[Arie Arriveert 03.04.2020] – ‘We zijn voorbij de start, maar we zijn nog niet aan het eind van het begin’… – onze eigen GBJ over de toestand in de wereld.

[Arie Arriveert 03.04.2020]

Achterfrontberichten

‘We zijn voorbij de start, maar we zijn nog niet aan het eind van het begin’. Mark Rutte. Was dat gisteren? Of eergisteren? De premier heeft het Nederlandse volk inmiddels alweer veel meer duidelijkheid proberen te verschaffen inzake de coronacrisis, de mogelijke ontwikkelingen en te nemen maatregelen, maar deze mag gememoreerd. Johan Cruijff had het niet beter kunnen zeggen.

Er gebeurt van alles. Het is een komen en gaan. Nu ja, die handen blijf je wassen (tot de kloven erin schieten, de droge vellen erbij hangen en je, of het nog niet genoeg was, verzachtende crèmepjes moet hamsteren, je vers gedesinfecteerde winkelwagen onzeker door Albert Heijn manoeuvrerend, dat je je bijna afvraagt: ‘het zal wel belangrijk zijn, maar waar hangt die verborgen camera?’, als in die ene aflevering van Poets destijds, met die zogenaamde voorbereidende autoverkeerspraktijkles, een volwassen vent in een skelter in een hal, ‘wilt u daarbij broembroem doen?’, ach laat ik niet afdwalen), de 1.5 meter afstand houden we voorlopig ook wel van elkaar, en we volgen dagelijks gespannen de cijfers en grafieken. Maar neem nou het natuurverschijnsel Benno Baksteen. Dát komen en gaan bedoel ik. Nee, hij is alweer ‘gevlogen’, maar hij is wel te beschouwen als de komeet van Halley van het luchtvaartwezen. Gemiddeld eens in de 76 jaar komt ie langs. Zo voelt het tenminste. Een mayday in de Bijlmer, ophef over de uitbreiding van Schiphol, en nu de schokkende afname van vliegbewegingen vanwege dat – hoe noemde de Braziliaanse president, die eh… Bolus Analo het ook weer – vanwege dat ‘griepje’. Elke keer een andere snor opgeplakt, maar onmiskenbaar Benno.

Mensen, dit is allemaal maar gekkigheid.

Over vliegbewegingen gesproken: toch sneu voor Floortje ‘terug naar het einde van de wereld’ Dessing dat de kisten aan de grond moeten blijven. Dat miss Kerosine met haar best diepe reportages niets meer kan betekenen voor het welzijn van diezelfde wereld. ‘Floortje blijft hier’ heet de nieuwe serie. O…. hier! Het komt nu wel erg dichtbij, zeg. Ook overdag de deur op het nachtslot, raad ik u aan. Ach, weet ik veel. Ik heb niet één aflevering van dat mens geheel gezien.

Blijf thuis.

En thuis blijven we. En zij ook, die bekendheden. Niks komen, niks gaan. Ze waren er al. Ze zijn niet uit beeld te slaan hoor, dankzij de home-videomogelijkheden. Ook bekendheden die je helemaal niet kende. Ik zal verder geen namen noemen, het is al erg genoeg dat ze dagelijks voorbij komen en (elkaars) open deuren ventileren. En ze steken continu ‘een hart onder de riem’. Is het u opgevallen? Taalverarming. Verzin eens wat anders! Steek van wal! Ik krijg net door dat 2400 harten onder evenzoveel riemen – ook voor de zorgverleners – het maximaal steekbare aantal is. Men vreest dat dat aantal komend weekend al bereikt wordt. Zandzakken voor de deur!

Die BN’ers… Erg. Alleen Mart Smeets heb ik nog niet gezien. Net nu DWDD gestopt is. Misschien is zijn schermpje te klein. Arme Mart. O wacht, Herbert Dijkstra heb ik ook nog niet in zijn zielige huiselijkheid hoeven genieten, terwijl nota bene het NOS sportjournaal zonder dat er wereldwijd nog van enige sportactiviteit sprake is gewoon nog steeds uitzendingen verzorgt. Nou, er was plots één dingetje. Sven Kramer heeft iets bijgetekend tot de Olympische 10 km van 2096 (als komeet Baksteen weer voorbij komt). Groot nieuws, zou je denken. Zelfs vinoloog Ab Osterhaus in de talkshow ‘Op1’ had er een mening over. Welnu, Herbert was nergens te vinden. Thuis niet, en in geen velden of wegen. Dat zegt wel iets!

Het zijn bizarre tijden. Of we in een futuristisch Fantasy-en-Horrorverhaaltje zitten, zo’n jaren zeventig FeH-pocketboekje. Het is echt. Iedere ochtend dat je wakker wordt onverminderd echt. Hou vol, mensen. We kunnen dit aan. Er komen andere tijden. You’ll never walk alone (pas na de crisis niet meer alleen lopen, zullen die DJ’s bedoelen).

Tot zover de achterfrontberichten van donderdag 2 april.

‘Kom maar op met je mooie weer, Marco’.

Share This:

Abraham Von Solo: ‘Een man wordt geboren als de zoon van een vader. Iedere zoon wenst zich de ideale vader. Iedere vader wenst zich de ideale vader voor zijn zoon te zijn.’



Deel 374. Mann
 
We zaten in een vergaderhoekje met een kop koffie in de hand. Mooi uitzicht op de Erasmusbrug. Hij zoals altijd gekleed in een confectie overhemd, spijkerbroek en colbertjasje. Ik vertelde zo beheerst als ik kon over een faux pas die ik gedacht had, gemaakt te hebben in mijn werkzaamheden. Ontspannen luisterde hij. Een rustige, serieuze blik rustte op mij. Na een korte stilte begon hij te vertellen over een incident, dat hij ooit gehad had, waarbij directeuren en een wethouder betrokken waren geweest. Iets met die brug achter ons. Uiteraard had dat een nacht slecht slapen gekost, maar het was goed afgelopen. Dit vertelde hij met een glimlach en een glinstering in zijn ogen die me moed gaf. Alles was nooit zó erg. Toen we opstonden gaf hij me vaderlijk een schouderklopje. Ik voelde me een kleine jongen. Eén die het vertrouwen krijgt.
 
Met smaak luisterde ik naar zijn verhalen over vroeger. De tijd dat hij het probeerde te maken in de muziek. De tour naar Engeland. In voorprogramma’s staan bij de grote namen van toen en uiteindelijk, na veel hongersnood en vermoeidheid, kiezen voor een ‘fatsoenlijke’ baan en in de vrije uren toch altijd die gitaren, de muziek en de concerten. Maar ook de zware tijden. In de auto slapen na een vechtscheiding, je kinderen die je niet meer willen zien, bijna ten onder gaan en dat er dan nog net een paar echte vrienden zijn die je vastpakken voor je verzuipt. En dat hij een jaar of vijf geleden met een hartkwaal niet veel tijd meer gegeven was, maar dat een engel op zijn schouder de doctoren verbaasd had. Dat zijn zoon bij mij kwam afstuderen, zonder dat ik wist dat het zijn zoon was. En dat ik het niet kon nalaten hem dat te vertellen. Hetgeen uiteindelijk leidde tot een breekbaar, maar wel degelijk hernieuwd contact na jaren. Een boom van een kerel met historie. Jaarringen.
 
Regelmatig gingen we op vrijdag een biertje pakken in de late uren van de middag. Beiden van mening dat de vrijdagmiddag toch het beste tijdstip voor een borrel was. Dan praatte hij over hoe het vroeger op het werk was. Hij adviseerde me gewoon dat kluspand te kopen, ook al had ik geen idee waar ik aan begon. Als er een mooie jonge vrouw voorbijkwam, keek ik haar na. Wanneer ik weer terugkeek die glimlach van herkenning. Een paar maanden geleden had ik hem aan de lijn, omdat hij een afspraak had afgezegd. Hij vertelde me dat het foute boel was. In zijn buik waren slechte dingen aan de hand. Daarna volgden via een collega de verdere berichten. Even geen contact. Onderzoeken, operaties en onduidelijkheden. Een andere collega vertelde me, hem tegengekomen te zijn in het ziekenhuis. Een schim van zichzelf. En nu is het stil.
 
Een man wordt geboren als de zoon van een vader. Iedere zoon wenst zich de ideale vader. Iedere vader wenst zich de ideale vader voor zijn zoon te zijn. Het enige dat we kunnen, is elkaar verhalen vertellen en luisteren. Opdat we ons dat op tijd realiseren. 

VON SOLO
DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST
www.vonsolo.nl

Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 
En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!

Share This:

Ditmar Bakker over het dasein van het ding. en ergens (…) zat Nelleke Noordervliet in negligée een sonnet te schrijven.


Het Mechanisme van Antikythera

Neen—ik zal niet vertellen hoe ik eraan kom, die omzwervingen leest u later maar in nagelaten documenten en omzwervende complottheorieën, maar er dient verteld over het dasein van het ding. Het lot van dichters is zwaar. 
     Iedereen heeft altijd maar de bek vol over Dahls verhalenmachine; u weet wel, die met een paar drukken op een paar knoppen en geruk aan diverse hendels die stijlelementen controleren, nieuwe verhalen componeren kan waarover menig auteur zich verbaast. Getuige de vorm van de kleindochter van de auteur, die zich middels opie’s naam een carrière als halverwegedetopmodel aanmat, viel er voor zijn telgen weinig te verhongeren. Een big als een koningsdochter, al mag zulks door de huidige #ikook-generatie niet meer gezegd worden, schijnt. Wel, ondergetekende blijft flexitariër en laat zich weinig gelegen van dergelijks—al is het weleens voorgekomen dat ik ongewenst herenbillen betastte. Maxima culpa
    Veel onbekender dan dezes is de machinerie die op een gehandicapte God lijkt: een apparaat dat alles creëren kan, mits beginnend met “N”. Na eerder genoemde onomschreven zwervingen kwam het in mijn bezit, die er avonturen mee beleefde en er fouten mee maakte.
   Zo vroeg ik het (de machine, niet de omzwervingen) allereerst een chocoladereep te maken, wat geweigerd werd—ik ben meestal hongerig en lui en bovendien niet goed in computers, machines, apparatuur en dingen waar haken en ogen aan zitten—maar nadat ik de handleiding dan toch maar gelezen had (aartslui en koppig ook) toverde het apparaat onmiddellijk Nutella® voor me—mijn huis is nog steeds smerig omdat die niet in een pot zat, want u weet…de N. Ik wist nog niet. 
   Uit het diepst van mijn gedachten wist ik meer te putten en ook las ik op stencil drie instrukcji dat het ding geprogrammeerd was met voicecontrol en bovendien terug kon praten als was het een geleerde stemgestuurde stofzuiger. Aangezien ik vaak scheef aangekeken word wanneer ik gasten vergast op filterkoffie liet ik de machine, die ik ondertussen maar herdoopt had tot “N-wonder”, acuut een Nespresso®-apparaat maken, dat nu staat te glanzen op mijn aanrecht, al ben ik wel veroordeeld tot het drinken van alleen en enkel alleen de Nespresso®-koffie (die er gelukkig in veel kleurtjes is, variatie doet wat met de mens, vindt u niet), want ‘koffiecups’ van enig ander merk weigert het kreng te maken onder het mom van ‘kan ik niet’. 
   Toch is het een handige creator: in deze tijden van ziekte ga je immers niet graag de deur uit voor onnodigs. Prestó: vond ik dat mijn persoon gepolitoerd (en de keratine korter) moest, dra had de mechaniek een Nagelvijl voor mij gemaakt, en een Nagelknippertje bovendien. De Nageboorte had niet gehoeven, maar ik ben gewend hardop te denken. De WC is nog steeds verstopt.
   Wel heb je veel leut van zo’n machine en eenzaam hoef ik me ook niet te voelen: onmiddellijk na mijn opdracht daartoe wemelde het in mijn appartement van novicerende nonnen die veel stichtelijks te melden hadden en ergens ertussen zat Nelleke Noordervliet in negligée een sonnet te schrijven. Ik heb het haar vanonder haar vingers getrokken en zend het graag mee te uwer vermaak en ten bewijze van de werking der machinerie—ergens vermoed ik plagiëren maar deze boer overtreft de Nel niet:

Hoe hou ‘k van je? Dat ik manieren tel:
ik hou van jou, zo hoog en diep en breed
mijn ziel reikt, die zelf ongezien al meet
tot ’t einde der bestaan, het hoogst bestel.
‘k Hou van je zoals ieder daag’lijks weet
van drang naar licht of duisternis, zo wel
en goed als men zich afwendt van vals spel,
en vrij als elk mens ooit moraal beleed.
‘k Hou van je met een hartstocht die ik tot
mijn kindertijd, in oud verdriet, misschien
verloren dacht als liefde die aan ’t slot
van liefdes weg was. ‘k Hou van je, bezien
mijn hele leven, en, verkiest dit God,
hou ik nog méér van jou, mijn dood nadien.
***[N.N.]

Nagenietend van het werk en Noordervliet de deur uit geschopt—die sigarenrook gaat in je kleding zitten en ik spreek geen pots—zette ik me weer aan de machine omdat ik honger had en niet ter supermarkt wilde gaan. Fluks stonden er nieuwe aardappeltjes met nachtuil op tafel (lastig in de oven te krijgen maar zo heerlijk als zwaan of kraai) en nogablokken als toetje waar ik heerlijk van gesmuld heb, al was het geheel wat flauw. Geenszins mijn schuld, want—slim als ik mijzelf gedacht had—vroeg ik de machine óók natriumchloride voor me te maken. 
    “Dat kan ik niet.” zei de machine. Tranen, woede, verontschuldigingen: ik had gevraagd om Zout, hetgeen immers niet met een “N” begint.
    “Wat nou, dat kun je niet. Dat is gewoon de scheikundige term voor doodgewoon keukenzout! Natriumchloride, en snel!”
   “Dat jullie scheikunde praten kan mij niet schelen. Zout is zout en dat begint niet met een ‘N’. Ik ben geen machine die alles kan maken, alleen zaken beginnend met ‘N’ en ik spreek geen Latijn, alleen maar Nederlands omdat mij gevraagd is om Nederland en Nederlands te maken.”
   Moe van het gekibbel heb ik het avondmaal maar zonder zout genuttigd. Ik weet niet hoe lang ik het ding nog in huis wil hebben—het is geen groot gevaarte, past onder de keukentafel, maar zo dicht bij God wil je niet staan: de nimbuswolken buiten zijn erdoor gemaakt, zo ook de nicht die dit geschreven heeft (het leven zit vol paradoxen). Nagasaki bestond niet vóór het apparaat, maar hetzelfde geldt de neutronenbom die eruit rolde toen enkele gevluchte Joodse Duitsers het ding meenamen naar overzees, nadat het uit het geannexeerde Polen ontvreemd was. 
   Stiekeme stemmen fluisterden dat alles uiteindelijk uit die machine komt, waarna de mens Babel ervoer zodat alle zaken opeens anders heetten, en er nog slechts restjes van de N-heid aller dingen bestaan; in de narwal, de neushoorn, nova’s en nubuck liggen herinneringen aan God, die weliswaar dood is (Zijn naam Trurl von Lem, kyrie eleison), maar net voor ’t heengaan fluisterde Hij het nog in die, vermaledijde, machine:
   “Maak het Nu.” 

Share This:

Rik van Boeckel – corona haiku vanuit een surreëel Leiden



Corona haiku


Leiden is surreëel
wandelen doet de ziel goed
leven in eenvoud.


Rik van Boeckel
31 maart 2020

Share This:

Merik van der Torren zonder aanvullend vervoer (en dat is kut met peren)


Hoi Pom,
 
Omdat het Aanvullend Openbaar Vervoer geen “niet-noodzakelijke ritten” meer rijdt in deze crisis, kan ik mijn tuin in Buitenzorg moeilijk bereiken. Vandaar deze fantasie, in de bijlage, groet, Merik


De tuinman

De tuin groeit en bloeit.
Brandnetels schieten hoog op.
En eksters krassen boven in de wilgen.
 
Langs het overwoekerd pad
sluipen we naar de vijver,
waar libellen op dotterbloemen
de liefde bedrijven.
 
De tuinman is getroffen door ziekte.
We vrezen snoeischaar noch schoffel.
 
Alle rijpen peren vallen in onze schoot.

Merik van der Torren

Share This:

pom wolff: ‘de zon schroeit alle gaten dicht van het exceem…’



tis liefde weer, dat is het
 
 
we leven in een permanente staat
van oorlog
het is niet anders
je bent niet hard je taal is teder
houd jij je diepte-interview
schop ik de katten naar de keuken
 
de zon schroeit alle gaten dicht
van het exceem
de katten vreten hergohart
we drinken goede doelen
zo is het pais zo is het vree
én wachten we
 
en wachten we
op welk gezicht ons nu weer roept
ik gaf je een hand
het was de laatste hand
die je leven voelde
wat kan het ademen als het woedt
 
 
pom wolff
 
“de zon schroeit alle gaten dicht
van het exceem”

Share This:

Bericht van Anne van Walraven – waarom ze is gaan schrijven

Beste Pom, 


ik mocht van jou 
niet blijven 
daarom 
ben ik gaan schrijven 
om mijzelf 
maar af te leiden 
van het feit 
dat ik alleen maar schrijf 
over jou 


Anne van Walraven
Instagram: @annexwalraven


Een brief aan jou is een ode aan de liefde. Sterker nog, een ode aan liefdesverdriet. Iedereen kent het wel. Je bent verliefd. Je bent gekozen en dat voel je in elk deeltje van je lichaam. Maar wat nou als de liefde steeds een beetje uit je vingers lijkt te ontsnappen? Anne van Walraven probeert in woorden te grijpen hoe het voelt als de liefde en de lust plaatsmaken voor onzekerheid, verwarring en angst. In openhartige brieven schrijft zij over haar gedachtes en gevoelens die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. In de romantische en melancholische gedichten zal je even kunnen verdwalen. Tastend in het donker, maar niet alleen, nooit alleen.

Genre: Gedichten
Omvang: A5
ISBN: 978-94-640-3033-4
Aantal pagina’s: 112
Prijs: € 17,99
incl. verwerk- en verzendkosten naar Nederland en België
https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=10344&utm_source=Promotiemailing&utm_medium=email&utm_campaign=10344&utm_content=Bestelknop



Share This:

je moet er niet aan denken een dichter aan je bed. voor je het weet heb je ze in je bed. en krijg je de corona er gratis bij.

laten we eerlijk zijn – in de lijst van cruciale beroepen staan ze niet vermeld. en terecht natuurlijk. https://www.rijksoverheid.nl/…/kinderopva…/cruciale-beroepen
ze helpen je echt niet van je corona af. ook wel terecht. je moet er niet aan denken een dichter aan je bed. voor je het weet heb je ze in je bed. en krijg je de corona er gratis bij. aan zelfkritiek deden ze toch al niet en zelfoverschatting is ze op het lijf geschreven:

ze blijven maar doorgaan die gasten


hoe ze allemaal uiteindelijk toch
wanhopig hopen op iets van eeuwigheid
om te ontstijgen
aan die omhulde stank van een bedorven zijn

en steeds maar weer moeten we wéér wat van ze
je blijft bezig met die gasten
wat heb ik toch een hekel aan dichters

pom wolff

Share This:

Karin Beumkes Nachtmerrie

Hoi Pom


Nachtmerrie

De wind en de regen huilen
verderf
De krengen in strikken schreeuwen
verderf

In mijn kreupelhouten dromen
rood van warm bloed
hoor ik de stroper
de klemmen scherpen op het erf.

Muziek: Wende en LudoWic – Voor alleshttps://youtu.be/0kGN-LyZCwg

Met zoals altijd mijn meest innige groeten
Karin


Share This:

Frans Terken wint de enige echte virtuele – ‘en dan valt opeens de dood in huis’ – trofee op pomgedichten – Ditmar Bakker zilver en Anke Labrie brons.

wie wint de enige echte virtuele – ‘en dan valt opeens de dood in huis’ – trofee op pomgedichten punt nl? de keuze deze week wel heel moeilijk. eigenlijk was het ook geen thema om prijzen uit te reiken. dat komt goed uit – wij van hier reiken geen prijzen uit. wel elke week een dankjewel aan alle dichters die insturen en een eerbetoon aan de dichters die ‘binnenkwamen’. Frans Terken, Ditmar Bakker en Anke Labrie verdelen het eremetaal. goud voor Frans, zilver voor Ditmar en brons voor Anke. van harte!

Druppel

Hoe de emmer
plots vol loopt

bovenop de spiegel
een uitdovende blik
zoekend naar troost

nog een keer
de vermoeide stem
voordat ze wegdrijft

stilte op de cirkel
tekent de noten
van het laatste lied


 © FT 27.03.2020

–>
we zijn op zoek naar de overrompeling – naar de variant die plotseling daar is. die variant die een afscheid niet toestond. omdat een beetje dood nu eenmaal niet bestaat – in een beetje dood zit het leven nog – de genadeloze is van een andere orde – ontdaan van het leven. een dichter kan er in wezen ook niets mee en zoekt er beelden bij. zo ook frans. de emmer vol – de stem die wegdrijft – een laatste lied. de wedstrijd werd ingezet voor het bekend worden van het heengaan van de zangeres – hoe ze in het interview met pauw  cees nooteboom ontluisterend tekende. als een huistiran die jarenlang zijn handen niet thuis hield. 1933 het geboortejaar van deze schrijver nooteboom. je moet blijkbaar heel wat verzinnen om de werkelijkheid te verbloemen. terug naar frans. 12 korte regels voor een groot thema. wegdrijven een mooi beeld. dichters hebben geen boeken vol nodig – dichters verhullen niet – dichters horen een vermoeide stem. horen de ander nog. en het zware ademen. 
  • FRANS TERKEN – de vermoeide stem voordat ze wegdrijft
  • RIK VAN BOECKEL – op zijn laatste adem
  • CARTOUCHE – die duizend en de dood in één klap
  • PETRA MARIA – omdat ik je in mijn armen hield
  • ERIKA DE STERCKE – Verdwijn, monster van ongeluk
  • ELBERT GONGGRIJP – Een dood vogeltje
  • IEN VERRIPS – je bent een rare gast
  • DITMAR BAKKER – De borders bloeien geurig.
  • ANKE LABRIE – papieren en steeds meer papieren
https://youtu.be/ZN2SdyT8gPg

wie wint de enige echte virtuele – ‘en dan valt opeens de dood in huis’ – trofee op pomgedichten?
 
het door zo velen door de eeuwen heen – het door madonna tot aan professor scherder toe gevreesde maar ook het door dichters zo gevreesde – het meest genadeloze – denkbare thema in de enige echte virtuele zondagochtendwedstrijd op pomgedichten. DE DOOD. maar dan in de variant die plotseling daar is. die variant die een afscheid niet toestond, de variant met die toch weer alles en een ieder overrompelende uitkomst. wie wint de enige echte virtuele – en dan valt opeens de dood in huis – trofee op pomgedichten? het zijn barre tijden dichters maar het kan altijd erger nog. wij weten het en schrijven. u kent de regels. u kent ook de regels voor deze wedstrijd: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 

had

en dan valt opeens de dood in huis
goede morgen

zelfs de koffie dronk ze zoals jij
je had hetzelfde leren jasje kunnen dragen

ik had op haar verliefd kunnen worden
op haar had ik verliefd kunnen zijn

– Pom Wolff
Pom, de dood is slechts een schim die ons nadert. Ook virtueel. Hou je taai. Rik

Een schim

Hij gedijt niet meer
op zijn laatste adem
hij zucht dieper
zijn keel is zieker

de appel valt dichtbij de boom
hij verwacht nog een gedachte
de dag van vervulling
is verder weg dan nooit

het is stil van binnen
er komen geen woorden voor
in zijn uitgestrekt heelal
sterren fonkelen slechts

hij ligt thuis in zijn eigen bubbel
het zonlicht de enige vreugde
dood is slechts een schim
van de gedachte die hem overvalt.


Rik van Boeckel
27 maart 2020

–>
wat rik de lezer duidelijk tracht te maken ik weet het niet. de dood een schim (van de gedachte die hem overvalt). het lijkt op een ontkenning –  de gedachtesprong op dit schaakbord van het leven is mij net te verrassend. de dood vanuit het leven beschreven, als een soort dagboekaantekening in strofen weergegeven. rik blijft net te ver van de essentie vandaan zoals het in een mensenleven meestal ook is. en zie daar – daar heb je proza voor – door rik hier ingezet.

In heel zuid en noord
 
alleen de droom kent nog het rond
rafelig het sleep-touw waarmee
het daagse is omwonden
die duizend en de dood
in één klap, zoveel, zo vaak
een long die hapert, ademnood
 
til haar over de dorpel, weeg
ons op tegen de evenaar, breek
de ketting, laat de deurpost los
hoeken en holle lijnen vlakken
want onverholen willen we
leven met wind in het gezicht

roeien met eigen riemen een eind
aan alle heen en weer zodat
beide kanten kunnen eten van
één wal en het schip geëvenaard
zo dadelijk weer kan keren in
het wiegend ritme van het kind
 
27-03-2020
Cartouche

–>
in een adembenemende vaart laat de cartouche de dichter in hem los op het thema. de lezer zal het weten. de dood hier met het leven bestreden nog in een stormvloed aan woorden – ja zo kan het ook natuurlijk. en alles om die ene haperende long heen beschreven. rik van boeckel zocht het in proza, cartouche in de poëzie. alsof je de dood kunt keren door poëtische levenslust. helaas,  door het leven en de lust heen slaat de genadeloze soms toch overrompelend toe.

lieve vriend

in jouw ogen zag ik ooit
de glimlach van de dood
versterven
alleen omdat ik je
in mijn armen hield

ook wanneer je eigenlijk
wilt blijven
moet je gaan
en terugkomen

op onze berg
cirkelen vandaag de gieren

Petra Maria

–>
niet mijn gevoel maar mijn hersens haken af bij de geladen woorden. blijven – gaan en  terugkomen – het is navoelbaar – invoelbaar – maar de dood – in welke vorm ook – keert niet weerom. het gebruikte woord ‘alleen’ in de eerste strofe is ook verwarrend. net als de titel tegen de gieren afgezet in de laatste regel. petra maria laat deze lieve vriend niet de lieve vriend van de lezer zijn. poëzie is er ook voor de lezer.
de groeten vanuit een uiterst kalm gent – alles ligt plat – het beste voor jou en familie

Indringer

Ik verafschuw je
Jij die komt als een dief
Zich nestelt op vitale plaatsen

Niet gedacht dat een angst van weken
De wereld verlamt, nu de narcissen 
Hun kelken ontbloten

Verdwijn, monster van ongeluk
Loze woorden in vreemde tijden
Het stuk zeep wacht op handen

Erika De Stercke

–>
verdwijn monster van ongeluk – de hartenkreet van  Erika – corona – de vijand die dood en verderf zaait te midden van de krokussen en de lente narcissen. ja zo is het – het gedicht als vaccin ingezet. werkzaam nee. helaas. de poëzie legt het tegen een virus af.


Rigor mortis
 
Een dood vogeltje, maar wat wist
je daarvan. Hoe het kroop en zich
verschool in het struikgewas,
zijn laatste adem uitblies.

Wat wist je ervan.

Hij had deze dood zelf verkozen,
heel anoniem, heel afwezig, zonder
bombarie, zonder afscheidslied.

Sterven kon hij zelf wel.

( De veertjes nog geschikt,
 de oogjes nog wijd open. )
 
Elbert Gonggrijp,
uit de dichtbundel
“Ontvreemd domein “
( 2004 )

–>
tsja. een dood vogeltje. op je pad – ik vind het verschrikkelijk. als op je pad plotseling een dood wezen dood ligt te liggen. dat er verschillend met de dood kan worden omgegaan bewijst elbert. een liefde vol beschreven dood vogeltje zijn gedicht ingedragen. ik ken nog een andere dichter – een met een vreemde hobby:


kapotte vogeltjes

3 vogeltjes zonder linkerpoot, linkeroog eruit
1 vogeltje gebroken zonder rechterpoot, rechteroog eruit
1 vogeltje geheel zonder poten, ogen er nog in
1 met beide ogen eruit
1 half vogeltje (andere helft nergens te vinden)
2 vogeltjes totaal geplet
2 losse linkerogen, 2 losse rechter – hoe houd je ze uit elkaar gvd
4 losse linkerpoten, een halve rechterpoot en nog een halve, jezus en nog 2 halve

pomwolff

je bent een rare gast
de niemandsvriend die doodleuk verschijnt
vrijwel altijd ongenood
meestal ongewenst
bij tijd en wijle aangezegd
en af en toe
aan het eind van ons latijn
begeerd
maar dat brutaalweg binnenvallen
daar is geen wennen aan
 
Ien Verrips m
maart 2020

–>
ik ga voor IEN als filosofe des vaderlands. zij weet in enkele woorden samen te vatten waar anderen gedichtenbundels, romans of andere boeken vol over schrijven. het is die noordhollandse nuchterheid die elk thema en deze week dit beladen thema terugbrengt tot behapbare brokken van  ‘ja zo bez(ien) is het zo’. IEN maakt hier van poëzie – net als de dood trouwens – een kwestie van gelijk krijgen en gelijk hebben. maar dat is nou net de kwestie in de poëzie IEN. de poëzie krijgt nooit gelijk.

DE TUINMAN INDACHTIG DE DOOD


De borders bloeien geurig. Ik ga stuk,
laat haren los en schilfer brokken cellen;
mijn kraaienpoten zijn niet meer te tellen,
verwilderend als slaapkamergeluk.

Natuurlijk kan de tuinman dat herstellen,
maar zo ik zevenblad de grond uit ruk
merk ik dat lichte steken als ik buk
de voortgang van verval ook al voorspellen.

Twee planten zijn te kruisen met elkaar,
zo expliceerde men de wet van Mendel,
aldus ontstaat een sterker exemplaar.

De dood huist in mijn handen. Wat een zwendel,
alsof er somtijds, lukraak hier en daar
gewied wordt: straatgras eender als lavendel.

[D.B.]

–>
tot aan de laatste strofe ga ik met de dichter mee – in een volkomen bewondering – tot en met de wetten van mendel zeg maar – daarna geurt de lavendel mij net te sterk naar dichtkunst in de laatste strofe. o dat mooie stukgaan en die prachtige schilferende cellen en ook het lichte steken als ik buk die ‘de voortgang van verval ook al voorspellen..’ – ja zo op deze woorden mag een dichter mij de dood in dragen – hoe onwelriekend het rijm mijn droom even later ook verstoort. een sonnet met net drie regels teveel. die bestaan ook.


dodenrit
 
toen hij haar die morgen riep
had zijn stem een vreemde klank
ze zag zijn krachteloze arm   
 
een snelle rit per ambulance
een eindeloze gang
artsen die hun pas versnelden   

papieren en steeds meer papieren
hoewel zij ze niet echt begreep
tekende zij voor het leven
 
opnieuw een ambulance
nu nog sneller met sirene aan
  weer een eindeloze gang

hier geen papieren meer
ze kreeg een klapstoel en
een koffie uit de automaat
 
na uren of het leken uren
hoorde ze zacht een deur dichtgaan
twee artsen met een trage pas
 

anke labrie


–>
ik begrijp het uitgeschreven verhaal – ook hier in modern beeldend proza – de dubbele betekenis van ‘de eindeloze gang’ en ‘de papieren en steeds meer papieren’ bijna realistisch beschreven. De poëzie komt echt op gang in de laatste 5 regels van het gedicht – (op de gang met het klapstoeltje) – beklemmend ook –  geraas leidt af:
 
toen hij haar die morgen riep
had zijn stem een vreemde klank
 
ze kreeg een klapstoel en
een koffie uit de automaat
 na uren of het leken uren
hoorde ze zacht een deur dichtgaan
twee artsen met een trage pas
 

anke labrie

Share This: