Hij wrocht détails, die, eenmaal neergeschreven, verliezen elke scherpte: waar hij fleurs du mal rook, dwelmen purulente moeurs, schalks met quasi-diepzinnigheid doorweven.
Elk vers, gepolitoerd en opgewreven, schalt Laura’s echo—klank in willekeur door een veel begenadigder auteur veel beter, lucratiever, uitgegeven.
Zijn rijm & ritme openen een deur die reeds geopend was en wat verheven gedacht verhaalt van menselijke sleur
in klagen, dopaminejacht en sneven: raamwerk van elk gedicht; eender teneur van raadsels die ’t orakel overleven.
O, betrekkelijkheid van deze aarde. Als zij op zou raken zou je dan nog een poging doen om te schreien? Zij schikt haar tere blaadjes, leeft het gezapige vee, sterft met ingehouden adem, prijkt de dood al uit haar voegen – bomen, bloesem tevergeefs.
Het denkende dier daarentegen. O, als ik vleugels had hoezeer vloog ik met je mee? Ik kijk van je weg word verdrietig van jouw lijden – zoals je daar ligt, botten, spieren en organen – zoals ik je het liefst vergeet – zoals jij daar ligt – bijna niet, bijna afwezig –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, zaterdag 20 juni 2020
–> ja als het over de top moet dan moet het inderdaad zo – met van die heerlijke O-uitdrukkingen. en Elbert begint er ook meteen mee – en dan pakt ie meteen de hele aarde uit of in. niet een beetje, niet een land, een mens – welnee de gehele aarde draait meteen zijn gedicht in. om in de tweede strofe al het gevogeltje aan te roepen – ‘O als ik vleugels had…’ – het kleine vogeltje van Gerdi Wind geëerd met een groots aangezet gedicht – eerst het vele dan het ene – tot die tedere laatste regel die de woorden laat opgaan in het arme kleine nietige wicht. prachtig goud – van harte!
Frans Terken: “zo te dienen en het leven te geven voor een hoger doel”
Conny Lahnstein: “omdat ze niets, maar dan ook niets voelt.”
Ien Verrips: met twee verweesde babieduifjes
Petra Maria: langs zachte weiden
Elbert Gonggrijp: ‘O, betrekkelijkheid van deze aarde.”
Rik van Boeckel: het glas waarachter hij…
Erika de Stercke: in de droogte die barsten verzamelt
Peter Posthumus: als het dan toch moet te sterven in de zomer op een schitterende dag…
Anke Labrie met de door haar gemeden stenen
wie wint de enige echte virtuele – ach zie daar dit dode kipje / vogeltje trofee? (kwetsbaarheid naar een kunstwerk van Gerdi Wind) op pomgedichten punt nl ? dichters graag deze week aan het woord over het thema KWETSBAARHEID – u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
deze week de kleine dood als thema – of zoals kunstenares Gerdi Wind het heeft verwoord in termen van kwetsbaarheid/evenwicht en respect: “In het onaf zijn heeft het kuiken een tere schoonheid. Het dode lichaampje blijft kwetsbaar. Een wankel evenwicht tussen leven en dood. Ook de natuur is ondanks zijn grootheid en kracht kwetsbaar, ook dat evenwicht wordt helaas verstoord. Ik hoop dat mensen ooit meer respect krijgen voor dier en aarde.”
–> ha een echte ‘dichter-bij..’ van Frans, naar aanleiding van de tong genuttigd van de week in het klein kalfje aan de Amstel. Frans verruimt het leven in het dierenrijk – van vogeltjes tot aan alles wat voorbij vliegt of zwemt en het leven laat. en dat ze het leven hebben gegeven voor een hoger doel – de poëzie. mooi gevonden. zo ook het ‘kipje’ van kunstenares Gerdi Wind dat nu vereeuwigd in de schilderkunst en in de dichterskunst zal voortleven.
Frans Terken: “…vakkundig bereid en gevoerd aan de dichter…”
Breekbaar
Dat haar kop weer losstaat van haar romp door het getetter van ingefluisterde gedachten die niet van haar zijn, trillende handen niets brengen zonder morsen
op dagen waarop ze de luiken het liefst sluit en er in koeienletters ‘Buiten gebruik’ opkalkt, doorgedraaid vanwege de zoveelste opgedrongen onheilstijding
waar ze het vooral niet met je over wil hebben, omdat het alles erger maakt, het spoor bijster raakt, tranen niet op hun beloop kunnen omdat ze niets,
maar dan ook niets voelt.
Conny Lahnstein 19 juni 2020
–> het thema kwetsbaarheid door Conny in 13 regels – onheilsgetal – neergelegd en zacht beschreven – met die harde slotconclusie – dat ze niets voelt niets – een bijna onmogelijke staat van leven voor een mens. en dat we niet dichterbij kunnen komen om een helpende hand te bieden. zelfs de woorden in een gedicht brengen haar geen troost – komen niet dichterbij. een hoofd onder de zware donkere dekens gedicht – de mens in alle kwetsbaarheid beschreven.
gefladder in de tuin een nest een vogelnest bij mij in de boom van mijn tuin
de vogel in het nest is geen vogel maar een duif een duivennest en dat in mijn tuin (natuurlijk speel ik woord en denk ik duivelsnest)
ik sla het nest eruit de vogel vliegt het nest valt op de grond twee verweesde babieduifjes snakkend naar het eind
Ien Verrips
–> de tuin staat hier vroeg in de ochtend ook al aan en je hoort de vogeltjes in alle hoogten. de laatste lente geluiden voordat de zomer daadwerkelijk in treedt – in daalt op weg naar nieuwe geluiden schreef de dichter Gorter – andere dichters schrijven – ‘en altijd weer die vogeltjes’ – Ien is kordaat en de duiven zat! zoveel is zeker – weg ermee – en ook alle nageboortes er achter aan – och gossie toch zie ze liggen de bebieduifjes. als we Ien niet hadden hier zou de harde realiteit ver te zoeken zijn. en als de harde realiteit niet zomaar voor de hand ligt weet Ien haar wel te beschrijven. duiven genoeg op de dam lijkt ze ons mede te delen. dat gebroed hoeft niet ook nog eens in een dichterstuintje. hahaha. vogeltjes aller landen past toch op – Ien de buurt!
nabijheid
in mijn nabijheid is het veilig arm mij gerust je broosheid
loop op met mij langs zachte weiden knielend in het groen torretjes verbazend
adem mijn schouders trek je op aan mijn beweging zo blijven we
tot de wind gaat liggen
petra maria
–> broosheid een mooi vergeetwoord. bij weinig regels doen de regels er meer toe. ‘arm mij gerust’ is mij net te. ik zeg niet dichterlijk. een beetje wil melker achtig – wie wil melker kent weet dat ik hier geen compliment maak. melker was bedreven in wil melker zinnetjes – ‘arm mij gerust’ is er zo een. ‘adem mijn schouders’ ook. wil melker schreef alleen maar wil melkerregels. petra maria schrijft ze normaal gesproken niet – weet verlangen meestal op bijzondere wijze in poëzie vorm te geven. hier gaat ze kolkend in die zwaar besmettelijke wil melker regels ten onder. wie wil melker heeft gelezen heeft geen corona nodig om in een hoestbui terecht te komen.
Vleugellam
Ochtendfrisheid lonkt naar hem liefde wacht om de hoek van vandaag niet van gisteren niet van morgen zorgen spreken zich stilaan uit
de ruit beslaat nooit weer zeer doet dat keer op keer gekooid het verlangen naar huid honger streelt de toekomst meer
ze ziet er uit als een langzaam stervende vleugellamme vogel kust het glas waarachter hij schuilt in de waanzin van de tijd
zijn ogen huilen onzichtbare tranen met zijn vuist breekt hij elk raam blijft niet staan zij lonkt vergeefs als hij valt in de waan van de dag.
Rik van Boeckel 20 juni 2020
–> de waanzin van deze tijd duidelijk in de derde strofe beschreven – hoe dode vogeltjes in verzorgingstehuizen moeten huizen. dat haal ik uit dit gedicht. het kunstwerk van Gerdi Wind als tijdsbeeld getransformeerd naar pijnlijke situaties – dodelijke afloop of bijna dodelijke afloop in ieder geval de pijn als gegeven: ‘om de hoek van vandaag’ – mooi gezegd.
Prille uren
Hoe een twijg in de wind worstelt en de regen tracht te negeren op uitzichtloze dagen
hoe een sprietje hoopt om gras te worden in de droogte die barsten verzamelt
een vogeljong tjilpt de breekbare poten tot leven, ik zoek jou in de massa van bekende gezichten
vind een glimlach, afstand krimpt in een betoverende glans naarmate de avond verduistert.
Erika De Stercke
–> ‘de droogte die barsten verzamelt’ prachtig geschreven – en zo lezen we nog een paar mooie passages hier in dit korte gedicht van de andere Erika. over prille kwetsbare uren – hoe zij een glimlach vindt. dat het morgen geheel anders is en dat dichteres dan zal uitrukken met zeis en schietgeweer gewapend om het mannendom de das om te doen doet niets af aan de hier zachtjes beschreven kwetsbaarheid van de liefde en de glimlach van vandaag. gelukkig maar deze vaderdag zal ik overleven.
Wat is leven meer dan dat konijn dat uit de hoed getoverd werd een tijd verdrijf voor de toevallige verwekkers een kolk aan ijdelheid een fractie van een schaduw een wolk opwaaiend stof een kluwe van verlangen aan een draad boven de afgrond
wat valt er vast te stellen over leven in een tunnel met aan het eind alleen maar licht
nee, het is fantastisch als het dan toch moet te sterven in de zomer op een schitterende dag in een vrije val die kant noch wal raakt zo’n val die iedere parachute volstrekt overbodig maakt
Peter Posthumus
–> hoe het vogeltje Peter dichter bij de afgrond van de aarde brengt – is hierboven te lezen. het leven in een notendop tot aan de dood beschreven – hoe we in een vrije val maar aan ons einde moeten komen – lijkt hier de goede raad – ik zelf wacht nog even met proberen. ik zeg – dit is een waar herman brood gedicht. een schitterende dag in de zomer – hilton hotel en vliegen maar.
vergeefs
hoefijzers hingen in haar huis boven elke deur
een zwarte kat ontwijken was door haar tot kunst verheven
ladders nooit zou zij er onderdoor gaan
toen we vrijdag afscheid namen staken ruw geworden knokkels onbeschermd uit de gevouwen handen
langs de stoep met de door haar gemeden stenen wordt ze vanmiddag naar haar graf gereden
anke labrie
de kwetsbaarheid en haar kwetsbaarheden voorbij. het heeft allemaal niet geholpen. op weg naar het einde – schreef reve al – zo zal het een ieder vergaan. en ook de hoofdpersoon in dit gedicht. hoe vergeefs het allemaal ook is – in de tussentijd hebben we wijn, schilderkunst en poëzie – en ook kippenboutjes, de beef wellington en onze vurige tongen. een mooi relaas der vergeefsheid.
Langzaam droogt de crisis op. De seizoensgriep is voorbij. Media en bestuur proberen wanhopig de angst nog wat op te kloppen. Men voer er korte tijd wel bij. Het blijkt jammer genoeg een tijd van karig benutte ‘echte’ kansen. Nu moet alles weer terug naar het nieuwe normaal. Een afgeknotte versie van het oude. De wegen staan zoals te verwachten weer vol en slechts een enkeling probeert nog als een ascetisch onheilsprofeet te verkondigen dat ‘het Beest’ terugkomt. Het voelt als die man in het centrum van Eindhoven vroeger. Die ons waarschuwde voor het einde van de wereld, terwijl we naar de kroeg gingen en de rest van de wereld winkelde.
De afgelopen maanden waren een mooie tijd van rust en hoop op verandering. Ik heb ervan genoten. Er gingen niet noemenswaardig meer mensen dood in mijn directe omgeving dan anders. En elke avond was er wel wat te drinken om de zogezegde ellende te vergeten. Mijn geest kromp en mijn wereld ook. Schrijven ging bijna niet meer. Enkel werken. Wonen op je werk. En hardlopen. En fietsen en wandelen. Simpel leven. Geen sociale verplichtingen. Een nieuwe soort creativiteit zorgde wel voor de hazenpaadjes die de kleine eenvoudige pleziertjes in het leven mogelijk maakten.
Nu gaat alles weer in de turbo stand. En ik voel me achterhaald. Alles is veranderd. Ik ben ook veranderd. Zoals gezegd komt er geen fatsoenlijk verhaal meer uit mijn pen. Ik heb er zelfs geen zin meer in. Op kantoor is men ook in een bende debieltjes veranderd. Je moet tegenwoordig je eigen toetsenbord meenemen, als je al toestemming krijgt om te komen. Het oude normaal was stom, maar ik kan niet in de crisis blijven en het nieuwe normaal bevalt me ook voor geen meter. Als ik collega’s in een Microsoft teams meeting hoor praten over ‘gamification’, voel ik me ineens een totaal fossiel. Niet omdat ik niet weet wat het is, maar omdat ik het zo godverdomd zinloos vind. Alles had heel kort even zin. Nu is dat alles verdampt. Verdammt!
In mij roert zich iets. Eerst fluistert het dat het geen zin meer heeft om nog te schrijven. Dat ik maar moet stoppen. Het zegt zachtjes dat ander werk misschien ook wel een goed idee is. Ten slotte probeert de stem ook nog aan mijn liefdesleven te tornen. Je zou denken dat het een soort post-lockdown-midlife crisis is. Maar dat is het niet. Want ik weet dat als ik een biertje pak, het voor die dag allemaal wel weer goed zal zijn.
Het is niet het afscheid van een mooie tijd, die vrees inboezemt. Het is een sluipende verslaving die bang is terug ontmaskerd en gesmoord te worden.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
de dichter smeet er mee en zij had affaires dan weer een dichter dan weer een zanger er zijn al teveel liedjes van – zei ze dan en teveel gedichten ook – tegen de dichter
en later toen er niet veel meer van haar over was neuriede ze soms nog die regel die hij voor haar geschreven had over gratie, schoonheid, over bewegen
vroeger had je films met witte spoken ineens kwamen ze een hoek om of opa die opgebaard lag in de gang die had er ook een handje van je deed de huiskamerdeur open en daar lag opa
ja vroeger toen de melkboer nog losse melk bracht alles overzichtelijk was en opa zijn plaats kende je had verse melk en je wist van wie je zusje was