we zochten gedichten om bij te schuilen – om tegen aan te kruipen in dit ongenadige on-weer en we kregen gedichten om tegen aan te kruipen. drie dames dichters verzorgden heerlijke poëzie – vera van der horst met een hartverwarmend gouden hoogtepunt in poëzie – ellis van atten legde een warme zilveren gloed over de door haar gekozen woorden en we lazen een briljante samenvatting door conny lahnstein – dank aan alle inzenders – vera, ellis, conny van harte.
Onderstaande woorden gelden helaas alleen voor mensen die de rijkdom hebben van een verwarmd huis.
Als de kou rozen blaast op je raam
Hoe meer de geteisterde wereld zich verbergt onder een koud smetteloos wit laken, hoe warmer het binnen is en hoe eenvoudiger, om alleen de mooie gedachten toe te laten.
Wat ooit te groot was om te dragen, legt zich nu voorzichtig naast je neer, terwijl buiten de nacht tot stilte krimt, groeit binnen een breekbaar weten,
dat alles wat verloren leek, zich niet heeft opgelost, maar wachtte op deze traagheid, op dit ademen in rust.
Dat de kou geen vijand is, maar een vriend, die vasthoudt wat anders zou vervliegen en dat je, als je niets meer hoeft, heel even mag geloven, dat het leven zichzelf herstelt
Vera van der Horst
ja ik herinner ze nog de bloemen op de ruiten van het ouderlijk huis – van je kamertje met alleen in de huiskamer de kachel aan – vader met de kolen van zolder geschept – en dat je voor warmte voor de kachel moest liggen. gelukkig vinden we in vera’s bijdrage prachtige troostrijke regels om bij te schuilen. – terwijl buiten de nacht tot stilte krimt, groeit binnen een breekbaar weten,…
troostrijke hartverwarmende regels te mooi om niet bij te snotteren – prachtig – een open haard – goudschitterende oplichtende pareltjes van poëzie – zo kunnen we deze zondag aan:
Wat ooit te groot was om te dragen, legt zich nu voorzichtig naast je neer,…
Ha Pom Voor de zondagse dip in zee dit:
laat het vriezen
onder mijn voeten kraakt het sneeuw en ijs. vloeibaar als water als ik grip probeer te krijgen en de kou wil beheersen die mijn leven vertraagt ook geluiden dragen niet ver
ik ben vergeten hoe je klinkt als je praat als je lacht je ogen zijn blauw bevroren
maar als de dooi invalt tintelt mijn huid alsof jij ja jij
laat het vriezen laat het sneeuwen ik ontdooi zo graag in jouw armen
gelukkig nog meer hartverwarmende woorden in de zondagochtendwedstrijd die geen wedstrijd is – maar meer in deze kou een barre overlevingstocht aan het infuus van de poëzie – een levenslustige opwekkende injectie – een homeopathisch gedicht bijna – na het zo smartvolle ‘ik ben vergeten hoe je klinkt…’ de hier door zeewater zilver tintelende huid en het ontdooien in de armen van de geliefde. Ellis kiest altijd zo zorgvuldig haar woorden en dat dan woord voor woord.
en de winnaar is…
de virtuele waarheid laat zich graag voorspellen wij houden van trofeeën, verheugen ons op het ergste, het mooiste, het meest bizarre,
de koudste nachten, en toch, Koning Winter sluiten we buiten, hij die ons verblindt door zijn witste wit, ons overweldigt en bedelft onder
striemende hagel, stervenskoud ons bestaan lam legt – behalve op 1 januari wanneer we ons halfnaakt onderdompelen – gebied onze
steenkoude ledematen te warmen, desnoods relaties op het spel te zetten of hartverwarmend lief te kozen tot in het holst van de nacht, op
het elektrisch verwarmde bed – want de lente staat alweer te popelen – terwijl ijsberen op ijsschotsen naderen, wolffen hongerhuilen,
de branding verwaait tot gestolde sneeuwvlokken en we ondanks de gevreesde rekening schuldbewust de ketel opstoken tot ongekende hoogte
Conny Lahnstein 10 januari 2026
het is allemaal zo vreselijk waar Lieve Conny – een perfecte analyse wat we allemaal te dragen hebben – had ik geen troostdicht gevraagd jij zou tot winnares zijn uitgeroepen hier – alex roeka zingt: ‘noem het geen liefde – noem de liefde liever niet..’ – ik had de liefde liever wel genoemd gezien dit keer. tis koud in amsterdam.
Ien Verrips – over die kilte
Rik van Boeckel over de glibberende realiteit
Rob Mientjes over een zoete droom vol wishfull thinking
Luk Paard over de eeuwige jeugd
Conny Lahnstein over hongerhuilende ‘wolffen’
Elbert Gonggrijp over alleen zijn samen
Cartouche over de tweede adem
Anke Labrie over 1963
Vera van der Horst over wat ooit te groot was om te dragen
Ellis van Atten over ontdooien
wie wint de enige echte virtuele koudste nacht van het jaar trofee op pomgedichten? de koudste nacht is aanstaande – gevoelstemperaturen van min 20 zijn voorspeld voor de nacht die voorafgaat aan de ‘enige echte virtuele’ koudste zondagochtend – wat kunnen we anders dan poëzie te plaatsen tegenover de kilte en de koude van deze nacht. poëzie om tegen aan te kruipen. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
het blauwe uur voorbij verstilde kou ondragelijk wit als de kilte die ons gevangen houdt bang om onderuit te gaan durft geen van beiden de eerste stap te zetten
Ien Verrips
we zochten poëzie om tegen aan te kruipen -zo bitterhard nodig ook – krijgen we van Ien kiloos ondraaglijke kilte – haha – kilte die geliefden gevangen houdt – ja zo wordt het steeds kouder – mogelijk wel zoals het is in het leven maar de poëzie mag ook wel eens een dekentje zijn. ‘wil je voorzichtig zijn’ zingt alex roeka hier in de kou op drie hoog achter in de jordaan – als dat het thema was geweest…ja dan viel Ien in de prijzen.
De verwachte koude tijd
Nu eenmaal deze tijd van het jaar laat de kou bloeien en de sneeuw groeien en benen en banden groeten langs gladde verraderlijke paden en wegen
zo klinkt de tijd van winterland sleeën gaan dan zo charmant van heuvels zonder moeite af met kinderen en ouders na de koudste nacht van het jaar
schaatsers dromen van de elfstedentocht zij glijden nooit in snelheid uit tijdens de verwachte koude tijd hun glibberende realiteit.
Rik van Boeckel 10 januari 2026
het begin van het gedicht – de woorden ‘nu eenmaal’ – is niet echt een makkelijk leesbaar begin. nu eenmaal haha laat ik de woorden schrijven van deze recensie, ik ook bezig ben met schrijven terwijl de woorden al aan het schrijven waren en deze mij – nu eenmaal – laten achterblijven in deze bibberkoude, op drie hoog achter in de koude jordaan van 020, nu ik woorden zoek om tegen aan te kruipen – vind ik ze niet makkelijk in dit gedichtje. ik heb nu eenmaal ook nooit schaatsen geleerd – dat zal het zijn Rik.
In zijn bed ligt hij stil te dromen van landen in de wereld; grensoverschrijdend op zijn scootmobiel, onlangs gekregen van de kerstman in december. Winter- en ijsbestendig, met name diep in de nacht.
Een zoete droom vol wishfull thinking, immers iedereen ligt aan zijn voeten, binnengehaald als jonge god in Frankrijk, c’est lui qui règne … une nouvelle révolution se manifeste.
Rechtop in bed heft hij zijn armen hoog de lucht in en schreeuwt uit volle borst: van mij, van mij, alles is van mij. Zinkt vervolgens terug in het vervolg van zijn droom.
Het blijkt slechts koude kermis. In het reuzerad van wilde oorlog is hij op jacht naar twee stille soortgenoten, een met gespleten ogen en een met een wollen muts. Maar inhalen, zelfs bijhalen, lukt niet meer. Zij zijn eerder ingestapt. Badend van het zweet wordt hij wakker, zijn hart bevroren van angst, zijn koudste nacht. De scootmobiel schiet richting maan.
Rob Mientjes
wakker worden de angstdromen van zich afschuddend – het is niet echt de gevraagde poëzie waar ik vandaag en vannacht om de kou te ontlopen tegen aan wil kruipen. ik zoek vandaag warmte geen angstzweet. net te klam Rob.
(de rockdichter): zo wintertijd en zondag…’et belooft wat voor de dag ter pom met de wedstrijd die geen…u kent’et wel….ik schrijf van vroeger en nu en vandaag en altijd die zomer toch die alle kilte ja de koude breekt…u leest
” wintertijd “
ik holde de weg (de volbloed op de renbaan) holde me uit ging door
nu regent’et en jaagt de koude is blauw me favoriete kleur en hang ik
soms in’n hoekje tone vele dage me de tijd in winterspoeling ‘et lijf dat kraakt en davert ik ga door
met oude voete pijn in alle wervels maar me gedachte zijn jong de eeuwige jeugd daar blijft’et zomere
gelukkig biedt het laatste gedeelte van de laatste strofe hier nog net op de valreep het zo vurig gewenste lekkertegeniemandaankruipen-gehalte om warm bij te worden – zeg maar als een slok grandmarnier die je in elkaars mond proeft bij 20 graden vorst op een bankje naast en op de liefde van je leven.
DAT ALLEEN ZIJN SAMEN
Er staat een ijzige wind, de wereld is nog bevroren, de weiden hebben niets meer te delen dan sneeuw en verlies. Ik zou het je niet anders kunnen vertellen met die droefgeestige weiden, een gebrek aan beter, zo stil en zo eenzaam.
Ik zie het aan je gezicht, ik zie het aan de koeien, de schapen en de paarden – hun bevroren adem, hun lege blik op verte, zij staren maar en staren maar – zo dichtbij zijn ze,
ik zou ze nooit zo anders willen – heb ik ze lief, ook al zou het soms van niet –
Elbert Gonggrijp
nou ja elbert paarden schapen koeien – poehee in dit weer – laat ze asjeblieft grazen daar zijn ze voor gemaakt – ik wil warmte geen koeien – woorden als warme dekens geen schapen – poëzie om tegen aan te kruipen geen paarden. ik kan al die beesten niet aan hoor – ja een keer in de week op mijn bord.
vorst in de grond
waar is het gebleven het kind, dat we zagen versneeuwen elk jaar een beetje meer vanwaar ooit weggedreven -wij
speelden liever russisch roulette, va banque en hingen de vermoorde onschuld uit in elk
tot bitterkoude -20 in het hart ons bot geworden ijzers tot buiten- gewone doorlopers sneed
een tweede adem gaf wij ons zonder stempel kaart nu op glad ijs durven begeven
met betraande ogen in deze donkerste nacht de warmte – van +2- weten te vinden, aan en in elkaar
10-01-2026 // Cartouche
ook bij Cartouche gaat het nog niet van harte – ‘een tweede adem’- dat duurt me te lang – ik wil volledige overgave – IK WIL WARMTE – dat het van de woorden af walmt. ik wil de poëzie een kopje geven. lekker warm.
de ogendichtrivier
de smalle hoge dijk op onbepaalde plaatsen spiegelglad
het strooizout schaars
doodstil zit ik achterin mijn voeten om de schooltas heen geklemd
pal naast me beneden het diepe donkere water
bij elke bocht knijp ik mijn knokkels wit om de harde leuning van de bank
vandaag wordt het heelal door Buschauffeur bestuurd
anke labrie
Anke leidt ons terug naar de barre winters van ooit – van een reinier paping, van een jeen van de berg of hoe de helden van de 11 steden ook mogen heten – bibberend in de bus – de wereld van een kind mooi beschreven – maar ook bij anke vinden we het gevraagde thema niet terug – we wilden een warme deken gemaakt van poëzie.
ik ben een prins, je zal maar een prins zijn zoals ik en alle anderen met hun aanzicht en afkeer van traditie waarzonder je niet kan voortbestaan en je gevangen in het licht van de enormiteiten nooit van toeval spreken kan terwijl je toch soms net als de anderen wel eens in een trui verward raakt het knettert om je haren en bij je liggend wil ik een doosje zijn om jou beschermend als ik ben zoals mijn naam zegt alle mensen te beschermen ben ik al moe geboren bij de gedachte en bepaal ik me tot jou want dat is al een hele klus voor de meeste mensen geen dingen vragen die niet kunnen want niemand is zijn echte naam in mijn lijn van werk is zulks extra moeizaam want we heten naar elkaar | maar niemand mocht aan dit doosje komen dat ik om jou ben | we vragen morgen aan de bodes om een bordje niet op zitten breekbaar deze kant boven op dit alles is er de kwestie van erfopvolging en de kwestie van het volgende doosje en daarin de kwestie van de aangewezen bewaarplek van kwesties die je zelf baart en zelf bent en sadder en verder alleen maar older in paniek beschermen wil met iets anders dan een hand op je bil
Ik sta voor ’t huis waar ik geboren ben. Een stille straat, trillend in zomerzon. Terug na vele jaren, zoek de bron. Maar vind slechts kilte, niets dat ik herken.
Die vreemde deur, dat hekje, die gordijnen, Een nietszeggende naam, een elektrische bel waar eens een trekbel zat, mijn hoop wordt langzaam hel. Hoe kan in tachtig jaar een jongensdroom verdwijnen?
Maar achter in de tuin, de oude boom, en vlak ernaast bloeien nog de seringen. Mijn hand beroert de stam als in een droom.
Heel langzaam keert het beeld van vroeger weer. Ik sluit mijn ogen en hoor als weleer, mijn moeder zachtjes kinderversjes zingen.
Joop Komen
een teder juweeltje van de oude man uit gendringen. zie toch eens hoe het huis verbouwd is en hoe het nauwelijks nog herkend kan worden. roop zou zeggen het sentiment druipt er vanaf. dat kan je zomaar overkomen in nauwelijks 80 jaar. en dat allemaal om die zachte overgang te bewerkstelligen naar moeder en de versjes die ze voor de kleine joop zong. voor jopie. hoe is het mogelijk dat deze joop dezelfde joop is als de joop die we nog kennen van de oude site – toen hij – ach laten we een willekeurige dichter als martin B nemen – als volgt beschreef:
Martin B.! Waarom in vredesnaam, waarom noem je hier de naam Pom? Een mateloze angst overvalt mij als de herinnering aan zijn optreden in SchrijfNet zich weer in mijn gedachten wringt. Martin B. de booswicht uit Sappemeer, het secreet uit Hoogezand, de doerak uit Zuidbroek, het gif uit de aardappelmeelfabrieken. Ik zie hem nog bedeesd op SchrijfNet binnenstappen, gulzig lezend wat het puikje daar aan proza en poëzie had geschreven. Daarna pende hij in een onelinertje een ongefundeerde gemene sneer als kritiek en rende dan hard weg om onze reacties vanuit een hoekje te bekijken. Hij bleef daarna een week weg en kwam dan weer met een eensluidende kritiek als hierboven en eenzelfde reactie eveneens als hierboven. Dat ging zo week in week uit. “Oneliner Martin” werd hij genoemd. Car vond hem geloof ik wel een schatje, Jeanine geilde een beetje op hem en Hubert Voorhoeve kwijlde van hem. Allemaal volrijpe mensen die losgingen op een knaapje van zo’n vijfentwintig herfsten oud. Ik dacht dat René en Erwin Vogelezang ook wel een zwak voor hem hadden, maar het kan ook óf René óf Erwin zijn, dat weet ik niet meer, vergeef me beiden. Maar het overgrote deel van Schrijfnet haatte hem als de gloeiende rotpest. Het kleintje had ook geen enkel talent of het moest zijn vaardigheid zijn in het neerpennen van onbenullige oneliners onder onze meesterwerkjes, die met bloed, transpiratie en wenen waren verwekt. En in die onelinertjes kwamen dan meestal woorden als rotzooi, kut, vuiligheid, lul, wanproduct, neuken en tieten voor. En nu verschijnt het onwezen hier op www, de site van eensgezindheid, liefde en vredelievendheid. Godverdomme, ban deze vent Pom, ban hem naar de hel waar hij thuishoort. Doe het voor het voortbestaan van www.pomgedichten.nl, doe het voor jou, voor mij, voor ons allen, voor de vrede op aarde, voor het geluk van de menschheid! Ban de vent nu het nog kan!!!
wij van de pom kregen bericht dat de gezondheid van dichter Mirjam Al wel ietsje beter kan dan haar gezondheid momenteel is – wij wensen haar alle gezondheid toe in 2026
pomgedichten.nl heeft het exclusieve recht gekregen om 65 teksten van Miriam Al tweewekelijks op de woensdag te publiceren – dat gaan we doen! de teksten zijn door haar helaas overleden vriend Merik van der Torren nog net voor zijn dood uitgetypt en van een nummer voorzien én in een blauw mapje gedaan. vandaag tekst nummer 53 & 54 – dank je wel Merik – dank je wel Mirjam Al.
blauw hier groeien geen blauwe plekken hier wordt geen kleur bekend niets ligt hier open en al helemaal niets bloot hier wordt geen antwoord meer verwacht hier beheerst een vrouw de grond
zoals vandaag een geraamte is waar niets in groeien kan dood als de liefde is die niet wilde vlotten
in schuld geen waarheid schuilt en de waarheid slechts bestaat bij de gratie van wat geweest is
Hoi Pom, Nogmaals het beste voor iedereen van de Pom site en zelf ben ik ( zoveel mogelijk ) opgehouden met drinken. De borrel die nu voor me staat zit in een heel klein glaasje en telt eigenlijk niet want ( het is nu 00.15 uur ) ik heb ‘em gisteren in geschonken en mede daardoor het volgende kunnen opschrijven:
Grote, kleine vele vragen en lastige vragen want wat is waar mond dicht dan maar en stiekem toch een nood pakket leuk zo’n transistor voor op het kastje naast het bed en dát is lang geleden: iets van contanten
want misschien valt ‘ dozing daddy ‘ nu een kajak bij Groenland aan en voor je weten kan komt het gevaar weer uit het oosten met ja, met wat dan?