zingen met miriam in de morvan Miriam Stern is kunstenaar en koorcoach. Opvallend aan haar werkwijze is dat ze in korte tijd een bijzondere muzikale belevenis met een groep tot stand kan brengen. Miriam woont in de Morvan waar ze een twee jarige zangopleiding volgde bij Borys Cholewka. Verder heeft ze verschillende cursussen zang gevolgd. Onder andere CVT voor individuele zangers en voor koor. Ze was mede oprichter van de Jiddische zanggroep TOCH in Amsterdam. Voor info: zusmozes@gmail.com
landgoed l’huis Preau Het landgoed Préau ligt midden in de prachtige natuur van de Morvan. Je wordt dagelijks culinair verwend en slaapt in een riddertent of een persoonlijk ingerichte kamer. Er is ook tijd om te zwemmen in het meer of dromerig voor je uit te kijken naar de paarden van Préau. Een boek te lezen onder een oude eik, of een wandeling te maken. Programma Er is een ochtend- en middagprogramma, waarbij voldoende vrije tijd wordt ingepland. De woensdagmiddag is vrij. De dagindeling ziet er ongeveer als volgt uit: 08.30 – 09.30 uur: ontbijt 10.00 – 12.30 uur: cursus 13.00 – 14.00 uur: lunch 14.00 – 15.00 uur: vrij of oefenen in kleine groepjes. 15.00 – 16.30 uur: cursus 16.30 – 19.00 uur: vrij of oefenen in kleine groepjes 19.00 – 21.30 uur: diner
Wanneer: 3 t/m 10 augustus 2019 Waar: landgoed Preau Prijs: 275 euro dit is zonder de accomodatie
nog even langs de amstel gereden met de e-bike om het groen te controleren – en ja er was groen en gras en alles door elkaar heen aan de oevers van die altijd weer zo kwikzilverige amstel met zijn roeiers. en op de pom vandaag prachtige gedichten – jako deed de PC Hooftstraat aan waar zij grasgroen – niet voor hem maar voor haar vriendinnen. het grasgroen van jako goud vandaag. alle inzenders dank jullie wel – een dag als deze verdient mooie gedichten – en er waren mooie gedichten. impressionistische zelfs van erika de stercke zilver als het water van de amstel en brons voor rik van boeckel – van harte!
Jako Fennek zij noemt het graag pelouse
Frans Terken over groentje
Petra Maria over de geur van de jasmijn
Erika De Stercke op het groene, de koeien
Cartouche waren we koeien
Marc Tiefenthal De spar mag donker kijken
Rik van Boeckel een zwaan door groen
we houden het eenvoudig deze week – wie wint de enige echte virtuele zo groen als het gras groen is trofee op pomgedichten?
en er was gras zo schaamteloos groen dat er grond was om aan te nemen dat zelfs god zich schaamde
pomwolff
de dichters kennen de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Hoi Pom, Vandaag een keertje echt op tijd en niet op de valreep. Een wonder! Ik doe overigens verdomd graag mee, maar het lukt me niet altijd. Het ouder worden heeft zijn prijs. Wens je vandaag een fijne dag, zonnig als het zo wil. Heb het goed, groet van Jako.
in gedachten
voor hem is gras gazon zij noemt het graag pelouse een woord nog in haar hoofd van dagen in parijs
hij houdt van kort gemaaid plaatst holes in de grond voor een dagje golfen in de tuin met vrinden
als de heren zoet zijn gaat zij shoppen in de pc hooft met als doel een grasgroen jurkje voor vanavond met de dames
jako fennek
wij van hier koesteren Jako en met hem Het Wonder – dat ook deze week weer verhaalt van het mondaine leven en van haar. we zien haar lopen in de PC Hooftstraat – in haar door jako beschreven jurkje – het is de eenvoud aan al haar goddelijke schoonheid meegegeven die hier hoogtij viert – hoe de peperdure amsterdam-zuid en zuidas-chique in jako’s poëzie met beide benen op de grond terug gebracht – paradeert in een grasgroen jurkje. prachtig gewoon – die onbeschreven hoge hakken ook.
Groentje
Laat mij de herder zijn die je neerlegt in deze grazige weide voer ik naïef als een groentje aan
bemerk ik in je ogen een blik die eerder troebel dan helder is om niet glazig te zeggen
jij vraagt wat de bedoeling is maakt een gebaar van liever niet dan met mij het perk te betreden
het gras al weggemaaid voor ik een woord van verleiding aan je voeten kan leggen
een boodschap van ziel tot ziel in stil water gevallen en ondergegaan blijft mij niets dan de afdruk in het gras
FT 25.05.2019
het is meer een blauwtje lopen – een groentje die een blauwtje loopt dat is het. de woorden ziel en herder in dit verleidingsspel laten de goede verstaander aan cornelis vreeswijk denken – de dat dat gras verboden was – scene uit zijn bekende lied van de nozem en de non. maar als ik me het goed herinner gooide daar meneer agent roet in het groene gras en niet de dame.
ZOMER
kruin aan kruin liggend kijken we de wolken voorbij als verschoten klaprozen
onthoud de geur van de jasmijn en vraag mij nog eens wat voor bloem is dit
want als de winter komt zullen wij nooit meer het gras maaien
Petra Maria
ik lag al naast je in de eerste twee strofen petra weg te dromen – kruin aan kruin – uitgenodigd om vragen te stellen – en ik stelde de vragen – ik bleef vragen stellen en jij maar antwoorden – krijg ik plotsklaps de derde strofe als een deksel op mijn neus – de winter over me heen – dat gaat me echt veel en veel te snel in één gedicht. zo mogen dromen niet ineens bevroren worden. zo ga je niet met mensen om – niet met de liefde – niet met mij. koud hier brrrr.
Veldstress
Het hoofd boven het maïsveld alsof hij de natuurkrachten met zijn blik wil bedwingen
de koeien laten begaan, een stel kauwen over de velden naar een dak van avondrust
zijn handen volgen de wolken dreigend in het oogstseizoen hij blaast strontvliegen weg
Paardenbloemen overwinnen op het groene, de koeien, loom door zware uiers laten begaan
Erika De Stercke
ja dit gedicht bevalt me – een impressionistisch schilderijtje – die strontvliegen ook weg ermee – precies op het goede moment van de lezer afgeslagen. een rare engelse titel erboven – rare strontvliegen ook – zware uiers allemaal merkwaardige ingrediënten die bij elkaar gebracht een prachtig werkje worden. erika ga zo door. je kunt zo de galerie in. dit is poëzie.
Van heester tot spar Wie loopt daar, wie drentelt hier, blootsvoets over het gazon, uitgelaten, haren in de wind, kordaat en tegelijk gezwind?
De voetzolen slaan groen uit, niemand slaat terug.
De heester ziet er niet naar om, eeuwig groen is wat ik brom.
De spar mag donker kijken en toch zo groen.
Nee, ik ben het niet. Misschien was ik het ooit of jij, wie weet.
— marc tiefenthal
tiefenthal laat het in het midden. stelt zijn vragen – ik krijg even de behoefte om de eerste vraag in de eerste strofe te beantwoorden met – het is vreemde zeker die verdwaald is zeker – ja hoor grijze haren in de wind – het is sinterklaas kan niet missen. onee het is de spar een omgekeerde evolutie heeft plaatsgevonden hier in het gedicht – de mens tot spar de dichter tot spar zijn geliefde tot spar. een heel bos bij elkaar.
Als gekende exoot doe ik het vandaag in tweeën, geen hai- maar nepkoe
Jij en ik zijn één soort woekerende exoot I Gras is eeuwig groen de bal gaat rond, altijd voort als gespannen draad
staan ronde palen op de weg naar ooit een keer een echte omhaal
uit je slof schieten woest en in het wilde weg het doel zoekende
godenzoon te zijn is alles wat we dachten hoe snijdend de pijn
als de maaier komt ons het mes in de hals zet opslokt in zijn kooi
wij de geest geven in een laatste siddering het wit voor ogen
en hoe licht en groen leven had kunnen lopen in een weidegang
II waren we koeien met een goede melkopbrengst van begin tot eind
op een groot stuk land de vaste wisselspeler voor- of achterin
maar wij zijn alleen zus en broer, hoeders van het onnoemelijke
bouwers van woorden stallen om in te wonen groot in hun kleinheid
gebogen ruggen die overspannen willen de smalle marges
van mens, plant en dier tussen kunst- en levend gras als veldgewas gedijen
zo hard en zo zacht groen als gras maar groeien kan hoe zou dat komen?
25-05-2019 Cartouche
tuurlijk zijn we de noemers van het onnoemlijke – wij dichters cartouche – daar hoef je niet meer dan dertig jeaninehoedemakertjes voor uit je poëtische kast te trekken – had ik je zowel kunnen vertellen – wat de dichter met dit levenswerk wil blijft toch een beetje raadselachtig – de mooie taal woekert voort – als gras waar toch ook weer steeds de maaimachine overheen moet – hier wordt het menselijk tekort beschreven – het dichterschap dat dat tekort niet kan opheffen – de goede resultaten van ajax zijn cartouche een beetje naar het hoofd gestegen zo kan het ook gezegd.
en cartouche weet natuurlijk best dat we hier op de pom geen vragen stellen aan het einde van zoveel strofen – en zeker niet de vraag hoe het allemaal gekomen is – dan ben ik de hele zondag bezig met antwoorden – dat kan niet de bedoeling zijn. ik houd het kort. hoe het komt? omdat u dichter bent – dat is het antwoord.
Synthese in het park
In het park wandelt een zwaan door groen als was het een stoplicht
dansen futen tegen achtergrond van wit lelijke eendjes vertellen sprookjes
ze zullen nooit mooier zijn dan de pauw de trots daalt neer op het gras
hun snavels kwetteren klanken vleugels van hoogmoed
zwevend langs dampend groen tillen de dageraad op
brengen haar naar de randen van vertederende synthese.
Rik van Boeckel 26 mei 2019
ik dacht even dat de woorden richting foto-synthese gingen – de biologieles van weleer in poëzie gevangen – maar nee – het is een prachtig min of meer impressionistische voortzetting van het gedicht van erika de stercke hierboven. rik zou rik niet zijn als hij niet wat natuurgeluiden zou toevoegen – ik ga het rijksmuseum maar eens even bellen – een zaaltje van boeckel de stercke inrichten graag – mijnheer.
Ik dacht als er gebeld wordt dan ga ik toen er niet gebeld werd dacht ik als ze komen, aan de deur dan doe ik het maar er kwam niemand en waarom ook zou iemand aan me denken
ik ging op pad en zag in de vroege ochtend nog de schemering tussen de struiken torende al lopend uit boven de dichte mist laag aan de grond
zo is het gebleven want er was niets en niemand die me bond
Het was inderdaad Arie, Frau Heij, die stilletjes uit café Eijlders wegglipte. Voor slingerplanten kun je ‘m echter altijd wakker maken.
De Achterhoekse dichter Hans Mellendijk had mij gevraagd de feestelijke presentatie van een zwoelbontkromsprakig erotische bundel bij te wonen in het café waar de poëzietraditie nog steeds onstuitbaar door Vijftigersnazaten hoog wordt gehouden. Maar erg na zaten wij, herstel: zat ik, er inderdaad niet door.
Hans was een must. Ik was er al lang niet meer geweest. Ach, waarom eigenlijk niet? Eijlders was immers weer een warm bad. De streepbuikige man met strooien hoed die aan het eind van de bar een dichteres met zijn ogen uitkleedde, het mocht die speciale middag. Dienstdoenden als vanouds een eerlijk moeilijk ‘goedemiddag’ door de weg kijkende hartelijkheid murmelend. Het best op temperatuur was natuurlijk het Varsseveldse gezelschap waarvoor ik kwam, aan tafeltje… drie? Al decennialang had ik in het oosten dichterlijke, muzikale en theatrale evenementen mogen bijwonen, eraan mee mogen doen. Vrienden voor het leven die je zo af en toe ziet: Mellendijk, in de bundel geplaatst, de artsitecten Liesbeth en Theo, de theaterspelers Wout en Hermi… Verdomd, de krem de la krem van de Drom in de Korte Leidse dwarf! Ik kreeg beelden door van de Achterhoekse donderdagavonden, jaren tachtig, café De Doelen, of ‘Doorlam’ zoals wij toen zeiden. Baas Betty. Het begin van alles. Van de poëzie, van…. ja, van mijn eigen nazaten eigenlijk. Toen brak er wat.
Toch jammer dat Heintje Davids op zeker moment de bar ging bemensen. Ze bleek er nog steeds kinderachtig boos over dat ik, ruim drie jaar geleden alweer, het Bowielied zong dat zij zelf had willen zingen. En ik deed het nog wel in dezelfde spontane terts. Je kunt niet alles hebben.
O ja, Frau Heij, nog even over je ambtenareske ‘boaliekluivert’. Die bestond al in het Middelnederlands. Laat ik mijn stukje afsluiten met een gedicht dien aangaand –want genoeg geklets, niewaarniewaar? – van de dichter Arent Hendriksz B. Lix uit de bundel ‘Steechleven – Van seeckren eeu het viftiende jaer, ooc op gitarene leverbaer’.
DE ROTTIGE STEECH DES LEVENS
De statsmensch gaet somwilen groit ellendich doert bestaen.
Aenschouwt dan desen slobber, lijtsam schuyvend doer den nacht.
Hi can den slaep niet vatten, elc gheroesemoesch comt aen.
‘Heer Clepper, als ghi éénmael slechts met uwer ratel wacht!’
Het wil noch steets niet lenten…
Ach, volcslie sonder centen!
Lancs reten vol vuylaerdicheit, de graften vol met crenghen:
Hi gaet niet naer den lombaert, is ooc niets geen baelgiecluyver.
Wat valt er tegenwordich noch naer Ome Jan te brenghen?
‘Dan liever ter taveern met mijnen allerlaetsten stuyver!’
Het Sijn vol excrementen…
Ach, volcslie sonder centen!
De werclijcheit ghelost hangt hi sijn cloffie aen den capstoc,
Besien doer d’oude Wester, in den goet vertrauwden tent.
Het sal niet lang meer dueren of sijn hooft ligt op den hacbloc.
Dan comt na aller pine ooc aen dees ghebet een ent.
Om schult, vermeert met renten,
Ghehaelt door twie agenten,
Gheplaetst bi delinquenten…
Ach, volcslie sonder centen!
Hoi Pom, de therapeutische activiteiten van mijn hondje Sara brachten me op het tekstje in de bijlage, voor pomgedichten, groet, Merik
Volgens Sara
Baasje heeft een vol hoofd. Schimmen waren van oor tot oor, ontmoetingen, grapjes gezichten. Baasje heeft een vol hoofd en ik ga dat hoofd leeglikken, wassen die mond en die neus, dat hij mij ziet, hondje Sara; zijn er nog brokjes ? Baasje heeft een vol hoofd, maar ik was de schimmen weg, Sara.
Het was zondag bij Eijlders een waarlijk feestje voor iedere taalliefhebber. De bundel Minnezinne in moerstaal werd gepresenteerd ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van het Minnezinnehuwelijk tussen Ria Westerhuis en Delia Bremer. Erotische poëzie in de streektaal. Heb je in Utreg geen stadsdialect? vroeg Ria me maanden geleden al. Jawel, gaf ik, maar ik spreek het niet. Da’s iets voor de lage sociale klassen, ik ben grootgebracht met ABN. Toe nou, schrijf es iets in het Utregs, drong ze aan en ik was niet zo goed of ik moest aan de slag en met een taalgidsje uit de bieb in de weer. Wat een archaïsche begrippen je dan tegenkomt! Zo vind ik boaliekluivert voor ambtenaar nog altijd een hele leuke. Zo knutselde ik uiteindelijk wat in elkaar, wat ik op deze plek niet ga afdrukken, want ten eerste moet je het horen en ten tweede moet u de bundel vooral kopen, lieve lezer. Ik schreef net al dat ik ben grootgebracht met het ABN.
Op de Utrechtse Heuvelrug werd geen dialect gesproken, hooguit de boerse variant van het Utregs. Mijn ouders en de onderwijzers spraken allen ABN. Mijn moeder heeft als kind overal en nergens gewoond, ook in delen van het land waar ze met dialecten in aanraking kwam, maar in het domineesgezin was het verboden om de streektaal te spreken. Toen dacht men nog dat zulks het ABN zou schaden en een taalachterstand opleveren. Dat bleek een fabeltje, hoewel ik ook eens heb gehoord dat tweetaligen uiteindelijk beide talen minder goed beheersen dan monotaligen die in één taal zijn opgevoed. Aan mijn tafeltje bij Eijlders vertelde een drentse mevrouw dat ze in het Drents, haar moerstaal, een veel breder palet heeft dan in het ABN. Voor mij als monotalige is zoiets haast niet te bevatten.
Inmiddels was Jakko Fennek ook aangeschoven en ik haalde hem over om een gedicht van hem in het Zwitserduits te vertalen, ook een mooie taal en beter te begrijpen dan het Beiers. Ik spreek beter Zwitsers dan Duits, zei hij, voordat ik me bij Lausanne vestigde, zat ik in het duitstalige gedeelte. In Freiburg wordt er een nordalemannische variant van het Zwitsers gesproken, maar toen ik daarheen vertrok, was ik zo gewend aan het beschaafde Hoogduits van de universiteit dat ik het Badische nooit heb opgepikt. Nu deed ik dan maar Tineke Schouten bij Eijlders. Ik weet niet hoe het met u zit, lieve lezer, maar geen dialect zo lelijk en onerotisch als het Utregs. Het is de straattaal van de wijk C tokkies. Het Eijlderspubliek vond het kostelijk, net cabaret, maar dat is Tineke Schouten tenslotte ook. Nee, geef mij dan maar het Drents – of het Geleens. Dat is ook niet te verstaan, maar allemensen, wat klonk dat zwoel!
En daar had je Cartouche die ook een aardig woordje Limburgs meelulde, maar zijn spraak was dan wel weer redelijk te volgen. Hoe kan het verkeren, in Limburg heeft trouwens ieder dorp zijn eigen dialect. De mevrouw uit Geleen vertelde dat haar dialect weer lijkt op het Kölsch, het keulse plat, waar ik als germanist ook vrij weinig van kan brouwen. Drents, Twents, Achterhoeks, Zeeuws – dat is allemaal nog heel begrijpelijk, maar van het Fries versta ik geen jota. Het Ljouwerds – het stadse Fries – is voor ons Randstedelingen dan wel weer redelijk te volgen.
En natuurlijk mocht de Dichter des vaderlands niet ontbreken, die werkt zelf aan een bloemlezing in de streektaal, zo onthulde hij terwijl Delia verliefderig naar hem opkeek. En vanzelfsprekend is de afterparty aan de bar bij Eijlders, wanneer de rijkelijk vloeiende rosé Ria en Delia tot hitsige hoogtes opzweept, het allergezelligst. Met die ene stamgast die niet wist wat hem overkwam toen de dames hun liaantjes om hem heen sloegen. Ik had ooit een bevervrouw, stamelde hij, maar dat was een kouwe, hoor. Ze zei keihard tegen mij: Ritalin of eruit! Nou, toen heb ik haar maar lekker laten wegzwemmen. Zag ik daar trouwens Arie stilletjes wegglippen? Ach, misschien houdt hij gewoon niet van slingerplanten.
Ritalin of ruit (pantoum)
Ze zei, het is ritalin of eruit ik zit geketend aan mijn dichtbevolkte hoofd ik zie een vierkant soms aan voor een ruit bij mij thuis is het nonstop kermis.
Ik zit geketend aan mijn dichtbevolkte hoofd armen en benen doen vrolijk mee bij mij thuis is het nonstop kermis de toeters en bellen zijn niet te harden.
Armen en benen doen vrolijk mee ik voel me een trekpop op tilt de toeters en bellen zijn niet te harden het is alsof er altijd wel iets breekt.
Ik voel me een trekpop op tilt ik word uiteengetrokken en slecht teruggezet het is alsof er altijd wel iets breekt ik kan niets heel houden.
Ik word uiteengetrokken en slecht teruggezet ik zie een vierkant soms aan voor een ruit ik kan niets heel houden ze zei, het is ritalin of eruit.
karin beumkes – dichteres van het gewonde leven – in haar mens en melodie op de maandag. het is weer maandag geworden – we hebben het songfestival overleefd met zijn 5 miljoenen – 12 miljoen keken niet en kunnen nergens over meepraten vandaag. duncan heeft gewonnen dames en heren duncan. en wat een verrassing. niemand had dit megasucces voor mogelijk gehouden – niemand durfde dit succes te voorspellen. natuurlijk waren er enige aanwijzingen. het land van de winnaar moet volgend jaar het megalomane lichtfestival organiseren. en elk land behalve nederland is uitgekeken op het songfestival: ook al omdat al die lampjes nogal ordi en minder duurzaam over het voetlicht worden gebracht. verder zijn al die allesbehalve spontane gekken – ik bedoel de deelnemers – in geen land welkom. én wij hebben natuurlijk jantje smit en meneer maas die over elkaar heen buitelen en elk jaar maar weer in het openbaar klaarkomen – wel ieder voor zich – op Hun EIGEN Europees Songfestival. je blijft poetsen. en dit jaar had je dan ook nog de bookmakers. duncan had meteen al 30 procent van welke stemmen dan ook te pakken, 40 procent, 49 procent het hield niet op. maar ‘dan moet je het wel natuurlijk nog even tot waar maken’ hoorden we het schallen uit alle mikes. en DAMES EN HEREN 12 miljoen ONZE DUNCAN HEEFT HET WAAR GEMAAKT. de bookmakers kregen gelijk, maas en smit kwamen heel spontaan klaar, we bleven inderdaad poetsen. EN! YESS we mogen volgend jaar het europees songfestival organiseren. WIJ hebben het binnen gesleept – de poorten van de hel staan open. nederland is volgend jaar een verlicht land.
en nu beumkes met der beesten.
Uit de kronieken van een katje.
Ik die de tijd aanbied aan de dierenarts hij is zo lief maar ik ben dronken jij die in mijn kop kruipt, ik ben een vod jouw waardigheid moet mij behoeden ik heb ons noodlot voor je uitgefilterd ik bezit gewoon geen knop om je tot rust te kunnen manen op mijn radio
dit moment heb ik gerepeteerd en nu dat dààr is ga ik verkeerd en onderdanig met je om
je lijf is krom en ik ben je cipier geef mij de sleutels van een kast vol drank mijn kattenkind mijn liefdesdier.