VON SOLO – zijn rechterhand is gauw gevuld


Deel 353. Een rechterhand is gauw gevuld
 
Fietsend over de Diergaardesingel zie ik ze heupwiegen. Die kont is niet veel, maar zou wel te doen zijn. Misschien. Aan de lijn loopt een chihuahua. ‘Ze wil op haar hondjes…’, fluister ik in mezelf. Ze heeft een korte leren jas aan met bontkraag, waarmee ze de ‘illusie van een taille creëert’, zoals een stilist zou zeggen. Ze heeft een baseballpet op. ‘Hmmmmm, lekker ordi…’ Als ik haar passeer, langzaam fietsend, omdat ik ook moet stoppen voor een stoplicht, gluur ik even hoe ze er aan de voorkant uit ziet. Ze heeft haar jack ver open aan de voorkant, ondanks het gure weer. Twee opgeduwde borsten prijken uit de vallei van bont. Ze heeft volle, wellicht opgespoten, roze metallic lippen en kilometerslange wimpers. ‘Ja, die heeft er wel zin in. Die verdient ze wel vandaag. Echt zo eentje uit de film. Je zou het enkel hoeven te vragen. Twintig euro en hop…’ Het licht gaat op groen en ik steek de Weena over.
 
In de tunnel onder het centraal loopt een meisje met Rubensfiguur in leren broek. Ze heeft een lekkere bos krulhaar en een onzeker gezicht. ‘Zo’n lekker stootblokje…’ De manier waarop ze kijkt straalt uit dat ze wellicht nog maagd is. Het kan ook zijn dat haar ouders niet zo’n hoog IQ hadden en dat de wereld haar vooral overkomt. ‘Ja, lekker laten overkomen…..hmmmmm….’ Ik zie een paar Marokkaantjes naar haar kijken, en ook een Surinamer van rond de dertig. In de spiegeling van de tegels zie ik mezelf ook. ‘Hmmmmm, lekker dikkertje…’
 
Op de Proveniersstraat komt een perfect uitziende meisjesvrouw een hip koffietentje uit en staart over haar mobiel heen eindeloos ver de straat in. Ze heeft de uitstraling van een standbeeld. Onbevlekt en statig. Geciseleerd en gefotografeerd met een zachte lens. Zo’n gezicht waar je in filmpjes een dikke, wittige vloeistof in klodders overheen ziet lopen in slow motion. Waarbij dan de uitdrukking bevroren blijft in schoonheid. ‘Lekker stijlvol, pomp je met geil vol….’ Ik weet zeker dat ze van nabij zal ruiken naar een duur parfum, waar net een bepaald feromoon in zal zitten, waardoor het bloed uit mijn hoofd naar mijn kruis zal trekken. Als zij en haar vriend elkaar beminnen is dat urenlang en oneindig. Ze zal de hele tijd die blik op haar gezicht hebben. ‘Geil…
 
Terwijl ik de Schiekade oversteek zie ik een goed figuur lopen op hoge hakken. Net iets te stijlvol misschien. En net niet soepel genoeg meer, maar wel zo soepel dat er nog iets van verleiding uit spreekt. In het passeren zie ik dat ze net de vijftig gepasseerd moet zijn en dat de foundation goed houvast vindt in haar rimpels. ‘Lekker rijp en bedorven…’.
Tenslotte fluister in nog: ‘Lekker tienermoedertje…’, terwijl ik tien meter verderop een meisje met volle melkborsten in een trainingsbroek achter een kar aan zie duwen. ‘Daar zou je er zo nog eentje bij kunnen douwen…
 
De hele tijd neem ik vanaf mijn fiets meisjes en vrouwen waar in de range van vijftien tot zestig jaar. Ze worden allemaal getaxeerd in termen van seksuele bruikbaarheid. En bruikbaar zijn ze nagenoeg allemaal op hun eigen manier. Blijkbaar worden de andere exemplaren er visueel onbewust toch al uitgefilterd. Maar waarom doe ik dat en zegt dat stemmetje vanaf mijn schouder toch allemaal zulke nare, weinig feministische dingen de hele tijd? Zelfs als een vrouw intelligent lijkt, fluistert het stemmetje er nog het woord ‘lekker’ voor.
 
Aan het einde van de dag kom ik thuis. Mijn dochtertje zit in de keuken huiswerk te maken. We zeggen niets. We geven elkaar een knuffel. En het stemmetje zwijgt. Ik ben een slecht mens, maar het is nog niet te laat. Het is nooit te laat.



VON SOLO
DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST

www.vonsolo.nl
 

Share This:

U bent zelf een vogelaar!


U bent zelf een vogelaar!


diep tragisch natuurlijk. je wordt geen 69 om een eind aan je leven te maken. dichter ger belmer ging haar voor. ronduit schandalig zijn de zo valse blijken van medeleven vandaag uit de PVDA – met name de misselijkmakende woorden vanuit de PVDA top: o o “Zo triest en zo verdrietig: Ella Vogelaar is overleden. Een ijzersterke en zeer betrokken vrouw met groot hart voor anderen,…” ja ja, ijzersterk zeker ja en zo betrokken ook. jammer toch dat de PVDA zo weinig in 2008 van die fijne eigen PVDAbetrokkenheid liet blijken toen ze mocht oprotten als minister.
 
en ook de woorden van PVDA partijvoorzitter Nelleke Vedelaar klinken zo enorm oprecht, zo betrokken ook: “Met Ella verliezen we een geliefd partijgenote.”
 
Op 13 november 2008 kondigde Vogelaar aan af te treden als minister voor Wonen, Wijken en Integratie, nadat de PvdA-top het vertrouwen in haar had opgezegd. In een persconferentie gaf Vogelaar te kennen zichzelf niet te herkennen in de kritiek.. Zij was van mening dat ze juist op de goede weg was en had graag nog door willen gaan als minister. Vogelaar verklaarde na haar aftreden dat de PvdA en met name de partijleiding debet was aan de vertrouwenscrisis rond haar persoon. Ook stelde ze overvallen te zijn door de mededeling dat haar eigen partij geen vertrouwen meer in haar had.
 

Share This:

Verklaring redactie pomgedichten – Mirjam Al – partijlid van de Pvd dieren jaagt in het amstelpark op kleine lieve wolfjes – partij vdD geheel in verwarring



Hoi Pom, een paar dagen geleden liet je gedicht over Marianne Thieme wat stof opwaaien, vooral bij Mirjam. Vandaar dit tekstje. Groet,
  Merik


Avond met Mirjam Al

Perfecte avond gevierd,
vijftig jaar huwelijk,
op de tachtigste verjaardag
de geboorte van ons kind,
 
de komst van Betty de Hond.
 
Een fantastische avond gevierd,
een lang geleden geschreven gedicht
van Ans Wortel en Mirjams kronkeltje.
 
Perfect, fantastisch;
we klonken onze glazen
en proefden “het Zwarte Schaap”
witte wijn uit Chili,
enorm afgeprijsd.
 
en als peper boven onze
gebakken kibbeling
het ontzettend schofterige gedicht van
Pom over Marianne Thieme,
 
We proostten erop.
 
 
Merik van der Torren,
Donderdag 3 oktober 2019

pom: hahaha schofterig een mooi woord – iets van een paard ook – maar ‘ontzettend schofterig’ stijgt boven alles uit. ik wist niet dat ik het in me had – ik had beter kunnen weten. de dichter van de bundel ‘je bent erg mens’ wil nog weleens uitpakken. het is maar waar je de klemtoon op legt. op mens of op erg. het als ontzettend schofterig ervaren gedicht behandelde de ruzie tussen het eerste tweedekamerlid en het tweede tweedekamerlid van de partij van de dieren. inmiddels kent die ruzie andere slachtoffers. partijleden liepen weg en het eerste tweedekamerlid heeft er de brui aan gegeven. in wezen gaat het gedicht natuurlijk over de kleinheid in politieke partijen – dat ze bij de PvdD toevallig elkaar in de haren vlogen op moment van schrijven is toeval. maar als een dichter schrijft wil ie ook schrijven en duidelijk zijn – de kracht van de taal ligt nu eenmaal in de hand van de dichter:

het is weer eens hommeles in de PvdD

het eerste tweede kamerlid voor de dieren
dat zich zo heeft ingezet voor de zeehondjes
gemanipuleerde ratten en katten vlooien
als het maar vleugels heeft poten, vinnen
mevrouw is er als de kippen bij –

zet zich wat minder in voor het tweede tweedekamer lid – onze lieve esther ouwehand
van dat wijf met der gladde praatjes
en der gemanipuleer krijg ik zo langzamerhand wel acute jeuk
aldus marianne thieme

maar dat zij zich te pas en te onpas door een paard laat neuken
is natuurlijk wel roddel meneer
en wat betreft de frequentie al helemaal achterklap

pw

Mirjam Al gewapend met een wandelstok heeft in haar hoedanigheid als lid van de partij vdD aan merik van der torren een tekst meegegeven waarin zij in ferme woorden haar ongenoegen uitspreekt over het gedicht van webmaster. de tekst van de door ons allen zo geliefde Mirjam Al is zo vreselijk dat ik deze de lezer, mijzelve, merik en vooral ook vooraanstaand lid van de PvdD Mirjam Al zelf wil besparen. ik begrijp dat ik met deze woorden uw nieuwsgierigheid vergroot, maar we hebben hier op de site al rellen genoeg deze week. én ik moet mirjam beschermen tegen der eigen woorden – kind daar gaat je reputatie als vredesengel zouden de mensen zeggen – de tekst zou ook een directe aanleiding kunnen zijn om mirjam uit die toch al zo onstabiele partij vdD te gooien: zo beestachtig ga je op dierendag toch niet met een lief wolfje om – het dierenargument dat men zeker tegen onze Mir zou inbrengen.

belangrijkste reden is evenwel dat door toedoen van marianne thieme zelf , door af te treden als 1e 2e kamerlid het gedicht van webmaster is achterhaald.
waarom ze aftrad, de beesten mogen het weten, beter gezegd ook de beesten weten het nog steeds niet. van openheid is geen sprake in die partij. het ledennajaarscongres is door het bestuur afgefloten en vindt geen doorgang. de voorzitter van de partij die enige partijdemocratie wenst is monddood gemaakt. prominent lid van de partij Mirjam Al loopt door het amstelpark met een wandelstok gewapend op kleine lieve wolfjes te jagen. en die ouwehand heeft niets met paarden als we Mirjam mogen geloven. kortom de hele partij in verwarring.

ik geloof dat ik met deze verklaring de openheid naar ieders genoegen heb gediend. een soort openheid waar ze bij de PvdD nog net niet aan toe zijn.

Share This:

U bent zelf een VILLANELLA!



U bent zelf een VILLANELLA!

Jolies Heij heeft deze week willens en wetens voor een hele hoop onrust gezorgd in de sociale media. en ze weet van nature dat de sociale media bevolkt worden overdag door depressieven, zwaar labiele medemensen, populisten en natuurlijk ook door ander volk. bovendien is deze jolies heij direct verantwoordelijk voor de ruzie die is uitgebroken tussen rosmalen en leiderdorp – de ruzie tussen de dichters hoedemakers en terken.

Heij schreef naar haar eigen zeggen een VILLANELLA (“Een villanella (afgeleid van het Italiaanse villano = landelijk, boers) is een `boerenliedje` of gedicht met een vaste vorm.) ze schreef dus een of ander boerenlied waar niemand op zit te wachten – alleen die stikstof fanaten wel. juryvoorzitter jeanine hoedemakers bracht terecht  in een bespreking het boerengedrocht van Heij terug tot een paar regels poëzie. we hebben genoeg van die boeren sprak uit de heldendaad van Hoedemakers.

juryvoorziter jeanine hoedemakers vloog wel even later  uit de bocht bij de bespreking van het prachtwerk van dichter frans terken. frans had in de laatste strofe van zijn gedicht het heerlijke  gerecht zuurvlees met frites beschreven. wanneer een dichter gerechten serveert  dan wenst Hoedemakers  alleen gerechten die zij lust.

conclusie: jeanine hoedemakers is de ideale juryvoorzitter op pomgedichten. zij weet vriend en vijand op de kast te krijgen. en webmaster wolff heeft er de hele week  werk aan om alle gemoederen weer te bedaren.

Share This:

de dinsdagcolumn van Jolies Heij – Over spoorpolitie & potloodventers

Over spoorpolitie & potloodventers

Ongemerkt gaat het lieve leven verder en bevind je je weer nonstop op het spoor en tussen de rails. Van Utrecht naar Breda naar Zwolle naar Scheveningen, op de tussenstops orerend en luisterend naar de woorden van anderen. Met het servokroatische leraresje op sleeptouw. Dat Servokroatisch van jou loopt niet helemaal soepel, sprak een luisteraar in Zwolle haar vermanend toe. Ik ben leraar Russisch met als bijvak Servokroatisch, vervolgde hij, en jij moet echt nog aan je uitspraak werken. Ik weet de klemtonen nooit te leggen, snifte het leraresje, en mijn vader wil het niet met me praten. Mijn veldwachter wil überhaupt niet meer met me praten. Veldwachters zijn ook niks voor jou, gaf de Rus, je moet wel je plaats kennen.

Leg het aan met mij en ik zal je leraar zijn. Leraar in wat? vroeg ze. In de taal der liefde. U bent wel een beetje oud, mokte ze. De taal der liefde is leeftijds- én geslachtsloos, hoe genderneutraal wil je het nog hebben? Ik hou van jou als mens, niet van je geslacht of leeftijd. En weg waren ze, naar het plantsoen aan de zwolse singel. In het scheveningse Muzee zag ik de Terk weer terug. Hij liep te schuimbekken dat het een aard had. De grote baas en z’n chaperonne weten niet eens wat zuurvlees is! foeterde de hij. Frieten met mayo kennen ze wel, maar frieten met zuurvlees niet. Dat is een typisch zuidlimburgs gerecht van bier, jus, stroop, peperkoek en kruidnagel. Ach, die Amsterdammers zijn niet onderlegd in de regionale keuken, gaf ik. Shoarma is het enige wat ze kennen, dat kun je ze niet kwalijk nemen. Erger is dat de jury niet eens is onderlegd in de poëzie als ze mijn villanella inkorten. Aan de lengte van een vaste versvorm valt toch niet te tornen! Enfin, zo stonden we nog even te schuimen boven het bier en toen werd het tijd om de schuimende zee te aanschouwen. Voor ik het wist zat ik weer op het spoor. Mevrouw, mag ik even met uw telefoon bellen? vroeg een meisje met een springerigblonde paardestaart mij. Ik was zo beduusd dat ik vergat de gebruikelijke vraag te stellen: heb je zelf geen telefoon? Omdat het überhaupt de eerste keer was dat ik een jeugdig iemand zonder smartphone aantrof gaf ik haar pardoes mijn nokia. Maar de vriend in Groningen nam niet op.

Wat gaan jullie eigenlijk in Groningen doen? bemoeide de vrouw voor mij zich ermee. O, bij een vriend logeren, gaf het huppelding. Zijn jullie niet een beetje te jong om helemaal alleen naar Groningen te reizen? liet de vrouw niet los. Ik ben in de eerste plaats moeder. Zelf heb ik een zoon van twintig, maar als hij in z’n eentje naar Groningen wil, zeg ik: gast, doe normaal. En jullie zijn meisjes! Duh? Hoorde ik dat goed? Sinds wanneer mag een volwassen jongeman van twintig niet solo de hort op naar Groningen? Ik was achttien toen ik in mijn uppie met de Rivièra-express van Italië naar NL reisde! En het werd nog bizarder. In Gouda werden de meisjes uit de trein geplukt en zag het op het perron geel van de spoorpolitiehesjes. Zo, ik heb de conductrice even ingefluisterd,, sprak de moederkloek tevreden, dat waren duidelijk twee minderjarige meisjes die van huis zijn weggelopen. Mogen meisjes dan tegenwoordig ook niet eens meer ongestoord van huis weglopen? Dat deed ik op die leeftijd bijna dagelijks als ik een meningsverschil met mijn ouders had, dan liep ik het bos in en bleef een paar uur weg. Of gewoon om stiekem een saffie te roken.

Dat mag zeker tegenwoordig ook al niet meer. En als ik de middelen had gehad, was ik misschien wel verder gereisd dan het bos achter ons huis. Daarbij was de wereld in de seventies voor meisjes een stuk onveiliger dan nu. Me too werd frank en vrij tussen de lakens bedreven, de kerk misbruikte op grote schaal kindertjes, pedofilie was een leefstijl, potloodventers liepen in het wild rond en je diende op je veertiende maagd af te zijn. Arme jeugd van tegenwoordig, dacht ik. Ze kunnen geen kant op, want hun ouders volgen hen de godganse dag op sociale media en als ze iets willen, wordt dat tot in detail gemonitord via de app. Ik wierp een meelevende blik uit het raam waar de meisjes inmiddels achter een haag van hesjes waren verdwenen. Toen haalde ik gelaten de schouders op en legde de laatste hand aan het gedicht voor bij deze column.


Zondag in Scheveningen

Ze smeekt om een telefoon, gestrand in een vreemde
haven. Moeders willen zich over haar ontfermen, bezorgdheid
is van deze tijd. De boulevard spiegelt de regen. Het is
perfect strandweer. De wind rukt de ingeklapte parasols

uiteen als een twistappel. Wandelaars trekken zich niets aan
van bijtend zout, binnen branden de vuren van huiselijkheid.
Kusten zijn om aan te spoelen, het liefst buiten het seizoen
van overvloed. De horizon is oneindig leeg, zoals het hoort.

Ik brand een kaars in de Lourdesgrot waar de heilige moeder
maagdelijk krijtwit staat te wezen. Het is bijna alsof jij bij
me bent, maar je staat het niet toe. De zeven zeeën heb ik
bevaren om je te vinden in het druipsteen, deze onderduik, dit

panorama zonder dak. Je hebt me als een potvis op het strand
achtergelaten. Je bent niet verliefd, maar je vrouw tekent
bezwaar aan. Ik loop alleen de horizon tegemoet. Er is geen
aftiteling, nog even en ik ben als de wind die jou verzucht.

Jolies Heij

Share This:

Ditmar Bakker benoemt jolies heij tot de merrie Dresselhuys der dichtkunst – ditmar over de villanella kwestie


Wat een Joleijt weer, Pom. Natuurlijk heeft die Hoedemakers er geen kaas van gegeten, maar om La Heij nu te vergelijken met een vdTorren, wiens schrijverijen wel pantoems worden genoemd door Hen Die Weten en die niets onderdoen voor het afwisselend Hoog- en Klaaglied der Freggles®—dat gaat wel ver. 

Anderszijds gooit J.H. de knuppel pas in het hoenderhok nadat zij deze versneden heeft tot piketpaal; de vormnaam zo minnend volgend en vervolgens—Bishop in de mix gooiend als was zij de Dresselhuys der dichtkunst, time for tears, says the almanac—aanpassingen doorvoerend zoveel zij gelieft! Neen, het fluitje is prijziger. 

Zo bleek namelijk dat, met ampele aanpassingen, de Villanelle (4 x L, toch? Ja.) zoals door La Heij aangeleverd doorkijkjes biedt in een schraal-doorvoelde jeugd, alsof Joop Terheul in Goes opgroeide en daar de gezusters Loveling herschrijft. Het rot dat vreet aan zijen spek / snijdt men eruit, men is niet gek…


ECHTE JOLIEZEN ETEN GEEN KAAS

Van oudsher over mijn schouder gekeken,
van jongs af aan toch die baarmoeder uit.
aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

Op weg naar school wel meermaals uitgeweken
voor buien onder luifels, en ’t geluid
van oudsher. Over mijn schouder gekeken

het jonge manvolk, dat, in pennestreken
mijn dagboek vat. Het warmt tot in mijn stuit.
Aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken,

noch raakt men op mijn borstjes uitgekeken
tot men, bemoedigd, zuchtend spuit: een kluit
van oudsher over mijn schouder. Gekeken,

vidi, venerunt—schools zonder gebreken,
’t lyceum mint mijn lijf. Dees modderschuit:
aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken,

maar laatst zou dan ons directrice spreken,
Het schoelje schitt’rend door mijn brillenruit.
Van oudsher over mijn schouder gekeken…
aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

-x-

D.

Share This:

FRANS TERKEN vliegt juryvoorzitster jeanine hoedemakers in de haren – is hoedemakers wel uit het juiste zuurvlees gesneden?

FRANS TERKEN: Tja, dat je zelf geen zuurvlees blieft, is tot daar aan toe, des temeer blijft er voor de ware liefhebbers; maar om daar een (mijn) gedicht aan op te hangen, c.q. op af te rekenen, is mij in het verkeerde keelgat geschoten. Hoe zuur dan toch! Ik waag nu te betwijfelen of mevr. Hoedemakers wel uit het goede vlees is gesneden!
Heer Pom, 

Dat gedoe van dit weekend, u heeft het ook niet makkelijk! 
Zelfs Ik krijg er het zuur van, ik stuur dat bij deze.


Hoe je het zuur krijgt


Hai zeg ik tegen de boer
wat kijkt die koe zuur
of is het van de melk
verzuurd in de emmer 


alsof je er een tigtal van leeggooit
een zure mond wil er niet vrolijk
van worden laat staan dat die 
de hoeken optrekt tot jofel 


en niemand die met het lot
van de boerin begaan is
zij stikt bijkans in haar tongval


breek haar de bek niet open 
als in een getroebleerd gedicht 
spreekt er een zuur gezicht


FT 07.10.2019

de jolies heij rel begint enorme vormen aan te nemen. hier las u de kritiek van jolies op jeanine hoedemakers juryrapport. inmiddels heeft ook frans terken zich in de strijd gestort. u leest in het zelfde juryrapport dat jeanine hoedemakers niet van zuurvlees houdt. frans terken benoemde het zuurvlees in zijn bijdrage. en dat nam jeanine hem kwalijk. wanneer een dichter gerechten serveert in een gedicht dan graag alleen gerechten waar juryvoorzitster van houdt – zo heeft juryvoorzitster haar voorkeuren. frans schreef de bijdrage hierboven.

wij van de pom memoreren graag de gemoedsrust die onze jolies altijd weer uitstraalt:

zeeuws meisje

de ons allen zo inspirerende
en zelfs tot voorbij goes geprezen dichteres J.H.
mag zich dan wel bezighouden
met de diepere gevoelens van de medemens
ook haar eigen gemoed wil nog wel eens ontploffen

sommigen noemen het een deinen op wat heeft overleefd
anderen spreken weer over een drijvend waterbed
in een volgelopen tranendal – prachtig allemaal!

wel worstelen maar bovenkomen ho maar
majesteit

©pw

Share This:

VILLANELLA demonstatie morgen op de stadhouderskade amsterdam – JOLIES HEIJ witheet – juryvoorzitter jeanine hoedemakers onder vuur

JOLIES witheet – ongeremde opwarming van de aarde – VILLANELLA demonstratie morgen op de stadhouderskade in amsterdam – voor een zuiver poëtisch klimaat!

Zo zout heb ik het nog niet gegeten. Soms stuur ik wel eens iets in voor het zondagwedstrijdje op pomgedichten.nl. Je wordt dan onderworpen aan de veelal persoonlijke commentaren van de jury. Dat zij zo, je weet waar je aan begint. Maar deze keer maakte de jury het wel heel erg bont, of beter, spreidde zij haar ondeskundigheid op onbeschaamde wijze tentoon. Ik had mijn gedicht “De gelukkige nostalgicus” ingestuurd, dat een villanella is, een vaste versvorm. De grootsten hebben zich eraan gewaagd, zoals Dylan Thomas met “Do not go gentle into that good night” en Elisabeth Bishop met “One art”. Ik probeerde dat op mijn bescheiden wijze in te vullen. Groot was mijn verbazing toen de webmaster in zijn commentaar refereerde aan de herhalingspoëzie van Merik van der Torren. Nu weet ik dat Merik pantoums schrijft – ook een vaste versvorm, waarvan de herhaling een wezenlijk bestanddeel vormt. Dat is nou eenmaal de regel van het vers. Je kunt net zo goed een sonnetdichter verwijten te rijmen en in jambes te schrijven. Maar juryvoorzitster Hoedemakers maakte het helemaal bont door mijn villanella godbetert in te korten! Vraagje aan mevrouw: zou u dat ook met een sonnet van Gerrit Achterberg of Ida Gerhardt doen? Ik bedoel maar, een villanella is een vers van 19 regels, daar kan niet aan getornd worden! Maw als een jury blijk geeft van zoveel ondeskundigheid vraag ik me serieus af of het loont om iets in te sturen voor wat voor wedstrijd dan ook. Het minste wat je toch mag verwachten als deelnemer is dat een jury verstand van (poëzie)zaken heeft.
U kunt het nalezen op

http://www.pomgedichten.nl/index.php/2019/10/04/wie-wint-de-enige-echte-virtuele-de-grote-of-kleine-belofte-trofee-op-pomgedichten-en-of-waarheen-zou-de-dichter-in-u-naar-willen-terug-gaan/

De gelukkige nostalgicus

Van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken.
Ik oefen het beroep nostalgicus graag uit.
Aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

Als ’t moeilijk werd ben ik naar vroeger tijden uitgeweken.
Ik hou van ’t knarsen, ’t klepperend en knarsende geluid
– van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken –

van brievenbussen, langspeelplaten, pennestreken
het contactloze is wat mij tegen de borst stuit
aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

En varend op de zeven zeeën raak ik steeds niet uitgekeken.
Herinnering als waakhond, als een warme kluit
van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken.

In vroeger tijden waren er zoveel gebreken,
maar nu zijn smartphones vlaggen op de modderschuit:
voor die frivoliteit ben ik nog niet geweken.

Ik ben over het hier en nu echt niet te spreken,
bezie de wereld als door een beslagen ruit.
Van oudsher ben ‘k in tijdmachines neergestreken
aan vooruitgang zou ik maar zijn bezweken.

Jolies Heij

pom: ergens doet mij deze poëzie mij aan de herhalingspoëzie van merik denken met her en der enige mallotigheden zoals alleen tiefenthal ze zou verzinnen. voor wie rijmen leuk vindt. voor mij hoeft dit niet.

jeanine: –>
Jolies Heij
 
Een spel met herhalingen. We wandelen mee met de dichter en het doet mij als lezer deugd dat zij niet aan de vooruitgang is bezweken.
Ik heb in cursief willen zetten, waar ik vanaf wil of het net iets anders op een andere plek terug wil zien maar ik ben ermee gestopt.  Het gedicht gaat gaandeweg wat ten onder aan lichte rijmdwang en een herhaling die mooi klinkt maar de rest onvoldoende optilt en dus niet overtuigt. De boodschap is duidelijk en ik denk echt dat dit gedicht sterker kan.  Fijn dat de huidige tijd je niet opvreet.
De gelukkige nostalgicus

Van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken.
Ik oefen het beroep nostalgicus graag uit.
Aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

Als ’t moeilijk werd ben ik naar vroeger tijden uitgeweken.
Ik hou van ’t knarsen, ’t klepperend en knarsende geluid
– van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken –

van brievenbussen, langspeelplaten, pennestreken?
het contactloze is wat mij tegen de borst stuit
aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

En varend op de zeven zeeën raak ik steeds niet uitgekeken.

Share This:

Karin Beumkes doet de blues – ‘ik denk aan jou en hoe ik je mis en ik mis je.’

Karin doet de blues

De dagen laten niets heel van wat is,
over de herfstgrond ligt vloeiend het rood
een late regen valt weg in de goot
en ik denk aan jou en hoe ik je mis
en ik mis je.


Muziek: Kate Bush – The sensual World

Share This:

over de enige echte virtuele de grote of kleine belofte trofee op pomgedichten – en/of waarheen zou de dichter in u naar willen terug gaan

juryvoorzitster Jeanine Hoedemakers is deze week streng. ik schreef haar al vanochtend – best een moeilijk thema voor de dichters – we lezen dat een beetje terug – de gedichten wat moeizaam tot stand gekomen. het kan niet altijd zomer zijn in de herfst – wat maakt het ook uit. ik heb met plezier vooral de bijdrage van merik gelezen – die bijdrage krijgt woensdag nog een staartje mocht ik begrijpen. dan is mirjam al aan het woord. anke labries bijdrage bracht me bij romy haag die ik binnenkort live zal bewonderen – hoe dan ook here are the votes of the ROSMALEN jury: ” –>
Het goud uitdelen vind ik lastig. Geen enkele inzending verdient goud dit keer is mijn bescheiden mening.  Ik denk er nog even over na: –>
Ik heb nagedacht en ze krijgen allemaal zilver van me, voor de moeite, de loyaliteit van het insturen en omdat elk gedicht wel iéts heeft.
Goud zit er deze week helaas niet in.”
ach laten we het finale woord deze week aan henny vrienten: ‘… het gaat niet over zilver … niet over goud… maar over wie het meeste van je houdt… ‘
  • Merik van der Torren viert het leven
  • Petra Maria ontdekt
  • Rik van Boeckel aan de Laan van Meerdervoort
  • Frans Terken aan de frieten met zuurvlees
  • Jolies Heij net niet aan het rijm bezweken
  • Anke Labrie in de wijde wereld


Naar Lisan Lauvenberg: ‘Vele jaren geleden deed ik een belofte aan zee, dat ik altijd terug zal keren in oktober om het leven te vieren.’ de wedstrijd deze week vrij naar dit door Lisan Lauvenberg aangedragen thema. de grote of kleine belofte trofee op pomgedichten – juryvoorzitster jeanine hoedemakers.

Wie wint de enige  echte virtuele de grote of kleine belofte trofee op pomgedichten –  en/of  waarheen zou de dichter in u naar willen terug gaan? we lezen het zo graag van u al was het maar om de zo huidige regen te verdragen.

u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.


snackbar bastiaans

zat op de plek weer
waar ik ooit ook met mijn vader
snackbar bastiaans, velsen noord
tafeltjes buiten en de zon oplichtend rood

op de fiets toen ijsje ola
nu kroketten en wat brood
straks rechtsaf het kanaal langs
voorbij de sluizen naar de boot

pomwolff

Hoi Pom, een paar dagen geleden liet je gedicht over Marianne Thieme wat stof opwaaien, vooral bij Mirjam. Vandaar dit tekstje. Groet,
  Merik


Avond met Mirjam Al

Perfecte avond gevierd,
vijftig jaar huwelijk,
op de tachtigste verjaardag
de geboorte van ons kind,
 
de komst van Betty de Hond.
 
Een fantastische avond gevierd,
een lang geleden geschreven gedicht
van Ans Wortel en Mirjams kronkeltje.
 
Perfect, fantastisch;
we klonken onze glazen
en proefden “het Zwarte Schaap”
witte wijn uit Chili,
enorm afgeprijsd.
 
en als peper boven onze
gebakken kibbeling
het ontzettend schofterige gedicht van
Pom over Marianne Thieme,
 
We proostten erop.
 
 
Merik van der Torren,
Donderdag 3 oktober 2019

pom: hahaha schofterig een mooi woord – iets van een paard ook – maar ‘ontzettend schofterig’ stijgt boven alles uit. ik wist niet dat ik het in me had – ik had beter kunnen weten. de dichter van de bundel ‘je bent erg mens’ wil nog weleens uitpakken. het is maar waar je de klemtoon op legt. op mens of op erg. het als ontzettend schofterig ervaren gedicht behandelde de ruzie tussen het eerste tweedekamerlid en het tweede tweedekamerlid van de partij van de dieren. inmiddels kent die ruzie andere slachtoffers. partijleden liepen weg en ook het eerste tweedekamerlid heeft er de brui aan gegeven. in wezen gaat het gedicht natuurlijk over de kleinheid in politieke partijen – dat ze bij de PvdD toevallig elkaar in de haren vlogen op moment van schrijven is toeval. maar als een dichter schrijft wil ie ook schrijven en duidelijk zijn – de kracht van de taal ligt nu eenmaal in de hand van de dichter:

het is weer eens hommeles in de PvdD

het eerste tweede kamerlid voor de dieren
dat zich zo heeft ingezet voor de zeehondjes
gemanipuleerde ratten en katten vlooien
als het maar vleugels heeft poten, vinnen
mevrouw is er als de kippen bij –

zet zich wat minder in voor het tweede tweedekamer lid – onze lieve esther ouwehand
van dat wijf met der gladde praatjes
en der gemanipuleer krijg ik zo langzamerhand wel acute jeuk
aldus marianne thieme

maar dat zij zich te pas en te onpas door een paard laat neuken
is natuurlijk wel roddel meneer
en wat betreft de frequentie al helemaal achterklap

pomwolff

‘ontzettend schofterig’ inderdaad hahaha. wat betreft het gedicht van merik: ik lees er een cabarettekst in met een grappige opbouw. het is allemaal even prachtig en fantastisch – het leven – de verjaardag – totdat dichter pom wolff de zaal betreedt. dan is het uit met de leut.

jeanine: –>
Merik van der Torren,
Donderdag 3 oktober 2019
 
Hier hebben twee mensen zitten genieten en wij – de lezers – mogen meekijken.  Waarschijnlijk hebben ze enorm gelachen, of ze spraken het schofterige gedicht nog eens door.  Enfin, het heeft hun avond in elk geval niet bedorven. Veel herinneringen en heerlijke kibbeling.

mag ik jou ook
een keer vergeten
dan vergeten we elkaar
samen
om dan geheel en al
elkaar opnieuw
te ontdekken
niet in de zon
maar onder een boom
liefst een olijke beuk
dan zien we in jouw ogen
dat ik er nog ben


Petra Maria

pom: dan… dan.. dat kan mooier beschreven. om in je ogen te zien bijvoorbeeld etcetera. voor mij is dit meer een aanzet tot een gedicht. een beetje hap-snap nog de woorden en de beelden. niet af, niet goed.

jeanine: –>
Petra Maria
 
Ach, ach, dit is wat me als eerste invalt. Bij de olijke beuk  ontwaakt voor een moment de haikudichter in me maar die kunnen ook heel goed zwijgen, dus dat vonkje vatte geen vlam. Het is grappig, een olijke beuk, het doet me aan de lente denken. De dichter heeft hier een beetje gespeeld met vergeten en ogen en opnieuw ontdekken. Erg overtuigend staat het er niet, ondanks die olijke beuk.
Ik kort het even in:
 
mag ik jou ook
een keer vergeten

dan zie je misschien
dat ik er nog ben
Verloren tijd

In een droom lag de belofte
terug te keren naar de bosjes
waar honden uit de verloren tijd
met blaffende bekken ronddwalen

ze nemen me mee naar tennisbanen
jonge hufters prikken fietsbanden door
aan de Laan van Meerdervoort
vluchten naar duinen van de wind

de zee mijn vriend slokt ze op
wijst naar de driemaster
achter een horizon van herinnering
mijn vloek verdwijnt in het zand

tussen de struiken van Pex
sluipt de terriër op zoek naar prooi
zijn baasje schrijft de belofte op
laat mij luisteren naar zijn woord.

Rik van Boeckel
5 oktober 2019

pom: honden uit verloren tijden met blaffende bekken – wat een toestanden vroeger. bij mij komen de dit gedicht zo dominerende honden niet binnen. veel herinneringen lees ik maar de samenhang is een beetje zoek. de belofte ook.

jeanine: –>
Rik van Boeckel
5 oktober 2019
 
Honden uit een verloren tijd met blaffende bekken en jonge hufters. Er staan wat aardige beelden in dit gedicht maar het gaat er ook wel een beetje aan ten onder. 
 
Loze woorden

Belofte maakt schuld zeg je
ik zoek naarstig naar manieren
om die in te lossen – al weet ik
daaraan mankeert van alles

dat ik je mee wil nemen naar
een stille plaats en dat het dan
in het donkere zuiden is bij
Onze Lieve Vrouw ‘Sterre der Zee’

ik steek er een kaarsje voor ons op
maar jij valt ter plekke spontaan
van je laatste restje geloof in mij
hoezeer ik stroop om de mond smeer

blijft aan de overzijde van het plein
De Lanteern voor een verzoenmaaltijd
frieten met zuurvlees om het zoet
te proeven – dat ik binnen in me draag

FT 05.10.2019

pom: een schuldbewust gedicht waarin wordt toegewerkt naar die prachtige laatste twee regels met de frieten met het zuurvlees. ja je zou zo een treinkaartje kopen naar het donkere zuiden. moet ze er wel zijn.

jeanine: –>
FT 05.10.2019
 
Tja, soms helpt een kaarsje aansteken niet 😉 Met frieten maken ze bij mij doorgaans veel goed maar dat zuurvlees…brrr. Doe mij maar mayonaise.
 
De gelukkige nostalgicus

Van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken.
Ik oefen het beroep nostalgicus graag uit.
Aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

Als ’t moeilijk werd ben ik naar vroeger tijden uitgeweken.
Ik hou van ’t knarsen, ’t klepperend en knarsende geluid
– van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken –

van brievenbussen, langspeelplaten, pennestreken
het contactloze is wat mij tegen de borst stuit
aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

En varend op de zeven zeeën raak ik steeds niet uitgekeken.
Herinnering als waakhond, als een warme kluit
van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken.

In vroeger tijden waren er zoveel gebreken,
maar nu zijn smartphones vlaggen op de modderschuit:
voor die frivoliteit ben ik nog niet geweken.

Ik ben over het hier en nu echt niet te spreken,
bezie de wereld als door een beslagen ruit.
Van oudsher ben ‘k in tijdmachines neergestreken
aan vooruitgang zou ik maar zijn bezweken.

Jolies Heij

pom: ergens doet mij deze poëzie mij aan de herhalingspoëzie van merik denken met her en der enige mallotigheden zoals alleen tiefenthal ze zou verzinnen. voor wie rijmen leuk vindt. voor mij hoeft dit niet.

jeanine: –>
Jolies Heij
 
Een spel met herhalingen. We wandelen mee met de dichter en het doet mij als lezer deugd dat zij niet aan de vooruitgang is bezweken.
Ik heb in cursief willen zetten, waar ik vanaf wil of het net iets anders op een andere plek terug wil zien maar ik ben ermee gestopt.  Het gedicht gaat gaandeweg wat ten onder aan lichte rijmdwang en een herhaling die mooi klinkt maar de rest onvoldoende optilt en dus niet overtuigt. De boodschap is duidelijk en ik denk echt dat dit gedicht sterker kan.  Fijn dat de huidige tijd je niet opvreet.
De gelukkige nostalgicus

Van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken.
Ik oefen het beroep nostalgicus graag uit.
Aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

Als ’t moeilijk werd ben ik naar vroeger tijden uitgeweken.
Ik hou van ’t knarsen, ’t klepperend en knarsende geluid
– van oudsher heb ik over mijn schouder gekeken –

van brievenbussen, langspeelplaten, pennestreken?
het contactloze is wat mij tegen de borst stuit
aan vooruitgang ben ik nog niet bezweken.

En varend op de zeven zeeën raak ik steeds niet uitgekeken.

gekrompen landschap
uit mijn kinderjaren
vertekend beeld
voor altijd opgeslagen
 
mijn blik was ruim
de wereld wijd
en grote mensen
wisten overal de weg
 
anke labrie

pom: doet me denken aan romy haag: ‘du brauchst een ganzes leben um die kindheit zu verstehen…”

jeanine: anke labrie

Ja, zo ongeveer hebben we dat allemaal ervaren, denk ik en dan ineens  ben je zelf een groot mens en verdorie, je verdwaalt. Dankjewel Anke.

Share This: