dank aan alle dichters die hun lenteteksten instuurden. overweldigend veel – mogelijk een teken hoe zeer er verlangd wordt naar de lente en al hetgeen met de lente samenkomt of hangt of ligt. heel expliciet soms de teksten – lees Ien Verrips – of ietwat afstandelijk lees karlijn groet en of ditmar bakker – veelal liefdevol lees vera van der horst en of elbert gonggrijp en vurig door luk paard. de natuur bezongen als bij freda, rob mientjes, frans terken, rik van boeckel, jorge bolle en Cartouche en Anke Labrie.
kom ik bij goud dat ik mag uitdelen vandaag – terug naar mijn jeugd – de zomermaanden in het limburgse heuvelland – pluisjes blazen met wie ik liefhad op de lóssvelden, op het grasveld van zwembad zeekoelen in brunssum, in de bossen aldaar, magda haan bracht me terug naar ooit en toen met haar fraaie gedicht ‘Paardenbloempluis’ – goud – en ook goud voor het gedicht waaruit de lente in alle kleuren en geuren ons lezers tegemoet spat – ‘Voor altijd lente’ van marjon van der vegt. van harte! jullie gouden dichters.

Voor altijd lente
ik open de salondeuren zet twee stappen buiten, en verdwaal in dat wat lente heet kleine beestjes nodigen mij uit, en krioelen om mijn blote voeten, vers gras deint in de wind, ik beweeg onder pirouettes van het magnoliabladerenballet, vlij mij neer en zie hoe kersenbloesem het krieken liefkoost, bijen verblijden bloemen die vragen om bestuift te worden, bosanemonen verleiden vlinders één voor één, aurora verwarmt ze tot de gevleugelden hongerig genoeg zijn om op zoek te gaan naar pure passie
Pom’s lente is geboren
Marjon van der Vegt
Voor de liefhebber:
Mijn gedichten
Mijn fotowebsite:
Website: Dichter bij de dood
met de hartverwarmende woorden van marjon zitten we helemaal midden in de lente – een heerlijke lente – alles wat je in de lente wil is hier uitgeschreven.

Ook hier is het lente. De nesten in nog kale bomen zijn al bezet. Ouders vliegen af en aan.
Fijn weekend.
Paardenbloempluis
ook nu gaan er dagen voorbij
met wisselend licht
van nacht en dag
zon en bewolking
nog niet zo lang geleden
toen we nog konden schaatsen
en ademen op bevroren glas
de lente lente was
de winters ijskoud
en nog van geen kwaad bewust
stonden we al met de voeten
in de natte klei
maar ik blijf blazen
als teken van voorjaar
in de wind
Magda Haan
ach ja i remember de pluisjes die te blazen waren vroeger als kind – opnieuw hier de pom ingeblazen als signaal van de aankomende lente – een zacht en ontluikend gevoel.
- Peter Knipmeijer – buiten mededinging
- Anke Labrie – idem – én de regels van Pessoa
- Marjon van der Vegt – vers gras deint in de wind
- Vera van der Horst – in je blik lees ik het eerste bange bloeien.
- Freda – hoe de merel zingt
- Luk Paard – ik zie in’n dans van licht hoe je naam mooi bloeit
- Rob Mientjes – frivool de gladiool
- Karlijn Groet – bij het bottelen van de lente
- Rik van Boeckel – men zingt zacht
- Frans Terken – de goddelijke blauwe hemel buiten
- Magda Haan – als teken van voorjaar
- Elbert Gonggrijp – er hangt blauw licht in de lucht,
- Jorge Bolle – ja dan ben je in aantocht
- André Heijnekamp – het schone licht
- Ien Verrips – nooit houdt het verlangen op
- Cartouche – adem diep – schep nieuwe lucht
- Ditmar Bakker – Jij was geen lente, maar een barre grond..

laten we een keer hier volstrekt duidelijk zijn en de lente bezingen in poëzie – en alles wat de lente ons aanreikt aan liefde leven lust en zoveel meer nog. dichters ga uw goddelijke poëziegang u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
wat is dat toch?
wat is dat toch
dat altijd weer
dat altijd altijd weer
onbenoembare sluipen
in mijn hoofd
en wat is dat toch
dat altijd weer en
steeds maar weer
zo nodig moeten herhalen
van de jaargetijden
wat zo onherhaalbaar leek
en toch gewoon herhaalbaar bleek
en ooit zo benoembaar leek
eenvoudigweg onbenoembaar bleek
pom wolff

dank aan Peter voor de bijdrage aan de zondagwedstrijd die geen wedstrijd is. tussen de dikke dame en het raam op weg naar een geheime liefde – in utrecht is het nooit saai haha. mooi dichie.


Waar het bloeit
Ik zie je staan in dit eerste licht,
grijs en onwennig van de lange kou.
Je handen bleek en gesloten als winterse knoppen,
die de warmte van de dag nog niet vertrouwen.
We zijn als de bomen, nog naakt en stram,
maar de lente eist ons op en haalt ons aan;
in je blik lees ik het eerste bange bloeien.
Onze vingers raken elkaar voorzichtig aan.
In de diepte van je ogen zie ik
het onherroepelijke, het onstuitbare,
dat ondanks alles weer wil groeien.
Vera van der Horst
gloeien – als laatste woord? laat de prille liefde maar over aan vera en leg deze maar in aan veraas veilige en vertrouwde handen – ‘in je blik lees ik het eerste bange bloeien…’ ja dan ben ik al verloren als ik zo een regel lees.

vers groen
hoe diepe duisternis wijkt
voor wassend licht
teruggedrongen
naar koudere uren
prille zon zorgen
van schouders smelt
oorlogen verder weg
verwaaid in hoopvolle wind
hoe de dagen lengen
wij vergeten hoe bang we waren
nieuwe kleuren
uit oude aarde breken
hoe de merel zingt tussen
vers groen
Freda
mooi het wereldleed terug gebracht – voor ons lezers omgebogen – tot het gezang van een vogeltje in dat verse verse groen. freda zal het groen bedoelen als op de foto hieronder.

hoi pom,
de bijdrage voor de zondag die komt (22/3/26)….en’et is dus lente en ja zo welkom zo fijn dat’k dans as’n vlinder die fladdert…en dat’et van de liefde is dat’et voor de liefde is dat’et zo vurig is…en alles om en om dat’et lief zo ook naar mij en dat vuur en vlam….dat’et vuurt en vlamt…’n lente explosie…ja alles helemaal lente en dan komt’et schrijve…en voel je de kleure van’n gloeiend liefdeshart
<<<<<
(de rockdichter): zo de dag die’n zondag is en dus ter poms site de wedstrijd die geen….dat je’t dus kent en ik met’n vurige hart al van de lente in mij weet….en zo naar jou ja dans dans ja dans me dan tot vuur en vlam tot lente en nog van jou
” vurig hart ”
asof’k vlinders vanuit de hande
na zovele kere graaiend
in al de kleure
ze krijge adem mee
langs lippe die zoet en
ik kleef huid op vleugels
terwijl jij wordt bebloemd
ik zie in’n dans van licht
hoe je naam mooi bloeit
in’n lente uit mijn buik
en laat je danse op vleugels
door me vurige hart
© luk paard
het is lente en de dichter luk paard weet wat hem te doen staat in taal en uitbundigheid – het is die gestyleerde uitbundigheid die we van Luk kennen – die bijna niet te temmen euforie – alsof er een paard uit de stal in een lenteweide voor het eerst na de lange lange wintermaanden wordt uitgelaten. en de uitgesnoven woorden vliegen licht door de lente lucht – zij dwarrelen neer op de lezers en toeschouwers die vol verbazing niet anders kunnen dan deze lente met blij gemoed aanvaarden.

Groetjes, Rob
Festina lente
… en het is nog zo vroeg
zij en hij … de lente
mogen allebei
de bloemetjes weer buiten zetten
frivool de gladiool
al moet die wel nog wachten
vierdaags en zelfs langer
hij haast zich langzaam
festina lente
de merels verslikken zich
in vrolijk lied zonder weerklank
het is nog veel te vroeg
zware lijven hunkeren naar zon
hoofden zijn op zoek naar frisse lucht
en toch zo voor de ogen
zou het zowaar nog kunnen sneeuwen
loom de poes en slap de hond
ze weten beter
baasje moet nog eerst vakantie boeken
en dan … is daar de lente … finally
Rob Mientjes
dichter wijst ons op de langzame gang die we hebben te gaan richting lente – de elementen zorgvuldig in de strofen verwerkt. het zware kan langzaam maar zeker plaatsmaken voor het lichtere lentegevoel. eerst nog effe sneeuwlaarzen aan. als we rob mogen geloven.

we dronken elkaar
tot de droesem eruit
sloegen lallend alle
liefde achterover, klotsten
o-ver-al over de rand
leegden elkaar
tot er niets meer viel te
proeven dan de dorst zelf;
een ordinaire smaak
in een ouderwetse kruik
bijvoorbeeld
te gebruiken bij het
bottelen van de lente of
het schervengericht
de rest van het jaar
Karlijn Groet
ja karlijn heb er zin an. het zal een stevig jaartje worden als we dichter in dit gedicht mogen geloven – eigenlijk doet de tekst van het gedicht me denken aan de prachtsong van alex roeka – Hemel En Hel – ‘het moet zijn zoals het is’ zingt de zanger – ‘geen berg zonder afgrond, geen vuur zonder rook, als je bloemen hebt gekregen krijg je het afval ook.’

Goedenavond Pom
Hier is mijn gedicht over de lente. Ik heb de lente zeker in mijn hoofd.
Met dichterlijke groet
Rik van Boeckel
Het mooie beeld van de lente
De zon maakt ons leven warmer
de lente leidt naar dagen vol stralend geluk
kleurrijke tulpen en bomen vol groene bladeren
geven het liefdevolle licht een mooi gezicht
de zee laat een horizon zien
met water dat fraai naar het strand golft
men zingt zacht met dit nieuwe seizoen mee
nu de zon met de warme wind speelt
de blauwe hemel is een dagelijks beeld
stijgende temperaturen laten ons vrolijk zingen
de lente leidt naar de bekende toekomst
het zomerse beeld dat niemand verveelt.
Rik van Boeckel
20 maart 2026
Rik maakt er bijna een liedje van – in ieder geval er wordt gezongen – de lente tegemoet.

Eindelijk lente, tijd voor het grote genieten weer, mooi dat ik dit weer mag beleven!
Mijn bijdrage hieronder.
Zonnige groet, Frans
Lentelicht
Hadden wij de nieuwe lente niet
wij zouden wegzinken in lusteloosheid
ons afkeren van een bloeiend bestaan
en begraven zijn in blijvende winterslaap
maakt het voorjaar ons eindelijk wakker
de katten springen krols door de tuin
doen we een dansje onder kersenbloesem
blaadjes waaien in het weinige haar
hoe de zon stralend ons hoofd verwarmt
het lentelicht duizelt ogentroost
trekt ons met kracht vanachter de ruiten
ach wie hier nog lang in bed blijft liggen
dit verse seizoen droef verder slaapt
mist de goddelijke blauwe hemel buiten
© FT 21.03.2026
het weer volgende week moeten we maar vergeten – er worden vriesnachten voorspeld en dagen met mist en regen – voor die dagen hebben we dan in ieder geval dit sonnet van dichter frans terken. dan weten we hoe mooi de tijd zal zijn die komen gaat na de volgende week.

EN IK ZAL JE ZEGGEN WAAROM
Er staat een oude kastanjeboom achter het huis, er
hangt blauw licht in de lucht, er bloeien narcissen
in de tuin, allemaal voor jou natuurlijk – en alles
wat je ziet moet je al eerder hebben gezien – in
deze trage maar o zo mooie lente,
een en al verbazing aleer je het in de gaten kreeg –
is het daar, kan je er niet omheen, heeft het geen
enkele reden om vergeten te worden – is het daar
omdat het zo moet, omdat het niet anders kan –
aanwezig te kunnen zijn geweest –
vertel ik het jou, niet droefgeestig of bang, niet
verdrietig of boos, maar zoals het zich nu eens
aandient. Het zal nooit anders kunnen gaan –
het is ieder jaar weer anders, het is iedere
keer hetzelfde, elke herhaling weer –
Elbert Gonggrijp
prachtregel: het – heeft het geen enkele reden om vergeten te worden –
eigenlijk is die regel zo sterk dat de andere regels het moeilijk hebben in het gedicht . het blauwe licht blijft bij mij ook hangen. je voelt dat een dichter bezig is geweest om te zeggen wat in wezen bijna niet kan worden gezegd.

als voor het eerst de koeien
uit de stal
als het eerste lammetje
als de krokus
het sneeuwvlokje voor is
als de laatste sneeuw
nog vluchtig smelt
dan
ja dan
ben je in aantocht
Jorge Bolle
ja in alle eenvoud heerst er lente in dit gedicht – lente zoals lente lente is.

Lak
Het is mooi hier op het bankje
ik wil niet nadenken over later
zoals ik deed toen ik het lakte.
Bescherming aanbrengen
voor invloeden van buitenaf
en nu ik hier zit
wil ik niets anders.
Het schone licht
de lauwe bries
de nieuwe geluiden.
Ze zullen mij verteren
en toch
ik kan mij niet verweren.
André Heijnekamp
die hele persoonlijke en aandoenlijke gedachten – een bankje – een gedachte – een idee – een gewaarwording – een voorspelling – een eigenschap – ze vertederen als je ze leest in al hun eenvoud.

nooit houdt het verlangen op
door de jaren sluimerend
misschien zoetgehouden
door zingeving en zorg
maar nooit houdt het verlangen op
naar dat goddelijk moment
van orgastische volmaaktheid
van woeste gloeiende ongebreidelde allesverzengende supergeile sex
er is lente in de lucht
maart 2026
Ien Verrips
het lente verlangen op een lentefrisse en weinig verhullende wijze uitgeschreven. dat mag gezegd worden over de voor veel dichters herkenbare laatste regels van het gedicht.

Keer op keer
als feniks eens, uit as herrezen
ontwinter mij – lente me langzaam
opdat ik niet langer meer eenzaam
jij, mensgelijk en mytisch wezen
die jubelt om het prille leven
lacht om wat was, het grijs verleden
verworden tot een breekbaar heden
vol aeonen oeroud streven
spreid nu je geurig kleurige pracht
adem diep – schep nieuwe lucht
vlieg uit in tomeloze vlucht
en verstom de stilte van de nacht
zoals de vader zich weet
voort te leven in zijn zoon
zo baart het voorjaar telkens weer
oud vertrouwde nieuwe toon
21-03-2026 / Cartouche
Cartouche neemt bij dit thema de kans waar om los te gaan. de lente doet al het dichterlijk bloed in hem koken en dan krijgen wij als lezers mooie woorden, malse zinnen en met poëtische taalkracht doorspekte regels voorgeschoteld.

DE VERLOPEN LENTE
Jij was de lente in de dolle klucht
die leven heet, die steels rimpels penseelde
in het gelaat waar jij de wang van streelde
en zomers zouden komen, vol van vrucht!
Liefde als water. Lente is roemrucht,
belooft eenieder warmte, wol & weelde:
zelfs of vooral daarin minderbedeelden.
Er hangt nog vorst, reeds giergeur in de lucht.
Jij was geen lente, maar een barre grond
waarin ik plassen liefde plengen kon
totdat ik mij in voze modder vond
vermengd met vele kílo’s koeienstront.
Die stront was koud, als jij: geen lentezon
lag in jouw blik, maar leugens in je mond.
***[D.B]
ja Ditmar weet er wel raad mee – geen mooie lentepraatjes – er wordt niets gedoogd. de giergeur in strofe 1 nogal persoonlijk uitgewerkt in strofe 2 – haha – je zal zo de lente in moeten gaan – ook de ‘minderbedeelden’ krijgen een plaatsje in het gedicht. de zo sociaal de mensheid invoelende dichter vergeet echt de minderbedeelden niet. in huize wolluf hier drie hoog achter in de jordaan wordt luidruchtig gelachen om zoveel solidaridaad. buurvrouw bettie krijst in het trappenhuis – ze wil rust.

