het grote lijden

foto: ben kleyn

het grote lijden

vroeger kwamen ze
met goede bedoelingen langs de deur
om je te redden

nu kun je op ze stemmen
je weet als je schrijft dat ze je lezen
als ze je halen dat je nooit meer terug komt

pw

Share This:

Abraham Von Solo op het eiland: ‘Puck en Floris-Jan zijn sinds mei niet meer gezien. Wel een tuinman, die de tuin is komen doen op hun eilandje…’


VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 

Deel 333. Eiland

De lente was van oudsher de tijd dat iedereen weer begon de zaken in orde te maken voor het seizoen. Bootjes meerden weer aan op de eilandjes in de Bergse Achterplas. Buren groetten elkaar en hielpen elkaar met kleine reparaties. Kinderen maakten de tuigage van hun kleine zeilbootjes weer in orde en maakten afspraakjes voor de eerste onderlinge wedstrijdjes ronde de eilandjes. In de avond fonkelden over de plas de lichtjes op de eilandjes. Zelfgemaakte hutjes op het veen, die van aanloop tot uitloop van het zonnige seizoen kleine paradijsjes vormden voor hele families, die dan op hun beurt ook weer een hele familie vormden van eilandbewoners.

Mijn buurvrouw van vierentachtig kijkt naar buiten door haar ruitje van enkel glas in een houten sponning, waar aan de buiten- en binnenkant de verf langzaam afbladdert. Haar man loopt krom over het eilandje met een jerrycan om het motortje van het bootje bij te vullen. Bij het belendende eilandje meert een sloep aan. Een grote, nieuwe, open boot met zo’n kabeltouw rondom. Wit met een Nederlands vlaggetje. Twee yoga vrouwen en een man in een polo met opgezet kraagje gaan aan land. Eén van de vrouwen ziet mijn buurvrouw en werpt een kushandje. Even later komt er een waterscooter aan gescheurd met daarop een zongebruinde man.

Op het eiland is het jaar daarvoor een uit de kluiten gewassen tiny villa opgetrokken in stemmig grijs, wit en zwart. Met een groot terras en aansluitend een aanlegsteiger. De glazen schuifwanden staan open en op het terras houden de mannen zich bezig met het braden van een côte de boeuf van slager Tol op de Green Egg BBQ. Ibiza lounge muziek golft over het water naar het eilandje van mijn buren. Puck en Floris-Jan heten ze. De nieuwe buren. Puck is lifecoach en werkt aan een reisroman. Floris-Jan werkt bij een grote verzekeraar en zijn functie is een afkorting, die blijkbaar een algemeen bekende functie beschrijft. Ze hebben het eilandje via een tussenpersoon op de kop getikt. Ver boven de vraagprijs natuurlijk, want dit is zó uniek. Ze hadden geluk dat ze de kans hadden. Iets met oude mensen en overlijden of zo.

Het is bijna juli. Vroeg in de middag. Mijn buurvrouw zit op haar vlondertje en kijkt over het water. Haar man zit er ook en is ingedut. Vroeger waren ze hier met hun vier zonen. Later kwamen daar kleinkinderen bij. Door de weeks werkt iedereen en is er weinig aanvaart. Maar in het weekend is het een komen en gaan van bootjes. Puck en Floris-Jan zijn sinds mei niet meer gezien. Wel een tuinman, die de tuin is komen doen op hun eilandje. Elke twee weken. En ook is er nog een schoonmaakster geweest een keer. Puck is op wereldreis, voor haar boek. Floris-Jan werkt ook veel en als hij tijd heeft vliegt hij Puck graag even achterna. Maar begin augustus komen ze weer naar het eiland. Beloofd. Zeker een weekend.

Geld koopt je alles. En geld kan je alles afkopen van degenen zonder geld. Onze buurvrouw weet het ook. Al die yuppen, die eilandjes kopen voor een paar ton en dan voor een paar ton een huisje op gooien om drie weekends per zomer zichzelf te bevestigen dat ze de rijkdom inderdaad voor zichzelf hebben. En het is niet dat het ze niet gegund is. Het is meer dat het zoveel anderen nooit meer gegund zal zijn. Waar vroeger families en generaties konden genieten van de gezamenlijkheid, is het nu een schaars goed voor de rijken geworden. Die met alles wat ze kunnen kopen hetzelfde omgaan. Ze consumeren en gooien weg, of laten verrotten. Maar oh wee, als je eraan durft te komen.

Mijn buurvrouw kijkt naar de vogels die aan en af vliegen om nestjes te maken. En met leven en wel wezen zal ze het seizoen weer zien veranderen na de zomer. Voor haar staat het eiland voor een stukje geluk en een schatkamer aan herinneringen. Ze vertelt ons erover, met twinkelingen in haar ogen. Die herinneringen houdt ze bij zich. Als een reddingsvest.

Share This:

horror uitstapje MIRJAM AL & MERIK VD TORREN: “Dansende skeletten in zwarte rook, Het leek ons wel wat voor een keertje,…”

Het kasteel

We zouden het kasteel bezoeken,
Die burcht waar het schijnt te spoken,
Met knarsetanden, zuchten en vloeken,
En Dracula zijn tanden zit te stoken.

Die burcht waar het schijnt te spoken
En ’s nachts lugubere muziek,
Waar Dracula zijn tanden zit te stoken,
Grijnzende doodskoppen met een gruwelijke mimiek,

Des nachts lugubere muziek,
Dansende skeletten in zwarte rook,
Grijzende doodskoppen met een gruwelijke mimiek,
Men zei dat je daar regelrecht de hel indook.

Dansende skeletten in zwarte rook,
Het leek ons wel wat voor een keertje,
Men zei dat je daar regelrecht de hel indook.
In de bus schilde ik gemoedelijk een peertje.

Het leek ons wel wat voor een keertje,
We zouden het kasteel bezoeken,
Onder weg, in de bus schilde ik een peertje,
Voor we zouden knarsetanden, zuchten en vloeken.

Helaas, zijn we nooit zover gekomen,
De toegang was versperd door een paar voorgoed gesloten spoorwegbomen,
Maar we blijven dromen
Van heksen, monsters en fantomen

Mirjam Al, juni 2015

Share This:

Jolies Heij – over een kleurrijk weekend barstensvol poëzie

Over horrordokters & stadsdichters

Na een kleumend maar kleurrijk weekend barstensvol poëzie ligt columniste enigszins op apegapen. Zelfs het schrijven vereist de permanente aanwezigheid van een snotlap in de niet-schrijfhand onder de neus omdat het niet enkel woorden zijn die stromen. Wellicht heb ik toch iets te lang in de ijzige wind langs het IJ gelopen. Maar het was een rijk weekend dat werd afgetrapt met de open microfoon bij Perdu, waar een bont dichtersgezelschap op af was gekomen. Voorlezers, Slammers, Spokenworders, poëten, het was er allemaal. De volgende middag droeg ik bij Café Baudelaire een gedicht van Mascha Kaléko in het Duits voor, wat enthousiast werd ontvangen. Overal waar ik Mascha lees ontmoet ik belangstellenden, dus wie weet zit er ooit een bundeltje vertaalde gedichten in. In Duitsland is er momenteel geen populairder dichter denkbaar, hoewel ze al enkele decennia dood is. Ze is evenwel nooit echt omarmd door het literaire establishment, daarom moest ik haar in de boekhandel ontdekken en niet op de universiteit.

Ze dichtte over de dingen in het leven, waarbij ze een lichtmelancholieke toon hanteerde. Haar kinderversjes doen sterk aan Annie Schmidt denken. Na afloop liep ik samen met Marije Hendrikx het hele stuk langs het IJ van de boot naar het station. Marije liep te puffen en te hijgen, maar stond op de wandeling. Mijn medicijnen zijn uit de handel genomen, brieste ze, sindsdien ben ik overgeleverd aan horrordokters en malafide ziekenhuizen. Zo’n dokter zei me, mevrouwtje, u bent al oud, uw hart hoeft toch niet meer opgelapt te worden. Pure leeftijdsdiscriminatie is het! En al die onderzoeken lonen zeker wel? Iedere dag alle achttien handen aan het bed waarvan er geeneen weet wat de ander doet? Al die managers die niets anders doen dan reorganiseren? Daar gaat dan al ons eigen risico naartoe! Het draait alleen nog maar om het grote geld.

Vertel mij wat, verzuchtte ik, van alles heb ik gezien. Frauderende instellingen die de zorgverzekeraar kaalplukken, dokters die testresultaten vervalsen voor een “passende” diagnose die meer geld in het laatje brengt, psychiaters die moedwillig een verkeerde diagnose stellen die meer oplevert of om hun CV te spekken… Tegenwoordig ben ik zorgmijder. Ik lever mij niet meer aan die carroussel uit. Enfin, toen we bij het station kwamen, waren we helemaal doorgelicht. Ik moest gelijk door naar de afscheidssoirée van de stadsdichter van Zeist, ook wel nachtburgemeester genoemd en man van mijn voormalige handvaardigheidslerares, Henjo Hekman. Hij liet een puike bundel met 26 stadsgedichten na. Hij hangt op de plee voor de bibliotheek. Er waren optredens van (ex)stadsdichters uit o.a. Eemnes, Zutphen, Kampen, Apeldoorn en een troubadour.

En daar had je het servokroatische leraresje warempel ook. Ik woon hier om de hoek, glimlachte ze ter verklaring. Is dat stadsdichterschap trouwens niet iets voor jou? Utrecht heeft toch geen stadsdichter, gaf ik, alleen een gilde dat uit maar liefst 14 dichters bestaat. Dat is me iets te veel een menigte. Bovendien moet je minimaal twee bundels bij een grachtengordeluitgever hebben gepubliceerd en dan nog eens een sollicitatieprocedure doorlopen. Laat maar zitten, snoof het leraresje, dat riekt mij iets te veel naar elite. Hoe staat het leven verder? Waar hangt Radovan tegenwoordig uit? Sinds zijn levenslang heb ik hem niet meer in het tuinhuis gezien. Wel zag ik laatst in De Bilt een man met een energetische knot, een witte baard en een uilenbril mompelend in zichzelf lopen. Hij schijnt daar bekend te staan als de gekke dokter. Hij ontvangt zijn patiënten in zijn van wierook doortrokken kamer in de Biltsche Hoek waar hij satanische handopleggingen doet om boze geesten uit te drijven. Er wordt zelfs gefluisterd dat hij vrouwen vaginaal en mannen anaal penetreert om zijn heilige zaad te planten. Dat kan onze Radovan niet zijn, toch? vroeg ze bezorgd met een dun stemmetje. Welnee, stelde ik haar gerust, die zou nooit zo diep zinken. Hij viert vast furore in Servië, als dichter.

zonnig bloesemend in het hart

grootbloemig zaaiend tot onvertakte stengel aan gele bloem
liefst met donker hart, de zaden zijn eetbaar

tot drie meter hoog groeit zijn vlassige tong met groene longen
ademen de aarde tot volwaardig bloesemen

we stengelen ons om elkaar, we baren ontploppende knoppen
en noemen het lentewaar, de kop naar de zon gekeerd

die leert zichzelf te beschijnen, je hoeft niet brandpunt te zijn
alleen het goudgeel te laten vallen, ik raap het mais

en koren en alles wat er strogeel hoedend knispert
ik geef het aan jou om te bekoren, laat me niet weten

wie je bent, ik hoop dat je naar behoren de huls
die ik naar je breng van inhoud voorziet, dat je mijn sporen

vergewist, in je gedachten prent en je af en toe herinnert
dat ik bevoorrecht en levensecht ben, de pit in je hart

Jolies Heij

Share This:

Karin Beumkes: ‘Lichaam klop mijn tenen krom auw.’


Liefdesverdriet

Lichaam klop mijn tenen krom
auw. Ik voel opeens dat virus,
prik in mijn zijde. Je bent koud en nacht,
onaantastbaar
koel.



Muziek: Cornelis Vreeswijk-Veronica https://youtu.be/dQfbzPmO410


Liefs
Karin

Share This:

Max Lerou & Cartouche winnen de enige echte virtuele VROUWEN TONGEN trofee of de wat plant u bij wie trofee op pomgedichten (de sanseveria trofee!) ACG Vianen en Marc Tiefenthal brons.



mooie werken. alle dichters dank je wel voor het insturen – de sanseveria trofee zal naar zuidholland gaan of naar brabant deze week – brons mag naar tiefenthal – zo kort lezen we hem graag – een gedeelde derde plaats met ACG Vianen – voor de  van meerdere kanten belichte betekenis der woorden. nee moeilijk wordt de keuze tussen max lerou en cartouche – een ronduit rond gedicht van cartouche verstilde ijzingwekkende  poëzie en de heerlijk uiteenspattende zo energieke  taakstrafpoëzie van max – geen keuze deze week: 2x goud – we splijten de sanseveria zo dat de poëzie zal bloeien. max en gérard van harte – marc en acg eveneens. een mooie dag en dat is het.
  • ACG Vianen met groene strepen
  • Max Lerou: desnoods duizend jaar des duivels vrouwen tongen
  • Petra Maria achter de sanseveria
  • Cartouche ten einde ten voeten uit door jou gezien en gelezen te worden
  • Marc Tiefenthal- Een vrouw als deze is zij
  • Rik van Boeckel- vrouwentongen lachen licht het glimmend goud uit hun hart
  • Frans Terken- Zij bracht de sanseveria’s in stelling
  • Miel Vanstreels- zie ik een moeder die redelijk troosteloos in de verte tuurt
  • Ditmar Bakker -Hoeren zien er altijd uit alsof ze Heidi heten
  • Jako Fennek – of toch maar sliptong
  • Jacob de Bruin – de wereld is een vrouwentong
  • Anke Labrie- een vrouwentong verwaarloosd is ze op haar best
  • Erika De Stercke om de lucht te zuiveren
  • Jolies Heij – we stengelen ons om elkaar

de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen tot zondag tot 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

wie wint de enige echte virtuele VROUWEN TONGEN trofee of de wat plant u bij wie trofee op pomgedichten? (de sanseveria trofee!)

de vrouwentongen deze week in het zonnetje – ach van  vrouwentongen zijn we allemaal –  ook mannen hipsters studenten allemaal houden we van vrouwentongen –  op welke vensterbank neemt de dichter deze week plaats? de enige echte virtuele  SANSEVERIA trofee.

het was later geworden
en weer schonk ze koffie in
suiker en melk? vroeg ze voor de 6e keer

zeker zei ik opgewekt
maat houden hoor – moet geen melk worden
trouwens veel suiker
is ook niet goed voor een mens

en woon je hier al lang
op die plantage van je?

pomwolff
ACG VIANEN


De Sanseveria weet wat en de sanseveria van ACG Vianen helemaal. welkom overigens in de show – zou mevrouw margriet krijsen in haar M – welkom ACG Vianen in de wedstrijd. het commentaar is verzekerd vandaar ook deze woorden. een kunstwerkje: papier gestald tussen de groene strepen om er groene handen van te krijgen bijna. op het papier cryptische woorden – een cryptisch gedicht bij de alledaagse werkelijkheid van de sanseveria. tussen de alledaagse werkelijkheid verborgen betekenissen. zo kennen we ACG weer.  waren zijn woorden voorheen meer een uitvergroting van dingen als een druppel of een ander woord – nu lijken de betekenissen verstopt in een wereld die op zich zelf al groot genoeg is. en als je de betekenissen nader beschouwt dan blijken deze meerdere kanten te hebben – zijn ze van binnen en van buiten, van vandaag en gisteren: zijn ze van een in te pakken en uit te pakken omkeerbaar geluk achter glas. wat zeg ik achter glas nee als het glas zelf. zie hier de nieuwe ACG Vianen voor & achter de sanseveria!
 
 


aan de voet van de louteringsberg
er is meer tussen hemel en aarde
je hoort er mensen wel eens over
dat er een licht werd waargenomen
en hoe dat niet kon in die duisternis

het is daarom dat ze kaarsen branden
in kerken en kapelletjes langs de weg
het donker bewaren ze daar liever
voor verdoemden naar de onderwereld

ik zie het later wel dat van hemel en hel
als ik er maar vanaf kom met een taakstraf
een paar eeuwen schoffelen in de voortuin
desnoods duizend jaar des duivels vrouwen tongen

ml
12 04 2019


max lerou wast het varkentje anders dan onze ACG Vianen hierboven. recht voor zijn raap. het zwarte gat in de eerste strofe nog even nader beschouwd maar snel terug met de voeten op en in de woeste aarde in de derde strofe. waar zijn de sanseveria’s? hier zijn de sanseveria’s! kerken en kapelletjes aan max zijn ze niet besteed – vrouwen tongen – de tuin in met duivelse meiden – duizenden jaren lang tussen het schoffelen door – geef mij ook zo een taakstraf! dames u weet met welk kadootje u aan moet komen als u op de koffie bent genodigd in huize lerou – en de dichter lerou zal u het hof maken – van eden.





achter de sanseveria


wees niet bang
leef jong

niet streng
de glimlach
zegt genoeg

pas veel later
zul je begrijpen

de vragen
die ik stelde

de wenkbrauw
gefronst
als in een déjà vu

dat zei zij ook altijd
denk je

bij deze liefste

wees niet bang
leef jong

Petra Maria



zoals een moeder een dochter kan toespreken zo lezen we hier vanochtend de woorden – vrouwentongen – wat plant u bij wie – het thema – ik probeer het gedicht te begrijpen in relatie tot de sanseveria. maar er lopen weinig rechte groene lijnen van de een naar de ander. moeders goede raad wordt herhaald gegeven – natuurlijk geven moeders meestal goede raad – zij weten inmiddels meer van het leven en hebben na verloop van tijd de tijd om te mijmeren achter de sanseveria’s – zoiets zal het zijn – de sanseveria zal het weten.

Onbeschrijflijk
 
De enige ongeschreven regel:
die ik ken zal sterven
 
de dodelijke onzekerheid
die ik in mij draag
dag en uur derzelve
 
waarom ik
als een vrouwentong
zo onbeschrijflijk
 
me te verzwijgen sta
achter vensterglas
 
om alles wat voorbijkomt
aan schoon en stekeligheid
in mij op te nemen
 
ten einde
 ten voeten uit door jou
gezien en gelezen te worden
 
als zuurstof
plant in een aarden pot
 
13-04-2019
Cartouche


zo een dramatische opening (van zaken) lees je niet vaak – zelfs op pomgedichten niet  – o dan zal het onze Cartouche wel zijn roept de buuf van drie hoog – joop komen beaamt het/haar – want die is op bezoek – en ja hoor het is onze Cartouche. er wordt meteen in het gedicht aan het begin al stevig  gestorven en wij mogen getuige zijn – heerlijk. geef Cartouche een sanseveria in zijn hand en er vliegen ijzingwekkende woorden door de lucht – dat ie door HAAR gezien en gelezen zal worden – dat is de romantische kern het zware romantische verlangen hier op deze prachtige zondagochtend – cartouche weet de vrouwelijke snaar te raken in ons allemaal – elke vrouw zal bij deze woorden even stilstaan – het boefje Cartouche heeft zijn zin gekregen nog voor het sterven. de romantiek een gedicht.

Ze had een punt, vaak,  zo met haar tong raak. 
Een vrouw als deze is zij.



marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)


Tiefenthal op zijn best. dat moet gezegd. aan duidelijkheid heb ik niets toe te voegen – aan haar ook niet. ze heeft een punt vaak lees ik – zo met die tong van haar. ja het is duidelijk om wie het hier gaat – om haar. ik ga wel effe bij de buuf langs vandaag op de koffie – die staat minder nadrukkelijk op haar groene strepen.

De tongval

De sanseveria verlegt grenzen
haar tongval is zoet van zinnen

ze legt woorden op lippen
gezongen door dichters en dochters

zonen dansen hun zonden los
zoenen liplezend de weelde

vrouwentongen lachen licht
het glimmend goud uit hun hart.

Rik van Boeckel
13 april 2019



een heerlijke impressie – de harde vrouwentongen in een zacht bedje gelegd in en  met een aangenaam klinkende tongval hier door de dichter met lieve woorden toegedekt. zo willen we allemaal wel vallen voor haar. in deze tongval heerst de taal der liefde. mooi gedaan zo. ik denk er dat zachte belgische bij – dat betoverende glijdende – waarin je eeuwig vallen kunt – maar dan wel zonder de woorden van erika de stercke – want voor het weet ligt bij haar  je mannelijkheid achter de sanseveria of hang je aan een vleeshaak in slagerij de stercke uit te lekken.









Groene vingers

Zij bracht de sanseveria’s in stelling
eiste dat ik me terugtrok
achter de geraniums

ze keek me dreigend aan
maar ik likte me een weg
door haar woud van afweer

masseerde haar groene vingers
een voor een legde ik ze op haar hart
om het kloppen aan te wakkeren

dat opwekken van gevoelens
met handoplegging als was
ik een hogepriester van de liefde

hoe het glas besloeg
van mijn hete adem
hijgend in haar nek

het weerspiegelde haar afkeuring
maar vager en vager
tot ze brak

FT 13.04.2019



een verleidingsscene in de woorden van een dichter. een dichter die achter de geraniums gewenst werd mag niet onderschat worden. en ze valt voor hem. een min of meer waarachtig sprookje – waar groene vingers toe kunnen leiden. als een sanseveria nee zegt bedoelt een sanseveria geen nee. zoveel weten we nu uit de plantkunde van frans terken. nou ja zo ongeveer. bij vrouwen zul je eerst om haar geranium heen moeten om de sanseveria te bereiken – dat is menskunde. we leren elke week hier bij.

Sanseveria


Zoals mijn vader ieder jaar
voor zijn verjaardag een nieuw
paar pantoffels kreeg

zo moesten we op 5 juni
steevast naar de bloemist
om een sanseveria te kopen
voor m’n moeder,

was ze d’r blij mee,
wisten wij niks anders
te verzinnen

denkend aan die vensterbank
vol vrouwentongen

zie ik een moeder
die redelijk troosteloos
in de verte tuurt

Miel Vanstreels
(geb. 1951)
https://fietsvarianten.blogspot.com/


‘Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan,….’ vrij naar marsman denkend aan de ronde van vlaanderen, parijs-roubaix zien we hier miel van streels dichten tussen de etappes door. welkom overigens op pomgedichten miel!  in heldere taal de herinneringen  in beeld gebracht – met een mooi slot ook – met dat beeld van moeder redelijk troosteloos de verte in turend – als de eenzame fietser ‘die die krom gebogen over zijn stuur tegen de wind Zichzelf een weg baant…’ boudewijn de groot zong er een liedje van.

Hoerenballade

Hoeren zien er altijd uit
alsof ze Heidi heten;
droeve ogen, dikke huid
door strelingen versleten,
en hitsig maar bescheten
loeren kerels naar hun borst
(door zweren aangevreten
maar de mannen hebben dorst).

Hoeren hebben, naar verluid,
zich van één taak gekweten,
zijn ze eenmaal maagd noch bruid
-en bij een raam gezeten-
hoort men hen afgemeten:
“Ach meneer, ik snak naar worst!
Ik heb nog niet ontbeten
en had graag wat zaad gedorst.”

Hoeren weten van ’s mans spuit
en loze hartekreten,
missen meestal wel de snuit
die mannen ’t liefste daten,
ofschoon het vele zweten
en de kilo’s meegetorst
men ook niet mag vergeten
(zo een dame dat soms dorst).

Oh, hoeren, als proleten
hebben mannen u bemorst,
bewaterd, want zij weten:
jullie bloempjes zijn het dorst.

Ditmar Bakker


iets teveel regels – 20 regels is de max anders raakt het einde zoek – de 20regels – regel waar onze ditmar bakker lak aan heeft – lak aan mag hebben – want ditmar is verheven boven alle regels – maar vandaag niet. want hier raakt inderdaad het einde zoek. met de eerste zeven regels van deze hoerenballade is alles wat gezegd moet worden al gezegd. zij zouden genoeg zijn voor het goud vandaag – de resterende ballast doet afbreuk aan de schoonheid, de leesbaarheid, het bakkerisme, de ditmaratiek of hoe je het ook maar wil zeggen – genug ist genug zeggen ze in berlijn – en in berlijn kunnen ze het weten. hoe dan ook mooiere zeven regels lazen we niet eerder – want wees eerlijk hoeren zien er inderdaad altijd uit alsof ze Heidi heten – hahaha.
 
Hoeren zien er altijd uit
alsof ze Heidi heten;
droeve ogen, dikke huid
door strelingen versleten,
en hitsig maar bescheten
loeren kerels naar hun borst
(door zweren aangevreten
maar de mannen hebben dorst).








Hoi Pom,
daar gaan we weer. Wens je een fijne avond. Hoop dat jullie in de lage landen mooi weer hebben. Hier prachtig, maar met een schrale noorderwind.
Groet van Ja
ko
 
liever lastertaal
 
dat men bij alle vrouwen de tongriem weer herstelt
het kwaad zal kwaad gedaan
lastertaal van de senaat weer tot de kapsalon beperkt
waar zelfs de laatste weerstand
lijkt gebroken
 
daarentegen zullen rundstong in madeirasaus en
glutenvrij gepaneerde sliptong weer plaats
nemen in restaurants van goede smaak
 
of je van tongkussen ook de smaak te pakken krijgt
want voor smaakloos kom je niet
dan liever lastertaal of toch maar sliptong
 
jako fennek


Jako maakt er een lekker maaltje van – wel een beetje ver gezocht allemaal – we vliegen van her naar der – zitten we in de senaat zitten we in de kapsalon zitten we in een restaurant. de vrije associatie is niet voor elke lezer meteen te volgen. wat de dichter wil is wel duidelijk – lekkere hapjes hoe dan ook gelardeerd.



Ze heeft altijd gelijk

interessant
vindt de vrijgevestigde
we plannen snel
een vervolgafspraak

jullie zwijgen al jaren samen
zo haalt ze haar gelijk
ze heeft gelijk
en ook

alles wat jij denkt
weerspreekt ze
al jouw gedachten
denkt ze immers beter

de wereld is
een vrouwentong
van mijn moeder geleerd
moet ik zeggen van mijn vrouw

maar de vrouw
die jij je daarnet gelijk gaf
dat was je vader
jongen

Jacob de bruin



bekende regels aan het einde van het gedicht – vrij naar webmasters – ‘de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen’ – de dames en heren van schrijfnet zouden in het verleden dit onnavolgbare gedicht geprezen hebben – hoe vreemder hoe beter was daar de gouden regel –  maar bij vreemden onder elkaar was het goed toeven ook voor jacob –   ik kom vandaag  niet verder dan dat dichter de bruin tegenwoordig achter de  geraniums de sanseveria’s ziet groeien – vreemde stemmen hoort in zijn hoofd en daarbij ook nog vreemde gedachten ontwikkelt. ach het moet kunnen – pomgedichten is voor iedereen, ook voor de verjaagden uit de wanhoop.


voor ‘t eerst op kamers
 
had me een fles wijn gegeven
wat moet ik met zo’n stomme plant
die het einde van de week niet haalt
 
ze lacht en zegt
mijn jongen
dit is een vrouwentong
verwaarloosd is ze op haar best
 
ik zet haar in de vensterbank
zwaai m’n moeder uit
en vind bij het uitpakken
tussen m’n ouwe langspeelplaten
die andere tong   
die mannentong
die ik heel lang verwaarloosd heb
 
hij blijkt het ook nog best te doen
 
anke labrie 
(13-04-19)


anke schetst met verlichte geestigheid de laatste tijd situaties in woorden  – in de serie hoe het was –  las ik eerder deze week nog meer verlichte geestigheid van haar hand:
 
mijn bolsjewiek uit Beverwijk
bij nader inzien ben jij toch
de ware existentiële liefde niet
stond op die ansichtkaart
poststempel Parijs
die je me pas na weken stuurde
maar ook al heette zij Simone
hoorde ik later van je vrienden
een Sartre ben je nooit geworden
zag ik toen ik je onlangs googelde


anke labrie

 
 
een hot-mail-gedicht

groezelig

net een opengeschoven gordijn
aan het raam
naast onthaarde benen

zweet een plant
die weet hoe een mannenleven
met opstoten verloopt

waar minuten kostbaar zijn
volgt de bloempot
de handelingen uit losse pols

onder het gekreun dat uitsterft
en een vrouw die slapen gaat
werken de bladeren door

als ridders
op weg naar kruistochten
om de lucht te zuiveren

Erika De Stercke



ha daar hebben we erika! en natuurlijk zonder mannen geen gedichten bij erika. de vrouwentongen ingezet om de lucht te zuiveren als de mannen vertrokken zijn – grappig beeld – maar het is me net teveel anekdote. en al die details ook – onthaarde benen,  zwetende planten, uitstervend gekreun. mannen we weten weer dat we mannen zijn. ridders op kruistocht dat zijn mannen bij erika de stercke – hahaha. zoals het altijd was het idee zo zal het altijd blijven zo is het in ieder geval altijd verwoord in de gedichten van onze erika. ik ga aan mijn ontbijtje.

zonnig bloesemend in het hart

 
grootbloemig zaaiend tot onvertakte stengel aan gele bloem
liefst met donker hart, de zaden zijn eetbaar
 
tot drie meter hoog groeit zijn vlassige tong met groene longen
ademen de aarde tot volwaardig bloesemen
 
we stengelen ons om elkaar, we baren omtploppende knoppen
en noemen het lentewaar, de kop naar de zon gekeerd
 
die leert zichzelf te beschijnen, je hoeft niet brandpunt te zijn
alleen het goudgeel te laten vallen, ik raap het mais
 
en koren en alles wat er strogeel hoedend knispert
ik geef het aan jou om te bekoren, laat me niet weten
 
wie je bent, ik hoop dat je naar behoren de huls
die ik naar je breng van inhoud voorziet, dat je mijn sporen
 
vergewist, in je gedachten prent en je af en toe herinnert
dat ik bevoorrecht en levensecht ben, de pit in je hart
 
 
Jolies Heij


 
in een adem geschreven –  dat is wel duidelijk – een duivelskunstenaar in taal dat is jolies heij – maar veel te gekunsteld – echte liefde echt verlangen behoeven slechts die ene onontkoombare blik – niet 1000 woorden in elkaar gestoken als een gekunsteld bloemboeket.

Share This:

het tweewekelijks gedicht van peter posthumus: “zeil dan in zon en wind terug naar de laatste wouden die nog altijd stil zijn geheimzinnig en verlaten”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is peter-posthumus-1024x769.jpg
deze week mogen we weer genieten van het heerlijk onontkoombaar harde realisme van peter posthumus. ultiem medicijn tegen alles wat ons zo nodig moet overkomen. een dichter als max van weezel journalist was – genadeloos en eerlijk waar mogen we dit nog lezen:


zeil dan in zon  en wind
terug naar de laatste wouden
die nog altijd stil zijn
geheimzinnig en verlaten



plant de vlag
diep in het afval
druk de mast
dwars door de scherven
zet ‘em vast
met de gretigheid
waarmee de toekomst
werd omarmd
en laat hem wapperen
in de onnozelheid
van het verleden


hijs dan de zeilen
die bol staan van de leugens
en laveer door het kale beton
door de sintels en het zand
waaruit het leven is verdwenen


zeil dan in zon  en wind
terug naar de laatste wouden
die nog altijd stil zijn
geheimzinnig en verlaten


                     peter posthumus

Share This:

VON SOLO in de LIDL – over kuddegedrag

Deel 332. Kudde

Zaterdagmiddag halfvier in de LIDL. Met mijn mandje slof ik naar een rustige kassa. Op de band staan de boodschappen van de winkelaar voor me. Ik wacht tot er een halve meter band beschikbaar is en begin dan mijn spullen rustig op de band te tassen, die steeds een eindje verder rolt, telkens als de kassière weer een aantal artikelen van de klant voor me heeft afgerekend. Dan ineens voel ik iets. Een mens is in staat een andere aanwezigheid te voelen als die zich in zijn ‘intieme zone’ bevindt. Daar heb je geen ogen in je achterhoofd voor nodig. Ook hoeft er niet per se sprake te zijn van een zeer slechte adem, die je ongezien besluipt. Vrij zeker was het echter wel, te stellen dat er iemand vlak achter me stond. En laat ik daar nou toevallig een ongelofelijke pesthekel aan hebben.

De gedachten die dan door mijn hoofd gaan. Het snelle omdraaien en de kopstoot. De woede die je voelt opkomen en de stijging van bloeddruk. Alle dingen die je zou willen zeggen. De discussie die je aan zou gaan. Op dat moment voelde ik een duwtje in mijn rug en draaide me om en zag een dommig uitziende, jonge vrouw die zich verontschuldigde. Ik zei dat het OK was. Maar dat is het niet. Tot ik me omdraaide was ik geen mens voor haar. Maar een ding, in een rij.

Heel vaak neem ik mijn grond ik in de rij voor de kassa. Ik blijf dan expres net iets langer staan dan gemiddeld. Ik volg gelijke tred met het tempo waarop mijn boodschappen over de band rollen. Meestal zijwaarts gekeerd, zodat ik kan zien wie er achter me staat. Er zijn geen mensen die het lef hebben tegen me aan te lopen als ik ze aankijkt, of ik ze kan zien. Zo werkt het dan ook weer wel. Maar je voelt onmiskenbaar de druk.

Het is vreemd, die gejaagdheid. Zo ook als je af gaat rekenen. De kassière vraagt altijd eerst of je een bonuskaart hebt. Ik antwoord dan altijd beleefd dat ik die heb en geef hem altijd pas als ik klaar ben met inpakken. Dat om te vermijden dat brood en bessen op de band onder de stroom andere boodschappen geplet worden, of door de kassière zelf, als ze middels de scheidingsplank de boodschappen efficiënt opzij duwt. Vaak staan er ook mensen, die de hele band nog vol hebben liggen, in te pakken. Op dat moment is het een kwestie van alles snel je tas in schoffelen.

Wat vooral bevreemdend aan dit psychologische gedrang is, is de vanzelfsprekendheid, waarmee een openbaar fenomeen als winkelen, verwordt tot onmogelijke mix van schaapachtigheid en individualisme. Iedereen gedraagt zich hetzelfde, en probeert in het kader van vooruitgang de wil te laten triomferen in de kassa rij, door constante druk op zijn voorganger uit te oefenen. Dit met als doel de rij sneller te laten bewegen. De kassadame jaagt dan zo snel mogelijk de boodschappen langs het telraam, maar bekommert zich er niet om, of inpakken dan nog wel mogelijk is. Of er zich een berg boodschappen opstapelt zal haar een zorg zijn. En de persoon die met de volgende golf boodschappen van de volgende klant op de hielen, staat in te pakken, snapt ineens niet meer dat het zo snel moet. Terwijl hij minuten daarvoor zelf nog stond te dringen.

Eén ding is duidelijk. De doorsnee supermarktbezoeker overziet zijn eigen gedrag in de kassaketen niet en gedraagt zich als een debiel, die daardoor vooral zichzelf en zijn soortgenoten in de weg zit. Het verschil met kuddegedrag zit erin dat dát een doel dient. Veelal bescherming tegen roofdieren. Misschien wordt het tijd dat ik eens wakker word. En de vacht af leg.  

Lente en woorden komen weer terug
Wat een beetje zon niet al kan doen

XxV, Beste groet, Von Solo
www.vonsolo.nl

Share This:

Merik van der torren heeft een kabouter in zijn tuin om hem het taoïsme uit te leggen!

Kabouter

Er kwam een kabouter in mijn tuin
om mij het taoïsme uit te leggen,
de rest van de wereld lag in puin,
ik wist hierop niets te zeggen.


Om mij het taoïsme uit te leggen,
zijn rode puntmuts wees naar boven,
ik wist niets anders te zeggen,
dan een vliegenzwam te beloven.


Zijn rode puntmuts wees naar boven,
mussen twinkeleerden in de bomen,
om hem rode zwammen te beloven
en hier eens prettig te dromen.


Mussen twinkeleerden in de bomen,
er kwam een kabouter in mijn tuin
om hier eens prettig te dromen,
de rest van de wereld lag in puin.


5 april 2019

Share This:

Ditmar Bakker: ‘Er was een Afrikaans vluchteling die in Duitsland de politie opbelde om melding van een terroristische aanslag te doen—het had gesneeuwd….’

Weet je deze nog, Pom?

35 – CHE ‘L PRINCIPE TRISTO NON È MENTE DELL REPUBBLICA SUA
Mentola al comun corpo è quel, non mente,
che da noi, membra, a sé tutte raccoglie
sostanze e gaudi, e non fatiche e doglie:
ch’esausti n’ha, come cicale spente.

Almen, come Cupido, dolcemente
ci burlasse, che ’n grembo della moglie
getta il sangue e ‘l vigor, che da noi toglie,
struggendo noi, per far novella gente.

Ma, con inganno spiacevole, in vaso
li sparge o in terra, onde non puoi sperare
alcuna ricompensa al mortal caso.

Corpo meschin, cui mente ha da guidare
piccola in capo piccolin, c’ha naso,
ma non occhi, né orecchie, né parlare.
[T.C.]

Natuurlijk gaat het over rukken—Roush en de haren bevestigen zulks[1], en natuurlijk gaat het hele ding primair over uhm…ah…. Iets politieks, zullen we zeggen? Behouden moest dat blijven, zei het monster dat ik je stuurde.

Recent werd in Filter iets rechtgezet of ‘recht’ gezet door deze of gene literaire bobo, namelijk een parabel over Nida’s “Zeeleeuw Gods”, wat wellicht enige uiteenzetting vergt, al heb ik de clou al weggegeven—God, ik kan mijn tong wel afbijten.

Dynamische equivalentie, het door Nida geponeerde ‘sense-for-sense’-met paradigmen, gaat uit van een vertalen van, een omzetten naar, een doeltaal met behoud van zo veel mogelijk semantische categorieën—ongeveer. Daarbij hebben culturele factoren—en de tijd—invloed op interpretatie van de vertaling. Dus is het Lam Gods ook the Lamb of God, of l’Agneu de Dieu.

Er was een Afrikaans vluchteling die in Duitsland de politie opbelde om melding van een terroristische aanslag te doen—het had gesneeuwd.

Pardon, die regel Tjitske Jansen-en-wat-de-naburige-tien-jaren-op-de-bühne-kwam-tot-Rijneveldtdt-God-nog-an-toe zat me dwars in de keel en moest eruit. Slampubliek herkent er een Wuckiaans cliché in dat tot heden ten dage nog door jonggerokte dichteressen gebezigd wordt. Maar ik dwaal af.

De Afrikaan had nog nooit sneeuw gezien. Was hem onbekend. Moest hem verteld worden. Door de pliesie. Hele wereld wit man! Suka nyoka.

Terugkerend naar vertaling en die dynamische equivalentie, het Boek der Boeken is het meest vertaalde ter wereld. Anne Frank eat your heart out, de Bijbel ging in Inuit.

Inuit hebben geen weet van lammeren. Aldus de geboorte van de Zeeleeuw Gods. En páts: ziehier het wonder van dynamische equivalentie. Mogelijkheden zat om een omschreven fabeldier in het Inuit te fabriceren, maar de gevoelswaarde (God!) van het Lam werd het meest benaderd door het woord (in het Inuit) voor ‘zeeleeuw’. En iets met wit, jong, onschuld…geslacht? De semantische categorieën van het paradigma.

Bobo had het uitgezocht, prees het verhaal, ontkrachtte elke definitieve grond in Filter—en hier wordt het herverteld. Dynamische equivalentie—als toverwoorden voor vertaling, gedichtenlang.

Maar wat als er sprake is van ambiguë lezing, van twéé betekenissen die door de tekst heen schijnen als een ranzige zon? Hoe equivaleer je dat dynamisch—je maakt er geen maneschijn van.

Nog afgezien van Nida’s zeeleeuw functioneert een nieuwe tekst in haar nouveau discours—de contemporaine consument interpreteert het product in vertaling vanuit de maatschappij waarin deze leeft. Daarom wordt in een 21e-eeuwse Christieverfilming (hier: “Murder on the Orient Express”) wel gebruik gemaakt van Ipadachtige apparatuur en bekendheid met en mogelijkheid tot manipulatie van microgolven[2] omdat TV-kijkende schapen het belang en velerlei nut een goede hoedendoos-met-accessoires niet meer in weten te schatten. Wat moeten we dan met machiavelliprinsen? Het zestiende-eeuws Italië van ons aller Thomas?

Onderstaand tracht die fijnbesnaarde dynamische equivalentie te bereiken door de tweede, seksuele, betekenis die doorschemert, maar nu eenmaal eerder gevat zal worden door huidig publiek, naar de voorgrond te brengen in makkelijker leesbaar Nederlands, en de eerste, politieke, betekenis die in het origineel zo hamert slechts terzijdes te laten. De fijnproevers halen het vernuft er wel uit.

35 – DAT DE KLEINE KONING TOCH NIET DE GEEST VAN DE REPUBLIEK VORMT
De géést niet, de pík van het mens’lijk bestel
is ’t part van onszelf dat zichzelf niet voorziet
van weemoed en werk, maar verguldsel, pyriet…
en uitgeput dan gelijk krekels na ’t spel. 

Ach! Was hij als Cupido, speelse rebel,
die spottenderpijls in gehuwde schoot stiet,
met sappige kracht, die steeds ’t lichaam verliet:
het volk wordt vernieuwd en verwoest—welk herstel?

Arglistig verspild, wat zo’n vuns eruit trok
ter aarde, in ’n pispot—wat bovendien laakt
elk hoop op de doorgang ’s mans tikkende klok.

Vals lijf, net kleingeestig genoeg dat het maakt
dat echt sturing vloeit uit ’n klein koppie, met gok,
die oog- alsook oorloos is, èn onbespraakt.
[D.B.]

Alleen—die titel, hè? Het blijft toch jeuken.

Dag Pom, in gedachten,

D.


[1] Roush, S., Selected Philosophical Poems of Tommaso Campanella, A Bilingual Edition. The University of Chicago Press, 2011. Introduction, p. 32-33.

[2] https://www.youtube.com/watch?v=0YL23fwCj84, vanaf de achtendertigste minuut wordt het boek futuristisch.

Share This: