anne van walraven met een gedichtje voor de dromers en de late beslissers

Een klein gedichtje voor de dromers en de late beslissers.
ik was al klaar met dromen voordat jij je ogen sloot

Anne van Walraven
Instagram: @annexwalraven

Een brief aan jou is een ode aan de liefde. Sterker nog, een ode aan liefdesverdriet. Iedereen kent het wel. Je bent verliefd. Je bent gekozen en dat voel je in elk deeltje van je lichaam. Maar wat nou als de liefde steeds een beetje uit je vingers lijkt te ontsnappen? Anne van Walraven probeert in woorden te grijpen hoe het voelt als de liefde en de lust plaatsmaken voor onzekerheid, verwarring en angst. In openhartige brieven schrijft zij over haar gedachtes en gevoelens die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. In de romantische en melancholische gedichten zal je even kunnen verdwalen. Tastend in het donker, maar niet alleen, nooit alleen.

Genre: Gedichten
Omvang: A5
ISBN: 978-94-640-3033-4
Aantal pagina’s: 112
Prijs: € 17,99
incl. verwerk- en verzendkosten naar Nederland en België
https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=10344&utm_source=Promotiemailing&utm_medium=email&utm_campaign=10344&utm_content=Bestelknop

Share This:

Karin Beumkes op de maandag met een dromerige terugblik: “ik trok je naar ons paradijs (…) geduldig leerde ik je baden”

Hoi Pom
Hier dan mijn maandag gedichtje.



Speelgoedpaardje

Sprookjesdier
speelgoedpaardje slaapt op rommelzolder
velletje oud
oogjes zo wijs
van vroeger ben je
weet je nog..
ik trok je aan je ivoorgekleurde oortje
ik trok je naar ons paradijs
dan zwierf ik met je langs de zee
geduldig leerde ik je baden
totdat je wit en schoon en nobel was
de koningin te rijk kamde ik je manen
en zon toverde bezieling in je oog van glas
je bent veranderd in een zebra
wat heeft de tijd met ons gedaan
die rusteloze wezel
haat kinderlijk duimendraaien aan het raam
het dromerig gekwezel
en ik heb ook niet goed op je gepast
laat me het stof afnemen van mijn dom verzuim
je krijgt je paardenkracht terug
in elke vezel
ik streel je levend
tot op het allerlaatste puntje van je kruin.


Muziek: Simon and Garfunkel – Bright eyes https://youtu.be/cGyQmH9NZcw



Als altijd mijn liefs
Karin

https://youtu.be/cGyQmH9NZcw

Share This:

DITMAR BAKKER brengt een ode aan de tiet: ‘Een ode (eind’lijk!) aan de Tiet, die meestal rozenroze ziet,…’





Een ode (eind’lijk!) aan de Tiet,
die meestal rozenroze ziet,
en pasgeboor’nen voedsel biedt
(al doet een mannentiet dit niet).
 
Zo’n Tiet verdient de hoogste lof,
daar God Zichzelve overtrof
van melkgang tot aan tepelhof
oh, vrouwen, vrouwen, wat een bof
 
dat u ermee gezegend bent;
wie noodt karakter of talent
met Tieten—vraag dat elke vent!
Oh, bij de Schepping zo verwend
 
eertijds Man om een gade riep
en Gode Groot (toen Adam sliep)
slechts uit een rib vlug het princiep
van kussentjes met Tieten schiep!
 
Dient Man te zwemmen, Tiet, Zij drijft,
Zij zwijgt als Haar bezitster kijft,
niet meer dan vet, zacht ingelijfd
dat dansen boven ’t wasbord blijft;
 
schreeuwt ’s maandags dan een vrouwenstem
maestoso Tietenrequiem,
zit zo’n majestueuze Mem
waarschijnlijk in de mangel klem.

Ditmar Bakker

Share This:

IEN VERRIPS wint de enige echte virtuele – we vallen allemaal wel een keer in katzwijm – trofee op pomgedichten – Jako Fennek zilver en Frans Terken brons

Ja ik denk het vandaag wel te weten. de bijzondere en zo subtiel gebrachte eenvoud van Ien Verrips stijgt deze week boven alles en iedereen uit. van harte gefeliciteerd met het gewonnen gouden gedicht. de aangepaste versie van jako fenneks gedicht – het prachtige verhaal van opkomst en ondergang van de grote overweldigende liefde – levert hem zilver op passend bij de grijze haren die hij dagelijks zo prachtig weet en door de decennia heen wist te cultiveren. frans terken brons met de aanklacht tegen de domheid van dat mens van zwagerman. ik dank alle dichters voor de inzendingen – een heerlijk begin weer van de week.

we hadden van alles wat en mooi dat het was meneer wolluf roept bettie hier op 8 hoog in de VU opgetogen. en dat dat mens van zwagerman de corona ken krijgen! zo is het bettie zei ik tegen bettie. jij hebt altijd gelijk. maar gelukkig hebben we IEN VERRIPS nog en haar gouden gedicht – krijg ik ook zo een IEN VERRIPS zoen van jou bettie?


toen we elkaar voor de 3e of misschien
de 4e keer ontmoetten -ik weet het echt niet meer-
was het logisch in de zin van
dat het niet gek was of
eigenlijk heel gewoon en
lag het in de lijn der verwachtingen want
zo doen we dat nu eenmaal en
al helemaal in onze scene dus
dat we elkaar zouden begroeten met een kus nou
dat heb ik geweten

Ien Verrips

–>
ja het is toch de eenvoud die hier raakt en binnenkomt. het is ook geraffineerd. het woordgebruik, de spanning die de lezer naar die laatste regel leidt, naar die eenvoudige constatering die een leven lang mee gaat. een leven lang neergelegd in die ene kus.
 
  • Elbert Gonggrijp – Dat jij nooit meer over zou gaan
  • Frans Terken – over ‘het blond gansje zwagerman dat je vol op de mond spuugt…’
  • Petra Maria – wat verlangen was is nu ochtendlicht
  • Erika De Stercke – zijn vintage vaas op het bijzettafeltje
  • Cartouche – Nooit was ik zo smoor als toen in Smeerenburg
  • Rik van Boeckel – Catharina o bailerina met jouw Deense huid
  • Ien Verrips -toen we elkaar voor de 3e of misschien de 4e keer
  • Anke Labrie – soms vallen ze te hard die jongens
  • Magda Haan – de wereld lag open
  • Jako Fennek – de vrouw die je zal gijzelen tot het einde van je dagen
  • wedstrijd gesloten


wie wint de enige echte virtuele – we vallen allemaal wel een keer in katzwijm – trofee op pomgedichten?
 
een eerbetoon – een liefdesverklaring aan een onbereikbare liefde – voor wie of wat valt de dichter in katzwijm – valt de dichter  bijna om – een soort van liefde – een soort van liefde op het eerste gezicht – zo over de top dat de dichter ervan wel schrijven moet – o wat lezen we U graag deze week. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 

 
ghislaine o ghislaine
 
o ghislaine plak
ik ben geen gek
geen boer of maniak
geen etterbak

ik zoek geen vrouw
maar hoor ik jou
jouw stem die naam
ghislaine plak
dan springen hier spontaan
de rozenknoppen open

you know die ronde
wat best heel raar is
omdat er nooit rozen
in mijn kamer staan
noch in mijn kamer stonden
 
pom wolff

NEIGING
 

Zo middenin mijn zin begon ik jou vol lof voordat ik je
daadwerkelijk kende. Je was zo iedereen. Eerder had ik je
niet in de gaten dat jij mogelijk in al mijn straten had
gelopen –  nog onbewust en onbevangen.

Ik huilde mij dikwijls in slaap bij liefdesliedjes en had
jou vreselijk te ontberen. Je ontbrak mij, jij was een groot
crescendo van het dagelijks jou te moeten missen.
Totdat ik je zeker wist, van jou bestaan.

Dat jij nooit meer over zou gaan – lief en leed in
een nieuwe gedaante. Jij zou zo vanzelfsprekend
zijn dat ik er bijkans van zwijmelde – een heel
leven lang met ons beiden –
 
Elbert Gonggrijp,
Egmond aan den Hoef,
vrijdag 17 april 2020

–>
hier lezen we wat het jongetje elbert allemaal bij elkaar dacht in zijn bedje net voor het slapen gaan. nooit meer zou ze over gaan. én wat hij aan liefdesliedjes bij elkaar zong – dat ze maar in zijn leven zou verschijnen. zo lees ik het gedicht – mogelijk is een andere lezing mogelijk. op de een of andere manier is in dit gedicht de woordkeus niet de mijne: ‘bijkans’, ‘ontberen’ gevolgd door ontbreken, ‘onbevangen’. het is net niet helemaal over de top – en toch over de top maar dan van wolligheid en onnodige herhaling – het gedicht kan zeker zonder. het gedicht wil zichzelf zijn maar verdrinkt in de eigen woorden. zo kan het ook:
 
 
Dat jij nooit meer over zou gaan –
 
Zo middenin mijn zin begon ik jou vol lof
voordat ik je daadwerkelijk kende.
Eerder had ik je niet in de gaten
dat jij mogelijk in al mijn straten had gelopen – 
 
Een groot crescendo
van het dagelijks jou te moeten missen.
Dat was jij.

Ha Pom,
Dat ik soms in katzwijm val, maar dan toch anders dan je denkt, had ik gisteren en vandaag. Het verklaart ook (de titel van) mijn bijdrage.
Kon ik even niet omheen 😊
Levendige groet, mooi weekend toch!
Frans



Dichter bij het hout

Dat onverwacht de waakvlam
oplaait en groter nee hoger groeit
niet eerder zo hevig het vuur gezien

op geijkte afstand gloeit en krult het
als grijpt het je bij kuiten en polsen
het likt je warm aan de borst

dat je dan voor dor hout gehouden
goed genoeg voor de kap of
erger zelfs vuur in een korf

blijkt het blond gansje zwagerman
dat je vol op de mond spuugt
ze tracht je te verleiden met valse tong

jij nog bereid haar gore bloed te drinken
wordt gered door een dreun van de gong

© FT 17.10.2020

–>
haha een jolies heijtje roepen ze hier in de redactiekamer. het is ikke ikke ikke en de rest ken stikke. en ikke heet hier marianne zwagerman. bijna te veel eer voor zoveel domheid. ‘dor hout’ ze heb het over der eigen moeder krijst bettie hier op 8 hoog in de VU. en ze lijkt zo op der moeder meneer wolluf voegt bettie aan haar woorden toe. maar nou moet ik weer naar de IC meneer wolluf. daar krijgen ze geen adem meer maar als ze het halen dan zullen ze die zwagerman niet vergeten. meneer terken heeft mooi geschreven hoor, hij is terecht  boos geworden en meneer terken wordt echt niet vaak en zeker niet zomaar boos. als meneer terreken vanavond de open haard aansteekt meneer wolluf dan weten we wie wordt opgestookt.
MET JOU

het leven is niet
bang meer
de adem wasemt
geruststelling

alle poriën
van ons
omringend groen
druppelen jouw licht

wat verlangen was
is nu ochtendlicht
dat zich verbaast
in tere schoonheid

waar jij stilstaat
wonen vlinders
buigt het sterke riet
spiegelend in regendrup

wat belofte was
is nu ontwaken
met jou
heb ik alleen vandaag

Petra Maria

–>
ik heb het gedicht liever kleiner en zonder uitleg – de twee vaststellingen in de strofen 3 en 5 zijn sterk genoeg om de gedachten kracht bij te zetten. lees hier de geladen inhoud zonder meer – zonder vlinders of regendruppen ze hoeven echt niet:
 
wat verlangen was
is nu ochtendlicht
dat zich verbaast
in tere schoonheid

wat belofte was
is nu ontwaken
met jou
heb ik alleen vandaag






Vleugels

Nu de avond mijn ogen sluit
lig ik wakker. 

Hoe schouders zich aan jaren 
van stilstand vasthaakten. 

Ik knutsel de dagen aan elkaar
veeg het speelse naar binnen

in dit huis waar zijn vintage vaas
op het bijzettafeltje staat. 

Als begin van een vrolijkheid 
na de eerste afspraak. 


Erika De Stercke  

->
tsja het is weer anders dan anders in huize De Stercke, waar ze vorige week het goud wist binnen te slepen, strompelen de woorden nu bijna het huis uit. er is iets speels, zo speels dat dichteres de boel nog net naar binnen veegt. ze knutselt wat, ze ligt wakker, ze sluit haar ogen. er is geen touw aan vast te knopen. ‘vleugels’ luidt de titel en inderdaad de woorden vliegen alle kanten uit.
 

Sneeuwvrouw
 
Nooit was ik zo smoor
als toen in Smeerenburg die winterdag
zo stervenskoud dat ik bijkans omkwam van
huidhonger jou zag staan in je blanke pels
jagersjas en rendierlaarzen daar aan de wal
 
jij voorstelde op walvisjacht te gaan
hoe we ons samen op weg begaven en ik
met traanogen jou de harpoen ter hand zag
nemen, een slinger geven en in weke delen
drijven midden in een hart van vlees
 
terwijl ik zoekend was naar dat ene
 
woord voor sneeuw dat elke eskimoman
altijd paraat heeft als hij zijn iglo verlaat
naar wat hem voeden, hem warmen kan
om bij thuiskomst zijn neus te wrijven
aan de zijde van die van zijn metgezel
 
als ritueel en teken
van liefde – hoe ik slechts stamelen kon
me een rilling beving die me nooit verliet
 
18-04-2020
Cartouche

–>
ook hier net als bij elbert gonggrijp dat oerlelijke  woord “bijkans” van stal gehaald. BAH. en ik wilde eigenlijk openen met de juichende woorden – we hebben de oude en vertrouwde Cartouche weer in ons midden. godzijdank dichter heeft er een paar weken over gedaan om terug te komen op zijn oude nivo – en zie hier we kunnen genieten…geniet van die meer dan briljante opening van zijn gedicht:
 
Nooit was ik zo smoor
als toen in Smeerenburg die winterdag
zo stervenskoud….

 
om dan bij  die drie regels te komen die het hele gedicht – en ook het eremetaal – naar de filistijnen helpen:
 
ik bijkans omkwam van
huidhonger jou zag staan in je blanke pels
jagersjas en rendierlaarzen daar aan de wal…

 
wat een lelijkheid – hoe krijgt ie het zijn pen uitdat vieze woord ‘huidhonger’ ook – zo een driesrioolvinkwoord, zo een wim daniëlsdansje, bah bah en nog eens bah. en wat jammer toch bij die prachtige slotregels hieronder die zonder meer goud hadden opgeleverd:
 
terwijl ik zoekend was naar dat ene
 
woord voor sneeuw dat elke eskimoman
altijd paraat heeft als hij zijn iglo verlaat
naar wat hem voeden, hem warmen kan
om bij thuiskomst zijn neus te wrijven
aan de zijde van die van zijn metgezel
 
als ritueel en teken
van liefde – hoe ik slechts stamelen kon
me een rilling beving die me nooit verliet
 

Catharina bailerina

Zuinig schuimt de zee
zo dans jij er uit
Catharina o bailerina
met jouw Deense huid

zo valt op het strand
het land van Sjaelland
ver van de rozenknop
in wateren van liefde

geborgen in het kleed
dat katzwijm heet
dansen onze tenen
langs het brandingzand

in Christiania wordt het feest
vanuit de Egeïsche tempel
op de drempel bekroond
met liefdesliplezende kusjes.

Rik van Boeckel
18 april 2020

–>
de deense vrijstaat christiana bezongen in alle toonhoogten het is rik van boeckel wel toevertrouwd. hij zal er ooit vertoefd hebben lees ik zomaar in dit gedicht dat in euforische en woeste herinneringen nog steeds de zee – hier een woordenzee – doet schuimen en laat opspatten.
 

Ha Pom,
Van het woord ‘katzwijm‘ uitgegaan, niet zulke romantische associaties, wel een mooi woord.



jongens
 
zij vallen in het water
of van hun skateboard
of hun mountainbike
 
‘in katzwijm vallen’
nooit van gehoord meneer
we googelen het wel even
o iets voor meiden
 
soms vallen ze te hard
die jongens
in het snelle mes
van een andere jongen
 
geen klopjes op de wang
geen glaasje water meer
alleen een simpel woord
googelen is niet nodig


anke labrie

–>
anke wil wat zeggen maar wat precies is me niet helemaal duidelijk. ze laat het themawoord ‘katzwijm’ associatief  los tussen jongens en de meisjes. google weet raad. de jongens vallen hard terwijl de meisjes willen zwijmelen. waar wil de dichter de lezer brengen? naar hoe het was, naar hoe het is. ik weet het niet. en waar blijft de transgender in dit verhaal meneer sonnenberg?
droog water

beestachtig
gespeeld met vonken
en laaiend vuur

de wereld lag open
in bossen gewandeld
vol sprokkelhout

driemaal bijna verdronken
door droog water

vermalen, gekauwd
maar het knispert nog


©Magda Haan


wel vier keer gelezen magda maar ik kom er niet uit. ik kan me heel weinig bij droog water voorstellen. de wereld lag ooit voor het kind open – er was vuur en er waren vonken, een zee aan vonken – sprokkelhout. er wordt bijna verdronken en er wordt gekauwd. ik moet op dit gedicht ook nog tijdje kauwen. met excuus magda.

Hallo Pom,
het vechten met mijn lijf geeft me geen mogelijkheid trouw mee te doen, maar
vandaag liep het mee. Hekkensluiter natuurlijk.
Fijne dag en groet, Jako

 

trilling

 
als je oversteekt steekt ook zij over
je voelt op afstand dat ze de vrouw is
die je zal gijzelen tot het einde van je dagen
 
je grijpt de reling van de brug
je zweet en trilt, je klemt je vast
je wil haar blikken wijken, je staart
de boten op de amstel na
 
haar loop klinkt als een dreunen in je hoofd
je ruikt haar geur, gelooft
beroering van haar arm te voelen
 
als dan haar stappen sterven
keer je uit je trillen terug, kijkt op en ziet
hoe aan het einde van de brug
haar rug steeds vager wordt
 
jako fennek

–>
ha fijn jako weer eens onder de dichters met een compleet verhaal – en een mooi verhaal. het hakmes zou er her en der doorheen kunnen maar dan hebben we ook wat – heerlijk en zoals het is – hopen we jako weer vaker hier te verwelkomen – de versie met het kapmes:
 
als je oversteekt steekt ook zij over
je voelt op afstand dat ze de vrouw is
die je zal gijzelen tot het einde van je dagen
 
je grijpt de reling van de brug
je zweet en trilt, je staart
de boten op de amstel na
 
haar loop dreunt in je hoofd
je ruikt haar geur, gelooft
haar arm te voelen

als dan haar stappen sterven
zie je hoe aan het einde van de brug
haar rug steeds vager wordt

Share This:

VON SOLO over de ideale staat van productieve rust – zonder cohorten bootcampende yogafreaks met hun perverse geldingsdrang en schoonheidsidealen.



Deel 376. Welkom in Utopia
 
Het is elke dag weer heerlijk om de gordijnen open te doen in de ochtend. Het gekwinkeleer van vogeltjes, de blauwe lucht. Het is rustig in de straten. Mensen passeren elkaar op gepaste afstand. Weinig verkeer en het lijkt zelfs wel of de lucht lichter ademt. Nieuws is er nauwelijks meer. Het dagelijkse thema is zo uitgemolken, dat er enkel nog behoefte bestaat aan licht vermaak. De wereld staat heel even stil en het lijkt erop dat we een ideale staat van productieve rust hebben bereikt. Iedereen waardeert de medewerkers in de zorg. Ook het nut en de noodzaak van onderwijzend personeel wordt ineens weer onderkend. Enkel maar spullen kopen, lijkt ineens een ondergeschikt belang uit een ver vervlogen tijd. Geen stikstofcrisis meer, geen woningnood. We hebben een stap richting de ideale toekomst gemaakt.
 
Je kunt je niet voorstellen dat straks elke dag de snelwegen en straten weer vol staan met dampende auto’s. Strepen die de blauwe lucht verdelen een deken van smog over de stad. Krioelende massa’s die zich door winkelstraten slepen. Alle kantoren weer gevuld zijn met personeel, dat door middel van zinloos werk hersen euthanasie placht te plegen. De grote god niet meer het leven zelf is, maar gewoon weer de euro’s rendement op de investeringen van het grootkapitaal. Al die kloteverhalen en Insta foto’s van die wintersportvakanties en backpackreizen ook, op die sociaal verplichte samenkomstmomenten en sociale media. Groepsdruk, cohorten bootcampende yogafreaks die de rustige parken weer terug opeisen voor hun perverse geldingsdrang en schoonheidsidealen. De politiek zal de zorg en het onderwijs gauw weer vergeten zijn ten bate van zogenaamd economisch herstel. En dat zal dan vooral herstel zijn voor de grote jongens met de onbegrijpelijke boekhoudingen, die geen cent aan het oplossen van ‘de crisis’ betaald hebben. De schoorstenen zullen roken, als nooit tevoren. Business as usual.
 
Ik mis de corona-tijd nu al. Ook al is het nog niet voorbij. Maar sprookjes blijven nu eenmaal niet duren. Als je goed kijkt kun je de barsten al weer zien. Op een bepaald moment is het verhaaltje gewoon weer uit. Koester het, zolang het duurt. We hebben een inkijkje gekregen in hoe het ook kan. Maar ja, ooit moeten we terug naar normaal…
Of heb ik gewoon last van een Stockholm-syndroom?


VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Merik van der Torren maakt een praatje: ‘ik zei van alles…’


Hoi Pom,
 Hierbij mijn bijdrage voor woensdag, een tekstje uit het leven van vandaag gegrepen, groet, Merik


Praatje

We raakten aan de praat,
de buurman en ik.
Over lekkende dakgoten;
dat de kroegen niet open zijn;
dat je niemand mag bezoeken;
geen concert te horen is;
over Betty, mijn hondje,
dat ik haar warme lijfje
soms tegen me aandruk.
De buurman zei van alles
ik zei van alles.
Hij was verliefd op de nicht
van zij van drie hoog achter.
“Zal ik nog boodschappen voor u doen ?” vroeg ik,
“hoeft niet,” zei buurman, “ik heb alles in huis.”
 
De zon straalde,
de merel zong zijn lied.

Merik van der Torren

Share This:

Briefje voor de dinsdag – Anne van Walraven

Beste Pom, 
Het briefje voor de dinsdag


weet je nog 
de woorden die je sprak 
zij lijken de zinnen niet meer te passen 
en in de ruimte tussen de woorden 
werden jouw daden geboren 
alsof zij aan al het gehoor ontbreken 
blijven zij om verwijt smeken

maar zonder de bekleding van mijn verhalen 
waren het eigenlijk ook maar daden

Anne van Walraven
Instagram: @annexwalraven
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is annevanwalraven11-1024x576.jpg

Een brief aan jou is een ode aan de liefde. Sterker nog, een ode aan liefdesverdriet. Iedereen kent het wel. Je bent verliefd. Je bent gekozen en dat voel je in elk deeltje van je lichaam. Maar wat nou als de liefde steeds een beetje uit je vingers lijkt te ontsnappen? Anne van Walraven probeert in woorden te grijpen hoe het voelt als de liefde en de lust plaatsmaken voor onzekerheid, verwarring en angst. In openhartige brieven schrijft zij over haar gedachtes en gevoelens die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. In de romantische en melancholische gedichten zal je even kunnen verdwalen. Tastend in het donker, maar niet alleen, nooit alleen.

Genre: Gedichten
Omvang: A5
ISBN: 978-94-640-3033-4
Aantal pagina’s: 112
Prijs: € 17,99
incl. verwerk- en verzendkosten naar Nederland en België
https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=10344&utm_source=Promotiemailing&utm_medium=email&utm_campaign=10344&utm_content=Bestelknop

Share This:

Karin Beumkes lekker gezellig vandaag – ‘We benne op de wereld om elkaar te helluppe niet waar…’

Lieve Pom – Texel is helaas nog niet coronavrij, wij maken er hier het beste van. Even een wat luchtiger toon.

Einde der tijden talk

knuffelscharrelen
breigroepje
haarkleuring Elvis
poef Veronica
rondhoppen
alleengaanden
yogameeting met frikandellen
humeurwisseling
jampotglazen
dekbedovertrek Janneke Brinkman

haarkleuring Elvis
knuffellammetjes
yogameeting zonder frikandellen
graancirkels
mayakalender
depothoppen
poefje Sandra en Simon
uithuilen voor neerlandici
parachutespringen voor alcoholici
tandemsprong
haarkleuring Elvis

Karin Beumkes

doei doei
doei.


Muziek: ’t Schaep met de 5 pooten – We benne op de wereld voor mekaar https://youtu.be/r-d82xM8MEg
Liefs Karin

Share This:

mooie en lieve paasgedachte van conny lahnstein

zilver haalde ze vandaag in de zondagochtendwedstrijd – de enige echte virtuele op pomgedichten punt nl – conny lahnstein in een lief en mooi en vertederend onderonsje. pasen zoals pasen bijzonder gemaakt kan worden. en heerlijk ook hoe je zorgen kunt reduceren tot de vraag hoe je paars maakt.

Onderonsje

Ze schildert de lente, zegt ze, en klemt het
puntje van haar tong weer tussen haar tanden,
een gele zon met lange stralen en bloemen
in de kleur van de blossen op haar wangen.

Terwijl ze haar penseel in groen doopt en de
kat zich tussen de wiegende tulpen nestelt,
vraagt ze of paashazen echt bestaan, of kippen
gekleurde eieren leggen en hoe je paars maakt.

Ik vouw een papieren mutsje voor haar ei, hard
gekookt en nog smetteloos wit, en antwoord
dat ik nog steeds niet weet hoe het daarmee zit,
dat het rood met blauw en een tipje wit is.

Dat ik kan toveren, zegt ze, mijn haren
daarom van zilver zijn en dat ze lacht omdat
ze weet dat elk moment het zoveelste
paaseitje uit mijn linkermouw komt rollen.

Conny Lahnstein
10 april 2020

–>
een lief onderonsje. de genadeloze in mij pakte de pen op om te schrappen. maar er kan niets uit dit verhaal – de genadeloze legde de correctie pen weer neer en las. en las. en voelde hoe in het gedicht genoten wordt van de betovering op het gezichtje van het kind. inderdaad hoe je paars maakt?  hier wordt (bijna in proza) de wereld teruggebracht tot de essentie van het bestaan. in ieder geval waar het met pasen om draait. met een kind eieren schilderen en mooi maken en nog voor paasochtend dat heerlijke genieten – dat met de loop der jaren voorbij gaat en als het ware  oplost in de tijd. goed dat er dichters zijn die mooie momenten kunnen vast leggen.

Share This:

Erika De Stercke wint de enige echte virtuele – een beetje kleur aan het leven – trofee op pomgedichten – zilver voor Conny Lahnstein en brons voor Ien Verrips

ik ga helemaal stuk – geweldige werken deze paasweek voor pomgedichten punt nl – ga er maar aanstaan – eerst maar eens alle dichters bedanken voor de geboden dichtwerken. trots als bijna elke zondag maak ik straks mijn rondegang langs de amstel – langs de mooie meisjes in de rene brandhoff roeiboten – langs het standbeeld van rembrandt – langs het trimparcours van barbara baarsma, langs het vernieuwde maar gesloten Kalfje, langs de nijlganzen met de 6 kleintjes in het Amstelpark – nagenietend van jullie poëzie. en weet ik het al? waar het goud naar toe gaat. ik weet het al. één gedicht drong steeds dieper door – bijna genadeloos mooi.  en zo beschreven dat je als lezer je uiteindelijk helemaal gewonnen geeft. Erika de Stercke heeft het goud verdiend deze week. de andere plaatsen zilver en brons zijn een beetje arbitrair. eervolle vermeldingen genoeg: het bijzondere ding van Paul Bezembinder, Lisan Lauvenberg met het indringende ziekenhuisgedicht zeker ook, Annagriet Diesman klasse, Max Lerou heel geestig. ja zo kan ik wel nog even doorgaan. maar ik kies Conny Lahnstein voor zilver – het paasverhaal geschreven – een prachtig moment – zoals een paasverhaal geschreven moet zijn ook in deze barre tijden. en dan hebben het brons nog over: voor het tere “fluistergroen” van Ien verrips. dank jullie allemaal wel! winnaars van harte.

Lentenacht
 
Veel verder dan wat we wensen
  als een lied met knisperende klanken
komt ons korte sterven dichterbij.

In een koets belegd met zweetparels
onze voeten op gouden bloemen
verlaat het paard de gekende weg.

Hoe de hoefslagen het belokene 
in zijdekleuren oplichten. Lelies
dekken de vijver kwakend toe.

Wij veel verder.


Erika De Stercke

–>
wel verheven deze taal. nou ja in 020 lullen we anders zeg maar. niet van ‘het belokene’ of van ‘de zweetparels’ in een koets. de eerste strofe werkt meteen al verwarrend – ver van wat we wensen het sterven zo dichtbij – en toch is het mooi gezegd. dat mag gezegd. als je met erika meegaat dan verovert ze je toch met deze sprookjesachtige woorden. ik wil mijn voeten ook op gouden bloemen! ik wil ook zo een lentenacht! waarom altijd een ander en ikke niet? erika schept uit woorden een lentenacht die de gemiddelde man, vrouw, dichter nooit meer zal vergeten.
  • Frans Terken – lente van witte blaadjes
  • Petra Maria – morgen het zachte grijs
  • Elbert Gonggrijp – dat uitzinnige prille groen.
  • Conny Lahnstein – hoe je paars maakt
  • Rik van Boeckel – rood niet van bloed of dood
  • Cartouche – geel en blauw zijn slechts een variant
  • Erika de Stercke – onze voeten op gouden bloemen
  • Vera van der Horst – Je bent niet geel of wit
  • Lisan Lauvenberg – van blauwe engelen en groene grazige weiden
  • Max Lerou – bonen in tomatensaus
  • Paul bezembinder – Grauw was de zee
  • Annagriet Diesman – fletse zinnen in dit braaklandschap
  • Anke Labrie – dansen op het ritme van de kleur
  • Ien Verrips – dat fluistergroen
  • René Hillenaar – een onbekende kleur
  • wedstrijd gesloten


wie wint de enige echte virtuele –  een beetje kleur aan het leven – trofee op pomgedichten?
 
of de paaseieren nu wel of niet gekleurd zijn met pasen, laten we de jonge kleuren van de lente genieten, laten we in poëzie kleur geven aan het leven in tijden van corona. welke kleuren lichten op in uw gedicht, welke kleuren laat de dichter toe, voegt hij toe aan zijn/haar woorden. we gaan ze lezen, we gaan ze genieten. we gaan voor een kleurrijk paasweekend op pomgedichten:  u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 
 

het gele licht in de kamer
kleurde ook de rode bank
de gele vaas nog geler
het parket bleef zichzelf
liet niet zomaar over zich lopen

ik dacht even dat het aan mijn lever lag
waar was ik in terecht gekomen
een ziekenwagen?
of was jij het weer? oplichtend
tussen de glimwormen in je biotuin?

pom wolff
Dichter bij het raam

Dat er een prille lente
van witte blaadjes dwarrelt en
je een tulpenveld voorspiegelt
alle kans om kleur op te doen

het is nog geen pleister
op het hoofd vol bloed en wonden
al zingt de muziek een zuiver lied
van troost en mededogen

hoe het je naar buiten roept
jij in sereen licht dat om je heen hangt
een valkuil van dampende rust
drukt je met de neus tegen de ruit

zo ronddraaien op de vierkante meter
happen naar blauwe bellen die opstijgen
van de bodem in dit aquarium

ze borrelen op als vragen
waarvoor dit goed is

en dat het niet went
buiten de lentekleuren
hierbinnen jij en ik

© FT 10.04.2020

–>
Het paasweekend in op pomgedichten punt nl met en heerlijk en dameslijk aantal gedichten – alle toppers stuurden in en brachten de gevraagde kleuren op uw scherm – dank jullie wel DICHTERS! – dat wordt een zeer genietbaar paasochtendje. Frans Terken opent meteen al met een intrigerend (paas)gedicht. met de prachtige strofes 2 en 3. en toch zou ik voor de iets kortere versie kiezen waarin het raadsel het raadsel blijft en mag blijven:
 
 
het is nog geen pleister
op het hoofd vol bloed en wonden
al zingt de muziek een zuiver lied
van troost en mededogen

hoe het je naar buiten roept
jij in sereen licht dat om je heen hangt
een valkuil van dampende rust
drukt je met de neus tegen de ruit

waarvoor dit goed is
en dat het niet went


ROZE

de zon zakt vanavond
in vurig oranje
alsof zij geruststelt

dat morgen het zachte grijs
van de ochtendnevel
het leven weer zin geeft

maar vandaag
bedekt een deken van moeheid
als een polygoon journaal
mijn uren

dus kleur dat roze blosje
maar op mijn wangen
zoals jij dat kan
dichterbij dan ooit

petra maria


–>
een lieflijk dichie! ik roep spontaan hier in mijn kamertje ‘och gossie’ uit. maar het heeft geen zin om tegen en beeldscherm te praten. het polygoon journaal komt er karig vanaf in het gedicht. (‘een deken van moeheid’) – maar het is toch altijd weer die stem uit het verleden van philip bloemendaal die uit het meest onbenullige bloembollenveldje nog een universum aan kleur en expansiedrift en tomeloos natuurgevoelen bijeen weet te enthousiasmeren. maar ok de beelden zijn grijs alsof er regen valt in buitenveldert. dat hele kleine blosje dat doet het hem (én petra maria) in dit gedicht. een lief paasblosje. zo wil ik ook wakker gezoend. mooi klein gehouden dit gedichtje.

KARAKTER
 
Dat die ene merel, alweer jong nog, in een voorbarige
lente. In de kastanjebomen dat uitzinnige prille groen.
Wat ver weg had geleken toen krijgt weer uitzicht.
De dagen kleuren naar gras, naar belofte.

Huiverig, maar aanwezig een stille getuige van beweging,
sterven verruild met bloei, wilgenkatjes en tulpen, iets
met hoop, van teruggekeerd leven, een veulen dartel
op zijn rug. De wereld krijgt jeugd, diepte.

Die vlinders die terugkeren naar de tuin, die ooit elders
verbleven, maar ergens op ons netvlies hun toegeëigende
plek. Wil het dan wat worden met mij, ik zou naar buiten
moeten gaan om het te verifiëren –

 
Elbert Gonggrijp,
Egmond aan den Hoef,
vrijdag 10 april 2020

–>
ja hij kan het wel onze elbert. maar op beschrijvingen uit die altijd weer inspirerende natuur zitten we niet altijd te wachten. daar zijn de biologenboeken voor. en dames van een zekere leeftijd schrijven – hadewych al – altijd over natuurlijke dingen die deze zelfde dames in staat van opwinding brengen en brachten. neen elbert gonggrijp kan meer. ook hier weer een gedicht in een gedicht. wie in staat is om een wereldregel te schrijven: “De dagen kleuren naar gras, naar belofte.” mag rustig over zijn eigen natursehnsucht heen stappen. weg met die natuur, met de vogeltjes en de blaadjes, én al dat tsilp tsilp.
 
 

Wat ver weg had geleken toen krijgt weer uitzicht.
De dagen kleuren naar gras, naar belofte.
Die vlinders die terugkeren naar de tuin, die ooit elders
verbleven, maar ergens op ons netvlies hun toegeëigende
plek. Wil het dan wat worden met mij, ik zou naar buiten
moeten gaan om het te verifiëren –


niets meer aan doen Elbert, prachtig!
Onderonsje

Ze schildert de lente, zegt ze, en klemt het
puntje van haar tong weer tussen haar tanden,
een gele zon met lange stralen en bloemen
in de kleur van de blossen op haar wangen.
 
Terwijl ze haar penseel in groen doopt en de
kat zich tussen de wiegende tulpen nestelt,
vraagt ze of paashazen echt bestaan, of kippen
gekleurde eieren leggen en hoe je paars maakt.
 
Ik vouw een papieren mutsje voor haar ei, hard
gekookt en nog smetteloos wit, en antwoord
dat ik nog steeds niet weet hoe het daarmee zit,
dat het rood met blauw en een tipje wit is.
 
Dat ik kan toveren, zegt ze, mijn haren
daarom van zilver zijn en dat ze lacht omdat
ze weet dat elk moment het zoveelste
paaseitje uit mijn linkermouw komt rollen.
 
Conny Lahnstein
10 april 2020

–>
een lief onderonsje. de genadeloze in mij pakte de pen op om te schrappen. maar er kan niets uit dit verhaal – de genadeloze legde de correctie pen weer neer en las. en las. en voelde hoe in het gedicht genoten wordt van de betovering op het gezichtje van het kind. inderdaad hoe je paars maakt?  hier wordt (bijna in proza) de wereld teruggebracht tot de essentie van het bestaan. in ieder geval waar het met pasen om draait. met een kind eieren schilderen en mooi maken en nog voor paasochtend dat heerlijke genieten – dat met de loop der jaren voorbij gaat en als het ware  oplost in de tijd. goed dat er dichters zijn die mooie momenten kunnen vast leggen.
foto: Rik van Boeckel

De velden van Lisse

Voorbij de velden van Lisse
kleuren tulpen rood
niet van bloed of dood
maar van leven en liefde

ze zijn geel van de zon
de haas neemt de benen
als de stralen niet verdwijnen
konijnen winkelen in het riet

zij lopen hand in hand
de geliefden van ‘t tulpenland
zij kennen geen verdriet
zij kennen slechts hun dromen

de haas is hen voorbijgegaan
schiet weg tussen de bomen
lentebladeren dansend langs takken
zien de zoen de lippen wangen

zij zijn nooit aan hun eind geraakt
leven langs de velden in minnezin
konijnen wegspringend uit het riet
horen hun stralend liefdeslied.

Rik van Boeckel
10 april 2020


–>
hier ook een pleidooi van webmaster om het gedicht bij de essentie te laten – in twee strofen is alles al gezegd – de konijnenregels maken de geliefden niet mooier – hoe zeer de associatie de dichter ook uitnodigt.
 
Voorbij de velden van Lisse
kleuren tulpen rood
niet van bloed of dood
maar van leven en liefde

zij lopen hand in hand
de geliefden van ‘t tulpenland
zij kennen geen verdriet
zij kennen slechts hun dromen


met name deze laatste regel maakt heel veel andere regels in het gedicht overbodig. de lezer droomt al mee en droomt zich met zijn of haar geliefde tussen de bollen.

Zie eens
 
Hoe zon met wolken worstelt
gaten probeert te branden om
de overhand te krijgen in de tijd
een zware strijd, geel en blauw zijn
slechts een variant, een deel van wit
 
alleen jij mijn lieve bloemenweelde
weet binnenluchten te bewegen
geeft geen krimp, kent geen kramp
geen zomer-, winter of binnentij
in je licht getinte waaierkleed
 
om kroon of kaalheid maal je niet
geen afstand of virus krijgt je klein
zonder verzet of verlangen sta je
als boegbeeld aan mijn zij
 
in eigen wijsheid toon jij
me een onvergetelijk gezicht
 
zo alleen krijg je mij stil

 
10-04-2020
Cartouche

–>
heb ie het nou tegen zijn hond onze Cartouche? dat moet haast wel – als boegbeeld aan zijn zij staan door wind en weer? in een waaierkleed? nou ja wie of wat het ook is als Cartouche van de dingen of de mensen schrijft hij werkt altijd wel weer toe  naar een ieder innemende en een betoverende  laatste regel. of is het toch die zon? van Willeke?


Lieve tulp

Van alle bollen die ik plantte,
ben jij de enige nog
die elk jaar in vroege zon
een mooie tulp laat groeien
onder mijn japanse boom

Je bent niet geel of wit
maar iets daartussen in
zo bescheiden dat het duurt
eer ik je ga zien
vergeef het me
dat ik je niet zag bloeien

Maar ik zie je nu, nu jij je kelk
wijd openzet en in al jouw
tweeslachtigheid mij je
helmknop toont
in een geel bed

Vera van der Horst

–>

vergeef het me
dat ik je niet zag bloeien

nou ze vergeeft het je helemaal niet – jaar na jaar eindeloos en in liefde bloeyende voor de keukendeur in het tuintje van dichteres –  ziet ze je niet eens staan – nee als je halluf uitgebloeid in  je laatste krachten er bijhangt komt mevrouw van der horst nog even langs om het eindresultaat te bezichtigen en te keuren – en gooit ze je ook nog een gedichtje in.
 
in een seksueel geladen gedicht wist dichteres van der horst de tweeslachtigheid van het mensdom op eminente en koninklijke wijze te treffen. ik  hoor het zo de jury verwoorden bij de uitreiking van de volgende grote prijs van de poëzie. daar hoef je geen tuinman voor te zijn.
Wederopstanding 

Ondertussen zo haar best doet om weer te leven
opnieuw te leren leven onder de dreiging
van Pontius Pilatus, die ons de hoop 
op een koning van alle mensen voorgoed 
afnam en kijk nou eens naar de ellende. 

elke dag lig ik onder de bestralingsmachine
met een vrolijkmakend uitzicht op lentebloesem
terwijl rozewangen verpleegsters mij in snoeren 
op een houten plank en zich daarna verwijderen
om de juiste dosis en op de juiste plek de tumor

of wat er voor doorgaat. Ja er bloeit iets in mij
het lichtte in neonkleuren op en betekent dood
mits er gehandeld en behandeld tijdig deze lente.
Ondertussen geeft de lente zich wellustig als nooit 
biebt de machine duizend kleuren rood en straalt.

Tot de wederopstanding lig ik in afwachting 
van blauwe engelen en groene grazige weiden. 

©Lisan Lauvenberg
11 april 2020 

–>
alle paaselementen – profaan en sacraal – verwerkt in het gedicht. en dan is het toch even schrikken. beschrijft dichteres lauvenberg een eigen gang door de gangen van oplichtend neonwit, stalende machines en rozewangen verpleegsters? als het zo is vanuit deze kant en vanuit de kant van de dichters hier op de site – dat mag ik wel namens deze schrijven – heel veel sterkte toegewenst. er komen wel mooie woorden van en mooie regels. al maken ze een beetje stil in het beschreven ziekenhuisgeweld. met de blauwe engelen in groene grazige weiden – wordt alles voor even mooi. Lisan verzorgt hier op de site wel een heel bijzondere versie van the passion.
 

Ha pom…een beetje kleur in de tent, ja dat kunnen de melsen wel gebruiken
 
lijkbleek

doorgekookt of onverhit
bonen in tomatensaus
blijven altijd wit

de saus is dan wel rood
maar in geblikte bonen
woont toch echt de dood

ml


–>
een beetje kleur in de kooktent – max lerou maakt er wel een potje van – hahaha. ‘een geestige eenhapscracker ‘ zou voormalig jurylid peter le nobel hier geschreven hebben – ik zeg het hem na – na de zware kost van lisan – hoewel bij hetzelfde thema –  de lekkere cracker van max. glibberig ook al die bonen. le nobel – 13 ambachten en evenzoveel ongelukken – is naast mediator, leraar,  trouwens ook kok! het gedicht zal hem zeker aanspreken.
 
Paul heeft in een begeleidend mailbericht tekst en uitleg gegeven bij het ingestuurde gedicht. het woord ‘flots’ lichtte in eerste afgedrukte instantie niet rood op – ‘Maar het woord flots! in het gedicht moet écht in rood‘ – hieronder leest u Pauls verklaring. wel leuk dat de regie aanwijzingen van de webmaster zo letterlijk worden opgevolgd. hoeft niet mag wel. zo letterlijk heeft nog nooit een dichter het thema benaderd. erg geestig. nu moeten we nog zorgen om ‘flots’ flots in van dale te krijgen.


Dag Pom,
Ik zie dat het woordje flots! in mijn gedicht op je website alleen vet staat, niet rood. Maar het woord flots! in het gedicht moet écht in rood, in your face, dat is namelijk precies waar het om draait. In jouw woorden: “welke kleuren lichten op in uw gedicht, welke kleuren laat de dichter toe, voegt hij toe aan zijn/haar woorden …”.

langs de velden zwelt grauw de stilte aan in deze nacht.
bleke woorden kleumen op mijn lippen, oostenwind rukt er aan;
ik laat ze niet – los. ik hul mij in fletse zinnen in dit braaklandschap
dat vaal achter het geheugen van een kleurloze dag ligt,

over resten van wat pas nog morgen was. als de ochtend
straks weer tinten, als de kleur dan weer ontwaakt,
zou ik dan durven stiekem vragen: ga met mij mee
om te dansen, dansen op de regenboog

Annagriet Diesman

–>
zo zo wat een toestanden in huize diesman – samengevat in dat prachtige woordbeeld, woord ‘braaklandschap’. gelukkig hebben we de tweede strofe nog waarin dichter heel heel voorzichtig die ene alles omarmende en verwarmende vraag weet te beschrijven –
ga met mij mee
om te dansen, dansen op de regenboog

ze spreekt de woorden nog niet uit – maar we gunnen haar graag die nieuwe liefde, dat nieuwe lentegeluid. mooi gedaan – door de beschreven tegenstelling verscherpte beelden en een bijna lieflijk slotstuk in de laatste regels.
 


het linnen laat de beelden los
in verf verspreid over het doek
losjes vanuit de pols laat zij ze
dansen op het ritme van de kleur

het vlak wordt nu verdeeld
zij heerst met straffe hand
vastgelegd in betekenissen
vluchten beelden in het coloriet

maar zij heeft ze goed doorgrond
weldra zullen ze kleur bekennen
hoewel door lagen verf getemperd
keren ze op het linnen terug

anke labrie


–>

‘maar zij heeft ze goed doorgrond’ kernregel volgens mij in dit gedicht waarin anke het edele vak en handwerk in woorden – the making off –  neerlegt. het proces in woorden gevangen. missen we nog de filmbeelden en de filmmuziek – om het plaatje compleet te krijgen. over de schilder labrie komen we toch tussen de regels door veel te weten – in het doorgronden en het heersen met  ‘de straffe hand’ wordt zij getekend. nee kinderspel is het niet – als een schilder het linnen voor zich ziet werkt het linnen als een rode lap voor een stier. zo zagen we appel zijn doeken te lijf gaan zo weten we nu ook anke voor haar doeken.

Anke Labrie – Het verlangen – tweeluik


Groen  juli 2018
 
Dat groen, dat lieve lentegroen
dat fluistergroen van het begin
dat tere groen dat liedjes zingt
dat wiegend kleur bekent
 
dagen lengen de langste dag voorbij
het voorjaar lievert door
deze zomer stopt de lente niet
alleen wij kleuren bij
 
ochtendfris avondkoel
daartussenin
het helle licht de zomerzon
door noorderwind de hitte aan banden gelegd

Ien Verrips


–>

om vrolijk bij te worden –
Als een liedje geschreven gedicht. lief en klein, ja houd ik van. mooie woordjes ook: ‘fluistergroen’ – prachtig! en hoe het ‘lievert’ allemaal. groen groen groen – lentegroen, dat tere groen, dat fluistergroen – helemaal goed – niets meer aan doen !!! IEN!
een verkenning – de ik persoon een beetje ontleed – in kleuren en in grijze tinten. het gedicht is net te particulier om het mooi te laten zijn voor de lezer. net niet genoeg afstand. dan ga je denken als lezer. ja dat speelt bij jou, bij mij gelukkig niet. bij mij gelukkig nog niet. bij mij gelukkig niet meer. nou ja zoiets.

Share This: