Hoi Pom, laatst had ik weer een duidelijke droom. Ik schreef de droom uit. In de bijlage. Voor pomgedichten, groet, Merik
Droom 11
Het viel me weer op dat ie zo bekakt praatte, die oudere broer van mijn schoolvriend, die arts. Hij begon aan de studenten waar ik mee samenzat een lang verhaal te vertellen, ik meen over zeilboten handelend. Anders dan ik verwacht had kreeg hij de aandacht. Het mondde uit in een clou waar hij zelf smakelijk om lachte.
Je kan dit wegzetten als iets onbenulligs, maar dit verhaal is voor hem erg belangrijk, wist ik, cruciaal, hij vertelt het steeds weer, een succesnummer.
Hoi Pom, Op mijn manier heb ik stil gestaan bij het fenomeen ‘ vlag ‘ :
Gebonden, gekneveld maar vrij en onomwonden in de wind boven de luwte worstelt en spartelt een vlag boven het leven verheven, feestelijk en fel slaat van zich af slaat om zich heen zo vlug, zo snel nee wat je ziet is nog net niet is al geweest
vriendschap, verwantschap zelfs liefde zijn niet sterker dan dat
Peter Posthumus
Aan een vriend in Brussel
I
Bezette stad Bezette staat Intussen maakt het niet meer uit Alle landen doen maar wat
Kapitaal heeft geen naam meer Macht heeft geen handen En ‘het virus’ is evenwel anoniem De heraut Van het nieuwe gareel
Ik geloof in daden van verzet En in de geest De geest, die fysieke barrières passeert Dat fantoom, zal ik zijn
Ons verstand laat ons zelden in de steek Maar het verstand, van het onverstand, ziet geen verschil Europa is geïnfecteerd Een ziekte kun je niet bevechten Je kunt hopen en wegkruipen
Zo anders dan een oorlog is dat niet Je denkt te vechten (Waarvoor?) Omdat ze het zeggen (Daarom?)
Alles van la Coruña tot Kiruna Is een rode zone Iedereen is ziek of verdacht Veroordeeld of in de beklaagdenbank Op de zwarte lijst
Of in de witte corridoren van de sterfhuizen gepropt Met wetten en verordeningen en consensus, Dat het beest Enkel zal worden overwonnen, middels een onwankelbaar geloof Dit is groter dan jij en ik Groter dan ons allen
II
Als sluipende atheïst Weet ik dat het niet goed is Zoek een onderduikadres Een dubbele wand Een losse vloerplank Reis zonder zender Op valse papieren
Naar ergens anders Waar het niet beter mag zijn Maar wel anders Onderwijl
Het is verzet, zonder opstand Het is verzet, zonder revolutie Verzet, zonder oogmerk Résistance pour la résistance Voor resistentie En immuniteit Voor onschendbaarheid (Als mens) Niet als verdachte Als zieke, als ziekte Als gevolg Van een beeld en een verhaal Met een vleermuis
III
Waar de waarheid is, weet ik niet Discussiëren over cijfers heeft geen zin als je niet kunt rekenen Spreek me geen Chinees, als je weet dat ik het niet versta
Je Kunt je afvragen, wat noodzakelijk is Je Kunt je afvragen, wat oorzakelijk is
Beiden wonen we in een bezette stad De wegen die ons verbinden ne sont pas de chémins de la liberté Wat is dan nog echt Maakt waar Dan nog wat uit
De plaats, is dan gelijk Nergens veiliger Dan waar we toch al zijn Een bezette stad Een bezette staat Een bezeten toestand Een verdeling, door de hand Van een onbekende nieuwe god
IV
Streep het allemaal tegen elkaar weg En houdt een holle passage over Stilte, tussendoor de ruis Ruimte, tussen de schotten Steegje, vergeten Zolders, en onder stof Jaren geleden, en achter luikjes verborgen
Geschuurd en overgeverfd, tot in den treure Kan het niet Verbergen
Voorts in de nacht Wordt het zicht beter Als je voldoende wortelen eet En luistert naar het knagen
Epiloog
Als het zo ver is Kan het mijn hand zijn Die op de deur klopt Het kan evenwel de Gestapo zijn
Dan ben ik er wel, of niet En jij bent er wel, of niet
Maar het is in dezelfde bezette stad Hopelijk in dezelfde bezatte staat
Als een daad Van verzet
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Van de Schoonheid en de Troost, of: een Intertekstueel Vehikel (dat sticht en verpoost).
I. Was will das Dichter?! Parafraseer ik naar memorie (en als anderen de Waarheid logen, zie ik niet in waarom ik zulks níet zou doen), hoewel velen de vraag in zichzelve afdoen als non-valeur; opnieuw parafraserend naar memorie—aanhalend zelfs: ‘poëzie is een kunstvorm die elke politieke, sociale, economische en maatschappelijke relevantie verloren heeft’ [sic]. Ziek als een hond word je ervan, al gebruikte autrice van het vakwerkstuk in een vaktijdschrift over vertalen wellicht wel het juiste hulpwerkwoord in de vervoegde bijzin. Zoek maar—hup! Geen zin in zoek ten faveure van zin in een coherenter stuk? De poëzie raad ik u af—afgezien van het feit dat men in diverse gebieden nog steeds steggelt over haar definiëring—velden zou de socioloog Bourdieu die gebieden noemen voor hen die stemmingmakerij mochten genieten op één der instituten der hogere lering, afgezien daarvan, hoewel definitie zulker simpel is (‘Poëzie is tekst die niet doorloopt tot de kantlijn’, en ik spreek met de drogreden des dichters; die van de autoriteit), hoewel u bij tijd en wijle wellicht wèl zin hebt in zoek naar zingeving, hoop, stichting—enfin, die gebieden waar es is die die, Die Poesei! vanouds mee geassocieerd werd: tegenwoordig is de poëzie, of wat daarvoor doorgaat, incoherenter dan voorgaande zin. En iets over mosterdpotjes (Herzberg), marmietdekseltjes (Buddingh) en negers (Fabias). Komrij had het ooit over een lesbisch collectief waar de laatste in zou passen—wat nou, ik ben hartstikke woke, ik lees tegendraads. Of erotisch—mij een tiet. Ingewijden in de stemmingmakerij vallen haast van hun kruk; in woedende verweesde wokeheid, een schuddebuikend afreageren of gewoon-ordinair dronken als de onbegrepen blondine uit dat sonnet van Erik Coenen: ‘zij stierf in het café, / waar zij alleen bekend stond als dom blondje, / ten onrechte, want uit haar feeënmondje / klonk meer dan eens een vers van Mallarmé.’ Nu doe ik niet aan namedroppingk (die spellingregels heb ik altijd lastig gevonden maar ik ben een Dichter, ziet u, en Dichters mogen alles in hun teksten aangezien u, ja ú, er betekenis in legt sinds—dacht ik—Barthes? Derrida? (Ik wil Derrida zeggen maar voel boze hoogleraren zuchten in mijn nek—laat het Lyotard zijn of Ubbeltje van de Bakker voor mijn part, het komt erop neer dat u iets doet met zo’n tekst waardoor deze resoneert en gaat betekenen. (Ik zeg gewoon Derrida, die is onleesbaarder dan dit stuk en alle tot moderne poëzie gebombardeerde teksten gecombineerd en het klinkt heel wijs langs mijn neus.))) De veda’s van F. Staal houd ik voor mijzelf—u had er toch niets aan gehad zo u mijn werk las. En dat werk is [sic] elke politieke sociale economische en maatschappelijke relevantie toch al verloren, dus waarom persisteer ik in naam van de HEERE?! Van de Schoonheid en de Troost. Alles van waarde is weerloos. Hij was maar een clown of zij was maar een huilend zigeunermeisje dat een clown gezien had (en zo blijft het een eeuwig herscheppen van hetzelfde, niet minder dan de wieg het graf en meer van dergelijke leut). Verdomme, focus! Overnieuw. Ópnieuw. Timmer aan de weg gelijk Jezus aan zijn ruwhouten kruisch. Laat het niet onopgemerkt gebleven. Genoeg bewierookte namen—u hebt een googolplex aan websites en Afke’s tiental aan zoekmachines tot uw beschikking om ze zelf na te vorsen. Iets met intertekstualiteit, bovendien—een eeuwig herscheppen van hetzelfde. De hel die leven heet—nee, ik doe niet dramatisch, Menschen zijn te positivistisch ingesteld. Regenbogen, eenhoorns en gratis stukken worst bij de slager voor Basalt of Annechien—leugens, allemaal leugens. Sterven is de enige onmogelijkheid der existentie. Horden beledigde lezeressen rennen nu aan met replieken vól abortiefjes die ze waarschijnlijk nog genaamd hebben ook omdat ze allemaal zweren bij Nel Min, terwijl de voudouniënne Van Daalen (vroeger noemden we zulker gewoon een heks die kon dansen, wat ze eenmaal proper gehangen ook deden) waarschijnlijk doodsvloeken op haar bidketting uittelt. Suka, nyoka! Informatie is altijd beter dan desinformatie. Zes miljoen, daarom. Ideologieën zijn dood en universaliteit bestaat niet—God, geef me kracht. Alle Menschen ter wereld maken hetzelfde geluid als ze gegeven informatie herhaald willen horen. Wel waar, zoek maar op. Onderzoek! De universaliteit hebben we dan in elk geval weten te revitaliseren en losgemaakt uit de (waarschijnlijk kittens doodknijpende) knuistjes der literatuurwetenschappers. Universaliteit bestaat wèl. In verwarring en onbegrip, wellicht, maar we zullen het moeten doen met goedkope toverij. Vergeef, rechters, dit doornenkluwen.
II. Lucebert was een halve nazi en hele coryfee. Jan Hanlo volkomen pedofiel (oote boe indeed). Radna Fabias won De Grote Poëzieprijs. Al het goede in drieën, wat dubbel geldt voor het nefarieuze. Edoch achterklap is niet duur en roddel spotgoedkoop. U kunt één en ander zelf natrekken zo daar behoefte toe is—ik verkoop geen slangenolie (smeer dat in uw haar), enkel Waarheid die niet meer bestaat sinds God stierf, God Wien Woord slechts resteert als stukvertaald relikwie—Jezus in zijn kribbe werd Iehova in een voederbak. Ik wist pas dat een kribbe een voederbak was toen deze in een nouveau nouveau traduction in het nieuws kwam, moet ik u bekennen. Een kribbe was mij tot die tijd het enig mogelijke tabernakel voor onze verlossing. Die verlossing dient nu gedeeld met connotaties van koe, stikstofuitstoot en woedende boeren in landbouwtuig op het Binnenhof. Jezus weende. Gelijk ik het leven zwaar draag—wij zijn verwant, als alle Menschen—wordt door mijn pedante persoon gewicht toegekend aan het wonder der Schrift. Ik ben een apostel. Een zendeling. Luister naar mijn Woord. Vergeef dit doornenkluwen en ken er de juiste betekenis aan toe; of: lees mijn gedachten en formuleer het antwoord dat ik u al toebedacht had. Wellicht hebt u nooit nagedacht over poëzie en ik, dichter notabene, geef u gelijk. Het hierboven aangehaald adagium van verloren relevantie doet dat ook. Die bewierookte bundel Habitus doet dat ook. Groot is uw eigen gelijk. Lees de koppen op nu.nl, neem het achtuurjournaal tot u, becommentarieer de jurk die de Leontine van de dag omgehangen is en weet na u de zondvloed. U bent niet uw broeders hoeder. Sommige zaken zijn binair, wat dat Licht ook mag doen en ook al is alles natuurkunde. Focus, dichter!
III. Laat me dit—enigerwijs—comprimeren. Je wordt geboren, je wordt groot, en op een dag ga je weer dood. Ik ben geen koe maar voorgaande zin bevat een Waarheid als. Een kind ontspruit uit duister ooit. Dat vreugd en rouw mijn hart nu tooit. Je wordt verpest door pa en moe; kapotgespeeld zoals een pop. Ze geven je hun DNA en voeden je dan ook nog op. Leven en dood zijn binair en toch is sterven een proces—laat het aan begeleiders en Mary Roach-of-Servaes over zaken ingewikkelder te maken dan ze zijn. Als je dood bent kun je niet kegelen. Of klaverjassen. Liefhebben. Ah—de liefde! Hoewel menigeen vriendschap (hiernaar zo een mateloos verlangen) sluit met de dood omdat nooit de liefde is gevonden, nemen we aan dat zij bestaat. Laat de romantici maar soebatten over haar bestaan, pragmatici accepteren en gebruiken het. Helaas zijn de meeste dichters romantici, teksten definitief en de meeste Menschen vóór hun vijftigste idealisten.
IV. Een Mensch doet aannames in het leven. Jazeker, continu. Toen u daarstraks met uw welgevormde (lelijke stroopsmeerder, roepen cohorten dames die weten dat hun eega liegt over hun dikke reet) toges op de zetel neerzeeg, plofte, deze haast stukmaakte, deed u dat zonder eerst met uw hand het zitvlak te testen. Het gelijk van dichters is altijd een vervelend gelijk. Toen u uw kinderen de probate manier duidelijk maakte om bij daartoe ingerichte oversteekgebieden voor voetgangers niet doodgereden te worden, hebt u waarschijnlijk niet aangegeven dat het asfalt voor de stoep altijd even met de tenen aangetikt dient, om een snelle gang ter helle te voorkomen. U nam wellicht zelfs vóór lezing dezes aan dat ondergetekende als evenwichtig persoon zou overkomen. Zonder aannames raakt u katatoon. Ik ben het zelf éénmaal genoemd door ondergeschikten van een zenuwarts en het is geen prettige staat. Lang leve de aannames!
V. Leven, liefde, rouw. Van de Schoonheid en de Troost—zo u zich daar in schikte, tellen we het composiet-of-spectrum van emoties daar ook maar bij op. Functioneel als pijn—weer zo’n universele, al bestaat er een syndroom waarbij lijder geen pijn lijdt en tevens een klokje nodig heeft om patiënt eraan te herinneren te plassen. Uitzonderingen die de regel bevestigen. Slaap—er bestaat een nog enger syndroom waarbij Menschen de mogelijkheid de remslaap te bereiken, verliezen. Ziekte, honger, dood. Zoeken naar zingeving, deze niet vinden. Je schikken in tevredenheid. Dopaminejacht. Klagen. Sneven. Welke troost? VI. Daar God stierf, en complexe ironie voor Zijn kinderen schiep, zullen we die zelf moeten zoeken. De troost, de complexe ironie ligt er zo dik op dat je er een lepel rechtop in kunt zetten. En níks, ‘u moet niks’: de kattenbak en de afwas moeten gedaan en de kinderen onderwezen, anders gaan er dingen goed Fout. Dat neem ik niet aan, ik heb geprobeerd de afwas niet te doen maar God deed niets met de borden, want dood, en er was niemand om een rouwkaart te sturen. Triest, edoch, de Mensch leeft—dat weten we zeker, en al evenaart natuur de kunst nimmer blijvend (zo zei nooit iemand die de zegen vom Cynismus opgelegd kreeg), de Menschelijke wederkerigheid van de kunst heeft de potentie uit te groeien als een mosterdzaadje en grotere troost te bewerkstelligen dan Gods Natuur ooit zou kunnen. Complexe ironie, weet u nog? Immers: ’t is waar dat wie liefheeft altijd wint aan kracht, daar ’t minnebeeld spiegelt in schoonheid, zodat de ziel van de minnaar verdubbelen kan, wat beproevingen simpel maakt, pijn steeds verzacht. Vergroot vrijershartstocht dermate zijn macht, welk glorie en vreugde en grootsheid dan zat besloten in liefde van ’t Opperste? Had de lijfelijkheid ooit rijker zielheil gebracht? De ziel zou verworden ’n immens constellatie, tot liefde, en weten: tot alles in staat, in God steeds vervuld van verwonderde gratie. Maar wolf alsook schaap blijven wij toch innaat, van klaarheid verstoken, want heus sublimatie tot ’t Opperste, zonder zo’n Liefde, niet gaat. Wat liefde? ’t Is fijner om te rotten in een rustig graf, eerst dán klaar met gebeden, onkruid groeiend (steeds de grond verzurend), diep verstopt door aarde op je botten, en u zult zeggen: “is ‘ie overleden? Ik had wel een boeketje kunnen sturen…” Pardon, dichters zijn een vreselijk volk—u was, neem ik aan, al tot die conclusie gekomen, maar het is nog erger dan u denkt: ze stoten teksten uit als een Tourettepatiënt coprolalie, en menen nog zinvol bezig te zijn ook. Het is een roeping, begrijpt u? Waarschijnlijk niet. Ik ben een zendeling van het Woord, ik kan het niet laten, net zoals ik niet niet in God kan geloven. Nee, geen tikfout. Maar mijn God blijft van mij—ik wil u er niet mee opschepen. Het is Goed zoals het is; de poëzie biedt Schoonheid. En Troost. Vergeef dit doornenkluwen—choqueren is óók een manier tot stichting, en mijn instrumentarium is zowel rijk als pover: de immer gefnuikte taal, en de Nederlandse dan nog bovendien. Ach, Babel. Soms komen er Jehovagetuigen bij mij op bezoek die ik thee en sonnetten van Campanella voer, maar echt begrijpen doen we elkaar—volgens mij, nooit, onze tongenspraak ten spijt.
VII. Een typisch Nederlands spreekwoord is ‘van een drol een gebakje kunnen maken’. De oplettende verstaander weet dat dit enkel lukt met leugens in de taal… of bij blinde, niet-tactiel ingestelde verjaardagsbezoekers (en dan mogen ze de drol niet proeven want anders geloven ze het nog niet). Bewaar mij, u bent ziende blind. Sta mij toe een gedicht, een bekroond gedicht te citeren, u herkent het aan de cursivering die ik aanbrengen zal. Dat doet er niet toe, maar bekroond is het. Zet u schrap:
04:40
er was geen muur de muur die er niet was is niet gevallen de man met de foute snor is geen dictator en dat is geen snor er waren geen explosieven het was geen oorlog er is niets ontploft
Daar was ik weer. Ik weet niet wat het betekent, ik ben u niet. Het is aan u hier Schoonheid in te vinden. Of Troost. Alles van waarde is weerloos, zei een halve nazi eens, maar de bundel waar deze tekst—want dat is zij toch in elk geval, wat nou, universaliteit bestaat niet, neemt u maar aan van wel—onderdeel van uitmaakt, was, ervoeren de literatoren en die hebben ervoor geleerd en u waarschijnlijk niet, daas wezen dat u bent, vijfentwintigduizend euro prijzengeld waard aan stichting, schoonheid en troost. Misschien hebt u de tekst niet goed begrepen, herlees hem maar. Ik zei toch, vijfentwintigduizend euro en Menschen die ervoor geleerd hebben! De laatste keer dat ik een museum bezocht, het Fotomuseum in Den Haag, was daar (voor ondergetekende leek) onbegrijpelijke redenen een installatie ingebracht die bestond uit een uitgebrande (of uitgeteerde, het geheugen is een oude hond heb ik weleens horen zeggen) auto waarin potten verf waren uitgegoten en twintig of veertig of—hoe dan ook kílo’s Wilhelminapepermunt in waren gestort en dat was het. Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren, dacht ik, ziedend. En van de pepermunt moesten we afblijven.
Dit urinoir oogt zéér uniek, daar het -hoewel met zeik besmeurd- nu op zijn kant in kunstrubriek bejubeld wordt. Ons rijk gekleurd geklater dure prullen bouwt: Duchamps formatie? Lullengoud.
Voor wat dat betreft is de grammatica van de 04:40-tekst traditioneler dan die van de lullengoud-tekst, maar dichters mogen alles, weet u nog? Om uw oud woonhuis peppels staan, en al die jazz. We zullen moeten spreken over esthetiek.
IIX. Behalve dat zullen we niet. Ik heb al uitentreuren over Schoonheid dóór geëmmerd -je krijgt er haast diëresen van- en Roos is een roos is een roos is een roos. Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren. Welk verhaal vertelt ons de roos? Dat wij eens samen kijken waar dit fnuikt: de honingzoete geur van rode rozen werd -dichtertechnisch- veel te veel gebruikt; doet nu de meest voortvarende nog blozen. Ooit als een bloemrijk rijp embleem gekozen, wordt thans bij haar gebruik—geschuddebuikt: “die bloementaal? Inmiddels uitgeplozen, en wat dan nog als Lente zich ontluikt?” Pardon. Coprolalie. Stront voor mijn vrouw en voor mijn kinderen en eindelijk voor mijzelve stront. Wat uit mijn reet komt is ook puur. Focus, dichter!
IX. Ik ben een Mensch, die aan de einder ziet dat alle schaapjes vrolijk staan te blaten. Waarom opeens dit grenzeloos verdriet? Vergeef mij, God, maar ik begrijp het niet. Zo sprak ik en God sprak tot mij: “er is geen einder en geen overkant.” De Jehovagetuigen moeten me dat nog uitleggen want Schriftvast ben ik niet. Ik weet wat Schoon is: schoon is de dood, de roos, de wassende maan. Welk Mensch vindt Schoonheid in bietrot? Het leven. God, ons Leven! Ons lief leven verwart en doodt ons stervelingen tot wij naar wat anders streven. Onze God heeft al wat wij maar doen allang beschreven. Hij deed dit zelf. Des mensen angstig beven voor dood en liefdeloosheid zet op slot de poort der zaligheid. Ons lichaam rot. Maar daarin zijn wij dan ook zeer bedreven! Ik voel mij één met eenzamen en droeven. Al wil ik graag, of ik ten hemel ga… ’t is immers hemels hier te mogen toeven! Terwijl ik tussen massa’s Menschen sta, kies ik U, Hemelkoning! Wil U proeven! En, lieve god, bestaan, doet u bijna. X. Het is twee voor twaalf, spreekwoordelijk, dan. Neem nog wat gebak. Waarschijnlijk blijft het alles onopgemerkt. God is dood, Reve is dood en de laureatoren van Radna Fabias worden vast honderd en gesubsidiëerd. Door moeten we, door moeten we, in een jachten, in dopaminejacht en sneven, of het nu opgemerkt wordt of is of niet, door de bossen en de duinen en horizontaal en koud als een hartpatiënt op de operatietafel, en ocharmen, jouw armen, mijn Carmen! Mijn geest raakt buiten zinnen van het vocht of de syfilis. Is het onopgemerkt gebleven? Neem het van mij aan zoals u dagelijks aanneemt van nupuntenel en Viola van het achtuurjournaal, het is om de Schoonheid, om de Troost, om de universaliteit en met alle pathos die dees dichter op kan brengen:
De dood is enkel moeten zonder kunnen, en oorlog dient om dieren uit te dunnen, en liefde is een duivels instrument waardoor de Mensch zichzelf een God blijft gunnen.
ik trok je naar ons paradijs dan zwierf ik met je langs de zee
Hoi dichter Hierbij weer een nieuw verhaal dat bij de maandag past. Hierbij mijn gedicht Speelgoedpaardje. Liefs Karin
Speelgoedpaardje
Sprookjesdier speelgoedpaardje slaapt op rommelzolder velletje oud oogjes zo wijs van vroeger ben je weet je nog..
ik trok je aan je ivoorgekleurde oortje ik trok je naar ons paradijs dan zwierf ik met je langs de zee geduldig leerde ik je baden totdat je wit en schoon en nobel was de koningin te rijk kamde ik je manen en zon toverde bezieling in je oog van glas
je bent veranderd in een zebra wat heeft de tijd met ons gedaan die rusteloze wezel haat kinderlijk duimendraaien aan het raam het dromerig gekwezel en ik heb ook niet goed op je gepast
laat me het stof afnemen van mijn dom verzuim je krijgt je paardenkracht terug in elke vezel ik streel je levend tot op het allerlaatste puntje van je kruin.
ik vrees vandaag met grote vrezen ik vrees er niet uit te komen – kies ik voor de poëzie of voor het meisje? dat de heren geen schijn van kans maakten in deze door gevoel en emotie beheerste(?) versie van de zondagochtendwedstrijd zoveel werd mij wel duidelijk. de rationele verwoording van het thema legt het af tegen de meer lichamelijke gevoelde en beschreven sensaties van de vrouwen. het dichtst bij janis joplin kwam vera naar mijn gevoel. GOUD! dank aan mijn vier helden van vandaag – zij durfden.
Goenavond A,dam, hier Eindehoven Ga nu geen regeltjes tellen, want ik heb me al zo ingehouden, ik heb een blues van wel 1001 regeltjes vandaag
In mijn nieuwe blauwe bloes
hier ik, only the lonely halve zool luisterend naar de radio, jank liedjes weg over l love you, denk Janis, you think he will do? hier trappel ik, like her, van ongeduld c’mon baby, babe wat ga je doen zijn daar zon, maan en sterren uitgeblust IK laat ze stralen voor je, met één kus pak je juwelen uit die stoffige doos draag ze als de jongeling van toen jouw rozen ruiken not anymore lief, IK scherp al je zintuigen weer ik weet de weg naar arcadia mijn eeuwige enige only zeg ja de nacht vertrekt met al mijn liefde nog voor het licht wordt, without you kom snel, de morgenstond heeft zich verslapen en ik, ik kan je niet eens verlaten, cry baby baby, omdat je er niet bent Ohhhh..
Vera van der Horst
–> de zon de maan en ook de sterren laat ze stralen voor de geliefde – nou dat is best veel toch? de opdracht was: ‘voor wie gaat/ging de dichter helemaal maar dan ook helemaal uit zijn/haar dak.’ aan die opdracht heeft vera voldaan. ze gooit zich zelf daarbij in de strijd. maar de geliefde lijkt niet meer vooruit te branden. met niets niet, met gloeiende hemellichamen niet, zelfs met vera niet. gelukkig hebben we de blues nog om mee uit te huilen. iets van de genadeloze ontvlambare heftigheid van de 50jaar geleden overleden en de toch nog eeuwig jonge en sprankelende janis joplin weet vera op te roepen. zo weet vera met haar woorden het zenuwgestel van de lezer te raken.
Vera van der Horst – ik jank liedjes weg over l love you
Rik van Boeckel – huil dame versmelt met de traan
Petra Maria – om wat wij misschien misschien altijd
Cartouche – leven, liefde zon en regen , mijn eiland, alleen jij
https://youtu.be/N36rnowF1og
deze maand 50 jaar geleden overleden janis joplin – dit wordt het zondagochtendwedstrijd thema – dat kan niet meer missen – wie wint de enige echte virtuele JIJ ja JIJ bent de BLUES trofee op pomgedichten punt nl – dat we van de blues mogen lezen – de dichters blues – en dan graag met dezelfde absoluutheid van een janis joplin – voor wie gaat/ging de dichter helemaal maar dan ook helemaal uit zijn/haar dak. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
schrijf me een brief noem mijn naam zeg me wanneer je komt
dat de covid ons niet deren zal waar we lopen zingen we liggen we
en zingen we mercedes benz zingen we bobby mcgee
o lord janis was the blues en jij jij de mijne
pom wolff
Stil in de stad blues
Het is stil in de stad de ramen zijn gesloten een handkus roept een dame meer is er niet te halen
Janis zal zo zingen het virus loert op ons oh maandenlange dalen oh Me and Corona blues
het is vreemd in de stad geef ‘t virus nu de bons het is tijd om te leven langs ‘t venijn niet stil of eenzaam te zijn
positief of negatief dat is vraag
ademsnaren strelen de lucht huil dame versmelt met de traan ze geeft de juiste toon in de blues aan.
Rik van Boeckel 16 oktober 2020
–> Rik schetst het eindpunt en hoe de blues dan huilend door de kamers van het hart raast – krast. zoals janis summertime zong. erger bestaat niet wist de argeloze toehoorder. rik legt het ons in woorden nog een keer voor. een stille blues in een vreemde stad. de ramen dicht – binnen zijn verstilde blues buiten de genadeloze corona.
CRY CRY CRY
als ze zingt zijn wij ook even Janis Joplin
we kruipen schril en hees in onze armen jou kan ik vasthebben
en daarna als het stil is dan janken we zoete tranen
baby cry baby blijf nou maar thuis morgen
op het zebrapad kan het ook zomaar voorbij zijn
cry baby cry om wat wij misschien misschien altijd
om wat we kwijt zijn wat we zijn
petra maria
–> petra maria eindigt nu al weken lang haar gedichten hier op een zeldzaam hoog vasalis niveau.
het zijn steeds de laatste strofen die verstild/versteld doen staan. hadden we vorige week:
misschien als we hier blijven geen eiland is immers ver genoeg geen herfstdag stiller
misschien dan weet je pas weet ik nog wat liefde is
petra maria
deze week het ontstellend mooie:
cry baby cry om wat wij misschien misschien altijd
om wat we kwijt zijn wat we zijn
petra maria
als je die twee combineert huilt ook mijn romantisch hart:
misschien als we hier blijven geen eiland is immers ver genoeg geen herfstdag stiller
misschien dan weet je pas weet ik nog wat liefde is
om wat wij misschien misschien altijd
petra maria
Ja jij, jij alleen
slinger , schreeuw me rauw en nauw je lach in het gezicht, leer me weer te dromen met een enkele aanraking verdwaal ik in deze vloed, geef me jouw ster die deze nacht verlicht en ik zal je mijn groeve geven
het groen – van je ogen maak je dat mijn lucht dat eender blauw wordt gekleurde stippen mijn ochtenden ik zeil tussen de golven van je stem en jij, en jij, en jij, alleen jij maakt mijn ziel wakker met jouw licht
laat jouw wonden zien en het zal helen, laat de hele wereld weten dat jouw stem een geheim verbergt noem jouw naam niet, laat ze in de hemel sterven van jaloezie je ogen zijn glinsteringen
je keel een mysterie – leven, liefde zon en regen , mijn eiland, alleen jij, Carolina, mí querida corazón
solamente tú
https://youtu.be/JlOzdWbRb48
16-10-2020 Cartumetouches
–> carolina ook al – net als vera – in het hemelsblauw gekleed. en dat zij het voor hem is is wel duidelijk geworden hoor – hier – lieve cartouche – geen dak te hoog of cartouche weet de woorden voor deze geliefde er wel doorheen te knallen. die stem die hem van top tot teen beroert. net als bij vera gaat het dak eraf. maar waar cartouche de rauwheid benoemt kruipt deze bij vera onder de woorden het zenuwgestel in van elke lezer.
Met het leven is het net zoals met een maaltijd. We geloven steeds dat het beste nog moet komen. Jammer genoeg weten we bij het leven nooit hoeveel gangen we nog hebben te gaan, maar bij een maaltijd wel.
Op een bepaald moment roept de zoetheid van het dessert in herinnering, dat ondanks het bestand van koffie en likeur, straks de rekening betaald moet worden en je alleen naar buiten moet, met de kraag van je jas omhoog tegen de kou, de regenachtige straat op om door de duisternis te worden verslonden.
Zijn zoetheid was haar dessert, het kondigde het einde aan, een laatste keer gevoel los tegen beter weten in, kleine hapjes nemen om zo lang mogelijk te genieten terwijl het steeds terugkerende getik van de klok tijd versnelde, dichter bij bracht en gelijkertijd verder weg, de rekening onverwacht langzaam in het vizier komend, de herinnering van zijn strelende zoetheid over haar tong vanuit pulserende hartstocht gecreëerd, vurig dessert met verrassende zachtheid.
En terwijl de wijzers doordraaien en de jas achter in de garderobe klaar hangt, hoopt ze dat de rekening nog even uitblijft, dat het een langzaam geserveerd grand dessert is waarvan de tussenpozen alleen het gevoel en de smaak versterken. Als ze nu naar buiten gaat, kraag omhoog tegen de kou en de regen is op dit punt het einde nabij en ligt de duisternis op de loer, dus blijft ze liever even wachten, misschien wat angstig en onzeker, maar grand dessert of niet, wanneer de duisternis haar eindelijk verslindt, zal zij hem nog steeds in elke vezel voelen en proeven.
met die prachtige onbeschrijflijke mysterieuze majestueuze zo monumentale rood stralende avondlucht – o rode zon
Prijsuitreiking Schrijfwedstrijd Het thema van de schrijfwedstrijd, die jaarlijks wordt georganiseerd door deze vereniging, https://www.kunstgroepbuitenveldert.nl/ is dit jaar Puur Natuur. De exposities die wij in het najaar organiseren in de Vreugdehof (De Klencke 111, Amsterdam) en in het Huis van de Wijk Buitenvelder t hebben hetzelfde thema. Het is altijd boeiend om te zien hoe gedichten en beeldende kunst elkaar kunnen versterken. Helaas zijn de kunstcafé’s dit jaar niet doorgegaan zodat ook de twee prijsuitreikingen van de schrijfwedstrijd op alternatieve wijze hebben plaatsgevonden. De hoofdprijs is gewonnen door Willa Wierckx, zij ontving uit de handen van de jury een speciaal bij haar gedicht door Gerdi Wind vervaardigde ets/aquatint, waar zij erg blij mee was. Bij deze kleine feestelijke gelegenheid ontving jurylid Pom Wolff uit waardering voor zijn professionele beoordeling èn het kundig verwoorden in het juryrapport een ets van dezelfde kunstenaar. De tweede prijs, op een andere tijd en een andere locatie, werd gewonnen door Anton Meester, die een door Ienke Damsté gemaakte linoprint in ontvangst mocht nemen, ook hij was zeer blij met de gewonnen prijs. De jury bestond naast Pom Wolff uit Gerdi Wind (voorzitter van Kunstgroep Buitenveldert). Zij heeft zich met veel plezier over inzendingen uit de wijk, maar ook uit Friesland en zelfs België gebogen en kwam tot een unanieme beslissing. Zie ook de website van Pom Wolff: www.pomgedichten punt nl
–>Thema: PUUR NATUUR Juryverslag – de schrijfwedstrijd 2020 uitgeschreven door de Kunstgroep Buitenveldert met het thema PUUR NATUUR
De schrijfwedstrijd 2020 uitgeschreven door de Kunstgroep Buitenveldert met het thema PUUR NATUUR voor dichters uit Buitenveldert en omgeving heeft een twintigtal dichters geinspireerd tot het inzenden van gedichten. Het woord ‘omgeving’ is door een aantal inzenders breed geïnterpreteerd – zelfs inzendingen uit Belgie werden ontvangen. Enschede, Friesland, Maarssen, Almere, ja zelfs Lent lieten zich niet onbetuigd. De jury bedankt de dichters, alle dichters voor hun inzendingen heel hartelijk. Toch dient de omschrijving ‘Buitenveldert en omgeving’ meer in beperkte geografische zin opgevat: ‘Buitenveldert en omgeving’ mag Amsterdam en omgeving zijn, Amstelveen ook nog goed – maar Belgie gaat echt te ver. Kunstgroep Buitenveldert – https://www.kunstgroepbuitenveldert.nl/ – is nu eenmaal een lokaal gebeuren. Op een warme donderdagochtend in het vroege ochtendlicht waarin de nacht was opgegaan, in augustus van het jaar 2020 kwam de jury bijeen – Gerdi Wind en Pom Wolff – zij lazen de door de 020 dichters ingezonden gedichten hardop aan elkaar voor in een met zon overgoten natuurtuin – in Buitenveldert – nog geen wijn op tafel – puur natuur dus – onder het genot van een kopje koffie – kortom nog volledig bij zinnen. Bij de inzending van Niels Root schreef de jury:
Niels Root een alleraardigst gedicht. lieflijk ook. de lentezon centraal in het hoofd van een rijmende hoofdpersoon. toch ontkomt de dichter niet aan clichés: bijtjes die zoemen, vogeltjes die fluiten. we missen, hoewel de dichter de zon zo graag ziet stralen, die magistrale stralende zon van een johnnie van doorn – l poëzie met een beetje lef, woorden die een beetje buiten de geëffende paden trachten, een regel die de lezer op het verkeerde been zet, een gedicht met onweer.
Bij Norma Bouterse: dichteres is blij. heel erg blij. een gedicht vol blijdschap. ‘wij zijn twee bloemen van een plant’ – een mooie regel. maar toch: het schrijven over blijdschap alleen is niet genoeg voor een winnend gedicht.
Bij Merik van der Torren: ‘het aroma van slakkenstront’ is de jury onbekend. weer wat geleerd. een gedicht met aardige aansprekende regels over bossen munt van vroeger, de ganzenveren deken, de wijde rokken. en toch op de een of andere manier lezen we liever niet over slakkenstront. in een kort gedicht telt elke regel dubbel – ook de regels die je liever niet leest. Bij Miyuki Hoogeveen: Miyuki kent wel heel veel ‘intensiteit’! wel drie keer in één gedicht. wat de jury betreft teveel intensiteit. als de jury heel precies zou lezen dan gaat het in de eerste twee regels al mis. als de geur van koffie de grote motivatie is om op te staan dan heeft iemand anders die koffie gezet – niet Miyuki zelf – en dan ben je dus ook niet ‘alleen’ zoals we later in het gedicht lezen. of deed de timer zijn werk of was het de geur bij de buren. hoe dan ook: de echte jury kritiek richt zich op iets anders – vooral op de grote woorden (motivatie, intentensiteit, promoveren) die in ‘het gedicht’ worden gebruikt en die je nou net niet in een gedicht moet gebruiken. het gedicht is meer een stuk proza met soms aardige redeneringen. Bij Méland Langeveld: dichters moeten niet te veel hun best doen – dan geloof je ze niet meer – je kunt ook zeggen dan zijn ze met zichzelf bezig en niet met de lezer – voor wie ze toch in wezen schrijven – zeker in een wedstrijd: de jury bedoelt ‘wijsheid die rijpt’, ‘korzelig kraken’, ‘blaadjes die week klapperend hangen in de frisvroege wind’ en dan wordt er ook nog ‘ontpopt”. nee dit gaat allemaal te ver en is te ver gezocht om nog geloofwaardig te zijn. deze dichter kan natuurlijk wel goed schrijven, maar svp minder constructie en meer hart. én daarmee geloofwaardigheid.
Bij Florian de Vries: hoewel dichter natuurlijk een geëigende poëzievorm heeft gekozen – voor die gedachte hulde – bij het gegeven thema PUUR NATUUR – toch hebben de leden van de jury weinig op met de haiku: met de geconstrueerde regels met zus of zoveel voorgeschreven lettergrepen.
Bij Arie Lalleman: niet dat de jury arie helemaal volgt in zijn iets te chaotisch opgezet gedicht – de dichter wisselt daarvoor net teveel van perspectief – maar dat hij vissen laat verdrinken is werkelijk briljant. dat zie je niet vaak! arie schreef iets te veel anekdote voor de winst.
Komt de jury bij de drie meest eervolle vermeldingen – de volgende drie topgedichten waaruit de winnaar van deze wedstrijd werd gekozen: Puur natuur van Willa Wierckx, de Knuffel van Imad Abbas en Puur Natuur van Anton Meester.
We lazen hartverwarmende woorden van Imad Abbas. “het mooiste dat kan gebeuren is de Knuffel..” een dapper handschrift gedicht, waarin hij een zeer sprekend gevoel weet over te brengen hoewel de Nederlandse taal hem te zwaar valt en hoewel hij in het gedicht woorden moet gebruiken uit een taal die niet de zijne is. De jury vermoedt dat als deze dichter in zijn eigen taal zou schrijven en als de jury die taal machtig zou zijn dat we zouden omvallen van bewondering.
Zeker ook een meer dan eervolle vermelding voor Anton Meester en zijn gedicht. Een indringende herhaling van woorden: ‘Wat opvalt is de stilte buiten,..’ waarna de dichter met overtuiging en poëtische kracht de verworvenheden die deze (corona) stilte biedt invult met eigen geluiden en waarnemingen.
Willa Wierckx schreef een natuurverheerlijking – in tijden van Corona – in deze nieuwe werkelijkheid zoals zij deze tijd benoemt – gaat dichteres op zoek naar iets van puurheid, iets van echte natuur. weg uit de benauwenis van die benauwende coronatijd – zo gaat zij – op zoek aan de randen van de stad binnen de randen van de ontstane mogelijkheden – én dichteres vindt uiteindelijk een weg uit al die benauwenis – in de natuur – in poëzie beschreven, een natuurlijke weg. een formidabel gedicht. een bevrijdend gedicht. voor de dichteres zelf en voor de lezers. In de laatste regel van de voorlaatste strofe las de jury de woorden ‘rode rok’ waar de jury vanwege het rijm ‘rode dijen’ verwachtte. zo zet deze dichteres in dit winnende gedicht de jury op het verkeerde been. Van Harte gefeliciteerd Willa – mede namens de juryleden Pom Wolff en Gerdi Wind.
Puur natuur
Ik liep in de Corona stad, slalommend in de nieuwe werkelijkheid Tussen vol, lawaaiig en obscuur, ontwaakte de drang naar de natuur.
Ik liep langs straten en langs pleinen, zag gazon en perk en grind Ik dacht, hoe lang moet ik dwalen, voordat ik iets natuurlijks vind?
Aan de randen van de stad gekomen, zag ik een weiland, met alleen maar gras De zon scheen ongenadig op de koeien, omdat er geen boom met schaduw was.
Ik schudde mijn hoofd en een beetje somber, tuurde ik halsreikend naar gewas Misschien dat daar, rond dat verre bochtje, nog iets natuurlijks te vinden was?
Ik vond een weggetje, het leidde naar een slootje. De bermen vol met klaver en met boterbloem. Daar groeide klaproos en kamille en overal klonk het gezoem,
van hommels en van honingbijen Ik kon me tussen struiken, gras en bloemen vleien, Zacht en geurend was mijn plekje, een vlinder landde op mijn rode rok.
Over het water zweefde een waterjuffer en daalde sierlijk tussen het bloeiend riet Het zwoele briesje rook naar puur natuur, toen ik daar neerlag in het middaguur.
Er zijn meer culturen naar de sodemieter gegaan door decadentie, maar deze keer kost het waarschijnlijk de aarde.
Pervers is het nieuwe normaal
“Ik wil zo veel geld hebben dat ik deze kamer kan vullen. Ik wil het geld allemaal uitgeven en het kussen”, zegt de zesjarige schoonheidswedstrijdwinnares en reality-ster Eden Wood, toen ze werd geïnterviewd door fotografe en documentairemaakster Lauren Greenfield in haar documentaire : Generation Wealth.
Ach, dacht ik, ze leest de Donal Duck en vind Dagobert leuk, zwemmend in zijn pakhuis vol geld. Hoewel die was niet zo van het uitgeven daarvan. Nee, natuurlijk dacht ik dat niet, ik had graag gewild dat dit waar was.
Ik herinnerde me deze uitspraak toen ik in de media overal berichten tegenkwam over de tas van 10.000 dollar, die North, de zesjarige dochter van Kim Karadashian aan haar prille armpje had hangen. Die tas was eigenlijk nog niets vergeleken bij het kerscadeau dat ze eerder kreeg: een door Michel Jackson gedragen jasje dat voor 65.000 dollar werd geveild, omdat de zesjarige spruit zo’n grote fan van hem was. North zal geen dromen hebben over een kamer vol geld, die heeft ze namelijk al. Waar zou zij over dromen?
Wereldwijd droomt het gros van de jeugd over rijk en beroemd worden. Greenfield: “Het is verworden van een cultuur waarin hard werken en discipline werd gewaardeerd tot een droom die bestaat uit geld, beroemdheid en narcisme. We vergelijken onszelf niet meer met de buren, maar met de Kardashians en met goud omhangen over geld rappende rappers. Dromen van rijkdom is een perverse verslaving, gegroeid onder invloed van globalisering, vercommercialisering, media zoals MTV en internet.”
Ik ben een kind uit de Flower Power generatie: wij verzetten ons tegen de materialistische en kapitalistische wereld, we waarschuwden tegen de vervuiling van de aarde door de nieuwe technologieën, droomden over gelijkheid, vrijheid, duurzaamheid, kunst, schoonheid, gingen de straat op om tegen de vietnam oorlog te demonstreren: make love, not war, scandeerden we, lazen boeken, filosofeerden eindeloos. We waren uiteindelijk met te weinig om de door ons gewenste maatschappij te realiseren. Dit is denk ik de grootste desillusie in mijn leven.
Ook nu zijn er mensen die zich verzetten tegen een maatschappij waar welvaart hoger in het vaandel staat dan welzijn, maar ook nu zullen het er te weinig zijn. Het gros vergaapt zich aan de kunstmatige kont van Kim Kardashian, lijkt zich niet te bekommeren om perverse prikkels bij banken, bedrijven, de zorg enz. waardoor het niet meer gaat over het publiek dienen, maar alleen zichzelf verrijken. Ze stemmen weer lustig op een Trump of een Rutte. Nee, ze gaan alleen nog de straat op om te protesteren tegen het verdwijnen van zwarte piet. Er zijn meer culturen naar de sodemieter gegaan door decadentie, maar deze keer kost het waarschijnlijk de aarde.
Zo, na deze niet zo vrolijke gedachtengang, ga ik mezelf maar troosten met de aanschaf van een nog grotere tv, kan ik al die de ellende beter bekijken, maar vooral Netflix serries. Je moet toch wat.
Hoi Pom, Ik begon vanmorgen te schrijven over ons kabinet, maar de tekst werd een herinnering aan Julius Vischjager, die begin vorige week overleed. Voor pomgedichten. In de bijlage, groet, Merik
Die jou als vriend aansprak in hilarisch optimisme met een mopje als kleine vlag wapperend in een wolkeloos universum.
Die man met muziek van alle romantici, gebracht naar Alida, laatste geschenk van een oud en rijk leven. Je vroeg en hij kwam met humor en mooie noten.
Zie, het regent niet, de dag begint, bomen wuiven als handen