ruim 400 bijdragen heeft VON SOLO verzorgd op deze site – heel vaak op donderdag – zo dat donderdag door liefhebbers – donderdag zal voortaan vonderdag heten – genoemd werd. boze en vurige tongen tongen én beweren dat hij op deze site op de donderdagen weeromkeert. we wachten af.
Hoi Pom, aan het begin van deze maand overleed de geliefde buurman Maurice. Ik schreef deze tekst voor hem. In de bijlage. Voor pomgedichten, groet, Merik
Voor Maurice
Hoe lang geleden, ooit, dat je de Stadionweg behoedzaam overstak en in mediterraan eetcafé Traffic een capuccino bestelde.
Je zei niet veel, een keer hele verhalen over je dochter, die ik niet helemaal volgde na mijn vierde droge witte wijn.
Nog voor de crisis sloot Traffic voorgoed de deur en jij zweeft als een lentebries door de buurt, opgeheven van aardse zwaarte, de bladeren aan de bomen ritselen het, de vogel zingt het.
laat me vergeten dat je bent verdwenen afgedaald vergaan je stem je streling op mijn huid zelfs je schaduw opgegaan in rook laat mij je vergeten schuldeloos vergeten
eilanddichter Texel Roop- zet webmaster pomgedichten punt nl in het zonnetje – eilanddichter volkomen de weg kwijt
de eilanddichter Texel die ze daarachter ook wel ROOP willen noemen heeft er zijn best op gedaan. een cursus sociale omgang in 35 wekelijkse te volgen lessen heeft vruchten afgeworpen. les 30: ‘hoe feliciteer je iemand met zijn of haar verjaardag?’ met een voldoende afgesloten. de eilanddichter schrijft: ‘hiep hiep’. nou keurig hoor.
uiteindelijk heeft de cursusorganisatie aan de dichter geen diploma kunnen uitreiken. dichter heeft slechts 1 van de 35 lessen met een voldoende kunnen afsluiten. lezen we in het rapport van de eindexamen commissie – daar komt bij dat dichter niet meer de dingen en de mensen uit elkaar houdt, in een zeer ernstige mate vergeetachtigheid toont, met name in zijn poëtische werken of wat daar voor door moet gaan. dichter begint vaak aan een gedicht maar de eerste regel is nog niet helemaal uitgeschreven of dichter weet al niet meer waar ie mee bezig is. aldus het eerlijke rapport van de commissie eindexamen sociale omgang. ook in een van de hoogtepunten van eilanddichters poëtisch oeuvre – het gedicht ‘hiep hiep’ is de dichters alzheimer direct aanwezig: ‘schat (..) hoe heet ie…’ – ja zo gesteld dan weet schat het natuurlijk ook niet – lezen we in het eindexamenrapport. en was het vandaag of was het nou gisteren vraagt de dichter aan de lezer in de zelfde eerste strofe. dichter is de weg kwijt.
hiep hiep
schat is hoe heet ie nog jarig vandaag of was dat gisteren
die zondagochtendmaf met zijn gedichies en commentaar verzekerd
die in de vu lag met terminale guigelton en met geile woorden het personeel bepotelde
hij is nu dertig kilo met pensioen en zijn naam ben ik kwijt maar als jij hem spreekt feliciteer hem dan ook van mij
Rp
in amsterdam feliciteren we dichter ROOP met het behalen van de voldoende voor les 30 in de cursus. bij deze felicitatie willen wij wel aantekenen dat het volkomen onbegrijpelijk is waarom de commissie heeft gemeend een voldoende uit te reiken aan de dichter voor les 30:. ‘hoe feliciteer je iemand met zijn of haar verjaardag?’ dichter raakt volkomen verdwaald in zijn eigen eerste strofe – dichter weet niet wie hij dacht te moeten feliciteren en weet ook eigenlijk niet waarom. tijd plaats en persoonsbesef zijn bij dichter volkomen afwezig.
je kunt ook zeggen dichter weet van voren niet dat en hoe hij van achteren leeft. dichter kan beter opgenomen worden en goed verzorgd. een regelmatig dag en nachtritme opgelegd – pilletjes erin tegen alle vermeende angsten in de wereld om de dichter heen. tegen zijn angsten en de wartaal – zo spreekt dichter over ‘terminale guigelton’ – ik heb het even nagetrokken in de medische wereld is de virusvariant guigelton volkomen onbekend en er is ook nog nooit iemand gestorven aan die ziekte.
voorts een slabbetje op dichters schoot tegen het kwijlen bij het voederen.
Terwijl op Texel de lamskoteletten op springen staan, moet ik aan een belevenis denken. Mijn eerste huisje keek uit op een schapenwei. De hele lente en vroege zomer hadden de schattige lammetjes de tijd van hun leven, wat er in augustus gebeurde is een ander verhaal. Daarom het volgende dichie en ik hou het graag simpel.
Liefs Karin
Silence of the lambs
Lammeren bewegen zich als visjes in een decor van goud en groen maar in augustus staan de karren klaar de moeder stoot haar kinderen af
het is een straf om het geluid te horen het afscheid van een zomer lang grazen op de Texelse weide de toerist betaalt en wenst nog meer
ooit liet ik zo een diertje los het hek was roestig en ik was vrij om te doen wat een boer nooit zou willen het hekwerk kraakte – het was volle maan
verzadiging brengt geen goede dingen voort voor wie het geluid van de lammeren niet wil horen koop in augustus een oortjestelefoon of laat je radiootje aan
juist in augustus moet je de lammeren laten gaan verman jezelf en maak het houtwerk open.
Vrijdagochtend. De wind waait tijdens de ochtendwandeling met de hond stoffige nesten uit het labyrint, wat zich momenteel nestelt in het hoofd. Het lijkt op rondjes lopen zonder bij de kern te komen of traplopen zonder boven te komen, maar halverwege te blijven hangen. Je omhoog wentelen langzaam omhoog en soms iets te hard en snel weer terug.
De vogels zingen niet vanmorgen, die nestelen zich in die boom die harder buigt dan goed lijkt bij iedere windvlaag, maar iedere keer veerkrachtig terug buigt en het nest flink laat schudden.
De hond interesseert het niets. Snuffelend loopt hij zijn rondje, alle geurtjes binnenhalen als een wilde haarbal die groter lijkt in de wind dan hij is en stilletjes geniet ik van mijn eigen haar(tjes) die de wind trotseren zonder in de war te raken.
De muizenissen in het doolhof van de afgelopen week waaien in delen als stof op de wind. Iedere vlaag geeft meer ruimte die nodig is na onverwachts verlies binnen het hematologische groepje wat onzekerheid gaf. Het gaat goed, we wentelen ons omhoog, twee omhoog, drie terug, vier omhoog en komen die onzekerheid te boven.
PLOOS is terug op pomgedichten punt nl weliswaar zo af en toe – maar toch – PLOOS terug op pomgedichten punt nl – enige verwijdering is ooit ontstaan op de site tussen webmaster en de grande dame – dat hoeft niet onder stoelen of banken – maar na een nieuwe ontmoeting mogen en kunnen we haar woorden weer genieten op pomgedichten punt nl. zo ontzettend blij waren we en zijn we met haar bijdragen.
who de fuck is PLOOS hoor ik sommige mensen denken. ik geef u hieronder een politieke analyse van Ploos uit 2013 – de toenmalige nederlandse politiek beschreven – het is of 2013 2021 is – zo scherp het analysemes van PLOOS – dat is PLOOS:
‘In de Nederlandse politiek en andere belangrijke sectoren is er sinds een jaar of wat steevast sprake van Een Pakket. Niet gewoon: alstublieft, dit gaan we doen, briefje, envelopje; lees maar. Nee, groots aangediend, Een Pakket Van Maatregelen. Een Pakket Aan Maatregelen. Een Breed Zorgpakket. Alles zit tegenwoordig in een omvangrijke, vage doos. En denk maar niet dat er een kijkgaatje is.
Pom, die taal, de metaforen, de termen! Dat eeuwige Huishoudboekje Op Orde, Keihard Aanpakken, Keiharde Onderhandelingen, Snoeiharde Afspraken: de retoriek wordt holler en machtelozer naarmate de visie zich verder aan ieders zicht onttrekt. Die (visie) is er wel, maar die moet het hebben van de langere termijn. En daar zijn we allang niet meer van…’
genadelozer kon en kan de huidige politieke armoede niet beschreven. who de fuck is PLOOS hoor ik sommige mensen denken. op mijn verzoek plaatste op de site in 2011 het gedicht “Ik weet niet waarom” bij de CANTO OSTINATO – over John – ja dat is PLOOS! ik herhaal:
Gepost door Pom Wolff op 2011/12/26 18:10:00 (1058 keer gelezen)
WP: Simeon ten Holt Vanaf 1961 raakte Ten Holt onder de invloed van het serialisme. Cyclus aan de waanzin (1961) was daarvan de eerste uiting. Tevens publiceerde hij artikelen in het tijdschrift Raster. In de jaren zeventig zwoer Ten Holt de seriële methode af. Hij werkte vervolgens jarenlang aan Canto Ostinato dat hij voltooide in 1976 en dat veel succes opleverde. Volgens dezelfde op herhaling en tonaliteit gebaseerde gedachte ontstonden in de loop der jaren meer lange pianostukken: Lemniscaat (1983), Horizon (1985), Incantatie IV (1990) en Méandres (1999). Ten Holt noemde de stukken afspiegelingen van zijn eigen innerlijk, in tegenstelling tot de formalistische werken die hij vóór Canto Ostinato schreef.
Uitvoeringen van de werken waren niet zelden totaalevenementen waarbij zowel de pianisten als het publiek elkaar, vanwege de mogelijkheid om een stuk uren te laten duren, aflosten. Een uitvoering van Lemniscaat in Bergen nam bijvoorbeeld bijna een etmaal in beslag. Het stuk werd op diverse ongebruikelijke locaties uitgevoerd — onder meer in de hal van het Rotterdamse Centraal Station. In 2007 verzorgde pianist Jeroen van Veen met zijn ensemble een uitvoering van Canto Ostinato op vijf Fazioli concertvleugels in Station Utrecht Centraal.
Ik weet niet waarom
ik zou niet weten waarom ik schrijven zou heb ik John, heb ik niet ooit geschreven, vraag ik hem, ik weet hem soms nog mijn man, als hij me kan vinden en ik mezelf en mijn bril
mijn hele ik en dan de rest ervan kijkt naar hem op en vraagt even of ik het ware heb ik echt geschreven lieve John? ik hoor zijn antwoord zittend in het zand dat alleen mijn hand zich nog herinnert, waarheen hij me meegenomen heeft maar ik weet niet waarom het zand was vroeger los en niet zo solide als toen de klok plotseling wil ik mijn platenboek dus gaan we nu naar huis John, want de rommel weet ik daar en alles nog en jij zet thee heet het platenboek?
thuis weet ik niet waarom mijn chaos niet vertrouwd, ineens onvast geworden is en dan vouw ik me wring me eruit ik ga op zoek naar vroegere oevers zonder netten zijn ze niet meer van de zee ik roep de hond: Apollo Bacchus hier! kijk, de man heeft me gevonden en zet thee de graaf! ik weet hem
de hemel, lieve John, ik weet je weer, is een diep kasteel op zand gebouwd soms weet ik Hartley oude vrouw en de meedogenloosheid van tijden noch het onvermijdelijke alsmaar weer en overkomelijk verdriet de wanen die monsters oproepen en andersom en wat er tussen Socrates en Sartre was ik kan er niets meer mee
het is negen uur en het ronde hoekt, breng me naar bed John en blijf bij me of ik ga en als ik ga zoek me dan maar niet laat me mijn eervolle aftocht
drapeer de zee, drapeer de zee die van vanochtend maar om mijn lijf dat pijn doet –ja zo– ik dank je zeg je beleefd goedenacht ik ga van Bruno dromen
Dit lied is op basis van een gedicht van mij ergens in 1999 geschreven door Francie Steverink. Onder begeleiding van haar accordeon heb ik het een paar maal gezongen in de Badcuyp indertijd. Een keer buiten op het terras, tot die marktvrouw die corsetten verkocht heftig protesteerde tegen mijn zangkunsten. Ik was de tekst en de opname van het lied kwijt, maar wonder boven wonder vond Andries Minnaard met wie ik het ook wel eens gezongen had, het laatst toch in zijn archief en kon ik de tekst reconstrueren. In de bijlage. Voor pomgedichten, groet, Merik
Het lied van de oude hoer
Al zeer jong, zo pril en onervaren zag je hem in het horeca-bedrijf. Het lekker dier, nog in zijn kinderjaren, vergokte daar zijn stralend jongenslijf, had geen zorgen in die goede dagen, dacht niet aan zijn welverdiende straf. Jongenlief, ik kan het niet verdragen; wordt de goot je koud en ondiep graf ?
Hij vergat zijn studie voor een streling. Kroeglawaai verstomde zijn muziek. Met de jaren kwam ook de verveling; lach werd grijns, het vlees een dof tuniek. Nu zit als de dood achter de ramen, een zwart gat dat zich aan een ander gaf. Jongenlief, je mag me niet beschamen, wordt de goot je koud en ondiep graf ?
Een leverkwaal; de smaad van lege flessen, de mond gestift, de nagels rood gelakt, zijn slappe koopwaar, dure levenslessen, billen in een gouden vod verpakt, werd bezit van grofgebekte kerels aan wie hij zo dikwijls aanstoot gaf. Jongenlief, ik kan het niet verteren, wordt de goot, je koud en ondiep graf?
In de kille schemerende dagen, elke donkere, doorwaakte nacht, hoor je hem dan hartverscheurend klagen, als hij weer door mannen wordt verkracht. Hoe de pijn in het diepste ligt bevroren, vals venijn voelt aan als rauw geblaf Jongenlief; ik moet er niet aan denken, wordt de goot, je koud en ondiep graf ?
Zie ik soms een bedelende zwerver. O, dan krimpt mijn hart van pijn, vraag me af of dat jouw lot zal worden, als ik er eenmaal niet meer zal zijn. Ik dacht aan jou, toen ik zo’n arme stumper bevend laatst mijn povere aalmoes gaf. Jongenlief ik zal immer aan je denken, in de goot, je koud en ondiep graf.
Francie Steverink- van der Hurk, Merik van der Torren, 1999, april 2021
dichter neemt geen blad voor de mond. dichter spreekt niet in woorden met meel erom heen. zo kennen we de tweewekelijkse bijdragen op de dinsdag van Peter Posthumus. dichters houden zichzelf en ons – én maxima in het bijzonder om over die nieuwkerk maar te zwijgen – een spiegel voor – dat is de functie ook van dichters:
Onder het vaandel van de feiten door de porieën in het aanzicht van de waarheid dringen de leugens langzaam door
de leugens uit je jeugd de ontkenning toen het erop aan kwam de vergissing die er niet toe deed
met open mond hoor je het verraad in je eigen stem hoor je de boemerang die inhakt op de bodem onder je bestaan
vriend Max schreef mooie woorden op FB aan uw webmaster – ik neem ze vandaag graag op om ze te plaatsen op de site – dank je wel Max – heerlijke regels! onder Max’ prachtwoorden de prachtwoorden van de dichter Cartouche – dichter Cartouche was zondag een beetje in de war – hij schreef een gedicht op het thema vroeger van de zondagochtendwedstrijd hier op de site en stuurde zijn gedicht naar zichzelf op per mailbericht. en maar wachten en maar wachten wanneer de site zijn gedicht zou opnemen. Dichter Cartouche heeft er de nacht niet van kunnen slapen. volkomen gebroken belde hij vanochtend aan hier in Buitenveldert om zich te beklagen. uit een sporenonderzoek van de lokale recherche bleek dat de dichter tegenwoordig verzen aan zich zelf stuurt. wel blij dat Cartouche het goede adres na zijn bittere nacht heeft weten te vinden – dat we Cartouche nog lang mogen lezen! eerst MAX dan Cartouche:
Pom begint vandaag aan een gloednieuw rondje om de magistrale stralende. Eijlders juicht, Amsterdam juicht en ook Den Haag doet mee
vandaag telt vooral de som der delen als was de tijd een tapasbar
vriendschap komt stapsgewijs aan tafels waar men drinken tot eetlust verheft en woorden rustig blijven in gedachten
naderbij komen is als dichten in het diepe weten van een samenloop langs onverlichte paden en wij hoeven niet te raden wat nog in de verte
Max Lerou
Verloren
Bleu, bleuer dan bleekblauw op de markt van liefde wist hij zijn gulden een wiebelding
altijd op zoek naar een snede rolde en tolde hij kantje boord, kon zijn draai niet vinden en ging als een ketter tekeer en rookte van de duivel bezeten alle vuur uit zijn lijf om in de nacht alleen, aan haar denkend, in bed te kruipen er ‘s-anderendaags weer op los te trekken met mist in het hoofd zich weg te zoeken naar het onbestaanbare – baken
om op te varen – zo kwamen de dagen hem voor dat ze nooit voorbij zouden gaan
tot een druilerige maandagmiddag de zon heel behoedzaam door de wolken prikte dat hij hijzelf de kilo was, die zou knallen als meester van de wereld – warenmarkt in elk vaarwater zeven smarten niet meer dan voetnoten waren na het ontmoeten an dat melkmeisje nu in de verskraam van bloemen, fruit en vergeten groenten
waar zij zijn hand nam en hem voerde door het boek van verloren zinnen