pomgedichten.nl heeft het exclusieve recht gekregen om 65 teksten van Miriam Al tweewekelijks op de woensdag te publiceren – dat gaan we doen! de teksten zijn door haar helaas overleden vriend Merik van der Torren nog net voor zijn dood uitgetypt en van een nummer voorzien én in een blauw mapje gedaan. vandaag tekst nummer 64– dank je wel Merik – dank je wel Mirjam Al.
Dit zijn woorden die zich alleen nog maar voltrekken woorden die niets meer doen lege hulzen tussen de kogelgaten die ze achterlieten
slijtvaste woorden maar afgepast en uitgeteld bedoeld als middel tegen de vertekening bedoeld om beelden te bedwingen, beweging te bevatten gaan zij nu als knikkers over ijs helder hard en waar maar te los om te beduiden te rond om te betekenen te glad om te vatten
dit waren woorden die zich alleen nog maar voltrokken
Ik heb ze niet gezien. Heidi noch Peter. Voor de hand liggend wellicht in zo’n prachtige omgeving. Noch een Milka-koe. U weet wel zo’n paarse. Het verschijnt allemaal via de hersenen op mijn netvlies. Surrogaat. In grote verwondering wandel ik verder en ga volledig op in de natuur.
In mijn achterhoofd een neuriënde Julie Andrews in een Schotse ruit. Werkelijk waar. Sound of music meets Sound of Silence. Het is nu slechts wachten op een boxer … eh … Sint Bernhard. Zo eentje met een tonnetje om zijn nek, luisterend naar de naam Simon. Ach. Wellicht is het tijd om een dokter te raadplegen. Wat denkt u? Niet?
Ja, ook in de bergen kan het 34 graden worden, kunnen gedachten gaan dwalen. Al vijf uur loop ik oververhit door dit prachtig berglandschap. Het maakt me gek en ietwat melancholisch. Een droomscenario. En zie ik het nu goed? Bouwt Casper D. Friedrich nu ineens een vlot van hout voor mij? Of ben ik in de war met Géricault?
Nee, het is een imitatieberg. Zorgvuldig en precies geschilderd door … nee … nee … Bob … Bob Ross. Maar die schildert toch naar de waarheid? Precies. Ik besluit contact op te nemen met H. Rousseau. Telepatisch uiteraard. Dat hij het lekker oplost. Tot slot besluit ik nog even een foto te maken van de situatie. Je weet maar nooit waar dat goed voor is.
Als ik mijn teckelhond Orval uitlaat geeft het me altijd een goed gevoel als hij lekker achter me aan slentert met een tred, alsof hij zweeft over het trottoir. Op het veldje zie ik zijn kleine billen heen en weer gaan en zijn oren wapperen. Even kijkt hij op en onze ogen ontmoeten elkaar. Na de wandeling loopt hij door de keuken terug naar zijn mandje toe en even later hoor ik een zacht geronk. Hij ligt op zijn rug met zijn pootjes omhoog, prinsje heerlijk te slapen. Een hondenleven.
Een paar weken geleden ging ik de hond uitlaten op zondagochtend om half negen. We staken de Kleiweg over en liepen de Statenlaan in. Ik zag een auto parkeren aan de overkant van de straat. Het waren de baasjes van Harry, ook een teckelhondje. Harry is altijd de kleine nemesis van Orval geweest. Als pup had Harry ons hondje een paar keer te grazen genomen om te laten zien wie de baas was. En Harry was nog steeds de baas, ondanks het feit, dat de volwassen Orval twee keer zo groot is. De deur van de auto ging open en ik zag Harry kijken naar Orval. Ineens sprintte de kleine Harry blaffend de straat over richting Orval.
Tegelijkertijd schreeuwen de baasjes van Harry en ik: ‘Nee!’ En een meter voor mijn neus wordt hij overreden door een auto. Op een plek, waar nooit iets rijdt rond die tijd. Zijn baasjes zien het ook gebeuren. De auto stopt, maar woorden komen niet meer aan. Dan valt het beeld bij me even weg.
Het volgende moment zit op de stoep het baasje van Harry met haar hondje in de armen. Ze huilt. Er loopt een spoor van druppels bloed van de weg naar de stoep. Ik steek over en kijk de andere baas van Harry aan. We huilen allebei. Heel hard. En vallen elkaar wanhopig in de armen. Dan gaan ze naar binnen met Harry. Ik blijf met Orval buiten en ga plat op mijn kont op de stoep zitten en jank. Iemand vraagt wat er is en of er geholpen kan worden.
Ik ratel wat tekst en zeg dat ik het even niet meer weet. Orval is stil en kijkt voor zich uit. De eerste weken daarna wil hij niet meer langs die plek lopen. Je koopt een hondje bij de fokker. Als huisdier. Dan zorg je voor hem. Je speelt, je lacht, je verbaast je telkens weer over de dingen die hij doet. Als je thuiskomt kwispelt er een staartje in de mand. Hij is er altijd. Soms heb je geen zin om hem uit te laten. Soms heeft hij zelf geen zin om uit te gaan.
Maar als iemand je zou vragen of je hem voor een miljoen zou verkopen, dan doe je het niet. Want hij hoort bij het gezin. Het is niet zomaar een dier. Het is een vriend en een gezinslid. Als je elkaar aankijkt, weet je het. De hond zal dat wel niet zo beleven, als wij mensen, maar we zijn verbonden. Anders en toch één ziel.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
voor frenkie, ronaldo, virgil en al die anderen die we gaan vergeten
alles wat je bent is alles wat je doet geen offer te groot voor slechts dat ene doel de beste zijn de grootste mooiste allerhoogste jouw naam een erenaam nooit vergeten
de tijd sluipt als een zachte kat verstoort en slaat haar klauwen uit nog even wordt jouw naam genoemd om langzaam weg te zakken in vergetelheid
Zweven is voor watjes aarden is het nieuwe zen veters gestrikt met dubbele knoop opdat schoenen niet omvallen op wankele grond onder de voet ballen opgeblazen flankeren voor de bühne voor spel van Sinterklaas een cup zonder oren is de hoofdprijs van magisch voetbal waarbij volop op elkaars tenen wordt gelopen the show must go on maar even onder ons nog voor de aftrap waar is de bal gebleven?
Natuurlijk weet ik wel wat buitenspel is, twee minuten uitleg waren echt genoeg. Inzicht in een corner kost nog minder tijd, een vrije trap is werkelijk kinderspel en een strafschop is een fluitje van een cent.
Natuurlijk kijk ik met hem mee voor de tv. ‘Was het weer een schwalbe deze keer?’ Hier op ónze bank maken wij dit samen uit, de scheidsrechter kan ons nog meer vertellen. Wij zitten er met onze neus toch bovenop.
Natuurlijk word ik ook een voetbalkenner: ‘Dat is een echte macho, neemt te veel risico. Deze mist de penalty, kijk maar naar zijn ogen, hij is bang’. En ik stijg in achting bij mijn man, als de keeper deze bal inderdaad kan stoppen.
Natuurlijk volg ik Derksen en z’n team op zeven, van der Gijp zijn onderarmen mooi in beeld. Plaagstoten en veel zelfspot, ‘t is een verademing. Voetbal is maar een spel, mits je de regels kent leuk om te volgen bij een glaasje witte wijn.