deze week mogen we weer genieten van het heerlijk onontkoombaar harde realisme van peter posthumus. ultiem medicijn tegen alles wat ons zo nodig moet overkomen. een dichter als max van weezel journalist was – genadeloos en eerlijk waar mogen we dit nog lezen:
zeil dan in zon en wind terug naar de laatste wouden die nog altijd stil zijn geheimzinnig en verlaten
– plant de vlag diep in het afval druk de mast dwars door de scherven zet ‘em vast met de gretigheid waarmee de toekomst werd omarmd en laat hem wapperen in de onnozelheid van het verleden
hijs dan de zeilen die bol staan van de leugens en laveer door het kale beton door de sintels en het zand waaruit het leven is verdwenen
zeil dan in zon en wind terug naar de laatste wouden die nog altijd stil zijn geheimzinnig en verlaten
Zaterdagmiddag halfvier in de LIDL.
Met mijn mandje slof ik naar een rustige kassa. Op de band staan de
boodschappen van de winkelaar voor me. Ik wacht tot er een halve meter band
beschikbaar is en begin dan mijn spullen rustig op de band te tassen, die
steeds een eindje verder rolt, telkens als de kassière weer een aantal
artikelen van de klant voor me heeft afgerekend. Dan ineens voel ik iets. Een
mens is in staat een andere aanwezigheid te voelen als die zich in zijn
‘intieme zone’ bevindt. Daar heb je geen ogen in je achterhoofd voor nodig. Ook
hoeft er niet per se sprake te zijn van een zeer slechte adem, die je ongezien
besluipt. Vrij zeker was het echter wel, te stellen dat er iemand vlak achter
me stond. En laat ik daar nou toevallig een ongelofelijke pesthekel aan hebben.
De gedachten die dan door mijn
hoofd gaan. Het snelle omdraaien en de kopstoot. De woede die je voelt opkomen
en de stijging van bloeddruk. Alle dingen die je zou willen zeggen. De
discussie die je aan zou gaan. Op dat moment voelde ik een duwtje in mijn rug
en draaide me om en zag een dommig uitziende, jonge vrouw die zich
verontschuldigde. Ik zei dat het OK was. Maar dat is het niet. Tot ik me
omdraaide was ik geen mens voor haar. Maar een ding, in een rij.
Heel vaak neem ik mijn grond
ik in de rij voor de kassa. Ik blijf dan expres net iets langer staan dan
gemiddeld. Ik volg gelijke tred met het tempo waarop mijn boodschappen over de
band rollen. Meestal zijwaarts gekeerd, zodat ik kan zien wie er achter me
staat. Er zijn geen mensen die het lef hebben tegen me aan te lopen als ik ze
aankijkt, of ik ze kan zien. Zo werkt het dan ook weer wel. Maar je voelt
onmiskenbaar de druk.
Het is vreemd, die
gejaagdheid. Zo ook als je af gaat rekenen. De kassière vraagt altijd eerst of
je een bonuskaart hebt. Ik antwoord dan altijd beleefd dat ik die heb en geef
hem altijd pas als ik klaar ben met inpakken. Dat om te vermijden dat brood en
bessen op de band onder de stroom andere boodschappen geplet worden, of door de
kassière zelf, als ze middels de scheidingsplank de boodschappen efficiënt
opzij duwt. Vaak staan er ook mensen, die de hele band nog vol hebben liggen,
in te pakken. Op dat moment is het een kwestie van alles snel je tas in schoffelen.
Wat vooral bevreemdend aan dit
psychologische gedrang is, is de vanzelfsprekendheid, waarmee een openbaar
fenomeen als winkelen, verwordt tot onmogelijke mix van schaapachtigheid en
individualisme. Iedereen gedraagt zich hetzelfde, en probeert in het kader van
vooruitgang de wil te laten triomferen in de kassa rij, door constante druk op
zijn voorganger uit te oefenen. Dit met als doel de rij sneller te laten
bewegen. De kassadame jaagt dan zo snel mogelijk de boodschappen langs het
telraam, maar bekommert zich er niet om, of inpakken dan nog wel mogelijk is.
Of er zich een berg boodschappen opstapelt zal haar een zorg zijn. En de
persoon die met de volgende golf boodschappen van de volgende klant op de
hielen, staat in te pakken, snapt ineens niet meer dat het zo snel moet. Terwijl
hij minuten daarvoor zelf nog stond te dringen.
Eén ding is duidelijk. De doorsnee supermarktbezoeker overziet zijn eigen gedrag in de kassaketen niet en gedraagt zich als een debiel, die daardoor vooral zichzelf en zijn soortgenoten in de weg zit. Het verschil met kuddegedrag zit erin dat dát een doel dient. Veelal bescherming tegen roofdieren. Misschien wordt het tijd dat ik eens wakker word. En de vacht af leg.
Lente en woorden komen weer terug Wat een beetje zon niet al kan doen
Kabouter Er kwam een kabouter in mijn tuin om mij het taoïsme uit te leggen, de rest van de wereld lag in puin, ik wist hierop niets te zeggen. Om mij het taoïsme uit te leggen, zijn rode puntmuts wees naar boven, ik wist niets anders te zeggen, dan een vliegenzwam te beloven. Zijn rode puntmuts wees naar boven, mussen twinkeleerden in de bomen, om hem rode zwammen te beloven en hier eens prettig te dromen. Mussen twinkeleerden in de bomen, er kwam een kabouter in mijn tuin om hier eens prettig te dromen, de rest van de wereld lag in puin. 5 april 2019
35 – CHE ‘L PRINCIPE TRISTO NON È MENTE DELL
REPUBBLICA SUA Mentola al comun corpo è quel, non mente, che da noi,
membra, a sé tutte raccoglie sostanze e gaudi, e non fatiche e
doglie: ch’esausti n’ha, come cicale spente.
Almen, come Cupido,
dolcemente ci burlasse, che ’n grembo della moglie getta il sangue e ‘l
vigor, che da noi toglie, struggendo noi, per far novella gente.
Ma,
con inganno spiacevole, in vaso li sparge o in terra, onde non puoi
sperare alcuna ricompensa al mortal caso.
Corpo meschin, cui mente ha
da guidare piccola in capo piccolin, c’ha naso, ma non occhi, né orecchie,
né parlare. [T.C.]
Natuurlijk gaat het over rukken—Roush en de haren
bevestigen zulks[1],
en natuurlijk gaat het hele ding primair over uhm…ah…. Iets politieks, zullen we
zeggen? Behouden moest dat blijven, zei het monster dat ik je stuurde.
Recent werd in Filter iets rechtgezet of ‘recht’ gezet door deze of gene
literaire bobo, namelijk een parabel over Nida’s “Zeeleeuw Gods”, wat wellicht
enige uiteenzetting vergt, al heb ik de clou al weggegeven—God, ik kan mijn tong
wel afbijten.
Dynamische equivalentie, het door Nida geponeerde
‘sense-for-sense’-met paradigmen, gaat uit van een vertalen van, een omzetten
naar, een doeltaal met behoud van zo veel mogelijk semantische
categorieën—ongeveer. Daarbij hebben culturele factoren—en de tijd—invloed op
interpretatie van de vertaling. Dus is het Lam Gods ook the Lamb of God, of
l’Agneu de Dieu.
Er was een Afrikaans vluchteling die in Duitsland de
politie opbelde om melding van een terroristische aanslag te doen—het had
gesneeuwd.
Pardon, die regel Tjitske
Jansen-en-wat-de-naburige-tien-jaren-op-de-bühne-kwam-tot-Rijneveldtdt-God-nog-an-toe
zat me dwars in de keel en moest eruit. Slampubliek herkent er een Wuckiaans
cliché in dat tot heden ten dage nog door jonggerokte dichteressen gebezigd
wordt. Maar ik dwaal af.
De Afrikaan had nog nooit sneeuw gezien. Was
hem onbekend. Moest hem verteld worden. Door de pliesie. Hele wereld wit man!
Suka nyoka.
Terugkerend naar vertaling en die dynamische
equivalentie, het Boek der Boeken is het meest vertaalde ter wereld. Anne
Frankeat your heart out, de Bijbel ging in Inuit.
Inuit
hebben geen weet van lammeren. Aldus de geboorte van de Zeeleeuw Gods. En páts:
ziehier het wonder van dynamische equivalentie. Mogelijkheden zat om een
omschreven fabeldier in het Inuit te fabriceren, maar de gevoelswaarde
(God!) van het Lam werd het meest benaderd door het woord (in het Inuit)
voor ‘zeeleeuw’. En iets met wit, jong, onschuld…geslacht? De semantische
categorieën van het paradigma.
Bobo had het uitgezocht, prees het
verhaal, ontkrachtte elke definitieve grond in Filter—en hier wordt het
herverteld. Dynamische equivalentie—als toverwoorden voor vertaling,
gedichtenlang.
Maar wat als er sprake is van ambiguë lezing, van twéé
betekenissen die door de tekst heen schijnen als een ranzige zon? Hoe equivaleer
je dat dynamisch—je maakt er geen maneschijn van.
Nog afgezien van Nida’s
zeeleeuw functioneert een nieuwe tekst in haar nouveau discours—de contemporaine
consument interpreteert het product in vertaling vanuit de maatschappij waarin
deze leeft. Daarom wordt in een 21e-eeuwse Christieverfilming (hier:
“Murder on the Orient Express”) wel gebruik gemaakt van Ipadachtige apparatuur
en bekendheid met en mogelijkheid tot manipulatie van microgolven[2]
omdat TV-kijkende schapen het belang en velerlei nut een goede
hoedendoos-met-accessoires niet meer in weten te schatten. Wat moeten we dan met
machiavelliprinsen? Het zestiende-eeuws Italië van ons aller Thomas?
Onderstaand tracht die fijnbesnaarde dynamische equivalentie te bereiken
door de tweede, seksuele, betekenis die doorschemert, maar nu eenmaal eerder
gevat zal worden door huidig publiek, naar de voorgrond te brengen in
makkelijker leesbaar Nederlands, en de eerste, politieke, betekenis die in het
origineel zo hamert slechts terzijdes te laten. De fijnproevers halen het
vernuft er wel uit.
35 – DAT DE KLEINE KONING TOCH NIET DE GEEST VAN DE
REPUBLIEK VORMT De géést niet, de pík van het mens’lijk bestel is ’t part
van onszelf dat zichzelf niet voorziet van weemoed en werk, maar verguldsel,
pyriet… en uitgeput dan gelijk krekels na ’t spel.
Ach! Was hij als
Cupido, speelse rebel, die spottenderpijls in gehuwde schoot stiet, met
sappige kracht, die steeds ’t lichaam verliet: het volk wordt vernieuwd en
verwoest—welk herstel?
Arglistig verspild, wat zo’n vuns eruit
trok ter aarde, in ’n pispot—wat bovendien laakt elk hoop op de doorgang
’s mans tikkende klok.
Vals lijf, net kleingeestig genoeg dat het
maakt dat echt sturing vloeit uit ’n klein koppie, met gok, die oog-
alsook oorloos is, èn onbespraakt. [D.B.]
Alleen—die titel, hè? Het
blijft toch jeuken.
Dag Pom, in gedachten,
D.
[1]
Roush, S., Selected Philosophical Poems of Tommaso Campanella, A Bilingual
Edition. The University of Chicago Press, 2011. Introduction, p.
32-33.
Het gebeuren op het damesgala liet me de afgelopen week niet los, sterker nog, ik heb eens uitvoerig mijn gedachten laten cirkelen rond het thema racisme en uitsluiting. Vooral omdat ik het was die in een stereotiepe hoek werd gedrukt, waar ik helemaal niet wilde zijn en naar mijn idee ook helemaal niet thuishoor, namelijk die van witte racist. Maar ben ik daar wel zo zeker van? Discrimineren we niet allemaal onbewust? Probleem is dat de “bevoorrechte” groep zich meestal niet van dat voorrecht bewust is en het als vanzelfsprekend voor lief neemt tot men erop wordt gewezen door de onbevoorrechte minderheid die zich wil emanciperen tot diezelfde positie. Hoe hadden we anders het vrouwenkiesrecht verworven? De slavernij afgeschaft? Gelijkheid tussen de sexen bereikt?
Nog altijd wordt het als vanzelfsprekend beschouwd dat hij voltijds werkt en zij halftijds en genoegen moet nemen met minder loon. Zo is het althans in Nederland, want wij hebben niet meegevochten in de Eerste Wereldoorlog, in tegenstelling tot Duitsland en Frankrijk, waar de vrouwen de economie aan de gang moesten houden omdat de mannen aan het front vochten. Met andere woorden, de nederlandse vrouw werd niet noodgedwongen het huis uitgejaagd, ze “hoefde” domweg niet en tegenwoordig is dat al niet anders. En aangezien de man het als een vanzelfsprekend voorrecht beschouwt om op een rustig kantoor zijn ding te doen in plaats van tussen de blèrende kinderen te zitten – wat ook een fijn voorrecht is, dat geef ik grif toe – verandert er niets. Maar terug naar die uitsluiting. Ben ik niet zelf zo’n bevoorrechte witte autochtoon die onbewust veroordeelt en uitsluit? Ik heb er aardig wat moeite mee om me daarvan een voorstelling te maken, ik zie mezelf graag als tolerant en ruimdenkend, aangezien ik zelf een buitenbeentje ben. Als kind werd ik, zoals iedere rechtgeaarde asperger, veelvuldig gepest.
Mijn levensvervulling, het schrijverschap, werd door familie en maatschappij nooit voor vol aangezien, want maar een hobby en geen “echt beroep”. En als vrouw word je toch vreemd aangekeken als je je niet van je taak kwijt waarvoor je als vrouw op de wereld bent, namelijk kinderen krijgen, vooral als je er ook nog voor uitkomt ze niet te willen. In deze lhbt-postemancipatoire samenleving, waar zelfs homostellen gretig aan de kinderen gaan, is dat het grootste taboe. Maar je biologische klok dan? Nooit wat van gemerkt, moet ik die hebben dan? O, maar schrijven en kinderen opvoeden gaan zeker niet goed samen… Op dat punt geef ik de verbouwereerde vragensteller maar grif gelijk, maar wat ik werkelijk wil zeggen is: ik hou van mijn leventje met mijn vrijheden en zo min mogelijk handenbinding. Maar ja, dat staat zo egoïstisch.
Je moet toch minstens de indruk wekken dat het door een speling van het lot en buiten je wil om nooit van kinderen is gekomen. Tja, als ik een man was en onder het mom van kostwinning veertig uur per week op een rustig kantoor mijn ding kon doen en bij thuiskomst de kinders keurig in bed zou aantreffen, dan is het een ander verhaal. Hoewel ik die mannen evengoed zou aanraden om een partner zonder kinderwens te zoeken, da’s ook nog eens beter voor het milieu. Maar enfin, omdat ik dus weet wat het is om “anders” te zijn door er ongebruikelijke ideeën op na te houden, omdat ik in mijn jeugd gepest en buitengesloten ben, heb ik van mezelf het beeld gecreëerd tolerant te zijn naar alle nationaliteiten, geaardheden en gezindten toe. Maar misschien komt dit ook weer voort uit een bevoorrecht, wit superioriteitsdenken.
Ofschoon ik niets heb met Sinterklaas, het al dertig jaar niet meer vier en de slaven annex bediendes op schilderijen uit de Gouden Eeuw wel verdacht veel van Zwarte Piet weg vind hebben in hun apepakjes. Zuslief was onlangs met zwager en het zwarte neefje op wintersport in het oostenrijkse Gmunden. Ik ga daar niet meer heen, rilde ze bij thuiskomst, er werd zo vreemd naar het neefje gekeken! Dat hele Oostenrijk zit boordevol racisten! Welkom in de echte wereld. Racisme en uitsluiting bestaan nog steeds, wellicht ook in het witte hoofd van columniste.
homo aude ludere
je bent soms met een pantser aan, soms laat je een andere huid staan je huilt met de wolven mee, doet een gorilla na
redt ooievaars uit het nest op de hoogspanning bij blijdorp acteert een glimlach, legt een verzameling strooppotten aan
om de pissebedden om de mond te smeren, je kuif staat naar de wind je jas waait in alle richtingen, het masker dat je draagt voelt echt
je bent de vanger in het maaiveld, de duiker in het koren wat krom is sla je recht, je wilt naadloos passen
in de voren van het bevoorrechte, voor pech heb jij geen behuizing katjes knijpen zichzelf in het donker, jij moet ronken
op het schoongeveegde podium, je naam in het zodiac gegrift voor ieders ogen zet je een leven in scène
dat je hebt gejat van de eerste de beste verstekeling als het maar goed klinkt en verrassend genoeg
op het platgetreden pad blijft, je beeldt je in dat je beklijft maar het geheugen lijdt aan alzheimer, zoveel is al gezegd
laten we bij elkaar liggen, mens, elkaar uitkleden, het naakte betreden, elkaar velen, spelen wie ben jij nou echt?
groot nieuws vanaf TEXEL – karin Beumkes bericht: ‘IK dicht en dicht en dicht….Er komt een tentoonstelling van mijn gedichten. Gemaakt door de Texelse kunstenares Margot Bik.’ Die opening mag niemand missen – wij van de pom zullen present zijn. Bik&Beumkes – wij zullen berichten. vandaag verkeert ze tussen der speelgoedpaarden – speelgoed mens en melodie op de maandag – geniet van KARIN BEUMKES:
Speelgoedpaardje
Sprookjesdier speelgoedpaardje slaapt op rommelzolder velletje oud oogjes zo wijs van vroeger ben je weet je nog.. ik trok je aan je ivoorgekleurde oortje ik trok je naar ons paradijs dan zwierf ik met je langs de zee geduldig leerde ik je baden totdat je wit en schoon en nobel was de koningin te rijk kamde ik je manen en zon toverde bezieling in je oog van glas je bent veranderd in een zebra wat heeft de tijd met ons gedaan die rusteloze wezel haat kinderlijk duimendraaien aan het raam het dromerig gekwezel en ik heb ook niet goed op je gepast laat me het stof afnemen van mijn dom verzuim je krijgt je paardenkracht terug in elke vezel ik streel je levend tot op het allerlaatste puntje van je kruin.
vanuit het schrijvershuisje ontvingen wij van hier zojuist de uitslag van de wedstrijd met een mensbemoedigend woordje voor de dichter. onze cartouche die niets van bregje zonderland wil weten laat deze week aan zich voorbij gaan – nits menselijks is CARTOUCHE vreemd. ik zeg dank je wel lieve dichters voor het inzenden – en lees hieronder de woorden van Jeanine uit haar dichtershuisje:
Je zou verwachten dat het thema mens een eenvoudig thema is maar als dichter wil je juist dan om het gewone alledaagse heen, zo leek het vanmorgen. Een oud kort mensgedichtje (yep, haiku maar is dat belangrijk) van mezelf:
leuk dat ik je zie zegt ze en gaat dan zitten een plaats verderop
De mens ligt op straat
Goud Jako Zilver Max Brons Frans
Xxx
Fijne zondag en tot over twee weken.
Frans Terken op de kasseien van Kwaremont
Rik van Boeckel – wij leven ons mens zijn uit
Marc Tiefenthal naar Dinant
Petra Maria – later als ik mens ben
Max Lerou – ja zij kookt meestal van woede behoorlijk vreten heeft onze tafel nooit ….
Erika De Stercke – waar het wemelt van geldzucht verzwakt de hoop
Jako Fennek – in een vrouw is de mens gevonden
Anke Labrie – het raadsel mens tot nu toe tevergeefs
wie wint de enige echte virtuele – zie hier de mens – trofee op pomgedichten? deze week een wedstrijd met een thema waar zelfs dichters naar waarheid en uit het leven over kunnen schrijven – zie hier de mens – welk mens mogen we zien – dichters toon ons uw mens. uw zijn.
(kunstwerk folkert de jong – seht der Mensch – museum Singer Laren)
u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen tot zondag eenmalig voor 9 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. juryvoorzitster the one and only jeanine hoedemakers beter bekend als bregje zonderland.
mensenvriend
natuurlijk weet ik
wat ik (…)
je deed
hoe de wereld
anders was (…)
naast me
hoe je uitkeek
naar (…)
vul maar in
alles
omarmde
zelfs (…)
maar ja
het leven is geen (…)
carnaval
en een dichter niet echt
een (…)
nee echt niet
daar zijn ze
niet voor in de wieg
gelegd
pom wolff
De Ronde 2019
Dat ‘de koers begint bij ons’
is voor de wielerfan een vast gegeven
hij wacht ongeduldig op de hoogmis
herhaald streven naar genaken van God
hoe elk jaar weer de Flandrien strijdt
om alles en ieder achter zich te laten
alleen aan de meet weet je wie de ware
na zoeven in afdaling en weer een klim
op de kasseien van Kwaremont of Paterberg de gebeden verhoord als hem lukt waar een eenvoudig mens van droomt
men stort zich op alledaagse gedoetjes
tooit zich één dag in het jaar als leeuw
huilt met de winnaar die over de streep stoomt
FT 05.04.2019
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – zie daar de ronde van vlaanderen. frans schrijft ‘om alles en ieder achter zich te laten…’ – zo is het met de mens gesteld – met de wielrenner, met de dichter, met ons allemaal – we leven als we het leven nog hebben om alles en ja ook iedereen weer achter ons te laten. leven als inspanning – het leven door de dichter gezien als een eendaagse overwinning en dat dan ook nog voor zeer weinigen weggelegd – die overwinning. anders is het alleen maar een eendaagse. ja mannen en vrouwen – ja mensen de koers is hard vandaag. de keien ongenadig. de meet voor slechts één winnaar. its lonely at the top.
jeanine: FT 05.04.2019
Dat
‘de koers begint bij ons’ is een treffend begin van een fan die zich dermate
mee laat slepen dat hij zelfs mee huilt met de winnaar.
Die
oh zo felbegeerde top, die plek waar je alleen nog maar terug kunt naar de plek
waar je aan wilde ontstijgen. Heerlijk als je jezelf zo kunt overgeven zoals
hier in dit gedicht gebeurt.
Groei
Wij zijn gegroeid uit onwetendheid
toen dichters schreven op stenen
nu kalligraferen wij onze woorden
in zinnen vol betekenis en symboliek
de mens in ons weet meer van hart
en ziel achilleshiel pijnvrees liefdeslucht
wij leven ons mens zijn uit en in
dragen de wereld naar een heel eind.
Rik van Boeckel 6 april 2019
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – zie hier waar we vandaan komen – uit de onwetendheid – richting? wereld richting hart en ziel richting liefdeslucht en ook richting pijn. groei met stuipen had een titel kunnen wezen hier. mooie voorlaatste regel: ‘wij leven ons mens zijn uit en in’ – dingen die niet te vatten zijn moet je aan de dichter laten. daar komen mooie regels van.
jeanine: Rik van Boeckel 6 april 2019
Schitterende beginregel. Denkend aan het thema hoef ik hier niets meer na. Nou oké, de laatste twee regels met dan een punt achter wereld.
Groei
Wij
zijn gegroeid uit onwetendheid
‘wij’
leven ons mens zijn uit en ‘in’ dragen de wereld.
De
rest is invulling, bewijslast haast dat we mens zijn.
Niet op de weg naar Damascus maar naar Dinant
Aan je stem die ik vond
bij het draaien van mijn tong
en verbloemend in mijn mond,
had ik genoeg niet genoeg.
Aan je arm – over het graf heen
stak die uit –
had ik genoeg niet genoeg.
Aan je vleugels had niemand wat,
geen signaal aan gene wand,
nooit genoeg.
Niet op weg naar Damascus maar naar Dinant hebben we geworsteld, arm aan arm, stem voor stem, jij met de oorverdovende oordverslindende stilte van je grafstem, had me te zwijgen genomen en gelegd. Met mijn rug naar Dinant heb ik je herpakt
marc tiefenthal
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – nou dat laat de tief zich niet twee keer zeggen – genoeg niet genoeg – ergens daar tussen leeft deze dichter – op weg niet op weg.
jeanine: marc tiefenthal
Jeetje.
Een ingewikkeld spel met relatie, vlucht, geloof, liefde, oorden. Je kunt gerust
stellen dat hier de mens in zit. Een groot raadsel en tegelijkertijd bomvol
voorspelbaarheden.
Arm
aan arm, stem voor stem, dit is meer dan mooi gezegd en oordverslindend is een
heel aardig woordspel als je je bedenkt dat er daadwerkelijk oorden zijn waar
iedereen heen wil (of juist niet)
Aan
je vleugels had niemand wat.
later als ik mens ben
dacht het kind
dan is alles niet zo hoog
en veilig
zouden er dan nog steeds
zoveel van zijn
roepend en rennend
kraken ze dan nog
de bomen
en stroomt het water
van rivieren
later als ik mens ben
dacht het kind
en reeg haar
geplukte madeliefjes
Petra Maria
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – zie daar een kind met volwassen gedachten. wat het kind om zich heen ziet is genoeg om de wereld klein te houden – terug te brengen tot madeliefjes. al het andere is van de mensen – bedreigend waar het kraakt niet veilig is.
jeanine: Petra Maria
Een
ernstig kind lees ik hier. Het zit vol vragen maar gelukkig rijgt het nog een
kroontje van madeliefjes. Op een dag weet het dat het steeds al een mens
was.
explosief
ze is kneedbaar als semtex vooral
met een blowtje op berg je maar
als ze haar pijlen richt
ja zij kookt meestal
van woede behoorlijk vreten
heeft onze tafel nooit
een bonte verzameling siliconen
meer is het niet die vlees geworden
flessenhals eerst stroomt het
lekker door daarna wordt het
dringen in die te krappe
schedel met een deukje
haar streken niet te tellen
wijst ze de flessen aan daar woont
onschuld op de bodem van ons
flamboyant bestaan al blijft het
tasten in het duister beperkt
tot een leven in veronderstelling
ml
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – ‘zij kookt meestal van woede behoorlijk vreten heeft onze tafel nooit’ wat mij betreft de gouden regels deze week – hahaha – het gouden gedicht – maar ja de wegen van onze juryvoorzitster jeanine zijn brabants ondoorgrondelijk. hier treffen levenswijsheid, filosofie, afrekening en de waarheid elkaar in een flesje max. een explosief cocktailtje. wie de schoen past – én wie in de fles – trekt het zich aan.
jeanine: ml
Ik
geloof dat ik bij dit gedicht maar eens een sigaretje opsteek, alhoewel, ik heb
nooit gerookt dus waarom zou ik het dan nu doen hè. Ik vraag me af of het hier
over diezelfde moeder gaat als die van twee weken geleden. Hoe dan ook, hier
wordt een soort ingehouden boosheid de ether in gesmeten, zo lijkt het. Mag
best, het gedicht is eruit gespuugd en jawel, er staat een mens, nee er staan
meerdere mensen. Het is zij en ons.
een
bonte verzameling siliconen meer is het niet die vlees
geworden flessenhals eerst stroomt het lekker door daarna wordt
het dringen in die te krappe schedel met een deukje
haar
streken niet te tellen wijst ze de flessen aan daar woont onschuld op de
bodem van ons flamboyant bestaan
toestanden
in een groep van overleven kijkt een mensje naar ergens
de gescheurde blik wacht met stuiptrekkingen op een toekomst
ondertussen stelen de bomen zuurstof uit schrale kinderhanden
onder het gewicht van takken waar het wemelt van geldzucht verzwakt de
hoop
geen kracht meer in de stem die oorlogsbeelden stapelt
mirakels verliezen de richting en worden gestenigd
Erika De Stercke
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – erika beschrijft het kunstwerk zoals het bij haar binnen komt. de dichter als poëtisch verslaggever van een oorlogsfront. het leven is waar de poppies bloeien op de doden. kijkt een mensje naar ergens met weinig hoop.
jeanine: Erika De Stercke
Hier
wordt de mens geschetst aan de hand van de ondergang van de aarde. Het gaat om
geld en macht en ondertussen ontnemen we het kind de toekomst. Dit is wat ik
lees. Mooi hoor, die laatste twee regels, bezwerend haast en een fraai voorbeeld
hoe poëzie soms zo plotsteling opduikt in het opvoeren van een paar woorden die
anders worden ingezet. Dat stenigen bedoel ik hier. Mirakels stenigen.
van boven
scheidslijn tussen mens en dier
nestelt hij zich al vroeg in de morgen
tussen gekir van duiven
de stilte van de stad
en een vliegtuigloze lucht
de westertoren bestijgt hij om boven hoofden te huilen dat geen mens gevonden noch gezonden werd de zoon was maar een proefkonijn
ver onder hem, blik op haar decolleté en rode haar ziet hij datgene waarvan hij overtuigd is dat zij de mens is
stante pede strekt hij armen uit
hijst haar naar boven
schreeuwt vanaf de toren –
volk, in een vrouw is de mens gevonden
jako fennek
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – dat decolleté weet wat. in ieder geval komen er mooie regels van – zo ook die laatste hier: volk, in een vrouw is de mens gevonden – een regel met passie als in the passion.
jeanine: Wauw, wat een bijzondere benadering van het thema. De zoon was maar een proefkonijn en dan die laatste regel die me niet vloeiend wordt aangeboden maar als een gegeven wordt opgelegd. De mens, de vrouw.
de mens te vatten
in een beeld
in de muziek
in een gedicht
gevecht van eeuwen
steeds weer proberen we
het raadsel te ontleden
het raadsel mens
tot nu toe tevergeefs
anke labrie
pom: zie hier de mens – het thema – uw mens, uw zijn – anke houdt het bij de conclusie geschreven in de laatste strofe – lees onze eigen anke wittgenstein:
het raadsel
mens
tot nu toe tevergeefs
voorlopig
niet te ontleden dit raadsel is ankes slotconclusie. tegen zoveel waarheid is
geen dichter bestand. hier moeten filosofen worden ingehuurd om deze tekst te
duiden.
‘Wittgenstein denkt hierbij vooral aan existentieel geladen fenomenen zoals die van ethische, esthetische of religieuze aard. Precies omdat ook deze zich tonende fenomenen tot de werkelijkheid behoren, moeten ze in een bepaald opzicht eveneens betrokken zijn op waarheid. Iets toont zich aan ons en brengt ons in contact met de werkelijkheid. Het tonen maakt daarom deel uit van de waarheid erover. Dit lijkt mij een onvermijdelijke implicatie van wat Wittgenstein in zijn Tractatus uiteenzet. De Tractatus impliceert dus dat de waarheid in sommige situaties deels niet feitelijk is. De waarheid omvat soms meer dan het alleen maar corresponderen met feiten. De werkelijkheid van bepaalde situaties laat zich anders gezegd niet reduceren tot een collectie van tot die situatie behorende feiten. Net zoals de betekenis van een bepaald begrip altijd meer betreft dan de collectie van de eronder vallende objecten, zo betreft de waarheid van sommige situaties meer dan het corresponderen van uitspraken met tot die situaties behorende feiten.’
jeanine: anke labrie
Nee,
de mens ontrafelen valt helemaal niet zo mee. Al is de mens in veel opzichten
m.i. dan toch, behoorlijk voorspelbaar zijn er eveneens een hoop kanten die we
dan maar weer in fraaie beelden en woorden trachten te doorgronden.
Kan niet praten, want moet hoesten.
Of bijkomen van het hoesten.
Daarna heb ik een ontploft hoofd.
En zit te hijgen als een postpaard,
dat ze bergop hebben geslagen.
Met schorre stem geile dingen zeggen
of lekker schelden kan ook niet.
Er is geen stem, slechts wat gefluister.
Drie weken geleden had ik keelpijn
en ontdekte dat gedichten doen,
zelfs met microfoon dan lastig is.
.
Geen griep zegt de dokter. Geen koorts.
Een estafette virus heeft me te pakken.
Alle verkoudheden die ik ken heb ik gehad.
Ben nu aan de hoesterij begonnen.
Rochelende oude mannen geluiden
komen uit mijn fijne dameskeeltje.
Mijn man verdraagt mij nog maar net.
Slap ben ik ook, slappe benen, brakke ribben.
Er zitten zere spieren op onverwachte plekken.
Tikken kan wel of kijken met waterige oogjes
naar series over oude koningen en Koninginnen
omdat het beeld heel modern stilgezet kan
bij langdurige scheurende uithalen.
Virus verdwijnt vanzelf zegt de jonge dokter.
Hij had ook geen antwoord op de vraag
waarom de virussen zich zo thuis voelen
in mijn hoofd, neus, oren en borstkas.
Ik hou van gezellig, maar nu is het genoeg.
Deze visite put mij iets teveel uit.
Weg ermee. Ik wil weer lente doen.
En buiten spelen.
Op een gegeven moment kun je een verhaal schrijven over jezelf. En dat kun je van dag tot dag aanpassen. Je kunt ook een beschouwing schrijven van een fenomeen in de maatschappij of het grotere beeld van de hele wereld. Je kunt er ook voor kiezen een keer iets anders te doen, omdat je het gevoel hebt alles geschreven te hebben over jezelf wat te schrijven was en alles geschreven te hebben wat je meent te moeten ventileren als je mening. Als je dat punt bereikt hebt, resten slechts een paar mogelijkheden. Het bedrijven van wetenschap, het belijden van een geloof of het niets van de poëzie. Een geloof heb ik niet. Een wetenschapper ben ik niet. Dan rest slechts die ruimte.
Je zuigt de woorden uit mijn lul, terwijl ik je mond met letters vul. Het spul waar dromen van gemaakt zijn, verkwikt je als een witte wijn. Mijn wijngaard vol met rijpe druiven, die je wellustig poogt naar binnen te schuiven. Die kogels passen maat krap in je zwijgende, zuigende mond, die zoveel meer zegt met de geluiden die mijn woorden daarbinnen maken. De echo’s die het verhemelte raken tot een spuitend hemels huigvermaak. Staak je het niet mijn woorden de jouwe te laten zijn en de zoete pijn van het me aan je overgeven. De kleine dood na een kort beschoren leven, gorgelen de laatste woorden in een korte slik. De woorden weg. De inkt is gegaan. En ik zeg enkel nog: ‘Op je gezicht had dit gedicht ook niet misstaan’ (Von Solo, 2019)
‘Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, …’
woensdag merikdag op pomgedichten – good old elsschot schreef voor vandaag de beste inleiding. we lezen merik – de meest onvervalste amsterdamse dichter in een ingezonden brief naar Het Parool en we lezen van zijn dromen. ‘geniet ervan’ zeggen dan vaak meisjes tussen de 20 en 30 in de horeca die in algemeenheden communiceren. hoe anders onze Merik van der Torren.
Hoi Pom, Ik wil dit ingezonden briefje van mij dat geplaatst is in het Parool van zaterdag jl. even met je delen. Het is misschien ook leuk voor pomgedichten. ( Anders misschien op woensdag ipv. het vaste gedicht ), groet, Merik
Van: Merik Verzonden: woensdag 27 maart 2019 18:41 Aan: hethoogstewoord@parool.nl Onderwerp: ingezonden brief
Het bericht dat er dertig treinen per uur naar Schiphol zullen gaan rijden binnenkort, schudt me weer wakker. Er wordt in Amsterdam al tientallen jaren gepland en gebouwd voorbij het belang van de bewoners. Zo is de Noord-Zuid-lijn gekomen, zo worden ondanks de hotelstop grote hotels gebouwd in en rond Amsterdam. En in deze tijd worden 14.400 bomen gekapt op de Zuid-as-Dok, vanwege de vernieuwing van Station Zuid, Zo kapt en bouwt men als gekken en de Amsterdamse inwoner heeft het nakijken; die hapt naar adem in een door uitlaatgassen vergiftigde lucht,
Groet,
Merik van der Torren
resteert na de daad nog de ‘droom’- geniet:
Droom
Ik ontmoette de oude dichter. Het speelde zich af op de Geldersekade in een schemerig vertrek tussen verweerde muren en lekkende goten. “ Ik heb een schrijfgroep geleid bij de Nieuwmarkt, “ zei ik, “ het was er vaak chaotisch, maar soms werd er heel goed geschreven, wel een uur lang, hè, Mirjam ?” Mirjam straalde een helder licht uit. “Jazeker,” zei ze en verdween weer in het duister. “ Achter de sluiers zijn madonna’s mijn inspiratie ……en hoeren, “ zei ik. De dichter glimlachte minzaam.