Elbert Gonggrijp goud!: “O, betrekkelijkheid van deze aarde…” – Elbert wint de enige echte virtuele – ach zie daar dit dode kipje / vogeltje trofee – (kwetsbaarheid naar een kunstwerk van Gerdi Wind) op pomgedichten punt nl –


En wat daarna –
 
O, betrekkelijkheid van deze aarde. Als zij op zou raken
zou je dan nog een poging doen om te schreien? Zij schikt
haar tere blaadjes, leeft het gezapige vee, sterft met
ingehouden adem, prijkt de dood al uit haar
voegen – bomen, bloesem tevergeefs.

Het denkende dier daarentegen. O, als ik vleugels had
hoezeer vloog ik met je mee? Ik kijk van je weg word
verdrietig van jouw lijden – zoals je daar ligt, botten,
spieren en organen – zoals ik je het liefst vergeet –
zoals jij daar ligt – bijna niet, bijna afwezig –  
 
Elbert Gonggrijp,
Egmond aan den Hoef,
zaterdag 20 juni 2020

–>
ja als het over de top moet dan moet het inderdaad zo – met van die heerlijke O-uitdrukkingen. en Elbert begint er ook meteen mee – en dan pakt ie meteen de hele aarde uit of in. niet een beetje, niet een land, een mens – welnee de gehele aarde draait meteen zijn gedicht in. om in de tweede strofe al het gevogeltje  aan te roepen – ‘O als ik vleugels had…’ – het kleine vogeltje van Gerdi Wind geëerd met een groots aangezet gedicht – eerst het vele dan het ene – tot die tedere laatste regel die de woorden laat opgaan in het arme kleine nietige wicht. prachtig goud – van harte!

 
  • Frans Terken: “zo te dienen en het leven te geven voor een hoger doel”
  • Conny Lahnstein: “omdat ze niets, maar dan ook niets voelt.”
  • Ien Verrips: met twee verweesde babieduifjes
  • Petra Maria: langs zachte weiden
  • Elbert Gonggrijp: ‘O, betrekkelijkheid van deze aarde.”
  • Rik van Boeckel: het glas waarachter hij…
  • Erika de Stercke: in de droogte die barsten verzamelt
  • Peter Posthumus: als het dan toch moet te sterven in de zomer op een schitterende dag…
  • Anke Labrie met de door haar gemeden stenen

wie wint de enige echte virtuele – ach zie daar dit dode kipje / vogeltje trofee? (kwetsbaarheid naar een kunstwerk van Gerdi Wind) op pomgedichten punt nl ? dichters graag deze week aan het woord over het thema KWETSBAARHEID – u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

deze week de kleine dood als thema – of zoals kunstenares Gerdi Wind het heeft verwoord in termen van kwetsbaarheid/evenwicht en respect: “In het onaf zijn heeft het kuiken een tere schoonheid. Het dode lichaampje blijft kwetsbaar. Een wankel evenwicht tussen leven en dood. Ook de natuur is ondanks zijn grootheid en kracht kwetsbaar, ook dat evenwicht wordt helaas verstoord. Ik hoop dat mensen ooit meer respect krijgen voor dier en aarde.”

U kunt Gerdi Winds werk trouwens ook uw stem geven! in de Jan Mankeswedstrijd – zojuist zelf ook gedaan!
want zou de dood te bedwingen zijn
met slechts enkele mooie regels
dan had ik die voor je geschreven.


uit: Bladluis – Erwin Vogelezang

Dichter bij de graat

Dat het leven als een vis is
zo lang te water en dan
in een net gevangen

eenmaal op het droge
de ogen gebroken en
in bakken klaargestoomd

vakkundig bereid en
gevoerd aan de dichter
die weet hoe ervan te smullen

poëzie die zich roert tot op de graat
niet als een dood vogeltje
maar met glans in oog en huid

zo te dienen en het leven te geven
voor een hoger doel


© FT 19.06.2020

–>
ha een echte  ‘dichter-bij..’ van Frans, naar aanleiding van de tong genuttigd van de week  in het klein kalfje aan de Amstel. Frans verruimt het leven in het dierenrijk – van vogeltjes tot aan alles wat voorbij vliegt of zwemt en het leven laat. en dat ze het leven hebben gegeven voor een hoger doel – de poëzie. mooi gevonden. zo ook het ‘kipje’ van kunstenares Gerdi Wind dat nu vereeuwigd in de schilderkunst en in de dichterskunst zal voortleven.
 
U kunt Gerdi Winds werk trouwens ook uw stem geven! in de Jan Mankeswedstrijd – zojuist zelf ook gedaan!
Frans Terken: “…vakkundig bereid en
gevoerd aan de dichter…”
Breekbaar

Dat haar kop weer losstaat van haar 
romp door het getetter van ingefluisterde 
gedachten die niet van haar zijn, trillende 
handen niets brengen zonder morsen 

op dagen waarop ze de luiken het liefst 
sluit en er in koeienletters ‘Buiten gebruik’ 
opkalkt, doorgedraaid vanwege de 
zoveelste opgedrongen onheilstijding

waar ze het vooral niet met je over wil 
hebben, omdat het alles erger maakt, het 
spoor bijster raakt, tranen niet op hun 
beloop kunnen omdat ze niets, 

maar dan ook niets voelt.

Conny Lahnstein
19 juni 2020

–>
het thema kwetsbaarheid door Conny in 13 regels – onheilsgetal – neergelegd en zacht beschreven – met die harde slotconclusie – dat ze niets voelt niets – een bijna onmogelijke staat van leven voor een mens. en dat we niet dichterbij kunnen komen om een helpende hand te bieden. zelfs de woorden in een gedicht brengen haar geen troost – komen niet dichterbij. een hoofd onder de zware donkere dekens gedicht – de mens in alle kwetsbaarheid beschreven.


gefladder in de tuin
een nest
een vogelnest bij mij
in de boom van mijn tuin
 
de vogel in het nest
is geen vogel maar een duif
een duivennest en dat in mijn tuin
(natuurlijk speel ik woord en denk ik duivelsnest)
 
ik sla het nest eruit
de vogel vliegt
het nest valt op de grond
twee verweesde babieduifjes
snakkend naar het eind

Ien Verrips

–>
de tuin staat hier vroeg in de ochtend ook al aan en je hoort de vogeltjes in alle hoogten. de laatste lente geluiden voordat de zomer daadwerkelijk in treedt – in daalt op weg naar nieuwe geluiden schreef de dichter Gorter – andere dichters schrijven – ‘en altijd weer die vogeltjes’ – Ien is kordaat en de duiven zat! zoveel is zeker – weg ermee – en ook alle nageboortes er achter aan – och gossie toch zie ze liggen de bebieduifjes. als we Ien niet hadden hier zou de harde realiteit ver te zoeken zijn. en als de harde realiteit niet zomaar voor de hand ligt weet Ien haar wel te beschrijven. duiven genoeg op de dam lijkt ze ons mede te delen. dat gebroed hoeft niet ook nog eens in een dichterstuintje. hahaha. vogeltjes aller landen past toch  op – Ien de buurt!
nabijheid

in mijn nabijheid
is het veilig
arm mij gerust
je broosheid

loop op met mij
langs zachte weiden
knielend in het groen
torretjes verbazend

adem mijn schouders
trek je op aan mijn
beweging
zo blijven we

tot de wind gaat liggen

petra maria

–>
broosheid een mooi vergeetwoord. bij weinig regels doen de regels er meer toe. ‘arm mij gerust’ is mij net te. ik zeg niet dichterlijk. een beetje wil melker achtig – wie wil melker kent weet dat ik hier geen compliment maak. melker was bedreven in wil melker zinnetjes – ‘arm mij gerust’ is er zo een. ‘adem mijn schouders’ ook. wil melker schreef alleen maar wil melkerregels.  petra maria schrijft ze normaal gesproken niet – weet verlangen meestal op bijzondere wijze in poëzie vorm te geven. hier gaat ze kolkend in die zwaar besmettelijke wil melker regels ten onder. wie wil melker heeft gelezen heeft geen corona nodig om in een hoestbui terecht te komen.
Vleugellam

Ochtendfrisheid lonkt naar hem
liefde wacht om de hoek van vandaag
niet van gisteren niet van morgen
zorgen spreken zich stilaan uit

de ruit beslaat nooit weer
zeer doet dat keer op keer
gekooid het verlangen naar huid
honger streelt de toekomst meer

ze ziet er uit als een langzaam
stervende vleugellamme vogel
kust het glas waarachter hij schuilt
in de waanzin van de tijd

zijn ogen huilen onzichtbare tranen
met zijn vuist breekt hij elk raam
blijft niet staan zij lonkt vergeefs
als hij valt in de waan van de dag.

Rik van Boeckel
20 juni 2020

–>
de waanzin van deze tijd duidelijk in de derde strofe beschreven – hoe dode vogeltjes in verzorgingstehuizen moeten huizen. dat haal ik uit dit gedicht. het kunstwerk van Gerdi Wind als tijdsbeeld getransformeerd naar pijnlijke situaties – dodelijke afloop of bijna dodelijke afloop in ieder geval de pijn als gegeven: ‘om de hoek van vandaag’ – mooi gezegd.



Prille uren 


Hoe een twijg in de wind worstelt
en de regen tracht te negeren op 
uitzichtloze dagen 

hoe een sprietje hoopt om gras 
te worden in de droogte die barsten 
verzamelt 

een vogeljong tjilpt de breekbare 
poten tot leven, ik zoek jou in 
de massa van bekende gezichten

vind een glimlach, afstand krimpt
in een betoverende glans naarmate 
de avond verduistert.

Erika De Stercke 


–>
‘de droogte die barsten verzamelt’ prachtig geschreven – en zo lezen we nog een paar mooie passages hier in dit korte gedicht van de andere Erika. over prille kwetsbare uren – hoe zij een glimlach vindt. dat het morgen geheel anders is en dat dichteres dan zal uitrukken met zeis en schietgeweer gewapend om het mannendom de das om te doen doet niets af aan de hier zachtjes beschreven kwetsbaarheid van de liefde en de glimlach van vandaag. gelukkig maar deze vaderdag zal ik overleven.

Wat is leven meer dan dat konijn
dat uit de hoed getoverd werd
een tijd verdrijf
voor de toevallige verwekkers
een kolk aan ijdelheid
een fractie van een schaduw
een wolk opwaaiend stof
een kluwe van verlangen
aan een draad
boven de afgrond

wat valt er vast te stellen
over leven in een tunnel
met aan het eind
alleen maar licht

nee, het is fantastisch
als het dan toch moet
te sterven in de zomer
op een schitterende dag
in een vrije val die kant noch wal raakt
zo’n val die iedere parachute
volstrekt overbodig maakt

Peter Posthumus

–>
hoe het vogeltje Peter dichter bij de afgrond van de aarde brengt – is hierboven te lezen. het leven in een notendop tot aan de dood beschreven – hoe we in een vrije val maar aan ons einde moeten komen – lijkt hier de goede raad – ik zelf wacht nog even met proberen. ik zeg – dit is een waar herman brood gedicht. een schitterende dag in de zomer – hilton hotel en vliegen maar.


vergeefs
 
hoefijzers hingen in haar huis
boven elke deur
 
een zwarte kat ontwijken
was door haar tot kunst verheven
 
ladders
nooit zou zij er onderdoor gaan
 
toen we vrijdag afscheid namen
staken ruw geworden knokkels
onbeschermd uit de gevouwen handen
 
langs de stoep
met de door haar gemeden stenen
wordt ze vanmiddag naar haar graf gereden


anke labrie


de kwetsbaarheid en haar kwetsbaarheden voorbij. het heeft allemaal niet geholpen. op weg naar het einde – schreef reve al – zo zal het een ieder vergaan. en ook de hoofdpersoon in dit gedicht. hoe vergeefs het allemaal ook is – in de tussentijd hebben we wijn, schilderkunst en poëzie – en ook kippenboutjes, de beef wellington en onze vurige tongen. een mooi relaas der vergeefsheid.

Share This:

A. VON SOLO in een soort post-lockdown-midlife crisis – ‘Langzaam droogt de crisis op.’


Langzaam droogt de crisis op. De seizoensgriep is voorbij. Media en bestuur proberen wanhopig de angst nog wat op te kloppen. Men voer er korte tijd wel bij. Het blijkt jammer genoeg een tijd van karig benutte ‘echte’ kansen. Nu moet alles weer terug naar het nieuwe normaal. Een afgeknotte versie van het oude. De wegen staan zoals te verwachten weer vol en slechts een enkeling probeert nog als een ascetisch onheilsprofeet te verkondigen dat ‘het Beest’ terugkomt. Het voelt als die man in het centrum van Eindhoven vroeger. Die ons waarschuwde voor het einde van de wereld, terwijl we naar de kroeg gingen en de rest van de wereld winkelde.
 
De afgelopen maanden waren een mooie tijd van rust en hoop op verandering. Ik heb ervan genoten. Er gingen niet noemenswaardig meer mensen dood in mijn directe omgeving dan anders. En elke avond was er wel wat te drinken om de zogezegde ellende te vergeten. Mijn geest kromp en mijn wereld ook. Schrijven ging bijna niet meer. Enkel werken. Wonen op je werk. En hardlopen. En fietsen en wandelen. Simpel leven. Geen sociale verplichtingen. Een nieuwe soort creativiteit zorgde wel voor de hazenpaadjes die de kleine eenvoudige pleziertjes in het leven mogelijk maakten.
 
Nu gaat alles weer in de turbo stand. En ik voel me achterhaald. Alles is veranderd. Ik ben ook veranderd. Zoals gezegd komt er geen fatsoenlijk verhaal meer uit mijn pen. Ik heb er zelfs geen zin meer in. Op kantoor is men ook in een bende debieltjes veranderd. Je moet tegenwoordig je eigen toetsenbord meenemen, als je al toestemming krijgt om te komen.   
Het oude normaal was stom, maar ik kan niet in de crisis blijven en het nieuwe normaal bevalt me ook voor geen meter. Als ik collega’s in een Microsoft teams meeting hoor praten over ‘gamification’, voel ik me ineens een totaal fossiel. Niet omdat ik niet weet wat het is, maar omdat ik het zo godverdomd zinloos vind.  Alles had heel kort even zin. Nu is dat alles verdampt. Verdammt!
 
In mij roert zich iets. Eerst fluistert het dat het geen zin meer heeft om nog te schrijven. Dat ik maar moet stoppen. Het zegt zachtjes dat ander werk misschien ook wel een goed idee is. Ten slotte probeert de stem ook nog aan mijn liefdesleven te tornen. Je zou denken dat het een soort post-lockdown-midlife crisis is. Maar dat is het niet. Want ik weet dat als ik een biertje pak, het voor die dag allemaal wel weer goed zal zijn.
 
Het is niet het afscheid van een mooie tijd, die vrees inboezemt. Het is een sluipende verslaving die bang is terug ontmaskerd en gesmoord te worden.
 

VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

zij had affaires dan weer een dichter dan weer een zanger…


de dichter smeet er mee en zij had affaires
dan weer een dichter dan weer een zanger
er zijn al teveel liedjes van – zei ze dan
en teveel gedichten ook – tegen de dichter

en later toen er niet veel meer van haar over was
neuriede ze soms nog die regel
die hij voor haar geschreven had
over gratie, schoonheid, over bewegen

pom wolff

Share This:

Merik van der Torren toch in de regen


Hoi Pom,
 De regenbui afgelopen zondag inspireerde me tot dit tekstje, groet, Merik


Regen
(…..en tijd voor een wandeling)



Het zeikt veel te hard buiten, Betty,
we gaan niet naar buiten.”

“Je bent zelf een zeikstraal, baasje,
het valt wel mee, af en toe een druppeltje
moet kunnen.”

“Ok, Betty, we gaan.”


14 juni 2020
Merik van der Torren

Share This:

Peter Posthumus: …én een refrein dat je leeft…


In vervoering werd je verwekt
met een zucht kwam je tot leven
en hoe oud je ook wordt
je jeugd raak je niet kwijt

bij ieder gebaar een gedachte
bij ieder woord een idee
bij alles een gedicht
én een refrein
dat je leeft
en dat het genoeg is
er te zijn

Peter Posthumus

Share This:

Anne van Walraven met een eerbetoon aan de tijd

beleef nu
een eerbetoon
aan de tijd
en kleur het leven
van vroeger
heel even
zonder spijt

Anne van Walraven


Instagram: @annexwalraven

Share This:

maandag!! karindag!! – “Met de afdruk van jouw schoenzool op de muur bevestig jij dat wij in oorlog zijn…”

Dear dichter
Hier komt mijn maandag gedicht.
Aloha, dit is Karin.
Liefs!
Karin



Gevecht

Met  de afdruk van jouw schoenzool op de muur
bevestig jij dat wij in oorlog zijn
ik dwaal naar een onbekend licht
en ga steeds langzamer naar huis.

In mijn dromen spreek ik je aan
jij ligt niet niet langer op mijn kussen
maar kijk hoe hoe je mij ontwortelt
als een boom in een angstig bos.

Zo ontwijk je al mijn stormen
zo spreek je nooit een GOD aan
en zo trek je je haren los.


Muziek: Gert Vlok Nel – Beaufort Wes https://youtu.be/xr4cNaqovsM

Karin Beumkes

Share This:

pom wolff: vroeger


vroeger

vroeger had je films met witte spoken
ineens kwamen ze een hoek om
of opa die opgebaard lag in de gang
die had er ook een handje van
je deed de huiskamerdeur open
en daar lag opa

ja vroeger
toen de melkboer nog losse melk bracht
alles overzichtelijk was
en opa zijn plaats kende
je had verse melk
en je wist van wie je zusje was


pom wolff

Share This:

Jako Fennek: ’toch doolt zijn heldere kinderschreeuw nog door mijn hoofd…’

op de een of andere manier bereikte het gedicht van jako mij te laat voor de zondagochtendwedstrijd. daarom maar en keer Jako uitgelicht. hollandse teksten vanuit het zwiterse over onverrichte zaken

Goeie morgen pom,
Dit lied van Renaud zet veel in beweging. Als ik beter in mijn vel zou zitten, zou ik er een heel verhaal over kunnen schrijven, maar het gaat in de wereld van de onverrichte dingen.
Heb het fijn vandaag. De bewolkte lucht hier maakt de wereld klein. Groet, jacques.

 

onverricht
 

nu we hier zo zitten, onder lindenlover
hij vandaag achttien
ik net tachtig
horen we hoe op het marktplein
de wereld te keer gaat
vogels tussen blad hun stem verheffen
 
zijn stem is man geworden
de baard in de keel heeft zijn klus geklaard
toch doolt zijn heldere kinderschreeuw
nog door mijn hoofd
 
vrolijk praten we over dagelijkse onzin
kijken naar het leven
terwijl de linde schaduw spant over jaren
van verzuim en onverrichte dingen
 
jako fennek
 

Share This:

Cartouche wint de enige echte virtuele – en tot waar of tot wie brengt dit nummer U – trofee op pomgedichten dit weekend – Ien Verrips en Petra Maria zilver, brons voor Rik van Boeckel

prachtige gedichten deze week bij een bijzonder bezongen thema. voor uw webmaster sprongen drie gedichten eruit. bijzonder van eenvoud, van taalkracht en van en in beschreven romantiek. alle dichters bedankt voor het prachtige werk. maar de metalen moeten verdeeld tussen Cartouche, Petra Maria en Ien Verrips. ik zeg goud en 2x zilver – doen we brons voor Rik van Boeckel. onder de gedichten de verantwoording. te mooi om waar te zijn de poëzie deze week. de winnaars van harte.


Petra Maria: maar dat is nu die berg geluk
Anne Borsboom: Doe de deur dicht in het donker draag je geen groen
Frans Terken: dat dit zoveel meer is dan nu
Rik van Boeckel: ligt weemoed in stenen verborgen
Ien Verrips: het is zo goed jouw naam te horen
Erika de Stercke: was je maar dichtbij
Anke Labrie: onverwacht een flard muziek of een lied dat ze altijd
Peter posthumus: Jij met je rompertje
Cartouche: hoe onbevangen, hopeloos jong we waren

Lucia

Ach ja – weet je nog- toen we botsten
om het hardst tegen elkaar op de kermis
wij samen de roos probeerden te vangen
met een zuurstok en twee suikerspinnen na
 
je me deed oprichten, de pluim voor je ving
hoe onbevangen, hopeloos jong we waren
een paar uur, dagen een heel leven scheen
en  tijd , gaten ging slijten in ons beiden
 
we uitvlogen en de einder zochten tot
de maat der dingen begon te wringen
onze voet de Italiaanse laars ontgroeide
ging knellen en Mephisto het overnam
 
het pad van voortgang en aanpassing
ik nooit vergeten zal hoe jij, Lucinda
me het licht liet zien- je stralende blik
in de rups van die pre-coronatijd toen
 
afstand nog compleet ondenkbaar
ik nooit vergeten kan – elk jaar opnieuw
hoe de zomer – zij het in semi-lockdown
ons om een nieuwe kermis roepen  blijft
 
140620
Cartouche

–>
Cartouche waagt zich aan een gedicht van het licht. keurig 20 regels in het cartouche gelid gegoten. en ach ja ik herinner me ook de kleine kermis, de gevangen pluim bij het rondgaan. de kaneelstok en de suikerspinnen. hij kan het wel hoor cartouche. bijna zeg je dat na zo een eerste strofe wel een liedje gezongen kan worden. en c de pirate zingt dan ook dat liedje. hoe hopeloos jong, en hoe de tijd gaten deed slijten in de geliefden van weleer. mijn romantische hart slaat op hol – het is die jeugdliefde – elke jeugdliefde die hier wordt geraakt. in ons allemaal gesleten en dat Cartouche er verlichte woorden van liefde aan geeft.
wie wint de enige echte virtuele – en tot waar, tot wie brengt dit nummer U – trofee op pomgedichten dit weekend? de Nederlandse vertaling onder ‘reactie’.
u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.



is er nog iemand die van mij houden wil


iemand die zegt:
je was lief voor me, die avond
je hielp me in het weten
hoe het was om naast je te zijn
in zo heel veel

in hoe je deed en altijd doet, die kleine gebaren
waarin je me voor laat gaan bij een deur
in hoe je naast me zat en keek
zo mooi, meer dan mooi
meer dan zeldzaam, onbenoembaar

iemand die zegt:
dat er een liefde in mijn leven was en is
die bijzonderder is dan alle liefdes die ik kende
bijzonderder dan liefdes die ik in boeken lees
of die ik me ooit voor had kunnen stellen

steeds dieper voel ik dat
door alles wat we mee maakten
door alles heen
om bij elkaar uit te kunnen komen
om elke keer weer te kunnen kijken zoals die eerste keer

iemand die zegt:
dat de stilte in mij waarop ik altijd terug kan vallen
daar waar verder niemand is
waar ik ooit alleen met me zelf sprak

iemand die dan zegt:
dáár ben jij en ga je niet
én dieper kan niet
dieper bestaat niet, lief


pomwolff

het mag zo zijn

ik wandel soms
uit leegte
dezelfde paden
door het bos

dan sta ik stil
waar jij ook stilstond
tussen berkenstammen
wachtend op het licht

dan hoor ik
de schrille zang
van het roodborstje
verdwaal ik zonder jou

maar dat is nu
die berg geluk
die mij als een plotse
hagelbui overvalt

ik ben niet zonder jou

petra maria


–>
een gedicht dat compleet is – binnen de twintig regels regel die deze week hieronder en ook door webmaster niet zo nauw is genomen – in verband met noodzaak de uitzondering. volgende week strenger. petra is niet zonder de geliefde – de automatische wandeling die overgaat in een bewustzijn van schitterend geluk. wie over een verleden wil schrijven hij of zij schrijve zoals petra maria hier schrijft. dat het soms zo mag zijn. we gunnen het iedereen, ons zelf en petra maria.



Dat jij wist van mijn verknipte clitoris
Van dat er onder mijn oksels niets meer groeide
Er nergens nog een haar beter als de discussie ontplofte

Je altijd, bijna altijd zei: Doe de deur dicht in het donker draag je geen groen
Dat je weet dat ik er niet ben als alle lampen uit zijn
Dat je dat naar vindt en ik ze toch niet open
Energie is duur als deuren dicht zijn.

Anne Borsboom

–>
een persoonlijke optekening der dingen en gevoelens die blijkbaar lang meegaan en oplichten in het holst van donkere nachten. dan wil het nog wel eens spoken. zo lees ik de woorden van anne.
 
‘Dat je weet dat ik er niet ben als alle lampen uit zijn…’

soms voel je de pijn door de woorden heen – geen reden om ze niet te schrijven. wel moedig om ze wel te schrijven. anne schrijft hier door de grenzen heen, dat het niet uitmaakt waar het donker is, in douce france of in het laagland met de regen. soms willen de dingen niet meer verzwegen. kunnen ze niet meer.



Dichter bij de wind

Niet dat de zwaarste wind
ooit wegblaast wat we samen
aan liefde door de tijd sleepten

steeds die hand op de schouder
houvast bij rumoer in de buitenwereld
de kracht die we diep binnenin

zoals je met een gebaar
een blik zegt wat we van ons weten
dat dit zoveel meer is dan nu

herinneringen ingepakt en
bewaard als snoep in een trommel
om bij honger naar te grijpen

hoe ze niet kunnen verwaaien
jij met mij in quarantaine
tegen het grote vergeten

© FT 13.06.2020

–>
de herinneringen op een veilige plaats, een blik voor twee van herkenning. zoals ook in de psychologie wordt aangeraden om de zware dingen voor even op te bergen in een doosje. dat altijd weer geopend kan en mag – dat ook weer gesloten kan worden om vrijer te kunnen ademen. het grote vergeten op die veilige plaats neergelegd waar twee van weten. een blik is genoeg.
Tijdloze weemoed

Tijdloze weemoed
straalt liefde en verdriet uit
als ouderdom nadert
jeugd verlatenheid zoekt

bij graven van ouders
ligt weemoed in stenen verborgen
het eigen hart roept stil:
we zullen doorgaan

wat voorbij is verliest tijd
de winnaar van leven en liefde
waait mee op de wind
stijgt op in de toekomst.

Rik van Boeckel
13 juni 2020

–>
ja een echte van rik van boeckel weer, met veel empathie geschreven. de verbinding tussen verleden en toekomst geschetst als het leven- de verbinding tussen de ouders en de kinderen in weemoed – in stenen en liefde geschreven. hoe je je in de tijd kan verliezen. hoe we ons allemaal in de tijd verliezen. prachtig. ik val even tijdloos stil.
 

zo zoet is het jouw naam
te noemen te vormen
met mijn mond de klank
de tinteling
die dat teweegbrengt
bij wie onze vrienden waren
vrienden nog
er wordt op jou geklonken
het is zo goed jouw naam te horen
eensgezind
jouw naam te noemen
 
 
Ien Verrips

–>
geen woord teveel – hoe een naam weer te belichamen – nou zo dan. het ene gedicht vandaag nog indringender – ik zeg indringenderder – dan het andere. hoe een verleden weer te benoemen – met je mond zacht en teder de klanken zo dat ze tintelen.

geur van meeldraden

wat ben je ver weg
nu de dagen lengen 
tussen de plooien 
van verwachtingen

het paard in mij galoppeert 
over de heuvels en zoekt  
wat ik omarmen wil
nu de nacht 
een lome stem heeft
en de muggen voldaan
op de muren rusten

naast de planten speelt
het bewierookte licht
een schimmenspel 
van gewichtloosheid

in de schemering van 
dichtgeklapte lelies 
dwaalt het stuifmeel 
als een sluiper naar 
mijn lippen 
ik lik voor ze barsten 

de droge lucht dempt
het hoefgetrappel 
was je maar dichtbij 
  
Erika De Stercke 
–>
erika heeft de dichteres in haar op ons losgelaten. niet doen. en pas in de laatste regel komen we uit bij het ultieme gevoel – zoals de taal moet zijn – zonder poespas. ‘was je maar dichtbij’ – en erika na deze regel het gedicht graag. asjeblieft geen plooien van verwachtingen, paarden die galopperen of dichtklappende lelies. neen alleen de eenvoud van het gezongen lied, de eenvoud van die prachtige laatste regel: ‘was je maar dichtbij’ – het verlangen naar hoe het was, de mogelijkheid om met taal of met een lied wat voorbij is nog een keer heel dichtbij te laten komen.




haar hersens doen al jaren overwerk
om steeds weer te beseffen
dat als
 
hij zou niet meer kunnen praten
niet meer kunnen lopen
hij zou nooit meer
 
soms neemt haar hart het over
onverwacht een flard muziek
of een lied dat ze altijd
 
toen ze gisteren verdwaalde
dat bankje daar ineens
in het door hen ontdekte laantje
 
een hart kan ook verdwalen
maar komt altijd weer thuis
 
anke labrie
(14-06-2020)


–>
ook door anke de wandeling beschreven om het moment van herinneren vorm te geven. met hart en ziel geschreven. zeker als de woorden stokken zoals in de eerste strofen van het gedicht.

Jij met je rompertje
je heldere ogen
die van een wijsgeer
die de wereld ziet

ik liet je zoeken
ik liet je gaan
lang voordat je wist
dat je bestond

wat had ik je te bieden
wat had ik je je zeggen
zonder zelf nog
ergens in te geloven

mocht er ooit iets mis gaan
geloof me
het was niet je moeder
maar wij zijn elkaar
voor altijd kwijt

je komt nog weleens langs
dat is dan
op Facebook
wij zijn weg
wij zijn zoek

Peter Posthumus

–>
ja met dat rompertje. dat rompertje werkt op mijn lachspieren. een soort hans teeuwen opening van een gedicht. niet dat ik teeuwen fan ben – hopeloos verouderd met zijn 50 jaren en zo vroeg al – die teeuwen. nee niet best. de kritiek zal niet mals zijn. wie teeuwen nu nog goed vindt is lelijk in het verleden blijven hangen. maar los van teeuwen het rompertje is leuk. en het verhaal is op zich droevig. we lezen over een afscheid. zelf zou ik voor drie strofen kiezen – de eerste, de tweede en de laatste. dan heb je een goed gedicht zonder particuliere dingen. die voor de lezer niet echt hoeven.

Share This: