
Maandagochtend fietste ik rustig over de Kleiweg. Bij het passeren van de Statenlaan zag ik in volle vaart een vrouw van in de zestig op me af komen. Ze stak de Kleiweg onder een hoek van vijfenveertig graden over met een snelheid van dertig kilometer per uur. Door de hoge snelheid en het uitdrukkingsloze gelaat, was het voor mij onmogelijk zo snel nog in te schatten wat haar intentie was. Wilde ze me voor- of achterlangs passeren of zag ze me gewoon niet en wilde ze door me heen rijden? Of had ze een TIA? Op dat moment vloekte ik of mijn laatste uur geslagen had, terwijl ze op het laatste moment rakelings tussen mij en een achteropkomende fietser heen scheerde.
Een kort moment later kwam ik bij mijn positieven. Ik was bijzonder boos om deze gestoorde en roekeloze actie, keerde mijn fiets en zette de achtervolging in. En dat valt nog niet mee als je niet ook over een elektrisch aangedreven rijwiel beschikt. Driehonderd meter later kon ik haar echter tot halt houden manen. Ik vroeg haar hijgend en boos of ze nooit van de regel gehoord had, dat rechtdoor op dezelfde weg voorrang heeft. Daarop keek ze me met ogen als een knaagdier aan en piepte, dat ze toch gewoon achterlangs me gefietst was. Ik stikte zowat in de woorden die ik allemaal uit mijn keel had willen braken op dat moment, maar hield het bij: ‘Wel verdomme…..dit heeft geen zin!’. Keerde mijn fiets en reed vloekend weg.
Wat me ertoe bracht het gesprek niet voort te zetten, was de directe ontkenning van haar debiele daad. Dat de eerste reactie gewoon was, te ontkennen dat er iets aan de hand was. Dat was me onlangs al eerder overkomen toen ons hondje was gegrepen door een Labrador. Dat bejaarde baasje ontkende ook stoïcijns dat het gebeurd was.
Van mijn kinderen ben ik dat intussen wel gewend. Als je bij hen opgooit, dat ze iets verkeerds gedaan hebben, dan zullen ze het ook in eerste opzet ontkennen. Als een stel kinderen die met hun handen in de koektrommel betrapt worden en dan nog gaan ontkennen, dat ze een koekje hebben gepakt. Het kost je eerst een half uur om ze te breken en zo ver te krijgen dat ze het feit toegeven. Tijd, die beter besteed had kunnen worden. In mijn optiek is het gedrag, dat zijn oorsprong vind in de straatcultuur. Daar geldt ook, dat als je iets illegaals doet en het gezag grijpt je in de kraag, dat je ontkent, tot je erbij neervalt. Of één of ander lulverhaal ophangt. Van straatjeugd en aanverwanten ben ik dat intussen gewend. Maar het feit, dat nu zelfs bejaarden het al als norm gaan zien, doet me vertrouwen verliezen in de geldende maatschappelijke moraal.
Het zou mooi zijn als de vrouw van maandagochtend Ali B. op zijn fat bike aan zou rijden en vervolgens liefdevol door hem genomen zou worden. Waarschijnlijk zou bij het presenteren van de feiten de wederzijdse lezing zijn, dat er niets gebeurd was.
Ik pas voor die Staat van Ontkenning.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
