

Als de kou rozen blaast op je raam
Hoe meer de geteisterde wereld zich verbergt
onder een koud smetteloos wit laken,
hoe warmer het binnen is en hoe eenvoudiger,
om alleen de mooie gedachten toe te laten.
Wat ooit te groot was om te dragen,
legt zich nu voorzichtig naast je neer,
terwijl buiten de nacht tot stilte krimt,
groeit binnen een breekbaar weten,
dat alles wat verloren leek,
zich niet heeft opgelost,
maar wachtte op deze traagheid,
op dit ademen in rust.
Dat de kou geen vijand is, maar een vriend,
die vasthoudt wat anders zou vervliegen
en dat je, als je niets meer hoeft, heel even mag geloven,
dat het leven zichzelf herstelt
Vera van der Horst
ja ik herinner ze nog de bloemen op de ruiten van het ouderlijk huis – van je kamertje met alleen in de huiskamer de kachel aan – vader met de kolen van zolder geschept – en dat je voor warmte voor de kachel moest liggen. gelukkig vinden we in vera’s bijdrage prachtige troostrijke regels om bij te schuilen.
–
terwijl buiten de nacht tot stilte krimt,
groeit binnen een breekbaar weten,…
troostrijke hartverwarmende regels te mooi om niet bij te snotteren – prachtig – een open haard – goudschitterende oplichtende pareltjes van poëzie – zo kunnen we deze zondag aan:
Wat ooit te groot was om te dragen,
legt zich nu voorzichtig naast je neer,…

Voor de zondagse dip in zee dit:
laat het vriezen
onder mijn voeten kraakt het
sneeuw en ijs. vloeibaar als water
als ik grip probeer te krijgen
en de kou wil beheersen
die mijn leven vertraagt
ook geluiden dragen niet ver
ik ben vergeten hoe je klinkt
als je praat als je lacht
je ogen zijn blauw bevroren
maar als de dooi invalt tintelt mijn huid
alsof jij
ja jij
laat het vriezen
laat het sneeuwen
ik ontdooi zo graag in jouw armen
Met vriendelijke groeten,
Ellis van Atten
www.ellisvanatten.nl
gelukkig nog meer hartverwarmende woorden in de zondagochtendwedstrijd die geen wedstrijd is – maar meer in deze kou een barre overlevingstocht aan het infuus van de poëzie – een levenslustige opwekkende injectie – een homeopathisch gedicht bijna – na het zo smartvolle ‘ik ben vergeten hoe je klinkt…’ de hier door zeewater zilver tintelende huid en het ontdooien in de armen van de geliefde. Ellis kiest altijd zo zorgvuldig haar woorden en dat dan woord voor woord.

en de winnaar is…
de virtuele waarheid laat zich graag voorspellen
wij houden van trofeeën, verheugen ons op
het ergste, het mooiste, het meest bizarre,
de koudste nachten, en toch, Koning Winter
sluiten we buiten, hij die ons verblindt door
zijn witste wit, ons overweldigt en bedelft onder
striemende hagel, stervenskoud ons bestaan
lam legt – behalve op 1 januari wanneer we
ons halfnaakt onderdompelen – gebied onze
steenkoude ledematen te warmen, desnoods
relaties op het spel te zetten of hartverwarmend
lief te kozen tot in het holst van de nacht, op
het elektrisch verwarmde bed – want de lente
staat alweer te popelen – terwijl ijsberen op
ijsschotsen naderen, wolffen hongerhuilen,
de branding verwaait tot gestolde sneeuwvlokken
en we ondanks de gevreesde rekening schuldbewust
de ketel opstoken tot ongekende hoogte
Conny Lahnstein
10 januari 2026
het is allemaal zo vreselijk waar Lieve Conny – een perfecte analyse wat we allemaal te dragen hebben – had ik geen troostdicht gevraagd jij zou tot winnares zijn uitgeroepen hier – alex roeka zingt: ‘noem het geen liefde – noem de liefde liever niet..’ – ik had de liefde liever wel genoemd gezien dit keer. tis koud in amsterdam.
- Ien Verrips – over die kilte
- Rik van Boeckel over de glibberende realiteit
- Rob Mientjes over een zoete droom vol wishfull thinking
- Luk Paard over de eeuwige jeugd
- Conny Lahnstein over hongerhuilende ‘wolffen’
- Elbert Gonggrijp over alleen zijn samen
- Cartouche over de tweede adem
- Anke Labrie over 1963
- Vera van der Horst over wat ooit te groot was om te dragen
- Ellis van Atten over ontdooien

wie wint de enige echte virtuele koudste nacht van het jaar trofee op pomgedichten? de koudste nacht is aanstaande – gevoelstemperaturen van min 20 zijn voorspeld voor de nacht die voorafgaat aan de ‘enige echte virtuele’ koudste zondagochtend – wat kunnen we anders dan poëzie te plaatsen tegenover de kilte en de koude van deze nacht. poëzie om tegen aan te kruipen. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

het blauwe uur voorbij
verstilde kou ondragelijk wit
als de kilte die
ons gevangen houdt
bang om onderuit te gaan
durft geen van beiden
de eerste stap te zetten
Ien Verrips
we zochten poëzie om tegen aan te kruipen -zo bitterhard nodig ook – krijgen we van Ien kiloos ondraaglijke kilte – haha – kilte die geliefden gevangen houdt – ja zo wordt het steeds kouder – mogelijk wel zoals het is in het leven maar de poëzie mag ook wel eens een dekentje zijn.
‘wil je voorzichtig zijn’ zingt alex roeka hier in de kou op drie hoog achter in de jordaan – als dat het thema was geweest…ja dan viel Ien in de prijzen.

Nu eenmaal deze tijd van het jaar
laat de kou bloeien en de sneeuw groeien
en benen en banden groeten
langs gladde verraderlijke paden en wegen
zo klinkt de tijd van winterland
sleeën gaan dan zo charmant van heuvels
zonder moeite af met kinderen en ouders
na de koudste nacht van het jaar
schaatsers dromen van de elfstedentocht
zij glijden nooit in snelheid uit
tijdens de verwachte koude tijd
hun glibberende realiteit.
Rik van Boeckel
10 januari 2026
het begin van het gedicht – de woorden ‘nu eenmaal’ – is niet echt een makkelijk leesbaar begin.
nu eenmaal haha laat ik de woorden schrijven van deze recensie, ik ook bezig ben met schrijven terwijl de woorden al aan het schrijven waren en deze mij – nu eenmaal – laten achterblijven in deze bibberkoude, op drie hoog achter in de koude jordaan van 020, nu ik woorden zoek om tegen aan te kruipen –
vind ik ze niet makkelijk in dit gedichtje. ik heb nu eenmaal ook nooit schaatsen geleerd – dat zal het zijn Rik.

In zijn bed ligt hij stil te dromen van landen in de wereld; grensoverschrijdend op zijn scootmobiel, onlangs gekregen van de kerstman in december. Winter- en ijsbestendig, met name diep in de nacht.
Een zoete droom vol wishfull thinking, immers iedereen ligt aan zijn voeten, binnengehaald als jonge god in Frankrijk, c’est lui qui règne … une nouvelle révolution se manifeste.
Rechtop in bed heft hij zijn armen hoog de lucht in en schreeuwt uit volle borst: van mij, van mij, alles is van mij. Zinkt vervolgens terug in het vervolg van zijn droom.
Het blijkt slechts koude kermis. In het reuzerad van wilde oorlog is hij op jacht naar twee stille soortgenoten, een met gespleten ogen en een met een wollen muts. Maar inhalen, zelfs bijhalen, lukt niet meer. Zij zijn eerder ingestapt. Badend van het zweet wordt hij wakker, zijn hart bevroren van angst, zijn koudste nacht. De scootmobiel schiet richting maan.
Rob Mientjes
wakker worden de angstdromen van zich afschuddend – het is niet echt de gevraagde poëzie waar ik vandaag en vannacht om de kou te ontlopen tegen aan wil kruipen. ik zoek vandaag warmte geen angstzweet. net te klam Rob.

” wintertijd “
ik holde de weg
(de volbloed op de renbaan)
holde me uit
ging door
nu regent’et en jaagt de koude
is blauw me favoriete kleur
en hang ik
soms in’n hoekje
tone vele dage me de tijd
in winterspoeling
‘et lijf dat kraakt
en davert
ik ga door
met oude voete
pijn in alle wervels
maar me gedachte zijn jong
de eeuwige jeugd
daar blijft’et zomere
dwars door elke winter
© luk paard
gelukkig biedt het laatste gedeelte van de laatste strofe hier nog net op de valreep het zo vurig gewenste lekkertegeniemandaankruipen-gehalte om warm bij te worden – zeg maar als een slok grandmarnier die je in elkaars mond proeft bij 20 graden vorst op een bankje naast en op de liefde van je leven.

DAT ALLEEN ZIJN SAMEN
Er staat een ijzige wind, de wereld is nog bevroren,
de weiden hebben niets meer te delen dan sneeuw
en verlies. Ik zou het je niet anders kunnen vertellen
met die droefgeestige weiden, een gebrek aan
beter, zo stil en zo eenzaam.
Ik zie het aan je gezicht, ik zie het aan de koeien,
de schapen en de paarden – hun bevroren adem,
hun lege blik op verte, zij staren maar en staren
maar – zo dichtbij zijn ze,
ik zou ze nooit zo anders
willen – heb ik ze lief, ook al
zou het soms van niet –
Elbert Gonggrijp
nou ja elbert paarden schapen koeien – poehee in dit weer – laat ze asjeblieft grazen daar zijn ze voor gemaakt – ik wil warmte geen koeien – woorden als warme dekens geen schapen – poëzie om tegen aan te kruipen geen paarden. ik kan al die beesten niet aan hoor – ja een keer in de week op mijn bord.

vorst in de grond
waar is het gebleven
het kind, dat we zagen
versneeuwen elk jaar een
beetje meer vanwaar ooit
weggedreven -wij
speelden liever russisch
roulette, va banque en
hingen de vermoorde
onschuld uit in elk
tot bitterkoude
-20 in het hart ons bot
geworden ijzers tot buiten-
gewone doorlopers sneed
een tweede adem gaf
wij ons zonder stempel
kaart nu op glad ijs
durven begeven
met betraande ogen
in deze donkerste nacht
de warmte – van +2- weten
te vinden, aan en in elkaar
10-01-2026 // Cartouche
ook bij Cartouche gaat het nog niet van harte – ‘een tweede adem’- dat duurt me te lang – ik wil volledige overgave – IK WIL WARMTE – dat het van de woorden af walmt. ik wil de poëzie een kopje geven. lekker warm.

de ogendichtrivier
de smalle hoge dijk
op onbepaalde plaatsen
spiegelglad
het strooizout schaars
doodstil zit ik achterin
mijn voeten
om de schooltas heen geklemd
pal naast me beneden
het diepe donkere water
bij elke bocht
knijp ik mijn knokkels wit
om de harde leuning van de bank
vandaag wordt het heelal
door Buschauffeur bestuurd
anke labrie
Anke leidt ons terug naar de barre winters van ooit – van een reinier paping, van een jeen van de berg of hoe de helden van de 11 steden ook mogen heten – bibberend in de bus – de wereld van een kind mooi beschreven – maar ook bij anke vinden we het gevraagde thema niet terug – we wilden een warme deken gemaakt van poëzie.

















