Ik heb deze week niets meegemaakt. Wel een heleboel mensen ontmoet die heel veel hadden meegemaakt. Maar dat is hun verhaal en kan ik hier niet vertellen. Dan schend ik hun privacy. Er was wel een bliksem en donder storm. Die veel mensen wakker hield En een massale boomomval heeft veroorzaakt. Die raadselachtig is. Er is een boom op een woonboot gevallen. En een tweede boom viel net naast de ernaast gelegen woonboot. In de ene woonde niemand, in de andere een oude man. Er zijn honderdvijftig bomen omgevallen in de stad.
Gek genoeg vaak een aantal naast elkaar. Alsof ze er sámen genoeg van hadden om daar nog langer te staan. Misschien vonden ze hun plek niet meer leuk, of waren ze moe. Het luchtfilteren in een steeds viezere stad is een hels karwei. Misschien konden ze niet meer tegen het geluid van rolkoffertjes. Hoe zo’n praktische uitvinding tot zoveel geluidsoverlast in staat is. Misschien hadden ze genoeg van al die zware vrachtauto’s. Die bouwmateriaal brengen en uren staan te trillen op hun plek. Wellicht knapt er dan wat, in hun binnenste, zo wortel voor wortel. En dan kunnen ze zich niet meer staande houden bij windkracht tien. Plots staan ze te dansen en zijn helemaal los, wuivend in het weerlicht. De rollende zware donders als helse dansmuziek doet de rest. Misschien was wel het een complot van de bomenmaffia.
Die kleine explosieven aanbracht bij hun wortels, het onweer als dekmantel. Ze zeggen dat bomen kunnen communiceren. Helaas verstaan wij nog geen bomen taal. Ik zag in California, de grootste bomen van de wereld. De sequoia. Die staan er al duizenden jaren, een grote gemeenschap van reuzen. Een boom in de stad leeft nooit zo lang. Maar beleeft wel veel meer. En dat is meer dan ze kunnen hebben. Met hun fijn besnaarde zielen en hun doorgefokte genen. Hun tijd komt eerder, hun diensten zijn zwaarder, hun plek beperkt.
En als er één gaat, gaan er meer. Alleen sterven is zo eenzaam. Dus fluistert hun communicatie netwerk in de bliksem en donder. Dan vangen ze de wind, en wiegen tot ze kraken, om boem, krak Boem krak beng. Dan wachten tot het zagen. Blijft leegte, een gat, een plek waar iets moois was, wat er niet meer is. Ook hier komt de waardering te laat, voor wat ze zijn en wat ze doen.
hoe de heren meersman en von solo dachten in 2013 – een neo-dadaïstisch venster op de problematiek van alledag
POMgedichten presenteert de
donderdag column:
VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van
de vaderlandse powezie.
Een heerlijk gevoel. Vrijdagochtend rond tien uur de trein pakken op Rotterdam
Centraal naar Brussel. Heerlijker nog als dat ding ook nog eens op tijd rijdt.
En zo stond ik rond kwart voor twaalf op mijn bestemming. Na eerst de verkeerde
uitgang gepakt te hebben was is na een korte omzwerving dan toch in de hal van
Brussel Centraal beland. Aldaar stond mijn contact al te wachten. De befaamde
organisator van onder andere Poetry Slam België en neo-dadaïst avant la lettre
Philip Meersman. De vraag wat het plan was? Lunch uiteraard! Want daar zijn ze
hier goed in. Philip stelde voor om te gaan lunchen bij La Fleur en Papier
Doré, of voor de wat minder francophonen onder ons Het Goudblommeke in Papier.
Een voormalig trefpunt voor artiesten en dadaïsten. Hier had Hugo Claus zijn
huwelijk met actrice Elly Overzier nog gevierd in bijzijn van sterren als Louis
Paul Boon en Simon Vinkenoog. We zouden dus ongetwijfeld in gezelschap zijn van
een stel interessante geesten. Maar aleer daar te geraken moesten we nog een
ritje met Philip’s Skoda Fabia met kinderzitjes door de bovenstad van Brussel
maken. En zo kwam het dat ik in 10 minuten meer van Brussel gezien heb dan in
alle voorgaande bezoeken daarvoor. En dat met tekst en toelichting. Mijn oren
stonden al zowat te klapperen. Aangekomen in de nabijheid van het Goudblommeke
parkeerden we de wagen. En na een korte wandeling kwamen we een etablissement
binnen dat zich best als een sanctus santorum zou laten omschrijven. Met een
menukaart. En zelfs de bediening sprak accentloos Vlaams. Na de menukaart kort
ingezien te hebben bestelde Philip balletjes in tomatensaus en ik de kleine
spaghetti. Wat we er bij wilden drinken? Zegt u het maar. Kriek Girardin dan,
omdat het kan. De toon was gezet. Kortom, tijd voor het grote Philip Meersman
interview op POMgedichten!
Dichter onder de oppervlakte, deel 4 : Philip Meersman
Von: Philip, eerst een praktisch vraagje, kun je mijn exemplaar van jouw bundel
‘Manifest voor de Poëzie’ nog signeren? Ik vind het een fijne bundel. Heb je er
overigens bezwaar tegen dat ik de vrijheid neem bepaalde gedichten eruit ook op
te nemen in mijn eigen voordrachten?
Philip: Nee, geen enkel bezwaar. Zelf neem ik ook vaak gedichten van anderen op
in performances. Je kunt als dichter geen egotripper zijn. Het is heerlijk om
ook te ervaren waar anderen mee bezig zijn.
Intussen signeert Philip, die naast zijn dichterschap tevens bezig is met zijn
proefschift Kunstwetenschappen en Archeologie, de bundel met een keur aan
schijnbaar onsamenhangende tekeningen en vormen. Hij doet dit echter met zo’n
concentratie dat ik vermoed dat er een idee achter zit.
Von: Je staat bij mij bekend als een avant-gardistische dichter. Hoe zou je
zelf je powezie omschrijven?
Philip: Het is niet alleen de traditionele powezie. Het zijn ook visuele en
klankelementen. Bijna klankpartituren. Misschien een groot woord, maar ik ben
toch van mening dat het een zeker iconisch karakter heeft. Een representatie
van veel wat er achter zit. Een gedicht is een langspeelfilm
Het zijn geen kortfilms. Je moet onder de oppervlakte duiken. Als je een icoon
ziet, dan zit daar een hele wereld achter. Wat dat betreft poog ik mij gerust
Duchampionaans te noemen.
Von: Als in Marcel Duchamp?
Philip: Inderdaad. Je moet het zo zien. Wat daar ligt (Philip wijst naar zijn
bundel) is niet meer van mij.
De lezer doet de interpretatie. Het is The Creative Act (http://eunchurn.com/mvio/Duchamp_Creative_Act.pdf).
Een kunstwerk heeft een maker nodig en een publiek. Pas in de geest van het
publiek ontstaat de kunst. Het is een partituur waar bij wijze van spreken
twintig verschillende mensen twintig verschillende interpretaties aan gaan geven.
Von: In je bundel bespeur ik regelmatig een maatschappelijke betrokkenheid. Wat
is daar de achtergrond van?
Philip: Het is een continue strijd voor geweldloosheid. In België liggen de
verschrikkingen van de Groote Oorlog, of wat jullie de Eerste Wereldoorlog
zouden noemen, sterk verankerd in de cultuur. Nog dagelijks worden blindgangers
en botten opgeploegd in Flanders Fields. Ook heeft dat het landschap blijvend
veranderd. Het was massaproductie ten top gedreven. Mensen massaal op de
lopende band om kapot geschoten te worden.
Von: Hoe reflecteer je dat aan het nu?
Philip: Wat wil je dat ik daar op zeg? Kijk om je heen. Oost Kongo, de Centraal
Afrikaanse Republiek, Somalië, Darfur, het Midden Oosten. Het houdt niet op.
Het gaat om wat er niet in het nieuws komt. Hele volkeren worden afgeslacht.
Ontwikkelingssamenwerking die eigenlijk geen samenwerking is, maar eigen
bedrijven sturen voor winst. Chinezen zijn daar dan nog redelijk straight in.
Die vliegen eigen mensen in en laten tenminste nog een infrastructuur achter
als de zaken gedaan zijn. Wij verpakken dat hier als ontwikkelingshulp. Ik kan
er niets aan veranderen, maar ik kan wel een stem zijn.
Philip: Ik durf zelfs nog verder gaan. Gedeeltelijk heb ik wel respect voor de
internationale Syrische strijders. Je kan daar een parallel met Spaanse
Burgeroorlog trekken. De geschiedenis maakt achteraf toch uit wie gelijk had.
Het is het volgen van een ideaal. In uitzichtloze posities gaan mensen ook rare
dingen doen. Als een zoon ten strijde trekt om daarmee te verzekeren dat zijn
familie tien jaar verschoond zal zijn van de ergste armoede, dan lijkt dat
eerder altruïsme dan politieke overtuiging.
In 2007 was ik in Israël op een Poëziefestival. De rit erheen duurde 4 uur.
Deelnemer uit de Gazastrook deden over dezelfde rit 9 uur.
Von: Dus ga je nu ook strijden in Syrië?
Philip: Nee, het is niet dat ik wil gaan strijden in Syrië, maar het blijft
controversieel allemaal. Het lijkt wel of de grootmachten er gewoon een
testveld van maken. Wij hebben nieuwe raketten, jullie een nieuw raketschild.
Let’s play. Eén Amerikaan staat gelijk aan twintig Afrikanen in menselijke
waarde.
Ik breng dat in het gedicht ‘Stroming’ uit de bundel ook naar voren. Uw mond
niet opendoen is ook schuld in mijn optiek.
Von: Maar wat is nou waar? Ik vertrouw de media niet.
Philip: Je moet meerdere media raadplegen om een idee te vormen. Stel jezelf de
vraag of de waarneming die je doet de werkelijkheid is. Bekijk meerdere zenders
eens over hetzelfde probleem. Raadpleeg CNN, raadpleeg Al Jazheera, neem een
lokale zender. Pak ook France 24 erbij en je hebt een evenwichtiger beeld. Je
bent je als burger verplicht te informeren in de liberaal verlichte
maatschappij. Ik zie mezelf soms als op het bekende schilderij van Delacroix.
Links van de dame met de ontblootte borst staat een linkse liberaal met hoge
hoed en donderbus. Dat ben ik. Een soort anarchistische liberaal. Het gaat om
de absoluutheid van de vrijheidsrechten van het individu. Elke macht
corrumpeert. Bush Jr zou vervolgd moeten veroordeeld worden voor
oorlogsmisdaden met zijn Weapons of Mass Distraction. The Roman Empire is back
again. Of het nou Chinezen of Amerikanen of Russen zijn.
Von: En hoe ziet de wereld er dan over 20 jaar uit?
Philip: Realiteit of Utopia? Tsjah, hoop het beste, vrees het ergste.
Von: En wat zou je dan als ergste omschrijven?
Philip: Het ergste. Armageddon. Geen grondstoffen meer. Weer een wereldoorlog.
Alsof die nog niet aan de gang is.
Von: Ik heb nog niet het gevoel dat er één aan de hand is.
Philip: Awel, ik denk dat we klaargestoomd worden om terug te vallen in een
Neanderthalerstadium
Von: Komt alle scifi dan nu uit?
Philip: De aarde is op. We leven te geconcentreerd. Er zijn gebieden waar,
excusé le mot, veel Lebensraum is, maar wacht maar tot Fukushima leegloopt, dan
eten we allemaal vissen met twee koppen. Neem nou Paaseiland. Ooit stond daar
de laatste boom. En als die gekapt zou worden zouden er nooit meer bomen
teruggroeien. En toch heeft men die boom gekapt. Trek dan even de parallel met
de voorgestelde winning van schaliegas en de exploratie en voorgenomen
exploitatie van de poolgebieden. Bereidt u voor op een nieuwe ijstijd!
Von: Ik zit helemaal op je lijn. Ik ga me voorbereiden.
De serveuse haalt intussen de lege borden weg en vraagt of het heeft gesmaakt.
Philip charmeert de serveuse door te zeggen dat het te gênant zou zijn het bord
verder uit te likken. Even kijken we elkaar aan, en ik besluit mijn mond voor
één keer te houden. We denken allebei hetzelfde. Tijd om voort te gaan.
Von: Maar we zijn inderdaad redelijk diep op de wereldproblematiek ingegaan.
Wat was er ook weer nog meer in de wereld. Oh ja, powezie! Wat is in jouw
optiek nou het wezenlijke verschil tussen de Nederlandse en de Belgische
powezie?
Philip: Geschiedenis. De manier waarop taal wordt gebruik. Rooms Katholiek of
Protestant gebruik. De donderpreek van de dominee tegen het centralistisch
paapsisme van de priester. Of je gelooft in het feit dat verbetering mogelijk
is, of alles al vaststaat. Maar de ontwikkelingen staan niet stil. Er is
natuurlijk de meer academische klankpowezie versus de slamcultuur. Powezie die
grammaticaal symbiologisch is. Taal die taal onderzoekt. In contrast met de
sterke opkomst van de sociale, socialistische en urban powezie die veel meer
uitgaat van maatschappelijke gegevens. Ook in (Noord) Frankrijk neemt deze
cultuur een grote vlucht. Zelf zou ik me ertussenin plaatsen. Powezie gaat ook
over communicatie of het gebrek aan communicatie of het niet willen of kunnen
begrijpen.
Von: Maar is er echt wel zo’n groot verschil?
Philip: Ja. Het is een contextualisering die totaal anders is. Nederland is
opgegroeid met programma’s als RUR. Daartegenover staat een soort
wereldvreemdheid in Vlaanderen. Men heeft geen idee wat er in de wereld
gebeurt. Het is nog nooit zo lokaal geweest. De grootste stap ooit voor mij
persoonlijk was van Sint Niklaas naar Brussel verhuizen. Van Brussel naar de
wereld was de stap maar klein.
En powezie is wat mensen samen brengt. Laatst trad ik op tijdens een
internationaal neo-dadaïstisch spektakel in het Bismarck Centre in Parijs. Daar
waren mensen en artiesten van over de hele wereld. En in een avond van krap
drie en half uur trekt dan een wereld voorbij en zijn er geen grenzen meer.
Von: Hoe staat het eigenlijk met de avant-garde dichterij in Nederland?
Philip: Die is er. Denk daarbij aan dichters als ACG, Rozalie Hirs (http://www.rozalie.com), Jaap
Blonk (http://www.jaapblonk.com)
en Jan Bais (http://www.uitgeverijdebrouwerij.nl/mond-is-spruitje/).
Von: Die laatste drie zoeken we even op.
Philip: Maar het is ook lastig. Wat is avant-garde? Ik trek liefst de
vergelijking met het experiment van Schroedingers kat. In het kort komt het er
op neer dat je een kat in een kartonnen doos doet met een flesje gif. Als het
flesje valt is de kat dood. Dat kun je echter pas vaststellen als je het deksel
van de doos haalt. Daarmee wordt je als observator automatisch onderdeel van de
test. Zo wordt avant-garde ook meestal avant la lettre bepaald. Avant-garde is
een oud begrip waarvan je je mag afvragen of het sowieso nog houdbaar is. Jij
schrijft nu nog een column, maar je kunt je afvragen of automatische column
generators of drones niet gewoon de avant-garde van tegenwoordig zijn.
Het is net zo met dadaïsme. Er kan hoogstens sprake zijn van neo, want alle
dadaïsten zijn al dood. Von: Ja, daarom kan ik ook nooit meer dan een
Neo-Beatnik zijn.
Von: Zijn er dingen waar je je aan stoort in het huidige powezie klimaat?
Philip: Er is te veel publiekspowezie. Geschreven naar het publiek toe. Meer
gebaseerd op consensus dan op uiting van kunst. Zo van tussen-het-rukken-door-pleeg-ik-wel-even-een-gedichtje.
Von: Haha, en dat vertel je de ongekroonde Koning van de Schlagerpowezie? Nou
ja, we zitten hier niet voor mij vandaag.
Philip: Je kunt stellen dat er een duidelijke tweedeling is tussen schrijf- en
voordrachtspoweten.
Ik zal geen namen noemen, maar sommigen zet je beter niet op een podium. Toch
winnen die slams waar vakjurys bestaande uit schrijfpoweten de dienst uitmaken.
Terwijl slam juist veel meer is.
De tekst moet iets zeggen, maar je doet vooral een totaal performance. De
geschreven taal alleen is niet meer het belangrijkste. Kunst en powezie is
zoveel meer. Poëzie is een pentagram waarbij inhoud onlosmakelijk verbonden is
met de vier verschillende verschijningsvormen van poëzie, namelijk de
geschreven, de gesproken, de gehoorde en de gelezen vorm van poëzie. Of zoals
Roubaud in 2009 al zei: een gedicht vormt (a) quartet of forms and a score. Het
iconiserende karakter van het gedicht ligt in het door de ontvanger
gereconstrueerde icoon uit de partituur zelf en de daarachter liggende
poëtische viereenheid.
Von: Zo, Ik heb nog een lange weg te gaan in powezieland. Wat zeg ik? Ik ben zo
goed als net uit het ei gekropen!
Von: Heb je na alles wat al de revue gepasseerd is nog een pakkende uitsmijter
voor de lezers van POMgedichten?
Philip: Ik durf wel te stellen dat alles dat nu gemaakt wordt kan teruggebracht
worden op een werk van Duchamp. Wat daarin belangrijk is, is de spectator. Die
maakt de kunst. Een collega student van me zei dat het dringend tijd wordt dat
er een nieuwe Duchamp opstaat.
Von: Ga jij dat zijn?
Philip: Nee.
De lunchtijd is duidelijk voorbij. Het lokaal is bijna leeg. Intussen is de
stereo aangezet en ‘Life in the fast lane’ van The Eagles staat over de
speakers. We zijn ettelijke uren verder, en nog steeds brand het vuur van
conversatie. Maar mijn hoofd zit zo vol dat we wel naar buiten moeten om al die
gedachten wat ruimte te geven. We rekenen af en Philip rijdt me over de
Hausmanniaanse Anspachlaan naar Brussel Noord. Ik had nog uren kunnen luisteren
en was graag de discussie aangegaan over een keur aan onderwerpen, maar dat zal
moeten wachten tot een andere tijd en plek in Powezieland. Ik heb vorige week
op de Poetsclub in ieder geval nog een gedicht van Meersman uit Manifest voor
de Poëzie ten beste gegeven. Zo breng je de wereld toch weer wat dichterbij.
Het vervolg van dit neo-dadaïstische venster op de problematiek van alledag
elke donderdag op POMgedichten in VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE
LAND!!!
VON SOLO vanavond geheel vernieuwd hier op de pom
Gepost door Pom Wolff op 2013/10/9 23:00:00 (1097 keer gelezen)
Van die dag bleef alleen de kracht de stilte van het ochtendlicht, dat voorzichtig opkroop uit het gras de volte van een oogopslag
die zich toonde toen de trein traag langszij gleed naar verlengde groenestraat van heijendaal in richting kleef
Cartouche
laatste nieuws: De binnenstad van Kleef, een Duitse stad net over de grens bij Nijmegen, wordt woensdag aan het einde van de middag ontruimd vanwege de ontmanteling van een bom, meldt de gemeente.
Linda heeft het, maar een sexy onderwerp vindt ze het niet. Ik heb het ook, lieve lezer, al duurde het bij mij redelijk lang voordat het kwartje viel. Die vrouwen met rooie konen en driftig wapperende handen, wat een aanstelsters waren dat, zeg. Met hun geweeklaag, hun bitchy flapuithalen en zuurpruimsmoelen. Dat zou mij niet gebeuren. Bovendien was de menstruatie op mijn vierenveertigste gestopt zonder een centje pijn. Integendeel, ik voelde me beter dan ooit. Wat een heerlijkheid om fluitend door het leven te gaan zonder dat maandelijkse ongemak. Ik wist niet wat me overkwam. Als dit de gevreesde overgang was, mocht die van mij eeuwig duren. Pas in het jaar dat ik vijftig zou worden zette de menopauzedementie in. Het begon met vergeten waar je je sleutels hebt neergelegd, vervolgens met het kwijtraken van je chipkaart om pas maanden later tot de ontdekking te komen dat je die in een onbewaakt moment (“blackout”) uit je vingers in je laars hebt laten glijden (hé, wat voel ik toch de hele tijd, zit de zool soms los?) en het eindigt met een spoor van vergeten spullen – telefoons, boeken, portemonnees, laptops, zelfs koffers – in bussen en treinen. Namen onthouden lukt niet meer, gezichten soms evenmin.
Hoe vaak het me niet is overkomen dat na een optreden iemand op me afstapte met de mededeling: we hebben elkaar al eens daar ontmoet bij die gelegenheid… en ik me noch de persoon in kwestie noch de gelegenheid wist te herinneren. Mensen hebben me zelfs op Facebook ontvriend omdat ik ze niet herkende. Terwijl ik in mijn jonge jaren feilloos de namen van mijn klasgenoten wist, zelfs die van de meeste leerlingen in de parallelklassen, de top 40 uit het hoofd kende en precies de datum wist waarop ik wat had gedaan. Ik had een geheugen als een roestvrijstalen pot. Nu is het een lekkend vergiet. En dat niet alleen, het lijkt soms enkel nog uit zwarte gaten te bestaan. Afspraken waarvan ik niet meer weet dat ik ze gemaakt heb. De column vergeten naar de grote baas te mailen. Volslagen de weg kwijt zijn in een stad die ik op m’n duimpje ken.
Tekst memoreren lukt niet meer, kroatische woordjes leren evenmin. Laat staan dat ik de concentratie kan opbrengen om naar de wijdlopige, onbenullige ditjes en datjes van deze en gene te luisteren. Maar ook bij boeiende gesprekken raak ik al snel de draad kwijt. Wie mij raakt kan een mep verwachten. Meestal denk ik niet veel goeds. In mijn hoofd heerst een dichte mist als op open zee. Ik ben een zuurpruim die niets meer verdraagt en zich onophoudelijk zorgen maakt over de toestand in de wereld en mijn eigen toestand in het bijzonder. Ik ben een mislukte dichter die zelfs voor het ambt van dorpsdichter op de Utrechtse Heuvelrug wordt afgewezen.
Zelfs nu ik deze column tik, heb ik al een tiental keer de verkeerde toets aangeslagen. Maar meisje in de overgang? Welnee, ik menstrueer immers al jaren niet meer en volgens alle sites en vrouwenbladen gaat de overgang van start zodra de maandelijkse bloeding hapert of stopt. Ik moest wel aan vroegtijdige dementie lijden én aan beginnende ALS, aangezien mijn spieren steeds slapper leken te worden en sneller verzuurd raakten tijdens het sporten. Zelfs schrijven lukte niet goed meer omdat arm en schouder in een mum van tijd pijn gingen doen. Nu ja, inmiddels heeft de ALS niet doorgezet en komt de dementie bij vlagen. Door de afname van oestrogeentjes, schijnt het.
Oma’s, moeders en tantes hebben ons nooit voorgelicht, dus moet je maar afgaan op wat er in de bladen staat. Pas jaren later drong tot me door dat de overgang me alsnog had ingehaald als een sluipmoordenaar, zoals er ook vrouwen zijn die al voor hun veertigste en ondanks dat ze nog menstrueren in de overgang komen. Tja, slechte voorlichting kan de gruwelijkste muizenissen in je hoofd planten. Verder zult u mij niet meer horen klagen, lieve lezer, maar mij moet nog even van het hart dat die hele overgang zwaar klote is. Onze oma’s en moeders hadden groot gelijk om ervoor te vrezen. Niks jezelf opnieuw uitvinden of nieuwe wegen inslaan – ik haat het zoals ik alle vrouwendingen haat en diep in m’n hart liever man was geweest. Hopelijk in een volgend leven. Maar als ik u niet herken, lieve lezer, dan weet u waardoor het komt.
levenshelft
tristesse is een vlot dat wegdobbert van de kade we lozen emmers vuil water, maar droesem
plakt koekdik aan de spaanders van wat ooit leven op de rand heette, verpopping te zijn
met de mogelijkheid tot vlinderen, maar het felle glasinlood gaat niet lang mee, met
een schutkleur word je ouder, niet dat het je wat kan schelen, dit lichaam is een lijkwade
in voorbereiding, ook op zee is de steven niet veilig voor de pirouette draaiende meeuwen
in de geest een vooronder dat je niet durft te ontsluiten, het dek gehuld in een mistig stinkdierparfum
je hebt de touwen stevig in handen, maar het is een vruchteloos sjorren, het zeil nooit meer zo strak
als bij de afvaart, je vertrok met vergezichten zeekaarten en sextanten het luchtledige in
los van het slakkenhuis gooide je alles overboord o ijdelheid je dacht dat je zonder kon, zelfs de matroos
die rechterhand in wie je altijd hebt geloofd ligt laveloos onder het vat van liederlijk vergaan
Lammeren bewegen zich als visjes in een decor van goud en groen maar in augustus staan de karren klaar de moeder stoot haar kinderen af
het is een straf om het geluid te horen het afscheid van een zomer lang grazen op de Texelse weide de toerist betaalt en wenst nog meer
ooit liet ik zo een diertje los het hek was roestig en ik was vrij om te doen wat een boer nooit zou willen het hekwerk kraakte – het was volle maan
verzadiging brengt geen goede dingen voort voor wie het geluid van de lammeren niet wil horen koop in augustus een oortjestelefoon of laat je radiootje aan
juist in augustus moet je de lammeren laten gaan verman jezelf en maak het houtwerk open.
juryvoorzitter Hoedemakers heeft gesproken – ze wil snel der tuinhuisje in – weg van de warmte. wedstrijd gesloten – dank aan alle dichters die instuurden – here are the results of ons eigen bregje zonderland:
De gedichten waren fijn om te lezen, stuk voor stuk, dus het uitdelen van de edelmetalen was – op Cartouche na – weer moeilijk.
Goud Cartouche Zilver Frans Terken Brons Jako
Liefs en niet smelten vandaag, hooguit voor een fijne omarming van een geliefde of van iemand die er een kan worden.
Jeanine/Bregje
ach ja onze CARTOUCHE schreef zonder dat ie het wist 8 wereldregels. de eerste 8 regels die alle andere volstrekt overbodig maken – omdat ze alles zeggen omdat ze hemel en aarde in elkaar laten overvloeien – van de wereld zijn: de regels van de trein – de trein die voorbij gleed richting KLEEF – meer hoeft niet – dat zal alles zijn – beter gezegd dat is alles in de vroege prachtochtend door cartouche beschreven. ik weet niet uit welk lied hij de engelse tekst citeert – ik kan alleen aan leonard cohen denken bij de alles verwoestende 8 regels van Cartouche deze week:
Van die dag bleef alleen de kracht de stilte van het ochtendlicht, dat voorzichtig opkroop uit het gras de volte van een oogopslag
die zich toonde toen de trein traag langszij gleed naar verlengde groenestraat van heijendaal in richting kleef
mijn god welk een schoonheid!
jeanine: Cartouche
Prachtig, meer kan ik er niet over zeggen. Of jawel, dat kan ik best, ik kan haarfijn uitleggen waarom ik het prachtig vind maar misschien vertel ik het dan stuk en dat zou jammer zijn. Liever houd ik de vervoering vast en reis nog even verder.
Frans Terken – We verkennen de omgeving
Rik van Boeckel – in de tuin vliegen vlijtige vlinders
Marc Tiefenthal – Hoe oud ook het badhuis
Erika De Stercke – Een tikje op mijn schouder
Cartouche – kom, mijn lieve, laat ons nog even gaan zitten en zien
Petra Maria maar omdat ik daar altijd zat
Jako Fennek – je kijkt om je heen en denkt hoe ikea hier heeft huisgehouden
wie wint de enige echte virtuele – kom je mee? dan gaan we even zitten – trofee op pomgedichten?
we zijn benieuwd hoe de dichter deze uitnodigende woorden weet om te zetten tot iets wezenlijks – en dat dan ook nog middels poëzie. – jeanine hoedemakers juryvoorzitster deze week houdt ook van zitten – meer vullen we niet in – de uitnodiging en alles wat daar uit voortkomt is aan de dichters – u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
nou ja had gekund een gedicht niet dat je er op wachtte
iets van een glimlach had je me gegund minzaam
ja witte wijn doe maar had je gezegd
rotterdam zou ik geschreven hebben én ben jij
kom je mee? dan gaan we even zitten
pom wolff
Als gegoten
We verkennen de omgeving met geoefende ogen van vogelkijkers trekken ons terug achter kreupelhout in een verdekt opgestelde hut
niet dat je van zitten lui wordt etalagebenen die om rust vragen zoals je in een bankje redding ziet om de tijd uit te zitten
wachten als een tweede natuur dat we zo perspectief bepalen of er al een gat in de dag schijnt de lucht zich langzaam opent
hoe we achterover leunen rusten op onze lauweren vastgeschroefd aan onze zetels doen we doelmatig ons werk
FT 31.05.2019
pom: kom je mee dan gaan we even zitten – een terugblik – een moment voor contemplatie – op zich een heerlijke regel – in beweging komen om te gaan zitten – vandaag op de warmste dag van het jaar met onze jeanine als juryvoorzitter gaan we er eens even goed voor zitten maar pas nadat we dichters welkom hebben geheten en een groot dankjewel voor de inzendingen is uitgesproken. frans beschouwt een leven, een terugblik en de daarbij behorende contemplatieve gedachten in een. de wat oudere medemens wordt in zijn eigen natuur geplaatst. hoe het zwarte gat vandaag weer open te krijgen lijkt de dichter ons voor te leggen. de ouden van dagen zullen het weten in de beloofde 35 graden volle zon vandaag. dat is geen achteroverleunen meer dat wordt overleven. etalagebenen wel of niet. schroeven los en de schaduw in! de paden en de lanen op – het maakt niet uit waar. jeanine: FT 31.05.2019 Als gegoten zitten. Niet dat je van zitten lui wordt…. Deze regel is een opluchting voor me, ik denk namelijk best vaak dat ik lui ben. De overgang hier naar de etalagebenen begrijp ik niet helemaal. In zijn totaal is het een fijn gedicht met heerlijke regels als; zoals je in een bankje redding ziet/ om de tijd uit te zitten – of er al een gat in de dag schijnt. Graag gelezen.
Tuintafereel van vlinders
Ik zit er niet mee dat jij staat apegapend met een mondvol
handen strelen lucht en vingers in de tuin vliegen vlijtige vlinders
van hot naar wat heet een schutting om tegen te leunen liplezend de wereld
we laten het er niet bij zitten omarmen de weelde de adem van liefde.
Rik van Boeckel 1 juni 2019
pom: rik houdt het kort in deze hitte. vlindertje erbij. adem en liefde klaar is kees – de dichter ergens in de tuin – bloknootje – potloodje – witte wijn – teiltje met ijswater – twee mensen twee vlinders en een schutting tegen de boze buitenwereld.
jeanine: Rik van Boeckel 1 juni 2019
Met een mondvol handen, dat is wat ik als eerste lees en ik ben daar zo van onder de indruk dat ik het niet kwijtraak. Ook al is er geen sprake van een doorlopende regel. Kortom, ik zit vast in een per ongeluk fout gelezen overgang. Het beeld apegapend met een mondvol ervaar ik niet als een prettig beeld. Als praat er iemand met volle mond, je ziet het malen, de speekselklieren hun werk doen en denkt, getsie. Enfin, samengevat is het een lieflijk liefdesgedicht, twee mensen laten het er niet bij zitten. Gelijk hebben ze, als er omarmd kan worden dan moeten wij mensen dat doen. Elkaar vaker omarmen kan helemaal geen kwaad.
Hoe oud ook het badhuis, vrouwen zoeken er elkaar op.
Stil ligt de ene als de andere haar schrobt, de andere zitten, kletsen en glimmen.
Wie weet er niet van de mosselman – hij prutst er vlot op los en slikt? Of de oestervent? Hij likt en proeft, zuigt en slikt. Zij
geeft hem het ruime zilt. Terwijl een andere net rilt bij de gedachte alleen al.
Haar auberginekleur schuilt diep in de plooien. Einde van de massage.
— marc tiefenthal
pom: hier wordt een tafereel beschreven – een klassiek schilderij. badende vrouwen – tiefenthal beschrijft nauwkeurig de onder-delen.
jeanine: marc tiefenthal
Ervaring uitwisselende dames in een oud badhuis. Dat het oud is maakt de dames niet uit schrijft de dichter. Als lezer denk ik iets te moeten met deze gedachte en verweef hem met de rest. Hier kunnen de dames vrij met elkaar spreken, geen man legt ze het zwijgen op. Zou ik het gedicht goed lezen? Proef ik hier een erotische ondertoon? Een geloof? Poeh, poeh, wat is het al warm
Zweven
Een tikje op mijn schouder
wat kan kijken groen zijn
in jouw ogen van verrassing
laten we verder nu de zon wegglijdt
vleermuizen ontwaken voordat de nacht
zijn voetstappen op onze lippen legt
Erika De Stercke
pom: eens kijken hoeveel mannen door De Stercke vandaag weer eens ge-elimineerd worden. dichteres de stercke legt er elke week wel een om – minimaal een. mannen als eendagsvlinder in haar zoete tuintje. o nee we zijn nog niet zo ver – eerst vandaag de verleidingsscene het vreselijke einde krijgen we/lezen we volgende week.
jeanine: Erika De Stercke
Wat kan kijken/ groen zijn…… het zou zomaar een mopje kunnen worden. Mooi vind ik de laatste drie regels. Het gedicht komt niet goed bij me binnen, ik begrijp het niet.
Fluistertrein
Van die dag bleef alleen de kracht de stilte van het ochtendlicht, dat voorzichtig opkroop uit het gras de volte van een oogopslag
die zich toonde toen de trein traag langszij gleed naar verlengde groenestraat van heijendaal in richting kleef
de luister van een bewogen grondzit zachte contouren, tasten van dimlicht naar pure bezwering en rondzingen
van tonen – I know I’ll allways be a lover day and night I’m just a station on his way home
een statie gemaakt van meer paal op de weg van genade vast geankerd in zand en opgespoten uit zee
kom, mijn lieve, laat ons nog even gaan zitten en zien
01-06-2019 Cartouche
HET STOELTJE neem mijn hand mee naar verre oorden dachten wij jou immers
een traveler slapend in gedurfde dromen
de reis nabij lopen wij langs het jonge maïsveld
schateren van blonde paardelokken bijtend in je hand
aan het water overschaduw je met jouw zon het verdriet
niet om het stoeltje bij het raam maar omdat ik daar altijd zat
Petra Maria
pom: zo een laatste koplandachtige strofe – wat is dat vandaag allemaal hier op de pom?
niet om het stoeltje bij het raam maar omdat ik daar altijd zat
Cartouche begint met 8 wereldregels – petra maria eindigt er met 4 – had ik maar een zo een strofe! vrij naar bomans. dit soort strofen zijn te mooi om waar te zijn.
jeanine: Petra Maria
Wat een mooi stoeltje. Vooral dankzij de laatste twee strofes. Die Petra toch. Zou je traveler niet kunnen of willen wijzigen in reiziger? En wat moet ik als lezer zien bij die in de hand bijtende paarde(n)lokken ?
dag pom, in haast, groet van jako en fijne dag
kussens
je bent wezen dansen je brengt haar naar huis ze vraagt of je nog een koffie wilt je neemt plaats bij een vaas vol wilgekatjes
je kijkt om je heen en denkt hoe ikea hier heeft huisgehouden tafel stoelen kasten kopjes lampen alles uit de blauw-gele bunkers
ze zet muziek op, je danst nog een beetje na dan zak je weg tussen ikeakussens haar handen voelen als wilgekatjes
jako fennek
pom: hahaha – ‘je kijkt om je heen en denkt hoe ikea hier heeft huisgehouden’ – mijn dag is god vandaag. jako kan zo het cabaret in – daniel arends, peter pannekoek zullen hem niet verbeteren – heerlijke poëzie, poëtisch cabaret – tegelijk dodelijk.
jeanine: jako fennek
Sfeertje. Geen oordeel hier, enkel een hoe het was. Leuk dat spel met de wilgenkatjes. Door het je doet dit, je doet dat, krijg ik net iets te veel het gevoel dat ik het zo ervoer maar de laatste twee regels maken dat weer goed. Graag gelezen.
Vandaag zag ik een man, zo’n echte man met een lange regenjas, de jas wapperde precies zoals dat hoort, bij een klassieke lange regenjas. Hij reed op een zwarte grote herenfiets en om zijn nek zat een mooie zijden sjaal. Ik werd nieuwsgierig en fietste wat harder zodat ik niet meer achter hem aan reed, maar naast hem. Hij keek mij net zo nieuwsgierig aan als ik hem, denk ik. Hij had een mooi gezicht met grijze krullen, die ook zo lang waren dat ze ook wapperenden in de zachte mei wind. Hij knikte zoals zo’n klassieke man dat kan. Vriendelijk maar afstandelijk ook en ik, ik schoot in de lach. Om de situatie en ook omdat zo’n man precies voldeed aan de verwachting die hij van achteren al geschapen had.
Nou werd ik natuurlijk reuze nieuwsgierig wat hij wel niet van mij gedacht moet hebben. Ik had net in de tuin gewerkt en had mijn tuinbroek aan met moddervlekken, met een oud hempje, vieze handen, een doekje op mijn hoofd met stippeltjes en in mijn mandje zat een boeket met wilde veldbloemen en preitjes uit de tuin. En Oja, maar echt waar, crocs aan mijn voeten en sokken met stippeltjes.
“Ik moet naar rechts zo”, zei hij ineens. Ik kon niks anders zeggen dan “ooh, want heb al vele weken last van mijn stem. Ik bedoelde eigenlijk, ik ook. Het is vreemd om een stem te hebben die niet te vertrouwen is, waardoor ik vaak niet weet hoe het geluid is als ik praat en als ik de O, de A of de I wil uitspreken dan komt er altijd een H bij, dus is het Oh, Ah, en Hi. Van schrik fietste ik rechtdoor in plaats van ook rechtsaf te slaan. Mijn rare stem brengt me op wegen, die ik niet moet inslaan. En ook iets te vaak in het ziekenhuis, waar ze voor een raadsel staan, dat tot nu toe nog niet is opgelost.
Gek genoeg trof ik de heer vijf minuten later aan in mijn straat, waar hij de Lidl ging bezoeken. Hij vroeg me plots “Ben je Lesbisch”? En ik antwoordde met mijn rare Donald Duck stem : “Mijn man kreeg tieten, dus ik moest wel”.
Door zijn verbijsterde gezicht moest ik heel erg hard lachen. Wat ook niet meevalt met ‘n stemband die het niet doet, een soort schor gehijg klinkt er dan. Zo’n man was het dus ook nog, lekker ouderwets. Ze bestaan dus nog. Man ziet vrouw in tuinbroek en denkt niet, lekker in de tuin gewerkt, maar denkt : Lesbisch. Ik dacht: ik zie een echte heer, die zie je zelden, maar vond een man met vooroordeel. Maar ja, ik had ook zelf een oordeel verbonden aan zijn uiterlijk. Vergissen is menselijk.
En werken in een tuin, vrolijk makend leuk. Op mijn knietjes zaaien, wat ik graag wil oogsten in het najaar.
Jonge sla
Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.
uit: Alles op de fiets (1970)
Schrijver: Rutger Kopland
Vanochtend heb ik mijn gezin
op het vliegtuig naar Amerika gezet voor familiebezoek. Je probeert zo’n
ochtend perfect te laten verlopen. De reden is, dat je de herinnering als een
soort schild wil kunnen gebruiken in geval van calamiteit. Stel je voor dat er
een ongeluk gebeurt, en het is de laatste keer dat je elkaar ziet. Dan wil je
toch minstens dat de laatste keer een smetteloze herinnering vormt. Maar is iets
ooit helemaal smetteloos?
Na afscheid genomen te hebben
bij een poortje op het vliegveld en me er van vergewist te hebben dat alles
vlekkeloos was verlopen, liep ik wat verloren door de gangen van het vliegveld
op weg naar de parking. Ik wilde zo min mogelijk mensen aankijken. Als je je
net emotioneel hebt opengesteld en je laat de deur op een kier staan, dan
kunnen mensen naar binnen kijken. Ook mensen, waarvan je dat niet wil. Ik had
geluk. Pas bij de parking moest ik contact maken, omdat de looproute van een
Deen, mijn pad kruiste en we elkaar onhandig lachend ontweken. Dat mag dan weer
wel, dan is alles nog steeds in orde. Maar je wil niet dat een blik van
droefenis de jouwe kruist.
Eenmaal in de auto zette ik
koers naar mijn vriend ‘De Jood’ in Nieuw-Vennep. We hadden elkaar lang niet
gezien en ik had besloten onverwacht op de thee te gaan. Zijn dochter en vrouw
verwelkomden mij en niet veel later kwam hij met zijn andere dochter en de hond
terug van een wandeling. We praatten en dronken thee. Na een uurtje kondigde
zijn vrouw aan dat we even broodjes gingen halen. Ik stelde voor dat wij ook
mee zouden gaan. We belanden in een winkelcentrum op een christelijke feestdag.
Een dag dat alle normale winkels vroeger dicht waren.
Onwennig wandelde ik door de
Jumbo. Ineens viel mijn blik op de hand van een man die bij de broodjes stond.
Hoe de vingers zich raar en zenuwachtig kronkelden. Toen ik de rest van de man
bekeek, ontwaarde ik iemand die ik als volgt zou taxeren. IQ tachtig,
geestelijk beperkt, alleenstaand, sociale werkplaats, op Hemelvaartsdag in de
Jumbo, potentieel kinderverkrachter. Snel wendde ik mijn blik af. Ik was blij
dat we het winkelcentrum weer uit waren. Dat soort waarnemingen en gedachten
probeer ik altijd te vermijden en als ze me toch overkomen, van me af te
schudden. De lunch verliep verder in een aangename sfeer en na het eten koerste
ik weer naar Rotterdam.
Zojuist kwam ik thuis in een
leeg huis. Na een hoofdstukje te hebben gelezen in een verhalenbundel van
Maartje Wortel, voelde ik aandrang mijn blaas te legen. Staand aan de Wc-pot,
terwijl het water klaterde, dacht ik een kort moment aan de vorige eigenaar van
onze woning. Ook dat is een spook, dat nog steeds rondwaart. Niet in echt het
huis naar ik vermoed, maar wel in mijn hoofd. Een man met nare eigenschappen en
een slechte gezondheid. Die gedachte probeerde ik door te spoelen met een druk
op de knop.
Wat mijn geest telkens
probeert, is alles in het leven een perfect verhaal te doen zijn. Maar elke
keer doemen er weer gedachten en dingen of mensen op die een smet werpen op de
onbevlektheid van mijn wenswereld. Die zaken hebben allemaal geen enkel direct
verband met alles dat goed gaat. Het is angst. Het is de vrees die me bekruipt,
omdat ik weet dat het grote alles nooit helemaal perfect zal zijn. Dan ik
probeer mijn vrees te materialiseren in een ander, opdat ik me daarvan af kan
keren, zodat hij verdwijnt. Bovenstaande legt pijnlijk de rillende neuroot in
me bloot, die telkens maar probeert met trucjes, alles perfect te laten zijn,
maar telkens de angst voor verlies langszij ziet komen.
Vanachter mijn toetsenbord, in
een leeg huis, kan ik maar tot één conclusie komen. ‘Het leven is al perfect,
zolang het maar niet de dood nodig denkt te hebben om er zin aan te geven.’
PAUL BEZEMBINDER – GEDICHTEN – een recensie. onze eigen frenkie de jong van de poëzie – tijdloze poëzie over verleden, heden en de toekomst – over liefdes die verloren gingen, over schroevendraaiers en kogelbiefstukken
De zondagochtendwedstrijd op pomgedichten.nl bracht ons bij het schroevendraaiergedicht van Paul Bezembinder. Een voor mij niet bekende naam in de wereld van de poëzie – maar laat ik het meteen maar bekennen – een gebrek aan mijn opvoeding is het niet kennen van Paul Bezembinder als dichter. En ter verontschuldiging – niemand wijst je ook op zijn bestaan en volgens mij timmert ie ook niet aan de weg. Ze zullen hem in brabant kennen – dat dan weer wel. De schroevendraaier als thema leverde een hele aardige wedstrijd op. Paul beloonde winnares Anke Labrie met een bundel van zijn hand en vergat webmaster niet. En hier ligt ie dan. De bundel “GEDICHTEN” in een smetteloos wit prachtig uitgegeven, ongeveer 100 pagina’s poëzie op glad stevig papier, aangeprezen als gedichten in klassieke versvormen en dat ie in zijn gedichten zoekt naar de balans tussen serieuze poëzie, pastiche en smartlap. De poëzie krijgt ook ruimte in de bundel – ik tel 76 gedichten, zonder opsmuk de opmaak in zwart en wit, 7 hoofdstukken. Wat wil deze dichter vraag ik mij af. Wat wil deze dichter met deze bundel, deze man die theoretische natuurkunde in Nijmegen studeerde en te vinden is op zijn website: www.paulbezembinder.nl
Ik heb de bundel twee keer moeten lezen – alle verwijzingen
laat ik aan de dichter – er licht een leven op – zeker de moeite van het lezen
waard – soms dooft dichter Bezembinder het licht. Deel 1 met 8 gedichten is
ronduit een indrukwekkend begin van de bundel. Het openingsgedicht is het
schroevendraaiergedicht – we komen in een verhaal terecht – een strak
vormgegeven verhaal – kwatrijnen, sonnetten – ik moet eigenlijk Ditmar Bakker
raadplegen maar dat doen we maar niet – dan wordt het seks en nauwelijks een recensie
nog. Sorry Paul – die jongen is echt niet in de hand te houden.
Hoe dan ook deel 1 opent bijna instrumenteel – de ik-persoon
en de lezer roepen als het ware in koor: we gaan beginnen – Paul eindigt het
schroevendraaiergedicht met de regels:
“We zijn klaar. Zij gooit het gebruikte
gereedschap bij wat verder moet worden gedesinfecteerd en helpt me overeind. Ik
zet een eerste stap, gebroken, herboren en toch nog ongedeerd.”
We komen terecht in, bijna, nou ja doet denken aan Het
Bureau van Voskuil, een ambtenaar met in de volgende 7 gedichten veel dromen, dromen over verre steden – we
gaan op reis – een reis met hele precieze observaties. De tijd het grote thema
in deel 1 kent een verleden – en dat verleden zit de dichter danig in de weg –
het verleden hindert hem – in dat verleden ook een vader op wie wordt ingezoomd.
Heel even maar en de dichter verliest zich ook voor heel even in zijn zonen: “ik ben er meer voor hen dan hij er was voor
mij.” Dat we het weten. Verder nergens
drama – het verleden tekent en is aangestipt.
In wezen lezen we een persoonlijk verslag van een romanticus
pur sang op de vlucht uit het heden, in zijn dromen op reis, uit het barre heden, soms het barre en boze verleden
tegemoet. Het beeld doemt op van een man tegen zijn pensioen aan – ‘die
eindeloze e-mailstroom’ moet elke dag nog verwerkt worden maar niet lang meer –
en dan is er
‘de verwarring van je vrouw: een vreemde vogel
eist zijn ruimte op in huis, wil spelen in bed, ontregelt volstrekt het
huishouden door kogelbiefstukken te bakken op momenten dat het in háár keuken
net niet schikt.’
Zelden is er een generatie babyboomers/pensionadoos
treffender in beeld gebracht. die stelling durf ik wel aan. We hebben echt met
een echte dichter te doen – geen amateur, geen onzin maar genadeloos trefzekere
poëzie.
En zo herwint de ik-persoon langzaam zijn eigen “lief”: “
(..) mijn lief. Wij zijn niet meer alleen.”
Met de e-mails die toch nog moeten is ook het vreselijke NU getekend in de tijd. Het
Nu wordt in deel 1 afgezet tegen de dromen, droomreizen, droomsteden, tegen uitingen van kunst, wetenschap en filosofie maar straks als ook
die allemaal “ontmaskerd” zijn – ook straks ‘doet
alles gewoon weer pijn’ – lezen we
nee een vrolijk wereldbeeld wordt niet geschetst in het
eerste indrukwekkende hoofdstuk – We lezen hoe een persoon getekend in de
wereld staat – in en door de tijd getekend – het vreselijke NU tracht te
ontvluchten – en o wee de toekomst – die
pijnlijke toekomst.
Dat is het eerste hoofdstuk. De bundel bevat 7 hoofdstukken.
Voor de fijnproevers, de poëtische fijnproevers en voor Ditmar Bakker zeker
ook. Paul Bezembinder schrijft soms als een academicus, vaker als een dichter bekwaam
in het verbloemen van de werkelijkheid. Maar aan de tijd valt niets te
verbloemen en dat maakt zijn bundel zo spannend. de hele bundel. Alle
hoofdstukken. Aanvankelijk wilde ik ook
de hele bundel recenseren maar een recensie moet een indruk geven en alleen al
met het eerste hoofdstuk plaatst dichter Bezembinder zich in de top van de
Nederlandse poëzie. Het is pas zijn tweede bundel – Paul Bezembinder is onze
eigen frenkie de jong maar dan van de
poëzie – die bundel is 78 miljoen waard.
Dat zeg ik u.
En hoe in de tijd ook de liefde is opgegaan lezen we in de
hoofdstukken na hoofdstuk 1. Wel wordt met respect teruggekeken op wat was – soms
heel geestig:
“Ach, had een waarzegster het mij voorspeld, ik had haar vast en zeker niet geloofd … mijn lieve lief van toen heeft nu wat geld en een verschrikkelijk D66-hoofd…”
en soms teder als in het gedicht:
Wederkeer
Het is nu meer dan dertig jaar geleden, lief, dat ik hier was .. Maar toch, het is alsof ik haar zie staan, alsof nu zij hier was.
Ginds zie je, in de verte daar, waar groen in grijstint overgaat, hoe regenslag het landschap slaat, en wij, wij staan hier zonder jas.
Paul Bezembinder is de moeite van het lezen meer dan waard.
zijn GEDICHTEN gaan over verleden, heden en o wee de toekomst
– over de liefdes die opgingen in de
tijd, over schroevendraaiers en kogelbiefstukken. Tijdloze poëzie, dat is het.