Stille bordjes minikunstwerken nodigen uit de trap te nemen of nemen we de trap linksom rechtsom op en af
vroeg of laat gaan we allemaal naar boven voor wie dat gelooft althans je kunt ook beneden blijven simpelweg in grond of vuur verdwijnen dan is er gewoon niks niet meer
ik trap het af … van zero naar nul zie dit prachtig lijnenspel zigzaggend dagelijks in beeld verschijnen maar waar in vredesnaam is nu die trap gebleven open deur … daar is hij dan … toch?
dank aan alle dichters die hun lenteteksten instuurden. overweldigend veel – mogelijk een teken hoe zeer er verlangd wordt naar de lente en al hetgeen met de lente samenkomt of hangt of ligt. heel expliciet soms de teksten – lees Ien Verrips – of ietwat afstandelijk lees karlijn groet en of ditmar bakker – veelal liefdevol lees vera van der horst en of elbert gonggrijp en vurig door luk paard. de natuur bezongen als bij freda, rob mientjes, frans terken, rik van boeckel, jorge bolle en Cartouche en Anke Labrie.
kom ik bij goud dat ik mag uitdelen vandaag – terug naar mijn jeugd – de zomermaanden in het limburgse heuvelland – pluisjes blazen met wie ik liefhad op de lóssvelden, op het grasveld van zwembad zeekoelen in brunssum, in de bossen aldaar, magda haan bracht me terug naar ooit en toen met haar fraaie gedicht ‘Paardenbloempluis’ – goud – en ook goud voor het gedicht waaruit de lente in alle kleuren en geuren ons lezers tegemoet spat – ‘Voor altijd lente’ van marjon van der vegt. van harte! jullie gouden dichters.
Voor altijd lente
ik open de salondeuren zet twee stappen buiten, en verdwaal in dat wat lente heet kleine beestjes nodigen mij uit, en krioelen om mijn blote voeten, vers gras deint in de wind, ik beweeg onder pirouettes van het magnoliabladerenballet, vlij mij neer en zie hoe kersenbloesem het krieken liefkoost, bijen verblijden bloemen die vragen om bestuift te worden, bosanemonen verleiden vlinders één voor één, aurora verwarmt ze tot de gevleugelden hongerig genoeg zijn om op zoek te gaan naar pure passie Pom’s lente is geboren
met de hartverwarmende woorden van marjon zitten we helemaal midden in de lente – een heerlijke lente – alles wat je in de lente wil is hier uitgeschreven.
Dag Pom Ook hier is het lente. De nesten in nog kale bomen zijn al bezet. Ouders vliegen af en aan. Fijn weekend.
Paardenbloempluis
ook nu gaan er dagen voorbij met wisselend licht van nacht en dag zon en bewolking
nog niet zo lang geleden toen we nog konden schaatsen en ademen op bevroren glas de lente lente was de winters ijskoud en nog van geen kwaad bewust stonden we al met de voeten in de natte klei
maar ik blijf blazen als teken van voorjaar in de wind
Magda Haan
ach ja i remember de pluisjes die te blazen waren vroeger als kind – opnieuw hier de pom ingeblazen als signaal van de aankomende lente – een zacht en ontluikend gevoel.
Peter Knipmeijer – buiten mededinging
Anke Labrie – idem – én de regels van Pessoa
Marjon van der Vegt – vers gras deint in de wind
Vera van der Horst – in je blik lees ik het eerste bange bloeien.
Freda – hoe de merel zingt
Luk Paard – ik zie in’n dans van licht hoe je naam mooi bloeit
Rob Mientjes – frivool de gladiool
Karlijn Groet – bij het bottelen van de lente
Rik van Boeckel – men zingt zacht
Frans Terken – de goddelijke blauwe hemel buiten
Magda Haan – als teken van voorjaar
Elbert Gonggrijp – er hangt blauw licht in de lucht,
Jorge Bolle – ja dan ben je in aantocht
André Heijnekamp – het schone licht
Ien Verrips – nooit houdt het verlangen op
Cartouche – adem diep – schep nieuwe lucht
Ditmar Bakker – Jij was geen lente, maar een barre grond..
wie wint de enige echte virtuele – haal ajb de lente in je hoofd – trofee op pomgedichten.nl? laten we een keer hier volstrekt duidelijk zijn en de lente bezingen in poëzie – en alles wat de lente ons aanreikt aan liefde leven lust en zoveel meer nog. dichters ga uw goddelijke poëziegang u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
wat is dat toch?
wat is dat toch dat altijd weer dat altijd altijd weer onbenoembare sluipen in mijn hoofd
en wat is dat toch dat altijd weer en steeds maar weer zo nodig moeten herhalen van de jaargetijden
wat zo onherhaalbaar leek en toch gewoon herhaalbaar bleek en ooit zo benoembaar leek eenvoudigweg onbenoembaar bleek
pom wolff
Screenshot / PETER KNIPMEIJER – buiten mededinging
dank aan Peter voor de bijdrage aan de zondagwedstrijd die geen wedstrijd is. tussen de dikke dame en het raam op weg naar een geheime liefde – in utrecht is het nooit saai haha. mooi dichie.
dank aan Anke Labrie voor de – op de valreep ingestuurde ‘Pessoa’ bijdrage aan deze site – na de ochtendwandeling ontvangen – het jury rapport was al geschreven – net als hierboven de bijdrage van Peter Knipmeijer wordt Ankes poëtische bijdrage zeer gewaardeerd. zeer toepasselijk trouwens de beschrijving van een wandeling in de lente.
Waar het bloeit
Ik zie je staan in dit eerste licht, grijs en onwennig van de lange kou. Je handen bleek en gesloten als winterse knoppen, die de warmte van de dag nog niet vertrouwen.
We zijn als de bomen, nog naakt en stram, maar de lente eist ons op en haalt ons aan; in je blik lees ik het eerste bange bloeien.
Onze vingers raken elkaar voorzichtig aan. In de diepte van je ogen zie ik het onherroepelijke, het onstuitbare, dat ondanks alles weer wil groeien.
Vera van der Horst
gloeien – als laatste woord? laat de prille liefde maar over aan vera en leg deze maar in aan veraas veilige en vertrouwde handen – ‘in je blik lees ik het eerste bange bloeien…’ ja dan ben ik al verloren als ik zo een regel lees.
vers groen hoe diepe duisternis wijkt voor wassend licht teruggedrongen naar koudere uren
prille zon zorgen van schouders smelt oorlogen verder weg
verwaaid in hoopvolle wind
hoe de dagen lengen wij vergeten hoe bang we waren
nieuwe kleuren uit oude aarde breken
hoe de merel zingt tussen vers groen
Freda
mooi het wereldleed terug gebracht – voor ons lezers omgebogen – tot het gezang van een vogeltje in dat verse verse groen. freda zal het groen bedoelen als op de foto hieronder.
” lentXplosie ” by luk paard
hoi pom, de bijdrage voor de zondag die komt (22/3/26)….en’et is dus lente en ja zo welkom zo fijn dat’k dans as’n vlinder die fladdert…en dat’et van de liefde is dat’et voor de liefde is dat’et zo vurig is…en alles om en om dat’et lief zo ook naar mij en dat vuur en vlam….dat’et vuurt en vlamt…’n lente explosie…ja alles helemaal lente en dan komt’et schrijve…en voel je de kleure van’n gloeiend liefdeshart
<<<<< (de rockdichter): zo de dag die’n zondag is en dus ter poms site de wedstrijd die geen….dat je’t dus kent en ik met’n vurige hart al van de lente in mij weet….en zo naar jou ja dans dans ja dans me dan tot vuur en vlam tot lente en nog van jou
” vurig hart ”
asof’k vlinders vanuit de hande na zovele kere graaiend in al de kleure
ze krijge adem mee langs lippe die zoet en ik kleef huid op vleugels terwijl jij wordt bebloemd
ik zie in’n dans van licht hoe je naam mooi bloeit in’n lente uit mijn buik
het is lente en de dichter luk paard weet wat hem te doen staat in taal en uitbundigheid – het is die gestyleerde uitbundigheid die we van Luk kennen – die bijna niet te temmen euforie – alsof er een paard uit de stal in een lenteweide voor het eerst na de lange lange wintermaanden wordt uitgelaten. en de uitgesnoven woorden vliegen licht door de lente lucht – zij dwarrelen neer op de lezers en toeschouwers die vol verbazing niet anders kunnen dan deze lente met blij gemoed aanvaarden.
Dag pom, laten we drinken op de lente, heel langzaam, nu de lente al vroeg verschijnt in Twente en de rest van Nederland. Proost alvast. Groetjes, Rob
Festina lente
… en het is nog zo vroeg zij en hij … de lente mogen allebei de bloemetjes weer buiten zetten
frivool de gladiool al moet die wel nog wachten vierdaags en zelfs langer hij haast zich langzaam
festina lente de merels verslikken zich in vrolijk lied zonder weerklank het is nog veel te vroeg
zware lijven hunkeren naar zon hoofden zijn op zoek naar frisse lucht en toch zo voor de ogen zou het zowaar nog kunnen sneeuwen
loom de poes en slap de hond ze weten beter baasje moet nog eerst vakantie boeken en dan … is daar de lente … finally
Rob Mientjes
dichter wijst ons op de langzame gang die we hebben te gaan richting lente – de elementen zorgvuldig in de strofen verwerkt. het zware kan langzaam maar zeker plaatsmaken voor het lichtere lentegevoel. eerst nog effe sneeuwlaarzen aan. als we rob mogen geloven.
lente
we dronken elkaar tot de droesem eruit sloegen lallend alle liefde achterover, klotsten o-ver-al over de rand
leegden elkaar tot er niets meer viel te proeven dan de dorst zelf; een ordinaire smaak in een ouderwetse kruik
bijvoorbeeld te gebruiken bij het bottelen van de lente of het schervengericht de rest van het jaar
Karlijn Groet
ja karlijn heb er zin an. het zal een stevig jaartje worden als we dichter in dit gedicht mogen geloven – eigenlijk doet de tekst van het gedicht me denken aan de prachtsong van alex roeka – Hemel En Hel – ‘het moet zijn zoals het is’ zingt de zanger – ‘geen berg zonder afgrond, geen vuur zonder rook, als je bloemen hebt gekregen krijg je het afval ook.’
Goedenavond Pom Hier is mijn gedicht over de lente. Ik heb de lente zeker in mijn hoofd. Met dichterlijke groet Rik van Boeckel
Het mooie beeld van de lente
De zon maakt ons leven warmer de lente leidt naar dagen vol stralend geluk
kleurrijke tulpen en bomen vol groene bladeren geven het liefdevolle licht een mooi gezicht
de zee laat een horizon zien met water dat fraai naar het strand golft
men zingt zacht met dit nieuwe seizoen mee nu de zon met de warme wind speelt
de blauwe hemel is een dagelijks beeld stijgende temperaturen laten ons vrolijk zingen
de lente leidt naar de bekende toekomst het zomerse beeld dat niemand verveelt.
Rik van Boeckel 20 maart 2026
Rik maakt er bijna een liedje van – in ieder geval er wordt gezongen – de lente tegemoet.
Goedemorgen Pom, Eindelijk lente, tijd voor het grote genieten weer, mooi dat ik dit weer mag beleven! Mijn bijdrage hieronder. Zonnige groet, Frans
Lentelicht
Hadden wij de nieuwe lente niet wij zouden wegzinken in lusteloosheid ons afkeren van een bloeiend bestaan en begraven zijn in blijvende winterslaap
maakt het voorjaar ons eindelijk wakker de katten springen krols door de tuin doen we een dansje onder kersenbloesem blaadjes waaien in het weinige haar
hoe de zon stralend ons hoofd verwarmt het lentelicht duizelt ogentroost trekt ons met kracht vanachter de ruiten
ach wie hier nog lang in bed blijft liggen dit verse seizoen droef verder slaapt mist de goddelijke blauwe hemel buiten
het weer volgende week moeten we maar vergeten – er worden vriesnachten voorspeld en dagen met mist en regen – voor die dagen hebben we dan in ieder geval dit sonnet van dichter frans terken. dan weten we hoe mooi de tijd zal zijn die komen gaat na de volgende week.
EN IK ZAL JE ZEGGEN WAAROM
Er staat een oude kastanjeboom achter het huis, er hangt blauw licht in de lucht, er bloeien narcissen in de tuin, allemaal voor jou natuurlijk – en alles wat je ziet moet je al eerder hebben gezien – in deze trage maar o zo mooie lente,
een en al verbazing aleer je het in de gaten kreeg – is het daar, kan je er niet omheen, heeft het geen enkele reden om vergeten te worden – is het daar omdat het zo moet, omdat het niet anders kan – aanwezig te kunnen zijn geweest –
vertel ik het jou, niet droefgeestig of bang, niet verdrietig of boos, maar zoals het zich nu eens aandient. Het zal nooit anders kunnen gaan – het is ieder jaar weer anders, het is iedere keer hetzelfde, elke herhaling weer –
Elbert Gonggrijp
prachtregel: het – heeft het geen enkele reden om vergeten te worden – eigenlijk is die regel zo sterk dat de andere regels het moeilijk hebben in het gedicht . het blauwe licht blijft bij mij ook hangen. je voelt dat een dichter bezig is geweest om te zeggen wat in wezen bijna niet kan worden gezegd.
als voor het eerst de koeien uit de stal als het eerste lammetje als de krokus het sneeuwvlokje voor is als de laatste sneeuw nog vluchtig smelt dan ja dan ben je in aantocht
Jorge Bolle
ja in alle eenvoud heerst er lente in dit gedicht – lente zoals lente lente is.
Lak
Het is mooi hier op het bankje ik wil niet nadenken over later zoals ik deed toen ik het lakte.
Bescherming aanbrengen voor invloeden van buitenaf en nu ik hier zit wil ik niets anders.
Het schone licht de lauwe bries de nieuwe geluiden. Ze zullen mij verteren en toch ik kan mij niet verweren.
André Heijnekamp
die hele persoonlijke en aandoenlijke gedachten – een bankje – een gedachte – een idee – een gewaarwording – een voorspelling – een eigenschap – ze vertederen als je ze leest in al hun eenvoud.
nooit houdt het verlangen op door de jaren sluimerend misschien zoetgehouden door zingeving en zorg maar nooit houdt het verlangen op naar dat goddelijk moment van orgastische volmaaktheid van woeste gloeiende ongebreidelde allesverzengende supergeile sex er is lente in de lucht
maart 2026 Ien Verrips
het lente verlangen op een lentefrisse en weinig verhullende wijze uitgeschreven. dat mag gezegd worden over de voor veel dichters herkenbare laatste regels van het gedicht.
Keer op keer
als feniks eens, uit as herrezen ontwinter mij – lente me langzaam opdat ik niet langer meer eenzaam jij, mensgelijk en mytisch wezen
die jubelt om het prille leven lacht om wat was, het grijs verleden verworden tot een breekbaar heden vol aeonen oeroud streven
spreid nu je geurig kleurige pracht adem diep – schep nieuwe lucht vlieg uit in tomeloze vlucht en verstom de stilte van de nacht
zoals de vader zich weet voort te leven in zijn zoon zo baart het voorjaar telkens weer oud vertrouwde nieuwe toon
21-03-2026 / Cartouche
Cartouche neemt bij dit thema de kans waar om los te gaan. de lente doet al het dichterlijk bloed in hem koken en dan krijgen wij als lezers mooie woorden, malse zinnen en met poëtische taalkracht doorspekte regels voorgeschoteld.
DE VERLOPEN LENTE Jij was de lente in de dolle klucht die leven heet, die steels rimpels penseelde in het gelaat waar jij de wang van streelde en zomers zouden komen, vol van vrucht! Liefde als water. Lente is roemrucht, belooft eenieder warmte, wol & weelde: zelfs of vooral daarin minderbedeelden. Er hangt nog vorst, reeds giergeur in de lucht.
Jij was geen lente, maar een barre grond waarin ik plassen liefde plengen kon totdat ik mij in voze modder vond vermengd met vele kílo’s koeienstront. Die stront was koud, als jij: geen lentezon lag in jouw blik, maar leugens in je mond. ***[D.B]
ja Ditmar weet er wel raad mee – geen mooie lentepraatjes – er wordt niets gedoogd. de giergeur in strofe 1 nogal persoonlijk uitgewerkt in strofe 2 – haha – je zal zo de lente in moeten gaan – ook de ‘minderbedeelden’ krijgen een plaatsje in het gedicht. de zo sociaal de mensheid invoelende dichter vergeet echt de minderbedeelden niet. in huize wolluf hier drie hoog achter in de jordaan wordt luidruchtig gelachen om zoveel solidaridaad. buurvrouw bettie krijst in het trappenhuis – ze wil rust.
Als ik één herinnering opnieuw mocht beleven, zou ik niet teruggaan naar iets groots.
Geen eerste liefdes, geen afscheidsscènes, geen momenten waarvan men zegt: dit heeft je gevormd.
Ik zou teruggaan naar een gewone namiddag in de Planetenbuurt van Hoogezand.
Wij woonden op Atlas. Aan de rand van de wijk lagen de weilanden van Nieboer.
Plat land. Grote lucht. Het soort Gronings landschap waar je het onweer al van ver ziet aankomen.
Als de wolken zich opstapelden stond ik vaak te kijken naar het land. Het werd stil vlak voordat de regen kwam.
Over de weg denderden de vrachtauto’s van Nieboer. Berucht in de buurt omdat ze altijd zo hard reden.
Eén keer reden ze mijn voetbal plat. Hij lag nog een tijdje op straat, een zielig stuk rubber. Ik was ontroostbaar.
Voor een kind is een bal geen voorwerp. Het is een middag. Een zomer. Een wereld.
En ergens tussen die dagen zat ik achterop de bagagedrager van mijn moeder. Mijn voeten te klein voor de spaakbeschermers.
De ketting rammelde zacht terwijl ze trapte.
Ze droeg een groene jas. Ik keek daar vaak naar terwijl ze fietste. Ze trapte stevig door, haar rug recht, haar blik vooruit.
Soms legde ik mijn handen op haar rug. Zomaar. Af en toe gleed een hand even onder de jas, op de huid van haar rug, gewoon om te voelen dat ze er was.
Ze zei niets. Ze trapte door.
Maar ergens in de spanning van haar schouders wist ik dat ze het voelde. De wind streek langs mijn gezicht. De huizen en de populieren langs het Kieldiep gleden voorbij.
Verderop raasde een vrachtwagen van Nieboer. De wereld was nog klein. Een kapotte voetbal kon je hart breken.
pomgedichten.nl heeft het exclusieve recht gekregen om 65 teksten van Miriam Al tweewekelijks op de woensdag te publiceren – dat gaan we doen! de teksten zijn door haar helaas overleden vriend Merik van der Torren nog net voor zijn dood uitgetypt en van een nummer voorzien én in een blauw mapje gedaan. vandaag tekst nummer 59 – dank je wel Merik – dank je wel Mirjam Al.
Wat is oorlog anders dan die onbegrepen hoeveelheid pijn
Wat is oorlog anders dan die onbegrepen hoeveelheid pijn die zich generaties lang gaat ophopen in de krochten van het brein in de zwarte gaten van het geheugen vol angst en haat
doop daarom de vlaggen en de vaandels in de laatste fossiele brandstof laat ze branden en dansen rond de macht die blijft volharden
omwille de levenslust in naam van het tastbare leven en de toekomst zelf.