We zouden het kasteel bezoeken,
Die burcht waar het schijnt te spoken,
Met knarsetanden, zuchten en vloeken,
En Dracula zijn tanden zit te stoken.
Die burcht waar het schijnt te spoken
En ’s nachts lugubere muziek,
Waar Dracula zijn tanden zit te stoken,
Grijnzende doodskoppen met een gruwelijke mimiek,
Des nachts lugubere muziek,
Dansende skeletten in zwarte rook,
Grijzende doodskoppen met een gruwelijke mimiek,
Men zei dat je daar regelrecht de hel indook.
Dansende skeletten in zwarte rook,
Het leek ons wel wat voor een keertje,
Men zei dat je daar regelrecht de hel indook.
In de bus schilde ik gemoedelijk een peertje.
Het leek ons wel wat voor een keertje,
We zouden het kasteel bezoeken,
Onder weg, in de bus schilde ik een peertje,
Voor we zouden knarsetanden, zuchten en vloeken.
Helaas, zijn we nooit zover gekomen,
De toegang was versperd door een paar voorgoed gesloten spoorwegbomen,
Maar we blijven dromen
Van heksen, monsters en fantomen
Na een kleumend maar kleurrijk weekend barstensvol poëzie ligt columniste enigszins op apegapen. Zelfs het schrijven vereist de permanente aanwezigheid van een snotlap in de niet-schrijfhand onder de neus omdat het niet enkel woorden zijn die stromen. Wellicht heb ik toch iets te lang in de ijzige wind langs het IJ gelopen. Maar het was een rijk weekend dat werd afgetrapt met de open microfoon bij Perdu, waar een bont dichtersgezelschap op af was gekomen. Voorlezers, Slammers, Spokenworders, poëten, het was er allemaal. De volgende middag droeg ik bij Café Baudelaire een gedicht van Mascha Kaléko in het Duits voor, wat enthousiast werd ontvangen. Overal waar ik Mascha lees ontmoet ik belangstellenden, dus wie weet zit er ooit een bundeltje vertaalde gedichten in. In Duitsland is er momenteel geen populairder dichter denkbaar, hoewel ze al enkele decennia dood is. Ze is evenwel nooit echt omarmd door het literaire establishment, daarom moest ik haar in de boekhandel ontdekken en niet op de universiteit.
Ze dichtte over de dingen in het leven, waarbij ze een lichtmelancholieke toon hanteerde. Haar kinderversjes doen sterk aan Annie Schmidt denken. Na afloop liep ik samen met Marije Hendrikx het hele stuk langs het IJ van de boot naar het station. Marije liep te puffen en te hijgen, maar stond op de wandeling. Mijn medicijnen zijn uit de handel genomen, brieste ze, sindsdien ben ik overgeleverd aan horrordokters en malafide ziekenhuizen. Zo’n dokter zei me, mevrouwtje, u bent al oud, uw hart hoeft toch niet meer opgelapt te worden. Pure leeftijdsdiscriminatie is het! En al die onderzoeken lonen zeker wel? Iedere dag alle achttien handen aan het bed waarvan er geeneen weet wat de ander doet? Al die managers die niets anders doen dan reorganiseren? Daar gaat dan al ons eigen risico naartoe! Het draait alleen nog maar om het grote geld.
Vertel mij wat, verzuchtte ik, van alles heb ik gezien. Frauderende instellingen die de zorgverzekeraar kaalplukken, dokters die testresultaten vervalsen voor een “passende” diagnose die meer geld in het laatje brengt, psychiaters die moedwillig een verkeerde diagnose stellen die meer oplevert of om hun CV te spekken… Tegenwoordig ben ik zorgmijder. Ik lever mij niet meer aan die carroussel uit. Enfin, toen we bij het station kwamen, waren we helemaal doorgelicht. Ik moest gelijk door naar de afscheidssoirée van de stadsdichter van Zeist, ook wel nachtburgemeester genoemd en man van mijn voormalige handvaardigheidslerares, Henjo Hekman. Hij liet een puike bundel met 26 stadsgedichten na. Hij hangt op de plee voor de bibliotheek. Er waren optredens van (ex)stadsdichters uit o.a. Eemnes, Zutphen, Kampen, Apeldoorn en een troubadour.
En daar had je het servokroatische leraresje warempel ook. Ik woon hier om de hoek, glimlachte ze ter verklaring. Is dat stadsdichterschap trouwens niet iets voor jou? Utrecht heeft toch geen stadsdichter, gaf ik, alleen een gilde dat uit maar liefst 14 dichters bestaat. Dat is me iets te veel een menigte. Bovendien moet je minimaal twee bundels bij een grachtengordeluitgever hebben gepubliceerd en dan nog eens een sollicitatieprocedure doorlopen. Laat maar zitten, snoof het leraresje, dat riekt mij iets te veel naar elite. Hoe staat het leven verder? Waar hangt Radovan tegenwoordig uit? Sinds zijn levenslang heb ik hem niet meer in het tuinhuis gezien. Wel zag ik laatst in De Bilt een man met een energetische knot, een witte baard en een uilenbril mompelend in zichzelf lopen. Hij schijnt daar bekend te staan als de gekke dokter. Hij ontvangt zijn patiënten in zijn van wierook doortrokken kamer in de Biltsche Hoek waar hij satanische handopleggingen doet om boze geesten uit te drijven. Er wordt zelfs gefluisterd dat hij vrouwen vaginaal en mannen anaal penetreert om zijn heilige zaad te planten. Dat kan onze Radovan niet zijn, toch? vroeg ze bezorgd met een dun stemmetje. Welnee, stelde ik haar gerust, die zou nooit zo diep zinken. Hij viert vast furore in Servië, als dichter.
zonnig bloesemend in het hart
grootbloemig zaaiend tot onvertakte stengel aan gele bloem liefst met donker hart, de zaden zijn eetbaar
tot drie meter hoog groeit zijn vlassige tong met groene longen ademen de aarde tot volwaardig bloesemen
we stengelen ons om elkaar, we baren ontploppende knoppen en noemen het lentewaar, de kop naar de zon gekeerd
die leert zichzelf te beschijnen, je hoeft niet brandpunt te zijn alleen het goudgeel te laten vallen, ik raap het mais
en koren en alles wat er strogeel hoedend knispert ik geef het aan jou om te bekoren, laat me niet weten
wie je bent, ik hoop dat je naar behoren de huls die ik naar je breng van inhoud voorziet, dat je mijn sporen
vergewist, in je gedachten prent en je af en toe herinnert dat ik bevoorrecht en levensecht ben, de pit in je hart
mooie werken. alle dichters dank je wel voor het insturen – de sanseveria trofee zal naar zuidholland gaan of naar brabant deze week – brons mag naar tiefenthal – zo kort lezen we hem graag – een gedeelde derde plaats met ACG Vianen – voor de van meerdere kanten belichte betekenis der woorden. nee moeilijk wordt de keuze tussen max lerou en cartouche – een ronduit rond gedicht van cartouche verstilde ijzingwekkende poëzie en de heerlijk uiteenspattende zo energieke taakstrafpoëzie van max – geen keuze deze week: 2x goud – we splijten de sanseveria zo dat de poëzie zal bloeien. max en gérard van harte – marc en acg eveneens. een mooie dag en dat is het.
ACG Vianen met groene strepen
Max Lerou: desnoods duizend jaar des duivels vrouwen tongen
Petra Maria achter de sanseveria
Cartouche ten einde ten voeten uit door jou gezien en gelezen te worden
Marc Tiefenthal- Een vrouw als deze is zij
Rik van Boeckel- vrouwentongen lachen licht het glimmend goud uit hun hart
Frans Terken- Zij bracht de sanseveria’s in stelling
Miel Vanstreels- zie ik een moeder die redelijk troosteloos in de verte tuurt
Ditmar Bakker -Hoeren zien er altijd uit alsof ze Heidi heten
Jako Fennek – of toch maar sliptong
Jacob de Bruin – de wereld is een vrouwentong
Anke Labrie- een vrouwentong verwaarloosd is ze op haar best
Erika De Stercke om de lucht te zuiveren
Jolies Heij – we stengelen ons om elkaar
de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen tot zondag tot 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.
wie wint de enige echte virtuele VROUWEN TONGEN trofee of de wat plant u bij wie trofee op pomgedichten? (de sanseveria trofee!)
de vrouwentongen deze week in het zonnetje – ach van vrouwentongen zijn we allemaal – ook mannen hipsters studenten allemaal houden we van vrouwentongen – op welke vensterbank neemt de dichter deze week plaats? de enige echte virtuele SANSEVERIA trofee.
het was later geworden en weer schonk ze koffie in suiker en melk? vroeg ze voor de 6e keer
zeker zei ik opgewekt maat houden hoor – moet geen melk worden trouwens veel suiker is ook niet goed voor een mens
en woon je hier al lang op die plantage van je?
pomwolff
ACG VIANEN
De Sanseveria weet wat en de sanseveria van ACG Vianen helemaal. welkom overigens in de show – zou mevrouw margriet krijsen in haar M – welkom ACG Vianen in de wedstrijd. het commentaar is verzekerd vandaar ook deze woorden. een kunstwerkje: papier gestald tussen de groene strepen om er groene handen van te krijgen bijna. op het papier cryptische woorden – een cryptisch gedicht bij de alledaagse werkelijkheid van de sanseveria. tussen de alledaagse werkelijkheid verborgen betekenissen. zo kennen we ACG weer. waren zijn woorden voorheen meer een uitvergroting van dingen als een druppel of een ander woord – nu lijken de betekenissen verstopt in een wereld die op zich zelf al groot genoeg is. en als je de betekenissen nader beschouwt dan blijken deze meerdere kanten te hebben – zijn ze van binnen en van buiten, van vandaag en gisteren: zijn ze van een in te pakken en uit te pakken omkeerbaar geluk achter glas. wat zeg ik achter glas nee als het glas zelf. zie hier de nieuwe ACG Vianen voor & achter de sanseveria!
aan de voet van de louteringsberg er is meer tussen hemel en aarde je hoort er mensen wel eens over dat er een licht werd waargenomen en hoe dat niet kon in die duisternis
het is daarom dat ze kaarsen branden in kerken en kapelletjes langs de weg het donker bewaren ze daar liever voor verdoemden naar de onderwereld
ik zie het later wel dat van hemel en hel als ik er maar vanaf kom met een taakstraf een paar eeuwen schoffelen in de voortuin desnoods duizend jaar des duivels vrouwen tongen
ml 12 04 2019
max lerou wast het varkentje anders dan onze ACG Vianen hierboven. recht voor zijn raap. het zwarte gat in de eerste strofe nog even nader beschouwd maar snel terug met de voeten op en in de woeste aarde in de derde strofe. waar zijn de sanseveria’s? hier zijn de sanseveria’s! kerken en kapelletjes aan max zijn ze niet besteed – vrouwen tongen – de tuin in met duivelse meiden – duizenden jaren lang tussen het schoffelen door – geef mij ook zo een taakstraf! dames u weet met welk kadootje u aan moet komen als u op de koffie bent genodigd in huize lerou – en de dichter lerou zal u het hof maken – van eden.
achter de sanseveria
wees niet bang leef jong
niet streng de glimlach zegt genoeg
pas veel later zul je begrijpen
de vragen die ik stelde
de wenkbrauw gefronst als in een déjà vu
dat zei zij ook altijd denk je
bij deze liefste
wees niet bang leef jong
Petra Maria
zoals een moeder een dochter kan toespreken zo lezen we hier vanochtend de woorden – vrouwentongen – wat plant u bij wie – het thema – ik probeer het gedicht te begrijpen in relatie tot de sanseveria. maar er lopen weinig rechte groene lijnen van de een naar de ander. moeders goede raad wordt herhaald gegeven – natuurlijk geven moeders meestal goede raad – zij weten inmiddels meer van het leven en hebben na verloop van tijd de tijd om te mijmeren achter de sanseveria’s – zoiets zal het zijn – de sanseveria zal het weten.
Onbeschrijflijk
De enige ongeschreven regel: die ik ken zal sterven
de dodelijke onzekerheid die ik in mij draag dag en uur derzelve
waarom ik als een vrouwentong zo onbeschrijflijk
me te verzwijgen sta achter vensterglas
om alles wat voorbijkomt aan schoon en stekeligheid in mij op te nemen
ten einde ten voeten uit door jou gezien en gelezen te worden
als zuurstof plant in een aarden pot
13-04-2019 Cartouche
zo een dramatische opening (van zaken) lees je niet vaak – zelfs op pomgedichten niet – o dan zal het onze Cartouche wel zijn roept de buuf van drie hoog – joop komen beaamt het/haar – want die is op bezoek – en ja hoor het is onze Cartouche. er wordt meteen in het gedicht aan het begin al stevig gestorven en wij mogen getuige zijn – heerlijk. geef Cartouche een sanseveria in zijn hand en er vliegen ijzingwekkende woorden door de lucht – dat ie door HAAR gezien en gelezen zal worden – dat is de romantische kern het zware romantische verlangen hier op deze prachtige zondagochtend – cartouche weet de vrouwelijke snaar te raken in ons allemaal – elke vrouw zal bij deze woorden even stilstaan – het boefje Cartouche heeft zijn zin gekregen nog voor het sterven. de romantiek een gedicht.
Ze had een punt, vaak, zo met haar tong raak. Een vrouw als deze is zij.
Tiefenthal op zijn best. dat moet gezegd. aan duidelijkheid heb ik niets toe te voegen – aan haar ook niet. ze heeft een punt vaak lees ik – zo met die tong van haar. ja het is duidelijk om wie het hier gaat – om haar. ik ga wel effe bij de buuf langs vandaag op de koffie – die staat minder nadrukkelijk op haar groene strepen.
De tongval
De sanseveria verlegt grenzen haar tongval is zoet van zinnen
ze legt woorden op lippen gezongen door dichters en dochters
zonen dansen hun zonden los zoenen liplezend de weelde
vrouwentongen lachen licht het glimmend goud uit hun hart.
Rik van Boeckel 13 april 2019
een heerlijke impressie – de harde vrouwentongen in een zacht bedje gelegd in en met een aangenaam klinkende tongval hier door de dichter met lieve woorden toegedekt. zo willen we allemaal wel vallen voor haar. in deze tongval heerst de taal der liefde. mooi gedaan zo. ik denk er dat zachte belgische bij – dat betoverende glijdende – waarin je eeuwig vallen kunt – maar dan wel zonder de woorden van erika de stercke – want voor het weet ligt bij haar je mannelijkheid achter de sanseveria of hang je aan een vleeshaak in slagerij de stercke uit te lekken.
Groene vingers
Zij bracht de sanseveria’s in stelling eiste dat ik me terugtrok achter de geraniums
ze keek me dreigend aan maar ik likte me een weg door haar woud van afweer
masseerde haar groene vingers een voor een legde ik ze op haar hart om het kloppen aan te wakkeren
dat opwekken van gevoelens met handoplegging als was ik een hogepriester van de liefde
hoe het glas besloeg van mijn hete adem hijgend in haar nek
het weerspiegelde haar afkeuring maar vager en vager tot ze brak
FT 13.04.2019
een verleidingsscene in de woorden van een dichter. een dichter die achter de geraniums gewenst werd mag niet onderschat worden. en ze valt voor hem. een min of meer waarachtig sprookje – waar groene vingers toe kunnen leiden. als een sanseveria nee zegt bedoelt een sanseveria geen nee. zoveel weten we nu uit de plantkunde van frans terken. nou ja zo ongeveer. bij vrouwen zul je eerst om haar geranium heen moeten om de sanseveria te bereiken – dat is menskunde. we leren elke week hier bij.
Sanseveria
Zoals mijn vader ieder jaar voor zijn verjaardag een nieuw paar pantoffels kreeg
zo moesten we op 5 juni steevast naar de bloemist om een sanseveria te kopen voor m’n moeder,
was ze d’r blij mee, wisten wij niks anders te verzinnen
denkend aan die vensterbank vol vrouwentongen
zie ik een moeder die redelijk troosteloos in de verte tuurt
‘Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan,….’ vrij naar marsman denkend aan de ronde van vlaanderen, parijs-roubaix zien we hier miel van streels dichten tussen de etappes door. welkom overigens op pomgedichten miel! in heldere taal de herinneringen in beeld gebracht – met een mooi slot ook – met dat beeld van moeder redelijk troosteloos de verte in turend – als de eenzame fietser ‘die die krom gebogen over zijn stuur tegen de wind Zichzelf een weg baant…’ boudewijn de groot zong er een liedje van.
Hoerenballade
Hoeren zien er altijd uit alsof ze Heidi heten; droeve ogen, dikke huid door strelingen versleten, en hitsig maar bescheten loeren kerels naar hun borst (door zweren aangevreten maar de mannen hebben dorst).
Hoeren hebben, naar verluid, zich van één taak gekweten, zijn ze eenmaal maagd noch bruid -en bij een raam gezeten- hoort men hen afgemeten: “Ach meneer, ik snak naar worst! Ik heb nog niet ontbeten en had graag wat zaad gedorst.”
Hoeren weten van ’s mans spuit en loze hartekreten, missen meestal wel de snuit die mannen ’t liefste daten, ofschoon het vele zweten en de kilo’s meegetorst men ook niet mag vergeten (zo een dame dat soms dorst).
Oh, hoeren, als proleten hebben mannen u bemorst, bewaterd, want zij weten: jullie bloempjes zijn het dorst.
Ditmar Bakker
iets teveel regels – 20 regels is de max anders raakt het einde zoek – de 20regels – regel waar onze ditmar bakker lak aan heeft – lak aan mag hebben – want ditmar is verheven boven alle regels – maar vandaag niet. want hier raakt inderdaad het einde zoek. met de eerste zeven regels van deze hoerenballade is alles wat gezegd moet worden al gezegd. zij zouden genoeg zijn voor het goud vandaag – de resterende ballast doet afbreuk aan de schoonheid, de leesbaarheid, het bakkerisme, de ditmaratiek of hoe je het ook maar wil zeggen – genug ist genug zeggen ze in berlijn – en in berlijn kunnen ze het weten. hoe dan ook mooiere zeven regels lazen we niet eerder – want wees eerlijk hoeren zien er inderdaad altijd uit alsof ze Heidi heten – hahaha.
Hoeren zien er altijd uit alsof ze Heidi heten; droeve ogen, dikke huid door strelingen versleten, en hitsig maar bescheten loeren kerels naar hun borst (door zweren aangevreten maar de mannen hebben dorst).
Hoi Pom, daar gaan we weer. Wens je een fijne avond. Hoop dat jullie in de lage landen mooi weer hebben. Hier prachtig, maar met een schrale noorderwind. Groet van Jako
liever lastertaal
dat men bij alle vrouwen de tongriem weer herstelt het kwaad zal kwaad gedaan lastertaal van de senaat weer tot de kapsalon beperkt waar zelfs de laatste weerstand lijkt gebroken
daarentegen zullen rundstong in madeirasaus en glutenvrij gepaneerde sliptong weer plaats nemen in restaurants van goede smaak
of je van tongkussen ook de smaak te pakken krijgt want voor smaakloos kom je niet dan liever lastertaal of toch maar sliptong
jako fennek
Jako maakt er een lekker maaltje van – wel een beetje ver gezocht allemaal – we vliegen van her naar der – zitten we in de senaat zitten we in de kapsalon zitten we in een restaurant. de vrije associatie is niet voor elke lezer meteen te volgen. wat de dichter wil is wel duidelijk – lekkere hapjes hoe dan ook gelardeerd.
Ze heeft altijd gelijk
interessant vindt de vrijgevestigde we plannen snel een vervolgafspraak
jullie zwijgen al jaren samen zo haalt ze haar gelijk ze heeft gelijk en ook
alles wat jij denkt weerspreekt ze al jouw gedachten denkt ze immers beter
de wereld is een vrouwentong van mijn moeder geleerd moet ik zeggen van mijn vrouw
maar de vrouw die jij je daarnet gelijk gaf dat was je vader jongen
Jacob de bruin
bekende regels aan het einde van het gedicht – vrij naar webmasters – ‘de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen’ – de dames en heren van schrijfnet zouden in het verleden dit onnavolgbare gedicht geprezen hebben – hoe vreemder hoe beter was daar de gouden regel – maar bij vreemden onder elkaar was het goed toeven ook voor jacob – ik kom vandaag niet verder dan dat dichter de bruin tegenwoordig achter de geraniums de sanseveria’s ziet groeien – vreemde stemmen hoort in zijn hoofd en daarbij ook nog vreemde gedachten ontwikkelt. ach het moet kunnen – pomgedichten is voor iedereen, ook voor de verjaagden uit de wanhoop.
voor ‘t eerst op kamers
had me een fles wijn gegeven wat moet ik met zo’n stomme plant die het einde van de week niet haalt
ze lacht en zegt mijn jongen dit is een vrouwentong verwaarloosd is ze op haar best
ik zet haar in de vensterbank zwaai m’n moeder uit en vind bij het uitpakken tussen m’n ouwe langspeelplaten die andere tong die mannentong die ik heel lang verwaarloosd heb
hij blijkt het ook nog best te doen
anke labrie (13-04-19)
anke schetst met verlichte geestigheid de laatste tijd situaties in woorden – in de serie hoe het was – las ik eerder deze week nog meer verlichte geestigheid van haar hand:
mijn bolsjewiek uit Beverwijk bij nader inzien ben jij toch de ware existentiële liefde niet stond op die ansichtkaart poststempel Parijs die je me pas na weken stuurde maar ook al heette zij Simone hoorde ik later van je vrienden een Sartre ben je nooit geworden zag ik toen ik je onlangs googelde
anke labrie
een hot-mail-gedicht
groezelig
net een opengeschoven gordijn aan het raam naast onthaarde benen
zweet een plant die weet hoe een mannenleven met opstoten verloopt
waar minuten kostbaar zijn volgt de bloempot de handelingen uit losse pols
onder het gekreun dat uitsterft en een vrouw die slapen gaat werken de bladeren door
als ridders op weg naar kruistochten om de lucht te zuiveren
Erika De Stercke
ha daar hebben we erika! en natuurlijk zonder mannen geen gedichten bij erika. de vrouwentongen ingezet om de lucht te zuiveren als de mannen vertrokken zijn – grappig beeld – maar het is me net teveel anekdote. en al die details ook – onthaarde benen, zwetende planten, uitstervend gekreun. mannen we weten weer dat we mannen zijn. ridders op kruistocht dat zijn mannen bij erika de stercke – hahaha. zoals het altijd was het idee zo zal het altijd blijven zo is het in ieder geval altijd verwoord in de gedichten van onze erika. ik ga aan mijn ontbijtje.
zonnig bloesemend in het hart
grootbloemig zaaiend tot onvertakte stengel aan gele bloem liefst met donker hart, de zaden zijn eetbaar
tot drie meter hoog groeit zijn vlassige tong met groene longen ademen de aarde tot volwaardig bloesemen
we stengelen ons om elkaar, we baren omtploppende knoppen en noemen het lentewaar, de kop naar de zon gekeerd
die leert zichzelf te beschijnen, je hoeft niet brandpunt te zijn alleen het goudgeel te laten vallen, ik raap het mais
en koren en alles wat er strogeel hoedend knispert ik geef het aan jou om te bekoren, laat me niet weten
wie je bent, ik hoop dat je naar behoren de huls die ik naar je breng van inhoud voorziet, dat je mijn sporen
vergewist, in je gedachten prent en je af en toe herinnert dat ik bevoorrecht en levensecht ben, de pit in je hart
Jolies Heij
in een adem geschreven – dat is wel duidelijk – een duivelskunstenaar in taal dat is jolies heij – maar veel te gekunsteld – echte liefde echt verlangen behoeven slechts die ene onontkoombare blik – niet 1000 woorden in elkaar gestoken als een gekunsteld bloemboeket.
deze week mogen we weer genieten van het heerlijk onontkoombaar harde realisme van peter posthumus. ultiem medicijn tegen alles wat ons zo nodig moet overkomen. een dichter als max van weezel journalist was – genadeloos en eerlijk waar mogen we dit nog lezen:
zeil dan in zon en wind terug naar de laatste wouden die nog altijd stil zijn geheimzinnig en verlaten
– plant de vlag diep in het afval druk de mast dwars door de scherven zet ‘em vast met de gretigheid waarmee de toekomst werd omarmd en laat hem wapperen in de onnozelheid van het verleden
hijs dan de zeilen die bol staan van de leugens en laveer door het kale beton door de sintels en het zand waaruit het leven is verdwenen
zeil dan in zon en wind terug naar de laatste wouden die nog altijd stil zijn geheimzinnig en verlaten
Zaterdagmiddag halfvier in de LIDL.
Met mijn mandje slof ik naar een rustige kassa. Op de band staan de
boodschappen van de winkelaar voor me. Ik wacht tot er een halve meter band
beschikbaar is en begin dan mijn spullen rustig op de band te tassen, die
steeds een eindje verder rolt, telkens als de kassière weer een aantal
artikelen van de klant voor me heeft afgerekend. Dan ineens voel ik iets. Een
mens is in staat een andere aanwezigheid te voelen als die zich in zijn
‘intieme zone’ bevindt. Daar heb je geen ogen in je achterhoofd voor nodig. Ook
hoeft er niet per se sprake te zijn van een zeer slechte adem, die je ongezien
besluipt. Vrij zeker was het echter wel, te stellen dat er iemand vlak achter
me stond. En laat ik daar nou toevallig een ongelofelijke pesthekel aan hebben.
De gedachten die dan door mijn
hoofd gaan. Het snelle omdraaien en de kopstoot. De woede die je voelt opkomen
en de stijging van bloeddruk. Alle dingen die je zou willen zeggen. De
discussie die je aan zou gaan. Op dat moment voelde ik een duwtje in mijn rug
en draaide me om en zag een dommig uitziende, jonge vrouw die zich
verontschuldigde. Ik zei dat het OK was. Maar dat is het niet. Tot ik me
omdraaide was ik geen mens voor haar. Maar een ding, in een rij.
Heel vaak neem ik mijn grond
ik in de rij voor de kassa. Ik blijf dan expres net iets langer staan dan
gemiddeld. Ik volg gelijke tred met het tempo waarop mijn boodschappen over de
band rollen. Meestal zijwaarts gekeerd, zodat ik kan zien wie er achter me
staat. Er zijn geen mensen die het lef hebben tegen me aan te lopen als ik ze
aankijkt, of ik ze kan zien. Zo werkt het dan ook weer wel. Maar je voelt
onmiskenbaar de druk.
Het is vreemd, die
gejaagdheid. Zo ook als je af gaat rekenen. De kassière vraagt altijd eerst of
je een bonuskaart hebt. Ik antwoord dan altijd beleefd dat ik die heb en geef
hem altijd pas als ik klaar ben met inpakken. Dat om te vermijden dat brood en
bessen op de band onder de stroom andere boodschappen geplet worden, of door de
kassière zelf, als ze middels de scheidingsplank de boodschappen efficiënt
opzij duwt. Vaak staan er ook mensen, die de hele band nog vol hebben liggen,
in te pakken. Op dat moment is het een kwestie van alles snel je tas in schoffelen.
Wat vooral bevreemdend aan dit
psychologische gedrang is, is de vanzelfsprekendheid, waarmee een openbaar
fenomeen als winkelen, verwordt tot onmogelijke mix van schaapachtigheid en
individualisme. Iedereen gedraagt zich hetzelfde, en probeert in het kader van
vooruitgang de wil te laten triomferen in de kassa rij, door constante druk op
zijn voorganger uit te oefenen. Dit met als doel de rij sneller te laten
bewegen. De kassadame jaagt dan zo snel mogelijk de boodschappen langs het
telraam, maar bekommert zich er niet om, of inpakken dan nog wel mogelijk is.
Of er zich een berg boodschappen opstapelt zal haar een zorg zijn. En de
persoon die met de volgende golf boodschappen van de volgende klant op de
hielen, staat in te pakken, snapt ineens niet meer dat het zo snel moet. Terwijl
hij minuten daarvoor zelf nog stond te dringen.
Eén ding is duidelijk. De doorsnee supermarktbezoeker overziet zijn eigen gedrag in de kassaketen niet en gedraagt zich als een debiel, die daardoor vooral zichzelf en zijn soortgenoten in de weg zit. Het verschil met kuddegedrag zit erin dat dát een doel dient. Veelal bescherming tegen roofdieren. Misschien wordt het tijd dat ik eens wakker word. En de vacht af leg.
Lente en woorden komen weer terug Wat een beetje zon niet al kan doen
Kabouter Er kwam een kabouter in mijn tuin om mij het taoïsme uit te leggen, de rest van de wereld lag in puin, ik wist hierop niets te zeggen. Om mij het taoïsme uit te leggen, zijn rode puntmuts wees naar boven, ik wist niets anders te zeggen, dan een vliegenzwam te beloven. Zijn rode puntmuts wees naar boven, mussen twinkeleerden in de bomen, om hem rode zwammen te beloven en hier eens prettig te dromen. Mussen twinkeleerden in de bomen, er kwam een kabouter in mijn tuin om hier eens prettig te dromen, de rest van de wereld lag in puin. 5 april 2019
35 – CHE ‘L PRINCIPE TRISTO NON È MENTE DELL
REPUBBLICA SUA Mentola al comun corpo è quel, non mente, che da noi,
membra, a sé tutte raccoglie sostanze e gaudi, e non fatiche e
doglie: ch’esausti n’ha, come cicale spente.
Almen, come Cupido,
dolcemente ci burlasse, che ’n grembo della moglie getta il sangue e ‘l
vigor, che da noi toglie, struggendo noi, per far novella gente.
Ma,
con inganno spiacevole, in vaso li sparge o in terra, onde non puoi
sperare alcuna ricompensa al mortal caso.
Corpo meschin, cui mente ha
da guidare piccola in capo piccolin, c’ha naso, ma non occhi, né orecchie,
né parlare. [T.C.]
Natuurlijk gaat het over rukken—Roush en de haren
bevestigen zulks[1],
en natuurlijk gaat het hele ding primair over uhm…ah…. Iets politieks, zullen we
zeggen? Behouden moest dat blijven, zei het monster dat ik je stuurde.
Recent werd in Filter iets rechtgezet of ‘recht’ gezet door deze of gene
literaire bobo, namelijk een parabel over Nida’s “Zeeleeuw Gods”, wat wellicht
enige uiteenzetting vergt, al heb ik de clou al weggegeven—God, ik kan mijn tong
wel afbijten.
Dynamische equivalentie, het door Nida geponeerde
‘sense-for-sense’-met paradigmen, gaat uit van een vertalen van, een omzetten
naar, een doeltaal met behoud van zo veel mogelijk semantische
categorieën—ongeveer. Daarbij hebben culturele factoren—en de tijd—invloed op
interpretatie van de vertaling. Dus is het Lam Gods ook the Lamb of God, of
l’Agneu de Dieu.
Er was een Afrikaans vluchteling die in Duitsland de
politie opbelde om melding van een terroristische aanslag te doen—het had
gesneeuwd.
Pardon, die regel Tjitske
Jansen-en-wat-de-naburige-tien-jaren-op-de-bühne-kwam-tot-Rijneveldtdt-God-nog-an-toe
zat me dwars in de keel en moest eruit. Slampubliek herkent er een Wuckiaans
cliché in dat tot heden ten dage nog door jonggerokte dichteressen gebezigd
wordt. Maar ik dwaal af.
De Afrikaan had nog nooit sneeuw gezien. Was
hem onbekend. Moest hem verteld worden. Door de pliesie. Hele wereld wit man!
Suka nyoka.
Terugkerend naar vertaling en die dynamische
equivalentie, het Boek der Boeken is het meest vertaalde ter wereld. Anne
Frankeat your heart out, de Bijbel ging in Inuit.
Inuit
hebben geen weet van lammeren. Aldus de geboorte van de Zeeleeuw Gods. En páts:
ziehier het wonder van dynamische equivalentie. Mogelijkheden zat om een
omschreven fabeldier in het Inuit te fabriceren, maar de gevoelswaarde
(God!) van het Lam werd het meest benaderd door het woord (in het Inuit)
voor ‘zeeleeuw’. En iets met wit, jong, onschuld…geslacht? De semantische
categorieën van het paradigma.
Bobo had het uitgezocht, prees het
verhaal, ontkrachtte elke definitieve grond in Filter—en hier wordt het
herverteld. Dynamische equivalentie—als toverwoorden voor vertaling,
gedichtenlang.
Maar wat als er sprake is van ambiguë lezing, van twéé
betekenissen die door de tekst heen schijnen als een ranzige zon? Hoe equivaleer
je dat dynamisch—je maakt er geen maneschijn van.
Nog afgezien van Nida’s
zeeleeuw functioneert een nieuwe tekst in haar nouveau discours—de contemporaine
consument interpreteert het product in vertaling vanuit de maatschappij waarin
deze leeft. Daarom wordt in een 21e-eeuwse Christieverfilming (hier:
“Murder on the Orient Express”) wel gebruik gemaakt van Ipadachtige apparatuur
en bekendheid met en mogelijkheid tot manipulatie van microgolven[2]
omdat TV-kijkende schapen het belang en velerlei nut een goede
hoedendoos-met-accessoires niet meer in weten te schatten. Wat moeten we dan met
machiavelliprinsen? Het zestiende-eeuws Italië van ons aller Thomas?
Onderstaand tracht die fijnbesnaarde dynamische equivalentie te bereiken
door de tweede, seksuele, betekenis die doorschemert, maar nu eenmaal eerder
gevat zal worden door huidig publiek, naar de voorgrond te brengen in
makkelijker leesbaar Nederlands, en de eerste, politieke, betekenis die in het
origineel zo hamert slechts terzijdes te laten. De fijnproevers halen het
vernuft er wel uit.
35 – DAT DE KLEINE KONING TOCH NIET DE GEEST VAN DE
REPUBLIEK VORMT De géést niet, de pík van het mens’lijk bestel is ’t part
van onszelf dat zichzelf niet voorziet van weemoed en werk, maar verguldsel,
pyriet… en uitgeput dan gelijk krekels na ’t spel.
Ach! Was hij als
Cupido, speelse rebel, die spottenderpijls in gehuwde schoot stiet, met
sappige kracht, die steeds ’t lichaam verliet: het volk wordt vernieuwd en
verwoest—welk herstel?
Arglistig verspild, wat zo’n vuns eruit
trok ter aarde, in ’n pispot—wat bovendien laakt elk hoop op de doorgang
’s mans tikkende klok.
Vals lijf, net kleingeestig genoeg dat het
maakt dat echt sturing vloeit uit ’n klein koppie, met gok, die oog-
alsook oorloos is, èn onbespraakt. [D.B.]
Alleen—die titel, hè? Het
blijft toch jeuken.
Dag Pom, in gedachten,
D.
[1]
Roush, S., Selected Philosophical Poems of Tommaso Campanella, A Bilingual
Edition. The University of Chicago Press, 2011. Introduction, p.
32-33.
Het gebeuren op het damesgala liet me de afgelopen week niet los, sterker nog, ik heb eens uitvoerig mijn gedachten laten cirkelen rond het thema racisme en uitsluiting. Vooral omdat ik het was die in een stereotiepe hoek werd gedrukt, waar ik helemaal niet wilde zijn en naar mijn idee ook helemaal niet thuishoor, namelijk die van witte racist. Maar ben ik daar wel zo zeker van? Discrimineren we niet allemaal onbewust? Probleem is dat de “bevoorrechte” groep zich meestal niet van dat voorrecht bewust is en het als vanzelfsprekend voor lief neemt tot men erop wordt gewezen door de onbevoorrechte minderheid die zich wil emanciperen tot diezelfde positie. Hoe hadden we anders het vrouwenkiesrecht verworven? De slavernij afgeschaft? Gelijkheid tussen de sexen bereikt?
Nog altijd wordt het als vanzelfsprekend beschouwd dat hij voltijds werkt en zij halftijds en genoegen moet nemen met minder loon. Zo is het althans in Nederland, want wij hebben niet meegevochten in de Eerste Wereldoorlog, in tegenstelling tot Duitsland en Frankrijk, waar de vrouwen de economie aan de gang moesten houden omdat de mannen aan het front vochten. Met andere woorden, de nederlandse vrouw werd niet noodgedwongen het huis uitgejaagd, ze “hoefde” domweg niet en tegenwoordig is dat al niet anders. En aangezien de man het als een vanzelfsprekend voorrecht beschouwt om op een rustig kantoor zijn ding te doen in plaats van tussen de blèrende kinderen te zitten – wat ook een fijn voorrecht is, dat geef ik grif toe – verandert er niets. Maar terug naar die uitsluiting. Ben ik niet zelf zo’n bevoorrechte witte autochtoon die onbewust veroordeelt en uitsluit? Ik heb er aardig wat moeite mee om me daarvan een voorstelling te maken, ik zie mezelf graag als tolerant en ruimdenkend, aangezien ik zelf een buitenbeentje ben. Als kind werd ik, zoals iedere rechtgeaarde asperger, veelvuldig gepest.
Mijn levensvervulling, het schrijverschap, werd door familie en maatschappij nooit voor vol aangezien, want maar een hobby en geen “echt beroep”. En als vrouw word je toch vreemd aangekeken als je je niet van je taak kwijt waarvoor je als vrouw op de wereld bent, namelijk kinderen krijgen, vooral als je er ook nog voor uitkomt ze niet te willen. In deze lhbt-postemancipatoire samenleving, waar zelfs homostellen gretig aan de kinderen gaan, is dat het grootste taboe. Maar je biologische klok dan? Nooit wat van gemerkt, moet ik die hebben dan? O, maar schrijven en kinderen opvoeden gaan zeker niet goed samen… Op dat punt geef ik de verbouwereerde vragensteller maar grif gelijk, maar wat ik werkelijk wil zeggen is: ik hou van mijn leventje met mijn vrijheden en zo min mogelijk handenbinding. Maar ja, dat staat zo egoïstisch.
Je moet toch minstens de indruk wekken dat het door een speling van het lot en buiten je wil om nooit van kinderen is gekomen. Tja, als ik een man was en onder het mom van kostwinning veertig uur per week op een rustig kantoor mijn ding kon doen en bij thuiskomst de kinders keurig in bed zou aantreffen, dan is het een ander verhaal. Hoewel ik die mannen evengoed zou aanraden om een partner zonder kinderwens te zoeken, da’s ook nog eens beter voor het milieu. Maar enfin, omdat ik dus weet wat het is om “anders” te zijn door er ongebruikelijke ideeën op na te houden, omdat ik in mijn jeugd gepest en buitengesloten ben, heb ik van mezelf het beeld gecreëerd tolerant te zijn naar alle nationaliteiten, geaardheden en gezindten toe. Maar misschien komt dit ook weer voort uit een bevoorrecht, wit superioriteitsdenken.
Ofschoon ik niets heb met Sinterklaas, het al dertig jaar niet meer vier en de slaven annex bediendes op schilderijen uit de Gouden Eeuw wel verdacht veel van Zwarte Piet weg vind hebben in hun apepakjes. Zuslief was onlangs met zwager en het zwarte neefje op wintersport in het oostenrijkse Gmunden. Ik ga daar niet meer heen, rilde ze bij thuiskomst, er werd zo vreemd naar het neefje gekeken! Dat hele Oostenrijk zit boordevol racisten! Welkom in de echte wereld. Racisme en uitsluiting bestaan nog steeds, wellicht ook in het witte hoofd van columniste.
homo aude ludere
je bent soms met een pantser aan, soms laat je een andere huid staan je huilt met de wolven mee, doet een gorilla na
redt ooievaars uit het nest op de hoogspanning bij blijdorp acteert een glimlach, legt een verzameling strooppotten aan
om de pissebedden om de mond te smeren, je kuif staat naar de wind je jas waait in alle richtingen, het masker dat je draagt voelt echt
je bent de vanger in het maaiveld, de duiker in het koren wat krom is sla je recht, je wilt naadloos passen
in de voren van het bevoorrechte, voor pech heb jij geen behuizing katjes knijpen zichzelf in het donker, jij moet ronken
op het schoongeveegde podium, je naam in het zodiac gegrift voor ieders ogen zet je een leven in scène
dat je hebt gejat van de eerste de beste verstekeling als het maar goed klinkt en verrassend genoeg
op het platgetreden pad blijft, je beeldt je in dat je beklijft maar het geheugen lijdt aan alzheimer, zoveel is al gezegd
laten we bij elkaar liggen, mens, elkaar uitkleden, het naakte betreden, elkaar velen, spelen wie ben jij nou echt?
groot nieuws vanaf TEXEL – karin Beumkes bericht: ‘IK dicht en dicht en dicht….Er komt een tentoonstelling van mijn gedichten. Gemaakt door de Texelse kunstenares Margot Bik.’ Die opening mag niemand missen – wij van de pom zullen present zijn. Bik&Beumkes – wij zullen berichten. vandaag verkeert ze tussen der speelgoedpaarden – speelgoed mens en melodie op de maandag – geniet van KARIN BEUMKES:
Speelgoedpaardje
Sprookjesdier speelgoedpaardje slaapt op rommelzolder velletje oud oogjes zo wijs van vroeger ben je weet je nog.. ik trok je aan je ivoorgekleurde oortje ik trok je naar ons paradijs dan zwierf ik met je langs de zee geduldig leerde ik je baden totdat je wit en schoon en nobel was de koningin te rijk kamde ik je manen en zon toverde bezieling in je oog van glas je bent veranderd in een zebra wat heeft de tijd met ons gedaan die rusteloze wezel haat kinderlijk duimendraaien aan het raam het dromerig gekwezel en ik heb ook niet goed op je gepast laat me het stof afnemen van mijn dom verzuim je krijgt je paardenkracht terug in elke vezel ik streel je levend tot op het allerlaatste puntje van je kruin.