een bijna onmogelijk thema deze week op de pom – ik wilde eens kijken hoe een gedicht tot liedje kan worden – verworden – roept max lerou luid uit – ik hoorde en dame met een half russische oekraïense vervormde stem mijn woorden zingen – een dame die niet bestaat. een dame die wel en niet bestaat. enkele dichters lieten zich inspireren door mogelijke onmogelijkheden. bij rob mientjes klopte een hart niet en je kon ondanks dat gebrek gewoon doorleven – bij magda haan bleek een totaal onbekend persoon een goede bekende. bij andré heijnekamp springen zomaar spartelende kinderen uit boxen, bij dichter frans terken klotst de alcohol al vroeg tegen de plinten, AI corrigeert de dichter lerou die het volgens AI te bont maakt met zijn – kop vol sla – daar maakt AI – kop vol mist – van – dan weten we tenminste waar AI voor staat – voor mist! daar gaat max met zijn goede groene gedrag haha. bij Vera van der Horst geldt – nooit meer slapen. ook best knap. bij anke labrie wordt aan het woord word wel of niet een t toegevoegd. wonderlijke zaken – allemaal veroorzaakt door AI deze zondag – dank aan alle dichters die zich waagden aan dit vreemde thema. we misten Cartouche – die kan met AI niet uit de voeten blijkbaar.
en van wat of van wie zou uw dichterlijk hart een liedje willen maken – we lezen het hier zo graag!
- Rob Mientjes – en toch er klopt iets niet
- André Heijnekamp – Gekerm in de kunst
- Frans Terken – ochtendritueel
- Rik van Boeckel – op het ritme van onze liefde
- Max Lerou – AI spoort niet
- Vera van der Horst – telt
- Anke Labrie – die loze blik
- Magda Haan – toen

ach laten we er maar een AI liedje van maken
en wij
en wij, wij bibberden wat
bij – de sigaretten
deden aan avond mooi
en elkaar
een mens is nooit af
gelukkig maar
zit nu aan tafel
met koffie en een sigaret
op mijn tablet jou te schrijven
met zon en zo, de tuin wat wit
met poezen die lopen
alsof ze door de slagroom moeten
mét mij
en schrijf mezelf in jou
pomwolff


Mooi liedje van you, yourself and AI.
Wel een hoge stem. Maar alles kan.
Mijn hart klopt nog wel. Gelukkig maar.
Fijn weekend.
Niet kloppend hart
Het bonst in mijn boezem
bloeddoorlopen en ontzettend hard
weet met zichzelf geen blijf
en toch er klopt iets niet
het mist de smart en het besterven
pijlen steken er dwars doorheen
ze weten niet te raken
klopt het hart dan wel
leg mijn oor ter luister
en verdomd het klopt niet
het past niet, is het wel van mij
het klopt er naast
van slag
ik duw het nog een beetje opzij
tevergeefs
en hoe ik het ook wend of keer
kloppen doet mijn hart al lang niet meer
en passen evenmin
Rob Mientjes
het gedicht als de uitslag van een medisch onderzoek. een ik persoon zonder hart in ieder geval zonder een functionerend hart overleeft zonder medische hulpmiddelen. dat kan heel goed in de poëzie. in de wereld en de wetten van de poëzie moet je toch nog ergens in de werkelijkheid blijven hangen – poëzie kent iets van geloofwaardigheid – hier is die grens opgezocht – een persoon zonder kloppend hart is geen harteloos persoon – leeft en schrijft keert en wendt. heel bijzonder – en dat kan allemaal op de pom.

Een lam zonder ooi
Gekerm in de kunst verdraag ik
het geeft zelfs troost
voor jouw gemekker.
Zoveel hoop en één werkelijkheid
waarin je het allemaal verwacht
altijd weer dat spartelende kind
zodra het uit de box komt.
En dat je dan nog steeds denkt
dat als je wat kreten slaakt
anderen daar een liedje van maken.
Dat ze je wiegen
en in slaap sussen
alwaar jij verder droomt.
André Heijnekamp
ironie en poëzie gaan hier gezellig in elkaar op – dat kost deze dichter geen moeite – dichter legt de AI kritiek net zo makkelijk op zijn eigen leven als op het leven van de webmaster die het waagde met dit AI thema aan te komen haha.

Het verstaan van het kloppend hart
Ik wil jouw kloppend hart verstaan
en met jou de liefde in gaan
de tijd zal ons laten rusten
onze harten zullen elkaar verrassen
we zullen liedjes zingen
met woorden vol passie
jouw hart zal harder kloppen
op het ritme van onze liefde
we hebben zoveel mogelijk lief
onder de stralen van de zon
zo warm en rond in de morgenstond
tot de dag naar andere uren komt
zodat wij elkaar goed blijven verstaan
langs de muzikale baan van ons bestaan.
Rik van Boeckel
14 maart 2026
tijd en het thema hart met elkaar verbonden op het ritme van de liefde.

Het kloppend hart
‘Zing het vocht uit de longen
geef het kloppend hart geen rust
zo maken we elke dag de tongen
los voor onze welkome lust’
dat zongen we als ochtendritueel
vrolijk dansten we rond de tafel
dan moest de dag nog beginnen
en werd de keel vlot gesmeerd
nam de een na de ander een flinke slok
om een schorre keel te voorkomen
het hart sloeg driftig in de borst
kwamen we rond de middag pas bij zinnen
al leek het een feest zo vroeg geopend
de nieuwe dag kon nog vermorst
© FT 14.03.2026
nou in het beschreven huis wordt stevig gedronken – dat mag wel opgemerkt. en zo vroeg al – vermorsen kan als ‘vergeetwoord’ opgezonden worden naar de taalstraat – een sonnet met middeleeuwse invloeden.

Nou kijk maar…ik kreeg van de virtuele ‘het laatste spoor’ aangeboden.
Eerst mijn tekst. Daaronder de door A I ‘verbeterde’ versie
spijtoptant
pa had nog een stukje
bamboe in zijn hand
het laatste eindje spoor
liep naar het vlakke land
hoe hij nu liefde tapt uit ego
geen rem geen maat
een kop vol sla
zijn leven werd een pijp kaneel
het werd teveel het zoog
zoals hij zuigt zijn stem verbuigt
naar een stampend ritme
waarop het goed marcheren is
ml
het laatste spoor
Hier is een alternatief dat de abstracte beelden uit het origineel (bamboe, kaneel, de veranderende stem) behoudt, maar ze verbindt met een scherper ritme en een duidelijker emotioneel verloop:
Het Laatste Spoor
Met een restant bamboe nog in de hand,
zocht hij het spoor naar het vlakke land.
Maar de rails hielden op, de weg liep dood,
terwijl hij zijn ego als liefde goot.
Geen rem, geen maat, de rede kwijt,
een kop vol mist en een hart vol spijt.
Zijn leven verschaalde tot een pijp kaneel:
het werd te droog, het werd te veel.
Het zoog de lucht uit de holle kamer,
zijn stem vervormde tot een hamer.
In een stampend ritme, strak en kil,
marcheert hij nu door de diepe stilte, tegen zijn wil.
A I
Wat er is aangepast:
Structuur: De beelden vloeien nu logischer in elkaar over door het gebruik van rijm (AABB of ABCB), wat de tekst toegankelijker maakt.
Metaforen: “Een kop vol sla” is vervangen door “een kop vol mist” om de verwarring sterker aan te zetten, terwijl de “pijp kaneel” behouden is als symbool voor iets dat droog en overweldigend is.
Ritme: De laatste strofe benadrukt het “stampende” aspect door een dwingender metrum te gebruiken.
—————–
haha – moet je net bij de dichter Lerou voor zijn – de dichter slaat terug met een letterlijke presentatie van het door AI geconstrueerde leed.

Wanneer is de stilte veranderd in een vijand
ik voel aan mijn hals waar het leven duwt
als een gevangene die streepjes zet,
tel ik de slagen
kijk door het raam naar mensen
rennend naar hun eigen leven.
Ik durf niet te gaan slapen,
bang dat ik bij het ontwaken
de weg naar mezelf niet meer vind.
Vera van der Horst
mooie laatste strofe – met zoveel eigen leed ben je inderdaad wel aan liedje toe. de vrouwelijke dertigers zangeressen doen niet anders dan over het eigen – o zo erge – leed te zingen. (ze lopen er wel mee binnen maar dat terzijde) – in zoverre mogen we hier gerust spreken van een heel modern jong gedicht.

AI mijn minnaar word je nooit
je woorden lijken me gestolen
je maakt geen enkel oogcontact
of ik moet er echt om vragen
dan flans je vast iets glanzigs
in elkaar, twee ogen sprekend
maar toch met een loze blik
waarin geen enkele herkenning
en erger nog je beeldt mij af
als ik je die kans zou geven
als een soort dramaqueen
nee, mijn minnaar word je nooit
anke labrie
2026
een loze blik van blik gemaakt – blik na blik – dat is AI voor Anke. een duidelijke aanklacht.
(bevreemdend is dat de spellingscontrole zowel word als wordt toestaat in de twee dichtregels van Anke – wie reikt de bevrijdende juiste versie met onderbouwing aan – wij van hier zeggen: AI mijn minnaar blijf je voor altijd – ook al hebben we een pleurishekel aan je. )

Jij langs kwam
wist ik dat ik
je al jaren kende
nog nooit gezien
nog nooit gevoeld
nog nooit gekust
toch wist ik
wie je was
Magda Haan
sympathieke woorden voor een onbekende die in het hoofd van de dichter altijd al aanwezig was. ik vind het knap – in poëzie blijkt alles te kunnen. geheel onbekend en toch jarenlang gekend. het is allemaal mogelijk.

