Huil niet, zo jij ten grave liep: ik ben daar niet, noch mij versliep. Ik ben het briesje in de zon, die schitter toen de sneeuw begon. Ik ben het stralend licht op ’t veld, de regen door de herfst voorspeld. Wanneer jij ’s morgens wakker wordt ben ik de gang van het cohort van stille vogels’ cirkelvlucht. Ik ben de sterren in de lucht. Huil niet waar aarde mij omsloot. Ik ben niet daar. Ik ging niet dood.
Ditmar Bakker (“Do Not Stand At My Grave And Weep”)
wie wint de enige echte virtuele – in een heerlijk soort vrijheid mogen wij leven – trofee op pomgedichten?
niet dat ze het zal lezen – het bruggenmeisje met de zwarte hoed en de blote voeten – gisteren gefotografeerd op de brouwersgracht in 020 – in een heerlijke soort vrijheid gezeten – een gedichtje waard. tot waar brengt dit meisje de dichter?, en tot welk gedicht? – over de vrijheid – over het vrije zijn dat zij uitstraalt? u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor maandag .stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Dichter bij het water
Hadden we de rivier niet we zouden niet verder komen we trekken grote handen aan en drinken het water als leeftocht
peddelen op de stroom tussen zachte oevers en weilanden vogels die ons zingend begeleiden richting monding en meer
niet de grond onder de voeten maar dobberen op de deining en niet weten waar we landen
een vinger een hand hoog in de lucht om een zuchtje wind te voelen in jouw ogen al de open zee
We deinen naar beneden langs rotspaden van vrijheid
de lucht ademt weelde uit beeldende inzichten gehouwen in kliffen
ezels lonken naar ogen op weg naar de ruig ruisende zee
we dansen over kiezels in de glorie van een Normandisch verleden
de Atlantik Wall hield vrij zijn niet tegen we ademen lucht en licht in met vreugde.
Rik van Boeckel Étretat 16 augustus 2020 –
Rik bijna in een euforische beschrijving van de grootheid van de natuur. en inderdaad de rotsen van etretat hakken in mensen heugnis. als rik de smalle rotspaden beschrijft voel ik me ook weer staan daar aan het einde van de wereld en voel ik ook weer de ruimte en de kracht van de natuur – de nietigheid van mensenbestaan – de wilde frisheid van de woeste lucht. een van alle kanten bruisend zilveren gedicht. als de golven op de rotsen van etretat.
ik zag je over de rivier je zweefde bijna
zij kabbelde met kleine golfjes als het rozegrijs achter het kerktorentje
gisteren nog de wind en het water spoelden genadeloos langs mijn stilstand
alles heeft gewacht en daar houd ik zo van dat onverhoopt het leven toch weer zijn keer neemt
petra maria – het woord stilstand detoneert een beetje hier – het is een te direct woord precies waar dichters indirect de wereld dienen te raken. stilstand is van de proza niet van de poëzie. nou weten we wel dat petra maria nooit zelf stilstaat dan hoeft het ook in haar gedichten niet. eigenlijk kan dit gedicht met veel minder om zoveel mooier te zijn. zou ik poëzieles geven ik zou dit gedicht als voorbeeld nemen om te tonen dat minder zoveel meer is – kan zijn:
ik zag je over de rivier je zweefde bijna
zij kabbelde met kleine golfjes als het rozegrijs achter het kerktorentje
alles heeft gewacht en daar houd ik zo van
herman
de brug is ver het zijn geluiden de stad het was de wiegbrug toen moest altijd wachten zag de schippers zag een klomp zag een touw zag ze zwaaien er waren muntjes herman
moet altijd denken dan maak ik er maar weer een gedicht van in de ochtend tik tik tik ze waren er wel de eerlijke woorden maar daar doorheen sla sla tik tik
een sienjaal herman zo een laatste moment ben je toch alleen ik weet nog hoe je op me wachtte toen ik was met haar herman ik kon niet anders
ze weet vast de schelde nog hoe bang ze was om te vallen later dansten haar hoge hakken een lange hoge hakken mars er was muziek piano’s we moesten zoenen zoenden als de golven herman
wat was ze blond half blond vissenogen ze had gekropen zei ze door zwarter bloed door het zwartste bloed we dronken antwerpen tot aan onze voeten de travestiet zong mooi
later speelde een gitarist een liefdesliedje ik kan zo mooi kijken als ik verliefd ben dan spelen ze liedjes dan zingen ze ik kon niet anders herman we keken water soms sturen ze nog kaartjes uit een ver land schrijven ze een goed jaar
wat rest is de brug waaraan de kleine floriade onkruid groeit door stalen hekken roest en ergens nog iets stroomt dat op een rivier lijkt
het blijft toch een bijzonder plaatje. de weduwe schaller aan de brouwersgracht in amsterdam gisteren avond weer eens bezocht. even kijken hoe het met haar gaat. inmiddels op leeftijd. heerlijke geuren van nicotine en witte wijnen in het grachtenpandje als vanouds. de boekenkast ook als vanouds. ooit zijn de boeken in de boekenkast geplaatst. ‘het is wat moeilijk zoeken maar ik vind altijd wel wat ik wil hebben.’ de weduwe aan het woord. de boeken niet op alfabet – je denkt het kunstwerk van kienholz in het stedelijk museum 020 te betreden – als je de huiskamer van de weduwe binnen treedt. de boeken dwars geplaatst – als de karakters van de hier gestapelde dichters en schrijvers – voeg ik er voor de lezer generaliserend aan toe. ergens kregen ook mijn dichtbundels een plaats toegewezen in de kast van de weduwe. je kunt er een avond over doen om ze her te ontdekken. (en dat alles te bezichtigen in het nicotinebruin dat over de boeken is neergedaald.) hoe maak je van een boekenkast een ademend kunstwerk. ZO!
Mijn ouders en schoolmeesters hebben mij in het verleden perfect opgevoed om te passen in het systeem dat nu, met steeds rassere schreden de wereld naar de kloten maakt. Maak je school af. Ga werken. Trouw met een leuke (lees betrouwbare en zorgzame) vrouw en plant je minimaal één op één voort, zodat er na jou minimaal voldoende consumenten zijn om de groeiende stroom wegwerp producten aan te schaffen. Ik ben opgevoed in een zuiver kapitalistisch verdienmodel. En ik heb me er naar gevoegd en gedragen. Pas op mijn zesenveertigste realiseer ik me, dat ik er met open ogen ingelopen ben. Nou ja, open ogen…
Men neme een doorsnee zaterdagochtend in pakweg het jaar negentienhonderdvierennegentig. Wankel sta ik op. Mijn tong voelt als leer. De kamer geurt zoetig naar verschaalde gistproducten. Op een matras wat verderop ligt nog iemand. Wanhopig open ik de kamerdeur en loop de trap op naar de keuken. In de koelkast is niets meer te vinden. Als ik terugkom is de ander ook wakker. Het is rond half een in de middag. We lopen naar de Aldi en kopen een tray Schultenbrau. Nog voor we terug thuis zijn zit er een lauwe halve liter in mijn maag. Ik begin me al wat beter te voelen. Bij de tweede wordt het nog beter. De volgende ochtend is de Aldi dicht. Het bier bij de kiosk van het nabijgelegen station is eigenlijk te duur. Maar je doet wat je moet.
Toentertijd hadden we nog het geluk dat dergelijke ochtenden de temperatuur niet boven de dertig graden steeg. De laatste tien jaar is dat met stijgende lijn echter schering en inslag geworden. Vanochtend was in de krant te lezen, dat de verkoop van airco’s door het dak gegaan was. In een ander artikel was te lezen dat het energieverbruik door koeling en airco’s een ongelofelijke piek kende. En je vooral maar niet afvragen waarom het in de eerste plek zo warm is. Het is pervers. Alle mensen om me heen hebben een figuurlijk kater en lopen als zombies lauwe Schultenbrau te drinken.
Blijkbaar hebben die jaren Schultenbrau me toch geleerd, dat er iets fundamenteel mis was. En wel dat ik het probleem dat ik veroorzaak, niet moet bestrijden met exact de wijze waarop ik het probleem veroorzaak. Natuurlijk kan ik honderd smoesjes verzinnen, waarom een airco geen kwaad kan. Dat kan ik met die after-kater drinks exact zo. Ik leef uiteindelijk toch ook nog…niet dan? Het is belangrijk, dat je erin gelooft.
We zijn opgevoed als verslaafden in de dop. Verslaafd aan onze maniertjes, spulletjes en wegwerpmentaliteit. Je kunt je daar aan proberen te onttrekken en voordat je het weet, verval je in een andere verslaving, omdat verslaving het patroon is, dat is aangeleerd. Verslaafd aan normaliteit. Dingen oplossen met meer of nieuwigheid, nooit met echt beter of anders. Karl Marx sprak al van opium voor het volk. Als Jezus ooit weer de tafel omverwerpt, dan zal hij net als toen, ook weer gewoon een gekkie zijn, dat zich uitstekend leent voor een stukje ‘storytelling’ en ‘branding’, ten dienste van het economisch groeiscript. Heeft u het warm, dan zorgen wij dat u een airco kan kopen, bij voorkeur op afbetaling. Ons systeem verwordt steeds meer tot een alles omvattende religie. Verlossing zal echter nooit te koop zijn.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
de amsterdamse dichter van der torren hebben we leren kennen als een vredelievend en natuurvriendelijk mens. ook in het hondenasiel wordt er vrolijk op los geblaft als merik weer eens een hondje komt uitzoeken voor de soep. zo gauw er besjes aan de struiken groeien hanteert de dichter de knipschaar – wel struiken geen besjes lijkt het motto van de dichter. merik met zijn kappersverleden spreekt liever over ‘opknippen’. niet menselijks is deze dichter vreemd. toch lijkt het erop of de hitte de eiwitten in het hoofd van de dichter heeft bereikt en dat – zoals professor scherder ons heeft uitgelegd – de verbindingen enigszins verstoord zijn geraakt. schrik niet als u de poëzie van dichter van der Torren vandaag onder ogen krijgt op pomgedichten punt nl – dichter keert zich tegen het groene gras waar dichter volledig op uitgekeken is. in het hoofd van van der torren zal de wereld nooit meer zijn zoals de wereld van het gras was en zoals wij de wereld hebben leren kennen. het is wel even wennen.
Hoi Pom, Hierbij een uitgeschreven droom-beeld. Voor pomgedichten. In de bijlage, groet, Merik
Droom 10
Voor mij strekt de eindeloze grasmat zich uit, staal-blauw, eigenlijk kunst, abstract.
Hij moet opgerold voor het volgend seizoen.
Daar is zat tijd voor, Rob zal het doen.
De oude oprollen en de nieuwe plaatsen, even staal-blauw.
Dan is de klus alvast geklaard, een hele geruststelling.
Mijn eiland lonkt wat naar me ik sla mijn armen om haar heen en snuif haar geurend zuchtend op een vlucht vogels maakt straattheater terwijl op de noordpunt eb en vloed elkanders ritme volgen waar zeemeer minnen kiezen voor het zoute sop.
Oneindig heb ik haar veel te lief ik mis de zondagen vol klokgelui de heimwee valt over mij heen.
Hoe oneindig moe ben ik van deze stad en hoe griezelig veel ben ik alleen.
–> toen ik het las wist ik het. ik heb goud in handen en dat is niet anders geworden in de loop der dagen – wat een prachtgedicht van petra maria. hier onder de hibiscus straal ik en bloei ik op als de bloemen om mij heen. ‘vergeten regen’ prachtig prachtig prachtig. een levensverhaal vol elementen waar dichteres heel gepast afgepast en zo ontzettend poëtisch over kan schrijven. het is werkelijk een prachtgedicht. zo lees je ze niet veel in dit weer maar ook niet in ander weer. ik kom er niet over uitgesproken hier in de tuin. petra maria heeft goud in haar handen met dit gedicht, we zijn getuige van een gouden dichterschap. van harte petra maria.
VRIJ
warme zwoele dagen en vergeten regen als het maar ver van huis gezichten met nieuwe vragen zijn
is het nog zomer thuis staat de schutting tussen de herinneringen waait de kersenboom met de holle winden
in de zoute golven spelen kindervoetjes van verleden veilig in de armen van wapperende zomerjurken
het gevoel van voorbij wacht geriefelijk achter de voordeur de onmin ligt nog op de mat laten we de koffers toch maar niet, nee
Petra Maria
het jurybankje onder de hibiscus
Frans Terken: in bakken met ijs koelte
Petra Maria: warme zwoele dagen en vergeten regen
Rik van Boeckel: de wind hoor haar waaien langs takken
Ien Verrips: poes ligt voor dood
kunstwerk muurschildering peter posthumus
wie wint de enige echte virtuele – het grote vakantiegevoel – trofee op pomgedichten? naar aanleiding van een berichtje van peter posthumus en zijn kunstwerk het thema van deze week: het grote vakantiegevoel. aan de dichters de vraag laat ons delen in uw grote vakantiegevoel – zodat we er in deze nare tijden vrolijk van kunnen worden – al is het maar de vrolijkheid van een gedicht lang!! peter schreef:
‘Hoi Pom, Ik ben druk bezig met zomerse activiteiten o.a. met het maken van een muurschildering ( zie bijlage ) en met het wat om me heen kijken hier in Denemarken. Tot september komt er wrsl. heel weinig van. Ik kom denk ik ook niet 23 augustus naar Ruigoord ( rebellenclub ). Laat het allemaal wat van de tweede golf corona in Nederland afhangen. Wil de komende tijd voor zover die strekt ook gebruiken voor de productie van een nieuw bundeltje ( op afstand ). Je hebt het denk ik al begrepen, ik schort mijn bijdragen aan de site even op tot september. Tenminste ik ga er vanuit dat ik dan weer welkom ben. VI ses, peter ‘
ach u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
en ook dat
weet je nog dat we in vinkel liepen langs de randen van ons onvermogen het alleenrecht op onzekerheid dat we deelden
er hoorden dagen bij de lippen van de nacht toen we te weinig nog en dronken van de scherven de ruimte niet begrepen
er was vuur in de tuin in de regen een vrouwenbeen hing in een boom te overleven, jij leed aan orde ik aan aarde, er was applaus
de wereld zwijnde en varkens paarden schatje zo leek het toch nog ergens op de liefde stal iets van de oorlog
als een dichter van de woorden dood van leven in een ver veroverd land we moesten lachen en ook dat verging
pomwolff
Dichter bij het ijs
Hoe je in een warm oord zonder een woord niksigheid nastreeft en ontdooien van dagelijkse sleur
in bakken met ijs koelte zoekt voor het verhitte hoofd en vermoeide voeten te rusten legt
gedienstige tafeldames schieten met tropische versnaperingen toe een wuift een waaier van palmbladeren
en jij ziet dat het goed is onder de hoge zon aan de hemel heb je aan een handbeweging genoeg
telt koel je zegeningen en de restwaarde van je voucher
–> zeer geestige wending in de slotregel – als een Ien verrips hieronder de toestand in de wereld én in ons kikkerlandje beschreven. kunnen we rustig aan Frans over laten. het is dat ik niet vlieg en ook geen last van vouchers heb die uiteindelijk van weinig waarde zullen zijn. of de maatschappij is failliet of je kunt er volgend jaar nauwelijks nog meer naar Brussel vliegen – dat wordt bijbetalen zoveel is zeker. Frans legt op een zeer aangename wijze de maatschappij bloot in dit weer. doet u mij die dame maar met wuivende palmbladeren mijnheer! brons voor Frans
Het ritme van de natuur
Op het ritme van de natuur dans ik door de Vogezen zing: laat de bossen winnen speel de snaren van de groene harp met de magie van de poëzie van Vittel tot Darney en Ecolonie
laat de natuur winnen laat de bossen met rust wandel op het ritme van de wind hoor haar waaien langs takken bladeren groene aderen van de lucht
oh wind oh adem der natuur verbind de dagen met de weken zing dat de bossen winnen laat de snaren zuiver trillen kus alle monden met het water dat de tijd verdraagt.
Rik van Boeckel Ecolonie . Vogezen. Frankrijk
5 augustus 2020
–> rik deed zijn reisverslag en verslagen al eerder op de pom. gedicht past prima bij het thema. waar rik is is poëzie en is muziek. en verrassende regels: het water dat de tijd verdraagt. mooi hoor. als je rik van boeckel leest word je altijd vrolijk. dus alle depressieven in dit land, laat aan de dokter de pillen, laat de zomer de zon, drink een paar regels rik van boeckel, dans op het ritme van zijn woorden en de hibiscus zal ook weer in jou bloeien – zo dat de wereld weer een beetje te doen is.
poes ligt voor dood stikkend in de hitte van de snikkend hete zomerdag trilling van de lucht is alles wat beweegt
ook ik hou me gedeisd
straks als de zon ondergaat halen we weer opgelucht adem
Ien Verrips
–> keurig gedaan Ientje. zo is het. geen woord te veel geen woord te weinig in dit weer. prima gedicht. en och arme poes toch. terwijl de vogeltjes zo kwiek in dit weer van appelboom naar appelboom huppen. nou ja in de tuin van uw webmaster doen ze dat. webmaster gedoken onder en bij de hibiscus die in volle prachtbloei staat te glimmen. hoe dan ook erg blij met de realistische blik van Ien op het hete zomerse gebeuren. vanavond haalt ze weer opgelucht adem. lezen we. dan kom ik wel even langs om de witte gekoelde wijn daar achter in het noordhollandse tot mij te nemen. ik zeg een mooi gedicht ik zeg zilver – ik zeg gefeliciteerd Ien.