Max Lerou wint de enige echte virtuele – de dagen die er niet waren dagen – trofee op pomgedichten punt nl – vrij naar onze Cartouche – zilver Martin Sjardijn en brons voor Anke, Ien en Frans

zwaar beraad over de uitreiking der eremetalen deze week  – teveel moois om snel tot een beslissing te kunnen komen. er werd met aftreden gedreigd, sommige leden van het kabinet hadden er zelfs buikpijn van. dank aan Cartouche ook voor de inspiratie – voor de dagen die er niet waren – hoe kan een dichter ze verzinnen – nou ze werden verzonnen en ze  werden in zinnen gegoten – prachtig werk van Frans Terken, van Max Lerou, van Ien Verrips. uitgelicht door Martin Sjardijn en van uren voorzien door Anke Labrie. dat zijn deze week de eervolle vermeldingen. gaat het goud naar Max Lerou voor die wonderlijke gelaagdheid  – het zilver naar Martin Sjardijn voor een bijzonder uitlichten van wat gedragen wordt, doen we brons voor Anke, Ien en Frans voor de mooie regels in alle eenvoud. Dank aan alle dichters voor het inzenden, de felicitaties aan de eervollen.

uitdaging

een beetje humaan sterven
je stelt het uit
zet de dag op aan

er moet nog ontwaakt
zo mooi slaapt niemand

ml

–>
die dagen dus,  die iedereen kent, zich wenst, niet kwamen, nooit kwamen – de opdracht deze week – die dagen zijn er toch – de nooit gedachte dag is toch gekomen. zo mooi zo mooi slaapt niemand. dat letterlijk in figuurlijk kan overgaan in weinig woorden. een wonderlijk gelaagde tekst in eenvoudige woorden – ik noem het dichtkunst. en betekenis in een beeld – dichtkunst die de schilderkunst bijna aanraakt.
 
  • Frans Terken – om die ene dag te vinden waarop het huis een thuis
  • Rik van Boeckelhaar kussen op andere lippen
  • Max Lerou – de dag op aan
  • Ien Verrips – daag zei ik
  • Petra Maria – zo een dag zonder
  • Martin Sjardijnwat kennis opgedaan
  • Erika De Stercke – de dagen heb ik als afgoden aanbeden
  • Anke Labrie – toen de dagen uren kregen
  • Ditmar Bakker – Hiervoor zwoegde Uw moeder in de kou

die dagen dus,  die iedereen kent, zich wenst, niet kwamen, nooit kwamen – waarover toch geschreven kan – Cartouches gedicht uit 2016 als inspiratie – mogelijk ook voor Cartouche zelf – we wachten de gedichten af van de dichters over de dagen die er eigenlijk hadden moeten zijn. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

cartouche2

 
Dagboek
 
wat je het meest bijstaat
de stille herdersuren
de spaarzame momenten
uitzinnigheid, nee
 
het zijn de dagen
de dagen die er niet waren
die blijven
knagen
 
dag in dag uit
 
20-08-2016
Cartouche
 



nu de jaren nog

ik heb mijn pen weggelegd
de mooiste regels waren al geschreven
ik heb ze nog een keer aangeraakt
de dagen die niet over gingen
de dagen die een leven werden
ik dacht ze zo vaak

pomwolff
Wijzer

Je klampt je vast aan de kalender
scheurt de dag af als een wijzer in de tijd
vraagt je af wat je daarvan onthoudt

gemiste momenten schoppen het geheugen
dingen waar je zo naar uitkeek
tot in de langste nacht naar zocht

om die ene dag te vinden
waarop het huis een thuis
de boom een berg hout

het gezicht in de deuropening
de kamer vol in het licht
een haard voor het vuur

© FT 19.12.2020



die dagen dus,  die iedereen kent, zich wenst, niet kwamen, nooit kwamen – waarover toch geschreven kan – zo luidde de (schier) onmogelijke opdracht deze week aan de dichters. ‘om die ene dag te vinden..’ het leven een zoektocht, de dubbele betekenis van de titel – steeds dichterbij – de eenvoudige dingen die van enorme waarde zijn – te zien. een mooi gedicht rond het thema geschreven. ‘om die ene dag te vinden..’ een prachtregel!
Pom, hier mijn bijdrage aan de enige virtuele. Fijne kerst. Rik


Verdwenen in herinnering 


Elke dag een uur niet geweest
een boswandeling buiten de stad
zoveel jaren de tijd gelezen
in een boek met jeugdige penstreken


ze zijn verdwenen in herinnering
zing o zing de dagen zijn er niet
haar kussen op andere lippen
ze kwam de hoek niet om


die dag verzandt in vergetelheid
schuimende zeegolfjes nemen haar mee
naar de horizon van oceaandrift
achter wat vergeven en vergeten is.


Rik van Boeckel
19 december 2020


–>
een gedicht met de nodige – sommigen zullen zeggen onnodige dramatiek – van mij mag ie.
 
haar kussen op andere lippen
ze kwam de hoek niet om


maar de strofen 1 en 3 doen hier het werk niet – stuwen op de een of andere manier deze week niet op – jagen niet aan. zijn net iets te gezocht om van waarde te zijn bij het drama in strofe 2.

 

ik ga dan maar zei hij
en ging
nou daag
zei ik
dag hoor
ik had nog veel te leren

Ien Verrips

–>
die dagen dus,  die iedereen kent, zich wenst, niet kwamen, nooit kwamen – de opdracht – ook hier een schets in een paar woorden – een situatie – Ien weet – vermoed ik –  dat ik houd van de eenvoud waar maximaal het leven in wordt uitgedrukt. ze slaagt met deze tekst daar wonderlijk wel in.
 
de zon schijnt
het regent
wat waait allemaal over
zo een dag zonder

in mijn hoofd schildert
jouw portret
een begaanbaar pad
van nooit verliezen

de maan cirkelt
dezelfde lange uren
het is geboren
wat nog zal zijn

morgen of later
en geluk
dat is vandaag

petra maria

–>
de dagen van weleer van die nog komen en van vandaag dichtbij gehaald lijkt het. een kleine wordingsgeschiedenis van een schilderij ook. wat in het hoofd zit zal op een doek gebracht zoveel is zeker. de aanvankelijke chaos van cre-eren krijgt hier vorm in de taal. in dat opzicht is de tekst te particulier. wachten we even op het schilderij.
Dag Pom,
graag doe ik een keer mee met de Pom Gedichten,



KENNIS 

wat kennis
opgedaan
van toenemende
onwetendheid 


het gelaat,
gecamoufleerd
met schoonheid,


geeft het geheim
niet prijs

nog slechts dichten
in staat tot waarheid,
zonder bewijs



Martin Sjardijn
www.sjardijn.com


<–>
Martin welkom – wat aardig dat je instuurde. je waagde in die poel des verderfs zoals sommigen pomgedichten punt nl ook weleens willen aanduiden. JIJ bestempelt de poëziekunst tot ‘waarheid’ zonder dat voor deze poëtische waarheid bewijs wordt verlangd – zo lezen dichters het graag. poëziekunst beschreven als gecamoufleerde schoonheid zoals ook haar gelaat is te omschrijven – zoals jij haar weet te schilderen –  mooi gedragen woord ‘gelaat’ mooi gedragen als het gedicht deze woorden – een bijzonder moment kunstzinnig uitgelicht.

Dag Pom
groeten en aangename feestdagen – hier heel rustig in Gent 
het aantal besmettingen lopen weer erg op … 
virologen hier hopen dat in april volgend jaar de toestand onder controle is …. 
april !! amaai – dus nog lang afwachten 
groeten Erika 
 

Dagresten 

Mijn vele wensen plantte ik in aarden potten, zette 
ze tegen muren neer om het proces tot ontkiemen 
te versnellen, de ochtendzon zorgt voor wonderen
zeiden zonderlingen uit een ver verleden  

de dagen heb ik als afgoden aanbeden, gesmeekt 
me oplossingen tot verbinding te geven, ze zwegen
spierspanningen kropen uit lakens van onrust 
en verdwenen achter twijfelwolken 

ik volgde kalendergegevens, maanstanden gaven 
een verklaring, mijn verdraaide brein laadde zich
op en de schouders vielen verlost neer 

iets bleef overeind, de stengel eerder dan de kelk 
tussen het zachte gekrijs van de wekker graasde ik
met de kudde tegen mijn zin mee.


Erika De Stercke 


–>
Beste Erika ook vanuit het amsterdamse – drie hoog achter in die altijd zo gezellige jordaan – wens ik jouw mooie dagen – gent is rustig lees ik  amsterdam is een heksenketel dat kan ik je wel melden. hadden we hier maar dichters zoals jij – die met 14 regels proza iedereen – in ieder geval elke lezer – aan de contemplatie kunnen krijgen. de dichterlijke resten van het jaar bijeengeveegd in een prozaïsch gedicht. .. en hij staat…. zouden ze hier in het sportjournaal krijsen als ie niet weggewerkt was vanwege me-too dingetjes. laat ik voor dat ik niet meer te begrijpen ben in belgië jou nogmaals  mooie dagen wensen en de hoop uitspreken op iets minder stevig particulier proza in 2021. mijn nuchtere maag roert er van om.



verdroomde dagen
 
zonder begin en zonder einde
de tijd bestond nog niet
elk blad doorschijnend
en gras geurde naar geluk
 
toen de dagen uren kregen
werd het blad gewoon een blad 
en het gras dat rook naar gras
 
soms raakt de dag
opnieuw zijn uren kwijt
gunt je een blik dwars door de tijd
en voor even ben je weer gelukkig
 
anke labrie

–>
die dagen dus,  die iedereen kent, zich wenst, niet kwamen, nooit kwamen – wel kwamen maar ook weer verdwenen – zo interpreteert anke labrie de opdracht deze week – en stuurt een afgerond prachtgedicht in – hoe tijdloze dagen met je meegaan en soms iets van geluk nog kunnen afgeven. dat alles even naar geluk ruikt. het uitreiken van de eremetalen is deze week een bijna onmogelijke taak. na zoveel moois in  dit gedicht en in sommige gedichten hierboven.

Hiervoor zwoegde Uw moeder in de kou
en bloedde U op het ruwhouten kruis:
versiering die per el verkopen zou
en kransjes en een extra dagje thuis.

Elk knielt onder een vrolijk klokkenspel,
terwijl de man van God met ’n stem als honing,
ogen als staal, aan dat stoutmoedig stel
de boodschap opdreunt van de Hemelkoning.

Geen mens die luistert. Minder dan de wind
hoort men wat U ons opdroeg voor U stierf.
Oh, Heer van Vrede, oh, geheiligd Kind!
Hoe stil ligt U in ’t graf, die heil verwierf.

’t Is of die rots, door ’n engel ooit beweend,
opnieuw uw mond afsluit. Uw Woord versteend.

Ditmar Bakker


Ja inderdaad Ditmar – geen mens die luistert naar de opdrachten die hier wekelijks worden aangereikt – men dicht maar en dicht maar en men laat de heer webmaster mooi in de koude staan met zijn thema’s. een stemmig kerstgedicht dat dan weer wel. welke moeder wil zo een zoon niet?

Share This:

Yvonne Koenderman spint: ‘ik wil nodig zijn en niet nodig hebben, terwijl ik toch heel veel nodig heb. Ik geef liever dan dat ik neem en ik weet dat dat niet altijd het juiste is…’

 Degene die me al wat jaartjes volgen kennen mijn spinnenbeest al.
De afgelopen jaren heeft hij heel wat gedachtespinsels aan elkaar geregen.
Soms lijkt hij ver weg en op andere tijden is hij onzichtbaar aanwezig, observeert vooral en denkt er ongetwijfeld het zijne van.
Vandaag hing hij ineens voor me, bungelend aan dat draadje van hem, vol aandacht naar me kijkend over dat halve brilletje van hem.
“Hé spin , jou heb ik een lange tijd niet gezien, waar was je?”
Hij haalt even zijn wenkbrauwen omhoog, kijkt met een oog schuin over zijn brillenglas heen en zegt;

“Had je me dan nodig meis, het lijkt momenteel alsof je niemand nodig hebt, alsof je alle hulp en aandacht die je kan krijgen van je afstoot, onder het mom van…Zeur niet, ik kan het zelf…ik ben pas ziek als ik niets meer doe en als ik niets meer doe, zet dan die 8 plankjes maar klaar in de kamer.”
Er komt een kleine glimlach om mijn mond, ik was bijna vergeten hoe het zat met die spinnen gedachten.

“Ik begrijp wat je bedoel, maar ik wil nodig zijn en niet nodig hebben, terwijl ik toch heel veel nodig heb. Ik geef liever dan dat ik neem en ik weet dat dat niet altijd het juiste is, ik luister ook liever dan dat ik praat, maar kan stilzwijgend veel zeggen in stormachtige stiltes.”
Het kleine web van de spin komt even in beweging omdat hij lachend wiebelt aan zijn draad en langzaam laat hij zich nog een stukje zakken om wat dieper in mijn ogen te kijken.
“Stilzwijgend veel zeggen in stormachtige stiltes…je maakt er een cryptisch geheel van wat alleen door weinigen begrepen zal worden meis en sommigen zal doen lachen. Blijf vooral stormachtigstil, geniet van die kleine momenten als ze op je pad komen, want dat doe je nog steeds net als van de warmte van het thuis. Ga eens wat doen met die verhalen van achter de voordeur, stuur ze met een maand of twee naar Troost en laat ze lezen, dan kan je nog twee maanden bijschaven mocht je dat willen. Er is zoveel geschreven en nog meer in het hoofd, dus gooi het er eindelijk eens uit en doe er iets mee.”
Bedachtzaam kijk ik hem aan, bril scheef op zijn spinnenkop, wiebelend voor mijn neus.
“Ik heb je gemist spinnen beest van me.”
“Je bedoeld, ik heb mezelf gemist? Ik ben tenslotte niet meer als de spiegel van…”
Terwijl hij snel naar boven klimt richting het web fluister ik hem zacht na.
“dank je, voor je wijze woorden en blijf vooral in de buurt”

Share This:

Vera van der Horst gaat op cursus!

Creativiteit

Wat vliegen de dagen, al weer woensdag, tijd voor iets op pomgedichten.
Waar moet ik in hemelsnaam iets over schrijven, het komt me niet meer aangewaaid zoals vroeger vaak. Is het de leeftijd, die maakt dat ik me minder druk maak over zaken, of is mijn creativiteit er een tijdje tussenuit – ok, dat jij niet op vakantie kan, jammer dan, maar ik wel, doei, veel plezier in je saaiheid.-

Ik zou een column kunnen schrijven over niks.
Politici kunnen ook eindeloos kletsen en hebben uiteindelijk niets gezegd, dat zou mij toch ook moeten lukken?
Maar over creativiteit gesproken, zij – want creativiteit is natuurlijk vrouwelijk- is nu toch even weg, dus kunnen we rustig even over haar roddelen, ze is echt niet zo uniek in de zin van: je hebt het of je hebt het niet. Natuurlijk helpt het als er iets van in je genen zit, maar je kan ook leren om creatief te zijn.
Dat begrijp ik tenminste als ik het aanbod aan cursussen zie,: leer creatief denken ( creativiteit is al lang niet meer voorbehouden aan kunstenaars, iedereen kan creatief leren denken) of training creatief denken (creatieve oplossingen  bedenken voor alledaagse problemen).

Ik zeg: maak het een verplicht vak, in het basisonderwijs tot in het hoger onderwijs en kijk hoe de wereld zal veranderen met al die creatieve geesten. Doe er ook nog een cursus sarcasme bij want het is bewezen dat sarcastische mensen drie keer hoger scoren op creativiteitstestjes. Sarcasme stimuleert creativiteit en sarcastische mensen stimuleren hun omgeving tot betere prestaties.

Het is niet voor niets uitgeroepen tot één van de belangrijkste 21th century skills.
Vroeger werd je opgeleid voor één baan voor je hele leven. Dat paste heel goed bij het werk dat jaren geleden nodig was: dat draaide om kennisoverdracht. Tegenwoordig kun je die kennis overal opzoeken. Nu draait het om: wat doe ik met kennis en hoe gebruik ik die kennis om iets nieuws te maken en maatschappelijke problemen op te lossen.’

Ik maak me dus niet al te ongerust, mocht mijn creativiteit besluiten niet meer bij me terug te komen, dan ga ik naar zo’ n cursus en heb ik weer een spiksplinternieuwe creativiteit- steek hierbij mijn tong uit naar mijn ouwe- niets is onvervangbaar.
Klinkt hier wat sarcasme, ik ben op de goede weg.

Vera van der Horst

Share This:

Merik van der Torren over loodzware luciferdoosjes die uit een vliegtuig worden gegooid


Hoi Pom,
 een jeugdherinnering deze keer voor pomgedichten, in de bijlage, groet, Merik

Hoe hij vertelde…

“Dat Lelijk Eendje wordt, omdat het op is
op het autokerkhof geperst tot een stukje staal,
zo groot als een luciferdoosje en lood- en loodzwaar.
Je gooit het uit een vliegtuig en het boort
zich tientallen meters de aarde in,”
vertelde vader bij zijn derde kopstootje.
 
Ik geloofde het blindelings ,
vertelde verder aan mijn vrienden
dit sprookje van moderne techniek.


Merik van der Torren

Share This:

Peter Posthumus houdt de moed erin – ‘het lot is nog geen noodlot…’

Hoe uitzichtloos het was
het lot is nog geen noodlot
na de sprong 
over de horizon

ver voorbij de vlucht vooruit
begint weer het gewone leven
de dagelijkse tred, eenvoudige routines
geen opgedrongen beelden
geen raderen voor de ogen
maar de geur van brood
wanneer de oven even open gaat
een schone vloer
een afwas die gedaan is
geen gefaceboek, geen gezever
of andere ruis
wat extra blokken
op het vuur
heerlijk, lekker thuis


Peter Posthumus

Share This:

Ien Verrips over de spanningen tussen dier en ding


PIEK
 
geboren werd ik voor de top
mijn opdracht  
mijn bestemming
schitterend het breekbaar middelpunt
hoog reikend in de boom
waar ik uitzinnig sta te stralen
glanzende reflectie
 
hoe op de bank de poes
net wakker
snorrend mijn geflonker vangt
de blik fixeert
en dan zich klaarmaakt
voor de sprong

Ien Verrips
 

Share This:

Karin Beumkes: ‘In december verliest iedereen zijn losse streken zelfs de flodderbontjes…’

In december verliest iedereen zijn losse streken
zelfs de flodderbontjes…

Aloha dear Pom


Als ik aan december denk, denk ik louter aan geschitter. Misschien raak je van dit gedicht weer een beetje verliefd op de maand die ik hier beschrijf. 


Als altijd mijn liefs
Karin


December


In december verliest iedereen zijn losse streken
zelfs de flodderbontjes zijn van de koude kant
en iedere kaars sterft – denk je-
het is niet waar – over dertig millimeter per seconde
is deze wereld allang onderweg.

Karin Beumkes

Muziek: Enya – Only time https://youtu.be/7wfYIMyS_dI

Share This:

Paul Bezembinder nieuwste gedichtenbundel PARKZICHT. PARKZICHT van Paul Bezembinder is van de Poëzie maar PARKZICHT is meer dan poëzie alleen.


Paul Bezembinder nieuwste gedichtenbundel PARKZICHT. PARKZICHT van Paul Bezembinder is van de Poëzie maar PARKZICHT is meer dan poëzie alleen.
 
De nieuwe gedichtenbundel van Paul Bezembinder heet PARKZICHT. We lezen 42 gedichten en één tegeltjeswijsheid. De inhoudsopgave treft de lezer aan op de pagina’s 57 en 58. Deze inhoudsopgave kent geen normaal verloop –  deze loopt niet van pagina 7 tot aan pagina 48  – maar is, naar ik vermoed een leeswijzer: beste lezer begin op pagina 38 bij het gedicht  “Bij de huisarts” om na veertig gedichten op kriskras aangegeven pagina’s te eindigen bij het gedicht de “Wijze raad” op pagina 21. En tussen pagina 38 en pagina 21 wandelen we op 40 pagina’s poëzie mee met Paul Bezembinder in zijn beeldentuin van het door hem prachtig onderhouden – ach laten we de dichtbundel een museum noemen – het museum PARKZICHT.
Ik ben zo vrij geweest om de gedichten toch  gewoon van voor naar achteren te lezen en deze lezer heeft daar twee dagen de tijd voor genomen in twee lezingen. Krijgen we inderdaad ‘een tragische liefdesgeschiedenis’ gepresenteerd zoals de lezer wordt beloofd op de achterflap van deze prachtig uitgegeven bundel PARKZICHT? Verder wordt ons ‘ongemakkelijkheid’ beloofd en dat wij  ‘nooit meer dezelfde’ zullen zijn. Ik zal het u meteen vertellen: het is allemaal waar. Paul Bezembinder maakt waar wat hij belooft.
Maar laten we bij het begin beginnen – waar dat begin ook uithangt in deze bundel – ik wil bijna zeggen deze bundel zonder begin of einde. Natuurlijk is de aanvankelijke verwarrende volgorde van dingen en mensen en van de beelden ongemakkelijk. Aan de andere kant biedt het de lezer (en deze recensent)  ook de gelegenheid om zijn eigen volgorde vast te stellen én om heel gericht te lezen:
 
Lecture dirigée (op pagina 23)
 
Wie Bezembinders werk beschouwt,
bespeurt een onuitsprekelijk verdriet, (…)
 
en dat klopt zeker na de prachttekst op pagina 22. Onze Bezembinder bezoekt de
 
“Buurtbarbecue”
 
Ik zag haar tussen haar vriendinnen staan,
(…)
Ik wist meteen: die kijkt zo door je heen,
als zij je niet ziet staan … als zij jou niet
ziet zitten, dan sta jij (voorgoed) alleen,
dan gieren al haar spoken door je heen.
Zo ging het ook met mij. Ik had gelijk.
Zij zag me. Ik kon naar het dodenrijk.
 
 
Bezembinders ‘levenslange rouw’  op pagina 23 beschreven als een virus liep hij mogelijk op op pagina 22. Ik ben toch blij dat ik pagina 23 na pagina 22 las. Bezembinder had het liever anders gewild getuige de inhoudsopgave: pagina 22, 28, 18, 43, 26, 42, 13, 39, 32, 11, 37, 36, 20, 8, 10, 47, 46, 19, 44, en dan pas pagina 23!
 
Nog een paar woorden over tragiek en liefde – dat u zich niet bekocht voelt – u krijgt in deze bundel in meerdere gedichten wat op de achterflap wordt beloofd: zeker in het “SLOTWOORD” naar de wetten van Bezembinder te vinden op pagina 14 redelijk in het begin van de bundel:
 
Nu zij voorgoed bij mij is weggegaan
vraagt u zich af hoe het ons beiden zal
vergaan. Verzinkt zij in de mist der tijd?
Leer ik te leven zónder haar afwezigheid?
waarde lezer, u weet vast het antwoord al,
ik riep nog lang vergeefs  ‘Ik hou van jou!’
en vond dan toch een plek die mij beviel,
een plek waar ik nog jaren zwerven zou:
het park rond de ruïnes van mijn ziel.
 
Om in het indrukwekkende gedicht ‘Hersttij’ op pagina 47 voor haar in het park een standbeeld op te richten. Het park compleet,  Parkzicht de titel van de bundel passend, de bundel een museum! met uitzicht op Bezembinders beeldentuin.
 
Sprak ik hiervoor over een poëziebundel? Ja dat deed ik. PARKZICHT van Paul Bezembinder is van de Poëzie maar PARKZICHT is meer dan poëzie alleen. we lezen het gedicht – de tekst op pagina 9:
 
Parkzicht
 
Ja, klopt, ik had mij aan de elegie nog niet’
gewaagd. Misschien dat het verdriet te vast
zat nog, dat ik de alchemie die ervoor nodig
was toch niet vertrouwen kon. Ik had Sjestov
en hield het in mijn dichtkunst bij de aprostrof.
Het is met Parkzicht dat ik aan de elegie begon.

 
De bundel is óók een inleiding in de filosofie van SJESTOV. De dichter Bezembinder  ‘had’ Sjestov  – tot zijn beschikking – lezen we en handelt in de geest van de filosoof Sjestov, zeker nu ‘het verdriet’ nog te vast zit – Sjestov geboren als Jehoeda Lejb Schwarzmann Oekraïens-Russisch-Joodse existentialistische filosoof 1866-1938.
 
Sjestov lijkt Bezembinders voorganger in een absoluut individualisme, om de individuele mens te tonen in al zijn oorspronkelijkheid, in al zijn wanhoop, in de harde onverschillig­heid van de werkelijkheid, in de onverbiddelijkheid van de rede ook.
In zijn filosofie wijst Sjestov  naar wat misschien niet kan worden uitgedrukt, maar wat voorbij de wanhoop ligt. Dit is wat hij “vertrouwen” noemt. Dit is niet een “geloof”, geen “zekerheid”, maar een andere manier van individualistisch denken te midden van knagende twijfel en onzekerheid.
En zo las ik deze prachtbundel van Paul Bezembinder ook – waarin de dichter als  mens wordt getoond in gesprek met de lezer en met (grote) tijdgenoten uit heden en verleden – de tijd  – vrij naar de filosoof – als tegenpool van de eeuwigheid. Wij tijdgenoten leven – reflecteren –  met de dichter mee – met de dichter als een mens van vlees en bloed – met deze dichter een mens van vlees en bloed – en waarin ZIJ – die grote verdrietige geliefde – verwezen wordt naar de eeuwigheid. Als standbeeld, verworden tot standbeeld  in dichters beeldentuin. Ik wandelde twee dagen zo heel graag met Paul mee in Pauls beeldentuin.  Alleen al om de reflectie op pagina 20 in PARKZICHT. Deze gedichtenbundel van vlees en bloed en van verstilling is een lust voor het oog!
 
Een reflectie
 
Mijn lief, dat ik per se fonetisch schrift
voor onze schaduwvaart gebruiken zou,
begrijp ik nu. Mijn lichaam was geschift
toen het voor altijd van jou houden wou.
(Niet dat het dat nog altijd kunnen zou.)
Ik ben er weer, lijkbleek en transparant,
als rijstpapier, een reiger aan de water-
kant die in het vroeger leven van de
vliet alleen nog doodstil heden ziet.
 

 

Recensie Pom Wolff
11-12-2020

Share This:

Yvonne Koenderman: “Er zullen traditioneel oliebollen zijn, rozen en heel veel warmte van een geweldig stel kinderen, die zeker geen perfecte ouders hadden, maar een stel mooie mensen zijn geworden met een ruime blik op het leven.”

Het huwelijk functioneert het best als beide partners een beetje ongehuwd blijven. 
(Claudia Cardinale) 

 
11 December… 
Vandaag hadden mijn ouders 69 jaar getrouwd geweest. Ik had toevallig van de week nog hun trouwfoto in mijn handen, traditioneel in lang wit, mooi kostuum en mijn 20 jaar oudere nicht als bruidsmeisje.  

Volgende week vieren we zelf ons 25 jarig huwelijk, een trouwdag waar geen foto op geschoten is in een periode dat zelfs getuigen niet nodig waren, maar mijn ouders wel mochten tekenen in het trouwboekje. De trouwauto was de Rode Kruis bus die mijn moeder met haar rolstoel vervoerde en een bruidsboeket was er niet. Een stil huwelijk, waar niemand van wist buiten twee vrienden, die in de avond onverwachts voor de deur stonden. De een met oliebollen en de ander met een grote bos rozen. Alle andere familie en vrienden kregen een dag na die 20e december een kerstkaart, met daarin een kopie van ons trouwboekje en vreemd genoeg dachten de meesten dat het een geintje was, we waren tenslotte al tien jaar samen, hadden een dochter van drie, een in de ogen van vele behoorlijk vrije relatie en absoluut geen trouwplannen.

Persoonlijk vind ik nog steeds dat een relatie niet verandert door een papieren boekje wat ergens in de kast verdwijnt of die ring, die ik nooit gedragen heb, je wordt tenslotte niet elkaars eigendom. Hoewel ik een fotoalbum van de bewuste dag totaal niet mis, hadden we wel allemaal ideeën voor de 20e, misschien ook wel omdat wanneer je met het feit geconfronteerd wordt dat niet alles vanzelfsprekend is een feestje of die foto ineens veel belangrijker wordt. Is het niet voor je zelf, dan wel voor de kinderen.

De wilde plannen om er met de kinderen een avontuurlijke dag van te maken zijn wat bijgesteld, maar zelfs met de richtlijnen lukt het ons in ieder geval om als gezin bij elkaar te zijn, net als 25 jaar geleden. Er zullen traditioneel oliebollen zijn, rozen en heel veel warmte van een geweldig stel kinderen, die zeker geen perfecte ouders hadden, maar een stel mooie mensen zijn geworden met een ruime blik op het leven. Terwijl ik dit schrijf besef ik weer eens dat ik enorm gelukkig ben en dat ik hier nog lang van wil genieten, maar mocht het tegen zitten, niemand me dit afpakt. Ik ben een rijk mens… 

Yvonne Koenderman

Share This:

Arie Arriveert [09.12.2020] weliswaar Murphymurw – maar valt op de nieuwe huisarts: ‘in no time hadden we het bij wijze van spreken over de Jonge sla van Rutger Kopland, de vroege films van Fellini, de geaborteerde tweelingbroer van Hans Andreus, de Françoise Hardy van met name 1966…’



[Arie Arriveert 09.12.2020]
 
 
Murphymurw
 
 
Wat zijn dat voor lui die voor woningcorporatie Stadgenoot bij whatsapp werkzaam zijn? Ze beloven van alles, maar voeren geen reet uit. (Direct schiet me nu die steenhouwer uit het Kuifje-stripalbum ‘De juwelen van Bianca Castafiore’ – een (non)inhoudelijk met niets te vergelijken meesterwerk – te binnen, die pas op de laatste pagina in kapitein Haddocks kasteel Molensloot iets aan die kapotte marmeren traptrede had gedaan.) Emotioneel net bekomen van de vele ergernissen over ‘Stadgenoot’-laksheid inzake burenbreed en burenhoog gevoelde problemen met intercom, deurbelfuncties en trappenhuislicht aansturende electra, hadden we nu te maken met juist continu brandend licht in de openbare ruimte (het andere uiterste). Tot minstens vijf keer toe kaartte ik op des Stadgenoots whatsapp de onnodige energieverspilling aan, die er zeker voor zal zorgen dat we komend jaar voor het eerst geen servicekosten zullen terugkrijgen maar moeten bijbetalen. ‘We gaan er wat aan doen!’ of vergelijkbaar verwoord was steeds de belofte van steeds iemand anders op de app. Wel, terwijl ik dit typ brandt het licht in de openbare ruimte nog altijd. De laatste whatsappconversatie was memorabel. Ik had inwendig briesend voor de tigste keer het euvel té uit en té na uit de doeken gedaan (aan de andere kant: hoeveel woorden zou je aan zoiets eigenlijk vuil moeten maken?), en dat het hoogstwaarschijnlijk een eenvoudig traplichtcontinuïteit bepalend schakelaartje in een kast beneden in het trappenhuis betrof, dat de schoonmakers na gedane arbeid waren vergeten uit te schakelen – vaker gebeurd namelijk – en kreeg op mijn onnodig wijd uiteenlopende appproza deze reactie, hou je vast: ‘Dus als ik het goed begrijp blijft het licht op de trap branden?’ Wordt het Stadgenootwhatsapppersoneel ook op domheid geselecteerd? Dat het IQ niet hoger mag zijn dan…? ‘Ja, u hebt het per ongeluk goed begrepen, godverdegodver! Beter laat dan nooit!’ Dacht ik. Appte ik niet. Vergeefs zocht ik naar een emoticonnetje dat de uit des Egmonds beide oren fluitspuitende locomotiefstoom acceptabel in beeld bracht. ‘Het komt in orde, hoor! Hebt u verder nog vragen?’ Ja, ik had op m’n tandvlees zowaar nog een vraag: of het nu dan ook écht in orde zou komen. ‘Natuurlijk, daar kunt u van op aan.’
 
Ik heb fijne buren (op die hoopgevend al maanden geen levenstekens uitzendende borderliner direct onder mij na). We hebben een steeds levendiger appgroep. We babbelen zelfs op de trap met elkaar, ieder in de eigen deuropening of daarvoor de weg naar boven of beneden onderbroken hebbend. We delen almaar meer persoonlijk getinte dingen, je wordt er eng van (naast uiteraard onze ergernissen over Stadgenoot). Dat is fijn in deze pandemietijd. We hebben elkaar nodig. En ach, die lieve beeldschone alleenstaande moeder F. van 25-1 heeft zo’n last van het continue trappenhuislicht dat haar uit de slaap houdt. Ze heeft het al zo zwaar met haar autistische jongste. Ook daar hoor je Brussel niet over. Het Opperwezen waarin (in Wie) zij haar vertrouwen stelt (blijft jammer) evenmin. Hij zal Zijn redenen wel weer hebben. Komt steevast overal mee weg.
 
Er komt een moment dat je het opgeeft. Dat je murw van Murphy’s wet bent. Het moet kennelijk zo zijn. Je gaat bijna complotdenken. Het lichtschakelaartje van de schoonmakers… Toch heb ik Stadgenoot nog een mail over de onwillige, lethargische – whatever –  kastjenaardemuur-waanzin gestuurd. De oren bleven maar nastomen. Een heel boze mail werd het. En dat ik weigerde nog langer aan die eeuwige klanttevredenheidsenquêtes mee te doen. Dat deze mail afdoende definitief mijn klanttevredenheid illustreerde. Laat het los, Van Egmond… Shit happens. In een P.S. heb ik Stadgenoot niettemin nog subtiel maar niet heus bedankt voor een (niet bewezen, doch goed mogelijke) coronabesmetting, en dat het een fijne ervaring was. Op 10 november heeft – op afspraak, dat dan weer wel – een jongeman bij mij thuis watermonsters genomen om die op loodgehalte te laten onderzoeken. Dat lood bleek weken later niet in het water te zitten (dat valt me nou van je tegen, Murphy), maar een paar dagen later begon ik me wel slapjes te voelen, en het werd er de (vele) dagen daarna niet beter op.      
 
Al twee keer achtereen geen VPRO-gids ontvangen. Ook zoiets. Wat gebeurt hier allemaal?! Murphy jogt in topvorm zijn rondjes, klaar voor 2021. Ze hebben het op mij gemunt! Oké, gisteren kreeg ik die gids dan wel op tijd. Maar nu blijken opeens de blzz 35-66 te ontbreken (zaterdag t/m maandag). Ik hoor u al roepen: ‘Een televisiegids, dat is zóóó 2008!’ Daar gaat het niet om. Ik ben om maar wat te noemen ook de laatste Nederlandse teletekstconsument. Dingen moeten goed gaan, klaar! Ze mogen best mis gaan, oké, maar niet zo kort op elkaar. Dat is gewoon niet te hendelen.
 
Nee, die corona was niet fijn. Ik was nalatig, had me veel later laten testen. Maar de fysieke omstandigheden waren ook niet fijn, andere dingen aan m’n hoofd. Dacht bovendien aanvankelijk aan een griepje, want geen kortademigheid, geen verlies aan smaak en geur, kortom, herkenbaar onwel: elk jaar rond deze tijd had ik zoiets, over hooguit drie dagen zou het weer over zijn. Maar het duurde wat langer. Ik had geen energie, geen eetlust, rillerig op de bank onder een dekentje, een appelpartje kwam er direct weer uit, en de lichte koorts bleef stijgen, op zeker moment 38.5 graden, en uit een begeleidend schrijven bij de prostaatbiopsie die ik drie dagen eerder had ondergaan, 16 november (ja jezus, die prostaat, hij gaat lekker, Murphy, ik ben verslagsystematisch een ramp, maar kijk uit dat je wet aandrijvende motor niet oververhit raakt), had ik begrepen dat ik dan actie moest ondernemen, want die koorts kon wijzen op een ontsteking in de prostaat na die behandeling. Donderdag 19 november in de namiddag ik ziekig op de fiets naar de spoedeisende hulp van olvg oost (de fietslampjes bleken in de jaszak leeggelopen, hoe duister wilt u het hebben, opnieuw dank, Murph). Van alles onderzocht door verschillende artsen, bloeddruk (prima), zuurstofgehalte van het bloed (prima), een röntgenfoto van het bovenlijf, het viel relatief mee, temperatuur opeens een lage 37, misschien door de kou buiten. Over corona werd niet gesproken, ik moest er zelf over beginnen. Ze waren flink in isolatie, dat wel. Ik kreeg voor de zekerheid een antibioticakuur mee voor als er alsnog een ontsteking dreigde.   
Plasdagboek, plasflowmeting, rektaal toesjee, een staaf in m’n achterste die via golven eerste foto’s van de prostaat maakte, MRI-scan in olvg oost die al op afwijkingen wees, maar gelukkig nog ingekapseld, dat alles al achter de rug, en op mijn 61e verjaardag 27 november op olvg west de boodschap van de bekende urologe: prostaatkanker. Murph, dit was je meesterzet hoor. Die feestelijke timing ook. Mijn jongste zoon mee: wat een kanjer. De rake vragen die hij haar stelde na dit pijnlijke verjaardagscadeau. Thijs, je mag blijven. Mild, niet uitgezaaid, te genezen, was de boodschap. Vervolgbehandeling: keus uit twee. Doe mij maar die stralen. Voor incontinentie na een operatie voel ik me net effe te jong. Komt goed. VU-ziekenhuis. En voorlopig immuun qua corona. Lekker vrij qua rantaine. Daar had je even niet op gerekend hè, Murph? Ghè ghè. Jouw eigen collateral damage, zullen we maar zeggen.  
 
Maar potverpillepap, wat een leuke nieuwe huisarts! Dat vond ik gelijk al, de eerste keer dat ik haar bezocht. Had een raar gevoel in de maag dat me deed vrezen dat de helicobacter maagbacterie die ik een paar jaar geleden had terug was. De toenmalige huisarts, die chagrijnige zwaan die het thuis vast niet gezellig had en heeft, had grote fouten gemaakt en me een tweede antibioticakuur en een gastroscopie ‘in de maag gesplitst’, onnodig, want de bacterie was het lichaam al aan het verlaten. De ontlasting had onderzocht moeten worden. Die ellende wilde ik niet nogmaals meemaken. Dat hele mens an sich niet. Hop, een overstap naar huisartsencentrum Pniël. Had ik veel eerder moeten doen. Good old BoLo. Op loopafstand bovendien. Kennisgemaakt, m’n maagverhaal gedaan, zij las geïnteresseerd mee in het digitale dossier. Poeppotje mee. Gelukkig geen bacterie aangetroffen. De maag voelde ook wel weer oké. En-assistente-passant nog even bloed laten prikken bij Pniël, dat kon gelijk in een zijkamertje geregeld worden, om de psa-waarde in mijn bloed te meten. Was alweer een tijd geleden. Tja, die  bleek verdacht hoog. Het begin van de drukke prostaatstory. Maar daar belde ze dus gelijk over op, die leuke nieuwe huisarts. Ze heeft een naam, maar die verklap ik niet, anders gaan jullie er ook achteraan. She’s mine. All mine. Een half uur aan de telefoon zitten bomen. Over veel meer ook dan alleen die psa van 5,3. Kunst, cultuur, Amsterdam. En wat ik deed in die wachtgeldsituatie, en dat ik m’n tijd goed besteedde met lezingen en muziek. N.I.W. in no time hadden we het bij wijze van spreken over de Jonge sla van Rutger Kopland, de vroege films van Fellini, de geaborteerde tweelingbroer van Hans Andreus, de Françoise Hardy van met name 1966, beroemde openingszinnen in de literatuur, relaties, en de muziek van Sigur Ros. Waar belde je in eerste instantie ook alweer over, K.G.? O ja, was het al bijna vergeten, haha. Eergisteren belde ze opnieuw. Ik al tijden fysiek boven Jan en alleman. Eindeloos werd het weer. Heerlijk gekeuvel. Had ze niks anders te doen of zo? Ze kende natuurlijk alle feiten over de prostaat, het bezoek aan de Spoedeisende Hulp, de griep die toch corona bleek te zijn, maar wilde gewoon mijn verhaal ook even horen. Ja, de afdeling bronnen- en contactonderzoek van de GGD belde niet binnen twee dagen terug. Moest ik ook nog achterheen. Er bleek ergens een systeemfout. Ook een mooie, Murph. Genoemde afdeling belde terug. Alles goed achterhaald, teruggebeld naar een paar contacten, nergens schade. Tussen 12 en 21 november besmettelijk geweest. Maar goed, voor we het in de gaten hadden waren K.G. en ik de hele wereld aan het doorzagen. Het trappenhuiskerstlicht bescheen iets te fel, toch vrolijk mijn smalle gang die ik mobiel bomend richting koffieapparaat doorliep. Momentje, K, even inschenken.
We moesten maar eens afronden. Na de eerste bestralingsweken zou ze weer contact opnemen.
 
En daar gaat het om in het leven. Die mooie momenten, waarop je aangenaam kabbelend drijft, en die je alle dingen doen vergeten, die er even niet toe doen. Je leeft. Je ademt. Je geniet. Je leert. Je bent prettig verbaasd. Nieuwsgierig. 
 
De telefoon is helemaal terug. Zou wel weer zo’n bakelieten willen hebben, met kiesschijf. Gewoon ernaast. Als hebbeding. Om het nostalgische. Weg met dat appen (nou… minderen), en die andere zogenaamde social media… Telefoneren is het puurste sociale medium in deze duistere tijden. Geen complottheorieën die ons als brutale reclameblokken onderbreken, geen fake, geen fraude, geen meningen waar je niet op zit te wachten en niks mee kunt, geen zelfbeklag als merkwaardig competitieve reactie op jouw sores, geen hertellingen van telefoontikken, omdat je immers nu sim-only hebt, geen hatemails.
En zo zou je nog wel even door kunnen associëren.
 
Iets zegt mij plots dat het knikkerseizoen aanstaande is. Waar dát opeens vandaan komt? Dat zegt wel iets, zou Herbert Dijkstra zeggen.
 
Leve de vriendschap, leve de liefde. We bellen hè?
Naar buiten, jongmensch!


Arie van Egmond

Share This: