twee gedichten te mooi om waar te zijn, deze week, te waar om nog mooi te kunnen zijn. met waarachtige pijn zoals alleen dichters deze kunnen beschrijven. Frans Terken goud! en Vera van der Horst goud! van harte. de andere dichters wil ik ook voor de breekbare woorden bedanken. maar lees Frans, lees Vera – zo droef zo mooi, zo mooi droef:
Op een briefje
Dat je hele dagen niets voelt en het dan daarna weer te laat is om wat je wel voelde te delen
zo leeg als je voor de deur staat niet weet of het bellen of kloppen is zoals je vroeger deed
je oefent even de glimlach waarmee je haar schalks zou verleiden proeft dat het nauwelijks een grijns haalt
dat het vergeefs is voor je eraan begint het terughalen van de wind in haar haren stormachtig schrijven waar je in onder ging
en blijft het onuitgesproken als de naam naast de brievenbus aan wie je op papier al je liefde schonk
–> het ‘weggegooide geluk’ zo mooi bezongen door jack poels in het zachte moedertaal limburgs van oa de dichter frans terken met daarbij de verklaring ‘Te veel gedacht te lang gewacht’ als thema – is gefundenes fressen voor elke dichter natuurlijk. in dit geval gesungenes fressen. het eerlijke onontkoombare dat een leven invreet een leven lang blijft doorvreten – ergens moeten we van die voortdurende knagende pijn kunnen lezen – anders is er geen eremetaal deze week. nou van die pijn lezen bij frans. de leegheid, de gelatenheid, de zware gang naar een voordeur, het naambordje en alles wat in het leven voorbijging zonder enig wezenlijk resultaat. ten onder gaan als je aan die wapperende haren dacht/denkt. (mooi beeld) – te lang gewacht te veel gedacht – én te vaak beschreven in die zin dat het niet anders kon. in zinnen die niet anders konden.
Je kwam in drieën en ging alleen
Daar waar ik je het eerste zag zo onbevangen als je stond, je ogen straalden, uit je hoofd vol blonde krullen, daar sloeg mijn hart al tomeloos en bang
daarna de eeuwen aan de lijn hoe je mijn oren streelde als je met zachte stem mijn jurk beschreef die ik toen droeg
en dat je in de taxi sprong ineens liep je in mijn kamer rond je tekende jezelf in het schilderij dat voor me op de ezel stond je was te mooi voor mij Ik brak
Nu denk ik vaak nog aan de vijvers in je ogen lief toen je ging en droom met regelmaat dat ik in witte nachtjapon mezelf in jouw dromen vlieg.
Vera van der Horst –
op de valreep ingestuurd – ik had Frans Terken al voor het goud – maar om dit gedicht kan ik niet heen – die bangheid in de eerste strofe prachtig, de eeuwen in de tweede, hoe hij zichzelf tekende in veraas schilderij – ze brak! prachtig – de vijvers in zijn ogen en hoe ze daar aan denkt. ja vera mag blijven – ik zeg deze week 2x goud ook voor vera.
Frans Terken: zo leeg als je voor de deur staat
Rik van Boeckel: hij ziet sterren in de golven
Paul Bezembinder: in de loop der tijden
Petra Maria: morgen zal alles beschreven worden
Ditmar Bakker: buiten bloeit een hatelijke lente
Cartouche: en ik daar op het terras
Erika De Stercke:de avond omarmt
Babak Amiri: Dat het op een dinsdag moest
Vera van der Horst: je was te mooi voor mij – Ik brak
wedstrijd gesloten
wie wint de enige echte virtuele ‘Te veel gedacht te lang gewacht’ trofee op pomgedichten punt nl?
om te huilen zo mooi deze week – een verwoestend romantisch lied – in de versie van Jack Poels/Rowwen Heze – maar ook met een nederlandse tekst te genieten – het ooit en toen zo smartelijk weggegooide geluk in venlo, in limburg, in nederland, overal ter wereld. een universeel gegeven. deze week gaan we op de pom het gevoel aan, het gevoel in. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Het was twaalf uur in Venlo Het werd tijd om naar huis te gaan Toen iemand zie, hey loop eens mee Het is hier nog niet gedaan Ik keek je aan en ik schrok er van Ik had je jaren niet zien staan Je was nog mooi, net zo mooi Als toen in het begin
Op het kerkplein in november Zag ik je voor de eerste keer De wind die waaide door je haar En ik zag het gevaar Ik zag mijn hand al in jouw hand En dacht loop door loop door Onderweg heb ik mijn zelf verteld Het was niet meer dan een blad dat valt
Maar een blad dat valt en een boek gaat dicht Maar wat bleek, dat was jouw gezicht Overdag de zon en ’s nachts de maan Ik kon je ogen niet weerstaan Ik dacht meer aan jou dan aan mijzelf Ik dacht dagen aan een stuk Wat is dit nou, Mooie Vrouw Dit is weggegooid geluk
En ’s nachts in bed, slaap ik net Kom jij op bezoek bij mij Mijn bed is koud, mijn kamer kaal En ik droom haar daar staan En je bent zacht als dons als vacht En ik draai mij om je heen En in je armen word ik warm En droom mijn mooiste zin
Te veel gedacht te lang gewacht Ik ging door op halve kracht Er bleef niets meer over van dit schip Het dreef langzaam tot een stip Tot een puntje aan de horizon Op een oceaan zo groot Ik heb alles overboord gegooid En de haven die kwam nooit
Het was ’s morgens vroeg in Venlo Hoog tijd om naar huis te gaan Je keek mij aan en ik keek jou aan Van kijk ons hier nu staan Ik greep je hand en ik lachte want Je gezicht en jouw naam En hoe je keek je haar weg streek Toen de zon aan de hemel kwam
in het venloos door: Jack Poels – oorsprong: Patrick Kavanagh liefdesgedicht ‘On Raglan Road’
foto: Ben Kleyn
nee
ik ben je nog niet vergeten nee zeker niet het verhaal is van de eenvoud mooi
je was met je vriendin je noemde je naam en ik wist niet wat er met mij gebeurde
die avond was geen avond die avond was er voor altijd
pom wolff
Glinsterend hartenlied
Het glinsterend water is geen droom een werkelijk beeld van stralen geïnjecteerd in gracht en stroom
zonnegolven schijnen in pupillen van lonkende ogen onder de wenkbrauw van deze lentedag opgeslagen
hij ziet sterren in de golven zij hoopt dat hij haar ziet nu hij staart voorbij de dauw van dagen
ze wacht zo lang geen blik te veel hij kijkt omhoog ziet wolken stil zij gaat voorbij gesloten deuren
haar schaduw blijft een droom de hoek om valt haar standbeeld in duizend duigen bij het huis
hij zingt het glinsterend hartenlied wringt zich in kromme bochten dansend langs haar verloren schaduw.
Rik van Boeckel 16 april 2021
–> het is me te ingewikkeld beschreven dit gevoel tussen twee mensen – het gedicht met net teveel mooie woorden opgekalefaterd – de pijn verdreven verschreven. met glinstering, dauw, sterren en dansen onder zonnegolven. pijn doet pijn. pijn is kaal. pijn is enkelvoudig en direct.
Exponentieel verval
Toen we in de loop der tijden alchemistische verbindingen door algebraïsche vervingen, raakten wij ook als wetmatig de verbinding met de dingen, de chemie tussen ons beiden, ons plekje in de wereld kwijt.
Paul Bezembinder
–> inderdaad – bij reacties van hogere orde is de halfwaardetijd niet altijd even constant – paul wijst ons op dat gegeven – dat we het thema niet verwarren met scheikunde t 1 / 2 {\displaystyle t_{1/2}} of kernfysica – tijd waarna van een oorspronkelijke hoeveelheid stof nog precies de helft over is. het verval gedegen genoteerd in 6 regels poëzie.
ze zeggen dat het lente wordt met bloesem en al zal alles wel uitkomen dit jaar
de winter staat nog vers geschreven tussen de regels van gedachten aan elkaar
Ik heb altijd liever dat je blijft er zijn ons zoveel dagen niet gegeven
morgen morgen zal alles beschreven worden waar zo op wordt gewacht
petra maria
–> we lezen wel bij petra maria van de pijn – maar deze pijn snijdt niet genoeg. deze pijn is nog te mooi gehouden. pijn is pijn. en gaat door alles heen. en de dichter heeft de opdracht pijn ook als pijn te laten voelen aan zijn of haar lezer. als het pijn is dan is het ook pijn. dan ook geen bloemetjes of zachte winters. nee dan winters waar alles van je afvriest tot de dood erop volgt zodat je niets meer voelen kunt. het ijs onder je voeten vandaan glijdt.
Het Liefdesverdriet
De schemering valt in en rode rozen verwelken naast het veel te leeg matras waar ik zo graag gedichten voor je las als onderbreking van het minnekozen; gedachtenis aan het genadeloze versterven van wat ons gegeven was: ook liefde teerde in tot een karkas van wrede en voortschrijdende necrose.
Doorwaakte nacht tot ’s ochtends vroeg, dan staat er nog steeds die vaas vol dood; een efficiënte herinnering aan wat je opwacht, later. Memorie van gelukkige momenten verdampt, heel langzaam, met het bloemenwater, wijl buiten bloeit een hatelijke lente.
***[D.B.]
–> ‘die interende liefde in een hatelijke lente’ – prachtig beschreven maar wel erg direct. een directheid die er mag zijn in proza zeg ik – maar in de poëzie te weinig afstand biedt aan de lezer. het is net te leids dit prachtige gedicht net te weinig limburgs. het gedicht zweeft ergens qua sjeu tussen frans terken en paul bezembinder – tussen het gevoel en de ratio. met prachtige vondsten – dat dan weer wel: een te leeg matras. ja daarvoor ga je niet naar de ikea. ‘een vaas vol dood’ nee die koop je niet bij de ikea die koop je bij de dichter Ditmar Bakker – ik schrijf zijn naam maar weer eens in hoofdletters. het hoofd dat net teveel wilde deze week. schoonheid en pijn verbind je niet met een surplus aan schoonheid.
Mijn Gran Reserva
Zo’n goddelijke dag, het hoofd vol voorjaarszon, het kerkplein dat volstroomde voor de hoogmis – jij – die even inhield, opkeek en ik daar op het terras wachtend op mijn portie stoofvlees met een kelkje – Lowlander White,*nee liever nog een Rioja gran reserva encarnado – jij ja hoe ik je wilde – indrinken, de vraagtekens in je ogen tot uitroeptekens uitleggen en hoe
de wijzers de tijd tikten en 8 sloegen ze te lezen, de vinger in het haar, de mond die opwaarts- een hooglied van verlangen – hoe het mij, brekebeen, verstijfde, verlamde en opsloot in een cirkelgang van blijven zitten, denken, wegen, een leven lang een draai gaf, mijn nachten brak in stukken weggegooid geluk
waar ik nu begot mijn hand voor om zou draaien
(* Lowlander white, een soort Amsterdamse variant van een Wieckse witte )
16-04-2021 Cartouche
–> veel bijlagen deze week bij Cartouche. de bijsluiters met zuurvlees en ossenwit – biertje erbij meneer? voor je het weet zit je op een verboden terras met die Vromen – je tegoed te doen aan limburgse gerechten. je verstaat ze niet. cartouche eet altijd met zijn mond vol woorden- zo ook zijn gedichten – met zijn woorden vol. maar in alles lezen we wel de pijn van de gebroken nachten – zelfs ‘het weggegooid geluk’ ligt er in brokken – gebroken bij. ik zou wel die prachtige vondst van poels tussen aanhalingstekens plaatsen Gérard. en die laatste twee regels svp schrappen. pijn doet pijn – echte pijn is een leven lang pijn. jij maakt met die laatste twee regels er een pijntje van. bij elkaar een lekker terrasgedicht.
[Zie mij hier helemaal stuk mijn dagen zitten slijten vol zuurvlees en ossenwit met mezelf in mijn maag]
nu
onze wereld in twee verdelen lichten aan en uit
nadenken verzwakt de avond omarmt wat we willen
de spiegel kent geen eeuwigheid enkel een beslagen rand
Erika De Stercke
–> tsja ik wil het graag geloven erika. maar het gedicht getuigt volgens mij meer van genot dan van pijn. ik gun Erika van alles het beste – en waar de handen vol van zijn het hart ook natuurlijk.
Ik kan niet dansen en dinsdag is een goede dag om dood te gaan
Het voicemail-lampje knippert in vierkwartsmaat Nooit in zevenachste, nooit in negen
Ik kan niet dansen en de nachten verwachten onregelmatig de regelmatige danspasjes die ik niet heb
Dat ik je naam vergeten ben Dat ik je niet ten dans gevraagd heb Dat het op een dinsdag moest
Ik zet een spiegel voor jouw spiegel om de eindeloze afstand tussen ons te weerspiegelen
Babak Amiri
–> ik begrijp de onmacht hier beschreven door de dichter – dat wel – de pogingen om nog tot iets te komen. maar de regels die bij mij binnen komen zijn niet die van de worsteling maar die van de eenvoud:
Dat ik je naam vergeten ben Dat ik je niet ten dans gevraagd heb Dat het op een dinsdag moest hierna mag het gedicht voor mij beginnen, de worstelingen voorbij. met pijn graag dichter met die onontkoombare pijn waarbij je maag je maag omdraait en omdraait. zoals alleen dichters dat kunnen beschrijven.
Lief jouw bericht. En dat het een dag plus een maand te laat binnenkwam geeft mij reden een extra glas te schenken. Er kan nooit teveel gevierd! Kus voor Annemarie ook xx
Verzonden: maandag 12 april 2021 08:47 Onderwerp: Re: dag des heren
ik geloof een dagje te laat max – hoe dan ook – het jaar weer voor ons – om het leven te vieren en het vieren te beleven. voor jou en jouw liefde 365 mooie dagen, XXX
From: max lerou Sent: Sunday, March 21, 2021 2:30 AM To: pomgedichten@gmail.com Subject: dag des heren
de magere school
buuf heeft een keuken vol wortelen broccoli kolen bonen in vele kleuren kikkererwten en paddenstoelen (helaas niet hallucinogeen) en veel vergeten groenten deze vrouw heeft ijzer in haar geheugen man zaliger zijn leven lang gekotterd het hangen aan de touwen de vissies met dagelijks een smakelijk gepeuzel nog was er geen manlief overboord tot hij werd gedotterd
zo leuk de vissenvormpjes van de action de blender ook daarin verdwijnt met messiaans vermorzelen de vezel uit een ver verleden – met een beetje bloem stampt ze een vormpje vol en volgt een twee drie in godsnaam keurslijf en al nog één keer ziedend zwemmen in een zuigende zee
Ik hing de was uit Zoals elke dag Ik had nooit gedacht dat dat hetgeen zou zijn dat dagelijks gelijk zou staan aan het bestaan Ik zie mijn dochters het ook doen Wanneer ze snel naar huis gaan omdat de was klaar is wil ik ze langer houden maar Soms is de middag klaar Ik weet dat het niet alleen om aan waslijnen hangen gaat Maar soms zou ik meer woorden willen vinden om mijn dochters te sturen in de droogte van het leven
Kijk de vogel daar zitten tussen de bloesemende Japanse kers. Hij luistert aandachtig mee, net als ik. Strawinsky’s concert voor twee piano’s gespeeld door de gebroeders Jusse. Onvoorstelbaar, hoe ze dat doen en spelen. Het is een gevecht, een avontuur en krachtmeting, liefde en strijd, liefkozen en slaan; jij wilt zo en ik zo, daar is geen middenweg tussen die twee. En de vogel blijft luisteren, zijn vogelhart zingt mee en dat is in de meeste gevallen het beste wat er kan gebeuren.
Gij maagdelijke bruid van zwijgzaamheid, gij pleegkind van de stilte en trage stonden, kroniek van ’t woud, der bloemen faam bepleit zoeter dan onze rijmsels dat ooit konden! Welk mythe bladdert van uw vormen af, van goden, stervelingen, of van beide, uit Tempi; een Arcadische vallei? Welk mansfiguren en afkerig meiden? Welk twist ontkomen? Welke jacht in draf? Welk schel gefluit? Welk heerlijk razernij?
Zang klinkt zoet, onbemerkte melodie is zoeter, dus, zacht instrument, speel door; niet voor de luister, maar liever esprit: bespeel elk ijdel geest zonder gehoor. Jong schoon onder het loof, voor immer leent die boom zijn blad, gelijk resteert uw zang. brutale minnaar, zo uw doel dichtbij, nooit kust u haar. Dat u dit niet beweent: al grijpt u naast ’t geluk, zij straalt altijd, u mint voor eeuwig, schoon blijft zij zo lang!
Blijmoedig elke tak! Nooit verlaat u het lover, of wenst Lente u vaarwel; En blij de muzikant ook, die als nu voor altijd fluiten kan zijn jeugdig spel; Blijmoedig liefde! Liefde, blij, blij, blij! Voor altijd vastgezet en warm genot, voor altijd ademend, voor altijd jong, waar al het menselijk gevoel gedijt, verheft het hart tot schrijnen en leidt tot een koortsig voorhoofd, uitgedroogde tong.
Wie zijn zij, komend naar dit offer toe? Naar welk groen blok, oh duister acoliet, leidt gij die hemelwaarts balkende koe met ’n flank van goud waarop men bloemen ziet? En welk gehucht bij zee, of naast ’n rivier, of uitgehouwen in een berg, tot vrede, werd dees vroom ochtend door dit volk ontvlucht? Nu zullen, klein gehucht, uw pleinen hier steeds stilblijven, geen ziel vertelt de reden van uwer eenzaamheid, keert ooit terug.
Attica in vorm! Schoon zetsel met fijn gemarmerd mannen, maagden ingezet, waar boomtressen, vertrapte grassen zijn, dolmakend is uw stille silhouet, net als de eeuwigheid: kil herdersdicht! Maakt ouderdom een lichting mensen rot, gij blijft hun weldoener: wijl in hun schoot rust ander leed, eender uw troostrijk bod: “Schoonheid is waar, in waarheid schoonheid ligt, da’s al men weet, en men op aarde noodt.”
—-
ODE ON A GRECIAN URN Thou still unravish’d bride of quietness, Thou foster-child of silence and slow time, Sylvan historian, who canst thus express A flowery tale more sweetly than our rhyme: What leaf-fring’d legend haunts about thy shape Of deities or mortals, or of both, In Tempe or the dales of Arcady? What men or gods are these? What maidens loth? What mad pursuit? What struggle to escape? What pipes and timbrels? What wild ecstasy?
Heard melodies are sweet, but those unheard Are sweeter; therefore, ye soft pipes, play on; Not to the sensual ear, but, more endear’d, Pipe to the spirit ditties of no tone: Fair youth, beneath the trees, thou canst not leave Thy song, nor ever can those trees be bare; Bold Lover, never, never canst thou kiss, Though winning near the goal yet, do not grieve; She cannot fade, though thou hast not thy bliss, For ever wilt thou love, and she be fair!
Ah, happy, happy boughs! that cannot shed Your leaves, nor ever bid the Spring adieu; And, happy melodist, unwearied, For ever piping songs for ever new; More happy love! more happy, happy love! For ever warm and still to be enjoy’d, For ever panting, and for ever young; All breathing human passion far above, That leaves a heart high-sorrowful and cloy’d, A burning forehead, and a parching tongue.
Who are these coming to the sacrifice? To what green altar, O mysterious priest, Lead’st thou that heifer lowing at the skies, And all her silken flanks with garlands drest? What little town by river or sea shore, Or mountain-built with peaceful citadel, Is emptied of this folk, this pious morn? And, little town, thy streets for evermore Will silent be; and not a soul to tell Why thou art desolate, can e’er return.
O Attic shape! Fair attitude! with brede Of marble men and maidens overwrought, With forest branches and the trodden weed; Thou, silent form, dost tease us out of thought As doth eternity: Cold Pastoral! When old age shall this generation waste, Thou shalt remain, in midst of other woe Than ours, a friend to man, to whom thou say’st, “Beauty is truth, truth beauty,—that is all Ye know on earth, and all ye need to know.” ***[John Keats.]
als een woord of een begrip de lading dekt goed scrabble punten scoort en lekker bekt dat toch zo’n prachtig woord ten onder gaat aan slijtage door teveel gebruik en niet meer verder komt door overwicht belast met duiding aan betekenis tot de magie verdwijnt
Je was twaalf en uit een oranje bol mocht je een paar ogen snijden de neus verminken
Dear Pom Vorige week in onze rubriek had ik het over het hogere hallelujah van mezelf. Vandaag gaat het om mijn lagere hallelujah. Het voortdurende gereis van een ouwe rotbrommer achter de jongens aan. Welk peilloze energie, als ik daar nu aan terugdenk rollen de tranen van het lachen over mijn gezicht. Veel plezier met:
Sint Maarten
Je was twaalf en uit een oranje bol mocht je een paar ogen snijden de neus verminken en van de mond maakte je een afgrijselijke lach achter drie tanden giechelde een theelichtje.
Je was twaalf en verdwaalde (het kleine lampje in de bol ook ook) poink poink trommelden je laarzen het trottoir was bezaaid met versnaperingen vele wikkels voelden zich zonder lijf en rilden
Je was twaalf, je verloor je sigaretten je was net ongesteld geworden één borst was zo groot als een pompoen er groeiden haren tussen je benen je zou er morgen iets onmiddellijks mee doen
deze week het commentaar wat steviger bij de ingezonden werken. Dank aan de dichters voor het ingestuurde werk. let wel het commentaar is niet veel meer dan een persoonlijke aanduiding van een min of meer geoefend lezer – of zoals de VKcriticus kees fens het ooit formuleerde – een leeservaring een plaats geven in een geheel van eigen leeservaringen. het aangereikte thema iets moeilijker dan verwacht schat ik in – prachtig gelezen door Wen van der Schaaf. in eenvoud verwoord in die prachtige derde strofe van Anke Labrie! Goud! Van harte.
hoe zij elke lijn in zijn gezicht al gegraveerd had in haar marmeren hart
hoe er die nacht in zijn blik ineens iets was wat haar deed blijven
–> een kleinood. de derde strofe met die heerlijke relativering.
Frans Terken: de aanblik die blijvend ontroert
Petra Maria: in tomeloze verwondering
Rik van Boeckel: verzonken in de wee van weemoed
Cartouche: zag ik u in al uw naaktheid voor mij
Anke Labrie: noem het minstens een poging tot
Ien Verrips: of ik het was die huilde aan je graf
Erika De Stercke: gisteren is een herinnering
(…) en dan vertrok u -toen het klaar was- uw gezicht ontroerde mij
-en toen het afscheid daar was:
ik steels over mijn schouder keek en geen stap meer zichtbaar bleek wist ik niet of u wel waar was of dat ik u verzon in mij (…)
Wen van der Schaaf
wie wint de enige echte virtuele – naar een regel van Wen van der Schaaf – ‘uw gezicht ontroerde mij’ trofee op pomgedichten punt nl?
dichteres, theatermaakster en theaterdier Wen van der Schaaf schonk de mensheid prachtige regels ter inspiratie zeker. ook op pomgedichten punt nl deze week. met de regel ‘uw gezicht ontroerde mij’ biedt Wen ons én de mensheid een zó persoonlijk en zó algemeen menselijk gevoel dat elke dichter zijn eigen woorden bij dat ene unieke gezicht zal vinden. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
foto: Ben Kleyn
wat is het toch dat deze stem ongeacht welk woord van elk woord weer warmte maakt
echt mooi hoeft niet beschreven is in zich mooi geweten en gekend
pom wolff
Het laatste vuur (voor H.)
Hoe kort het oplichten in doffe ogen alsof het vuur van jaren in ons midden weer opflakkert en nog even smeult
niet een vertrek zoals afgesproken de weg die wachtte schoof onder je vandaan op route 66 nam je een afslag te vroeg
dat het na dagen gedaan was het bloed in volle omloop weggespoeld het laatste vuur in een stolsel gedoofd
zo droegen we je de oven in op het netvlies de pret van een kwinkslag de aanblik die blijvend ontroert
–> een gedicht met pijn en afscheid – “zo droegen we je de oven in” – laat weinig ruimte voor het leven nog – een terugblik, een herinnering – hoe het leven was – het gezicht lijkt uit het leven weggeslagen – de dichter noteert het noodlot.
onze dagen
leven loom nu wij langs drijven als wolkjes boven diepe zee
pas als ik stilsta je hand proef in de mijne
de zucht van jouw verlichting nu alles meegaat in tomeloze verwondering
breekt het schijnbaar dunne laagje verzet
morgen zie ik jou wie je blijft
petra maria
–> een min of meer vaag symbolisme getroffen in woorden die mee zweven op wolkjes. wolkjes, verlichting, verwondering. ik mis toch hier de echte ontroering. “Uw gezicht ontroerde mij” – die harde regel die door de dichter in je gezicht wordt geslagen – ja die mis ik.
De scheidslijn
Jouw gezicht met liggende rimpels zingt de tijd van liefde voorbij
een zachte traan spreekt de wang toe ooit gekust door de lust van listige lippen
waterige ogen drogen in het licht van langzame lucht en draaiende wind
zo waait het afscheid mij tegemoet verzonken in de wee van weemoed
laat ik de traan schuldig en geduldig naar de overkant van de scheidslijn gaan.
Rik van Boeckel 10 april 2021
–> een gedicht met veel voorbij en heel veel water. te veel water wat mij betreft. de wee van weemoed helemaal uitgeschreven tot de woorden erin wegvloeien.
Opslag
Toen u mij nader kwam vanuit de beslotenheid van uw zaak uw oogopslag en de hand op het papier zag ik u in al uw naaktheid voor mij als waren we bestemd om de liefde een gezicht te geven
waar taal enkel nog obstakelt
doorgrondde ik uw diepste wateren met open mond en opgesteven lendenen dronk, verzonk ik in zonneglans – uw glimlach vonkte lava-as en edelsteen- ik was niet meer dezelfde als voorheen – toen ik u verliet
en omkeek wist ik voorwaar en vast dat dit twee zwevende ribben tot leven had verdicht dat ik u kende van kaak tot schaam, been en vel hoe deze stap, onorthodox, mij onherroepelijk in u verzinnen, mij voor altijd zou verzonnen
nu wij elkaar eenmaal als huid en haar hadden weten te ontroeren in een oogopslag
10-04-2019 Cartouche
–> Cartouche dacht – ik doe maar eens oudje. vindt die wolluf zijn eigen commentaar van toen niet terug – dan kan ik hem eens flink te grazen nemen en hem wijzen op de verschillen. zegt wolluf natuurlijk: het is voortschrijdend inzicht meneer de dichter. ik haak af waar de taal ‘obstakelt’ – onvoorstelbaar – ben je zo een goed dichter schrijf je die eerste wereldstrofe – bijna reviaans mooi – nee mooier nog – kom je aan zetten met ‘obstakelen’. en daarna wordt het het niet beter – zakt de dichter in zijn eigen moeras van een teveel aan woorden. zou hier het strafrecht gelden dan zeg ik: een gevangenisstraf van tien jaren zonder aftrek van voorarrest.
voor wie niet begrijpt dat een gedicht af is en niet mooier kan in alle rust en eenvoud en schoonheid als het zo is geschreven:
Toen u mij nader kwam vanuit de beslotenheid van uw zaak uw oogopslag en de hand op het papier zag ik u in al uw naaktheid voor mij als waren we bestemd om de liefde een gezicht te geven Cartouche
ik zie de kralen die je hebt gedragen de ringen aan je hand de woorden op je mond bestorven als een afdruk gevonden in het zand
ik stel me voor dat ik daar lig geen vlees meer op mijn botten ’t gebit als grijns in mijn gezicht de holle ogen met de blik naar boven
als jij kon zien zag je me aan vroeg je je af wie of ik was mijn naam misschien en of we wat te praten hadden of ik het was die huilde aan je graf.
Ien Verrips
–> wie dit gedicht leest slaapt slecht. nachtmerries rijden door het slaapkamertje van de lezer. moet je kijken hoe ze daar ligt. mijn god en dat onder mijn bed – hoor ik de zwetende lezer al uitroepen bij het wakker schrikken. dit is een film die je niet wil meemaken – kijk daar legt oma!
op de een of andere manier is dit gedicht net ietsje te direct. komt in ieder geval bij mij zo binnen. moet wel aan mijn rust toekomen graag – nog net voor mijn dood ja.
vandaag
hoe de wereld tijdens een regenbui lacht we stralen naast bloemen aan het raam
met onze grote mond het moment van bekoring in druppels vasthouden
bij een cirkel die zonder passer perfect volgens wensen is afgelijnd
ook een bubbel kan breken wanneer de kelken moegestreden buigen
gisteren is een herinnering, we lonken naar de wolken van morgen
Erika De Stercke
–> en wat heeft Mevrouw De Stercke vandaag te melden? welke mannen worden nu weer aan het spit geregen? – varkens zijn het die mannen – zo kennen we Erika. maar zie eens daar – vandaag is het anders gesteld met onze Erika. lachende regenbuien, stralende bloemen, druppelende bekoring, moegestreden kelken.. … ik weet niet wat er aan de hand is in huize Erika maar als regenbuien lachen dan drijven vreemde luchten over daarachter in Gent.
De onderlinge gedachten van vandaag, verven met chocolade en een kop goede koffie… Het ligt vast aan al die paaseitjes…
De verleiding van chocolade
Chocola is geen snoep, maar gestold verlangen dat zich aanbiedt (Pay-Uun Hiu)
chocolade zo klein en zo onschuldig, ligt zomaar opeens op je tong en voor je het weet, raakt ook je weerstand voorbij het smeltpunt waarin de vaste fase van de chocola overgaat in de vloeibare fase. Dat verrukkelijke omslagpunt waarop plotseling de bruine romige massa warm over je tong spoelt. Dan is er geen houden meer aan, dan rest alleen nog maar totale overgave.
Na het Sensueel zwart van mezelf gecombineerd met De zoete verleiding van de ander en de mailwisseling van gisteren en vandaag met een even hoog verslavingsgehalte dwarrelt de verleiding van chocolade door mijn hersenspinsels en laat niet meer los, maar brand de magische aanblik van mooi mannelijk naakt kunstzinnig beschilderd met chocolade op mijn netvlies voor ook maar gezien te zijn. Mooi geschilderd met kleine kwastjes en echte chocolade vol liefde au bain marie verwarmt al roerend in de pan tot de juiste romige zachtheid verkregen is, om na het aanbrengen langzaam op te stijven.
Chocolade lief, pure magie om je aan te bezondigen in combinatie met de smaak van sensueel zwart.