
‘Je mag ook wel op je zij gaan liggen, als dat minder vermoeiend is,’ zei hij. Ze antwoordde: ‘Schiet nou maar op en kom nou maar, ik doe dit echt niet voor mijn lol, maar puur voor jou’.
Starend in de ogen van mijn vriend was ik even met stomheid geslagen, maar het was nog niet alles. Hij vertelde me dat de vagina van zijn vrouw al vijf jaar niet meer geproefd had. Dat hoefde voor haar niet zo nodig. Het lukte hem niet haar te beminnen, ze liet het niet toe. Ook zoenen was een lastig punt. Ze verweet hem altijd te veel nattigheid en tong. En als dat het niet was, dan was haar mond wel te droog of haar lippen. Het had een gekleurd beeld kunnen zijn van hun intieme omgang, maar de feiten waren zo weinig verbloemd en ontdaan van emotie, dat de conclusie toch was, dat dit het was. Hij keek me vragend aan.
Of ik…en wat daarvan te vinden…en wat zou ik dan. Ik had geen pasklaar antwoord. Ze waren al bijna vijftien jaar samen. Echt gespetterd had het nooit op dat gebied. Verder was alles wel in orde. Een gezin, een huis, goed werk, gelukkig. Een blank middenklasse modelgezin. Zo uit de boekjes. Een huis met een prachtige gevel, zo uit de Lonely Planet. Het was niet dat ze het nooit deden, maar wat ze laatst had gezegd, had hem anders geraakt dan alles daarvoor. ‘Maar alles went,’ probeerde hij zichzelf en mij uit te leggen. Ja, alles went.
Maar wat heeft dat dan te betekenen. Onder de streep klopte alles. Alleen van een intieme lichamelijke band kon je niet spreken. Hij vroeg me hoe vaak ik en mijn vriendin het deden. ‘Tweehonderd keer per jaar,’ antwoordde ik. Dat heb ik ooit geleerd van Derrel Niemeijer, altijd tweehonderd zeggen. Of het feitelijk klopt, doet er niet toe. Weer die blik. Ik vertelde hem, dat ik de oplossing ook niet had. Hoeren, vreemdgaan, Second Love, ik kon hem niet vertellen wat hij moest doen. En alle adviezen uit de Viva en andere vakbladen had hij al geprobeerd.
Dit is nu allemaal vier jaar geleden. Ze zijn nog steeds samen en zijn voor velen in hun omgeving nog steeds een voorbeeld. Hij komt wat rustiger over dan toen. Graag had ik hem gevraagd hoe het nu is, maar dat zijn het soort vragen, die je niet makkelijk stelt. Zelf begint hij er ook niet over. Ik zwijg nog steeds, maar achter mijn blauwe ogen liggen woorden verscholen, die ik niet spreek. Toen niet en nu niet. Dat ik het antwoord wel heb, maar hem dat niet kan vertellen. Misschien weet hij het gewoon al wel.
XV
Beste groet,
Von Solo
www.vonsolo.nl















