een stem viel mij op – poëzie dacht ik – poëzie recht uit het hart – wie is dat. ik maakte kennis met Xander Jongejan en vroeg hem een tijdje de vrijdag op de pom voor zijn rekening te nemen. trots zijn we van hier dat ie het wil doen, Xander welkom:
een klok werd geluid
het geluid maakte zich los van de dingen en vloog rond tot het mijn lichaam vond
het nestelde zich in de holte van mijn borst
met een rilling en een zucht legde het een bonzend ei
We hebben een dak boven ons hoofd. We hebben te eten. Als we hoger op de Maslow-piramide willen komen, hebben we onvermijdelijk ook veiligheid nodig. Of ten minste een veilig gevoel. En dat kun je gelukkig kopen of kiezen. Het komt in de vorm van side-impact-airbags, rijbaancorrectie, censuur op ongepaste inhoud in je algoritme, regeltjes om u veiliger te laten denken, een vuurwerkverbod, griepvaccins, Defensie en als kers op de taart fietshelmpjes. Het is goed, dat al deze veiligheid er is. Hoe zou je anders als kind nog de volwassen leeftijd moeten bereiken?
Het fietshelmpje dus. Een hulpmiddel tegen hersenletsel. Toegepast door ouders, die het eigenlijk te druk hebben met andere dingen, om hun kinderen te beschermen tegen een schedelbasisfractuur. En het zijn natuurlijk niet alleen die continu afgeleide ouders, die niet de hele tijd op hun kroost kunnen passen, maar het zijn ook al die duizenden mensen in dezelfde openbare ruimte, waarvan het merendeel met het hoofd en gedachten ergens anders is, dan in de verkeerssituatie. Dat wordt nou eenmaal van ons geëist. Kijk maar op het schermpje. Dus een terechte interventie. Een kind moet leren, dat een helm je helpt, waar je omgeving het niet meer kan. Zo kan een kind ouder worden. Door de percentuele kans te verlagen, dat het z’n kop stoot.
En dan ineens is het kind zestien. Het moet wat het doet. Alsof het een kopie van jezelf is. Alsof alles weer negentiennegentig is. Alsof alles nog steeds is als toen. Met alle onveilige situaties erbij. En je kunt er niet meer naast fietsen. Erger nog, je ligt al te slapen, als het nog op de fiets zit. Dat hoop je tenminste. Gelukkig is er een alcoholverbod onder de zestien. Het enige manco is, dat ze dat fietshelmpje niet meer hebben. En dat ze nu ineens veel verder naar beneden vallen als ze van hun fiets zouden sodemieteren. Je zou je bijna afvragen, waarom we ze in hun kinderjaren zo angstvallig hebben betutteld met een gepantserde bakfietsbak en valhelmpjes? Het heeft nu allemaal helemaal geen zin meer. Ze staan er ineens alleen voor. En je kunt niet meer die bescherming bieden. Jezelf het gevoel geven, dat je de controle hebt over de situatie.
Het was allemaal een illusie. Waarbij je investeringen in spullen en dingen buiten jezelf, geen enkele waarde meer hebben in het heden. Het leven is en zal nooit een safe space worden. Misschien is het soms beter een stap over te slaan op weg naar de top van de piramide.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Wens je een rooskleurige toekomst schreef ik op een kaartje en gooide het uit het raam (zelf bleef ik zitten) zag het fladderen toch ook een deel van mij uit zicht.
nu wacht ik op een goed moment het gaat sneeuwen ik zal bij het raam staan horend dat de echo van de oorlog eindelijk is verdwenen
ruim een jaar – nou ja slecht een jaar geleden riep de dichter Brandhoff de mensen – wat zeg ik de mensheid op – de straat op te gaan – een luid en vlammend protest was het enige gepaste – uw webmaster was bijna van de sokken gereden in het Amstelpark door een ambtenaar met haast – een bijna doodervaring was het resultaat – en de dichter Brandhoff riep dan ook op tot het enige juiste:
Fijn dat u, weliswaar ontsteld en ontstemd, toch ongeschonden aan deze aanslag bent ontkomen. Uw lotsbestemming zou ook wel bijzonder teleurstellend zijn opgesteld indien uw einde middels een door een ambtenaar bestuurde Nissan Leaf bezegeld zou worden. Dat kan echt beter, waarmee niet gezegd is dat zulks op afzienbare termijn mag gebeuren.
Ik vraag me in gemoede af waarom dit niet heeft geleid tot luidruchtige demonstraties, blokkades van de Kalverpassage, aan kunstwerken gevelponeerde actievoerders en een langdurige schorsing van een willekeurig kamerdebat. Ik vraag de lezers hier: wat heeft ú eigenlijk gedaan aan deze misstand?
deed iedereen dat maar
men vraagt mij wat ik heb gedaan aan de wereld die brandt en ontploft wat ik deed toen het kind verdween in bijna iedereen in naam van niets
wat mijn bijdrage was tegen overschreden grenzen van vrouwen, landen, zwemmers, kandidaten tegen de wolf of juist er voor
wat deed ik er allemaal aan waarom was ik niet op straat niet vastgeplakt aan een gebouw hoe kon ik dit laten gebeuren ik heb er niet aan meegedaan
bij de Beesten is het bal, er klinkt muziek er wordt gedanst Eenden kwetteren en kwaken in concert en stampen in het rond een Egel schuw, maar waagt en vraagt een Ezelin ten dans die eenzaam bij de bar een drankje doet
sneaky lacht de Slang in zijn vuistje om dit onmogelijk gebaar totdat een Tor hem grijnzend afwijst als hij haar vraagt een Emoe prefereert die lief en zacht de flieren fluit niemand die de Nijlpaard ziet die in een hoekje zachtjes huilt
dank aan alle dichters die de prachtwerken inzonden. en heel vaak het hele jaar door inzonden – de aanwezigheid van de kleinkinderen en de eindejaarsfestiviteiten maken een uitgebreide beschouwing van de ingezonden werken niet heel goed mogelijk – wel wensen wij van de pom alle dichters een bijzonder en prachtig poëtisch nieuw jaar toe. lees de typeringen onder de gedichten en u begrijpt dat het goud vandaag gaat naar Conny om het gouden zonlicht, naar luk paard om het allesomvattende, naar Frans om de persoonlijke taalkracht, naar Rik om zijn aanstekende ritmes, naar Elbert om zijn woorden van euforie en overgave, maar Cartouche om zijn kernachtige benadering van alles en iedereen om hem heen, naar Max lerou om de wereldvrede die hij dient, en naar Anke labrie om de liefde die zij onvoorwaardelijk van een dieprode warme kleur voorziet. GOUD GOUD ALLEMAAL GOUD – dank jullie wel.
Conny Lahnstein – om het gouden zonlicht op zijn donkere wimpers
Frans Terken – de dichter in een van zijn beste jasjes
Rik van Boeckel – Ik zag jou gisteren met een dikke jas en een tas vol liefde
Elbert Gonggrijp – hier, in het volmaakte,
Cartouche – ik sta even stil en kijk de einder voorbij naar binnen
Max Lerou voor JUN
Anke Labrie – ze is nooit meer weggegaan
Luk Paard –tot aan’et einde
wie wint de enige echte virtuele – en wie zag jij? trofee op pomgedichten.nl- wie was het echt waard – heel veel woorden zjjn niet nodig – dus die – en dan graag die in poëzie. u kent de regels : gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
waar jij mij zag
een beeld, een schim een geluid je winterjas
laten we terug gaan naar waar alles ons was
waar alles rook naar wat er was mijn hand zo eindeloos verdwaalde
en wij niet wisten waarom niets meer wisten
maar van de oneindigheid proefden naar waar jij mij zag
pom wolff
(de rockdichter): zo…’et jaar loopt naar’et einde…’n volle spurt…ik moet mee ….ik schrijf je ik zeg je ik zing jou toe…
” tot ‘et einde jij “
ik neem geen bloem maar spuw vuur dat bloedrood liefde wakkert ik heb je lief tot aan de dood zo lang hoe ik van jou dat jij me doet
heel veel woorden zijn niet nodig – de dichter van de opspattende liefde kiest de meest allesomvattende
Schroom
Gezien de tijd, had ik de man op het bankje in het park beter moeten aanschouwen, vertrouwen dat wat hij deed – voer strooien voor de eksters, de vogelvrijen – meer inhield dan mijn eerste diffuse gedachte.
De man van het bankje in het park, een hoed met gestreken veren, zijn schijnbaar dromerige katten naast hem gezeten, overpeinst zijn werkelijke wezen, totdat hij moe berust, rookt nog maar een sigaar.
Hij voert de eksters als betreft het zijn kinderen, en ik loop schoorvoetend voorbij en twijfel, of ik naast hem zal neervlijen om zijn haren zacht te strelen, een lied zal neuriën, al was het alleen maar
om het gouden zonlicht op zijn donkere wimpers van dichtbij te aanschouwen
Conny Lahnstein
heel veel woorden zijn niet nodig – de dichter van de kleine maar prachtige observaties verwarmt de lezer hier met haar gouden zonlicht
Ja, ik zag hem, hij zag ons, mooi om daar het jaar mee af te sluiten! Volgend jaar weer, we blijven gaan en zien, horen en lezen! Fijne jaarwisseling alvast, hartelijks, Frans
Zag ik hem
Zag en zie ik daar de dichter in een van zijn beste jasjes de hand reiken naar de binnenzak
het waardevolle op het hart gedragen en zorgvuldig bewaard tot hij naar voren geroepen
de woorden met verve gesproken en vanaf het papier met ons gedeeld om ons te laten weten dat hij ons ziet
zoals wij hem graag zien en horen het is de kracht van verbinding hoe het ons tot op het bot raakt
heel veel woorden zijn niet nodig – de dichter die de kracht van de taal als geen ander met gewone taal weet te mengen en die van journalistiek poëzie weet te maken maakt persoonlijke poëzie voor iedereen
Kleurrijke ontmoeting
Ik zag jou gisteren met een dikke jas en een tas vol liefde
wij spraken elkaar met liefdevolle woorden gedurende deze waardevolle tijd
jij legde mij jouw reis naar Sevilla uit zoals ik mijn poëtisch verblijf in Tanger en nu zagen we elkaar in Leiden
in kleurrijke kleding gestoken keken wij elkaar telkens aan want we zijn dat zeker waard.
Rik van Boeckel 27 December 2025
heel veel woorden zijn niet nodig – de dichter die altijd weer zijn wereldreizen in liefdevolle ritmes weet samen te vatten laat ons baden in de liefde van zijn aanstekende reislust
Gelijk Monet
Een vraag naschilderen – bloemenzeeën, waterlelies. Ik heb het in een moment gevangen, ik bewaarde onderwijl een hele vijver. Het kan mij misschien vele malen mooier en beter een meester, maar dat elke vorm mijn palet tot uitdrukking achterliet –
hier, in het volmaakte, rechtstreekse. Naderhand moest mijn hand gissen naar wat mijn oog zoal gadesloeg.
Wat werkelijk waar was en bedacht. Ik hechtte mij aan de keerzijde van het zien, ik liet je een tuin na, weergaloos van natuur die ik onophoudelijk creëerde. Met kleur een toets van suggestie aanbrengend –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, zaterdag 1 mei 2021
heel veel woorden zijn niet nodig – de dichter die de natuur, de dichtkunst en de schilderkunst – de gehele mensheid ook altijd maar weer in woorden van euforie en liefdevolheid weet weer te geven, in woorden van poëzie
Hallo Pom, ik had mijn ( 40 regel-) schrijven, net als Frans en Rick eerder op hun manier deden, gewoon als kerstgroet ingezonden, nog vóór het thema van het zondagsgedicht bekend (gemaakt) was. Ik zie dat je het nu als themagedicht hebt gezien en meegenomen en het blijkbaar ook als zodanig vindt passen. Oké, vooruit dan, het raakt, achteraf beschouwd, inderdaad ook wel aan het ‘wat zie ik’ thema van dit weekend. En laat je bij je evaluatie dan nu niet teveel leiden door je allergie voor alles wat maar enigszins naar religie riekt ( al ben je niet vies van regels, haha) zou ik zeggen.
met welgemeende kersgroet, Cartouche
—————————————
Hallo Pom, in deze tussentijd rond de grens van donker en licht wens ik jullie pommerianen, fijne, feestelijke dagen met een opgeruimd gemoed in de geest van Kerst –
Kersttentamen
met de hond door velden struinend langs schapenwei en paardenstal de blik reikt ver, het hoofd zit vol wolken en ík, ik sta even stil en kijk de einder voorbij naar binnen: wat weet een oud verhaal ons nu nog te zeggen?
in den beginne was het woord! mijn waarde maar stilaan in ’t feestgedruis ging het verloren balancerend op het dunne koord van blinde ogen en gebonden oren, zo komt mij voor sprak het niet van eenvoud, van rust en laten terwijl wij het jaar doorblaten als doofstommen
leven als de beesten en in gareel van ossenjuk verbeten jagen op sterrendom en groot geluk en zodra de winternacht op zijn bekrompendst trekken we in kuddepas naar een nachtmis toe
vervuld van hoop op dageraad, oplaaien van het hart en richting aan het heden, vrede op aarde, een kind is ons, kaarsen overal, het stalletje in het licht een stemmig lied alom , oude klanken zingen
maar bezeten van vermeende plicht tot werk genot en consumeerderen dienen wij gevangen in de ban van mammon meerdere heren, in een gouden kooi balken wij als dwazen, wijzen op de splinter in andermans ogen, lijken op laaghartige christen honden met overdadig kwijl bedekte monden
van hier nu stamel ik u toe, goede herder – maak ons lam, lankmoedig als het kempisch heideschaap trouw en waakzaam als oudbrabantse schepershond leer ons luisteren naar de dieren en het vlakke land van zand, van wei en open hei in al zijn wijdte voorbij de dwaling leid ons samen op de weg
laat hen voor zich, voor even, stilte spreken zich ingehouden ongehoord tot ons verhouden alleen zij kan ’s woords verkrachting wreken ons haar onuitsprekelijke kracht hergeven
dan slagen we alsnog voor het ultiem tentamen kunnen engel, ster en ballen rustig aan de kant is het leven goed, goed leven in dit lage land mag tot slot verhoord nog onze bede – Amen.
26-12-2025 / Cartouche
de dichter dien als geen ander hemel en aarde het hele jaar door en dat al jarenlang – als geen ander – onder het juk van zijn poëzie laat gloreren – en natuurlijk ook weet dat heel veel woorden niet nodig zijn – mag rustig weten dat wij van de pom hem op handen dragen en hem een geweldig 2026 wensen.
kosmische poëzie – voor jun
met jouw moeder aan de bar van groen op een heuvel met zicht over de andaman zee uit de speakers vloog een adelaar en wij duwden de tijd met hem mee de toekomst in
een filosoof vraagt waar je zou zijn of wie je was geweest als de bar van rood de heuvel een vlakte de zee een woestijn de adelaar vleugellam
het is een zinloze vraag immers de bar was groen het uitzicht riant de woestijn van kristal de adelaar trots de jaren gleden vanzelf
ml
heel veel woorden zijn niet nodig – de dichter die als geen ander de wereldvrede dient – de mensheid op het enige echte rechte pad weet te houden – hoe de mensheid ook anders doet of wil – weet in zijn zoon het leven, de kosmos en de kosmische liefde doorgegeven
dit is het dan, dacht ze haar eerste broodnodige baan in een onbekende stad maar haar kamer moest betaald
hoe kon ze hem niet zien in dat donkere kantoor tussen al die stropdassen waar hij opeens verscheen
niets van een grijze muis met al die rare kleuren die niet klopten, maar hij hij klopte wel zag ze al snel
als ze lunchten aan de gracht kende hij vrijwel iedereen en wat werd er veel gelachen ze is nooit meer weggegaan
anke labrie 2025
heel veel woorden zijn niet nodig – de dichter die als geen ander het leven weet te waarderen in haar oneindige liefde voor de geliefde die in haar leven bleef, in het leven blijft, in haar is en zal blijven
afgelopen zondag in Café Eijlders bij de bundelpresentatie van 85 jaar Eijlders zat ik achterin – ik kon niemand zien alleen luisteren – zo druk was het – de dichters deden zoals gebruikelijk op het beroemde trappetje hun gedichten. op die middag hun gedicht uit de bundel. een stem viel mij op – poëzie dacht ik – poëzie recht uit het hart – wie is dat. ik maakte kennis met Xander Jongejan en vroeg hem een tijdje de vrijdag op de pom voor zijn rekening te nemen. trots zijn we van hier dat ie het wil doen, vandaag de eerste bijdrage van zijn hand – Xander welkom:
een vers gedicht
trillend ligt het nat van moeders vocht in stro zonder te weten waarom probeert het overeind te komen
eerst op de knieën van zijn voorbenen dan met een duw van de neus helpt zij het rechtop
het trekt de achterbenen bij en staart onvast voor zich uit
moeder ziet het aan bedenkt of en wanneer ze naar buiten zullen gaan
Niet gebruikelijk, maar ach het hoort erbij, en daardoor niet minder van harte, integendeel, oprecht de enige rechte weg, wat later in het kerstgebeuren mogelijk schuin, schuinsgemarcheerd zelfs, voor enkelen onder ons.
Wensen vliegen om de oren zonder te verwensen zelfgemaakte zelfverzonnen of geplukt uit de Aldi of d’n Dirk van buren en vervlogen mensen met dieren zwaar verkleed geen kerstboom meer te bespeuren mos verdwenen uit het bos het beste pakje aan rendieroren op het hoofd de kersttrui van het werk die ligt alweer in de kast buiten is het koud witkoud binnen brand de kachel danny kay op de tv voeten gestoken in pantoffels slagroomschnitte welt op in buik verdund met jäger in de thee tijd voor spelletjes hitster risk muzikale oorlog we warmen op met oliebol en pannenkoek peter’s pan en principle john zwelt aan the war is never over jinglebells all the way serious requests all over the top another year over hoe zwaar weegt romantiek zo zonder sneeuw 2026 bonkt op de deur met al zijn wel en wee veel geluk dan maar met dunne buiken binnen buiten lijntjes en des te vruchtbaar inkt en pennen het blijft van alle tijden
Beste wensen en liefs, Rob
P.s.: Met inspiratiebron good old Jiskefet. De weg naar Flappie. Hoe zen!