Hazen slapen in een bocht na een cyclus richt het verkouden gras zich op het gebaande moest zich bedwingen onder het humus schikt zich een fijnmazig wortelbed.
Verkleumde kinderen blazen bellen in zakdoeken ligt adem van verlies het zout pekelt gepiekte paden een laatste kies wordt weggeduwd.
Zullen we verder schuddebuiken en de ijspop nog niet laten lekken in dat arme hart zou je een sneeuwklok kunnen laten luiden wow zoveel warmte wacht op een vervolgzin.
Een vroege lente uit zich niet zo snel eigenlijk wil het ons anders uitleggen, nog niet, nog niet dit huis waar ik mocht aarden was al lange tijd te kil.
Petra Maria vdE – steeds opnieuw herhaalt de tijd alles wat voorbij is
Rik van Boeckel – wat terugkeert zal blijven
Frans Terken – toen je eindelijk mocht dansen
Marc Tiefenthal – termietenhoop bleef over
Erika de Stercke wat overblijft is het stof van omkijken
Cartouche wat overbleef en altijd steken blijft
Jako Fennek niets meer te verliezen
wedstrijd gesloten – dank aan alle dichters – uit alle resten een mooie dag! juryvoorzitster jeanine hoedemakers bericht uit het zonnige zuiden:
Dan de metalen maar allereerst natuurlijk van harte gefeliciteerd aan Sander Meij die toch maar mooi met een bundel kwam en nu op de Pom staat te pronken!
Goud Jako Fennek Zilver Erika de Stercke Brons Marc Tiefenthal
Ik heb alle gedichten graag gelezen en heb tante gevraagd wat ze de mooiste regel vindt Papier om verlegenheid in weg te steken, riep ze enthousiast terwijl ze het oud papier in de container kieperde.
Fijne zondag allen en geniet, geniet, geniet. Het zijn je eigen voeten die je dragen.
xx
niets meer
we aten vers verworven brood omgeven door vogels die de kruimels stalen er bleef niets over alleen jij bleef zoals je was tijdloos glad je huid en haar waarin een speld je sprak verhalen over tijd die voor ons lag en slonk ik nam je hand we liepen straten, parken door als zielen die niets meer te verliezen hadden
jako fennek
wie wint de enige echte virtuele Sander Meij of ‘wat er overbleef’ trofee op pomgedichten?
WAT BLEEF EROVER? nou willen we het weten ook. vandaag lichten we een helder gedicht van Sander uit die bundel Nieuw eiland – ‘wat er overbleef’ dat is dan meteen ook het thema deze week op de pom. voor de dichter blijft er altijd wel wat over toch? van de liefde, van het leven, van de dood of van het zwarte gat. Kom aan, niet gezeurd – schrijven! en het resultaat lezen we graag deze week – jeanine hoedemakers uw juryvoorzitter – de edele delen en metalen in haar o zo gevoelige maar wel enorm vertrouwde handen- aan de slag! WAT BLEEF EROVER? nou willen we het weten ook.
u kent de regels:
de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.
WAT ER OVERBLEEF
van de week
stond hier op de hoek een man
te schreeuwen om zijn vrouw
totdat twee andere mannen
hem vastpakten
en in een busje stopten
het leek wel een ontvoering
vanmiddag
zag ik hier een vrouw
zoekend om zich heen kijken
hé, dacht ik, dat is die vrouw
later hoorde ik
dat ze van de gemeente was
en kwam voor de vergunningen
Sander Meij
vandaag zie ik alle foto’s weer van uitdagende vrouwen ongrijpbaar als wilde spinnen
een met die benen een in tijgerprint
een met ingehouden verlangen
en wat ervan gebleven is?
pomwolff
Soms moet je taal tot je laten doordringen en
soms komt het meteen binnen.
‘Wat er overbleef’ (de titel van het gedicht) of
‘Wat bleef erover’ (de vraag van Pom)
bij de laatste denk ik aan de restjes van gisteren en dan in de oven met de kaas erover.
Dus dan maar :
‘Wat bleef over?’ Of liever
‘Wat er overbleef’ die mooie titel!
Eigenlijk blijf ik in dit gedicht alleen zelf over :
als we elkaar niet meer
luchten
we drijven weg
met de wolken
het doet er niet toe
waarom
was ik liever wind
en jij het water
maar we ruimen zwijgend
de ontbijtbordjes weg
steeds opnieuw
herhaalt de tijd alles
wat voorbij is
zo ver van mij
vandaan
PetraMaria vdE
pom: wat bleef is in wezen mijn vraag in mijn gedicht hierboven – petra maria antwoordt met ‘ik’. petramaria maakt voor het gemak van wat maar even wie. wel maakt ze onderscheid. blijven kan op vele manieren. met elkaar, naast elkaar. het voelt alleen dit gedicht. zij met der eentje bleven over, achter. een gedicht over een uit elkaar gedreven zijn. de wind doet zijn werk – de tijd werkt minder mee. in essentie heeft de dichter altijd gelijk. hier geldt: wat is wie en wie is wat. en er wordt gelucht. onze juryvoorzitster hoedemakers ken ik als een opgeruimd natuurlijk landelijk type. die zal bij dit gedicht een gat in de lucht springen. ik ben meer een stadsmens – wind water lucht – zit ik minder op te wachten.
jeanine: PetraMaria vdE
Het
eerste wat ik dacht is, lieve Petra, in feite moet je taal altijd even tot je
laten doordringen. Soms staat er iets heel anders dan je als eerste leest. Dat
weet je toch wel. Voor een moment zat ik in de zaal naar een dichter te
luisteren. Zijn inleiding/uitleg, het waarom etc. duurde langer dan het gedicht
zelf. Naast me zat een muisstille man. Wat een aandacht, dacht ik maar hij was
in slaap gevallen. Dit is echt gebeurd, hij kon er niks aan doen en het was best
grappig eerlijk gezegd en je moet je er niks van aantrekken, van wat ik hier
vertel, ik weet ook wel dat Pom er alles wat je zegt
bijplakt.
we
drijven weg met de wolken
ruimen
zwijgend de ontbijtbordjes weg (op?)
Dit
is voor mij de essentie, het is wat overbleef, het zwijgend
aanvaarden.
Gong van ‘t hart
Gong van ‘t hart slaat
voor alle liefdes
voor al het weggezakte leed
in de stroom van dromen
vergeten verweten onvervuld
ogen branden van ongeduld
woorden breken de tong
gong van ‘t hart trilt
wat terugkeert zal blijven.
Rik van Boeckel 23 februari 2019
pom: ja ‘wat terug keert zal blijven’ – rik maakt zich er deze week met een jantje van leiden vanaf. de vraag is wat bleef? een concrete vraag levert hier een filosofisch antwoord op. als we aan de makkelijke filosofie willen dan lezen we connie palmen wel rik. bij nader inzien is de eerste strofe geheel en al voor die palmen geschreven: mooie samenvatting van bijvoorbeeld het in goedgeld omgezette vanmierloleed en de mannen die hem voorgingen – connie lust er wel pap van – filosofiesausje erbij en dippen maar:
Gong van ‘t hart slaat voor alle liefdes voor al het weggezakte leed
Jeanine:Die laatste regel, daar moet het hele gedicht het van hebben. Het is de mooiste regel en een waarheid als een koe. Die gong, ik hoor hem. Knap als je met woorden geluid kunt veroorzaken bij iemand kilometers verderop.
Geur
Als een markant affiche
beeld in het hoofd gegrift
hoe je in jonge jaren aan het leven rook
of het meer licht gaf
als je het tegen de lamp hield
je keek er met ontzag tegenop
tijd die dagelijks in de krant stond
waar je een hoedje van vouwde
papier om verlegenheid in weg te steken
die pas los te laten
toen je eindelijk mocht dansen
met het meisje van je dromen
ergens heb je er een foto van
je neus in lange donkerblonde lokken
nog hang je aan de intense geur
FT 22.02.2019
pom: vanuit de haarlemse koepel bericht frans hier over wat bleef hangen: de geur van het meisje van je dromen. margreet dolman zou dit gedicht meteen in mens & gevoelens plaatsen – maar helaas mens & gevoelens bestaat niet meer. het is maar goed dat we ‘de pom’ nog hebben. donkerblonde lokken die ruiken als lentebloemen. bijzonder aangenaam geurende inkleuring van het thema – mag ik het zo zeggen jeanine?
jeanine:
papier
om verlegenheid in weg te steken
dat
is de regel die me het meest in het oog springt. Wat overbleef, de
herinnering. nog hang je aan de intense geur
Achterwaarts buitenveld
Wiek voor wiek kraakte de molen zich stuk.
Er waren geen slaven meer over
om dit te vieren. Geen Suske
noch Wiske meer
om dit de daverende Bataaf te noemen.
In het buitenveld verstomden wolf en schaap.
De aardkloot, Vondel, was oververhit nu,
geen termiet meer die het navertelt,
een termietenhoop bleef over.
marc tiefenthal
pom: marc slaat weer eens geheel op hol. de aarde draait en de hele bliksemse bende draait mee. materie en anti- materie – het maakt niet uit – marc groet de dingen in de ochtend. op de achtergrond zingt greetje dolman: ‘ik ben een beetje misselijk’.
Jeanine:
Meerdere
malen gelezen en ik vind het een amusant gedicht, wellicht niet zo bedoeld maar
ja. Het enige wat me stoort is Vondel, ik begrijp helemaal niet waarom hij er
tussen staat. Het lijkt wel alsof je daarmee je gedicht tot grotere hoogte
tracht te tillen. Meestal lukt dat toch niet, in een gedicht telt elk woord, elk
beeld en als dat niet zo is dan heeft de dichter zich even laten overheersen
door de man (of de vrouw) achter de dichter. Op zich niet erg, we hebben nu
eenmaal een stem en om die nou helemaal te verstoppen hè. Aardkloot is een woord
dat bij mij valt onder de categorie vermeend stoer, ik kan nu even geen betere
omschrijving bedenken.
De
termietenhoop bleef over. Tja. Het beeld dat ik nu heb zal je doen glimlachen.
Ik zie je op die hoop zitten. Je kijkt een beetje… ehm….
Fier?
verstoord
op een avond als deze hebben
woorden weerhaken, kerven
zich door het licht
wat rest aan warmte loopt naar
buiten, gehaast, een bloedende
blik loert rond
in onregelmatige passen volgt
zijn zwarte mantel, de kerkklok
davert op haar vesten
wat overblijft is het stof van
omkijken
Erika De Stercke
Pom: de warmte loopt hier weg. heel knap! hij erachter aan en daarachter zijn jas ook nog wapperend. toestanden in het dorp! aan het einde van het gedicht waait de stof op (van het omkijken?) – natuurkundig gezien heel knap allemaal – poëtisch gezien vat ik het geheel als volgt samen: met haken en ogen.
Jeanine:Zo, zo. Als dit geen vaart is dan weet ik niet meer wat vaart is. Dit gedicht lijkt me in een adem geschreven en zo lees ik het ook. Nogal logisch dus dat er stof overbleef. Hele mooie openingsregel, ik voel de weerhaken het hele gedicht door.
Wat overblijft
liefde is een gift, een doos vol
watten om in te liggen, te grabbelen
een touwtje met een rode strik erom
ik frummelde, trok en knipte het los
al wat ik vond was metselzand
een vochtig bed van stro
en niet het snijden of het grijpen
in het niets deed zo’n pijn, maar het
litteken, het lid dat zich geen raad
wist en verwaten achterbleef
dat ene, oog van mij
– bootsman en lichtmatroos –
dat blind dacht te kunnen varen
de kloof naar de wal te dichten
wat overbleef en altijd steken blijft
de overdosis druppels – hangend
tussen haren van vergankelijkheid
onvervreemdbaar verlangen, waar
tegen geen pil of antigif bestaat
23-02-2019 Cartouche
pom: meestal heeft onze Cartouche de zaken stevig in de hand maar hier vandaag is ie behoorlijk van het padje. we liggen nog maar net in een doosje met watten of een woestijn van metselzand wordt over ons uitgestort. plotsklaps varen er boten de woestijn in om kloven te dichten – dit gedicht raakt kant noch wal – zoveel is zeker. wat bleef? mijn vraag: onze Cartouche in totale verwarring – het antwoord. ik gun deze dichter beter. volgende week een minder aangrijpend thema – ik beloof het. gérard grand marnier helpt enorm goed!
jeanine:Arme Cartouche, dacht ik als eerste na het lezen. Metselzand in een doosje met watten. Ik kan wel begrijpen dat dit een bijzonder teleurstellend geschenk is. Liefde, hmm ja, al die gezichten van de liefde. Het verwaten achtergebleven lid. Het is me wat.
jako op de voorgrond – loes essen rechts leest connie palmen
Hello Pom, Door gezondheid de laatste tijd wat moeten moeten passen, maar vandaag weer met plezier erbij. In Alpenland alles OK, weer als een parel, maar dat zal bij jullie ook wel zo zijn. Heb een fijne dag, groet van Jako.
niets meer
we aten vers verworven brood
omgeven door vogels
die de kruimels stalen
er bleef niets over
alleen jij bleef zoals je was
tijdloos glad je huid en haar
waarin een speld
je sprak verhalen over tijd
die voor ons lag en slonk
ik nam je hand
we liepen straten, parken door
als zielen die niets meer
te verliezen hadden
jako fennek
pom: met de grijsheid der jaren uit een zonovergoten alpengebied onze jako fennek. helder als kristal de woorden. zo makkelijk is dat niet. dat je overhoudt dat je niets meer te verliezen hebt. een prachtige gedachte. tussen al dat fraais heb ze nog steeds die ellendige speld – dat dat nog wel even gememoreerd is haha –
“tijdloos glad je huid en haar waarin een speld (…)”
maar voor de rest vers brood, een vogeltje, een alp – mooie woorden – dank je wel jako. (jeanine hoedemakers – de juryvoorzitster vandaag is ook vaak met spelden in de weer – dat even tussen ons jako)
Hai Pom ik hoop dat het lukt om de sterretjes te gebruiken om de teksten en regels van elkaar te scheiden. Want die markeren steeds een nieuw stukje tekst, zonder afscheiding is het onzinnig. Samen is het wel een verhaal, maar elke stukje apart is ook een verhaaltje.
Liefs Lisan
Ik pas eindelijk
Eindeloos in de wereld
*********
We verlaten elkaar alleen
tot de volgende keer.
*********
Telkens weer verwondde jij
wat al voor je open lag.
********
Je gaf mij mezelf
Maar jezelf gaf je niet.
*********
Zomer
Och ja
Ik ben het strand
En jij de zee
Zo liggen we
voor eeuwig
samen aan de kust.
********
Ik fietste stralend door de Kinkerstraat
Achter mij ontstonden kettingbotsing,
zo verblindend was mijn lach.
Ik hoorde niks.
Later zag ik op het nieuws :
Vrolijke dame zorgt voor chaos in de stad.
********
Weemoed
Er zijn altijd schaduwen, maar die vallen altijd achter ons
Er zijn echo’s uit het verleden, die wegvagen in de lucht
Soms zul je het vergeten maar je maar niet altijd
Ga voorwaarts, geniet van het geluk.
********
Liefde is het begin, maar zou het laatste woord moeten zijn.
********
Kom maar kindje, kom maar binnen in mijn zin
Jij bent ontstaan uit liefde
en verbroken banden met het verleden
voor mij is er geen einde, alleen maar dit begin.
Om kwart over zes was ik opgestaan. Soepel en redelijk fit,
voor die tijd van de dag. Op het gemak de keuken schoongemaakt. Boterhammen
voor de kinderen gemaakt. Ochtendgymnastiek. Rustig aan. Ontbijttafel dekken en
gezamenlijk ontbijten in harmonie. Douchen, frismaken, kinderen de deur uit en
tas inpakken. Met de klink al in mijn hand realiseerde ik me mijn inbussleutels
vergeten te zijn. Ik liep naar de kast met mijn gereedschapskist en trok deze
ruw uit de kast. Daardoor kwam een metalen strip los. De schuld lag mijns
inziens bij de krakkemikkige stellingkast. Geïrriteerd pakte ik een schroevendraaier,
sloeg de strip weer op zijn plek en borgde deze met de schroevendraaier.
Opgefokt liep ik de deur uit.
Op de Kleiweg ging er niets mis. Mijn fiets maakte met pas
gestelde en gesmeerde ketting geen enkel geluid. Soepel zoefde ik de Albert Heijn
voorbij richting de Kruising met de Straatweg, met de intentie deze rechtdoor
over te steken. Het lukte om rakelings de fietsers van links te ontwijken, die
klaarblijkelijk geen bekendheid hadden met de basale voorrangsregels. Het geluk
was met me want een auto van rechts gunde me vrije doorgang, en zo was de
kruising overbrugd, de luwte in op de Kootsekade. Het was een fijne lentedag om
te beginnen. Bij de kruising van de Bergse Rechter Rottekade met de
Mistreelstraat kun je het fietspad op dat je de A20 onderdoor brengt. Het is
een listige kruising, omdat hij onoverzichtelijk is. Ik had mijn koers al
ingezet om de bocht te nemen toen er een robijnrode Renault aankwam, waardoor
ik links langs de verkeersheuvel moest passeren. Stoppen was ook een optie geweest.
Maar dat kwam niet in me op. Vanuit tegenovergestelde richting naderde op de
fiets een vrouw.
Er was meer dan voldoende ruimte om elkaar te passeren.
Praktisch deden we dat dus ook. Bij het passeren keek ik haar aan. Mijn
systemen vertelden me dat ik aan de andere zijde van het fietspad behoorde te
rijden. De vrouw was rond de zestig. Kort zwart, waarschijnlijk geverfd, haar.
Haar ogen waren verscholen achter een blauw getinte bril. Het soort dat
waarschijnlijk beschikt over mee kleurende glazen. Haar blik was
uitdrukkingsloos. Ogen zonder kleur. Zonder knipperen. Een seconde na passeren
vloekte ik hevig en riep nog wat voor me uit over iets wat de uitdrukking
‘teringmuil’ had kunnen bevatten. Verder fietsend zonder om te kijken verbaasde
ik me. De dag was nochtans zo ontspannen begonnen. Van waar deze boosheid?
De dag bleef verder doorspekt met momenten dat ik mijn
woorden in moest slikken en mails moest hertikken alvorens ze te verzenden. Ook
op korte gesprekken moest ik mij telkens even extra voorbereiden om niet te
offensief over te komen. Maar ik kwam de dag zonder kleerscheuren verder door
en was blij rond vijf uur weer naar huis te fietsen met de wind mee.
Thuisgekomen zette ik mijn fiets op slot en keek genoegzaam naar de voorgevel
van ons huis op de Kleiweg. De lamp in de vorm van een kabouter die in de
vitrine staat was al aan en het schemerde. De keuken inlopend ontstond er net
een ruzie tussen mijn zoon en dochter. Duidelijk om niets. Mevrouw Solo
probeerde op een weinig constructief, succesvolle manier de plooien glad te
strijken.
Bijna had ik de neiging er iets van te zeggen, maar zweeg en lacht wat in mezelf. Het klopte. Onderweg naar huis had ik de grote volle maan zien opkomen door de bomen. Er is zoveel, waarvan we denken dat we het de baas kunnen. Er zijn zoveel dingen die we met ons begrip wel denken te kunnen beheersen. Maar onder de streep geloven we en leven we het meest in dingen die we niet kunnen doorgronden. Die een verklaring geven, die nooit onomstotelijk sluit. Die altijd wel wat ruimte laat, om als het moet, te doen wat we niet snappen.
Hoi Pom, deze week stuur ik weer eens een bijdrage van Mirjam Al naar pomgedichten op woensdag. Het is een verhaaltje over een wonderbaarlijke ontmoeting van haar in haar straat, groet, Merik
Rutte
In de verte van de straat zie ik twee grote vrachtwagens. Ze hebben grote zwaailichten en zijn druk doende. “Wat gebeurt daar nu weer ?” denk ik, “zijn ze weer bomen aan het rooien?” Dan keert één der wagens over de weg en ik zie, niet in koeien-, maar in olifantenletters: RUTTE staan. “Jemig,” denk ik, “ zou dat een nevenfunctie van de premier zijn? Levert het torentje niet genoeg inkomsten op om rond te komen ? Moet ie bijklussen ? “ Inmiddels ben ik dichterbij gekomen en zie dat de wagens bezig zijn de vuilcontainers te verwisselen. Mooi zo ! Ik zwaai naar de bestuurders: “Daag Rutte, daag vuilnisman van Nederland! En waar gaat die rotzooi nou naar toe ?”
onze heij viert vakantie. komt haar toe. krokus, zachte liefde, voorjaarsvoelen. hoewel ze er behoorlijk uitgerust bijzat afgelopen woensdag op de boot – aan het einde van de wereld – in 020.
De ijzerman van Rotterdam klauwt met zijn handen naar de open lucht kauwen vluchten van het Shell gebouw caleidoscoopbeeld van een zwerm zwartmannen zwartvrouwen
en in een portiekplek zoekt een
menselijke prop de dekens van de stilte op. Hij noemt zichzelf Charley
Hand Voor De Mond verkoudheid heerst nog in de straat.
Morgen voltooit hij zestig uren werken met drie handen en een inktvisoog tilt hij de deksel van de onderbuik van deze stad omhoog en waant zich krokodil tot maandagochtend.
In het leefnet van het riool valt de grond zo af en toe nog tamelijk droog.
gooi twijgen op mijn sprei – laat mij naakt ter wereld komen – geen angst had ik geen dromen – leg twijgen in mijn bed – leg twijgen in mijn bed verspreid het verdriet dat jou zal raken kruip bij mij onder het laken en deel mijn eenzaamheid – strooi twijgen over ons – jij vechter voor de vrede met vuur bravoer en reden – strooi twijgen bij de poort
zo en met deze psalm op de achtergrond las ik vanochtend de reeds ingezonden gedichten van de dichters – dank jullie wel – hoe de leegte en het verdriet te duiden? – onmogelijk maar toch – we moeten in onze armoede wat – een waar en prachtig eerbetoon ook aan meta en aan de overleden dichter joop scholten – het verdriet in die ene regel aangeraakt door meta deze week aan het einde van de wereld: dat hele grote verdriet dat zich ineens in hele kleine dingen manifesteert – je overvalt. als de liefde de dood: het is van ons allemaal.
u begrijpt het kader van pomgedichten wel naar ik hoop deze week – geen wedstrijd natuurlijk – geen goud of zilver of brons voor de dood. dat gunnen we de dood niet. wel de dichters – goud deze week voor alle dichters die instuurden. dank jullie wel voor jullie indrukwekkende werken – mijn woorden onder jullie gedichten. Joop 28 11 2018 Glaydie en Frans hebben al veel gezegd over die bijzondere man waarvan we vandaag iets proberen te laten zien. Met woorden. Dat was zijn kracht, die woorden. Hij wist ons zoveel meer te laten zien dan dat wat zich op het eerste gezicht aan ons voordoet. Ik heb met hem een man gehad die mij zoveel meer werelden liet zien en ervaren. En het ging nog zoveel verder dan woorden. Zoals een letter alleen nog bijna niets is, is 1 woord ook alleen maar iets meer, maar de manier waarop hij die aan elkaar reeg maakte een eigen universum. En dat werd weer veroorzaakt doordat hij ze maakte met zijn ziel. We begonnen vandaag met het muziekstuk Naima van John Coltrane. Dat is een anagram van Anima, ziel. Hij keek met zijn ziel, hij leefde vanuit zijn ziel, hij maakte gedichten vanuit zijn ziel. Hij was bij diegenen die hij liefhad met zijn ziel. Met zijn hele hart en ziel. En hij liet je ook niet los. Hij was iemand die volstrekt niet veroordelend was. Een ontzettend intelligente geest die juist wel tot een juist oordeel kon komen, maar op basis van een ethiek die diep geworteld was in een besef over de waardigheid van ieder en alles , over de gelijkwaardigheid van iedereen en alles, zonder hokjes. En dan was hij ook nog zo ontzettend lief en nooit nooit klagen , ook niet toen hij zo ziek werd. Zoals hij schreef was zijn verlangen een gemeenschap van mensen waarin mensen over de muren van hun eigen bestaan kijken om zich voor elkaar open te stellen. Hij maakte het een ander soms niet makkelijk om over zijn muur heen te kunnen kijken. Daar moest je je best voor doen. Hij had zelf soms ook moeite over jouw muur heen te kijken. Veel praatte hij daar niet over. Je moest behoorlijk willen zien en kijken om iets te ervaren van wie hij werkelijk was. Ook ik heb de laatste dagen in de concentratie om hem tot zijn recht te laten komen vandaag en hem in de buurt te houden, opnieuw beseft met welk een bijzonder mens ik heb mogen samenleven. Heb mogen liefhebben. Werd liefgehad. Hij schreef om dichterbij het niets te kunnen komen ,de lege ruimte die alle ruimte mogelijk maakt. Alle invulling. Die juist op de grens van leven en dood is. Het nu dat voortdurend uit onze handen glipt. En in zijn woorden: ‘er zijn ogen die ons zien, in leven en dood, in liefde en sterven. ‘” Hij was echt geen heilige, maar toch ben ik vol van gemis. En ik had wel verwacht dat hij op zou staan de afgelopen dagen. Niet gebeurd.
Meta
afgelopen woensdag op de boot aan het einde van de wereld –
meta de hand geschud – zij bezocht met frans terken de avond op de boot vol van
gedichten, songs en muziek.
meta de vrouw van joop scholten die aan het einde van 2018
overleed. hoe ze hem in kleine dingen mist. dat er dan ineens dat verdriet is –
dat hele grote verdriet dat zich in hele kleine gewone dingen in huis manifesteert.
omdat verlies uiteindelijk iedereen aangaat staan we deze week stil bij rouwen – en de door meta zo mooi verwoorde rouw. wie wint de enige echte virtuele – dat er dan zomaar ineens dat grote intense verdriet is bij hele kleine dingen – trofee op pomgedichten?
aan de dichters gevraagd iets van rouw aan te raken – in een woord – een regel – een strofe – een gedicht. u kent de regels – de commentaren zijn verzekerd. de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.
het was
een dag als alle andere
er lagen dingen op de grond
het was warm de deuren open
je hoorde stemmen
een poes
sloop door de tuin
op weg naar wat zich voor zou doen
donkere wolken in de verte
een hoge vrouwenstem
en duidelijk gerinkel je zou zeggen het hoort erbij die vrolijkheid die buiten zichzelf mag zijn eenmaal binnen snel verstomt
en toch een dag als alle andere was het niet
pomwolff
Naast het bed
Vele malen afscheid genomen in de pauzes van je diepe dromen
gebogen, als het rietje in het lege glas verkreukeld als de zakdoek in
je hand van was
beneveld, na een zoveelste doorwaakte nacht, klein naast zoveel overmacht
Ton Huizer
prachtig. hoe klein we zijn bij ‘zoveel overmacht’ ton vindt/vond de woorden. weinig aan toe te voegen. hoe je in 8 regels die zware laatste nachten kunt navoelen. bijna een universeel beeld – en hoe kansloos een mens is in zijn laatste uren. Meta schreef nog ik dacht dat ie wel op zou staan – ‘niet gebeurd’. u begrijpt het kader van pomgedichten wel naar ik hoop deze week – geen wedstrijd natuurlijk – geen goud of zilver of brons voor de dood. dat gunnen we de dood niet. wel de dichters – goud deze week voor alle dichters die instuurden. dank jullie wel.
Goedemorgen Pom, dank voor de aandacht die je geeft aan het verdriet dat ons overvalt op allerlei momenten. Enkele dagen na de uitvaart van Joop ontving ik een troostend bericht van Katelijne Brouwer. Daarbij stuurde ze een gedicht, dat mij tot onderstaand gedicht inspireerde, in die dagen geschreven. De regels tussen aanhalingstekens heb ik ‘geleend’, de titel uit het gedicht van Katelijne, in de eerste regel een bekende, van Martin Bril. Warme groet, Frans
‘We zeggen dat missen mag’
Hoe ‘je mist meer dan je meemaakt’
van een onweerlegbare waarheid is
ik mis meer het meemaken met jou
alsof er op het podium een lege stoel
de knop van de microfoon uitgezet
er rest slechts ruis uit de boxen
of dat mijn inbox tevergeefs wacht
geen bericht dat het scherm vult
er hangt slechts wit in de lucht
zoals het wit dat tussen de regels rust
dat ik daar even inhoud en stilsta
bij wat er niet meer komt
waar ik eerder naar uitkeek
hoe het dan toch het laatste gedicht
waarin je schreef voor een pasgeborene
iemand die nog beginnen moet
leven vanaf de eerste dag
leren wat missen is
FT 30.12.2018
frans terken zonder meer de grootste dichtvriend van joop scholten – hoe ze samen schreven over alle aspekten van het leven – hoe frans een vriend verloor, de dichter een dichter. hoe als het hart stil is blijven staan bij de een het hart ook stokt bij de ander. over stil staan, over leegte en gemis van zoveel meer dan de woorden kunnen schetsen. dat er leven is – weer nieuw leven is – onontgonnen nog. gelukkig maar. onze troost.
‘We zeggen dat missen mag’: Katelijne Brouwer, (‘Uit de tijd’, in: De maagden moeten bloeden, uitg. De Harmonie)
‘je mist meer dan je meemaakt’: Martin Bril
Het loopt storm deze windstille voorlenteochtend.
het laatste van pa
altijd nog zij het moeizaam
de ochtend zit me glad met op de kaken
een geurig watertje – het laatste van pa
uit de beragde prijzenkast vol cadeaus
ter gelegenheid van zelfs god vergat
welke jubilea – maar
het axeflesje strak de scherfbak in dan
kennen hem ook de dingen niet meer
ooit dagelijks algemeen in het gebruik
of enkel bij toeval soortgelijke vervormd
als herinneringen vaag uit het hoofd
net te vaak gedregd herzien dit gezegd
danken wij u voor uw komst
Aratrios
arie van egmond toont ons dat ene beeld – en tegelijkertijd het genadeloze van de dood – ‘dan kennen hem ook de dingen niet meer – ooit dagelijks algemeen in het gebruik’ – ja het is ons lot. we mogen hopen als dichters nog in een regel voort te leven – maar wat is het waard als we er zelf niet meer bij zijn – totdat die vreselijke waarheid waar geworden is die arie hier schetst:
dan kennen hem ook de dingen niet meer
GEWORTELD
niet dat we nu nog
dagelijks huilen
om jou
maar onlangs
kwam het leven
zo absurd voorbij
dat mij ter plekke
een diepgeworteld
verdriet overviel
gewoon om alles
wat niet meer mag zijn
en zo vanzelfsprekend
is geweest
PetraMaria
petra maria schrijft: ‘gewoon om alles’ – het zo grote verdriet hoeft niet klein gemaakt – het grote verdriet is OM ALLES – dat we het soms mogen uitschreeuwen – OM ALLES – en ja het mag. het is goed – dat we weer een beetje ademen kunnen. en ja petra het was ook om alles.
dat je langs kwam om over de sleur te spreken zaken zonder inhoud gaan
de braadpan in
aan tafel kwam een ontsnapte broekgeur langs het deerde niet eens
je prikte plannen op denkbeeldige kaarten dronk de nacht met dubbele
klinkers in slaap
koud die middag al genoten bloemkelken van het licht,
joelden kinderen door speeluren
in een geschrokken bed verdoken voor jaren jouw afdruk
Erika De Stercke
de afdruk nog – ja zo kan het ook beschreven het gemis – de dingen, de drank, het eten – een laatste teken bijna – de afdruk: een laatste indruk – mooi.
De dag begon mooi wit
een randje kou, stapelwolkje
een handvol zon
maar als de ziel eruit
rest alleen de hoop
verblekende letters – calibri light –
de foto op mijn scherm
de schittering
de schaduw rond de ogen
je open mond – ze vliegen me aan
woorden, de klank ervan
Andrea B, ‘con te…en quando
sono solo’ knalt ineens uit mijn box
snijdt mijn vlees grijpt me bij de keel
leent me je oor en als verdoofd
reik ik in den blinde naar het glas
een lik, een laatste slok
hoe fucking killing zal de nacht
16-02-2019 GV/Cartouche
de hoop – de open mond – de nacht – zoals het gaat – zo vaak ook gaat – hoe het allemaal zal verlopen – mooi wit de ochtend tot en met die fucking killing nacht die erop volgt: het leven – de dood. en wij ergens onderweg.
Haast kreeg het
Het lag aan het water, dat
stroomt maar naar zee,
de rivier vergeet.
Gebeurt er iets anders
dan een schip, een bootje,
behalve een drenkeling?
We verliezen elkaar
uit het oog, na je dood.
Doodnormaal en ik sta
zelden stil bij het water.
Tot ik je het hoor zeggen:
luister eens met je ogen dicht.
Zo stond je daar.
Met achter je die tak
te veel.
— marc tiefenthal
de rivier vergeet – wij zolang we leven niet – en dat we toch nog kunnen praten met wie ons lief was. mooi beeld zo aan de schelde in antwerpen – de kade. een lentedag – ik stel het mij voor – horen we onze geliefde even terug – al is het maar voor even en in ons eigen hoofd. woorden van de warmte.
Pom, hier mijn bijdrage aan de virtuele rouw.
Verstild verleden
De tijd waait over stenen heen stokoude schim van jaren in
geboorte en dood gekerfd echo van verstild verleden
een traan plengt
licht en stilte zingen is een rouwproces het koor van dagen zacht
gestemd voltooit de onomkeerbaarheid
nooit keer je weer naar even
nu de kus balsemt geen lippen meer oh foto van de vele jaren
terug zelfs die herinnering achter de rug
zo dichterbij de dichter in
mij dood wilde ik jou niet zien de wake ging niet door je was ons
zachtjes voor
het leven een dodelijk sprookje het boek gelegd als
laatste steen zo jij mijn boeken stilaan las schrijf ik jouw naam als
rouwgedicht.
Rik van Boeckel 17 februari 2019
over de onomkeerbaarheid: ‘het koor van dagen zacht gestemd voltooit de onomkeerbaarheid’ – die genadeloze onomkeerbaarheid legt rik van boeckel troostende woorden. om jouw naam als rouwgedicht te schrijven. het mooiste gedicht is jouw naam te schrijven – om de geliefde op deze manier voor even terug te hebben. van ver weg en nog zo dichtbij. dank je wel rik.
Bijna voorjaar
Uit de donkere aarde spruit
voorzichtig het nieuwe leven.
Bevend en trillend als je
het van dichtbij zou aanschouwen.
Zo kijken we vandaag niet
we kijken naar wat niet meer
wat nooit meer tevoorschijn.
Wat ongelooflijk weg blijft.
In de donkere aarde woelt
aangrijpend en voor altijd
het verdwenen zijn van jou.
Dit voorjaar kleurt de dagen
en buiten spettert het leven
het missen in mijn hart.
Lisan raakt in die ene regel de pijn, de harde pijn: Wat ongelooflijk weg blijft. én in die andere regel: het verdwenen zijn van jou ook- en in de slotregel: het missen in mijn hart. de kern. dank je wel Lisan.
Laten we het glas heffen op alle mensen die nog geloven in het goede en het zuivere in de mensen.
Laten we het glas heffen op alle mensen die nog geloven in de liefde en trouwen en steeds weer opnieuw trouwen, omdat ze blijven geloven dat ze eindelijk trouw kunnen zijn als ze eindelijk met de juiste partner zijn. En die de puinhoop die ze achterlaten door hun ontrouw zelf niet kunnen zien. Laten we hopen dat ze zelf ooit die pijn mee zullen maken, of liefst zonder die pijn de juiste inzichten zullen krijgen.
Laten we het glas heffen op alle politici die ondanks het gedraai en gekonkel van hun mede politici toch oprecht trouw blijven aan hun principes. Ook al betekent die trouw dat er mensen in het ongeluk worden gestort of ongelukkig blijven omdat er voor hen geen uitzonderingen worden gemaakt. Maar ze hoeven zich ook nooit schuldig te voelen, omdat ze bij die politici geen twijfel hebben doen ontstaan in hun principes, want stel je voor dat godvruchtigheid en rassenhaat zou verdwijnen, dan verdwijnen de verschillen tussen mensen en hebben we geen politici meer nodig.
Laten we het glas heffen op mensen die niet meer nodig zijn en die dat ook niet erg vinden, nodig zijn is zo’n overbodig, je weet wel gevoel.
Laten we het glas heffen op alle dichters, die ook niet weten wat ze schrijven, of waar ze over schrijven, maar moeilijk doen, omdat makkelijke taal, geen kunst is. En gevoel in een gedicht alleen maar afleid van het verhevene, van het ongeziene, onlogische en onbegrijpelijke taalgebruik.
Laten we het glas heffen, water drinken vooral, omdat dronken dichters wel bestaan, maar geen bestaan hebben, omdat hun taal en poëzie voorgoed verloren is geraakt tussen de spiritualiën en menigeen dit verward met spiritualiteit.
Laten we het glas heffen op de spijt die we hebben, over alle verloren tijd. Als het voorbij is, dit moment, deze gedachte, deze woorden, beklijft er alleen zucht voor de eeuwigheid.