Goedemorgen dichter Vandaag is het officieel lente. In april herdenken de Tesselaars de schoonheid van het vuur. Op 30 april worden de wintergeesten verjaagd. In de zeven dorpen branden de vuren, maar genoeg daarover. Af en toe een beetje Tesselse geschiedenis kan voor de overkanters geen kwaad. Karin bezingt de lente. Liefs Karin
Primavera
Vier zusters ademen dronken de lucht in van het narcissenveld krakerige ramen worden heropend de noordenwind slaat met zijn blote handen oude geuren uit het ondergoed.
Boreas bezit een voorliefde voor naakt maakt tepelhoven stijf tot kleine witte bergen met damesnagels kras ik landen in die huid.
In de lente wordt er diep en heftig gesnoven wij ruiken elkanders menstruatievocht ook vrouwelijk zweet komt uit oksels los waar de madelieven bloeien op de bleek.
twee gedichten komen voor webmaster in aanmerking voor de ere metalen deze week – natuurlijk onder dankzegging aan alle dichters voor het insturen van de werken. laat u niet uit het veld slaan door de uiterst gemene commentaren van uw webmaster. alles komt uit een goed hart. frans terken en ditmar bakker ieder zo een zeer eigen wijze brengen deze week de poëzie net even verder. geef aan Ditmar een vinger en je krijgt er twee volle handen poëzie voor terug. week na week verrast hij met zeer eigen poëzie in ook de dichter passende vormen. deze week ook weer op bijzondere wijze. maar we zijn vandaag in een nog schraal lentezonnetje toe aan positieve wendingen – en die mochten we lezen bij dichter Terken – vandaar het goud naar Frans en het zilver naar Ditmar – van harte! dichters mijn.
Met beide voeten op de maan
Dat maart de mooiste maand het begin van een beter seizoen niet meer het nare van dood groen en vorst
elke verse dag een verrassing als lenteklokjes die goedmoedig hun kopjes uit de dauw steken ze schitteren als sterren aan het firmament
wind die ons draagt naar het licht aan de hemel een ruimtereis in het schijnsel van volle maan het is helder zien waar we een voetstap zetten
dat we daar dichtbij ons zo ver weg wanen stappen over zand en stof op de Drentse hei waar het hobbelen als door kraters is
zo ver we als we zijn horen we gefluit en gehuil aanzwellend als het luiden van de avondklok en keren terug om onze kooi op te zoeken
stijgen we slaapdronken op tussen de sterren om daarin ontijdig te verdwijnen
–> de wending ‘zo ver we als we zijn..’ geldt als een passende filosofische passage bij het bezongen thema van de zanger: En zelfs al dient het tot niets – De wind zal het meenemen – de wind zal ons dragen. ja zover zijn we! en Frans Terken schetst in strofen de situatie waarin. met met name positieve aanduidingen – de lente, de lenteklokjes, de volle maan op de Drentse hei, maart als de mooiste maand en op de wind de beschreven ruimtereis van geliefden tussen de elementen door. een compleet gedicht. hoe het afloopt en dat het afloopt laat hij aan de moordenaar. al is de laatste regel van het gedicht vatbaar voor twee-er-lei uitleg.
Altijd die ontoereikendheid, altijd
Er was een dichteres die gedichten begon met er was. Of nee, er waren er vele.
Ik zag een mens met een bril als twee telescopen. Of zeg maar een schele.
Iemand doceerde dat ergatief onovergankelijk betekent. Er sneuvelden delen
van wat iedereen tot dan probleemloos ter werking kon stellen; nooit zouden die helen,
want eenmaal bewust van de werking der taal, van vervoeging, het reflectief spelen
met woorden als kinderen kunnen, door tijd ongehinderd als door de formele
aspecten van leven, geboorte, vergeten, zo ver nog verwijderd van dood of morele
aspecten van sterven, de zomers vol hitte die jaarlijks het gras weer vergelen:
meer en meer berust men eer wat fris was nogmaals molmt terneer en ten burele
ergens een dichter die wist wat er was, presentatief en prepositioneel, maar het essentiële
ongekend bewust of vergeten. Begiftigd cliché, godgegeven Van Dale, bijgevolg kwelen
oh, waren mijn tikkende takken nu groen, dan zou ik gedichten als vruchten bij vrachten nog telen.
* * * [D.B.]
–> En zelfs al dient het tot niets – De wind zal het meenemen – de wind zal ons dragen. geef aan Ditmar een vinger en je krijgt er twee volle handen poëzie voor terug. zo liefdevol ook onze poète maudit. dichter zet tegenwoordig overal vraagtekens bij zonder het leesteken zelf nog te gebruiken. dichter verkeert in een staat van verzet zonder zich te verzetten. dichter dicht de sterren uit de hemelen en ja natuurlijk ook om wat gestorven is te helen in een volledig besef om mijn bewondering voor zijn schrijven niet en nooit te kunnen verspelen.
Frans Terken: stijgen we slaapdronken op tussen de sterren om daarin ontijdig te verdwijnen
Rik van Boeckel: wij dalen af naar planeet liefde zoeken halmen
Ditmar Bakker: Ik zag een mens met een bril als twee telescopen. Of zeg maar een schele.
Magda Haan: geritsel ergens tussen de oude muren
Ton Huizer: één met het al in Egmond aan Zee
Ien Verrips: hoor ik kinderstemmen zingen
Erika De Stercke: wie is vertrokken, komt niet meer terug
Petra Maria: alles in de wind alles in de wind
Cartouche: dag na nacht kwam ik me tegen
Anke Labrie: richting aan de wind
Vera van der Horst: het bad met vanille
wie wint de enige echte – ook al dient het allemaal tot niets – trofee op pomgedichten punt nl – vrij naar een regel van de man van de moord bertrand – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Le vent nous portera / De wind zal ons dragen
Ik heb geen angst voor de weg, We moeten zien, we moeten ervan proeven, De meanders in de glooiing van jouw heupen. Alles zal er goed gaan De wind zal ons dragen
Jouw boodschap aan de Grote Beer De baan van jouw tocht Een ogenblik fluweel En zelfs al dient het tot niets De wind zal het meenemen Alles zal verdwijnen, maar De wind zal ons dragen
De knuffels en het geweervuur Die wonde die ons verscheurt Het paleis van de andere dagen Van gisteren en van morgen De wind zal hen dragen
Genen in een schouderband Chromosomen in de atmosfeer De taxi’s naar de melkweg Wat zegt mijn vliegend tapijt? De wind zal het meenemen Alles zal verdwijnen maar De wind zal ons dragen
De geur van onze dode jaren Die op onze deur kan kloppen Het oneindige van het noodlot We laten het rusten en wat onthouden we ervan? De wind zal het meenemen
Tijdens de vloed Wanneer iedereen zijn rekening maakt Stop ik je weg in de diepte van mijn schaduw Jouw stofdeeltjes De wind zal ze dragen Alles zal verdwijnen, maar De wind zal ons dragen
voor dichteres/de koningin van de wind Margo
het is altijd weer de wind en die doden, margo die wind die wind de bed guys de bad guys die ooit zo onontkoombare zo onherroepelijke
het is de wind van de doden en de graven margo de onvermijdelijke de noodzakelijke soms ook de snijdende de striemende de bijtende en de wrange
die godzijdank aan ons voorbij ging altijd weer aan ons voorbij ging en nu pas weten we weten we margo
pom wolff
Jaren van wind en zang
De wind laat ons niet gaan draagt jou en mij over zilte heuvels naar een horizon achter universele duinen
de zee verwoordt de sterren met schuim schepen verbranden zichzelf met spijt zonder tranen te verwachten in het koraal
kometen schieten dromen voorbij op weg naar bewoonbare eilanden verzonken in het hart van het universum
wij dalen af naar planeet liefde zoeken halmen van onuitputtelijk zand laten vlijtige luchtkastelen achter
wachten op draagbare lichtstromen om ons te koesteren in verhalen geschreven door jaren van wind en zang.
Rik van Boeckel 27 februari 2021
–> het thema natuurlijk gesproken een kolfje naar de hand van de dichter in rik van Boeckel. dichter daalt af naar de planeet aarde, de planeet liefde tussen de sterren in het heelal. een omgekeerde reis bijna van Rik om de wind te ervaren. meestal schieten we met hem als lezer meteen de ruimte in om nooit meer weerom. richting sterren richting het heelal richting alles wat nog net of net niet meer te bevatten is. de planeet aarde hier getekend door kosmonaut van Boeckel als een plaats van wind en gezang. een verhaal over een jou en een mij in hollandse duinen.
Teken aan de wand
de wervelwind beschrijft onbesproken reizen met slaapgebrek door trage dagen in verdronken aarde
geritsel ergens tussen de oude muren nachtelijk fluisteren van de zoldertrap in huiselijke sfeer branden nog lichtjes als teken van hoop in bange dagen
dode bladeren camoufleren de voordeurmat de dakgoot huilt in dikke druppeltranen kille wind draagt mijn voorjaarshart
Magda Haan
-> ook magda wenst de reis te aanvaarden. maar er ligt nogal wat op de loer. een kleinstedelijk gedicht met alledaagse beslommeringen. voorlopig komt ze het huis nog niet uit als we het gedicht goed lezen. de zoldertrap kraakt en owee op de voordeurmat liggen bladeren – dat wordt uitglijden geblazen. huilt de dakgoot ook nog en waait er een kille wind om het hart. snel naar binnen kind. rik van boeckel lezen – die schiet je wel de ruimte in. de voormalige juryvoorzitter op deze site peter le nobel was altijd kort in zijn kritieken. ik zie het hem hier zo schrijven: ‘de avonden, jaren 50, spruitjes’.
(I wasn’t drowning, I was waving) – Vrij naar een gedicht van Stevie Smith – Opgelost
Hij bezon zich op de zin van zijn zijn, maar vond geen zin meer er restte slechts schijn de zin van zijn leven verzonk in het niets
hij liep naar de schuur en sprong op zijn fiets
reed naar de kantlijn van water en land, beheerst en ontspannen niets aan de hand daar liet hij zich smelten als suiker in thee
en werd één met het al in Egmond aan Zee
Ton Huizer
–> een verrassend kopje thee wordt de lezer geschonken op de zondagochtend hier door dichter Huizer. van mij mag het gedicht beginnen met de strofe schuur en fiets. ik heb nog een stella staan – het had misschien wat geholpen. ik ken het gedicht niet van stevie – daarin zal de oplossing liggen voor de vraag waarom toch egmond aan zee? het leven kent zoveel meer en beter. een leuk gedicht einde. le nobel zou schrijven – vandaag drink ik koffie.
blaast de wind om mijn hoofd vastgeroeste gedachten drijven af
roert de wind zich rond mijn huid hoor ik kinderstemmen zingen klinken liefdeswoorden op
wanneer hij liggen gaat de stilte meester wordt komen de verhalen los
Ien Verrips
–> de ingangen net te particulier. dit gedicht biedt de lezer de mogelijkheid om te denken – nou daar zit ze mooi mee gelukkig ik niet. poëzie moet onontkoombaar zijn voor de lezer. poëzie moet iedereen gelden – in ieder geval elke lezer.
alles en niets
in de donkere stegen heb ik geen schrik al geeft het zweet rillingen op de rug
ik beloofde in mijn tienertijd om nooit met mannen mee te gaan, alleen
in ademnood bij het zien van de lippen waarop woorden van genot wachten
de handen omvatten wat ik zoek en ze weten hoe verrassend te beginnen
in schaduwen van slanke benen duizel ik, wil het leven zonder spijt achterlaten
hier tegen muren van verval, de wind zal mijn stem meenemen naar oorden
waar je in rust verblijft, achter wolken met de weelderigheid van eenvoud
wat mis ik jou, we waren zo leuk samen en dan pats, alsof het niets voorstelde
het lichaam is een omhulsel, zeggen ze ik weet beter, nu met de jaren minder
wie is vertrokken, komt niet meer terug een vreemde mannengeur komt dichter
Erika De Stercke
–> kind het duizelt mij ook. ik herhaal wat ik hierboven schreef bij Ien – ook hier van toepassing: de ingangen net te particulier. dit gedicht biedt de lezer de mogelijkheid om te denken – nou daar zit ze mooi mee gelukkig ik niet. poëzie moet onontkoombaar zijn voor de lezer. poëzie moet iedereen gelden – in ieder geval elke lezer.
schrijf vandaag een gedicht woorden en wind morgen schijnt voorzichtig licht is de winter op zijn eind
wees vandaag een gedicht luister naar je gedachten morgen komt de duisternis de lente is lang vergeten
zing vandaag een lied alles in de wind alles in de wind morgen komt het schipperskind dan waait eindelijk de wind
petra maria
–> poeh hé we krijgen allemaal op drachten van de stadsdichter uit het oosten van het land en haar hondje tommie. maar het is zondagochtend we willen lui en loom lieve petra maria. we willen geen opdrachten we willen chillen met duizenden tegelijk in het vondelpark. vondel geeft ons nooit opdrachten – vondel heet ons welkom, vondel laat ons ademen, vondel neemt ons op in het groen.
Overschot
Een ruim jaar lang dag na nacht kwam ik me tegen tekende jij mijn leven, van kop tot teen mijn heupbeen, moordvrouw, middenrif het was een teveel – verlangen heeft altijd twee kanten
ik had je, ik heb je niet ik heb je lief zoals nog niemand ooit geproefd, je lippen, je nieren en zelfs al dient het tot niets de wind zal het meenemen met en in jou, alles
elk houvast – bloed immers alleen kan blijven vloeien van rood naar zwart waar het ons zal dragen naar tijd van niet zijn
27-02-2021 Cartouche
–> ook hier krijg ik de indruk dat we met een nogal persoonlijke zaak te doen hebben. ik zeg het peter le nobel na: bloedtransfusie helpt. beste cartouche dit gedicht is echt over de top. meestal waardeer ik over de top als geen ander – bij een ditmar bakker bijvoorbeeld die gaat elke week over de top maar dan nog een keer over die top heen – en hij meent het ook nog – en toch denk je bij ditmar hij kan het niet menen – hier bij jouw gedicht is de afstand dichter-lezer te krap. hij meent het echt denk ik al bij de tweede regel dan verwordt het gedicht een verslag van een tragisch niet welbevinden.
de wind
misschien een lieflijk briesje in het begin geleidelijk aanzwellend tot storm eindigend in een verwoestende orkaan
woorden geven richting aan de wind zinloos op zoek naar te veel doden steeds weer vertaald in dromen
anke labrie
–> na de twee overwegingen gelezen te hebben moet ik peter le nobel citeren altijd kort en krachtig in zijn aimabele commentaren: en wanneer begint ze aan het gedicht?
Wat heb ik lief
Het ijdel nietsdoen de zinloze rituelen altijd eerst het tandenpoetsen dan pas het bad met vanille of vandaag maar wat jasmijn, de tijd is mijn zoals het mijn leven is
Dan in huispak bekijk ik in herhaling de ander, het zijn altijd de anderen die alle bloemen in het perk vertrappen, omdat men net die ene wil, de vermaledijden, zie hoe ze hun best doen en ook dat leidt nergens toe.
Vera van der Horst
goede raad lijkt duur – maar niet op zondag – dan hebben we vera en haar poëzie – in een badje van vanille gelegd met een moralistisch laagje schuim. (men en ze in de tweede strofe) – ik houd niet van moralisme in de poëzie. maar velen zijn het niet met mij eens. ik houd van badjes met vanille ook van zalig nietsdoen – in huize van der horst vermoed ik is veel van dattum te vinden.
Waar de vorige week onder een verplicht ijslaagje van rust lag, voelt deze week best goed. De hopelijk laatste chemo zit er in, dus het lichaam krijgt hopelijk lang rust en tijd om bij te tanken. 30 maart wordt het oordeel geveld. Tot die tijd genieten we van wat op het pad komt, zoals dit vroege lente gevoel.
Een zwoele avond Pink Moscato Gesprekken over handarbeid en dromenvangers en de waarde van de juiste muziek gehoord met gesloten ogen. We borduren nog even voort op Chris Botti, gewoon omdat de blaastechniek zo lekker is. Herinner je het nog…? Het glas vult zich langzaam met roze bubbels en… ogen sluiten zich.
Achter op mijn tong Waar het speeksel de wreedste verhalen opslaat Schuilt een meisje Hangend met een hand aan de huig van de val Ze straalt, ondanks haar komende daling, naar verouderde straten waar men het afval net naast de prullenbak gooit Er schuilen weggegooide verhalen Dingen niet gezegd om het verleden op de baan te houden Echter daar, naar waar de teen uit de Croc van het meisje wijzen Ligt achter kapot glas een vanille ijsje, omhuld met het geheim van de droom die ze heeft Langs rotte appels, acht rijmende stoeptegels en een speeksel verleden Laat ze zich vallen in de steeds zoeter wordende stroom
Hoi Pom, Ben onlangs op kraambezoek geweest, daar heb ik o.a. de volgende woorden aan over gehouden:
Terwijl aan de overkant muziek nog altijd uit de speakers knalt sneeuw over de landweg jaagt alles komt zoals het kwam gaat zoals het ging
zijn er opeens twee hele kleine grote ogen tastend in de ruimte twee kleine grote oortjes gespitst op wat er is en wat dat is op wat niemand ooit zal weten
het voelt als kleine grote poëzie bezield en warm beschermd door de zachte holte in een arm
fietsend langs de zaan de stad voorbij richting de pont naar sloterdijk restanten van de kruitfabriek het hembrugterrein domein van scheppingsdrang een landmark in beweging
op ’t kruispunt net daarvoor een mijlpaal van een eerdere tijd het cafetaria waar zaanse moe de piepers voor de frieten schilt het stoofvlees op je bord alleen door haar is klaargemaakt
op dat kruispunt aan de zaan bij een bord stoofvlees en patat kom ik tot het besef dat vegetariër zijn mij past maar niet altijd niet hier in dit cafe
En iedere keer dat er een baby uit mijn moeders lendenen rolde hoopte de zeeman op een zoon
Aloha Pom
Velen van jullie weten dat mijn vader veel op zee was. Altijd was er het meisje en de kapitein. Met wonderlijke verhalen werd ik grootgebracht. Het leverde veel fantasie, vechtlust en een blind vertrouwen in de zee en alles wat daar mee te maken had op. Ik heb er een klein gedichtje over geschreven. Geniet van het prachtige weer. Doe wat je wil.
Liefs Karin
Gezin
En iedere keer dat er een baby uit mijn moeders lendenen rolde hoopte de zeeman op een zoon die hij kon laten vechten met Boreas of tot een boksertje kon maken misschien een leeuwentemmer maar op dit eiland was geen leeuw; er was een dijkje om te mijmeren over filmsterren met een kuif wij werden mannen onder vaders maan en moeders zon hielden het schip op koers en waren ongemerkt veranderd in zonen die spuugden op het gras ik heb een foto uit die tijd vòòr het huis staan wij stoer te zijn met een houding van kom maar op in de voering van mijn jas hangt een katapult en mijn zus lijkt op James Dean, verdomd ik zie het nu.
hoe de schaduw van een boom die iets verder staat in de smalle straat waarin ik woon onzichtbaar vanuit mijn raam door de storm beweegt op de hoge muren aan de overkant even beschenen door de zon
dan weer ineens verdwenen door voorbij zeilende wolken donker met daartussen flarden blauw wel zichtbaar in het kader van mijn kleine raam
vaststellen hoe ver we in het leven staan, waar we in het leven staan, is het mars of is het aarde onder onze voeten? dat was de opdracht – op een meer dan contemplatieve wijze vorm gegeven door dichter Labrie hier. de schaduwen van onzichtbare bomen – daarbij wat flarden van donker en licht in diverse tinten blauw en dat het zo altijd wel zal blijven op onze blauwe planeet. zo is de waarheid ook te beschrijven. ik zeg GOUD!van harte
Petra Maria in de eeuwige sneeuw
Cartouche onder een deken van ondaad en zonder bezwaren
wie wint de enige echte virtuele ja waar waren we ook al weer gebleven trofee op pomgedichten?
een moment van contemplatie voor elk mens voor elke dichter ook – even pas op de plaats en vaststellen hoe ver we in het leven staan, waar we in het leven staan, is het mars of is het aarde onder onze voeten? – dichters weten dat soort zaken in poëzie te verwoorden – zodat we weer verder kunnen. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
waar waren we gebleven jij sprak woorden van diepe aard dit wordt typisch weer… zo een gedicht… van jou… waarin…
ik hoorde je denken dit wordt inderdaad een gedicht bevestigde ik
waarin… de woorden… elkaar net niet raken…
pom wolff
er komt een kleine ijstijd
we liggen neergevlijd als tevreden hier lag toch eeuwige sneeuw of was dat vroeger
dit jaar is alles gesmolten in duizend stukjes puzzel dat maar weer eens tot liefdevlokken
er komt een witte wereld een lang wit leven grote dromen zijn te ruste gelegd
het is nog maar afwachten wat voor nieuw leven ontspringt niet op andere planeten niet op mars
er komt een kleine ijstijd
petra maria
–> ‘dit jaar is alles gesmolten’ lijkt mij de cruciale regel in dit gedicht. even stilstaan bij tot hoever wij zijn gekomen – petra schetst geen vrolijk wereldbeeld – de kleine ijstijd aangebroken – hier lag toch sneeuw. ik moet aan marlene dietrich denken en haar sag mir wo die blumen sind – wo sinds sie geblieben – was ist geschehen? wann wird man je verstehen? ik weet ook niet wanneer we het leven ooit zullen begrijpen. petra gelukkig ook niet – dichters stellen geen vragen – dichters schetsen slechts illusies, dromen en de zware gevolgen soms: ijstijden
Binnenvaart
Zo ver zijn we gekomen en verder niet gelukkig zeiden je ogen, dat dient nergens toe we zien wel waar het schip precies zijn anker licht, hier liggen we elkanders deksman en lichtmatroos te wezen onder een deken van ondaad en zonder bezwaren
dromen bewaren we beter voor elkaar voor later als we ons weer mengen en begeven in de menigte benen die ons tegemoet zullen treden de struikelstenen om ergens aan te komen op een plek van tweezaamheid
waar woord en gevoel geburen zijn zolang je hand op mijn borst, mijn mond rond je tepel, zolang we de regen buiten de zon in ons midden weten te houden hebben we vaste voet aan elkaar
kan ons de wereld gestolen vormen, voegen we ons samen in alle wee-, dee- en overmoed
als paar apart
20-02-2021 / Cartouche
–> ‘onder een deken van ondaad en zonder bezwaren’ Cartouche weer eens oneindig mooi op zijn Vasalis’. veel woorden verder nodig voor de liefde heeft de dichter hier. het beeld van de binnenvaart stevig en in de derde strofe ook stevig lichamelijk uitgeschreven. als je Cartouche ook maar even onbeteugeld laat gaan dan zijn de uitspattingen niet van de lucht. de wereld kan hem dan gestolen – gelukkig de poëzie niet. of moet ik hier zeggen gelukkig de bombastische poëzie niet. op die ene wonderschone regel na: ‘onder een deken van ondaad en zonder bezwaren’ – onder die deken willen alle dichters, poëzieliefhebbers, lezers ook.
Het levend boek is nimmer klaar oogstdagen zaaien geleefde jaren
geliefde jaren jagen verdriet weg geboren uit man en vrouw uit warmte
ze komen nooit meer terug zijn als herinnering en achter de rug
nabodes we hebben ze gelezen voorbodes zonder luide weerga
leven brengen liefde vermengen om aandacht en inzicht te krijgen
het blijft in nevelen gehuld tot bladeren geduldig omslaan
de wetenschap van overpeinzing laat ons naderen in contemplatie
wij zijn er om de tijd te dragen langs oceanen van lange dagen
de dag vooruit is nog geen pennenstreek wij kijken om en zien een levend boek.
Rik van Boeckel 20 februari 2021
–> het beeld van een boek hier door een dichter gegeven – zo hoort dat ook. elke dag weer een bladzijde om om te slaan – voor rik van boeckel om te beschrijven. al dan niet begeleid met percussie – zoals ook vastgelegd op de zwarte schijf. die prachtige regel ook die RIK aan de mensheid meegeeft – tegelijk zo vreselijk waar als poëtisch: ‘wij zijn er om de tijd te dragen…’
Naar omstandigheden
Ik zie u graag in betere omstandigheden als we rondborstig geheeld hebben wat er grof is afgebroken
hoe er veel tijd teniet is gedaan met elkaar naar het leven staan losgaan met verschroeiende kracht
stenen des aanstoots opgepakt en naar iemands hoofd gesmeten het valse geschreeuw tegen
laat ons met twee kaarsen staan onder de kin gekruist voor de zegen een bede voor een gezonde keel
de stem welluidend als voorheen zonder brok of schorre klank alsof de hals half dichtgesnoerd
waanzin uit het hoofd gespoeld de rook uit de oren geblazen de elleboog geboden en beroerd
elkaar diep in de ogen kijken een stap vooruit naar omhelzing
–> naar omstandigheden maken wij het wel – frans schetst hoe het beter kan als de waanzin is verdwenen – als de rook om onze hoofden is verdwenen – zong boudewijn de groot al. op weg zijn we naar betere tijden, betere omstandigheden ook – die omstandigheden even belicht door de dichter: het verlangen naar de omarming, de omhelzing, naar warmte.
Beste Pom Pas op de plaats, je zei het al. Maar nu bekruipt mij soms het gevoel van doelloosheid. Zeker geen depressieve gevoelens maar wel tijd voor reflectie.
Fijn weekend. Groet Magda Haan
Nieuwe titels
Hoe mooi doelloosheid kan zijn door vleugels uit te slaan op eigen domein de tuin met achterstallig onderhoud opeens een pluktuin wordt genoemd
op de koffie bij de buurvrouw een meidending de specht van vorig jaar het nest herbruikt supermarktkarren getrokken door ogen met een eigen spreektaal
teruggeworpen op eigen creativiteit de boekenkast eindelijk afgestoft titels ontdekt en herlezen
Magda Haan
–> Magda houdt het klein en bij de kleine dingen. met een zekere doelloosheid schetst zij de herhaling – of ligt de waarheid toch net even anders of andersom: dat met de herhaling de doelloosheid hier een gegeven is.
zou ik geworden zijn wie ik nu ben als jij bij me was gebleven zou ik doen wat ik nu doe zou ik een leuker mens geworden zijn als jij er nog zou zijn geweest soms op zo’n dood moment vraag ik me wel eens af hoe zou het leven zijn verstreken met jou erbij en of ons samenzijn het überhaupt zou hebben overleefd
Ien Verrips
–> contemplatie vandaag in de wedstrijd hier ook bij en door Ien. geen vragen stellen is mijn devies in gedichten en wat doet Ien – juist ja vragen stellen, niet één vraag maar alleen maar vragen. wie zich geroepen voelt hij of zij geeft de antwoorden. de lezer wordt hier direct aan gesproken. en en passant geeft de ik persoon zich bloot – het blijft hier de vraag of onze Ien een samenzijn wel had overleefd. het antwoord is gegeven in dit gedicht: ze nam het zekere voor het onzekere. dicht als nooit tevoren – en nog levendig ook.
Het Laatste Avondmaal
Mijn lief nam rozen voor mij mee; ze waren rood, ze telden tien. Ikzelf bereidde een diner van boeuf au bourguignon, voordien mij bleek uit zijn kant van ’t gesprek dat het hem beter leek, misschien (de kilte trok in het vertrek) zo er ten laatste werd gekoosd. De afwas rest. Fornuis, bestek, de pannen. Vuilnis dient geloosd. Verdoemd en naar de ratsmodee: de liefde, kunst, de ware, troost, de zon, de branding & de zee… Mijn lief nam rozen voor mij mee.
***[D.B.]
-> alles naar de ratsmodee – zo hoort dat ook als dichter bakker de stand van zaken opmaakt. het is nog even genieten en dan stort de hele kolere bliksemse bende en vooral ook de liefde weer in elkaar. heerlijke reviaanse beelden van quasi deftig tot aan plat jordanees. had hazes nog geleefd hij had hier spontaan over de afwas gezongen – voor de zoveelste keer de relatie met raggel naar de ratsmodee. ‘met raggel naar de radsmodee’ het titellied van de CD – ditmar blaast het levenslied een nieuw leven in. en ja breng die rozen maar naar sandra, eer ze de stad verlaat, breng die rozen maar naar sandra het is misschien nog niet te laat.
Geluk
ik zie de wereld in een kamerplant voel hoe ze druilerige dagen beu is bladeren snakken naar de zon
op zoek naar momenten van geluk tel ik ondertussen de wolken ze haasten zich voor regenvlagen
zeepbellen als luxe, het bad loopt vol en neemt me mee naar de stranden uit mijn dromen
jij en ik door het duingras ondeugend als adam en eva we ademen de lente in
Erika De Stercke
–> Erika in lente sferen zo mag de samenvatting wel geschreven. een beetje obligaat zijn de geschetste beelden wel. ook hier met deze tekst kan de zanger van het levenslied aan de gang. een dichter moet beter.deze dichter zeker.
Fluisterend
De grote woorden zijn gezegd alles ooit gedacht ligt verankerd in de groeven van mijn gelaat de plooien in mijn handen tonen dat het voorschot is geconsumeerd de afrekening is aangebroken, wat kost het nog
een beetje zonlicht caramelvla met slagroom een glimlach een zakdoek voor de tranen
Vera van der Horst
< –> een typische van der horst – in de nacht geschreven woorden die in de ochtend toch net een beetje TE persoonlijk bij de lezer overkomen. (we lezen over groeven, plooien, en dat de afrekening is aangebroken en over andere hel en verdoemenis in het leven) meestal krijst ze dan laat in de ochtend – haal het gedicht weg – had het niet geplaatst – in haar oplopende woede luistert ze dan niet meer naar mijn troostende woorden: er zitten ook mooie dingen aan hoor fluister ik door haar hels lawaai – die heerlijke caramellucht bijvoorbeeld dat zijn geen spruitjes – maar wat ik ook fluister – ‘woede overstemt alles’ stond er al op het bordje in de keuken van mijn oma waar ze de hopjesvla voor mij bereidde – een luisterend oor zal ik niet vinden vandaag. morgen is ze weer – lieve vera – een en al liefde. zeker als ik mijn vingers leg in de groeven van haar gelaat.