de dichter arie van egmond deed buitenveldert aan op deze dag met zon en westmalle dubbel of tripel ik weet het niet meer. met enige weemoed memoreerden wij de maandelijks gehouden eijldersmiddagen met poëzie in amsterdam. arie is nogal bedreven in het nadoen van de bar en boos dichter offerman, overleden als een van de eersten in 020 aan corona. ‘de Pleinen’ leent zich voor nadoen – waarin ronald offerman in meer dan 36 strofen verhaalt over de pleinen in europa maar na elke strofe herhaalt ‘sprakeloos’ soms zelfs ‘taalloos’ te zijn. ook het gedicht waarin de wereld en nederland in het bijzonder wordt geschetst als ‘een vuile kutzooi’ heeft aan actualiteit niets ingeleverd.
leidseplein en vondelpark gesloten en leeggehaald door de ME vandaag, museumplein door valsema op de schop en omgespit – bij elkaar mogen we offerman vandaag wel citeren: ‘een vuile kutzooi – en dat is het.’ zo bespraken we de poëzie in een tuin in Buitenveldert. Campert nog op de youtube afgespeeld – dat ie nog leeft – 92 jaar is ie of zo en van die prachtige poëzie met dat meisje op de tramhalte en de dichter die als fijnstof op de stad zal neerdalen na verloop van tijd.
ik memoreerde de ouwe dichter aachenende – die eijlders frequenteerde en in een vroeger leven geroemd werd door Carmiggelt, Kousbroek en WF Hermans als schrijver onder pseudoniem van korte verhalen. Arie maakte de foto’s van mij de ouwe aachenende lezende.
ik haalde de dode dichter Starik nog aan over Aachenende. in de Haarlem slam waarin de oude 80 jarige meedeed zaten starik en ik in de jury. na het optreden van de ouwe aachenende zei ik tegen Starik – nou het zijn echt wel goeie gedichten hoor van onze Aachenende. Starik reageerde bijna verontwaardigd: “ja hij heeft lang genoeg kunnen oefenen zeg – als ie het nou nog niet kan op zijn tachtigste…’ – Aachenende won de slam niet. ik deed zijn briljante SUSTEREN vanmiddag in de tuin.
verleden opgegraven ontdaan van wat ooit toekomst was vergane resten van levens blootgelegd wij maken de verhalen van wie zij waren wat zij deden wat hen dreef als zouden zij ons kunnen zijn of andersom
Ik zei het drie weken geleden al en ik zeg het nog steeds: er gaat niets boven een grote pot liefde. Er gaat niets boven het hogere hallelujah van jezelf. Met liefde kun je een ander bedwelmen. Met liefde kom je de wereld rond. Ik schenk je mijn gedicht In Aphrodite.
Snurk mooi en leef liefde. Altijd. Liefs
Karin
In Aphrodite
Ik ruw je aan tot een opaal uit mijn borsten groeien de lianen je voegt je in mijn bekken. Kwijlt. Dit doet zij met ons.
Het is het drinken van absint het is het stervend terras van Van Gogh het is een fragment uit een moment.
Wie daar niet ooit een keer wil wonen is een half mens misschien nog wel minder dan een half mens maar daarom niet minder sympathiek.
liefde vrijheid democratie ze schreeuwen op de straten weer ‘op de pleinen’ zou offerman dichten als ie nog dichten kon dood aan de corona maar daar zitten ze niet mee de kale koppen met een dichter
want doden bestaan niet doden lopen niet met gele pluutjes noch met de nederlandsche vlag doden hebben geen roze hartjes zijn geen ‘strijders voor ons allemaal’ wilden alleen – zo vreselijk alleen – hun eigen adem halen
een sobere Erika de Stercke (goud!) en een uitbundige Cartouche (ook goud) vallen deze week in de prijzen. welk terrasje met welk eremetaal – dat was de vraag – een niet makkelijk te beantwoorden vraag. in de commentaren onder de gedichten is het antwoord gegeven.
dichters dank jullie wel – open de terrassen – open de flessen – open de wijn.
De tafel van twee
Hoe je daar zat, achter de bloembakken, het had iets schots, iets scheefs, jouw aanblik op het terras, de overslag van je been, de lichtheid van je dij, het purper van je lip het bloedrood van je nagellak, je pumps
ik kon er niet omheen, het pijpje achteloos in je hand de brand in je ogen, het omzien naar een tafel-lelie – een meneer van dalen -, een echte heer van stand, ik zag hoe je zocht en vroeg vrijmoedig in mijn beste steenkoolengels “do you want a light, my dear?’waarop jij ‘no thank you, sir” geen zee is groot genoeg om een veenbrand te blussen – laat me even alleen mijn sigaret en mij, daar komt niemand tussen “no one, no body, never ever”, zelfs geen brandweerman
doet aan vermenigvuldigen als hij optellen en aftrekken kan 1 met 1 geeft nog lang geen pas en met een intrigerende glimlach nippend aan je Loch Lomond on the rocks bleef je zitten – uitkijken naar het sein brand meester in de mist die tussen ons in hing, voor altijd blijven zou –wist je – zoveel had je van kopland meegekregen kon je met je ogen dicht natellen op de vingers van een hand ‘het verlangen naar’- een vuurtje, een lucky strike – ‘een sigaret is het verlangen zelf’
ah, hoe zonde, het had zo goed er een voor twee geweest
24-04-2021 / Cartouche
–> ik zeg een heel verhaal – een verhaal van verlangen – en ik moet eerlijk zeggen met tegenzin aan begonnen – maar cartouche heeft mij meegetrokken in zijn verhaal. en als je dit verhaal in een opzwepend tempo weet te brengen dan is de winnaar van de slam bekend. zo win je een slam – met een goed en verrassend verhaal – twintigers en dertigers doen niets anders. dit is geen gedicht – dit is een performance.
ze lonken de terrassen als vliegenvangers naar hongerige lijven in het lentelicht
aan de tafel bij een zwerm die ons vreemd lijkt laten we het gezoem achter
we vliegen over de grenzen van regels voor een vrijheid tussen jou en mij
Erika De Stercke
–> moest wel twee keer lezen en ik begrijp nog niet precies wat er staat – maar volgens mij trekt Erika ons hier wel de poëzie in – een vergelijking – wat gezoem en wat er kan ontstaan na een terrasbezoek tussen twee mensen – weg van de regels op naar iets van vrijheid. een gedicht waarin ik langzaam begin te geloven.
Petra Maria – ik wil dat je blijft
Frans Terken – de glazen met hartstocht gevuld
Rik van Boeckel – nu ik met jou de tequila sunrise speel
Ien Verrips – op tafel dansen in ’t café
Max Lerou – dichters gefêteerd barbaren bekeerd
Anke Labrie – omdat hij er was
Cartouche – Hoe je daar zat
Erika de Stercke – de terrassen als vliegenvangers
Vera van der Horst – voor ons staan, de bitterballen
foto: Ben Kleyn
wie wint de enige echte virtuele – terras ik jou vandaag of terras je mij? – trofee op pomgedichten punt nl? we mogen weer, niet te lang, tot 1800 uur, korter mag ook. de firma list en bedrog schrijft in het wilde weg wat regels voor – de rokjesdagen aanstaande – vooralsnog ook tot 1800 uur. hoe dan ook er valt weer te genieten – we hebben dichters en we hebben een terras – dan hebben we ook gedichten. de zondagochtendwedstrijd deze week op pomgedichten met terrasgedichten. u kent de regels:
gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
ontmoeting
het zou een gedicht kunnen zijn als een warme zomerdag een wonderbaarlijk toeval een leeg terras een berg midden frankrijk – en daar zat jij
deux vins blancs s’il vous plaît zei ik in mijn beste frans aussi pour elle en jij deed of het de gewoonste zaak van de wereld was
het eten een belofte nog ‘juste comme toi’ was het eerste wat je tegen me zei
pom wolff
koffie op het terras jij rookt zwijgend wist ik maar wat te zeggen
lente wat voor lente een uittocht van onschuld
dan staat er iemand op schreeuwend nooit meer nooit niets zal hetzelfde zijn
schreeuwt bij mij ook diep van binnen ik wil dat je blijft altijd wil ik dat je blijft
wist ik maar wat te zeggen
petra maria
–> petra maria schildert een stil terras vol met gedachten – met één overheersende: hij moet blijven. bijna een tienergedicht waarin een geliefde de woorden niet kan vinden – en elke seconde langer stil meer afstand schept. een onoplosbaar groot probleem. voor de betrokkene. een buitenstaander lost dit probleem zo op met een achteloze opmerking. mijn advies – lees Cartouche hieronder.
Tafel voor twee
Of je hier nu alleen zit vraag ik is die stoel vrij dan schuif ik graag aan om met je van de zon te genieten en wat wil je daarbij drinken
hoe ik zo een bodem leg voor een vruchtbaar gesprek het is een vingeroefening in aftasten en elkaar terugvinden
niet meer achter de voordeur onbereikbaar in je eigen bubbel met de telefoon op stil
nee de glazen met hartstocht gevuld en op dit weerzien geklonken het leven schitterend in je zonnebril
–> heet een tv programma ook zo niet? ik ken het niet. het gedicht moet het van de laatste strofe hebben – van de glazen gevuld met hartstocht en van het leven in een zonnebril weerspiegeld. mooi gezegd. de eerste drie strofen missen die zeggingskracht.
Een wereld vol lege terrassen
Een wereld vol lege terrassen verlaten we kunnen dansen met een borrel
lege zalen zonder artiesten wachten op uitgeteste lichamen
niemand wacht op de Virushein de onzichtbare zeis van de Duivel
niemand wil wennen aan ziekte en dood verveling slaat ons uit het graflood
we zullen de tijd lockdownloaden nu ik met jou de tequila sunrise speel.
Rik van Boeckel 24 april 2021
–> rik schetst een beeld van hoe het was – zullen we over een tijdje zeggen – van hoe het nu is. maar de woorden lijken te direct op de werkelijkheid van nu geplakt. dit is een gedicht voor op een vol terras. of in de volle eijlderskroeg – flink wat bier op de tafel – bitterballetje erbij en een dichter die verhaalt van een droef verleden. ‘ja zo was het’ hoor ik iemand zeggen aan tafeltje een.
langer veel langer dan gedacht opgehokt in eenzaamheid lamgeslagen gelatenheid met dank aan zwalkend overheidsbeleid
verdorde verlangens begeerte ter ziele ineengekrompen tot slechts 1 wens dat ik dansen wil op tafel dansen in ’t café en jullie zijn er ook
Ien Verrips
–> Ien schetst een algemeen verlangen en we zien haar staan. ….en ze staat … op de tafel van het café. of de barman het kan waarderen we zullen het nooit weten. ook hier zorgen de woorden voor een te directe benadering van de werkelijkheid. de beschrijving van enige uitbundigheid maakt nog geen poëzie. hoe zeg je dat – een zwaluw maakt nog geen zomer. tegen mijn dichtersvriendin gerdin linthorst zeg ik altijd – weg met die bijvoeglijke naamwoorden – ‘lamgeslagen zwalkend en verdord’ hier – die woorden zijn wat ze zijn. ze kunnen zo het proza in. de poëzie heeft ze niet nodig. poëzie is poëzie in zich zelf. zoals de laatste drie regels van Ien van de poëzie zijn en de andere niet:
dat ik dansen wil op tafel dansen in ’t café en jullie zijn er ook
begin het gedicht met die regels – vraag mij op die tafel en ik zal met de dichter als een dichter dichterlijk dansen. duizend dansen desnoods.
terras aan de korte dwars
nieuwe liefdes worden er beraamd gebroken en gelijmd dichters gefêteerd barbaren bekeerd dwarse plannen voor de stad gesmeed tot het kort geheugen is vermoord
maar met de ongebakken deegsliert heb ik er vreselijk illegaal mijn bonzend hart en een pijpje gesmoord
ml
–> max verhaalt van de ontmoeting met een groot dichter. de wereld teruggebracht tot een aanvaardbaar geheel in rustige wolken. alles komt voorbij – de dichters scheppen daaruit een aangename wereld – de complexheid te lijf op een eenvoudig terras.
wat was het ook alweer ‘terras’
even googelen: een deel van de stoep bezet met stoeltjes en piepkleine tafeltjes waar een plekje vrij is als je mazzel hebt
waar je dan een uur op lauwe koffie wacht een prosecco zonder prik of een biertje zonder schuim
waar je toch weer heen wilt hoe dan ook omdat hij er was die laatste avond en jou het eerst een drankje schonk
anke labrie (24-04-2012)
–> een terras in de herinnering van een dichter – mooi beschreven – met alle wel en wee. een gedicht dat vol van herinnering met de jaren voller wordt.
Terras idioom
De zonnestralen breken in de glazen die voor ons staan, de bitterballen liggen hardnekkig te zwijgen mijn handen spelen met elkaar
De koetjes en kalfjes staan al op stal zing nu het hooglied maar dan volg ik jou, dan vreet ik je met huid en haar
Vera van der Horst
–> 1 – al weer een vrouw die aan het zwijgen is en zich wentelt in ontembaar stil verlangen. goed dat er poëzie is. staat er een bitterballetje op tafel – dan is het uitkijken geblazen – zoveel is zeker hier. 2 – ik mag van vera nooit te persoonlijke opmerkingen plaatsen onder een gedicht. neen – de IK in een gedicht valt niet samen met de IK van de dichter. begrijpt u wel? 3 – gewoon de Rutte doctrine toepassen! als twee dingen waar kunnen zijn – maar elkaar uitsluiten – gewoon die twee dingen achter elkaar als waarheid verkondigen. dan kun je altijd iedereen gelijk geven en doen wat je zelf het beste uitkomt. Omzigt is echt goed voor onze democratie. Omzigt is daarnaast een gevaar voor welke democratie dan ook.
Het verjaren leek jaren ver, op afstand bijna Enigszins verstoft onder vermoeidheid Toch ging het niet ongemerkt voorbij De moeilijke dagen ervoor, weggebezemd onder het kleed. De zon doet wonderen, net als het korte uitstapje. Daarna zakken we gewoon door in de tuin, of zakten we in? Ach wat maakt het uit…We nemen er nog een op het leven. We zijn er nog niet, maar morgen is er weer een nieuwe dag.
Een horizon gevormd door vijftien mannetjes Feestgangers die roepen dat het nog geen koningsdag is Hun blik ook staand nog lager dan de straatstenen Vervelen tot ze een ‘vraag naar’ mogen opnemen Zodat ze als een stelletje Minions op de weg De vrolijke kleur die jouw bestelling onder het hart neemt, tot schrik van de mens, bij hen, aanbellen Maar toch, zoals oranje het goede humeur weer aanbrengt, fietsen ze tot de zon onder gaat wat geluk vanuit hun blokkententje
nooit klaar deze groeiende metropool waar bekend terrein zich transformeert gedijt en doormuteert zoals een stad dat doet aanhoudend daarmee verdergaat zich oprekt, uitstrekt en aan de rand het land zich eigen maakt