vroeger had je films met witte spoken ineens kwamen ze een hoek om of opa die opgebaard lag in de gang die had er ook een handje van je deed de huiskamerdeur open en daar lag opa
ja vroeger toen de melkboer nog losse melk bracht alles overzichtelijk was en opa zijn plaats kende je had verse melk en je wist van wie je zusje was
op de een of andere manier bereikte het gedicht van jako mij te laat voor de zondagochtendwedstrijd. daarom maar en keer Jako uitgelicht. hollandse teksten vanuit het zwiterse over onverrichte zaken
Goeie morgen pom, Dit lied van Renaud zet veel in beweging. Als ik beter in mijn vel zou zitten, zou ik er een heel verhaal over kunnen schrijven, maar het gaat in de wereld van de onverrichte dingen. Heb het fijn vandaag. De bewolkte lucht hier maakt de wereld klein. Groet, jacques.
onverricht
nu we hier zo zitten, onder lindenlover hij vandaag achttien ik net tachtig horen we hoe op het marktplein de wereld te keer gaat vogels tussen blad hun stem verheffen
zijn stem is man geworden de baard in de keel heeft zijn klus geklaard toch doolt zijn heldere kinderschreeuw nog door mijn hoofd
vrolijk praten we over dagelijkse onzin kijken naar het leven terwijl de linde schaduw spant over jaren van verzuim en onverrichte dingen
prachtige gedichten deze week bij een bijzonder bezongen thema. voor uw webmaster sprongen drie gedichten eruit. bijzonder van eenvoud, van taalkracht en van en in beschreven romantiek. alle dichters bedankt voor het prachtige werk. maar de metalen moeten verdeeld tussen Cartouche, Petra Maria en Ien Verrips. ik zeg goud en 2x zilver – doen we brons voor Rik van Boeckel. onder de gedichten de verantwoording. te mooi om waar te zijn de poëzie deze week. de winnaars van harte.
Petra Maria: maar dat is nu die berg geluk Anne Borsboom: Doe de deur dicht in het donker draag je geen groen Frans Terken: dat dit zoveel meer is dan nu Rik van Boeckel: ligt weemoed in stenen verborgen Ien Verrips: het is zo goed jouw naam te horen Erika deStercke: was je maar dichtbij Anke Labrie: onverwacht een flard muziek of een lied dat ze altijd Peter posthumus: Jij met je rompertje Cartouche: hoe onbevangen, hopeloos jong we waren
Lucia
Ach ja – weet je nog- toen we botsten om het hardst tegen elkaar op de kermis wij samen de roos probeerden te vangen met een zuurstok en twee suikerspinnen na
je me deed oprichten, de pluim voor je ving hoe onbevangen, hopeloos jong we waren een paar uur, dagen een heel leven scheen en tijd , gaten ging slijten in ons beiden
we uitvlogen en de einder zochten tot de maat der dingen begon te wringen onze voet de Italiaanse laars ontgroeide ging knellen en Mephisto het overnam
het pad van voortgang en aanpassing ik nooit vergeten zal hoe jij, Lucinda me het licht liet zien- je stralende blik in de rups van die pre-coronatijd toen
afstand nog compleet ondenkbaar ik nooit vergeten kan – elk jaar opnieuw hoe de zomer – zij het in semi-lockdown ons om een nieuwe kermis roepen blijft
140620 Cartouche
–> Cartouche waagt zich aan een gedicht van het licht. keurig 20 regels in het cartouche gelid gegoten. en ach ja ik herinner me ook de kleine kermis, de gevangen pluim bij het rondgaan. de kaneelstok en de suikerspinnen. hij kan het wel hoor cartouche. bijna zeg je dat na zo een eerste strofe wel een liedje gezongen kan worden. en c de pirate zingt dan ook dat liedje. hoe hopeloos jong, en hoe de tijd gaten deed slijten in de geliefden van weleer. mijn romantische hart slaat op hol – het is die jeugdliefde – elke jeugdliefde die hier wordt geraakt. in ons allemaal gesleten en dat Cartouche er verlichte woorden van liefde aan geeft.
wie wint de enige echte virtuele – en tot waar, tot wie brengt dit nummer U – trofee op pomgedichten dit weekend? de Nederlandse vertaling onder ‘reactie’. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
is er nog iemand die van mij houden wil
iemand die zegt: je was lief voor me, die avond je hielp me in het weten hoe het was om naast je te zijn in zo heel veel
in hoe je deed en altijd doet, die kleine gebaren waarin je me voor laat gaan bij een deur in hoe je naast me zat en keek zo mooi, meer dan mooi meer dan zeldzaam, onbenoembaar
iemand die zegt: dat er een liefde in mijn leven was en is die bijzonderder is dan alle liefdes die ik kende bijzonderder dan liefdes die ik in boeken lees of die ik me ooit voor had kunnen stellen
steeds dieper voel ik dat door alles wat we mee maakten door alles heen om bij elkaar uit te kunnen komen om elke keer weer te kunnen kijken zoals die eerste keer
iemand die zegt: dat de stilte in mij waarop ik altijd terug kan vallen daar waar verder niemand is waar ik ooit alleen met me zelf sprak
iemand die dan zegt: dáár ben jij en ga je niet én dieper kan niet dieper bestaat niet, lief
pomwolff
het mag zo zijn
ik wandel soms uit leegte dezelfde paden door het bos
dan sta ik stil waar jij ook stilstond tussen berkenstammen wachtend op het licht
dan hoor ik de schrille zang van het roodborstje verdwaal ik zonder jou
maar dat is nu die berg geluk die mij als een plotse hagelbui overvalt
ik ben niet zonder jou
petra maria
–> een gedicht dat compleet is – binnen de twintig regels regel die deze week hieronder en ook door webmaster niet zo nauw is genomen – in verband met noodzaak de uitzondering. volgende week strenger. petra is niet zonder de geliefde – de automatische wandeling die overgaat in een bewustzijn van schitterend geluk. wie over een verleden wil schrijven hij of zij schrijve zoals petra maria hier schrijft. dat het soms zo mag zijn. we gunnen het iedereen, ons zelf en petra maria.
Dat jij wist van mijn verknipte clitoris Van dat er onder mijn oksels niets meer groeide Er nergens nog een haar beter als de discussie ontplofte
Je altijd, bijna altijd zei: Doe de deur dicht in het donker draag je geen groen Dat je weet dat ik er niet ben als alle lampen uit zijn Dat je dat naar vindt en ik ze toch niet open Energie is duur als deuren dicht zijn.
Anne Borsboom
–> een persoonlijke optekening der dingen en gevoelens die blijkbaar lang meegaan en oplichten in het holst van donkere nachten. dan wil het nog wel eens spoken. zo lees ik de woorden van anne.
‘Dat je weet dat ik er niet ben als alle lampen uit zijn…’
soms voel je de pijn door de woorden heen – geen reden om ze niet te schrijven. wel moedig om ze wel te schrijven. anne schrijft hier door de grenzen heen, dat het niet uitmaakt waar het donker is, in douce france of in het laagland met de regen. soms willen de dingen niet meer verzwegen. kunnen ze niet meer.
Dichter bij de wind
Niet dat de zwaarste wind ooit wegblaast wat we samen aan liefde door de tijd sleepten
steeds die hand op de schouder houvast bij rumoer in de buitenwereld de kracht die we diep binnenin
zoals je met een gebaar een blik zegt wat we van ons weten dat dit zoveel meer is dan nu
herinneringen ingepakt en bewaard als snoep in een trommel om bij honger naar te grijpen
hoe ze niet kunnen verwaaien jij met mij in quarantaine tegen het grote vergeten
–> de herinneringen op een veilige plaats, een blik voor twee van herkenning. zoals ook in de psychologie wordt aangeraden om de zware dingen voor even op te bergen in een doosje. dat altijd weer geopend kan en mag – dat ook weer gesloten kan worden om vrijer te kunnen ademen. het grote vergeten op die veilige plaats neergelegd waar twee van weten. een blik is genoeg.
Tijdloze weemoed
Tijdloze weemoed straalt liefde en verdriet uit als ouderdom nadert jeugd verlatenheid zoekt
bij graven van ouders ligt weemoed in stenen verborgen het eigen hart roept stil: we zullen doorgaan
wat voorbij is verliest tijd de winnaar van leven en liefde waait mee op de wind stijgt op in de toekomst.
Rik van Boeckel 13 juni 2020
–> ja een echte van rik van boeckel weer, met veel empathie geschreven. de verbinding tussen verleden en toekomst geschetst als het leven- de verbinding tussen de ouders en de kinderen in weemoed – in stenen en liefde geschreven. hoe je je in de tijd kan verliezen. hoe we ons allemaal in de tijd verliezen. prachtig. ik val even tijdloos stil.
zo zoet is het jouw naam te noemen te vormen met mijn mond de klank de tinteling die dat teweegbrengt bij wie onze vrienden waren vrienden nog er wordt op jou geklonken het is zo goed jouw naam te horen eensgezind jouw naam te noemen
Ien Verrips
–> geen woord teveel – hoe een naam weer te belichamen – nou zo dan. het ene gedicht vandaag nog indringender – ik zeg indringenderder – dan het andere. hoe een verleden weer te benoemen – met je mond zacht en teder de klanken zo dat ze tintelen.
geur van meeldraden
wat ben je ver weg nu de dagen lengen tussen de plooien van verwachtingen
het paard in mij galoppeert over de heuvels en zoekt wat ik omarmen wil nu de nacht een lome stem heeft en de muggen voldaan op de muren rusten
naast de planten speelt het bewierookte licht een schimmenspel van gewichtloosheid
in de schemering van dichtgeklapte lelies dwaalt het stuifmeel als een sluiper naar mijn lippen ik lik voor ze barsten
de droge lucht dempt het hoefgetrappel was je maar dichtbij
Erika De Stercke –> erika heeft de dichteres in haar op ons losgelaten. niet doen. en pas in de laatste regel komen we uit bij het ultieme gevoel – zoals de taal moet zijn – zonder poespas. ‘was je maar dichtbij’ – en erika na deze regel het gedicht graag. asjeblieft geen plooien van verwachtingen, paarden die galopperen of dichtklappende lelies. neen alleen de eenvoud van het gezongen lied, de eenvoud van die prachtige laatste regel: ‘was je maar dichtbij’ – het verlangen naar hoe het was, de mogelijkheid om met taal of met een lied wat voorbij is nog een keer heel dichtbij te laten komen.
haar hersens doen al jaren overwerk om steeds weer te beseffen dat als
hij zou niet meer kunnen praten niet meer kunnen lopen hij zou nooit meer
soms neemt haar hart het over onverwacht een flard muziek of een lied dat ze altijd
toen ze gisteren verdwaalde dat bankje daar ineens in het door hen ontdekte laantje
een hart kan ook verdwalen maar komt altijd weer thuis
anke labrie (14-06-2020)
–> ook door anke de wandeling beschreven om het moment van herinneren vorm te geven. met hart en ziel geschreven. zeker als de woorden stokken zoals in de eerste strofen van het gedicht.
Jij met je rompertje je heldere ogen die van een wijsgeer die de wereld ziet
ik liet je zoeken ik liet je gaan lang voordat je wist dat je bestond
wat had ik je te bieden wat had ik je je zeggen zonder zelf nog ergens in te geloven
mocht er ooit iets mis gaan geloof me het was niet je moeder maar wij zijn elkaar voor altijd kwijt
je komt nog weleens langs dat is dan op Facebook wij zijn weg wij zijn zoek
Peter Posthumus
–> ja met dat rompertje. dat rompertje werkt op mijn lachspieren. een soort hans teeuwen opening van een gedicht. niet dat ik teeuwen fan ben – hopeloos verouderd met zijn 50 jaren en zo vroeg al – die teeuwen. nee niet best. de kritiek zal niet mals zijn. wie teeuwen nu nog goed vindt is lelijk in het verleden blijven hangen. maar los van teeuwen het rompertje is leuk. en het verhaal is op zich droevig. we lezen over een afscheid. zelf zou ik voor drie strofen kiezen – de eerste, de tweede en de laatste. dan heb je een goed gedicht zonder particuliere dingen. die voor de lezer niet echt hoeven.
Laat de natuur winnen
Laat de natuur winnen
laat de bossen met rust
laat de Amazone bloeien
laat de bomen groeien
o wind o adem der natuur
zo puur zo puur
hoor haar zachtjes gaan
langs takken bladeren
groene aderen van de lucht
ze geven vogels onderdak
groeten de regen met gemak
moeder aarde houdt daarvan
tot zij even niet verder kan
nu de lucht vervuilt
klimaat kou voor warmte ruilt
bomen gekapt de Amazone erbij gelapt
het regenwoud ligt op de schop
hé stop stop stop hou daar mee op
laat de natuur winnen
laat de bossen met rust
laat de Amazone bloeien
laat de bomen groeien.
Rik van Boeckel
Hoi Pom, Bedankt nog voor het goud op zondag. Los hiervan had ik een nachtelijke oprisping…
Ik was rustig in de tuin aan ’t werken niets aan de hand niets op aan te merken maar tussen de heesters aan de zijkant zag ik opeens een dodelijk virus het had iets heel gemeens gillend ben ik in poep en zucht naar Amsterdam gevlucht
Infecteren ? Infecteren ? opa moet gewoon manieren leren eindelijk ging ie dan wat doen die oude fluim eindelijk aan ’t werk en nog wel in de tuin ik lachte me dood hij snoeide heesters loot na loot Infecteren ? Infecteren ? gelul natuurlijk, die ouwe moest zo nodig weer eens demonstreren
Ik ben zelf maar eens gaan zien en ja hoor, tussen de heesters trof ik een virus: covid 16 het virus was verbaasd dat hij tussen de heesters opa tegenkwam opa, die hij ’s middags infecteren moest op de Dam
Lieve Pom Even wat luchtigs. Ja, en we kunnen hier nog steeds lachen. Als je hier niet om kunt lachen dan ken je mij niet. Toedeledokie Karin
Antidepressivum
Jij moet niet zoveel roken zei ze en jij moet niet zoveel pindakaas vreten schreeuwde ik morgen komt de schoonmaakbus en rijdt je doodeenvoudig dood daar lig je dan met je zwabber op je kop en je handen op een zeem maar je bent dan tenminste al wel afgelegd.
Jij moet niet zoveel zeuren schreeuwde ik en jij moet eens leren pinnen. Je kunt godverdomme wel puzzelen en voor de rest heb je een heel slavenleger voor je maaien, spitten, spitten, maaien
Jij moet eens leren mij dit niet aan te doen zei ze Ik blaas als een kat. Foeilelijk ben je eigenlijk zeg ik Ik ga jou de rest van die Depakine maar geven.
tsja hoe het eremetaal te verdelen bij deze stortvloed aan poëzie. of doen we een femke halsemaatje en doen we niks. je ken er wel burgemeester mee worden meneer wolluf krijst bettie aan mijn bed hier op de 8ste verdieping van de IC in de VU. nee bettie we doen niet niks. verdelen de eremetalen zoals dat bij deze wedstrijd hoort – en de kanshebbers zijn: · Antony Oomen: ‘Iets joeg mij voort in ‘t koortsachtig jachtige pad’ · Elbert Gonggrijp: ‘Had het een stem, had jij een reden, bestond je’ · Cartouche: ja, ook de dingen worden ouder en wij nietwaar schat? · Max Lerou: waar zilver schittert door versleten tijd · Erika De Stercke: hoe de tijd een stem verandert · Peter Posthumus: net als m’n schoenen schoenen voor altijd
nou dan doet u toch 6x goud krijst bettie nogmaals luid in het rond. maar meneer posthumus moet wel zijn schoenen uitdoen hoor. u begrijpt het lieve lezer – ik kom er vandaag niet uit. de dichters wil ik bedanken voor de ingestuurde gedichten en de winnaars van harte feliciteren met de internationale waardering.
maar wat een geluk – we hebben berlijn op bezoek en ik heb de gedichten aan dochter berlijn voorgelegd en haar gevraagd naar een waardering. antony oomen zei ze – teveel corona geen zin in en dat gezoem ook geen zin in. elbert gonggrijp zei ze – wel mooi hoor elbert gonggrijp maar het is alsof ik al die regels al een keer eerder gelezen heb. frans terken ook mooi maar de woorden pontificaal en de perken moeten buiten het gedicht gehouden worden. cartouche eerste strofe moet weg – gewoon niet mooi. van boeckel nee vandaag niet. petra maria een verademing – heel mooi – zilver!!! lerou prachtig – op twee passages na – vingeren en smoelwerk moeten eruit. brons voor max!!!
en verder kind wie mag winnen vandaag? erika de stercke krijgt ook zilver!!! mooi gedaan. niet de woorden maar de opgeroepen sfeer bevalt me zeer. en goud is er wat mij betreft voor peter posthumus. geen enkele regel stoort en je kunt er zelf van alles in zien en denken en voelen. GOUD!!!
ergens in een kast heb ik nog wat verschrompeld ijzer gered uit dat gedoofde vuur
en kleren die ik niet meer op zal slijten net als m’n schoenen schoenen voor altijd
ik kan nog wel op zoek maar vind vooral voorbije tijden en herinnering
bij het ontduiken van de moeite wacht ik wat af je kan niet weten en wat je weet je weet het nooit
Peter Posthumus
–> mooi mooi mooi – de ene na de andere dichter raakt heel lichtvoetig zware zaken aan. nog een keer op zoek – en je weet nooit waar de liefde nog te vinden is – maarten van roozendaal zong het zo mooi – nog een keer die bedwelming van de liefde ondergaan. mooier is er niet. dat verlangen leeft als nooit tevoren in een iedereen – peter beschrijft dat gevoel in de laatste drie regels:
je kan niet weten en wat je weet je weet het nooit
Elbert Gonggrijp: ‘Had het een stem, had jij een reden, bestond je’
Frans Terken over ‘de bloem van toen’
Cartouche: ja, ook de dingen worden ouder en wij nietwaar schat?
Rik van Boeckel: neem Corona niet mee naar opa oma nee nee
Petra Maria: daar ben je dan
Max Lerou: waar zilver schittert door versleten tijd
Anne Borsboom: nu de kist komt als bouwpakket.
Erika De Stercke: hoe de tijd een stem verandert
Ien Verrips: kraak werd huur werd hypotheek
Peter Posthumus: net als m’n schoenen schoenen voor altijd
Anke Labrie: herinneringen in het weefsel van de tijd
wie wint de enige echte virtuele – ja ook de dingen worden ouder – trofee op pomgedichten?
een eenvoudig thema deze week op pomgedichten punt nl – gelukkig reist alles mee in de tijd – wordt niets of niemand jonger terwijl wij ons leven aan de jaren geven. – een gedichtje vergankelijkheid meneer wolluf? ach nee kind neem het niet zo zwaar – maar dat we ouder worden dat is waar. over die dingen dus – met de jaren – lezen we de dichters graag deze week. wie kent de regels – u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
over
over de tijd is veel geschreven over wat overgaat en waarin over wat meegenomen wordt en dat zij nooit te laat is
en wat nog over de liefde? zij komt zoals ze komt
soms moet je ergens vanaf blijven om het mooi te laten zijn of alleen maar zeggen jij zit waar ik zit pom wolff
Het Park
Met haast en spoed vertrok ik naar het park
Onzalig uur waarop ik niets te zoeken had Iets joeg mij voort in ‘t koortsachtig jachtige pad dat ik lang geleden schoorvoetend prat betrad
Toegegeven, ik had behoefte aan natuur
Natuur, maar wel op loopafstand Stadsnatuur met mogelijk een weiland bloeiende bomen en struiken – aanplant
Geen wildernis, maar door de mens bedacht
landschappelijk ontwerp, aangelegd kunstwerk van plant en dier geknecht door paal en perk Hollandse olm, haagbeuk, gladde iep en berk
Zo fraai staan ze daar ruwweg in gelid
op de hun toegemeten plek langs ‘t water, met het oeverloze gekwek van eenden – en mijn eeuwig zelfgesprek
In de bosschages echter waarden schimmen rond
Daar werd geen anderhalve meter meer betracht maar hé wat had je dan verwacht: in het struweel immers zijn natuurwetten van kracht
Maar wat zegt u nou toch weer Frau Doktor? Waarom ze hét niet doen met Zoom? Zoem welzeker maar dan het soort gezoem dat je aantreft bij bij en bloem
Ik wil worden gestreeld zoemen de mannen
Ik wil bandeloos worden vermaakt Zoenen, strelen, naakt worden aangeraakt Opdat mijn liefde weer naar wilde bijslaap smaakt
Antony Oomen 04.VI/2020 Amsterdam
–> goede morgen nederland, goede morgen amsterdam, antony oomen zet even een tijdsbeeld neer – in een gedrevenheid zonder weerga – schrijf je weerga zo? we lezen – dat IETS hem voortjoeg op het pad dat hij heel lang geleden al betrad. goed zo! zou de ouwe aachenende zeggen. het thema tijd aangeraakt en verder in dit gedicht de dingen en vooral de mensen zoals de natuur het heeft bepaald. een heerlijk door de tijd niet geremd gedicht. mag ik het zo formuleren. de schimmen in het licht. mooiste regels toch wat mij betreft:
de dichter op pad: ‘langs ‘t water, met het oeverloze gekwek van eenden – en mijn eeuwig zelfgesprek…’ – de eeuwigheid in een mens als gegeven.
Nat gras
Thuis ruikt naar oude mensen, naar lauwe thee, naar een voormalig voorheen. Buiten geurt het naar vers gemaaid gras, naar pas gevallen regen, naar hoop, naar bloesem, naar jou, naar liefde.
Ik wist niet hoe eenvoudig dit alles was, maar jij oogt zelfs mooi met jouw tranen – verdriet naast vreugde. Had het een stem, had jij een reden, bestond je – een methode tegen het vergeten –
een uitroepteken tegen het versterven van de dag. In hoeverre was het duidelijk dat jij nu volstrekt gelukkig was ongeacht zonneschijn of regen, het natte gras, dat ik naar je luisterde? –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, vrijdag 5 juni 2020
–> ook met elbert gaan we de natuur in. de regels zijn wel nog een beetje hapsnap bij elkaar gezet – dat gevoel krijg ik. maar op de een of andere manier verbindt de liefde deze regels tot een in regendruppels gedrenkt glanzend geheel. de eerste regel doet me denken aan de regel – het ruikt hier wel maar niet naar rozen – van henny vrienten. elberts eerste regel verdient een klassieke status.
Thuis ruikt naar oude mensen, naar lauwe thee,
ja zo doen dichters dat. dat we weten wat we moeten weten en dat iets van onomkeerbaarheid niet meer tot de mogelijkheden behoort. zelf heb ik dat met de HEMA – de hema moet wel liefde zijn – zo dat is dan duidelijk. toch verdient elberts gedicht nog net meer tijd om boven zich zelf uit te stijgen. het is al mooi maar er zit nog mooier in. dat voel ik. met deze onvergankelijke regels:
Thuis ruikt naar oude mensen, naar lauwe thee, naar een voormalig voorheen. Buiten geurt het naar vers gemaaid gras, naar pas gevallen regen,
Ik wist niet hoe eenvoudig dit alles was, Had het een stem, had jij een reden,
wat mij betreft is wat we hier lezen al mooi genoeg. 5 regels van bedwelmende schoonheid.
Dichter bij de dingen
Noem het bij naam al raken we soms woorden kwijt we weten nog hoe en waar het begon
dat je van het station gehaald bij mij achterop een oude fiets die vlot ingeruild voor een vierwieler zo liepen we op de dingen vooruit
pontificaal het bruidsboeket daarboven een verwachtingsvolle blik om te zien wat er van ons werd de bloem van toen nimmer verwelkt
nog gaan we de perken te buiten maar dat slijten onderhuids kruipt en knaagt aan de gewrichten daar valt niet tegenop te dansen
dingen we naar tijd die wonden heelt dag na dag een nieuwe kans
–> frans lijkt bezig met een serie – dichter bij……. in dit geval dichter bij het leven zoals het zich in een zekere wetmatigheid uitrolt. mooie beelden, dat stationnetje, de fiets tot aan dat slijten onderhuids – prachtig gezegd – het einde positief geformuleerd zoals het gaat tussen de geliefden als het goed is. over goed zijn en goed blijven – met elkaar in dit gedicht door de tijd heen en elke dag een nieuw begin. (het slopende corona einde even voor wat het is gelaten en gelukkig niet benoemd).
Van die dingen, ja
Toen orde, net- en reinheid zich nog in vlijtschort hulden en later vermaledijde nuttige handwerken samen de zorg droegen voor warmte binnenshuis
gingen wij- weet je nog – ons te buiten aan de roes van vrij-blijvende liefde stapten uit de strakheid van ons pak het keurslijf van de rok en zochten we ommekeer, ontplooing en ontzorging van onszelf vooral tot nieuwe steken in los geweven garen – onbehagen
als een worm begon te knagen aan open staande deuren, het vaag ging dagen dat minderen meer is dan een vorm, een soort vlinderen in tegenlicht waarin alles zichtbaar maar ongrijpbaar is – zoals de val van blad
ja, ook de dingen worden ouder en wij – nietwaar schat?- nooit goed wijs
05062020 Cartouche
–> het gedicht naar een waarlijk hoogtepunt toe geschreven – met elementen die we ook in andere gedichten tegenkomen- we lezen over – de los geweven garen – we lezen hoe het in een leven kan vergaan – hij is vandaag wel in vorm onze Cartouche – het mag en het moet gezegd op deze zondagochtend – mijn god waarom heeft u de dichters verlaten maar Cartouche weer eens niet??? waarom krijgt meneer altijd een voorkeurbehandeling van uwes???
wie zo kan schrijven verdient eremetaal:
als een worm begon te knagen aan open staande deuren, het vaag ging dagen dat minderen meer is dan een vorm, een soort vlinderen in tegenlicht waarin alles zichtbaar maar ongrijpbaar is – zoals de val van blad
ja, ook de dingen worden ouder en wij – nietwaar schat?
Achilleshiel
Laat de natuur bloeien laat de ouderen met rust het evenwicht verstoord neem Corona niet mee naar opa oma nee nee
zij sterven alleen of samen doch ook jongeren kunnen gaan oud en kwetsbaar zo fragiel ouderdom als achilleshiel.
Rik van Boeckel
–> rik houdt het deze week bij een eenvoudige vaststelling – gezet op het ritme van de taal. no no nononono no no ik zie het hem met een serieuze maar vrolijke blik uitdragen.
daar ligt de waarheid zo lang gezocht dat ik dacht dat je niet bestond
waar was je eigenlijk in de schoolbanken onder de dekens van gemak
de jaren zijn nog niet vergrijst de zon is nog niet het laatst ondergegaan
daar ben je dan en het is doordrenkt van ongekende schoonheid
petra maria
–> hoe zong die limburgse zanger dat ook al weer – de jaren te zien als weggegooid geluk – petra pakt de tijd op waar het nog/weer kan – en geniet – zo is het leven ook te benaderen. de dichter kan niet om het verleden heen, voor de mens geldt het heden en de toekomst in ongekende mooie kleuren. mooi gedaan. zonnetje erbij en leven maar!
de weerbarstige man
of het weer nu in zijn kop of in het glas hij zoekt slechts rust in een bescheiden spiegel
waar zilver schittert door versleten tijd die hem niet langer zijn smoelwerk benijdt
het kanteldoel een holle spiegel vormt hem om reusachtig in zijn nietig heelal
van lege beelden vol bevingert hij het glas waar hij braille leest in het sediment van zijn jeugd
ml
–> het wordt juryvoorzitter vandaag niet echt makkelijk gemaakt. het ene na het andere prachtige gedicht viel op het postmatje. zo ook deze enige echte onvervalste max lerou. en gelaagd gedicht. prachtige beelden met zilverschittering erin door de versleten tijd. even dacht ik dat de hij-persoon in dit gedicht in zijn eigen wijnglas de waarheid en het leven vervormd voor zich zag. het gedicht neemt al snel universele vormen aan waarbinnen de vergankelijkheid een gegeven is en de opgebouwde lagen weliswaar nog tastbaar aanwezig zijn maar toch langzaam maar zeker uit het zicht geraken.
Ik wil wel ouder worden nu de kist komt als bouwpakket. Mijn graf, nog net beschikbaar, mij welkom wil.
Met alle lieve doden daar. Ik wil wel ouder worden nu ik het gedoe uit hun hand nam. Rust in de tent, over tot de orde van deze dag.
Anne Borsboom
–> anne doet altijd een beetje mee op FB met de zondagochtendwedstrijd – en dan val ik toch weer voor de gezegdes: een kist als bouwpakket – alle lieve doden die kunnen worden bezocht na het heengaan in het vrolijk beschreven kistje. ja zo zou je nog graag je graf in willen. dichters kunnen het mooi zeggen. de werkelijkheid ziet er anders uit. anne geeft troost. ach waarom ook niet. maar ik houd haar wel aan haar belofte. dat ze me dan – tegen die tijd – komt opzoeken.
Dag Pom groeten vanuit een drukker geworden Gent Erika
Vroeger en nu
Tegen de muur van mijn jeugd leun ik het metselwerk zit los
een molshoop in de tuin ik groef als olijke tiener in de gangen mee
hoe de tijd een stem verandert naar haltes waar rimpels zonder kaartjes komen
de stenen zijn koortsig
afscheid nemen van wat niet in dozen kan
ik, kind van de stad met aangepaste manieren vind vergeten beelden
in de kamers van stilstand.
Erika De Stercke
–> zonder meer ontroerend. deze waarnemingen in de tijd. je denkt bij erika altijd – welke man legt nu weer het loodje en hoe vreselijk komt ie nu weer aan zijn eind. hier hebben we de echte erika te pakken in contemplatie en mooie beelden – hier wordt afscheid genomen van wat in dozen kan – prachtig!!! en hoe de tijd een stem verandert – evenzo prachtig!! de ware dichteres aan het woord. in erika’s poëzie hoeven geen mannen te sterven – de dichteres wordt hier mooier gehoord. (maar ik zal in het volgende gedicht wel gekilld – vermoed ik zo. want aan de mannen van Erika kom je niet – zoveel is zeker)
toen het u-woord viel plukte ik de bloemen uit mijn haar en liet mijn onsterfelijkheid achter op de dansvloer
kraak werd huur werd hypotheek vrijheid maakte plaats voor vrije tijd van love & peace naar liefde exclusief zolang het duurt bestendig
weifelende herinneringen komen en gaan het brokkelig geheel vervaagt geslonken verwachtingen gevat in gegarandeerd vooruitzicht
Ien Verrips
–> eigenlijk heel zakelijk het leven belicht in 12 regels. en zo waar ook. deze dichter zal niet in of uit emo uiteen vallen. onze Ien is als dichter zoals dichters moeten zijn – een journalist van eigen ervaringen maar dan wel een poëtisch journalist. met brokkelige gehelen en onsterfelijkheden die op de dansvloer achtergelaten zijn – (mooi hoor!!) ja zo hoor je journalisten niet spreken. wanneer gaan we dansen IEN? iets van die onsterfelijkheid wil ik nog een keer zien. Ien zien dansen en dan sterven – was zo het gezegde niet?
zoals de schering en de inslag nu te zien is onder het patroon van de ranken die vervaagden in de loop der jaren en de kleuren ook verschoten van de eens zo zachte bloemen waarop wij de liefde
zo slijten ook herinneringen in het weefsel van de tijd
anke labrie –> de tijd bijna 17e eeuws beschreven in termen van patronen en ranken. huygens en hooft schreven zo ook – dat leerde de heer paasman mij tenminste bij neerlandistiek – nou ja leren je kon het zelf allemaal uitzoeken in die ouwe teksten van hem. fijn dat anke het kort gehouden heeft – de mooie dingen heeft geëtaleerd – bijna in elke regel wel een mooi 17eeuws beeld. voortaan scharen we anke in het volgende rijtje: huygens, hooft, vondel en labrie.