ik hoop echt dat ie zijn tweewekelijks gedicht elke week aan ons schenkt om de donderdagavond en de nacht naar de vrijdag vol contemplatie te gieten – peter posthumus – zijn heerlijk hard realisme lezen we meteen al in de eerste regels – dank je wel peter:
al dat genadeloos gesodemieter gejakker en gesjagger
Hoi Pom.
al dat genadeloos gesodemieter
gejakker en gesjagger
die hele helse bende
die drijft op oude angsten
op gestolde stress
op zinloosheid , op leegte
op verpletterende overbodigheid
bestemd voor de vergetelheid
zoiets als
golven die ontraceerbaar
beuken op de kust
onstuimig, zonder ballast
ongrijpbaar, zonder houvast
golven zonder zin
zonder verveling
tegen ieder tijdsbesef in
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Deel 328. Veertig
Een aluminium, stervormig constructieprofiel. De koelte die
het gaf als ik er met mijn wang tegenaan stond, terwijl ik naar de spelende
kinderen keek. De paaltjes, die vlekken maakten op mijn broek, in de zomer als
het teer smolt. Het smalle gootje van zand tussen diezelfde paaltje bij het
knikkerkuiltje, waarvan ik altijd dacht wel te weten hoe het balletje zou
rollen en een ander het altijd beter bleek te weten. De angst voor grote
pestkoppen, die ik niet snapte, omdat ik pesten niet begreep. En de
verdovingsspuit midden in de wond en het uitschreeuwen van de pijn onder het TL
licht bij de huisarts, nadat mijn moeder tijdens het middageten ontdekte dat ik
een gat in mijn been had. Ik had bij het oversteken een fiets niet gezien,
omdat mijn capuchon te ruim was. Het regende hard. De meester die zei dat toen
hij jong was, ze vochten met messen, terwijl hij het jongetje dat brutaal was
geweest het liefst op zijn donder zou geven, maar niet verder ging dan het
ventje aan zijn arm de klas uit sleuren. Dat zijn mijn herinneringen aan de
lagere school. Een paar maanden geleden werd ik op het dorp van mijn ouders
gewaar dat het gebouw er niet meer stond. Dat deel van mijn jeugd was nu ook
voorgoed verdwenen.
Wat vaag overblijft zijn de gedachten zoals ik ze op kan
schrijven. Daaruit kan ik enkel concluderen dat het geen vrolijke gedachten
zijn. Er zijn ook niet veel herinneringen uit die tijd die ik koester. Voor mij
is er niets herkenbaarder dan wanneer ik mijn zoontje langzaam in een ongeremde
extase zie vervallen, die onvermijdelijk moet eindigen in een huilbui. Geluk is
vanaf mijn jongste herinnering iets breekbaars geweest. Iets waar de vloek van
een zelf vervullende profetie van neergang aan verbonden moest zijn. Geen
voorspoed zonder de altijd aanwezige dreiging van verval. Tot de onbewuste
wetenschap dat gelukkige momenten altijd hetzelfde slot kennen. Hoe ik de
wereld door mijn kleine ogen heb leren kennen heeft mij niet tot een vrolijk
kind gemaakt. Vaak vervloekte ik in mijn vroege tienerjaren mijn denken en wilde
ik niets anders dan al mijn gedachten stilzetten, zodat ik rust zou hebben. Of
wat ik dacht te kunnen noemen, gewoon gelukkig zijn. Zelfmedicatie met alcohol
domineerde de decennia daarna. Maar ook dat kan niet aanhouden. Je maakt nieuwe
mensjes. Waar jij niet de last voor mag vormen. De voorspoed die me ten deel viel,
voelde lang als schuld. Toch is er nooit zoiets als een depressie geweest.
Nooit dat gevoel dat er geen uitweg meer was. Het was meer een gemis. Een
ongeleden verlies. De altijd aanwezige dreiging van het moment van inlossen van
het onzichtbare krediet.
Tot ik op mijn veertigste met mijn gezin bij Brasserie
Wepler zat op de Place de Clichy. We waren net bij de Sacre Coeur geweest en
mijn kinderen aten zeebaars, wat ze anders nooit zouden doen. Voor het eerst
voelde geluk niet zwaar en broos, maar veilig. Op dat moment hield het verleden
op zich te vormen zoals het altijd had gedaan. Waarom dat zo lang heeft geduurd
weet ik niet. In de buik van mijn moeder duurde het negen maanden om verder te
komen. Eenmaal op eigen benen veertig. Je hebt het ook niet door tot het
gebeurt. En het enige dat je dan ineens weet, is dat je nog niks weet. En dat
lucht gigantisch op. Zonder dat je er direct voor hoeft te sterven.
Laat ik mij ook eens speciaal tot de vrouw richten, lieve lezer(es). Dit is van columniste tot lezeres. Het Duits heeft hiervoor zo’n mooie constellatie voor door op elke functie, elk beroep het “In” tussen haakjes te laten volgen: Mitarbeiter(In), Student(In), Dichter(In). Klinkt ook beter dan “dichteres”, laat staan “schrijfster”, wat toch meer de associatie met “schrijfsel”, dus broddelwerk, oproept. Maar laat ik op deze plek geen verzuchtingen slaken dat er te weinig vrouwen in de literatuur of aan de top zijn. Honderd jaar geleden mochten we voor het eerst stemmen, dus we zijn van ver gekomen. Mijn moeder ging met ontslag toen ze trouwde. Toen in mijn jeugd iedere slimme meid kon gaan studeren, al was het in de softe vakken van het pretpakket (ja, ook ik heb een taal gestudeerd, zij het een redelijk moeilijke, alhoewel Duits een eitje is vergeleken bij Servokroatisch, Latijn en Hongaars), werd de emancipatie als voltooid beschouwd. Nou, dat hebben we decennialang geweten! Mijn generatie leunde gemakzuchtig achterover, trouwde, kreeg kinderen en nam een bijbaantje in de zorg of deed als luizenmoeder onbetaalde arbeid.
In mijn studietijd waren er voor een vrouw twee carrièrepaden: lerares en verpleegster. Of serveerster natuurlijk. We dachten dat het zo hoorde, in ieder geval waren we gestudeerd genoeg om onze dochters bij het huiswerk te helpen en ze op de toekomst voor te bereiden, een toekomst van een slechtbetaald parttime zzp- of flexbaantje op een school, in een ziekenhuis of op kantoor. In geval van zwangerschap wordt het tijdelijke contract meestal niet verlengd. En waarom zou je voor een hongerloontje willen werken als dat allemaal opgaat aan de peperdure kinderopvang? Ja, er werken meer vrouwen dan vroeger, maar bijna allemaal in deeltijd. Hele sectoren, zoals het onderwijs en de zorg, zijn erop gebouwd. Toen een vriendin, die psychiatrisch verpleegkundige is, meer uren wilde gaan werken, kón dat niet eens. Dus nee, de emancipatie is bij lange na niet voltooid, me dunkt. Het lijkt me hoog tijd voor een nieuwe feministische golf – gelukkig heb ik mogen constateren dat de huidige twintigers en dertigers er weer zin in hebben en dat sinds Metoo woede ook de vrouw past.
Zo mag ik graag de knuppel in het Balkanhaantjeshok gooien. Weliswaar waren vrouwen het in het communistische Joegoslavië gewoon om voltijds te werken, maar moesten daarnaast óók voltijds moeder en huishoudster zijn terwijl hun mannen in de kroeg over politiek zaten te delibreren. Er was een vaste rolverdeling tussen man en vrouw, dat schept aan de andere kant ook weer voordelen. Scheidingsoorzaak nummer één schijnt in NL onduidelijkheid over de taakverdeling tussen man en vrouw te zijn, maar dat lijkt me al een hele vooruitgang vergeleken met huiselijk geweld en verkrachting binnen het huwelijk. En als er op de Balkan al eens een feministisch debatavondje plaatsvindt, komen alleen de mannen aan het woord terwijl de vrouwen stil in een hoekje zitten. Maar ook hier zijn we er nog lang niet. Quota hebben we nodig en handhaving daarvan. Er is niets waar ik zo witheet van word als het kulargument: we nemen geen vrouw, we nemen gewoon de beste kandidaat.
En die beste kandidaat, kan ik u verzekeren, lieve lezer(es) is meestal een man omdat mannen de sollicitatiegesprekken voeren en mensen altijd kiezen voor degene die het meeste op hen lijkt, dus een andere man. Met een quotum kan deze angel uit het verfoeibare patriarchalisme gehaald worden. Op vrouwendag afgelopen vrijdag bevond ik mij op het ministerie van defensie, een mannenbolwerk bij uitstek, zo dacht ik altijd. Ik was er in de hoedanigheid van “pers” toen de mannen en de vrouwen van Dutchbat de minister een petitie aanboden. De generaal die ons ontving feliciteerde mij als eerste met vrouwendag. Dat is me op 8 maart nou nog nooit overkomen. Het is een begin.
geconserveerd bloesemend
vrouwen voorbij de jaren waarin het bloesemende ongemerkt overgaat in conserveren, het gerimpelde
diverse huiden versleet, het bloesemt enkel nog aan de buitenkant het overstromende vel boven de broekrand, de gewichten
aan armen en kin, maar het gezicht moet strak over het been de man raapt de handkussen niet meer op, schuift
ze als droogbloemen terzijde, een komma is ze tussen twee zinsneden in die als veters in haar bilspleet snijden
wie verzucht moet lijden, er is nog zoveel om naar te reiken de mateloze tijd, onstoffelijkheid, die minnaar tussen de flanken
maar de vagina is een schuchtere schelp, door het leven gehard het hart door slagregens verweekt, de man een vermoeide gluurder
die niet meer de moeite neemt om zijn jas uit te trekken sex is een keuze gevolgd door stress, maar je moet
het voor je goede fatsoen blijven proberen, in de koffiehoek bij de albert heijn met droge mond probeert een arabier
haar te verleiden om frans te spreken tegen een vriend die het ook niet weet, als antwoord onhandig het scherm streelt
de vrouwen van texel op onnavolgbare wijze beschreven door eilanddichteres beumkes – er rollen babys daar uit lendenen en ze staan altijd stoer voor de deur met een houding van kom maar op!
Gezin
En elke keer dat er een baby
uit mijn moeders lendenen rolde
hoopte de zeeman op een zoon
die hij kon laten vechten met Boreas
of tot een boksertje kon maken
misschien een leeuwentemmer
maar op dit eiland was geen leeuw
er was een dijk om te mijmeren
over filmsterren met een kuif
wij werden mannen onder vaders maan
en moeders zon
hielden de vlet op koers
en waren ongemerkt veranderd in zonen
die spuugden op het gras.
ik heb een foto uit die tijd
voor het huis staan wij stoer
te zijn met onze handen
met een houding van kom maar op
in de voering van onze jas
hangt een katapult en mijn zus
lijkt op James Dean, ik zie het nu.
jeanine onze juryvoorzitter deze week – zij die de woede van Cartouche regelmatig op haar hals haalde – bericht uit het dichtershuisje:
Uit het ingezonden werk kies ik Frans Terken uit voor het goud Anke Labrie zilver en Cartouche brons. Dit in opdracht van tante, je moet je vijand altijd glimlachend tegemoet treden murmelde ze net terwijl ze een banaan at. Het zou dus best kunnen dat ze iets heel anders zei . We kennen allebei Cartouche zijn liefde voor tante, ik vermoed dat de liefde wederzijds is 😉
Liefs
en fijne zondag allen
Jeanine
MERIK VAN DER TORREN voor haar
FRANS TERKEN voor haar
CARTOUCHE dragen zal ik haar
MARC TIEFENTHAL voor haar
ERIKA DE STERCKE voor haar
ANKE LABRIE voor L
JOLIES HEIJ voor een geranium
LISAN LAUVENBERG voor haar, mijn dochter
PETRA MARIA aan haar gedacht
JAKO FENNEK voor haar charme
voor haar
ik zal 4 dagen in de week om half 7 en 3 om half 9 met ingehouden adem ik zal haar troosten als ze verdrietig is ik zal elke ochtend zorgen dat ze eet een dekentje over haar heen leggen als ze slaapt in haar stoel
en alle stekkers weer in het stopcontact doen en de wc ontstoppen als ze weer kattenkorrels
ik zal op 10 plaatsen hetzelfde briefje neerleggen haar uitleggen wie haar brieven stuurt ik zal eten wat zij nog voor mij en zeggen dat het lekker is ik zal elke dag voor haar koken en haar geheugen zijn en ik zal chocola kopen omdat ze dat lekker vindt
pom wolff
wedstrijdje vrouwendag – oma, moeder, dochter, geliefde, buurvrouw, vriendin – we hebben allemaal een ‘haar’. omring uw ‘haar’ met liefdevolle woorden. in welke staat zij zich ook bevindt – in welke relatie u ook tot haar staat – hoe jong, hoe mooi, hoe oud zij ook moge zijn. mooier zult u nooit meer schrijven – zo mooi schrijft u deze week voor haar. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. en onze jeanine hoedemakers is deze week juryvoorzitter.
Voor haar, omarming
Het warme lichaam om te voelen,
het malen in je hoofd te stoppen
oneindige sjalen sterrenstelsels te koesteren,
het wonder waar je eeuwig op wachtte,
in de breedte te omvademen
Kanaal van Internationale Koopvaardij
van je tenen tot je kruin;
Dit had je nodig in dit barre land jouw omarming feest
Merik van der Torren
pom: omring haar met de liefdevolle woorden dat was de opdracht – zodat we ook van haar kunnen houden. merik maakt er een feestje van. de beelden nogal wijds ingezet – maar vooruit – ze is van en voor iedereen even aantrekkelijk – varen maar! in dit barre barre land zo een omarming – ik doe mee! kunnen we er weer even tegen.
jeanine:
Merik van der Torren – Jouw
omarming/ feest, dat lees ik als één regel en het pakt meteen het gedicht voor
me samen. Liefdevol.
Dag Pom, Het is logeerweekend hier, toch een kleine bijdrage voor de virtuele trofee, nu E. van 2 even slaapt, en B. van 4 een vloerpuzzel maakt. Met een ‘gestolen’ regel tussen aanhalingstekens, het zij me vergeven. Groet, Frans
Voor E.
Lees ik dat een toegewijd dichter
‘een dekentje over haar heen legt
als ze slaapt in haar stoel’
net als ik haar heb toegedekt
op de bank in de woonkamer
het bed niet meer gehaald
na twee uur springen
in de Bubble Jungle
slapen onder het gele dekentje
hoe klein je ook bent
niet elke kleur kan je bekoren
die opa en anders niet
we bewaren de foto
voor als je groot gegroeid
niet meer past op de bank
FT 09.03.2019
pom: zoals de kinderen ooit en nu de kleinkinderen, zoals het gaan moet en in dit gedicht ook wordt aangestipt. het leven in een notendop door de dichter geschetst. dat ze het niet weten en toch opgeslagen hebben – die zorgeloze jeugd – met mooie ontdekdingen en opa – en ergens dat ene moment dat weer een leven mee gaat – waarover later gesproken zal worden – ja dat ik met MIJN opa nog …..
jeanine:
FT 09.03.2019 – Ach
ja, wat mooi neergezet. Natuurlijk wil je graag dat je kleinkind herinneringen
aan je heeft. Je doet er alles voor en je ziet ze groeien.
En
ja, dat dekentje is geleend maar geen enkel dekentje is echt van ons. Liefdevol,
net als dat van Merik
Dragen zal ik haar
tot op de draad, haar lucht onverdund geconcentreerd
vocht lekt niet na –
tweemaal
slikken en ademen
ingesleten leer, naad-gestikt
mijn twee-in-één seizoenenjas, samen god- lichaam en geest
deze paarse
tong die spreken blijft
een tweede huid
dragen zal ik haar
tot op de naad
als een schip de zee
Cartouche 09-03-2019
pom: onze cartouche altijd goed voor een bijzonderheidje. goed geplaatst vandaag – een dag met windstoten tot honderd kilometer per uur. is er nog plaats in de schuilkelder voor een man met een gitaar – zingt vreeswijk hier in de kamer – cartouche heeft zijn jas al aan – schuilt in zijn jas – zo kan het ook. hij draagt haar als een schip de zee. welja en in die jas schuilt ook nog een dichter. een bevoorrecht mens. geef mij zo een jas. voor gewone stervelingen is het leven ploeteren – trekken we een jas uit.
jeanine:
Cartouche
Even
schiet de vraag door me heen of ik nu in kleermakerszit zal gaan zitten, of zal
ik een kapiteinspet opzetten. Waarom dan, vraag je nu jezelf geheel terecht af.
Ik weet het ook niet maar dit gedicht leest als een gedicht waarvoor ik een
houding dien te kiezen. Ik begrijp paarse tong bijvoorbeeld niet en bij dat niet
na lekken heb ik vragen. Ik weet het niet Cartouche, ik ga ervanuit dat het pure
liefde is wat je hier beschrijft. Tweede huid, tot op de naad van een schip.
Tante is er zeeziek van zegt ze en zit nu aan de naad van haar nieuwe strakke
rok te tornen. Ze nodigt je uit voor een kopje thee met een slagroomsoes. Dat is
goed voor je huid, denkt ze. Best liefdevol van haar gedacht terwijl je haar …
De titel van het volgende gedicht is In alle ernst. Dit ook in alle ernst,
soms begrijp ik je taalgebruik niet helemaal en dan schiet ik dus in de houding.
De strekking vat ik wel maar soms heb ik er tante voor
nodig.
In alle ernst
Neem jij je vrouw ernstig?
Ik neem haar ernstig, op haar vraag.
Schat, neem me!
Daar ga ik op in, zie en hoe!
In alle ernst en voel
hoe ernstig ze me opneemt.
Niet in een deuk van het lachen liggen wij
maar in een knoop van verrukking.
marc tiefenthal
pom: tiefenthal over tiefenthal – de poëzie weer eens ver te zoeken. en zij ligt in een knoop. ach moet kunnen pom. hou je in!
jeanine:
marc
tiefenthal
Ik ken iemand die knopen verzamelt, ik wed dat ze deze knoop nog niet heeft. Wat ik hoop is dat je er geen hernia aan over hebt gehouden, of spit, of gewoon een weekje last van de rug. Een simpel vraag en aanbod tekstje denk ik dat hier staat. Mag best hoor maar van mij mag het iets meer zijn.
Nu je hier niet meer bent
een moeder zonder verwijten
tijdens jouw ingekorte jaren
de zon hangt binnen
jij in een kader tegen het gordijn
we hadden de wereld in onze handen
maar de zandloper liep vast
in een tijd die grote haast had
Je ging zoals je wilde
in de stilte van die ene nacht
ik word nooit wat jij was
Erika De Stercke
pom: een toch wel ietwat droevige terugblik – ‘ik word
nooit wat jij was’ klinkt als een klaagzang – ik zou er blij mee zijn – anders
blijft alles het zelfde en daar heeft niemand wat aan – voorwaarts – gebruik de
genen! dat zij ‘in een kader hangt tegen het gordijn’- ik probeer het me nu al
weer een kwartier voor te stellen – ik kom niet verder – ik kom er niet uit.
gelukkig zingt cornelis vreeswijk in deze kamer hier – over zoetelief en over bliksem en de donder – slaap maar zoet – zoetelief – totdat de zon de dauw komt vergaren en wij lieflijkheden doen – godzijdank zij lacht. zo kan een kamer ook geschetst. open die gordijnen erika!
jeanine:
Erika
De Stercke
Een
bezwerende regel; ik word nooit wat jij was. Ik kan uit de tekst niet goed
opmaken wat je niet wenst te worden. Een moeder zonder verwijten? Ze is jong, te
jong gestorven? Ik weet het niet Erika.
Ha Pom,
De ‘haar’ in mijn leven, toch wel mijn overleden verstandelijke gehandicapte oudere zusje, met wie ik een sterke band had. Ik schreef lang geleden dit gedichtje toen ze had gehoord dat ze niet meer beter zou worden. Gelukkig heb ik haar aan het tekenen gekregen, waar ze in de laatste periode van haar leven heel veel plezier aan beleefde.
ik doe er een tekening van haar bij, misschien leuk, maar geheel aan jou hoor.
Fijn weekend verder,
Hrtgr. Anke
voor L (1946-2001)
doodziek zittend in haar bed
tekent ze alleen maar lieve poezen
ook als ze muizen vangen zijn ze lief
heeft ze besloten
‘want dat is hun aard’
daar denk ik aan als ze het moeilijk heeft en moeilijk is ook als ze scheldt dan is ze lief heb ik besloten ‘want dat is haar aard’
Anke Labrie
pom: beschreven in weinig woorden hoe ze was en hoe wij haar leren kennen nu met alle menselijkheden zou cornelis vreeswijk kunnen zingen, over lief en leed, dood en leven – kort en krachtig
jeanine:
Anke labrie
Ja,
dat heb je wel mooi rondgebreid Anke. Ik begrijp dat L stierf in 2001. Ik vraag
me daarom af of dan misschien de tweede strofe in verleden tijd zou moeten
staan, of dat niet beter zal klinken.
Het hoeft niet hoor want het zou zomaar kunnen dat ik het niet goed lees. Het is immers gewoon een wat donkere zondagochtend, soms denk ik een uur na de wedstrijd al een ietsiepietsie anders.
daar dacht ik aan als ze het moeilijk had en moeilijk was ook als ze schold dan was ze lief had ik besloten ‘want dat is haar aard’
Voor die ene bloeiende geranium
Ze zijn de kamerplanten langs de oudste steenweg van het land
waar vincent zijn oom bezocht, de prinsenhaag is gesnoeid
de kern ongemoeid, het looprek verfoeid.
Ze vergaren stof, hun takken worden al dunner
ze vervallen tot knikkebollen als je niet tegen ze praat
als ze je al verstaan.
Maar begiet je ze worden ze spraakwater, kiezen het ruime sop
van de verbeelding op sterk water. Als je de kerktoren
volgt kom je vanzelf waar je wezen moet.
Weet je wel hoeveel kerken dit dorp telt? roept ze
volg de van goghstenen, maar voor hinkstapspringen ben je te oud
we zijn het goudzoeken verleerd.
Ik was nooit een goede huishoudster, mijn kroon oogt te flets.
Ik legde het aan met de strontschraper van witte neushoorns
omdat niemand hem wilde hebben.
In de soos gaat alles met de seizoenen mee, het is er niet
tijdloos. Het zijn de jaren van schaarste. Als er een bloem ontluikt
worden nekken driftig verdraaid.
Jolies Heij
pom: ja dit soort gesprekken heb je/ krijg je in dorpen. gratis en voor niks. dat soort praatjes meneer hou die maar tegen heij! die gaat er nog rustig voor zitten. zou ik al snel opmerken. die dorpen waar ik niet graag verblijf. ik ben een stadsmens. de communicatie sneller - ‘ha heij - dichie geschreven vannacht? mooi zo - moet weer door kind - geen tijd voor spraakwater & ontluikende bloemen vandaag - doei!’
jeanine: Jolies Heij
Jeminee Jolies, ik stel me voor dat je gedacht hebt, ik zet mijn verstand op nul en alles wat het papier op wil zonder tussenpersoon geef ik rood licht en dan ontstaat er als vanzelf een gedicht. Nu zie ik wel wat mooie regels en ik kan me voorstellen dat die nog wel een keer opduiken als je in een vergelijkbare flow woorden de kans geeft zich te ontplooien tot fraaie verrassende beelden. In dit gedicht is dat niet helemaal gelukt. Wel moet ik zeggen dat ik die laatste strofe wel kan waarderen, op die regel, het zijn de jaren van schaarste na. De ouderdom wordt vaker schaarste toegedicht terwijl je nek verrekken voor een bloem verwondering betekent. Je kunnen verwonderen is een groot genoegen, dát niet meer kunnen, dat is schaarste. (denk ik dus )
Perfect Recept
Ik zie generaties vrouwen
bouillon trekken en aardappels schillen, augurken hakken en zo meer, om die liefdevolle maaltijd te hebben voor de bijzondere dagen.
Ik zie de volgende generatie komen
om te leren van hun oma hoe het moet.
Ik zie het vlees koken en de aardappels vangen de herinneringen die ik heb aan al die andere keren dat ik dit lievelingsmaal bereidde en hoe mijn oma het maakte en mijn moeder met haar zussen en ik. Voor elk feest werden we rond de tafel gezet en begon het schillen en snijden en daarna het roeren en proeven tot het familiegeheim rond was.
Vandaag kook ik het voor haar, mijn dochter, waar verwachtingsvol een volgende generatie groeit, die ik nu al voedt met de lijn van herinneringen die ik in de aardappels leg, voor nu en later. Ik ben alleen, de drukte van de zussen, oma en moeder zijn verdwenen in de mist van dat grote geheim.
Daarom kook ik het familierecept om te gedenken, om deze nieuwe lijn, deze hoopvolle komst, voor te bereiden op een liefdevolle opwachting, voor haar die bijna dertig is. Deze dagen herinner ik me de dagen van wachten op haar komst, zoals zij nu wacht op wat er onder haar hart klopt, zonder twijfels, zonder geheim.
Goed recept.
@Lisan Lauvenberg
pom; hoe de generaties voorbij gaan en toch ook niet helemaal. wij onze plaats kennen in het voorbijgaan. de romantische duidingen moeten toch een beetje bijgesteld – werk en inkomen /kind/huishouden/mannen/en als het tegen zit grootouders met gebreken – het is hard werken voor dochters van dertig. pas als oma in de keuken keert de rust weerom. leven is mooi maar makkelijk is anders meneer!
jeanine:
Lisan
En
zo leg je lijnen aan. Lijnen die je altijd weer terug zult vinden in de
aardappels. Plat samengevat. De strekking komt echt wel over. Het is meer een
kort verhaal dan een gedicht geworden hè. Oma, moeder, dochter, kleinkind.
Liefde van generatie op generatie gaat hij over, zo ook het
recept.
AAN HAAR GEDACHT
een modderig paadje
slingert het leven
wat onhandig
mijn wereld in
was ik maar als haar
zo aards
mijn vingers
om de potgrond
een koele hand
op het koortsige
voorhoofd
jij zet de kachel
wat hoger
Oolong thee en jazz
het mag voor mij
zo goed zijn
als vandaag
met jou
PetraMaria
jeanine: PetraMaria
Wat
mooi die eerste vier regels, hoe een paadje met het leven kan slingeren. Dan die
tweede strofe, was ik maar als haar… Als je moeder? En waarom dan, vanwege dat
pad? Ach, ik raak het spoor een beetje bijster en misschien komt dat ook wel
door dat geslinger van dat modderige paadje. Het zou vreselijk saai zijn als ik
nu zeg ben jezelf. Het is ook zo’n dooddoener hè. Daarom zeg ik, een modderig
pad is leuk, je kunt er zalig in lopen soppen, wel zijn laarzen aan te bevelen
op een dergelijk pad. Weet je wat trouwens zo grappig is, je eindigt de laatste
strofe met het woord met en dan volgt daaronder je naam. Denk daar maar eens
over na 😉
pom: ‘was ik maar als haar’ – welnee niks daarvan – opnieuw, anders en nieuw graag met een beetje behoud van het goede – geen stilstand – in grote streken de wereld te lijf en het leven – de thee en de jazz die mogen blijven – maar dan wel naast de flessen grandmarnier en cognac svp – en met Daniëlle op naar het hipsterfeest!!!:
gloed
twee keer zijn we wezen stappen
vanavond echter
telt weer scheepsrecht
want onze leden dragen vuur
nu de avondlucht zwoel toeslaat
de wijn zijn taak verricht
haar charme me vrouwelijk warm
als een hemd omsluit
nu ik haar blik ontmoet
die dwingend bij me binnen dringt
nu word ik plotseling week
voel me op slag een hinkend paard
dat naar de eindlijn streeft
ervaar hoe diep in mij de gloed
al aftocht blaast
jako fennek
pom: met het vergaan van de jaren ook het vergaan van die allesoverheersende gloed – maar toch niet helemaal – bij die altijd weer aanwezige vrouwelijke charme die binnendringt en haar werk doet. helemaal niet. een echte jako fennek deze week!
jeanine: jako fennek
Een dovende kaars, dat is het eerste wat me invalt. Tja. Zo gaat het soms
vermoed ik. Het gedicht roept niet echt iets bij me op waar ik wat over zou
willen of kunnen zeggen. Maar je stuurde in, daarvoor dank.
Het regent en de belasting moet gedaan. Stress in vele huizen.
Hoe moet je in godsnaam je belasting aangifte doen als je dementeert, maar dat zelf nog niet weet.
Ik weet het zelf zonder beginnende dementie nog niet eens zo goed. Terwijl ik toch echt goed kan lezen of schrijven.
De belastingdienst maakt het makkelijk voor ú. Dat was een slogan van een aantal jaren geleden. Maar nog lijden we aan belasting-invul-stress.
Vriendinnen kunnen plotseling meer dan een maand niets gezelligs doen, omdat ze hun belasting moeten doen. Ook al hebben ze geen eigen huis of een eigen zaak dan nog is het gaan zitten, alleen al, om die lijst door te nemen al zo stressverhogend dat er geen ontspanning tussendoor mag zijn, want dan doen ze het misschien niet goed. Ik heb jarenlang de bonnetjes van chaotische theatermakers verwerkt tot keurige en handzame lijsten, waarin duidelijk werd wat ze hadden uitgegeven en hoeveel ze verdiend hadden. Maar ook hier zorgde de belasting stress tot veel onnodig uitstel van handeling, ook al behelsde dat vaak alleen maar het overhandigen van een doos met alle bonnen die ze verzameld hadden tijdens het maken van hun theaterkindje. Nog later heb ik bonnen van verenigingen en kleine zelfstandige kunstenaars tot kaslijsten omgewerkt, die konden dienen voor “controles” die nooit kwamen, waar ook weer een boel stress bij kwam kijken. In een moedige poging tot ordening hadden ze soms een aantal dozen bij zich, een voor de benzinebonnen, een voor de materiaalkosten, een voor de eetkosten etc. Maar ook dat hielp vaak niet, omdat ze hun kostenposten niet helder hadden, werd ook de dozenplan vaak een zootje. Het leidde in bijna alle gevallen tot :
Stress.
Stress veroorzaakt door angst in de portemonnee gekeken te worden.
Stress omdat vergaande slordigheid zichtbaar wordt voor de buitenwereld.
Stress omdat er een aftrekpost vergeten zou kunnen worden.
Stress omdat er controle zou kunnen komen en er teveel aftrekposten zijn gecreëerd.
Stress omdat het niet netjes, niet afdoende en niet juist gedocumenteerd is.
Ik hou van ordenen zolang het voor anderen is, als het voor mezelf is, krijg ik ook last van stressverschijnselen. Nou heb ik gemerkt dat het eten van (Limburgse katjes) drop werkt om me door een taaie berg papier te werken. Zo heb ik stress als er geen drop in huis is en ik bijvoorbeeld uit mijn la een programmaatje moet samenstellen uit mijn aanzienlijke hoeveelheid gedichten. Ik had het idee opgevat om alle gedichten te bundelen in een boek of meerdere boekjes, zodat ik makkelijk kan bladeren en de gedichten op thema of op jaartal geordend zouden zijn. U begrijpt mijn probleem ondertussen wel. In plaats van het gezellig kwartetten en bundelen van mijn poëzie, ben ik anderen gaan helpen met hun schoenendozen vol bonnen, daar werk ik blijmoedig aan en zucht tevreden als alles excel-waardig is geworden, omdat het op datum en kostenpost gerangschikt is.
Ondertussen liggen mijn eigen belastingpapieren nog in grote chaos in de la.
En is het boek der gedichten van toen tot nu ook nog steeds een berg papier van hIer tot gunder.
Als mijn dochter last heeft van stress pakt ze een doos knopen en gaat ze die ordenen. Hier viel de appel niet ver van de boom, maar met knopen in keurige rijtjes kan ik bij de belastingdienst niet aankomen. En de rest van mijn vrienden heeft geen tijd om mij op weg te helpen, want ik help hun of ze zitten weggedoken in hun administratie hoekje hun stress weg te kauwen met dropjes en snoepjes wat dan helaas voor dieet stress zorgt.
Gelukkig schijnt de zon binnenkort weer en kunnen we doen, alsof 1 april voorbij is en tja we kunnen nog altijd uitstel vragen, zodat we lekker van de zon kunnen genieten als hij schijnt. Stress-vrij.
ik zal 4 dagen in de week om half 7 en 3 om half 9 met ingehouden adem ik zal haar troosten als ze verdrietig is ik zal elke ochtend zorgen dat ze eet een dekentje over haar heen leggen als ze slaapt in haar stoel
en alle stekkers weer in het stopcontact doen en de wc ontstoppen als ze weer kattenkorrels
ik zal op 10 plaatsen hetzelfde briefje neerleggen haar uitleggen wie haar brieven stuurt ik zal eten wat zij nog voor mij en zeggen dat het lekker is ik zal elke dag voor haar koken en haar geheugen zijn en ik zal chocola kopen omdat ze dat lekker vindt
En dan ineens een kleine twinkeling in het water van wat eigenlijk de Donau is De boom die daar op het eilandje stond en de halve liters Branik die bitterzoet smaakten De jeugdige hoop en onbezonnenheid Heerlijk
xxxxV
Deel 327. Dresden
Het had ook een andere stad kunnen zijn, maar dat was het
niet. De Elbe stroomde er in dit geval doorheen. En daaraan lag een camping.
Daar stopte de bus. Het was geen dure reis geweest, want geld hadden we niet.
Zij studeerde en ik deed ook zoiets. We hadden samen geboekt, omdat we na twee
jaar ook weleens een keer samen op vakantie wilden. We wilden nogal wat.
In de bus naar Dresden zaten leuke gezellige jongeren van
onze leeftijd. Mijn aandacht werd meteen getrokken door een meisje met een
korte, strakke spijkerbroek en volle lippen. En dat zag ze zelf ook. Maar
ongeschreven onvolwassen regels schrijven voor wat misplaatst is. En
onuitgesproken woorden handhaven de stilte. En de stilte werd almaar dieper,
hoe donkerder het werd. Laat op de avond kwam de bus aan op de camping langs de
rivier. Eenieder betrok zijn tent. Mijn vriendin en ik deden dat ook. Er werd die
avond niet geneukt. Zeer tot mijn ongenoegen.
Enige avonden later waren we met het hele gezelschap aan de
zuip in wat voor het oude centrum door moest gaan. Met zijn allen rond een
grote tafel. Het meisje met de volle lippen had een strak leren broekje aan en kantelde
openlijk haar bekken voor me, keer op keer. En ik keek toe. Gebiologeerd door
de simpliciteit van de menselijke fysiek en geilheid. En toen was er ruzie.
Mijn vriendin vond het te onbeschaamd voor woorden hoe ik dat meisje in haar
kruis zat te staren. Het meisje zweeg. Ik werd boos omdat we nog steeds niet
geneukt hadden op vakantie en gebruikte dat als verweer voor mijn
onbeschaamdheid. Die avond eindigde in de tent met over en weer gejank, zoals
jonge mensen dat zo goed kunnen.
De ochtend bracht stilte. En in die verraderlijke
veiligheid van een brakke ochtend in het gras onder de bomen vertelde ik mijn
vriendin dat zij niet de enige was. Hoe het gebrek aan fysieke intimiteit me in
de armen van een ander gedreven had. ‘En hoe dan verder?’ ‘Gewoon maar verder’,
was mijn antwoord. Op die leeftijd gaat dat allemaal wel. Dat denk je
tenminste. Toen ik twee maanden later onverwacht bij mijn vriendin thuis op de
bank zat en ze zoenend met een ander de voordeur binnenrolde, wist ik ineens
wel beter.
Een paar maanden daarvoor fietste ik door het
schemerduister voorbij het Utrechtse Griftpark, Niet eerder had ik me zo vrij
gevoeld. Het was een stroom van verscheidene gevoelens, waarbij gedachten
onvolwassen waren. Het was als de eerste gitaarklanken van ‘One of us’. Ik kwam bij een lieve jonge
vrouw vandaan. En was erg arm en onbezorgd toen.
Als de oorlog komt, zijn er bombardementen die niets heel laten. Vuurstormen maken steden met de grond gelijk. Zowel medemensen als redenen als de namen van de generaals worden brokstukken vergetelheid. En toch verrijzen ze om onduidelijke redenen toch altijd weer uit hun as. Herwinnen oude glorie en pretenderen sterker door strijd en wijzer door verlies. De oude mensen zullen zich de geur van stad herinneren zoals ze ooit was. Zij die daar net te jong voor zijn, zullen voor altijd met één been in de herinnering staan en met het ander in twijfel.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
al een tijdje spookt het woord “rommel” door mijn hoofd. Dat resulteerde tot het tekstje in de bijlage. Alweer “rommel” ? groet, Merik
Verloren
Mijn vader trad mijn met peuken,
lege bierflesjes en allerhande papieren bezaaide kamer in :
“ Zeg kan je die rommel eindelijk eens opruimen?”
“Weet je wel wat je zegt? “ zei ik,
“Rommel was een Duitse generaal,
die een aanslag wilde plegen op Hitler.
Die dwong Rommel zelfmoord te plegen.
Je bent als Hitler als je zegt dat ik
die rommel moet opruimen.”
Mijn vader greep naar zijn hoofd en
liep kreunend mijn kamer uit.
Ik pakte nog een biertje uit het kratje.
Rommel was okay.
Columniste en carnaval gaan samen als de leeuw en het lam, de krokodil en de struisvogel. Neen, ik beoefen geen gereformeerdzeeuwse dwangvorm in mijn poëzie (ik beoefen vele vormen, ben zelfs door Robin Kerkhof van een modern sonnet beticht), zoals de grote baas beweert, maar met mijn calvinistische inborst van boven de rivieren was carnaval voor mij altijd een buitenaards monstrum. Het was in de tijd dat de verzuiling nog een staartje had en bij katholieken kwam je niet over de vloer, simpelweg omdat ik op een protestantschristelijke school zat. Er reed hooguit een eenzame praalwagen door een naburig katholiek dorp. Aan dat paard in de gang had ik een bloedhekel, aan André van Duin trouwens ook.
Toen ik naar een katholieke middelbare school ging, kwam ik wel met katholieken in aanraking, maar de Utrechtse Heuvelrug is nou niet bepaald een carnavalsstreek. Toen ik een tijdje nabij Bergen op Zoom woonde, kwam het gerommel al naderbij, maar dan vluchtte je gewoon naar het reformatorische Tholen. Toen ik in het zuidduitse Freiburg woonde, gingen we met het hele studentenhuis naar de Basler Morgestraich, die om vier uur ’s nachts begint en een geweldig spektakel is, een eindeloze optocht van Pierrotfiguurtjes die op trommels slaan en fluitjes bespelen. Maar toen de optocht gepasseerd was, was het feest ook meteen voorbij, het blijven toch calvinisten in dat Zwitserse.
Inmiddels treed ik al jaren regelmatig in Brabant en soms ook Limburg op en heb er vele vrienden. Mijn vader woont sinds jaar en dag – als hij niet in Vlissingen verblijft – op de Wouwse Plantage bij Roosendaal. Een paar jaar geleden kwam ik per abuis in het feestgedruis in Oeteldonk terecht. Ik vond het geweldig, hoewel je kroegen dan maar beter kunt mijden. Ik hou van verkleedpartijen, dat zal het zijn. Dat is ook het principe van carnaval, dat je vanachter dat masker en onder die exotische kledij een lange neus naar het gezag maakt. Zou ik die stijve hork van een natuurgenezer niet eens kunnen verleiden? was een stoutmoedige gedachte die prompt in me opwelde.
Niet geschoten is altijd mis, dus knalde ik de deur van het tuinhuis open, alwaar de natuurgenezer in zijn sloffen op de divan naar het plafond lag te staren. Ik ben depressief, kreunde hij voordat ik iets kon zeggen. Mijn geilsoldate is nog altijd niet teruggekeerd, volgens mijn spionnen zet zij de bloemetjes buiten in Tullepetaonestad. En mijn goger beroep schiet niet op, want Karremans, die voor mij zou getuigen, is door de asbest geveld. Dat lijkt me geen straf, Radovan, zei ik, misschien komt van uitstel wel afstel. Je wilt toch niet wegrotten in een cel met een gat in de grond? Je krijgt het nergens meer zo goed als hier. Maar get gaat mij om gerechtigheid, om get belang van mijn zaak! vloog hij op. Al goed, suste ik, daar is nu even niet veel aan te doen. Dus laten wij ook eens de bloemetjes buitenzetten, veel mensen komen tijdens carnaval de ware liefde tegen.
Ik wil geen ware liefde, jammerde hij, ik ben gelemaal klaar met de liefde, ik ben alleen nog maar ongelukkig, mijn gart draagt een rouwrand. Zoals je wilt, zei ik koel, ik ga wel zonder jou de beest uithangen. En ik stortte me in het feestgewoel van scherpslijpers, scheidsrechters, clowns en brandweerlieden, natuurlijk niet voordat ik me in mijn krokodillepak had gehesen. Aan iedereen die het wilde liet ik mijn tanden zien, door die tanden was ik onherkenbaar en ook ongenaakbaar, want de gezagsdragers bleven op veilige afstand. Plots werd ik echter bij mijn krokodillenlurven gegrepen en een portiek ingesleurd. Een struisvogelkop kletterde tegen mijn tanden, de dikke lippen schuurden langs mijn onderkaak. Vergip, get valt nog niet mee om een krokodil op de bek te pakken, klonk het mopperend.
Wàt?! riep ik verbijsterd. Probeerde jij mij nou net te zoenen, Radovan? En wat doe je hier als struisvogel? Ik ben toch de struisvogel bij uitstek, grijnsde ie. Ik steek mijn kop lekker in get zand, ik wil niet weten dat ik schuldig of verliefd ben. Alleen in mijn struisvogelvermomming kan ik jou liefgebben, maar gelaas niet zoenen vanwege je tanden. En morgen, in onze normale gedaante, zullen wij dit alles weer vergeten zijn, ja, ik gelast je om niet meer aan dit onfortuinlijke incident terug te denken.
leutstoet van tullepetaonestad tot krabbegat
winter kruipt terug in de grond, krokussen staan uit te buiken feesttenten wapperen gure bewoners naar buiten
met een groot wouw-effect worden ze klaargestoomd om verkleed als poelepetaten de leutwagen te flankeren
de praalwagen is gemaakt van pir, het rood en groen werkt als een lap op de hoge stieren van dit dorp
die dan maar een feestmuts opzetten, gebroederlijk vormen wij de leutstoet van tullepetaonestad tot krabbegat
ergens is wel een ouwe bok die een groentje lust en meisjes die uit de rooie kool zwermen
eerst nog een pilske, een prins en dan te sterven aan dit carnaval der burgers, ook de papboer danst
vergeet het rood en groen van het papdomfatsoen maak een dikke neus tegen de kinkels van klapzand
verstouw de volgevreten schuren, blaas de al te bolle wangen op en laat de lepel rechtop staan in de pan met het dwarse stijfsel
geef je kiel niet af aan de concurrent, wees trots dat je een parelhoen bent waar anderen niet weten noch begrijpen
daar is het om te doen, achter die karavaan van gereguleerde anarchie aan tot de klepel luidt, want we zen wir de leste