stilte en contemplatie. persoonlijke gedichten in de eerste of tweede persoon moeten wel heel goed zijn om ze van ons allemaal te laten zijn. schreef ik hierboven. en zie hier het voorbeeld in 8 regels adembenemend mooi.
Eindtriomf en zegepralen! Trouw! Compassie! Bruidsmuziek! Enkel heuvels! Nergens dalen! Gouden bergen! As we speak!
Gloria, geluk & licht! (Hier. Een positief gedicht.)
***[Ditmar Bakker]
–> een bespreking van de kunstgrepen die de dichter hier verricht is mij niet gegeven. wel loopt het gedicht als een trein – werkt zeer geestig op de(ze) lezer en biedt met een beetje goede wil ook de hoognodige troost bij het gevraagde maar door de dichter verworpen thema: ‘Ruikers! Rozen! Idealen!’- we weten waar deze toe leiden. tot het graf, het verderf en de dood. Ditmar slaat de dood en alle andere ellende dit keer voor het gemak met speels gemak een keertje over – het is een hemelhoog juichend gedicht – voor een nieuwe liefde – afscheid van alle pijn op een zeer begaafde wijze vormgegeven – maar we vroegen toch om pijn en afscheid? of niet? de Von Solo trofee (VON SOLO: “Maar voor nu moet ik even een andere weg in. Een onbekende.”) haalt ditmar natuurlijk met dit gedicht wel glansrijk binnen.-
Vera van der Horst – het niet hebben kerft radeloos in mij
René Brandhoff – het is zo’n dag de liefde in je ogen
Ditmar Bakker – Ruikers! Rozen! Idealen! Verzen druipend van lyriek!
Frans Terken – oog in oog met het zwartste gat
Rik van Boeckel – het afscheid een zachte stem met zinnen vol troost
Magda Haan – al die namen, al die levens
Petra Maria – het water stil de wind mild
Ien Verrips – je bent er altijd ben je er
Anke Labrie – altijd wel ergens naar op weg vol van weer een nieuw idee
foto: Theo Huijgens de redactie van pomgedichten heeft de best denkbare opvolging weten te vinden voor de donderdag van Von Solo – (ook op de vrijdag trouwens zal een nieuwe ‘columniste’ haar opwachting maken hier op deze site.) heel erg blij met de vrouwen die deze site op zeer eigen wijze zullen gaan versterken. donderdag en vrijdag hier te lezen de nieuwe namen, mensen, vrouwen, dichters, teksten.
wie wint de enige echte virtuele van het afscheid en de pijn trofee op pomgedichten? (vrij naar de woorden van VON SOLO: “Maar voor nu moet ik even een andere weg in. Een onbekende.”) – de fenomenen horen vaak toch een beetje bij elkaar – het afscheid en de pijn – ook voor dichters een belangrijk onderwerp – de poëzie van de pijn is vaak van dichters troost, u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
zand
om het zo te schrijven dat het niet opgaat in de tijd
soms nog bang om door te ademen het weg te blazen
zoals alles wat in zand geschreven is weer zand wordt
zoals het was los en in alles machteloos
pom wolff
lezen we vandaag in Het Parool over het afscheid van de dichter Arthur Lava hiernaast links op de foto – zijn afscheidswoorden tot troost: ‘Wees gerust’
als je het hebt wil je het houden ook al is het niet van jou
je koestert het met bekraste handen vlijt je in de armen van een lege trui
afscheid nemen van het niet hebben kerft radeloos in mij
Vera van der Horst –> misschien is het niet aan mij om de woorden van afscheid en de pijn te recenseren. aan de andere kant dichters schrijven voor lezers of toehoorders ook in barre tijden van droefheid – zij bieden de noodzakelijke troost – daar zijn ze voor uitgevonden – persoonlijke gedichten in de eerste of tweede persoon moeten wel heel goed zijn om ze van ons allemaal te laten zijn. lezen we op FB een prachtig gedicht van luuk Imhann opgedragen aan de hier op de site ook gememoreerde overleden dichter Arthur Lava:
VOOR ARTHUR LAVA (1955-2020) Het vreemde van mensen die sterven is dat ze eindeloos worden, maar niet kunnen kiezen wat er blijft bestaan, want hoe kunnen ze weten
wat wij straks nog weten, of hoe ze plots opgedeeld worden in duizenden delen, hoe elk van hun vrienden een eigen herinnering heeft?
Zo was je levend uniek, maar nu ben je als dode talrijk want van jou zijn er duizenden nu en haast elk van die duizenden delen is anders, zo anders als jij bent geweest
Je zal toenemen, telkens als iemand plots denkt aan je toenemen tot je miljoenen bent, tot je haast eindeloos bent en geheel uit momenten bestaat
Luuk Imhann
prachtig prachtig – zo wordt een gedicht voor iedereen – dit is wel het nivo waar de overleden vriend, collega of familielid recht op heeft. hij hoeft geen trap na te krijgen met een slecht gedicht. in het algemeen gesproken hoor – niet van toepassing op de woorden van Vera.
maar toch: op de laatste regel na met die mooie radeloosheid en op het beeld na van de lege trui haalt het gedicht van Vera niet het nivo dat het gevraagde thema behoeft.
het wegdraaien
ik zie ik je gaan naar waar je altijd al wilde zijn
het is zo’n dag de liefde in je ogen sterft waar je bij staat
je kunt er naar kijken je gaat niet mee
René Brandhoff
–> ‘ik zie ik je gaan’ – hoe ik ook mijn best doe ik blijf die eerste regel een beetje raar vinden. teveel ik! een dergelijk ‘brandhoffje’ vinden we ook terug in de eerste regel bij Ien Verrips hieronder- de regel is wel op de een of andere manier van de poëzie. maar toch dit begin is verwarrend. tsja ‘de liefde in je ogen’ – mooi gezegd maar in welk verhaal. het is onduidelijk hier en op die ogen na weinig poëtisch.
Dichter bij het zwart
Je ziet hoe het opeens gebeurt maar moet het voor gezien houden niet eerder stond je zo oog in oog met het zwartste gat
geen klank of ruis nog te ontwaren dat je geluidloos verdwenen bent opgelost en weggespoeld in zand en gaten van onderweg
blijven de woorden in papier gebrand groeven met inkt gevuld alsof het bloed nog stroomt
–> pas na de eerste strofe – meer precies gezegd bij het zwartste van het zwartste gat begint de poëzie – die eerste strofe heeft het niet. het gedicht heeft te weinig regels om de eerste drie regels erbij te kunnen hebben.
Afscheidsvers
Diep zingt het verdriet over wat verloren is gegaan aan leven en liefde
zo zingt de toekomst heden en verleden toe we zijn ziektes moe
het afscheid een zachte stem met zinnen vol troost gesproken in stijl en eeuwig stil.
Rik van Boeckel 18 september 2020 –> deze weinige woorden hebben wel wat charmants – wel valt het gebruik op van hele grote prozawoorden – als liefde, leven en verdriet. de laatste strofe is droomachtig mooi – eigenlijk zouden de eerste twee strofen zo ook moeten én ik zou toch het woordje ‘toch’ toevoegen in de derde:
het afscheid een zachte stem met zinnen vol troost gesproken in stijl en toch eeuwig stil.
Dag Pom
Mijn bijdrage voor deze keer. Als je loopt op oude kerkhoven geeft dat een onbestemd gevoel, al die namen, al die levens, de vergankelijkheid. De tranen die gevloeid zijn of misschien innerlijke opluchting. Graven die verzakt zijn, sommige keurig netjes of compleet dichtgegroeid.
bijna een gedicht: (red.)
Als je loopt op oude kerkhoven geeft dat een onbestemd gevoel, al die namen, al die levens. De tranen die gevloeid zijn van opluchting wellicht. Graven die verzakt zijn, sommige keurig netjes of compleet dichtgegroeid.
erosie
diep in de zwarte koude aarde waar daglicht verschrikt terugdeinst in onbestemdheid
de dood over de aarde kruipt wacht vergankelijkheid op het beloofde Hiernamaals
met respect achtergelaten tranen die pas opdrogen na de laatste voetstappen op het knarsende grind
geloftes, in geloof geleegd in Gods vertrouwen aanvaard namen op verzakte graven door erosie aangetast
Magda Haan
–> met het erosie gedicht en de daarin gelegde reli-verwijzingen heb ik niets, nul komma nul. ordinair gezegd: god kan van mij de pot op. en de hele EO erbij – doorspoelen en wegwezen. de tekst ‘bijna een gedicht’ – als inleiding door magda gegeven kent een meer wereldse werkelijkheid en is heel aardig – vooral met die verbazingwekkende prachtige regel gesproken op zo een oud kerkhof: ‘al die namen, al die levens.’
de jongen en de zee
de jongen op de foto heeft zachte ogen je zou zomaar een boterham voor hem smeren
was het afscheid als gedacht het water stil de wind mild
de foto zwijgt maar altijd golft de zee het schip een stadje aan zee
petra maria –> tsja petra maria laat ons lezers die hele ketelbinkiejongen invullen. en eerlijk gezegd ik wil helemaal voor zo een jongen geen boterham smeren. een jongen met zo een raar pakkie aan. en zo een rare pet ook. ik zou zeggen – jongen eerst douchen, dan normale kleding aan graag en vervolgens – het gedicht uit!
je bent er altijd ben je er zonder jou ken ik geen leven door jou heb ik geen
jouw lust mijn last verdoofd verlangen dromen door prikkeldraad omvat
ergens in de jungle van mijn fantasie daar ben jij niet daar ben ik vrij van schuld de rekening betaald bij niemand meer in ’t krijt ik stel me voor dat je ik nooit meer binnenlaat
Ien Verrips
–> ik geloof niet dat dichter (of de ik persoon) hier al afscheid heeft kunnen nemen, beter gezegd ze is nog niet los gekomen van de persoon waar je naar ik vermoed wel los van moet komen wil je nog een beetje kunnen ademen. hier is sprake van allerindividueelste impressie in een allerindividueelst gedicht. voor de lezer is er ook bijna geen zuurstof over. resteert ademnood.
VON SOLO: “Maar voor nu moet ik even een andere weg in. Een onbekende.“
nou dan ga ik U eerst bedanken voor al het moois dat u deze site heeft gegeven. voor die 392 columns en nog een aantal meer – een jaar of 8 denk ik. en dan ga ik u voor de komende tijd mooie lieve dingen wensen. vrijheid of wat dan ook goed voelt. en natuurlijk altijd welkom terug met het leven, met poëzie of de verhalen erover. het was mooi beste VON. mijn hart huilt natuurlijk wel een beetje. er is een klein stukje van mij geamputeerd. maar grote dankbaarheid overheerst. tsjee de columnist die het leven elke week weer een stukje verder bracht – van zichzelf en van anderen – die verdient de vrijheid die hem toekomt en die hij wenst – mooi voor het onbekende – baanbrekend mooi – dank je wel voor zoveel. X
foto: Theo Huijgens de redactie van pomgedichten heeft de best denkbare opvolging weten te vinden voor de donderdag van Von Solo – (ook op de vrijdag trouwens zal een nieuwe ‘columniste’ haar opwachting maken hier op deze site.) heel erg blij met de vrouwen die deze site op zeer eigen wijze zullen gaan versterken. donderdag en vrijdag hier te lezen de nieuwe namen, mensen, vrouwen, dichters, teksten.
Ik weet, vaak doe ik je verdriet woorden niet altijd goed gekozen, dank met de drank en nooit met rozen, een klankbord om mijn gram te lozen, maar lieveling, verlaat me niet.
Nooit eens een ridder, steeds bandiet. Mijn handen losser dan mijn kozen, mijn jaloezie als ‘k jou zie blozen, de lekke boot die jij moet hozen, maar lieveling, verlaat me niet.
Ik weet, je vindt mij hypocriet als soms mijn spijt wil bovenkomen, mijn krokodillentranen stromen, maar lieveling, verlaat me niet.
Toch zal het nog een keer gebeuren dat je mij onder de trein zal pleuren. Maar mocht je ooit dat plan beramen ik zweer ’t je, dan gaan we samen!
Hoi Pom, Een ontmoeting met mijn vriendelijke buurman Mo gaf me dit tekstje in; zo’n beetje een beschrijving van het gesprek dat ik met hem had, groet, Merik
Burenbabbel 2
Laat in de avond kwam ik Mo tegen met hondje Boefje.
Alles ging goed met ons allebei, ook met de honden Boefje en Betty. Ze snuffelden aan elkaar, dame en heer op leeftijd.
“Ik lees wel eens gedichten voor,” vertelde ik Mo. “Wat zijn dat ?” vroeg hij. “Eigenlijk korte verhalen,” zei ik. “ Dan hou je ook van filosofen,” zei hij, “ filosofen zeggen interessante dingen.”
Aloha dichter Het bier is best. De kat is geil. En ik heb lekker toch mijn eigen stijl. Welterusten voor straks. Karin
Metamorfose
Hebben de hond begraven op een geheime plek het lichaam werd door dekentjes bedekt geelgespikkeld bruin waren zijn ogen nog de hondenbek lag in de dood te drogen.
Hebben de goden in onszelf ontdekt hebben drie keer hard en vurig op de grond gespogen hebben het onze vader opgezegd vergeef ons Heer, wij weten wat wij doen.
Hebben de laatste flessen op het land ontkurkt toen wij elkander op de poolvlaktes ontmoetten moesten wij werkelijk wennen aan pantoffelvoeten aan de ontnuchterende stilte die na het drinken komt.
Vera van der Horst had een gedicht met 12 strofen ingestuurd voor de zondagochtendwedstrijd op pomgedichten punt nl – op zich geen slecht gedicht maar wel een beetje erg lang gedicht. 12 strofen van steeds 5 regels – tellen we toch gauw een regeltje of 60. bij nadere lezing en herlezing viel er steeds een strofe af om tot de conclusie te geraken dat de laatste strofe eigenlijk de beste strofe was van het gedicht – voorts ook precies het gevraagde thema omvatte en eigenlijk ook helemaal geen andere steunregels behoefde – de 55 overbodige regels weggehaald en zie daar een prachtig gedicht van Vera van der Horst:
ze vouwt propjes van de bladeren schiet daarmee kringen in het water en als de herfststormen gaan woeden weet ze hem daar zoals hij haar ooit de lente uit droeg
Vera van der Horst
nagekomen commentaar van dichteres: “we houden wel korte gedichtjes over als pom ze heeft uitgekleed.”
2x overspoelde is eenmaal overspoelde teveel – en toch is goud deze week voor Petra Maria – die droom die we allemaal hebben heeft zij voor ons gedroomd – goud op voorwaarde dus – de voorwaarde dat de eerste regel in de voorlaatste strofe een beetje gewijzigd wordt – ‘ik jou steeds overspoelde’ wordt vervangen door ‘en ik jou steeds’ – verder een prachtig gedicht met die heerlijke deuropening tegen een achtergrond van ademloze zeelucht – van harte Petra Maria
aan zee
is alles luchtiger niet zoals het dijkhuisje in Wolfaartsdijk
het licht was er geel en het geurde andere levens
ik zie je nog staan in de deuropening het waaide zo koel
langs de oude zeedijk waar het water verscheen het dorp overspoelde
ik jou steeds overspoelde de tijd ons langzaam naar zoute dagen afdreef
kon ik maar weer eens jong en luchtiger in de deuropening blijven staan aan zee
petra maria te Ebeltoft
–> de gedroomde plaats van Petra Maria – de plaats die iedereen nog wel een keer wil dromen. naar die plaats zijn we op zoek vandaag. petra maria schenkt vandaag prachtige regels: ‘het geurde andere levens’ en ze spreekt over de ‘zoute dagen’ en over het verlangen naar de tijd van zoet. ze ziet hem nog staan in de deuropening, een indruk die nooit is weggespoeld. een gedicht met een hoog zoutelande gehalte. blof weet er wel raad mee. ik zie er prachtige aanzetten in voor een prachtig lied.
‘het licht was er geel en het geurde andere levens’
ja als een lied zo begint – steek de kaarsjes maar aan – omarm je geliefde en vergeet de covid. te Ebeltoft
Petra Maria – langs de oude zeedijk
Rik van Boeckel – tussen zonnebloemen van La Dordogne
Elbert Gonggrijp – Er prijken strepen in het stalen water
Vera van der Horst – en als de herfststormen woeden weet ze hem daar
Frans Terken – onder strakblauwe hemel en platanen
Ditmar Bakker – met radeloze rozen
Anke Labrie -in de kamers van haar hart
wie wint de enige echte virtuele – welke plaats – wil u wel nog één keer dromen – de over wat mooi was en mooi is gebleven trofee op pomgedichten?
ach elke dichter kent die plaatsen wel – waar in stilte werd genoten van het uitzicht, van het zachtromantische gevoel, van de aanwezigheid van die gedroomde liefde, van de liefde op zich – de gedachte aan een moment waarin alles samenviel – een plaats die nog wel eens opspeelt in dromen – een plaats die iedereen nog wel een keer wil dromen. aan de rand van een dorp wellicht met uitzicht over weilanden, op het gras van een weiland. de rand van een meertje, het terras in die verre stad. ach er is zoveel dat we het mogen lezen deze week – over de plaats of over het gevoel van weleer of over de droom. over wat mooi was en mooi is gebleven. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
misschien
niets mooier is als woorden groeien van verlaten liefde tijdloos stil
om alleen nog die te houden die er echt toe doen
mijn lichaam is hier mijn hart ligt daar zo zal ik altijd onderweg zijn
misschien dat ik daarom zo graag naast je zit en nergens aan wil komen
pomwolff
De reizende droom
Koester de groene droom van de bossen in de Vogezen daal af langs de kliffen van Étretat tijd neemt herinnering mee naar valleien van een toekomst
waar ik jou zag en zag en zag in beekjes van de Quinta da Estrela tussen zonnebloemen van La Dordogne aan Playa Siboney onder El sol de Cuba in La Casa de Música Habanera
liefde reist met de horizon mee tot aan jaren dat geheugen dementeert woorden het verleden dragen zinnen soepel dansen over papier.
Rik van Boeckel 11 september 2020 –> Rik op reis. een terugblik – ja stonden we niet allemaal ooit daar bij Etretat ons te verbazen. maar bij Rik geldt het vele en niet het ene of toch: die prachtige herhaling in euforie: ‘waar ik jou zag en zag en zag…’ tot in de derde strofe – de strofe van het verval. van voorbij en van alles weg – op het papier na waarop de woorden. misschien is het woord zelf ‘dementeren’ net teveel – kan het verval poëtischer beschreven?
Pastorale
Een moederlijk grijs wijst de weg langs geruststellende zomers – de bomen standvastig voor de dromen die gezamenlijk bijeenkomen.
De gele bermen snijden diepte uit – hun dorstig toebehoren dat een historisch woekeren kent – nu als een voorzichtig Godsgeschenk.
Het onderscheid verglijdt en wie het weet – er kan gegist naar dit onbekende – zee en horizon gelijk. Er prijken strepen in het stalen water, er vraagt zich af een vaag contrast.
Er wordt liefde liefgehad – een stille wenk dat de tijd tijdloos voorbij drijft – loom als dit aanstaande uitzicht zelf –
–> ‘zo kun je ook dromen. Op een reis en niet weten in welk era je je bevindt. Proeven en het met moeite kunnen benoemen…’ schrijft Elbert in de bijsluiter. wat mij betreft wordt dit nivo van contemplatie op meesterlijke koplandsiaanse gehaald in de laatste strofe.
Er wordt liefde liefgehad – een stille wenk dat de tijd tijdloos voorbij drijft – loom als dit aanstaande uitzicht zelf –
maar de weg naar de top ligt bezaaid met constructie en met dichterlijk pogen. ooit riep ik gerdin linthorst terug uit een uit haar handen gelopen dichterschap met heel veel – te veel – adjectieven. ook hier buigt het gedicht onder die last door in de eerste drie strofen.
Jaargetijden
De zon zal nooit veel feller schijnen dan waarmee hij nu de herfst begroet een vrouw loopt langs het water met op haar lippen zijn warme gloed
ze meandert zachtjes de woorden die hij haar nooit toevertrouwde en zij toch bij haar draagt soms kunnen woorden onuitgesproken van de teerste schoonheid zijn
ze vouwt propjes van de bladeren schiet daarmee kringen in het water en als de herfststormen woeden weet ze hem daar zoals hij haar ooit de lente uit droeg
Vera van der Horst –> Vera van der Horst glorieus winnares vorige week – eens kijken hoe zij de ooit gedroomde dag die zij ook werkelijk beleefde terug weet te dromen en in welke romantiek zij de lezers onder laat gaan. bij de eerste regel moet ik aan shaffy/list denken – het gras zal altijd groener zijn…. waarom weet ik eigenlijk ook niet. deze week is alleen de de derde strofe van hoog nivo – heel hoog poëtisch nivo. kan ook gewoon op zich zelf staan en bedekt alleen al het gehele gevraagde thema.
ze vouwt propjes van de bladeren schiet daarmee kringen in het water en als de herfststormen woeden weet ze hem daar zoals hij haar ooit de lente uit droeg
waarom dan ook nog die eerste negen regels waarin de dichter tracht met een teveel aan woorden pracht: warme gloeden/ woorden die meanderen/ en zelfs de teerste schoonheden komen op lezers pad. maar de lezer wil het gewone, wil de eenvoud van de laatste vijf regels die van een ontwapende schoonheid zijn. de lezer wil propjes van bladeren.
Dichter bij Lourmarin
Naar het zuiden afgezakt om van land en zon te genieten vond ik je in Lourmarin achter een kraam
in één oogopslag overbrugde je de hele afstand alsof je al weken op me wachtte
met een bloemenkrans om je hals en gedoopt in de geur van lavendel wees je me specialiteiten van de streek
een reis maken voor die blik die zomerblos op de wangen je schort met de naam van de zon erop
Eloise temidden van al die heerlijkheden onder strakblauwe hemel en platanen zindert op mijn netvlies zomers na
–> het dorp waar Camus ligt begraven herinnert de dichter aan de mooie dame met die woest aantrekkelijke blik met eeuwigheidswaarde. het moment gevangen in een prachtig zuidfrans dichtdecor – maar het is en blijf en het blijvende kraampje waarachter zij – een ogenblik om nooit te vergeten.
PAN, TOEN…
Radeloze rozen rijmen met elkander. Giftig lekker vozen deed ik graag met Sander.
Rijmen met elkander en sonnetjes lozen deed ik graag met Sander, soms met roekelozen
en sonnetjes’ lozen. Ach, het gemeander! Soms met roekelozen weerzin der verstander…
Ach, het gemeander tussen jou en bozen weerzin der verstand. Er zijnd, met tussenpozen
tussen jou en bozen. Ik, mijn lief, verander: zijnd, met tussenpozen, hart, of brood, of klander.
Ik, mijn lief, verander, breek, zoals de brozen, hart, of brood, of klander, in mijzelf bevrozen.
Breek zoals de brozen: blijft de oleander in mijzelf bevrozen? Ik hou van een ander.
Blijft de oleander giftig? Lekker vozen? Ik hou van een ander. Radeloze rozen!
***[Ditmar Bakker]
-> grappig – is het eerste wat in mij opkomt. ligt er een noodzaak om de twintigregels regel te schenden – neen! volgens mij is het een beetje Sandertje pesten – Sandertje wordt langzaam maar zeker met Ditmars woorden ingesmeerd – een giftige plantje erbij voor het groene karakter alsof ie naar een uitzending heeft gekeken van wat was het – de keuringsdienst van waren of was het kassa – waarin een tuincentrum werd gehekeld vanwege de giftige oleanders in de uitverkoop – mogelijk omdat men in het tuincentrum af wil van nog niet draagkrachtige kindjes. doe maar lekker in je mondje al dat groen Sandertje – 2 oleanders voor de prijs van een. hier 8 strofen voor de prijs van een gedicht.
haar ogen waren zelf de lens zoveel schoonheid vastgelegd genoeg ruimte in haar geest voor al die bewaarde beelden
in de kamers van haar hart liggen de ingekleurde liefdes verzameld in herinneringen met dank aan de schenkers
anke labrie (12-09-20)
–> anke beschrijft het gemoed in drie mooie regels:
‘in de kamers van haar hart liggen de ingekleurde liefdes verzameld in herinneringen’
de regels die het boeket omsluiten zijn meer van de verpakking.
Vorige week was ik op de maandelijkse Poetsclub avond in café De Schouw. Bij binnenkomst zag ik door de hele kroeg heen met tape afgebakende gebieden. Navraag leerde me dat dit de gebieden zijn waar men mocht zitten. Zo wordt voldaan aan de richtlijnen van het RIVM en de regels die voor de horeca zijn afgesproken. Ook kreeg ik te horen dat je je wel op het terras mocht begeven, maar dat je dan wel moest gaan zitten en niet mocht blijven staan. Op de Witte de With lig je onder het vergrootglas van onze gewaardeerde toezichthouders, dus ik kon er rationeel wel begrip voor opbrengen. Maar na één ronde poëzie zag ik me toch genoodzaakt om de zaak te verlaten. Een dag mentaal gareel kon ik niet op deze wijze besluiten. Terugfietsend over de Mauritsweg passeerde ik café de Ridder. Binnen zag ik in een spookachtig licht barman Romano staan. Als een geest sloop ik binnen en ging in Romano’s dode hoek aan de toog staan. Hij schrok zich de pleuris, toen hij zich omdraaide en me ontwaarde. We lachten, wisselden plaisanterieën uit en ik bestelde een Duvel. Ik kon staan, zitten, lopen waar ik wilde, maar uiteindelijk heb ik hoofdzakelijk op één plek aan de bar gehangen. Toch was het vrijheid en pas anderhalf uur later rolde ik beneveld de nacht in naar huis. Dat voelde goed.
Twee weken geleden was ik op poëzie Lagogo in Hillegersberg. Het eerste festival, dat wel doorgang kon vinden in Rotterdam. Ook hier gold, dat je op je stoel moest blijven zitten op het festivalterrein. Als artiest heb je dan nog geluk, dat je functioneel wat moet lopen soms en dat er een backstage is. Maar er werd wel gewaakt, dat er geen loopje met de regels genomen werd. We hadden echter al snel een gat in regelgeving gevonden. Als je bier haalde aan de bar, dan kon je het terrein verlaten en tegen het dranghek geleund, met je bier binnen het festivalterrein, toch staan en je vrij bewegen. Absurd en wellicht kinderachtig gedrag, maar het stoorde niemand en formeel gezien was alles in orde. De lijn tussen de ene of de andere wereld bestond uit een dranghek. En zo leef ik nu al maanden in meerdere parallelle werelden. Je kan zo van de ene werkelijkheid de andere in stappen.
Dat moest minister Grapperhaus ook gedacht hebben toen hij zijn huwelijk vierde. En inderdaad, heel Nederland viel over hem heen. Een markante uitspraak die ik in de krant las, was ook dat je als publiek figuur altijd in functie bent. Nu hoor je dat vaker en lijkt dat ook wel gemeengoed te zijn. Dat is best een beangstigende gedachte, gezien sociale media van iedere nitwit en burger een publiek figuur maken. Vroeger als de Franse president er een maîtresse op na hield was ‘Et alors?’ genoeg om het publiek het zwijgen op te leggen. Maar nee, nu niet meer. Want we moeten altijd in functie zijn. Dat is een heel enge gedachte, maar het is er in geslopen. We verworden steeds meer tot één dimensionale mensen. We kunnen maar één ding zijn, en daar moet alles in geïntegreerd zijn. Zo wordt het in relaties ook gezien. Je partner moet alles voor je betekenen en overal invulling aan kunnen geven. Geen wonder dat er in de relationele sfeer zoveel mis loopt. In het werk met het ‘altijd bereikbaar zijn’ en nu helemaal met het thuiswerken, vervaagt steeds verder de grens tussen werk en privé, voor zover die nog als zijnde ervaren wordt. Oh ja, en vergeet niet breed te verkondigen, dat alles super, nice, chill en in orde is.
Maar wat is nou de moraal van het verhaal? Het is beter als het allemaal niet verweven en geïntegreerd is. Dat is één van de pijlers van echte vrijheid. Dat ik kan kiezen tussen werelden binnen hetzelfde leven. Dat ik kan bewegen tussen dimensies, als dat nodig is. Een één-dimensionale wereld is plat. En als iedereen erin gelooft, is hij dat ook. Als iedereen gelooft, dat alles in enen en nullen en zwart en wit samen te vatten valt, dan is dat uiteindelijk ook zo. Door deze schijnbare ‘eenheid’ of ‘compleetheid’ verwordt een menselijk leven tot een voorspelbaar algoritme. Maar dan zul je mij buiten de dranghekken vinden, met een biertje in mijn hand. En iedereen zal zich afvragen, hoe dat dan kan, want dat past niet in het plaatje. Dan zal het ook wel niet echt zijn. Toch raar, wie er dan in die fantasie leeft…
Geachte heer Wolff, We leven er nog lustig op los. En schrijven blijft een houvast in onvaste tijden en bij deze een nieuwe foto, op credits van Fred Ernst
XV
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl