de week van Roel Weerheijm in 7 gedichten – over toen er nog geen crisis was

ROEL WEERHEIJM

de laatste dag bijdrage van Roel Weerheijm – de stad centraal in zijn gedachten en de mensen in die stad. we hebben een week genoten van de meditaties. Roel dank je wel.

.

Meditaties

De laatste bijdrage van deze week is een drieluik waarin ik de soms erg sombere en zware beelden van de eerdere gedichten een contragewicht wilde geven. De week eindigt fantasierijk en hoopvol.

.

Zondag

1

Een straat met het geluid van spelende kinderen

is een andere straat dan dezelfde straat

met het geluid van claxons en sirenes

Soms loop ik door de stad naar huis

en loopt iemand geruisloos achter me

naar hetzelfde of een ander huis

en dan doe ik alsof het de vorige bewoner is

die zich in het jaartal heeft vergist

en straks verbijsterd zal zijn mij

bij hem thuis aan te treffen

2

Hetzelfde adres in een ander jaar

en het kinderspeelgoed op de grond

is verruild voor lege flessen

de geur van sigaretten voor

de geur van kruiden of mosselen

er kan blues klinken en jaren later

Monteverdi of hangt er geen

landschap meer aan de muur

of de muur staat er zelf niet meer

Waar mensen wonen worden telkens

gedaanten in nieuwe gedaanten veranderd

Het is geen lucht, niet het najagen van wind

wat ze doen, ze maken wind uit lucht

en storm uit wind en zijn schuurpapier

tegen de stenen

3

Ik heb een grote rustige stad in mijn hoofd

vol oude gebouwen en ruime parken

ik dwaal er dagelijks in gedachten rond

Iedereen woont er die ik wil behouden

ROEL WEERHEIJM

.

Meditaties

Het idee van een stad waarin mensen hun verhalen achterlaten, heeft ook een kinderlijke, nieuwe, toekomstgerichte kant. Wie jong is, kan de verhalen nog niet kennen en wie jong is, is vooral bezig met het maken van nieuwe verhalen. In de prozaïsche bijdrage van vandaag heb ik geprobeerd deze kant zo puur mogelijk te beschrijven.

Zaterdag

Trek de vlieger hard omhoog, zegt je vader. Ren met je rug naar de wind.

Je houdt het handvat met beide handen vast. Hakkentrappend maak je vaart.

De vlieger zoekt de wolken op. Je voelt hoe de wind zich verzet in je armen.

Je lag hier naast je vader toen je nog een kleuter was. ‘Zullen we vormen ontdekken in de wolken?’

Je vader wees een boot aan en een wandelende man. Jij zag een schildpad, een olifant, een berg.

De vlieger kruipt omhoog en haakt zich aan de wind. Zonsondergang kleurt de lucht oranje.

Dan zie je ineens je vader niet meer. De schaduw van een boom heeft hem verslonden.

Je vlieger stijgt steeds verder op. De lucht is diep en donker geworden.

Het licht wordt steeds iets vlakker. Geluiden klinken gedempt.

Boven je hoofd verdwijnen de wolken. Je ziet de eerste sterren komen.

Diffuus, onrustig gonzen, een avond in de stad, een luide lach van ver. Een enkele sirene tussen rustgevende ruis van auto’s.

De vlieger klimt. Een helikopter trekt je aandacht.

Je blijft het handvat stevig vasthouden. De helikopter trekt aan de touwen.

En de vlieger stijgt verder op. De laatste wolken zijn verdwenen, hij zweeft tussen de sterren.

De steelpan duikt achter de helikopter op. Daarnaast zie je de poolster.

En de vlieger stijgt steeds verder op. Je ziet je vader nergens, de stad om je heen is verdwenen.

De wind wordt kouder. Het laatste licht verdwijnt.

Je vlieger is niet meer te zien.

.

foto: fred ernst – ROEL WEERHEIJM

Meditaties

Al ruim acht jaar woon ik op de tweeëntwintigste en bovenste verdieping van een woontoren. Bij zeer helder weer is het zicht ruim veertig kilometer, bij zeer mistig weer is de grond niet te zien en woon je in een wolk. Eenmaal bij zonsopgang hing een bijna spiegelgladde mistbank exact op voetenhoogte en was het net alsof ik uit mijn Franse balkon op de wolken kon stappen.

Wie gedichten schrijft en niets met zo’n uitzicht doet, is mijns inziens een waardeloze dichter.

Vrijdag

1

ik sta op een stad

en ik kijk naar

een andere stad aan de horizon

ik denk alleen aan vandaag

huizen en torens verdringen zich

om te kijken naar mij

ze draaien zich comfortabel en

fotogeniek in de nazomerzon

jacobsladders rollen uit

in een pasgewassen ochtend

het waait september

de dag stroomt en kolkt

het mooie van een nieuw gebouw

is de smetteloze lege aanblik

de stenen dragen nog geen woorden

ik denk alleen aan vandaag

en ik kijk

naar een stad aan de horizon

ik ben op twee plekken

tegelijk en vandaag kies ik

alleen aan vandaag te denken

het mooie van een buitenwijk

huizen zijn verlengde hotelkamers

de verhalen zijn niet groot genoeg

en verliezen hun grip in de cyclus van seizoenen

gebouwen staan stil in het gelid

op hun gewicht te wachten

maar de stad

stroomt stiekem

in stilstand

2

Vanaf deze hoogte is een stad als een reptiel

bloedvaten kronkelen als asfaltbanen langs

en door organen van steen beton of glas

gebouwen die van zuurstof worden voorzien

door mensen eerst naar binnen en later op de dag

wit vermoeid en zuurstofarm weer af te voeren

aderkleppen met rode en groene lichten

stremmen en stuwen de bloedsomloop

terwijl het zenuwensysteem van trams gierend

bellend staal op staal door bochten schuurt

oren ogen en reactievermogen slijpt

en onder onze voeten onzichtbaar de afwatering

van afval en consumptie stroomt

Ik loop vaak door de longen van het beest

die rustig vogelmelodieën fluiten

de mensen stromen er trager over de paden

en de slaap hangt er chronisch tussen takken

Alle lichamelijke functies zijn aanwezig

maar nergens woont het karakter van de stad

omdat het karakter alleen

het zichtbare is

ROEL WEERHEIJM

Meditaties

Niet alleen gebeuren en gebeurden er in elke stad onnoemelijke dingen die wij als de huidige stadsbewoners moeten ontdekken en begrijpen om de stad en het verleden te kunnen begrijpen – het is ook omgekeerd: iedereen maakt in zekere zin zijn eigen stad, door zijn eigen blik en zijn eigen ervaringen.

Donderdag

dat je obsessief denkt

dat je tot een feit ter grootte van één atoom wilt komen

een uitgangspunt dat onweerlegbaar zwaar is

omdat dat goed is

dat je obsessief moet denken

dat je obsessief tot een feit ter grootte van één atoom moet komen

dat je een redenering ter grootte van een stad op wilt blazen

om je feit ter grootte van één atoom

omdat dat goed is

je lijf is een slordige kamer vol liefde en hersens

boven de daken en de ondergaande zon

je bloed dat liefde dirigeert

je bloed dat je denkhoofd dirigeert

je denkhoofd dat constateringen ter grootte

van een atoom dirigeert dat onweerlegbaar

waar is

het liefst bouw je een stad van woorden en verhalen

een fundament van één atoom kan een complete toren dragen

een redenering tot in de hemel

en als je loopt langs de grachten

hand in je broekzak en de andere hand

omhoog alsof je een dienblad vasthoudt

daarna de kin van je denkhoofd omklemt

je ogen op de grond gericht waar je je tekst spiekt

in een stad blijft alles wonen wat je zegt

het zoekt een huis in de kieren van de gevels

als bacteriën in de huid van een reptiel

liefde is een slordige kamer vol jouw lijf

je denkhoofdt obsessief dat ook

liefde altijd bij je blijft wonen

alsof je lijf en je leven een stad zijn

bewoond door alle mensen

die je ooit gekend hebt

en dat dat goed is

ROEL WEERHEIJM

Meditaties

Als je alle plekken op de wereld in een spectrum van extreem speels en fantasierijk naar extreem gruwelijk en hels zou ordenen, zou De Efteling ergens aan het speelse, fantasierijke uiteinde staan en Auschwitz aan het gruwelijke, helse uiteinde.

Ik bezocht Auschwitz lang geleden op een woensdag. Alles wat ik die dag zag, registreerde ik, maar het kwam nog niet binnen. Pas toen ik dagen later thuiskwam, begon de film te draaien. Maanden aan een stuk zaten de beelden en ervaringen het de hele dag in mijn hoofd, begon ik me bijna schuldig te voelen over mijn zorgeloze leven. Ik realiseerde me dat Auschwitz eigenlijk Oświęcim heet, maar die naam buiten Polen nooit meer zal dragen. Ik probeerde mijn ideeën in een gedicht uit, ‘Nooit meer Oświęcim’ (naar het kunstwerk van Jan Wolkers), maar ik kwam er niet uit. Nu alsnog, als afsluiting.

Woensdag

1

Elk uitzicht wordt minstens twee keer geschreven:

de eerste keer met hijskranen en steigers

daarna met de verhalen die de mensen erin schrijven

telkens volgens dezelfde cyclus:

een gebouw legt haar slangenhuid af

een onzichtbaar volgeschreven perkament

geeft het aan mensen die er een nieuw verhaal op schrijven

en het daarna met het gebouw laten vergroeien

Bij elke momentopname bepalen de muziek

en de voorafgaande scènes wat wij voelen

levens en verhalen inwisselbaar als hotelkamers

2

Sommige palimpsesten behouden hun slangenhuid

dragen hem als een dode doorzichtige jurk

Onder de grond in Rome vrezen gelovigen steeds voor hun leven

komen ze in het geheim bijeen

(panem et circenses)

biddend tussen de schedels van hun broeders

In een hut in Maiernigg

de kleinste concertzaal ter wereld

wonen nog steeds een aantal Mahlersymfonieën

Het lupuslandschap van Verdun ligt er

morbide vredig bij

alsof de soldaten nog op koffiepauze zijn

Onder een parkeerplaats in Berlijn blijft het

30 april 1945

En uit alles wat groeit op de jachtvelden van Oświęcim

bloeit voor altijd onverbiddelijk

uit voor altijd schuldige grond

een Munch-schreeuw

van eerloze misdaden

ROEL WEERHEIJM

Meditaties

Dinsdag is de meest doordeweekse dag van de week. Juist op dergelijke dagen is het een fijne afleiding om het speelse in de stad te ontdekken. Maar uitzichten blijven schuldig.

Dinsdag

alles van waarde

ligt aan de oppervlakte

ik vorm mijn handen tot kommen

zet ze naast mijn ogen tegen mijn spiegelbeeld

in het raam

de brede weg is een avond geworden

autolampen spelen tikkertje

rechthoeken van schemerlamplicht een flat

door de ramen als op elkaar gestapelde televisies

kijken gespiegelde mensen met gekomde handen

wezenloos terug

de stad is leegte

lacht licht en lucht

alles van waarde

ligt aan de oppervlakte

ik kan schrijven

ik kan een ei koken

ik kan mezelf te pletter gooien

ik kan een sloopwerktuig kopen

alle stenen tegen elkaar stukslaan terwijl ik zeg

ik maak alle dingen nieuw

als ik alle metselvoegen losmaak en de stad steen

voor steen zou slopen en weer op zou bouwen

heb ik volgens Louis Ferron een nieuwe

onschuldige stad gebouwd

uitsluitend

oppervlakte

.

ROEL WEERHEIJM

Meditaties

Al jarenlang schrijf ik gedichten waarin de stad en de stedelijke omgeving een grote rol spelen. Wat me daarin interesseert, is bijvoorbeeld de historische belasting die veel plekken met zich meedragen, maar ook hoe toevallige elementen een ervaring kunnen inkleuren.

De gedichten die ik hier deze week publiceer, zijn in hun vorm een gedachtenexperiment. In een hybride vorm tussen poëzie, proza en essay wil ik een zo divers mogelijke verkenning uitwerken.

Maandag

Wie een uitzicht onthult onthult

een verzameling lenige verhalen

Lijm stenen en cement op een specifieke manier aan elkaar en er ontstaat

een voetbalstadion een parlementsgebouw een gevangenis

een paleis een brug een tempel een concentratiekamp

Hoe het kan dat een gebouw met elke toeristische foto

de schuld van zijn makers steeds dieper vervult

wordt door fervente vertellers en lezers herkauwd

zoals ze voor een schrijver bepalen wat zijn boodschap is

Verhalen blazen hun gewicht in de levenloze stenen

tot het nat als verdampende letters van de daken lekt

zonder lichter te willen worden

Wie een nieuw onschuldig uitzicht onthult

moet eerst de gevangen verhalen lezen

Roel Weerheijm

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Laat een reactie achter