d o o d
de mens Karin Beumkes en de melodie van Rod Stewart op de maandag van pomgedichten punt nl: ‘Er bestaat geen beter contrast dan winter en zomer tegelijkertijd in een veel te zoete lente…’

Soms heb je van die dagen dat je aan je vader denkt. Aan de machteloze strijd die hij moest verliezen toen de kanker overal in hem zat. In het begin nam ik een dekentje mee tegen de kou om op zijn steen te leggen. Ik herinner me zijn ogen drie weken voor zijn dood en hoe ze leken te snakken naar verlossing. Verder zeg ik niets meer.
Liefs Karin
Ik geef je aan de vrede
Er bestaat geen beter contrast
dan winter en zomer tegelijkertijd in een veel te zoete lente.
Het is ook goed zo. Suja suja ssss.
Ons huis is schoon en de geest die deze plaats bewaart
noemt zich zonder meer charmant.
Het is gedaan zo. Suja suja ssss.
Mijn dode zuster staat vlak voor je, alvast te stralen
in de gedaante van een mooie fee
en de oom die zich verdronk in zee staat
vanuit de stille sloep te schallen:
zeeman zeeman, ik vang je op.
Daarom geef ik je terug aan de vrede
opdat je adem wegrolt als de donder
als het onweer en dan stopt.
Karin Beumkes
Rod Stewart – I am sailing https://youtu.be/FOt3oQ_k008
TON HUIZER wint de enige echte virtuele – ach weet je van ons platje nog – trofee op pomgedichten punt nl – Ien Verrips zilver en Cartouche brons.
bijna als elke week weer de onmogelijkheid om de eremetalen te verdelen – alsof poëzie iets is van rangorde én alsof een recensent een code van hoog en laag zou kennen. dat is te makkelijk. kees fens ooit poëzierecensent van De Volkskrant verklaarde zijn waarderingen door te wijzen op zijn particuliere leeservaringen waarin hij een nieuwe leeservaring onderbracht. zo is het wel ongeveer – daarbij opgeteld mijn zondagochtendhumeur. reden ook waarom TON HUIZER deze week met goud getooid de week in kan. zijn gedicht over platjes op een platje zeer geestig – platter kan het echt niet. zilver gaat naar de eenvoud van IEN VERRIPS die in eenvoud dat oergevoel van vroeger in één regeltje wist te treffen: ‘ we deden er toe’. Brons voor CARTOUCHE voor die vreselijke overdaad aan elementen waarin elke lezer verdrinkt maar toch iets aansprekends terug zal vinden. Dank aan alle dichters en mijn zondagochtendfelicitaties voor de winnaars.

gehannes op afdakjes.
Doe dus eventueel maar buiten mededinging.
Een glimlach op de zondagmorgen is
tenslotte ook wat waard.
Lentegroet,
T.
Bezoek
Er stond een engel voor de deur
of ik wat letters over had
ze spaarde voor een mooi
gedicht
ik schonk haar heel mijn
woordenschat
ze bleef een nachtje slapen
maar moest helaas weer terug
naar huis
ze kuste me en verdween tussen
de wolken
met een lieveheersbeest in haar
kruis
Ton Huizer
–>
de ach weet je van onze platjes nog – trofee – maakt ton huizer van het thema. die beestjes konden welig tieren in de oude huizen die door jonge mensen bevolkt werden onder de omstandigheden waarmee jonge mensen van vroeger te dealen hadden. begrijpen wij in 010. gedicht past in die zin echt wel binnen het thema. en ja zeer geestig natuurlijk die luis in haar kruis. de jonge huizer zorgde echt wel goed voor de dames.
en de engelen. god zag dat het goed was – maar al die jeuk door huizer verstoorde toch wel enigszins het hemelse beeld.
- Rik van Boeckel: ik ben jouw onverlaat … en uit dicht hout gesneden
- Petra Maria: de dagen stroomden
- Frans Terken: altijd met pakken Pinard onder handbereik
- Erika De Stercke: de week met weinig
- Ton Huizer: ze kuste me en verdween tussen de wolken
- Ien Verrips: we deden er toe
- Cartouche: dampo smeren op je keel en borst
- Anke Labrie: een Sartre ben je nooit geworden

wie wint de enige echte virtuele – ach weet je van ons platje nog – trofee op pomgedichten punt nl?
hoe het allemaal begon – van de eenvoud – toen er bijvoorbeeld nog gehuurd kon worden tegen een maandhuur van 69 of 78 gulden en niet voor 1600 of 1950 euro. het platje, twee stoelen en de avondzon, goedkope wijn van dirk van den broek. de stad, de tuin ergens beneden, geroezemoes. alle dichters kennen hun eigen platje … en wij lezen graag nog een keer op DAT platje met de dichter mee. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

de ergste dag is aanstaande
vroeger had je nog een vrouw
die met een brief liep
een dichter
die je de weg wees
een veldwachter konijnen
met myxamatose
pomwolff

In het losse bos
Hij wandelt door het losse bos
zet zich neer op een omgevallen stam
simpele vogelmuziek streelt zijn oren
denkt aan de hippe hits van toen
hij een puberende fan van The Byrds was
houdt zijn tamboerijn los en vast
dompelt zich ononderbroken onder
in reflectietijd op de verleden geleden
onontkoombare werkelijkheid
onder de muziek van toen dicht hij
wie jij bent onder jouw mysterieuze klanken
schellend als voetzoekers
door nacht en dag langs tak en blad
verrijs melancholiek jouw stem
door een onbekend lied
dat zeker naar huis wegvoert
ver weg van dit ruimhartige bos
ik ben jouw onverlaat in staat
van eenvoud en uit dicht hout gesneden
speel het tsjirpend ritme voor de vogels
zo staat hij op van zijn platgeslagen zelf
het schelleninstrument in twinkeling
op een veelzijdige takkenhemel gericht.
Rik van Boeckel
6 maart 2021
–>
de klanken van the Byrds in een dichterlijk bos beschreven – deze oude popgroep in een nieuw jasje van natuur en milieu gehesen – erg leuk. zelf houd ik het meest van de laatste twee strofen hier. waarin de ik persoon zich manifesteert en bijna in euforie de stand van zaken opmaakt – als de vuurvogel phoenix die uit as herrijst.

dagen van gras in je haren
jong zijn en alles snappen
de dagen stroomden
alsof het een echt leven was
er was een thuis
gebouwd op vreemde aarde
bloemperken droegen de zomers
ijsramen de winters
het zou zomaar weer kunnen
ware het niet
dat terugkeren naar voorbij
geen mens ooit gelukt is
petra maria
–>
heerlijke overpeinzingen in de eerste twee strofen – de conclusie in de derde had niet expliciet gehoeven. zit trouwens al in regel 4 van de eerste. twee strofen hier in dit gedicht zijn genoeg. zouden zelfs genoeg zijn geweest voor eremetaal. maar nee die derde zorgt ervoor dat het eremetaal aan het gedicht ‘voorbij’ vliegt vandaag.

Mijn eerste kennismaking met wijn was Pinard van Albert Heijn, het rood, het wit en de rosé van de studentenfeestjes in het begin van de jaren zeventig. Als ik toen had geweten wat het betekende, had ik het waarschijnlijk niet zo schielijk tot mij genomen. Pinard was het jargon voor bocht, het was de wijn die de Franse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven kregen als vervanging van het water dat helemaal niet te drinken was. Zelfs kanonnenvoer kent dus een bijpassende wijn.
Pinard
Het waren dagen dat je geen stoel nodig had
om een nieuwe wereld te scheppen
in kleermakerszit op het krakende balkon
liever nog buiten op het gras of in het zand
altijd met pakken Pinard onder handbereik
want zonder zou het niet gaan
hoe het ons spreken van dubbele tong voorzag
tegen de moraal van de hoge heren
waarop wij van driehoog op neerkeken
we maakten er voor een schijntje werk van
en bestegen daarmee de kale planken
van aftandse jongerencentra en bruine kroeg
want drinken zouden we
anders kwam er niets uit onze handen
laat staan iets blijvends op papier
© FT 06.03.2021
–>
Frans reikt onmisbare elementen aan voor het platjesgevoel uit vroeger dagen. de kartons met wijn inderdaad ja. een tijdsbeeld – ik heb het vermoeden dat de gang naar de parken in coronatijden door vele jonge mensen uit eenzelfde verlangen voortkomt. iets van vrijheid, een onbevangen zijn, qua existentie willen verschillen van de ouders die hetzelfde gevoel eerder wilden ervaren en met meer gemak konden ervaren.

magie
de nacht nam ons in zijn dromen
mee voorbij de middaguren
vanuit de studentenkamer met
zicht op een doodlopende straat
overleefden we de week met weinig
elke cent omgedraaid tot een feest
van meer drank dan eten, wij groot
en creatief in onze kleine wereld
wat waren we slank
als één lichaam op de grondmatras
Erika De Stercke
–>
groot en creatief in onze kleine wereld – wat waren we slank met weinig geld ook – bijna een ware geschiedenisles die Erika ons voortovert. ook zij herinnert het platje nog – het was een hard liggen maar warmer en meer onvergetelijk zou het nooit meer worden.

vrienden waren we
we deden er toe
regeerden de wereld
bij de macaroni ham/kaas
geld speelde geen rol
bij de vino italia
onderbroeken van de HEMA
de rest van de rommelmarkt
in vrolijke armoe
leefden we los
lachten om 40 plus
dachten dat het altijd zo zou zijn
en wij ook
Ien Verrips
–>
vrij subtiel opgezet. de conclusie ook subtiel gebracht – subtiel dichteresje hoor die verrips uit het mooie Zaanse land. de vrolijke armoe mooi beschreven hoor zonder opsmuk. ‘we deden er toe…’ een prachtige observatie. elke nieuwe generatie doet er toe! en ze laten het weten ook.

Toen het leven uit zijn schulp ging
en soa nog net voor soda werd versleten
land langzaamaan minder plat en venus voorzichtig
ook uit haar schelp begon te schuimen in het heuvelland
ving de eerste DKW aan, de straat groengeel te kleuren
en blauw rekten we ons, trokken we de weekeindjes uit
met thermoskoffie, een dikke plaid en een paar sneetjes
met ei en rauwe ham om al wat ons benauwde te laten
voor wat het was , de randen van asfalt op te zoeken
in de berm te tellen en determineren hoeveel en hoe
gezwind zoveel schoons aan ons voorbij kon sjezen
hier – viel andere lucht te snuiven dan onze platjes
zo armzalig – kregen we zicht op nieuwe wegen naar
een luizenleven zonder knie of elleboog van je broer
in rug of zij in je al te krap bemeten muffe twijfelbed
kwam de droomvrouw je voor ogen die meer vermocht
dan bakken van zoete broodjes en dampo smeren op je
keel en borst als je snotterde van honger en van dorst
zo’n stoere snelle, die je in een handomdraai wist
in en uit te pakken, zonder schaam of schand
gleden en hingen wij er samen, – niet als pro-,
maar puur als recreatieganger – de toerist uit
een leven zonder dwang en beven
al wat ons voor ogen zweefde
daar in dat gras
06-03-2021 / Cartouche
–>
ja Cartouche combineert het platje met de platjes. kun je rustig aan hem overlaten – mijn god een geschiedenisboek vol emotie, poëzie en proza én jeuk. geen element vergeten – over de hang naar ‘een leven zonder dwang en beven…’ schrijft de dichter. voor ieder wat wils – de dampo in je neus. zou het nog bestaan dampo? de overleden zanger van merwijk kan ‘haar’ dromen – houdt het ietsje korter – maar ja dat is een liedje.

Ha Pom,
Het was ook de drang om te ontsnappen, herinner ik me. In muziek, ‘filosofie’ e.d.
en hevig verliefd worden (met alle ldvd vandien). Parijs, toen nog.
Mooi thema. Deze lag er nog. Zie maar.
fijn weekend.
Hrtgr.
Anke
mijn bolsjewiek uit Beverwijk
bij nader inzien ben jij toch
de ware existentiële liefde niet
stond op die ansichtkaart
poststempel Parijs
die je me pas na weken stuurde
maar ook al heette zij Simone
hoorde ik later van je vrienden
een Sartre ben je nooit geworden
zag ik toen ik je onlangs googelde
anke labrie
–>
het platje, twee stoelen en de avondzon, … alle dichters kennen hun eigen platje. anke schetst een tijdsbeeld van zwart en wit en het existentialisme, parijs en de hoofdpersonen sartre en de beauvoir. ongeveer zoals het was en dat het leven ook nog gewoon van het leven was met alles van goed en van het kwade.
wonderlijke toestanden met Yvonne Koenderman: ‘Wonderlijke beelden achter oogleden die vanzelf sloten, om gelijk verbaasd wakker te worden…’

Wonderlijke beelden achter oogleden die vanzelf sloten, om gelijk verbaasd wakker te worden. Het gif kruipt nog 1x rond om zijn werk te doen, misschien iets te hard, maar bank en bed voelen goed.
Volgende week vast een helder verhaal, maar voor nu;
Soms even door die deur
en dan Wonderland
nu bijvoorbeeld
even blijkt wat al
gevoeld werd
maar zachtjes weggestopt
nu even liever dat stukje paddo
Groter, kleiner
of de paffende rups
sprookjes ook niet altijd
mooi, maar wel hillarisch
met goed eind.
Even niet meer stabiel
maar ook dat is niet vreemd
in Wonderland
Ik onderwerp me wel aan
flesjes en kleine hapjes
hoedemakers, konijnen
lachende katten en veel thee
en spiegel me uiteindelijk
weer de andere kant
Yvonne Koenderman
Suzanne Krijger én het tasje: ‘…stiekem meegenomen zodat niemand anders vond wat het geheim van de liefde was…’

Er worden tasjes op de prullenbakken van de straten gelegd
Met elk een verhaal verteld
Daarom worden ze niet gestolen, slechts gelezen soms geveild
Eentje heb ik ooit gevonden nooit vergeten wat er stond
Ik heb hem stiekem meegenomen zodat niemand anders vond wat het geheim van de liefde was
In zo’n tasje zo maar weggegooid
Stroomde een beekje gevuld door regen
Met druppels onvermogen, wegkijkend het houden van verzwegen
Hij lag zo maar in de hoek
Wachtend om te geven
Het advies dat niemand me gaf tussen de regels door gelezen
“Als je dan gaat
Vergeet niet om toch de pure liefde mee te nemen”
Nu heb ik een tasje puur met liefde
Gered van zo van de straat
En verstop ik kleine stukjes tussen deuren van verlaten
Om zo de liefde nooit meer buiten een mens te laten
Suzanne Krijger
die wind die wind die ooit zo onontkoombare zo onherroepelijke…

voor de koningin van de wind
het is altijd weer de wind
en die doden, margo
die wind die wind
die ooit zo onontkoombare
zo onherroepelijke
het is de wind
van de doden en de graven
de onvermijdelijke de noodzakelijke soms ook
de snijdende de striemende
de bijtende en de wrange
die godzijdank aan ons voorbij ging
altijd weer aan ons voorbij ging
en nu pas weten we
weten we
margo
pom wolff
Merik van der Torren roept buurvrouwen te hulp bij stijgende temperaturen – elastiekjes bieden uitkomst

Hoi Pom ,
een verslagje van een droom die ik een tijdje geleden had; ik heb toen werkelijk de andere buurvrouw gebeld; die stelde me gerust, groet, Merik
Droom 17
De buurvrouw zei:
Ik heb een ontsteking in mijn neusholte;
iedereen meet nu de temperatuur van zijn haar bij de nek.
Je moet met een elastiek uit je onderbroek
de thermometer op je hoofd klemmen,
de temperatuur meten en doorgeven.
Maar ik kon geen elastiek vinden;
ik kreeg het niet voor elkaar,
belde de andere buurvrouw:
droom ik of is dit waar ?
Merik van der torren
Kussen in de Zaanstreek – Ien Verrips kijkt haar ogen uit en wij op pomgedichten punt nl mogen meegenieten

ik zie ze kussen
op de andere hoek van de straat
afscheidskussen
korte intense kussen
vaak en veel
ik wil niet weg van jou
ik wil nog veel meer van jou
dat soort kussen
de veel te korte nacht
de dag nog veel te lang
zulke kussen
totdat hij gaat
haar glimlach nog in vol ornaat
dan onderweg mijn kant opkomt
mijn ogen blozen zacht
haar blik wijkt terug
haar lacht versmalt
ik wend me af
drink koffie
lees een krant
Ien Verrips
Karin Beumkes op de maandag -lekker lente met de beum: ‘ook vrouwelijk zweet komt uit oksels los waar de madelieven bloeien op de bleek…’

Vandaag is het officieel lente. In april herdenken de Tesselaars de schoonheid van het vuur. Op 30 april worden de wintergeesten verjaagd. In de zeven dorpen branden de vuren, maar genoeg daarover. Af en toe een beetje Tesselse geschiedenis kan voor de overkanters geen kwaad. Karin bezingt de lente. Liefs Karin
Primavera
Vier zusters
ademen dronken de lucht in
van het narcissenveld
krakerige ramen worden heropend
de noordenwind slaat met zijn blote handen
oude geuren uit het ondergoed.
Boreas bezit een voorliefde voor naakt
maakt tepelhoven stijf tot kleine witte bergen
met damesnagels kras ik landen in die huid.
In de lente wordt er diep
en heftig gesnoven
wij ruiken elkanders menstruatievocht
ook vrouwelijk zweet komt
uit oksels los waar de madelieven
bloeien op de bleek.
Karin Beumkes
Muziek: Lakmé – Het bloemenduet https://youtu.be/8Qx2lMaMsl8



