
Het fietspad is breed en geasfalteerd. Er staat netjes een onderbroken streep op het midden. Zo is duidelijk, op welke weghelft je je zou mogen bevinden. De stoep ernaast is bijna net zo breed als het fietspad zelf. Daarachter aan het Gordelpad liggen woonboten. In de verte zie ik een stilstaand voorwerp op het fietspad. Het is een auto. Als ik deze voorbij ben zie ik honderd meter voor me, een in mijn richting bewegende persoon op het fietspad. Het is waarschijnlijk de bestuurder van de auto. Hij neemt een groot deel van mijn rijbaan in beslag. Terwijl hij toch ook de beschikking heeft over een hele stoep voor zichzelf. Hij kijkt recht voor zich. Het is of hij door me heen kijkt. Ik wijk preventief uit en bestudeer een kort moment zijn gezichtsuitdrukking. Hij heeft me echt niet gezien.
Me verbazen over dit soort dingen doe ik me niet meer. Het gebeurt continu. Ik begin het ook steeds beter te begrijpen. Zelf zie ik nog afscheidingen en lijnen. Achter in mijn hoofd zitten nog van op jonge leeftijd ingeprente verkeersregels. Daarnaast ben ik een zekere mate van fatsoen aangeleerd. Maar dat wordt steeds minder echt. Hoe ik wat er in mijn hoofd zit op de wereld projecteer, strookt helemaal niet meer met de moderne tijd. Het feit alleen al, dat ik me een bewustzijn aanmeet van de wereld om me heen en de mensen daarin, is iets van vroeger. En waarschijnlijk breng ik inderdaad nog niet voldoende tijd achter schermpjes door om het al helemaal te begrijpen. Maar het komt.
Wat ik zag als een verkeerskundige inrichting, bestaat enkel in mijn hoofd. Ikzelf ook trouwens. Voor een ander is het een blank canvas. Een andere dimensie. Dat ik daar toevallig ben, maakt mij bij gebrek aan belang onzichtbaar. Ongewenste content wordt vooraf actief gefilterd. De man, die ik zag, liep inderdaad naar zijn auto, maar de lijn waarop hij liep was een andere dimensie. Eén die ik op dat moment niet begreep en waar ik ook geen deel van uitmaakte. De reden dat we geen botsing hadden, was niet omdat ik uitweek, maar simpelweg omdat ik niet bestond in die wereld. Mijn fout was te denken, dat ik wel deel uitmaakte van hetzelfde plaatje. Maar mijn uitwijken, bevestigt dat ik er niet was, noch deel aan was.
De tragiek is, dat ik denk, dat dingen nog steeds zo zijn als vroeger. Concreet, duidelijk, volgens de kaders die ik opgelegd heb gekregen. Maar dat is al lang niet meer zo. De mens heeft zich daarvan losgemaakt en kan eindelijk vrij bewegen door een ruimte, waar alles is, zoals hij zelf kiest. En ik wil dat maar niet snappen. Maar weet ook, dat je de vooruitgang niet tegenhoudt. Morgen als er weer iemand op het fietspad loopt wijk ik niet meer uit. Dat hoeft niet. Er gebeurt toch niets. Het is een andere wereld. Niet de mijne.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
