Mijn studio lag recht tegenover het station van Bussum. Elke trein die voorbijreed liet de vloer trillen. Niet een beetje. Echt trillen. Het soort trillen waardoor je bord rammelt en je denkt: misschien wil dit gebouw gewoon ergens anders wonen.
Boven mij woonde een Marokkaan die de hele dag blowde en gesprekken voerde met zijn kanarie. Geen kleine praatjes. Echte gesprekken. Soms hoorde ik hem lachen en daarna de kanarie terug schelden.
Naast mij woonde Arjen. Arjen had staalblauwe ogen en een gezicht dat eruitzag alsof het al een paar levens achter de rug had. Hij was gepensioneerd. Had een tijd bij Artsen zonder Grenzen gewerkt. Daarna een café gehad. En een boot.
Zijn kamer was een soort archief van halve plannen. Overal hingen overhemden. Aan deuren, aan stoelen, soms gewoon aan een spijker in de muur. Op kasten en tafels stonden handgeschreven nummers. Waar ze voor waren heb ik nooit begrepen.
Arjen rookte zware B-merk shag. Hij had altijd een hele slof liggen. Voor een chaoot zoals ik was dat handig. Als mijn shag weer eens op was, kon ik bij hem lenen. Hij warmde zijn koffie op in de magnetron en at magnetronrommel. Niet uit overtuiging. Meer omdat koken hem teveel moeite kostte.
Als ik had gekookt nodigde ik hem uit. Dan zaten we aan mijn kleine tafel, dronken wijn en keken naar First Dates. Arjen vond de meeste gasten zielloze interviewers. ‘Ze luisteren niet eens,’ zei hij dan. Hij kon zich ook enorm opwinden over de politiek. Vanuit mijn kamer hoorde ik hem soms tegen de televisie praten. Niet echt boos. Meer teleurgesteld.
We huurden allebei van een man met een lijstenmakerij. ‘Een pfenningvrek,’ noemde Arjen hem. Ik kende dat woord niet. ‘Mooi woord voor mensen die slissen.’
Arjen noemde zichzelf een non-conformist. Dat klonk bij hem niet stoer. Meer als een simpele constatering. Zoals die ene keer dat hij mij om een vuurtje vroeg. Hij stak zijn sjekkie aan en gooide mijn aansteker zo pardoes uit het raam. ‘Is toch een wegwerpaansteker.’
Omdat zijn koelkast niet goed sloot had hij een blik bruine bonen tegen de deur gezet. ‘Werkt prima.’ Soms vroeg hij of ik medicijnen voor hem wilde halen. Dan schreef hij een briefje voor de dokter dat het goed was. Hij had een opvallend mooi handschrift. In ruil hielp hij mij met mijn belastingaangifte. Ik was daar een ramp in.
Door Arjen leerde ik ook andere muziek kennen. Op een avond zette hij Southern Cross op van Crosby, Stills & Nash. Er zat zee in dat nummer. We dronken veel wijn samen. Arjen schilderde ook. En hij schreef gedichten. Die raakte hij meestal kwijt. Of ze werden gejat, zei hij. In Apeldoorn had iemand ooit een gedicht van hem voorgedragen alsof het van hemzelf was. ‘Serieus?’ zei ik. ‘Dat klinkt als een Bukowski-verhaal.’ Arjen glimlachte. ‘Ja,’ zei hij. ‘Alleen schrijf ik beter dan Bukowski.’ Hij nam een slok wijn en haalde zijn schouders op.
Later vertelde hij over vrouwen. Veel vrouwen. ‘Minstens driehonderd,’ zei hij. Ik knikte. Maar twee van hen, vertelde hij later, hadden zichzelf van het leven beroofd. Daarna zwegen we een tijd.
Kort voordat ik naar Spanje vertrok hoorde ik dat Arjen longkanker had. Hij zei het alsof hij het over het weer had. ‘We hebben allemaal een eindhalte.’ We dronken nog een glas.
Buiten reed een trein voorbij en de vloer begon weer te trillen. Arjen zat daar met zijn magnetronkoffie, zware shag op tafel en een blik bruine bonen tegen de koelkastdeur. Alsof hij allang wist dat sommige deuren alleen dicht blijven met een blik bruine bonen.
pomgedichten.nl heeft het exclusieve recht gekregen om 65 teksten van Miriam Al tweewekelijks op de woensdag te publiceren – dat gaan we doen! de teksten zijn door haar helaas overleden vriend Merik van der Torren nog net voor zijn dood uitgetypt en van een nummer voorzien én in een blauw mapje gedaan. vandaag tekst nummer 60 – dank je wel Merik – dank je wel Mirjam Al.
Laat het voor wat het is met een knipoog naar de zon naar buiten: de zee, het strand uit waaien met de horizon in zicht
en de schepen verderop hoog opgetast met containers ladingen vol hebzucht de wereld een cargo cult
één zo’n schip alleen al een roofdier dat doelbewust, geruisloos en onverstoorbaar verder gaat en uiteindelijk z’n prooi tussen de rotzooi & rommel tussen de restanten achterlaat.
MartinB heeft er negen uur over gedaan om de volgende reactie te genereren – wij van de vrede laten de opponenten graag aan het woord – hoe meer vrede hoe beter: Martin Berghoef : “Negen uur stilte onder je “literaire excuus”. Dat is ironisch, hè? Niemand reageert omdat zelfs de lucht doorheeft dat dit geen klap uitdelen is, maar een excuus in driedubbel papier. Ik had bijna een joint opgestoken om dit door te komen, maar zelfs blowen kon de vermoeidheid niet wegnemen. Te veel woorden, te weinig scherpte, te veel spiegels die zichzelf applaudisseren. Echte scherpte heeft geen uitleg nodig. Echte scherpte snijdt en laat de wond spreken. Jij probeert het anders: uitleggen dat het pijn doet, terwijl iedereen al negen uur lang zwijgt. Gefeliciteerd met je nieuwe genre: de stilte.”
ons literaire fenomeen BLUE MONDAY heeft de moeite genomen om een werkelijk nieuw genre te introduceren op uw pomsite: het literaire excuus! kom daar maar eens voor in de literaire wereld. zijn vorige spraakmakende column schoot oa een MartinB, een Bart Top in de nogal van elkaar verschillende verkeerde keelgaten. BLUE MONDAY weet als geen ander de site op scherp te zetten en het aloude spreekwoordelijke gezegde ‘pomgedichten – poëzie – nieuws én rellen’ nieuw leven in te blazen. wij van hier van de vrede stimuleren heel graag vredesinitiatieven van welke zijde deze ook komen. geniet deze maandag het nieuwe literaire genre.
Martin Berghoef: De ironie wil dat het stuk eigenlijk precies lijdt aan wat het Wilders verwijt: eeuwige herhaling.
pom wolff: nou ik vind dat de column een dodelijk treffend medelijden ademt.
Martin Berghoef: Medelijden misschien. Maar echt dodelijke satire heeft zelden zo veel woorden nodig.
Bloody Sunday
In eerste instantie indirect ervoer ik dat er een afschuwelijke column onder mijn pseudoniem te pomgedichten.nl is verschenen. Walgelijke uitspraken over dhr. Wilders, gerespecteerd kamerlid ter centrumrechterzijde, worden mij in de Nikes geschoven. Wat er van mijn goede naam restte blijkt in een spervuur van anti-autoritaire deugkneuzenporno vrijwel volledig verdwenen. Ik had niets door, maar toen in de loop van de week de eerste afzeggingen van lezingen en signeersessies mij in onvriendelijke bewoordingen begonnen te bereiken en ik door een vriend attent werd gemaakt op een reportage op Ongehoord Nederland met als thema “Blue Monday of Rode Dageraad” werd mijn water onrustig. Toen de eerste gemaskerde Feijenoord-supporters bij de voordeur opdoken en me voor linkse kankerpedofiel uitmaakten wist ik zeker dat er iets niet lekker zat. Een belletje met de opvallend kort aangebonden webmaster van pomgedichten.nl, ene meneer Wolff, bracht meer helderheid in dit troebele verhaal: mijn zogenaamde bijdrage, die hij in goed vertrouwen blind en met een zwierige klap op de entertoets had geplaatst na een avond stevig bor… dichten, had de goede naam van zijn site aangetast. Tja, wat zal ik zeggen? Geert was ook al niet blij met me. En zo eindigde ik de afgelopen twee weken met haat en moorddreigingen en zonder werk en vrienden.
Het is daarom dat ik op deze plaats met klem afstand wil nemen van de heersende overtuiging dat de gewraakte tekst van mijn hand zou zijn. Nooit zou ik mij verlagen tot een dergelijk niveau, al zeker niet als het daarbij gaat om de enige hoop op redding van dit kapotte communistenparadijs dat wij Nederland noemen, maar intussen ook zomaar Aberbadjan zou kunnen heten. Nee lieve lezers, de eerlijke waarheid is dat ik ben gehackt, waarschijnlijk door een pro-Iraans hackerscollectief. Mijn uiterst gecompliceerde wachtwoord (@#67YUp!!!23{k}blÖs_3) was geen partij voor de sji’itische digiboeven en zo werd ik als een onwetende pion in het internationale schaakspel geofferd. Een fake porno hebben ze me bespaard, maar mijn goede naam en eer lijken onherstelbaar beschadigd.
Ik wil me verontschuldigen bij de lezers die ongevraagd geconfronteerd werden met de hybride uitwassen van de oorlog in het Midden-Oosten en spreek de hoop uit dat er geen kinderen onder de slachtoffers zijn. Waar het echter uiteindelijk om draait is dat ik wel bij de goeden hoor – ook ik ben een van u, een Bezorgde Nederlander – maar door deze toestand volledig aan de grond zit. Ik roep daarom de talrijke lezers van dit medium op om eens een blik te werpen op de crowdfunding die ik op gofundme ben gestart onder de titel “Uw gift voor Blue Monday is een investering in de vrijheid van ons allemaal” en aansluitend gul te geven. Opdat zulke columns nooit meer kunnen gebeuren.
ik geloof dat de trouwe lezers van de site het mij niet kwalijk nemen dat we vandaag de morgen jarige ANKE LABRIE het goud toedichten – dank ook voor de inspiratie deze week – het doolhof van de kinderjaren – we kregen mooie inkijkjes in de jeugdjaren van de dichters die inzonden – dank daarvoor – het is altijd toch een beetje kwetsbaarheid die we lezen in de beschreven kinderjaren – van leiden tot limburg – een speciale vermelding voor Merelstraat 4 van André Heinekamp die de min of meer universele jeugdliefde een plaats gaf in zijn gedicht. dank aan alle inzenders – voor Anke een mooie dag morgen.
Jeugdliefde
De koplampen en de grill
van de Volvo uit de polder
zaten onder de muggen
en aan de rubber bumpers
hingen mistlampen van Hella.
Op het kentekenbewijs
dat achter het raam zat
kon je het adres lezen.
Merelstraat 4
daar woonde je
veel meer is het niet geworden.
André Heijnekamp
Dichter memoreert naar ik aanneem zijn – onze – jeugdliefde(s) – je wist niet waar of wat of hoe je moest kijken – die jeugdliefdes die een leven in een mensenhoofd meegaan, zo af en toe nog rondspoken, in ieder geval tot enorme proporties buitenproportioneel vergroot zijn – veel is het niet geworden schrijft de dichter – veel zal er ook niet van over zijn is het grote realistische vermoeden – het is maar goed dat we niet weten waar zij zich ophouden – in de grond, in de oven, wellicht in de omaschappen of de opaschappen in het warenhuis van het leven. of heel misschien als lezer van deze site der sites uw pomgedichten. een mooie impressie André.
André Heijnekamp – Merelstraat 4
Rob Mientjes – Blacky de zwarte poedel hij is niet meer
Frans Terken – hangen in de kruisbessen
Rik van Boeckel – aan tafels vol nasi goreng en gado gado
Magda Haan – …. het zuiden. (Schaesberg)Landgraaf.
Cartouche – onbezonnen
Luk Paard – elke ochtend voor de spiegel
wie wint de enige echte virtuele – vrij naar Anke Labrie – in welke doolhof leefde u in uw kinderjaren- trofee op pomgedichten.nl? kortom: wie wint de kinderjaren trofee? eren we hier de dichter Anke Labrie – die aanstaande maandag haar jongste verjaardag viert – hier om de hoek in 020 – met dat mooie ‘kinderjaren’ gedicht – uitgegeven door Stichting Spleen 2023 in de verzamelbundel Dolende Ziel. elke dichter kent zijn eigen kinderjaren – we lezen er zo graag over hier. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
dode kip
ze zijn allemaal dood mijn helden ome joep met zijn schilferhanden dode huid op de grond die verwoestende blik als hij even niet kon krabben en met 140 kilometer per uur richting zee naar het zoute water
en dan had je tante stannie nog die woonde in het dorp van oma ga maar kip halen bij tante stannie als ik aanbelde was de kip al dood je kreeg een poot met een spier om mee te spelen en dode kip mee in een krant
pom wolff
Stille getuige
getuigen van een blije jeugd die helaas niet beklijven foto’s laten los zo ook de plastic hoekjes vergeeld en verteerd zelfs de bladen geven niet langer mee dubbelgevouwen het tussenblad op weg naar de laatste foto wederom niemand in beeld of toch Blacky de zwarte poedel hij is niet meer nooit geweest illusies in gedachten achter het behang geplakt conform de verwachting getuigen van een blije jeugd
Rob Mientjes
ach ja blacky – en wie zong ook alweer dat liedje met daarin die regel – getuigen van een blijde jeugd – oja boudewijn de groot – dat je altijd al zo enorm graag een hondje wilde maar dat het hondje nooit gegeven is of dat het hondje weg moest omdat hondje niet zindelijk te krijgen was of dat de hamster – nou ja het eerste verlies en het verdriet in een mooi kader geplaatst.
Goedemorgen Pom, Even terug in het doolhof van de jeugdjaren, komt deze beleving boven, zo rond de Paasdagen. Warme weekendgroet, en alvast de felicitaties voor Anke! Frans
Zwerven vanuit de achtertuin
Je weg zoeken door de struiken tussen notenboom perenboom en stiekem van de kersen snoepen bleven we hangen in de kruisbessen die thuis ‘kroesjele’ heetten
dat we die voor de vlaaien plukten om op het rechte pad te blijven zo in een lijn over de stoep naar de kerk net op tijd voor de hoogmis in het latijn
liep ik daar met het missaal te struikelen het kostte een draai om de oren van eerwaarde meneer de deken
mochten we als pleister op de wond met Pasen eieren ophalen in de parochie voorzichtig neergelegd in de mand vol stro
hadden we toch nog een roomse vangst om de grijze dagen kleur te geven
ja het mij niet onbekende limburg van de dichter – land waar ik de zomervakanties doorbracht in de dorpen rond heerlen – bij oma en opa – nieuwenhagen en nieuwenhagen heide – de mannen in de mijnen, de vrouwen verzorgden kippen en kinderen – de löss vloog om je oren als je de berg op moest fietsen – naar beneden was je zo. frans memoreert de kruisbes. inderdaad heel soms vond je ze ook in het bos – als ze dik waren kon je ze plukken – uitkijken voor de stekels – een heerlijk zoet. de onvermijdelijke kerk op zondag – het dorp liep uit – en na de mis nog even naar het kerkhof om de doden te groeten. je zondagse pak. en dan inderdaad met pasen de eieren. frans beschrijft hoe het was.
Goedemorgen Pom Hier is mijn bijdrage aan het doolhof van de kinderjaren. Toen noemde mijn moeder mij een bazuin engel wegens de krullen in mijn haren. Lees mijn gedicht maar als een verwijzing naar hoe mijn jeugd toen in Den Haag was. En wat mijn ouders deden. De jaren vijftig van de vorige eeuw zijn nu zo lang geleden. Ik heb er echter een door mijn vader gemaakte film van.
De stille bazuin engel
De stille bazuin engel laat mijn gezicht zien in het labyrint van de kinderjaren de krullen in de haren vertellen mamma dat ik op een bazuin engel lijk die rustig naar de toekomst kijkt
de tijd gaat langzaam voorbij aan de Haagse Laan van Meerdervoort de straten in de Vruchtenbuurt vragen om wandelingen met de hond net als de Bosjes van Pex en Kijkduin
opa introduceert Nederlands Indië tijdens het verre jeugdige verleden mamma laat de rijsttafel zo lekker eten aan tafels vol nasi goreng en gado gado de smaakmakers worden er gelukkig door
het gezin reist naar campings in Frankrijk, Zwitserland en Italië pappa handelt in textiel met de wereld ik kijk in films naar zijn gezicht via het zwart-witte beeld van de jaren vijftig. . Rik van Boeckel 28 maart 2026
ja een mooi relaas – hoe het was in het haagse – een andere wereld hier geserveerd vol van nasi goreng en gado gado – het jongetje met de krullen – moeder blij en trots om en op het kleine goed.
Dag Pom …. het zuiden. (Schaesberg)Landgraaf. Een kleine terugblik van mijn schooltijd daar.
Leven in een opgelegd stramien
Het heeft zo zijn voordelen elke dag begon en eindigde op vaste tijden de meeste vaders waren onder in de Mijnen moeders druk met het runnen van het gezin
we waren braaf en beducht voor Meneer pastoor en zijn aanwijsstok een speelkwartier kinderlijke vrijheid wel onder toezicht gelucht
de bel beierde dan over het schoolplein links de jongens rechts de meisjes alles om later met een rein kinderzieltje te kunnen belijden
Het heeft zo zijn voordelen leven onder de hoede van God de grote Kerk stond naast de school zo kon je meteen je zonden opbiechten
op de knietjes en gevouwen handjes kinderzieltjes van geen kwaad bewust als je geluk had werd je door Hogerhand liefdevol gesust
Magda Haan
ook magda beschrijft het land van de zachte G – het schoolpleintje bij de kerk van meneer pastoor – inderdaad alles onder gods hoede. de mijnen, de stoflongen, de ongelukken in de ‘sjagt’, de mijnsluitingen en het sociale verval – de pijnen. op zondag zong een koor in de kerk alle pijntjes weg – de kroeg tegenover de kerk een plek om het leed iets te verzachten – als je dood ging daar ook de koffietafel. yess i remember. de witte kaaskop zoals ze mij noemden kende daar gelukkige zomer vakantie maanden.
In dit doolhof van ons aller heden komen mij woorden aangevlogen: zon, storm en plots vallende regen hoe een leven in elkaar kan steken
GV
Onbezonnen
zoals wij waren wisten we nog van geen god verbod en tijd bestond nog niet in onontgonnen onszelf genoeg om te verkennen, een en al
verwondering in natuur en al die dingen vliegen salamanders vangen graven proeven ogen rode konen kuilen in zilverzand
de godganse dag de pure smaak van ongebitterd op lippen ongekende, ongehoorde noten en melkmuilen waren we maar
hongerig, onverschrokken als in het rond dollende wolven welpen in elk weer tot de zon de val van man zijn al te gauw aan de leiband van later
28-03-2026 / Cartouche
ja een poëtische terugblik deze herinnering. het is het verhaal van de jonge puber Cartouche vermoed ik zo – geen zee ging hem te hoog. waar je keek was ie al weer weg. we leen helaas niet waar het jonge leven van dit doldrieste en onbezonnen boefje plaats heeft gevonden. iets in het zuidhollandse zal het zijn? de dichter cartouche is natuurlijk wel in staat om de jeugdjaren mooier te maken en weer te geven dan ze in werkelijkheid waren.
(de rockdichter): zo de zondag ter poms site (‘n favoriete dichter van mij) voor de wedstrijd die geen… (u kent dit al wel)…doe’k effe terug in de tijd…me stoute jongensdroom en sylvester in goede tijde…ik zeg rambo en ik schrijf…de terugblik op de droom en oooh ik zag me in hele verhale opdrave…ongenaakbaar en zo….ja die
” jongensdroom ” luk paard
(ondertitel: rambo)
zwarte vege op de smoel arme met spiere getooid (stierenarme zegde boer claes zaliger) en met ‘n doekje om’et hoofd voor’et bloede
strong as horse a rock a rockin’horse rambo en neerhakke wat moet moeiteloos
dag na dag elke ochtend voor de spiegel ’n killersblik
verder de oeverloze fantasie om rond te drage as’n stoute jongensdroom
prachtig kunstwerk ook – met daarin alles wat beschreven staat – we zien een bijna op hol geslagen jongeling op weg naar het latere dichterschap waarin alle daden – wat zeg ik het gehele leven van de jonge Luk paard – tot kunst verheven en gecomprimeerd worden/wordt beschreven. stoer, recht door zee, uiteen spattend en enorm.
Maandagochtend fietste ik rustig over de Kleiweg. Bij het passeren van de Statenlaan zag ik in volle vaart een vrouw van in de zestig op me af komen. Ze stak de Kleiweg onder een hoek van vijfenveertig graden over met een snelheid van dertig kilometer per uur. Door de hoge snelheid en het uitdrukkingsloze gelaat, was het voor mij onmogelijk zo snel nog in te schatten wat haar intentie was. Wilde ze me voor- of achterlangs passeren of zag ze me gewoon niet en wilde ze door me heen rijden? Of had ze een TIA? Op dat moment vloekte ik of mijn laatste uur geslagen had, terwijl ze op het laatste moment rakelings tussen mij en een achteropkomende fietser heen scheerde.
Een kort moment later kwam ik bij mijn positieven. Ik was bijzonder boos om deze gestoorde en roekeloze actie, keerde mijn fiets en zette de achtervolging in. En dat valt nog niet mee als je niet ook over een elektrisch aangedreven rijwiel beschikt. Driehonderd meter later kon ik haar echter tot halt houden manen. Ik vroeg haar hijgend en boos of ze nooit van de regel gehoord had, dat rechtdoor op dezelfde weg voorrang heeft. Daarop keek ze me met ogen als een knaagdier aan en piepte, dat ze toch gewoon achterlangs me gefietst was. Ik stikte zowat in de woorden die ik allemaal uit mijn keel had willen braken op dat moment, maar hield het bij: ‘Wel verdomme…..dit heeft geen zin!’. Keerde mijn fiets en reed vloekend weg.
Wat me ertoe bracht het gesprek niet voort te zetten, was de directe ontkenning van haar debiele daad. Dat de eerste reactie gewoon was, te ontkennen dat er iets aan de hand was. Dat was me onlangs al eerder overkomen toen ons hondje was gegrepen door een Labrador. Dat bejaarde baasje ontkende ook stoïcijns dat het gebeurd was. Van mijn kinderen ben ik dat intussen wel gewend. Als je bij hen opgooit, dat ze iets verkeerds gedaan hebben, dan zullen ze het ook in eerste opzet ontkennen. Als een stel kinderen die met hun handen in de koektrommel betrapt worden en dan nog gaan ontkennen, dat ze een koekje hebben gepakt. Het kost je eerst een half uur om ze te breken en zo ver te krijgen dat ze het feit toegeven. Tijd, die beter besteed had kunnen worden. In mijn optiek is het gedrag, dat zijn oorsprong vind in de straatcultuur. Daar geldt ook, dat als je iets illegaals doet en het gezag grijpt je in de kraag, dat je ontkent, tot je erbij neervalt. Of één of ander lulverhaal ophangt. Van straatjeugd en aanverwanten ben ik dat intussen gewend. Maar het feit, dat nu zelfs bejaarden het al als norm gaan zien, doet me vertrouwen verliezen in de geldende maatschappelijke moraal.
Het zou mooi zijn als de vrouw van maandagochtend Ali B. op zijn fat bike aan zou rijden en vervolgens liefdevol door hem genomen zou worden. Waarschijnlijk zou bij het presenteren van de feiten de wederzijdse lezing zijn, dat er niets gebeurd was. Ik pas voor die Staat van Ontkenning.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl