VON SOLO – We hadden afgesproken dat zij in het grote bed zou slapen en ik in het stapelbed.


Het was een bewogen zaterdagavond geweest. Vermoeid lag ik onderin mijn
stapelbed. Boven leek me niet verstandig. De jaren zorgen er voor, dat ik meestal
minimaal één keer per nacht mag gaan afwateren. Zeker na veel bier. En ik had geen
zin om uit een stapelbed vallen en mijn nek te breken. Een paar meter verderop
hoorde ik hardop lachen.

Eerder die dag waren we aangekomen. Ik was op stap met een jonge vrouw, omdat
dat zo uitkwam. Op mijn leeftijd kan dat. We zouden allerlei feestelijke festiviteiten
aflopen en daarna in een betaalbaar hostel ons intrek nemen voor de nacht. Er was
geen sprake van romantische intenties. We hadden afgesproken dat zij in het grote
bed zou slapen en ik in het stapelbed. Alvorens de stad in te gaan schikten we ons
op. Ik smeerde rijkelijk schmink op mijn gezicht en zij trok een doorschijnende jurk
aan met ondergoed eronder.

Tot mijn opluchting trok ze een lange jas aan over haar weinig verhullende kledij. Dat
zou in ieder geval op straat leiden tot een stuk minder gedoe. We verlieten ons hostel
en liepen richting de stad. Ik had mijn capuchon opgedaan, zodat slechts de
oplettende voorbijganger mijn witgekalkte gezicht zou zien. Ze moest telkens lachen
als mensen mij toch opmerkten. Het is grappig hoe mensen soms niet weten hoe ze
om moeten gaan met wat ze waarnemen.

Aangekomen op de feestlocatie konden de jassen weer uit. Met mijn witte gezicht
had ik meteen de aandacht te pakken van iedereen. Zij ook met haar doorschijnende
jurk. Vrouwen keken vol jaloezie. Mannen keken ook. Mijn reisgenote bleek een
sociaal begaafd wezen, dat binnen tien minuten een hele schare manvolk aan zich
wist te binden. Ik liet het en wijdde me aan andere bezigheden. Half de avond was ze
met zes man vertrokken. Ik stuurde haar nog een berichtje voorzichtig te zijn. Het
was een wat ongelijke verhouding, naar mijn toescheen.

Op een gegeven moment keerde ze terug. De kroeg was bijna leeg. Samen met een
vriend dronk ik nog wat. Bij binnenkomst werd ze meteen weer omsingeld door de
overgebleven aasgieren. We hielden het van een afstandje in de gaten. Waar in het
begin van de avond de mannen nog een zeker decorum aan de dag hadden gelegd,
was daar nu weinig meer van over. Het proberen ‘op de bek te pakken’, suggestieve
praat en natuurlijk betasten. Op een gegeven moment stond ze naast een man, die
zijn arm om haar nek deed, als ware het een wurggreep. Typisch haantjesgedrag. Hij
bleef haar ook maar drankjes geven.

Toen de gorilla op een gegeven moment op toilet was, nam ik haar even apart en
adviseerde haar, dat we beter zouden vertrekken. Ze wilde nog even blijven. Nog
heel even. Mijn verstand won het van mijn drankzucht en ik maande haar dat we echt
beter zouden vertrekken, voordat alles lelijk zou lopen. Ze keek me wat onbegrijpend
aan. Toch moet er iets in mijn ogen zijn geweest, dat de doorslag gaf. Ik hielp haar in
haar jas. De alfa man was weer terug en riep dat er nog een whiskey voor haar
stond. Ik liep naar de bar, pakte het glas en sloeg het in één teug achterover en
bedankte.

We liepen, zonder verder nog wat te zeggen, naar buiten. De nacht in.
De weg naar het hostel was bezaaid met losliggende stenen en wortels van bomen,
die spontaan leken opgeschoten te zijn uit het trottoir. Maar we haalden het. Terug op
de kamer poetste ik mijn tanden en ging in bed liggen. Vanuit de badkamer hoorde ik
geluiden, die duidden op een zich herhaaldelijk louterende maag. Even later hoorde
ik haar naar bed schuifelen. Ze moest lachen. ‘Hé, één van die gasten heeft nog een
berichtje gestuurd. Of ik een foto van m’n tieten wil opsturen als ik op hotel zou
aankomen. Ik ga hem nu blokkeren.’ Nu moest ik ook lachen. Mannen zijn triest volk.
Tevreden draaide ik me om en ging slapen.


VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Laat een reactie achter