

















de column van mei 2019 –
Deel 338. Maatstaf
De Rotterdamse wijk Ommoord. De bomen zijn groen, de flats zijn grijs, net als de coupes. Op mijn fiets ben ik onderweg naar een bedrijf waar ik zaken heb. Ik rijd snel. Voor me doemt een kleine opstopping op en een gevoel van ongenoegen maakt zich meester van me. Het zijn twee scootmobielen, die naast elkaar rijden en zo zorgen voor een vaatvernauwing in mijn infrastructuur. Ik wacht het juiste moment af, totdat er geen tegenligger komt en werp met een sierlijke zwaai mijn fiets om de vervoersmiddelen van de onmachtigen heen. En denk.
Dit zijn mensen die beter ook hadden kunnen fietsen. Ze zien er niet kreupel of lam uit. Hoogstens wat verkalkte aderen, hoge bloeddruk en misschien een beetje emfyseem. En als je je evenwicht niet had kunnen houden was een driewieler ook een optie geweest. Ik zie de stickers van ‘Welzorg’ op het spatbord van één van de scootmobielen en weet dat dit apparaat gefinancierd is via de Gemeente.
Stel je voor dat deze mensen op de fiets zouden rijden. Erg snel zou het niet gaan. Heel ver zouden ze misschien ook niet komen. En met een beetje pech zouden ze verongelukken en omkomen. Maar als gemeenschap willen we dat niet laten gebeuren. We stellen een mensenleven boven alles en ook het behouden en verlengen daarvan. Maar hoe ging dat dan toen er pakweg twintig jaar geleden nog geen scootmobielen waren? En hoe zou het gaan in landen, waar niet bedrijven als Shell en Unilever de scepter zwaaien. Waar niet persé genoeg consumenten hoeven te zijn?
De reden dat er iets als een scootmobiel bestaat is dat we onszelf wijsgemaakt hebben dat we een mensenleven als heilige maatstaf moeten stellen. Een mensenleven is een excuus voor een heel circus aan consumptieartikelen en hele holle dienstensector. Let wel, we hebben niet het leven als maatstaf gepakt, maar een mensen-leven. Hoewel we voor onze hond of kat ook nog wel wat willen produceren en consumeren. Maar die beschouwen we dan soms ook en beetje als één van ons.
De mens heeft als soort nog nooit een bijdrage geleverd aan het leven op deze planeet. Dat klinkt een beetje bizar, maar al sinds we zijn begonnen met beschaven, zijn we de leefruimte van andere dieren en planten direct en indirect teniet gaan doen. Ter creatie van comfort voor de mens. Hetgeen intussen bizarre, bijna clownesque, maar wel breed geaccepteerde kunstgrepen zoals de scootmobiel heeft opgeleverd. De mens levert enkel nog loze bijdragen aan meer en langere mensenlevens. Hoe inhoudsloos deze ook mogen zijn. En ik zeg niet dat iedereen meteen dood moet nu, maar ik denk wel dat we er best eens over na mogen denken, wat in deze wereld wél een goede maatstaf zou kunnen zijn.

