
Hoi!
Iedereen die in een dorp woont, kent het: de bewoners groeten zich onderling helemaal het schompes. Wie net uit de grote stad is geëmigreerd kan zich alleen maar verbazen over het concert van hois en hais dat losbarst zodra je het huis verlaat.
Is dat die beroemde rurale saamhorigheid waar zo vaak nostalgisch snotterend aan wordt gerefereerd of zijn het semipermanent afgegeven signalen dat van de groeter geen gevaar uitgaat? “Schop mij niet van mijn fiets, ik ben lief”?
Paradoxaal genoeg zou hetzelfde gedrag in de stad veel eerder aanleiding geven tot ongebreidelde agressie. Een vreemde groeten? Het is hier verdomme geen oppikplaats voor homo’s!
Ik ben er nooit helemaal uitgekomen. Wel heb ik gemerkt dat het moeilijker wordt om je aan dat groetfestival te onttrekken naarmate je langer in een dorp woont. Je kunt honderd jaar in de Schilderswijk of het Oude Westen hebben gewoond en alles wat je van je buren weet is dat ze nogal op zichzelf zijn, maar wel met een zekere regelmaat slachtoffer worden van aanslagen en dat daarom jouw glaspremie is verhoogd. Een inbraakverzekering zat er sowieso niet meer in na de postcodecheck en bij je fietsen ben je allang overgestapt op het 20€-concept.
De dealer, die twee deuren verderop in hetzelfde portiek woonde en regelmatig poogde bij je in te breken, woonde na de stadsvernieuwing in de buurt wéér naast je, nu in een afgesloten portiek tegen de inbrekers, en de grootste verdienste van je nieuwe inbraakveilige slot was dat de reparatie van de braakschade nu veel duurder uitviel. Maar gaat er iemand getuigen? Aangifte doen? Onwaarschijnlijk. Repressailles, bedreigingen, aanslagen, je leven kan zomaar van moeilijk naar onleefbaar.
In het dorp is dat een ander verhaal. De man, die een aantal jaar geleden werd betrapt met glijmiddel en speciale condooms om zodanig uitgerust het kleinvee in de plaatselijke kinderboerderij een stevige beurt te kunnen geven, heeft jarenlang tegen de klippen op ontkend, ook voor de rechter, omdat iedereen wist wie hij was. Uiteindelijk heeft hij het dorp verlaten om van het nawijzen en giechelen af te zijn. Een collectief uitgedeelde straf die harder aankwam dan de 100 uren dienstverlening die hem werden opgelegd.
Natuurlijk kent de altijd aanwezige sociale controle in het dorp ook negatieve kanten: er is sprake van een doorgeorganiseerd systeem van vitragegluurders, wier bevindingen via de roddelhubs supermarkt en kapper verder de zenuwbanen in worden gepompt. Er zal niet zo snel iemand medelijden hebben met een geitenverkrachter, maar in principe kan iedereen onderwerp worden van meer of minder kwaadaardige roddel. Dat bewustzijn leeft in een dorp veel sterker, dus: kop laag houden en vooral blijven groeten.
Doeg!
BLUE MONDAY
