INA BOT – de hele reut…

pomgedichten eert de komende vrijdagen INA BOT – we laten haar ‘godvergeten talent’ nog even spreken – wij willen haar ‘godvergeten talent’ niet vergeten.
lies sprak nog een keer over INA BOT. aan het tafeltje viel het stil – het schreeuwen voorbij:
Ina heette ze.
Ina Bot.
We speelden samen poezieliedjes, met Lisan erbij gingen we alle poeziepodia af, op zoek naar nieuwe dichters, we maakten teksten door haar godvergeten talent. We lachten, huilden, een requim, nu
Toen ze dood was, na drie pogingen:
aspirines met chocoladepudding, uitgekotst in de vroege ochtend,
met vuilniszakken de oven het gas naar haar toe laten stromen, gefabriceerde luchtslang met afplaktape, net op tijd gevonden,
en toen, de in Frankrijk gewonnen pil die godzijdank het einde voor haar in zicht bracht
Ze kon niet meer
Ik zie nog de blik in haar ogen toen ze, na de eerste poging, wakker werd en lag in een steriel ziekenhuisbed, zo ontzettend gelaten…
Toen ze weg was en verdwenen kwam er een vlinder in mijn huis. Ze dwarrelde om me heen en als ik huilde kwam ze naast me op de muur rustig zitten. Drie dagen lang bleef ze. Toen heb ik haar naar buiten gebracht.

Hangen in de namiddag

De O van de rookkring
wordt steeds groter
lost uiteindelijk op
in het alomvattende O

–O, is dat zo­–

maar je wilt zo rond dit uur
dit uur van oude prenten
geen spelbreker zijn

en zo wordt de hele reut
weer van zolder gehaald

het koper gepoetst
de brieven gelezen
de grammofoon aangeslingerd

en het geouwehoer kan
weer van vooraf aan beginnen


Ina Bot

Share This:

MartinB in het patattenkot – En toch heb ik daar veel geleerd… En dan was er Mia – Figuur om te onthouden, kop om op te schieten. Een mierenneukster van Champions League-niveau.

Multifunctioneel naar de klote

Ik begon als aardappelkeurmeester in een frietfabriek. 
Ik verzin het niet. In België als Hollander. Dat alleen al was een kleine provocatie op zich. Je werd bekeken alsof je te luid dacht, te snel, of te veel vragen stelde. Wat ook zo was, maar daar ging het totaal niet om. Soms kreeg ik het gevoel dat ik te vroeg was. Niet dat België achterliep, maar dat haast hier nog niet verplicht was.


Als keurmeester stond je op de aardappelontvangst. 
Of zoals ze daar zeiden: het patattenkot. Dat woord klopte. De fabriek was opgedeeld in vier secties: patattenkot, productiehal, inpak en koeling. Alsof het overzichtelijk was. In werkelijkheid was het een zielloos gebouw van stank, lawaai en stoom, bevolkt door mensen die mentaal al jaren met pensioen waren.


In het patattenkot begon alles. Vrachten kwamen binnen.
Chauffeurs ontkoppelden zo snel mogelijk hun trailer. Mijn blik volgde het ritme van de wielen, en ergens tussendoor gleed mijn aandacht naar Deeltje. Niet dat het iets veranderde, alleen dat ze er even was, in de stilte tussen het zand en de onmiskenbare geur van “verse” aardappelen. 


Meestal waren het Poolse chauffeurs, die er lichamelijk stonden maar met hun hoofd al bij de volgende rit. Ik moest keuren, maar ook laden en lossen, bunkers in de gaten houden en zorgen dat de aanvoer bleef lopen. Keuren 
was eigenlijk bijzaak. Je was tegelijk een extra paar handen, een noodoplossing en degene die het mocht gaan uitleggen als het compleet fout liep.


Het keuren had vaste rituelen. Vijftig aardappelen per vracht, alsof je lootjes trok bij een loterij zonder prijzen. 
Het onderwatergewicht was heilig. 
Een aardappel kon eruitzien alsof hij al twee oorlogen had meegemaakt; zolang het gewicht maar klopte mocht hij door. Daarna sneed je twintig frietjes om af te bakken en schoof je die in een apparaat dat er een foto van maakte om de kleur te checken. Frietjes op de foto. 
Alsof ze zich van hun beste kant konden laten zien.


In mijn beleving waren de monsters er vooral voor de show.
Negenennegentig procent van alle vrachten gingen toch gewoon door. Na een tijdje begon ik alles met de natte vinger in te voeren. Waarom moeite doen als niemand kijkt? Cijfers konden net zo goed ontstaan. Dat deden zij met beslissingen tenslotte. Over de boerenmaffia nog maar te zwijgen.


Als er een vracht werd afgekeurd dan was je flink de lul. 
Dan begon de administratieve processie: bellen, mailen, wachten, terugbellen, nog eens mailen omdat iemand 
“even moest overleggen”. Zo was je een tot twee uur verder. 
Tijd van jou. Nooit van hen.


Ondertussen had ik drie functies: keurmeester, messenslijper en kwaliteitscontroleur. Dat noemden ze multifunctioneel. Had je er vijf, dan was je een vlinder. 
De hoer van het bedrijf. Altijd inzetbaar. Nooit essentieel.


Als kwaliteitscontroleur moest elke scheet worden opgeschreven. Tellen, klikken, turven, invoeren. 
En als er iets niet klopte, kwam er een pipo van kantoor langs die na twee seconden zei: ‘Visueel goedgekeurd.’


Naast mezelf had ik nog nooit iemand zo efficiënt 
mijn werk zien uitwissen.


Dan was er Speedy Pietje. Een jonge voorman. Vijfentwintigduizend stappen per dag. Zenuwen in turbostand. Hij maakte dat gebaar. Met twee handen. Rapend. Ik haatte dat gebaar. Niet hem. Het gebaar. Patatten rapen: een vracht zo slecht dat ik alleen in de oververhitte productiehal aan de band stond, rotte knollen eruit te vissen, wringend langs staal en slangen, hitte en herrie permanent op de huid, gehoorbescherming ten spijt. Officieel mocht je daar maximaal twee uur staan. 
Daarna zou je worden afgelost. In theorie.


Gelukkig was er Kees. Hij leidde me op. Kees had een stadionverbod en liep ooit midden in de nacht met een opblaaspop op zijn nek door de stad. Dat soort verhalen. Wij stonden soms snuivend bij onze kluisjes, twee mannen die deden alsof ze wisten wat ze deden. Kees liet mij kennis maken met Gorki. Niet persoonlijk natuurlijk. Muzikaal. Misschien wel het meest zorgzame wat iemand daar ooit voor me deed.


En dan was er Mia, kwaliteitsmadam. Figuur om te onthouden, kop om op te schieten. Een mierenneukster van Champions League-niveau. Zij kon je in één blik duidelijk maken dat je zelfs niet geschikt was om twijfel te hebben.


Eens in de twee weken was het poetsdag. Op maandagochtend om zes uur. Zes uur lang machines afspuiten met een waterslang, in jaren-zeventig-regenkleding waarin je langzaam kookte, met een veiligheidsbril waar je geen zak door zag. Dan kwam Kikker, de poetscoördinator, uitpuilende ogen, zaklampje. Controleren. Hij vond altijd iets. Altijd.


Daarna spoten ze agressieve ontsmettingsmiddelen.
Iedereen moest de hal uit. Twintig minuten later mocht je weer naar binnen om opnieuw water te spuiten. Eén keer liep dat spul in mijn laarzen. Tweedegraads verbranding. Gratis souvenir.


Na een maand kreeg ik een vast contract. Toen voelde ik me nog gevleid. Later begreep ik dat niemand daar wilde werken. Ze hadden een kamerplant aangenomen als hij 
zijn badge kon vinden.


En toch heb ik daar veel geleerd. Dat efficiëntie altijd naar boven wijst. Dat kwaliteit een verhaal is dat al vastligt voor je het vertelt. En dat cynisme geen karaktertrek is, maar 
een logisch gevolg.


Soms eet ik nu een frietje. Vanzelfsprekend frietje oorlog.
Dan proef ik geen aardappel. Ik proef het patattenkot, 
het lawaai, het zweet, het verloren uur. Over de boerenmaffia nog maar te zwijgen. 


MartinB

Share This:

VON SOLO over vragen – over leven en de dood

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Gisteren liep ik door een grote fabriek voor stadsverwarming. Grote buizen. Grote afsluiters. Elektromotoren, lawaai, geknal, gezoem. En ik ineens vroeg mij af hoe de druk in het systeem gereguleerd kon worden over vele kilometers als het water er als stoom in ging en na warmteafgifte als water van zestig graden weer uit kwam. Dat leek me heel ingewikkeld. Niet te bevatten. Te ingewikkeld voor een simpele geest als de mijne. Een vraag die ik mezelf al lang niet meer wilde stellen.

 

Deel 173. Vragen

Toch stelde ik de vraag. De man van de fabriek antwoordde dat er geen stoom het systeem in ging, maar water van net onder de honderd graden. De stoom geeft via een warmtewisselaar zijn warmte af aan vloeibaar water en dat wordt in een gesloten systeem rondgepompt. Ter bevestiging zei ik daarop: ‘Oh, nou snap ik het. Er is dus helemaal geen verschil in fase aan die kant van het systeem.’ De man knikte. Ik snapte het.

Soms stop je met het stellen van vragen. Soms stop je met het stellen van vragen aan jezelf. Omdat het te ingewikkeld is. Of omdat je de antwoorden denkt te kennen en niet wil weten. En na een tijdje vergeet je de vragen. Achterin je hoofd worden ze stiekem onbeantwoord weggestopt. Om ongesteld te blijven. Gisteren stelde ik een vraag die opborrelde. Uit een tijd die ik dacht dat ik vergeten was. Het antwoord was misschien vroeger onbegrijpelijk geweest, maar was dat nu niet meer. Het voelde als wakker worden.

In de liefde stellen wij ons door ons leven heen vele vragen. Waarom houd je van iemand? Wat maakt een relatie succesvol? Is er een ware? Zal alles voor altijd duren? Vragen waarop we soms de antwoorden denken te weten op bepaalde momenten. Of vragen waar we de antwoorden liever niet op zouden weten. Zeker als alles op rolletjes loopt. Wat is er dan fijner dan zonder vragen te genieten van het geluk dat de liefde geven kan. En de onzekerheid met de vragen op te bergen in de krochten van onze geest. Net zo lang tot we de vraag vergeten zijn. Of het moment dat het antwoord er eerder is dan de vraag weer opdoemt. En we ons afvragen waar het antwoord zo ineens vandaan komt.

Zo komen we bij de dood. Waarom gaan we dood? Wat is het nut van het leven? Wanneer en hoe gaan we dood? En hoe voelen we ons daarbij? Zijn we angstig?

Ik ben in ieder geval wel bang voor de dood. Durf het leven niet los te laten. De gedachte eraan vervult me met een gevoel van onbehagen. Vergelijkbaar met het gevoel dat je hebt als je eerste liefje de verkering uitgemaakt heeft en er nooit meer liefde zal zijn. Niet zo vreemd. Dat eerste gevoel, daar groei je wel overheen, doordat er nieuwe kansen komen. Liefde komt steeds weer. Dood ga je echter maar één keer. Misschien is het ook niet de dood, misschien is het het gebrek aan durf om te leven? Vragen, vragen en nog eens vragen. Je stopt ze weg en leeft. En siddert heimelijk elke keer als de dood haar gezicht laat zien.

Toch realiseerde ik me vandaag dat wat ik ooit niet snapte, later nog steeds te vragen is. Misschien snap je dan het antwoord wel. Zo ook de liefde. Zo ook de dood. Een vraag mag altijd nog een keer gesteld worden. Misschien snap je dan vóórdat alles zo ver is het antwoord al. En is het anders dan je dacht. Of dan niet meer zo erg of zwaar als je toen dacht. Hoef je enkel te berusten, glimlachen. Zonder twijfel. En misschien zijn er geen antwoorden, dan blijven vragen ten minste open. Nooit gesloten. Zonder lijken in kasten of harten in gouden kooien of levens in kaders van weten alleen. Een vraag niet gesteld, zal je tot het einde weten te achterhalen en dat ligt niet lekker. Daarbij is géén antwoord ook een antwoord. Het is niet van belang. Het begint met vragen. Vragen is leven. Ook al heb je daar misschien niet eens om gevraagd.

 

 

VON SOLO

DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST

www.vonsolo.nl

Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!

Share This:

Amber Helena Reisig bij 3 FM – serious request – heerlen 2015 – nu ambtenaar van het jaar? JA Amber Helena is ambtenaar van het jaar! van harte

onze vriendin en samen met wibo, martin, bjorn, pom, mike, martin-aart ooit deel uitmakend van onze poëzie succesformatie HONGERLIEF heeft het gered – ze is ambtenaar van het jaar! pomgedichten feliciteert Amber Helena. Zie hier het JURYRAPPORT:

Winnaar Als winnaar komt Amber-Helena Reisig naar voren. Zij is senior beleids­medewerker Aanpak Dakloosheid (EU-burgers) & Beschermd Wonen bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Haar verhaal maakt diepe indruk op de jury. Reisig gebruikt haar eigen ervaringen met dakloosheid en kwets­baarheid niet als persoonlijke anekdote, maar als professioneel kompas. In veel organisaties wordt de waarde van ervarings­deskundigheid wel onderkend, maar lukt het slechts zelden om die echt in beleid en uitvoering te verweven. Reisig vormt daarop een uitzondering. Zij verbindt de leefwereld van mensen in kwets­bare situaties met de systeemwereld van het departement, zonder dat het een het ander overschaduwt. Juist deze combinatie maakt haar uitzonderlijk: zij brengt menselijkheid in een beleidsdomein dat vaak abstract en complex is, en draagt tegelijkertijd bij aan beleid dat daadwerkelijk aansluit bij de realiteit van de mensen om wie het gaat. De jury is unaniem in de overtuiging dat zij de ambtenaar van de toekomst vertegen­woordigt: iemand die de moed heeft om open te zijn, die de taal van beleid verstaat, maar vooral de taal van de samen­leving beheerst.

amber2

 

om 4 uur vannacht werd heerlen even stil

amber helena reisig – niet lang geleden de stadsdichter van heerlen

eiste op de haar kenmerkende wijze alle aandacht op

met het volgende gedicht – klik op de plaatjes

 

amber1

 

 

 

 

HONGERLIEF

Share This:

Vera Jongejan – de palmboom groeit in mij omhoog..


Bizar zeg jij
er speelt zich een drama af op de achtergrond
en jij roept alleen zet dat geluid uit
nu is het zo stil
dat ik de denkpatronen hoor

bizar is ook
dat ik me beter kan zien
als ik bedenk dat ik een ander ben
-het is mijn laatste truc
om van mijzelf te kunnen houden

en ook
dat ik nu teveel zoete dadels eet
ik voel de palmboom groeit in mij omhoog
wil jij het vogeltje zijn
dat een liedje van liefde komt zingen
als ik je dan toewuif met mijn fijnvingerigheid?


Vera Jongejan

Share This:

Ien Verrips – bovendien een vrouw…



of het ook gevaarlijk wezen kan
vroeg hij en lachte schalks
het was een grap moest ik begrijpen
iemand die af en toe gedichtjes schrijft
bovendien een vrouw
dat is alleen maar lief
of hooguit interessant


dec. 2025 IEN VERRIPS

Share This:

Rob Mientjes – that will be the day…


Hoofdbrekens



Wakker liggen
pas je aan 
met mooie kleren
in klassieke lijn
in spijkergoed
op witte sokken
that will be the day
december nightmare


tot hoofdbrekens toe
geschikt 
in middeleeuws raamwerk
onder een verlichtte boom
maar de maag draait om
het hoofd verloren
bijna twaalf uur
je haalt het nooit


oliebollen rispen op
schuim op de lippen
een wolf die huilt
en alweer geen sneeuw
wensen doen we niets
verwensen des te meer
maar niet aan tafel
noch in supermarkt


Rob Mientjes

Share This:

pom wolff – anders


anders
 
ik herinner me
de kleur geel van de keuken
waar het licht anders viel
 
waar we altijd koffie dronken
de stilte een samenvatting was
het was het geel dat wachtte
 
de krant op de grond
 je trui
de briefjes die je schreef
 
nu woon ik in een kamer
waar het licht valt
zoals het hoort te vallen
 
ik kan het niet verdragen
 
pom wolff
 

Share This:

CARTOUCHE wint de enige echte virtuele – naar de woorden van joke kaviaar – we moeten echt wat met de aarde -trofee op pomgedichten.nl – karlijn groet zilver, anke labrie brons

foto: Babs Witteman

ik geloof dat ik wel al mag afronden – wij van de pom moeten vandaag nog door naar haarlem – ontvluchten vanmiddag maar even 020 – ajax, feijenoord, concertgebouw, al waar de feesten van de verbinding hoogtij zullen vieren, de feesten van angst en pijn als ik polleke mag citeren, hoe dan ook – dank aan alle inzenders – de jury is er uit hier. de poëzie en deze poëziesite zijn er voor de verjaagden uit de wanhoop – we blijven het herhalen – dank aan joke kaviaar voor de inspiratie – de nimmer aflatende activiste – op weg naar een betere wereld, een droomwereld wellicht, een tegenwereld. mooie gedichten mochten wij ontvangen, verbindende oproepen en vurige hartekreten oproepend tot verzet – allemaal ook samengebracht in het gedicht van CARTOUCHE – vandaag voor hem het goud – van harte. zilver voor de onontkoombare analyse van karlijn groet -en brons voor de helende smeekbede van anke labrie. ook van harte.


als we blijven denken als schapen
de natuur te kunnen behouden door Abraham
door Bram te offeren diens zonen te redden
van god los de wereld te kunnen beheersen

vergeten we dat een enkel paar, een aantal
wilde wolven een cascade van veranderingen
teweeg kan brengen, een heel landschap
herscheppen in een ecosysteem dat
zichzelf in stand weet te houden zoals
Yellowstone N.P. ons heeft geleerd

laten we dan de ‘homo homini lupus’ van
Thomas nu achter ons laten opdat het klimaat
ons opwarmt tot samenspraak met moeder
Aarde en water weer schoon en vrijelijk
kunnen ademen, het ijs kan breken

zonder dat rivieren en oceanen
overstromen van vergeefs vergoten tranen
in een verbond van welwillenden als
poëten die we in wezen zijn rebelleren
opstaan in woord en geschrift in een
mars van vrede voor al wat leeft

13-12-2025 / Cartouche

nou Cartouche maakt het weer deftig hoor – de mens de mens een wolf welja – arme bram haha – hoe dan ook een warme oproep lezen we in de laatste twee strofen. ik vind het gedicht wel mooi maar het is me net te breed – te – ik weet niet. maar ja shaffy zong het al: ik houd van schamel én van duur – ik ben meer voor schamel cartouche voor duur – allemaal een kwestie van smaak – het is een pamflet. dat is dit. maar wel een heel sympathiek pamfletvóór ‘een
mars van vrede voor al wat leeft’ – ja mooi





waarvan akte

aan de basis 
was het goed 
er was een muur 
waarachter men 
een macht bedacht
die de massa 
van haar kracht voorzag


dat het daarachter 
chaos was 
het boeide niet
men wist van niks
de illusie 
deed zijn werk 
zoals slechts een 
placebo werkt


niets heerste 
want alles had gelijk
het was windstil
we hadden precies 
genoeg om te bestaan
en een grote zachtheid
nam je mee 
als je moest gaan


maar dan de mens-
het verveelde beest
zocht een ziekte 
die zich niet genezen liet
vond ruimte in de stilte 
voor de zelfbedachte storm 


maakte zich een 
zelfbedacht lawaai 
en ontdekte: het hardst 
geluid in de natuur 
komt voort uit angst


de rest werd met 
de paplepel ingegoten
getuige de 
gebolde toet
na elke angstdroom 
kwam het zoet
-waarvan akte-


Karlijn Groet

een gedicht met typische Karlijn Groet wendingen – de mens zocht.. maakte zich.. en ontdekte – de paplepel ook in taalere hersteld – in een zowel letterlijk als figuurlijk taalgebruik. ja zo lezen we Groet graag. en dan die mooie optimistische blik:

niets heerste 
want alles had gelijk
het was windstil
we hadden precies 
genoeg om te bestaan
en een grote zachtheid
nam je mee 
als je moest gaan


en voorts de onvermijdelijke teloorgang
 
de mens-
het verveelde beest
zocht een ziekte 


hier wordt een monument opgericht en voorts zorgvuldig maar onontkoombaar wordt het weer gesloopt. ja zo gaat dat.
moeder aarde

wij, uw kinderen
bedenk toch 
dat we nog maar 
kinderen zijn 
en in  onze onnozelheid 
denken dat wij u kunnen redden 

waarschijnlijk is het andersom 
mits u een goede moeder bent

wees niet zo streng voor ons
straf ons niet te hard
met aardschokken en overstromingen 
wij leren het hopelijk nog wel
u te eerbiedigen
heb nog wat geduld 

anke labrie 

min of meer een smeekbede gericht aan de moeder aller moeders – een poging om te verbinden – de mensheid met moeder aarde waaruit die mensheid is voortgekomen en weer in zal opgaan. ik heb het vermoeden dat moeder aarde zelf niet meer in staat is om te beschikken. ze heeft een monster gebaard – een monster met zogenaamd veel I-Q – met nog meer A-I en in de kern de bommen.
  • Cartouche – opstaan in woord en geschrift
  • Anke Labrie – heb nog wat geduld 
  • Luk Paard – de wereld vol
  • Max Lerou – kijk het hoofdje is er al
  • Elbert Gonggrijp – Er zit weer dood in de lucht,..
  • Karlijn Groet – maar dan de mens
  • Freda – de aarde gaat dood, zeggen ze
  • Rik van Boeckel – pure waardevolle levendigheid
  • Rob Mientjes – dat we niet roepen maar schreeuwen
  • Frans Terken – de afbraak staat ons aan de lippen

gedicht uit de bundel – vele stemmen wild en stil – van joke kaviaar

niet alleen joke kaviaar wijst ons op de mooie aarde die wellicht in een andere wereld kan bestaan – wel tijd voor enig activisme ook op de pom hier – een fijn klimaat voor ons, voor onze kids, voor onze kleinkinderen – mag het allemaal een beetje fatsoenlijker in deze wereld? verzets en klimaatdichter joke kaviaar heeft uiteindelijk het gelijk van de wereld aan jokes kant – jokes stem soms wild soms stil – graag hier ook uw stem stil of wild – we lezen het zo graag – u kent de regels:
gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

laten we zeggen
dat we niet konden vermoeden
dat de wereld in brand zou vliegen
ach laten we zeggen dat we weg keken

laten we zeggen
dat jij op je hoge hakken
toch al alles aan je voorbij liet gaan
en alleen met jezelf bezig was

en laten we zeggen
dat de poëzie altijd al
een tempel voor asiel is geweest
voor de verjaagden uit de wanhoop

tot ze hele bliksemse boel in de fik staken
ach laten we tenslotte maar eerlijk zijn

pomwolff
(de rockdichter): de zondag ter poms site….u weet’et wel al….en ik schrijf zo….



“ uit’n droom “


terwijl’k in brandende ziele
en alle grond doorwoeld
van alle mense nergens

dood met gretig verlange
vertrappelde tijd
en ik alleen

tot opeens die hande
dromenvol
met mij en jij
ons en zij

de vlamme mooi nu
asof ze’n nieuwe leve
dansend

de wereld vol
uit’n droom gebore


© luk paard


geheel in de traditie van (de veelal vrouwelijke socialistische) dichters rond 1900 waarin zij droomden van ene mooie nieuwe wereld – ‘ik wil nieuw zijn’ schreef herman gorter dat niet – hoe dan ook ik herinner me de gedichten van henriëtte roland holst die droomde ook heel wat af en zo ook de dichter Luk Paard – die kun je wel om een droom sturen – dan krijg je ook een droom – om van te dromen zijn poëzie.

vinex 
 
je schudt de klei nog eenmaal lekker op
en kijk het hoofdje is er al
de oortjes komen zo

die naaien we er later nog wel aan
samen met een kleurrijk bestaan
afgezet tegen oerhollands loodgrijs

allengs krijgt het spek
het wordt eerst aan de randen vet
dan ranzig tot en met


ml

het (pvv)leven in een notendop, in de vinexolie gedompeld, in de lerou braadpan stevig aan de kook gebracht – en wat zien we daar nog  – varkens kruipend in een modderpoel. die kunnen meteen ook de pan in. let u wel op de verzadigde vetten!

DILEMMA

We hebben er geen woorden voor – de tijd is weer 
eens stil gaan staan, het wordt nooit beter dan dit,
het moet een morgen zijn, die eenmaal opgeklaard,
geen enkele reden tot zorgen geeft. Er zit weer 
dood in de lucht, de winter doet ijskoud 


van zich spreken – het teken dat het zo langzaam 
niet meer gaat – moeten wij dan het tegendeel 
bewijzen, een wereld tussen wanhoop en bij
vlagen het witste licht? Ik verzeker het je,
ik doe geen oog meer dicht,


er is geen mens, geen liefde, geen idee – ik huil
bij de gedachte dat er een schepsel is die straks 
over eenieder beschikt, dogma’s voorkauwt, bij
voorbaat de vrede reeds de oorlog heeft 
verklaard – de natuur onmogelijk –


Elbert Gonggrijp,
zaterdag 13 december 2025 

‘de vrede de oorlog verklaard’ – mooi gevonden – zo ongeveer is het wel – om geen oog bij dicht te doen. Elbert slaat de spijker op zijn kop. mooi.
six seeeven
 
ik heb mijn hoge hakken uitgeschopt
brandhaarden geven tenslotte
ook warmte
al hangt het er vanaf
wie ze aansteekt
 
de aarde gaat dood, zeggen ze
ik peuter de etensresten
uit de gootsteen
maar was al verzadigd
 
grote groepen jonge mannen
spelen kat en muis met de politie
ik kijk ze na als ze voorbij rennen
ze groeten terug
 
en de kinderen roepen
six seeeven en lachen hard
in België
het kinder- en tienerwoord
van het jaar


Freda

Freda schrijft altijd heel lief bij de ingezonden teksten – ik moet het allemaal nog leren hoor. nou meester wolluf  – door niets en niemand gehinderd – geeft hier Freda een overweging mee – zou dit gedicht zonder de laatste strofe ernstig beschadigd zijn? of zou het gedicht zonder die vierde strofe juist consistenter, meer helder en completer zijn?  (zonder dat loshangende vierde ding) – de eerste drie zijn echt genoeg – daar hoeft niets meer bij.
Goedemorgen Pom
Hier mijn bijdrage aan het thema aarde na terugkeer uit Tanger, Marokko. Ook een soort samenvatting van mijn verblijf in Marokko.
Met dichterlijke groet
Rik Van Boeckel 


Het ritme van de huidige aarde



Het ritme van de huidige aarde
is van pure waardevolle levendigheid 
in de stad van Marokkaanse kunsten 
aan de zee glijdt de kust goed mee


de Balearia boten varen heen en weer
over de Middellandse Zee 
via de Atlantische Oceaan tussen Tarifa
en Tanger met dichters en toeristen 
met kunstenaars en zeelieden 


poëtische reizen leiden naar Casablanca Tanger en Rabat
met geluk en weemoed 
het klimaat verandert in elke stad
aan de zee bij Cap Spartel 
in de Atlas Bergen en de Sahara


het Bassamat Festival vraagt om poëzie 
over de havens van Amsterdam en Tanger
met de weelde van zinnen en woorden
vol Franse, Arabische en Nederlandse betekenis
en enerverende voordracht.


Rik van Boeckel 
13 December 2025

Rik weer terug in de wereld van Joke Kaviaar – haha – we zagen de foto’s met prachtig weer, met blakende dichters – met ook de hier wel bekenden robin block en frau deckwitz – hoe dan ook – rik dicht als altijd alsof er geen vuiltje aan de lucht is – een mooi soort optimisme – de wereld is helaas een beetje op retour. er zijn net teveel vuiltjes aan de lucht. maar goed dat er poëziefestivals zijn – voor de verjaagden uit de wanhoop!

Hoi Pom, 
Hier een oproep aan verantwoordelijkheid van het schrijversgilde. Niks stil verzet, gillend de straat op. Waar zijn we gebleven? Van moed der wanhoop naar luidruchtig verzet. Zo zou het moeten zijn. Toch? Maar wie schrijft de eerste geuzenzin?


Stil verzet

Zwijgen in toonaarde
er is al zoveel gezegd
gesproken over spoken
witte angst en zwarte bangheid
waarin nog geloven
als woorden ons niet bewegen
het vreet naar binnen
schuurt de ruggengraat
pijnigt hersenen


tijd dat werelden kraken
ongenoegen manifisteert
het binnenste buitendrijft
dat we niet roepen maar schreeuwen
woorden ons betoveren
noden tot strijd
van braafheid bevrijden
steekhoudend masseren
met vlammend hart


Rob Mientjes

zo zien we het graag vandaag – geheel passend bij het thema. een route boekje voor dichters in verzet – ‘met vlammend hart!’ mooi gezegd.
Goedemorgen Pom,
Ja, we moeten voortdurend aan de bak, voor een betere wereld, dus blijven we gaan.
Toch een goed weekend gewenst!
Frans

Wereldbrand

Of het water of vuur is
de afbraak staat ons aan de lippen
vernietigend zoals enkel brand
of stortvloed tekeer kan gaan

hoe wij blussen en dijken opwerpen
tegen alle klippen op maar
ons verzet uit de hand geslagen
door hogere machten

alsof wij onder de voet gelopen
door vijandelijke despoten
een leger van ontkenners en
op geld beluste onverlaten

maken wij hen met de grond gelijk
het enige vruchtbare wat ons rest

© FT 13.12.2025

het mooie  venijn in de staart van dit gedicht. even denk je dat de moedeloosheid heeft toegeslagen bij de dichter – maar dan veert hij overeind -verrijken wij de aarde met de resten van het tuig! zo moet dat!

Share This:

INA BOT – het wil niet vlotten met de weemoed…

pomgedichten eert de komende vrijdagen INA BOT – we laten haar ‘godvergeten talent’ nog even spreken – wij willen haar ‘godvergeten talent’ niet vergeten.
lies sprak nog een keer over INA BOT. aan het tafeltje viel het stil – het schreeuwen voorbij:
Ina heette ze.
Ina Bot.
We speelden samen poezieliedjes, met Lisan erbij gingen we alle poeziepodia af, op zoek naar nieuwe dichters, we maakten teksten door haar godvergeten talent. We lachten, huilden, een requim, nu
Toen ze dood was, na drie pogingen:
aspirines met chocoladepudding, uitgekotst in de vroege ochtend,
met vuilniszakken de oven het gas naar haar toe laten stromen, gefabriceerde luchtslang met afplaktape, net op tijd gevonden,
en toen, de in Frankrijk gewonnen pil die godzijdank het einde voor haar in zicht bracht
Ze kon niet meer
Ik zie nog de blik in haar ogen toen ze, na de eerste poging, wakker werd en lag in een steriel ziekenhuisbed, zo ontzettend gelaten…
Toen ze weg was en verdwenen kwam er een vlinder in mijn huis. Ze dwarrelde om me heen en als ik huilde kwam ze naast me op de muur rustig zitten. Drie dagen lang bleef ze. Toen heb ik haar naar buiten gebracht.


Het licht hangt laag

 

het wil niet vlotten met de weemoed
evenmin wordt mijn vaders overhemd wit

ook hierin berusten wij
evenmin wint mijn moeder een prijs voor bloemschikken
wij weten niet beter
evenmin trekken wij naar vreemde oorden
 
wij hebben daar niets te zoeken
evenmin praten wij
wij zien daar het nut niet van in
evenmin lopen wij te koop met onze ziel

wij hebben en zijn niets
alleen weten wij dat het licht laag hangt


 Ina Bot

Share This: