Hans Verhagen overleden. een groot dichter verlaat de wereld en de poëzie. geen poespas, alleen poëzie. als eerbetoon noemde ik hem in een gedicht – ik denk een jaartje of 15 geleden. Hans Verhagen werd ge-eerd met de P.C. Hooftprijs 2009.
ik kan het gewoon niet aan
we lazen houellebecq genoten van de smerigheid deden of we niet bestonden en we namen, we namen we schreven geile sms berichten aan elkaar tussen het vrijen met een ander door
we zeiden gewoon ik houd van je we luisterden hans verhagen we zaten op een kleedje en stopten doekjes terug in opengelegde schedels
mijn god ik heb gedaan laat me sterven laat me gaan maak genadeloos mijn einde aan zoveel gedragen maar jou verliezen
Het golven van het hoge groene gras. Het klotsen van het tij tegen de grote basaltblokken van de dijk op deltahoogte. Het ruisen van de Westerschelde. En dromen van hoe een vlinder met het klapperen van zijn vleugel dat allemaal kon bewerkstelligen en tegelijk hopen op originelere, eigen gedachten. Je ogen sluiten en gaan liggen in dat gras. Ze dan opendoen en de blauwe lucht zien. En verder niets. Dat er verder niet was of hoefde te zijn. Vervolgens op je motor stappen en de wind voelen in je gezicht. De grens tussen land en water was een symbolische plek.
De afgelopen week herinnert me telkens aan mijn late jeugd in Zeeland. Daar was het ook altijd zo rustig op straat, wanneer het zomer was. De zon kleurde alles licht en liet de lucht zinderen. De meeste mensen waren op vakantie of weg. Op het dorp gebeurde niets. Net als nu. Bij ons op het dorp in Rotterdam. Ik vond het altijd vreselijk en verlangde naar avontuur. Naar ver weg te gaan en dingen mee te maken. Mensen te ontmoeten. Het echte leven. Dat verlangen is door de jaren heen ruimschoots vervuld geraakt. Tot vorige maand was ik een zorgeloos mens.
Vanmiddag stapte ik na de zoveelste teleconferentie op de fiets. Mentaal uitgeput en afgedraaid. Zo snel als ik nog kon, nam ik de minst aantrekkelijke fietsroute de stad uit. Dit om recreanten te mijden. Mijn omzwerving bracht me per toeval naar een dijkje tussen bedrijvenpark Noord-West en Overschie. Met mijn fiets in de hand liep ik langs oever van de Schie. Ik zette mijn fiets neer en vlijde me naar in het gras. Dit gevoel was zesentwintig jaar geleden. Ik sloot mijn ogen.
Nu droomde ik dat alle borrels voortaan digitaal achter een scherm zouden zijn. Dat even later voor ons bepaald zou gaan worden wanneer en wat we in supermarkten nog mochten aanschaffen. Dat algoritmen zouden gaan bepalen of en wanneer en voor wat we nog naar buiten mochten, of niet. Dat we in de tussentijd konden kiezen voor een droom in virtuele realiteit. Dat medische ambtenaren zouden bepalen wanneer we naar het sterfhuis moesten voor een zachte dood onder narcose. En toen schrok ik wakker met een droog gevoel in mijn mond alsof er juist een plastic buis uit mijn keel getrokken was.
Nu al schrijvend, realiseer ik wat me deze weken ontnomen is geweest. De door de jaren heen gewonnen vrijheid. De vraag die rest, is hoeveel keuzes er nu nog overblijven. En of er ooit nog een hernieuwd emergo komen zal.
VON SOLO DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!
Beweeg als een strateeg maar het virus maakt alles leeg beweeg als een strateeg het liefst door ‘n eenzame steeg
wandel op afstand langs mensen bomen laat ze voor even al die dromen zullen later nog wel langskomen als je ze nu kunt intomen
blijf thuis zitten in het eigen geruis ook op het balkon is het nog pluis want dit is je eigen bubbel en huis hier woon je met man en vrouw heel kuis
beweeg als een strateeg door een eenzame steeg beweeg als een strateeg doe dat wat je nooit voor elkaar kreeg
blijf bij zinnen en binnen verkouden afstand houden maar soms heb je geen keus dan roept de frisse neus
beweeg als een strateeg want alle podia blijven leeg.
Rik van Boeckel 27 maart 2020 Ha Pom. Hier een geactualiseerde versie van Beweeg als een strateeg, voorgedragen op verzoek van de Vlaamse dichter Gert Vanlerberghe die ik ken van de Poëziebus. Ik heb op zijn Antwerpse poëzie event Ballonnenvrees opgedragen dat nu niet kan doorgaan. Dus heeft hij het digitale event Balkonnenvrees in het leven geroepen en dus draag ik voor op het balkon van mijn huis in Leiden. Als je de tekst erbij wil, kan ik je die mailen.
Hoi Pom, Deze keer heb ik weer Mirjam Al gevraagd een bijdrage te leveren voor pomgedichten; twee recente tekstjes, groet, Merik
Aanvallen en vluchten
Niet klagen, niet zuchten. Hij is weer bezig, die beruchte. Ze zouden hem eens moeten tuchten, ver weg sturen naar verre gehuchten, want we hebben wat te duchten. Straks plukken we de zure vruchten, van aanvallen en vluchten, donkere wolken in blauwe luchten.
Pandemie
Tring, bel, ach bent u daar ? Komt u binnen ? Of blijft u liever op de deurmat staan ? Wat mij betreft mag u wel buiten blijven, hoor, maar we hebben nog wat schrifturen door te nemen en oude rekeningen stellig te vereffenen, dus ja, we moeten wel, zingt de merel in de voorjaarsbloei van de Japanse kers, schoon, beeldschoon.
Gedichtje voor de dinsdag! het verlangen onbeantwoord omdat het in quarantaine zo hoort
gescheiden zal het mij uiteindelijk juist bevrijden
Anne van Walraven Instagram: @annexwalraven Een brief aan jou is een ode aan de liefde. Sterker nog, een ode aan liefdesverdriet. Iedereen kent het wel. Je bent verliefd. Je bent gekozen en dat voel je in elk deeltje van je lichaam. Maar wat nou als de liefde steeds een beetje uit je vingers lijkt te ontsnappen? Anne van Walraven probeert in woorden te grijpen hoe het voelt als de liefde en de lust plaatsmaken voor onzekerheid, verwarring en angst. In openhartige brieven schrijft zij over haar gedachtes en gevoelens die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. In de romantische en melancholische gedichten zal je even kunnen verdwalen. Tastend in het donker, maar niet alleen, nooit alleen.
het gele licht in de kamer kleurde ook de rode bank de gele vaas nog geler het parket bleef zichzelf liet niet zomaar over zich lopen
ik dacht even dat het aan mijn lever lag waar was ik in terecht gekomen een ziekenwagen? of was jij het weer? oplichtend tussen de glimwormen in je biotuin?
in een wereld waarin we week na een week in een steeds weer veranderende wereld leven. een wereld van bang en virus, een wereld zonder vaccin in een anderhalve meter economie. hebben we gelukkig de liefde nog zo her en der. de liefde deze week op pomgedichten van alle kanten belicht. goud voor de kanten van Petra Maria en Frans Terken. dank aan alle dichters die van de liefde schreven. het sprookje van Anke Labrie doet elk mens goed. én goud voor de liefde hoe de liefde ook uitvalt. de winnaars van harte!
dan is het liefde
het is soms zo intens dat het ook klopt wat we bewegen
waar het schrijnt omdat ik je zo begrijp en jij mij beschermt
er maar één weg is uit het doolhof en dat is met jouw hand in de mijne
het alles overrompelende en dan is het liefde
petra maria
–> petra maria beweegt naar de liefde toe. in een onontkoombaar proces vinden de handen elkaar – het doolhof verlaten, het grote woord liefde beschreven in een handdruk, het gedicht geëindigd. het leven kan beginnen zoals het bedoeld is. die hand, die eerste hand, waarin een onvergetelijk moment ligt besloten. Ain’t no sunshine’
Zo snel als de liefde komt en gaat van nu naar daarna hoe dat ene moment valt voel het steken van een dolk
dan geen zon meer die in volle glorie schijnt het licht op zwart sinds zij ging stem in een wolk gestikt
een innige hoofdknik op afstand een kus achter het mondkapje nog een stemmig handgebaar als van een doventolk
die aan de doden vraagt op te staan op een zekere Paaszondag en met alle liefde een Chinese Muur te stapelen tegen dit onheil
–> Bill Withers nog maar even opgezet bij de woorden van Frans – de liefde van de andere kant benaderd – neem je maar een slok teveel het gal schiet je in de keel zong cornelis vreeswijk al – frans laat deze kant van het vaak – zo bitter ook – bezongen lied van de liefde niet achterwege. dat we in ieder geval een compleet beeld hebben voor we er als lezers er weer aan zouden willen beginnen. in overdrachtelijke zin laat het gedicht zich ook anders lezen – als we bij de derde strofe zijn aangeland. de zon als dodelijk corona monster beschreven. zoals de liefde kan uitdoven – het leven ook – in een decor van monddoekjes en pasen – nog nooit eerder zo beleefd. ‘het licht op zwart’. ziedaar de dichter die maar vier woorden nodig heeft voor leven en de dood.
Ien verrips over een moeder en een kind
Rik van Boeckel over lippen van satijn
Petra Maria – het alles overrompelende
Frans Terken – het licht op zwart sinds zij ging
Elbert Gonggrijp – omdat er voor de lente geen enkel weerwoord bestaat
Cartouche – over een rijgcorset en een setje van zijde
Magda Haan – het zand voelt nog warm
Anke Labrie – zijn puch herkende ze uit duizenden
wie wint de enige echte virtuele – we zijn toch echt weer eens aan de liefde toe – trofee op pomgedichten? heel veel woorden meer zijn niet nodig. in tijden van corona geldt de tekst op het tegeltje in oma’s keuken: ‘liefde overwint alles’. ook op pomgedichten deze week! U kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
doen we klanken erbij van de overleden zanger met zoveel liefde en weemoed in zijn stem Bill Withers:
ik wacht de dag
omdat wie je lief had bestaat uit wie je lief hebt gehad en uit wie je bent
en wie je bent uit wie je werd en wie je werd uit wie je was en wie je was uit
wie je lief hebt gehad en wie je lief hebt gehad uit wie je zo mateloos hebt lief gehad
pom wolff
Dag Pom, Fijn weekend, blijf thuis en blijf gezond. groeten Ien
jij was bij mijn begin zo zal ik bij jouw einde zijn de tijd er tussen in ben jij mijn moeder, ik jouw kind
er was geen keuze van mijn kant Jij zag mij hoopvol tegemoet verbonden en verzegeld door het bloed jij mijn moeder, ik jouw kind
het bloed dat onverbrekelijk de liefde bindt de vrijheid breekt voor beiden jou als moeder, mij als kind
Ien Verrips
–> diepe gedachten en veel bloed – ik ben de vader niet daarom zal het komen – het is me net een beetje teveel bloed dat hier door de strofen gaat, met name in de derde. – ‘bloed dat onverbrekelijk bindt’ – alsof we staan te koken in het keukentje van IEN. in alle eenvoud en liefde en onomkeerbaar de woorden in de eerste strofe. een vaststelling. een moeder en een kind. misschien had het gedicht bij die eerste strofe moeten blijven. de strofen twee en drie voegen liters bloed toe. wat IEN heeft gemankeerd om uit dat vaatje te tappen weet IEN alleen. de absoluutheid van de algemene waarheid voor ieder mens waar ook ter wereld geldig in de eerste vier regels neergelegd bloedt regel na regel dood in de strofen twee en drie. en dat is jammer. Wonder van weemoed
Tijd om stil te zijn voel hoe zij woelt dichtbij de liefde voorbij de pijn
‘t hart gekust met lippen van satijn een wonder van weemoed
ze laat zich zien eros’ pijl in haar hand oog in oog een zacht gebaar
boogschutter van lieve kracht schiet de smart uit de kleren.
Rik van Boeckel 4 april 2020
–> ja de weemoed mooi getroffen deze week door Rik. in lieve krachten en zachte gebaren. de acceptatie heeft een plaats gevonden. en laat haar bij de liefde zijn. lezen we in strofe een – in de buurt van de liefde als een wonder van weemoed. de smart uit de kleren. rik brengt in lieve elementen het einde van een verwerkingsproces in beeld. 12 eenvoudige regels kunnen voldoende zijn op een blij gevoel – nog wat onrustig – maar alles bij elkaar een voldaan gevoel op te wekken. mooi gedaan. dichter bij de liefde vandaag rik van boeckel. INZICHT
Hoe vond je afstand uit toen de ruimte niet toereikend was, toen de liefde nog geen lichaam had? Ik perfectioneerde jouw lijnenspel, raakte vertrouwd met alles wat mij aan jou verbaasde. Jij was mij zo dagelijks en toch.
Voorbij de citroenvlinder en de tuin, voorbij wat ik zoal zie en niet kan aanraken beleef ik jou – in een weifelend herbegin. Voorbij de meest nabije mens raak ik aan jou – gedachteloos.
Voorbij het meest geruststellend woord versta ik je – bloesem onder de bloesems, zang van de teruggekeerde vogels – ik zeg het je nogmaals. Vanuit het venster weet ik het uitzicht, van onder de lakens heeft het lijf zin.
Vanaf een afstand bedacht, maar mijn onderzoekende handen, hoezeer ook ongewis elke zekerheid – maar lief te hebben omdat de liefde daarom vraagt, omdat er voor de lente geen enkel weerwoord bestaat –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, zaterdag 4 april 2020
–> goede morgen nederland, we lezen de dichter gonggrijp in een ode aan de liefde, aan haar ook. een met natuurelementen beschreven overweldigend gevoel. en natuurlijk kan onze gonggrijp schrijven – we weten het – zeker wel – maar toch – hij had nog honderd vierregelige strofen kunnen schrijven en ik weet zeker dat hij ze ook nog gaat schrijven – soms zit het vele in het ene. en soms is het aan de dichter om een stortvloed van nauwelijks stuitbare emoties terug te brengen bij de lezer in een golfje. niet bij HAAR natuurlijk – zij verdient tweehonderd strofen en meer – nee bij ons – de lezer – bedoel ik – wij lezers die niet ten onder zijn gegaan in haar schoonheid en haar liefde voor jou elbert. wij lezers, schraalhansen in de liefde, kunnen deze overvloed soms even niet aan.
Verstrikt
een rijgcorset en een setje van zijde plus een drilboor gaf ik haar kado een rode strik erom om ons eens lekker uit te leven
en kreeg op mijn beurt van mijn lief een baco, een beitel- en vijlenset om alle bouten aan te draaien en alle bramen weg te werken
een over de top gedicht erbij en klaar, het was gedaan met liefde – zoals ze ging verpieteren –
die dag in groots gebaar een paar alleen in ons procrustusbed vonden wij elkaar
waar tijd geen wonden heelt
04-04-2020 Cartouche
–> we lezen over de ware gedaante van een dichter. van cartouche in het bijzonder hier. een boekje open. wel eerlijk en vooral moedig ook om deze zelfkennis zo op pomgedichten te openbaren. is een beeld een maal gevestigd dan laat dat beeld zich maar moeilijk wijzigen. nee dames neem niet, neem nooit het bed van cartouche als u in zijn slaapkamertje bent aangeland. de zachte woorden van de dichter zij zijn slechts schijn. voordat uw ‘bout’ is aangedraaid legt u het loodje. zoveel is zeker.
Procrustes nodigde voorbijkomende reizigers uit om bij hem te overnachten. Als ze op zijn uitnodiging ingingen, en zich te ruste hadden begeven, kwam Procrustes kijken of zijn gast in het bed paste. Meestal was dat niet zo. Was een gast nu te kort, dan rekte hij zijn ledematen met geweld uit, was hij te lang, dan hakte de gastheer er een stuk van af. Meestal eindigde deze behandeling met de dood, zodat Procrustes de bezittingen van de reiziger kon roven. Volgens variaties van het verhaal had de moordzuchtige rover twee bedden van verschillende lengte, en bood hij zijn gast steeds een bed aan dat niet paste. Ook wordt verteld dat de lengte van het bed instelbaar was en dat hij het bed in het geheim verstelde voordat de gast naar bed ging, zodat hij er altijd zeker van was dat de gast niet in het bed zou passen.Dag Pom We verlangen allemaal naar liefde maar soms glipt het uit onze handen. Groet Magda Haan
zeemist
het zand voelt nog warm in haar dicht geknepen handen
ze mist de verkenningstochten op de waterwegen van haar hartstocht hun minnespel in zomerzand de zon brandend op blote lijven
het dansen in zee bij ondergaande zon schuim en zand tussen de tenen handen die ondergaan in genot prikkels langs haar benen
de lieve woordjes, beloftes in het heetst van spel
zeemist vertroebelt haar blik het zand glipt door haar vingers
Magda Haan
–> ook hier die handen en het zand als beeld dat door de vingers heen is gegaan. ja een niet onbekend beeld bij velen. eigenlijk verdienen die prachtige eerste twee regels een beter gedicht. ik bedoel elke uitleg is eigenlijk teveel.
‘het zand voelt nog warm in haar dicht geknepen handen’
dit beeld is zo sterk en verdraagt geen mindere regels. geen uitleg, geen teloorgang, geen gonggrijpjes aan taal, geen cartouches spitvondigheden. deze regels moeten in alle kaalheid en tederheid worden opgenomen in een weemoed aan woorden die de lezer verder de adem beneemt als corona.
toen die jongen nog een prins was en zij zijn prinses mocht zijn ontdekte zij al vaag wat liefde was dat het hier uiteindelijk om ging
hiervoor stond zij elke morgen op om naar die stomme school te gaan een onvoldoende deed er niet meer toe zijn puch herkende ze uit duizenden
er kwamen later andere prinsen zelden door de koning goedgekeurd oorlogen uitgevochten aan het hof waarbij voor haar alles geoorloofd was
geleidelijk werden prinsen mannen hun prinses wilde zij niet meer zijn bij die ene man werd het haar helder waar het uiteindelijk om gaat
anke labrie
Anke sluit de wedstrijd af met een sprookjesachtig verhaal. zeg maar liesje zegt de prinses aan het einde van het lied.