Het gebeuren op het damesgala liet me de afgelopen week niet los, sterker nog, ik heb eens uitvoerig mijn gedachten laten cirkelen rond het thema racisme en uitsluiting. Vooral omdat ik het was die in een stereotiepe hoek werd gedrukt, waar ik helemaal niet wilde zijn en naar mijn idee ook helemaal niet thuishoor, namelijk die van witte racist. Maar ben ik daar wel zo zeker van? Discrimineren we niet allemaal onbewust? Probleem is dat de “bevoorrechte” groep zich meestal niet van dat voorrecht bewust is en het als vanzelfsprekend voor lief neemt tot men erop wordt gewezen door de onbevoorrechte minderheid die zich wil emanciperen tot diezelfde positie. Hoe hadden we anders het vrouwenkiesrecht verworven? De slavernij afgeschaft? Gelijkheid tussen de sexen bereikt?
Nog altijd wordt het als vanzelfsprekend beschouwd dat hij voltijds werkt en zij halftijds en genoegen moet nemen met minder loon. Zo is het althans in Nederland, want wij hebben niet meegevochten in de Eerste Wereldoorlog, in tegenstelling tot Duitsland en Frankrijk, waar de vrouwen de economie aan de gang moesten houden omdat de mannen aan het front vochten. Met andere woorden, de nederlandse vrouw werd niet noodgedwongen het huis uitgejaagd, ze “hoefde” domweg niet en tegenwoordig is dat al niet anders. En aangezien de man het als een vanzelfsprekend voorrecht beschouwt om op een rustig kantoor zijn ding te doen in plaats van tussen de blèrende kinderen te zitten – wat ook een fijn voorrecht is, dat geef ik grif toe – verandert er niets. Maar terug naar die uitsluiting. Ben ik niet zelf zo’n bevoorrechte witte autochtoon die onbewust veroordeelt en uitsluit? Ik heb er aardig wat moeite mee om me daarvan een voorstelling te maken, ik zie mezelf graag als tolerant en ruimdenkend, aangezien ik zelf een buitenbeentje ben. Als kind werd ik, zoals iedere rechtgeaarde asperger, veelvuldig gepest.
Mijn levensvervulling, het schrijverschap, werd door familie en maatschappij nooit voor vol aangezien, want maar een hobby en geen “echt beroep”. En als vrouw word je toch vreemd aangekeken als je je niet van je taak kwijt waarvoor je als vrouw op de wereld bent, namelijk kinderen krijgen, vooral als je er ook nog voor uitkomt ze niet te willen. In deze lhbt-postemancipatoire samenleving, waar zelfs homostellen gretig aan de kinderen gaan, is dat het grootste taboe. Maar je biologische klok dan? Nooit wat van gemerkt, moet ik die hebben dan? O, maar schrijven en kinderen opvoeden gaan zeker niet goed samen… Op dat punt geef ik de verbouwereerde vragensteller maar grif gelijk, maar wat ik werkelijk wil zeggen is: ik hou van mijn leventje met mijn vrijheden en zo min mogelijk handenbinding. Maar ja, dat staat zo egoïstisch.
Je moet toch minstens de indruk wekken dat het door een speling van het lot en buiten je wil om nooit van kinderen is gekomen. Tja, als ik een man was en onder het mom van kostwinning veertig uur per week op een rustig kantoor mijn ding kon doen en bij thuiskomst de kinders keurig in bed zou aantreffen, dan is het een ander verhaal. Hoewel ik die mannen evengoed zou aanraden om een partner zonder kinderwens te zoeken, da’s ook nog eens beter voor het milieu. Maar enfin, omdat ik dus weet wat het is om “anders” te zijn door er ongebruikelijke ideeën op na te houden, omdat ik in mijn jeugd gepest en buitengesloten ben, heb ik van mezelf het beeld gecreëerd tolerant te zijn naar alle nationaliteiten, geaardheden en gezindten toe. Maar misschien komt dit ook weer voort uit een bevoorrecht, wit superioriteitsdenken.
Ofschoon ik niets heb met Sinterklaas, het al dertig jaar niet meer vier en de slaven annex bediendes op schilderijen uit de Gouden Eeuw wel verdacht veel van Zwarte Piet weg vind hebben in hun apepakjes. Zuslief was onlangs met zwager en het zwarte neefje op wintersport in het oostenrijkse Gmunden. Ik ga daar niet meer heen, rilde ze bij thuiskomst, er werd zo vreemd naar het neefje gekeken! Dat hele Oostenrijk zit boordevol racisten! Welkom in de echte wereld. Racisme en uitsluiting bestaan nog steeds, wellicht ook in het witte hoofd van columniste.
homo aude ludere
je bent soms met een pantser aan, soms laat je een andere huid staan je huilt met de wolven mee, doet een gorilla na
redt ooievaars uit het nest op de hoogspanning bij blijdorp acteert een glimlach, legt een verzameling strooppotten aan
om de pissebedden om de mond te smeren, je kuif staat naar de wind je jas waait in alle richtingen, het masker dat je draagt voelt echt
je bent de vanger in het maaiveld, de duiker in het koren wat krom is sla je recht, je wilt naadloos passen
in de voren van het bevoorrechte, voor pech heb jij geen behuizing katjes knijpen zichzelf in het donker, jij moet ronken
op het schoongeveegde podium, je naam in het zodiac gegrift voor ieders ogen zet je een leven in scène
dat je hebt gejat van de eerste de beste verstekeling als het maar goed klinkt en verrassend genoeg
op het platgetreden pad blijft, je beeldt je in dat je beklijft maar het geheugen lijdt aan alzheimer, zoveel is al gezegd
laten we bij elkaar liggen, mens, elkaar uitkleden, het naakte betreden, elkaar velen, spelen wie ben jij nou echt?
groot nieuws vanaf TEXEL – karin Beumkes bericht: ‘IK dicht en dicht en dicht….Er komt een tentoonstelling van mijn gedichten. Gemaakt door de Texelse kunstenares Margot Bik.’ Die opening mag niemand missen – wij van de pom zullen present zijn. Bik&Beumkes – wij zullen berichten. vandaag verkeert ze tussen der speelgoedpaarden – speelgoed mens en melodie op de maandag – geniet van KARIN BEUMKES:
Speelgoedpaardje
Sprookjesdier speelgoedpaardje slaapt op rommelzolder velletje oud oogjes zo wijs van vroeger ben je weet je nog.. ik trok je aan je ivoorgekleurde oortje ik trok je naar ons paradijs dan zwierf ik met je langs de zee geduldig leerde ik je baden totdat je wit en schoon en nobel was de koningin te rijk kamde ik je manen en zon toverde bezieling in je oog van glas je bent veranderd in een zebra wat heeft de tijd met ons gedaan die rusteloze wezel haat kinderlijk duimendraaien aan het raam het dromerig gekwezel en ik heb ook niet goed op je gepast laat me het stof afnemen van mijn dom verzuim je krijgt je paardenkracht terug in elke vezel ik streel je levend tot op het allerlaatste puntje van je kruin.
vanuit het schrijvershuisje ontvingen wij van hier zojuist de uitslag van de wedstrijd met een mensbemoedigend woordje voor de dichter. onze cartouche die niets van bregje zonderland wil weten laat deze week aan zich voorbij gaan – nits menselijks is CARTOUCHE vreemd. ik zeg dank je wel lieve dichters voor het inzenden – en lees hieronder de woorden van Jeanine uit haar dichtershuisje:
Je zou verwachten dat het thema mens een eenvoudig thema is maar als dichter wil je juist dan om het gewone alledaagse heen, zo leek het vanmorgen. Een oud kort mensgedichtje (yep, haiku maar is dat belangrijk) van mezelf:
leuk dat ik je zie zegt ze en gaat dan zitten een plaats verderop
De mens ligt op straat
Goud Jako Zilver Max Brons Frans
Xxx
Fijne zondag en tot over twee weken.
Frans Terken op de kasseien van Kwaremont
Rik van Boeckel – wij leven ons mens zijn uit
Marc Tiefenthal naar Dinant
Petra Maria – later als ik mens ben
Max Lerou – ja zij kookt meestal van woede behoorlijk vreten heeft onze tafel nooit ….
Erika De Stercke – waar het wemelt van geldzucht verzwakt de hoop
Jako Fennek – in een vrouw is de mens gevonden
Anke Labrie – het raadsel mens tot nu toe tevergeefs
wie wint de enige echte virtuele – zie hier de mens – trofee op pomgedichten? deze week een wedstrijd met een thema waar zelfs dichters naar waarheid en uit het leven over kunnen schrijven – zie hier de mens – welk mens mogen we zien – dichters toon ons uw mens. uw zijn.
(kunstwerk folkert de jong – seht der Mensch – museum Singer Laren)
u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen tot zondag eenmalig voor 9 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. juryvoorzitster the one and only jeanine hoedemakers beter bekend als bregje zonderland.
mensenvriend
natuurlijk weet ik
wat ik (…)
je deed
hoe de wereld
anders was (…)
naast me
hoe je uitkeek
naar (…)
vul maar in
alles
omarmde
zelfs (…)
maar ja
het leven is geen (…)
carnaval
en een dichter niet echt
een (…)
nee echt niet
daar zijn ze
niet voor in de wieg
gelegd
pom wolff
De Ronde 2019
Dat ‘de koers begint bij ons’
is voor de wielerfan een vast gegeven
hij wacht ongeduldig op de hoogmis
herhaald streven naar genaken van God
hoe elk jaar weer de Flandrien strijdt
om alles en ieder achter zich te laten
alleen aan de meet weet je wie de ware
na zoeven in afdaling en weer een klim
op de kasseien van Kwaremont of Paterberg de gebeden verhoord als hem lukt waar een eenvoudig mens van droomt
men stort zich op alledaagse gedoetjes
tooit zich één dag in het jaar als leeuw
huilt met de winnaar die over de streep stoomt
FT 05.04.2019
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – zie daar de ronde van vlaanderen. frans schrijft ‘om alles en ieder achter zich te laten…’ – zo is het met de mens gesteld – met de wielrenner, met de dichter, met ons allemaal – we leven als we het leven nog hebben om alles en ja ook iedereen weer achter ons te laten. leven als inspanning – het leven door de dichter gezien als een eendaagse overwinning en dat dan ook nog voor zeer weinigen weggelegd – die overwinning. anders is het alleen maar een eendaagse. ja mannen en vrouwen – ja mensen de koers is hard vandaag. de keien ongenadig. de meet voor slechts één winnaar. its lonely at the top.
jeanine: FT 05.04.2019
Dat
‘de koers begint bij ons’ is een treffend begin van een fan die zich dermate
mee laat slepen dat hij zelfs mee huilt met de winnaar.
Die
oh zo felbegeerde top, die plek waar je alleen nog maar terug kunt naar de plek
waar je aan wilde ontstijgen. Heerlijk als je jezelf zo kunt overgeven zoals
hier in dit gedicht gebeurt.
Groei
Wij zijn gegroeid uit onwetendheid
toen dichters schreven op stenen
nu kalligraferen wij onze woorden
in zinnen vol betekenis en symboliek
de mens in ons weet meer van hart
en ziel achilleshiel pijnvrees liefdeslucht
wij leven ons mens zijn uit en in
dragen de wereld naar een heel eind.
Rik van Boeckel 6 april 2019
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – zie hier waar we vandaan komen – uit de onwetendheid – richting? wereld richting hart en ziel richting liefdeslucht en ook richting pijn. groei met stuipen had een titel kunnen wezen hier. mooie voorlaatste regel: ‘wij leven ons mens zijn uit en in’ – dingen die niet te vatten zijn moet je aan de dichter laten. daar komen mooie regels van.
jeanine: Rik van Boeckel 6 april 2019
Schitterende beginregel. Denkend aan het thema hoef ik hier niets meer na. Nou oké, de laatste twee regels met dan een punt achter wereld.
Groei
Wij
zijn gegroeid uit onwetendheid
‘wij’
leven ons mens zijn uit en ‘in’ dragen de wereld.
De
rest is invulling, bewijslast haast dat we mens zijn.
Niet op de weg naar Damascus maar naar Dinant
Aan je stem die ik vond
bij het draaien van mijn tong
en verbloemend in mijn mond,
had ik genoeg niet genoeg.
Aan je arm – over het graf heen
stak die uit –
had ik genoeg niet genoeg.
Aan je vleugels had niemand wat,
geen signaal aan gene wand,
nooit genoeg.
Niet op weg naar Damascus maar naar Dinant hebben we geworsteld, arm aan arm, stem voor stem, jij met de oorverdovende oordverslindende stilte van je grafstem, had me te zwijgen genomen en gelegd. Met mijn rug naar Dinant heb ik je herpakt
marc tiefenthal
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – nou dat laat de tief zich niet twee keer zeggen – genoeg niet genoeg – ergens daar tussen leeft deze dichter – op weg niet op weg.
jeanine: marc tiefenthal
Jeetje.
Een ingewikkeld spel met relatie, vlucht, geloof, liefde, oorden. Je kunt gerust
stellen dat hier de mens in zit. Een groot raadsel en tegelijkertijd bomvol
voorspelbaarheden.
Arm
aan arm, stem voor stem, dit is meer dan mooi gezegd en oordverslindend is een
heel aardig woordspel als je je bedenkt dat er daadwerkelijk oorden zijn waar
iedereen heen wil (of juist niet)
Aan
je vleugels had niemand wat.
later als ik mens ben
dacht het kind
dan is alles niet zo hoog
en veilig
zouden er dan nog steeds
zoveel van zijn
roepend en rennend
kraken ze dan nog
de bomen
en stroomt het water
van rivieren
later als ik mens ben
dacht het kind
en reeg haar
geplukte madeliefjes
Petra Maria
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – zie daar een kind met volwassen gedachten. wat het kind om zich heen ziet is genoeg om de wereld klein te houden – terug te brengen tot madeliefjes. al het andere is van de mensen – bedreigend waar het kraakt niet veilig is.
jeanine: Petra Maria
Een
ernstig kind lees ik hier. Het zit vol vragen maar gelukkig rijgt het nog een
kroontje van madeliefjes. Op een dag weet het dat het steeds al een mens
was.
explosief
ze is kneedbaar als semtex vooral
met een blowtje op berg je maar
als ze haar pijlen richt
ja zij kookt meestal
van woede behoorlijk vreten
heeft onze tafel nooit
een bonte verzameling siliconen
meer is het niet die vlees geworden
flessenhals eerst stroomt het
lekker door daarna wordt het
dringen in die te krappe
schedel met een deukje
haar streken niet te tellen
wijst ze de flessen aan daar woont
onschuld op de bodem van ons
flamboyant bestaan al blijft het
tasten in het duister beperkt
tot een leven in veronderstelling
ml
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – ‘zij kookt meestal van woede behoorlijk vreten heeft onze tafel nooit’ wat mij betreft de gouden regels deze week – hahaha – het gouden gedicht – maar ja de wegen van onze juryvoorzitster jeanine zijn brabants ondoorgrondelijk. hier treffen levenswijsheid, filosofie, afrekening en de waarheid elkaar in een flesje max. een explosief cocktailtje. wie de schoen past – én wie in de fles – trekt het zich aan.
jeanine: ml
Ik
geloof dat ik bij dit gedicht maar eens een sigaretje opsteek, alhoewel, ik heb
nooit gerookt dus waarom zou ik het dan nu doen hè. Ik vraag me af of het hier
over diezelfde moeder gaat als die van twee weken geleden. Hoe dan ook, hier
wordt een soort ingehouden boosheid de ether in gesmeten, zo lijkt het. Mag
best, het gedicht is eruit gespuugd en jawel, er staat een mens, nee er staan
meerdere mensen. Het is zij en ons.
een
bonte verzameling siliconen meer is het niet die vlees
geworden flessenhals eerst stroomt het lekker door daarna wordt
het dringen in die te krappe schedel met een deukje
haar
streken niet te tellen wijst ze de flessen aan daar woont onschuld op de
bodem van ons flamboyant bestaan
toestanden
in een groep van overleven kijkt een mensje naar ergens
de gescheurde blik wacht met stuiptrekkingen op een toekomst
ondertussen stelen de bomen zuurstof uit schrale kinderhanden
onder het gewicht van takken waar het wemelt van geldzucht verzwakt de
hoop
geen kracht meer in de stem die oorlogsbeelden stapelt
mirakels verliezen de richting en worden gestenigd
Erika De Stercke
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – erika beschrijft het kunstwerk zoals het bij haar binnen komt. de dichter als poëtisch verslaggever van een oorlogsfront. het leven is waar de poppies bloeien op de doden. kijkt een mensje naar ergens met weinig hoop.
jeanine: Erika De Stercke
Hier
wordt de mens geschetst aan de hand van de ondergang van de aarde. Het gaat om
geld en macht en ondertussen ontnemen we het kind de toekomst. Dit is wat ik
lees. Mooi hoor, die laatste twee regels, bezwerend haast en een fraai voorbeeld
hoe poëzie soms zo plotsteling opduikt in het opvoeren van een paar woorden die
anders worden ingezet. Dat stenigen bedoel ik hier. Mirakels stenigen.
van boven
scheidslijn tussen mens en dier
nestelt hij zich al vroeg in de morgen
tussen gekir van duiven
de stilte van de stad
en een vliegtuigloze lucht
de westertoren bestijgt hij om boven hoofden te huilen dat geen mens gevonden noch gezonden werd de zoon was maar een proefkonijn
ver onder hem, blik op haar decolleté en rode haar ziet hij datgene waarvan hij overtuigd is dat zij de mens is
stante pede strekt hij armen uit
hijst haar naar boven
schreeuwt vanaf de toren –
volk, in een vrouw is de mens gevonden
jako fennek
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – dat decolleté weet wat. in ieder geval komen er mooie regels van – zo ook die laatste hier: volk, in een vrouw is de mens gevonden – een regel met passie als in the passion.
jeanine: Wauw, wat een bijzondere benadering van het thema. De zoon was maar een proefkonijn en dan die laatste regel die me niet vloeiend wordt aangeboden maar als een gegeven wordt opgelegd. De mens, de vrouw.
de mens te vatten
in een beeld
in de muziek
in een gedicht
gevecht van eeuwen
steeds weer proberen we
het raadsel te ontleden
het raadsel mens
tot nu toe tevergeefs
anke labrie
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – anke houdt het bij de conclusie geschreven in de laatste strofe – lees onze eigen anke wittgenstein:
het raadsel
mens
tot nu toe tevergeefs
voorlopig
niet te ontleden dit raadsel is ankes slotconclusie. tegen zoveel waarheid is
geen dichter bestand. hier moeten filosofen worden ingehuurd om deze tekst te
duiden.
‘Wittgenstein denkt hierbij vooral aan existentieel geladen fenomenen zoals die van ethische, esthetische of religieuze aard. Precies omdat ook deze zich tonende fenomenen tot de werkelijkheid behoren, moeten ze in een bepaald opzicht eveneens betrokken zijn op waarheid. Iets toont zich aan ons en brengt ons in contact met de werkelijkheid. Het tonen maakt daarom deel uit van de waarheid erover. Dit lijkt mij een onvermijdelijke implicatie van wat Wittgenstein in zijn Tractatus uiteenzet. De Tractatus impliceert dus dat de waarheid in sommige situaties deels niet feitelijk is. De waarheid omvat soms meer dan het alleen maar corresponderen met feiten. De werkelijkheid van bepaalde situaties laat zich anders gezegd niet reduceren tot een collectie van tot die situatie behorende feiten. Net zoals de betekenis van een bepaald begrip altijd meer betreft dan de collectie van de eronder vallende objecten, zo betreft de waarheid van sommige situaties meer dan het corresponderen van uitspraken met tot die situaties behorende feiten.’
jeanine: anke labrie
Nee,
de mens ontrafelen valt helemaal niet zo mee. Al is de mens in veel opzichten
m.i. dan toch, behoorlijk voorspelbaar zijn er eveneens een hoop kanten die we
dan maar weer in fraaie beelden en woorden trachten te doorgronden.
Kan niet praten, want moet hoesten.
Of bijkomen van het hoesten.
Daarna heb ik een ontploft hoofd.
En zit te hijgen als een postpaard,
dat ze bergop hebben geslagen.
Met schorre stem geile dingen zeggen
of lekker schelden kan ook niet.
Er is geen stem, slechts wat gefluister.
Drie weken geleden had ik keelpijn
en ontdekte dat gedichten doen,
zelfs met microfoon dan lastig is.
.
Geen griep zegt de dokter. Geen koorts.
Een estafette virus heeft me te pakken.
Alle verkoudheden die ik ken heb ik gehad.
Ben nu aan de hoesterij begonnen.
Rochelende oude mannen geluiden
komen uit mijn fijne dameskeeltje.
Mijn man verdraagt mij nog maar net.
Slap ben ik ook, slappe benen, brakke ribben.
Er zitten zere spieren op onverwachte plekken.
Tikken kan wel of kijken met waterige oogjes
naar series over oude koningen en Koninginnen
omdat het beeld heel modern stilgezet kan
bij langdurige scheurende uithalen.
Virus verdwijnt vanzelf zegt de jonge dokter.
Hij had ook geen antwoord op de vraag
waarom de virussen zich zo thuis voelen
in mijn hoofd, neus, oren en borstkas.
Ik hou van gezellig, maar nu is het genoeg.
Deze visite put mij iets teveel uit.
Weg ermee. Ik wil weer lente doen.
En buiten spelen.
Op een gegeven moment kun je een verhaal schrijven over jezelf. En dat kun je van dag tot dag aanpassen. Je kunt ook een beschouwing schrijven van een fenomeen in de maatschappij of het grotere beeld van de hele wereld. Je kunt er ook voor kiezen een keer iets anders te doen, omdat je het gevoel hebt alles geschreven te hebben over jezelf wat te schrijven was en alles geschreven te hebben wat je meent te moeten ventileren als je mening. Als je dat punt bereikt hebt, resten slechts een paar mogelijkheden. Het bedrijven van wetenschap, het belijden van een geloof of het niets van de poëzie. Een geloof heb ik niet. Een wetenschapper ben ik niet. Dan rest slechts die ruimte.
Je zuigt de woorden uit mijn lul, terwijl ik je mond met letters vul. Het spul waar dromen van gemaakt zijn, verkwikt je als een witte wijn. Mijn wijngaard vol met rijpe druiven, die je wellustig poogt naar binnen te schuiven. Die kogels passen maat krap in je zwijgende, zuigende mond, die zoveel meer zegt met de geluiden die mijn woorden daarbinnen maken. De echo’s die het verhemelte raken tot een spuitend hemels huigvermaak. Staak je het niet mijn woorden de jouwe te laten zijn en de zoete pijn van het me aan je overgeven. De kleine dood na een kort beschoren leven, gorgelen de laatste woorden in een korte slik. De woorden weg. De inkt is gegaan. En ik zeg enkel nog: ‘Op je gezicht had dit gedicht ook niet misstaan’ (Von Solo, 2019)
‘Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, …’
woensdag merikdag op pomgedichten – good old elsschot schreef voor vandaag de beste inleiding. we lezen merik – de meest onvervalste amsterdamse dichter in een ingezonden brief naar Het Parool en we lezen van zijn dromen. ‘geniet ervan’ zeggen dan vaak meisjes tussen de 20 en 30 in de horeca die in algemeenheden communiceren. hoe anders onze Merik van der Torren.
Hoi Pom, Ik wil dit ingezonden briefje van mij dat geplaatst is in het Parool van zaterdag jl. even met je delen. Het is misschien ook leuk voor pomgedichten. ( Anders misschien op woensdag ipv. het vaste gedicht ), groet, Merik
Van: Merik Verzonden: woensdag 27 maart 2019 18:41 Aan: hethoogstewoord@parool.nl Onderwerp: ingezonden brief
Het bericht dat er dertig treinen per uur naar Schiphol zullen gaan rijden binnenkort, schudt me weer wakker. Er wordt in Amsterdam al tientallen jaren gepland en gebouwd voorbij het belang van de bewoners. Zo is de Noord-Zuid-lijn gekomen, zo worden ondanks de hotelstop grote hotels gebouwd in en rond Amsterdam. En in deze tijd worden 14.400 bomen gekapt op de Zuid-as-Dok, vanwege de vernieuwing van Station Zuid, Zo kapt en bouwt men als gekken en de Amsterdamse inwoner heeft het nakijken; die hapt naar adem in een door uitlaatgassen vergiftigde lucht,
Groet,
Merik van der Torren
resteert na de daad nog de ‘droom’- geniet:
Droom
Ik ontmoette de oude dichter. Het speelde zich af op de Geldersekade in een schemerig vertrek tussen verweerde muren en lekkende goten. “ Ik heb een schrijfgroep geleid bij de Nieuwmarkt, “ zei ik, “ het was er vaak chaotisch, maar soms werd er heel goed geschreven, wel een uur lang, hè, Mirjam ?” Mirjam straalde een helder licht uit. “Jazeker,” zei ze en verdween weer in het duister. “ Achter de sluiers zijn madonna’s mijn inspiratie ……en hoeren, “ zei ik. De dichter glimlachte minzaam.
Columniste op een gala met 84 dichteressen in het baksteen- en asfaltrijke Bos en Lommer. Het leek wel een samenkomst van heel literair gereformeerdkatholiekmoslima vrouwelijk NL. Kijk, daar had je de zilveren dos van Diana Ozon en daar de dasspeld van Simon Mulder, o nee, die kwam alleen iets uit de kleedkamer halen, die kwam net uit de vorige voorstelling waarin hij de Gilgamesh had gelezen. En daar had je het alpinopetje van Cathelijne die de galajurk zwierig over de spijkerbroek had gesjord. Geweldig, wat een statement maak jij, zei Aurora, wijzend op mijn kloffie van spijkerbroek en slobbersweater. Ik mompelde iets over drukdrukdruk en glad vergeten, bovendien ben ik al het hele weekend on the road en niet in de gelegenheid geweest om mijn galajurk uit de mottenballen te halen, maar de volgende dag zei mijn huisgenoot mij: Ik wilde niet mee als jouw introducé in galapak omdat ik een trauma heb van het jasje rippen bij de studentenvereniging. Had je me dan niet kunnen helpen herinneren? riep ik verontwaardigd, nu werd ik er godbetert van verdacht een statement te maken, of erger nog, de aandacht te trekken.
Vier regels moest iedereen tijdens de dichtmarathon voordragen, ik deed het kwatrijn waarmee ik in Eindhoven een fles biologische wijn had gewonnen, iets met een vaatkwast en afdrogen, waarvan – vreemd genoeg – juist de weinige mannen in de zaal het meest gecharmeerd waren. Er was een afterparty met wel erg luide muziek in de foyer. Desondanks raakte ik aan de praat met de bosnische presentatrice. Ben je moslim? vroeg ik belangstellend, aangezien haar naam niet zo moslim klonk. In Bosnië valt meestal uit de naam op te maken of iemand moslim, katholiek of orthodox is. Deze vraag werkte echter als de spreekwoordelijke rode lap op de stier bij een andere jongedame die ineens uit het niets leek opgedoken.
Wat zeg je dat moslim geringschattend, blies ze. Normaal gesproken ga ik dit soort heikele discussies uit de weg, maar ik had van mijn consumptiebonnen al een cocktail en een bel wijn achter de kiezen, dus ik voelde me vrij om mijn licht eens op dit onderwerp te laten schijnen. Luister eens, gaf ik, het gaat mij niet om de islam, maar om religie. Zelf ben ik van gereformeerde huize, maar ik heb het geloof vaarwel gezegd. Ik ben niet anti-islam, ik ben antireligie. Je moet jouw gereformeerde trauma niet op de moslims projecteren, brieste de dame. Nogmaals probeerde ik uit te leggen dat ik niets tegen islam of moslims in het bijzonder heb, maar wel tegen religieus vertoon in het algemeen als hoofddoekjes en schetterende minaretten. Ik draag niet eens een hoofddoek! riep ze verontwaardigd. En waar haal je het idee vandaan dat ik gelovig zou zijn? Dat heb ik niet gezegd. Nu viel ik werkelijk uit alle wolken, zoals de Duitsers zeggen. Waarom voelde ze zich aangesproken, zelfs beledigd door mijn vermeende geringschattende uitspraak van het woord moslim als ze niet eens gelovig was?
Ik spring als atheïst toch ook niet voor “mijn” gereformeerden in de bres? Laat ze toch lekker branden in de hel, die fundamentalistische zwarte kousen. Als er morgen een Mohammed opstaat die het in z’n hoofd haalt om gereformeerden uit te sluiten of zelfs te vervolgen, zeg ik: Ga gerust je gang, ik voel me niet aangesproken, ik ben atheïst. En als je me alleen daarom dood wilt hebben, bekeer ik me wel tot de islam. De islam is mijn cultuur, zei de dame hierop. Nee nou werd ie helemaal mooi! Moest ik mij dan maar identificeren met mijn calvinistischnederlandse cultuur, het oiko van Thierry? Het was mij inmiddels wel duidelijk, deze discussie was volstrekt heilloos. Werd ik me daar als linkse kosmopoliet met allochtone (moslim)vrienden weggezet als een enge, witte, racistische, nationalistische, islamfobische extremist!
Getergd tot op het bot verliet ik het feest. Ik heb er een potje om moeten janken, lieve lezer, toen ik op dat naargeestige station Sloterdijk op mijn trein zat te wachten. Dit doet pijn. Ik zal nooit meer iets over moslims zeggen. Ik zal doen alsof ze er niet zijn. Ik zal stiekem dromen van Thierry’s 1880, toen er nog geen enkele moslim de Middellandse Zee was overgezwommen. Maar bovenal zal ik geen cocktails meer drinken.
mallarmé met de hollandse slag
mijn trein rijdt glorierijk achteruit in blauwzilvervlootvaart tot hij vanzelf stoomlocomotief wordt, ik heb geen haast
om bij jou te geraken, ik zoek liefde enkel in meervoud geven is nemen, ik besta dankzij jullie adoratie in overvloed
alle rivieren stromen naar mij toe, ik is het beginpunt de toekomst een ver verleden toen er op het gymnasium
nog met latijnse linealen op vingers werd getikt, uilen minerva gedoopt in 1880 droomjaar toen er nog geen grenzen waren
alleen volkeren die het schaamteloze bloed met elkaar deelden de dandy was het heertje, al lag hij laveloos in de goot
en opium was vrij verkrijgbaar, het oiko geen fobie, want er was niets buiten het eigen in een wereld die het heelal leek, de tijd
een oceaan, we waren honkvaste slakken met voelhorens voor het bekende tot oorlog alles verpestte en tsunami’s veroorzaakte
van vreemde volkjes uit het zuiden, hun g was van fluweel ze aanbaden nog een vrouw ook, sloegen een denkbeeldig kruis
mijn voorbeeld is mallarmé, we verkopen allebei woorden frans deftig is mijn naam, bijna was ik dichter geworden
Er bestaat geen beter contrast
dan winter en zomer tegelijkertijd in een veel te zoete lente.
Het is ook goed zo. Suja suja ssss.
Ons huis is schoon en de geest die deze plaats bewaart
noemt zich zonder meer charmant.
Het is gedaan zo. Suja suja ssss.
Mijn dode zuster staat vlak voor je, alvast te stralen
in de gedaante van een schone mooie fee
en de oom die zich verdronk in zee staat
vanuit de stille sloep te schallen:
zeeman zeeman, ik vang je op.
Daarom geef ik je terug aan de vrede
opdat je wegrolt als de donder
als het onweer en dan stopt.
Muziek: Rod Stewart-I am sailing https://youtu.be/FOt3oQ_k008
de winnaars zijn vandaag niet moeilijk te bepalen – de volgorde van het eremetaal des te moeilijker. duidelijk is dat op deze zilverblauwe zondagochtend erika de stercke, cartouche en het aanvullend dichterschap van petra maria & frans terken de winnaars zijn. erika met een rond gedicht en die prachtige spatten uit het verleden die hem zo zwaar vallen. cartouche met een ronduit verwoestend verzetsgedicht over die buikslootvogel: ‘hij zal likken van zijn eigen braaksel tot hij van honger vergaat ‘ en het hier nieuw geboren dichtersduo petra maria&frans terken – vanaf vandaag tussen het blauw en het zilver. ach het is arbitrair – dank aan alle blauwzilveren dichters – laten we het houden bij deze volgorde hierboven. erika goud, cartouche zilver en petra maria& frans brons
Petra Maria: het regent lichte spijt
Rik van Boeckel roeit dagen uit de tijd
Marc Tiefenthal Eerst schuimden we het strand af
Frans Terken in antwoord op Petra Maria
Cartouche over deze almaar populairder alt exoot in arendswaan getooide blauwbilgorgelende dwarsfluitblazer
Erika De Stercke hij buigt zijn hoofd veegt de spatten uit het verleden weg
Jako Fennek keer om dwaas, keer om
o wonderschoon blauwzilver water – o eenzame roeier waar heen? waar toe? waar voor? wie wint deze week de enige echte virtuele blauwzilverwater trofee op pomgedichten? u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen tot zondag eenmalig voor 9 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.
en al dat water
moet nog terug vandaag
naar engeland
het is bijna eb
ik weet het
pomwolff
het regent lichte spijt
op je regenjas
de mijne is al lang
doorweekt
bij de oever van het meer
volgen we de watervogels
en met de kraaien
ben je bijna bevriend
als de kachel brandt
en alles droogt
besef ik
koester hem maar
de regen
want in wezen
zijn we vandaag
vertrokken
Petra Maria
blauwzilver water – o eenzame roeier waar heen? waar toe? waar voor? wie wint deze week de enige echte virtuele blauwzilverwater trofee op pomgedichten? op de foto het tweekleurenwater duidelijk herkenbaar. de eenzame roeier op weg waarheen? we weten het niet? op weg naar het einde – tegen de stroom op, op de vlucht wellicht voor de nieuw gekozen waterschappen? of mag je dat niet schrijven en word ik nu aangegeven bij het meldpunt baudet voor links georienteerde dichters? in wezen zijn we al vertrokken schrijft petra maria.een afscheid met kraaien. een betekenisvol gedicht zo zijn de woorden gerangschikt – het precies verhaal is vol ‘witte plekken’- invulbaar door de lezer. het thema afscheid voelbaar, het regent afscheid – hoe en wat is aan de lezer. de dichter terken geeft hieronder, een poëtisch antwoord.
Daar waar het schittert
op golven fonkelt
water naar het einde
van de wereld stroomt
horizon de hemel raakt
daar wil ik op je wachten
mijn slagen gemaakt tot de
lucht tussen ons geklaard is
elke dreiging weggedreven
met de stroom
hoe je dan blozend afsteekt
tegen een achtergrond
van zilverblauw
FT 30.03.2019
het thema afscheid voelbaar, het regende afscheid bij petra maria – hoe en wat is aan de lezer. de dichter terken geeft een poëtisch antwoord. biedt poëtische troost – er is altijd iemand die op je wacht zijn de troostende woorden- zilver blauw en blozend rose – een kleurrijk gedicht – het is alsof zij de liefde tegemoet roeit – onwennig nog van zoveel warmte zo veel schittering. en weg met de dreiging zij stroomt uit zichzelf wel weg en voorbij – liefde overwint alles – stond er bij mijn oma op een bordje in der keuken in nieuwenhagen (heide) – frans hangt hier op de muren van de pom een nieuwe variant op omaas wijsheid.
Doorgaande stroom
De blauwe rivier weegt niet op
tegen regen hagel natte sneeuw
zij is de doorgaande stroom
kanoënde gasten verleiden zichzelf
nooit valt zij droog
nat is haar wezen
zij leidt in af en uit
roeit dagen uit de tijd.
Rik van Boeckel 30 maart 2019
niet opwegen betekent zoveel toch als afleggen? maar ik vermoed dat rik hier het tegenovergestelde bedoelt. de doorgaande stroom legt het tegen niets en niemand af – trotseert regen, hagel natte sneeuw met gemak. in wezen is de rivier toch al nat en zal niet in dit kikkerland om een buitje geven. de rivier roeit de dagen uit de tijd. mooi gezegd. nog iets sleutelen aan de logika en we kunnen voluit genieten van die prachtige laatste regel.
In aansluiting
Niet aan het einde van de reis
maar aan het begin namen we alsnog
de Portugese wijk.
Eerst schuimden we het strand af.
Onder de beer
lag languit de kat.
Tussendoor droeg een auto
de beer voor hij de kat verslond.
Losse flodders kolder
fladderen driftig aan het binnenzwerk.
Zaken nemen een loopje
uit zichzelf met u en mij.
Niets nog laten ze op hun beloop.
Het is te vroeg ofwel te laat
voor een ondankbare
en dus afgedankte zeejonker zeeonwaardige pooier
van een meermin.
marc tiefenthal
tiefenthal schrijft zijn eigen recensie: ‘Losse flodders kolder’. dan is er ineens een beer, vervolgens een kat, een pooier ook nog – het is teveel – ook voor die twee uit de eerste strofe.
Buikslootvogel
Fabeldier, hybride wezen gelijk een mens
bestaand uit water grotendeels, maar hoe
klapwiekmoe van zijn vluchten in het donker
hij daalt, klapt zijn vleugel in en slaat
bij het ochtendkrieken aan het krassen tegen al
en iedereen in atonale grepen op een kale tak
hoe bleek de blik in zijn onbewogen ogen
kleurendoof en bang voor ammezuurverval
deze almaar populairder alt exoot in arendswaan
getooide blauwbilgorgelende dwarsfluitblazer
verbeten loerend naar muizen en lemmingen
maar te bevreesd om op te stijgen in het licht
wit gevlekte wapenkleed van Minerva’s uil
weet hij zich een tijdlang nog in leven te houden
in zijn boreale habitat met pikken aan de lever en
likken van eigen braaksel tot hij van honger vergaat
uit zijn voetklem valt en verdrinkt in het wonder
mooie zilverblauw van ons zeemanshart en wij
de zon in het gezicht en de vogel in ons hoofd
gestriemd en geriemd naar de einder roeien
30-03-2019 Cartouche
keurig 20 regels – cartouche voelde het al aankomen – zo een gedicht schrijven en dan gediskwalificeerd – het zal hem niet gebeuren. met de titel erbij zijn het natuurlijk wel 21 regels en dat is er een teveel. het is ditmar bakker die mij hierop wijst. we ontmoeten elkaar op het meldpunt baudet voor links georienteerde dichters, eens kijken of we cartouche daar ook aantreffen. JA ZEKER! de uil van baudet in arendswaan – als onderbuik slootwatervogel – hier keurig beschreven – hij zal likken van zijn eigen braaksel tot hij van honger vergaat – en wij dichters wij gaan de zon tegemoet. een verzetsdicht kun je wel aan cartouche overlaten. prachtige beelden en metaforen – heerlijke uitkomst. het wordt druk op het meldpunt.
Wilgentakken
zijn het waaien beu
zoeken contact
met het gras
een plaatje als uit
tijdschriften
hoe de jaren in ringen
vergroeien
hij buigt
zijn hoofd
veegt de spatten
uit het verleden weg
in een zee van stuurloos
roeien droogt spijt op
binnenkort een duik
naar de diepte
Erika De Stercke
blauwzilver water – o eenzame roeier waar heen? waar toe? waar voor? wie wint deze week de enige echte virtuele blauwzilverwater trofee op pomgedichten? even het thema memoreren na de poëtische bom die Cartouche zojuist hierboven plaatste. de takken buigen meteen al zwaar in het gedicht. we hebben een echte erika de stercke te pakken. ook hier ruimte ingebouwd voor de spijt – de spatten uit het verleden rusten zwaar op hem – mooi gezegd heel mooi – ja dit is een echte erika! – de weg naar het einde is hier voor de roeier uitgeschreven – de diepte in – daarheen! geen ontkomen aan – erg leuk dat erika mij nog even als fotograaf in het zonnetje zet – wolff schoot toch maar even – op vrijdagmiddag aan de Amstel vlak voor ‘het kalfje’ een plaatje ‘als uit tijdschriften’- dank je wel erika – als het met dichterschap niets wordt dan kan ik verder als fotograaf.
Erika De Stercke: ‘een plaatje als uit tijdschriften’
Mogge Pom, zware tijden met de verschuiving van uren. Maar de zon schijnt, alsof er niets aan de hand is, en wij maar poëtische overuren draaien. Heb het goed vandaag, en bij voorbaat bedankt voor je liefdevolle werk. Groet van Jako
roeier
als met de liefde is het o wonderschoon blauwzilver water o eenzame roeier waarheen, waartoe, waarvoor het water, blauwzilver spat van je spanen ze wacht op je, haar golvende lijnen dansen verblindend als zilverblauwe gedaanten het riet ruist als de zang van sirenen
je merkt niet roeier hoe de wind zich roert
hoe een klaaglied zich losmaakt
uit fijnste waterrimpels golven stijgen
keer om dwaas, keer om
klam je aan je riemen en roei
nog voor het troebele water je slokt
jako fennek
goede raad van onze jako aan de roeier – keer om domoor keer om – waarheen, waartoe, waarvoor – hoe groot ook de verleiding – lorelei-achtig – de liefde in de gedaante van prachtige nimfen -keer om voor dat je wordt opgeslokt – wijze raad van de man die het kan weten. ach ja we lijden er allemaal van en onder – andre hazes zong er mooie liedjes over – hij gelooft nog steeds in dat loeder – keer om keer om. grappige romantische wending in dit loreleigedicht van jako.
het heerlijk harde en het genadeloze realisme van Peter Posthumus – in ieder geval een keer in de twee weken – geniet ervan:
omdat er geen toen is zonder dan geen dan zonder nu schrijf ik mezelf een horizon uit wat verdween schrijf ik een toekomst uit wat ondenkbaar is schrijf ik geheimen toe aan wat berekend is en vast staat schrijf ik dwars door het beton paden om door het bos te dwalen schrijf ik een zucht die duidt op diep verlangen naar wat ongrijpbaar is schrijf ik iedereen hoog in het hoogste vaandel en nodig hen dan uit om ons eens goed te gaan bezatten in een middeleeuwse kroeg waar gekrijst wordt gedanst wordt op de tafels en geschreeuwd dat levenslang te kort is omdat er geen toen is zonder dan geen dan zonder nu