Suzanne Krijger Spoken Word: ‘Wij zullen opnieuw daar staan in een oneindige landkaart aan liefde – En het moet zo zijn – Zoals vroeger de kindertekening aan de muur onze liefde al beschreef…’

Wij zullen opnieuw daar staan in een oneindige landkaart aan liefde
En dan is de brandstof van een enkele kus genoeg voor ons oneindige bestaan
Want mensen haken als pijl en boog in elkaar


Ieders fantasie bedriegt


Als ik je iets zou moeten zeggen
Was het een letter loos geluid
Soms verlaat iets het hart met zo’n haast dat het de woorden overslaat
Ik weet niet waarom ik hier ben terwijl jij daar zit maar
Ik zwerf door het zolderstof van mijn vingers op een kaart waarvan de helft verwaterd is
Ik mis je
Maar je moest gaan, ik weet het
Ik heb de ketting van jouw adem nog een tijdje gedragen
Maar wanneer de vrieskoud kwam ben ik de tastbaarheid kwijtgeraakt en nu lig ik nog hier
Starend in een wijnfles bedekt met krantenprenten
Maar er is ook iets nieuws vandaag
Luister
Toen ik uit bed kwam heb een dekentje op mijn hart gelegd, een pen gepakt
En gezegd
“Het vervelende juist delen door liefdesbrieven te schrijven”
Dus bij deze
Dit is mijn eerste


Je zei dat slechte dingen weglachen niet per se verkeerd is
En je de strepen door droevige dagen als vlaggenlijnen moest zien die als een parade door de stad manoeuvreerde
Dat heb ik gedaan en vandaag en ik wil die fantasie met je delen
Dan weet je hoe het met me is aangezien je me dat zelf nog nooit heb gevraagd

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is suzanne-krijger.jpg
Op de top van een pinata kon ik de hele stad zien
Voelend dat de dag pas net begonnen was en ik de stad met mijn dans kon ontwaken
Het werd een eeuwig durend spel tussen geluid en beweging
Die ik als pepernoten van de daken strooide
Iedereen omarmde zichzelf in een zee van meerstemmig mee tikkende knokkels
Ik heb ze stuk voor stuk verzegeld met een deel van ons en zei 
“Deze dag, kan echt niet meer stuk”
Daarna, verborg ik stukjes van mijn oren onder de grond
Om jouw snoep uit de pinata weer even te proeven
Het was zout genoeg als mijn lievelingsdrop en alle dissonante muziek verdween 
Toen ik tegenover je stond en de voetstappen van de parade als trouwmuziek langs ons liep
Want ja
Zo zag ik het voor me
Ik hoop dat je dat niet erg vind, dat ik dit nu onverwachts vertel
Ook al ben jij al over me heen, vraag ik me soms toch af hoe het met je gaat
Als je daar elke morgen in mijn verbeelding staat
Wil ik je aanspreken
Dat jij me dan herkent en gelijk zegt dat je me ook gemist hebt
Dat je thuis de open haard al hebt aangezet hebt en mij meeneemt naar je huisje
En dat we daar dan
Elke deuk in je laminaat opnieuw verkennen
Dat ik kauwgom kauwend aanhoor hoe je nooit naar iemand anders bent gegaan
En daarna
Knikkeren
Met de bloedcellen in jouw aders
Met het dekentje van mijn hart jouw smacht naar anderen verwikkelen
Zodat je bij me blijft
Jij zou de lichten dimmen en ik mee tikken mee met de tijd
Onze horloges gelijk terwijl ik over je ruggengraat loop die bij de tunnel van onze toekomst uitkomt
Ook als je dat niet wil
Maak ik een film van je
Met een trouwring als budget
Dan nodigen we iedereen uit van mijn werk en jouw werk
En dan gaan we dat doen in de kapel vlak bij het bos waar we altijd de hond uitlieten
Dan kies jij een jurk van de lakens van vroeger
En roer ik onze herinneringen door de soep van het voorgerecht
En dan
Als de vraag gesteld wordt zal jij ja zeggen en ik zal ja zeggen
En dan zal iedereen klappen
Wij zullen opnieuw daar staan in een oneindige landkaart aan liefde
En dan is de brandstof van een enkele kus genoeg voor ons oneindige bestaan
Want mensen haken als pijl en boog in elkaar
En het moet zo zijn
Zoals vroeger de kindertekening aan de muur onze liefde al beschreef


Maar je hebt onze lijnen aan de vissen gegeven
En een deel van mijn schilderij daarbij
Je had een stempel van eeuwige roem op die keuze gezet
En je ging gelijk
Hier ben ik dan
Elke dag
Alleen nog denken aan die pinata van toen en jij die danst in de kamer
Dus als ik je iets moest zeggen
Was dat een letter loos geluid
Voor jou verliet iets het hart met zo’n haast dat het de woorden oversloeg
Ik weet niet waarom ik wel en jij niet de last van ons bestaan moet dragen
Maar als ik je nog een ding mocht vragen
Morgen, als ik je weer op die hoek zie staan
Wil je me dan aankijken en zeggen dat het goedkomt?

Tot morgen


Suzanne Krijger

Share This:

VON SOLO in contemplatie: ‘Wat rest is het inzicht van de jonge jaren van hoop, dat me nu een triester en wijzer man maakt, want er viel niets te winnen in deze oorlog…’


Het is geen fijne boodschap om te brengen, maar na deze crisis zal het niet beter worden.
‘We zijn in oorlog met het virus.’ En na oorlog komt vrede. Maar wat voor vrede zal het zijn?
 
Vooropgesteld het volgende. We dienen er allen persoonlijk onze beste inspanning voor te leveren om deze huidige crisis te boven te komen. Sociale levens worden ontwricht. Hele bedrijfstakken hangt het zwaard van faillissement boven het hoofd. Het zorgsysteem kraakt in haar voegen. Er wordt in laboratoria hard gewerkt aan oplossingen en terwijl de eerste vaccinatierondes op gang komen, muteert het virus door naar een riskantere variant. Het is oorlog! Maar zoals een goed politicus zou zeggen, één die we kunnen winnen. We hebben de overwinning al bijna in onze zak. Het enige, dat we hebben te doen is gezamenlijk doorstrijden tot die overwinning. Nog één keer de adem inhouden en over the top. Het zal slachtoffers eisen, maar na de strijd zal er vrede zijn. Het is de epidemie to end all epidemics.
 
De huidige crisis heeft blootgelegd hoe kwetsbaar ons economische systeem is. Het heeft ook blootgelegd, dat het aan de markt overlaten van zorg, niet leidt tot voldoende slagkracht als er zich een andere ramp voordoet dan koersdaling op de beurs. Nu sloot de beurs het jaar gelukkig met topwinst af, doordat ‘new business’ goed scoorde door de crisis. Daar heeft een doorsnee kroegbaas, kapper of winkelier weinig boodschap aan. Die eten hun laatste spaargeld op en hopen op verlossing. Als je kijkt wie er goed boeren bij de crisis, dan zijn dat een handvol farmaceuten. Verder verliest iedereen in meer of mindere mate.
Net als in een oorlog. Enkel de wapenhandel profiteert daarvan. Maar zonder wapens, geen overwinning in de oorlog.
 
We zijn nu een klein jaar in oorlog met het virus. Behoudens een kleine groep ‘gekkies’, is niemand meer ‘tegen het voeren van de oorlog’. Iedereen is er moe van. We willen dat het ophoudt en dan alles weer wordt als voor de oorlog. We strijden door, zelfs als dat strijdig is met onze ‘oude principes’. Als je eenmaal, om Lubach maar aan te halen, de ‘trechter’ van de oorlog in bent, dan ben je dat met z’n allen. Wie dan nog tegenwerpingen doet, staat de vrede in de weg. Denk aan de discussie over de atoombommen op Japan. Was dat nodig geweest? Eigenlijk doet dat er niet toe. Niemand kan tegen de vrede zijn geweest die erop volgde. Zo’n discussie voeren heeft achteraf geen zin.
 
Als straks het vaccinatieprogramma is afgerond kunnen we weer terug naar normaal. We zullen zien hoe dan de nieuwe vrede zal zijn. We zullen vooral het gevoel hebben dat alles weer goed is. Dat we ‘het licht in stappen’. Alsof we vergeten zijn hoe de wereld was voordat de crisis uitbrak. We zullen ons vol laten lopen in de kroegen, vrij voelen op de festivals en ons suf winkelen in de loopgraven der koopgoten. Velen zullen zelfs blij zijn gewoon weer naar kantoor te kunnen, weg van dat lastige gezin.  Alles zal weer zijn als voorheen.
Grote firma’s hebben zich middels belastinggeld zoveel mogelijk laten compenseren. De anonieme aandeelhouders zijn tevreden. De overheid heeft zich middels nieuwe wetten steviger gepositioneerd als controle-instrument van de macht. Desillusie bij kleine zaakvoerders die een faillissement hebben moeten doormaken, zullen enkel zij die het doorgemaakt hebben zich herinneren. Zorgmedewerkers die weer met dezelfde capaciteitsproblemen worden opgezadeld, zullen het dragen zoals ze dat altijd deden. Dat zit in ze. Zij die geliefden verloren hebben zoeken best berusting. Een hele troep doorgedraaide complotdenkers zal op zoek moeten naar een nieuwe vijand als Covid opgehoepeld is.  Maar na de feestweek, het huldigen van de helden en het eren van de gevallenen komt geen verdere inkeer meer.
 
Het is spijtig, dat ik te oud ben om mezelf deel van een verloren generatie te noemen. Daarvoor ontbreekt me het jeugdige elan om het tegendeel te bewijzen. Wat rest is het inzicht van de jonge jaren van hoop, dat me nu een triester en wijzer man maakt, want er viel niets te winnen in deze oorlog. Niet op deze manier.

Share This:

Merik van der Torren waargenomen in de Govert Flinckstraat


Hoi Pom, een herinnering aan een buurman in de Govert Flinckstraat, de oude dichter, bracht me tot de volgende tekst, voor pomgedichten, in de bijlage, groet, Merik

 

In de Govert Flinckstraat nr. 17

 
“Hij staat te liggen,” schreef  de oude dichter.
“ Dat gaat over jou,” zei mijn vriendin,
“ jij staat altijd te liggen.”
 
Ik kon het niet geloven;
zo’n lukrake regel ging over mij ?
 
Toch maakte ik me zorgen;
ik diende mijn houding te veranderen;
krachtdadig overkomen,
als een man staan voor
bijvoorbeeld de klus.


Merik van der Torren
 

Share This:

mooie weemoed van Peter Posthumus – ze wist nog op het laatst hij liep met een stok…


Er zijn allang geen jongens meer
die kaatsen op het Kerkplein
en het café is nu bewoond

over de de heg sprak ik een vrouw
die ouder is dan hij 
ooit worden zou

ze wist nog
op het laatst
hij liep met een stok

zo dooft de herinnering
zoals een storm gaat liggen
met een zucht
of regen ophoudt
met een traan
een glinstering in een druppel

een beetje licht
dat na vertrek
wegkwijnt in de verte

Peter Posthumus

Share This:

Ien Verrips… wanneer het donker overgaat in licht …de wereld nog in wording lijkt

‘wanneer het donker overgaat in licht
de wereld nog in wording lijkt…’


het blauwe uur
 
wanneer het donker overgaat in licht
de wereld nog in wording lijkt
de slapenden nog niet ontwaakt
de schemering breekt aan
 
als duisternis de dag belooft
de wind is uitgewaaid
dan brengt de zon onzichtbaar nog
reflectie van het licht
 
dat is het blauwe uur
de hemel die de aarde kust
de doden lichten op
oneindigheid toont haar gezicht

Ien Verrips
 

Share This:

Karin Beumkes in Mens&Melodie op de maandag: ‘ik zie een luchtig slagroommeisje a capella schaatsen…’

ik zie een luchtig slagroommeisje
a capella schaatsen

Aloha dear dichter
we waren een beetje laat, hebben zojuist alle roze koeken opgevreten. Van heel Holland bakt krijg je vanzelf inspiratie. Neem Robert, ook zo’n heerlijke kerel. En dan die lekkere André. Ik zou graag bevestigd zien dat jij ook naar dat programma kijkt, maar dat raadsel moet je zelf maar oplossen. Bakkers klaar bakken maar. Denk aan januari met slagroom.

Liefs
Karin


reactie redactie: sorry Karin heel holland bakt maar dat het brandt in de hel maar wij van hier bakken niet mee met dikke robert, zijn dikke vriendin die alles achter der handjes naar binnen douwt en met die man met die vreemde ogen.


Januari


Januari beleef ik in mijn nieuwe Friese washand
of ik zie een luchtig slagroommeisje
a capella schaatsen
dit is de eerste maan
onder de vijver lacht de sneeuw
zoveel mogelijk zal ik trachten
om heel warm van jou te mogen worden.
Streel mijn koude. Dat is zo mooi te vroeg.

Karin Beumkes

Muziek: ’t Spaanse Schaep – Er is toe https://youtu.be/NbOthbRhAlQ

Share This:

Ditmar Bakker haalt nog voor het slapen gaan even uit: over ‘het pseudoniem (& glijporum) “Bas Boekelo” – een perfide man die haat en domheid zaait…’


Pom, liefste,

Voor de liefhebbers: op een website voor rijmelaars (waar, onder anderen, een perfide man onder het pseudoniem “Bas Boekelo” nog immer haat en domheid zaait) liet schrijver dezes zich eens verleiden tot het construeren van sonnetten die stiekem opgebouwd waren uit higgledy-piggledy’s dan wel olbols. Het betroffen gelegenheidsdichten, hieronder ongewijzigd weergegeven—de eigennamen incluis.

In het magnum opus ‘Zeslettergrepigheid’ (een woord dat, tussen haakjes en ironisch genoeg, de hoofdklemtoon op de tweede lettergreep draagt) van H. Polzer vindt men de uitvinding van het construct op p.92. Zoals ondergetekende de van zelotisme haast waanzinnigen op hierboven omschreven website trachtte in te doen zien: een dergelijk construct zal bij hantering van staand rijm aan het eind van de oneven sonnetregels altijd conflicteren met het door de olbol (goed, door A. Hecht & de zijnen) gedicteerd & zeer strak dactylisch metrum. Het creëeren van een zogenoemd ‘olsonbolnet’ met staand rijm op de oneven regels van de eerste acht (zoals Polzer deed in zijn geversificeerde hapax), leidt onvermijdelijk tot schrikkelrijm óf een doorbreken van de dactyli door brevis in longo—beide door De Drs. als doodzonde bestempeld, als we dan toch tot in de marges dooremmeren. De enige manier om zulks te vermijden, is door de constructie van een glijdend rijm in de oneven regels van het octaaf, zoals onderstaand in III. is gebeurd. Het slepende rijm in I & II. blijft ongeveer zo onvolmaakt als dat van Polzer in zijn construct. Uit met dichterlijke idolatrie!

Overigens ben ik van mening dat Lucebert een nazi was (zie, tussen haakjes, ook eens het saillante naschrift van Alexis de Roode c.q. de redactie van Hekelvers bij de laatst geplaatste verzen aldaar. Het ware kostelijk zo het niet zo navrant was.). 


I.
Bas, nu uw achting graag! Ja, kom erbij (door ‘m
hier te betrekken vermijd ik de smaad).
Zag u ooit hier op dit dwingelandijforum
dichtwerk zo sierlijk en zo adequaat?

Dat dacht ik ook al niet. Zie toch zijn glijporem
glimmen: de vlegel die brille slechts haat.
Hoon valt ten deel aan het rijmelarijschorem
dat, blijkens stoplappen, immer bestaat.

Toch is ’t funest, weet u,
langer zo door te gaan—vierkant
verdommen wij haarkloverij.

Vijftien april heet nu
Olsonbolnettendag! Hier kant
de meute zich vast tegen mij…

II.
Juffrouw Verlinde met juffertje Prik door de
gangen: een dinsdag in ’t schools internaat.
Zien zij daar Hendrik! Zijn wedervraagantwoorden
zelden opmerkelijk, nooit accuraat.

“Zeg, mijne juffers!” Indachtig slechts lustmoorden
nemen zij Hendrik welwillend de maat.
Disassociërend naar amusementsoorden
luisteren beiden ontstemd maar beaat.

Dan zijn ze boos. Ik zie
beiden hem optaters geven—hij
schreeuwt, en rent schreiend naar bed.

Niet meer getergd door die
klaagmuurklachtlangspeelplaat schreven zij
blij een dactylisch sonnet.

III.
Dit had ze nooit verwacht. Oh, welk 1 odium!
Wee diva Ditmar in dit exposé:
Amper beklom zij het mooischrijverspodium
Toen iemand baste: “Welk lipdiarree!

Poep aan de nieuweling!” ‘Slik een Imodium®!’
Riep zij. ‘Of beter, je neemt er maar twee!
Stinkend uw wonde: als heelmeestersjodium
strontwerpen is, doe ik graag met u mee:’

“Weg met de voorschriften!”
Riep zij zeloten toe. Hinderlijk
werd ze genoemd, en gehoond.

Hoor ze nog doorkiften…
Polzerdiscipelen. Kinderlijk
kliederwerk werd hier getoond.

D.

Share This:

Yvonne Koenderman over de ‘Regen dagen’ en ‘genieten van het thuiskomen’


Regen dagen
spoelen schoon
dennennaalden en zand
 van het tuinpad
wat binnen knarst
en zout van verborgen
tranen van vreugde
of verdriet

ze laten je dansen in plassen
genieten van de druppels
op je huid en mopperen op
de lucht van oude natte hond
die als een foute dweil
over de vloer gaat na zijn rondje

extra genieten van
het thuiskomen
en als dan de zon weer komt
natte bladeren drogen
terwijl lichte vorst de nacht beheerst
de prikkelende geur van winter


Yvonne Koenderman

Share This:

Suzanne Krijger online les: ‘Ik bewoog mijn lippen tussen mijn tanden en keek naar het plafond, en toen naar de fruitschaal, de scheve foto aan de muur en de net nieuwe scheurkalender…’

#2
School: De eerste echte online theaterles


Ik zat klaar achter mijn eettafel. Oortjes in mijn oren gewurmd, in de hoop er de rest van de les niet meer aan te hoeven zitten, mijn waterfles naast me, haar in een knot, ogen op scherp en de helderheid van mijn laptop iets lager dan normaal. Tegen de vierkante ogen. Ik was vanochtend op tijd opgestaan en had mijn tanden gepoetst met verwachtend enthousiasme. We mochten weer: school. Ik hoopte dat ook in de online wereld mijn enthousiasme gevuld zou worden met het plezier en de leermomenten van het vak. Met een zucht, een kuch en aanschuivende stoel klikte ik op ‘Join.’


Langzaam popten de gezichtjes van mijn klasgenootjes op. Mijn beeld vulde zich met acht afzonderlijke wereldjes. Als eerste vloog Ivo in beeld. Hij zat nog in zijn kersttrui en draaide rondjes op zijn bureaustoel. Plop, Noortje volgde. Met haar gezicht zo verward als haar knot. “Effe wennen he” zei ik. “Hè, wie zei dat?” Vroeg ze. “Ja dat het effe wennen is.” “Oh ja goh, zeker. Ben net uit m’n bed gerold. Nee mam ik had het niet tegen jou.” Haar moeder liep als een schim het beeld in, en zeven handjes vormden één groot ‘Hallo’ op het scherm. “Hi mevrouw.” Ze verdween haperend uit beeld terwijl haar voet vastlopend bleef hangen. “Zo dan, we zijn er allemaal” zei Elsa. “Dan gaan we maar beginnen.”


We kregen onze eerste opdracht. In tien minuten moesten we voor onszelf bedenken, en opschrijven, wat je aan het einde van deze periode geleerd zou willen hebben. Ik voelde me enigszins gek. Zo achter een computer. Alsof ik in een verhoor zat, afgezonderd van de anderen, en er zo maar mensen mee kunnen kijken. Hmmm. Ik bewoog mijn lippen tussen mijn tanden en keek naar het plafond, en toen naar de fruitschaal, de scheve foto aan de muur en de net nieuwe scheurkalender die tussen mijn twee ramen bungelde.


De regendruppels buiten vingen mijn blik, waar een man post aan het bezorgen was. Kletsnat rende het oranje jasje van deur tot deur. Zijn hoofd bleef voor mij een mysterie. Ik vroeg me af hoe laat hij uit z’n bed gerold was. Arme bezorgers. En wij maar online bestellen.
“Ivo, wil jij je camera wat naar boven draaien, want ik zie zo steeds je typende vingers in beeld” onderbrak Elsa onwetend. “Oh ja, ik zie het. Sorry.” Ik keek naar zijn beeld. Inderdaad. Tien tikkende vingertjes bewogen ritmisch voor mijn ogen. Grappig eigenlijk, het kon bijna een voorstelling worden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is suzanne-krijger.jpg

Het volgende blokje greep mijn aandacht, waar Elsa zich in bevond. Haar achtergrond was gevuld met de muren van haar woonkamer. De open haard mondde uit in een aantal hangende planten, die op beeld een pruik voor haar korrelige gezicht vormden. Ik had haar woonkamer niet zo verwacht. Voor zo een iemand die een Russische dansschool had afgerond zou je toch ja… Een andere kleur muur verwachten? Minder planten?


Er popte plots een handje op in iemands blokje. Esther had een vraag. “Ja ik hoorde dus niet helemaal wat u zei. Mijn verbinding liep vast.” “Verbeelding liep vast?” Vroeg Elsa. “Dat is niet zo best, voor iemand die een theateropleiding doet.” “Nee nee, verbinding. Ik hoorde uw vraag niet.” Terwijl ik bijna in mijn slok water stikte zag ik acht op-en-neer bewegende ‘pixelhoofdjes’ die mijn beeld met gelach vulden. Elsa beantwoordde haar vraag. 


Van een vastlopende verbeelding had ik geen last, wel een slapend been. Een slapend been en nog geen antwoord op de gestelde vraag. Wat wilde ik nou geleerd hebben aan het eind van deze periode. Terwijl elk blokje afzonderlijk weer een gebogen hoofd naar een blad op tafel vormde staarde ik nog even naar buiten. De postbode was helaas ook weer doorgereden. Als het wel een postbode is, misschien is dat wel helemaal niet zo. Misschien keek hij via zijn TomTom stiekem wel mee in deze meeting. Ha, dan had ik dat toch mooi gevonden.


“En Suzanne. Laten we bij jou beginnen. Wat heb jij?” Vroeg Elsa. Ik had natuurlijk nog niks opgeschreven. Mijn eerste impuls ving me stotterend op: “Aan het eind van deze periode wil ik geleerd hebben om mijn verbeelding te laten vastlopen, en mijn verbinding met de les meer aan.” De klas lachte en knikte tegelijk. Ik keek nerveus lachend naar het blokje van Elsa. “Ja, dat lijkt me een goede, haha” zei ze. Terwijl Elsa de volgende student de vraag stelde wierp ik nog één blik naar de fruitschaal: “Oké Suus, bij de les blijven” zei ik. De twee appels en laatste banaan lachten me toe. Nog twee uur te gaan.

Suzanne Krijger
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is suzanne-krijger.jpg

Share This:

Mirjam Al en Merik van der Torren bij het overlijden van de dichter Tito de Vries: ‘je donkere Indische ogen, je rasta-vlechten, O, Tito,…’

je donkere Indische ogen, je rasta-vlechten,
O, Tito,

Tito de Vries, dichter, muzikant, beeldend kunstenaar;
Merik: “Hoe heb je Simon leren kennen?” Tito: “Ik kende Simon al heel lang, al sinds 1954. Van mij waren toen een aantal cartoons gepubliceerd in Vrij Nederland en bij de eerste ontmoeting met Simon, vroeg deze of hij een interview met mij mocht afnemen om in de Haagse Post te plaatsen. Ik heb daarna steeds contact gehouden met Simon. In 1983 kwam ik hem op de hoek van de straat tegen en zei hij tegen me: ‘Ik ben een schrijfworkshop begonnen, heb je zin om mee te doen?’ Zo ben ik bij schrijfworkshop De Klus gekomen. Toen Simon na tien jaar ophield met het voorzitten van de schrijfgroep, heeft hij De Klus nagelaten aan Yermac de Wit en mij. Tot de dag van vandaag draait De Klus door. Iedere maandagavond komen vijf, zes, soms wel tien of twaalf schrijvers bijeen om aan de hand van thema’s, gedichten en verhalen te schrijven.”

Hoi Pom,

Gisteren bereikte me het droevige bericht dat vriend Tito is overleden, beeldend kunstenaar, dichter, muzikant en sportman en vooral voorzitter van Schrijfgroep de Klus, die wekelijks bij elkaar kwam om aan de hand van thema’s te schrijven. Zowel Mirjam Al en ik schreven een afscheidstekst voor hem.


Adieu, Namasté,
 
Tito, meester in de poëzie,
de muzikale grappen,
de gamelan en het voetballen,
de honden, jij dierenvriend,
met de planten, de aapjes, de schilderijen,
uitgever, altijd naar de anderen toe,
zacht-goddelijke fluister
in je meesterlijke teksten,
de geinige glinstering in je
donkere Indische ogen,
je rasta-vlechten,
O, Tito,
ik heb er geen woorden voor,
alleen de liefde voor altijd.
 
Dit is voor Emmy,
de hartsvriendin van onze Tito:
dank voor je niet-aflatende zorg,
dank daarvoor.
 
Er is een lege plek in de tuinen van Buitenzorg,
na al het lachen wat we deden.
 
 
4 januari 2021, Mirjam Al

Voor Tito de Vries

De stad staat vol huizen,
de wind waait om de hoeken,
burgers spoeden zich naar elders.
 
Maatje Betty gaat uit wandelen met mij,
snuffelen aan alle grassprietjes,
die rare doos, een grote boodschap.
 
Dat ik mij kan vollopen,
al ben ik een vergiet
met verdriet uit allen gaten,
want je bent er niet, vriend,
met je grappen en grollen
en poëzie voor het slapen gaan.
 
Volgens mij zweef je op een schapenwolkje,
vleugeltjes aan naar wie je liefhebt
waar je vandaan kwam,
die je koesterde als je het koud had;
Eigenlijk ben je er wel met een laatste gedicht,
zon en regenboog.
 
Zie je nog steeds op die stoel bij het raam,
filosofische boeken lezen,
brieven schrijven,
Schrijfgroep de Klus voorzitten.
 
Wat is het thema ?
 
 
4 januari 2021, Merik van der Torren

Share This: