Frans Terken wint de enige echte virtuele – ook al dient het allemaal tot niets – trofee op pomgedichten punt nl – vrij naar een regel van de man van de moord bertrand. Zilver: Ditmar Bakker

twee gedichten komen voor webmaster in aanmerking voor de ere metalen deze week – natuurlijk onder dankzegging aan alle dichters voor het insturen van de werken. laat u niet uit het veld slaan door de uiterst gemene commentaren van uw webmaster. alles komt uit een goed hart. frans terken en ditmar bakker ieder zo een zeer eigen wijze brengen deze week de poëzie net even verder. geef aan Ditmar een vinger en je krijgt er twee volle handen poëzie voor  terug. week na week verrast hij met zeer eigen poëzie in ook de dichter passende vormen. deze week ook weer op bijzondere wijze. maar we zijn vandaag in een nog schraal lentezonnetje toe aan positieve wendingen – en die mochten we lezen bij dichter Terken – vandaar het goud naar Frans en het zilver naar Ditmar – van harte! dichters mijn.

Met beide voeten op de maan

Dat maart de mooiste maand
het begin van een beter seizoen
niet meer het nare van dood groen en vorst

elke verse dag een verrassing als lenteklokjes
die goedmoedig hun kopjes uit de dauw steken
ze schitteren als sterren aan het firmament

wind die ons draagt naar het licht aan de hemel
een ruimtereis in het schijnsel van volle maan
het is helder zien waar we een voetstap zetten

dat we daar dichtbij ons zo ver weg wanen
stappen over zand en stof op de Drentse hei
waar het hobbelen als door kraters is

zo ver we als we zijn horen we gefluit en gehuil
aanzwellend als het luiden van de avondklok
en keren terug om onze kooi op te zoeken

stijgen we slaapdronken op tussen de sterren
om daarin ontijdig te verdwijnen

© FT 26.02.2021



–>
de wending ‘zo ver we als we zijn..’ geldt als een passende filosofische passage bij het bezongen thema van de zanger: En zelfs al dient het tot niets – De wind zal het meenemen – de wind zal ons dragen.
ja zover zijn we! en Frans Terken schetst in strofen de situatie waarin. met met name positieve aanduidingen – de lente, de lenteklokjes, de volle maan op de Drentse hei, maart als de mooiste maand en op de wind de beschreven ruimtereis van geliefden tussen de elementen door. een compleet gedicht. hoe het afloopt en dat het afloopt laat hij aan de moordenaar. al is de laatste regel van het gedicht vatbaar voor twee-er-lei uitleg.

Altijd die ontoereikendheid, altijd

Er was een dichteres die gedichten begon met er was.
Of nee, er waren er vele.

Ik zag een mens met een bril als twee telescopen.
Of zeg maar een schele.

Iemand doceerde dat ergatief onovergankelijk betekent.
Er sneuvelden delen

van wat iedereen tot dan probleemloos ter werking kon stellen;
nooit zouden die helen,

want eenmaal bewust van de werking der taal, van vervoeging,
het reflectief spelen

met woorden als kinderen kunnen, door tijd ongehinderd
als door de formele

aspecten van leven, geboorte, vergeten, zo ver nog verwijderd
van dood of morele

aspecten van sterven, de zomers vol hitte die jaarlijks
het gras weer vergelen:

meer en meer berust men eer wat fris was nogmaals molmt terneer
en ten burele

ergens een dichter die wist wat er was, presentatief en prepositioneel,
maar het essentiële

ongekend bewust of vergeten. Begiftigd cliché, godgegeven Van Dale,
bijgevolg kwelen

oh, waren mijn tikkende takken nu groen, dan zou ik gedichten als vruchten
bij vrachten nog telen.

* * * [D.B.]


–>
En zelfs al dient het tot niets – De wind zal het meenemen – de wind zal ons dragen.
geef aan Ditmar een vinger en je krijgt er twee volle handen poëzie voor  terug. zo liefdevol ook onze poète maudit. dichter zet tegenwoordig overal vraagtekens bij zonder het leesteken  zelf nog te gebruiken. dichter verkeert in een staat van verzet zonder zich te verzetten. dichter dicht de sterren uit de hemelen en  ja  natuurlijk ook om wat gestorven is te helen in een volledig  besef om mijn bewondering voor zijn schrijven niet en nooit te kunnen verspelen.
  • Frans Terken: stijgen we slaapdronken op tussen de sterren om daarin ontijdig te verdwijnen
  • Rik van Boeckel: wij dalen af naar planeet liefde zoeken halmen
  • Ditmar Bakker: Ik zag een mens met een bril als twee telescopen. Of zeg maar een schele.
  • Magda Haan: geritsel ergens tussen de oude muren
  • Ton Huizer: één met het al in Egmond aan Zee
  • Ien Verrips: hoor ik kinderstemmen zingen
  • Erika De Stercke: wie is vertrokken, komt niet meer terug
  • Petra Maria: alles in de wind alles in de wind
  • Cartouche: dag na nacht kwam ik me tegen
  • Anke Labrie: richting aan de wind  
  • Vera van der Horst: het bad met vanille

wie wint de enige echte – ook al dient het allemaal tot niets – trofee op pomgedichten punt nl – vrij naar een regel van de man van de moord bertrand – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

Le vent nous portera / De wind zal ons dragen

Ik heb geen angst voor de weg,
We moeten zien, we moeten ervan proeven,
De meanders in de glooiing van jouw heupen.
Alles zal er goed gaan
De wind zal ons dragen

Jouw boodschap aan de Grote Beer
De baan van jouw tocht
Een ogenblik fluweel
En zelfs al dient het tot niets
De wind zal het meenemen
Alles zal verdwijnen, maar
De wind zal ons dragen

De knuffels en het geweervuur
Die wonde die ons verscheurt
Het paleis van de andere dagen
Van gisteren en van morgen
De wind zal hen dragen

Genen in een schouderband
Chromosomen in de atmosfeer
De taxi’s naar de melkweg
Wat zegt mijn vliegend tapijt?
De wind zal het meenemen
Alles zal verdwijnen maar
De wind zal ons dragen

De geur van onze dode jaren
Die op onze deur kan kloppen
Het oneindige van het noodlot
We laten het rusten en wat onthouden we ervan?
De wind zal het meenemen

Tijdens de vloed
Wanneer iedereen zijn rekening maakt
Stop ik je weg in de diepte van mijn schaduw
Jouw stofdeeltjes
De wind zal ze dragen
Alles zal verdwijnen, maar
De wind zal ons dragen


voor dichteres/de koningin van de wind Margo
 
het is altijd weer de wind
en die doden, margo
die wind die wind
de bed guys de bad guys
die ooit zo onontkoombare zo onherroepelijke
 
het is de wind
van de doden en de graven margo
de onvermijdelijke de noodzakelijke soms ook
de snijdende de striemende
de bijtende en de wrange
 
die godzijdank aan ons voorbij ging
altijd weer aan ons voorbij ging
en nu pas weten we
weten we
margo
 
pom wolff
Jaren van wind en zang

De wind laat ons niet gaan
draagt jou en mij over zilte heuvels
naar een horizon achter universele duinen

de zee verwoordt de sterren met schuim
schepen verbranden zichzelf met spijt

zonder tranen te verwachten in het koraal

kometen schieten dromen voorbij
op weg naar bewoonbare eilanden
verzonken in het hart van het universum

wij dalen af naar planeet liefde
zoeken halmen van onuitputtelijk zand
laten vlijtige luchtkastelen achter

wachten op draagbare lichtstromen
om ons te koesteren in verhalen
geschreven door jaren van wind en zang.


Rik van Boeckel
27 februari 2021



–>
het thema natuurlijk gesproken een kolfje naar de hand van de dichter in rik van Boeckel. dichter daalt af naar de planeet aarde, de planeet liefde tussen de sterren in het heelal. een omgekeerde reis bijna van Rik om de wind te ervaren. meestal schieten we met hem als lezer meteen de ruimte in om nooit meer weerom. richting sterren richting het heelal richting alles wat nog net of net niet meer te bevatten is. de planeet aarde hier getekend door  kosmonaut van Boeckel als een plaats van wind en gezang.  een verhaal over een jou en een mij in hollandse duinen.
 


Teken aan de wand
 
de wervelwind beschrijft onbesproken reizen
met slaapgebrek door trage dagen
in verdronken aarde
 
geritsel ergens tussen de oude muren
nachtelijk fluisteren van de zoldertrap
in huiselijke sfeer branden nog lichtjes
als teken van hoop in bange dagen
 
dode bladeren camoufleren de voordeurmat
de dakgoot huilt in dikke druppeltranen
kille wind draagt mijn voorjaarshart
 
Magda Haan



->
ook magda wenst de reis te aanvaarden. maar er ligt nogal wat op de loer. een kleinstedelijk gedicht met alledaagse beslommeringen. voorlopig komt ze het huis nog niet uit als we het gedicht goed lezen. de zoldertrap kraakt en owee op de voordeurmat liggen bladeren – dat wordt uitglijden geblazen. huilt de dakgoot ook nog en waait er een kille wind om het hart. snel naar binnen kind. rik van boeckel lezen – die schiet je wel de ruimte in. de voormalige juryvoorzitter op deze site peter le nobel was altijd kort in zijn kritieken. ik zie het hem hier zo schrijven: ‘de avonden, jaren 50, spruitjes’.





(I wasn’t drowning, I was waving)
– Vrij naar een gedicht van Stevie
Smith –
 
Opgelost

Hij bezon zich op de zin van zijn
zijn, maar vond geen zin meer
er restte slechts schijn
de zin van zijn leven verzonk in
het niets
 
hij liep naar de schuur en sprong
op zijn fiets
 
reed naar de kantlijn van water
en land, beheerst en ontspannen
niets aan de hand
daar liet hij zich smelten als suiker
in thee
 
en werd één met het al in Egmond
aan Zee

Ton Huizer



–>
een verrassend kopje thee wordt de lezer geschonken op de zondagochtend hier door dichter Huizer. van mij mag het gedicht beginnen met de strofe schuur en fiets. ik heb nog een stella staan – het had misschien wat geholpen. ik ken het gedicht niet van stevie – daarin zal de oplossing liggen voor de vraag waarom toch egmond aan zee? het leven kent zoveel meer en beter. een leuk gedicht einde. le nobel zou schrijven – vandaag drink ik koffie.
 


blaast de wind om mijn hoofd
vastgeroeste gedachten
drijven af
 
roert de wind zich rond mijn huid
hoor ik kinderstemmen zingen
klinken liefdeswoorden op
 
wanneer hij liggen gaat
de stilte meester wordt
komen de verhalen los

Ien Verrips



–>
de ingangen net te particulier. dit gedicht biedt de lezer de mogelijkheid om te denken – nou daar zit ze mooi mee gelukkig ik niet. poëzie moet onontkoombaar zijn voor de lezer. poëzie moet iedereen gelden – in ieder geval elke lezer.

alles en niets


in de donkere stegen heb ik geen schrik  
al geeft het zweet rillingen op de rug  
 
ik beloofde in mijn tienertijd om nooit 
met mannen mee te gaan, alleen 

in ademnood bij het zien van de lippen 
waarop woorden van genot wachten 

de handen omvatten wat ik zoek en ze
weten hoe verrassend te beginnen

in schaduwen van slanke benen duizel 
ik, wil het leven zonder spijt achterlaten

hier tegen muren van verval, de wind
zal mijn stem meenemen naar oorden 

waar je in rust verblijft, achter wolken 
met de weelderigheid van eenvoud 

wat mis ik jou, we waren zo leuk samen 
en dan pats, alsof het niets voorstelde

het lichaam is een omhulsel, zeggen ze
ik weet beter, nu met de jaren minder  

wie is vertrokken, komt niet meer terug
een vreemde mannengeur komt dichter


Erika De Stercke



–>
kind het duizelt mij ook. ik herhaal wat ik hierboven schreef bij Ien – ook hier van toepassing: de ingangen net te particulier. dit gedicht biedt de lezer de mogelijkheid om te denken – nou daar zit ze mooi mee gelukkig ik niet. poëzie moet onontkoombaar zijn voor de lezer. poëzie moet iedereen gelden – in ieder geval elke lezer.
 
schrijf vandaag een gedicht
woorden en wind
morgen schijnt voorzichtig licht
is de winter op zijn eind

wees vandaag een gedicht
luister naar je gedachten
morgen komt de duisternis
de lente is lang vergeten

zing vandaag een lied
alles in de wind alles in de wind
morgen komt het schipperskind
dan waait eindelijk de wind

petra maria



–>
poeh hé we krijgen allemaal op drachten van de stadsdichter uit het oosten van het land en haar hondje tommie. maar het is zondagochtend we willen lui en loom lieve petra maria. we willen geen opdrachten we willen chillen met duizenden tegelijk in het vondelpark. vondel geeft ons nooit opdrachten – vondel heet ons welkom, vondel  laat ons ademen, vondel neemt ons op in het groen.

Overschot

Een ruim jaar lang
dag na nacht kwam ik me tegen
tekende jij mijn leven, van kop tot teen
mijn heupbeen, moordvrouw, middenrif
het was een teveel – verlangen
heeft altijd twee kanten
 
ik had je, ik heb je niet
ik heb je lief zoals nog niemand
ooit geproefd, je lippen, je nieren
en zelfs al dient het tot niets
de wind zal het meenemen
met en in jou, alles
 
elk houvast – bloed
immers alleen kan blijven
vloeien van rood naar zwart
waar het ons zal dragen
naar tijd van niet zijn
 
27-02-2021
Cartouche


–>
ook hier krijg ik de indruk dat we met een nogal persoonlijke zaak te doen hebben. ik zeg het peter le nobel na: bloedtransfusie helpt. beste cartouche dit gedicht is echt over de top. meestal waardeer ik over de top als geen ander – bij een ditmar bakker bijvoorbeeld die gaat elke week over de top maar dan nog een keer over die top heen – en hij meent het ook nog – en toch denk je bij ditmar hij kan het niet menen – hier bij jouw gedicht is de afstand dichter-lezer te krap. hij meent het echt denk ik al bij de tweede regel dan verwordt het gedicht een verslag van een tragisch niet welbevinden.  
 
 

de wind
 

misschien een lieflijk briesje in het begin
geleidelijk aanzwellend tot storm  
eindigend in een verwoestende orkaan
 
woorden geven richting aan de wind  
zinloos op zoek naar te veel doden
steeds weer vertaald in dromen
 
anke labrie



–>
na de twee overwegingen gelezen te hebben moet ik peter le nobel citeren altijd kort en krachtig in zijn aimabele commentaren: en wanneer begint ze aan het gedicht?
Wat heb ik lief

Het ijdel nietsdoen de zinloze rituelen
altijd eerst het tandenpoetsen
dan pas het bad met vanille of vandaag
maar wat jasmijn, de tijd is mijn
zoals het mijn leven is

Dan in huispak bekijk ik in herhaling
de ander, het zijn altijd de anderen
 die alle bloemen in het perk vertrappen, omdat men net die ene wil,
de vermaledijden, zie hoe ze hun best doen en ook dat leidt nergens toe.

Vera van der Horst



goede raad lijkt duur – maar niet op zondag – dan hebben we vera en haar poëzie – in een badje van vanille gelegd met een moralistisch laagje schuim. (men en ze in de tweede strofe) – ik houd niet van moralisme in de poëzie. maar velen zijn het niet met mij eens. ik houd van badjes met vanille ook van zalig nietsdoen – in huize van der horst vermoed ik is veel van dattum te vinden.

Share This:

de omloop is een meedogenloze koers josé – frans terken nog in het geel

Het is het grijs uit de lucht fietsen
de kont van het zadel en
hop de kasseien op

en weer
wil een vogel vliegen
hij zit daar niet alleen

gaat met de mannen op
bang voor de kat die de stenen
uit de Kapelmuur gaat vreten

en zien we daar een bekende vlag
nou de Bosberg dan maar
tegen de vuile wind in

en er gaat er eentje demareren
en de koploper op de nek vallen
andermaal raken ze niet van elkaar

de vraag is wie vertrekt
met de bek verder open
in een schone ouderwetse trui

© FT 27.02.2021


er is weer een omloop 
‘een vieze koers’ zegt José de commentator
het kan opleveren geruisloos meerijden en positioneren
 
ik zeg meerijden óf een gedicht lezen
van de dichter frans terken
berg op en berg af – kruisdalen en dan de kasseien
 
met een bleek gezicht koersen
over de katteberg, de wolvenberg en het vossenhol
de stroken tot aan de Muur en dan de laatste loodjes
 
pom wolff

Share This:

Yvonne Koenderman: 30 maart wordt het oordeel geveld. Tot die tijd genieten we…

Waar de vorige week onder een verplicht ijslaagje van rust lag,  voelt deze week best goed. De hopelijk laatste chemo zit er in, dus het lichaam krijgt hopelijk lang rust en tijd om bij te tanken. 30 maart wordt het oordeel geveld. Tot die tijd genieten we van wat op het pad komt, zoals dit vroege lente gevoel.

Een zwoele avond
Pink Moscato
Gesprekken over handarbeid
en dromenvangers en de
waarde van de juiste muziek
gehoord met gesloten ogen.
We borduren nog even voort
op Chris Botti, gewoon omdat
de blaastechniek zo lekker is.
Herinner je het nog…?
Het glas vult zich langzaam
met roze bubbels en…
ogen sluiten zich.


Yvonne Koenderman

Share This:

Suzanne Krijger over waar het meisje schuilt en waar zij zich vallen laat

Achter gesloten monden


Achter op mijn tong
Waar het speeksel de wreedste verhalen opslaat
Schuilt een meisje
Hangend met een hand aan de huig van de val
Ze straalt, ondanks haar komende daling, naar verouderde straten waar men het afval net naast de prullenbak gooit
Er schuilen weggegooide verhalen
Dingen niet gezegd om het verleden op de baan te houden
Echter daar, naar waar de teen uit de Croc van het meisje wijzen
Ligt achter kapot glas een vanille ijsje, omhuld met het geheim van de droom die ze heeft
Langs rotte appels, acht rijmende stoeptegels en een speeksel verleden
Laat ze zich vallen in de steeds zoeter wordende stroom


Suzanne Krijger

Share This:

Merik van der Torren en ‘de heerlijke mediterrane ravioli met het toefje mierikswortel’

heerlijke mediterrane ravioli
met het toefje mierikswortel


De weg naar jou

Ik heb een straat aangelegd,
een vierbaansweg naar jou
met tunnels en bruggen en tankstations.
 
Goed, we dienden wat huizen te slopen,
hun puin is het fundament van onze weg.
Nieuwe wijken gaan verrijzen
met fantastische perspectieven.
 
Maar het belangrijkste is de weg naar jou,
in tien minuten ben ik bij je,
op het gazon een drankje nippend
 
en de zigeuners spelen wilde muziek,
ik ben bij jou,
je maakt weer die heerlijke mediterrane ravioli
met het toefje mierikswortel

Merik van der Torren

Hoi Pom,
 
Deze week schreef een steeds terugkerende fantasie uit. Voor  pomgedichten. groet, Merik

Share This:

Peter Posthumus op kraamvisite: ‘alles komt zoals het kwam gaat zoals het ging..’

alles komt zoals het kwam
gaat zoals het ging

Hoi Pom, Ben onlangs op kraambezoek geweest, 
daar heb ik o.a. de volgende woorden aan over gehouden:


Terwijl aan de overkant
muziek nog altijd
uit de speakers knalt
sneeuw over de landweg jaagt
alles komt zoals het kwam
gaat zoals het ging


zijn er opeens
twee hele kleine grote ogen
tastend in de ruimte
twee kleine grote oortjes
gespitst
op wat er is
en wat dat is
op wat niemand
ooit zal weten


het voelt als
kleine grote poëzie
bezield en warm
beschermd door de
zachte holte in een arm


Peter Posthumus

Share This:

Ien Verrips en haar ode aan de zaanstreek – over zaanse moe, piepers en stoofvlees


fietsend langs de zaan
de stad voorbij
richting de pont naar sloterdijk
restanten van de kruitfabriek
het hembrugterrein
domein van scheppingsdrang
een landmark in beweging
 
op ’t kruispunt net daarvoor
een mijlpaal van een eerdere tijd
het cafetaria
waar zaanse moe
de piepers voor de frieten schilt
het stoofvlees op je bord
alleen door haar is klaargemaakt
 
op dat kruispunt
aan de zaan
bij een bord stoofvlees en patat
kom ik tot het besef
dat vegetariër zijn mij past
maar niet altijd
niet hier in dit cafe

Ien Verrips

Share This:

Karin Beumkes in Mens&Melodie op de maandag: “En iedere keer dat er een baby uit mijn moeders lendenen rolde hoopte de zeeman op een zoon…”

En iedere keer dat er een baby
uit mijn moeders lendenen rolde
hoopte de zeeman op een zoon

Aloha Pom

Velen van jullie weten dat mijn vader veel op zee was. Altijd was er het meisje en de kapitein. Met wonderlijke verhalen werd ik grootgebracht. Het leverde veel fantasie, vechtlust en een blind vertrouwen in de zee en alles wat daar mee te maken had op. Ik heb er een klein gedichtje over geschreven. Geniet van het prachtige weer. Doe wat je wil.


Liefs
Karin



Gezin


En iedere keer dat er een baby
uit mijn moeders lendenen rolde
hoopte de zeeman op een zoon
die hij kon laten vechten met Boreas
of tot een boksertje kon maken
misschien een leeuwentemmer
maar op dit eiland was geen leeuw;
er was een dijkje om te mijmeren
over filmsterren met een kuif
wij werden mannen onder vaders maan
en moeders zon
hielden het schip op koers
en waren ongemerkt veranderd in zonen
die spuugden op het gras
ik heb een foto uit die tijd
vòòr het huis staan wij stoer te zijn
met een houding van kom maar op
in de voering van mijn jas
hangt een katapult en mijn zus
lijkt op James Dean, verdomd
ik zie het nu.


Muziek: The Waterboys – Fisherman blues https://youtu.be/a4UQJwd3awQ

Share This:

Anke Labrie wint de enige echte virtuele ja waar waren we ook al weer gebleven trofee op pomgedichten


Amsterdam 2020 (III)
 
hoe de schaduw van een boom
die iets verder staat
in de smalle straat waarin ik woon
onzichtbaar vanuit mijn raam
door de storm beweegt
op de hoge muren aan de overkant
even beschenen door de zon
 
dan weer ineens verdwenen
door voorbij zeilende wolken
donker met daartussen flarden blauw
wel zichtbaar in het kader
van mijn kleine raam
 
zoiets te zien
zoiets altijd te blijven zien
 
anke labrie


vaststellen hoe ver we in het leven staan, waar we in het leven staan, is het mars of is het aarde onder onze voeten? dat was de opdracht – op een meer dan contemplatieve wijze vorm gegeven door dichter Labrie hier. de schaduwen van onzichtbare bomen – daarbij wat flarden van donker en licht in diverse tinten blauw en dat het zo altijd wel zal blijven op onze blauwe planeet. zo is de waarheid ook te beschrijven. ik zeg GOUD! van harte
 
  • Petra Maria in de eeuwige sneeuw
  • Cartouche onder een deken van ondaad en zonder bezwaren
  • Rik van Boeckel langs oceanen van lange dagen
  • Frans Terken een stap vooruit naar omhelzing
  • Magda Haan op de koffie bij de buurvrouw
  • Ien Verrips op zo’n dood moment
  • Ditmar Bakker met rozen
  • Erika De Stercke door het duingras
  • Vera van der Horst in tranen
  • Anke Labrie voor haar raam

wie wint de enige echte virtuele ja waar waren we ook al weer gebleven trofee op pomgedichten?

een moment van contemplatie voor elk mens voor elke dichter ook – even pas op de plaats en vaststellen hoe ver we in het leven staan, waar we in het leven staan, is het mars of is het aarde onder onze voeten? – dichters weten dat soort zaken in poëzie te verwoorden – zodat we weer verder kunnen. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

waar waren we gebleven
jij sprak woorden van diepe aard
dit wordt typisch weer…
zo een gedicht…
van jou…
waarin…

ik hoorde je denken
dit wordt inderdaad een gedicht
bevestigde ik

waarin…
de woorden…
elkaar net niet raken…

pom wolff

er komt een kleine ijstijd

we liggen neergevlijd
als tevreden
hier lag toch eeuwige sneeuw
of was dat vroeger

dit jaar is alles gesmolten
in duizend stukjes
puzzel dat maar weer eens
tot liefdevlokken

er komt een witte wereld
een lang wit leven
grote dromen zijn te ruste
gelegd

het is nog maar afwachten
wat voor nieuw leven ontspringt
niet op andere planeten
niet op mars

er komt een kleine ijstijd


petra maria

–>
‘dit jaar is alles gesmolten’ lijkt mij de cruciale regel in dit gedicht. even stilstaan bij tot hoever wij zijn gekomen – petra schetst geen vrolijk wereldbeeld – de kleine ijstijd aangebroken – hier lag toch sneeuw. ik moet aan marlene dietrich denken en haar sag mir wo die blumen sind – wo sinds sie geblieben – was ist geschehen? wann wird man je verstehen? ik weet ook niet wanneer we het leven ooit zullen begrijpen. petra gelukkig ook niet – dichters stellen geen vragen – dichters schetsen slechts illusies, dromen en de zware gevolgen soms: ijstijden
 

Binnenvaart

Zo ver zijn we gekomen en verder niet
gelukkig zeiden je ogen, dat dient nergens toe
we zien wel waar het schip precies zijn anker licht, hier
liggen we elkanders deksman en lichtmatroos te wezen
onder een deken van ondaad en zonder bezwaren
 
dromen bewaren we beter voor elkaar
voor later als we ons weer mengen en begeven
in de menigte benen die ons tegemoet zullen treden
de struikelstenen om ergens aan te komen
op een plek van tweezaamheid
 
waar woord en gevoel geburen zijn
zolang je hand op mijn borst, mijn mond
rond je tepel, zolang we de regen buiten
de zon in ons midden weten te houden
hebben we vaste voet aan elkaar
 
kan ons de wereld gestolen
vormen, voegen we ons samen
in alle wee-, dee- en overmoed
 
als paar apart
 
20-02-2021 / Cartouche


–>
‘onder een deken van ondaad en zonder bezwaren’ Cartouche weer eens oneindig mooi op zijn Vasalis’. veel woorden verder nodig voor de liefde heeft de dichter hier. het beeld van de binnenvaart stevig en in de derde strofe ook stevig lichamelijk uitgeschreven. als je Cartouche ook maar even onbeteugeld laat gaan dan zijn de uitspattingen niet van de lucht. de wereld kan hem dan gestolen – gelukkig de poëzie niet. of moet ik hier zeggen gelukkig de bombastische poëzie niet. op die ene wonderschone regel na: ‘onder een deken van ondaad en zonder bezwaren’ – onder die deken willen alle dichters, poëzieliefhebbers, lezers ook.
 
Waar waren we ook al weer gebleven’ vraag ik me ook af Pom. Nu ik veel lees, gisteravond ‘soms denk ik wel eens bij mezelf’ van conferencier Wim Kan en daarvoor Revolusi van David van Reybrouck over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd zie ik het leven soms als een levend boek; elke dag slaan we een bladzijde om. Hoe dik dat boek zal worden weten we niet en wellicht nooit.


Levend boek

Het levend boek is nimmer klaar
oogstdagen zaaien geleefde jaren

geliefde jaren jagen verdriet weg
geboren uit man en vrouw uit warmte

ze komen nooit meer terug
zijn als herinnering en achter de rug

nabodes we hebben ze gelezen
voorbodes zonder luide weerga

leven brengen liefde vermengen
om aandacht en inzicht te krijgen

het blijft in nevelen gehuld
tot bladeren geduldig omslaan

de wetenschap van overpeinzing
laat ons naderen in contemplatie

wij zijn er om de tijd te dragen
langs oceanen van lange dagen

de dag vooruit is nog geen pennenstreek
wij kijken om en zien een levend boek.


Rik van Boeckel
20 februari 2021


–>
het beeld van een boek hier door een dichter gegeven – zo hoort dat ook. elke dag weer een bladzijde om om te slaan – voor rik van boeckel om te beschrijven. al dan niet begeleid met percussie – zoals ook vastgelegd op de zwarte schijf. die prachtige regel ook die RIK aan de mensheid meegeeft – tegelijk zo vreselijk waar als poëtisch: ‘wij zijn er om de tijd te dragen…’
 
Naar omstandigheden

Ik zie u graag in betere omstandigheden
als we rondborstig geheeld hebben
wat er grof is afgebroken

hoe er veel tijd teniet is gedaan
met elkaar naar het leven staan
losgaan met verschroeiende kracht

stenen des aanstoots opgepakt
en naar iemands hoofd gesmeten
het valse geschreeuw tegen

laat ons met twee kaarsen staan
onder de kin gekruist voor de zegen
een bede voor een gezonde keel

de stem welluidend als voorheen
zonder brok of schorre klank
alsof de hals half dichtgesnoerd

waanzin uit het hoofd gespoeld
de rook uit de oren geblazen
de elleboog geboden en beroerd

elkaar diep in de ogen kijken
een stap vooruit naar omhelzing

© FT 20.02.2021


–>
naar omstandigheden maken wij het wel – frans schetst hoe het beter kan als de waanzin is verdwenen – als de rook om onze hoofden is verdwenen – zong boudewijn de groot al. op weg zijn we naar betere tijden, betere omstandigheden ook – die omstandigheden even belicht door de dichter: het verlangen naar de omarming, de omhelzing,  naar warmte.


Beste Pom
Pas op de plaats, je zei het al. Maar nu bekruipt mij soms het gevoel van doelloosheid. Zeker geen depressieve gevoelens maar wel tijd voor reflectie.

Fijn weekend.
Groet
Magda Haan



Nieuwe titels
 
Hoe mooi doelloosheid kan zijn
door vleugels uit te slaan op eigen domein
de tuin met achterstallig onderhoud
opeens een pluktuin wordt genoemd
 
op de koffie bij de buurvrouw een meidending
de specht van vorig jaar het nest herbruikt
supermarktkarren getrokken
door ogen met een eigen spreektaal
 
teruggeworpen op eigen creativiteit
de boekenkast eindelijk afgestoft
titels ontdekt en herlezen
 
Magda Haan


–>
Magda houdt het klein en bij de kleine dingen. met een zekere doelloosheid schetst zij de herhaling – of ligt de waarheid toch net even anders of andersom: dat met de herhaling  de doelloosheid hier een gegeven is.
 

zou ik geworden zijn wie ik nu ben
als jij bij me was gebleven
zou ik  doen wat ik nu doe
zou ik een leuker mens geworden zijn
als jij er nog zou zijn geweest
soms op zo’n dood moment
 vraag ik me wel eens af
hoe zou het leven zijn verstreken
met jou erbij
en of ons samenzijn het
überhaupt zou hebben overleefd

Ien Verrips


–>
contemplatie vandaag in de wedstrijd hier ook bij en door Ien. geen vragen stellen is mijn devies in gedichten en wat doet Ien – juist ja vragen stellen, niet één vraag maar alleen maar vragen. wie zich geroepen voelt hij of zij geeft de antwoorden. de lezer wordt hier direct aan gesproken. en en passant geeft de ik persoon zich bloot – het blijft hier de vraag of onze Ien een samenzijn wel had overleefd. het antwoord is gegeven in dit gedicht: ze nam het zekere voor het onzekere. dicht als nooit tevoren – en nog levendig ook.

Het Laatste Avondmaal

Mijn lief nam rozen voor mij mee;
ze waren rood, ze telden tien.
Ikzelf bereidde een diner
van boeuf au bourguignon, voordien
mij bleek uit zijn kant van ’t gesprek
dat het hem beter leek, misschien
(de kilte trok in het vertrek)
zo er ten laatste werd gekoosd.
De afwas rest. Fornuis, bestek,
de pannen. Vuilnis dient geloosd.
Verdoemd en naar de ratsmodee:
de liefde, kunst, de ware, troost,
de zon, de branding & de zee…
Mijn lief nam rozen voor mij mee.

***[D.B.] 


->
alles naar de ratsmodee – zo hoort dat ook als dichter bakker de stand van zaken opmaakt. het is nog even genieten en dan stort de hele kolere bliksemse bende en vooral ook de liefde weer in elkaar. heerlijke reviaanse beelden van quasi deftig tot aan plat jordanees. had hazes nog geleefd hij had hier spontaan over de afwas gezongen – voor de zoveelste keer de relatie met raggel naar de ratsmodee. ‘met raggel naar de radsmodee’ het titellied van de CD – ditmar blaast het levenslied een nieuw leven in. en ja breng die rozen maar naar sandra, eer ze de stad verlaat, breng die rozen maar naar sandra het is misschien nog niet te laat.

Geluk

ik zie de wereld in een kamerplant
voel hoe ze druilerige dagen beu is 
bladeren snakken naar de zon 

op zoek naar momenten van geluk
tel ik ondertussen de wolken
ze haasten zich voor regenvlagen

zeepbellen als luxe, het bad loopt vol  
en neemt me mee naar de stranden   
uit mijn dromen 

jij en ik door het duingras   
ondeugend als adam en eva
we ademen de lente in 

Erika De Stercke 


–>
Erika in lente sferen zo mag de samenvatting wel geschreven.
een beetje obligaat zijn de geschetste beelden wel. ook hier met deze tekst  kan de zanger van het levenslied aan de gang. een dichter moet beter.deze dichter zeker.
Fluisterend

De grote woorden zijn gezegd
alles ooit gedacht ligt verankerd
in de groeven van mijn gelaat
de plooien in mijn handen
tonen dat het voorschot is
geconsumeerd de afrekening is
aangebroken, wat kost het nog

een beetje zonlicht
caramelvla met slagroom
een glimlach
een zakdoek voor de tranen


Vera van der Horst


< –>
een typische van der horst – in de nacht geschreven woorden die in de ochtend toch net een beetje TE persoonlijk bij de lezer overkomen. (we lezen over groeven, plooien, en dat de afrekening is aangebroken en over andere hel en verdoemenis in het leven) meestal krijst ze dan laat in de ochtend – haal het gedicht weg – had het niet geplaatst  – in haar oplopende woede luistert ze dan niet meer naar mijn troostende woorden: er zitten ook mooie dingen aan hoor fluister ik door haar hels lawaai – die heerlijke caramellucht bijvoorbeeld dat zijn geen spruitjes – maar wat ik ook fluister  – ‘woede overstemt alles’ stond er al op het bordje in de keuken van mijn oma waar ze de hopjesvla voor mij bereidde – een luisterend oor zal ik niet vinden vandaag. morgen is ze weer – lieve vera – een en al liefde. zeker als ik mijn vingers leg in de groeven van haar gelaat.

Share This:

waar waren we gebleven? bij de foto van babs witteman! nu met een reactie van de dichter Frans Terken




waar waren we gebleven
jij sprak woorden van diepe aard
dit wordt typisch weer…
zo een gedicht…
van jou…
waarin…
 
ik hoorde je denken
dit wordt inderdaad een gedicht
bevestigde ik
 
waarin…
de woorden…
elkaar net niet raken…
 
pom wolff
De hand van de dichter

Zoals dit zich lezen laat
wijst het op oefening
en vasthouden aan volharden

weten wat gedicht wordt
een woord dat het oog treft
met de zin van verkennen

wie raakt zo niet in vervoering
het is de weg vooruit zoeken
niet terug in drassige klei

had ik maar één zo’n hand
als die van de dichter P.

ik zou het moeras van lege vellen
al schrijvende achter me laten


© FT 19.02.2021

Share This: