met de lieve felicitaties van eilander Karin Beumkes – vanaf Texel: ‘Beweeg je als ons, als ons, ons Als, Ons Als. Met alle wilde spinnen mee…’

mooi om de dag zo te beginnen op pomgedichten punt nl – de eerste dag van de week 17 mei – de maandag met mens&melodie van lieve Karin Beumkes – de eerste dag van een nieuw levensjaar van uw webmaster – dank voor alle felicitaties – op deze maandag vormgegeven door de dekselse texelse karin. dank ook aan alle columnisten die de week op pomgedichten zo mooi maken – dank ook aan de trouwe inzenders van de zondagochtendwedstrijd hier op de pom – elke week mogen we genieten van prachtig werk – heerlijk om de jurering te verzorgen. in wat voor tijden we ook leven – dit jaar leefden. mijn grote wens om dit jaar nog ergens in augustus – een keer de zondagochtendwedstrijd op een mooie zon dag live in mijn tuintje te houden met de gevaccineerden – met de prachtdichters die elk weekend tot een feestje maken – dat het kan – in die wetenschap – laat mij vandaag maar voor één dag een wappie zijn en dansen – dansen dansen! zoals Karin het ons zegt: ‘met alle wilde spinnen mee!’




Yo man!!
Een cadeautje voor je. Van mij voor jou. En ik blijf blij met jou. Van harte gefeliciteerd van dat meisje op een eiland.



Liefs

Karin



September feeling


Ik wil vrijen weet je.
Hij zegt dat wens ik ook.
We hebben bakstenen gestolen
en earl grey gerookt.
Mijn ogen zaten potdicht van al die rare kruiden
en in de verte huilde een oud kasteel.

Ruk niet aan ons, september is los
alles wordt zichtbaar kun je er tegen?
Beweeg je als ons, als ons, ons Als, Ons Als.

Met alle wilde spinnen mee.


Karin Beumkes
Muziek: Ramses Shaffy – Kom lieve lieve https://youtu.be/mci9m84qYiU
https://youtu.be/3AgrOW_F2pQ

Share This:

Frans, Rik, PetraMaria, Ditmar, Max, Ien en Anke winnen de enige echte virtuele – de markt was van ons – met een tientje was je er rijk – trofee – naar een regel van sophie (van de) straat.

–>
vandaag is het echt onmogelijk om onderscheid te maken in eremetaal – zoals je ook geen rangorde in leed kunt aanbrengen – door de woorden heen galmen de emoties van dichters – grote dingen kleine dingen maar waardevol in herinnering. dichters dank jullie wel voor mooie woorden – waarbij ondanks de persoonlijke zaken 7 sterke gedichten de lezer worden aangeboden – om te genieten bij elkaar – een gevoel van weemoed – een gevoel van weleer voor iedereen omarmend. goud dus voor Frans – dat limburgse oergevoel – voor Rik – die Haagse wind – voor Petra Maria in een erker – voor een huilende Ditmar – voor de analyse van Max, voor de hooizolder van Ien en de vanzelfsprekende grootheden van Anke. met felicitaties en met dank.
  • Frans Terken: nozems al met de mayo in hun kuif
  • Rik van Boeckel: zoals vroeger alles in verandering was
  • Petra Maria: niet alles wat voorbij gaat is ergens goed geweest dit wel
  • Ditmar Bakker: daar het jouw liefde als de bloem zal gaan die vreest te sterven
  • Max Lerou: gemaskerd bal
  • Ien Verrips: en een loods vol onbegrijpelijkheden
  • Anke Labrie: de eerste stapjes
wie wint de enige echte virtuele – de markt was van ons – met een tientje was je er rijk – trofee ? naar een regel van sophie (van de) straat . misschien met enige weemoed misschien ook wel niet – we hebben allemaal wel ‘een vroeger’ – de hoe het vroeger was trofee deze week op pomgedichten punt nl – bleef de vislucht van de visboer op de markt hangen of neemt u er toch nog maar een extra lekkerbekkie bij? we gaan van de weemoed lezen of hoe fijn het is dat het allemaal achter ons ligt. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
foto: Ben Kleyn


zat op de plek weer
waar ik ooit ook met mijn vader
snackbar bastiaans, velsen noord
tafeltjes buiten en de zon oplichtend rood

op de fiets toen ijsje ola
nu kroketten en wat brood

straks het kanaal langs
voorbij de sluizen tot de boot
als je eindelijk de weg vindt
in ijmuiden loopt ijmuiden dood


pomwolff
Bon Appetit

Hoe je de dag begon
door resten van de snackbar
uitgleed over platgetrapte friet
weggesmeten door opgeschoten jongens
bijna nozems al met de mayo in hun kuif

en jij verlekkerd kijken
naar wat er nog in de vitrine lag
maar niet voor je weggelegd was
als broekie van een paar centen

al blij als het bijna Pasen was
met eieren in de mand vol stro
een paar gulden soms een knaak
langs de deuren opgehaald
cadeau voor toegewijde misdienaars

zo het jaar door in korte broek
de knieën gepolijst op het marmer
hapte je een wolk van wierook
alsof die verlossing bracht

© FT 14.05.2021


–>
de limburgse versie geschreven door Frans op het voorgestelde thema van de straat. met inderdaad elementen van vroeger in woorden van vroeger. (nozems, kuif, friet, misdienaars, korte broek). hoe je als kind op eigen manier wist te overleven in het land van limburg, het land van de kolenmijnen en de löss. de frietzaak als belangrijk anker in het bestaan van een kind. en dat de meeste gezinnen het niet echt ‘breed’ hadden – prachtig door Frans beschreven in de tweede strofe:
 
en jij verlekkerd kijken
naar wat er nog in de vitrine lag
maar niet voor je weggelegd was
als broekie van een paar centen



Langs andere tijden


Dansend langs de geboortestraat
zingend langs de lange Haagse laan
waar ik getogen en vergeten ben

dromend in duinen met ‘t hart in het zand
zwaaiend naar de zee de Noordzee
naar golven in een schuimende verte

wandelend langs de school
van mijn kind puber kabouter zijn
langs de ramen van protest
hippie verzet en sixties ballet

springend door het park
met Santana en Pink Floyd in de oren
stel ik de zon onder controle

haal dankbaar een patatje bij het park
waar voetbal en popmuziek als troeven
met Q65 in andere tijden vertoeven

rij op de Puch via de Gotthard naar Siena
eet een ijsje in de Romeinse cel
sla ritmes uit ‘t Griekse zand van Pelekas
zoals vroeger alles in verandering was.


Rik van Boeckel
15 mei 2021


–>
prachtig gezegd en geschreven door Rik. een reis in de tijd terug en weerom naar het heden – hoe de dichter is geworden wat hij is geworden en waarom. de Puch, Q65, Den Haag en verder naar verre landen – ze komen allemaal voorbij. den haag een tijdsbeeld, een veranderend beeld zoals de tijd ook is. met mensen die veranderen –  maar altijd op tijd.

het kamertje

als ik kon
dan zat ik op het stoeltje bij het raam
daar was ik nooit moe
ik hield van de ramen aan de overkant
de hangende kleuren over
balkonrelingen
de geur van stoffige boeken en shag
als het boekwinkeltje
met de koperen bel aan de deur verderop in een achterkamertje
hoor je dan beweging
helpt iemand je zoeken naar dat ene boek

niet alles wat voorbij gaat
is ergens goed geweest
dit wel

petra maria


–>
meer een mijmering door petra maria geschetst,  ingekleurd met wat beelden van vroeger, de geuren, de kleuren. we wanen ons even in dat ‘kamertje’. goed dat kamertje weer te zien.
 

Als jij, die mij liever is, dit moment,
dan al ’t geschrevene, toch weggaan zult,
’t beschermen van mijn hart niet meer vervult,
toegang daartoe mijzelf slechts weer bekend,
niet langer meer, door schone schijn omhuld:
de zon, begin van bloei en warmte, en ’t
fraai wolkenspel, geen maanlicht zelfs—je bent
geen schittering die in de branding brult;
dan denk ik enkel aan dit uur, voortaan,
en huil wat, zoals je me nu ziet doen,
daar het jouw liefde als de bloem zal gaan
die vreest te sterven: bloeiend in het groen
neigt zij droef neer en weet dat wind die al
opsteekt haar bladertooi wegvoeren zal.

***[D.B.]


–>
we helpen Ditmar hopen – goed hem weer te zien – na verloop van tijd – zal het moment ooit wel weer een keer komen. de huidige pijn prachtig verwoord – een gedicht met opgehelderd verdriet erin weliswaar met zware natuurromantische elementen.

gemaskerd bal
                                                         
zoals het was
 
de straten puilen uit met uitgelaten mensen
terrassen overvol, het circus jeroen bosch
stort zich in de draaikolk van het hossende volk
op de wangen van de stad gloeit een oranje blos
 
zoals het is
 
het zijn nu schaduwen die dansen langs de gevels
als hogepriesters uit een ver verleden
terwijl het bruisen van de stad achter mondmaskers verstomt
en duizenden wappies het malieveld betreden
 
ml


->
een heldere analyse geschreven door Max. een gedicht waar je na lezing voor je uit bromt: ‘ja zo is het’. met wappies die met gele pluutjes een wereldvirus trachten weg te wapperen. ach ja de wereld is nu eenmaal één bal.
 

er was de hooizolder om in te spelen
en een loods vol onbegrijpelijkheden
rommel die geen rommel was
zomaar voor het oprapen lag
 
er was de hooizolder om in te springen
en een schoolbord in de stal met krijtjes en een spons
om fouten weg te vegen of opnieuw beginnen
geheimpjes bleven onder ons
 
er was de verste schuur, daar stond de zwadkeerder
‘k vergat steeds de naam en dacht en vond
als ik er vaak kom zal ik het  leren
een beetje pijn, de harde grond
 
 
Ien Verrips


–>
hooihark opgezocht het woord voor de zwadkeerder – grappig – mooiste regel is hier toch de tweede: ‘een loods vol onbegrijpelijkheden’- prachtig gezegd – daarheen willen alle dichters wel een plaatsje hebben. mooie herinneringen in eenvoudige woorden beschreven op dat malle apparaat na natuurlijk – die grondspin.


gekrompen landschap
van mijn kinderjaren
vertekend beeld
voor altijd opgeslagen
 
mijn blik was ruim
de wereld wijd
en grote mensen
wisten overal de weg
 
anke labrie


–>
aantekeningen voor het archief – de eerste stapjes de wereld in – de ervaring later bij een terugkeer naar die plek van de eerste stapjes – hoe klein en afgemeten de plaats was waar de wereld oneindig groot leek en voor de kleine was. de grote mensen wisten wel de weg maar waarheen – gelukkig vraagt een kind zich dat niet af. vertrouwen en veiligheid zijn de vanzelfsprekende grootheden die je later pas op waarde weet te schatten.
 

Share This:

Suzanne Krijger: ‘Hoe de lijnen op jouw hand eruit zien? Ik zou ze verdomd graag willen volgen….’

Hoe de lijnen op jouw hand eruit zien?
Ik zou ze verdomd graag willen volgen

Handje lezen


Ik wilde je al een tijdje vragen of je jouw hand eens kon laten zien
Wanneer je zwaait zie ik elke keer dat handjes boven komen en de zon voor mij laat schijnen
Ik verdrink mijmerend in die lijnen
Als je hem van dichtbij kon laten zien zou ik heel misschien
Zo kunnen zijn als jij

Jij laat alles zien wat ik zou willen zien
Door angst tevreden te stellen met het wegwuiven, niet waar?
Ik weet dat ik soms aannames maak maar
Ik zou je zo graag willen leren kennen

Ik vroeg me af: ken jij dat?
Hoe de lijnen op jouw hand eruit zien?
Ik zou ze verdomd graag willen volgen
Zodat ik zelf weet wie ik ben misschien


Suzanne Krijger

Share This:

Merik van der Torren en de vaas van Emanuel Lorsch


Hoi Pom, een herinnering aan de vorige maand overleden Emanuel Lorsch. Voor pomgedichten. Groet, Merik


Redding

(voor Emanuel Lorsch)


“ Hier, een prachtige vaas,” zei hij en
pakte de roze vaas uit de vuilcontainer.

Ik koester hem nog,
hij heeft vele bosjes tulpen en rozen omarmd.

Prijkte laatst weer op tafel met
een prachtboeket voor de jarige buurvrouw.

Twintig jaar geleden redde Emanuel
hem van de teloorgang.

Merik van der Torren

Share This:

I.M. Lammie – sterkte voor Anne en de kinderen, kleinkinderen.


ja hoelang weet ik ook niet precies meer. maakt ook niet uit. Anne Hardeman bezocht jaren geleden vrij regelmatig poëziecafé Eijlders in Amsterdam. altijd vergezeld door Lammie, haar echtgenoot. contact met Anne is altijd wel gebleven – gaf ze me wijze raad in het leven, vond ik haar altijd een sterke persoonlijkheid – groet aan Lammie was een vaste afscheidsgroet. vandaag dus voor de laatste keer – groet aan Lammie – morgen dinsdag zal het definitieve afscheid plaatsvinden. ik weet Anne en naar ik vermoed ook Lammie als vaste bezoekers van deze site – vol van poëzie – vol van mooie mensen – maar vanaf morgen met een mooi mens minder. sterkte voor Anne en de familie.


laten we het de wind maar laten

het is de droeve plicht van een dichter
om met een enkel woord als het moment daar is
ik noem het woord maar niet
het is te groot

aan huilen is niets verkeerds
ook niet als je sterk wil zijn
het is toch de wind die beslist over licht en donker
laten we het de wind maar laten

de wind die over de graven waakt – zal waken
het is die wind die vandaag waait

pom wolff

Share This:

Karin Beumkes: ‘ik ben beslist geen open oase vader dat weet je zelf ook…’

ik ben beslist geen open oase vader
dat weet je zelf ook.

Dear Pom


Voor deze lenteochtend een klassieker.  Iets dat zo met je verweven is dat je het wel op moet schrijven. Iets dat misschien een klotegedicht is, maar al die tranen zijn dan toch nog ergens goed voor geweest. Voor dit dus.



Groeten van Teksel. Liefs!
Karin



Oase


Stofplaats op schaapscheerdersgrond
waar een keutel makkelijk maansteen wordt
ik ons voor de grap uit de linkerdroomduim zuig
lam ben van klappen in mijn handen nu
de kudde stuift een losse steen
doet taal verzinnen.

Ik kan je wegkrabben uit alfabedden
hier ook blijven tot wind is aangewakkerd
iets van a naar b verzetten en als ik regen vang
een waterplaats openen.

Vergelijk me daar hoe de dijk mij
nietiger en kleiner maakt
het maakt in leegte niet langer uit
ik ben beslist geen open oase vader
dat weet je zelf ook.



Muziek: Enya – Only time https://youtu.be/7wfYIMyS_dI

Share This:

Ditmar Bakker verzorgt de lezing van vandaag: ‘Marie: Je prépare une tarte des pommes. Mamma, ik ben zwanger. Heb ik nou eindelijk je aandacht?! Mamma?…’


Over Subtekst, of: Wat Leerde de Franse Les op de Middelbare School Nou Echt?
 

HOOFDSTUK 1
Introductie


Je suis Monsieur Tazoulin. Je suis le père de la famille.
Ik ben meneer Tazoulin. Ik ben de vader. Ik ben erg mannelijk.

Je suis Jean-Paul. Je suis le fils de la famille.
Ik ben Jean-Paul. Ik ben ook een man, dus kom ik vóór mijn zus.

Je suis Marie. Je suis la soeur de Jean-Paul.
Ik ben de zus van Jean-Paul: Marie. Mijn opvoeding dient mijn latere huwelijk.

Je suis Madame Tazoulin. Je suis la mère de Jean-Paul.
Ik ben de echtgenote. Ik heb geen voornaam. Ik ben teleurgesteld dat ik een dochter heb en niet twee zoons.


HOOFDSTUK 2
Waar Woon Jij?


M. Tazoulin: Nous habitons à la capitale.
Zoals alle Fransen wonen wij in Parijs.

Mme. Tazoulin: Je l’aime Paris! La ville d’amour!
Waar het hart van middelbare leeftijd van vol is, loopt de in een iets te jeugdige tint gestifte mond overduidelijk van over.

Marie: Le ville de la culture et les chefs de cuisine!
Mam, doet pappa je pijn? Glimlach maar als het antwoord ‘ja’ is.

Jean-Paul: Je l’aime le Tour Eiffel! C’est magnifique!
Waarom is de Eiffeltoren uit letterlijk elk raam zichtbaar?


HOOFDSTUK 3
Naar de Supermarkt


M. Tazoulin: Je vais faire des courses maintenant.
Ik alleen doe de boodschappen. Blijf hier in de kleine auto met de raampjes omhoog.

Marie: J’espère qu’il achète des chocolates.
Hij is weg. We kunnen vluchten.

Mme. Tazoulin: Je voudrais des fleurs pour le jardin.
Dan vindt hij ons, Marie. Dat doet hij altijd.

Jean-Paul: J’espère qu’il machète un nouveau ballon de football!
Er zitten godverdomme alleen maar wijn en stokbrood in die tas. Ik heb honger!


HOOFDSTUK 4
Een Avondje Uit


M. Tazoulin: Ce restaurant, c’est tres couteux!
Geld uitgeven vind ik niet prettig. Is het nog steeds legaal om je te slaan?

Mme. Tazoulin: Oui, c’est tres couteux!
Ik ben het zo volledig met je eens, dat ik het niet eens anders hoef te verwoorden. Ook vraag ik me af hoe een orgasme voelt.

Jean-Paul: Marie, voulez-vous du brioche et fromage?
Mam en pap zijn stom. Wil je blowen in de badkamer?

Marie: Mais oui!
Fuck, JA!


HOOFDSTUK 5
Wat Doen We Morgen?


M. Tazoulin: Je pense faire laver ma voiture demain.
Mogen ga ik de auto wassen, maar blijkbaar heb ik daar drie werkwoorden voor nodig.

Jean-Paul: Je vais aux grands magasins avec mon ami François.
Frank en ik gaan namaakvuittons verkopen achter de supermarkt zodat we drugs kunnen kopen. Als we stoned genoeg zijn, houden we elkaar vast en huilen, wat ongetwijfeld leidt tot ongemakkelijk en levensveranderend seksueel experimenteren.

Marie: Je prépare une tarte des pommes.
Mamma, ik ben zwanger. Heb ik nou eindelijk je aandacht?! Mamma?

Mme. Tazoulin: Je vais au cinéma.
Moet ik je brengen, Jean-Paul?

Share This:

laten we het de wind maar laten…


laten we het de wind maar laten
 
het is de droeve plicht van een dichter
om met een enkel woord als het moment daar is
ik noem het woord maar niet
het is te groot
 
aan huilen is niets verkeerds
ook niet als je sterk wil zijn
 het is toch de wind die beslist over licht en donker
laten we het de wind maar laten
 
de wind die over de graven waakt – zal waken
het is die wind die vandaag waait

pom wolff

Share This:

uw DINLIN memoreert dichtersdagen én die oude dichter: ‘Ooit was hij ook jong. Gedreven, geliefd, bewonderd. En doorgebroken. Een uitgever had brood in hem gezien. Weliswaar droog brood, maar toch….’


Goedendag poëten en anderen,

Het was een van die dagen dat het middelgrote stadje in rep en roer probeerde te zijn omdat het Dichtersdag was. En met zoveel dichters op de been, in toenemende mate van euforie, warm weerzien en drankzucht, is een middelgroot stadje al snel in rep en roer. Al is het winkelende publiek, een straat verderop, zich nergens van bewust.
Her en der waren kleine podia opgetrokken en microfoons opgesteld. Reikhalzend keken de organisatoren uit naar publiek. Er was nogal wat concurrentie. Overal reden poëziebussen rond en had men in bezinningscentra de dichtkunst ontdekt als middel om nader tot jezelf te komen. Geheel in de geest van de tijd vond er bijna geen festival meer plaats waar niet werd voorgedragen. Ook muzikanten pikten een graantje mee. Het voordragen begeleid door pianist, saxofonist of cellist gaf zoveel meer waar voor hetzelfde geld. We leefden in de Gouden Eeuw der poëzie!

In een smalle zijstraat zat een oude dichter op een ooit populair terras. Eens per jaar, op Dichtersdag, was het terras opnieuw populair, net als de oude dichter en alle andere dichters die zich in de loop der dag bij hem voegden.
De oude dichter was stevig ingedronken. Het gaf hem weer dat vleugje glans dat hij recentelijk zo ontbeerde. Met zwier droeg hij zijn hoed op zijn grijze lokken die van een dichterwaardige lengte waren. Zijn lichtgrijze kostuum bleek bij nadere beschouwing wat aan de krappe kant, het colbert spande rond de taille. Zijn lichtblauwe ogen werden almaar lichtblauwer.
De dichter zat er als een vorst. Hij combineerde een alerte aandacht voor zijn omgeving met een nonchalante, wat uitgezakte houding. In zijn mondhoek bungelde een sigaartje. Quasi afwezig zwaaide hij naar passanten en nam telkens een slok. Om hem heen bewogen zich uitbundige vrouwen met hese stem en korte, strakke rokjes. Hij inspecteerde hun kuiten, glimlachte maar keek ze nooit aan.
Vlijtig en met overgave presenteerden de dichters hun werk. Onwillekeurig richtten zij zich vooral op de oude dichter, die zijn nagels bestudeerde. Na afloop sprong hij op, schoof zijn sigaar naar de andere mondhoek en applaudisseerde. Gevleid bestelden de dichters een rondje. Een toost van de oude dichter was hun beloning. Tevreden onderhielden de voordragers zich met elkaar over vrouwen, cafe’s en de dichtkunst, schaterlach na schaterlach schalde door de smalle straat. De oude dichter zat er wat verloren bij en volgde met lege blik de verrichtingen van zijn collega’s.
Ooit was hij ook jong. Gedreven, geliefd, bewonderd. En doorgebroken. Drie bundels waren er verschenen van zijn werk. Een uitgever had brood in hem gezien. Weliswaar droog brood, maar toch. Literaire critici loofden hem, tv-presentatoren nodigden hem uit om in twee minuten zijn thema’s en doel uiteen te zetten. Met wel vier, vijf tegelijk hingen de vrouwen aan zijn lijf. Hij kon het zich permitteren ze als lastige vliegen weg te wuiven. Toen.

Na de periode in de kliniek werd het minder. Opgebrand was hij. Teveel gezopen, teveel geneukt, teveel geschreven. Kun je daar gek van worden? Hij wel. Hij had een missie. Verstrikt in de taal moest hij in de kliniek vaststellen dat missies levensgevaarlijk zijn. Nooit aan beginnen. Zijn missie was te triomferen over de taal. Hoe hovaardig. De taal is weerbarstig, neemt het altijd over, elke keer als je denkt alles onder controle te hebben. Het was een machtsstrijd die hij verloor. Hij ging een beetje dood en werd maar deels weer tot leven gewekt.
Zijn borrel, zijn sigaar, zijn hoed en grijze lokken en vergane glorie, hij deed het er zo’n beetje mee. Eens per jaar, op Dichtersdag, vroeg hij zich af wat hij anders had moeten doen. Met wie. En waar. Maar vooral hoe. Dan haalde hij zijn beduimeld debuutbundeltje uit zijn zak en las weer eens. En wist dat het niet anders had kunnen gaan. Dit was wat er inzat en wat er, godlof toch, uitkwam. Meer niet.
En hij mengde zich tussen de veelbelovende jonge dichters, nam een zoveelste borrel aan en liet zijn lach bulderen over het terras, de dichters, het middelgrote stadje, de Dichtersdag.

Met hartelijke groet,
Uw DinLin.

Share This:

Merik van der Torren en de complotdenkers op 5 mei


Dom gedicht
( voor Wim)

Die complotdenkers,
die mensen zijn dom, zei je.
 
Ze zijn bang, zei ik.
 
Omdat ze bang zijn, zijn ze dom, zei je;
 
een domme opmerking, die me bang maakte.
 
En het werd, met de gevulde koeken bij de thee
toch nog gezellig.

Merik van der Torren

Share This: